2023-11-29 a. Vaststelling (ongewijzigd) bestemmingsplan Axel, Bastionstraat 52 - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Toelichting ‘Bastionstraat 52 (Axel)’
34/122
30
overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. 6.
Maatschappelijke haalbaarheid
6.1
Procedure
Naar aanleiding van het vooroverleg wordt het ontwerp naar de vooroverlegpartners Waterschap Scheldestromen en de provincie Zeeland toegezonden. Gedurende de periode van vooroverleg zullen omwonenden van het plangebied geïnformeerd worden over de ontwikkeling. Overeenkomstig de wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening, wordt vervolgens het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter visie gelegd. Na vaststelling wordt het vastgestelde bestemmingsplan wederom zes weken ter inzage gelegd. In die periode kunnen belanghebbenden die in eerste instantie een zienswijze hebben ingediend beroep indienen bij de Raad van State.
6.2
Conclusie
Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.
Toelichting ‘Bastionstraat 52 (Axel)’
35/122
31
Regels
bestemmingsplan “Axel, Bastionstraat 52”
Planstatus:
vastgesteld
Versiedatum:
22-08-2023
Vaststellingsdatum:
14-12-2023
Plan identificatie:
NL.IMRO.0715.BPAXL18-VG01
Auteur:
Adromi
Adromi B.V.
36/122
Pagina 1 van 16
Inhoudsopgave 1 Inleidende regels................................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................... 6 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 7 Artikel 3 Wonen ................................................................................................................................... 7 Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3 ....................................................................................................... 8 3 Algemene regels ................................................................................................................................. 12 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel.............................................................................................................. 12 Artikel 6 Algemene bouwregels .........................................................................................................
12 Artikel 7 Algemene gebruiksregels .................................................................................................... 12 Artikel 8 Algemene aanduidingsregels ............................................................................................... 13 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................. 14 Artikel 10 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................. 14 Artikel 11 Overige regels .................................................................................................................... 14 4 Overgangs- en slotregels..................................................................................................................... 16 Artikel 12 Overgangsrecht ................................................................................................................. 16 Artikel 13 Slotregel ............................................................................................................................ 16
Adromi B.V.
37/122
Pagina 2 van 16
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan het bestemmingsplan Axel, Bastionstraat 52 met identificatienummer NL.IMRO.0715.BPAXL18-VG01 van de gemeente Terneuzen. 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aan- en uitbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte of als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4 Aan huis gebonden bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat, in tegenstelling tot een beroepsmatig gebruik van een woning, gericht is op consumentenverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft en waarvoor geen meldings- of vergunningplicht op grond van bijlage I van het Bor geldt. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de activiteiten, zoals genoemd in de Staat van Activiteiten. 1.5 Aan-huis-gebonden beroep een beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Hiertoe worden in ieder geval gerekend de activiteiten, zoals genoemd in de Staat van Activiteiten. 1.6 Bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.7 Bestaand aantal woningen woningen zoals aanwezig op het tijdstip van de vaststelling van deze beheersverordening, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wet gegeven voorschriften. 1.8 Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen de afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.9 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.
Adromi B.V.
38/122
Pagina 3 van 16
1.10 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.11 Bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.12 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.13 Bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.14 Bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.15 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.16 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.17 Bijgebouw een gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.18 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.19 Hoofdgebouw een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.20 Hoofdverblijf de verblijfplaats die het centrum is van het sociale en maatschappelijke leven van één persoon of een huishouden. Hiervan is in ieder geval sprake als er op grond van de Wet basisregistratie personen een verplichting is tot inschrijving op de verblijfplaats. 1.21 Huishouden één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling van de personen en van onderlinge verbondenheid.
Adromi B.V.
