CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-28 a. Zienswijze regionaal risicoprofiel Veiligheidsregio Zeeland - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 14 december 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen zienswijze verlengen regionaal risicoprofiel Veiligheidsregio28.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

50

39

49

Bedreiging volksgezondheid, besmetting (mazelen, Q-koorts) 39

B

Incident in wegtunnels

Ziektegolf (grieppandemie)

B

51

36

Verkeersincidenten op het land (weg en spoor)

17

Incident op het water (aanvaring of stranding)

35

35

Luchtvaartincident (helikopter)

26

21

30 31

25

51

51

17+ B

17+ B

16+ B

16+ B

14+B

17

32

31

24

23+B

B

51

51

51

51

51

51

51

51

3, 17 +B 14

31

39

B

20+B

16

16

53

Ondersteuning

Verstoring/uitval telecommunicatie en ICT

31

19

16

Ontsmetting 53

Informatiemanagement 2

Spoedeisende medische hulpverlening

Verstoring/uitval rioleringssysteem

Verstoring/uitval drinkwatervoorziening

Verstoring/uitval electriciteits- of gasvoorziening

Stralingsincidenten (B-object en transport)

16

Incidenten met toxische stof in open lucht in inrichtingen 19+B

16

Incidenten met toxische stof in open lucht op weg,spoor of water

Stralingsincidenten (A-object, kerncentrales)

15

15 16

15

15

48

46

1

Redding

Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht op weg, spoor of water Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht in transportbuizen en inrichtingen

Instorting in grote gebouwen

47

10+B

Dierziekten

Extreme weersomstandigheden (koudegolf, hittegolf, storm)

Natuurbranden

Overstromingen vanuit zee(armen)

Tabel 13: capaciteiten per crisistype en proces

Sociaal maatschappelijke omgeving

Gezondheid

Verkeer en vervoer

Vitale infrastructuur

Technologische omgeving

Gebouwde omgeving

Natuurlijke omgeving

45

Crisistype

Hoofdprocessen (regionaal crisisplan Zeeland)

Bron- en emissiebestrijding

Brandweerzorg

39

9

Search and Rescue

Disciplines (regionaal crisisplan Zeeland)

41

34

2

Informatiemanagement

5.4

Aandachtspunten en opmerkingen per crisistype en proces

In de onderstaande lijst zijn de verwijzingen naar de tabel capaciteitenanalyse op de incidenttypen regionaal Risicoprofiel Zeeland en de processen Crisisplan Zeeland beschreven. Discipline

Nummer opmerkingen in tabel

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

Generieke aandachtspunten/opmerkingen Alle Brw

i ii

GHOR Bev.zorg

iii iiii

Bev.zorg

v

Alle

vi

Alle

vii

Alle

viii

Brw

1

Allen

2

GHOR Pol

3 4

BZ

5

Bij alle scenario’s is vaak bijstand noodzakelijk. De consequenties van het project maatwerk brandweerzorg zullen in de komende planperiode worden meegenomen in de analyse van de brandweerzorg. Met name in de dagperiode zijn effecten zichtbaar op de beschikbare capaciteit van de brandweer. De medische capaciteit is gebaseerd op max. 50 ernstige slachtoffers. De landelijke prestatie-eisen voor opvang van slachtoffers is max. 200 personen. Ondersteuning door het Rode Kruis is in een overeenkomst vastgelegd. Voor het proces crisiscommunicatie kan bijstand van andere regio’s worden aangevraagd en experts kunnen worden geraadpleegd. Dat is te organiseren via de coördinator crisiscommunicatie bij de vr’s. Door het Veiligheidsberaad zijn in de afgelopen jaren (2014-2017) in samenwerking met het ministerie van V&J, conform een strategische agenda, projecten uitgevoerd op de thema’s 1. Water en veiligheid, 2. Continuïteit van de samenleving, 3. Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, 4. Kwaliteit en vergelijkbaarheid, 5. Versterking Bevolkingszorg en 6. Versterking samenwerking veiligheidsregio’s en Defensie. De resultaten van deze projecten geven een positieve impuls aan de betreffende crisistypen en processen. Het rampbestrijdingsplan nucleaire veiligheid is landelijk beschikbaar en de implementatiefase is in uitvoering.

Voor alle crisistypen dient generiek ingezet te worden op burgerparticipatie en zelfredzaamheid o.a. door goede risico-en crisiscommunicatie en voorlichting. Specifieke aandachtspunten/opmerkingen bij de crisistypen Redding door de brandweer in overgestroomd gebied is lastig. De brandweer beschikt niet of nauwelijks over materieel hiervoor en is dus sterk afhankelijk van de waterhoogte in het overgestroomd gebied. De samenwerking met waterpartijen als Reddingsbrigade Nederland dienen nader te worden uitgewerkt. Bewoners en aanwezigen in het bedreigde gebied tijdig informeren is noodzakelijk. Dit vraagt om investeringen in informatiemanagement. Een meldpunt voor registratie via internet dient te worden voorbereid. Risicocommunicatie speelt hier ook een belangrijke rol. Er zijn mogelijk veel slachtoffers, die moeilijk bereikbaar zijn. Gezien de omvang van het gebied zal er druk komen te liggen op meerdere politieprocessen. Een groot aantal politiefunctionarissen wonen in het getroffen gebied en zullen derhalve niet inzetbaar zijn. Een groot gebied zal afgezet en bewaakt moeten worden. Er kunnen zich openbare ordeverstoringen voordoen in en buiten het getroffen gebied. Door de omvang, complexiteit en hoge uitval van politiefunctionarissen is de verwachting dat ook de informatie-organisatie onvoldoende zal zijn.

Er is geen opvang voor zo een groot aantal slachtoffers en getroffenen. Hangt dus af van de omvang van het overstroomd gebied, het aantal op te vangen personen en de duur van het incident. Grootschalige opvang moet samen met andere regio’s worden opgelost.

65/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

61

Discipline

BZ

Nummer opmerkingen in tabel 5a

BZ

6

BZ

7

WS

8

WS

9

Brw

10

Pol

11

BZ

12

Pol

13

GHOR

14

Brw

15

Brw en GHOR

16

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

Capaciteit is voldoende bij een middelgroot incident, met 2 opvanglocaties, waarbij mensen al op eigen gelegenheid het gebied hebben verlaten. Actualiseren of opnieuw bestendigen van afspraken met omliggende regio’s, Defensie en België. Is vooral na de overstromingsramp een groot isue. Omgevingszorg speelt een cruciale rol in de herstelzorg (infrastructuur/primaire levensbehoefte). Bij overstromingen is zout water ook een groot probleem. Zoveel mogelijk indammen. Capaciteit van SAR is onvoldoende voor een dergelijk crisistype. Afspraken met de reddingsbrigade NL zijn noodzakelijk. Er zijn onvoldoende TS4x4 brandweervoertuigen beschikbaar bij een grote natuurbrand. Er zal snel een beroep gedaan worden op de andere regio’s en/of Defensie. Ook de bluswatercapaciteit is onvoldoende. I.v.m. de toegankelijkheid van het gebied is de brandweer niet in staat om redding uit te voeren. Indien dit scenario zich voordoet zal rekening moeten worden gehouden met het langdurig karakter van het incident, waarbij afhankelijk van de druk keuzes moeten worden gemaakt tussen het uitvoeren van verschillende politieprocessen. Voor het tegelijk uitvoeren van de processen bewaken en beveiligen, mobiliteit en ordehandhaving zal de capaciteit onvoldoende zijn. Hiervoor zal langdurige bijstand nodig zijn. Risico- en crisiscommunicatie vraagt voor deze crisistypen extra aandacht.

