2024-03-27 - bijlage 1. Bp Glastuinbouw, 2e ontsluiting, toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Glastuinbouwgebied Kanaalzone, Tweede ontsluitingsweg Axelse Vlakte Terneuzen
RHO ADVISEURS DATUM
19-12-2023
IMRO
NL.IMRO.0715.BPGTBO/7-VGO1
IDN
PROJECT
Axelse Vlakte,
tracéwijziging
PROJECTLEIDER
ing (geanonimiseerd)
OPDRACHTGEVER
North Sea Porth
PROJECTNUMMER
20210922
AUTEUR
(geanonimiseerd) nn
STATUS
vastgesteld
DISCLAIMER © Rho Adviseurs BV. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V,
behoudens voor
voor
m.ddel
van
dr
uk, fotokopie, microfilm
heeft gekregen.
of op welke andere wijze dan ook zonder Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden
gebruikt
enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
AVG Daarbij wordt niet gewerkt met hancitekeningen en/of parafen. In het kader producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adv,seurs BV. van de AVG zanon.miseed. In het belang van de: advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten van Rho Adviseurs BV, namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde net rapport de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd. uteur{s) van Onze
g
oi
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1. 1
Aanleiding
6
1. 2
Plangebied
6
1. 3
Planologische regeling
7
1. 4
Leeswijzer
11
Projectbeschrijving
12
2. 1
Axelse Vlakte
12
2. 2
Beoogde ontwikkeling
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
20
3. 1
Rijksbeleid
20
3. 2
Provinciaal beleid
22
3. 3
Gemeentelijk beleid
28
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
31
4. 1
Verkeer en parkeren
31
4. 2
Bodemkwaliteit
32
4. 3
Water
33
4. 4
Bedrijven en milieuzonering
34
4. 5
(Spoor) wegverkeerslawaai
35
4. 6
Luchtkwaliteit
36
4. 7
Archeologie
38
4. 8
Cultuurhistorie
44
4. 9
Ecologie
46
4. 10
Kabels en leidingen
50
4. 11
Externe veiligheid
51
4. 12
Milieueffectrapportage
54
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
55
5. 1
Algemeen
55
5. 2
Toelichting op de bestemmingen
55
Uitvoerbaarheid
56
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 6
3/58
4/58
6. 1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
56
6. 2
Economische uitvoerbaarheid
57
Toelichting
5/58
Hoofdstuk 1
1. 1
Inleiding
Aanleiding
De Axelse vlakte is een gebied dat zich bevindt ten oosten van Sluiskil en ten zuiden van Zijkanaal C, in de gemeente Terneuzen. Het is een gebied waar veel bedrijvigheid is. Voor de ontwikkeling van het gebied tussen Tractaatweg en het kanaal van Gent-Terneuzen is bereikbaarheid van groot belang. Het vestigingsklimaat voor bedrijven wordt daarmee zo optimaal mogelijk. Daarnaast loop de zuidelijke ontsluiting momenteel langs de
gemeenschappelijk weg. Deze route is ongeschikt omdat deze direct langs buurschap voert en omdat de route wat betreft wegbreedte niet geschikt is als ontsluiting van een bedrijfsgebied. Hierdoor is de initiatiefnemer voornemens een tweede ontsluitingsweg te realiseren van de Zwartenhoekseweg op de Autrichehavenweg nabij de Vlaeynatie en de Autrichehavenweg. Het noordelijke gedeelte van het tracé kan ontwikkeld worden binnen de beheersverordening 'Axelse Vlakte'. Ter plaatse van het zuidelijke gedeelte geldt het bestemmingsplan 'Glastuinbouw Kanaalzone - herziening 2017' in combinatie met 'Sas van Gent Glastuinbouwgebied' van de gemeente Terneuzen. De ontwikkeling van de ontsluitingsweg past niet binnen de regeling van dit bestemmingsplan. In overleg met de gemeente Terneuzen is besproken hiervoor een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Met dit bestemmingsplan worden eveneens enkele percelen met de bestemming verkeer en de bestemming woningbouw omgezet in de bestemming glastuinbouw. Hiermee worden braakliggende gronden omgezet in
productiegronden voor de glastuinbouw.
1. 2
Plangebied
Het plangebied betreft het gedeelte ter hoogte van de huidige Ameliaweg en een gedeelte van de Batterijweg. In figuur 1. 1 is het plangbied indicatief weergegeven. Vanaf hier sluit de ontsluitingweg aan op de kruising van
de Sasdijk en de Zwartenhoekseweg. Het trace bestaat uit een rijbaan en een fietspad. In het meest noordelijke gedeelte worden rijbaan en fietpad naast elkaar gerealiseerd. Halverwege takt het fietspad af op de Sasdijk en loopt de rijbaan verder tot de kruising Sasdijk-Zwartenhoekseweg. Het plangebied omvat tevens percelen ten zuiden van het glastuinbouwbedrijf 4Evergreen die omgezet dienen te worden in 'glastuinbouw'. De grenzen van het plangebied worden gevormd door het bedrijf 4 Evergreen ten noorden, een woning en de Tractaatweg ten oosten, een woning met daaromheen landbouwgronden ten zuiden en groen ten westen.
6/58
Figuur 1. 1 - Indicatief plangebied (Google Maps, 2020)
1. 3
Planologische regeling
Het plangebied is momenteel juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan
'Glastuinbouw
Kanaalzone - herziening 2017' vastgesteld op 14 december 2017 in combinatie met 'Sas van Gent Glastuinbouwgebied' vastgesteld op 26 juni 2008 van de gemeente Terneuzen. Op basis van dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als Groenvoorzieningen, Verkeersdoeleinden, Woondoeleinden en Glastuinbouwdoeleinden. Op basis van dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als Groenvoorzieningen, Verkeersdoeleinden, Woondoeleinden, Glastuinbouwdoeleinden, Leidingen, Buisleidingenstrook, Veiligheidsgebied buisleidingenstrook en Toetsingsgebied buisleidingenstrook Een fragment van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1. 2 en 1. 3.
