2023-11-28 a. Zienswijze regionaal risicoprofiel Veiligheidsregio Zeeland - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
92/129
blad 19 van 55
• • •
Bevolkingsspreiding Overstromingsdiepte / stroomsnelheden / stijgsnelheden Keteneffecten
We spreken van een overstroming als er een bres in een waterkering ontstaat en/of er over een grote lengte dusdanig grote hoeveelheden water over een kering lopen dat de instroom niet kan worden gestopt met noodmaatregelen. Het tijdsverloop van een hoogwatergolf en de plaats van een eventuele dijkdoorbraak worden gekenmerkt door onzekerheid. Oorzaak Er is een hevige regenval boven de provincie Oost-Vlaanderen (waterbom) van meer dan 230mm binnen een periode van 48 uur. Hierdoor staat de Gentse binnenstad onder water, maar ook aan de grens met Zeeland, meer bepaald in het Belgisch-Nederlands grensdorp Overslag bereikt het water een kritiek punt. De aangelegde dijken staan onder druk. De brandweer vreest voor dijkbreuken. Dit kan ervoor zorgen dat het dorp Overslag in Oost-Vlaanderen en Zeeland onder water komt te staan. Ook de polders worden bedreigd. Incident Door een dijkbreuk ter hoogte van het Belgisch-Nederlands grensdorp Overslag zijn de inwoners van het polderdorp bedreigd, dit zowel in Oost-Vlaanderen als in Zeeland. De inwoners dienen te worden geëvacueerd. Gevolg Aantasting integriteit grondgebied Het bedreigde gebied in Overslag beperkt zich tot het deel van Wachtebeke ten noorden van de E34. Het Zeeuws Vlaamse Overslag heeft ca 100 woningen en hoort bij gemeente Terneuzen en heeft een oppervlakte van 14 ha.
De gebieden direct achter een bres worden met hoge snelheid door het water overstroomd. In het gebied dat na de dijkdoorbraak onder water is komen te staan, zal het nog maanden duren voordat het water weer weggepompt is, de grond en woningen zijn opgedroogd, vitale voorzieningen zijn hersteld en bewoners kunnen terugkeren naar hun huizen. In gebieden waar weinig water is blijven staan, is het herstel van het dagelijks leven sneller mogelijk. Doden, ernstig gewonden en chronisch zieken, lichamelijk lijden Het betreft een dunbevolkt gebied. In Overslag (Oost-Vlaanderen) wonen er circa. 895 inwoners. Het ZeeuwsVlaamse Overslag kende op 1 januari 2022 circa 247 inwoners. Deze berekening is uitgevoerd aan de hand van een bouwblokkenkaart. De stad Gent telt circa 260.000 inwoners, waarvan circa 20.000 in de binnenstad. Het aantal overleden als gevolg van de overstroming wordt geschat op maximaal 0,5% van het inwonersaantal van het getroffen gebied. Gedurende meerdere dagen zal de hulpverlening slechts in beperkte mate mogelijk zijn, en in de getroffen gebieden moet rekening worden gehouden met drie dagen zelfredzaamheid. Daarnaast raken mensen ook ziek of gewond door andere oorzaken dan de overstroming, vinden er zoals iedere dag ongevallen plaats en zullen er ook mensen overlijden aan andere oorzaken dan de ramp. Kosten De kosten bij een overstroming zijn hoog tot extreem hoog.
Zodra preventieve maatregelen (evacuatie, sluiting bedrijvigheid, transportstop) worden genomen t.a.v. de dreigende overstroming, zal maatschappelijke schade ontstaan. Daarbij komen nog de materiële schade die door de storm en het water ontstaan en de -soms onherstelbare- gevolgschade in m.n. de economische ketens. Langdurige aantasting natuur en milieu De overstroming heeft ingrijpende gevolgen voor het milieu in het getroffen gebied. Het gebied zal niet meer leefbaar zijn voor een groot deel van de flora en fauna die zich in dat gebied bevond. Er bevindt zich geen chemische industrie in het gebied. Milieuschade is wel een aandachtspunt voor de landbouw / veeteeltsector in het gebied.
