CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-07-04 IC4 - Bijlage Monitoringsrapportage NSL 2022

commissie Omgeving 21 juni 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ingekomen stukken26.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Monitoringsrapportage NSL 2022 Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

Monitoringsrapportage NSL 2022

Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

RIVM-rapport 2022-0142

RIVM-rapport 2022-0142

Colofon

© RIVM 2022 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Het RIVM hecht veel waarde aan toegankelijkheid van zijn producten. Op dit moment is het echter nog niet mogelijk om dit document volledig toegankelijk aan te bieden. Als een onderdeel niet toegankelijk is, wordt dit vermeld. Zie ook www.rivm.nl/toegankelijkheid. DOI 10.21945/RIVM-2022-0142 P.A.M. de Smet (auteur), RIVM M.G. Geijer (auteur), RIVM T. Hofman (auteur), RIVM M.S. Huitema (auteur), RIVM J.P. Wesseling (auteur), RIVM J.K. Groot Wassink (auteur, hoofdstuk 6), Rijkswaterstaat Leefomgeving/InfoMil A.S. Sanders (auteur, hoofdstuk 6), Rijkswaterstaat Leefomgeving/InfoMil Contact: Peter de Smet Centrum voor Milieukwaliteit peter.de.smet@rivm.nl Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het kader van het project ‘Monitoring NSL’.

Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven Nederland www.rivm.nl

Pagina 2 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Publiekssamenvatting

Monitoringsrapportage NSL 2022 Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken de overheden sinds 2009 samen om de luchtkwaliteit te verbeteren. De monitor van het NSL is onder andere bedoeld om te kijken of Nederland de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit haalt. En als dat niet zo is, of extra maatregelen nodig zijn om ze toch zo snel mogelijk te halen. Het RIVM rapporteert elk jaar over stikstofdioxiden en fijnstof in de lucht. Uit de rapportage 2022 blijkt dat de luchtkwaliteit in 2021 bijna hetzelfde is als in 2020. Ook in 2021 voldoet Nederland voor wegverkeer aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide. Voor fijnstof is dat ook het geval langs de wegen in Nederland, met uitzondering van een klein stuk weg van 200 meter bij Velsen. Op enkele woonlocaties in gebieden met intensieve veehouderijen zijn de grenswaarden van fijnstof in 2021 nog steeds overschreden; iets meer dan in 2020. De lage concentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in 2020 en 2021 komen onder andere door de maatregelen die zijn genomen tegen de verspreiding van het coronavirus. Er was daardoor binnen en buiten Nederland minder verkeer en economische activiteit, en dus minder uitstoot. Dit effect is waarschijnlijk tijdelijk.

In 2021 zijn de concentraties wel iets hoger dan in 2020, waardoor er iets meer overschrijdingen berekend zijn. Dit komt mogelijk doordat er in 2021 meer verkeer en meer economische activiteit waren dan in 2020. Het is niet duidelijk of het effect helemaal verdwijnt als de coronamaatregelen worden opgeheven. De verwachting is wel dat de luchtkwaliteit de komende jaren verder verbetert. Dat komt doordat verkeer, industrie en veehouderijen naar verwachting minder stikstofdioxide en fijnstof zullen uitstoten. Zo worden bijvoorbeeld elk jaar oudere auto’s vervangen door nieuwere die minder stikstofoxiden uitstoten. In 2030 worden de Europese grenswaarden die nu voor stikstofdioxiden en fijnstof gelden naar verwachting niet meer overschreden. Tegen die tijd zijn er, naar verwachting, nog meer maatregelen genomen voor een nog betere luchtkwaliteit en voor het klimaat. Een ander beeld ontstaat als wordt gerekend met de nieuwe, strengere advieswaarden van de WHO uit 2021. Dan zijn veel inwoners in 2021 blootgesteld geweest aan concentraties boven de advieswaarden. Deze waarden zijn nu niet in Nederlandse wetgeving opgenomen. Kernwoorden: luchtkwaliteit, NSL, monitoring, fijnstof, PM10, stikstofdioxide, NO2.

Pagina 3 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Pagina 4 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Synopsis

NSL monitoring report for 2022 State of affairs of the National Air Quality Cooperation Programme Since 2009, all tiers of government have been working together to improve air quality through the National Air Quality Cooperation Programme (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, NSL). The NSL monitoring report is intended, among other things, to ensure that the Netherlands meets the European limit values for air quality and, in case these are not met, whether additional measures are needed to meet them as quickly as possible. Each year, RIVM reports on nitrogen dioxides and particulate matter in the air. The 2022 report shows that the air quality in 2021 was almost the same as in 2020. In 2021, the Netherlands once again met the European limit values for nitrogen dioxide emitted by road traffic. This was also the case for particulate matter along the roads, with the exception of a small 200metre stretch of road near Velsen. At some residential locations in areas with intensive livestock farming, the limit values for particulate matter were still exceeded in 2021. This occurred slightly more often than in 2020. The low concentrations of nitrogen dioxide and particulate matter in 2020 and 2021 were partly due to the measures taken to prevent the spread of the coronavirus.

As a result, there was less traffic and less economic activity both inside and outside the Netherlands, leading to fewer emissions. This effect is likely to be temporary. In 2021, the concentrations were slightly higher than in 2020, to the extent that slightly more exceedances were calculated. This may be because there was more traffic and more economic activity in 2021 than in 2020. It is not clear whether the effect will disappear completely once the coronavirus measures are lifted. Air quality is expected to improve further in the coming years because traffic, industry and livestock farming are expected to emit less nitrogen dioxide and particulate matter. For example, older cars are replaced by newer ones that emit fewer nitrogen oxides every year. In 2030, the European limit values that now apply for nitrogen dioxide and particulate matter are no longer expected to be exceeded. By then, it is expected that even more measures will have been taken to improve air quality and mitigate climate change. A different picture arises if you take into account the new, stricter air quality guidelines of the WHO from 2021. In that scenario, many residents were exposed to concentrations above the recommended levels in 2021. These guidelines are currently not included in Dutch legislation. Keywords: air quality, NSL, monitoring, particulate matter, PM10, nitrogen dioxide, NO2.

Pagina 5 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Pagina 6 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Inhoudsopgave

Samenvatting — 9 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Inleiding — 15 Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) — 15 Monitoren van het NSL — 16 Betrokken partijen — 17 Uitvoering Monitoring NSL — 18 Regeling beoordeling luchtkwaliteit en Wet milieubeheer — 20 Toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen — 20 Neveneffecten van coronamaatregelen — 21

2 2.1 2.2 2.3

Resultaten luchtkwaliteit langs wegen — 23 Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2021 — 23 Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2030 — 25 Vergelijking resultaten Monitoringsronde 2022 met voorgaande ronden — 26 Onzekerheden en statistisch verwachte aantal overschrijdingen NO2 langs wegen — 29

2.4 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen — 31 Criteria voor invoer van veehouderijen — 31 Werkwijze luchtkwaliteit nabij veehouderijen — 31 Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2021 — 34 Vergelijking Monitoringsronde 2022 met voorgaande ronden — 35 Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2030 — 37 Invoer en onzekerheden — 38

4 4.1 4.2 4.3

Bevolkingsblootstelling — 41 Berekeningsmethode van de blootstelling aan NO2 en PM10 — 41 Resultaten blootstellingsberekeningen voor 2021 en 2030 — 42 Blootstelling aan concentraties boven de grenswaarden en WHOadvieswaarden — 46

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Kwaliteit lokale invoergegevens — 49 Onvolkomenheden in lokale invoergegevens — 49 Onderbouwen en accorderen invoergegevens — 50 Geen uitvoering motie ‘Van Tongeren’ – Steekproef voor invoergegevens van wegverkeer — 51 Beperkte controle voor invoergegevens van veehouderijen — 51

