CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-09 Begroting 2024 DEF na aanpassing

gemeenteraad 9 november 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Programmabegroting 2024 en meerjarenperspectief 2025-202729.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voor een groot deel zijn dat budgetten die al in onze begroting staan, bijvoorbeeld voor Totaalplan binnenstad. Maar op verschillende onderdelen kan extra budget nodig zijn dat nu nog niet in de begroting is voorzien. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de Regio Dealgelden, vormen we voor die extra benodigde cofinanciering een bestemmingsreserve. Het gaat om € 500.000 in 2024 en 2025. Dit bedrag reserveren we in de begroting. Op het moment dat de plannen concreet zijn, kunnen we die middelen inzetten op de onderdelen waar extra cofinanciering nodig is. Algemene dekkingsmiddelen

Overhead Wmo contracten Voor de uitvoering en van Wmo contracten nemen we in 2024 een bedrag van € 40.000 op. Extern inhuur Omgevingswet Voor externe inhuur voor de implementatie van de Omgevingswet nemen we in 2024 € 126.00 op. Middelen shv, re-integratie en armoedebeleidsmiddelen Deze middelen zijn in 2022 overgeheveld naar 2023 voor inzet op de onderdelen schuldhulpverlening re-integratie en armoedebeleidsmiddelen. Mutaties reserves Toevoeging aan reserves Grondverkopen op vrijkomende onderwijslocaties (algemene reserve) Op 30 juni 2020 stemde de gemeenteraad in het integraal huisvestingsplan onderwijs. Bij dit voorstel waren drie investeringsaanvragen opgenomen. De bouw van de brede school Rivierenbuurt en Hoek en de verbouwing van de brede school Othene. Voor de Rivierenbuurt en Hoek is gepland dat de nieuwbouw gerealiseerd is in 2024. Op de vrijkomende locaties zijn grondverkopen voorzien. Voor Rivierenbuurt zijn de grondverkopen € 240.000. Onderwijshuisvesting Westdorpe (algemene reserve) Op 30 juni 2020 stemde de gemeenteraad in het integraal huisvestingsplan onderwijs. Conform de afspraken draagt het schoolbestuur bij in investeringen in duurzaamheid. Voor de kosten van

66

bouwen van een ENG school ten opzichte van een BENG school geeft de school een bijdrage van 50% van deze meerkosten.Zie ook toelichting incidentele bate programma Jeugd & Onderwijs (raming € 134.000). Vereveningsbijdrage Zonneparken (reserve ruimtelijke ontwikkeling) Dit betreft de structurele toevoeging aan de reserve ruimtelijke ontwikkeling van de vereveningsbijdrage voor zonneparken voor een bedrag van € 185.000. Dividend GBE Aqua (reserve GBE Aqua) Dit betreft de structurele toevoeging van het dividend GBE Aqua aan de bestemmingsreserve GBE Aqua voor een bedrag van € 7.350.000. Incidentele baten (toelichting)

Programma Wonen en leefbaarheid Grondverkopen op vrijkomende onderwijslocaties . Op 30 juni 2020 stemde de gemeenteraad in het integraal huisvestingsplan onderwijs. Bij dit voorstel waren drie investeringsaanvragen opgenomen. De bouw van de brede school Rivierenbuurt en Hoek en de verbouwing van de brede school Othene. Voor de Rivierenbuurt en Hoek is gepland dat de nieuwbouw gerealiseerd is in 2024. Op de vrijkomende locaties zijn grondverkopen voorzien. Voor Rivierenbuurt zijn de grondverkopen € 240.000. Regioarrangement cultuur Zeeuws-Vlaanderen Van de provincie Zeeland ontvangen we in de periode 2022 tot en met 2024 een bijdrage in het regioarrangement Cultuur. Dit betreft bijdragen voor podiumprogrammering en de beeldenroute 'Beelden aan de Schelde'. We betalen deze bijdrage door aan de betreffende organisaties en instellingen (zie de toelichting bij de incidentele lasten). Programma Zorg en gezondheid

Programma Jeugd en onderwijs Onderwijshuisvesting Westdorpe Op 30 juni 2020 stemde de gemeenteraad in het integraal huisvestingsplan onderwijs. Conform de afspraken draagt het schoolbestuur bij in investeringen in duurzaamheid. Voor de kosten van bouwen van een ENG school ten opzichte van een BENG school geeft de school een bijdrage van 50% van deze meerkosten.Zie ook incidentele last op reserves ten grootte van € 134.000). Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Dit betreft de door het Rijk beschikbaar gestelde, middelen voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit betreft het versterken van de zorgstructuur binnen de ZeeuwsVlaamse kinderopvanginstellingen. Programma Klimaat en duurzaamheid Vereveningsbijdrage Zonneparken Dit betreft de ontvangst van de vereveningsbijdrage van zonneparken die we storten inde reserve ruimtelijke ontwikkelingsbijdragen voor een bedrag van € 185.000.

67

Programma Economie en arbeidsmarkt

Programma Goed bestuur

Algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen Dividend GBE Aqua Dit betreft de structurele ontvangst van het dividend GBE Aqua dit voegen we toe aan de bestemmingsreserve GBE Aqua voor een bedrag van € 7.350.000. Overhead

Mutaties reserves Onttrekkingen aan reserves Steekproef monitor GGD(reserve Gezond in de Stad) De GGD zet elke vier jaar een gezondheidsenquête uit onder volwassenen. In de jaren 2012, 2016 en 2020 breiden we deze steekproef uit om beter inzicht te krijgen in de gezondheidsbeleving van inwoners van de gemeente Terneuzen. Het doel is om sociaaleconomische gezondheidsverschillen te verkleinen. In 2024 en 2025 besteden we € 20.000 aan de uitbreiding van deze steekproef. Afwaardering boekwaardes Hof Zeldenrust en gymlokalen Merwedelaan en Westdorpe (algemene reserve) Door de bouw van de brede school De Steiger in de Rivierbuurt Terneuzen moeten we de boekwaardes van het Hof Zeldenrust (rivierenhuis) en het gymlokaal aan de Merwedelaan afwaarderen. Ook voor het afwaarderen van de boekwaarde van het gymlokaal in Westdorpe nemen we een incidentele last op. Onderwijshuisvesting Rivierenbuurt (algemene reserve) Voor Rivierenbuurt is gepland dat de nieuwbouw gerealiseerd is in 2024. De oude schoolgebouwen worden na in gebruik name van de nieuwe school gesloopt (€ 301.000). Voor tijdelijke voorzieningen hebben we ook incidentele bedragen opgenomen (€ 40.000). De boekwaardes van de oude schoolgebouwen waarderen we af (€ 772.000).

Onderwijshuisvesting Hoek (algemene reserve) Voor tijdelijke voorzieningen in Hoek nemen we incidentele bedragen op (€ 31.000 in 2024; 2025 tot en met 2027 € 23.000). In verband met de slechte staat van de gymzaal nemen we incidentele bedragen op van € 20.000 per jaar voor busvervoer voor gymlessen in de jaren 2024 tot en met 2026. Onderwijshuisvesting Westdorpe (algemene reserve) Voor het afwaarderen van de boekwaarde nemen we een incidentele last op van € 85.000 in 2024. Voor sloop- en saneringskosten nemen we in 2025 een incidentele last op van € 120.000.

