2024-03-27 - bijlage 3. Bp Glastuinbouw, 2e ontsluiting, regels + bijlagen
Tekst van het document
bestemmingsplan
Glastuinbouwgebied Kanaalzone, Tweede ontsluitingsweg Axelse Vlakte Terneuzen
RHO ADVISEURS DATUM
19-12-2023
IMRO
NL.IMRO.0715.BPGTBO/7-VGO1
IDN
PROJECT
Axelse Vlakte,
tracéwijziging
PROJECTLEIDER
ing (geanonimiseerd)
OPDRACHTGEVER
North Sea Porth
PROJECTNUMMER
20210922
AUTEUR
(geanonimiseerd) nn
STATUS
vastgesteld
DISCLAIMER © Rho Adviseurs BV. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V,
behoudens voor
voor
m.ddel
van
dr
uk, fotokopie, microfilm
heeft gekregen.
of op welke andere wijze dan ook zonder Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden
gebruikt
enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
AVG Daarbij wordt niet gewerkt met hancitekeningen en/of parafen. In het kader producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adv,seurs BV. van de AVG zanon.miseed. In het belang van de: advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten van Rho Adviseurs BV, namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde net rapport de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd. uteur{s) van Onze
g
oi
Inhoudsopgave
Regels
Hoofdstuk 1
4 Inleidende regels
5
Artikel 1
Begrippen
5
Artikel 2
Wijze van meten
10
Bestemmingsregels
11
Artikel 3
Agrarisch - Glastuinbouw
11
Artikel 4
Natuur
14
Artikel 5
Verkeer
16
Artikel 6
Leiding - ondergrondse hoogspanning
18
Artikel 7
Leiding - waterstof
20
Artikel 8
Waarde - Archeologie 2
22
Hoofdstuk 3
Algemene regels
25
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
25
Artikel 10
Algemene bouwregels
26
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
27
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
28
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
29
Artikel 14
Algemene wijzigingsregels
30
Artikel 15
Overige regels
31
Overgangs- en slotregels
32
Artikel 16
Overgangsrecht
32
Artikel 17
Slotregel
33
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
3/33
Regels
4/33
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1. 1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Axelse vlakte Tracewijziging met identificatienummer NL. IMRO. 0715. BPGTB07-VG01 van de gemeente Terneuzen. 1. 2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen 1. 3
aan-huis-gebonden beroep
dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. een
1. 4
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1. 5
aanduidingsgrens
grens van een
aanduiding indien het een vlak betreft.
1. 6
afwijking bij omgevingsvergunning een afwijking als bedoeld in artikel 2. 1, lid 1, sub c juncto artikel 2. 12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan. 1. 7
archeologisch deskundige
de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het College van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van archeologie. 1. 8
archeologisch rapport een rapport van een archeologisch onderzoeksbureau of een goed onderbouwd advies van een deskundige op het gebied van archeologie. 1. 9
archeologische waarde
vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context. Zowel grote complexen / structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid. 1. 10
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
5/33
1. 11
bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1. 12
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1. 13
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1. 14
bevoegd gezag
het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Wabo. [ Wet algemene bepalingen omgevingsrecht] 1. 15
bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1. 16
bodemingreep
werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten, waaronder het bouwen van een fundering wordt begrepen. 1. 17
bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1. 18
bouwgrens
De grens van een bouwvlak 1. 19
bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1. 20
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1. 21
bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1. 22
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
6/33
1. 23
consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1. 24
cultureel erfgoed
uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de
of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden. mens
1. 25
cultuurhistorische waarde Cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1. 26
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor gebruik ter plaatse. 1. 27
hoofdverblijf blijkend uit inschrijving in de gemeentelijke Basisadministratie Personen (BRP) . 1. 28
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1. 29
hoofdgebouw Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1. 30
hoofdverblijf
de verblijfplaats die het centrum is van het sociale en maatschappelijke leven van één persoon of een huishouden. Hiervan is in ieder geval sprake als op grond van de Wet basisregistratie personen er een verplichting is tot inschrijving op de verblijfplaats. 1. 31
huishouden de bewoning door een persoon of meerdere personen in de vorm van een vast samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur of een bijzondere woonvorm, van een woning. Dit samenlevingsverband dient in continuïteit en onderlinge verbondenheid te zijn. 1. 32
kleinschalige bedrijfsmatige activiteit
het op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op geldt en die door de beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend
7/33
1. 33
KNA
Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (zie www. skib. nl) . 1. 34
langzaam verkeer
langzaam rijdend verkeer, zoals fietsers, voetgangers, skaters, etc. 1. 35
maaiveld de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het " aangrenzende maaiveld " wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1. 36
monumentencommissie
door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake monumenten en cultuurhistorische panden. een
1. 37
NEN
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1. 38
normaal agrarisch gebruik
werkzaamheden in de normale bouwvoor t. b. v. de gewasteelten. 1. 39
nutsvoorzieningen de voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1. 40
omgevingsvergunning
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2. 1 van de Wabo. 1. 41
opgraving de ontsluiting van een vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra (a) g (en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. 1. 42
Ophoging
het blijvend verhogen van het bestaande maaiveld door het aanbrengen van grond of andersoortige materialen. Tijdelijke ophoging tot een maximum van 6 maanden in relatie tot de agrarische bedrijfsvoering wordt niet gezien als een ophoging. 1. 43
overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
8/33
1. 44 a.
