CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03-27 - bijlage 3. Bp Glastuinbouw, 2e ontsluiting, regels + bijlagen

gemeenteraad 11 april 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan glastuinbouwgebied Kanaalzone, 2e ontsluitingsweg Axelse vlakte10.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4. Beheer In deze paragraaf wordt beschreven hoe het beheer plaatsvindt. In eerste instantie is het beheer erop gericht op het spoedig herstellen van beheertype N12. 02. Het doel van het beheer is om de heringerichte gebieden qua natuurwaarde goed te laten aansluiten op het naast gelegen natuurgebied de Groene Knoop. De functie van het beheertype N12. 02 Kruiden- en faunarijk grasland is vooral natuur, waarbij de verkeersveiligheid niet negatief mag worden beïnvloed. Beheermomenten worden zodanig gepland dat flora en fauna zo min mogelijk te verstoord wordt. Ook door de werkzaamheden te laten plaatsvinden volgens het ecologisch werkprotocol van de Flora en Faunawet. Met het beheer hoeft geen rekening te worden gehouden met de ‘’Distelverordening’’ van de provincie Zeeland, omdat er geen akkerbouwgebieden liggen binnen een straal van 30 meter. Hieronder wordt een overzicht weergegeven met daarin de beheermomenten per beheertype. Vervolgens wordt per beheertype beschreven hoe het beheer plaatsvindt. De verantwoordelijkheid voor het beheer van het natuurgebied en de bermen ligt bij North Sea Port. Het beheer van de weg is niet in deze notitie opgenomen.

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

5/13

06-11-2023

Schema beheermomenten per beheertype Kruidenrijk grasland In het ontwerp wordt ervan uitgegaan dat zaad kiemt uit de gebiedseigen grond en door natuurlijke ontwikkeling. De eerste twee jaar na aanleg levert de bodem nog stikstof na, waardoor in deze periode het beheer erop gericht is de bodem te verschralen. Vervolgens richt het onderhoud zich op het behouden van deze schrale omstandigheden en waar nodig deze verder te versterken. Wegbermen De wegbermen dienen twee keer per jaar gemaaid te worden en afgevoerd. De eerste maaironde vindt plaats eind juni. De tweede maaironde in de maand oktober. Het maaisel dient afgevoerd te worden. Omdat de wegbergen vanaf de weg beheerd worden maakt de zwaarte van het materieel niet uit.

Gebied binnen het wildraster Het kruidenrijk grasland binnen het wildraster wordt beweid door schapen. Door begrazing ontstaan afwisselend begraasde delen die goed aansluiten bij het natuurdoeltype N12. 02 kruiden- en faunarijk grasland. De begrazingsdichtheid van 0, 1 tot 0, 5 schapen per hectare volstaat voor het behalen van de natuurdoelen. Te hoge begrazingsdruk leidt tot korte vegetatie met weinig structuurverschillen. Dit moet worden vermeden. Er dient geen bemesting te worden aangebracht op het kruidenrijk grasland. Opslag door bomen dient bestreden te worden door opslag jaarlijks te verwijderen.

Watergangen Direct langs de weg liggen watergangen ten behoeve van de afwatering van de weg. Naast deze functie hebben de watergangen ook een ecologische functie. De natuurvriendelijke oevers tot 2, 5 meter van de waterkant worden beheerd als kruidenrijkgrasland. De watergangen dienen jaarlijks te worden gemaaid om doorstroming en waterberging te garanderen. Het maaisel van de oeverplanten uit de watergang moet worden verwijderd en afgevoerd. Eens per 7 tot 15 jaar dienen de watergangen te worden gebaggerd. Het vrijgekomen materiaal, zoals baggerspecie en plantresten, moeten worden afgevoerd.

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

6/13

Werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens het ecologisch werkprotocol. Controleer de watergangen op de aanwezigheid van broedvogels voor de start van de werkzaamheden. Onderhoud aan de watergangen vindt plaats in de periode tussen 15 augustus – 15 oktober.

