2023-11-29 - Buitengebied, Koegorsstraat ong. Terneuzen vastgesteld 2 Toelichting (geanonimiseerd)
Tekst van het document
bestemmingsplan
Buitengebied, Koegorsstraat Terneuzen Terneuzen
ong.
RHO ADVISEURS DATUM
30-10-2023
IMRO
NL.IMRO.0715.BPBG81-VGO1
IDN
PROJECT
Koegorsstraat, Zuidpoort
PROJECTLEIDER
(geanonimiseerd)
OPDRACHTGEVER
Symach
PROJECTNUMMER
20220099
AUTEUR
L. ten
STATUS
vastgesteld
B.V.
Braak
Terneuzen
Inhoudsopgave
Toelichting
Hoofdstuk 1
5 Inleiding
6
1. 1
Aanleiding en doel bestemmingsplan
6
1. 2
Plangebied
6
1. 3
Geldend bestemmingsplan
7
1. 4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2. 1
Huidige situatie
10
2. 2
Toekomstige situatie
11
2. 3
Toelichting op de juridische regeling
12
Beleidskaders
16
3. 1
Rijksbeleid
16
3. 2
Provinciaal beleid
22
3. 3
Gemeentelijk beleid
23
Toetsing aan omgevingsaspecten
27
4. 1
Besluit m. e. r
27
4. 2
Verkeersaspecten
28
4. 3
Cultuurhistorie en archeologie
29
4. 4
Bodemkwaliteit
34
4. 5
Water
35
4. 6
Geluid
36
4. 7
Bedrijven en milieuzonering
37
4. 8
Luchtkwaliteit
38
4. 9
Externe veiligheid
40
4. 10
Ecologie
43
4. 11
Leidingen en kabels
47
4. 12
Niet gesprongen explosieven
50
Uitvoerbaarheid
53
5. 1
Economische uitvoerbaarheid
53
5. 2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/54
4/54
Toelichting
5/54
Hoofdstuk 1
1. 1
Inleiding
Aanleiding en doel bestemmingsplan
Het bedrijf SYMACH
b. v. heeft de wens om haar bedrijf te verplaatsen naar de locatie gelegen tussen de Hoofdweg en de Koegorsstraat in Terneuzen en hier haar bedrijfsactiviteiten voort te zetten. b. v. is fabrikant van verpakkingsmachines en momenteel gevestigd aan de Gerard Philipsweg 8 in Terneuzen en wil graag doorontwikkelen. Hiervoor is meer ruimte nodig dan nu beschikbaar is op het gevestigde adres. Gemeente heeft aangegeven dat de gekozen locatie past binnen de langetermijnvisie die enkele jaren geleden is opgesteld voor het betreffende gebied aan de noordzijde van Zuidpoort. Vanuit de gemeente wordt van Symach verwacht dat zij hier, met aansprekende architectuur en inrichting, een passende invulling zullen verwezenlijken. Gemeente heeft dan ook besloten in principe medewerking aan te verlenen aan het initiatief. SYMACH
De beoogde
ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Hierbinnen is het gebied bestemd als 'Agrarisch'. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, zal een passende bestemming moeten worden toegekend. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1. 2
Plangebied
Het
plangebied ligt ten zuiden van de kern Terneuzen, net ten zuiden van bedrijventerrein Oostelijke Kanaaloever. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan Hoofdweg en aan de zuidzijde aan de Koegorsstraat. Aan de westzijde van het plangebied ligt het terrein van BIO Base Europe en aan de oostzijde is een woning aanwezig. Ten zuiden van het plangebied zijn plannen in ontwikkeling voor de realisatie van een leisuregebied. De ligging van het plangebied is globaal weergegeven in figuur 1. 1.
6/54
Figuur 1. 1: Globale ligging plangebied (paars) (bron: Luchtfoto 2021 Kadaster Nederland)
1. 3
Geldend bestemmingsplan
Ter hoogte van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 25 juni 2013. Nadien zijn nog de Omgevingsvergunning 50 KV verbindingen Westdorpe-Terneuzen d. d. 27-5-2014 en de
Facetbestemmingsplannen Terneuzen, waterstofgasleiding d. d. 15-3-2018, Parkeren Terneuzen d. d. 7-2-2019 en Wonen 1-7-2021 vastgesteld. Deze wijzigingen voorzien in respectievelijk een aanpassing van de parkeerregels en onder andere de begrippen 'wonen' en 'huishouden' en een regeling voor het maximaal aantal woningen dat per bouwvlak mogelijk is. De gronden in het projectgebied zijn in het geldende bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd
de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven. Bedrijfsfuncties zijn hier niet toegestaan. Voor het bouwen van gebouwen behorende bij de bestemming geldt dat deze binnen een bouwvlak, hier niet aanwezig, zijn toegestaan. voor
Het middelste deel van het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Tevens geldt in een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning ondergronds'. Deze is
bescherming van de ondergrondse 50 kV hoogspanningsleiding. Ook de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie - 2' en 'geluidzone - industrie - 3' zijn van kracht. Ter plaatse van deze aanduidingen zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan. opgenomen ter
De beoogde ontwikkelingen passen zowel voor wat betreft gebruiks- als bouwmogelijkheden niet binnen de
kaders van het geldende bestemmingsplan.
7/54
Figuur
1. 2
Uitsnede ruimtelijkeplannen. nl)
geldend
bestemmingsplan
Buitengebied,
plangebied
blauw
omrand
(bron:
Figuur 1. 3 Uitsnede
facetbestemmingsplan Terneuzen, waterstofgasleiding, plangebied blauw omrand (bron: ruimtelijkeplannen. nl)
8/54
Figuur 1. 4 Uitsnede Omgevingsvergunning 50 kV verbinding Westdorpe – Terneuzen, plangebied blauw omrand
(bron: ruimtelijkeplannen. nl)
1. 4
Leeswijzer
Deze toelichting op het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de structuur van het plangebied, de historie van Terneuzen en de beoogde ontwikkeling beschreven. Direct daaropvolgend is aangegeven op welke wijze de nieuwe situatie
planologisch-juridisch is geregeld in voorliggend bestemmingsplan; In hoofdstuk 3 wordt het actuele beleidskader beschreven en wordt de ontwikkeling hieraan getoetst; In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan de diverse milieuaspecten; In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van bestemmingsplan.