b.
1. 45
peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1. 46
verstoring
aantasting van een gebied met archeologische waarden. Dit verschijnsel kan zich voordoen: door erosie,
afgraving of egalisatie, door (diepe) bewerking van de bovengrond, door zetting als gevolg van ophoging, door verdroging en verzuring. 1. 47
volwaardig glastuinbouwbedrijf
glastuinbouw bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan ten minste één volledige arbeidskracht die een hoofdberoep, hoofdbestaan en volledige dagtaak in het bedrijf vindt (afhankelijk van omvang teelt, aard van de gewassen, de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf) , waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is. een
1. 48
vrijstellingdiepte de in de bijlage op de voorschriftenkaart, de voor dat gebied, aangegeven vrijstellingsdiepte. 1. 49
vrijstellingsoppervlakte
de in de Regels, voor dat gebied, aangegeven vrijstellingsoppervlakte. wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c. q. verordeningen e. d. , dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1. 50
1. 51
wonen
het gebruik van een woning conform de begripsomschrijving van 'woning'. 1. 52
woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden als hoofdverblijf.
9/33
Artikel 2
Wijze
van
meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2. 1
afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2. 2
2. 3
breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c. q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2. 4
2. 5
de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2. 6
2. 7
vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
10/33
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Agrarisch
De voor 'Agrarisch
b.
-
Glastuinbouw
Bestemmingsomschrijving
3. 1 a.
Bestemmingsregels
Glastuinbouw ondersteunend' aangewezen gronden zijn bestemd voor: glastuinbouw ondersteunende voorzieningen, zoals gasreduceerstations, warmtekrachtkoppelingsinstallaties tot 75 MW en waterbassins met dien verstande dat binnen 4 m tot de voorste en zijdelingse perceelsgrens, voorzover dit grenst aan een openbare weg, gronden niet mogen worden gebruikt voor waterbassins; ontsluitingswegen, watergangen en waterpartijen, bermen en groenvoorzieningen -
3. 2
Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming, uitsluitend worden gebouwd: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2, 5 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen. 3. 2. 1
3. 3 3. 3. 1
Afwijken van de bouwregels
Overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3. 2 en voor het bouwen van overkappingsconstructies als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende: a. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3, 5 meter; b. de gezamenlijke oppervlakte van regenkappen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 3 ha; c. de gezamenlijke oppervlakte van hagelnetten buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 5 ha, tenzij sprake is van fruitgaarden die voor meer dan 80% aangrenzend aan de fruitgaard zijn omgeven door windsingels; fruitgaarden die voor meer dan 80 % aangrenzend aan de fruitgaard zijn omgeven door windsingels mogen geheel voorzien worden van hagelnetten; d. de gezamenlijke oppervlakte van overige overkappingen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha; e. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; f. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 meter; g.
medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; h. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf;
11/33
i.
verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
3. 3. 2
Stellingen als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3. 2 voor het bouwen van stellingen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende: a. de gezamenlijke oppervlakte van de stellingen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha; b. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 1, 5 meter; c. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; d. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 meter; e. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; f. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; g. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 3. 3. 3
Boog- en gaaskassen als teeltondersteunende voorziening
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3. 2 voor het bouwen van boog- en gaaskassen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met in achtneming van het
volgende: a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend voor boog- en gaaskassen grenzend aan het bouwvlak; b. de gezamenlijke oppervlakte van de boog- en gaaskassen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha; c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3, 5 meter; d. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; e. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 meter; f. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; g. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; h. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; i. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; het bevoegd gezag vraagt hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de omgevingsvergunning te verlenen.