39/122
Pagina 4 van 16
1.22 Molendeskundige de monumentencommissie of een andere door het college aan te wijzen deskundige inzake molens. 1.23 Overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24 Overkapping een “bouwwerk, geen gebouw zijnde” voorzien van een gesloten dak en van maximaal één wand. 1.25 Parkeerbehoefte Het aantal benodigde parkeerplaatsen per eenheid van een functie in een gebied. 1.26 Parkeren Een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen. 1.27 Parkeerplaats Een plek waar iemand zijn of haar auto mag parkeren, dit kan zowel betaald als onbetaald zijn. 1.28 Peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.29 Stallen In een garage zetten. 1.30 Verbeelding De analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie. 1.31 Verblijfsrecreatie vorm van recreëren, vrijetijdsbesteding, waarbij logies wordt aangeboden. Het bieden van logies aan buitenlandse werknemers, welke werkzaam zijn in Nederland en/of België, valt hier niet onder.
1.32 Voorgevel de naar de weg gekeerde gevel(s) van een hoofdgebouw. 1.33 Wonen het gebruik van een woning conform de begripsomschrijving van ‘woning’. 1.34 Woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden als hoofdverblijf. Voor zover de woning gelegen is in het buitengebied, zijnde een perceel dat onder de werkingssfeer van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Terneuzen (NL.IMRO.0715.BPBG01-VG98) valt, is ook verblijfsrecreatief verblijf toegestaan.
Adromi B.V.
40/122
Pagina 5 van 16
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk a. bij zadel- en schilddaken en platte daken: vanafhet peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, goothoogten met een ondergeschikte lengte ten opzichte van de gevel niet meegerekend; b. bij lessenaarsdaken: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, goothoogten met een ondergeschikte lengte ten opzichte van de gevel niet meegerekend en voor zover niet gelijk aan de (bouw)hoogte van het bouwwerk. 2.3 De dakhelling van een bouwwerk de hoek tussen het dakvlak en een horizontale lijn. Bij een gebroken kap wordt de dakhoek c.q. hellingshoek gemeten op de (denkbeeldige) lijn tussen de bovenkant van de goot en de bovenkant van de nok. 2.4 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 De (bouw)hoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk.
2.6 De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 Het bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald. 2.8 Ondergeschikte delen bij het bepalen van afstanden, hoogtes, oppervlakten en inhoud blijven uitstekende bouwdelen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing. 2.9 Vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
Adromi B.V.
41/122
Pagina 6 van 16
2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. uitsluitend het wonen met aan - huis - gebonden beroepen; met de daarbij behorende: b. c. d. e. f.
tuinen en erven; parkeervoorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de kaart en de volgende bepalingen: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met de voorgevel in één van de naar de weg gekeerde bouwgrenzen; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'; e. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter. 3.2.2 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend op de gronden binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en op de bijbehorende erven worden gebouwd; b. de goothoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw mag niet meer dan 6 meter bedragen. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;
Adromi B.V.
42/122
Pagina 7 van 16
b. de (bouw)hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de (bouw)hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel niet meer mag bedragen dan 1 m; c. de (bouw)hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 m bedragen, met dien verstande dat de (bouw)hoogte vóór de voorgevel niet meer mag bedragen dan 1 m. 3.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor de uitoefening van kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten in de woning, met in achtneming van de volgende regels: a. de woonfunctie dient in overwegende mate behouden en herkenbaar te blijven, waarbij het vloeroppervlak in gebruik voor de beroepsmatige activiteiten ten hoogste 25% van het binnenwerks vloeroppervlak van hoofdgebouwen en de daarbij behorende aan- en uitbouwen mag bedragen, met een maximum van 50 vierkante meter en voor bedrijfsmatige activiteiten ten hoogste 20% respectievelijk 20 vierkante meter; b. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; ten behoeve van een bedrijfsmatige activiteit mogen ten hoogste twee personeelsleden, waaronder de bewoner van het pand, werkzaam zijn; c. voor bedrijfsmatige activiteiten mag uitsluitend op afspraak worden gewerkt; d.
het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. er mag detailhandel plaatsvinden, als het een beperkte verkoop die verband houdt met de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten betreft; f. met een omgevingsvergunning mag van de regels worden afgeweken ten behoeve van het uitoefenen van bedrijvigheid die niet onder de werking van de Wet milieubeheer valt; g. er wordt afgeweken van de regels als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3 4.2 Bestemmingsomschrijving 4.2.1 Bouwwerken ten behoeve van deze bestemming a. op de in artikel 4 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,50 meter. 4.2.2 Andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, tenzij het te verstoren oppervlak van het plangebied groter is dan 1.000 m² en waarbij bovendien grond-of graafwerkzaamheden dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; b. het bepaalde onder artikel 4 lid 2.2 sub a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing,
Adromi B.V.