6 6.1 6.2 6.3 6.4

Voortgang projecten en maatregelen — 53 Achtergrond voortgangsformulieren — 53 Actualisatie voortgangsformulieren — 53 Verwerking effecten projecten en maatregelen in invoerdata — 56 Conclusie voortgang projecten en maatregelen — 57

7

Literatuur — 59 Bijlage 1 Begrippenkader — 63 Pagina 7 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Bijlage 2 Validatieresultaten rekenhart AERIUS Lucht — 66 Bijlage 3 Verklaring van verschillen in resultaten ten opzichte van voorgaande monitoringsronden — 69 Bijlage 4 Onzekerheden in aantallen NO2-overschrijdingen langs wegen in het NSL — 73 Bijlage 5 Ruimtelijke verdeling van kans op overschrijding NO2grenswaarde in 2021 en 2030 — 74 Bijlage 6 Kwaliteit lokale invoer — 76 Bijlage 6A Toelichtingen overheden op lokale invoer — 76

Pagina 8 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Samenvatting

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) In 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet. In dit programma werken de Rijksoverheid en de decentrale overheden samen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het doel is dat Nederland overal aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) concentraties voldoet, en de periode van eventuele overschrijdingen zo kort als mogelijk voortduurt. Het is belangrijk dat dit rapport de concentraties stikstofdioxide in de lucht langs verkeerswegen in beeld brengt en toetst aan de concentratiegrenswaarden. Het gaat niet over de stikstofdeposities die belangrijk zijn in het stikstofbeleid in relatie tot biodiversiteit. Het NSL is verlengd tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting op 1 juli 2023. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 28 september 2018 de Aanpassing NSL 2018 1 vastgesteld. Het NSL en het bijbehorende maatregelenpakket is gericht op het zo snel mogelijk voldoen aan de grenswaarden. Deze aanvullende maatregelen zijn sinds 2019 onderdeel van de Monitoring NSL. Monitoring NSL De monitoring van het NSL wordt uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Kenniscentrum InfoMil.

Het doel van de monitoring is de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in kaart te brengen en te achterhalen of Nederland aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof voldoet. Centraal onderdeel van de monitoring zijn de luchtkwaliteitsberekeningen, waarvoor de verantwoordelijke overheden de (lokale) invoergegevens aanleveren. Het RIVM voegde de daaruit voortvloeiende rekenresultaten samen in deze rapportage. Om de luchtkwaliteitsdoelstellingen te halen zijn maatregelen afgesproken. Kenniscentrum InfoMil bracht de voortgang van de uitvoering van maatregelen en projecten van de decentrale overheden in beeld. Deze rapportage presenteert de resultaten van de dertiende NSLmonitoringsronde voor het jaar 2021. Als vooruitblik zijn ook rekenresultaten op basis van prognoses voor 2030 gepresenteerd. Voor het berekenen van concentraties zijn geactualiseerde gegevens voor onder andere grootschalige concentraties, meteorologie, emissiefactoren, wegverkeer en veehouderijen gebruikt. De berekeningen van de lokale bijdrage van verkeer en veehouderijen zijn uitgevoerd op basis van de daarover aangeleverde gegevens van overheden. De overheden zijn zelf verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de aangeleverde gegevens.

Om te bepalen of de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof worden overschreden, zijn concentraties berekend op door de 1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/09/28/aanpassing-nationaalsamenwerkingsprogramma-luchtkwaliteit-2018.

Pagina 9 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

bevoegde gezagen bepaalde en aangegeven locaties (toetspunten 2). Er is sprake van een overschrijding van de Europese grenswaarde als er op een toetspunt een concentratie boven de grenswaarde wordt berekend. Om te bepalen aan welke concentraties de bevolking wordt blootgesteld, zijn ook op alle woonadressen in Nederland concentratieberekeningen uitgevoerd. De concentraties stikstofdioxide en fijnstof zijn gekoppeld aan het aantal personen dat op dat adres woont om te bepalen aan welke concentraties bewoners zijn blootgesteld. De rapportage toont de gemiddelde concentratie waaraan bewoners binnen een gemeente, provincie of heel Nederland worden blootgesteld: de bevolkingsgewogen concentratie. Toetsing aan grenswaarde stikstofdioxide In 2021 zijn er volgens de berekeningen in twee gemeenten Leiden en Arnhem nog overschrijdingen van de stikstofdioxidegrenswaarde op toetspunten. In totaal wordt voor drie toetspunten (overeenkomend met 0,3 km weg per rijrichting 3) een overschrijding van de grenswaarde berekend. In 2012 ging het in Nederland nog om 187,9 km weg. Van twee van de resterende toetspunten met een berekende overschrijding in 2021 geeft de gemeente Leiden achteraf, na sluiting van de monitoringstool en validatie van de berekeningen, aan dat het onterechte overschrijdingen zijn.

De passende beoordelingsvorm van de situatie zou windtunnelonderzoek zijn, wat niet (tijdig) gerealiseerd is. Over het derde toetspunt met berekende overschrijding stelt Arnhem achteraf dat milieumaatregelen niet goed zijn verwerkt waardoor een te hoge concentratie wordt berekend. Het zou daarmee om een onterechte overschrijding gaan. In bijlage 6A geven de gemeenten een toelichting. Met uitzondering van de geconstateerde overschrijdingen, waarvan de bevoegde gezagen stellen dat ze onterecht zijn, voldeed Nederland in 2021 overal aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide. Naast de daling door de jaren heen zijn door neveneffecten van de coronamaatregelen voor 2021, net als voor 2020, in heel Nederland op toetspunten berekend nog lagere NO2-concentraties dan voor 2019. Het aantal toetspunten met waarden in de buurt van de grenswaarde is voor beide jaren sterk gedaald in vergelijking met 2019. Ten opzichte van 2019 is er voor stikstofdioxide sprake van een daling van het aantal overschrijdingen van acht naar nul in 2020 en vervolgens naar drie in 2021. De luchtkwaliteit voor stikstofdioxide is in 2020 en in 2021 beter dan in 2019. Dit komt onder andere doordat grootschalige concentraties in 2020 en in 2021 gemiddeld over Nederland ongeveer 2,6 respectievelijk 3,1 μg/m3 lager waren dan in 2019 (Hoogerbrugge et al., 2021, 2022).

Mogelijk is de kleine toename in het aantal berekende overschrijdingen in 2021 tegenover 2020 te herleiden tot de in 2021 licht toegenomen verkeersintensiteiten en weer aantrekkende economische activiteiten.

2 Zie Bijlage 1 Begrippenkader: Toetspunten en rekenpunten wegverkeer en Toetspunten en rekenpunten veehouderijen. 3 Zie Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting).

Pagina 10 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

In de prognose voor 2030 zijn geen overschrijdingen van de grenswaarde voor stikstofdioxide berekend. De eventuele neveneffecten van de coronapandemie zijn niet in deze prognose meegenomen, want de berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) veronderstellen dat de invloed van de pandemie tijdelijk is. Toetsing aan grenswaarden fijnstof Bij toetsing aan de fijnstofgrenswaarde langs verkeerswegen komen op basis van de huidige invoer voor 2021 nog twee overschrijdingen voor; dit komt overeen met 0,2 km weg per rijrichting. Het betreft twee aaneengesloten wegvakken 4 van de Noordersluisweg in Velsen die ook in eerdere jaren al overschrijdingen van de grenswaarden werden berekend. Voor een van de wegvakken wordt voor 2021 ook een overschrijding van de jaarnorm (40,5 μg/m3) berekend. De gemeente Velsen geeft in Bijlage 6A een reactie op deze overschrijding. Voor het zichtjaar 2030 zijn in deze gemeente twee overschrijdingen (0,2 km rijrichting) berekend. Het betreft dezelfde toetspunten. Rondom veehouderijen wordt in 2021 volgens de berekeningen bij vijftien woningen (toetspunten) niet aan de grenswaarde van fijnstof voldaan. In totaal is meer dan 4.800 toetspunten rond 1376 veehouderijen gerekend. In 2013 ging het nog om 111 woningen met te hoge concentraties.