3. 4
Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: ; j. voorzieningen voor opslag, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten bouwvlakken niet toegestaan met uitzondering van mestzakken aansluitend aan het bouwvlak en wateropslag;
12/33
k.
de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwvlak, is niet toegestaan; l. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 3 m is niet toegestaan; m. de opslag van dierlijke mest ten behoeve van handelsdoeleinden, is niet toegestaan; n. containervelden en bassins voor aquacultuur zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; o. het gebruik van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode langer dan 6 maanden is niet toegestaan.
13/33
Artikel 4
Natuur
4. 1
Bestemmingsomschrijving De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van aanwezige en potentiële natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden; b. extensieve dagrecreatie met bijbehorende voorzieningen; c. water en bijbehorende voorzieningen zoals aanlegsteigers; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals ondergrondse faunapassages en de daarbij behorende voorzieningen, fiets- en wandelpaden, bermen en bermsloten, waterpartijen, kleinschalige nutsvoorzieningen, bruggetjes en duikers. Bouwregels
4. 2
Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwd worden en gelden de volgende
regels: a.
b. c.
op deze
gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen, overkappingen of erfafscheidingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
4. 3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4. 3. 1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen van gronden; d. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; f. het omzetten van grasland in bouwland; g. het aanleggen van dammen, kades, duikers, vlonders, schoeiingen of aanlegplaatsen voor recreatievaartuigen.
Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 4. 3. 1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 4. 3. 2
14/33
4. 3. 3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4. 3. 1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en/of cultuurhistorische waarden: a. niet worden aangetast of; b. niet significant worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien nodig mitigerende en zonodig compenserende maatregelen worden getroffen. 4. 3. 4
Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4. 3. 1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 4. 3. 3 wordt voldaan.
15/33
Artikel 5
Verkeer
5. 1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; straten en parkeervoorzieningen; b. voet- en rijwielpaden; c. bermen en groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bijbehorende voorzieningen zoals voorzieningen van openbaar nut, waaronder ondergrondse bergbezinkbassins en afvalophaalvoorzieningen f. Ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer', enkel langzaam verkeer. 5. 2
Bouwregels
5. 2. 1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de hoogte van gebouwen ten behoeve van de in lid 5. 1 bedoelde gronden, zoals bijvoorbeeld wachthuisjes voor busdiensten, urinoirs en gebouwtjes ten behoeve van nutsvoorzieningen mag ten hoogste 3 meter
b.
bedragen, tenzij anders is bepaald op de verbeelding; de oppervlakte van een gebouw mag ten hoogste 15 m 2 bedragen.
5. 2. 2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 m bedragen;
b.
de inhoud van een ondergrondse bergbezinkbassin mag ten hoogste 1. 000 m 3 bedragen.
5. 2. 3
Voorwaardelijke verplichting ecologie
Het bouwen en/of slopen, het kappen van houtopstanden en het uitvoeren van een werk voor het aanleggen van de weg conform de bestemming 'Verkeer' is uitsluitend toegestaan indien: a.
a.
b. 5. 3
voorafgaand aan bouw- en/of aanlegwerkzaamheden de benodigde maatregelen zijn vastgelegd in een Ecologisch werkprotocol, waarbij het volgende geldt: in het Ecologisch werkprotocol als bedoeld onder a. zijn in ieder geval maatregelen beschreven ter voorkoming van mogelijke verstoring van van broedvogels, vleermuizen, zwervende exemplaren van amfibieën en grondgebonden zoogdieren; het Ecologisch werkprotocol als bedoeld onder a. wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag.
Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de situering en afmetingen van de in 5. 2 bedoelde gebouwen teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodige beperkingen of belemmeringen teweegbrengt in de verkeerssituatie danwel ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijk-functionele situatie ter plaatse.
