CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-02-21 - 1. Onderbouwing Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

commissie Omgeving 21 februari 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: a. overzicht omgevingsvergunningen afwijkend gebruik28.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel Omgevingsvergunning Concept adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte

COLOFON Documentgegevens Titel Projectnummer Datum Status IMRO Gemeente

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel 000654 5 december 2023 concept NL.IMRO.0715.ccccc-0001 Terneuzen

Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens

Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Jessica Ocké | Gerard Verweij +31(0)113 405 051

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer

4 4 5 5

Hoofdstuk 2

Het project

6

Beschrijving project Juridische regeling

6 8

Beleidskader

10

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

10 10 13

Kwaliteit van de leefomgeving

16

Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie

16 16 22 22 23 24 24 24 24 25 26 27 28

Uitvoerbaarheid

29

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

29 29

2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Bijlagen

30

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

31

Bijlage 2

Stikstofberekening

130

Bijlage 3

Quickscan Wet natuurbescherming

163

Juust

2

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Toelichting

Juust

3

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

De provincie Zeeland is voornemens om aan de Langeweg in de Smitsschorrepolder te Axel een gebied van circa 30 hectare landbouwgebied te ontwikkelen tot natuur. De natuurontwikkeling, bestaande uit vochtig hooiland, kruidenrijk grasland en 15 hectare bos, zal aansluiten op en vormt de verbinding tussen de natuurgebieden Zwartenhoekse Kreek en Smitschorre. Daarbij zal waar mogelijk aansluiting gezocht worden bij de de bestaande recreatiestructuren van het Smitsschorregebied. In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied' heeft het plangebied de bestemming 'Agrarisch'. De aanleg van nieuwe natuur en bos is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een planologische regeling nodig. In dit geval is gekozen voor een uitgebreide procedure omgevingsvergunning. De aanvraag moet voorzien worden van een ruimtelijke onderbouwing. Voorliggend document voorziet in deze ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Langeweg te Axel en bestaat uit de volgende kadastrale percelen: AEL00, sectie L, perceelnummer 313 (179.410 m2 ) AEL00, sectie L, perceelnummer 319 (119.305 m2 ) De gezamenlijke oppervlakte van het plangebied is daarmee 298.715 m2 .

Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: ruimtelijkeplannen.nl; bewerking: Juust B.V.)

Juust

4

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

1.3

Doel

Het doel van deze ruimtelijke onderbouwing is de natuurontwikkeling toe te staan. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt als bijlage bij de omgevingsvergunning bijgevoegd. In dit document wordt de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de geldende regelgeving. Daarnaast wordt beschreven wat het effect van de voorgenomen ontwikkeling is op de kwaliteit van de leefomgeving.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat, naast dit inleidend hoofstuk, uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk twee wordt het initiatief nader toegelicht. Hoofdstuk drie beschrijft het geldende beleidskader en in hoofdstuk vier worden de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Tot slot wordt in hoofdstuk vijf ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Juust

5

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving project

2.1.1

Huidige situatie

Het project

Het plangebied ligt in de Smitsschorrepolder, een open polderlandschap ten zuidwesten van Axel. Het plangebied bestaat uit akkerbouwgrond en wordt gebruikt voor agrarische doeleinden. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Zwartenhoekse Kreek. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde van het plangebied begrensd door de watergang de Oostelijke Rijkswaterleiding (afbeelding 2). Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door het natuur- en recreatiegebied 'Smitsschorre' en aan de zuidzijde door de N258 (Langeweg).

Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied - bezien vanaf deLangeweg (bron: Google Street View)

2.1.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie wordt het landbouwgebied ontwikkeld tot natuur. Het inrichtingsplan (afbeelding 3) bestaat uit drie natuurtypen: Vochtig hooiland (N10.02), Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) en Haagbeuken- en Essenbos (N14.03). Het vochtig hooiland wordt voorzien aan de noordzijde van het plangebied. Het bos wordt in een grote aaneengesloten groep aangeplant aan de oostzijde van het plangebied, zodat het aansluit op het huidige bos, en meer verspreid aan de westzijde van het plangebied. De weidse polder is door het bestaande bos al redelijk onderbroken. Toch is de weidse polder ten zuiden van de N258 nog goed beleefbaar. Door in het nieuwe natuurgebied een brede strook ten noorden van de weg open te houden en het bos af te wisselen met open stukken, stopt de openheid niet abrupt ten noorden van de weg. Het beeld van de laanbeplanting langs de weg blijft daardoor eveneens behouden. Het grasland vormt een aaneengesloten begrazingsgebied. De grens tussen het vochtig hooiland en het beweide deel wordt gevormd door een te herstellen steilrand (geomorfologisch hoogteverschil in het landschap).

Juust

6

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 3 | Inrichtingsschets natuurgebied (bron: Provincie Zeeland) Binnen het plangebied wordt 15 hectare bos aangeplant, waarvoor circa 30.000 stuks plantgoed nodig zijn. De beplanting kan ingedeeld worden in vier verschillende groepen (afbeelding 4): bos (50%), struweel (20%), nat struweel (10%) en hoog bos (20%). Door deze verschillende groepen ontstaat er een gevarieërd beeld (hoog/laag en struweel/bos). Het gehele bosperceel wordt omzoomd door struweel dat een geschikt habitat vormt voor verschillende zangvogels. De bomen bestaan o.a. uit populieren, wilgen en eiken. Speciaal voor de wielewaal worden zwarte populieren aangeplant.