43/122
Pagina 8 van 16
waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie - 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, sub 1 Wabo af te wijken van het bepaalde onder artikel 4 lid 2.2 sub a ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 1.000 m² en dieper dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning artikel 2.1, lid 1 sub a Wabo een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld.
4.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder artikel 4 lid 3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.3.3 Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4 lid 3.1, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologische deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1 sub b Wabo) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Adromi B.V.
44/122
Pagina 9 van 16
a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2.00 meter en waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; f. het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld.
4.4.2 Uitzonderingsregel Het in artikel 4 lid 4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 1.000 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 4.4.3 Voorwaarden a. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 4 lid 4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; b. voor zover de in artikel 4 lid 4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3.
de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. de vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
Adromi B.V.
45/122
Pagina 10 van 16
4.4.4 Advies Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in artikel 4 lid 4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologie - 3', als bedoeld in artikel 4 lid 1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Adromi B.V.
46/122
Pagina 11 van 16
3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen, buiten beschouwing.
Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. in geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken zoals opgenomen in 12.1 niet van toepassing. 6.2 Overschrijding bouwgrenzen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden de hieronder genoemde ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, balkons, entreeportalen, luifels en afdaken voor zover de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,0 meter; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen voor zover de overschrijding niet meer dan 1,0 meter bedraagt.
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Algemeen a. het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels. 7.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken:
Adromi B.V.
47/122
Pagina 12 van 16
a. als opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen, tenzij op de verbeelding anders is bepaald; c. als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen, tenzij op de verbeelding anders is bepaald; d. gronden of gebouwen te (laten) gebruiken als seksinrichting of daarmee vergelijkbare gebruiksvormen; e. het gebruik van woningen als recreatiewoningen, tenzij op de verbeelding of in de bestemmingsomschrijving anders is aangegeven; f. gronden of gebouwen te (laten) gebruiken ten behoeve van de opslag van consumentenvuurwerk (voor zover dit de vergunningplichtige hoeveelheid tussen de 1.000 kg en de 10.000 kg betreft).
Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 Vrijwaringszone - Molenbiotoop De gronden die op de kaart tevens voor Vrijwaringszone - Molenbiotoop zijn aangewezen zijn mede bestemd voor een molenbeschermingszone. 8.1.1 Bouwregels Om binnen de op de kaart aangegeven molenbeschermingszones vrije windvang te garanderen en het zicht op de betrokken molen veilig te stellen, geldt – tenzij vrije windvang of het zicht ter plaatse reeds is beperkt – het volgende: a. binnen een afstand van 100 meter rondom de molen mag geen bebouwing worden opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een afstand van 100 tot 400 meter van de molen mag geen bebouwing worden opgericht met een hoogte die, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek, meer bedraagt dan 1/100 van de afstand van het bouwwerken tot de molen. 8.1.2 Afwijken bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 8.1.1 voor hogere gebouwen, met inachtname van de volgende bepalingen: a. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van het molenbelang; b. burgemeester en wethouders winnen advies in bij de molendeskundige omtrent de onder a opgenomen voorwaarde.
8.1.3 Omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting; een en ander met dien verstande dat geen omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is vereist voor: b. het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting die als zij volgroeid is, niet hoger is dan de hoogte van de gebouwen zoals in het plan is toegestaan;
Adromi B.V.
48/122
Pagina 13 van 16
c. werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en normaal beheer betreffen, reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en/ of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen vergunning. 8.1.4 Advies molendeskundige Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een molendeskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden gevolgen kunnen worden verwacht die het huidige en/ of toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element onevenredig in gevaar brengen of kunnen brengen.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Geringe afwijkingen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Artikel 11 Overige regels 11.1 Algemene parkeerregels a. Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
Adromi B.V.