16/33
5. 4
Speciefieke gebruiksregels 5. 4. 1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Gronden met de bestemming 'Verkeer' mogen uitsluitend als zodanig worden gebruikt indien en voor zover: a. uitvoering wordt gegeven aan het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels; b. het landschappelijk inpassingsplan als bedoeld onder a. dient binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd, en aldus in stand te worden gehouden.
17/33
Artikel 6
Leiding
-
ondergrondse hoogspanning
6. 1
Bestemmingsomschrijving
6. 1. 1
Bestemming
De voor ‘Leiding - ondergrondse hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar
geldende bestemming (en) , mede bestemd voor: a. een hoogspanningsleiding van 50 kV Toelaatbare bebouwing Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 6. 1. 1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde. 6. 1. 2
Verboden bebouwing Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming (en) zijn op deze gronden niet toelaatbaar, met uitzondering van reeds bestaande bouwwerken. 6. 1. 3
Bouwregels
6. 2 6. 2. 1
Bouwwerken, geen gebouw zijnde Bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde hebben geen maximale bouwhoogte. 6. 3
Nadere eisen Reeds bestaande bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming (en) mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande omvang niet wordt vergroot. Afwijken van de bouwregels
6. 4
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming (en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt
geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten worden toegelaten. 6. 5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6. 5. 1
Vergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c.
d. e.
f.
18/33
het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het
g.
aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
6. 5. 2
Uitzonderingsregel Het in lid 23. 5. 1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die de normale werkzaamheden betreffen; b. werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan in uitvoering zijn. 6. 5. 3
Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden De in een omgevingsvergunning opgenomen werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 6. 5. 1 zijn slechts toelaatbaar indien: a. deze verband houden met de doeleinden die aan de andere aldaar geldende bestemming (en) zijn toegekend; b. hierdoor, dan wel door de te verwachten gevolgen, het leidingbelang geen onevenredige schade wordt toegebracht. 6. 5. 4
Advies Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6. 5. 1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder (s) of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 6. 5. 3 wordt voldaan.
19/33
Artikel 7
Leiding
-
waterstof
7. 1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding – waterstof’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende bestemming (en) , mede bestemd voor: a. een waterstoftransportleiding met een diameter van ten hoogste 4 inch en een werkdruk van ten hoogste 100 bar. 7. 2
Bouwregels
Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 7. 1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a.
bouwwerken geen gebouwen zijnde.
7. 2. 1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3, 5 meter; b. het is niet toegestaan om bouwwerken te bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen. 7. 3
Nadere eisen Reeds bestaande bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming (en) mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande omvang niet wordt vergroot. 7. 4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het
bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming (en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten worden toegelaten. 7. 5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7. 5. 1
Vergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; e. f. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. a.
20/33
7. 5. 2
Uitzonderingsregel Het in lid 5. 2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die de normale werkzaamheden betreffen; b. werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan in uitvoering zijn. 7. 5. 3
Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden De in een omgevingsvergunning opgenomen werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 5. 2 zijn slechts toelaatbaar indien: a. deze verband houden met de doeleinden die aan de andere aldaar geldende bestemming (en) zijn toegekend; b. hierdoor, dan wel door de te verwachten gevolgen, het leidingbelang geen onevenredige schade wordt toegebracht. 7. 5. 4
Advies Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5. 5. 1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder (s) of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 5. 5. 3 wordt voldaan.
21/33
Artikel 8
Waarde
-
Archeologie 2
8. 1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming (en) – mede aangewezen voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Bouwregels
8. 2
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 8. 2. 1 a.
b.
Bouwwerken ten behoeve van de bestemming op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 8. 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3, 5 m;
8. 2. 2 a.
b.
Bouwwerken ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming (en) Bouwwerken ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming (en) ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming (en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming (en) geldende (bouw) regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; het bepaalde in dit lid onder a. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 2. een bouwwerk waarbij de grond- of graafwerkzaamheden niet dieper reiken dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld zoals aangegeven de Vrijstellingskaart Terneuzen 2017.