9/54
het
Hoofdstuk 2
2. 1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied bevindt zich in het gebied Zuidpoort, een hoek met nu nog veelal agrarische gronden die door de
realisatie van de N62 tussen de kern Terneuzen en de doorgaande route tussen Gent en Goes is ingesloten. In deze hoek zijn momenteel de Skihal, het Biosbase Europe Trainings Center en een tankstation gevestigd. Daarnaast zijn er een woning en twee agrarische bedrijven met bedrijfswoningen aanwezig. Overige gronden zijn agrarisch in gebruik. Dat is ook het geval bij de gronden van onderliggende ontwikkeling. Deze bevindt zich in een strook gronden parralel aan de Hoofdweg.
Figuur 2. 1 Plangebied in paars met omliggende wegen (bron: Luchtfoto 2021 Kadaster Nederland)
Momenteel is het plangebied agrarisch in gebruik en worden er aardappelen geteeld. Het perceel wordt ontsloten via de Koegorsstraat aan de zuidzijde. Dit betreft een weg die met name gebruikt wordt door agrarisch bestemmingsverkeer. Deze weg sluit in het westen aan op de Zeelandlaan, van waaruit de N61 opgegaan kan worden. In het oosten sluit de Koegorsstraat aan op de Gravin Mariaweg van waaraf de N290 bereikt kan worden.
10/54
Figuur 2. 2 Huidige situatie plangebied (Econsultancy, 2022)
2. 2
Toekomstige situatie
de toekomstige situatie zal hier een bedrijf worden gevestigd ten behoeve van de productie van verpakkingsmachines. Dit is een bedrijf met milieucategorie 3. 2 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten. Hoe de bebouwing er exact uit komt te zien is nog niet bekend, tevens wil men rekening houden met een mogelijke uitbreiding. Daarom wordt een flexibel bestemmingsplan gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de omliggende woningen en andere belemmeringen die het plangebied met zich meebrengt. De hoogte van de bebouwing wordt gemaximeerd op 15 meter, met aan de uiteinden van het perceel 20 meter, ten behoeve van een architectonisch accent en de kantoorbehoefte. Dit sluit aan bij de bedrijfsbebouwing aan de overzijde van de Hoofdweg. De bebouwing zal bestaan uit een werkplaats en een kantoor. In de komende 10 jaar wil SYMACH uitbreiden naar een bedrijf met 150 werknemers. In
Bij de positionering van de toekomstige bebouwing (het bouwvlak) wordt rekening gehouden met de aanwezige
leidingen in en rondom het plangebied en de daarbij behorende veiligheidszones.
11/54
Figuur 2. 2. 1 Eerste schetsplan inrichting plangebied (bron: KOCH) De gemeente Terneuzen verwacht hier een aansprekende architectuur voor de bebouwing en inrichting van het terrein. Planologisch kan dit niet worden vastgelegd in een bestemmingsplan. Het uiteindelijke bouwplan zal
tijdens de vergunningverlening door de gemeente getoetst worden op de eisen die men voor dit gebied heeft. Daarin wordt ook de waterberging meegenomen, deze is als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. Aan de noord-, west- en zuidrand van het plangebied is de landschappelijke inpassing voorzien. Hiervoor is bestemming Groen opgenomen. Het ontwerp van de landschappelijke invulling wordt in verdere samenspraak met gemeente gedaan. Daarbij speelt mee hoe de het ontwerp binnen het plangebied Zuidpoort als groter geheel wordt ingepast. Anterieur is geregeld dat een nog goed te keuren ontwerp dient te worden gerealiseerd,
dient wel gebruik gemaakt te worden van streekeigen soorten. Daarbij is het van belang dat rekening gehouden wordt met de aanwezig leidingen. Dit betekent onder andere dat er geen opgaand groen en/of diepwortelende bomen zijn toegestaan aan de zuidkant, naast de Koegorsstraat. er
2. 3
Toelichting op de juridische regeling
2. 3. 1
Wettelijk kader In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012) . Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke standaardregels voor de bestemmingsplannen zijn van belang voor bestemmingsplannen.
12/54
2. 3. 2
Opzet van de bestemmingsregeling
2. 3. 2. 1 Verbeelding
Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Op de verbeelding wordt met bestemmingen en aanduidingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er
behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd. Op de analoge verbeelding worden de bestemmingen door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'B' voor 'Bedrijf'. Met aanduidingen kan het gebruik nader worden gespecificeerd en het bouwen worden gereguleerd. ten
2. 3. 2. 2 Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde.
hoofdstuk 1 (Inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In hoofdstuk 2 (Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. Hoofdstuk 3 (Algemene regels) bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing) . Hoofdstuk 4 (Overgangs- en slotregels) ten slotte bevat het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. In
Ook bij de opstelling van een bestemming (Hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voorts is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten
voldoen. Het gaat hierbij om anti-dubbeltelbepaling.
een
aantal begrippen,
regels ten aanzien van het overgangsrecht en de
Tot slot dienen de regels zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regels van andere bestemmingsplannen binnen de gemeente Terneuzen. 2. 3. 2. 3 Gehanteerde bestemmingen
Artikel 3 Bedrijf De bestemming 'Bedrijf' is opgenomen voor de gronden waar de beoogde ontwikkeling van het bedrijf. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3. 2' zijn bedrijven uit categorie 2 tot en met categorie 3. 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein toegestaan. Daarnaast zijn bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorieningen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen
13/54
toegestaan. Binnen het bouwvlak zijn gebouwen toegestaan, waarbij het bebouwingspercentage maximaal 80% is. De maximale bouwhoogte van de gebouwen is 15 meter in het centrale deel van het perceel en 20 meter aan
de zuidwest- en noordoostzijde. Daarnaast zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan met een bouwhoogte van 6 meter, uitgezonderd erf- en terreinafscheidingen (maximaal 3 m) , verlichtingsmasten en andere masten (maximaal 15 m) en windturbines (maximaal 20 m) . Artikel 4 Groen Ten behoeve van de benodigde afstand en afscheiding alsmede de benodigde waterberging is de bestemming 'Groen' opgenomen in het oosten van het plangebied. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, waterberging en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals water en waterhuishoudkundige voorzieningen (zie ook paragraaf 4. 5) en geluidwerende voorzieningen. Gebouwen zijn hier niet toegestaan. Wel zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde met een maximale hoogte van 3 meter toegestaan. Voor verlichtingsmasten en andere masten is een maximale hoogte van 9 meter toegestaan. Artikel 6 Leiding - Gas - gemengd 2, Artikel 7 Leiding - Hoogspanning ondergronds, Leiding - Water De ruimtelijk relevante gas-, water en hoogspanningsleidingen zijn als zodanig bestemd. Aangezien leidingen in alle gevallen samenvallen met andere bestemmingen (met name de bestemming Bedrijf) zijn deze bestemmingen als dubbelbestemming opgenomen. Ten behoeve van de dubbelbestemming Leiding mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Ten behoeve van de samenvallende bestemmingen dient het bouwen steeds aan het leidingenbelang te worden getoetst. In de dubbelbestemmingen is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de realisatie van gebouwen, indien belang van de leiding (en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. De vertaling van de leidingen naar de dubbelbestemmingen is als volgt:
Aardgas, 66, 2 bar : Leiding - Gas - gemengd 2 Waterstofgas (methaan-waterstofmengsel) , 40 bar: Leiding - Gas - gemengd 2 Hoogspanning ondergronds, 50 kV: Leiding - Hoogspanning ondergronds Waterleiding: Leiding - Water Zie verder ook paragraaf 4. 9. Artikel 9 Waarde - Archeologie 3 Bij een grondverstoring groter dan 1. 000 m² en dieper dan de vrijstellingsdiepte moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd om te inventariseren of archeologische waarden aanwezig zijn. Zie ook paragraaf 4. 3. 2. 2. 3. 2. 4 Algemene regels Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3. 2. 4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen
dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Artikel 11 Algemene bouwregels
14/54
Dit artikel bevat één lid. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van
bouwvlakken. Artikel 12 Algemene gebruiksregels In dit artikel is het strijdig gebruik vermeld. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Het gehele plangebied is gelegen in de geluidzone van het gezoneerd industrieterrein ‘Oostelijke Kanaaloevers’. Hiervoor is de aanduiding 'geluidzone - industrie 2' opgenomen. Een klein deel van het plangebied ligt in de geluidzone van het gezoneerd industrieterrein ‘Sluiskil - Oost’. Hiervoor is de aanduiding 'geluidzone - industrie 3' opgenomen. Slechts onder voorwaarden zijn op deze locaties geluidgevoelige functies toegestaan. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene afwijkingsregel opgenomen. Artikel 15 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze bepaling gaat verder dan die van artikel 13. Vandaar dat hier altijd een wijziging voor nodig is van burgemeester en wethouders. Overigens geldt ook hier dat deze bepalingen als algemene regel gelden voor alle bestemmingen.