Bijstand van andere regio’s kan worden aangevraagd en experts kunnen worden geraadpleegd. Dat is te organiseren via de coördinator crisiscommunicatie bij de vr’s. D.m.v. Zeeland Veilig kan nu worden voorzien in risicocommunicatie. Knelpunt bij crisiscommunicatie is het tijdig beschikbaar zijn van de juiste informatie. De politie-inzet zal zich tijdens dit scenario beperken tot de spoedeisende zaken. De overige kleinere incidenten zullen ondergeschikt raken, waardoor er mogelijk te weinig capaciteit is. De medische hulpcapaciteit vooral voor brandslachtoffers is zeer beperkt en afhankelijk van beschikbare capaciteit van ambulances en IC-capaciteit in de eigen en omringende ziekenhuizen. Alle acties moeten er op gericht zijn om het explosiescenario te voorkomen (wegnemen van de kans). Voor een dergelijk scenario is onvoldoende bluswater en koelcapaciteit beschikbaar. Ook bij incidenten op het spoor is de bereikbaarheid van het incident voor de hulpverleners een probleem. Daarnaast zijn niet alle tankautospuiten uitgerust met een standaardvoorziening voor het opbrengen van schuim. Voor een industriële vloeistofbrand of voor het afdekken van een plasbrand zijn in de regio geen industriële schuimmonitoren beschikbaar in combinatie met onze industriële bluswatercapaciteit die wel beschikbaar is.

Ook bij dit toxische crisistype geldt bij bronbestrijding dat er in de regio geen industriële schuimmonitoren beschikbaar zijn voor het afdekken van de toxische stof (plas). Bij een toxisch scenario heeft de brandweer bij een laag aantal slachtoffers beperkte mogelijkheden voor redding met beschermende middelen. De brandweer is (beperkt) toegerust op het ontsmetten van personeel en slachtoffers. Bij grote aantallen besmette personen gelden interregionale bijstandsafspraken. Er zijn binnen de brandweer voldoende verkenningseenheden beschikbaar, echter met beperkte middelen; niet alle stoffen kunnen worden gemeten. Hiervoor is bijstand vanuit een buurregio, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu of Defensie noodzakelijk.

66/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

62

Discipline

Nummer opmerkingen in tabel

GHOR

17

WS

18

Brw

19

Brw

20

GHOR

21

Pol

22

Brw

23

Brw

24

Brw en allen

25

GHOR

26

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

GHOR merkt op dat er een tekort aan beademingscapaciteit (apparatuur en personeel) voor getroffenen beschikbaar is. Het scenario gaat uit van 40-160 ernstig gewonden. Er is in behandelcentra capaciteit om max. 40 ernstig gewonden te behandelen. Bij meer dan 40 tot 160 ernstig gewonden wordt het proces spoedeisende medische hulpverlening onvoldoende. De medische capaciteit bij 40 ernstig gewonden is mogelijk onvoldoende, maar is bij 160 ernstig gewonden onvoldoende. Bij lekkage van een toxische stof en bij voorkoming van de verspreiding van de ontstane toxische wolk door de brandweer met een waterscherm zal het waterschap de verspreiding in het milieu controleren en proberen in te dammen. Bij een grote omvang kan dit capaciteitsproblemen geven. De bronbestrijding is een samenspel van hulpdiensten en exploitant. Daarnaast is er onzekerheid over de bereidheid van hulpverleners om op te treden bij nucleaire installaties. Voor het bepalen van het effectgebied (emissie) zijn er in de eerste fase van het incident binnen de brandweer voldoende verkenningseenheden beschikbaar. Gezien de lange duur van het incident zullen op termijn onvoldoende verkenningseenheden beschikbaar zijn. Hiervoor is interregionale bijstand, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, Defensie of internationale bijstand noodzakelijk.

De brandweer is (beperkt) toegerust op het ontsmetten van personeel en slachtoffers. Bij grote aantallen besmette personen gelden interregionale bijstandsafspraken. Er zijn binnen de brandweer mogelijk onvoldoende verkenningseenheden beschikbaar voor besmettingsmonitoring, mede i.v.m. opkomstproblematiek (zie 19). Hiervoor is bijstand vanuit een buurregio, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, Defensie en internationale bijstand noodzakelijk. Daarnaast zal een tekort kunnen ontstaan aan persoonlijke beschermingsmiddelen voor slachtoffers en eigen personeel. De beschikbare meetapparatuur voor straling is bij de brandweer beperkt. Defensie zal bij dit proces bijstand leveren. Ingeval van bijstand moet rekening gehouden worden met lange opkomsttijd. De synchronisatie van de maatregelenzones van Nederland, Belgie en Duitsland is door het ministerie van VWS bekrachtigd. Dit betekent dat het proces van (pre)-distributie van jodiumprofylaxe wordt verruimd naar 100 km. Gezien de grote omvang van het gebied zal er te weinig politiecapaciteit beschikbaar zijn voor het proces ordehandhaving (o.a. afzetten gebied, op afstand houden van plunderaars tec.) en het proces mobiliteit (verkeersregulatie). Tevens speelt de gevaarzetting mee, waarbij politiemensen niet ingezet worden in het getroffen gebied.

Mogelijk ondersteuning van Defensie of derden (EPZ of Covra) nodig voor stralingsmetingen. Het incidenttype langdurige uitval van elektriciteit kan direct gevolgen hebben voor het ontvangen van meldingen voor hulpvragen, het alarmeringsproces en de incidentcommunicatie. Om dit te ondervangen zal het personeel gekazerneerd moeten worden. In principe doet dit scenario geen afbreuk aan de beschikbare capaciteit (beschikbare eenheden die ingezet kunnen worden). De uitval van elektriciteit zal uiteindelijk resulteren in problemen bij melding en alarmering. De onderlinge communicatie wordt ook bemoeilijkt. Afhankelijk van de omvang en de tijdsduur van de uitval is de capaciteit mogelijk onvoldoende. Alle ziekenhuizen hebben een noodstroominstallatie. Het is onbekend welke werkingsduur de noodstroominstallatie van een ziekenhuis heeft. Bij zorginstellingen zijn geen noodstroomvoorzieningen geregeld.

67/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

63

Discipline

Nummer opmerkingen in tabel

GHOR Pol

27 28

WS

29

GHOR

30

Brw

31

GHOR

32

Pol

33

WS

34

Brw

35

Brw

36

Brw

37

Brw, GHOR

38

alle

39

Pol

40

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

Dialyseapparatuur en thuisbeademingsapparatuur hebben een batterij die het 4-6 uur volhoudt. Uitval van communicatiemiddelen zorgt voor een extra dilemma. Afhankelijk van de omvang van het gebied en de duur van de uitval van elektriciteit of gas kunnen de capaciteiten voor de politieprocessen onvoldoende zijn. Als in een klein gebied de elektriciteit en/of gas enkele dagen uitvalt, zal dit naar verwachting geen consequenties hebben voor het uitvoeren van de politieprocessen. Als het echter gaat om een groot gebied of geheel Zeeland zal dit een ander verhaal zijn en zijn de capaciteiten onvoldoende. De capaciteit is afhankelijk van het in bedrijf blijven van de (riool)gemalen. Bij uitval van de rioolgemalen is geen toevoer naar de zuivering mogelijk. Langdurige uitval van rioolgemalen zal leiden tot riooloverstorten. In dat geval is de materiële capaciteit onvoldoende. Uitval van rioolsystemen kan gelijk gevaar voor infectieziekte veroorzaken. Afhankelijk van de situatie geeft dit capaciteitsproblemen voor de processen spoedeisende medische hulpverlening en infectieziektebestrijding. De uitval van telefonie en ICT geeft problemen bij het proces melding en alarmering en communicatie. Voor de hoofdstructuur blijft de communicatie mogelijk via nood- en satelliettelefoons. Ook is er een convenant met de zendamateurs.