49/122
Pagina 14 van 16
11.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen a. een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden of gronden die elders beschikbaar zijn. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota 2015-2020, zoals in werking getreden op 1 juni 2016 en aangepast op 22 april 2020 en op de wijze zoals beschreven in deze beleidsregels; b. indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels. 11.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen a. indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden of gronden die elders beschikbaar zijn. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota 2015-2020, zoals in werking getreden op 1 juni 2016 en aangepast op 22 april 2020 en op de wijze zoals beschreven in deze beleidsregels; b. indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels.
11.4 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen doormiddel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 en 11.3. Burgemeester en Wethouders nemen hierbij, conform de beleidsregels, in overweging of: a. het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. er op andere wijze in de benodigde parkeerbehoefte/stallingbehoefte wordt voorzien; c. er een financiële voorwaarde dient te worden gesteld. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels. 11.5 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient ten allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
Adromi B.V.
50/122
Pagina 15 van 16
4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwen luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de verordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van de verordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.
Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam Regels van het bestemmingsplan Axel, Bastionstraat 52.
Adromi B.V.
51/122
Pagina 16 van 16
Plangebied Bastionstraat 52
Enkelbestemmingen W
Wonen
Dubbelbestemmingen WR-A3
Waarde - Archeologie - 3
Gebiedsaanduidingen
W
vrijwaringszone - molenbiotoop
Bouwvlakken
WR-A3
bouwvlak
6
Maatvoeringen
2
2
maximum aantal wooneenheden
6
maximum goothoogte (m)
Bestemmingsplan:
Schaal:
Datum:
Bastionstraat 52, Axel
1:250
14-12-2023
Formaat:
Versie:
A4
2.0
Gemeente:
52/122
Terneuzen IMRO code:
Planstatus:
NL.IMRO.0715.BPAXL18-VG01
Vastgesteld
ADROMI GROEP
BIJLAGE AERIUS Nota van uitgangspunten
53/122
54/122
Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen
+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl
kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01
bestemmingswijziging Bastionstraat 52 4571 ET Axel
Titel : Bijlage Nota van uitgangspunten AERIUS calculator Versie : 1.1 Datum : 21 augustus 2023
55/122
Pagina 2 van 21
Inhoud 1.
Gegevens project.......................................................................................................................... 4 1.1
Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4
1.2
Locatienaam ......................................................................................................................... 4
2.
Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4
3.
Gegevens verandering ................................................................................................................. 4
4.
Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5
5.
3.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 5
3.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 6
Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 6 5.1
6.
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 7
Conclusie en afweging................................................................................................................. 7
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouw- en aanlegfase............................................................................... 8 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 14
56/122
Pagina 3 van 21
1. Gegevens project 1.1
Opdrachtgever
Statutaire naam
: Verhage-Lemahieu
Adres
: Rondweg 1
Postcode
: 4524 JL
Contactpersoon
: De heer A.B. (Bram) Verhage
Telefoon
: 0117 – 760 160
1.2
Plaats:
Sluis Mail:
bram@verhage-lemahieu.nl
Locatienaam
Naam
: Wijzigen bestemming voor wonen
Adres
: Bastionstraat 52
Postcode
: 4571 ET
Plaats:
Kadastrale ligging : Axel
Axel Sectie:
G
Nr(s):
2587
2. Gegevens locatie Voor een bestemmingswijziging om een woning toe te voegen in een ruimte die nu gebruikt wordt als Café op de hoek Bastionstraat Buitenweg in Axel binnen de gemeente Terneuzen dienen de effecten van de verbouw en het gebruik van de twee woonappartementen op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een perceel die in de Beheersverordening Axel een bestemming horeca heeft met een bovenwoning. Het gebouw wordt intern verbouwd voor gebruik als twee woonappartementen. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden. Op 7,9 km ten zuidwesten van de locatie ligt het Natura2000 gebied Canisvliet, ten noorden ligt Westerschelde & Saeftinghe op 8,0 km en ten noordoosten ligt op 9,4 km Vogelkreek.
