CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-05-22 a. Vaststelling (gewijzigd) bestemmingsplan Terneuzen Centrum, Nieuwstraat-Arsenaalstraat - Ontwerpbesluit

commissie Omgeving 22 mei 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Terneuzen Centrum, Nieuwstraat-Arsenaalstraat28.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2

Archeologisch bureauonderzoek....................................................................................... 14 2.1 Methoden .................................................................................................................................................. 14 2.2 Landschap en geologie .............................................................................................................................. 15 2.2.1

Landschappelijke ontwikkeling ..................................................................................................... 15

2.2.2

Aardkundige waarden .................................................................................................................. 21

2.3 Historie ...................................................................................................................................................... 25 2.3.1

Historisch-geografische ontwikkeling ...........................................................................................25

2.3.2

Verstoringsgeschiedenis .............................................................................................................. 40

2.4 Archeologische waarden ........................................................................................................................... 44 2.5 Bouw- en cultuurhistorische waarden ........................................................................................................ 52 2.6 Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................................................ 53

3

Inventariserend veldonderzoek ........................................................................................ 58 3.1 Methoden .................................................................................................................................................. 58 3.2 Geologie en bodem ...................................................................................................................................60 3.3 Archeologie ...............................................................................................................................................60

4

Conclusie en advies.......................................................................................................... 61 4.1 Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................................... 61 4.2 Advies ....................................................................................................................................................... 63

Lijst met figuren ....................................................................................................................................................... 66 Bronnen .................................................................................................................................................................... 68 Bijlage 1

AMZ-cyclus .......................................................................................................................................... 72

Bijlage 2

Verklarende woordenlijst en afkortingen .............................................................................................. 73

Bijlage 3

Tijdstabel ............................................................................................................................................. 74

Bijlage 4

Planvorming ......................................................................................................................................... 76

Bijlage 5

KLIC ..................................................................................................................................................... 77

Bijlage 6

Boorstaten ........................................................................................................................................... 78

78/453

3

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Samenvatting Ontwikkelcombinatie AVV/vdPoel heeft het voornemen om het het voormalige ABC complex aan de Nieuwstraat te Terneuzen opnieuw te ontwikkelen. De ontwikkeling wordt gerealiseerd op (delen van) 14 aan elkaar grenzende percelen die kadastraal bekend staan onder Gemeente Terneuzen, Sectie L, Perceel 2239, 2241, 2925, 3371, 3447, 3449, 3450, 3451, 3593, 3662, 3663 (deels), 3842, 3843, 4031 (deels) en beslaat een oppervlakte van 9.155 m2. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een bestemmingsplanwijziging aangevraagd te worden. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is voorliggend onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat in eerste instantie uit een bureauonderzoek waarbij een gespecificeerd verwachtingsmodel wordt opgesteld voor het plangebied. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase). Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan gesteld worden dat in het onderzoeksgebied geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aanwezig zijn onder een antropogeen opgebrachte laag. Deze opgebrachte laag wordt op zijn beurt afgedekt door recente pakketten die te relateren zijn aan de huidige bouw en verharding binnen het plangebied.

Binnen het plangebied geldt op basis van het bureau- en veldonderzoek een hoge verwachting voor ophooglagen en resten van bewoning, militaire gebouwen en vestingwerken uit de 19e eeuw. In het westen en zuiden van het plangebied geldt tevens een hoge verwachting voor resten van de 16e-eeuwse vesting. Archeologische resten zijn te verwachten onder de bestaande funderingen en kruipruimte ter plaatse van het ABC complex (op 1,66 m +NAP/ gemiddeld 1,1 m -mv). In de overige delen van het plangebied is dit eveneens onder de bestaande verstoringen (gemiddeld vanaf circa 0,65 m -mv). Er geldt verder binnen het plangebied ook een middelhoge verwachting voor resten uit het paleolithicum tot mesolithicum/ vroeg neolithicum dieper dan 7-7,5 m -mv (4,5 m -NAP) en een lage verwachting voor het middenneolithicum tot midden-ijzertijd en een middelhoge verwachting voor de late ijzertijd tot Romeinse tijd vanaf een diepte van 6/6,5 m -mv (3,5 m -NAP). Dit is op een diepte die met de regulier onderzoeksmethoden niet bereikbaar is. Op basis van de archeologische verwachting en aanwezige verstoringen wordt in hoofdstuk 4.2 een advies geformuleerd. Samengevat is er een advies om de bestaande vrijstellingsgrenzen binnen het plangebied te verruimen van 0,5 m -mv naar 1,1 m -mv ter plaatse van het bestaande ABC complex en 0,65 m -mv daarbuiten.

79/453

4

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Administratieve Gegevens Projectnaam

Terneuzen Nieuwstraat ABC complex

Onderzoeksvorm

Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

LOCATIE Provincie

Zeeland

Gemeente

Terneuzen

Plaats

Terneuzen

Adres / Locatie

Nieuwstraat 13, 17, 21, 25, 27 Arsenaalstraat 1, 2, 4, 6, Arsenaalplein 5-6, Noordstraat 98-100, Burgemeester Geillstraat

Hoekpunten coördinaten RD

NW 46.171/ 373.388 NO 46.264/ 373.347 ZW 46.125/ 373.308 ZO 46.189/ 373.248

Centrum coördinaat RD

46.189/ 373.320

Kaartblad

67E

Kadastraal perceel

Gemeente Terneuzen, Sectie L 2239, 2241, 2925, 3371, 3447, 3449, 3450, 3451, 3593, 3662, 3663 (deels), 3842, 3843, 4031 (deels)

Oppervlakte plangebied

Circa 9.155 m2

Vigerend bestemmingsplan

Terneuzen Centrum (2013) enkelbestemmingen Verkeer, Gemengd en Centrum, dubbelbestemming Waarde archeologie 1 en 2 (100 en 500 m2 en 0,5 m -mv).

BEKENDE WAARDEN Gemeentelijke vindplaats

Geen

AMK status

Deels terrein van hoge waarde

Archis vondstlocatie

Geen

Zeeuws Archeologisch Depot

Geen (mail helpdesk ZAD d.d. 17-8-2023)

OPDRACHTGEVER Naam

Juust (i.p.v.