Een inventarisatie van de beschikbaarheid van de noodtelefoonsystemen bij de hulpdiensten en gemeenten is mogelijk noodzakelijk. Ook de zorgverleners (ambulances, ziekenhuizen etc.) ondervinden grote problemen bij de uitval van telefonie en ICT. Door de uitval van telecommunicatie en ICT is de informatie-organisatie onvoldoende in staat om de andere processen van goede informatie te voorzien. Sluizen, bruggen en gemalen zijn ver geautomatiseerd en worden bediend op afstand. Door het wegvallen van ICT zullen deze handbediend moeten worden. Het bedienend personeel is beperkt beschikbaar en zal dus capaciteitsproblemen geven. Bij een luchtvaartincident is men afhankelijk van de zelfredzaamheid van de betrokken burgers/passagiers. Programma maritieme veiligheid is in uitvoering en de benodigde capaciteiten worden hierin in beeld gebracht. Voor de redcapaciteit op de Westerschelde is uitgegaan van 300 te redden personen, voor het Schelde-Rijnkanaal van 25 personen. Voor de Oosterschelde en de waterweg Gent-Terneuzen is dit momenteel in onderzoek. Bluscapaciteit is voorzien op de Westerschelde en het Schelde-Rijnkanaal. De bereikbaarheid voor de brandweer bij incidenten op het spoor is beperkt. Hierdoor staan de normtijden onder druk. De capaciteit van brandweer en GHOR is bij redding en spoedeisende hulp gebaseerd op 4 te redden personen.

Zonder brand in de tunnel is dit geen probleem, echter bij brand is er wel een capaciteitsprobleem. Er zijn een beperkt aantal hulpverleners getraind voor de inzet in tunnels. Eigen personeel valt ook uit door ziekte en kan capaciteitsproblemen tot gevolg hebben. Continuïteitsplannen voor alle diensten zijn noodzakelijk. Een uitbraak van een grieppandemie heeft vanuit meerdere opzichten gevolgen voor de politie. Enerzijds zal een grootschalige griepuitbraak mogelijk leiden tot een toename van het beroep op de politiediensten in het kader van hulpverlening en handhaving van de openbare orde. Anderzijds zal de politie zelf te maken krijgen met grootschalig ziekteverzuim en uitval van

68/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

64

Discipline

Nummer opmerkingen in tabel

WS

41

Bz

42

GHOR

43

GHOR

44

BRW

45

BRW

46

BRW

47

BRW

48

BRW

49

BRW

50

BRW

51

BRW

52

BRW

53

Aandachtspunten/opmerkingen bij de processen

ondersteunende diensten, waardoor de reguliere manier van werken onder druk komt te staan. Teneinde een acceptabel niveau van politiewerk tijdens een pandemie te garanderen is er een griepplan opgesteld. In dit griepplan wordt aandacht besteed aan het verwachte ziekteverzuim, de continuïteit van de processen, de pandemie gerelateerde crisismaatregelen en de bescherming van personeel. De ziekte van het personeel legt de geautomatiseerde bedrijfsvoering van sluizen, bruggen en riolen niet plat. Er blijft genoeg capaciteit aanwezig om de bedrijfsvoering uit te blijven voeren. Ook is verkeersmanagement voor de Westerschelde over te nemen door de Belgische centrales. De verantwoordelijkheid voor crisiscommunicatie bij grootschalige incidenten in tunnels is de verantwoordelijkheid van de tunnelbeheerder / Rijkswaterstaat. Informatieverstrekking aan ketenpartners medisch wordt ingeschat als onvoldoende voor dit scenario. Bij de snelheid waarmee een toxische stof zich kan verspreiden in de open lucht is op het gebied van crisiscommunicatie een achterstand te verwachten. Bron- en emissiebestrijding bij overstromingen is een verantwoordelijkheid van het Waterschap als de functionele overheid. Om die reden wordt dit proces voor de brandweer wit gescoord. Redding bij brand in natuurgebieden is een knelpunt. De focus ligt op het ontruimen van de bedreigde gebieden.

Door de natuurbeheerorganisaties dient er preventief gewerkt te worden aan compartimentering door stoplijnen en het creëren van vluchtroutes. Het proces redding door de brandweer scoort hierdoor rood. Bronbestrijding van dierziekten vindt plaats door Ministerie van Landbouw en Visserij (o.a. dierenartsen) en niet door Brandweer. De score voor de brandweer gaat hierdoor naar wit. Doordat er overdag (door de week) kwetsbaarheid is ontstaan in de gegarandeerde basisbrandweerzorg levert dit ook kwetsbaarheid op bij het optreden in grootschalig verband van de Brandweer (GBO) . De verwachting is dat dit de komende jaren nog verder zal toenemen. Het advies is hier de komende jaren extra aandacht aan te besteden en verbetervoorstellen te formuleren. Om die reden verandert de score voor dit proces oranje. Bron- en emissiebestrijding volksgezondheid is verantwoordelijkheid van Geneeskundige zorg. Om die reden wordt dit proces voor de brandweer terug gezet naar de score wit. De komende jaren zal de Brandweer zich moeten bekwamen in de maatregelen om eventuele aanslagen (en slachtoffers onder eigen personeel) het hoofd te kunnen bieden in geval van maatschappelijke onrust/terrorisme . Geadviseerd wordt om dit incidenttype extra aandacht te geven. Dit resulteert in een score oranje. In de komende periode dient de informatiepositie van de Brandweer te worden verbeterd.

Daarvoor is momenteel onvoldoende capaciteit beschikbaar in het veld en de crisisstaf van de brandweer. Voorstel is om alle incidenttypen waar de brandweer bij het proces informatiemanagement een actieve rol vervult oranje te scoren. Het advies is om de komende beleidsperiode het informatiemanagement van de brandweer te actualiseren. Hulpverleningscapaciteit kan beperkt worden door de bereidheid van opkomst van de hulpverleners i.v.m. het type incident. Ontsmetting bij brand of explosie is wel mogelijk. Verbrandingsgassen kunnen ook giftig/bijtend zijn. Daarnaast kan in het kader van schoon werken ook een ontsmettingsunit nodig zijn.

69/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

65

6

Conclusie

6.1

Inleiding

Veiligheidsregio Zeeland is een relatief risicovolle veiligheidsregio. Het risicoprofiel van Veiligheidsregio Zeeland is complex, divers en dynamisch. In de praktijk is het de optelsom van de 41 relevante, concrete en realistische scenariobeschrijvingen uit dit risicoprofiel. De scenario’s zijn relevant, omdat tijdens de brede risico-inventarisatie niet-relevante risico’s zoals bijvoorbeeld een aardbeving zijn afgevallen. Ze zijn realistisch, omdat ze vervolgens zijn beschreven als een voorstelbaar incident (dus niet worstcase). Tot slot zijn ze concreet, omdat ze zijn beschreven als een daadwerkelijk incident. De scenario’s zijn opgesteld op basis van expert judgement door multidisciplinaire experts. Deze diverse scenario’s hebben niet alleen betrekking op traditionele rampen, zoals overstromingen, grote branden en grote ongelukken (al dan niet met gevaarlijke stoffen), maar ook op moderne crises zoals uitval van spraak- en datacommunicatie en maatschappelijke onrust.

6.2

Zwaartepunten

Veiligheidsregio Zeeland moet zich optimaal prepareren op haar risico’s. Alle scenario’s zijn dus relevant voor het beleid van de veiligheidsregio. Ze vormen de basis voor het beleidsplan. Toch behoeven niet alle 41 scenario’s dezelfde aandacht. In het regionaal risicoprofiel is het risico geanalyseerd op verschillende onderdelen: impact (gevolg), waarschijnlijkheid (kans), beschikbare capaciteiten van Veiligheidsregio Zeeland en bestaand beleid. Deze analyse heeft geleid tot de onderstaande zwaartepunten binnen het risico van Veiligheidsregio Zeeland en onderbelichte zwaartepunten. Daarnaast levert de analyse aanbevelingen voor de toekomst. De zwaartepunten binnen het risico van Veiligheidsregio Zeeland betreffen concreet de scenario’s die te maken hebben met:  overstroming vanuit zee;  kerncentrales;  grieppandemie;  risico’s gerelateerd aan transportactiviteiten;  externe veiligheidsscenario’s (scenario’s met gevaarlijke stoffen);  ontwrichting binnen de samenleving (door bijvoorbeeld cybercrime/verstoring telecommunicatie). Dit deel van het risico – met vaak hoge impact – vormt de identiteit van de regio. De risico’s zijn overigens niet nieuw. De afgelopen jaren heeft Veiligheidsregio Zeeland voor deze risico’s al verschillende bestuurlijke beleidsstukken opgesteld. Deze onderwerpen vragen in de toekomst vooral om continuïteit en eventuele actualisering.