06-11-2023

Bosplantsoen Langs de nieuwe weg wordt op vier plaatsen bosplantsoen aangebracht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beheer tijdens de eerste 5 jaar en het beheer daarna. Beheer de eerste 5 jaar Door het kleinere aanplantformaat, als bosplantsoen, is het beheer in de eerste 5 jaar relatief intensief. In de eerste jaren dient de omgeving van de jonge aanplant onkruid vrijgehouden te worden, zodat de struiken niet worden overwoekerd. Het uitmaaien van de onkruiden volstaat. Dit dient twee keer per jaar te worden uitgevoerd in eind juni en oktober. Er wordt een natuurlijke groei van de struiken nagestreefd. Dit maakt het snoeien van de struiken onnodig. Wel dient jaarlijks natuurlijk opslag van bomen uit de omgeving te worden verwijderd.

Om te voorkomen het bosplantsoen wordt aangevreten door schapen dienen de rasters rond de beplanting jaarlijks te worden gecontroleerd en indien nodig te worden gerepareerd. Bij aanplant dient de bodem onder het bosplantsoen te worden verbeterd door het toevoegen van compost. Dit maakt de jonge aanplant minder gevoelig voor droogte. Bij langdurig droge perioden moet water worden gegeven aan de struiken. Jaarlijks wordt het bosplantsoen gecontroleerd op uitval. Bij meer dan 50% uitval dient inboet plaats te vinden. Beheer na 5 jaar Na 5 jaar is het bosplantsoen voldoende ontwikkeld waardoor het verwijderen van ruigtekruiden niet meer nodig is. Wel dient jaarlijks natuurlijk opslag van bomen te worden verwijderd en afgevoerd. Snoeien is niet nodig.

Om te voorkomen het bosplantsoen wordt aangevreten door schapen dienen de rasters rond de beplanting jaarlijks te worden gecontroleerd en waar nodig gerepareerd.

Paddenpoel In het plan voegen we een paddenpoel toe die door de aanleg van de weg verloren gaat. Door de omliggende bosschages en ondiepte van de poel wordt verwacht dat deze snel dichtgroeit met moerasplanten. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om de paddenpoel eens per 5 jaar te baggeren en daarmee begroeiing te verwijderen. Voorkom dat de paddenpoel gelijk wordt gebaggerd met naastgelegen poelen, zodat er vluchtmogelijkheden overblijven voor fauna. Bagger de paddenpoel in de periode tussen 15 augustus – 15 oktober. Dit is laat genoeg zodat eventuele watervogels zijn uitgebroed, maar vroeg genoeg dat amfibieën nog niet verschuilen in de bodem. De baggerspecie moet worden afgevoerd. Verder dient de paddenpoel zo veel mogelijk met rust te worden gelaten.

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

7/13

De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens het ecologisch werkprotocol.

06-11-2023

Wildraster en faunapassage Langs de weg wordt een wildraster aangebracht om te voorkomen dat wild, zoals de vos, hermelijn en wezel, worden aangereden. Jaarlijks dient het wildraster te worden gecontroleerd op defecten. Indien nodig worden deze gerepareerd met vergelijkbaar materiaal. Jaarlijks dient de faunapassage te worden gecontroleerd of de openingen vrij zijn en de tunnel begaanbaar. Indien nodig dienen obstakels, zoals begroeiing of takken te worden verwijderd.

4. Afsluiting Met de landschappelijke inpassing van de tweede ontsluitingsweg van de Axelse Vlakte wordt recht gedaan aan de lokale flora en fauna en landschappelijke waarden. Het tijdelijke verlies van 70 m 2 NNN-gebied wordt ruimschoots gecompenseerd met kwalitatief goede N12. 02 kruiden- en faunarijk grasland. Hiermee waarborgt het ontwerp de wezenlijke kenmerken van het gebied. De inpassing voorkomt de ecologische barrièrewerking van de weg door het toevoegen van faunarasters en een faunapassage. Het ontwerp past binnen de totale inpassing van de tweede ontsluitingsweg. De toegepaste soorten komen overeen met de andere inpassing, waardoor een eenduidige uitstraling ontstaat over de totale lengte van de weg.