Contactpersoon

Mevr. J. Ocké

Adres

Goessestraatweg 17a 4421 AD Kapelle

Telefoon

06 23272808

Email

jessica@juust.nl

BEVOEGDE OVERHEID Naam

Gemeente Terneuzen

Contactpersoon

Mevr. S. Vierbergen

Adres

Postbus 35, 4530 AA Terneuzen

Telefoon

14 0115 / 06 13904024

80/453

5

ARTEFACT RAPPORT 825

Email

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

s.vierbergen@terneuzen.nl

TOETSING NAMENS BEVOEGDE OVERHEID Naam

Gemeente Terneuzen

Contactpersoon

Mevr. M. Burger

Adres

Postbus 35, 4530 AA Terneuzen

Telefoon

06-40985677

Email

m.burger@terneuzen.nl

BEHEER EN PLAATS DOCUMENTATIE EN VONDSTEN Naam

Zeeuws Archeologisch Depot

Contactpersoon

dhr. J.J. H. van den Berg

Adres Telefoon

Looierssingel 2, 4331 NK Middelburg Postbus 49, 4330 AA Middelburg 0118 670618

Email

jjh.vanden.berg@erfgoedzeeland.nl

E-depot

EDNA (E-Depot Nederlandse archeologie via www.easy.dans.knaw.nl)

UITVOERDER Naam

Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed.

Contactpersoon

dhr. J.E.M. Wattenberghe

Adres

Riemensstraat 9, 4543 BW Zaamslag

Telefoon

0115 851614

Email

janwattenberghe@artefact-info.nl

Certificaat

ARC-010/3 - BRL4000 SIKB: protocollen 4002, 4003 en 4004

ONDERZOEKSGEGEVENS Planologische aanleiding

Bestemmingsplanwijziging

Begin/einddatum veldwerk

28 augustus 2023

Projectnummer Artefact

2023ART87

Archis onderzoeksmelding

5450558100

Vindplaats(en)

Bewoning inclusief verdediging nieuwe tijd (BEWV.X)

81/453

6

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

1

Inleiding

1.1

Aanleiding van het onderzoek

In opdracht van Juust heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd binnen het plangebied gevormd door het voormalige ABC complex aan de Nieuwstraat te Terneuzen (gemeente Terneuzen; figuren 1 en 2). De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door het voornemen van de initiatiefnemers Ontwikkelcombinatie AVV/vdPoel om het complex opnieuw te ontwikkelen. De ontwikkeling wordt gerealiseerd op (delen van) 14 aan elkaar grenzende percelen die kadastraal bekend staan onder Gemeente Terneuzen, Sectie L, Perceel 2239, 2241, 2925, 3371, 3447, 3449, 3450, 3451, 3593, 3662, 3663 (deels), 3842, 3843, 4031 (deels) en beslaat een oppervlakte van 9.155 m2.

Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors 2023.

Binnen het plangebied is het bestemmingsplan Terneuzen Centrum (2013) van kracht. Het plangebied heeft er de enkelbestemmingen Verkeer, Gemengd en Centrum. Mogelijke archeologische waarden binnen het plangebied worden planologisch beschermd door een dubbelbestemming Waarde archeologie 1 en 2. Binnen het gebied met waarde archeologie 1 of 2 geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die respectievelijk groter zijn dan 100 of 500 vierkante meter én dieper reiken dan 0,50 meter beneden maaiveld (-mv). Dergelijke werkzaamheden zijn wel vergunbaar mits een archeologisch onderzoeksrapport wordt voorgelegd waarin wordt aangetoond dat geen

82/453

7

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

archeologische waarden aanwezig zijn, dat deze niet behoudenswaardig zijn of dat deze door de voorgenomen werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. De voorgenomen inrichting past niet binnen het bestaande bestemmingsplan. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is voorliggend onderzoek uitgevoerd.

Figuur 2 Ligging in van het plangebied. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors 2023.

1.2

Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen

Conform de AMZ-cyclus start een archeologisch onderzoek steeds met een bureauonderzoek. Het doel van een bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied. Het resultaat is een standaardrapport met een advies op basis waarvan de bevoegde overheid een besluit kan nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. 1 De resultaten van het standaardrapport bureauonderzoek kunnen leiden tot één van de volgende uitkomsten:

1 SIKB, Protocol 4002, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4.

8

83/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

 Er zijn onvoldoende data: er wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek  Er zijn voldoende data: er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd Het doel van een inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en/of in het Programma van Eisen. Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek. Inventariserend veldonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden in een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Een inventariserend veldonderzoek kan uitgevoerd worden als een IVO-proefsleuvenonderzoek (IVO-P waarbij veldwerk bestaat uit het aanleggen van proefsleuven en/of proefputten) of als een IVO-overig (IVO-O waarbij het veldwerk kan bestaan uit oppervlaktekartering, boringen, profielputjes of geofysisch onderzoek). 2 Een inventariserend veldonderzoek kent drie mogelijke fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase. Het is vanzelfsprekend niet steeds noodzakelijk al deze fasen te doorlopen.

 De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Dit kan met een eenvoudige terreininspectie, maar ook door geo-archeologisch booronderzoek en het graven van profielputjes. Doel daarbij is het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor de volgende vormen van onderzoek  Tijdens de karterende fase wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen  Tijdens de waarderende fase kan het waarnemingsnet verdicht worden om de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de archeologische resten vast te stellen Het resultaat van een inventariserend veldonderzoek is een standaardrapport met een waardering en een inhoudelijk selectieadvies (buiten normen van tijd en geld), op basis waarvan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) kan worden genomen. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien er onvoldoende data voor waardering en selectie-advies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden.

3 Het advies kan dan zijn: vrijgeven, vervolgonderzoek en/of planologische bescherming. Het voorliggend onderzoek betreft een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O, verkennende fase). Conform de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019 4 dient een archeologisch vooronderzoek in de Provincie Zeeland, behoudens anders besloten na overleg met de bevoegde overheid, immers (minimaal) te bestaan uit een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van (verkennende) boringen. Het resultaat van het bureauonderzoek (het verwachtingsmodel) is opgenomen in hoofdstuk 2.6. Het resultaat van het inventariserend veldonderzoek door middel van (verkennende) boringen is opgenomen in hoofdstuk 4.1. Het bepalen van de landschappelijke vormeenheden staat daarbij voorop met als doel het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor eventuele volgende vormen van onderzoek. Tijdens dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord:  Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied?

2

SIKB, Protocol 4003, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4

3 SIKB, Protocol 4003, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4-5. 4 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.

84/453

9

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

 Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld?  Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte?  Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld?  Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling?  Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd?