Afbeelding 4 | Beplantingstypen (bron: Provincie Zeeland) Om het gewenste beeld te realiseren en ideale omstandigheden te creëren, worden delen van het plangebied afgegraven (max. 1 meter) en delen opgehoogd (max. 0,5 meter). Er worden geen waterhoudende kreken

Juust

7

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

gerealiseerd. Voor het grondverzet is rekening gehouden met een beperkte afstand tussen de delen die ontgraven zullen worden en de delen die opgehoogd zullen worden (afbeelding 5).

Afbeelding 5 | Grondverzet (bron: Provincie Zeeland) Om het gebied beleefbaar te maken worden in het gebied twee informatiepunten met picnicktafels voorzien. Er wordt aansluiting gezocht op bestaande fiets- en wandelroutes. Concluderend kan gesteld worden dat het plangebied in de huidige situatie 'ingesloten' is door bestaande natuur en dat door de aanleg van bos de bestaande natuur aan de zuidwestzijde van Axel (Smitsschorre) nog robuuster gemaakt zal worden. Ruimtelijk gezien zorgt het nieuw aan te leggen bos voor een natuurlijke en belangrijke verbinding tussen de bestaande natuurgebieden Smitsschorre en Zwartenhoeksekreek.

2.2

Juridische regeling

2.2.1

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Terneuzen. Dit bestemmingsplan is op 25 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Agrarisch'. Het realiseren van nieuwe natuur en bos is niet toegestaan. Daarnaast ligt op het plangebied, uitgezonderd een strook aan de westzijde en een deel aan de noordoostzijde, de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-3'. Dit betekent dat archeologisch onderzoek nodig is wanneer grond- of graafwerkzaamheden dieper gaan de vrijstellingsdiepte (50 cm) beneden het maaiveld en hierbij het te verstoren oppervlak onder de vrijstellingsdiepte groter is dan 1.000 m2 . Hier wordt verder op ingegaan in 4.2 Archeologie en cultuurhistorie. Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - Industrie - 4'. Binnen de geluidszone zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan.

Juust

8

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 6 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)

Juust

9

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

Door de realisatie van nieuwe natuur, bestaande uit verschillende natuurtypen, worden nieuwe leefgebieden voor verschillende flora- en faunasoorten gerealiseerd. Daarnaast zorgt het omvormen van agrarische gronden naar bos- en natuurgronden voor een verhoogde waterbergende capaciteit van het gebied. Hierdoor zal het gebied meer klimaatadapatief worden. Verder wordt in het plan ook ingezet op extensief recreatief medegebruik. De voorgenomen ontwikkeling geeft hiermee invulling aan de nationale opgaven 'ruimte voor klimaatadaptatie' en 'toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied'. De ontwikkeling is niet in strijd met de andere nationale belangen uit de Nationale Omgevingsvisie. Nationale Bossenstrategie In februari 2020 heeft Minister Schouten samen met de Provincies de Nationale Bossenstrategie uitgebracht. Om de biodiversiteit te herstellen en de afspraken uit het klimaatakkoord ten aanzien van de CO2-uitstoot na te komen, streven Rijk en Provincies naast aanpak op bronniveau naar de aanleg van nieuw bos op aanzienlijke schaal. De ambitie is om voor 2030 het bosareaal met 10% uit te breiden, hetgeen voor Nederland als geheel de aanleg van 37.000 ha nieuw bos impliceert. Zeeland kent ongeveer 4.100 ha bos. Een evenredige verdeling zou voor Zeeland de aanleg van 410 ha bos betekenen.

De Bossenstrategie bepleit de aanleg van meer loofbos met een gevarieerde bosstructuur en een groter aandeel natuurbos. De Nationale Bossenstrategie geeft aan dat deze nieuwe bossen zowel binnen het natuurnetwerk als daarbuiten kunnen worden aangelegd. Binnen het natuurnetwerk vraagt dit een zorgvuldige ecologische afweging door provincies, terreinbeheerders en particulieren. Onderhavig plangebied, waar de aanleg van bos en nieuwe natuur is voorzien, is gelegen binnen het Natuur Netwerk Zeeland. Hierop wordt verder ingegaan in 3.2 Provinciaal beleid. Het rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.

3.2

Juust

Provinciaal beleid

10

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Omgevingsvisie Zeeland Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 12 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn: 1. 2. 3. 4.

Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. Een duurzame en innovatieve economie. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.

Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn: 1. 2. 3. 4.

Doe meer met minder grond. Werk samen en deel kosten en baten. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.

De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening, welke nog vastgesteld moet worden, is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd. Kijkend naar het onderhavige plan sluit deze het meest aan bij ambitie 2. De ontwikkeling draagt bij aan verschillende doelstellingen op het gebied van landschap en natuur. Belangrijke doelen, waar onderhavige ontwikkeling aan bijdraagt, zijn het herstel van biodiversiteit, natuurontwikkeling, natuurherstel en natuurbeleving. Het plangebied maakt ook onderdeel uit van het Natuurnetwerk Zeeland. Alle bestaande natuurgebieden en agrarische gebieden van ecologische betekenis worden planologisch beschermd via het Natuurnetwerk Zeeland (onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, voorheen EHS).