68

Ballerina van de zeeman (reserve nieuwe sluis) Ter dekking van de kosten van de Ballerina van de zeeman onttrekken we in 2023 € 30.000 en in 2024 € 42.000 aan de reserve nieuwe sluis. Ruimen graven (reserve ruimen graven voor 1 januari 2017) Voor het project ruimen graven voor 1 januari 2017 onttrekken we middelen uit de reserve ruimen graven voor 1 januari 2017 om deze kosten te dekken. Totaalplan Binnenstad Terneuzen (reserve Totaalplan Binnenstad Terneuzen) We onttrekken jaarlijks € 300.000 ter dekking van de te maken kosten voor de realisatie van het totaalplan uit de bestemmingsreserve totaalplan Binnenstad Terneuzen. Omgevingswet (reserve budgetoverhevelingen) Uit de decembercirculaire 2022 zijn er middelen ontvangen voor de implementatie van de omgevingswet. Deze kosten zijn van 2022 overgeheveld naar 2023. Middelen shv, re-integratie en armoedebeleidsmiddelen (reserve budgetoverhevelingen) Deze middelen zijn in 2022 overgeheveld naar 2023 voor inzet op de onderdelen schuldhulpverlening re-integratie en armoedebeleidsmiddelen.

69

Paragrafen A. Lokale heffingen In deze paragraaf behandelen wij onze lokale heffingen. Bij lokale heffingen gaat het om inkomsten die de gemeente ontvangt van inwoners en bedrijven. We maken hierbij onderscheid tussen belastingen en rechten. Belastingen zijn geldbedragen die inwoners en bedrijven betalen, zonder dat de gemeente daar een directe tegenprestatie voor levert. Een voorbeeld hiervan is de onroerende-zaakbelasting. Rechten betalen inwoners en bedrijven om de kosten die de gemeente maakt te dekken. Dit zijn bijvoorbeeld afvalstoffenheffing en leges. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Wij geven op hoofdlijnen inzicht in de diverse heffingen. Dit is een verplichting vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Wij laten zien wat de tarieven zijn en de geraamde inkomsten per soort heffing. Ook geven wij inzicht in de mate van kostendekkendheid van de heffingen. Dit houdt in dat wij laten zien in hoeverre de geraamde kosten gedekt worden uit de geraamde opbrengsten. Voor het berekenen van de kostendekkendheid houden wij bij de kosten rekening met een opslag van 60% voor overhead op de salariskosten (in 2023: 65%). Daarnaast rekenen we rente toe over het eigen vermogen en de voorzieningen. Dit volgt uit onze Financiële Verordening. Een toelichting op het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk komen in deze paragraaf ook aan bod.

Sabewa Zeeland Een aantal heffingen worden door Sabewa Zeeland uitgevoerd. Sabewa Zeeland draagt zorg voor de waardering, heffing en inning van de onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, forensenbelasting, hondenbelasting, toeristenbelasting en de BIZ-bijdrage. Daarnaast verstrekt Sabewa Zeeland een prognose van de waardeontwikkeling van de onroerende zaken. Deze prognose gebruiken wij bij het opstellen van de begroting en het bepalen van de belastingtarieven. Ook geeft Sabewa Zeeland uitvoering aan ons kwijtscheldingsbeleid. Voor meer informatie over Sabewa Zeeland verwijzen wij naar de paragraaf Verbonden partijen.

Beleid Beleid Het uitgangspunt voor het heffingenbeleid staat vermeld in het Bestuursakkoord 2022-2026 ‘Goed leven in Terneuzen. Verder bouwen aan een duurzame toekomst’. Dit is verder uitgewerkt in de Kaderbrief 2024-2027. We corrigeren de lasten voor onze inwoners met niet meer dan het jaarlijkse prijspeil, tenzij meer noodzakelijk blijkt om de kosten te dekken. We verhogen de heffingen in 2024 om de investeringen te doen die nodig zijn om de ambities uit het bestuursakkoord uit te voeren. Als we de belastingverhogingen niet doorvoeren zullen we keuzes moeten maken in wat we als gemeente wel en niet kunnen doen. We passen de tarieven van de lokale heffingen aan met de inflatiecorrectie volgens de landelijke afgeleide consumentenprijsindex (CPI). Dat is 7,6%. Dit is het uitgangspunt voor onze berekeningen. Bij de tariefbepaling van de onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en forensenbelasting verrekenen we de waardeontwikkeling van de onroerende zaken in onze gemeente. Ook houden we rekening met de toegezegde correctie op de tarieven als gevolg van de hogere WOZ-waarden 2023. Hierdoor komen we de belastingbetalers tegemoet. Wij streven naar kostendekkende tarieven voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2024 verhogen we het tarief niet in één keer om 100% kostendekking te bereiken. In drie stapjes willen we bereiken dat we in 2026 100% kostendekkend zijn.

Hiermee matigen we de extra verhoging van de tarieven in 2024. Ook de leges voor de omgevingsvergunningen berekenen we op basis van kostendekkende tarieven. In deze paragraaf leest u hier meer over. Belangrijke inkomstenbron De lokale heffingen vormen naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds een belangrijke inkomstenbron van de gemeente. Alle inkomsten samen zorgen ervoor dat de gemeente haar overheidstaken kan uitvoeren. Met de ontvangen gelden kan de gemeente ook plaatselijke voorzieningen treffen voor inwoners en bedrijven. Door het heffingenbeleid maken wij een politiekbestuurlijke afweging tussen het gewenste voorzieningenniveau en de prijs die inwoners en bedrijven daarvoor betalen in de vorm van lokale belastingdruk.

70

Overzicht belastingen en rechten Hieronder treft u een overzicht aan van de verschillende belastingen en rechten. Wij lichten de maatstaf en het doel van de heffing toe. De belastingen en rechten kunnen wij van inwoners en bedrijven heffen door de belastingverordeningen. De geactualiseerde belastingverordeningen voor 2024 leggen wij aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. Overzicht Onroerende-zaakbelastingen

Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van andere onroerende zaken betalen jaarlijks onroerende zaakbelasting (OZB). De hoogte van de belasting is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De opbrengsten zijn vrij besteedbaar en worden gebruikt om een deel van de taken van de gemeente te bekostigen.

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een vergoeding voor de inzameling en verwerking van huishoudelijke afval. De hoogte van de belasting bepalen we aan de hand van het aantal personen in het huishouden. We maken onderscheid tussen eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens. Met de opbrengsten van deze belasting dekken we de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn.

Rioolheffing

Eigenaren van woningen en andere onroerende zaken betalen rioolheffing, als ze direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. De hoogte van de belasting is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Met de opbrengsten van deze belasting dekken we de kosten voor de gemeentelijke riool- en waterbeheertaken. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn.

Forensenbelasting

Personen die niet in de gemeente Terneuzen wonen en een tweede woning hier hebben, betalen forensenbelasting als zij of hun gezin de woning meer dan 90 dagen van het jaar beschikbaar hebben. De hoogte van de belasting is een percentage van de waarde van de woning. De opbrengsten zijn vrij besteedbaar.

Toeristenbelasting

Toeristenbelasting wordt betaald door degenen die mensen bij zich laten verblijven tegen een vergoeding. Het gaat om mensen die niet in de gemeente staan ingeschreven. De belasting wordt per persoon per overnachting in rekening gebracht. De opbrengsten zijn vrij besteedbaar.

Hondenbelasting

Wie binnen de gemeente houder is van één of meer honden betaalt hondenbelasting. De opbrengsten zijn vrij besteedbaar.

Bedrijveninvesteringszone

Aan ondernemers uit het aangewezen gebied vragen we elk jaar een financiële bijdrage voor de bedrijveninvesteringszone (BIZ). De hoogte van de belasting is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. De gemeente betaalt de belastingopbrengsten 1 op 1 uit aan de beheerder van de BIZgelden in de vorm van een subsidie. De Stichting Bizzy besteedt de BIZ-subsidie aan specifieke activiteiten. Zo investeren ondernemers in een veilige en aantrekkelijke omgeving.