Dit betekent dat het bestaand beleid, bestaande overlegstructuren en planvormingen vooral worden voortgezet.

70/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

66

6.3

Besluitvorming op basis van het risicoprofiel

Bij de besluitvorming over de vraag welke risico’s (bestuurlijke) aandacht behoeven spelen meerdere invalshoeken een rol. De uiteindelijke prioritering kan worden bepaald door een mix van:  Hoge impact en hoge waarschijnlijkheid van risico’s;  Wanverhouding risiconiveau en capaciteitsniveau basisvereisten;  Groot bestuurlijk afbreukrisico (bijvoorbeeld bij lage waarschijnlijkheid maar grote impact wanneer een incident toch optreedt);  Hoog beleidsrendement (relatief geringe inspanning die veel positieve spin off geeft);  Beïnvloedingsmogelijkheden van de risico’s;  Voldoen aan landelijke doelstellingen en afspraken;  Lokale speerpunten. Het regionaal risicoprofiel zal dienen als onderbouwing van het beleid van Veiligheidsregio Zeeland. Zienswijzen van gemeenteraden en adviseurs zullen hierin mede bepalend zijn. (zie hiervoor ook de behandeling van de zienswijzen als onderdeel van het besluit van het Algemeen Bestuur).

71/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

67

Bijlage 1: overzicht tabellen en figuren Tabellen Tabel 1: kerngegevens Zeeland, bronnen: Staat van Zeeland 2017, CBS en risicokaart 2018.............. 11 Tabel 2: scenariokeuze maatschappelijk thema Natuurlijke omgeving................................................ 19 Tabel 3: scenariokeuze maatschappelijk thema Gebouwde omgeving ................................................ 22 Tabel 4: risicobronnen gevaarlijke stoffen ............................................................................................ 24 Tabel 5: scenariokeuze maatschappelijk thema technologische omgeving ......................................... 30 Tabel 6: scenariokeuze maatschappelijk thema vitale infrastructuur .................................................. 37 Tabel 7: scenariokeuze maatschappelijk thema verkeer en vervoer.................................................... 45 Tabel 8: scenariokeuze maatschappelijk thema gezondheid................................................................ 49 Tabel 9: scenariokeuze maatschappelijk thema sociaal maatschappelijke omgeving.......................... 53 Tabel 10: overzicht impactcriteria (Handreiking Regionaal Risicoprofiel) ............................................ 56 Tabel 11: overzicht veiligheidsthema, crisistype, incidenttype en scenario .........................................

57 Tabel 12: legenda capaciteiten inventarisatie ...................................................................................... 59 Tabel 13: capaciteiten per crisistype en proces .................................................................................... 60 Figuren Figuur 1: samenhang tussen de risicoprofielen ...................................................................................... 5 Figuur 2: processtappen regionaal risicoprofiel volgens de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel............................................................................................................................................. 7 Figuur 3: natuurlijke aanwas en migratie in Zeeland, bron CBS ............................................................. 9 Figuur 4: aantal overnachtingen in Zeeland, bron kenniscentrum toerisme........................................ 10 Figuur 5: bevolkingsprognose Provincie Zeeland.................................................................................. 10 Figuur 6: overzicht risicokaart 2019 ...................................................................................................... 11 Figuur 7: meerlaags veiligheid, bron STOWA 2019 ...............................................................................

12 Figuur 8: dijkvakken Zeeland, bron waterveiligheidsportaal 2019 ....................................................... 13 Figuur 9: RIN Zeeland 2018 ................................................................................................................... 15 Figuur 10: voorbeelden extreem weer; Bosatlas van de veiligheid 2017 ............................................. 16 Figuur 11: risico analyse: brandrisicoprofiel Zeeland 2018................................................................... 21 Figuur 12: Seveso bedrijven in en rond Zeeland binnen de 15 km contour (Verdrag van Helsinki, bron Crisisbeheersing 2019) .......................................................................................................................... 25 Figuur 13: A-objecten in Nederland en buurlanden (Centrum kernongevallenbestrijding Veiligheidsregio's 2014) ........................................................................................................................ 28 Figuur 14: geharmoniseerde preparatiezones, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2018..... 29 Figuur 15: leidingnet water, bron Evides .............................................................................................. 32 Figuur 16: rioolwaterzuiveringsinstallaties en leidingen, Waterschap Scheldestromen ......................

33 Figuur 17: overzicht luchtvaartterreinen, Provincie Zeeland................................................................ 39 Figuur 20: Vaccinatiegraad Bof, Mazelen en Rode Hond (BMR), bron RIVM ....................................... 46 Figuur 21: grote C evenementen in Zeeland, bron crisisbeheersing VRZ ............................................. 50 Figuur 22: veiligheidsregio Zeeland en zijn aangrenzende regio's........................................................ 54 Figuur 23: risicodiagram regionaal risicoprofiel Zeeland ...................................................................... 58

72/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

68

73/129

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023

69

Grensoverschrijdend risicoprofiel Zeeland, West-Vlaanderen, OostVlaanderen, Antwerpen

projectnummer 0471689.100 definitief revisie 1 11 mei 2023

74/129

www.anteagroup.nl

Grensoverschrijdend risicoprofiel Zeeland, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen projectnummer 0471689.100 definitief revisie 1 11 mei 2023

Auteurs Adviesgroep SAVE

Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zeeland Postbus 8016 4330 EA MIDDELBURG

Colofon Projectgroep Monique Berrevoets-Steenbakker Amanda Jansen Met tekstbijdragen van de kernprojectgroep: Arno timmerman VRZ (projectleiding) Patrick Simpelaar VRZ Marcel Matthijse VRZ Anne Martens West-Vlaanderen Elke Allaert Oost-Vlaanderen Gerd van Cauwenberghe Antwerpen Evi Devis Antwerpen

datum 11 mei 2023

beschrijving Definitief

vrijgave M. Berrevoets

75/129

Inhoudsopgave Samenvatting

4

1.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Wat is een risicoprofiel? Doel van het risicoprofiel Uitvoering project Leeswijzer

5 5 6 6

2.

Ligging en typering van de regio

7

2.1

Gebiedskenmerken

7

3.

Proces

13

3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5

Processchema 'Handreiking Regionaal Risicoprofiel' Risico-inventarisatie Risicobeeld en risicoduiding Risicoanalyse Impact Waarschijnlijkheid Risicoprofiel

13 13 14 14 14 16 16

4.

Resultaten per processtap

17

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2

Risico-inventarisatie Risicobeeld en risicoduiding Thema’s, crisistypen en incidenttypen Overzicht crisistypen en scenario’s Risicoanalyse Risicobeeld Maatschappelijk thema 1: Natuurlijke omgeving Maatschappelijk thema 3: Technologische omgeving Risicobeoordeling Risicodiagram Impact per scenario

17 17 17 17 18 18 18 26 33 33 34

5.

Aanbevelingen

35

Bijlage 1: Risicobeeld

36

Bijlage 2: Toelichting op verschillende impactcriteria

46

Bijlage 3: Leden (brede) projectgroep

54

76/129

Samenvatting In opdracht van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) is een grensoverschrijdend risicoprofiel voor de grensregio opgesteld. Dit betreft provincie Zeeland in Nederland en de aangrenzende Belgische provincies (WestVlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Het risicoprofiel heeft als doel om inzicht te verkrijgen in de aanwezige risico’s met een grensoverschrijdend karakter, de bestuurders in staat te stellen hieraan gerelateerde besluiten gerichter te laten nemen, de basis voor risicocommunicatie naar de burger te verbeteren en het onderling uitwisselen van kennis over processen en werkwijzen te faciliteren. De leden van de multidisciplinaire projectgroep hebben in gezamenlijkheid een selectie gemaakt van relevante crisis- en incidenttypen voor de grensregio. Uitgangspunten hierbij zijn dat er sprake moet zijn van ten eerste een duidelijk bron- en effectgebied in de grensregio en ten tweede een aantasting van de fysieke veiligheid. Voor elk geselecteerde crisistype is vervolgens een grensoverschrijdend scenario uitgewerkt. Hierbij is gelet op een goede spreiding over de maatschappelijke thema’s en het verkrijgen van een goed en volledig beeld van de aanwezige risico’s. Dit heeft geresulteerd in vijf diverse scenario’s.

