CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-07-06 a. Bestemmingsplan Helenaweg 4, Biervliet - ontwerpbesluit

gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Buitengebied, Helenaweg 4 Biervliet’19.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

gerealiseerd.

Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?

Ja, er wordt op eigen terrein geparkeerd.

* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.

Juridisch

4.1

Algemeen

De woning wordt niet binnen 20 meter van de weg gebouwd.

Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor te ontwikkelen gronden binnen het plangebied. Voor de gronden van de planlocatie is aansluiting gezocht bij de vigerende bebouwingsregels voor wonen in het buitengebied van de gemeente Terneuzen. De regels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

4.2 Verbeelding Aan het plangebied wordt de bestemming ´Wonen’ toegekend.

4.3

Regels

De regels zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Terneuzen. De regels van het bestemmingsplan bevatten de regels met betrekking tot de te hanteren definities en het bouwen en gebruiken van de grond en de gebouwen.

Toelichting ‘Buitengebied, Helenaweg 4 (Biervliet)’

36/142

27

5.

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. In artikel 4.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 4.2.1. Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan met vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan of besluit waarop het betrekking heeft. Dat kan een bestemmingsplan, een wijzigingsplan, een projectbesluit en een buiten toepassingsverklaring van een beheersverordening zijn. Bij de uitbreiding van gebouwen met tenminste 1000 m2 is een exploitatieplan verplicht. Derhalve geldt dit ook voor het planvoornemen. Echter voor onderhavige situatie is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. 6.

Maatschappelijke haalbaarheid

6.1 Procedure Naar aanleiding van het vooroverleg wordt het ontwerp naar de vooroverlegpartners Waterschap Scheldestromen en de provincie Zeeland toegezonden. Overeenkomstig de wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening, wordt vervolgens het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter visie gelegen. In deze zes weken zijn geen zienswijzen ingediend. Na vaststelling wordt het vastgestelde bestemmingsplan wederom zes weken ter inzage gelegd. In die periode kunnen belanghebbenden die in eerste instantie een zienswijze hebben ingediend beroep indienen bij de Raad van State.

6.2 Conclusie Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.

Toelichting ‘Buitengebied, Helenaweg 4 (Biervliet)’

37/142

28

Regels

bestemmingsplan “Buitengebied, Helenaweg 4 (Biervliet)”

Planstatus:

vastgesteld

Versiedatum:

07-12-2022

Vaststellingsdatum:

04-07-2023

Plan identificatie:

NL.IMRO.0715.BPBG77-VG01

Auteur:

Adromi

Adromi B.V.

38/142

Pagina 1 van 14

Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ............................................................................................................................. 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................... 5 2 Bestemmingsregels ......................................................................................................................... 7 Artikel 3 Wonen ................................................................................................................................... 7 3 Algemene regels.............................................................................................................................11 Artikel 4 Anti-dubbeltelregel.............................................................................................................. 11 Artikel 5 Algemene bouwregels ......................................................................................................... 11 Artikel 6 Algemene gebruiksregels ....................................................................................................

11 Artikel 7 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................. 12 Artikel 8 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................... 12 Artikel 9 Overige regels ...................................................................................................................... 12 4 Overgangs- en slotregels ................................................................................................................14 Artikel 10 Overgangsrecht ................................................................................................................. 14 Artikel 11 Slotregel ............................................................................................................................ 14

Adromi B.V.

39/142

Pagina 2 van 14

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan het bestemmingsplan Buitengebied, Helenaweg 4 (Biervliet) met identificatienummer NL.IMRO.0715.BPBG77-VG01 van de gemeente Terneuzen. 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.4 Aan-huis-gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.5 Archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.6 Archeologische deskundige de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het college aangewezen deskundige op het gebied van archeologie. 1.7 Archeologische waarde de in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak. 1.8 Bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9 Bestaand aantal woningen woningen zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het vastgesteld van dit bestemmingsplan, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wet gegeven voorschriften. 1.10 Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen de afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.11 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

Adromi B.V.

40/142

Pagina 3 van 14

1.12 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13 Bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15 Bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.16 Bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.17 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.18 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.19 Bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.20 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.21 Hoofdgebouw een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.22 Hoofdverblijf de verblijfplaats die het centrum is van het sociale en maatschappelijke leven van één persoon of een huishouden. Hiervan is in ieder geval sprake als er op grond van de Wet basisregistratie personen een verplichting is tot inschrijving op de verblijfplaats. 1.23 Huishouden één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling van de personen en van onderlinge verbondenheid.