1.3

Wettelijk kader en beleid

Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, hiermee is het Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed, dat zich in de bodem bevindt, beter te beschermen. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van archeologische onderzoeken. De Erfgoedwet moet samen met de (nog in werking te treden) Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk maken. Op landelijk niveau is een Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA2) opgesteld waarin het Zeeuws kleigebied als archeoregio een afzonderlijk hoofdstuk vormt en de regiogebonden onderzoeksthema’s en -vragen toegelicht worden. Daarnaast worden in deze NOaA2 ook per periode en complextype specifieke onderzoeksthema’s en –vragen geformuleerd die richtinggevend kunnen zijn bij onderzoek. Het beleid van de provincie Zeeland ten aanzien van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) is vastgelegd in de CultuurNota 2017-2020. In februari 2017 heeft het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland het ‘Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017’ vastgesteld. 5 In het toetsingskader is vastgesteld wanneer archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is indien de provincie als bevoegde overheid optreedt.

Daarnaast werd in 2016 de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017-2020 gepubliceerd waarin de kernthema’s en zwaartepunten voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland worden gepresenteerd:  Basale harde gegevens en diachrone datasets  Archeologisch onderzoek in diepere bodemontsluitingen  Uitwerking oud archeologisch onderzoek  Verdronken land en dorpen  Onderzoek naar infrastructuur  Verdedigingswerken in Zeeland  Boerderijen en rurale nederzettingen  Voedseleconomie van stad en platteland  Religieuze en rituele verschijningsvormen  Scheeps- en onderwaterarcheologie  Publiekswerking van archeologisch onderzoek Aan de uiterst westelijke rand ligt in de beheersverordening een stukje met waarde archeologie 1. Dit heeft te maken met de mogelijke aanwezigheid van het verdronken dorp Vremdijcke wat een raakpunt is met het bovengenoemde

5 Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017, Provinciaal blad 2017 nr. 605, 15 februari 2017.

85/453

10

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

thema. Tot slot heeft de provincie een Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. 6 De Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland zijn bevoegde overheid in het kader van de Ontgrondingenwet. Met de komst van de Wet op de archeologische Monumentenzorg (Wamz) is de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed in grote mate verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten worden verantwoordelijk gehouden voor de omgang met archeologische waarden binnen het gemeentelijk grondgebied. Daartoe dienen gemeenten een eigen archeologiebeleid te voeren. De gemeente Terneuzen beschikt sinds 27 januari 2011 over een gemeentelijk interim-beleid archeologie: “De onderste steen boven?”. Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie dient volgens dit beleid aan vijf criteria te worden getoetst: de Archeologische Monumentenkaart (AMK), de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW), Archis, het Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) en de bodemopbouw. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen en vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening, zal deze toets het uitgangspunt zijn voor de beoordeling. In dit interim-beleid concludeerde de gemeente echter ook dat de kennisstand van een aantal vindplaatsen ontoereikend was, waarna het project ‘Leemten in kennis’ is gestart.

Hiertoe heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een inventarisatie gemaakt van vindplaatsen waarvan fundamentele kennis ontbreekt. 7 De kern van Terneuzen maakt geen deel uit van dit geïnventariseerde gebied. Binnen een straal van 1 km rond het plangebied komen ook geen vindplaatsen voor. Daarnaast is ook een inventarisatie gemaakt van verdronken dorpen en hun vermoedelijke ligging. Binnen een straal van 1 km rond het plangebied worden geen verdronken dorpen vermoed. Het beleid van de gemeente Terneuzen is inmiddels verankerd in de bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Terneuzen Centrum (2013) en heeft er een dubbelbestemming Waarde archeologie 1 en 2. Binnen het gebied met waarde archeologie 1 of 2 geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die respectievelijk groter zijn dan 100 of 500 m2. In het gemeentelijk archeologiebeleid wordt doorgaans een vrijstellingsdiepte van 0,5 m -mv gehanteerd. Het toepassen van een grotere vrijstellingsdiepte is alleen weloverwogen mogelijk. De gemeente heeft in 2014 daartoe een vrijstellingenkaart laten ontwikkelen die in 2017 geactualiseerd werd als de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 (figuur 3). 8 Toetsing aan deze kaart leert dat voor het grootste deel van het plangebied is de dieptevrijstellingsgrens van 0,50 m‐mv gehandhaafd.

Binnen de bestaande wegen is de vrijstelling verruimd tot 1,5 m -mv in het traject van de aanwezige rioleringen. In het oosten geldt voor een klein deel van het plangebied een verruiming tot een diepe van meer dan 4 m -mv. Dit impliceert dat de uiterst oostelijke hoek (175 m2) van het plangebied enkel onderzoeksplichtig zou zijn indien werkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 4 m‐mv.

6 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.

11

7 De Visser en Emaus, 2014.

8

De Visser en de Weerd, 2017: bijlage 3.

86/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 3 Ligging van het plangebied (in lichtblauw) op de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017. Bron: de Visser en de Weerd 2017.

1.4

Plangebied en planvorming

Het plangebied ligt in het centrum van Terneuzen en vormt een zone die gekend staat als het ABC complex. In dit complex bevinden zich meerdere winkels. Grenzend aan dit complex, langs de Nieuwstraat omvat het plangebied ook enkele kleinere winkelpanden. De initiatiefnemer Ontwikkelcombinatie AVV/vdPoel heeft het voornemen om het gebied rondom het ABC complex opnieuw te ontwikkelen. Hiertoe worden de bestaande opstallen (ABC complex en aangrenzende winkelpanden) gesloopt en zullen twee woonblokken (voorzien van een parkeerkelder) en een hotelblok worden gerealiseerd. Tegelijk wordt ook de openbare ruimte rondom dit complex gewijzigd en heringericht. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 9.155 m2 en omvat (delen van) 14 aan elkaar grenzende percelen die kadastraal bekend staan onder Gemeente Terneuzen, Sectie L, Perceel 2239, 2241, 2925, 3371, 3447, 3449, 3450, 3451, 3593, 3662, 3663 (deels), 3842, 3843, 4031 (deels). Dit betreft de panden Nieuwstraat 13, 17, 21, 25, 27 Arsenaalstraat 1, 2, 4, 6, Arsenaalplein 5-6 en Noordstraat 98-100 alsook de openbare ruimte gevormd door delen van de Arsenaalstraat, het Arsenaalplein, de Nieuwstraat, Noordstraat en Burgemeester Geillstraat. Er zijn reeds globale plannen gemaakt van de toekomstige situatie.