De overschrijdingen in 2021 werden voornamelijk veroorzaakt door de concentratiebijdragen van zestien veehouderijen. Overschrijdingen van de fijnstofgrenswaarde als gevolg van emissies van veehouderijen vinden plaats in gebieden met veel intensieve veehouderij, voornamelijk gelegen in Gelderland, Limburg en NoordBrabant. De gemeente Nederweert telt alleen al tien overschrijdingen. Ten opzichte van 2019 is er in 2020 en 2021 voor fijnstof sprake van een daling van het aantal overschrijdingen van 25 naar dertien in 2020 en vijftien in 2021. Deze afname komt voor een groot deel door de dalende achtergrondconcentraties. Dit leidt direct tot lagere totale fijnstofconcentraties. Mede door neveneffecten van de coronamaatregelen zijn er voor 2020 en 2021 in heel Nederland lagere PM10-concentraties op toetspunten berekend dan voor 2019. Berekeningen voor het gepasseerde jaar zijn uitgevoerd op basis van vergunde emissies van de veehouderijen zoals opgenomen in de NSLmonitoringstool 2022. Voor het zichtjaar 2030 zijn berekeningen alleen mogelijk op basis van deze emissies, gecombineerd met voorspelde grootschalige concentraties. Voor 2030 zijn er veertien overschrijdingen berekend die voortkomen uit bijdragen van dertien veehouderijen.

Daarbij is nog geen rekening gehouden met inkrimping van de veestapel, bedrijfsontwikkelingen en emissie-eisen als gevolg van het voorgenomen klimaat- en stikstofbeleid. Daardoor valt het aantal overschrijdingen in 2030 mogelijk lager uit. Met uitzondering van de geconstateerde overschrijdingen voldeed Nederland in 2021 overal aan de Europese grenswaarden voor fijnstof (PM10).

4 Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting).

Pagina 11 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Bevolkingsgewogen gemiddelde concentratie stikstofdioxide De gemiddelde concentratie stikstofdioxide waar de bevolking in Nederland als geheel aan wordt blootgesteld is in 2021 gelijk aan die van 2020, dat wil zeggen ze is met 3,3 μg/m3 gedaald ten opzichte van 2019. De bevolkingsgewogen gemiddelde NO2-concentratie is in 2021 samen met 2020 daarmee de laagste sinds het begin van de NSL Monitoring (2010). De sterkste daling is tussen 2019 en 2020, mede veroorzaakt door het neveneffect van de coronamaatregelen. De huidige verwachting is dat de gemiddelde blootstelling van de bevolking aan stikstofdioxide in 2030 daalt ten opzichte van die in 2021. Bij deze berekeningen is de onzekerheid echter groot: zaken als de snelheid van de verschoning van het wagenpark zijn lastig in te schatten. Mogelijk schatten we het tempo waarin de NO2-concentraties zullen dalen te laag in. Bevolkingsgewogen gemiddelde concentratie fijnstof Uit de berekeningen voor fijnstof volgt dat de gemiddelde concentratie waar de bevolking aan wordt blootgesteld in 2021 16,4 μg/m3 bedroeg. Dat is 0,5 μg/m3 hoger dan de waarde van 2020 (15,9 μg/m3), die de laagste was in de periode 2010-2021. De daling tussen 2019 en 2020 bedroeg 1,7 μg/m3. De waarde in 2021 is weliswaar hoger dan die van 2020, maar nog altijd 1,2 μg/m3 lager dan in 2019.

De neveneffecten van de coronamaatregelen zullen hebben bijgedragen aan deze lagere bevolkingsgewogen gemiddelde fijnstofconcentratie in de afgelopen twee jaar ten opzichte van de jaren daarvoor. De verwachting is dat de gemiddelde fijnstofconcentratie waar de bevolking aan wordt blootgesteld de komende jaren verder zal afnemen. Net als bij stikstofdioxide is onzeker hoeveel dit zal zijn. Blootstelling aan concentraties boven grens- en advieswaarden Gemiddeld genomen dalen de concentraties NO2 en PM10 waaraan de bevolking wordt blootgesteld sinds 2010. Deze positieve ontwikkeling in combinatie met de neveneffecten van de coronamaatregelen leidt ertoe dat in de berekeningen voor 2020 en 2021 vrijwel geen personen worden blootgesteld aan concentraties boven de grenswaarden. Uitgezonderd de bijna veertig personen die rondom veehouderijen worden blootgesteld aan te hoge PM10-concentraties. Hierbij valt op dat ook onder de Europese grenswaarden lagere concentraties stikstofdioxide en fijnstof een verbetering van de volksgezondheid geven. Hanteren we de nieuwe lagere WHO-advieswaarden van 10 μg/m3 voor NO2 en 15 μg/m3 voor PM10 (WHO, 2021), dan is het geschatte aantal blootgestelden boven die advieswaarden flink hoger: • Voor NO2 betreft het ruim 14,1 miljoen in 2021 en ongeveer 8,2 miljoen in 2030. Deze waarden zijn in lijn met die van de rapportage van vorig jaar.

• Voor PM10 ruim 13,4 miljoen in 2021 en ruim 4,2 miljoen in 2030. Dit is een stijging van 600 duizend respectievelijk 1,2 miljoen ten opzichte van de schattingen in de vorige rapportage voor de jaren 2020 en 2030. Dit geeft aan dat een kleine verandering van Pagina 12 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

de bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie sterke veranderingen oplevert in het aantal blootgestelden. Een geringe verandering van de bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie kan sterke veranderingen opleveren in het aantal blootgestelden van jaar tot jaar. Zo was in 2020 het jaargemiddelde voor fijnstof 15,9 μg/m3 met het aantal blootgestelden boven de oude WHO-advieswaarde ruim 13.000; in 2021 was dit met 16,4 μg/m3 ruim 207.000. In 2019 was het jaargemiddelde 17,6 μg/m3 met bijna 540.000 blootgestelden. In de jaren daarvoor werden aantallen boven de miljoen berekend. De neveneffecten van de coronamaatregelen droegen bij aan dusdanig lagere fijnstofconcentraties en bevolkingsgewogen gemiddelde concentraties in 2020 en 2021, dat het aantal blootgestelden boven de oude WHO-advieswaarde aanzienlijk lager was dan in de daaraan voorafgaande jaren. Voortgang uitvoering maatregelen en projecten Overheden geven bij de NSL Monitoring aan wat de voortgang in uitvoering is van (bouw)projecten en van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Volgens de NSL-partners is 83 procent van de maatregelen afgerond en 9 procent in uitvoering. Dit is nagenoeg gelijk aan vorig jaar. Alle maatregelen moeten afgerond of in uitvoering zijn tijdens de looptijd van het NSL.

De gerapporteerde uitvoeringsfase van maatregelen laat zien dat aan deze eis nagenoeg (83 procent + 9 procent = 92 procent) is voldaan. De aanvullende maatregelen die onderdeel zijn van de Aanpassing NSL 2018 5 zijn sinds 2019 onderdeel van de Monitoring NSL. Het betreft 87 aanvullende maatregelen, waarvan ruim een derde in uitvoering is en de helft is afgerond. De voortgang in het realiseren van maatregelen en projecten is in het jaar 2021 beperkt geweest. Van alle opgenomen projecten in het NSL is bijna 51 procent in uitvoering of afgerond. Mogelijk vertraagde uitvoering van projecten brengt de doelstellingen van het NSL niet in gevaar, doordat de eerder berekende bijbehorende verkeersemissies lager zullen uitvallen bij latere uitvoering. Kwaliteit gegevensinvoer Aandacht voor de kwaliteit van de invoergegevens is van belang om een betrouwbaar beeld te kunnen geven van de luchtkwaliteit. De kwaliteit van de invoergegevens van wegverkeer is sinds het begin van het NSL sterk verbeterd. In de huidige monitoringsronde is de controle door RIVM (mede in het kader van de uitvoering van de motie ‘Van Tongeren’ 6) afgeslankt. Dit lijkt gerechtvaardigd aangezien sinds 2011 (verkeer) en 2017 (veehouderijen) elke ronde controles door RIVM plaatsvonden met intensieve terugkoppeling naar de bevoegde gezagen. Het RIVM verzocht hen deze in een volgende gelegenheid of ronde te verbeteren.