In het Natuurbeheerplan Zeeland worden doelen gesteld voor goed en actief beheer van de natuurgebieden. De gebieden aangrenzend aan het plangebied zijn in het Natuurnetwerk Zeeland aangewezen als bestaande natuur (afbeelding 7, groen). Het plangebied zelf is aangewezen als nieuwe natuur (afbeelding 7, geel) waardoor de voorgenomen natuurontwikkeling naadloos aansluit bij de gewenste ontwikkeling van het gebied. Het plan voorziet in de realisatie van nieuwe natuur waarmee de bestaande natuur van het natuur- en recreatiegebied Smitsschorre en de Zwartenhoekse Kreek nog robuuster wordt. Daarnaast worden de leefgebieden voor verschillende flora- en faunasoorten uitgebreid en verbonden waardoor deze soorten meer mogelijkheden krijgen om zich te verplaatsen tussen leefgebieden.

Juust

11

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 7 | Uitsnede Natuurbeheerplan Zeeland 2021 (bron: Provincie Zeeland; bewerking: Juust B.V.) Omgevingsverordening Zeeland 2018 De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van het ganzenrustgebied Axelse Kreek (afbeelding 8). Het ganzenrustgebied is onderdeel van het Zeeuws Ganzenakkoord. Het Zeeuws Ganzenakkoord beoogt ganzenpopulaties in Zeeland duurzaam in stand te houden op een niveau, waarbij een goed evenwicht wordt gevonden tussen de omvang van de van nature voorkomende populaties en de risico’s die daarmee samenhangen. Eén van de maatregelen betreft de aanwijzing van ganzenrustgebieden, met als doel trekganzen rust te bieden tot aan de trek naar de broedgebieden en schade te concentreren. Voorgenomen natuurontwikkeling doet geen afbreuk aan de functie van het plangebied als ganzenrustgebied, aangezien het grasland een aaneengesloten foerageergebied vormt voor de ganzen.

Juust

12

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 8 | Uitsnede Ganzenrustgebied (bron: Provincie Zeeland; bewerking: Juust B.V.) Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken. Zeeuwse Bosvisie De Provincie heeft in samenwerking met partners een Zeeuwse Bosvisie opgesteld als vertaling van de landelijke bossenstrategie (zie 3.1 Rijksbeleid). Bij de aanleg van nieuw bos of nieuwe houtige landschapselementen dient de landschappelijke en ecologische kwaliteit uitgangspunt te zijn. In deze visie is een denkkader opgenomen waarmee de afweging gemaakt kan worden waar de aanleg van bos en/of houtige landschapselementen bijdraagt aan de landschappelijke kwaliteit en waar dat niet het geval is. Het plangebied wordt omgeven door bestaande natuur waardoor de realisatie van een bos met natuur een logische keuze is. De weidse polder is door het bestaande bos al redelijk onderbroken. Toch is de weidse polder ten zuiden van de N258 nog goed beleefbaar. Door in het nieuwe natuurgebied een brede strook ten noorden van de weg open te houden en het bos af te wisselen met open stukken, stopt de openheid niet abrupt ten noorden van de weg. Het beeld van de laanbeplanting langs de weg blijft daardoor eveneens behouden. Het plan geeft uitvoering aan de Zeeuwse Bosvisie. Het provinciaal beleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie gemeente Terneuzen 2025 De structuurvisie Terneuzen 2025 geeft de visie voor ontwikkeling van de gemeente Terneuzen op lange termijn. Het vormt een afwegingskader bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. In de structuurvisie wordt een toekomstbeeld anno 2025 geschetst. Daarbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in de economie en in de leefomgevingskwaliteit. De gemeente wil een veelzijdigheid aan woonmilieus binnen de gemeentegrenzen.

Juust

13

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Het plangebied ligt binnen het gebied dat is aangeduid als 'behouden' en 'verbinden'. De strategie van behoud (afbeelding 9) is gekozen voor de delen van de gemeente waar binnen de looptijd van de structuurvisie geen of zeer beperkte veranderingen zijn te verwachten. Het huidige ruimtelijke beeld en het functioneren van deze gebieden is goed. Daarom is er voor de gemeente geen aanleiding om hier actief plannen of projecten te initiëren. Dit laat onverlet dat door een gebrekking beheer en onderhoud van de ruimte kwaliteitsverlies, snelle veroudering en verrommeling op de loer liggen. Kleinschalige aanpassingen aan de ruimtelijke structuur of ontwikkelingen die passen binnen de functionele omgeving zijn mogelijk, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van het leefklimaat.

Afbeelding 9 | Structuurvisie Terneuzen 2025 - Behouden (bron: gemeente Terneuzen, bewerking: Juust B.V.) De strategie van verbinden (afbeelding 10) is gekozen om de structuur van de gemeente te verbeteren. Hiervoor is het van belang dat op enkele plaatsen ingrepen en verbeteringen van de ruimtelijke structuur plaatsvinden. De structuurverbetering is nooit exact begrensd of bepaald en kan gedurende een langere periode tot stand komen. De structuurverbeteringen dienen zowel ecologische doelen (verbindingen tussen substantiële natuurgebieden), recreatieve doelen (verbindingen leggen voor mensen in de recreatieve routestructuur) als belevingsdoelen (vergroting van de leesbaarheid en ervaring van het landschappelijk raamwerk). Het plangebied is gelegen in de zuidelijke geledingzone. Deze wordt gevormd door de begrenzing van de Autrichepolder aan de noord-oostzijde en de begrenzing van Ghellinckpolder aan de zuidwestzijde. Deze geleding kent de meest landschappelijke insteek en dient tevens als ecologische verbinding.