7/58
Figuur 1. 2 - Geldend bestemmingsplan (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl)
8/58
Figuur 1. 3 - Geldend
bestemmingsplan (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl) Groenvoorzieningen: 1 De gronden op de kaart aangewezen voor Groenvoorzieningen (GR) zijn bestemd voor a. waterpartijen, (opgaande) beplantingen, bos en in samenhang daarmee voor paden en overige voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik en landschappelijke inpassing van het glastuinbouwgebied;
alsmede voor: b. verkeersdoeleinden, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. watergangen en waterpartijen;
d. ter plaatse van de gronden met de subbestemming GRam: bescherming van het beschermd archeologisch monument; e. ter plaatse van de gronden met
de subbestemming GRn voor ten minste 50% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak en met een breedte van ten minste 50 m: behoud en /of herstel van de aanwezige natuurwaarden; f. ter plaatse van de subbestemming GRvv: een voormalige vuilstort, uitsluitend beplantingen en daarmee vergelijkbare groenvoorzieningen. Verkeersdoeleinden: 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden (V) zijn bestemd voor verkeerswegen, fiets- en voetpaden, geluidswerende voorzieningen, bruggen, viaducten, tunnels, parkeerterreinen en picknickplaatsen, watergangen en waterpartijen alsmede voor de daarbij behorende bermen, taluds en beplantingen, met dien
9/58
verstande dat een weg uit niet meer dan twee rijbanen mag bestaan. Woondoeleinden: 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Woondoeleinden (W) zijn bestemd voor het wonen. Glastuinbouwdoeleinden: 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Glastuinbouwdoeleinden (GL) zijn bestemd voor: a. uitoefening van volwaardige glastuinbouwbedrijven met dien verstande dat het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, is toegestaan indien kassen (gevel en dak) tot tenminste 95% van het oppervlak van het lichtdoorlatende materiaal zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling bij een lichtsterkte van 15. 000 lux per m²; b. bijbehorende op de glastuinbouwbedrijven afgestemde voorzieningen zoals gasreduceerstations, warmtekrachtkoppelingsinstallaties tot 75 MW en waterbassins met dien verstande dat binnen 4 m tot de voorste en zijdelingse perceelsgrens, voorzover dit grenst aan een openbare weg, gronden niet mogen worden gebruikt voor waterbassins; c. ontsluitingswegen, watergangen en waterpartijen, bermen en groenvoorzieningen met dien verstande dat de hoofdontsluiting van het gebied zal worden gerealiseerd op een afstand van ten hoogste 200 m van de op de kaart aangegeven pijl. Leidingen : De gronden op de kaart aangewezen voor Leidingen (L) zijn bestemd voor: a.
ter plaatse van de subbestemming Ln: een nutsvoorziening zoals een pomp- en /of meet- en regelstation en /of afsluitersectie voor leidingen; behalve voor de andere aldaar geldende bestemming (en) tevens voor: b. ter plaatse van en binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de aanduiding: 1. “aardgas”: een aardgasleiding met de op kaart aangegeven maximum werkdruk en diameter; 2. “afvalwater”: een afvalwaterleiding met de op de kaart aangegeven maximum diameter; 3. “drinkwater”: een drinkwaterleiding met de op de kaart aangegeven maximum diameter; 4. “kooldioxide”: een kooldioxideleiding met een maximum diameter van 1. 000 mm; 5. “warmte”: een leiding voor het transport van warmwater en koelwater met een maximum diameter van 1. 000 mm; c. ter plaatse van en
binnen een afstand van 6 m ter weerszijden van de aanduiding: 1. “stikstof en zuurstof”: een zuurstofleiding en een stikstofleiding met de op kaart aangegeven maximum werkdruk en diameter; d. ter plaatse van en binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de aanduiding: 1. “hoogspanning ondergronds”: een ondergrondse hoogspanningsleiding met het op kaart aangegeven maximum aantal kilovolt. e. ter plaatse van de aanduiding “zone”: de aanleg en instandhouding van ondergrondse kooldioxideleidingen, leidingen voor de transport van warmwater en koelwater met een maximum diameter van 1. 000 mm en een afvalwaterleiding met een maximum diameter van 400 mm.
Buisleidingenstrook:
10/58
De gronden op de kaart aangewezen voor Buisleidingenstrook zijn primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse leidingen, waarvan de 10-6 plaatsgebonden risicocontour valt
binnen het op de kaart aangegeven veiligheidsgebied buisleidingenstrook, waaronder in ieder geval zijn begrepen de op de plankaart aangeduide leidingen. Veiligheidsgebied buisleidingenstrook: De gronden op kaart aangewezen voor Veiligheidsgebied buisleidingenstrook, behorende bij de bestemming Buisleidingenstrook, zijn mede bestemd voor het behoud van veiligheid binnen het veiligheidsgebied van een buisleidingenstrook. Toetsingsgebied buisleidingenstrook: De gronden op kaart aangewezen voor Toetsingsgebied buisleidingenstrook, behorende bij de bestemming Buisleidingenstrook, zijn mede bestemd voor het behoud van veiligheid binnen het toetsingsgebied van een buisleidingenstrook. De realisatie van een ontsluitingsweg is niet mogelijk binnen de bestemmingen Groenvoorzieningen,
Woondoeleinden, Glasbouwdoeleinden, Leidingen, Buisleidingenstrook, Veiligheidsgebied buisleidingenstrook en toetsingsgebied buisleidingenstrook en de realisatie van glastuinbouw is niet mogelijk binnen de bestemmingen Verkeersdoeleinden, Woondoeleinden, Leidingen, Buisleidingenstrook, Veiligheidsgebied buisleidingenstrook en toetsingsgebied buisleidingenstrook .
1. 4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 schetst het relevante beleidskader voor het plan.
Daarbij wordt ingegaan op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten behandeld, waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan. In hoofdstuk 6 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 inspraak en overleg uiteengezet.
11/58
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
Dit hoofdstuk beschrijft de huidige en gewenste situatie in het plangebied. De gewenste situatie is het uitgangspunt voor het goed te keuren bestemmingsplan en moet op een goede manier in de
huidige situatie gepast worden.
2. 1
Axelse Vlakte
Omgeving Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven maakt het plangebied deel uit van de structuur de Axelse Vlakte. Dit is een bedrijventerrein met o. a. industriële bedrijven en glastuinbouwbedrijven. In tegenstelling tot andere bedrijventerreinen kenmerkt de axelse vlakte zich door de ruimtelijkheid en het vele groen dat terugkomt. Dit is dan ook terug te zien in de ruimtelijke structuur. Het plangebied Het plangebied in gelegen op een bedrijventerrein bestaande uit een groenstrook, een lokale weg, een nog niet in gebruik genomen stuk grond ten behoeve van de glastuinbouw en een woonbestemming. Het gebied wordt
momenteel gebruikt als lokale weg voor de gevestigde bedrijven. De overige ruimte is ingericht ten behoeve van groen.
De grenzen van het plangebied worden gevormd door het bedrijf 4 Evergreen ten noorden, een woninge en de Tractaatweg ten oosten, een woning met daaromheen landbouwgronden ten zuiden en groen ten westen. In figuur 2. 1 is het plangebied indicatief weergegeven.
12/58
Figuur 2. 1 - Plangebied (bron: KadasterKaart)
2. 2
Beoogde ontwikkeling
Ontwikkelingen rondom het plangebied De ontsluitingsweg ter plaatse van het plangebied is onderdeel van een groter geheel. In figuur 2. 2 is de beoogde toekomstige wegenstructuur weergegeven. Hierbij wordt een gedeelte van de Autricheweg uit de openbaarheid gehaald (rode lijn) door de uitbreiding van het bedrijf Vlaeynatie, een gedeelte wordt vormgegeven als lokale weg (gele lijn) en een gedeelte wordt ingericht als nieuwe hoofdstructuur / ontsluitingsweg. Het noordelijke gedeelte is volgens de huidige beheersverordening 'Axelse Vlakte' al toegestaan. Het zuidelijke gedeelte valt onder het bestemmingsplan 'Glastuinbouw Kanaalzone - herziening 2017' in combinatie met 'Sas van Gent Glastuinbouwgebied' en is niet mogelijk binnen deze regeling. Hierdoor is het plangebied beperkt tot het zuidelijke gedeelte.