Parkeerbelasting/-heffing

Parkeerbelasting heffen we voor het parkeren van een voertuig in een betaald parkeren gebied. De belasting voor het parkeren berekenen we per uur of per dag. Ook is het mogelijk een parkeervergunning aan te vragen. De opbrengsten zijn vrij besteedbaar.

Markt- en standplaatsgelden

Voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt brengen we een tarief in rekening per strekkende meter van de kraam of andere uitstalling. Voor een losse standplaats op een andere openbare plaats rekenen we afhankelijk van de duur een tarief per standplaats. Met deze opbrengsten dekken we de kosten van

71

de markt- en standplaatsen. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Lijkbezorgingsrechten

Wij heffen dit recht voor het gebruik van de begraafplaats en voor onze diensten in verband met de begraafplaats. Met de opbrengsten dekken we de kosten van de begraafplaatsen. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn.

Bedrijfsafval

Voor het inzamelen van bedrijfsafval hanteren wij marktconforme tarieven. Dit is een economische activiteit waarbij wij minimaal de integrale kosten in rekening brengen.

Leges

Wij brengen voor verschillende diensten kosten in rekening bij de aanvrager. Deze kosten worden leges genoemd. Vaak gaat het om administratieve diensten zoals het aanvragen van een paspoort, rijbewijs of een bouwvergunning. Met de legesopbrengsten dekken we de kosten voor onze diensten. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn.

72

Inkomsten van de lokale heffingen In de onderstaande tabel geven wij opbrengsten weer van de lokale heffingen. Dit voor de jaren 2022 (gerealiseerd), prognose 2023 en 2024. In dit overzicht leest u de begrote opbrengst van de lokale heffingen. bedragen x € 1.000 Via Sabewa Zeeland Onroerende-zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Forensenbelasting Toeristenbelasting Hondenbelasting Bedrijveninvesteringszone Subtotaal Sabewa Zeeland Kwijtscheldingen Subtotaal Sabewa Zeeland incl. kwijtschelding Precariobelasting Parkeerbelasting/-heffing Markt- en standplaatsgelden Lijkbezorgingsrechten Bedrijfsafval Leges Subtotaal Totaal opbrengst lokale heffingen

werkelijke opbrengst 2022

geraamde opbrengst 2023*

geraamde opbrengst 2024

18.765 8.625 5.600 1.117 396 366 103 34.972 -351 34.621

19.927 8.937 6.026 258 615 361 100 36.224 -380 35.844

20.896 9.685 6.354 277 489 399 100 38.201 -409 37.792

0 808 28 801 514 3.259 5.411

0 1.155 47 779 529 2.013 4.522

0 1.129 50 595 529 3.548 5.851

40.032

40.366

43.643

* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2023 (na wijzigingen). Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onroerende-zaakbelastingen (OZB) vormen de belangrijkste lokale heffing van de gemeente. Het karakter van deze heffing is dat het een algemene belasting is. De opbrengsten zijn een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Wij heffen OZB van eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van nietwoningen. Het tarief van de onroerende-zaakbelastingen is een percentage van de vastgestelde WOZ-waarde van de aangeslagen objecten. Voor de WOZ-waarde 2024 geldt als waardepeildatum 1 januari 2023. De OZB tarieven verhogen we in 2024 met 7,6%. Van Sabewa Zeeland ontvingen wij een prognose van de waardeontwikkeling voor 2024 van de woningen en niet-woningen. Het percentage van de waardeontwikkeling corrigeren we op het tarief. Daarnaast houden we rekening met de toegezegde correctie op de tarieven als gevolg van de hogere WOZ-waarden 2023. Bij woningen is de correctie 4% en bij niet-woningen bedraagt de correctie 2,94%. Door de extra correctie zal de lastendruk bij de belastingbetaler minder stijgen dan 7,6%. Bij woningen zal de gemiddelde lastendruk 3,6% zijn. Bij niet-woningen bedraagt de gemiddelde lastendruk 4,66%.

Doordat de geprognosticeerde waardeontwikkeling van de woningen (5,0%) samen met de correctie van 2023 (4,0%) hoger is dan de indexatie van 7,6%, daalt het tarief in 2024 ten opzichte van 2023. Het tarief voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen stijgt in 2024. Dit is het gevolg van de geprognosticeerde waardestijging (0,19%) samen met de correctie van 2023 (2,94%) van de WOZ-waarden van de niet-woningen en de indexatie van het tarief met 7,6%.

73

Rekeninghoudend met het bovenstaande bedragen de tarieven als volgt: tarief 2023

tariefwaardeaanpassing ontwikkeling

correctie

tarief 2024

Woningen eigenaar

0,1291%

7,6%

5,00%

-4,00%

0,1274%

Niet-woningen eigenaar

0,3214%

7,6%

0,19%

-2,94%

0,3357%

Niet-woningen gebruiker

0,2580%

7,6%

0,19%

-2,94%

0,2695%

Reinigingsheffingen De reinigingsheffingen betreffen twee heffingen: 1) de afvalstoffenheffing en 2) reinigingsrechten. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing vloeit voort uit de wettelijke taak van de gemeente om tenminste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In de Kaderbrief 2024-2027 verhoogden we de opbrengsten afvalstoffenheffing met 7,6%. Bij het opstellen van de begroting 2024 blijkt dat met een tariefsverhoging van 7,6% de opbrengsten niet alle kosten dekken. Om in 2024 100% kostendekkendheid te bereiken, zouden de tarieven extra verhoogd moeten worden met 6,7% (totaal 14,3%). We kiezen er echter voor om de extra verhoging te matigen. In drie stapjes willen we bereiken dat we in 2026 100% kostendekkend zijn. In 2024 verhogen we de tarieven daarom met 2% extra. De stijging bedraagt hierdoor in 2024 9,6%. Door de voorziening afval vrij te laten vallen zijn de verwachte kosten verlaagd. In 2022 hebben wij € 70.000 toegevoegd aan de voorziening afval. Deze voorziening werd gevormd doordat wij lagere kapitaallasten hadden dan vooraf was geprognosticeerd. De lagere kapitaallasten waren het gevolg van nog niet uitgevoerde huishoudelijk afval investeringen in 2022. In 2024 valt deze voorziening vrij en wordt gebruikt om de kapitaallasten van de uitgestelde investeringen te dekken.

Door het vrijvallen van de voorziening dalen de kosten voor de afvalstoffenheffing. Daarnaast dalen de kosten in 2024 door een bedrag van € 250.000 aan onderuitputting kapitaallasten toe te rekenen. Wij verwachten dat wij door onvoorziene omstandigheden mogelijk niet alle investeringen kunnen uitvoeren, waardoor de werkelijke kosten lager zullen zijn dan geraamd. De tarieven voor de afvalstoffenheffing bedragen in 2024 voor een:  

eenpersoonshuishouden: € 340,70 per jaar; meerpersoonshuishouden: € 398,40 per jaar.

Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente Onderuitputting kapitaallasten BTW Totale kosten

2024 8.661 615 8.046

1.220 -250 1.128 10.144

Opbrengst heffingen

9.685

Dekkingspercentage

95%

74

Reinigingsrechten Bij de heffing van reinigingsrechten is sprake van een individueel aanwijsbare afnemer aan wie de gemeente een individuele tegenprestatie heeft geleverd. Het tarief verhogen wij met 7,6%. De werkelijke opbrengsten waren afgelopen jaren nihil. Wij nemen daarom geen raming op in de begroting. Rioolheffing Wij heffen rioolheffing van eigenaren over de waarde in het economisch verkeer van hun perceel (WOZ-waarde). Voor de WOZ-waarde 2024 geldt als waardepeildatum 1 januari 2023. Van Sabewa Zeeland ontvingen wij een prognose van de waardeontwikkeling voor 2024 van de objecten die voor de rioolheffing aangeslagen worden. Het percentage van de waardeontwikkeling van 4,64% corrigeren we op het tarief. Daarnaast houden we rekening met de toegezegde correctie op het tarief als gevolg van de hogere WOZ-waarden 2023. In de Kaderbrief 2024-2027 verhoogden we de opbrengsten rioolheffing met 7,6%. Bij het opstellen van de begroting 2024 blijkt dat met een tariefsverhoging van 7,6% de opbrengsten niet alle kosten dekken. Om in 2024 100% kostendekkendheid te bereiken, zou het tarief extra verhoogd moeten worden met 2,42% (totaal 10,02%). We kiezen er echter voor om de extra verhoging te matigen. In drie stapjes willen we bereiken dat we in 2026 100% kostendekkend zijn. In 2024 verhogen we het tarief daarom met 1% extra. De stijging bedraagt hierdoor in 2024 8,6%.

De verwachte kosten voor het uitvoeren van onze water- en rioolbeheertaken verlagen wij in 2024 door een bedrag van € 500.000 aan onderuitputting kapitaallasten toe te rekenen. Wij verwachten dat door onvoorziene omstandigheden wij mogelijk niet alle investeringen kunnen uitvoeren, waardoor de werkelijke kosten lager zullen zijn dan geraamd. Rekeninghoudend met het bovenstaande bedraagt het tarief voor de rioolheffing in 2024 0,0840%. Berekening kostendekkendheid rioolheffing bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)

2024 4.818 0 4.818

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente Onderuitputtig kapitaallasten BTW Totale kosten

1.566 -500 523 6.407

Opbrengst heffingen

6.354

Dekkingspercentage

99%

Forensenbelasting Forensenbelasting heffen wij van natuurlijke personen die op meer dan 90 dagen van het jaar, voor zich of voor hun gezin een gemeubileerde tweede woning beschikbaar houden. Zij maken gebruik van dezelfde gemeentelijke voorzieningen als inwoners van de gemeente, maar tellen niet mee in de basis voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Om deze reden heffen wij forensenbelasting. De opbrengsten van de forensenbelasting vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Het tarief van de forensenbelasting verhogen wij met 7,6%. Per 1 januari 2024 bedraagt het tarief voor de forensenbelasting 9,50 promille van de WOZ-waarde van de aangeslagen objecten. Bij de tariefbepaling is rekening gehouden met de gemiddelde waardestijging van 5,0% voor woningen en de toegezegde correctie op het tarief als gevolg van de hogere WOZ-waarden 2023.

75

Toeristenbelasting Wij heffen toeristenbelasting van degene die gelegenheid biedt tot verblijf (de ondernemer). Het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. De ondernemer mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gast. Wanneer deze niet-inwoners voor kortere tijd in de gemeente verblijven, profiteren zij van de gemeentelijke voorzieningen. De toeristenbelasting zien wij daarom als een tegemoetkoming in de kosten van de gemeentelijke huishouding. Voor het heffen van toeristenbelasting stellen we aan de overnachting geen eisen van toeristische of recreatieve aard. Dit betekent dat ook een betaald verblijf met overnachting zonder toeristische of recreatieve aanleiding tot belastingplicht leidt. Wij verhogen het tarief met 7,6%. Met ingang van 1 januari 2024 bedraagt het tarief € 1,80 per overnachting. De opbrengsten van de toeristenbelasting zijn een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Hondenbelasting Wie binnen de gemeente houder is van één of meer honden betaalt hondenbelasting. De opbrengsten van de hondenbelasting zijn een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. De tarieven verhogen wij per 1 januari 2024 met 7,6%. Het tarief voor een eerste hond bedraagt € 82,00. Het tarief voor een tweede hond en volgende is € 184,00. Het kenneltarief bedraagt € 328,00 per kennel.

Bedrijveninvesteringszone (BIZ) De bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een heffing voor en door ondernemers. In het centrum van Terneuzen bestaat al jaren een BIZ. Aan ondernemers vragen we elk jaar een financiële bijdrage voor de BIZ. Deze BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. De gemeente betaalt de belastingopbrengsten 1 op 1 uit aan de beheerder van de BIZ-gelden in de vorm van een subsidie. De Stichting Bizzy besteedt de BIZ-subsidie aan specifieke activiteiten. Zo investeren ondernemers in een veilige en aantrekkelijke omgeving. Kwijtschelding Wij verlenen onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van afvalstoffenheffing is niet mogelijk voor: 

gebruikers van niet-permanente bewoonde woningen;

voor het inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen;

het extra ledigen van een container;

inzamelen van snoeiafval.

Sabewa Zeeland voert het kwijtscheldingsbeleid uit. Zij beoordeelt het verzoek tot kwijtschelding en bekijkt hierbij het vermogen, het inkomen en de uitgaven van de aanvrager aan de daarvoor gestelde norm. De kwijtschelding geldt alleen voor inwoners met een inkomen van minder dan 100% van de bijstandsnorm. Parkeren Voor het parkeren en daarvoor benodigde zaken heffen wij een parkeerheffing. De totale opbrengst parkeren bestaat uit de parkeerbelastingen (straatparkeren) en de parkeergelden die wij op privaatrechtelijke basis innen (parkeergarages). Ons parkeerbeleid is acceptabele tarieven voor bewoners, bezoekers en werkgevers/werknemers. Daarnaast stimuleren wij parkeren in de parkeergarages. Wij wijzigen de basistarieven voor het straatparkeren en de parkeergarages in 2024 niet. Het tarief voor straatparkeren bedraagt € 1,60 per uur. Het tarief voor de parkeergarages € 1,40 per uur. De tarieven voor de parkeervergunningen voor het straatparkeren en de parkeergarages indexeren wij met 7,6%.

76

Berekening kostendekkendheid parkeren bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)

2024 972 11 961

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

197 0 1.158

Opbrengst heffingen

1.129

Dekkingspercentage

97%

Markt- en standplaatsgelden Voor de standplaatsen op de diverse markten in onze kernen heffen wij marktgelden. Standplaatsgeld brengen wij in rekening voor de losse standplaatsen in de gemeente. De tarieven van de markt- en standplaatsgelden verhogen wij met 7,6%. Berekening kostendekkendheid markt- en standplaatsgelden bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

2024 173 15 158

35 0 193

Opbrengst heffingen

50

Dekkingspercentage

26%

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten brengen wij in rekening voor de dekking van de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen. Wij hanteren het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. De kosten binnen de exploitatie van de begraafplaatsen dekken niet alle kosten. Voor het verschil maken wij gebruik van de voorziening begraafrechten. Deze voorziening is onder andere bedoeld om schommelingen in tarieven te voorkomen/beperken. Wij laten circa € 108.000 uit deze voorziening vrij vallen om op 100% kostendekking uit te komen. Zonder de mutatie aan de voorziening, zouden wij de tarieven moeten verhogen om op 100% dekking uit te komen. De tarieven van de lijkbezorgingsrechten blijven in 2024 nu gelijk aan het jaar 2023.