Met name in de laatste paar rondes hebben de bevoegde gezagen hieraan goed gehoor gegeven, waardoor de onvolkomenheden in de invoerdata in het algemeen flink daalden. Hiermee is tegemoet gekomen aan de motie Van Tongeren. https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-enwaterstaat/documenten/kamerstukken/2018/09/28/aanpassing-nationaal-samenwerkingsprogrammaluchtkwaliteit-2018. 6 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30175-120.html. 5

Pagina 13 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Statistisch verwachte aantal overschrijdingen stikstofdioxide De concentraties stikstofdioxide en fijnstof liggen op diverse locaties binnen enkele μg/m3 van de grenswaarden. Hierdoor is het aantal overschrijdingen gevoelig voor onzekerheden in de berekeningen en kunnen geringe stijgingen van de concentraties het aantal overschrijdingen sterk beïnvloeden. De onzekerheid in de invoergegevens (zowel lokaal als generiek) is aanzienlijk. Uit vergelijkingen tussen metingen en berekeningen blijkt dat de onzekerheid in de berekende concentratie voor individuele locaties enkele microgrammen per m3 bedraagt. Net als in voorgaande monitoringsronden is een extra analyse voor stikstofdioxide uitgevoerd en het statistisch verwachte aantal overschrijdingen langs verkeerswegen berekend. Bij deze analyse wordt rekening gehouden met de combinatie van het aantal locaties met stikstofdioxideconcentraties in de buurt van de grenswaarde en met een kansverdeling voor lagere of hogere concentraties dan berekend. Dit statistisch verwachte aantal overschrijdingen is geen ‘worst case’-aantal, maar het is het aantal overschrijdingen dat verwacht wordt als de concentratie op elke rekenlocatie exact zou kunnen worden gemeten.

Het berekende aantal statistisch verwachte overschrijdingen voor 2021 ligt met 23 (overeenkomend met 2,3 km weg per rijrichting) hoger dan het aantal voor 2020; toen waren het er vijf, maar nog altijd ongeveer 180 minder dan in 2019. Door neveneffecten van de coronamaatregelen zijn er in heel Nederland voor 2020 en 2021 aanzienlijk lagere NO2concentraties op toetspunten berekend dan voor 2019. Het aantal toetspunten met waarden in de buurt van de grenswaarde is sterk gedaald, waardoor het statistisch verwachte aantal overschrijdingen ook ruim lager is dan in 2019.

Pagina 14 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

1

Inleiding

Deze rapportage is de dertiende monitoringsrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Omwille van de leesbaarheid wordt sinds Monitoringsrapportage NSL 2014 achtergrondinformatie ontsloten door verwijzingen naar andere bronnen, waaronder voorgaande rapportages. In Bijlage 1 is een begrippenkader te vinden waarin belangrijke termen zijn uitgelegd. 1.1

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Door de Europese Commissie zijn in 1998 grenswaarden voor luchtkwaliteit opgesteld waaraan alle lidstaten moeten voldoen. Omdat Nederland niet tijdig aan de Europese grenswaarden kon voldoen, heeft de overheid in 2008 een verzoek tot uitstel respectievelijk vrijstelling (derogatieverzoek) van de grenswaarden ingediend bij de Europese Commissie. In dit verzoek tot uitstel is het NSL 7 opgenomen. Het NSL is een programma waarin de Rijksoverheid met de decentrale overheden samenwerkt om overschrijdingen van de concentratiegrenswaarden op te lossen (Cramer, 2009). In april 2009 heeft de Europese Commissie goedkeuring gegeven aan het door Nederland ingediende derogatieverzoek (VROM, 2009). Nederland kreeg uitstel tot juni 2011 om aan de grenswaarden voor fijnstof (PM10) te voldoen, en tot 2015 voor stikstofdioxide (NO2). De looptijd van het NSL is tweemaal verlengd. In het Besluit tweede verlenging NSL (IenM, 2016) is vastgelegd dat de periode waarop het NSL betrekking heeft per 1 januari 2017 verlengd is tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Met de uitvoering van het NSL beogen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de participerende overheden twee hoofddoelen te bereiken (Cramer, 2009): • Het verbeteren van de luchtkwaliteit ten behoeve van de volksgezondheid, met als concretisering het overal voldoen aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). In het geval van een eventuele overschrijding dient de periode van overschrijding zo kort mogelijk te zijn. • Het bieden van ruimte voor en bijdragen aan de onderbouwing van ruimtelijke projecten. De systematiek van het NSL is beschreven in het derogatieverzoek en het kabinetsbesluit tot vaststelling van het NSL. Bij de vaststelling is gekeken hoe de luchtkwaliteit zich zou ontwikkelen op basis van de autonome ontwikkeling in combinatie met de effecten van voorgenomen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit en ruimtelijke projecten. Na vaststelling van het NSL is het vervangen en toevoegen van projecten en maatregelen via een meldingsprocedure toegestaan, zolang deze passen binnen de doelstellingen hiervan. Het ministerie van IenW heeft op 28 september 2018 de Aanpassing NSL 2018 vastgesteld. Samen met het NSL is de Aanpassing NSL 2018 7

https://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/nsl. Pagina 15 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

gericht op het zo snel mogelijk voldoen aan de grenswaarden. De Aanpassing NSL 2018 brengt geen wijzigingen aan in het functioneren van het NSL. Het is een aanvulling op het NSL en beoogt de resterende overschrijdingen van de grenswaarden van NO2- en PM10-concentraties 8 versneld op te lossen. Hiertoe werd met de Aanpassing NSL 2018 een knelpuntenanalyse en een pakket met passende maatregelen aan het NSL toegevoegd. Deze aanvullende maatregelen zijn sinds 2019 onderdeel van de Monitoring NSL. 1.2

Monitoren van het NSL Om zicht te houden op het halen van de doelen van het NSL is het belangrijk om de voortgang te monitoren. Dit gebeurt door middel van een monitoringsprogramma. De uitvoering van de monitoring is in 2009 neergelegd bij Bureau Monitoring. Bureau Monitoring werkt in opdracht van het ministerie van IenW. Binnen Bureau Monitoring werken het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Kenniscentrum InfoMil (onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving) samen. Bureau Monitoring levert jaarlijks een monitoringsrapportage met daarin de resultaten van de monitoring. 9 Het doel van het NSL is om in heel Nederland aan de Europese grenswaarden, in dit rapport ook wel normen genoemd, te voldoen. Omdat het voldoen aan die normen voor stikstofdioxide en fijnstof centraal staat in het NSL, is de presentatie van de resultaten in deze rapportage daar ook specifiek op gericht. De luchtkwaliteitsberekeningen zijn uitgevoerd vanuit het door het ministerie van IenW vastgestelde beleidskader. Dit houdt in dat de berekeningen zijn uitgevoerd op basis van door de overheden aangeleverde gegevens en toetspunten en met de door de wet voorgeschreven rekenmethoden en generieke invoergegevens. In de Overleggroep NSL Monitoring is afgesproken dat berekeningen worden uitgevoerd voor zowel het gepasseerde jaar als voor zichtjaren.