De twee woonblokken worden van een ondergrondse parkeergarage voorzien en bevatten vervolgens op de begane gronden 5 woningen en verschillende bergingen. Hierboven worden over 4 verdiepingen nog meerdere woningen voorzien (respectievelijk 34 en 32). In het

87/453

12

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

hotel worden op 5 verdiepingen (begane grond niet meegerekend) in totaal kamers voorzien. In bijlage 4 wordt het globale beeld van de toekomstige situatie weergegeven. Concretere plannen met informatie over de verstoringsdiepten en funderingstechnieken zijn nog niet beschikbaar. In figuur 4 wordt de toekomstige bebouwing geprojecteerd op de bestaande situatie, hieruit blijkt dat de woonblokken en het hotel sterk overlappen met zones die heden reeds bebouwd zijn, de totale bebouwde oppervlakte zal in de nieuwe situatie in oppervlakte (omvang op de begane grond) afnemen.

Figuur 4 Ligging van de bestaande (te slopen) en nieuw te bouwen panden. Bron: ondergrond Esri Nederland, Community Map Contributors 2023.

88/453

13

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

2

Archeologisch bureauonderzoek

2.1

Methoden

Het voorliggend hoofdstuk omvat de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de KNA 4.1 en de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. 9 Hierbij werden de volgende processtappen doorlopen: Processtap

Specificatie

Hoofdstuk

Afbakenen plan/onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik

LS01

1.4

Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid

LS01

1.3

Beschrijven huidig gebruik

LS02

1.4

Beschrijven historische situatie

LS03

2.3.1

Beschrijven mogelijke verstoringen

LS03

2.3.2

Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond

LS02-03-04

2.5

Beschrijven bekende aardwetenschappelijke kenmerken

LS04

2.2.2

Beschrijven bekende archeologische kenmerken

LS04

2.4

Opstellen gespecificeerde verwachting

LS05

2.6

Tijdens het uitvoeren van de bovengenoemde processtappen werd een groot aantal bronnen van diverse aard geraadpleegd. Deze worden hieronder benoemd en in het bronnenoverzicht nader gespecificeerd.  (Landelijke en regionale) bodem-, geologische en geomorfologische (overzichts)kaarten  Paleogeografische kaarten  Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)  (Specialistische) literatuur  Rapporten van eerder uitgevoerd archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek  Inrichtingsplannen en conditionerende onderzoeksrapporten: milieu, ecologie, niet-gesprongen explosieven  Lucht- en satellietfoto’s  Kaartmateriaal: topografische (militaire) kaarten, oud(st)e kadasterkaarten, oude en/of historische kaarten  Gemeentelijk en/of provinciaal archief  Archeologische Monumenten Kaart (AMK)  Het Archeologisch Informatie Systeem (Archis)  Centraal Monumenten Archief (CMA) en Centraal Archeologisch Archief (CAA) werden niet geraadpleegd omdat deze oude papieren archieven na de introductie door de ROB werden ingevoerd in Archis  Cultuurhistorie: gemeentelijke waardenkaart en/of de provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS)  Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO)  Gemeentelijke verwachtings- en beleidskaarten  Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), maar enkel indien geen meer gedetailleerde regionale kaarten beschikbaar zijn  Provinciaal depot:

archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD)

9 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.

14

89/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

2.2

Landschap en geologie

2.2.1

Landschappelijke ontwikkeling 10

Zeeland maakt deel uit van het zuidwestelijk zeekleigebied, een sterk gestapeld landschap bestaande uit eolische afzettingen, mariene sedimenten en sedentaat (veen). Zeeuws-Vlaanderen, waaronder het plangebied valt, vormt een vrij complex geologisch geheel. Enerzijds hebben holocene afzettingen met verschillende sedimentatiefasen zich ingesneden in het oudere landschap, anderzijds vormen zij een afdekkende laag waaronder het vroeg-holocene en pleistocene landschap nog intact bewaard kan zijn. Daartussen lopen dekzandruggen als landschappelijk relict uit de laatste ijstijd. Omdat de locatiekeuze van bewoning en nederzettingspatronen voor een groot deel worden bepaald door de mogelijkheden die het natuurlijke landschap daartoe bood, is het zinvol de landschappelijke ontwikkeling gedurende de laatste fase van het Pleistoceen en het Holoceen in beeld te krijgen. De landschappelijke evolutie van het Zeeuwse kustgebied kan worden geschetst aan de hand van de paleogeografische kaarten die door Vos en de Vries zijn gepubliceerd. 11 Paleogeografische kaarten zijn ontwikkeld door de analyse van grote hoeveelheden bodemdata en bieden aan de hand van momentopnamen inzicht in het waarschijnlijke landschapsbeeld. De veranderende landschappelijke omgeving gedurende de laatste 12.000 jaar, en de globale ligging van het plangebied, wordt afgebeeld op figuur 5.

De geologische basis ter plaatse van het plangebied wordt gevormd door tertiaire stugge Boomse klei, behorende tot de Rupel Formatie, afgezet tussen 33,7 en 23,8 miljoen jaar geleden. Boven de Rupel Formatie liggen afzettingen van fluviatiele oorsprong, die tot de Formatie van Koewacht worden gerekend. De afzettingen van de Formatie van Koewacht worden gerelateerd aan de bedding van de Schelde, die hier gedurende het Vroeg-Pleniglaciaal of VroegGlaciaal haar stroomgebied heeft gehad. Deze bedding bestond uit een breed stroomgebied waarbinnen de rivier zich verspreidde in een vlechtwerk van smalle geulen. De afzettingen bestaan uit een pakket matig fijn tot grof zand, soms met laagjes herwerkte glauconietzanden of laagjes met meer silthoudend materiaal. Deze zanden bevatten ook geremanieerde schelpresten en grind (afgeronde vuursteen, afgeronde fosforietknollen, kalksteen en fijne kwarts). Tijdens geoarcheologisch booronderzoek binnen het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen is hierin ook een geremanieerd versteend walvisbot en een stukje bot van onbekende oorsprong aangetroffen. 12 Bovenop de afzettingen van de Formatie van Koewacht worden afzettingen van de Formatie van Boxtel aangetroffen. Deze dateren uit het Dryas-stadiaal, een van de koude fasen uit het Laat-Glaciaal van het Weichselien.