3. Gegevens verandering Het betreft een locatie gelegen in de woonkern Axel waar initiatiefnemer voornemens is een café met bovenwoning naar twee woonappartementen om te zetten. Er ontstaat hiermee strijdigheid met de beheersverordening, omdat er een wooneenheid wordt toegevoegd waar er maar een is toegestaan. De extra woning kan planologisch gerealiseerd worden door middel van het opstellen van een wijzigingsplan. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van het toevoegen van de woning op de locatie Bastionstraat 52 zal door de extra woning toenemen en is in de verdere rapportage 57/122
Pagina 4 van 21
afgewogen. Hierbij is niet meegewogen dat de bezoekers van het café niet meer zullen komen. Per saldo is er in theorie een verbetering.
4. Emissies tijdens de bouwfase Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw.
Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en interne bouwwerkzaamheden. Tijdens de bouwfase van de extra interne woning en bijbehorende voorzieningen vinden extra emissies plaats. De verwachte bouwtijd bedraagt 3 maanden (13 weken). Er komen dagelijks gemiddeld 3 (bestel)auto’s met personeel die bouwwerkzaamheden verrichten. Intern wordt met elektrisch gereedschap gewerkt en handmatig worden de bouwmaterialen naar binnen gebracht en eventueel puin en bouwafval afgevoerd. Gemiddeld komt elke week een vrachtwagen materiaal lossen of een container ophalen. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer een halfuur zal gedurende de 3 maanden er 6,5 uur op of voor het bouwproject worden gereden. Op de locatie zelf zijn verder behalve de vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.
3.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)
In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1
58/122
Pagina 5 van 21
van het gehele project van 13 weken meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de bouwplaats
Licht verkeer (personenauto’s) Zwaar verkeer (vrachtauto’s)
voertuigen 3/werkdag 1/week
Bewegingen bouwproject (13 weken) 390 26 bouwmaterialen
De bewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron van de bouwplaats in twee richtingen tot aan de splitsing aan de Tuinstraat en in het noorden tot de rotonde en zal daar opgaan in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is “binnen bebouwde kom” aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg in het dorp betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.
3.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)
De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 13 weken die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar) Vrachtwagen bouw 380
Bedrijfstijd (uur/jaar) * 213
Cilinderinhoud (liter) ** 6,5 19,0
* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20
5. Emissies na ingebruikname Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS zijn voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van verkeer gelieerd aan de locatie en een puntbron voor eventuele emissies van
59/122
Pagina 6 van 21
verbrandingsinstallaties als een CV ketel. Voor de nieuwe woning is enkel het verkeer relevant. De woning wordt voorzien van een warmtepomp.
5.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)
In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie gaan in de aan te vragen situatie. In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de projectlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is hier namelijk enkel het verkeer van en naar de woning nog relevant. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt bij de nieuwe woning uitgegaan van CROW-kerncijfers publicatie 381 uit 2018. De woning is gesitueerd in weinig stedelijk gebied (rest bebouwde kom), waarbij de volgende verkeersgeneratie telt: • vrijstaande koopwoningen: 7,8-8,6 verkeersbewegingen per etmaal; • hoek/tussenwoningen, koop: 6,7-7,5 verkeersbewegingen per etmaal; • twee-onder-een-kapwoningen, koop: 7,4-8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Omdat hier sprake is van een nieuwe hoek/tussenwoning betekent dit dat er in totaal 6,7-7,5 verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Voor de bepaling van de effecten van de woning op de stikstofdepositie is de beoogde situatie onderzocht met de worst-case situatie van 7,5 bewegingen en uitgaande van het feit dat deze allen niet elektrisch, maar op brandstof rijden. Als rekenjaren is het jaar 2023 gehanteerd.
Het geplande jaar van verkrijgen van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. Tabel 3: aantal bewegingen na in gebruik name
Licht verkeer (personenauto’s)
Bewegingen 7,5/dag
Bewegingen project (jaar) 2.738
De bewegingen zijn evenals de bouwfase gemodelleerd van de projectlocatie in twee richtingen tot aan de splitsing aan de Tuinstraat en in het noorden tot de rotonde, omdat het verkeer op de kruisingen moet remmen en optrekken en daarmee opgaat in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “binnen bebouwde kom” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent.