De berekeningen voor een gepasseerd jaar zijn eenmalig vastgesteld, in tegenstelling tot de verwachtingen voor de zichtjaren die elk jaar worden geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten. Het zichtjaar 2030 is sinds Monitoringsronde 2018 in overleg met de NSL-partners aan de rapportage toegevoegd, omdat er behoefte is aan inzicht in de luchtkwaliteit op de middellange termijn. Daarmee kende de rapportage van twee jaar geleden (2020) het gepasseerde jaar (2019) en de twee zichtjaren 2020 en 2030. In de rapportage van vorig jaar (2021) is de status van het jaar 2020 gewijzigd naar gepasseerd jaar en resteert als zichtjaar alleen 2030. In de rapportage van huidig jaar is 2021 het gepasseerde jaar en 2030 het zichtjaar. Met het vervallen van het korte-termijn-zichtjaar 2020 leeft bij de overleggroep de wens een nieuw korte-termijn-zichtjaar te introduceren, namelijk het jaar 2025. Dit wordt gerealiseerd in Monitoringsronde 2023 onder de – naar verwachting – dan in werking getreden Omgevingswet.

8

Belangrijk is op te merken dat dit rapport de concentraties stikstofdioxide (NO2) in de lucht langs verkeerswegen adresseert en de toetsing ervan aan de concentratiegrenswaarden. Het gaat niet over de stikstofdeposities die belangrijk zijn in het stikstofbeleid in relatie tot biodiversiteit. 9 http://www.nsl-monitoring.nl/rapportages-en-documenten/. Pagina 16 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

De luchtkwaliteitsnormen zijn opgesteld vanwege de effecten die de luchtkwaliteit op de volksgezondheid heeft. Bij de vaststelling van het NSL is als eerste doel opgenomen het verbeteren van de luchtkwaliteit voor de volksgezondheid. Zo staat geformuleerd: ‘De achterliggende drijfveer hiervoor is dat het kabinet de schadelijke effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid sterk wil verminderen’ (VROM, 2009, p. 50). Naast het halen van de normen besteed de rapportage daarom ook aandacht aan de ontwikkeling van blootstelling van de bevolking aan de buitenluchtconcentraties stikstofdioxide en fijnstof. Naar aanleiding van een op 16 juni 2011 in de Tweede Kamer aangenomen motie (de motie ‘Van Tongeren’10) heeft het ministerie van IenW het RIVM gevraagd tijdens de Monitoringsronde 2011 een controle op de invoergegevens voor verkeer uit te voeren. Sindsdien vindt er in elke ronde een controle plaats op de kwaliteit van invoergegevens van wegverkeer. Sinds 2017 vindt er eveneens een controle plaats op de invoergegevens van veehouderijen. In de huidige monitoringsronde is deze controle sterk afgeslankt. Dit is te rechtvaardigen aangezien sinds 2011 (verkeer) en 2017 (veehouderijen) elke ronde intensieve controles plaatsvonden met terugkoppeling naar de bevoegde gezagen. Zij werden verzocht deze in een volgende gelegenheid of ronde te verbeteren.

Met name in de laatste paar rondes hebben de bevoegde gezagen hieraan goed gehoor gegeven, waardoor de onvolkomenheden in de invoerdata in het algemeen flink daalden. Hiermee is in ruime mate tegemoet gekomen aan de motie Van Tongeren. Dit jaar is na sluiting van de actualisatieperiode een beperkt aantal automatische controles op veehouderijgegevens uitgevoerd, zonder ernstige onvolkomenheden te constateren. De bevindingen hiervan worden vlak voor aanvang van Monitoringsronde 2023 teruggekoppeld met de desbetreffende bevoegde gezagen. 1.3

Betrokken partijen Het NSL is een samenwerkingsprogramma waarbij de invulling van de monitoring en de werkzaamheden van Bureau Monitoring worden afgestemd met de Overleggroep NSL Monitoring. De overleggroep bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende verkeerpartners (gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat en het ministerie van IenW). 11 Veehouderijpartners zijn in 2020 en later, niet opnieuw uitgenodigd. Hun deelname blijkt beperkt, omdat zij een eigen overlegstructuur kennen met agendering van de emissies door veehouderijen. In de overleggroep is afgesproken dat naast het doorrekenen van de luchtkwaliteit in het afgelopen jaar ook een doorkijk wordt gemaakt naar de toekomst met zichtjaren. Ook de monitoringsrapportage is afgestemd met deze NSL-partners. De samenwerkingspartners hebben de verantwoordelijkheid om de maatregelen voor verkeer uit te voeren die zijn opgenomen in het NSL. In het kader van de monitoring leveren zij tijdens de jaarlijkse actualisatie 10

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30175-120.html. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/nsl/verlengingnsl/ en de link naar PDF ‘Besluit verlenging NSL’ op deze webpagina geeft de deelnemende partners aan. 11

Pagina 17 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

informatie over zowel de voortgang van de ruimtelijke projecten en maatregelen voor wegverkeer als over eventuele wijzigingen daarin. Daarnaast leveren zij de meest actuele invoergegevens over verkeer en veehouderijen. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokken overheden zelf dat alle aangeleverde informatie correct en volledig is. De resultaten die in deze rapportage zijn gepresenteerd, volgen rechtstreeks uit deze aangeleverde gegevens. Van een deel van de berekende en gerapporteerde overschrijdingen geeft het bevoegd gezag achteraf, na sluiting van de monitoringstool en validatie van de berekeningen, mogelijk aan dat deze onterecht zijn (zie Bijlage 6A). Dit komt bijvoorbeeld doordat de invoerdata voor de berekening van de lokale bijdrage onvolkomenheden bleken te bevatten, of doordat overschrijdingen berekend zijn op ingevoerde locaties waarvan het bevoegd gezag achteraf stelt dat ze de luchtkwaliteit daar niet hoeft te toetsen (een locatie had als rekenpunt in plaats van als toetspunt ingevoerd moeten zijn, echter voor invoer van wegverkeer staat de huidige monitoringstool niet toe om voor fijnstof een toetspunt vast te stellen dat daarnaast geldt als rekenpunt voor stikstofdioxide). Het RIVM kan na sluiting van de monitoringstool en validatie van de berekeningen geen aanvullende berekeningen uitvoeren op basis van de gecorrigeerde invoerdata.

De desbetreffende overschrijdingen worden in deze rapportage benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. Eventuele onvolkomenheden in de invoerdata kunnen bevoegde gezagen tijdens de actualisatiefase van de volgende monitoringsronde, in dit geval die van 2023, corrigeren. Het RIVM wijzigt niet eigenhandig gegevens tijdens of na de actualisatieperiode, zelfs als dat op verzoek zou zijn van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dient zelf de gegevens te controleren en te corrigeren. 1.4

Uitvoering Monitoring NSL De monitoring kent een jaarlijkse cyclus van uit te voeren stappen door de diverse partijen. Afspraken hierover en de planning van de jaarlijkse cyclus zijn vastgesteld in een document met de procesafspraken ‘Uitvoering Monitoring NSL’ 12, versie 2022. Samengevat kunnen overheden in het voorjaar gedurende een vastgestelde periode de invoergegevens voor de monitoring actualiseren. Daarna worden met deze geactualiseerde gegevens voor wegverkeer landsdekkende berekeningen uitgevoerd met het rekenhart AERIUS Lucht in de NSL-monitoringstool. Dit rekenhart is door het RIVM gevalideerd; de verslaglegging van de validatie is in detail te vinden in Visser en Wesseling, (2020) en Wesseling et al., (2020). Bijlage 2 bevat de validatieresultaten voor de NSL Monitoringsronde 2022. Resultaten van de monitoring worden gerapporteerd in de monitoringsrapportage. Berekeningen met de gegevens van de veehouderijen zijn uitgevoerd met ISL3a versie 2022. Het RIVM voert het inhoudelijke deel van de rapportage over de luchtkwaliteit uit (hoofdstukken 2 tot en met 5) en Kenniscentrum InfoMil beschrijft de voortgang van de projecten en de maatregelen (hoofdstuk 6). Bij het openbaar maken van de rapportage https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/monitoren-nsl/berichten-monitoring2022/planning-monitoringsronde-2022/.