Adromi B.V.

41/142

Pagina 4 van 14

1.24 Overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak. 1.26 Peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.27 Verblijfsrecreatie vorm van recreëren, vrijetijdsbesteding, waarbij logies wordt aangeboden. Het bieden van logies aan buitenlandse werknemers, welke werkzaam zijn in Nederland en/of België, valt hier niet onder. 1.28 Voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.29 Wonen het gebruik van een woning conform de begripsomschrijving van ‘woning’. 1.30 Woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden als hoofdverblijf.

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk a. bij zadel- en schilddaken en platte daken: vanafhet peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, goothoogten met een ondergeschikte lengte ten opzichte van de gevel niet meegerekend; b. bij lessenaarsdaken: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, goothoogten met een ondergeschikte lengte ten opzichte van de gevel niet meegerekend en voor zover niet gelijk aan de (bouw)hoogte van het bouwwerk.

Adromi B.V.

42/142

Pagina 5 van 14

2.3 De dakhelling van een bouwwerk de hoek tussen het dakvlak en een horizontale lijn. Bij een gebroken kap wordt de dakhoek c.q. hellingshoek gemeten op de (denkbeeldige) lijn tussen de bovenkant van de goot en de bovenkant van de nok. 2.4 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 De (bouw)hoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk. 2.6 De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 Het bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald. 2.8 Ondergeschikte delen bij het bepalen van afstanden, hoogtes, oppervlakten en inhoud blijven uitstekende bouwdelen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing. 2.9 Hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (rotor)as van de windturbine. 2.10 Vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

Adromi B.V.

43/142

Pagina 6 van 14

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen hoofdgebouwen (woningen) met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan; c. gebouwen en overkappingen worden binnen een bouwvlak gebouwd; d. per woning is ten hoogste één paardenbak en/of stapmolen toegestaan; e. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 1 m; f. de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen per bouwperceel ten hoogste: bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen/woning

6 m tenzij anders ten hoogste 4 m hoger aangegeven dan de toegestane goothoogte

750 m³

bijgebouwen en overkappingen bij de woning

3m

120 m²

6m

paardenbak en/of stapmolen

3m

erfafscheiding voor de voorgevel

1m

erfafscheiding elders

2m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3m

oppervlakte/inhoud

g. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd.

Adromi B.V.

44/142

Pagina 7 van 14

3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Bouwen grotere woningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder f voor het vergroten van de maximaal toelaatbare inhoud van een woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot een inhoud van ten hoogste 1.250 m3, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 3 m bedraagt; b. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de oppervlakte van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) niet meer dan 10 % bedraagt van de oppervlakte van het bouwperceel; c. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; d. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing. 3.3.2 Bouwen kleine windturbine Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder f voor het bouwen van een kleine windturbine, met in achtneming van het volgende: a. per bouwperceel is ten hoogste één kleine windturbine toegestaan; b.

de bouwhoogte van de windturbine bedraagt ten hoogste 20 m; in afwijking van het bepaalde in 2.8 wordt de bouwhoogte van de windturbine gemeten vanaf het peil tot aan het uiteinde of de tip van de rotor in de hoogste stand; c. verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. het gebruik van de gronden ten behoeve van Wonen is uitsluitend toegestaan indien binnen het plangebied ten minste 20 m3 aan waterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden; b. het gebruik van de gronden ten behoeve van Wonen is uitsluitend toegestaan indien voldaan is aan de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels en in stand wordt gehouden; c. het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroepen met een oppervlak van meer dan 50 m² per woning is niet toegestaan; d. het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 20 m² per woning is niet toegestaan; e. het aanbieden van meer dan 50 % van de oppervlakte van de woning ten behoeve van logies met ontbijt is niet toegestaan; f. het gebruiken van bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan; g.

de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan; Adromi B.V.