Onderin dit pakket, op de grens met de afzettingen van de Formatie van Koewacht, is een laminatie van organische en anorganische lagen waarneembaar. Dit betreft eveneens Scheldeafzettingen. De grens tussen de Formatie van Boxtel en de Formatie van Koewacht is daardoor vaak erg complex en moeilijk waarneembaar. In het eerder genoemde onderzoek in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen kon toch een onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende pakketten die de Formatie van Boxtel vormen. Ten eerste betreft het onderin fijne Scheldeafzettingen (Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel), die in het Vroeg Pleniglaciaal en Vroeg Glaciaal zijn ontstaan in het meanderende riviersysteem. Ten tweede betreft het hierboven Schelderestgeulafzettingen (Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel), die zich tussen 45.000 en 35.000 jaar geleden hebben afgezet in de restgeul van de Schelde. Ten derde betreft het dekzandafzettingen (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel) die tussen circa 16.000 en 10.000 jaar geleden onder eolische invloed zijn afgezet vanuit het droogliggende Noordzeebekken. Dit dekzand bestaat uit fijnzandige afzettingen met ingeschakelde leemlagen en een aantal gyttja- en venige gyttjalaagjes. 13 Vooral in de laat-pleistocene fase van deze formatie is een opbouw van verschillende vegetatieniveaus (paleosols) waarneembaar.

In Zeeland kunnen deze laat-pleistocene venige lagen in het dekzand veelal gerelateerd worden aan het Allerød-interstadiaal: de warmere periode tussen het Oude Dryas en het Jonge Dryas. Recent onderzoek van een venige paleosol bij Heikant, circa 20 km ten zuidoosten van het plangebied, wijst uit dat die veenlaag een ouderdom heeft die overeenkomt met het midden van het Allerød-interstadiaal, overeenkomend met 10 Voorliggende paragraaf is voor een groot deel gebaseerd op, en deels overgenomen uit, eerdere bureauonderzoeken die

Artefact heeft uitgevoerd naar onderzoeksgebieden in en nabij de kern van Terneuzen. 11 Vos en de Vries, 2018. 12 Vos et al., 2015. 13 Van Rummelen, 1977a: 12.

90/453

15

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

de vorming van de laag van Usselo van laat-paleolithische ouderdom. De uitkomsten van de dateringen van de veenlaag zijn 11.120 +/- 50 BP (GrA 49518) voor de top en 11.650 +/- 50 BP ( GrA 49506) voor de basis. De 14C-dateringen zijn gekalibreerd naar kalenderjaren voor heden (cal BP). De veenlaag heeft zich ontwikkeld tussen circa 13.000 en 13.500 jaar geleden. 14 Bij het onderzoek ter plaatse van het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen zijn de verschillende niveaus die de Formatie van Boxtel vormen, aangetroffen op een diepte tussen circa 10 en 17 m -NAP (Scheldeafzettingen), tussen circa 3 en 12 m -NAP (Schelderestgeul-afzettingen) en tussen circa 2 en 5 m -NAP (met een maximaal reliëf van circa 2 m; Laagpakket van Wierden). De dikte van het Laagpakket van Wierden was hierbij slechts 0,5 tot 1 m. 15 Het onderscheid tussen de Scheldeafzettingen en het Laagpakket van Wierden wordt in DINO-ondergrondmodellen niet gemaakt. Volgens die modellen komen binnen het onderhavige plangebied afzettingen van de Formatie van Boxtel voor tot een diepte van circa 6,75-7,25 m -mv/ 4,25 m -NAP. Het ondergrondmodel geeft geen informatie over eventuele paleosols (vegetatieniveaus) binnen de Formatie van Boxtel. In de omgeving van het plangebied betreft dit slechts een vrij dun pakket van circa 1 m dik.

Het pleistocene dekzandlandschap (Laagpakket van Wierden) vertoont ten zuiden van Terneuzen verschillende welvingen, waarvan de voornaamste de zogenaamde Grote Dekzandrug is. Deze is ontstaan tussen Maldegem en Stekene (Oost-Vlaanderen, België), waar de eolische zanden werden tegengehouden door hoger gelegen tertiaire klei. Zo kon zich een uitgestrekte, brede dekzandrug vormen. Deze duikt op ter hoogte van Gistel (West-Vlaanderen, België) en is met korte onderbrekingen van Maldegem tot Stekene (Oost-Vlaanderen, België) in de ondergrond aanwezig. Vanaf Stekene buigt de rug meer naar het noorden af, over Hulst en Saaftinge tot bij Rilland (dit deel wordt ook de Rillandrug genoemd). De zogenaamde Rillandrug verhinderde dat de toenmalige Scheldeloop een westelijke richting kon nemen. Na afloop van de laatste ijstijd (en het einde van het Pleistoceen) werd het klimaat warmer en begon het Holoceen. Door het afsmelten van de ijskap ten gevolge van de toegenomen temperatuur, begon de zeespiegel vanaf het LaatAtlanticum sterk te stijgen. De sterke stuwing van het grondwater veroorzaakte op vele plaatsen langs het westelijke kustgebied een sterke veengroei (Basisveen Laagpakket; Formatie van Nieuwkoop). Tijdens het holoceen maximum ontstonden vervolgens mariene afzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk).

Op dat ogenblik was de gemiddelde temperatuur het hoogst en bevond ook de zeespiegel zich op een maximum. Er ontstond in grote delen van Zeeland een getijdenlandschap, doorsneden door brede geulen. In deze geulen werden oudere holocene en pleistocene afzettingen opgeruimd. Andere delen raakten bedekt met dikke lagen marien sediment. 16 In grote delen van Zeeuws-Vlaanderen is de invloed van de Formatie van Naaldwijk echter beperkt gebleven. Enkel lager gelegen delen in het uiterste westen van Zeeuws-Vlaanderen en noordelijke delen van Oost-Zeeuws-Vlaanderen zijn overstroomd door de zee. In de omgeving van het huidige plangebied hebben zich geen mariene sedimenten afgezet gedurende deze periode.

14 Hoek, 2014: 16.

16

15 Vos et al. 2015. 16 Vos and van Heeringen, 1997: 53.

91/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

92/453

17

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 5 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: ligging plangebied. Bron: Vos en de Vries 2018.