Artikel 16 Overige regels In dit artikel wordt verwezen naar de 'werking wettelijke regeling' waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het Staatsblad. Ook is in dit artikel een parkeerregeling opgenomen en een voorwaardelijke verplichting vanuit het aspect windhinder. 2. 3. 2. 5 Overgangs- en slotbepalingen In artikel 17 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. Artikel 18 bevat de slotregel van het bestemmingsplan.
15/54
Hoofdstuk 3
Beleidskaders
3. 1
Rijksbeleid
3. 1. 1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke
(bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap.
We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. systemen
Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo’n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt:
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is
16/54
de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Inwoners moeten een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Nederlandse kabinet acht NOVI-gebieden aangewezen. NOVI-gebieden kennen grote integrale opgaves/transities die essentieel zijn voor Nederland, waarbij
samenwerking Rijk-regio en verder denken dan bestaande kaders mogelijk noodzakelijk is, met toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige inzet. Het plangebied valt in het NOVI_gebied Zeeuswe havens/Zeeuws-Vlaamse kanaalzone. Hier is een rol voor het Rijk in bij het grensoverschrijdende havenbedrijf en de problematiek die hier bij hoort en de opgaven die bij bevolkingsdaling horen. Novex In het programma NOVEX (Nationale Omgevingsvisie Extra) werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wat de ruimtevragers zijn, wat er ruimtelijk moet
worden ingepast. Zowel nationaal als regionaal. De nationale doelen en belangen zijn samengebracht in een startpakket. Dit startpakket vormt de basis voor het leggen van de ruimtelijke puzzel per provincie. Er zijn zestien NOVEX-gebieden aangewezen waar grote ruimtelijke transities vragen om een apart ontwikkelperspectief. North Sea Port District, waar de regio Terneuzen ook in valt, is een van deze gebieden. De opgave is het district ontwikkelen tot één
complementair grens- en Westerschelde overschrijdend woon-leer-werkgebied zodat de diverse deelgebieden elkaar versterken wat betreft kwaliteitsvolle woon- en leefkwaliteit, onderwijs, kennisontwikkeling en arbeidsmarkt. (I) : Aantrekkelijk leeflandschap: natuur, zoetwater, landschap, recreatie en erfgoed klimaatadaptief versterken als basis voor een goede woon- en leefomgeving van inwoners en werknemers, en als tegenhanger voor intensievere benutting van havengebied. De uitkomsten van de programma’s NOVEX en Mooi Nederland leiden tot nieuw nationaal ruimtelijk beleid: de aangescherpte NOVI.
Toetsing De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. 3. 1. 2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk heeft met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) , de nationale ruimtelijke belangen juridisch vastgelegd. Het gaat om regels voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de kust, grote rivieren en militaire terreinen. Toetsing Voor het plangebied geldt dat bij de ontwikkeling van het voorgenomen plan geen nationale belangen uit het Barro in het geding zijn.
17/54
3. 1. 3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6. lid 2 Bro) . De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument met het doel efficiënt ruimtegebruik te bevorderen. Voor stedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is
'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat een functiewijziging van meer dan 500 m 2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. van een
Toetsing Het geldende bestemmingsplan maakt geen bedrijfsbestemming mogelijk. Het gebied heeft nu een agrarische bestemming. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in nieuw planologisch ruimtebeslag van 5 hectare bedrijventerrein. Vanaf 500 m 2 is er in principe sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Beleidsmatig is het gebied aangemerkt als “bedrijventerreinen, haven en industrie”. Op basis van het stedenbouwkundige kader voor de Zuidpoort-Koegorspolder (maart 2015) is het gebied ook aangewezen als gebied voor bedrijvigheid (zie paragraaf 3. 3. 2) . Toch wordt het volgens het Bro gezien als stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. In dat geval moet de behoefte worden beschreven en worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Wij kunnen daarvoor gebruik maken van de gegevens uit de provinciale prognose bedrijventerreinen en regionale afspraken. Beschrijving behoefte SYMACH b. v. is fabrikant van verpakkingsmachines en momenteel gevestigd op vier verschillende locaties. D grootste vestiging ligt aan de Gerard Philipsweg 8 in Terneuzen. Daarnaast wordt op diverse locaties ruimte gehuurd. Het bedrijf wil graag doorontwikkelen. Hiervoor is meer ruimte nodig dan nu beschikbaar is op het gevestigde adres. Het oppervlakte van het huidige bedrijf is 5. 750 m², waarvan ongeveer 900 m² kantoor. De vertreklocatie zal worden herontwikkeld (zie ook figuur 3. 1. 1) .