13/58
Figuur 2. 2 - Ontwikkelingen wegenstructuur (Visie wegenstructuur Axelse Vlakte, 2012)
Beoogde ontwikkeling plangebied De initiatiefnemer wil ter plaatse van het plangebied een tweede ontsluitingsweg realiseren. De tweede ontsluitingsweg komt in plaats van een groenbestemming. Tegelijkertijd met deze ontwikkeling wilt de initiatiefnemer een gebied ten behoeve van glastuinbouw, verkeersdoeleinden en woondoeleinden omvormen tot glastuinbouw. In figuur 2. 3 is een overzicht van de beoogde ontwikkeling weergegeven. En in figuur 2. 4 is de huidige situatie weergegeven. De ontsluitingsweg bestaat uit een rijbaan en een fietspad. Deze lopen nagenoeg het hele tracé parallel, maar aan het einde van het tracé buigt
de rijbaan naar rechts (het oosten) om aan te sluiten op de kruising Sasdijk-Zwartenhoekseweg. Het fietspad gaat rechtdoor om aan te sluiten op de Sasdijk. De aanleg van de ontsluitingsweg wordt gerealiseerd tussen de sloot en de dijk in figuur 2. 4. In figuur 2. 5 zijn een dwarsdoorsneden weergegeven van de huidige situatie ten opzichte van de toekomstige situatie. De dijk met
14/58
daarop beplanting wordt behouden. De dijk en het gebied daarachter is immers onderdeel van Natuur Netwerk Nederland. Het volledige wegontwerp is opgenomen in bijlage 1. De volledige ontsluitingsweg gaat over de grenzen van het plangebied in dit plan heen, omdat op de overige gronden de aanleg van de ontsluitingsweg al mogelijk op basis van de beheerverordening. Door de komst van de nieuwe ontsluitingsweg kunnen overige lokale wegen rondom de ontsluitingsweg vervallen. Tevens is er nog een woonbestemming in het oosten van het plangebied waar geen gebruik van wordt
gemaakt. Dit perceel bestemd ten behoeve van verkeer en wonen wordt vanwege zuinig ruimtegebruik omgezet in 'glastuinbouw'. Op deze manier kan weer nuttig invulling worden gegeven aan deze gronden.
Figuur 2. 3 - Beoogde ontwikkeling (Google maps, 2020)
15/58
Figuur 2. 4 - Huidige situatie Amaliaweg
Figuur 2. 5 - Dwarsdoorsnede ter hoogte van Ameliaweg, bestaande dijk blijft behouden
Groencompensatie In het wegontwerp (bijlage 1) blijkt dat het plangebied binnen de huidige groenbestemming ligt. Met de realisatie van de ontsluitingsweg wordt een gedeelte van deze groenbestemming wegbestemd (circa 14. 886 m 2 ) . In overleg met de gemeente Terneuzen wordt dit oppervlakte (gedeeltelijk) gecompenseerd. In figuur 2. 6 hieronder is weergegeven om welk gedeelte het gaat.
16/58
Figuur 2. 6 - Gedeelte groenbestemming dat wordt wegbestemd (Rho Adviseurs, 2023) Daarnaast vervalt bij de aanleg van de nieuwe tijdelijk 70 m 2 natuur dat onderdeel is van het Natuur Netwerk
Zeeland (NNZ) . Het gaat om een smalle strook dat binnen het werkvak ligt voor de graafwerkzaamheden. Na de aanleg van de weg kan deze strook weer als natuur ingericht worden. Hoewel uit de natuurtoets (lees paragraaf 4. 9) blijkt dat er wettelijk geen natuurcompensatie hoeft plaats te vinden wordt desalniettemin wel voorzien in extra natuur. Hiermee wordt het wegbestemmen van de groenbestemming en het tijdelijk teniet gaan van NNZ gecompenseerd. In het landschappelijk inpassingsplan is de groencompensatie verder uitgewerkt. In het landschappelijk
inpassingsplan is beschreven dat het doel van het ontwerp is om het kruiden- en faunarijk grasland in zijn volledigheid te herstellen. Dit betekent dat diversiteit in structuren worden aangebracht met bloemrijkgrasland, bosschages en een paddenpoel. Hierdoor ontstaan structuurverschillen die bijdragen aan de lokale diversiteit en zorgdragen voor een afwisselende landschappelijke inpassing. Er worden maatregelen voorgesteld om fauna-verkeersslachtoffers te voorkomen. Om floravervalsing te voorkomen worden na de werkzaamheden de taluds dun ingezaaid met bermmengsel.
Hierdoor krijgen kruiden uit de omgeving de mogelijkheid zich op een natuurlijke manier te vestigen in het gebied. Ook is de verwachting dat de zadenbank aangebracht met de gebiedseigen grond voor een snelle ontwikkeling van de kruiden zorgt. Om deze reden is het belangrijk dat voor de ophoging van de weg wordt
17/58
gewerkt met gebiedseigen grond. Op vier plaatsen langs de weg worden bosschages van bosplantsoen voorgesteld. Deze bosschages zijn geïnspireerd op de Zeeuwse Haag. Ze bestaan uit gebiedskarakteristieke heesters met bloei, bessen,
gedeeltelijk groenblijvend en een mooie herfstkleur. Dit biedt foerageer- en schuilmogelijkheden voor kleine zoogdieren en vogels, maar levert ook een afwisselend landschapsbeeld op. In het plangebied komt een paddenpoel. De 50 centimeter diepe paddenpoel heeft flauwe taluds. De locatie van deze poel is gekozen zodat de poel enigszins vrij ligt van bosschages en bomen om te voorkomen dat veel blad in
de poel belandt. Langs de weg wordt een faunaraster voorgesteld voor o. a. vossen, hermelijnen en amfibieën. Dit raster
voorkomt fauna-verkeersslachtoffers en geleid kleine zoogdieren en amfibieën naar de faunapassage. Er wordt 2, 5 meter ruimte vrijgehouden tussen te weg en het raster, waardoor een uniforme wegberm ontstaat langs de weg. Ook blijft de calamiteitenstrook vrij langs de weg, en is de berm gemakkelijk te maaien vanaf de weg. Waar de nieuwe weg aansluit op de Sasdijk wordt voorgesteld een faunapassage aan te brengen. Hierdoor wordt sluit de passage goed aan op de watergang die dient als (natuurlijke) faunabegeleiding. Door de hoge ligging van de weg volstaat een buis door het talud. Wel dient voor de opening een raster te worden geplaatst die voorkomt dat schapen het terrein kunnen verlaten. Het complete landschappelijke inpassingsplan is bijgevoegd in bijlage 13.