Juust

14

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 10 | Structuurvisie Terneuzen 2025 - Verbinden (bron: gemeente Terneuzen, bewerking: Juust B.V.) De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van nieuwe natuur. De natuurontwikkeling maakt een verbinding tussen het bestaande natuur- en recreatiegebied 'Smitsschorre' en de Zwartenhoekse Kreek. De ontwikkeling maakt de realisatie van een robuust en aaneengesloten natuurgebied mogelijk en draagt hierdoor bij aan de ecologische doelstellingen (verbindingen tussen substantiële natuurgebieden). Aangezien het plan ook voorziet in recreatief medegebruik wordt tevens bijgedragen aan de recreatieve doelstellingen (verbindingen leggen voor mensen in de recreatieve routestructuur) van de gemeente. Dit project past binnen de bovenstaande uitgangspunten zoals benoemd in de strategie. Het gemeentelijk beleid staat de ontwikkeling van het plan niet in de weg.

Juust

15

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Hoofdstuk 4 Kwaliteit leefomgeving 4.1

van

de

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De gemeente Terneuzen eist dat er een volledige toets aan het interimbeleid archeologie 'De onderste steen boven?!' ,(waarvan de vrijstellingenkaart ook deel uitmaakt) plaatsvindt. Naast het interimbeleid archeologie wordt ook getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen. Deze hangen samen met de door de raad vastgestelde Erfgoedverordening. Archeologie Op basis van het gemeentelijk (interim) archeologiebeleid 'De onderste steen boven?' dient er een toetsing in de vorm van 6 stappen plaats te vinden. Daarbij wordt het stroomschema gevolgd zoals vastgelegd in het interimbeleid. 1. Toetsing aan de Archeologische Monumentenkaart (AMK): Het plangebied ligt niet in een waardevol gebied op basis van de Archeologische Monumentenkaart

Juust

16

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 11 | Uitsnede Archeologische Monumentenkaart (bron: www.archeologieinnederland.nl) 2. Toetsing aan de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW): Het plangebied ligt in een gebied met lage trefkans.

Juust

17

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 12 | Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (bron:www.archeologieinnederland.nl) 3. Toetsing aan Archis: Binnen het plangebied zijn geen onderzoeksmeldingen of vondstlocaties bekend. Het plangebied maakt wel deel uit van vier grote bureauonderzoeken: 2439204100: archeologisch bureauonderzoek: Leemten in Kennis 2463918100: Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven uitgevoerd in het kader van de verdubbeling van de Tractaatweg. Het huidige plangebied valt echter buiten de werkelijke grenzen van dit onderzoek. 2434360100: archeologisch bureauonderzoek: verruiming vrijstellingsdiepte gemeente Terneuzen 4568760100: archeologisch bureauonderzoek: update vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen Ten zuiden van het plangebied is één vondstlocatie bekend (1057389). Het betreft een melding dat op luchtfoto's mogelijke sporen te zien zijn. De aard en datering van deze sporen zijn onbekend.

Afbeelding 13 | vondstmeldingen Archis (bron: Artefact!) 4. Toetsing aan het archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD): Er is geen aanvullende informatie bekend. 5. Toetsing aan de bodemkaart van Van Rummelen: Op de geologische kaart is het plangebied gesitueerd in een gebied met code Fo.3b. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht, indien verstoringen groter zijn dan 1.000 m².

Juust

18

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 14 | uitsnede Van Rummelen 1977 6. Toetsing aan de vrijstellingenkaart 2017 (project verruiming vrijstellingsdiepte): Het plangebied is gesitueerd in een gebied waarbij onderzoek is vrijgesteld tot 0,50 meter beneden maaiveld. In het uiterste westelijke deel van het plangebied is een smalle strook (geen kleur) vrijgesteld tot meer dan 4 meter beneden maaiveld. Langs de zuidzijde van het plangebied loopt een smalle groene strook waarbij onderzoek is vrijgesteld tot 4 meter beneden maaiveld.

Juust

19

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 15 | Uitsnede Vrijstellingenkaart Conclusie Archeologisch onderzoek is nodig wanneer de grond- of graafwerkzaamheden dieper gaan de vrijstellingsdiepte (50 cm) beneden het maaiveld en hierbij het te verstoren oppervlak onder de vrijstellingsdiepte groter is dan 1.000 m2 . Dit komt overeen met de in het geldende bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Aangezien er ten behoeve van de realisatie van het natuurgebied gronden afgegraven worden dieper dan 0,5 meter en met een oppervlakte van meer dan 1000 m2 , worden de vrijstellingswaarden overschreden. Archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. Op 30 oktober 2023 is door Artefact! een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd (Bijlage 1). Uit dit onderzoek blijkt dat voor het deel van het plangebied waar tot 1 m -mv zal worden ontgraven (onderzoeksgebied fase 1), een lage verwachting naar voren komt voor alle perioden. In de rest van het plangebied gelden archeologische verwachtingen voor alle perioden tot en met de Bronstijd alsook de Late Middeleeuwen, namelijk op en in het Laagpakket van Wierden. In onderzoeksgebied Fase 2 bevindt dit zich rond 0,5 m -NAP, oftewel circa 2 m -mv, terwijl hier ontgravingen tot maximaal 0,5 m -mv zijn voorzien. Voor het Laagpakket van Walcheren geldt overal een lage archeologische verwachting.