18/54
Figuur 3. 1. 1 Huidige locaties Symach
Specifieke behoefte uitbreiding bedrijf Het bedrijf is de afgelopen 13 jaar met 300% gegroeid en wil deze groei doorzetten. Om voor de komende paar jaar in de groei te kunnen voorzien is een nieuwe productiehal van tenminste 7. 500 m² en een perceel van tenminste 3 hectare noodzakelijk. Omdat het bedrijf ook wil voorbereiden op uitbreidingen op lange termijn heeft het bedrijf een ruimtebehoefte van meer dan 4 hectare. Op de huidige locaties van het bedrijf is daarvoor niet voldoende ruimte. Het bedrijf wil graag met haar medewerkers in de regio blijven en zoekt daarom een geschikte locatie binnen gemeente Terneuzen. Op het bestaande bedrijventerrein is daarvoor geen geschikte locatie beschikbaar. Algemene behoefte bedrijventerrein Zeeuws-Vlaanderen en Terneuzen Uit de prognose bedrijventerreinen Zeeland (13 januari 2020) blijkt dat er in Zeeuws-Vlaanderen 24-53 hectare nieuw bedrijventerrein nodig is.
Begin 2020 was er 70, 8 hectare beschikbaar (harde plancapaciteit) .
19/54
Regionale afspraken (Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws-Vlaanderen 2016-2025) Doel is om te komen tot een aanbod van aantrekkelijke toekomstbestendige bedrijventerreinen, waar de aanwezige bedrijven ruimte krijgen om te ondernemen en waar nieuwe bedrijvigheid zich wil vestigen. Zeeuws-Vlaanderen beschikt over 64 bedrijventerreinen. De meeste bedrijventerreinen zijn lokale, Haarmanweg kleinschalige bedrijventerreinen. (Kanaaloevers) , Terneuzen-Zuid (Koegorsstraat) en Handelspoort/Handelspoort Zuid in Terneuzen en Hogeweg in Hulst zijn grootschalige bedrijventerreinen en bedienen een (boven) regionale vraag. Terneuzen
is het
economische
hart van de regio. Grote bedrijven zorgen voor directe en indirecte werkgelegenheid. Terneuzen is een havenstad, dit geeft de stad een internationaal karakter, over het water is de rest van de wereld bereikbaar. Terneuzen vormt samen met het havengebied van Vlissingen (Zeeland Seaports) , de derde haven van Nederland. Maar Terneuzen vormt ook samen met Gent de Kanaalzone. Het Kanaal van Gent naar Terneuzen is geografisch gezien één haven- en industriegebied, gescheiden door de landsgrens. Terneuzen kent goede verbindingen naar het noorden via de Westerscheldetunnel en naar het zuiden richting Gent. De havengebieden zijn via het goederenspoor aangesloten op het Belgische spoorwegennet. Een spoorverbinding ten oosten van het kanaal is nog een wens. Wel vinden er de komende jaren andere grote infrastructurele investeringen plaats. De Tractaatweg is vanaf de Sluiskiltunnel tot aan de Belgische grens verdubbeld. En een nieuwe sluis moet de bereikbaarheid van de havens in de Terneuzense en Gentse Kanaalzone sterk verbeteren. De bouw van deze sluis leidt ook tot een verplaatsing van bedrijven die momenteel op en rondom de sluis en aan de Schependijk zijn gevestigd. Verder is gestart met de aanleg van het kanaal dat de Seine en de Schelde met elkaar moet verbinden. Hierdoor is Terneuzen voor de binnenvaart niet alleen het ‘Portaal van Vlaanderen’, maar ook van Noord-Frankrijk.
Het is zaak hier goed op in te spelen en deze ontwikkelingen te benutten voor Terneuzen als multimodaal logistiek knooppunt. De vraag naar bedrijfsruimte neemt de laatste jaren sterk toe. Concreet is er meer vraag gericht op grootschalige bedrijventerreinen (minimaal 5 ha. ) Binnen het huidige aanbod beschikbare bedrijventerreinen is hiervoor weinig of geen
geschikte ruimte voorradig. De raming uit de prognose bedrijventerreinen Zeeland (STEC rapportage van 2020) , welke de basis biedt voor het regionaal bedrijventerreinenprogramma 2020-2030, geeft ook een duidelijk signaal. De verwachte uitbreidingsvraag voor de regio overstijgt het aanbod ruimschoots.
20/54
Ondanks dat er op papier nog ruim 14 ha voorhanden lijkt, verdeeld over bedrijventerrein Handelspoort Zuid en Koegorsstraat, is er daadwerkelijk nog maar 2 ha echt vrij voorhanden (enkele geïnteresseerden bekend voor deze laatste kavel) . Overige 12 ha is momenteel in (betaalde) optie uitgegeven of is een koopakte in voorbereiding. Op deze manier is er geen sprake van ‘vrij’ uitgeefbare grond. Hierdoor ontstaat er behoefte aan uitbreiding van grootschalig bedrijventerrein. STEC geeft in de prognose voor 2020-2030 ruimte voor 39ha bij WLO-hoog. (WLO-hoog is te verdedigen omdat reeds nu de gronden zo goed als allemaal zijn uitgegeven) .