18/58
Figuur 2. 7: Uitsnede inrichtingsplan landschappelijke inpassing
Ruimtelijke structuur Het plangebied is gelegen binnen de structuur van de Axelse Vlakte. Door de aanleg van de nieuwe ontsluitingsweg kunnen lokale wegen vervallen en worden gebruikt voor bedrijvigheid. Ook de onbenutte woonbestemming wordt wegbestemd. Hierdoor ontstaat minder versnippering, wat de ruimtelijke structuur en kwaliteit van de Axelse Vlakte ten goede komt. Het plangebied wordt met de nieuwe ontsluitingsweg en het perceel ten behoeve van 'glastuinbouw' ruimtelijk passend gemaakt in relatie tot de omgeving.
Functionele inpassing Het doel is op het plangebied een ontsluitingsweg en een glastuinbouwgebied te realiseren. Het plangebied krijgt hierdoor een verkeersfunctie en een gewasproductiefunctie. Deze functie is functioneel passend binnen de omgeving van de Axelse Vlakte. Openbare ruimte De ontwikkeling van de ontsluitingsweg bevindt zich in de openbare ruimte. Hierdoor wordt de ontwikkeling van de ontsluitingsweg in nauwe samenwerking met de gemeente uitgevoerd. De ontwikkeling van het glastuinbouwgebied bevindt zich op privaat terrein, hiervoor zijn geen ingrepen in de openbare ruimte nodig.
19/58
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Rijksbeleid
3. 1
Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. 3. 1. 1
In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land:
dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;
met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;
het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. waar
Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal
belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Toetsing Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale
20/58
belangen. Het beleid inzake het realiseren van een extra ontsluitingsweg van een plaatselijk bedrijventerrein wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3. 1. 2
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) , artikel 3. 1. 6, lid 2 Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Hiertoe wordt de ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3. 1. 6. lid 2 Bro) . In deze ladder moet worden getoetst aan de volgende zaken: Is het een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van een ontsluitingsweg voor een lokaal bedrijventerrein geen stedelijke ontwikkeling betreft. Hierdoor hoeft de ontwikkeling niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Wel dient de nut en noodzaak van de ontwikkeling te worden toegelicht. Nut en noodzaak tweede ontsluitingsweg Voor de ontwikkeling van het gebied tussen Tractaatweg en het kanaal van Gent-Terneuzen is bereikbaarheid van groot belang. Het vestigingsklimaat voor bedrijven
wordt daarmee zo optimaal mogelijk. In het verleden is gewerkt aan de bereikbaarheid van de hoofdroutes: uitbreiding van de Sloeweg aan de andere zijde van de Westerscheldetunnel, een verkeersveilige oplossing voor de N61 Hoek-Schoondijke en de tunnel bij Sluiskil, waardoor de verbinding tussen de Westerscheldetunnel de Expressweg/R4 in België directer wordt zonder kans op grote vertragingen bij opening van de brug. Ook is er een MER studie uitgevoerd naar de verbreding van de Tractaatweg (N62) . De wegenstructuur wordt aangepast om een snelle doorstroming te kunnen blijven garanderen bij verdere ontwikkeling van dit gebied. De snelheid en volgorde van ontwikkelingen in de Kanaalzone is nog niet zeker.
Voorkomen moet worden dat de wegenstructuur in het gebied Axelse Vlakte e. o. na aanleg al snel niet meer toereikend zal zijn of dat de verschillende projecten in het plan niet voldoende op elkaar aansluiten. In het maximaal ontwikkelscenario, dat misschien pas in 2030 of 2040 wordt bereikt, is een flink verkeersaanbod aanwezig. Adviesbureau DHV heeft voor de Provincie, de gemeente Terneuzen en Zeeland Seaports in een eerder stadium dit verkeersaanbod doorgerekend in een verkeersmodel. In dit ontwikkelscenario zijn meegenomen:
21/58
Op basis van het maximaal ontwikkelscenario is een visie geschreven voor de toekomstige wegenstructuur en ontsluiting op visieniveau. Deze 'Visie wegenstructuur Axelse Vlakte' is opgenomen in bijlage 2 bij deze
toelichting. Hierin is het planvoornemen ontstaan een tweede ontsluitingsweg te realiseren, om de bereikbaarheid te verbeteren. De uiteindelijke uitwerking is uiteindelijk iets anders dan is het destijdse visiedocument geschetst is, omdat door de huidige groei van VLAEYNATIE rekening is gehouden met hun uitbreiding en ontsluitingsweg hier omheen is gerealiseerd.
3. 2
Provinciaal beleid
3. 2. 1 Zeeuwse Omgevingsvisie (12-11-2021) De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen die op ons afkomen, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. In 2050 is er voor ieder een passende woning beschikbaar. In de omgeving van je huis kun je je veilig voelen. Je leeft gezond: wandelen, fietsen, gezond eten, ontmoeten en ontspannen. De woonomgeving draagt bij aan
biodiversiteit en is ingericht op langere droogte en op overtollig regenwater. Voorzieningen zijn klimaatneutraal voor iedereen bereikbaar, ook wanneer je geen auto hebt. Mobiliteit is snel, slim, veilig, schoon en betaalbaar voor zowel reiziger als overheid. De digitale bereikbaarheid is snel en goed. Het onderwijs in de provincie is goed bereikbaar, betaalbaar en van hoogstaande kwaliteit. Zeeland beschikt verspreid door de provincie over een aantal onderscheidende kleinschalige top- en kwaliteitsvoorzieningen. De Zeeuwse culturele infrastructuur is robuust en veerkrachtig en biedt de regio een vernieuwend, toegankelijk en compleet cultuuraanbod. In 2050 zijn bodem, grondwater en alles wat daarin te vinden is van robuuste, hoogwaardige kwaliteit. Weersextremen schaden de bodem niet. Door aanwezigheid van meer organische stoffen draagt de bodem bij aan CO2-opslag en een
betere bodemstructuur. Planten, mensen en dieren worden nauwelijks meer bedreigd door risicovolle milieufactoren. In 2050 heeft Zeeland een circulaire economie. De meeste sectoren maken gebruik van reststoffen die door anderen onbenut zijn gelaten, dan wel zijn uitgestoten als afval of producten die aan het eind van de levensduur zijn en worden hergebruikt. Hierdoor staan de sectoren niet langer op zichzelf maar houden ze contact met
andere branches. In 2050 is Zeeland klimaatbestendig en waterrobuust. Zeeland stoot vrijwel geen CO2 en andere broeikasgassen uit. Industrie, mobiliteit, verwarming en elektriciteitsproductie zijn nagenoeg fossielvrij en/of CO2 vrij.