77

Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Mutatie voorziening begraafrechten Mutatie voorziening ruimen begraven na 1 januari 2017 Netto kosten taakveld(en)

2024 509 -108 41 442

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

154 0 596

Opbrengst heffingen

596

Dekkingspercentage

100%

Bedrijfsafval Naast het inzamelen van huishoudelijk afval, halen wij ook bedrijfsafval op. Het inzamelen van bedrijfsafval is een economische activiteit waarbij wij in concurrentie treden met andere afvalinzamelbedrijven. De kosten van inzameling brengen we op privaatrechtelijke wijze in rekening. Wij rekenen marktconforme tarieven. Dit om beter op de marktsituatie te kunnen reageren en een flexibelere bedrijfsvoering mogelijk te maken. Leges Wij brengen voor verschillende diensten en producten leges in rekening. Bijvoorbeeld het aanvragen van een paspoort, rijbewijs of een omgevingsvergunning. Bij leges is sprake van een individueel aanwijsbare afnemer aan wie de gemeente een individuele tegenprestatie heeft geleverd. De tarieven van de leges verhogen wij per 1 januari 2024 met 7,6%. Uitzondering op deze tariefsverhoging vormen de leges die aan wettelijke maxima gebonden zijn, zoals bijvoorbeeld reisdocumenten en rijbewijzen. In de raadsvergadering van 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad het principebesluit genomen voor kostendekkende tarieven voor de leges van de omgevingsvergunningen met behoud van kruissubsidiëring. De geraamde kosten baseren wij op verschillende factoren, waaronder het aantal verwachte aantallen voor omgevingsvergunningen en de bijbehorende tijdsbesteding.

Om 100% kostendekkendheid te bereiken hebben wij de verwachte opbrengsten van de leges positief bijgesteld. Voor de bepalingen en tarieven in de Legesverordening ten aanzien van de omgevingsvergunningen speelt de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) een rol. Beide wetten treden in werking op 1 januari 2024. Na inwerkingtreding van de beide wetten moet blijken of de instroom van aanvragen, de daarmee samenhangende adviesaanvragen en de gewijzigde processen van invloed zijn op de benodigde tijdsbesteding. Daarnaast blijft de economische ontwikkeling en de impact daarvan op de bouwsector onzeker. Daarom hebben wij ervoor gekozen om de hogere opbrengsten leges niet ten gunste te brengen van het begrotingsresultaat, maar af te boeken van de stelpost onderuitputting exploitatielasten. De Gemeentewet bepaalt dat de Legesverordening als geheel bezien maximaal 100% kostendekkend mag zijn. In de tabel hieronder splitsen wij de kostendekkendheid van de leges per hoofdstuk en paragraaf uit. We hanteren hier de nieuwe indeling volgens de VNG modelverordening van de leges. De overhead is als onderdeel van de kosten apart inzichtelijk gemaakt. Voor de diensten en producten waarvoor in de begroting geen opbrengsten en kosten zijn geraamd, stellen wij geen kostendekkendheidspercentage vast.

Uit de tabel blijkt dat de kostendekkendheid over de gehele verordening uitkomt op 97%.

78

Berekening kostendekkendheid leges bedragen x € 1.000

2024

1.1 - Burgerlijke stand 1.2 - Reisdocumenten en NL identiteitskaart 1.3 - Rijbewijzen 1.4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen 1.5 - Bestuursstukken 1.6 - Vastgoedinformatie 1.7 - Overige publiekszaken 1.8 - Gemeentearchief 1.9 - Bijzondere wetten 1.10 - Diversen Totaal hoofdstuk 1

component opbrengsten overhead 57 12 64 600 110 646 341 77 325 59 14 40 8 3 12 93 8 103 120 31 83 1.278 255 1.273

Hoofdstuk 2

kosten

Hoofdstuk 1

2.1 - Algemene bepalingen 2.2 - Voorfase 2.3 - Activiteiten m.b.t. bouwwerken 2.4 - Activiteiten m.b.t. cultureel- en werelderfgoed 2.5 - Milieubelastende activiteiten 2.6 - Lozingsactiviteiten 2.7 - Aanlegactiviteiten

kosten

component opbrengsten overhead 337 124 125 1.397 323 1.612 3 1 4 124 0 124 88 33 90

% 112% 108% 95% 68% n.v.t. 156% 110% n.v.t. 69% n.v.t. 99%

% n.v.t. 37% 115% 132% 100% n.v.t. 102%

2.8 - Overige activiteiten 2.9 - Maatwerkvoorschriften

3 29

1 11

1 40% 29 100%

2.10 - Gelijkwaardigheid 2.11 - Overige tarieven

21 148

8 55

21 100% 191 129%

2.12 - Modaliteiten 2.13 - Vermindering

133 11

47 4

147 110% -54 -478%

2.14 - Teruggaaf

13

5

-26 -192%

Totaal hoofdstuk 2

2.308

613

Hoofdstuk 3

kosten

2.265

98%

3.1 - Horeca 3.2 - Seksbedrijven 3.3 - Winkeltijdenwet 3.4 - Organiseren evenement of markt 3.5 - Standplaatsen 3.6 - Huisvestingswet 2014 3.7 - Kinderopvang 3.8 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

component opbrengsten overhead 41 15 8 32 12 1 -

20% n.v.t. n.v.t. 4% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Totaal hoofdstuk 3

73

27

9

12%

3.659

895

3.547

97%

Totaal

%

79

Overzicht belangrijkste belastingtarieven Belastingsoort Grondslag Onroerende zaakbelasting Woningen eigenaar WOZ-waarde Niet-woningen eigenaar WOZ-waarde Niet-woningen gebruiker WOZ-waarde Afvalstoffenheffing Gebruiker Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Rioolheffing Eigenaar woning en niet-woningen WOZ-waarde Hondenbelasting 1e hond Per hond 2e hond en volgende Per hond Kennel Per kennel Forensenbelasting Eigenaar woning WOZ-waarde Toeristenbelasting Bezoeker Per overnachting Parkeerbelastingen Parkeren ondergronds Per uur Parkeren bovengronds Per uur

2023

2024

0,1291% 0,3214% 0,2580%

0,1274% 0,3357% 0,2695%

€ 310,85 € 363,50

€ 340,70 € 398,40

0,0840%

0,0840%

€ 76,00 € 171,00 € 305,00

€ 82,00 € 184,00 € 328,00

9,63‰

9,50‰

€ 1,67

€ 1,80

€ 1,40 € 1,60

€ 1,40 € 1,60

Voorziening dubieuze debiteuren Voor een deel van de openstaande vorderingen is invordering, ondanks genomen maatregelen, niet haalbaar. Deze posten boeken we als oninbaar af ten laste van de ‘voorziening dubieuze debiteuren’. Om tot een correcte waardering van de balanspost (belasting)debiteuren te komen, maken we in overleg met Sabewa Zeeland jaarlijks een analyse van de inbaarheid van de nog openstaande posten. Voor de te verwachten oninbare posten brengen we de ‘voorziening dubieuze debiteuren’ op peil (per balansdatum). Dit doen we door een dotatie ten laste van de exploitatie van het betreffende begrotingsjaar te brengen. In 2024 ramen wij de dotatie op € 50.000. Belastingdruk gemeentelijke heffingen Volgens de jaarlijkse atlas van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO 2023, www.coelo.nl) staat Terneuzen voor wat betreft de belastingdruk voor meerpersoonshuishoudens op de 175e plaats (Terneuzen € 951). Nummer één is de gemeente Aalten met € 652 aan woonlasten voor een meerpersoonshuishouden. De duurste gemeente is Bloemendaal met € 1.874 aan woonlasten voor meerpersoonshuishoudens. De woonlasten voor meerpersoonshuishoudens bestaan uit de onroerende-zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Voor een vergelijking met de overige gemeenten in Zeeland geven wij onderstaand overzicht, wat ontleend is aan de COELO atlas 2023.