93/129
blad 20 van 55
Verstoring van het dagelijks leven Een grootschalige overstroming, eveneens als de dreiging daarvan, brengt het maatschappelijk leven een tot meerdere weken tot stilstand. De nutsvoorzieningen in de huizen moet worden hersteld, sommige huizen zijn onbewoonbaar of de inwoners kunnen niet meer voorzien in hun basisbehoeften. Voor lange tijd moet er ondersteuning worden voorzien voor de getroffen inwoners. Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur Wanneer de waterbom verschillende gemeenten treft in Oost-Vlaanderen, dan kan de gouverneur de provinciale fase afkondigen. Tijdens een provinciale fase, ondersteunt/ ondersteunen de betrokken burgemeester(s) de beleidscoördinatie van de gouverneur, op het grondgebied van hun gemeente, door het uitvoeren van de beslissingen genomen door de gouverneur en door het nemen van de aanvullende beslissingen die noodzakelijk zijn, in overleg met de gouverneur. Er is overleg en afstemming met de provincie Zeeland. Bij een waterbom waarbij meerdere provincies getroffen zijn zal de federale fase worden afgekondigd.
Wanneer de federale fase wordt afgekondigd door de minister van Binnenlandse Zaken ondersteunt de gouverneur, samen met de betrokken burgemeester(s) de beleidscoördinatie van de Minister, op zijn grondgebied, door het uitvoeren van de beslissingen van de Minister en door het nemen van aanvullende beslissingen die zich opdringen, in overleg met de Minister. De bevoegde overheid die de beleidscoördinatie van de noodsituatie op zich heeft genomen, waakt over de coherentie van het globale nazorgbeleid op haar grondgebied. Sociaal psychologische impact Er wordt een PSCC (psychosociale coördinatiecomité) bijeen geroepen door de psychosociale managers om een overdracht van informatie te voorzien tussen de actoren van de acute fase en de nazorgfase. De nazorg is een gemeenschapsbevoegdheid en wordt gecoördineerd door de Vlaamse coördinator nazorg van slachtoffers van collectieve noodsituaties en terreuraanslagen. In de nazorgfase zorgt de coördinator ervoor dat de slachtoffers proactief gecontacteerd worden, en bijgestaan worden waar nodig. Daarvoor wordt er gewerkt met drie kernpartners (afhankelijk van de noden kunnen er nog andere samenwerkingen georganiseerd worden): • De diensten slachtofferonthaal van de Justitiehuizen; • De diensten slachtofferhulp van de Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW); • De Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg.
De coördinator zorgt ervoor dat de contactgegevens van de mensen bij de juiste CAW terecht komen en dat de communicatie en de informatie gestroomlijnd zijn. Er wordt ook bekeken of er nood is aan een bijkomende brede communicatieverspreiding rond het aanbod (indien er bijvoorbeeld slachtoffers zijn die niet opgenomen zijn op de lijst).
94/129
blad 21 van 55
Overstroming Impact criteria
Score
Beknopte motivatie
1.1
Aantasting integriteit grondgebied
D
1-4 weken, regionaal
2.1
Doden
D
plm 100 doden
2.2
Ernstig gewonden en chronische zieken
Dhoog
160-400 gewonden
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
C
<40.000, 2/6 dagen
3.1
Kosten
E
>2 miljard (Binnenstad Gent)
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
B
Lokaal 4-10km2
5.1
Verstoring van het dagelijkse leven
E
<40.000 getroffenen, 1 maand of langer
5.2
Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur
D
3 factoren (aantasting van het openbaar bestuur (enkel bezig met crisisbeheer); aantasting van het functioneren van het financiële stelsel; aantasting van de openbare orde en veiligheid), weken.
5.3
Sociaal psychologisch impact
E
>4.000, 1 tot 4 weken, vluchtgedrag, afwijkend koopgedrag, uiten van publieke woede.