Het valt niet te verwachten dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden bedreigd door de thans voorgenomen planvorming: in onderzoeksgebied Fase 1 valt van een lage archeologische verwachting voor alle perioden uit te gaan; in onderzoeksgebied Fase 2 worden met de voorgenomen ontgravingen . die overigens binnen de huidige vrijstellingsdiepte blijven . naar alle waarschijnlijkheid geen potentiële archeologische niveaus bereikt. Voor het aanbrengen van de beplanting zal niet dieper dan in de bestaande bouwvoor worden gewerkt,oftewel eveneens binnen de huidige vrijstellingsdiepte. De ophoging van delen van het plangebied met 0,50 m leidt naar verwachting niet tot zetting van de ondergrond. Op basis van dit alles wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht ten aanzien van de huidige planvorming.

Juust

20

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. Voor de beoordeling van het aspect cultuurhistorie is de cultuurhistorische waardenkaart, als onderdeel van de Structuurvisie 2025 van de gemeente Terneuzen beschikbaar. Daarin zijn ruimtelijke strategieën voor het grondgebied van Terneuzen aangegeven. In de cultuurhistorische waardenkaart wordt uitgegaan van 3 strategieën: Behoud (behoud en bescherming), Behoud door ontwikkeling (versterken, verbreden, verbinden) en Vernieuwing mogelijk (transformeren, ontwikkelen, herstruct ureren). Op de kaart 'Behoud' ligt het plangebied niet binnen een relevante cultuurhistorische zone (zie afbeelding 16). Een aantal gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten zijn gelegen op grote afstand van het plangebied.

Afbeelding 16 | Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart - behoud (bron: gemeente Terneuzen) Op de kaart 'Behoud door ontwikkeling' is het plangebied gelegen binnen de strategie 'Verbinden' (zie afbeelding 17). Het plangebied is gelegen in de zuidelijke geledingzone (zie paragraaf 3.3). Het plangebied ligt niet binnen de strategie 'vernieuwing mogelijk'.

Juust

21

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Afbeelding 17 | Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart - behoud door ontwikkeling (bron: gemeente Terneuzen) Verder zijn er geen cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, aanwezig, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden. Op basis van het bovenstaande vormen de aspecten 'Archeologie' en 'Cultuurhistorie' geen belemmering voor het gewenste plan.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. In de nabije omgeving van het plangebied zijn, in het kader van bedrijven- en milieuzonering, geen relevante bedrijven gelegen. De voorgenomen ontwikkeling maakt geen gevoelige functie mogelijk en vormt geen belemmering voor omliggende functies. Een nadere beoordeling in het kader van milieuzonering met bijbehorende richtafstanden is niet aan de orde. Het aspect 'bedrijven- en milieuzonering' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Bodem

Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. De voorgenomen ontwikkeling maakt geen gevoeligere functie mogelijk. Er worden geen bouwactiviteiten uitgevoerd of andere handelingen verricht die zouden kunnen leiden tot bodemverontreiniging. Er zijn wel graafwerkzaamheden voorzien. Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Om deze reden is er geen verkennend bodemonderzoek benodigd in het kader van de RO-procedure. Het aspect 'bodem' vormt geen

Juust

22

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een natuurgebied met recreatief medegebruik. Binnen het plangebied en in de nabije omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ten zuiden grenst het plangebied aan de N258 (Langeweg) waar transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De beoogde ontwikkeling maakt geen (beperkt) kwetsbaar object mogelijk. De PR-contour 10-6/jaar ligt op de weg. Het groepsrisico (GR) ligt, gezien de aard van de omgeving, ruim onder de oriëntatiewaarde. Er geldt geen verantwoordingsplicht. Ten westen van het plangebied ligt op een afstand van circa 450 meter de N62 (Tractaatweg) en zijn (gas)leidingen gelegen. De N62 betreft een route vervoer gevaarlijke stoffen. Het plangebied is gelegen op een afstand van ruim 200 meter tot de N62 waardoor er, volgens de Circulaire Risiconormering, geen beperking gesteld wordt aan het ruimtegebruik.

Het groepsrisico van de N62 ligt ruim onder de oriëntatiewaarde. Het plangebied ligt op ruime afstand van de (gas)leidingen en ligt buiten de belemmringenstrook. Aangezien het aantal personen op het perceel niet wezenlijk wijzigt, op het perceel geen nieuwe risicobron wordt gerealiseerd en de natuur- en recreatiefunctie in het kader van externe veiligheid geen kwetsbare functie betreft, vormt het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

Afbeelding 18 | Uitsnede professionele risicokaart (bron: risicokaart.nl)

Juust

23

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. De voorgenomen ontwikkeling maakt geen geluidsgevoelig object mogelijk. Andersom is er vanuit het plangebied geen sprake van geluidsuitstraling naar nabijgelegen functies. Een toetsing aan de Wet geluidhinder is niet noodzakelijk. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project betreft de realisatie van nieuwe natuur. De ontwikkeling ligt, gezien de omvang, ruim onder de drempelwaarde. Er is geen sprake van een ontwikkeling die in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. De realisatie van nieuwe natuur en bos zorgt juist voor een verbetering van de luchtkwaliteit. De bomen hebben een luchtzuiverende werking doordat CO2 omgezet wordt in zuurstof.