1) Overstroming als gevolg van een dijkbreuk, 2) Storm- en windhozen veroorzaken een incident op zee, 3) Ziektegolf door besmettelijke ziekte (overgang van dier op mens), 4) Incident vervoer water met gevaarlijke stoffen – binnenwater en 5) Kernincident. Vervolgens zijn in de risicoanalyse deze scenario’s uitgewerkt met de projectgroep door een inschatting te maken van de impact en waarschijnlijkheid per scenario. In het risicodiagram (onderstaande figuur 1.1) zijn de scenario's op een onderling vergelijkbare wijze afgebeeld. De scenario's met de grootste impact en waarschijnlijkheid staan rechtsboven in de figuur. Een kleine waarschijnlijkheid en impact leidt tot een plaats linksonder in het diagram.

Figuur 1.1: Risicodiagram (het risicodiagram kan niet los worden gezien van de scenariobeschrijvingen) Het mag duidelijk zijn dat het risicodiagram alleen niet de basis kan en mag zijn voor het strategisch beleid van een regio. Het risicodiagram biedt een goede indicatie voor het risicobeeld van de grensregio, maar is sterk afhankelijk van de omschrijving van het scenario.

77/129

blad 4 van 55

1.

Inleiding In dit hoofdstuk worden aanleiding en achtergrond van het grensoverschrijdend risicoprofiel behandeld.

1.1

Wat is een risicoprofiel? Een grensoverschrijdend risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een regio aanwezige grensoverschrijdende risico's. In Nederland bestaat de wettelijke verplichting voor een veiligheidsregio om te beschikken over een regionaal risicoprofiel. Het bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland heeft aangegeven dat zij graag een grensoverschrijdend risicoprofiel wenst voor het grensgebied Zeeland-België. Dit betreft de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de aangrenzende Belgische provincies (West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Voor dit grensoverschrijdende risicoprofiel is de opzet van een regionaal risicoprofiel conform de in Nederland voorgeschreven werkwijze als methode gekozen. De risico-inventarisatie omvat een overzicht van de aanwezige risicovolle situaties en de soorten incidenten die zich daardoor kunnen voordoen met een impact in de grensregio. In de risicoanalyse worden de geïnventariseerde gegevens nader beoordeeld, vergeleken en geïnterpreteerd binnen de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de aangrenzende Belgische provincies (West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen).

Op basis van de conclusies uit het grensoverschrijdend risicoprofiel kunnen de besturen van VRZ en de aangrenzende Belgische provincies strategische beleidskeuzes maken over de ambities voor de risico- en crisisbeheersing en de inspanningen voor onderlinge afstemming en verdere samenwerking. Dit heeft primair betrekking op de vaste diensten, maar ook zullen in het kader van multidisciplinaire taken afspraken gemaakt kunnen worden met overige partners waaronder defensie (België en Nederland), waterschappen (België en Nederland), civiele bescherming (België) en beheerders van vitale infrastructuur (België en Nederland).

1.2

Doel van het risicoprofiel Een complexe samenleving als de West-Europese moet adequaat kunnen inspringen op vele soorten veiligheidsrisico's. Ordeverstoringen, overstromingen en treinongevallen, maar bijvoorbeeld ook infectieziekten en uitval van nutsvoorzieningen vormen een continue bedreiging van de vitale belangen in de samenleving. Om deze bedreigingen het hoofd te bieden moeten overheidsinstanties, bedrijfsleven en de burger nauw samenwerken. Elke regio herbergt specifieke risico's waarvoor gericht beleid van de overheid en haar partners nodig kan zijn. Het risicoprofiel is bedoeld om het (strategisch) beleid van een regio te relateren aan de daadwerkelijke aanwezige risico's. Het doel van het risicoprofiel is: 1. inzicht krijgen in de aanwezige risico's; 2. de besturen van de regio in staat stellen afgewogen keuzes te maken over het voorkomen en beperken van deze risico's; 3. de besturen van de regio in staat stellen afgewogen keuzes te maken over de operationele prestaties van de crisisbeheersingsorganisatie ten opzichte van de risico's; 4. de basis voor risicocommunicatie naar de burger over de specifieke risico's en handelingsperspectieven om de zelfredzaamheid van de burgers te vergroten; 5. het uitwisselen van kennis over elkaars processen en werkwijzen.

Het bestuur van VRZ en de vertegenwoordigers van Belgische provincies, zullen de bevindingen uit het grensoverschrijdend risicoprofiel betrekken bij hun toekomstige beleidsvorming.

78/129

blad 5 van 55

1.3

Uitvoering project Het grensoverschrijdend risicoprofiel is opgesteld in opdracht van de Veiligheidsregio Zeeland. Het risicoprofiel is opgesteld met betrokkenheid van een multidisciplinaire projectgroep. Een overzicht van de deelnemers is opgenomen in bijlage 3. Antea Group/SAVE heeft in het project een bijdrage geleverd door als discussieleider en penvoerder op te treden. In een aantal overlegmomenten is het grensoverschrijdend risicoprofiel vervolgens in gezamenlijk overleg tot stand gekomen.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding, achtergrond en betrokken partijen beschreven. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ligging en typering van de regio. In hoofdstuk 3 staat de gevolgde methode centraal. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten per processtap weergegeven. Deze stappen leiden tot een risicodiagram, waarin impact en waarschijnlijkheid van de relevante scenario's op een onderling vergelijkbare wijze zijn weergegeven. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 aanbevelingen beschreven.

79/129

blad 6 van 55

2.

Ligging en typering van de regio

2.1

Gebiedskenmerken Voor de risico-inventarisatie wordt een gebied van 15 km vanaf de betreffende regio- en landsgrenzen gehanteerd (figuur 2.1). Deze reikwijdte is conform het Verdrag van Helsinki1. De gemeenten in de grensregio die zich in deze 15-kilometerzone bevinden staan in onderstaande tabel (tabel 2.1). Dit zijn niet alleen de grensgemeenten. Voor het afbakenen van de grensregio zijn gemakshalve de gemeentegrenzen gebruikt (aan land), hoewel in werkelijkheid soms slechts een deel van de gemeenten in de 15 km-zone ligt. Hierbij zijn de gemeente Borssele en Vlissingen achterwege gelaten omdat slechts een heel klein deel van deze gemeenten in de 15 km-zone ligt en er een groot water (de Westerschelde) tussen zit. Tabel 2.1. Overzicht van grensgemeenten en overige gemeenten die binnen de 15-km zone liggen. België – Provincie Antwerpen, West-Vlaanderen, OostVlaanderen

Nederland - VRZ Grensgemeenten

Overige gemeenten in zone

Grensgemeenten

Overige gemeenten in zone

Sluis

Knokke-Heist

Blankenberge

Terneuzen

Damme

Zuienkerke

Hulst

Maldegem

Brugge

Reimerswaal

Sint-Laureins

Oostkamp

Assenede

Beernem

Zelzate

Aalter

Moerbeke

Eelko

Wachtbeke

Kaprijke

Stekene

Lievegem

Sint-Gillis-Waas

Evergem

Beveren

Gent

Antwerpen

Destelbergen Lochristi Laarne Lokeren Berlare Zele Sint-Niklaas Waasmunster Hamme Temse Kruibeke Zwijndrecht

1

Het Verdrag van Helsinki heeft als doel het beschermen van de mens en het milieu tegen industriële ongevallen die grensoverschrijdende gevolgen kunnen hebben en het bevorderen van actieve internationale samenwerking tussen de verdragspartijen bij het voorkomen en de bestrijding van dergelijke ongevallen. Op 6 april 2006 is het Verdrag door België bekrachtigd, en vervolgens is het op 26 juli 2006 door Nederland bekrachtigd.