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
D
4 of meer indicatoren (eerste 2, laatste 2)
Waarschijnlijkheid
Score
Kans op gebeurtenis per 10 jaar
C
4.3.2.2 Storm- en windhozen veroorzaken een incident op zee Inleiding Binnen het maatschappelijk thema “Natuurlijke omgeving, crisistype ‘extreme weersomstandigheden’ kan een onderscheid worden gemaakt tussen de volgende incidenttypen: – Koudegolf, sneeuw en ijzel – Hitte golf – Storm en windhozen – Aanhoudende laaghangende mist Deze incidenttypen zijn relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel. Er is gekozen voor uitwerking van het incidenttype ‘Storm en windhozen”, waarbij een scenario op zee is uitgewerkt. Context Ten gevolge van de klimaatveranderingen komen er meer en zwaardere stormen voor. Deze kunnen niet enkel op land, maar ook op zee grote gevolgen hebben. Oorzaak De Noordzee is een van de drukst bevaren zeeën ter wereld. Jaarlijks wordt meer dan 200 miljoen ton goederen vervoerd op het Belgische deel van Noordzee alleen al. Heel wat van deze goederen worden gecatalogeerd als gevaarlijk of verontreinigend. Bovendien bevat dit gebied de toegangsgeulen tot de Vlaamse en de Zeeuwse havens, wat eveneens een bijzondere aandacht vereist om het verkeer vlot en veilig te laten verlopen. Bovendien wordt het gebied meer en meer ingenomen door windmolenparken, zandwinninggebieden etc. De windmolenparken van België en Nederland grenzen aan elkaar. Ongevallen op zee als gevolg van storm en of windhozen zijn niet uit te sluiten.
Er moet rekening gehouden worden met een mogelijk grote impact (zowel op menselijk, materieel als milieuvlak). In de hiernavolgende afbeelding staat weergegeven waar zich nabij het grensgebied Zeeland-België windparken op zee bevinden.
95/129
blad 22 van 55
Figuur 4.2. Locaties waar windturbines op zee in de toekomst zijn toegestaan. Donkerblauw zijn de aangewezen windenergie gebieden van Nederland. In lichtblauw de aangewezen windturbineparken van België. Incident Het incident gebeurde in de marge van de aangekondigde storm Eunice. Storm Eunice was een intense extratropische cycloon die op 18 februari 2022 over Europa trok. Het KMI heeft voor deze storm code oranje uitgegeven voor de kust, West-Vlaanderen (en Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Er werden windstoten tot 130 km/u gemeten langs de Belgische kust. Op basis van objectieve criteria werd beslist om geen code rood uit te geven voor de kust en West-Vlaanderen. Officieel wordt in België van een storm gesproken vanaf een waarneming van minstens 9 Beaufort in minstens één station (op zee of op land) dat behoort tot het Belgisch territorium. Dit betekent dat de wind gemiddeld over 10 minuten en op een hoogte van 10 m boven het maaiveld een snelheid bereikt van minstens 75 km/u. Bij rukwinden spreken we dus niet altijd over een storm. Op 18 februari 2022 werden we gewaarschuwd door het KMI voor windkracht 10 aan land en mogelijks 11 op zee. Er zijn pieken mogelijk tot 130-140 km/uur en mogelijk meer op zee. De storm werd nipt niet als een ‘code rood’ ingeschaald door het KMI.