93/453

18

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Na het holoceen maximum nam de invloed van de zee af en ontwikkelde zich opnieuw een veenlandschap, het zogenaamde Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop). In de hoger gelegen delen van Zeeuws-Vlaanderen, waar de mariene afzettingen van het Laagpakket van Wormer geen invloed hadden, ontwikkelde het nieuwe veenpakket zich rechtstreeks op de dagzomende pleistocene dekzandafzettingen of op het reeds aanwezige Basisveen. Hierbij kan vaak geen onderscheid gemaakt worden tussen het Basisveen en het Hollandveen; soms lukt dit echter wel. 17 Radiokoolstofdateringen dateren het begin van de veengroei in en rond het Terneuzen tussen circa 3627 en 2928 v. Chr. 18 Deze gegevens kunnen in dit geval vrij specifiek worden gehanteerd, omdat het veen in 1962, bij de bouw van de derde sluis te Terneuzen, is onderzocht door Munaut. Ter plaatse van de ontgraving vond hij een oerbos van boomstronken en -stammen. Hij stelde hierbij onder meer vast dat op het dekzand een eikenbos aanwezig was, dat door de vernatting en de veengroei is verstikt. Dit wordt op basis van recent onderzoek ontkracht. De bomen zouden in en op het veen gegroeid hebben en niet rechtstreeks op het dekzand. 19 Ook het veen dat is aangetroffen bij de onderzoeken in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen 20 en ter plaatse van de kanaaltunnel te Sluiskil 21 is gedateerd en stamt eveneens uit het Midden-Neolithicum.

Het veen in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen heeft een datering tussen 3640 en 3381 v. Chr. 22 De datering van het veen uit het onderzoek ter plaatse van de Sluiskiltunnel is vroeger: hier is de aanvang van de veengroei gedateerd in 4500 v. Chr. 23 Omstreeks 200 v. Chr. stopte de veengroei. 24 Door een goede ontwatering ging het veen inklinken en ontstond erosie van het veenoppervlak. Dit proces werd bevorderd door de aanwezigheid van de zeearm de Honte, die zich vanaf de strandwal voor Knokke en Cadzand insneed richting het oosten. Deze getijdengeul ontwikkelde zich geleidelijk tot een zeegat dat de Schelde met de zee zou verbinden en uiteindelijk de Westerschelde zou vormen. Dateringen van de top van het veen doen vermoeden dat deze zeearm in de late ijzertijd al tot bij Terneuzen moet zijn doorgedrongen. 25 Daarnaast werden vooral in de Romeinse tijd ontwateringskanaaltjes aangelegd om de bewoningscondities te verbeteren. Gedurende een periode van enkele eeuwen was het veenlandschap hierdoor geschikt voor bewoning. Op basis van de DINO-ondergrondmodellen is het veen in de omgeving van het plangebied te verwachten vanaf een diepte van circa 5,75-6,25 m -mv/ 3,25 m -NAP. De invloed van de zee nam in de 3de eeuw opnieuw toe, waardoor een getijdenlandschap ontstond.

26 Dit proces werd in het laatste kwart van de 3de eeuw versneld door de teloorgang van de beperkte waterbouwkundige infrastructuur die was aangelegd in de Romeinse tijd. 27 Deze toegenomen mariene invloed, die vroeger omschreven werd als Duinkerke II-transgressies, wordt nu veeleer gezien als een rustig sedimentatie- en verlandingsproces, gespreid over verschillende eeuwen. 28 Deze vroegere Duinkerke II-afzettingen worden nu benoemd als Sluiskilafzettingen, behorende tot het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). 29 De Sluiskilafzettingen bestaan ter plaatse van het nabijgelegen projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen enerzijds uit kwelderafzettingen van zware klei, die aan de basis vaak humeus zijn, en anderzijds uit sterk gelaagde geulafzettingen bestaande uit kleien met fijne zandlaagjes. Over het algemeen zijn de geulafzettingen schelploos, in de top bevinden

17 Zie Delporte en D’hondt, 2018: 56-57.

19

18 Munaut, 1967; Deforce, 2011. 19 Zie Brijker et al., 2013: 110. 20 Bats et al., 2014; Vos et al., 2015. 21 Brijker et al., 2013: 51-53. 22 Vos et al., 2015. 23 Brijker et al., 2013: 86.

24 In het kader van het geoarcheologisch vooronderzoek in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen kon een geoxideerde top van de veenlaag gedateerd worden in de late bronstijd. Dit betreft echter niet de laatste fase van veengroei; de bovenzijde van het veen was hier namelijk gedeeltelijk geoxideerd en deels geërodeerd. Vos et al., 2015. 25 De Kraker ed., 2002: 16. 26 Sier, 2003: 14; De Clercq en van Dierendonck, 2008; De Clercq, 2009. 27 Lases en de Kraker, 2009: 30. 28 Baeteman, 2007. 29 Vos et al., 2008.

94/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

zich wel schelpen in leefstand. De ondergrens is veelal scherp (zowel voor de kwelder- als de geulafzettingen). Op basis van dateringen van kweldervegetatie uit de Sluiskilafzettingen kon de overstroming van het veen in het kader van het geoarcheologisch vooronderzoek in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen gedateerd worden in de periode na 200 n. Chr. en het meest waarschijnlijk in de periode tussen 200 en 225. Deze afzettingen komen daar voor vanaf een diepte van 1 tot 3 m -NAP. De plaatselijk aanwezige geulafzettingen hebben vaak de onderliggende horizonten (veen en pleistoceen zand) geërodeerd tot een diepte van ruim 10 m -NAP. 30 De Sluiskilafzettingen zijn ontstaan in een systeem van kwelders en geulen en zorgden ervoor dat het plangebied en omgeving niet langer geschikt was voor bewoning. Net zoals in de eerdere nattere fasen hoeft dit echter niet te betekenen dat de mens gedurende deze periode volledig wegbleef uit dit gebied. Uit onderzoeken die zijn uitgevoerd in de omgeving van Terneuizen is gebleken dat deze Sluiskilafzettingen in de vroege middeleeuwen gingen verlanden en dat er bodemvorming plaatsvond. Hierdoor mag aangenomen worden dat omstreeks 1000 n. Chr. deze afzettingen zijn gestopt.

31 De toen afgesloten actieve mariene periode resulteerde onder andere in enkele grotere noord-zuid georiënteerde inbraakgeulen in dit deel van ZeeuwsVlaanderen, zoals de Blide (van Terneuzen naar Axel) 32, welke in het oostelijke deel van Terneuzen was gelegen en ook in het uiterste oosten van het huidig plangebied mag verwacht worden. Het schorrengebied rond de kreken slibde langzaam op, waardoor de kwelders niet meer regelmatig overstroomden. Tussen het einde van de 10de en het einde van de 11de eeuw werden de getijdengeulen in de kustvlakte ingedijkt, wat uiteindelijk leidde tot de verhoging van het stormvloedniveau in het buitendijkse gebied. 33 Bedijking zorgde er echter voor dat de Westerschelde zich kon ontwikkelen tot een brede getijdenstroom, wat er op zijn beurt voor zorgde dat het binnendijkse gebied gevoelig werd voor stormvloeden. De bekendste (maar lang niet de enige) zijn die van 1134, 1214, 1375, de Sint-Elisabethsvloeden van 1404 en 1421 en de grootschalige overstroming van 1530. 34 Deze stormvloeden, maar ook militaire inundaties die op grote schaal gedurende de Tachtigjarige Oorlog werden doorgevoerd, hadden als gevolg dat dit gebied weer sterk onder mariene invloed kwam te staan. 35 Smalle en brede inbraakgeulen sneden zich hierdoor in dit landschap in; ook de lager gelegen delen werden overspoeld door het water (figuur 6).