Daadwerkelijk is er een voorraad van 30ha. Hierdoor is er voor Zeeuws Vlaanderen nog 9 ha uit te breiden aan bedrijventerreinen, uitgaande van gelijke verdeling betekent dit 3ha per gemeente. Verder is er in Terneuzen een transformatie van 13, 4ha bedrijventerrein bezig (10, 8ha Sluizencomplex en Beurtvaartkade, 2, 60ha Sasse Poort) . Dit beteketn dat er nog 16, 4 hectare ruimte in het regionale bedrijventerreinprogramma is voor nieuwe bedrijventerreinen. Om ook in de toekomst voor Terneuzen een goed vestigingsklimaat te kunnen bieden is het noodzakelijk in te springen op nieuwe uitbreiding. Binnen Terneuzen is gekeken naar mogelijkheden en locaties voor een nieuw te vestigen bedrijventerrein. Vanuit ruimtelijk beslag is het wenselijk zoveel mogelijk aansluiting te zoeken binnen de bestaande contouren van de bedrijventerreinen. Vanuit die gedachte is de locatie van het plangebied
Zuidpoort naar voren gekomen. Motivering locatiekeuze De locatie bevindt zich binnen het gebied Zuidpoort dat is aangewezen in de structuurvisie als ontwikkellocatie voor diverse functies en uiteindelijk onderdeel zal gaan uitmaken van het stedelijk gebied van Terneuzen. Binnen Zuidpoort is verder nog geen uitgewerkt kader voorhanden om sturing te geven bij initiatieven. Wel is er een stedenbouwkundig kader van Zuidpoort en Koegorspolder uit 2015. Vanwege de omzoming van het plangebied Zuidpoort door de N61, N62 en de N290 ontstaat een uniek gebied waar ruimte ontstaat voor een nieuw grootschalig bedrijventerrein. Op deze manier wordt aansluiting gevonden
bij bedrijventerrein Oostelijke Kanaaloever ten noorden van het plangebied. En met de Koegorspolder ten zuiden van het plangebied. De enige onderbrekingen binnen het totaal gebied aan grootschalige bedrijventerreinen zijn de aanwezige ontsluitingswegen. Door de ligging en omvang voorziet Zuidpoort in ruimte voor Leisurefuncties en hoogwaardige (technologische) bedrijven die gedijen in zichtlocaties. In het totaal perspectief ontstaat op deze manier een smal aaneengesloten lint van grootschalige bedrijventerreinen parallel langs de watergebonden havenactiviteiten binnen Terneuzen. Met Zuidpoort wordt dit lint verder ingevuld. De locatie van Zuidpoort is daarbij meest denkbare en logische en meteen afgebakende locatie voor nieuwe grootschalige bedrijventerreinen binnen Terneuzen. Alternatieve locaties zijn niet of nauwelijks mogelijk aan de oostzijde van het kanaal Gent-Terneuzen. De locatie betreft een zichtlocatie aan de N61 tegenover bestaand bedrijventerrein. De ontwikkeling van Zuidpoort tussen de N61 en N62 heeft met de vestiging van Biobase Europe en de Skihal een start gemaakt. . Op
het huidige bedrijventerrein zijn bovendien geen geschikte locaties gevonden. Symach B. V. heeft met name personeel uit de directe omgeving van Terneuzen en beschouwd het verhuizen uit Terneuzen of direct omgeving als een risico voor zowel het verliezen van huidig personeel als het vinden van
21/54
nieuw personeel. De
beoogde locatie past binnen de structuurvisie Terneuzen 2025 en sluit qua ontwikkelings- en groeimogelijkheden aan bij de ambities van SYMACH. Daarnaast levert en behoudt de ontwikkeling werkgelegenheid op voor personeel uit Terneuzen of de directe omgeving. Daarmee is aangetoond dat het planvoornemen past binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3. 2
Provinciaal beleid
3. 2. 1
De Zeeuwse Omgevingsvisie
De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. 2. 3. 4.
uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; balans in de grote wateren en het landelijk gebied; een duurzame en innovatieve economie; klimaatbestendig en CO 2 -neutraal Zeeland.
De verandering van het klimaat als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen heeft ingrijpende gevolgen. De zeespiegel stijgt en weerextremen zoals overvloedige neerslag, lange periodes van hitte en droogte en stormen gaan vaker optreden. Dit resulteert in een groter risico op overstroming, wateroverlast, hittestress en ernstig
watertekort/droogte. De gevolgen van klimaatverandering zijn zeker voor Zeeland van belang. Bescherming tegen het water, maar ook het gebruik van het water verdient daarom de continue aandacht. De provincie wil binnen haar mogelijkheden haar bijdrage leveren aan het beperken van het klimaatprobleem; zowel aan de bron als in de gevolgen. Zeeland wil economische ontwikkeling zo veel mogelijk faciliteren. Goede werk- en bedrijfslocaties zijn daarvoor nodig. Er wordt gestreefd naar een concentratie op bedrijventerreinen, met de nadruk op ontwikkeling van de grootschalige terreinen. Een verdere toename van het aantal kleinschalige bedrijventerreinen is niet wenselijk. Binnen Zeeland wordt vraag en aanbod van bedrijventerreinen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Hiervoor wordt iedere drie jaar een prognose opgesteld waarin de behoefte voor de volgende 10 jaar wordt bepaald. Deze prognose is een uitgangspunt voor de regionale bedrijventerreinenprogrammering van de gemeenten. Hierin worden regionaal afspraken gemaakt over ontwikkeling, uitbreiding en herstructurering van bedrijventerreinen. Toetsing en conclusie De ontwikkeling past in de regionale bedrijventerreinenprogrammering. De locatie bevindt zich aan de overzijde van weg langs het bedrijventerrein Oostelijke Kanaaloever en draagt daarnaast bij aan de ontwikkeling van het gebied Zuidpoort.
Hiermee maakt het onderdeel uit van een grootschaligere ontwikkeling die aansluit bij het provinciaal beleid uit de Omgevingsvisie.
22/54
3. 2. 2
Provinciale Omgevingsverordening 2018 De regels zoals opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 (inclusief wijzigingen) hebben een directe doorwerking naar ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan. Toetsing In Artikel 2. 3 Bedrijven zijn regels opgenomen voor de vestiging van bedrijven. Voor onderliggende ontwikkeling is lid 3 van belang: In de toelichting bij een bestemmingsplan voor een nieuw bedrijventerrein, alsmede de uitbreiding van een bedrijventerrein, wordt aannemelijk gemaakt dat: a. het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat 80 procent van de bedrijvigheid regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan grootschalige bedrijventerreinen en b. duurzaam beheer en onderhoud van het bedrijventerrein gewaarborgd is. Het plan is nieuw bedrijven terrein dat onderdeel uitmaakt van een grotere ontwikkeling. De realisatie van een nieuw bedrijf hier sluit aan op de verschillende (gemeentelijke) beleidstukken en voorziet in de clustering van
bedrijven, in dit geval rondom Terneuzen. Daarmee draagt het planvoornemen bij aan de doelsteling op bedrijvigheid regionaal te clusteren en wordt bovendien een bijdrage geleverd aan het behoud en de versterking van de werkgelegenheid van Terneuzen en de gemeenten daaromheen. Voor de ontwikkeling van Zuidpoort Terneuzen is een visie opgesteld waarbij het gebied gefaseerd ontwikkeld zal worden. De ontwikkeling van het bedrijventerrein tussen de N61 en de Koegorsstraat is daarin de eerste fase. De provincie heeft aangegeven akkoord te zijn met de visie en de ontwikkeling van Zuidpoort als bedrijventerrein. Daarnaast wordt de ontwikkeling opgenomen in de actualisatie van het regionaal bedrijventerreinenprograamma 2023, vaststelling hiervan is in het najaar van 2023 voorzien. Met het bedrijf zullen afspraken gemaakt worden over het beheer en onderhoud. Conclusie Omdat de provincie akkoord is met de ontwikkeling van het totaalgebied Zuidpoort als grootscahlig bedrijventerrein wordt voldaan aan provinciaal beleid en past de otnwikkeling binnen de kaders van de verordening.