De tanker Maersk Nimbus, met 30.000 ton brandbare lading aan boord, lag al driftend te wachten om beloodst te worden. Door een zware windhoos werd het schip van zijn plaats weggeslagen en kwam in het windmolenpark terecht. Ten gevolge van de storm had het schip onvoldoende motorkracht om er zelfstandig weg te varen en moest voor anker gaan op amper 60 meter afstand van een windmolen. Er waren 18 bemanningsleden aan boord. De tanker Maersk Nimbus lag op 60 meter boven het C-Power-windmolenpark op twee ankers (zonder extra marge). Wanneer een tanker van dergelijke grootte tegen een windmolen terecht zou komen knakt die af voor de veiligheid van de windmolen. Mocht de windmolen op het schip terecht gekomen zijn had dit voor een zeer
96/129
blad 23 van 55
zwaar incident gezorgd. Dit was een potentieel zeer gevaarlijke situatie. – omwille van de positie nabij de windmolens – omdat er 30.000 ton brandbaar materiaal aanwezig was wat voor een grote milieuramp kan zorgen – omdat er 18 mensen aan boord waren. In dit scenario gaan we ervan uit dat alle 18 opvarenden zwaargewond of dood zijn als gevolg van de aanvaring dan wel de hiernavolgende vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Vanwege het vrijkomen van een vloeistofplas met gevaarlijke stoffen is er zware milieuschade in water en aan de kust. Om de tanker te kunnen wegslepen was een zeesleper noodzakelijk. Vermits deze in België niet voorhanden was werd beroep gedaan op Nederland. De tanker is bij het wegslepen tot op 30 meter van de windmolen genaderd en ook dat was opnieuw een gevaarlijke situatie. Niet alleen was er voor dit incident hulp nodig vanuit het grensgebied, de schade had zich evengoed kunnen voordoen in Nederlandse wateren. Storm- en windhozen Impact criteria
Score
Beknopte motivatie
1.1
Aantasting integriteit grondgebied
B
Gemeentelijk, 2-6 dagen. Olievervuiling (water en land, luchtverontreiniging.
2.1
Doden
C
18 opvarenden zwaargewond of dood.
2.2
Ernstig gewonden en chronische zieken
C
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0
3.1
Kosten
C
< 200 miljoen. Materieel, gezondheid, financiën, bestrijdingskosten en herstel.
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
C
Gemeentelijk gebied, verontreinigingen.
5.1
Verstoring van het dagelijkse leven
0
n.v.t.
5.2
Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur
A
1 indicator: Aantasting openbare orde en veiligheid.
5.3
Sociaal psychologisch impact
A
Met name publieke woede
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
0
n.v.t.
Waarschijnlijkheid
Score
Kans op gebeurtenis per 10 jaar
B
4.3.2.3 Ziektegolf door besmettelijke ziekte (overgang van dier op mens) Inleiding Binnen het maatschappelijk thema "Natuurlijke omgeving" is het crisistype ‘Dierziekten’ als relevant beschouwd, met als incidenttype een ziektegolf door een dierziekte overdraagbaar op mens. Eveneens is binnen het maatschappelijk thema "Gezondheid" het crisistype ‘Ziektegolf’ als relevant beschouwd. Hierbij zijn de volgende incidenttypen relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel: 1. Incidenttype ziektegolf besmettelijke ziekte 2. Incidenttype ziektegolf niet besmettelijke ziekte.
97/129
blad 24 van 55
Er is in dit risicoprofiel voor gekozen om bij het crisistype “Dierziekten” het incidenttype ziektegolf verder uit te werken, waarbij sprake is van een besmettelijke ziekte overdraagbaar op mens. Context Er zijn veel infectieziekten die dieren op elkaar kunnen overbrengen. Een klein deel van de infectieziekten van dieren is besmettelijk voor de mens. Dit zijn de zoönosen. Er zijn vele varianten van zoönosen; per zoönosen verschilt de impact. De afgelopen jaren hebben zich verschillende zoönosen voorgedaan. Corona is hiervan een actueel voorbeeld, zie de uitbraak in Nederland België vanaf 2020, en waarbij de gevolgen op dit moment nog steeds merkbaar zijn. Het wordt zeer voorstelbaar geacht dat zich in de (nabije) toekomst weer een zoönose voordoet. Vanwege de grotere impact en waarschijnlijkheid, is voor dit scenario gekozen voor de Coronapandemie. Bij zoönose zijn een aantal specifieke partijen betrokken. Voor Nederland betreft dit o.a.