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op een afstand van ca. 3,4 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Canisvliet', op een afstand van 5,3 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Polders', op een afstand van circa 6,8 kilometer afstand tot het Natura 2000-gebied 'Zandig Vlaanderen Oost', op een afstand van 9,3 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Westerschelde & Saefinghe' en op een afstand van ca. 12,1 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Vogelkreek'. . Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt, worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door

Juust

24

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Zeeland en het ganzenrustgebied. Het plangebied wordt met de voorgenomen natuurontwikkeling een nieuw natuurgebied dat aansluit bij het Natuurnetwerk Zeeland. Daarnaast zorgt het aaneengesloten grasland voor een foerageergebied van de ganzen. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van nieuwe natuur waarbij graafwerkzaamheden zijn voorzien. De stikstofeffecten van de realisatiefase zijn berekend met de AERIUS-calculator. Er is in de realisatiefase geen sprake van een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. In bijgevoegde memo en berekeningen (zie Bijlage 2) is één en ander nader onderbouwd. Daarmee zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden uitgesloten. Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan. Soortenbescherming Nieuwe ontwikkelingen kunnen daarnaast effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). Het plan voorziet in het aanleggen nieuwe natuur. Ruimtelijke ingrepen, zoals natuurontwikkelingsprojecten, kunnen bij de realisatie (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna. Op 18 november 2023 is door Ecomark Advies & Beheer een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Bijlage 3).

Hieruit blijkt dat het plangebied geschikt is als leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Veldspitsmuis en waterspitsmuis komen mogelijk voor aan de oever van de waterloop aan de west en noordzijde van het gebied. Aan de noordzijde zijn hier werkzaamheden gepland. Het biotoop kan hier tijdelijk ongeschikt raken. Of deze soorten hier voorkomen is niet bekend. Dit dient een nader onderzoek uit te wijzen. Voor andere soorten geldt de zorgplicht. Er dient hierbij rekening gehouden te worden met de kwetsbare periode. Een gunstige periode om te werken is van 1 oktober tot 1 februari. In het plangebied zijn algemene broedvogelsoorten te verwachten. Broedsels van al deze inheemse soorten zijn beschermd. Soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is, broeden niet in het plangebied. Werkzaamheden moeten uitgevoerd worden buiten het broedseizoen (15 augustus tot 1 maart). Indien in het broedseizoen gewerkt wordt dient een ecologische vrijgave gedaan te worden. Het plangebied wordt gebruikt door ganzen en zwanen. Het is een opvanggebied voor ganzen. De maximale aantallen zijn minder dan 2% van de populaties in Zeeland. Er is voldoende uitwijkgebied. Effecten op populatieniveau zijn niet te verwachten. In het plangebied zijn geen voortplantingsbiotopen en landbiotopen voor amfibieën.

Bij de inrichting kunnen ondiepe plassen ontstaan die geschikt zijn als voortplantingsbiotoop voor de rugstreeppad. Het is raadzaam om hier met de (voorbereiding van de) werkzaamheden rekening mee te houden. In het plangebied zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen. Indien het terrein landbouwkundig extensiever gebruikt wordt zijn enkele beschermde akkerplanten te verwachten. Dit betreft de akkerdoornzaad, grote leeuwenklauw, kleine wolfsmelk en dreps. Het wordt aanbevolen op te volgen of deze soorten zich vestigen. PM Nader onderzoek veldspitsmuis/waterspitsmuis (Ecomark Advies & Beheer)

4.10

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Voor een natuurgebied (met recreatief medegebruik) zijn geen parkeernormen beschikbaar. Een natuurgebied heeft op zichzelf geen verkeersaantrekkende werking. Het voornemen is om de bestaande recreatieroutes van het natuur- en recreatieterrein Smitschorre door te trekken tot in het plangebied en hiermee het natuurgebied toegankelijk te maken voor recreatie. Het plan heeft geen effecten op de verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming ter plaatse gelet op de zeer beperkte verkeersaantrekkende werking. Het plangebied is aan de zuidzijde enkel toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer vanaf de aangrenzende parallelweg.

Juust

25

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

4.11

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van een Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening waterkering. houden met de daarvoor benodigde ruimte. Voorkomen overlast door oppervlaktewater Door het omvormen van agrarische gronden naar bosHet plan biedt voldoende ruimte voor het en natuurgronden zal de waterbergende capaciteit van vasthouden, bergen en afvoeren van water. het gebied toenemen. Er wordt geen dakoppervlak of Waarborgen van voldoende bouwpeil om dichte bodemverharding toegevoegd. overstroming vanuit oppervlaktewater in Watercompensatie is niet benodigd. maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater In de huidige situatie wordt het afstromend water Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ afgevoerd via de sloten naar het primaire RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. oppervlaktewatersysteem. Aangezien het plangebied Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in een grote waterbergende capaciteit krijgt en meer verband met de reductie van hydraulische belasting van neerslag vastgehouden wordt door de beplanting, zal de RWZI, het transportsysteem en het beperken van het systeem meer ontlast worden. overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging Het terrein wordt niet meer intensief gecultiveerd Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast waardoor begroeiing de ruimte krijgt zich te en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen ontwikkelen. Hierdoor zal minder neerslag tot van klimaatverandering. Beschermen van afstroming komen. Dit heeft een positief effect op de infiltratiegebieden en –mogelijkheden. grondwaterstand. Door de toegenomen waterbergende capaciteit zal de grondwaterstand hoger worden dan in de huidige situatie. Er is geen sprake van verdroging of onttrekking van grondwater. Grondwaterkwaliteit Het plan ligt niet in een grondwaterBehoud of realisatie van een goede beschermingsgebied. Het plan heeft geen negatieve grondwaterkwaliteit. Denk aan invloed op de grondwaterkwaliteit.

grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Er worden geen uitlogende materialen gebruikt. Het Behoud of realisatie van goede plan heeft geen negatief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht oppervlaktewaterkwaliteit. van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Binnen het plangebied wordt geen open water Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en aangelegd. De kans op verdrinking is om deze reden plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via uitgesloten. o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Er zijn graafwerkzaamheden voorzien, waardoor het Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveld ter plaatse zal dalen. Het plangebied betreft maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden geen zettinggevoelig gebied. kunnen veroorzaken.

Juust

26

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Natte natuur De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en van nieuwe (natte) natuur. natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Het bos zal naar verloop van tijd steeds meer Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden verlanden, waardoor cyclisch maaibeheer gewenst is. worden. Rekening houden met obstakelvrije Machines kunnen het oppervlaktewater bereiken via de onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande stroken langs de bestaande watergangen. (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Niet van toepassing. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap Ontsluiting van het perceel (alleen invullen voor zover van toepassing) waterschapswegen plaats. * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen?

vindt

niet

via

* na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.12

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het plan maakt geen activiteit mogelijk die genoemd is in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Een beoordeling of

Juust

27

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

besluit is dan ook niet benodigd.

4.13

Conclusie

De milieu- en andere sectorale aspecten ten aanzien van het onderhavige plan zijn onderzocht en hierboven toegelicht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

28

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Er is geen sprake van een bouwplan zoals hierboven bedoeld. Het plangebied is in eigendom van de provincie Zeeland. De percelen worden momenteel verpacht voor agrarisch gebruik. De provincie wil de pacht beëindigen om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging ontwerpomgevingsvergunning Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

Juust

29

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Bijlagen

Juust

30

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek

Juust

31

Natuurontwikkeling Smitsschorrepolder Axel

ARTEFACT! RAPPORT 642

Axel Langeweg - Smitsschorrepolder Gemeente Terneuzen Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

M. van den Berg J.E.M. Wattenberghe

Colofon Titel

Axel Langeweg - Smitsschorrepolder. Gemeente Terneuzen. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

Auteur(s)

M. van den Berg MA en drs. J.E.M. Wattenberghe

Artefact rapport

AR642

Status rapport

Concept 2

Datum

30 oktober 2023

Projectcode

2021ART42 / 2023ART127

ISSN

2213 7424

Veldwerk

Drs. F.G.R. D’hondt (Senior KNA Prospector), drs. J.E.M. Wattenberghe (Senior KNA Prospector)

Autorisatie

Naam

Drs. J.E.M. Wattenberghe (Senior KNA Prospector)

Paraaf

Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V. Riemensstraat 9 4543 BW Zaamslag T 0115 851614 E info@artefact-info.nl W www.artefact-info.nl

© Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V., 2023 Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van het hierin verwoorde advies. Alle figuren zijn vervaardigd door de auteur(s) tenzij anders vermeld.

ARTEFAC T RAPPORT 642

AXEL LANGEWEG - SMITSSCHORREPOLDER

Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 Administratieve Gegevens.......................................................................................................................... 5

1

Inleiding ..................................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding van het onderzoek........................................................................................................7 1.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen................................................................................. 8 1.3 Wettelijk kader en beleid ............................................................................................................10 1.4 Plangebied en planvorming ......................................................................................................... 13

2

Archeologisch bureauonderzoek .............................................................................................. 15 2.1 Methoden ................................................................................................................................ 15 2.2 Landschap en geologie ...............................................................................................................16 2.2.1

Landschappelijke ontwikkeling........................................................................................ 16

2.2.2

Aardkundige waarden .................................................................................................... 21

2.3 Historie................................................................................................................................... 28 2.3.1

Historisch-geografische ontwikkeling ............................................................................... 28

2.3.2

Verstoringsgeschiedenis.................................................................................................. 37

2.4 Archeologische waarden.............................................................................................................38 2.5 Bouw- en cultuurhistorische waarden........................................................................................... 44 2.6 Archeologisch verwachtingsmodel ...............................................................................................45

3

Inventariserend veldonderzoek ................................................................................................ 49 3.1 Methoden ............................................................................................................................... 49 3.2 Geologie en bodem....................................................................................................................50 3.3 Archeologie ..............................................................................................................................52

4

Conclusie en Advies.................................................................................................................. 53 4.1 Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen................................................................................. 53 4.2 Advies .....................................................................................................................................54

Lijst met figuren ...................................................................................................................................... 57 Bronnen ................................................................................................................................................ 59