Tot ver landinwaarts werd hierdoor een dik pakket sediment afgezet, waardoor grote delen van het oude landschap bedekt raakten. Deze jongere afzettingen, ontstaan gedurende de laatste 1000 jaar, bestaan uit mariene zanden en kleien en worden benoemd als Westerscheldeafzettingen. De kwelderafzettingen die deel uitmaken van de Westerscheldeafzettingen, zijn binnen het plangebied Nieuwe Sluis Terneuzen aangetroffen op een diepte tussen circa 0 en 1 m –NAP, de in het noordwesten van het toenmalig plangebied gelegen grote getijdengeul heeft zich ingesneden tot een diepte van 20-30 m –NAP en heeft bijgevolg tot die diepte oudere afzettingen geërodeerd. 36

30 Vos et al., 2015

20

31 Vos et al., 2015. 32 Brand, 1993 : 43. 33 Tys, 2010: 91.

34

De Kraker, 1997: 21; de Kraker red., 2002: 16.

35 Van Strydonck en de Mulder, 2000: 109. 36 Vos et al., 2015.

95/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 6 Kaart van Oost-Zeeuws-Vlaanderen met de verschillende inbraakgeulen ten gevolge van stormvloeden en militaire inundaties in de 16de eeuw. De rode ster markeert de ligging van het plangebied. Bron: de Kraker 1997: 213, naar van Rummelen 1977a.

2.2.2

Aardkundige waarden

Geologie Op de Geologische Overzichtskaart van Nederland 37 (niet afgebeeld) ligt het plangebied binnen een zone met code Na8, hetgeen betekent dat hier het Laagpakket van Walcheren aanwezig is op de Formatie van Nieuwkoop (zeeklei op veen). Op de fijnmaziger Geologische Kaart van Nederland 38 (figuur 7) is te zien dat het plangebied vrijwel volledig deel uitmaakt van een zone met code F0.3b met witte ruitjes. Dit wil zeggen dat hier sprake is van afzettingen van Duinkerke IIIb op oudere afzettingen van Duinkerke (beide vallen volgens de nieuwe nomenclatuur onder het Laagpakket van Walcheren) op Hollandveen op Pleistoceen. Volgens de bijkaarten van de Geologische Kaart heeft het Hollandveen ter hoogte van het plangebied een dikte van 1 tot 1,5 m. Het pleistocene dekzand kan volgens de bijkaarten worden verwacht op een diepte van 2 tot 3 m -NAP.

37 TNO 2010, naar De Mulder et al. 2003.

21

38 Van Rummelen 1977a.

96/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Het uiterste oosten van het plangebied is gelegen in een zone met code DO.3a. Hier bevinden zich afzettingen van Duinkerke IIIa die tot enige diepte zijn afgezet en hierdoor mogelijk het veen en ook de bovenzijde van de pleistocene afzettingen hebben geërodeerd.

Figuur 7 Projectie van het plangebied (in rood) op uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: van Rummelen 1977a.

Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO)

Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) zijn bruikbaar om de diepteligging van de verschillende geologische niveaus te achterhalen. Gegevens uit dit model zijn reeds in het voorstaande hoofdstuk gebruikt om de verwachte diepteligging van de verschillende geologische niveaus binnen het plangebied te bepalen. Raadpleging van de ondergrondgegevens in het DINOloket 39 leert dat binnen het plangebied één boringen bekend is (B54E0201). Hier bestaat het profiel volgens deze boring tot een diepte van 4,5 m -mv/ 3,5 m -NAP uit zandige en sterk siltige klei van het Laagpakket van Walcheren. Hieronder ligt een 1 m dik pakket Hollandveen (tot 5,5 m -mv/ 4,5 m NAP). Het veen rust volgens deze boordata rechtstreeks op de Koewacht Formatie. Dit terwijl alle andere modellen en boringen in de omgeving de aanwezigheid van een pakket zand van de Formatie van Boxtel aangegeven. Mogelijk is bij de in het plangebied aangegeven boring eveneens zand van de Formatie van Boxtel aangetroffen maar is dit niet onderscheiden van de onderliggende Koewachtafzettingen. Aanvullend dien te worden opgemerkt dat de bovenzijde van de boring hier aangegeven is als liggend op 1 m +NAP, dat is dus 1,5 m tot 2 m dieper dan het maaiveld zoals dit op basis van het AHN is vastgesteld (zie verder).

39 www.dinoloket.nl, geraadpleegd op 21 juli 2023.

22

97/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Bodem Op de Bodemkaart van Nederland 40 (niet afgebeeld) ligt het plangebied in niet gekarteerd gebied. Bij het bepalen van het grondwaterregime van de bodem wordt gewerkt met grondwatertrappen. Deze trappen geven een klassenindeling weer van ten eerste de verschillende grondwaterstanden naar diepte en ten tweede de seizoensvariatie in de grondwaterstanden. In de gebieden waar geen bodemkartering heeft plaatsgevonden (zoals dit het geval is voor het plangebied) is ook de grondwatertafel niet bepaald.

Geomorfologie Projectie op de Geomorfologische Kaart van Nederland (niet afgebeeld) 41 laat zien dat het plangebied ook op deze kaart in niet gekarteerd gebied ligt. In de omgeving van Terneuzen komen hoofdzakelijk vlaktes van getijafzettingen (code 2M35) en welvingen in getijafzettingen (code 3L20) voor. Dergelijke afzettingen vormen mogelijk ook de ondergrond binnen de stadskern.

Actueel Hoogtebestand Nederland Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laser-altimetrie (LiDAR) verkregen digitale bestand toont een goed beeld van het huidige reliëf in het plangebied en de omgeving (figuur 8).

Figuur 8 Projectie van het plangebied (in zwart) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM).