7: • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) • Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) • Algemene Inspectiedienst (AID) • Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) Voor België betreft dit: • Overlegcomité waar zowel federale als regionale ministers in verzameld werden • FOD Volksgezondheid • Coronacommissariaat • Regionale ministeries van Welzijn, zorg en gezondheid • Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse Gemeenschap Oorzaak Doordat mensen steeds meer reizen, kunnen ziekten uit andere landen mee teruggenomen worden. Door het veranderende klimaat kunnen vectoren (‘transporteurs’), die ziekten van (wilde) dieren naar mensen overbrengen zich vestigen en uitbreiden. Door deze veranderingen kunnen er nieuwe ziektes bijkomen. Het virus SARS-CoV-2 veroorzaakt de ziekte COVID-19. Deze ziekte kan luchtwegklachten en koorts veroorzaken en in ernstige gevallen ademhalingsproblemen. Het virus wordt verspreid door druppeltjes, bijvoorbeeld door hoesten, niezen, zingen of praten. Als andere mensen deze druppeltjes inademen of via de handen in de mond, neus of ogen krijgen, kunnen zij besmet raken met het virus. Incident De aanpak van een dergelijke crisis vergt vaak een regionale tot bovenregionale aanpak, de strategische aansturing zal op landelijk niveau plaatsvinden (vanuit Brussel en Den Haag).
De operationele uitwisseling van gegevens is hierbij echter tevens van belang, hiermee wordt de regionale aansturing op de bestrijding vormgegeven. Het gaat dan met name over de volgende elementen: • Regio en omvang van de schutkring (of andere maatregelen) in beide landen. • Afgesloten grensovergangen en wijze van afsluiten Gevolg Een grootschalige uitbraak van Covid-19 zorgt voor zeer veel lichamelijk schade. De impact van een dergelijke crisis heeft vooral betrekking op de Volksgezondheid en de Economie. Het aantal slachtoffers hangt af van de genomen maatregelen. Er is sprake van ca 25000 dodelijke slachtoffers in België alleen al als gevolg van de
7
Zie ook Bestuurlijke Netwerkkaarten en de bevoegdhedenschema’s Crisisbeheersing: Bestuurlijke netwerkkaarten - Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (nipv.nl). NB dit geldt voor alle crisistypen.
98/129
blad 25 van 55
pandemie, in Nederland is dit aantal ca 22.500 8. In het grensgebied is dit circa 14.000 (gebaseerd op de landelijke percentages t.o.v. het aantal inwoners in deze gebieden. Het aantal is mede afhankelijk van de maatregelen die genomen worden om de uitbreiding- en duur van de besmetting in te dammen. De aanpak richt zich grotendeels op een massale preventie en op de grootschalige vaccinatie, maar omhelst ook voorzorgsmaatregelen, gaande van eenvoudige maatregelen, handen ontsmetten, mondmasker dragen tot quarantainemaatregelen en lockdowns. De aanpak van de crisis wordt vanuit de landelijke overheden aangestuurd. De regio-specifieke afstemming komt hierbij op de tweede plaats, waardoor dit binnen de regio tot afstemmingsproblemen komt. Wanneer een lockdown wordt afgekondigd in het ene land en niet in het andere land hebben mensen de neiging om over de grens op restaurant te gaan etc. Delen van de regio (indien nodig grensoverschrijdend) waar besmetting plaats kan vinden kunnen worden afgesloten. De schade bij een grootschalige uitbraak loopt in de miljarden euro’s. Ziektegolf door besmettelijke dierziekte Impact criteria
Score
Aantasting integriteit grondgebied
0
n.v.t.
2.1
Doden
E
Circa 14.000 dodelijke slachtoffers in grensgebied
2.2
Ernstig gewonden en chronische zieken
E
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0
3.1
Kosten
E
>2 miljard.
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
0
N.v.t.
5.1
Verstoring van het dagelijkse leven
E
Al deze indicatoren zijn van toepassing geweest voor > 40.000 getroffenen en voor 1 maand of langer.
5.2
Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur
E
Meerdere indicatoren voor 1 of meer jaren (functioneren politieke vertegenwoordiging, openbaar bestuur, financiële stelsel, openbare orde en veiligheid, vrijheden en/of rechten.
5.3
Sociaal psychologisch impact
E
>4.000 inwoners voor 1 maand of langer
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
0
n.v.t.