Toetsing Met de beoogde tweede ontsluitingsweg wordt de bereikbaarheid van de Axelse Vlakte verbeterd. Dit is goed voor de gevestigde bedrijven en daarnaast verbeterd Axelse Vlakte hiermee het vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Eveneens wordt met deze ontwikkeling braakliggende gronden omgezet in glastuinbouw, waarmee deze gronden een goede invulling krijgen. Dit komt tevens de ruimtelijke structuur van de Axelse Vlakte ten goede doordat versnippering wordt tegengegaan. Een ander belangrijk doel in de omgevingsvisie is een goede gezondheid van burgers, waar het planvoornemen ook in voorziet met het verblijfspark. Het verblijfspark dat zowel open is voor klanten als andere voorbijgangers voorziet in een aantrekkelijke buitenruimte die aanzet om
22/58
te bewegen. Tot slot wordt ingezet op natuur- en ecologische waarden. Door middel van een goede landschappelijke inpassing worden de landschappelijke en natuurlijke waarden versterkt. Het planvoornemen is hiermee in overeenstemming met de Zeeuwse Omgevingsvisie. 3. 2. 2
Provinciale omgevingsverordening Een aantal onderwerpen uit het Omgevingsplan is juridisch vertaald in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 (inclusief wijzigingen) . Voor het buitengebied betreffen het onder andere regels met betrekking tot natuur, landschap en waterhuishouding. Toetsing Het aangrenzend gebied ten zuiden van het plangebied is aangewezen als bestaande natuur (Figuur 3. 1) . Ingevolge artikel 2. 12 Bestaande natuur geldt dat binnen bestemmingsplannen primair de bestemming Natuur, Bos, Beschermde of Waardevolle dijk aangewezen mogen worden. Bestaand gebruik en bestaande bebouwing mogen positief worden bestemd. Het planvoornemen heeft hier geen negatief effect op, aangezien de ontsluitingsweg niet binnen het vlak 'bestaande natuur' wordt aangelegd. Een gedeelte van het werkgebied wordt wel binnen NNN-gebied gerealiseerd, hier wordt in het verkennend ecologisch onderzoek (bijlage 11) verder op ingegaan.
Figuur 3. 1 - Bestaande natuur (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl) Aan de andere kant van de Tractaatweg is een ganzerustgebied gelegen. De beoogde ontwikkeling heeft hier geen invloed op door de ligging op enige afstand en scheiding van het gebied door de provinciale weg
23/58
(Tractaatweg) . Daarnaast zal ook de aanwezigheid van verkeer geen overlast mogen geven, omdat de provinciale weg veel meer verkeer genereert en dichter langs het ganzerustgebied is gelegen.
Figuur 3. 2 - Ganzerustgebied aan de overkant van de provinciale weg (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl) Een gedeelte van het plangebied is aangewezen als verdrogingsgevoelig gebied (figuur 3. 3) . Hiervoor gelden de
volgende instructieregels ingevolge artikel 4. 12. Zo is het van belang dat verdrogingsgevoelige natuurgebieden (zoveel mogelijk) worden beschermd tegen nadelige gevolgen van grondwatertekorten. Daarnaast is van belang dat de kwantitatieve toestand van aanwezig (zoet) grondwater dat geschikt is voor onttrekkingen ten behoeve van landbouwkundig gebruik (zoals beregening) duurzaam wordt beheerd, zodat deze als gevolg van benuttingsmogelijkheden niet uitgeput raakt. Verder verdient de kwaliteit van het grondwater bescherming in geval van infiltratie van water. Ter plaatse van het verdrogingsgevoelig gebied wordt de ontsluitingsweg gerealiseerd. De ontsluitingsweg
wordt gerealiseerd zonder kolken, waarbij het water in de berm de mogelijkheid heeft te infiltreren in de ondergrond. Hierdoor wordt verdroging tegen gegaan.
24/58
Figuur 3. 3 - Verdrogingsgevoelige natuurgebieden (rood) en niet-verdrogingsgevoelige natuurgebieden (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl)
Ingevolge artikel 2. 27 van de omgevingsverordening dient rondom natuurgebied rekening gehouden te worden met een afwegingszone van 100 meter. De beoogde ontwikkeling wordt direct grenzend aan NNZ gebied gerealiseerd. Dit komt omdat er redelijkerwijs geen alternatieve tracés mogelijk zijn binnen het plangebied. Daarnaast is momenteel ook al glastuinbouw mogelijk op deze locatie, waarvan het natuurgebied waarschijnlijk meer overlast ervaart door o. a. lichtuitstraling. Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen geen verstorende werking heeft op de beschermde gebieden volgens de Provinciale omgevingsverordening (2018) . De beschermde natuurgebieden worden daarentegen versterkt door de realisatie van struweel, natte natuur en natuurwaarden. De ontwikkeling is in overeenstemming met de omgevingsverordening 3. 2. 3 Omgevingsplan Zeeland (2018) Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Het plan is integraal,
ook compact. Het is voor het overgrote deel geen nieuw beleid. Wel flink opgeruimd en opnieuw ingericht op basis van vier grote strategische opgaven. maar
Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast houdt het Omgevingsplan Zeeland 2018 rekening met de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in 2021 in werking
treedt. Het Omgevingsplan is een overbruggingsplan. Het traject naar de Omgevingsvisie is gestart en dit zal
25/58
nieuwe inzichten opleveren. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 biedt meer ruimte om per situatie of gebied passend beleid te voeren en zal indien nodig tussentijds worden gewijzigd aan de nieuwe inzichten. Het plan zal
de transitie naar de Omgevingswet ondersteunen, niet belemmeren. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 blijft geldig tot vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie, naar verwachting in 2021. De vier grote strategische opgaven zijn als volgt: 1. Duurzame en concurrerende economie. 2. 3. 4.
Klimaatbestendige en –neutrale samenleving. Waardevolle leefomgeving. Toekomstbestendige, bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving.
