2023-06-21 - Bp Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie) Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Figuur 14 Reconstructie van de omvang van de inundatie in de Vier Ambachten en het Land van Saeftinghe omstreeks 1530. De rode stip geeft globaal de ligging van het plangebied weer. Bron: De Kraker 1997: 68.
In de daaropvolgende relatief stabiele periode tot 1552 werden verschillende van de schorren rond de Braakman (opnieuw) ingepolderd, voornamelijk ten noorden van Assenede en Boekhoute, ten westen van Axel en ten westen van Terneuzen. Voor de zone ten zuidwesten van Terneuzen werd in 1542 een bedijkingsoctrooi verleend. Vervolgens werden de Lovenpolder (1542; gedeeltelijk ter plaatse van de voormalige Willemskerckepolder) en Koudenpolder (1545) aangelegd. In de Lovenpolder werd een groot aantal kreken binnengedijkt, zoals de Voorste Kreek, Achterste Kreek, Kerpelgat, Boeyensgat, Loopgeul en Nieuwe Gat.70 Tot 1615 vormden de Loven- en Koudenpolder tezamen een eiland, dat veel problemen had met het buitenhouden van het zeewater. Door de inpoldering van de Goessche Polder in 1615 werd het gebied weer met de Terneuzense polders verenigd. In 1653, 1682 en 1808 overstroomde de Lovenpolder.71 Op figuur 15 wordt een uitsnede van een kaart van de situatie na de inpolderingen, omstreeks 1550, weergegeven. Op deze kaart worden de Loven- en Koudenpolder benoemd en is in de ten noorden daarvan gelegen Vremdijckepolder (niet benoemd) de nederzetting Vremdijcke aangegeven.
70 Wilderom 1973: 172-176. 71 Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.
33
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 15 Uitsnede uit de kaart van noordelijk deel van Vlaanderen omstreeks 1550. Op deze kaart zijn de verschillende nieuwe polders weergegeven. De globale ligging van het plangebied wordt aangegeven met een rode stip. Bron: RAG-065-19.
Op een kaart van François van den Velde uit dezelfde periode (figuur 16) wordt de Lovenpolder eveneens benoemd. Binnen de Lovenpolder staan twee brede binnengedijkte kreken ingetekend. Ten noorden en oosten van de Lovenpolder staat één grote, onbenoemde polder weergegeven met hierbinnen onder andere het dorp Vremdijcke (‘Vremdyck’), gestileerd weergegeven als kerk omgeven door een kerkhofmuur. Ten oosten hiervan, net ten noorden van de Lovenpolder, wordt ‘de oude kerk van Vremdyck’ aangegeven. Er is verondersteld dat dit de oorspronkelijke locatie van Vremdijcke is geweest en dat het dorp dus na de herdijking elders is herbouwd.72 Op andere kaarten staat op die plaats het dorp Out Axel aangegeven, maar volgens De Kraker is die benaming onjuist.73
72 Gottschalk 1984: 512; De Kraker 2015: 59. 73 De Kraker 2015: 59, voetnoot 110.
34
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 16 Uitsnede van kaart van de polders rond Biervliet, vervaardigd in 1549 door François van den Velde. De globale ligging van het plangebied wordt aangegeven met een blauwe pijl. Bron: RAG, Kaarten en plannen, nr.613.
Bij nieuwe dijkdoorbraken in 1552 en 1570 (Allerheiligenvloed) overstroomden delen van het gebied ten noorden van de Braakman tijdelijk opnieuw, waaronder delen van de Lovenpolder, de Vremdijckepolder en de Koudenpolder. 74 Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vond tevens een reeks door de mens veroorzaakte inundaties plaats. Zo staken opstandelingen in 1584, in een poging om de Spanjaarden te verdrijven die Gent, Brugge en Antwerpen bedreigden vanaf de zuidelijke oever van de Westerschelde, onder andere de zeedijken in het Hulster Ambacht en het Land van Saeftinghe door, waardoor dit gebied overstroomde. In een poging om de Spaanse troepen te beletten Axel in te nemen, werd in datzelfde jaar de sluis bij Kampen vernield. Kort daarna werd ook de sluis bij Nieuw-Othene doorgestoken. Hierdoor kwamen de polders van Othene, Zaamslag en Aendijcke onder water te staan. Ondanks verwoede pogingen van de Spaanse soldaten om de schade te herstellen, werd het herstelwerk snel weer ongedaan gemaakt. Intussen was ook de Willemskerckepolder ondergelopen. In het midden van 1584 bestond het nietgeïnundeerde deel van het Kwartier van Terneuzen enkel nog uit de kern van Terneuzen, de polder met Vremdijcke en de Kouden- en Lovenpolder.