Bijlage 1

AMZ-cyclus

Bijlage 2

Verklarende woordenlijst en afkortingen

Bijlage 3

Tijdstabel

Bijlage 4

Planvorming

Bijlage 5

Boorstaten

3

ARTEFAC T RAPPORT 642

AXEL LANGEWEG - SMITSSCHORREPOLDER

Samenvatting De Provincie Zeeland heeft het voornemen om op twee percelen aan de Langeweg in Axel (gemeente Terneuzen) het bestaande natuurreservaat Zwartenhoekse Kreek en recreatiebos Smitsschorre uit te breiden. In het kader van de benodigde bestemmingsplanwijziging en omgevings‐ en ontgrondingenvergunning heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in opdracht van Juust B.V. een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. In het kader van het bureauonderzoek is een groot aantal bronnen bestudeerd, hetgeen heeft geleid tot een gespecificeerd verwachtingsmodel voor het plangebied. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kan gesteld worden dat: ⎯ Potentiële archeologische vindplaatsen in en op het Laagpakket van Wierden worden verwacht, met een archeologische verwachting voor resten uit het Paleolithicum tot en met Bronstijd en Late Middeleeuwen; ⎯ De archeologische verwachting voor de jonge getijdenafzettingen van het Laagpakket van Walcheren (afgezet vanaf de late 16de tot late 18de eeuw) wordt laag geacht. In het deel van het plangebied waar ontgravingen tot maximaal 1,00 m -mv zijn voorzien (onderzoeksgebied Fase 1), heeft booronderzoek plaatsgevonden.

In het deel van het plangebied waar ontgravingen tot maximaal 0,50 m -mv zijn voorzien (onderzoeksgebied Fase 2), zijn drie proefboringen uitgevoerd om de globale diepteligging van het Laagpakket van Wierden te kunnen bepalen. Uit het booronderzoek is gebleken dat: ⎯ Het Laagpakket van Wierden in beide onderzoeksgebieden vanaf omstreeks 0,50 m -NAP aanwezig is, oftewel rond 2 m -mv. ⎯ Plaatselijk is in het Laagpakket van Wierden rond 0,80 m -NAP een paleosol (Allerød-laag) aangetroffen. ⎯ In de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden zijn geen tekenen van bodemvorming waargenomen, wel is hier in enkele gevallen sprake van een begraven A-horizont, daterend van vóór de afzettingsperiode van het Laagpakket van Walcheren. ⎯ In vrijwel alle boringen wordt het Laagpakket van Walcheren afgedekt door opgebrachte grond. ⎯ Er zijn geen aanwijzingen gezien voor mogelijke archeologische vindplaatsen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan in onderzoeksgebied Fase 1 worden uitgegaan van een lage verwachting voor alle periodes.

Op basis van de resultaten van het bureau- en booronderzoek wordt geadviseerd: ⎯ In het nieuwe bestemmingsplan de dubbelbestemming archeologie te verwijderen voor onderzoeksgebied Fase 1 en in de rest van het plangebied de bestaande dubbelbestemming met een vrijstellingsdiepte tot 0,50 m -mv in stand te laten; ⎯ Ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Voor eventuele archeologische sporen en vondsten die, ondanks vooronderzoek, aan het licht komen tijdens de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden, bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016.

4

ARTEFAC T RAPPORT 642

AXEL LANGEWEG - SMITSSCHORREPOLDER

Administratieve Gegevens Projectnaam

Axel Langeweg – Smitsschorrepolder

Onderzoeksvorm

Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

LOCATIE Provincie

Zeeland

Gemeente

Terneuzen

Plaats

Axel

Adres / Locatie

Langeweg – Smitsschorrepolder

Hoekpunten coördinaten RD Centrum coördinaat RD

NW 49.279 / 363.312 NO 49.779 / 363.704 ZW 49.028 / 363.180 ZO 49.997 / 363.323 49.517 / 363.412

Kaartblad

67G

Kadastraal perceel

Gemeente Axel, Sectie L, Percelen 313, 319, 312

Oppervlakte plangebied

300.919 m2

Oppervlakte onderzoeksgebied Fase 1

26.784 m2

Oppervlakte onderzoeksgebied Fase 2

30.106 m2

Vigerende bestemmingsplan

Buitengebied Terneuzen (2013); Agrarisch; Waarde archeologie 3 (1.000 m²/ 0,50 m -mv)

BEKENDE WAARDEN Gemeentelijke vindplaats

Geen

AMK status

Geen

Archis vondstlocatie

Geen

Zeeuws Archeologisch Depot

Geen (mail helpdesk 14 juli 2021)

OPDRACHTGEVER Naam

Juust B.V.

Contactpersoon

Dhr. G. Verweij

Adres

Goessestraatweg 17a, 4421 AD Kapelle

Telefoon

0113-405051

Email

Gerard@juust.nl

5

ARTEFAC T RAPPORT 642

AXEL LANGEWEG - SMITSSCHORREPOLDER

BEVOEGDE OVERHEID Naam

Gemeente Terneuzen

Contactpersoon

Mevr. S. Vierbergen

Adres

Postbus 35, 4530 AA Terneuzen

Telefoon

14 0115 - 06 13904024

Email

s.vierbergen@terneuzen.nl

TOETSING NAMENS BEVOEGDE OVERHEID Naam

Gemeente Terneuzen

Contactpersoon

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13785075/1