Binnen de opgave van een duurzame en concurrerende economie is onder andere aandacht voor de voorzieningen in de provincie. Een betaalbaar, bereikbaar en divers voorzieningenniveau en toekomstbestendig
voorzieningenstelsel voor alle bewoners, toeristen en bedrijven is essentieel. Het bieden van een goede kwaliteit van voorzieningen is daarbij belangrijker dan de fysieke nabijheid. Voor veel voorzieningen geldt dat bereikbaarheid organiseren samenhangt met het aantal mensen dat hiervan gebruik maakt. Een winkel, school, pinautomaat of bibliotheek kan alleen renderen in een omgeving met voldoende (potentiële) klanten. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik, bundeling van functies en versterking van attractieve steden ziet de provincie de (binnenstedelijke) kernwinkelgebieden als primaire vestigingsplaats voor detailhandel. In kernen zonder
kernwinkelgebied is ruimte voor lokale detailhandel en buiten bestaand bebouwd gebied zijn kleinschalige en aan het buitengebied gebonden vormen van detailhandel mogelijk. Vanwege de bijzondere combinatie van frequent bezoek en groot winkelvloeroppervlak kunnen supermarkten in of (indien noodzakelijk vanwege de omvang) aansluitend aan het kernwinkelgebied worden gevestigd. Ook de vierde strategische opgave van de provincie Zeeland (een toekomstbestendige, bereikbare woon-, werken verblijfsomgeving) is relevant voor de beoogde ontwikkeling. In Zeeland is behoud en herontwikkeling van voorzieningen essentieel omdat de totale bevolkingsomvang daalt en de bevolking vergrijst. Het regionale schaalniveau wordt steeds belangrijker. Het stedelijk gebied en de
omliggende dorpen en regio functioneren feitelijk als één geheel. Voor steden en kernen leidt dit tot veel verschillende opgaven: verduurzaming en verbetering van de bestaande gebouwen, de verdichting van de stad voor verdere verduurzaming, het accommoderen van de vraag naar meer stedelijke woonvormen, het op peil houden van het voorzieningenniveau, de daarmee samenhangende noodzakelijke aanpak van de straten en openbare ruimte en transformatie van leegstaande gebieden en gebouwen, inclusief cultureel erfgoed. Ook woningbouw in de dorpen blijft nodig. De opgave ligt hier primair bij herstructurering, inbreiding binnen de bestaande kern, vervangende nieuwbouw en het verleggen van bestaande plannen naar kansrijke locaties die inspelen op de lokale behoeftes. Toetsing Met de beoogde ontwikkeling op de Axelse Vlakte wordt invulling gegeven aan verschillende provinciale belangen. Voor Zeeland is het behoud en ontwikkeling van bedrijvigheid belangrijk, gelet op de demografische
26/58
ontwikkelingen. Met de ontwikkeling van de tweede ontsluitingsweg verbeterd het vestigingsklimaat op de Axelse Vlakte, daarnaast zorgt het voor een betere bereikbaarheid van gevestigde bedrijven. Verder kan gesteld worden dat sprake is van kwaliteitsverbetering van het landschap, door het bestemming van verkeersdoeleinden en woondoeleinden in glastuinbouw. Hierdoor wordt versnippering tegen gegaan. De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met het Omgevingsplan Zeeland (2018) 3. 3. 4 Mobiliteitsvisie Zeeland 2028 De Mobiliteitsvisie 2028 is onderdeel van het Mobiliteitsplan Zeeland, hierin staan de ambities van de Provincie
Zeeland ten aanzien van mobiliteit, verkeer en vervoer. De volgende ambities worden hierin beschreven: Netwerken Provincie Zeeland streeft naar het snel, betrouwbaar en veilig zijn van verbindingen. Door wegeninvesteringen en capaciteitsvergroting
bij verschillende sluiscomplexen (Terneuzen, Krammer en Volkerak) wordt Zeeland beter bereikbaar. Dit versterkt de concurrentiekracht. Tevens dienen de bestaande verbindingen sneller, betrouwbaarder en veiliger te worden. Leefbaarheid en veiligheid De Provincie Zeeland wilt al haar inwoners mobiliteitsgarantie bieden. Ook inwoners die geen beroep kunnen doen op de auto, moeten zich vrij kunnen bewegen in Zeeland. Hiervoor zijn goede mobiliteitsvoorzieningen van belang. Daarbij wordt gestreefd om het aantal verkeersslachtoffers tot een minimum te beperken. Duurzaamheid Er wordt gestreefd naar duurzame mobiliteit, zodat de aantrekkelijkheid van Zeeland als woongebied en voor toeristen en recreanten wordt versterkt. Dit wordt gedaan door het beleid erop te richten dat hinder en schadelijkheid als gevolg van emissies (lucht, geluid en licht) zoveel mogelijk worden beperkt. Daarnaast wordt ingezet op het autoluw maken van gebieden en het bevorderen van fietsen en wandelen. Versterken Zeeuws karakter Recreanten en toeristen moeten meer de waarden van Zeeland beleven, hierbij gaat het niet alleen om de betrouwbare infrastructuur of goede voorzieningen voor bijvoorbeeld fietsers. Er moeten ook partijen
samenwerken aan een manier waarop mobiliteit kan bijdragen aan de beleving van de provincie. Mobiliteit is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor Zeeland. Om het vestigingsklimaat concurrerend te houden wordt ingezet op goede verbindingen naar havens, grootschalige bedrijventerreinen en de Zeeuwse steden. Middelen Voor het verwezenlijken van de ambities is spanning tussen de beschikbare middelen (capaciteit en geld) en de benodigde en gewenste inspanningen. Om te voorkomen dat de effectiviteit van maatregelen verminderd, worden prioriteiten gesteld en expliciete keuzes gemaakt. Samen Voor het verwezenlijken van de mobiliteitsambities is het noodzakelijk belanghebbende partijen goed samen te laten werken. Hierbij heeft de provincie Zeeland de regisserende rol.
27/58
Toetsing De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de geformuleerde ambities van de provincie Zeeland.
3. 3
Gemeentelijk beleid
3. 3. 1 Structuurvisie Terneuzen 2025 (2010) Op 16 december 2010 is de Structuurvisie Terneuzen vastgesteld. In de structuurvisie Terneuzen wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Terneuzen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het
gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs) overeenkomsten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop het gemeentebestuur zich voorstelt de voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken. Voor de economische ontwikkeling van Terneuzen en Zeeuws-Vlaanderen wordt in de Kanaalzone ruimte geboden voor bestaande en nieuwe bedrijvigheid. Daarbij wordt gestreefd naar een verdergaande duurzame transitie van de procesindustrie en de ontwikkeling van de Kanaalzone als logistieke knoop. Hiervoor wordt de
aandacht gericht op de speerpuntsectoren procesindustrie, agribusiness en logistiek. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in een tweede ontsluitingsweg op het bedrijventerrein in de Kanaalzone, voor een betere ontwikkeling van bestaande bedrijven en een beter vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Daarnaast voorzien het in extra glastuinbouw, minder versnippering op het bedrijventerrein en het wegbestemmen van een woonbestemming op het bedrijventerrein. Dit is voordelig voor de verdere ontwikkeling van bedrijven. Hierdoor sluit het planvoornemen aan bij de gestelde doelen in de Structuurvisie Terneuzen (2025) . 3. 3. 2 Bodembeleid gemeente Terneuzen De gemeente Terneuzen heeft bodembeleid opgesteld en uitgewerkt in de Nota Bodembeheer en de Bodemkwaliteitskaart. Hierin is beschreven hoe wordt omgegaan met grondverzet. Door gebruik te maken van de bodemkwaliteitskaart is bodemonderzoek in veel gevallen niet nodig. De bodemkwaliteitskaart kan worden
gebruikt als milieu-hygiënische verklaring voor de kwaliteit van de grond. In de nota bodembeheer is vastgelegd dat binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat het projectgebied valt binnen de aanduiding ''C2: Woonwijken (Sasse Poort) ''. Hiervan is de kwaliteitsklasse van de bovengrond (0-0, 5 m -mv) van de kwaliteitsklasse 'industrie'. Dit is onvoldoende voor de realisatie van gevoelige functies zoals woningen. De kwaliteitsklasse van de ondergrond (0, 5-2, 0 m-mv) is daarentegen wel van de kwaliteitsklasse wonen. Toetsing Uit het gemeentelijk beleid blijkt dat meer bodemonderzoek nodig is voor de realisatie van gevoelige functies in
28/58
het gebied. De ontwikkeling betreft echter een ontsluitingsweg en een perceel ten behoeve van glastuinbouw, waardoor geen sprake is van een gevoelige functies. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor het project. 3. 3. 3 Interim-beleid Archeologie gemeente Terneuzen Het gemeentelijke archeologiebeleid is vastgelegd in het Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen. Als vangnet naast het Interim-beleid Archeologie fungeert de Erfgoedverordening van Terneuzen 2011. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling voor archeologie verleend tot 100 m² en een diepte van 0, 5 meter voor
de zogenaamde kruimelgevallen. De achterliggende gedachte van het archeologiebeleid is het in beeld brengen van de gebieden in de gemeente Terneuzen met een archeologische verwachtingswaarde. Deze verwachtingswaarde kan per gebied en per geologische laag verschillen. De insteek is daarbij soepel waar het kan en streng waar nodig. Archeologische toets Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie dient aan 5 criteria te worden getoetst. 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) : Deze kaart geeft de wettelijk beschermde archeologische monumenten weer en de door de RCE gewaardeerde gebieden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. 2. De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) : Deze kaart geeft de verwachtingswaarde weer voor de bovenste (bovenste 1, 20 meter) , dagzomende, bodemlaag. 3. ARCHIS: Dit is de landelijke database waarin alle recent uitgevoerde archeologische onderzoeken en vondsten worden opgeslagen. Deze database geeft een indicatie van de vondsten die gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. 4. Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) : In dit archief berusten de verslagen van alle in het verleden in Zeeland uitgevoerde bodemonderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke.
Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. 5. Aan de hand van de bodemkaart kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn, namelijk: - pleistoceen: vanaf de Steentijd; - hollandveen: vanaf de IJzertijd en Romeinse tijd; - Duinkerke II: vanaf de Middeleeuwen; - Duinkerke III; vanaf de Nieuwe tijd, lage of zeer lage trefkans. Toetsing In het volgende hoofdstuk, wordt onder de paragraaf 4. 7 'Archeologie', de archeologische toets uitgevoerd voor het plangebied. 3. 3. 4 Parkeernota 2015-2020 - Gemeente
Terneuzen
Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd is de Parkeernota 2015-2020. Op 22 april 2020 heeft de raad een
actualisatie van de bijbehorende parkeernormen vastgesteld. Voor nieuwe ontwikkelingen dient, conform het bouwbesluit, de ontwikkeling te voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Het mogelijk maken van nieuwe functies
29/58
leidt tot een toename van de parkeerbehoefte, indien hier niet in wordt voorzien, zal de parkeerdruk op de openbare weg toenemen, dit is niet wenselijk. Uitgangspunt hierbij is: - Zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein; - Inventariseren huidige parkeersituatie: Hiervoor dient de huidige situatie in beeld te worden gebracht door middel van parkeertellingen, zodat leegstand wordt voorkomen; - Parkeren faciliteren voor bezoekers; - Maximale loopafstanden volgens zowel bestaande als nieuwe parkeerplaatsen volgens de maximale acceptabele loopafstanden voor de volgende functies (CROW-norm) :
Voor het berekenen van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de
parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 182) . Hierbij wordt de behoefte berekend op basis van de stedelijkheidsgraad, minimale of maximale kencijfers en de locatie. Met een inwonersaantal van circa 25. 000 in de kern Terneuzen, behoort het tot de klasse 'weinig stedelijk'. Door de decentrale ligging van het centrum hanteert de gemeente Terneuzen niet minimale en maximale waarden van parkeerbehoefte, maar nemen hier het gemiddelde van. De locatie Axelse Vlakte behoort volgens de Parkeernota tot 'rest bebouwde kom'. Toetsing De parkeernota en de bijbehorende parkeernormen worden toegepast bij de uitwerking van het project, zie paragraaf 4. 1 Verkeer en parkeren.
30/58
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Voor de ontwikkeling is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie
sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de relevante milieuaspecten (bodem, water, milieuzonering en externe veiligheid) en om andere sectorale regelgeving (bijvoorbeeld archeologie en cultuurhistorie, ecologie) .
4. 1
Verkeer
en
parkeren
Normstelling De verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte is gebaseerd op CROW publicatie 317 " Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie " uit 2012. De kencijfers uit deze publicatie worden gespecificeerd op basis van het type functie en de ligging van de functie. Er wordt uitgegaan van de maximale kencijfers van het CROW om zo een 'worst case' scenario door te rekenen. Onderzoek Verkeersgeneratie Op de Axelse Vlakte zijn meerdere bedrijven met industriële functies gevestigd. Deze bedrijven zijn ontsloten middels de Autrichehavenweg, dit is de enige ontsluiting op de N62. Een nieuwe ontsluiting is gepland vanaf de Axelse Vlakte richting de Eversdam. Deze tweede ontsluiting zorgt voor een betere bereikbaarheid van de Axelse Vlakte. De Axelse Vlakte is nog niet volledig ontwikkeld, hierdoor zijn ten opzichte van de huidige situatie extra verplaatsingen te verwachten. In de notitie in bijlage 3 wordt de verkeersgeneratie berekend en verkeer toegedeeld over de bestaande ontsluiting en de nieuw aan te leggen Tweede Ontsluitingsweg. In de notitie zijn verschillende scenario's berekend. De verkeersgeneratie bij een volledig ontwikkelde Axelse
Vlakte en een tweede ontsluitingsweg (=worst case) bedraagt 1685 mvt / etmaal weekdaggemiddelde. Dit leidt niet tot problemen in de verkeersafwikkeling op omliggende wegen, omdat hier voldoende capaciteit is.
31/58
Figuur 4. 1 - Verkeersgeneratie (IV infra, 2022)
Onderzoek Parkeren Het planvoornemen leidt niet tot een toename in de parkeerbehoefte. De ontsluitingsweg leidt niet tot meer parkeerbehoefte en het perceel wat gewijzigd wordt in glastuinbouw is momenteel bestemd ten behoeve van 'Wonen' waardoor hier geen toename is van parkeerbehoefte. Verkeersveiligheid In verband met de verkeersveiligheid heeft er afstemming plaatsgevonden met Waterschap Scheldestromen, de wegbeheerder van de Sasdijk. De ontsluitingsweg, de Zwartenhoekseweg, kruist namelijk de Sasdijk. Er rijden veel fietsers over de Sasdijk van en naar met name Terneuzen. In het ontwerp van de ontsluitingsweg wordt hier rekening mee gehouden. Het is de bedoeling dat de aansluiting van de Ameliaweg op de Sasdijk komt te vervallen. Het verkeer gaat straks gebruik maken van de Zwartenhoekseweg. Voor de fietsers wijzigt de situatie niet. Het fietspad op de Axelse Vlakte wordt ook in de nieuwe situatie ontsloten op de Sasdijk ter hoogte van de Batterij. Conclusie Het aspect verkeer staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4. 2
Bodemkwaliteit
Beleid en normstelling Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren) . Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987) , dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Het Bouwstoffenbesluit en het Besluit Bodemkwaliteit stellen verder regels hoe om te gaan met vrijkomende grond- en materiaalstromen en hoe deze toe te passen. Toetsing Bodemkwaliteit Bij de ontwikkeling van een tweede ontsluitingsweg en een perceel ten behoeve van glastuinbouw is geen sprake van een transformatie naar een bodemgevoeliger gebruik. Desalniettemin is toch verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de milieuhygienische bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bodemkwaliteit voldoende is. Het volledig verkennend bodemonderzoek is bijgevoegd in bijlage 4 en het historisch bodemonderzoek is bijgevoegd in bijlage 5.