8. 3
Afwijken van de bouwregels 8. 3. 1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder 8. 2. 2 onder b. ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 500 m² en dieper dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. Voorwaarden Indien uit het in lid 8. 3. 1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; 8. 3. 2
22/33
c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
8. 3. 3
Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8. 3. 1 vraagt het bevoegd gezag aan de archeologische deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 8. 4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8. 4. 1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met het bestemmingsvlak Waarde - Archeologie - 2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2 m en waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer bedraagt dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; f.
het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; h. het omzetten van grasland in bouwland; i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld. Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 8. 4. 1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 8. 4. 2
23/33
8. 4. 3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 8. 4. 1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. 8. 4. 4
Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8. 4. 1 vraagt het bevoegd gezag aan de archeologische deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 8. 5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3. 6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologie - 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
24/33
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
25/33
Artikel 10 10. 1
Algemene bouwregels
Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen (huizen) , galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2, 5 m bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1, 5 m bedraagt.
26/33
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
11. 1
Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken Binnen het aanduidingsvak 'Geluidzone Industrieterrein Axelse Vlakte II' a. zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan; b. mogen gronden en bestaande bouwwerken worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik; c. mogen bestaande bouwwerken worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. 11. 2
Geluidzone
- industrie
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone
27/33
– industrie
', zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan.
Artikel 12 12. 1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken: a. als opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw) materialen, afval, puin, grind of brandstoffen, tenzij op de verbeelding anders is bepaald; c. als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen, tenzij op de verbeelding anders is bepaald; d. voor het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. voor de volgende leidingen: 1. hoogspanningsleidingen en-verbindingen van 50 kV en hoger die geen deel uitmaken van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet milieubeheer; 2. buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is. f. gronden of gebouwen te (laten) gebruiken als seksinrichting of daarmee vergelijkbare gebruiksvormen; g. het gebruik van woningen als recreatiewoningen, tenzij op de verbeelding of in de bestemmingsomschrijving anders is aangegeven; h. gronden of gebouwen te (laten) gebruiken ten behoeve van de opslag van consumentenvuurwerk (voor zover dit de vergunningplichtige hoeveelheid tussen de 1. 000 kg en de 10. 000 kg betreft) .
28/33
Artikel 13 13. 1
Algemene afwijkingsregels
Maten en bouwgrenzen
Tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan bij een omgevingsvergunning worden
afgeweken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de
ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
29/33
Artikel 14
14. 1
Algemene wijzigingsregels
Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
30/33
Artikel 15
Overige regels
15. 1
Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
Parkeerregels
15. 2 15. 2. 1 a.
Algemene parkeerregels het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen;
b.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in
voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 15. 2. 2 a.
b.
Specifieke parkeerregels bij bouwplannen een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden of gronden die elders beschikbaar zijn. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota 2015-2020, zoals in werking getreden op 1 juni 2016 en aangepast op 22 april 2020 en op de wijze zoals beschreven in deze beleidsregels; indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels.
15. 2. 3 a.
b.
Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden of gronden die elders beschikbaar zijn. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota 2015-2020, zoals in werking getreden op 1 juni 2016 en aangepast op 22 april 2020 en op de wijze zoals beschreven in deze beleidsregels; indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels.
15. 2. 4
Afwijken van de parkeerregels
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15. 2. 2 en lid 15. 2. 3. Burgermeester en Wethouders nemen hierbij, conform de beleidsregels, in overweging of: a.
b. c.
het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; er op andere wijze in de benodigde parkeerbehoefte/stallingbehoefte wordt voorzien; er een financiële voorwaarde dient te worden gesteld.
Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels.
31/33
Hoofdstuk 4
Artikel 16
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
16. 1
Voor bouwwerk luidt het overgangsrecht als volgt: a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.
b. c.
16. 2
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
32/33
Artikel 17
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Kanaalzone, Tweede
ontsluitingsweg Axelse Vlakte'.
33/33
©
SWECO
2
08-11-2023
Notitie
landschappelijke inpassing tweede ontsluitingsweg Axelse Vlakte 1.