40 Stichting voor Bodemkartering, 1980.

23

41 Brus en de Lange, 1987.

98/453

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

De bewerkte uitsnede van het AHN van het plangebied en omgeving in figuur 8 toont het grillige karakter van het voormalige getijdengebied in dit deel van Zeeuws-Vlaanderen. Zo zijn in de omgeving meerdere smalle en brede diep reikende geulbedding aanwezig die op het AHN als depressie herkenbaar zijn (donkerblauw). Verschilleden van deze kreken zijn heden nog deels watervoerend, zoals bijvoorbeeld de Otheense kreek ten oosten van Terneuzen en de verschilden afgedamde kreken in de Lovenpolder (ten zuidwesten van Terneuzen). In dit gebied varieert het maaiveld globaal tussen een hoogte van 0 en 1,5 m +NAP. Terneuzen zelf bevindt zich in een relatief hoog gelegen zone (roodtinten), hier bevindt zich de bedding van een ouder geulsysteem (zone met Do.3a op de geologische kaart, zie hoger) met een maaiveldhoogte van circa 1,5 tot 2 m +NAP. Doordat het plangebied in bebouwd gebied is gelegen is het AHN niet geschikt om eventueel kleinschalige oude structuren te herkennen. De zeedijken en dijken langs de kanaalmonding vormen brede hoog gelegen gebieden. Binnen de kern van het oude Terneuzen valt ook een opdeling op in het hoger gelegen noordoosten (roodtinten, 2 tot 4 m +NAP) een het lager gelegen zuidwesten (blauwtinten, circa 1 m +NAP). Dit onderscheid geeft de omvang aan van de voormalige vestingwerken (zie verder).

Het plangebied is gelegen binnen de contour van deze vestingwerken en heeft een maaiveldhoogte tussen 2,5 en 3 m +NAP.

Figuur 9 Projectie van het plangebied (in zwart) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM).

99/453

24

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

2.3

Historie

2.3.1

Historisch-geografische ontwikkeling 42

Het beschrijven van de historische situatie dient meerdere doelen. Er wordt archeologisch inhoudelijk gekeken of eventueel sprake is van historische bebouwing, mogelijke (vaar)wegen en/of subrecent gebruik, waarbij vastgesteld moet worden of sprake is van verstoringen (bijvoorbeeld ontgrondingen, stortingen en verhardingen). Bij het tot stand komen van voorliggend onderzoeksrapport werd gebruikt gemaakt van meerdere historische of oude kaarten. Enkel de kaarten waarop nieuwe, afwijkende of kenmerkende informatie met betrekking tot het plangebied wordt weergegeven, zijn afgebeeld in dit rapport. Hierbij dient opgemerkt dat de projecties die gemaakt op oude kaarten vrij betrouwbaar zijn voor alle kaarten daterend vanaf het midden van de 18de eeuw, toen, dikwijls voor militaire doeleinden, topografische kaarten ontwikkeld werden met vrij grote schaalnauwkeurigheid. De projecties op de kaarten daterend voor deze periode moeten dan ook als indicatief worden beschouwd. Vanaf de 10de eeuw vermelden historische bronnen plaatsen als Axel, Boterzande en Ostholt. Deze vermeldingen duiden op een toenemend economisch belang van de streek. Schapenwol is namelijk de basis voor de lakenhandel in de ten zuiden van Zeeuws-Vlaanderen gelegen steden als Brugge en Gent. Het plangebied ligt centraal in het noorden van Zeeuws-Vlaanderen.

Bestuurlijk valt dit gebied vanaf de late middeleeuwen onder de Vier Ambachten. Dit betreft een samenvoeging van het Axeler, Hulster, Boekhouter en Asseneder Ambacht onder een gemeenschappelijke keure. 43 In deze bestuurlijke eenheid wordt naast waterbeheer en dijkwerken ook rechtspraak uitgeoefend. 44 De kaart van Gwijdde van Dampierre (historische kopie door Van Thuyne uit 1617) geeft de situatie van Noord-Vlaanderen omstreeks 1274 weer (figuur 10). Op basis van deze kaart kan worden afgeleid dat het plangebied binnen de grenzen van het Asseneder Ambacht valt. Het is onmogelijk om de exacte locatie van het plangebied op deze oude kaart aan te geven, omdat er te weinig correcte referentiepunten zijn tussen deze kaart en de huidige topografie. Een van de oudste gekende benamingen uit dit gebied betreft Vremdijcke. Deze wordt voor het eerst vermeld in 1114 als Fronendike en is daarmee de oudste dijknaam in de Vier Ambachten. 45 Andere dijknamen duiken in de geschreven bronnen pas op na de grote stormvloed van 1134. De systematische inpoldering van dit gebied duidt op een duidelijke toename in economisch belang vanaf de 12de eeuw. Deze toename hangt samen met de sterke bevolkingsgroei en de opkomst van de stad Gent als belangrijkste en grootste Vlaamse stad. De bevolkingstoename weerspiegelt zich in het toenemende aantal stichtingen van nederzettingen, kerken en kapellen.

46 Zo ontstaan Steenlandt en Willemskercke op het einde van de 12de eeuw als moerparochies. In de 13de eeuw ontstaan vervolgens Nieuwerkercke en Hertinghe. 47 In 1234 wordr tevens Peerboom als parochie genoemd. 48 Deze nieuwe stichtingen staan ook op de Dampierre-kaart afgebeeld. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied worden naast de hierboven reeds vermelde dorpen Vremdijcke (Vroondijke), Stee(n)land en Willemskercke ook andere moerdorpen gesitueerd zoals Oud (of Aut) Axel. Deze middeleeuwse dorpen liggen in de huidige situatie allemaal ten westen van het huidige Kanaal van Gent naar Terneuzen. Direct ten oosten van het huidige kanaal liggen in deze periode de nederzettingen Triniteit en Hugersluis. 49 Het pas in de 14de eeuw ontstane Terneuzen wordt op deze kaart ook weergegeven (Nieuw Ter Neusen). Het is echter met een afzonderlijke lijn omringd die in het noorden verder doorloopt dan de grens van het land zoals op de kaart

42 Voorliggende paragraaf is voor een groot deel gebaseerd op, en deels overgenomen uit, eerdere onderzoeken

25

die Artefact heeft uitgevoerd naar plangebieden in de omgeving, toegespitst op het onderhavige plangebied en aangepast en aangevuld met specifieke en aanvullende gegevens. 43 Gottschalk, 1984. 44 De Kraker 2004: 51-52. 45 Verhulst, 1995; De Visser en Emaus, 2014. 46 Gottschalk, 1984. 47 De Visser en Emaus, 2014. 48 De Kraker, 2004. 49 De Visseren Emaus, 2014.

100/453

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14114646/1