3. 3
Gemeentelijk beleid
3. 3. 1
Structuurvisie Terneuzen 2025
In de Structuurvisie
Terneuzen
2025 wordt
op
hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente
Terneuzen
op
maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. De structuurvisie steunt op diverse beleidsdocumenten zoals de Gebiedsvisie Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone en een aantal sectorale notities zoals de Structuurvisie Detailhandel, het wegencategoriseringsplan, het actieplan Economie en de notitie 'Op pad' van de provincie Zeeland, die als bouwstenen hebben gediend. Bij het opstellen van de structuurvisie is gebruik gemaakt van de zogenaamde lagenbenadering, die de kwaliteiten in een gebied met elkaar in verband brengt. De lagenbenadering wordt gezien als een zorgvuldige
methode om ruimtelijke keuzes te onderbouwen.
23/54
Zuidpoort In de structuurvisie voor Terneuzen wordt ingegaan op de gunstige ligging van het plangebied. Regionale functies die van deze locatie zouden kunnen profiteren zijn leisure functies, het onderwijs, de grootschalige detailhandel en de kantoorachtige bedrijvigheid. De Zuidpoort biedt tevens ruimte voor kantoorachtige bedrijven, waarvoor aan de rand van de binnenstad geen ruimte gevonden kan worden. Het strategische project is erop gericht een ruimtelijk kader te creëren, waarbinnen verschillende functies een
plek kunnen krijgen, waardoor symbiosemogelijkheden ontstaan. Tegelijkertijd zal het ruimtelijk kader een robuuste langzaam-verkeersverbinding moeten faciliteren over het kanaal heen. Doelstelling is dat de Zuidpoort aan het eind van de structuurvisieperiode de dynamische schijf is waar onderwijs en bedrijvigheid aan elkaar gekoppeld zijn en waar veel mensen weet van hebben omdat de Zuidpoort tegelijkertijd regionaal leisure centrum vormt. Het project kent een sterke relatie met het project Binnenstad (vanwege de afstemming van kantoor- en detailhandelsfuncties) en met het project Complex Koegorspolder/Axelse Vlakte (vanwege de afstemming van bedrijfsfuncties) .
Figuur 3. 1: Visiekaart Structuurvisie Terneuzen 2025
Toetsing Het plangebied ligt in de zone aangeduid als 'Verbinden (kanaalzone) ' en 'Transformeren'. Voor de strategie 'Verbinden (kanaalzone) ' geldt: In de Kanaalzone is het van belang om naast
de verschillende industriële complexen ook het groene landschappelijke raamwerk voldoende stevigheid te geven. De Kanaalzone mag daarbij niet dichtslibben tot één aaneengesloten industrieel complex. De geleding is mogelijk op drie plaatsen: 1. De noordelijkste zone ligt op het grensvlak van de Westerschelde en dient tevens om de relatie tussen de binnenstad van Terneuzen en de Westerschelde te verbeteren. 2. Het tweede onderdeel van de geledingszone wordt gevormd door de omgeving van de brug van Sluiskil. Op deze plek slechten een aantal infrastructuurbundels de barrière van het kanaal. De ondertunneling van de N61 en de ontwikkeling van Zuidpoort kan hierbij als kans dienen om de verbindingen te versterken. 3. De zuidelijke geledingzone wordt gevormd door de begrenzing van de Autrichepolder aan de
24/54
noord-oostzijde en de begrenzing van Ghellinckpolder aan de zuidwestzijde. Deze geleding kent de meest landschappelijke insteek en dient tevens als ecologische verbinding. De locatie is niet gelegen in een van de plaatsen waar geleding mogelijk wordt geacht, maar als kans om de verbinding te versterken. Met de realisatie van een uitbreiding van het bedrijventerrein aan de andere kant van
de N61 wordt invulling gegeven aan de ontwikkeling van Zuidpoort langs de N61. Voor 'Transformeren' geldt: Het
gebied tussen Terneuzen-zuid en het Sluiskiltunneltracé (Zuidpoort) zal in aanvulling op het reeds bestaande skihalcomplex een transformatie ondergaan. Programma-onderdelen kunnen betrekking hebben op leisure, zorg, onderwijs en stedelijke bedrijvigheid. De ontwikkeling betreft een type bedrijf met kantoorfunctie. Voorwaarde voor de ontwikkeling die gemeente heeft gesteld is een hoogwaardige architectuur, wat aansluit bij de doelen uit de structuurvisie voor de
zichtlocatie. 3. 3. 2
Terneuzen Zuidpoort-Koegorspolder Stedenbouwkundig Kader
Door de realisatie van de N62 door de Koegorspolder is er een nieuw gebied ontstaan tussen de N61 en de N62
genaamd Zuidpoort. Gemeente heeft voor de ontwikkeling van dit gebied een stedenbouwkundig kader opgesteld. Doel is om Terneuzen zich in dit gebied te laten presenteren. De rand van Terneuzen krijgt hier een hoogwaardige stedelijke sfeer die ook tot uitdrukking komt in de inrichting van het openbaar gebied. Aan te trekken bedrijvigheid voor zichtlocaties dient aan te sluiten bij deze ambitie. Op de locaties met minder grote zichtbaarheid binnen het plan kunnen lagere kwaliteitseisen worden gesteld. De zichtlocaties bevinden zich met name langs de hoger gelegen N62. Doelstelling is om diverse clusters met bedrijven te vormen.
25/54
Figuur 3. 2
Stedenbouwkundig kader Zuidpoort, locatie in rood kader (Terneuzen Zuidpoort - Koegorspolder Stedenbouwkundig Kader) Toetsing Onderliggende ontwikkeling is een uitwerking van de ontwikkeling van het stedenbouwkundig kader waarbij het noordelijke cluster bedrijvigheid wordt ingevuld.
26/54
Hoofdstuk 4
4. 1
Toetsing
aan
omgevingsaspecten
Besluit m. e. r
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m. e. r. is aangegeven welke activiteiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m. e. r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m. e. r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure de vormvrije Zo moet de ontwerpbestemmingsplanfase voor m. e. r. -beoordeling. voor een worden waarin wordt of wel of m. e. r-beoordelingsbeslissing genomen, aangegeven geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu) effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m. e. r.
-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200. 000 m 2 of meer betreft. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van maximaal 5 hectare bedrijventerrein met maximaal 23. 980 m² bebouwd oppervlak. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m. e. r. ) , de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een m. e. r-beoordelingsnotitie opgesteld waaruit blijkt dat geen milieueffectrapportage voor de voorgenomen planontwikkeling noodzakelijk is. De aanmeldnotitie is in bijlage 10 toegevoegd.