(geanonimiseerd) mg
Gecontroleerd door: (geanonimiseerd) MN
Aanleiding
North Sea
Port
legt een tweede ontsluitingsweg aan voor de ontsluiting van de havengebied bij Terneuzen. De werkgrens van de met de grens van het NNN-gebied de Groene Knoop. overlapt ontsluitingsweg Door de werkstrook, die nodig is bij de aanleg van de weg, vervalt tijdelijk 70m? NNN-gebied. Uiteindelijk wordt in het plan wordt 2422 m2 NNN overgecompenseerd, waardoor met de juiste inrichting de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied blijven gewaarborgd. Uit de natuurtoets blijkt dat er wettelijk geen natuurcompensatie hoeft plaats te vinden voor dit project. Wel vraagt de gemeente Terneuzen om een inpassingsplan van de weg om bij te voegen bij de bestemmingsplanwijziging. Axelse
Vlakte,
Sweco
is
het
gevraagd
om
een
plan op
te stellen voor
de
landschappelijke
inpassing van de weg. Het wegontwerp ligt vast zoals de taluds, bermen en de watergangen met natuurvriendelijke oevers. Ook is voor het noordelijke deel landschappelijke inpassing ontworpen. Er gestreefd naar een ontwerp waarbij de ecologische impact van het gebied wordt beperkt en de landschappelijke inpassing van de weg een eenheid vormt met andere ontwikkelingen in het havengebied, zoals de inpassing van het noordelijke deel van de ontsluitingsweg. van
de tweede
ontsluitingsweg
een
wordt
Overzicht
tijdelijk verlies NNN (rood,
ca.
70m?)
en
natuurcompensatie (groen,
2422m?). Sweco T +81
(0) 88 811 6600
www.sweco.nl Document
referentie
(geanonimiseerd) | NL (geanonimiseerd) B oe ei
Sweco
Nederland BV
Handelsregister 30129769 Statutair
mm
gevestigd te (geanonimiseerd)
Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023 SV
1/13
Leeswijzer
06-11-2023
Eerst wordt ingegaan op welke uitgangspunten zijn meegenomen bij de landschappelijke inpassing van de weg. Dit wordt gedaan aan de hand van uitgangspunten vanuit het landschap en uitgangspunten vanuit de ecologie. Deze uitgangspunten samen leiden tot het voorstel voor de landschappelijke inpassing van de weg. In het beheerplan wordt beschreven hoe de landschappelijke inpassing moet worden beheerd, zodat de landschappelijke en ecologische doelen worden gehaald en goed zullen functioneren. In de bijlage staat een voorbeeld van het faunaraster en -passage, een plantlijst en de technische tekening en een kaart met daarin de nieuwe NNN-begrenzing.
2. Uitgangspunten voor het ontwerp Uitgangspunten vanuit het landschap
Ontwikkelingsgeschiedenis Het gebied was samen met de Westerschelde een groot kweldergebied. Ten noorden van het projectgebied lag de Westerschelde, en vanuit het zuiden ontstond een kwelderachtig landschap. Vanuit het zuiden werd het gebied geleidelijk ingepolderd. Door dijken aan te brengen slibte steeds weer nieuw land aan, dat later ook zou worden ingepolderd. Door dreiging van Spaanse invallen werden in het gebied dijken doorgestoken en er ontstonden diepe kreken en geulen, dat een goede barrière vormde voor dreiging vanuit het zuiden. Het land van Axel werd een eiland.
Geleidelijk verzandden de kreken waardoor de barrièrewerking en daarmee de veiligheid afnam. Vanaf de 18e eeuw werd besloten het gebied weer in te polderen. Er werden inundatiesluizen aangebracht om bij oorlogsdreiging het gebied weer te inunderen. Hiermee werden de polders ten zuiden van Axel onderdeel van een waterlinie. Rond 1790 werd de Sasdijk aangelegd met de inundatiesluis Zwartenhoek. Ook werd er een batterij aangelegd om de strategische plek te beveiligen (Batterij
Zwartenhoek)
.
De functie van de batterij en inundatiesluis kwam te vervallen toen de Fransen in 1794 de Zuidelijke Nederlanden binnenvielen. Uiteindelijk was van de batterij niks meer over. In de 19e eeuw werd het kanaal Terneuzen - Gent gegraven. In de regio ontwikkelde geleidelijk steeds meer industrie en glastuinbouw. Tot 2000 was het gebied in gebruik door de landbouw. Met het uitbreiden van haven van Terneuzen werd het gebied geleidelijk omgevormd tot industriegebied (het havenlandschap) Als natuurcompensatie voor de grote kassencomplexen werd rond 2008 de Groene Knoop aangelegd. Rond deze tijd werd Batterij Zwartenhoek gereconstrueerd als onderdeel van natuurgebied dit natuurgebied. .