De gemiddelde woonlastendruk voor meerpersoonshuishoudens in Zeeland bedraagt voor 2023 € 938, terwijl dit voor geheel Nederland € 942 bedraagt.

80

81

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf behandelen we het weerstandsvermogen: de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die voor kunnen komen. Daarnaast komen in deze paragraaf de financiële kengetallen aan de orde, welke het BBV verplicht stelt. BBV staat voor ‘Besluit Begroting en Verantwoording’ en bevat de regelgeving bij het opstellen van de begrotings- en verantwoordingsstukken. De vanuit de BBV verplichte financiële kengetallen geven een beeld van de financiële positie van onze gemeente. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin onze gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de weerstandscapaciteit in relatie tot onze risico’s. Onder weerstandscapaciteit verstaan wij de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet begrote kosten te dekken. Door middel van een risicoanalyse inventariseren wij de risico’s die mogelijk gevolgen kunnen hebben op onze financiële positie. Een reëel sluitende begroting (reëel structureel evenwicht tussen baten en lasten) garandeert niet dat wij onvoorziene tegenvallers kunnen opvangen. Een financiële buffer is daarom wenselijk. Deze buffer bestaat uit een bepaalde vrije ruimte in de (exploitatie)begroting en een voldoende sterke vermogenspositie.

Wij bepalen zelf de omvang van deze vrije ruimte en het vrij aanwendbare vermogen. Weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te berekenen, dient naast een inventarisatie van de risico’s, de weerstandscapaciteit berekend te worden. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende drie componenten: 1.

Vermogensruimte (reserves)

2.

Onbenutte belastingcapaciteit

3.

Overig (exploitatieruimte, stille reserves)

1. Vermogensruimte Berekening vermogensruimte (x € 1.000)

Bedrag

Stand algemene reserve per 31-12-2022

43.758

Bij/af rekeningresultaten 2023

pm

Geraamde toevoegingen/ onttrekkingen aan de algemene reserve t/m 2023

-15.473

Geraamde toevoegingen/ onttrekkingen aan de algemene reserve (in 2024)

-153

Totale vrije vermogensruimte

28.132

2. Onbenutte belastingcapaciteit Berekening onbenutte belastingcapaciteit (x € 1.000)

Bedrag

Onbenutte belastingcapaciteit: - OZB

-

- Rioolheffing

54

- Afvalstoffenheffing

458

Stelpost voor onvoorziene uitgaven

250

Subtotaal onbenutte belastingcapaciteit

762

82

3. Overig (exploitatieruimte en stille reserves) Berekening overig (exploitatieruimte en stille reserves) (x € 1.000)

Bedrag

Vrij aanwendbare deel algemene reserve

28.132

Stille reserves

pm

Subtotaal overig

28.132

Totale weerstandscapaciteit

28.894

Risicomanagement We hebben onze (belangrijkste) risico's in beeld. Om onze risico's te beheersen nemen we waar mogelijk en zinvol maatregelen. Wij implementeren in 2023 een gestructureerd en systematisch risicomanagement(systeem) en gebruiken dit in 2024 om onze risico's continue te monitoren en te managen. Risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis die het behalen van afgesproken doel(en) en resultaten kan belemmeren of vertragen. Dit zijn naast financiële ook niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s. Deze hebben niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen (op termijn) wel grote gevolgen hebben voor de gemeente. Niet alle risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen. Bijvoorbeeld omdat ze verzekerd zijn of omdat er een voorziening is getroffen. Wij brengen de belangrijkste risico’s in beeld waarvoor geen beheersmaatregelen zijn genomen of die anderszins niet zijn, of kunnen worden afgedekt. Wij vermelden hieronder de risico’s met een mogelijke financiële impact vanaf € 100.000. We houden bij de kwantificering van deze risico’s rekening met het slechtst denkbare scenario.

Sociaal domein Risico: onzekerheid op meerdere gebieden maken budgettering lastig

Het hekwerk sociaal domein zoals we dat tot 2023 kenden, bestaat niet meer. De stelposten in de begroting zijn afgedekt vanuit het begrotingssaldo. Het risico rond het sociaal domein betreft vooral onzekerheden rond volumes instroom bij zowel de jeugd als de Wmo. De val van het kabinet kan grote gevolgen hebben voor de hervormingsagenda jeugd. Daarnaast heeft de prijsontwikkeling ook grote invloed op de uiteindelijke kosten sociaal domein. Ook de krappe arbeidsmarkt is van invloed op het sociaal domein. De kinderopvang zit vol, waardoor inburgeraars niet het verplichte traject kunnen volgen. Hierdoor kunnen ze niet werken en hebben ze langer dan nodig een uitkering. Ook zien we dat we door de krappe arbeidsmarkt en beperkte uitvoeringscapaciteit beleid niet maximaal kunnen uitvoeren. Er is sprake van meer multiproblematiek, echter beschikken we onvoldoende over de juiste data om aan te tonen wat er op ons afkomt. Op basis van de ervaring in de laatste jaren ramen we het risico op € 1.000.000.

Uitkeringen gemeentefonds Risico: onzekerheid rijksbijdragen via het gemeentefonds

83

In 2023 is de herijking van het gemeentefonds doorgevoerd. Afspraak daarbij was dat er op diverse onderwerpen nog nadere onderzoeken plaatsvinden over de verdeling. De uitkomsten hiervan kunnen leiden tot een nadeel of voordeel voor onze gemeente. Daarnaast kunnen uit de val van het kabinet nieuwe risico's volgen. Op het moment van schrijven van deze tekst is er door het Rijk een lijst gepubliceerd, de zogenaamde ombuigingslijst 2023, met daarop allerlei mogelijke bezuinigingen op de gemeenten en provincies. Het Centraal Plan Bureau heeft een publicatie gedaan met een wat genuanceerdere blik op bezuinigingen op gemeenten. Vanwege de onzekerheid nemen we voor dit risico een raming op van € 1.500.000. Invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Risico: de legesopbrengst is lager dan geraamd De (gelijktijdige) invoeringsdatum van de Omgevingswet en Wkb is opnieuw uitgesteld, naar 1 januari 2024. Bij invoering van deze twee wetten ontstaan ook financiële gevolgen. Vooral de Wkb geeft teruglopende legesopbrengsten. Eerder besloten we al om deze negatieve effecten zoveel mogelijk op te vangen in de tariefstelling van de nog resterende of nieuwe leges. Wij nemen de onzekerheid over de financiële gevolgen mee als risico en ramen hiervoor € 200.000.

Oplopende rente / inflatie Risico: hogere dan begrote kosten door stijgende inflatie en rente Voor de investeringen in onder andere onderwijshuisvesting en de binnenstad Terneuzen moeten we nieuwe geldleningen aantrekken. De prognose van de financieringsbehoefte geeft aan dat we de komende jaren € 34 miljoen (2024), € 24 miljoen (2025), € 44 miljoen (2026) en € 41 miljoen (2027) moeten aantrekken. Jaarlijks lossen we ongeveer € 10 miljoen af op bestaande leningen. Het risico bestaat dat door oplopende inflatie en daaraan gekoppelde rente de huidige prognoses onvoldoende blijken. In de meerjarenprognose rekenen we met een rentepercentage van 3% voor af te sluiten geldleningen. Daarnaast bestaat het risico dat de belastingopbrengsten door de ontwikkeling van de CPI lager zijn dan begroot. We nemen hiervoor een pm op. Klimaat en Duurzaamheid Risico: uitvoeren (landelijke) maatregelen Klimaat en Duurzaamheid De Transitievisie Warmte is in december 2021 door de gemeenteraad aangenomen. De Zeeuwse gemeenten hebben dit stuk gezamenlijk op laten stellen door externe deskundigen. Het beeld van de transitie naar een aardgasvrij Terneuzen geeft een duidelijke richting weer, maar moet de komende jaren steeds herijkt worden. Wel is zeker dat we de komende jaren doorgaan met de aanpak in de wijken die reeds gestart zijn.