27/54
4. 2
Verkeersaspecten
Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd
dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. 4. 2. 1
Verkeersontsluiting Gemotoriseerd verkeer Het plangebied wordt aan de zuidzijde ontsloten via de Koegorsstraat, een weg die uitkomt op de voorrangskruising met de Zeelandlaan / Meester F. J. Haarmanweg in het westen en de gelijkwaardige kruising met de Gravin Mariaweg in het oosten. Vanuit deze wegen kan respectievelijk de N61 en N290 worden bereikt. Dit zijn gebiedsontsluitingswegen waar een maximum snelheid van 80 km/uur geldt. De Koegorsstraat, Gravin Mariaweg, Meester F. J. Haarmanweg en Zeelandlaan zijn erftoegangswegen met een snelheidsregime van 60 km/uur. De Koegorsstraat verandert ter hoogte van het plangebied in een weg zonder as- en kantmarkering. De ontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer is goed. Langzaam verkeer Langs de Meester F. J. Haarmanweg ligt aan een zijde een gescheiden twee richtingsfietspad. Dat is ook zou langs de Koegoersstraat vanaf de Kruising met de Zeelandlaan in westelijke richting. Ter hoogte van het plangebied is
vrijliggend fietspad aanwezig. Er zijn geen voetpaden aanwezig. Voor fietsers die vanaf de Meester F. J. Haarmanweg de Koegorsstraat kruisen, is er een oversteek aanwezig. geen
Openbaar vervoer Het plangebied wordt per openbaar vervoer ontsloten met een aantal buslijnen, die reizigers richting Hulst, Sas van Gent en Goes brengen. De dichtstbijzijnde bushalte waar deze lijnen halteren is 'Terneuzen Ziekenhuis'. Deze haltes ligt op circa 15 minuten loopafstand van het plangebied. 4. 2. 2
Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling
De verkeersgeneratie wordt berekend op basis van kencijfers uit CROW
publicatie 381 (Toekomstbestendig
parkeren, 2018) . Het kencijfer voor een hoogwaardig bedrijventerrein betreft per hectare netto bedrijventerrein 174 mvt/etmaal en 34 vrachtwagenbewegingen/etmaal. Er wordt bij deze berekening gerekend met netto bedrijventerrein,
uitgaande van het bouwvlak is dit 29. 975 m². Dit betekent een verkeersgeneratie van 623 mvt/etmaal, waarvan 101, 9 mvt/etmaal vrachtwagenbewegingen. Dit is hoger dan in de praktijk verwacht wordt. Het bedrijf heeft aangegeven dat er een verwachte groei naar 150 werknemers over 10 jaar is. Een deel van de werknemers zal gebruik maken van het fietsverkeer en niet met de auto naar het werk komen, zoals in de huidige situatie ook het geval is. Daarnaast zijn dan circa 20-25 verkeersbewegingen per dag vrachtverkeer te verwachten. Verkeer zal via de westzijde worden afgewikkeld in de richting van de Zeelandlaan en de N61. De N61 heeft voldoende capaciteit om de toename te kunnen afwikkelen. De Koegorsstraat heeft een capaciteit 500
28/54
mvt/etmaal en wordt in de huidige situatie nauwelijks gebruikt. Voor de vervolgontwikkeling, in samenhang met de verdere ontwikkeling van het gebied worden momenteel gesprekken gevoerd tussen gemeente en Waterschap Scheldestromen over het eigendom van de weg. Insteek is dat het eigendom van de weg in handen zal komen van de gemeente en eventuele benodigde maatregelen ten aanzien van aanpassingen aan de weg zijn dan ook niet voor het waterschap. In een eerste fase wordt, indien mogelijk, voorzien in een aansluiting van het nieuwe bedrijf op de Koegorsstraat zo dicht mogelijk aan de westzijde van de perceelgrens. Ter hoogte van het naastgelegen bedrijf Biobase wordt de weg in de toekomst verbreed om meer capaciteit voor afwikkeling van het verkeer mogelijk te maken. Hetgeen noodzakelijk is voor vervolgontwikkelingen in dit gebied. 4. 2. 3
Parkeerbehoefte Voor de beoogde ontwikkeling is de parkeerbehoefte berekend volgens de parkeernormen die zijn opgenomen in de Parkeernota 2015-2020 (Gemeente Terneuzen) , inclusief de aanpassing van de nota zoals die door de gemeenteraad op 24 april 2020 is vastgesteld. De aanpassing is gebaseerd op de nieuwste kencijfers uit de CROW, publicatie 381. Parkeerbehoefte In de Parkeernota 2015-2020 is een parkeernorm van 1, 05 pp per 100 m² opgenomen voor arbeidsintensief / bezoekersextensieve bedrijven. Hierbij is rekening gehouden met een aandeel van 5% voor bezoekersparkeren. Dit betekent bij een bvo van 7. 500 m² (fase 1) en parkeerbehoefte van 79 pp. Hiervoor is voldoende ruimte, in de eerste plannen is rekening gehouden met 86 parkeerplaatsen. In voorliggend bestemmingsplan is een voorwaardelijke bepaling opgenomen dat voorzien moet
worden in
voldoende parkeergelegenheid op basis van de parkeernormen uit de parkeernota van gemeente Terneuzen. Daarmee is verzekerd dat voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. 4. 2. 4
Conclusie
De verkeersontsluiting is voor alle modaliteiten goed. Daarnaast leidt de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling niet tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Het plan voorziet in voldoende ruimte om aan de parkeernormen van de gemeente Terneuzen te voldoen.
4. 3 4. 3. 1
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie Toetsingskader Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het Rijk blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met cultuurhistorie. Hierin is opgenomen dat gemeenten bij het nemen van ruimtelijke besluiten rekening moeten houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De facetten historische (steden) bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Voor de beoordeling van het aspect cultuurhistorie is de cultuurhistorische waardenkaart, als onderdeel van de Structuurvisie 2025 van de gemeente Terneuzen beschikbaar.
29/54
Onderzoek De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen bestaat uit drie kaartbladen: 'behoud', 'behoud door ontwikkeling' en 'vernieuwing mogelijk'. In figuren 4. 1 - 4. 3 zijn uitsneden van de drie kaartenbladen voor het beoogde plangebied weergegeven inclusief legenda. Hierna wordt per kaartblad uitgelegd welke strategie voor de locatie geldt. Behoud: Ten zuiden van het plangebied ligt een kreekrestant van de Bronkreek of Spuikreek. Dit is een vrij brede kreek met een aantal smalle takken in de Koegors- en Nieuwe Zevenaarpolder, stroomt naar de Otheensche Kreek in de Zaamslagpolder. De kreek is als zijgeul van de Otheensche kreek ontstaan na de militaire inundaties aan het eind van de 16e eeuw, toen een groot deel van West- en Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen onder water werd gezet door Spaanse of Staatse troepen. De ontwikkeling heeft geen invloed op dit kreekrestant. De strategie voor het plangebied is niet gericht op beschermen of behouden (zie figuur 4. 1) .