45/142

Pagina 8 van 14

h. bij een paardenbak en/of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niet toegestaan. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Nieuwe Economische Dragers (NED's) Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor een NED, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt verleend voor: 1. een NED die voorkomt in de positieve lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 2; 2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in bijlage 2; b. de oppervlakte van een NED bedraagt ten hoogste de in bijlage 2 genoemde omvang; c. de NED vindt plaats in ten hoogste één bestaand gebouw op het bouwperceel; d. de NED, of alle NED's tezamen op een bestemmingsvlak, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit: 1. de ruimtelijke uitstraling; 2. de verkeersaantrekkende werking, waarbij verlening van de omgevingsvergunning niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit; 3.

de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat: ▪ de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort; ▪ de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 3 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort, mits is aangetoond dat daardoor geen milieuhinder voor aangrenzende percelen ontstaat; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van de milieudeskundige; 4. de omvang van verblijfsrecreatie waarbij geldt dat maximaal 10 verblijfseenheden (appartementen, hotelkamers) binnen het gebouw gerealiseerd mogen worden; 5. de omvang van paardrijactiviteiten waarbij geldt dat maximaal één gebouw binnen een bouwvlak hiervoor benut mag worden en (groeps)lessen en horecamatige activiteiten niet zijn toegestaan e. het gebruik ten behoeve van verblijfsrecreatie (appartementen, hotelkamers) uitsluitend is toegestaan indien op het bouwperceel tevens wordt gewoond; f. de verkeersveiligheid wordt niet negatief beïnvloed; g. op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; h. inzicht wordt gegeven en rekening wordt gehouden met de externe veiligheidsaspecten van nabijgelegen leidingen waarbij nieuwe beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten binnen 10-6 risico-contouren niet zijn toegestaan; i.

inzicht wordt gegeven en rekening wordt gehouden met de externe veiligheidsaspecten van nabijgelegen inrichtingen waarbij nieuwe beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten binnen 10-6 risico-contouren niet zijn toegestaan;

Adromi B.V.

46/142

Pagina 9 van 14

j. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen is niet toegestaan; k. nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten en lichtbakken voor reclamedoeleinden daaronder begrepen zijn niet toegestaan; l. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; m. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; n. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing. 3.5.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4 voor het bieden van mantelzorg in een bijgebouw, met in achtneming van het volgende: a. afwijking wordt slechts verleend ter plaatse van percelen waarop krachtens het plan een woning is toegestaan die ook feitelijk aanwezig is; b. afwijking wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat; c. afwijking wordt slechts verleend indien sprake is van medische noodzaak, onderschreven door een zorgdeskundige en uitsluitend gedurende de periode dat mantelzorg noodzakelijk is; d.

per woning mag ten hoogste één bijgebouw worden gebruikt als ruimte voor mantelzorg tot een oppervlakte van maximaal 90 m2; e. in samenhang met de afwijking voor het gebruik is bouwen toegestaan mits in overeenstemming met het bepaalde in 3.2; het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2 voor de vergroting van de maximaal toelaatbare oppervlakte aan bijgebouwen met 30 m2 tot een maximum van 90 m2; f. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

Adromi B.V.

47/142

Pagina 10 van 14

3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen, buiten beschouwing.

Artikel 5 Algemene bouwregels 5.1 Overschrijding bouwgrenzen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden de hieronder genoemde ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, balkons, entreeportalen, luifels en afdaken voor zover de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,0 meter; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen voor zover de overschrijding niet meer dan 1,0 meter bedraagt. 5.2 Dakkapellen en dakopbouwen De goothoogte van (bedrijfs)woningen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: a. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt; b. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt; c. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het gebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; d. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het gebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt; met dien verstande dat een dakopbouw bij (bedrijfs)woningen niet is toegestaan.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels 6.1 Algemeen a. het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels; b. het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.

Adromi B.V.

48/142

Pagina 11 van 14

6.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van (een deel van) gebouwen en verblijfsmiddelen als seksinrichting; b. het gebruik van woningen als recreatiewoningen, tenzij op de verbeelding of in de bestemmingsomschrijving anders is aangegeven.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels 7.1 Geringe afwijkingen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; c. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 8 Algemene wijzigingsregels 8.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

Artikel 9 Overige regels 9.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

Adromi B.V.

49/142

Pagina 12 van 14

9.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in het geldende parkeerbeleid van de gemeente Terneuzen. 9.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte, in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van auto's zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de het geldende parkeerbeleid van de gemeente Terneuzen. 9.4 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen doormiddel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2 en 9.3. Burgemeester en Wethouders nemen hierbij, conform de beleidsregels, in overweging of: a. het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. er op andere wijze in de benodigde parkeerbehoefte/stallingbehoefte wordt voorzien; c. er een financiële voorwaarde dient te worden gesteld. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels.