Kern van het verhaal is dat alle particuliere huishoudens over moeten stappen van gas naar alternatieve warmtebronnen. De visie reikt handvatten aan om te komen tot een wijkgerichte aanpak. Op basis van deze handvatten komen er voorstellen over deze wijkgerichte aanpak; inhoudelijk, maar ook qua planning en inzet van personele en financiële middelen. Los van de concrete rol die de gemeente hier straks in heeft is het nu wel al zeker dat deze operatie niet geringe financiële en personele middelen gaat vergen. Hoeveel is op dit moment nog niet aan te geven. We nemen hiervoor een pm op.

84

Contracten met RUD Zeeland Risico: geen nieuwe contracten met RUD Zeeland na 2025 Wij hebben het contract met de RUD Zeeland verlengd met 2 jaar tot en met 2025. De verwachting is dat met ingang van 2026 het contract niet meer verlengd wordt. Dit heeft financiële gevolgen. Dit betekent dat we een alternatieve invulling moeten zoeken voor de vrijvallende personele capaciteit en de herbezetting van de vrijkomende kantoorruimte. Deze herbestemming van zowel menskracht als ruimte nemen we mee in de strategische personeelsplanning en lange termijn plannen voor wat betreft hybride werken en invulling van onze kantoorruimte. Voor 2024 en 2025 ramen wij het risico op € 0 gezien de verlenging van het contract met de RUD. Vanaf 2026 sorteren we voor op beheersingsmaatregelen om de financiële impact te verzachten. Vanaf 2026 nemen we een pm op. Fiscale controles Risico: controles leiden tot correcties met negatieve financiële gevolgen We sloten met de Belastingdienst een convenant Horizontaal Toezicht af. Dit betekent o.a. dat we vooraf overleggen over belangrijke fiscale vraagstukken. Wij hebben ook periodiek afstemmingsoverleg met de Belastingdienst. Wij namen in onze organisatie maatregelen om ook op fiscaal gebied verder aantoonbaar in control te komen.

Desondanks kunnen wij niet uitsluiten dat controles op de toepassing van de ingewikkelde wet- en regelgeving leiden tot onjuistheden met mogelijk financiële gevolgen. Wij kwantificeren het risico op € 500.000. Schadeclaims Risico: aansprakelijkheidstellingen door derden die leiden tot schadevergoeding De gemeente voert veel taken uit die direct invloed hebben in de samenleving. We ontwikkelen plannen, realiseren voorzieningen, onderhouden de openbare ruimte etc. De uitvoering van al deze taken kan leiden tot aansprakelijkheidstellingen voor geleden schade. Op basis van de lopende claims schatten wij het risico op € 300.000. Dit betreffen claims waarover nog geen uitspraak is gedaan. Verbonden partijen Risico: bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen zijn hoger dan de (geraamde) VZG-richtlijn Wij brachten de uitvoering van diverse taken onder bij verbonden partijen. De directe invloed op de inhoudelijke en financiële resultaten is minder dan bij uitvoering door onze organisatie. De meerderheid van de deelnemers in de verbonden partij bepalen de besluitvorming. De verbonden partijen moeten bij het opstellen van hun begroting rekening houden met de VZG richtlijn. Deze richtlijn bevat de algemene afspraken tussen de Zeeuwse gemeenten over hoe de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen jaarlijks worden bijgesteld.

Wij hebben de richtlijn voor 2024 ook financieel vertaald naar de jaren 2024 t/m 2026. Hiermee verkleinen wij het risico dat onze meerjarenramingen (veel) lager zijn dan de bijdragen die we op basis van de begrotingen van de verbonden partijen moeten betalen. Wel blijft het risico bestaan dat de VZG richtlijn voor 2025 e.v. hoger is dan die van 2024. Verder bestaat het risico dat de bijdrage aan één of meerdere verbonden partijen hoger is dan de VZG richtlijn. Dit bepalen (de meerderheid van) de deelnemers. De bijdragen aan de verbonden partijen voor 2024 hebben wij verwerkt in onze begroting 2024.

85

Wij ramen het risico voor de verbonden partijen op € 300.000 vanaf 2025. Informatiebeveiliging Risico: informatiebeveiliging vraagt continue aandacht voor mogelijke kwetsbaarheden Sinds 16 januari 2023 is in de EU de NIS2-richtlijn van kracht. Lidstaten moeten deze richtlijn uiterlijk in oktober 2024 hebben omgezet in lokale wetgeving. In Nederland gaat deze wet NIB2 heten (Netwerk- en Informatiebeveiliging). Aanleiding is de gestegen mogelijke impact van storingen, doordat ICT steeds meer verweven is met bedrijfsprocessen. Ook zijn organisaties steeds meer onderling met elkaar verbonden in ketenprocessen. Het is duidelijk dat deze wet voor de informatiebeveiliging van gemeenten flinke gevolgen zal gaan krijgen. Er moeten op landelijk niveau echter nog veel besluiten genomen worden, waardoor over de praktische invulling en consequenties op dit moment nog weinig gezegd kan worden. De verwachting is dat na de zomer meer duidelijk zal zijn over de consequenties van deze richtlijn met mogelijke impact op de begroting. Cybercriminaliteit neemt nog steeds toe. De kans op een hack of om besmet te raken met zogenaamde malware is groot en vormt een voortdurend risico voor onze organisatie. Voorlopig hebben wij nog voldoende bescherming kunnen bieden maar als het risico te groot wordt is het overdragen van het risico in de vorm van het afsluiten van een cyberverzekering een afweging.

We nemen hiervoor een pm op. Capaciteit uitvoering werkzaamheden Risico: vanwege de krappe arbeidsmarkt hebben we wel budget maar geen uitvoeringscapaciteit om onze taken uit te voeren Net zoals elders kampt ook onze gemeente met de gevolgen van de krappe arbeidsmarkt. We voorzien voor de komende jaren een aanzienlijke natuurlijke uitstroom van collega's vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. We investeerden in strategische personeelsplanning om hierop voor te sorteren. Echter zijn we afhankelijk van extern aanbod in een krappe arbeidsmarkt. Hierbij werkt de geografische ligging van Terneuzen niet altijd in ons voordeel. Daarbij werken we veelal ook met specialisten die sowieso niet ruimschoots voorhanden zijn. Door het werven van young professionals willen we mogelijke problemen op de lange termijn voorkomen. Toch willen we onze ogen niet sluiten voor de mogelijke risico's die een beperkte uitvoeringskracht van onze organisatie met zich meebrengt. Wellicht moeten we gebruik maken van meer externe inhuur wat gepaard gaat met hogere kosten. Naast financiële impact heeft het niet uitvoeren van taken vooral ook een maatschappelijke impact die niet persé in euro's uit te drukken is, maar wel gevolgen heeft voor de beleving van onze (brede) welvaart. We nemen hiervoor een pm op.