80/129

blad 7 van 55

De grensegio kent een divers karakter met zowel stedelijke, industriële als landelijke gebieden. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de gebiedskenmerken verder gespecificeerd.

Figuur 2.1. Overzichtskaart grensoverschrijdende regio Grensoverschrijdende natuurgebieden In het grensgebied bevinden zich een aantal natuurgebieden die een minimale (aaneengesloten) grootte hebben van 100 hectare, namelijk het Axelse bos en het waterwingebied Sint Jansteen In Nederland. Deze laatste is grensoverschrijdend. De volgende natuurgebieden (bossen) bevinden zich in de grensregio in Oost-Vlaanderen: Kloosterbos in Wachtebeke, Heidebos in Moerbeke – Wachtebeke en het Stropersbos in Sint-Gillis-Waas. Op de grens tussen Nederland en België ligt ook nog het Zwingebied. Grensoverschrijdend transport over (snel)wegen Er bevinden zich geen Rijkssnelwegen in het grensoverschrijdende gebied. Wel zijn er een aantal drukke provinciale (en gemeentelijke wegen) – Terneuzen – Kapellebrug N290 (NL) – N403 (BE) – Heinekenszand – Zelzate N62 (NL) – N423 (BE) – Terneuzen – Zelzate (via Sas van Gent) N252 (NL) – N474 (BE) – Draaiburg – Maldegem N251 (NL) – N410 (BE) – Schoondijke-Knokke-Heist N253 (NL) – N376 (BE) Desondanks dat de Scheldelaan geen rechtstreekse verbinding vormt tussen Zeeland en de Belgische provincies, wordt hier wel een mogelijk risico gevormd gezien de verkeersimpact als gevolg van een ongeval op de weg.

Grensoverschrijdend transport over het water De Westerschelde, het kanaal Gent-Terneuzen en het Schelde Rijn-kanaal zijn vaarroutes voor het transport van gevaarlijke stoffen die zowel door Vlaanderen als Nederland lopen.

81/129

blad 8 van 55

Figuur 2.2. Overzichtskaart vaarroutes in de grensregio

82/129

blad 9 van 55

Grensoverschrijdend transport over spoorwegen Het spoortraject tussen Nederland en België binnen de 4 grensregio’s betreft uitsluitend een goederentraject, te weten de spoorlijn tussen Terneuzen – Sluiskil - Sas van Gent – Gent (Be). Over deze spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.

Figuur 2.3. Overzichtskaart spoorlijn in de grensregio Grensoverschrijdend transport door buisleidingen Door het grensgebied lopen verschillende buisleidingen. Een deel hiervan is onderdeel van de buisleidingenstraat. Dit is een tracé van 73 km dat de industriecomplexen van Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen en Antwerpen met elkaar verbindt.2 Met circa 1.400 kilometer aan leidingen en zo'n 5.000 kilometer aan kabels, is de leidingenstraat verantwoordelijk voor een groot deel van het ondergronds transport in Nederland. Ruim één derde van de jaarlijkse import vanuit Rotterdam vindt haar weg door de straat. De leidingenstraat vervoert allerlei typen vloeistoffen, water en gassen. Denk hierbij aan oliën, koolwaterstoffen, chemische halffabricaten, industriële gassen, aardgas en industriewater. Daarnaast lopen verschillende vormen van datatransport via de straat. Industrie In de provincies Antwerpen (BE) en Oost-Vlaanderen (BE) en in het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen (NL) bevinden zich gebieden met een hoge concentratie Seveso-bedrijven. Dit zijn inrichtingen met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen. In West-Vlaanderen bevindt zich een LNG-terminal op 9,8 kilometer van de grens.

Voor de risico’s vanuit de industrie wordt conform de systematiek van het regionaal risicoprofiel gekeken naar een crisis als gevolg van een acuut incident waarbij gevaarlijke stoffen zijn vrijkomen. Dat wil zeggen dat er geen scenario’s worden uitgewerkt waarbij sprake is van een geconstateerde aanwezigheid van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen in het milieu als gevolg van een langdurige uitstoot van gevaarlijke stoffen bij een reguliere 2

Bron: LSNed

83/129

blad 10 van 55

procesvoering bij bedrijven. We noemen als voorbeeld de in het grensgebied Zeeland-België de geconstateerde PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) stoffen. Alhoewel dit als crisis kan worden gekenmerkt met een grensoverschrijdend effect, betreft het geen acuut scenario waarbij van de hulpdiensten in het grensgebied een acute inzet wordt verwacht.

Figuur 2.4. Seveso bedrijven in en rond Zeeland binnen de 15 km contour (Verdrag van Helsinki, bron Risicoprofiel VRZ).

84/129

blad 11 van 55

Figuur 2.5. Invloedsgebieden Seveso bedrijven Zeeland en Consultatiegebieden3 Sevesobedrijven België. Tevens hebben de grensregio’s onderling tabellen uitgewisseld, met daarin de contouren van de risicobedrijven. Deze informatie wordt niet opgenomen in de bijlage, want bevat bedrijfsgevoelige informatie. Kerncentrales Nabij de grensregio (<10 kilometer) ligt de kerncentrale van Doel (KCD). Dit is een Belgische kerncentrale met vier drukwaterreactoren. De kerncentrale is gelegen in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, aan de Schelde, nabij Doel en is eigendom van het energiebedrijf Electrabel. Een andere kerncentrale bevindt zich in Borssele, welke is gelegen nabij de Westerschelde in de provincie Zeeland (Nederland)

3 De contouren van de consultatiegebieden in de Belgische provincies zijn van de bron GEO-punt (https://www.geopunt.be/). Daarbij geeft men de volgende omschrijving van een consultatiegebied: “Sevesoinrichtingen zijn inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op hun bedrijfsterrein die vallen onder het toepassingsgebied van de Seveso-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. De consultatiezones geven de maximale afstanden weer tot waar de effecten van de Seveso-inrichtingen reiken en waarbinnen (ontwikkelingen in) de omgeving ook een impact kunnen hebben op de Seveso-inrichtingen. Concreet is dit de zone vanaf de grens van de Seveso-inrichting waarbinnen plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen ter advies aan het Team Externe Veiligheid moeten voorgelegd worden.”

85/129

blad 12 van 55

3.

Proces In dit hoofdstuk worden de verschillende processtappen benoemd die zijn gemaakt bij de ontwikkeling van het grensoverschrijdend risicoprofiel. Hierbij is de ‘Handreiking Regionaal Risicoprofiel’ een belangrijke leidraad geweest. De resultaten zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

3.1

Processchema 'Handreiking Regionaal Risicoprofiel' Als leidraad voor het ontwikkelen van het grensoverschrijdende risicoprofiel is de Nederlandse Handreiking Regionaal Risicoprofiel gehanteerd. Deze richtlijn omschrijft een aantal processtappen. Deze processtappen zijn weergegeven in figuur 3.1. Daar waar relevant is door de werkgroep de methodiek passend gemaakt voor het grensoverschrijdende risicoprofiel. Voor het grensoverschrijdende risicoprofiel zijn de roodomrande processtappen gevolgd. De processtappen zijn door middel van een aantal bijeenkomsten doorlopen met de projectgroep grensoverschrijdend risicoprofiel. De processtappen komen in dit hoofdstuk kort aan de orde.

Figuur 3.1. Processtappen Regionaal Risicoprofiel volgens de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Rood omrand zijn de gevolgde stappen t.b.v. het grensoverschrijdende risicoprofiel.