9.5 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient ten allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

Adromi B.V.

50/142

Pagina 13 van 14

4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwen luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de verordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van de verordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam Regels van het bestemmingsplan Buitengebied, Helenaweg 4 (Biervliet).

Adromi B.V.

51/142

Pagina 14 van 14

Plangebied Helenaweg ong, Biervliet

Enkelbestemmingen W

Wonen

Bouwvlakken bouwvlak

W

Bestemmingsplan:

Schaal:

Datum:

Helenaweg ong, Biervliet

1:750

04-07-2023

Formaat:

Versie:

A4

2.0

Gemeente:

52/142

Terneuzen IMRO code:

Planstatus:

NL.IMRO.0715.BPBG77-VG01

Vastgesteld

ADROMI GROEP

Landschappelijk inpassingsplan Helanaweg Biervliet Project:

familie de Vos Helenaweg 4 4521 GR Biervliet

Datum: Projectnummer:

25 juli 2022 382

locatie

Beschrijving van de omgeving De locatie is gelegen in de Helenapolder ten noorden van de kern Biervliet. Deze polder is in 1691 ingedijkt en heeft een zeshoekige vorm. De Helenapolder is circa 315 hectare groot. Het landschap in het buitengebied van de gemeente Terneuzen is te verdelen in vier types. De Helenapolder maakt onderdeel uit van het zogenaamde openpolderlandschap. Dit zijn de jongere polders met grootschalige en orthogonale sdverkavelingen. Door het open karakter zijn de omliggende dijken duidelijk zichtbaar in het landschap, met name de noordelijk gelegen Schenkeldijk en de zuidelijk gelegen Noordstraat zijn door de aanwezige bomen duidelijk aanwezig in het landschap.

NOORD

De agrarische sector is de belangrijkste gebruiker van het gebied in de Helenapolder. In de polder is één weg aanwezig, de Helenaweg. De weg heeft een eenvoudig profiel zonder opgaande begroeiing. De omliggende gronden zijn grotendeels in gebruik als akkers en weides. In dit open landschap zijn enkele agrarische erven aanwezig die door hun bebouwing en erfbeplanting duidelijk zichtbaar zijn in het landschap. Daarnaast is in het westen van de polder de buurtschap Driewegen gelegen.

Topografische kaart 2021 met aanduiding locatie. (topografische kaart www.pdok.nl)

53/142

1

Het omliggende landschap met in de verte het buurtschap Driewegen.

Een weide met koeien en op de achtergrond duidelijk zichtbaar de Schenkeldijk met opgaande begroeiing.

Zicht over de Helenaweg op het naastgelegen erf met beplanting.

De weide voor de kaasboerderij met bomenrij en bloemenrand op de voorgrond.

Inrit naar de beoogde locatie van het bouwvlak.

Bloemenrand tussen de sloot en het bouwvlak.

54/142

2

Landschappelijk inpassingsplan Helenaweg Biervliet - 25 juli 2022

Landschappelijk inpassingsplan Aan de Helenaweg is Kaasboerderij de Vos gelegen, op het erf is een woning en diverse loodsen en stallen aanwezig. Het erf wordt omringt door weides waar de koeien grazen. In de noordwesthoek van de weide naast het bestaande erf is een nieuwe woning voorzien. Het omliggende gebied blijft in gebruik als weide. De nieuwe woning en schuur wordt landschappelijk ingepast waarbij rekening gehouden wordt met de woonkwaliteit en aansluiting wordt gezocht bij het omliggende landschap. De nieuwe woning wordt georiënteerd op de Helenaweg en krijgt een eigen ontsluiting vanaf deze weg, de inrit is reeds ter plaatse aanwezig. De aanwezige bloemenrand gelegen tussen de sloot en het nieuwe bouwvlak blijft behouden. Het ontwerp en footprint van de nieuwe woning en schuur is nog niet bekend. In de tekening is een suggestie gedaan voor een levensloopbestendige woning en schuur. De woning wordt op ruime afstand van de weg voorzien. De ruimte voor de woning voorziet in voldoende parkeerruimte en krijgt een groene uitstraling door een haag en enkele solitaire bomen. Aan de oostzijde van het nieuwe perceel wordt de haag begeleid door een rij bomen. De haag en de bomen zorgen voor een landschappelijke inpassing waarbij het zicht vanuit de woning op het omliggende landschap behouden blijft.