Waarschijnlijkheid
Score
Kans op gebeurtenis per 10 jaar
4.3.3
Beknopte motivatie
1.1
D
Maatschappelijk thema 3: Technologische omgeving Binnen het maatschappelijk thema “Technologische omgeving” zijn de volgende crisistypen beschouwd: 1. Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht 2. Incidenten met giftige stof in open lucht 3. Kernincidenten De crisistypen 1 en 2 hebben wij samengevoegd in dit risicoprofiel. Dit betekent dat crisistypen 1 en 3 relevant zijn voor het grensoverschrijdend risicoprofiel. In de volgende paragrafen is een incidenttype als scenario uitgewerkt.
8
Bron: RIVM
99/129
blad 26 van 55
4.3.3.1 Incident vervoer water met gevaarlijke stoffen - binnenwater Inleiding Binnen het maatschappelijk thema "Technologische omgeving”, onder crisistype “Incidenten met giftige stof in open lucht” is het incidenttype Incident vervoer water verder uitgewerkt. Transporten van giftige en explosieve stoffen per schip vinden dagelijks plaats over de Westerschelde (van Vlissingen naar Antwerpen en visa versa), maar ook over het kanaal van Terneuzen naar Gent. Een incident met een schip op het kanaal in de grensstreek wordt verder uitgewerkt, aangezien de mogelijke grensoverschrijdende gevolgen in geval van vrijkomen toxische stoffen reëel zijn. Context Voor scheepstransporten met ammoniak en ontvlambare gassen langs de Westerschelde is het risico gekwantificeerd in termen van plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (voor Vlissingen, Terneuzen en Hansweert). De basis voor deze berekening was het vaststellen van een uitgebreide groep mogelijke lekkage scenario’s. Deze scenario’s verschillen per aanvaring, locatie van de lekkage (boven of onder waterlijn), scheepstype, scheepsgrootte en eigenschappen van de lekkende stof. In deze studie is een geactualiseerd en verbeterd energiemodel toegepast.
Door middel van dit energiemodel werd het mogelijk om gedetailleerde lekkagefrequenties te berekenen voor alle ammoniak en ontvlambare vloeibare gassen lekkages (inclusief butaan als vergelijkbare stof voor class GF2, propaan en ethyleen als vergelijkbare stof voor GF3). De analyse van mogelijke consequenties van een aanvaring met aanzienlijke schade aan een ammoniak tanker is gebaseerd op resultaten van een gedetailleerde uitstroomstudie uitgevoerd door TNO. In een apart rapport is de theoretische basis van de uitstroom, vermenging en verdamping van ammoniak gepresenteerd. De conclusie van het TNO-rapport is dat ongeveer 20% van de weggelekte ammoniak zal verdampen en het overige deel zal vermengen met het water van de Westerschelde of het kanaal. Met deze resultaten heeft DNV een effectmodel van de verdampte ammoniak opgezet. Dit model heeft als basis een (neutraal) gas. Oorzaak Aanvaring van twee schepen door black-out van één van de schepen of van de sleepboten die het schip moeten manoeuvreren. Incident Op het kanaal van Terneuzen naar Gent vindt ter hoogte van Sas van Gent in de buurt van het bedrijf Rosier (kunstmestproducent) een aanvaring plaats tussen een tanker geladen met ammoniak en een containerschip. Het containerschip boort zich met de neus in de zijkant van de tanker.
Door de aanvaring ontstaat er in de zijkant van de tanker een gat van ongeveer 7 bij 5 meter boven de waterlijn. Op het containerschip vallen een aantal containers tegen elkaar met een op dat moment nog onbekende inhoud, aan de stuurboordzijde vallen enkele containers overboord eveneens met een op dat moment onbekende inhoud. De schade op het containerschip bestaat uit schade aan de neus, maar er is geen sprake van lekkage (het schip maakt geen water). De ammoniak tanker heeft grote schade opgelopen aan de bakboordzijde en er is sprake van een grote lekkage van ammoniak boven de waterlijn. De beide schepen komen stil te liggen op de plaats, zoals in onderstaand figuur is weergegeven.
100/129
blad 27 van 55