12

Pagina 18 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

komen de geactualiseerde invoergegevens en resultaten in de monitoringstool beschikbaar via de website www.nsl-monitoring.nl. Per 1 januari 2023 zal de huidige sterk verouderde website van de NSL monitoring worden vervangen door een nieuwe website met een nieuwe monitoringstool. Deze heet Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) en voldoet aan actuele veiligheidseisen en is gebaseerd op recente technische ontwikkelingen. Het instrument is bedoeld te voorzien in de monitoring luchtkwaliteit onder de Omgevingswet, voor de monitoring voor het Schone Lucht Akkoord én voor het doorrekenen van een project. CIMLK is vanaf 1 januari 2023 te bezoeken via www.cimlk.nl. Alle gegevens voor verkeer en veehouderijen van Monitoringsronde 2021 en 2022 zullen beschikbaar zijn via deze nieuwe website. De NSL-rekentool 13 voor verkeer werd sinds 2010 in de NSL Monitoring gebruikt voor SRM-1 en SRM-2 (Standaard Rekenmethoden 1 en 2)berekeningen van de luchtkwaliteit. Per 1 januari 2020 wordt dit rekenmodel in de NSL-monitoringstool niet langer ondersteund, vanwege de te sterk verouderde software met een daaraan verbonden onacceptabel hoog veiligheidsrisico.

Om de monitoring door te laten gaan ten tijde van de uitgestelde inwerkingtreding van de Omgevingswet, is er een update uitgevoerd van zowel de interface van de NSL-monitoringstool als van het rekensysteem binnen de NSL Monitoring. Het rekenhart ‘AERIUS Lucht’ is hiervoor ontwikkeld. SRM-1en SRM-2-berekeningen worden met dit rekenhart in de NSLmonitoringstool uitgevoerd. Als vervanging van de NSL-monitoringstool zal per 1 januari 2023 CIMLK zijn intrede doen. Dit nieuwe instrument voor de monitoring maakt gebruik van het rekenhart ‘AERIUS Lucht’ in vrijwel ongewijzigde vorm zoals het sinds 2020 in gebruik is bij de NSL monitoring. In oktober 2022 is geconstateerd dat bij het opstellen van de top-100 met de grootste stikstof uitstotende bedrijven door het RIVM in de berekeningen van ammoniakemissies door veehouderijen onvolkomenheden zijn opgetreden. Voor bepaalde typen stalsystemen en aanvullende maatregelen zijn emissiefactoren gehanteerd die niet altijd geheel correct waren. Dit heeft ertoe geleid dat er voor bepaalde veehouderijen verkeerde ammoniakemissies zijn berekend. Ammoniakemissies hebben indirect een beperkte invloed op concentraties van stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. De geconstateerde onvolkomenheden hadden ook beperkt invloed op de directe emissies van PM10 en PM2.5.

Kaarten van Nederland met de grootschalige achtergrondconcentraties (GCN-kaarten) voor deze stoffen worden op basis van diverse databronnen berekend, waaronder de emissies. Het NSL gebruikt de GCN-concentratiekaarten als basis in haar berekeningen. De onvolkomenheden in de emissieberekeningen zijn in kaart gebracht en er is een analyse gemaakt van de invloed van de onvolkomenheden op de grootschalige achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof. Vervolgens is berekend of het NSL tot andere aantallen en/of 13

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/nsl-rekentool/handleiding/. Pagina 19 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

andere locaties met overschrijdingen van de Europese grenswaarden komt, vergeleken met de al eerder afgeronde NSL berekeningen van overschrijdingen. Het blijkt dat de invloed van de correcties van de onvolkomenheden op het NSL dermate gering is dat het aantal gerapporteerde overschrijdingen en hun locatie voor zowel wegverkeer als veehouderijen ongewijzigd blijft. Het effect op de aantallen overschrijdingen van jaar- en etmaalgemiddelden is expliciet onderzocht. Effecten op andere kentallen zijn naar verwachting ook klein en niet van betekenis. 1.5

Regeling beoordeling luchtkwaliteit en Wet milieubeheer De Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl 2007) vormt de basis voor de uitgevoerde berekeningen. Voor de huidige rapportage is uitgegaan van de vigerende versie uit april 2021, zoals die op https://wetten.overheid.nl is te vinden.

1.6

Toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen Door de Europese Commissie zijn in 1998 grenswaarden voor luchtkwaliteit opgesteld waaraan alle lidstaten moeten voldoen. De vigerende grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn opgenomen in de Europese richtlijn 2008/50/EG. 14 Nederland moet sinds juni 2011 aan de Europese grenswaarde voor fijnstof (PM10) voldoen en sinds 2015 aan de Europese grenswaarde voor stikstofdioxide. De Europese grenswaarde voor de jaargemiddelde NO2-concentratie is 40 μg/m3. In de Rbl 2007 is daarbij een afrondingsregel opgenomen op één getal achter de komma (decimaal). Daarom wordt in deze rapportage 40,5 μg/m3 als concentratie gehanteerd waarop wordt getoetst, de zogenoemde toetswaarde. Voor fijnstof (PM10) gelden twee normen: een jaarnorm en een etmaalnorm. Bij de jaarnorm is de grenswaarde een jaargemiddelde concentratie fijnstof van 40 μg/m3 en bij de etmaalnorm mag maximaal 35 dagen per jaar een overschrijding van de fijnstofconcentratie boven de 50 μg/m3 voorkomen. Bij toetsing van berekende concentraties fijnstof aan de grenswaarden, is het toegestaan de concentraties zeezout in de lucht buiten beschouwing te laten, als er sprake is van een overschrijding van de grenswaarde. De hoogte van de zeezoutaftrek is locatieafhankelijk; dit geldt zowel voor de aftrek op het jaargemiddelde als voor de aftrek op het aantal overschrijdingsdagen.

In alle tabellen en figuren waarin wordt getoetst aan de fijnstofgrenswaarden is deze aftrek toegepast. Onderzoek toont een empirische relatie aan tussen het aantal dagen overschrijding van de etmaalnorm en de jaargemiddelde concentratie fijnstof. Uit deze relatie blijkt dat als aan de etmaalnorm is voldaan, er ook aan de jaarnorm is voldaan (Rbl 2007). Daarom wordt in de monitoringsrapportage primair getoetst op de overschrijding van de

14

http://data.europa.eu/eli/dir/2008/50/oj.

Pagina 20 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

etmaalnorm. Na toepassing van de zeezoutaftrek betreft de toetswaarde van fijnstof 31,2 μg/m3 (zie Bijlage 1 voor meer informatie). Voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) is in de Europese richtlijn een viertal grenswaarden en blootstellingscriteria opgenomen. De enige grenswaarde die voor deze rapportage relevant is, betreft een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. PM2,5-concentraties mogen maximaal 25 μg/m3 zijn. In verband met de afrondingsregel in de Rbl 2007 wordt in deze rapportage 25,5 μg/m3 als toetswaarde gehanteerd. 1.7

Neveneffecten van coronamaatregelen De neveneffecten van de coronamaatregelen die in 2021 nog een deel van het jaar van kracht waren, zijn meegenomen in de voorliggende monitoringsrapportage voor het gepasseerde jaar 2021. De voorliggende rekenresultaten geven voor het gepasseerde jaar 2021 een vergelijkbaar beeld als het beeld dat wordt geschetst in de rapportage van de onderliggende grootschalige achtergrondconcentraties (GCN) voor dat jaar (Hoogerbrugge et al., 2022). De neveneffecten van de coronamaatregelen op de overschrijdingen worden nader aangehaald in de hoofdstukken 2 en 3, en op de blootstellingen in hoofdstuk 4. Details over de effecten op de achtergrondconcentraties voor 2021 zijn gegeven in Bijlage 3.