6. Conclusie en afweging Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect niet relevant is. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik niet toe door het toevoegen van een woning. Uit de berekening van de beoogde situatie van de wijziging van de ruimte naar de woning blijkt de stikstofdepositie op omliggende gebieden nihil en daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten en daarom bestaat op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging en uitbreiding.
60/122
Pagina 7 van 21
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouw- en aanlegfase
61/122
Pagina 8 van 21
62/122
Pagina 9 van 21
63/122
Pagina 10 van 21
64/122
Pagina 11 van 21
65/122
Pagina 12 van 21
66/122
Pagina 13 van 21
BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase
67/122
Pagina 14 van 21
68/122
Pagina 15 van 21
69/122
Pagina 16 van 21
70/122
Pagina 17 van 21
71/122
Pagina 18 van 21
72/122
Pagina 19 van 21
73/122
Pagina 20 van 21
Bouwplan Bastionstraat 52 te Axel Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
74/122
NN Ì ADROMI
Bouwplan Akoestisch
Bastionstraat 52 te Axel onderzoek
wegverkeerslawaai
GROEP
Adromi B.V.
nn (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) T0/8-—68455
55
FO/8—684
59
algemeen
55
@adromi.nl
www.adromi.nl
Projectnummer: Versie:
S202216
Status:
Definitief
Datum:
23-11-2022
Opgesteld:
el (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |
Gecontroleerd:
Ola
75/122
te Rotterdam
Kv.K.
230.825.46
BTW:
8050.63.286.B.01
IBAN:
NL/5RABOO3854 77481
3.
4.
2. 2.
Hogere waarden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
2. 3.
Toetsingskader planlocatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
2. 4.
Geluidswering van de gevel (s) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Uitgangspunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 3. 1.
Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
3. 2.
Algemene gegevens en verkeersgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
3. 3.
Rekenmethode en rekenmodel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Resultaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 4. 1.
5.
Geluidsreducerende maatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
4. 1. 1.
Bronmaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
4. 1. 2.
Overdrachtsmaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
4. 1. 3.
Ontvangermaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
4. 1. 4.
Geluidluwe gevel en buitenruimte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Hogere waarden – motivatie en overwegingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Bijlagen Bijlage 1: Informatie bouwplan Bijlage 2: Verkeersdata Bijlage 3: Invoergegevens Geomilieu Bijlage 4: Rekenresultaten
76/122
Bouwplan Bastionstraat 52 te Axel
1.
Inleiding
In opdracht van Verhage-Lemahieu is door adviesbureau Adromi B. V. een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd voor de realisatie van twee woningen aan de Bastionstraat 52 te Axel
(gemeente Terneuzen) . Op de planlocatie is momenteel sprake van een horecavoorziening in de vorm van een café met daar bijbehorend een woning. Initiatiefnemer is voornemens het pand te herontwikkelen om aldaar twee appartementen te realiseren.
Onderstaande afbeelding toont de globale ligging van de planlocatie.
Figuur 1: Ligging plangebied Bastionstraat 52 te Axel (bron: ruimtelijkeplannen. nl – bewerkt)
In verband met deze beoogde ontwikkeling dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Hierbij dient onder andere een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai te worden
uitgevoerd. De geluidsbelasting van het wegverkeer op de nabijgelegen wegen ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen dient te worden bepaald. Het onderzoek moet aantonen of binnen de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder gebleven kan worden. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde moet aangetoond worden dat binnen de maximaal te ontheffen waarde van die wet gebleven kan worden en dienen burgemeester en wethouders om de vaststelling van een hogere waarde te worden gevraagd. De planlocatie bevindt zich binnen de geluidzone ingevolge de Wet geluidhinder van in ieder geval de Buitenweg en de Nieuwendijk. In de hierna volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens het wettelijk kader, de uitgangspunten,
de resultaten en de beoordeling beschreven. Adromi B. V.
77/122 S202216
4
Bouwplan Bastionstraat 52 te Axel
Wettelijk kader
2.