Bijlage 1: Plantlijst Bijlage 2: Voorbeeld faunaraster en -passage Bijlage 3: Technische tekening Bijlage 4: Overzichtskaart NNN-begrenzing

(bijlagen zijn ook als losse PDF’s bijgevoegd)

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

8/13

06-11-2023

BIJLAGE 1: PLANTLIJST AXELSE VLAKTE

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

9/13

06-11-2023

BIJLAGE 2: VOORBEELD FAUNARASTER EN -PASSAGE Voor meer informatie zie: Leidraad faunavoorzieningen bij infrastructuur 2021, Rijkswaterstaat 2021

Faunapassage Kleine faunatunnels zijn buizen of rechthoekige, droge duikers die zijn bedoeld voor kleine tot middelgrote landgebonden diersoorten, maar Incidenteel gebruik door amfibieën en reptielen is ook bekend. Een kleine faunatunnel wordt ook vaak kleinwildtunnel, dassentunnel, bevertunnel of faunabuis genoemd, afhankelijk van eventuele specifieke doelsoorten. Kleine faunatunnels kunnen tijdens de aanleg of verbreding van een weg worden aangelegd, maar ook onder bestaande wegen worden geperst. Voor de optimale verhouding van afmetingen voor regelmatig tot frequent gebruik (‘ideaalsituatie’ = aanbevolen) geldt de openheidformule H x B / L = 1, waarbij hoogte (H) de afstand vanaf de bodem tot de bovenkant van de tunnel is; B = breedte van de tunnel, L = lengte van de tunnel. Kleine faunatunnels bestaan meestal uit beton, staal of kunststof (glad of gegolfd) Ronde buizen zijn meestal goedkoper dan rechthoekige duikers en kunnen vaak gemakkelijk onder een bestaande weg worden geperst. Doorpersing is mogelijk tot een diameter van circa 3 meter. Belangrijk is dat er maatregelen worden getroffen zodat schapen uit de schapenweide niet door de tunnel ontsnappen. .

Voorbeeld faunapassage (bron: leidraad faunavoorzieningen bij infrastructuur 2021, Rijkswaterstaat)

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

10/13

Faunaraster

06-11-2023

Faunarasters worden gebruikt om te voorkomen dat dieren de nieuwe ontsluitingsweg gaan en slachtoffer worden van het verkeer. Ook dienen de faunarasters als geleidende structuur naar de faunapassage die de dieren kunnen gebruiken om de weg alsnog te passeren. In het geval van deze uitwerking gaan we uit van een faunaraster voor vossen, hermelijnen, bunzingen, maar ook de rugstreeppad.

Beschrijving wildraster In het geval van de tweede ontsluitingsweg wordt voorgesteld om een gecombineerd faunaraster aan te brengen. Deze geleiden zowel middelkleine zoogdieren als amfibieën.

Das, bever, kleine marterachtigen, egel 1, 0 meter raster 25, 4 mm verticaal en 50, 8 mm horizontaal 0, 2 m ingraven en 0, 3 m haaks omzetten naar de wildzijde.

Amfibieën, reptielen en kleine niet-klimmende zoogdieren 0, 4 tot 0, 6 meter scherm Dicht en glad 0, 1 m ingraven.

Voorbeeld faunaraster (bron: Arfman Hekwerk B. V. )

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

11/13

BIJLAGE 3: TECHNISCHE TEKENING

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

06-11-2023

12/13

BIJLAGE 4: OVERZICHTSKAART NNN-BEGRENZING

06-11-2023

Overzichtskaart nieuwe NNN-begrenzing. Afname (oranje gebied) = 70 m 2 Toename (groen) = 2492 m 2

Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13899830/1