Landschappelijke kenmerken Het projectgebied karakteriseert zich als een voormalig open polderlandschap (Smits en Koegorsschorrepolder) Door de uitbreiding van de haven, en daarmee industrie, is van het open polderlandschap niets meer over. Aan de .
Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV
2/13
noordzijde van het projectgebied ligt een grootschalig glastuinbouwgebied. In het oosten ligt de Tractaatweg (N62) Het gebied ligt op de beoogde grens van het glastuinbouwgebied naast de Sasdijk. Door de nabijgelegen natuurgebieden, erf- en dijkbeplanting oogt het gebied groen en vrij besloten.
06-11-2023
.
Het landschap heeft verschillende transformaties doorgemaakt. Uit de verschillende perioden zijn alleen Batterij Zwartenhoek en de Sasdijk overgebleven. Vanwege het al ontwikkelde glastuinbouwgebied met natuurcompensatie de Groene Knoop is het logisch om met de inpassing van de weg op deze ontwikkelingen aan te sluiten. Het projectgebied heeft een vlak maaiveld en de bodem bestaat uit kalkrijke zavel. In het hele gebied geldt grondwatertrap IV (GHW 40–80, GLW > 120) Uiteindelijk sluit de weg aan op de Sasdijk, waardoor een hoogteverschil van ongeveer 1, 70m. overbrugt moet worden.
.
Structuurvisie gemeente Terneuzen De structuurvisie van de gemeente voorziet in het gebied een west-oost natuurverbinding, zodat de natuurcompensatieprojecten in de omgeving verbonden worden/blijven met het overkoepelende Natuurnetwerk Zeeland en NNN.
Uitgangspunten vanuit de ecologie NNN In de directe omgeving van de tweede ontsluitingsweg liggen meerdere NNNgebieden. Direct ten westen van de weg liggen de Groene Knoop en Westdorpe Noord. Ten zuiden van het gebied Zwartenhoek en ten oosten van het gebied ligt de Zwartenhoeksche Kreek. Door de toekomstige ligging van de weg worden de gebieden ten westen van de weg afgesneden van de gebieden ten oosten. Om deze reden zijn er in het plan maatregelen genomen om de barrièrewerking van de weg te voorkomen.
Groene Knoop Als natuurcompensatie voor de ontwikkeling van Glastuinbouw Smidsschorrepolder en Autrichepolder is de Groene Knoop ingericht. Het gebied heeft als hoofdfunctie natuur en waterberging, maar heeft ook een recreatieve functie. De Groene Knoop is leefgebied voor de Veldspitsmuis, vleermuizen, Steenuil, Groene specht, Buizerd, Kerkuil, Rugstreeppad. Het is een afwisselend natuurgebied met grazige vegetaties, hagen, bosschages, boomgaard, solitaire bomen, knotbomen, poelen en drinkputten. De projectgrens van de ontsluitingsweg overlapt voor 70 m2 met de Groene Knoop. Hierdoor gaat tijdelijk 70 m 2 N12. 02 Kruiden- en faunarijk grasland verloren. Om de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied te waarborgen wordt voorgesteld om dit natuurtypen te herstellen.
N12. 02 Kruiden- en faunarijk grasland
Goed ontwikkelde N12. 02 kruiden- en faunarijke graslanden zijn vegetaties met veel structuurvariatie. Dat betekent dat er afwisseling is van bijvoorbeeld kort en minder kort afgegraasde delen, bloemrijke ruigten, struinpaden van vee, kale
Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV
3/13
plekken, deels wel en deels niet betreden slootkanten, lokaal nattere delen. Daarnaast is er door aanplant idealiter ook sprake van struwelen, solitaire bomen, (knot) bomenrijen, houtwallen, geleidelijke overgangen van grasland naar bos (jes) e. d. Dit is afhankelijk van het type landschap ter plaatse.