Pagina 21 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Pagina 22 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

2

Resultaten luchtkwaliteit langs wegen

Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de monitoring van de luchtkwaliteit op de toetspunten nabij wegen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (zowel PM10 als de fijnere fractie fijnstof PM2,5). De resultaten van de berekeningen 15 voor gepasseerd jaar 2021 en het zichtjaar 2030 zijn te vinden in respectievelijk paragraaf 2.1 en 2.2. In paragraaf 2.3 staat een beknopte duiding van de verschillen met de vorige monitoringsronden. Bijlage 3 geeft een overzicht van de veranderingen in de generieke invoergegevens ter verklaring van verschillen met de vorige monitoringsronde. In paragraaf 2.4 zijn de onzekerheden en het statistisch verwachte aantal overschrijdingen beschreven. Op https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/zijn in de kaart van de monitoringstool per monitoringsronde de resultaten op alle rekenpunten langs verkeerswegen te bekijken. Naast NO2, PM10 en PM2,5 zijn ook rekenresultaten beschikbaar voor roet (elemental carbon, EC). De in dit hoofdstuk gepresenteerde resultaten zijn exclusief de resultaten nabij veehouderijen. Deze worden in hoofdstuk 3 gepresenteerd. In de tabellen is dit vermeld door middel van de tekst ‘exclusief veehouderijen’. De emissies van veehouderijen zijn wel in de achtergrondconcentraties meegenomen. Berekeningen zijn uitgevoerd met de NSL-monitoringstool met ‘AERIUS Lucht’ als rekenhart.

Dit Nederlandse rekenmodel voldoet ruimschoots aan de door de Europese Unie gestelde eisen aan onzekerheden bij het gebruik van rekenmodellen voor het toetsen aan de grenswaarden (Wesseling et al., (2013, 2018 en 2020) en RIVM (2022)). De resultaten in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de gegevens zoals die door de wegbeheerders zijn ingevoerd in de monitoringstool. Deze gegevens, en daarmee ook de rekenresultaten voor de desbetreffende locaties, bevatten onvolkomenheden. Van enkele berekende en gerapporteerde overschrijdingen geeft het bevoegd gezag soms achteraf aan dat deze volgens hen onterecht zijn. De desbetreffende overschrijdingen zijn in deze rapportage in dat geval benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. Zie Bijlage 6A voor de door wegbeheerders aangeleverde toelichtingen op de invoergegevens en berekende overschrijdingen. 2.1

Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2021 Deze paragraaf toont de resultaten van de NO2-, PM10- en PM2,5concentraties voor het gepasseerde jaar 2021.

De invoergegevens voor de berekeningen voor het gepasseerde jaar zijn zoveel mogelijk gebaseerd op metingen, bijvoorbeeld de actuele meteorologische gegevens en het gebruik van praktijkemissies voor de bepaling van de emissiefactoren. De invoergegevens voor prognosejaren maken mede gebruik van meetgegevens, maar moeten daarnaast ook gebruikmaken van verwachtingen, bijvoorbeeld over de ontwikkeling van het wagenpark. Voor de meteorologische gegevens is gebruikgemaakt van een langjarig gemiddelde weersituatie.

15

Pagina 23 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Voor 2021 zijn drie overschrijdingen van de NO2-norm berekend (Tabel 2.1). Het is belangrijk dat dit rapport de concentraties stikstofdioxide (NO2) in de lucht langs wegen in beeld brengt en toetst aan de concentratiegrenswaarden. Het gaat niet over de stikstofdeposities die belangrijk zijn in het stikstofbeleid in relatie tot biodiversiteit. Tabel 2.1 Overzicht van het aantal NO2- en PM10-overschrijdingen per gemeente in kilometer rijrichting 16, berekend voor 2021. Het aantal PM10-overschrijdingen is inclusief zeezoutaftrek en exclusief de apart in hoofdstuk 3 gepresenteerde overschrijdingen bij veehouderijen. Enkele berekende overschrijdingen zijn volgens het bevoegd gezag onterecht; deze zijn aangemerkt met een ‘*’ (zie Bijlage 6A).

NO2 Arnhem Leiden Nederland

Totaal 0,1 0,2 0,3

Rijksweg -

Gemeente 0,1* 0,2* 0,3*

PM10 Velsen Nederland

0,2 0,2

-

0,2 0,2

In Arnhem is het aantal berekende overschrijdingen voor NO2 van twee in 2019 naar nul in 2020 (De Smet et al., 2021), en in 2021 weer naar één gegaan. Het betreft in 2021 eenzelfde locatie als in 2019 met een concentratie die net boven de grenswaarde ligt. Het bevoegd gezag merkt deze twee overschrijdingen aan als onterecht door verkeerde gegevensinvoer (Bijlage 6A). In Leiden zijn er overschrijdingen berekend ter hoogte van tunnelmonden, een bij de Stationstunnel en een bij de Kooitunnel. Het bevoegd gezag merkt deze twee overschrijdingen (0,2 km rijrichting) aan als onterecht, omdat ze bij toepassing van correcties op grond van een aanvullend windtunnelonderzoek niet tot overschrijdingen zouden leiden (Bijlage 6A). Voor PM10 komen in de huidige berekeningen twee overschrijdingen van de etmaalnorm voor. Deze overschrijdingen vinden plaats in de gemeente Velsen, waar de achtergrondconcentratie hoog is ten gevolge van industriële emissies. In totaal gaat het om 0,2 km weg (per rijrichting). Het betreft twee aaneengesloten wegvakken 17 van de Noordersluisweg in Velsen waar ook in eerdere jaren overschrijdingen van de grenswaarden werden berekend. Voor een van de wegvakken wordt voor 2021 ook een overschrijding van de jaarnorm (40,5 μg/m3) berekend. De gemeente Velsen geeft in Bijlage 6A een reactie op deze overschrijding.

Er zijn ook berekeningen uitgevoerd voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) zonder overschrijdingen van de norm van 25 μg/m3 te constateren.

16 Voor ‘rijrichting’ kan ook ‘wegzijde’ gelezen worden. Zie voor meer uitleg Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting). 17 Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting).

Pagina 24 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

De berekeningen kennen een aanzienlijke onzekerheid. Om een idee te geven van wat het aantal overschrijdingen zou zijn als gemaakte aannamen tegenvallen, toont Tabel 2.2 het resultaat van het toetsen met toepassing van een bandbreedte van 2,5 μg/m3 ten opzichte van de wettelijke grenswaarde 18. Tabel 2.2 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2021 getoetst aan de wettelijke grenswaarde en met een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en 5 overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10. Exclusief overschrijdingen bij veehouderijen.

Grenswaarde > 40,5 μg/m3 0,3

Bandbreedte > 38 μg/m3 0,7

PM10

> 35 dagen

km met overschrijding

0,2

> 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0,2

NO2 km met overschrijding

Als we voor NO2 aan 38,0 μg/m3 toetsen in plaats van aan de Nederlandse implementatie van de Europese grenswaarde van 40,5 μg/m3 zijn vier wegsegmenten extra boven deze waarde berekend. Als we voor PM10 aan dertig overschrijdingsdagen toetsen (zonder toepassing van de zeezoutaftrek) in plaats van aan de Europese grenswaarde van 35 overschrijdingsdagen dan is er geen extra locatie boven deze waarde gevonden. In totaal worden langs 0,2 km weg (per rijrichting) meer dan dertig overschrijdingsdagen bepaald. Voor de toetspunten werden in voorgaande jaren ook overschrijdingen berekend. 2.2

Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2030 Deze paragraaf toont de resultaten van de berekeningen voor het zichtjaar 2030. Eventuele langetermijneffecten van de coronamaatregelen zijn niet in deze prognose meegenomen. In de raming van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (Smeets, 2020), is verondersteld dat de ontwikkeling van de economie op de langere termijn (vanaf 2025) weer op het pad komt van voor de coronapandemie. Tabel 2.3 laat zien dat voor 2030 geen overschrijding van de Europese norm is berekend voor NO2. Voor PM10 zijn voor 2030 in Velsen nog twee toetspunten met concentraties boven de Europese etmaalnorm (Tabel 2.2); daarmee zijn langs 0,2 km weg voor PM10 overschrijdingen berekend. Het betreft de twee naast elkaar gelegen wegvakken 19 in Velsen waarvoor voor 2021 ook een overschrijding is berekend. In vorige monitoringsronden werden voor die twee wegvakken eveneens overschrijdingen berekend voor alle zichtjaren.