3.2

Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie heeft plaatsgevonden aan de hand van de maatschappelijke thema’s die zijn benoemd in de Handreiking Regionaal Risicoprofiel: 1. Natuurlijke omgeving 2. Gebouwde omgeving 3. Technologische omgeving 4. Vitale infrastructuur en voorzieningen 5. Verkeer en vervoer 6. Gezondheid 7. Sociaal-maatschappelijke omgeving

86/129

blad 13 van 55

De volgende criteria zijn gebruikt om te komen tot de geselecteerde crisistypen in het rapport: er is duidelijk sprake van een bron- en effectgebied binnen de beschreven grensregio en er is sprake van aantasting van de fysieke veiligheid. Deze maatschappelijke thema's zijn verder uitgewerkt in crisistypen en incidenttypen. Hierbij zijn de risicovolle situaties van binnen en buiten de grensregio beschouwd.

3.3

Risicobeeld en risicoduiding Als resultaat van de risico-inventarisatie is een selectie ontstaan met crisistypen/ incidenttypen die relevant zijn voor de grensregio en verder uitgewerkt moeten worden (zie 4.3). Op basis van aanvullende informatie is een risicobeeld opgesteld. In dit risicobeeld wordt de context van de risico's uitgewerkt. Zodoende kan er beter worden beoordeeld in welke mate de risico's bepalend zijn in het risicoprofiel. Het risicobeeld vormt samen met de risico-inventarisatie de basis voor de risicoanalyse. Bijlage 1 bevat het definitieve risicobeeld.

3.4

Risicoanalyse Scenario’s Alle risico's uit de inventarisatie en het risicobeeld worden uitgewerkt in realistische scenario's. In deze scenario's wordt een beeld geschetst van een aantal effecten (zoals aantal doden/gewonden, schade aan economie, ecologie) met bijbehorende waarschijnlijkheid van een dergelijke ramp of crisis.

3.4.1

Impact De scenario’s worden vervolgens in de projectgroep beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid per tien jaar. De impactcriteria die zijn beoordeeld staan opgesomd in tabel 3.1 en worden gescoord in een bereik van Beperkt gevolg (A) tot Catastrofaal gevolg (E). De waarschijnlijkheid van de in deze risicoprofiel omschreven scenario’s wordt gescoord in een bereik van Zeer onwaarschijnlijk (A, kans <0,05%) tot zeer waarschijnlijk (E, kans 50-100%). Tabel 3.1. Opsomming van getoetste impactcriteria Vitale belangen

Impactcriteria

1.Territoriale veiligheid 2. Fysieke veiligheid

1.1 2.1 2.2 2.3 3.1 4.1

3. Economische veiligheid 4. Ecologische veiligheid 5. Sociale en politieke stabiliteit

5.1 5.2 5.3

Aantasting van de integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring van het dagelijks leven Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Sociaalpsychologisch impact

Op basis van deze beoordeling wordt een risicodiagram opgesteld. Dit risicodiagram is vooral een indicatief overzicht van de relevante dreigingen (uitgewerkt tot scenario's), op een onderling vergelijkbare wijze. Het risicodiagram moet echter altijd bezien worden tegen het licht van de scenariokeuzes en is onlosmakelijk verbonden met de totale rapportage. De definitie van de individuele impactcriteria moet eenduidig zijn. De individuele impactcriteria worden dan voor alle potentiële incidentscenario's op dezelfde manier gemeten. Voor elk van de vijf criteria geldt dat de impact meetbaar wordt gemaakt op basis van een indeling naar vijf klassen: A – B – C – D – E (tabel 3.2).

87/129

blad 14 van 55

Tabel 3.2.

Klasse-indeling toetsing impactcriteria

Klasse A B C D E

Omvang gevolg Beperkt gevolg Aanzienlijk gevolg Ernstig gevolg Zeer ernstig gevolg Catastrofaal gevolg

Iedere klasse wordt gekenmerkt door een brandbreedte (bijv. 4 tot 40 doden). Er is in alle gevallen naar gestreefd de verhouding tussen de opeenvolgende klassen gelijk te houden. De gehanteerde indeling sluit aan op de Handreiking. Hieronder zullen nu de criteria kort worden beschreven. In bijlage 2 "Impactcriteria" kunt u een uitgebreidere uitleg van de criteria vinden. Criterium 1.1: "Aantasting van de integriteit van het grondgebied" "Het feitelijke of functionele verlies van, dan wel het buiten gebruik zijn van delen van de regio." Onder functioneel verlies wordt vooral verstaan het verlies van het gebruik van gebouwen, woningen, infrastructuur, wegen en grond. Voorbeelden van bedreigingoorzaken zijn: buiten oevers treden rivier, terroristische aanslag, uitbraak van dierziekten, chemische/biologische/nucleaire besmetting. Criterium 2.1/2: "Doden en gewonden incl.

chronisch zieken" Doden: "Dodelijk letsel, direct overlijden of vervroegd overlijden binnen een periode van 20 jaar." Gewonden: "Letselgevallen behorend tot categorie T1 en T2, en personen met langdurige of blijvende gezondheidsproblemen zoals ademhalingsklachten, ernstige verbrandingen of huidaandoeningen, gehoorbeschadiging, lijden aan oorlogssyndroom." Chronisch zieken: "Personen die gedurende lange periode (> 1 jaar) beperkingen ondervinden: medische zorg nodig hebben, niet of gedeeltelijk kunnen deelnemen aan het arbeidsproces, belemmering ervaren in het sociale functioneren." Criterium 2.3: "Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)" "Blootstelling aan extreme weers- en klimaatomstandigheden, alsmede het gebrek aan voedsel, drinkwater, energie, onderdak of anderszins primaire levensbehoeften." Criterium 3.1: "Kosten" "Euro's in termen van herstelkosten voor geleden schade, extra kosten en gederfde inkomsten." Criterium 4.1: "Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna)" "Langdurige of blijvende aantasting van de kwaliteit van het milieu, waaronder verontreiniging van lucht, water of bodem, en langdurige of blijvende verstoring van de oorspronkelijke ecologische functie, zoals het verlies van soortendiversiteit flora en fauna, verlies van bijzondere ecosystemen, overrompeling door uitheemse soorten." Criterium 5.1: "Verstoring van het

dagelijks leven" "De aantasting van de vrijheid zich te verplaatsen en samen te komen op publieke plaatsen en in openbare ruimten, waardoor de deelname aan het normale maatschappelijk verkeer wordt belemmerd". Criterium 5.2 "Aantasting van de positie van het lokale en regionale bestuur" "De aantasting van het functioneren van de Belgische en Nederlandse overheid, in het bijzonder de lokale en regionale overheid." Criterium 5.3 "Sociaal psychologische impact: woede en angst" "Gedragsmatige reactie van de bevolking die door uitingen van angst en woede (mogelijk ook vermengd met verdriet en afschuw) worden gekarakteriseerd en waaraan de media-aandacht besteden. Deze uitingen kunnen komen van personen die direct worden getroffen, en van de rest van de bevolking, en moeten waarneembaar zijn (d.w.z. hoorbaar, zichtbaar, leesbaar)."

88/129

blad 15 van 55

3.4.2

Waarschijnlijkheid De term waarschijnlijkheid wordt gedefinieerd als "de kans dat een scenario binnen de komende vier jaar zal plaatsvinden". Optioneel kan echter voor bepaalde onderwerpen ook een andere tijdshorizon worden bekeken. De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt primair bepaald door de oorzaak. Het is om deze reden belangrijk dat het incidentscenario een goede beschrijving geeft van de oorzaak. De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt secundair bepaald door het gevolg (impact) van het incidentscenario. Bijvoorbeeld een explosie met 100 doden heeft een lagere waarschijnlijkheid dan een explosie zonder doden.

3.5

Risicoprofiel Alle uitgewerkte scenario's met daarin de impact en waarschijnlijkheid vormen het grensoverschrijdend risicoprofiel. In dit rapport zijn de risico's met de impact en waarschijnlijkheid uitgewerkt in een matrix, zodat in één oogopslag indicatief duidelijk wordt welke maatgevende scenario’s in de grensregio voorkomen en hoe groot het risico hiervan is.

89/129

blad 16 van 55

4.