2. 1. Wegverkeerslawaai 2. 1. 1. Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing binnen zones langs wegen. De breedte van de geluidszone langs wegen is geregeld in artikel 74 Wgh en is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk) . De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De betreffende zonebreedtes gerekend vanuit de as van de weg zijn in tabel 2. 1 weergegeven. Tabel 2. 1: Zonebreedte wegverkeer
Aantal rijstroken
Zonebreedte [m] Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
5 of meer
-
600
3 of meer
350
-
3 of 4
-
400
1 of 2
200
250
Het stedelijk gebied wordt in de Wet geluidhinder gedefinieerd als ‘het gebied binnen de bebouwde kom doch voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg’. Dit laatst
genoemde gebied valt onder het buitenstedelijk gebied. Binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de
volgende drie waarden: − − −
het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7. 00 en 19. 00 uur) ; het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19. 00 en 23. 00 uur) + 5 dB; het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23. 00 en 07. 00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de voorkeursgrenswaarde overschreden wordt, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als deze maatregelen niet mogelijk zijn,
kunnen burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde vaststellen. In artikel 82 en volgende worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones. In artikel 3. 1 en 3. 2 van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden van geluidgevoelige gebouwen 1) als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder vermeld. In tabel 2. 2 zijn deze waarden (voorkeursgrenswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting) opgenomen. 1) Onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, psychiatrische inrichting, kinderdagverblijf
Adromi B. V.
78/122 S202216
5
Bouwplan Bastionstraat 52 te Axel
Tabel 2. 2: Grenswaarden langs een bestaande weg
Status van de woning en/of geluidsgevoelig gebouw
Voorkeursgrenswaarde [dB]
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied 1)
Nieuw te bouwen woningen Vervangende nieuwbouw (woningen)
48
63
53
48
68
58
Nieuw te bouwen agrarische woningen
48
58
58
Nieuw te bouwen andere geluidsgevoelige gebouwen
48
63
53
1) Geluidsgevoelige
Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting
bestemmingen gelegen binnen de zone van een (auto) snelweg worden tot het buitenstedelijk gebied
gerekend.
2. 1. 2.
Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient het resultaat van berekening en meting van de geluidsbelasting vanwege wegverkeer te worden gecorrigeerd met een aftrek in dB. De hoogte van de aftrek is geregeld in artikel 3. 4 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 en bedraagt voor wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt: − − − −
4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is. 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is; 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting; 0 dB bij de bepaling van de geluidwering van een gevel volgens het Bouwbesluit 2012.
Voor de wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt, is deze: − −
5 dB voor overige zoneplichtige wegen; 0 dB bij de bepaling van de geluidwering van een gevel volgens het Bouwbesluit 2012.
2. 1. 3. 30 km/uur-wegen Een weg waar de maximale snelheid 30 km/uur bedraagt, is in de zin van de Wet geluidhinder nietzoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Er dient wel sprake te zijn van een 'deugdelijke motivering' bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Vanuit het oogpunt van een 'goede ruimtelijke ordening' is derhalve akoestisch onderzoek gewenst. In de zin van de Wet geluidhinder zijn geen streef- en/of grenswaarden gesteld aan dergelijke wegen. De aftrek ex artikel 110g Wgh is eveneens niet van toepassing op wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Adromi B. V.
79/122 S202216
6
Bouwplan Bastionstraat 52 te Axel
2. 2.
Hogere waarden
Als de geluidbelasting vanwege wegverkeer op een geluidgezoneerde weg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar gelijk dan wel lager is dan de van toepassing zijnde maximale geluidbelasting zoals vermeld in met name artikel 83 Wgh, dan dient bij geluidgezoneerde wegen een hogere waarde te worden aangevraagd. Het verzoek om vaststelling van een hogere waarde dient aan burgemeester en wethouders van de plaatselijke gemeente te worden gericht. Hogere waardenbeleid gemeente Terneuzen Met de invoering van de gewijzigde Wet geluidhinder in 2007 zijn de gemeentes bevoegd een eigen geluidsbeleid op te stellen. Aan dit geluidsbeleid zal worden getoetst bij eventuele hogere waarde verzoeken. De gemeente Terneuzen heeft geen specifiek geluidbeleid opgesteld met betrekking tot