Helenaweg

bomenrij bouwvlak, 40 x 60 meter

suggestie nieuwe woning suggestie nieuwe schuur solitaire boom

Aan de overige randen van het perceel wordt een struweel van circa 3 meter breed voorzien. Er wordt bewust gekozen voor een aantal onderbrekingen in het struweel zodat er zichten vanaf het perceel op het omliggende landschap blijven bestaan. De struwelen worden uiteindelijk 3 tot 4 meter hoog waardoor het zicht vanuit de omgeving op de nieuwe bebouwing grotendeels wordt weggenomen. In de tuin worden een aantal solitaire bomen voorzien. De haag, de struwelen en de solitaire bomen filteren het zicht op de nieuwe bebouwing vanuit de omgeving zonder het contact vanuit de woning en de omliggende tuin met de omgeving te verliezen.

struweel zaksloot

NOORD

Op het terrein wordt een zaksloot voorzien, een infiltratievoorziening die tijdelijk gevuld wordt met hemelwater, ter compensatie van de vergroting van het het verhard oppervlak. Er wordt een zaksloot van 1 meter diep voorzien met een waterberging van 43 m3. Landschappelijk gezien speelt de valsloot, een verdieping in het maaiveld, een minimale rol omdat deze niet waarneembaar is vanuit de omgeving. De valsloot wordt ingezaaid met een grasmengsel.

0

10

20

50

Projectie landschappelijk inpassingsplan in luchtfoto omgeving (luchtfoto www.scheldestromen.nl)

55/142

3

Landschappelijk inpassingsplan Helenaweg Biervliet - 25 juli 2022

Beplantingsvoorstel De grondsoort op de locatie is, zoals op veel andere plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen, klei. Het verdient altijd de aanbeveling om de nader toe te passen beplanting af te stemmen op de specifieke bodemgesteldheid van de locatie en zo te komen tot een optimale aansluiting bij het omringende landschap. Hieronder volgt een beknopte beschrijving per landschapselement. Haag Aan de noord- en oostzijde van het perceel is een meidoornhaag voorzien. Deze plant heeft een landelijk karakter en wordt van oudsher gebruikt op boerenerven. De uiteindelijke hoogte is 100 cm en er worden 4 planten per strekkende meter voorzien. Nadat de planten aan de groei zijn, worden de hagen 2 keer per jaar gesnoeid (juni en september). Struweel De struwelen hebben een brede bloeiboog en bestaan uit inheemse, streekeigen soorten zoals meidoorn, hazelaar, liguster, vlier, rode kornoelje en gelderse roos. De struwelen hebben een robuust karakter en zijn dus niet strak gesnoeid. De aanplant van de soorten gebeurt in groepen van 3 tot 8, er is echter geen verband of ritme tussen de verschillende groepen. Er wordt spontaan geplant om een zo afwisselend en natuurlijk mogelijk beeld te krijgen. Rijen op 1,5 meter afstand en de plantafstand in de rij is 1 meter.

De breedte en hoogte varieert maar, het struweel naast de bestaande loods is minimaal 4 meter breed struweel en wordt circa 3 tot 4 meter hoog.

1

3

3

1 2

3

2

3 Jaar na het aanplant een dunning voorzien. Na het 6e jaar een tweede dunning toepassen. Vervolgens is het de bedoeling om het struweel elke 2 jaar te snoeien aan de buitenkant. Het is niet de intentie er een strak geschoren haag(blok) van te maken. Bomen De toe te passen soorten zijn streekeigen en hebben een landschappelijk karakter. Aan de oostzijde wordt een rij bomen geplant, de toe te passen soorten zijn bijvoorbeeld zomereik of esdoorn. De overige bomen op het perceel staan solitair of in kleine groepjes. De toe te passen soorten zijn bijvoorbeeld gewone els, lijsterbes, zomereik, esdoorn en walnoot.

NOORD

2 tot 3 jaar na aanplant een ‘begeleidingssnoei’ toepassen, teneinde de kroon en stam optimaal te laten ontwikkelen. Dit in het 5e of 6e jaar herhalen. Vervolgens elke 4 tot 5 jaar herhalen. 0

10

20

50

Landschappelijk inpassingsplan met aanduiding nieuwe landschappelijke elementen, schaal 1:1000.