Om die reden kan worden geconcludeerd dat vanuit de bodemkwaliteit geen belemmeringen zijn te verwachten voor de
32/58
ontwikkeling.
Grondverzet Binnen het plangebied gaat grondverzet plaatsvinden. Hierbij wordt alle grond op eigen perceel verwerkt en dus niet afgevoerd naar andere percelen. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4. 3
Water
Beleid en normstelling Waterbeheer De initiatiefnemers van een ruimtelijke ontwikkeling behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Scheldestromen verantwoordelijk voor het waterkwantiteits-- en waterkwaliteitsbeheer. Bij onderhavige procedure wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De eventuele opmerkingen van de waterbeheerder zijn verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief) . Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Op europees en landelijk niveau is het overkoepelende waterbeleid vastgelegd in de Kaderichtlijn Water, het Nationaal Waterplan en het Nationaal Bestuursakkoord Water. De doorvertaling van dit beleid is regionaal
vastgelegd in het Provinciaal Waterplan en in het Waterbeheersplan van het Waterschap. Daarnaast wordt op gemeentelijk niveau het waterbeleid vastgelegd in een waterplan of een (verbreed) rioleringsplan. Regionaal waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap haar strategische keuzes, de doelen voor het waterbeheer en de financiële consequenties daarvan. Watertoets Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro ) bepaalt dat bij ruimtelijke plannen zoals deze rekening gehouden dient te worden met de waterhuishouding. Middels het uitvoeren van een Watertoets worden alle relevante zaken met
betrekking tot de waterhuishouding afgestemd en besproken met de waterbeheerder (s) Onderzoek Bij de geplande ontwikkeling binnen het plangebied wordt de waterhuishouding beïnvloedt. Hiervoor is een watertoets uitgevoerd, deze in bijgevoegd in bijlage 6. Hieruit blijkt dat het planvoornemen geen negatief effect oplevert voor de waterhuishouding ter plaatse.
33/58
Conclusie Gezien bovenstaande heeft de geplande ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
4. 4
Bedrijven
en
milieuzonering
Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals bijvoorbeeld woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en (nieuwe) milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt in deze rapportage gebruikgemaakt van de richtafstanden uit de
basiszoneringslijst van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) . Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor de richtafstanden wordt onderscheidt gemaakt tussen rustige woongebieden, gemengde gebieden en rustige buitengebieden. Onderzoek Het plangebied is te kenmerken als een gemengd gebied. Bij de geplande ontwikkeling worden bedrijfshinderveroorzakende functies gerealiseerd, te weten glastuinbouw ondersteunende activiteiten. Belangrijk hierbij is dat het gaat om het mogelijk maken van glastuinbouwondersteunende voorzieningen zoals een waterbassin en dus geen kassen met licht- of geluiduitstraling. Bedrijfshinderveroorzakende functie De milieucategorie voor een perceel waar uitsluitend glastuinbouw ondersteunende activiteiten plaats vinden valt onder categorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Het maatgevend aspect hierbij is geluid. In figuur 4. 2 zijn de functies in de omgeving weergegeven. Met het planvoornemen wordt het meest westelijk gelegen perceel ten behoeve van wonen omgezet in glastuinbouw. De woonpercelen die hier overlast van kunnen ervaren zijn het woonperceel ten oosten van het plangebied en het woonperceel ten zuiden van het plangebied (zie figuur 4. 2) .
Het woonperceel ten oosten is gelegen op 0 meter afstand van het plangebied, de gevel van de woning bevindt zich echter op ruim 35 meter van de bedrijfsbestemming. Daarbij komt dat het maatgevend aspect geluid is voor glastuinbouw maar het in deze situatie om glastuinbouw ondersteunende voorzieningen gaat, met nauwelijks geluidsuitstraling. Het woonperceel ten zuiden is gelegen op een afstand van ruim 260 meter, hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Voor beide woningen kan een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd worden.
34/58
Figuur 4. 2 - Omliggende functies (Rho Adviseurs, 2022)
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het project.
4. 5
(Spoor) wegverkeerslawaai
Beleid en normstelling De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat L den (L day-evening-night) . Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Binnen de geluidszone van een gezoneerde (spoor) weg dient de geluidsbelasting aan de gevel van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. Volgens artikel 74 van de Wgh is de breedte van een geluidszone afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (stedelijk of buitenstedelijk) of het type spoor. Onderzoek Binnen het plangebied wordt een glastuinbouwgebied en een nieuwe ontsluitingsweg mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) betreft deze ontwikkeling geen realisatie van van geluidsgevoelige functie (s) en dient hiervoor geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het verkeer op de te realiseren ontsluitingsweg kan geluidsoverlast veroorzaken op de reeds aanwezige woning langs de Sasdijk. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is daardoor akoestisch onderzoek nodig naar
wegverkeerslawaai (reconstructieonderzoek)
35/58
Er is daardoor een onderzoek (Rho adviseurs, 20210921, d. d. 10-05-2022) uitgevoerd om de geluidseffecten ten gevolge van de fysieke aanpassing van de weg te bepalen op de relevante geluidsgevoelige functies. Het
onderzoek wegverkeerslawaai is opgenomen in bijlage 7. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op beide bestaande woningen ten gevolge van het verkeer op de nieuwe ontsluitingsweg. Conclusie Het (spoor) wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4. 6
Luchtkwaliteit
Beleid en normstelling Wet Milieubeheer In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, artikel 5. 2 van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO 2 -jaargemiddelde) en fijn stof (PM10-jaar- en daggemiddelde) van belang. Op grond van artikel 5. 16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de
grenswaarden of de ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. NIBM In dit Besluit 'niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties
onderscheiden: project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouwprojecten met niet meer dan 1. 500 woningen bij één ontsluitingsweg een
en 3. 000 woningen bij twee
ontsluitingswegen. een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM 10) Onderzoek Wet Milieubeheer In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-Monitoringstool (www. nsl-monitoring. nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties direct langs de Tractaatweg (als maatgevende doorgaande weg in de omgeving van het plangebied) voor stikstofdioxide en fijn stof respectievelijk 14, 19 en 14, 38 ug/m3 per jaar bedroegen. Deze waarden blijven hiermee ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Omdat direct langs deze