Dividendopbrengsten onzeker Risico: dividendopbrengsten stoppen of worden minder De gemeente Terneuzen is via GBE Aqua BV voor 7,35% aandeelhouder in Evides. Bij het besluit tot oprichten van GBE Aqua BV is berekend welk jaarlijks dividend de gemeenten ontvangen. Voor Terneuzen is dit € 776.000 in 2024, € 794.000 in 2025, € 778.000 in 2026 en € 1.099.000 in 2027. In de gemeente is jaren geleden het beleid vastgesteld dat (incidentele) voordelen zoals onderuitputting kapitaallasten, verkoop gronden en gebouwen en dividend, ten gunste komen van

86

de algemene reserve. Dit ter versterking van de financiële positie van de gemeente Terneuzen. Volgens dit beleid voegen wij de geraamde dividenden 2024 t/m 2027 in deze begroting direct toe aan de Algemene reserve. In 2024 verwacht ZEH* een dividend over 2023 van € 500 miljoen te kunnen betalen aan haar aandeelhouders. Volgens afspraak wordt van dit dividend de lening van GBE Aqua afgelost (€ 161 miljoen). De resterende € 339 miljoen wordt naar verwachting betaald aan de aandeelhouders. De gemeente Terneuzen heeft een aandelenbelang van 7,35 procent. Dit zou betekenen dat er na aflossing van de lening, circa € 25 miljoen aan dividend aan Terneuzen wordt uitgekeerd. Vanaf 2025 kunnen de aandeelhouders het dividend dat ZEH uitkeert naar eigen inzicht inzetten. Deze inkomsten vloeien in de algemene reserve. Als toezichthouder bepaalt de provincie namelijk dat gemeenten dergelijke onzekere incidentele inkomsten niet mogen opnemen in hun begroting. *Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij, voorheen PZEM Bouwgrondexploitatie Risico: Grondverkopen vertragen en infrakosten nemen toe Voor de bouwgrondexploitatie zijn voornamelijk de risico's dat de aanlegkosten van infrastructurele kosten hoger worden. We kijken naar de marktomstandigheden om deze stijging van de kosten in te schatten. De accountant vindt in de jaarrekening controle onze schattingen realistisch.

De afname van gronden kan over een langere periode gefaseerd worden dan waar op heden rekening is gehouden, dit kan een financieel nadeel opleveren. Op dit moment is er geen indicatie dat deze fasering aangepast behoeft te worden. Kwantificering risico's Op basis van de geïnventariseerde restrisico’s hebben wij in onderstaande tabel een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen indien deze risico’s zich in begrotingsjaar 2024 en de drie daarop volgende jaren feitelijk voordoen. Onderdeel

Risico

Financieel gevolg in €

Sociaal domein (SD)

Onzekerheid op meerdere gebieden maken budgettering lastig

1.000.000

Gemeentefonds

Onzekerheid rijksbijdragen via het gemeentefonds

1.500.000

Invoering Omgevingswet en Wkb

De legesopbrengst is lager dan geraamd

Oplopende rente/inflatie

Hogere dan begrote kosten door stijgende inflatie/rente/

pm

Klimaat en duurzaamheid

Hogere kosten voor uitvoering Rijksbeleid

pm

Contracten RUD Zeeland

Geen nieuwe contracten met RUD Zeeland na 2025

pm

Fiscale controles

Controles leiden tot correcties met negatieve financiële gevolgen

500.000

Schadeclaims

Aansprakelijkheidstellingen door derden die leiden tot schadevergoeding

300.000

Verbonden partijen

Bijdragen aan verbonden partijen zijn hoger dan de (geraamde) VZG-richtlijn

300.000

Informatiebeveiliging

continue aandacht voor mogelijke kwetsbaarheden

pm

Capaciteit uitvoering werkzaamheden

Kosten externe inhuur hoger dan verwacht door krappe arbeidsmarkt.

pm

200.000

87

Dividend opbrengsten

Incidenteel en onvoorspelbaar karakter dividend opbrengsten.

pm

Bouwgrondexploitatie

Grondverkopen vertragen en infrakosten worden hoger

pm

Conclusie weerstandscapaciteit in relatie tot de restrisico’s De weerstandscapaciteit is € 28.894.000. De geïnventariseerde restrisico’s treden niet gelijktijdig en in de volle omvang op. Daarom trekken wij de conclusie dat onze weerstandscapaciteit voldoende is om de financiële gevolgen van de restrisico’s op te vangen.

Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft een basisset van vijf kengetallen voor die in samenhang informatie geven aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente. Doel van deze kengetallen is het kunnen vormen van een beter oordeel over het structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Voor de stand van de financiële positie is het belangrijk de kengetallen in samenhang te beoordelen. Om deze kengetallen te berekenen gebruiken wij de zogenaamde ‘Terneuzense gezondheidsmeter’. In deze Terneuzense gezondheidsmeter zitten:

88

Exploitatiecijfers (inkomsten en uitgaven) met meerjarig inzicht in al dan niet structureel sluitend zijn;

geprognosticeerde meerjarenbalans (bezittingen en schulden);

verplichte BBV indicatoren (zowel cijfermatig als grafisch);

Emu saldo (optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden);

Kasstroomoverzicht (feitelijke geldstromen).

De Provincie Zeeland hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

<90%

90-130%

>130%

b. met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden

Structurele exploitatieruimte begroting

>0%

0%

<0%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

De gezamenlijke provinciale toezichthouders besloten om voor het verkrijgen van een goed beeld op de financiële positie aan te sluiten bij de zgn. signaleringswaarden. Deze zijn afkomstig van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn ingedeeld in categorieën. De provinciale toezichthouders geven geen waarde oordeel over deze categorieën. Dit omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf plaatsvindt. Duidelijk is wel dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Verplichte indicatoren vanuit het BBV Bij onderstaande indicatoren hebben wij streefwaarden ingezet om direct in de grafieken te kunnen zien hoe wij ervoor staan. Deze streefwaarden zijn niet vast en kunnen indien de gemeenteraad dit wil nog wijzigen. Netto schuldquote (NSQ) De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente aan ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.

89

Kengetal Netto schuldquote

Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

49%

65%

62%

62%

76%

86%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen geven wij de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is exclusief doorgeleende gelden). Op die manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa + verstrekte geldleningen - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.

90

Kengetal

Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

48%

64%

61%

61%

75%

86%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (eigen vermogen / totaal passiva) x 100%.

Kengetal Solvabiliteitsrisico

Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

35%

31%

32%

34%

32%

30%

Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale activa bouwgronden in exploitatie / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.

91

Kengetal Grondexploitatie

Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

3%

3%

2%

2%

2%

2%

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal helpt om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Het kengetal is belangrijk voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting. Bij incidentele lasten of baten gaat het meestal om éénmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen, of die door hun aard zijn aan te merken als incidenteel. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((totale baten - incidentele baten) - (totale lasten incidentele lasten) + structurele onttrekkingen - incidentele toevoegingen) / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.

92

Kengetal Structurele exploitatieruimte

Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

14%

1%

2%

3%

-1%

-1%

Gemeentelijke belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze van de gemeenteraad. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale woonlasten (= OZB gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + rioolheffing gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + afvalstoffenheffing gezin) / totale gemiddelde landelijke woonlasten) x 100%.

Kengetal Gemeentelijke belastingcapaciteit

Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

91%

92%

95%

95%

95%

95%

93

Eigen indicatoren gekozen door de gemeenteraad Naast bovenstaande verplichte basisset van verplichte kengetallen gebruiken wij al enige jaren twee kengetallen waarmee wij de financiële positie volgen. Dit zijn de debtratio en de netto schuld per inwoner. Debtratio De is de omgekeerde solvabiliteitsratio en geeft aan de verhouding van de schulden ten opzichte van het balanstotaal. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((voorzieningen + langlopende geldleningen + kortlopende schulden + overlopende passiva) / totaal passiva) x 100%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13451978/1