06-11-2023
Fauna Ecologen constateren een grote populatie konijnen en er kunnen zwervende exemplaren van de rugstreeppad in het gebied aangetroffen worden. Ook zijn in het gebied vossen, hermelijnen en bunzing aangetroffen. De nieuwe weg vormt een potentieel gevaar voor overstekend fauna. Temeer omdat de weg tussen twee natuurgebieden inlicht. Om de hoeveelheid verkeersslachtoffers te beperken wordt in het ontwerp voorgesteld om maatregelen te nemen. Dit in de vorm van
faunarasters en een faunapassage.
3. Voorstel landschappelijke inpassing Voor de landschappelijke inpassing van de weg zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
•
Landschappelijke inpassing laten aansluiten bij laatste ontwikkeling havengebied; Groene Knoop en het glastuinbouwgebied. Er gaat tijdelijk 70 m 2 N12. 02 kruiden- en faunarijk grasland verloren. Dit natuurdoeltype wordt hersteld om de kenmerken van het gebied te behouden. Maar dit kruiden- en faunarijk grasland kan goed gecombineerd worden met bosschages. Soorten laten aansluiten bij de landschappelijke inpassing van het noordelijke deel ontsluitingsweg (Zeeuwse haag) Voorkomen barrière-werking van de nieuwe weg voor fauna. Inzetten op west-oost natuurverbinding door het gebied, met faunarasters en .
•
•
een faunapassage. Herstellen van de paddenpoel die verloren gaat door het aanleggen van de weg.
•
Ophogen taluds met gebiedseigen grond.
Het doel van het ontwerp is om het N12. 02 kruiden- en faunarijk grasland in zijn volledigheid te herstellen. Dit betekent dat diversiteit in structuren worden aangebracht met bloemrijkgrasland, bosschages en een paddenpoel. Hierdoor ontstaan structuurverschillen die bijdragen aan de lokale diversiteit en zorgdragen voor een afwisselende landschappelijke inpassing. Er worden maatregelen voorgesteld om fauna-verkeersslachtoffers te voorkomen.
Om floravervalsing te voorkomen worden na de werkzaamheden de taluds dun ingezaaid met bermmengsel (B3 0, 5 kg / are) Hierdoor krijgen kruiden uit de .
omgeving de mogelijkheid zich op een natuurlijke manier te vestigen in het gebied. Ook is de verwachting dat de zadenbank aangebracht met de gebiedseigen grond voor een snelle ontwikkeling van de kruiden zorgt. Om deze reden is het belangrijk dat voor de ophoging van de weg wordt gewerkt met gebiedseigen grond.
Op vier plaatsen langs de weg worden bosschages van bosplantsoen voorgesteld. Deze bosschages zijn geïnspireerd op de Zeeuwse Haag. Ze bestaan uit gebiedskarakteristieke heesters met bloei, bessen, gedeeltelijk groenblijvend en een mooie herfstkleur. Dit biedt foerageer- en
Document referentie Concept Notitie landschappelijke inpassing tweede onsluitingsweg Axelse Vlakte_06-11-2023_SV
4/13
schuilmogelijkheden voor kleine zoogdieren en vogels, maar levert ook een afwisselend landschapsbeeld op.
06-11-2023
In het plangebied komt een paddenpoel. De 50 centimeter diepe paddenpoel heeft flauwe taluds. De locatie van deze poel is gekozen zodat de poel enigszins vrij ligt van bosschages en bomen om te voorkomen dat veel blad in de poel belandt. Langs de weg wordt een faunaraster voorgesteld voor o. a. vossen, hermelijnen en amfibieën. Dit raster voorkomt fauna-verkeersslachtoffers en geleid kleine zoogdieren en amfibieën naar de faunapassage. Er wordt 2, 5 meter ruimte vrijgehouden tussen te weg en het raster, waardoor een uniforme wegberm ontstaat langs de weg. Ook blijft de calamiteitenstrook vrij langs de weg, en is de berm gemakkelijk te maaien vanaf de weg. Waar de nieuwe weg aansluit op de Sasdijk wordt voorgesteld een faunapassage aan te brengen. Hierdoor wordt sluit de passage goed aan op de watergang die dient als (natuurlijke) faunabegeleiding. Door de hoge ligging van de weg volstaat een buis door het talud. Wel dient voor de opening een raster te worden geplaatst die voorkomt dat schapen het terrein kunnen verlaten. In bijlage 2 wordt beschreven hoe de faunaraster en -passage eruitziet.