Meer informatie over de toetsing met toepassing van een bandbreedte is te vinden in Bijlage 1. Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting).

18 19

Pagina 25 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Op het toetspunt met een overschrijding van de etmaalnorm in 2021 en 2030, en een overschrijding in 2021 van de jaarnorm, is voor 2030 ook een overschrijding van de jaarnorm van PM10 berekend. Voor PM2,5 zijn in 2030 geen overschrijdingen van de norm berekend. Tabel 2.3 Overzicht van het aantal NO2- en PM10-overschrijdingen per gemeente in kilometer rijrichting, berekend voor 2030. Het aantal PM10-overschrijdingen is inclusief zeezoutaftrek en exclusief de apart in hoofdstuk 3 gepresenteerde overschrijdingen bij veehouderijen. Er zijn geen berekende overschrijdingen die door het bevoegd gezag zijn aangemerkt als onterecht (zie Bijlage 6A).

NO2 Nederland

Totaal -

Rijksweg -

Gemeente -

PM10 Velsen Nederland

0,2 0,2

-

0,2 0,2

Toetsen met een bandbreedte (Tabel 2.4) levert in 2030 voor NO2 een extra wegvak op in Leiden nabij de tunnelmond van de Stationstunnel met een NO2-concentratie groter dan 38,0 μg/m3. Zie Bijlage 6A voor een toelichting van de gemeente Leiden. Tabel 2.4 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2030 getoetst aan de wettelijke grenswaarde en met een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en 5 overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10. Exclusief overschrijdingen bij veehouderijen.

Grenswaarde > 40,5 μg/m3 -

Bandbreedte > 38 μg/m3 0,1

PM10

> 35 dagen

km met overschrijding

0,2

> 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0,2

NO2 km met overschrijding

Toetsen met de bandbreedte voor zichtjaar 2030 levert geen extra PM10overschrijdingen op. Er wordt in totaal langs 0,2 km weg in de gemeente Velsen een overschrijding berekend. De bandbreedte is ook hier gedefinieerd als meer dan dertig overschrijdingsdagen zonder toepassing van de zeezoutaftrek. 2.3

Vergelijking resultaten Monitoringsronde 2022 met voorgaande ronden In Figuur 2.1 is het aantal overschrijdingen langs wegen (in kilometer rijrichting) voor NO2 en PM10 te zien voor de gepasseerde jaren 2012 tot en met 2021. De figuur laat voor NO2 zien dat de daling die is opgetreden in het aantal overschrijdingen in de gepasseerde jaren ook in 2021 doorzet, waarbij mogelijk het effect van de coronamaatregelen in 2020 en 2021 extra Pagina 26 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

bijdraagt aan het lage aantal vergeleken met de jaren ervoor. Mogelijk is de kleine toename in het aantal berekende overschrijdingen in 2021 vergeleken met 2020 te herleiden tot de in 2021 licht toegenomen verkeersintensiteiten en weer aantrekkende economische activiteiten. Voor PM10 daalt het aantal overschrijdingen van 0,2 km in 2019 naar 0,1 km in 2020 en is weer 0,2 km in 2021. Het betreft voor al deze jaren wel dezelfde locatie met overschrijdingen, de Noordersluisweg in de gemeente Velsen. De rekenresultaten van de prognose voor 2030 geven geen andere overschrijdingen dan die van de vorige monitoringsronde. Voor NO2 zijn in de huidige ronde geen overschrijdingen berekend, net als in de drie voorgaande ronden. Voor PM10 is het aantal berekende overschrijdingen in 2030 en hun locatie gelijk aan de raming van de vorige twee ronden. Resultaten kunnen van jaar tot jaar verschillen door wijzigingen in onder andere de (reken)methodiek, locatie en aantal toetspunten, lokale invoergegevens en generieke invoergegevens, zoals grootschalige concentraties en emissiefactoren. De wijzigingen, die de verschillen in monitoringsresultaat ten opzichte van de afgelopen monitoringsronde mede kunnen verklaren, zijn op hoofdlijnen toegelicht in Bijlage 3. De effecten van de coronamaatregelen op de berekende grootschalige achtergrondconcentraties in 2021 zijn eveneens in deze bijlage aangegeven.

Pagina 27 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

Figuur 2.1 Het aantal overschrijdingen langs wegen voor NO2 (boven) en PM10 (onder) in kilometer rijrichting zoals berekend door de monitoringstool voor de gepasseerde jaren uit de verschillende monitoringsronden vanaf 2012 (MR2013). Van overschrijding grenswaarde is sprake als de jaargemiddelde concentratie NO2 > 40,5 µg/m3 en PM10 > 31,2 µg/m3 is. Let op, dit overzicht bevat alle berekende overschrijdingen, ook die waarvan het bevoegd gezag heeft aangegeven dat ze onterecht zijn. De verticale schaal is niet gelijk in beide figuren. Pagina 28 van 79

RIVM-rapport 2022-0142

2.4

Onzekerheden en statistisch verwachte aantal overschrijdingen NO2 langs wegen De berekende resultaten van de monitoring zijn onderhevig aan verschillende onzekerheden. Voor een deel zijn onzekerheden in de resultaten het gevolg van onzekerheden in de generieke gegevens in de monitoring. Een gedetailleerde opsomming van onzekerheden in de generieke gegevens en modelonzekerheden is te vinden in paragraaf 5.2 in Van Zanten et al. (2013). De coronamaatregelen die in 2021 nog van kracht waren geven een extra onzekerheid. Voor de lokale invoergegevens afkomstig van het lokaal bevoegd gezag ligt de verantwoordelijkheid, en dus ook de kwaliteitsborging, bij het desbetreffende gezag. Het bevoegd gezag beoordeelt de effecten van projecten en maatregelen en verwerkt deze in de invoer. Het RIVM heeft hier geen verantwoordelijkheid in. De onzekerheden in de lokale gegevens zijn in het algemeen niet bekend. Elke berekening van luchtkwaliteit kent een intrinsieke onzekerheid; de modelonzekerheid in de berekeningen langs wegen bedraagt, op basis van vergelijkingen met metingen, ongeveer 20-25 procent (95 procent betrouwbaarheidsinterval).

Om na te gaan hoe gevoelig de resultaten van de monitoring (dus de aantallen overschrijdingen) voor NO2 zijn voor onzekerheden, is voor alle toetspunten bepaald hoe groot de kans is dat de achtergrondconcentraties of de lokale concentratiebijdragen zodanig toe- of afnemen dat er sprake is van een overschrijding, of juist niet meer. De som van alle kansen op overschrijdingen, klein en groot, geeft het statistisch verwachte aantal overschrijdingen. Meer informatie over de werkwijze is te vinden in Bijlage 4: Onzekerheden in aantallen NO2-overschrijdingen langs wegen in het NSL. Resultaten voor 2021 en 2030 De combinatie van het aantal locaties met NO2-concentraties in de buurt van de grenswaarde en de geschatte kans op lagere of hogere concentraties dan berekend, leidt tot een statistisch verwacht aantal overschrijdingen voor NO2 in 2021 van ongeveer 23 (overeenkomend met 2,3 km weg, per rijrichting). Dit statistisch verwachte aantal overschrijdingen is dus geen ‘worst case’-aantal, maar het is het aantal overschrijdingen dat je verwacht als je op elke rekenlocatie de concentratie exact zou kunnen bepalen. Dit berekende aantal statistisch verwachte overschrijdingen voor 2021 ligt hoger dan het aantal voor 2020: toen waren het er ongeveer vijf. Voor 2019 waren het er nog ongeveer tweehonderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12863620/1