Figuur 4. 1 Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Terneuzen
-
kaartblad 'Behoud' met plangebied in rood
Behoud door ontwikkeling: Het plangebied zelf is geen onderdeel van een cultuurhistorische structuur. De strategie is gericht op verbinden.
30/54
Figuur 4. 2
Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Terneuzen rood
-
kaartblad 'Behoud door ontwikkeling' met plangebied in
Vernieuwing mogelijk: in het plangebied is de strategie gericht op transformeren.
Figuur 4. 3 Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Terneuzen
-
kaartblad 'Vernieuwing mogelijk' met
plangebied in rood Op grond van de Cultuurhistorische waardenkaart is ten zuiden van het plangebied een cultuurhistorische
waardevol kreekrestant aanwezig. De ontwikkeling heeft hier geen invloed op. Op grond van dezelfde waardenkaart valt de locatie niet binnen één van de strategieën van de structuurvisie om cultuurhistorische
31/54
waarden te behouden of te versterken. Wel ligt de locatie binnen een gebied waar transformatie mogelijk is. Het planvoornemen sluit daar op aan. Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Zeeland De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Op de uitsnede in figuur 4. 4 is te zien dat er ten zuiden van het plangebied een cultuurhistorisch waardevol kreek aanwezig is. De kreek is als zijgeul van de Otheensche kreek ontstaan na de militaire inundaties aan het eind van de 16e eeuw, toen een groot deel van West- en Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen onder water werd gezet door Spaanse of Staatse troepen. De kreek blijft behouden en de ontwikkeling heeft hier geen invloed op. In de omgeving van het projectgebied is daarnaast een historische boerderij en historische dijk aanwezig. De ontwikkeling heeft geen invloed op deze objecten. Bouwhistorisch waardevolle objecten in of rond het
plangebied staan de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
Figuur 4. 4 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart, plangebied in rood (bron: geoweb provincie Zeeland)
Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de ontwikkeling niet in de weg. 4. 3. 2
Archeologie
Toetsingskader Op grond van de Wro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan moet met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten rekening worden gehouden. In het belang van de archeologische monumentenzorg kan bij een ruimtelijk plan worden bepaald dat
32/54
de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. Gemeentelijk archeologiebeleid Op 27 januari 2011 is door de gemeenteraad van Terneuzen het interimbeleid archeologie vastgesteld. De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. In een cyclus van 10 jaar zullen alle ruimtelijke plannen aangepast worden, waarbij archeologie in de plannen zal worden ingebracht of geactualiseerd aan de hand van het dan geldende beleid. Zolang de bescherming van archeologische waarde niet is geregeld in een ruimtelijk plan (bestemmingsplan, beheersverordening of - straks - Omgevingsplan) fungeert als vangnet de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. Deze verordening is geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling van archeologisch onderzoek verleend tot 100 m 2 en een reeds verstoorde diepte van 0, 5 meter voor de zogenaamde kruimelgevallen.
Naast de hiervoor vermelde algemene vrijstelling kan vrijstelling van archeologisch onderzoek worden verleend indien reeds eerder aantoonbaar verstoring heeft plaatsgevonden. Hierbij kan gedacht worden aan ophogingen,
ontgrondingen, wegcunetten, rioleringsleuven, bodemsanering en dergelijke. Een en ander dient ter beoordeling aan het bevoegd gezag (in de meeste situaties de gemeente) te worden voorgelegd. Tot slot kan vrijstelling van archeologisch onderzoek eveneens worden verleend als: het gebied niet wordt vermeld op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) , volgens de Indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) een zeer lage of lage trefkans heeft (op eventuele waarden tot 1, 2 meter beneden het maaiveld) , in de nationale digitale database ARCHIS en het Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) geen gegevens zijn geregistreerd, danwel alleen gegevens die duiden op een lage waarde er volgens de Geologische kaart Van Rummelen sprake is van de geologische formatie Duinkerke III. Een en ander is uitgewerkt in een stroomschema dat is opgenomen in bijlage 1 van 'De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen'. Voor de duidelijkheid is dit schema ook opgenomen in de bijlage 1 bij deze toelichting. Ook als er wel archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, is niet altijd archeologisch onderzoek nodig. Aan de hand van de archeologische verwachtingswaarde wordt per deelgebied een grens gesteld waarboven archeologisch onderzoek verplicht is en waaronder vrijstelling wordt verleend. Voor een aantal gebieden is de huidige kennis ontoereikend.
Deze leemten worden in de toekomst ingevuld. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen en vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening zal de toets aan het stroomschema het uitgangspunt zijn voor de beoordeling. Vergunningverlening in het kader van de
Erfgoedverordening is alleen aan de orde voor een gemeentelijk monument en een rijksmonument, niet voor archeologisch verwachtingsgebieden. Daarvoor geldt een verbodsregeling zonder de mogelijkheid van ontheffing. Het toepassen van een grotere 'vrijstellingsdiepte' is in sommige gebieden denkbaar. Voor een weloverwogen afweging hierover beschikt de gemeente over een 'Vrijstellingenkaart Archeologie'. Hierop is aangegeven of en tot op welke diepte werkzaamheden op of in een terrein kunnen worden vrijgesteld van het opstellen van een
33/54
archeologisch onderzoek (srapport) . De vrijstellingenkaart wordt in bestemmingsplannen gekoppeld aan archeologische dubbelbestemmingen. De 'Vrijstellingenkaart Archeologie' is geen statisch document, maar wordt op basis van nieuwe informatie om de paar jaar geactualiseerd. Op 14 november 2017 is de 'Vrijstellingenkaart Archeologie 2017' gepresenteerd. Het archeologiebeleid is inmiddels in alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen verwerkt, zo ook in de beheersverordening Oostelijke Kanaaloever. In de plannen en verordeningen is, voor zover dat op grond van
dat beleid nodig is, een regeling ter bescherming van mogelijk aanwezige verwachtingswaarden opgenomen waaraan een nieuwe bouwactiviteit met bodemverstorende werkzaamheden moeten worden getoetst. Toetsing en conclusie Voor de toetsing van het aspect archeologie is een archeologische plantoets opgesteld. Deze plantoets is opgenomen in bijlage 2 van de toelichting. Bij toekomstige ontwikkelingen geldt voor een deel van het plangebied een onderzoeksplicht bij ingrepen dieper dan groter dan 1. 000 m² en dieper dan de vrijstellingsdiepte. Hier zal, wanneer de vrijstellingsdiepte en