56/142

4

Landschappelijk inpassingsplan Helenaweg Biervliet - 25 juli 2022

NOORD

Projectie landschappelijk inpassingsplan in luchtfoto omgeving (luchtfoto www.scheldestromen.nl)

57/142

5

Landschappelijk inpassingsplan Helenaweg Biervliet - 25 juli 2022

BIJLAGE AERIUS Nota van uitgangspunten

58/142

59/142

Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen

+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl

kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01

bestemmingswijziging Helenaweg 4 4521 GR Biervliet

Titel : Bijlage Nota van uitgangspunten AERIUS calculator Versie : 1.1 Datum : 11 maart 2023

60/142

Pagina 2 van 24

Inhoud 1.

Gegevens project.......................................................................................................................... 4 1.1

Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4

1.2

Locatienaam ......................................................................................................................... 4

2.

Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4

3.

Gegevens verandering ................................................................................................................. 4

4.

Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5

5.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 6

Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7 5.1

6.

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 7

Conclusie en afweging................................................................................................................. 8

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase .................................................................................................. 9 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 17

61/142

Pagina 3 van 24

1. Gegevens project 1.1

Opdrachtgever

Statutaire naam

: Verhage-Lemahieu

Adres

: Rondweg 1

Postcode

: 4524 JL

Contactpersoon

: De heer A.B. (Bram) Verhage

Telefoon

: 0117 – 760 160

1.2

Plaats:

Sluis Mail:

bram@verhage-lemahieu.nl

Locatienaam

Naam

: Kaasboerderij De Vos

Adres

: Helenaweg 4

Postcode

: 4521 GR

Plaats:

Kadastrale ligging : Terneuzen

Biervliet Sectie:

BA

Nr(s):

806, 885, 886

2. Gegevens locatie Voor een bestemmingsplan en de bestemmingswijziging om een ruimte voor ruimte woning toe te voegen op het perceel Helenaweg 4 binnen de gemeente Terneuzen dienen de effecten van de bouw en het gebruik van de vrijstaande burgerwoning op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een melkrundveehouderij met kaasmakerij en huisverkoop aan de Helenaweg in Biervliet, op een perceel waar nu vijf stallen een bedrijfswoning en een bijgebouw staan en buitenopslag van voer aanwezig is. De agrarische bedrijfsbestemming wordt ongewijzigd voortgezet, maar er wordt een extra woning toegevoegd. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden. Op 10,9 km ten westen van de locatie ligt het Natura2000 gebied Groote Gat en ten noorden ligt Westerschelde & Saeftinghe op 2,4 km. Op 6,3 km ten zuiden van de locatie ligt het Belgische Habitatgebied Polders.

3. Gegevens verandering Het betreft een locatie gelegen ten noorden van de woonkern Biervliet waar initiatiefnemer voornemens is een ruimte-voor-ruimte kavel toe te voegen. De bedrijfswoning blijft staan en de bedrijfsvoering wordt voortgezet zoals ook in het bestemmingsplan Buitengebied van gemeente Terneuzen is vastgelegd. De extra woning kan planologisch gerealiseerd worden door middel van een ruimtelijke procedure. 62/142

Pagina 4 van 24

De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van het toevoegen van de woning op de locatie zal toenemen en is in de verdere rapportage afgewogen. De depositie van het melkveebedrijf met kaasmakerij en huisverkoop zijn niet in beeld gebracht, enkel het toevoegen van een vrijstaande woning is in deze berekening beschouwd.

4. Emissies tijdens de bouwfase Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw.

Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan. Tijdens de bouwfase van de extra woning en bijgebouwen vinden extra emissies plaats. De verwachte bouwtijd bedraagt 10 maanden. Eerst zal het grondwerk plaats met een kraan, waarbij in totaal 12 uur gemoeid is en een vijf vrachtwagens het terrein zullen aandoen voor aanvullen met zand/granulaat voor de fundering (verbeterd grondwerk) en eventueel afvoer van kleigrond gedurende een half uur per vracht. Daarna komen dagelijks gemiddeld 3 busjes per dag. Bij het leggen van een dek zal een kraan een dag aanwezig zijn gedurende 2 uur werkzaam en gemiddeld komt elke week een vrachtwagen materiaal lossen of een container ophalen gedurende een kwartier, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen met 14 m3 beton. De grootste stort is de vloer die ze in een keer doen bij de bouw van het woonhuis. Het gaat hier om een stort van 35 m3 oftewel 3 vrachtwagens op die dag. Uitgaande van een gemiddelde afwerkvloerdikte van 20 cm voor r.o. 49.

Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1

63/142

Pagina 5 van 24

het dek en zo’n 105 m2 vloeroppervlak is dit 21 m3 oftewel 2 vrachtwagens. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 10 maanden er 4 uur beton storten. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 10 maanden meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar het bouwproject

Licht verkeer (personenauto’s) Licht verkeer (bestelbus) Zwaar verkeer

Bewegingen Bewegingen project/jaar t.b.v. AERIUS calculator 4/werkdag 860 autobewegingen 6/werkdag 1.290 bestelbusbewegingen 10 grond + 106 vrachtwagenbewegingen 2/week + 10 beton

De bewegingen zijn als lijnbron gemodelleerd van de bouwlocatie in twee richtingen tot aan de splitsing aan de Konijnenbergweg en Hoofdplaatseweg, omdat het verkeer op de kruisingen moet remmen en optrekken en daarmee opgaat in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “binnen bebouwde kom” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)

De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 10 maanden die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies.

64/142

Pagina 6 van 24

Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op het bouwproject Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar) Vrachtwagen grond 300

Bedrijfstijd (uur/jaar) *

vrachtwagen bouw grondwerk kraan

300 80

65 286 88

verreiker/kraan dekleggen betonstorter

100 200

18 70

Cilinderinhoud (liter) ** 2,5 15,0 11 15,0 12 4,0 2 4

5,0 10,0

* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20

5. Emissies na ingebruikname Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS zijn voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van verkeer gelieerd aan de locatie en een puntbron voor eventuele emissies van verbrandingsinstallaties als een CV ketel. Voor de nieuwe woning is enkel het verkeer relevant. De woning wordt voorzien van een warmtepomp.

5.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie gaan in de aan te vragen situatie. In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de projectlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is hier namelijk enkel het verkeer van en naar de extra woning nog relevant. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt bij de nieuwe woning uitgegaan van CROW-kerncijfers publicatie 381 uit 2018. De woning is gesitueerd in weinig stedelijk gebied (rest bebouwde kom), waarbij de volgende verkeersgeneratie telt: • vrijstaande koopwoningen: 7,8-8,6 verkeersbewegingen per etmaal; • hoek/tussenwoningen, koop: 6,7-7,5 verkeersbewegingen per etmaal; • twee-onder-een-kapwoningen, koop: 7,4-8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Omdat hier sprake is van een nieuwe woning (vrijstaand) betekent dit dat er in totaal 7,8-8,6 verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Voor de bepaling van de effecten van de vrijstaande woning op de stikstofdepositie is de beoogde situatie onderzocht met de worst-case situatie van 9 bewegingen en uitgaande van het feit dat deze allen niet elektrisch, maar op brandstof rijden. Als rekenjaren is het jaar 2023 gehanteerd.

Het geplande jaar van verkrijgen van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning.

65/142

Pagina 7 van 24

Tabel 1: aantal bewegingen na in gebruik name

Licht verkeer (personenauto’s)

Bewegingen 9/dag

Bewegingen project (jaar) 3.285

De bewegingen zijn net als bij de bouwfase gemodelleerd van de projectlocatie in twee richtingen tot aan de splitsing aan de Konijnenbergweg en Hoofdplaatseweg, omdat het verkeer op de kruisingen moet remmen en optrekken en daarmee opgaat in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “binnen bebouwde kom” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent.

6. Conclusie en afweging Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect nihil is. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik niet toe door het toevoegen van een vrijstaande woning. Uit de berekening van de beoogde situatie van de oprichting van de woning blijkt de stikstofdepositie op omliggende gebieden nihil en daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten en daarom bestaat op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging en uitbreiding.