Resultaten per processtap

4.1

Risico-inventarisatie In de eerste inventarisatie is met behulp van de leden van de projectgroep een selectie gemaakt van crisistypen die voor de grensoverschrijdende regio relevant zijn (zie tabel 4.1). Hierbij is gekeken naar een duidelijk bronen effectgebied in de grensregio. Daarnaast moet er sprake zijn van aantasting van de fysieke veiligheid én is voor de bestrijding de inzet van beide grensregio’s nodig. In het risicobeeld (Bijlage 1) is een overzicht opgenomen van alle beschouwde crisistypen en incidenttypen en is met motivatie aangegeven welke wel en welke niet relevant bleken voor het grensoverschrijdende risicoprofiel. In tabel 4.1 (paragraaf 4.2.2) is een opsomming te zien van de geselecteerde crisistypen en de uitgewerkte scenario’s.

4.2

Risicobeeld en risicoduiding In het risicobeeld komt de vraag naar voren welke soorten branden, rampen en crisis zich binnen de grensregio (en de omliggende gebieden) kunnen voordoen. Samen met de risico-inventarisatie vormt dit risicobeeld de basis voor de keuze van incidentscenario's. In tabel 4.1 (paragraaf 4.2.2) zijn de voor de grensregio relevant geachte crisistypen en incidenttypen weergegeven. Op basis van deze crisistypen en de aanverwante incidenttypen zijn (incident)scenario's opgesteld.

4.2.1

Thema’s, crisistypen en incidenttypen Een scenario wordt gedefinieerd als een mogelijk verloop van een incident, of - meer precies - een verwacht karakteristiek verloop van een incidenttype vanaf de basisoorzaken tot en met de einduitkomst. Bij de scenariokeuze is gelet op een goede spreiding over de maatschappelijke thema's en de crisistypen, en het verkrijgen van een goed en volledig beeld van de grensoverschrijdende risico’s. Dit met als hoger doel dat alle soorten impacts en daarmee alle soorten capaciteiten aan bod komen en er dus geen witte vlekken (hiaten) ontstaan. Het reële gehalte van het scenario, statistische onderbouwing (voor zover beschikbaar) en reeds bestaande aandacht voor een scenario zijn hierbij betrokken.

4.2.2

Overzicht crisistypen en scenario’s In onderstaande tabel (tabel 4.1) zijn de in het gezamenlijk overleg geselecteerde crisistypen en scenario's weergegeven. Tabel 4.1. Selectie van relevante crisistypen per maatschappelijk thema met daarbij nader uitgewerkte scenario's Maatschappelijk thema 1. Natuurlijke omgeving

3. Technologische omgeving

Crisistypen en Scenario's 1.1 Overstromingen • Scenario Overstroming a.g.v. dijkbreuk 1.3 Zeer extreem weer • Scenario Zeer extreem weer 1.6 Dierziekten • Scenario Ziektegolf door besmettelijke ziekte (dier op mens) 3.1 Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht • Scenario Incident vervoer water met gevaarlijke stoffen 3.2 Incidenten met giftige stof in open lucht • Samengevoegd met scenario 3.1

90/129

blad 17 van 55

Maatschappelijk thema

6. Gezondheid

Crisistypen en Scenario's 3.3 Kernincidenten • Scenario Verspreiding radioactieve stoffen 6.2 Ziektegolf • Samengevoegd met scenario 1.6

De keuze voor deze scenario's betekent niet dat andere verschijningsvormen niet op kunnen treden of relevant kunnen zijn voor de grensoverschrijdende regio. Op basis van de inventarisatie is bepaald welke risico´s in de grensregio aanwezig zijn met een grensoverschrijdend karakter en die kunnen leiden tot een crisis in het grensgebied. Voor deze risico´s zijn scenario´s uitgewerkt. Voor enkele scenario’s is uitgegaan van ergst denkbare scenario’s en de gevolgen voor de grensregio. Tevens is ervoor gekozen om de scenario’s generiek en vanuit de gevolgen te benaderen. De gevolgen dienen bestreden te worden, de aanleiding of oorzaak is voor de bestrijding minder relevant. Een voorbeeld is de impact bij zeer extreem weer (storm en windhozen, regengolf, hittegolf, koudegolf en droogte). Dit betekent echter niet dat de overige denkbare scenario's nooit aan bod zullen komen.

4.3

Risicoanalyse In de risicoanalyse zijn vervolgens de in tabel 4.1 vermelde scenario's uitgewerkt op basis van het risicobeeld en de risicoduiding. Op basis van de opgestelde scenario’s heeft de projectgroep impact en waarschijnlijkheid per omschreven scenario ingeschat. Deze inschatting is per scenario weergegeven in het risicobeeld en vormt de basis voor het risicodiagram (§ 4.4.1).

4.3.1

Risicobeeld Het risicobeeld voor het grondgebied van de grensregio vormt het uitgangspunt voor de risico-inventarisatie. In het risicobeeld zijn een 3-tal maatschappelijke thema’s als relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel bevonden. In deze risico-inventarisatie worden per maatschappelijk thema de verschillende relevante crisistypen nader uitgewerkt aan de hand van scenario’s. De crisistypen zijn hierbij gesorteerd op basis van de drie maatschappelijke thema’s. Het maatschappelijke thema “Gezondheid” is hierbij geïntegreerd in het maatschappelijke thema “Natuurlijke omgeving” en het scenario “Ziektegolf door besmettelijke ziekte (dier op mens)”. Deze wordt dus niet separaat beschreven.

4.3.2

Maatschappelijk thema 1: Natuurlijke omgeving Binnen het maatschappelijk thema “Natuurlijke omgeving” zijn de volgende crisistypen beschouwd: 1. Overstromingen 2. Natuurbranden 3. Zeer extreem weer 4. Aardbevingen 5. Plagen 6. Dierziekten De crisistypen 1, 3 en 6 zijn relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel. In de volgende paragrafen zijn de incidenttypen 1, 3 en 6 als scenario uitgewerkt.

4.3.2.1 Overstroming als gevolg van een dijkbreuk Inleiding

91/129

blad 18 van 55

De Vlaamse Waterweg heeft in opdracht van de Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken een studie uitgevoerd betreffende wat de gevolgen zouden zijn indien er in Vlaanderen een waterbom zou vallen, zoals vorig jaar in Wallonië4. Uit deze studie blijkt dat de regio rond Gent bijzonder kwetsbaar is omdat het water van twee grote rivierbekkens, de Leie en de Bovenschelde, er samenkomt in de Ringvaart en dat kan bij zware neerslag voor grote overstromingen zorgen. Dit rapport gaat uit 2 neerslagscenario’s: • Het eerste scenario: de kleine waterbom, simuleert een neerslaghoeveelheid van ongeveer 107mm binnen een periode van 48 uur. • Het tweede scenario: de grote waterbom, simuleert een neerslaghoeveelheid van ongeveer 230mm binnen een periode van 48 uur.5 Uit het kaartmateriaal beschikbaar op waterinfo.be blijkt dat er ook in de grensregio gebieden getroffen kunnen worden.6

Figuur 4.1. Locaties Neerslag met zeespiegelstijging Binnen het crisistype overstromingen zijn de volgende incidenttypen beschouwd: 1. Overstromingen vanuit zee 2. Overstromingen door hoge rivierwaterstanden 3. Vollopen van een polder/dijkdoorbraak Het incidenttype vollopen van een polder/dijkdoorbraak wordt verder uitgewerkt. Context Het begrip “overstroming” heeft betrekking op rivieren, kust, meren én de grootschalige gevolgen van een overstroming in termen van mensenlevens en schade. Overstromingen kunnen het gevolg zijn van een combinatie van natuurlijke oorzaken (storm en/of overvloedige regenval in combinatie met een hoge waterstand) en menselijk of technisch falen. Factoren die regionaal bepalend zijn: • Hoogteligging 4

Wat-als-simulatie Vlaanderen met neerslag juli 2021, De Vlaamse Waterweg RAPPORT 9 februari 2022 - versie 3.0 5 https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/bekkens/bekken-gentse-kanalen/in-de-kijker/regio-van-gent-zeerkwetsbaar-bij-waterbom 6 www.waterinfo.be

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13479489/1