66/142

Pagina 8 van 24

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase

67/142

Pagina 9 van 24

68/142

Pagina 10 van 24

69/142

Pagina 11 van 24

70/142

Pagina 12 van 24

71/142

Pagina 13 van 24

72/142

Pagina 14 van 24

73/142

Pagina 15 van 24

74/142

Pagina 16 van 24

BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase

75/142

Pagina 17 van 24

76/142

Pagina 18 van 24

77/142

Pagina 19 van 24

78/142

Pagina 20 van 24

79/142

Pagina 21 van 24

80/142

Pagina 22 van 24

81/142

Pagina 23 van 24

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 HELENAWEG 4 TE BIERVLIET

Opdrachtgever

:

T.a.v. dhr. A. de Vos Helenaweg 4 44521 GR te Biervliet

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Amundsenweg 29 4462 GP Goes tel. +31 (0)113 362280

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL22-7231 September 2022 21 september 2022

82/142

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 3 1

INLEIDING ........................................................................................................................................ 4

2

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 5

3

4

5

2.1

Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 5

2.2

Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ........................................................ 6

2.3

Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 6

2.4

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie .................................................................. 7

2.5

Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ....................................................... 8

2.6

Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................... 9

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................. 10 3.1

Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 10

3.2

Resultaten veldonderzoek ...................................................................................................... 10

LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................... 10 4.1

Opzet laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 11

4.2

Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader ................................................................ 11

4.3

Toetsingstabellen grond en grondwater.................................................................................. 11

4.4

Overschrijdingstabellen grond en grondwater ........................................................................ 12

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 13 5.1

Conclusies ............................................................................................................................... 13

5.2

Aanbevelingen ........................................................................................................................ 13

TABELLEN TABEL 2.1: TABEL 2.2: TABEL 3.1: TABEL 3.2: TABEL 3.3: TABEL 4.1: TABEL 4.2: TABEL 4.3:

Algemene bodem- en locatiegegevens Conclusie en hypothese vooronderzoek Verrichte veldwerkzaamheden Peilbuisgegevens Zintuigelijke waarnemingen Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters Overschrijdingstabel grond Overschrijdingstabel grondwater

BIJLAGEN BIJLAGE 1a: BIJLAGE 1b: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6: BIJLAGE 7:

Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie Historische kaarten en luchtfoto Situatietekening onderzoekslocatie Boorprofielen Analyserapporten Toetsingstabellen grond en grondwater Toetsingskader Vooronderzoek

83/142 Verkennend bodemonderzoek, Helenaweg 4 te Biervliet, ANL22-7231

2/13

SAMENVATTING Op de locatie gelegen aan de Helenaweg 4 te Biervliet is in september 2022 door ABO-Milieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als Gemeente Terneuzen, sectie BA, nummer 806 (deels). De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte circa 2.800 m², bestaande uit een akkerland. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft een aanvraag voor een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). De locatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 12 boringen verricht waarvan één boring is afgewerkt met een peilbuis. De grondwaterstand bevond zich op 1,50 m-mv (d.d. 1 september 2022). Conclusies Algemene bodem De grond voldoet aan de achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater voldoet aan de streefwaarde. Aanbevelingen De resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De vastgestelde bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken.

Indien in het kader van de nieuwbouw grond moet worden afgevoerd moet rekening gehouden worden met het volgende: In het onderhavige rapport is geen onderzoek naar PFAS en/of GenX gedaan. Voor toepassingen van grond buiten de gemeente Terneuzen gelden mogelijk andere beleidsregels, benodigde bewijsmiddelen en/of milieuhygiënische verklaringen (zoals een partijkeuring met AP04 onderzoek). Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat aan de hand van de bevindingen van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit. Veldmedewerker:

Dhr. L.H.A. Knoop (BodemBasics B.V., erkend BRL 2001 en 2002)

Projectadviseur:

Dhr. Ing. B. Lijmbach

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

84/142 Verkennend bodemonderzoek, Helenaweg 4 te Biervliet, ANL22-7231

3/13

1 INLEIDING Door dhr. A. de Vos is aan ABO-Milieuconsult B.V. opdracht verleend een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uit te voeren op de locatie gelegen aan de Helenaweg 4 te Biervliet. Straat, Plaats Gemeente

: Helenaweg 4 te Biervliet : Terneuzen

Kadastrale gegevens Sectie Nummer

: BA : 806 (deels)

Gemeente

: Terneuzen

Oppervlakte

: Circa 2.800 m2

Omschrijving

: De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte circa 2.800 m², bestaande uit een akkerland.

Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en de concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft een aanvraag voor een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12923954/1