Deze polders stonden op dat moment enkel nog door middel van een baandijk in verbinding met Terneuzen, dat in 1584 stadsrechten had gekregen en dat gedurende de oorlog werd omgebouwd tot vestingstad. Enkele honderden meters ten zuidwesten werd in 1583 schans Den Abeelen aangelegd ter bescherming van de Kouden- en Lovenpolder. Deze schans is in het huidige landschap niet meer te zien. 75 De gevolgen van de verschillende inundaties waren groot voor het landschap, terwijl het beoogde resultaat, namelijk het verdrijven van de Spanjaarden en het redden van de steden, niet werd behaald.76 De steden Hulst en Axel waren omgeven met water en raakten geïsoleerd. Het uitgemoerde middeleeuwse landschap was onder het water verdwenen en werd bedolven met nieuw sediment. Samen met de dorpen en moerparochies zouden de veenexploitaties, die door het natuur- en oorlogsgeweld vanaf het einde van de 15de eeuw al sterk teruggelopen waren, in de 16de eeuw volledig verdwijnen. 74 De Kraker 1997: 100-101. 75 De Kruijf et al. 2004.
76
De Kraker 2015.
35
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Alsof de militaire inundaties nog niet erg genoeg waren, vonden tijdens de Tachtigjarige Oorlog en daarna tevens overstromingen plaats die het resultaat waren van dijkvallen of stormvloeden. Ten gevolge van zo’n ‘natuurlijke’ overstroming kwam de polder Vremdijcke in 1600-1601 volledig onder water te staan, waarna het dorp opnieuw, en ditmaal voorgoed, verloren ging. Naar verluidt bleef de toren van de kerk nog jaren overeind; deze diende als baken voor de scheepvaart. Een klein deel van de Vremdijckepolder bleef nog enige tijd bestaan.77 Situering verdronken dorpen Van een aantal verdwenen woonplaatsen, zoals van Stee(n)land en Triniteit, zijn reeds resten aangetroffen. De exacte ligging van andere dorpen, waaronder het oorspronkelijke Vremdijcke en het tweede Vremdijcke, is voorlopig nog niet archeologisch aangetoond. Er zijn meerdere pogingen gedaan om de locatie van verdwenen dorpen te bepalen. Dit is gebeurd op basis van bekende historische en archeologische gegevens. In 1967 stelde Platteeuw in een publicatie over Hoek dat Vremdijcke ten noordwesten van de huidige Lovenpolder heeft gelegen, op de plaats waar de Voorste Kreek inkomt in de in 1953 ingepolderde Braakman. 78 In een inventarisatie uit 2004 (figuur 17)79 wordt Vremdijcke (aangegeven met nr. 92) enkele honderden meters ten oosten van het plangebied gesitueerd, maar dit betreft geen fijnmazige kaart.
Een onderscheid tussen het eerste en tweede Vremdijcke wordt niet gemaakt. Circa 2 km ten zuidoosten van Vremdijcke wordt Willemskerke (nr. 91) gesitueerd en circa 2 km ten westen ervan het dorp Pakinghe (nr. 93).
Figuur 17 Overzicht uit 2004 van vermoede locaties van verdronken kerkdorpen (uitsnede). Bron: Goldschmitz-Wielinga et al. 2004.
De vermoedelijke ligging van verdwenen dorpen binnen het grondgebied van de huidige gemeente Terneuzen is nadien onderzocht in het kader van het project Leemten in Kennis (figuur 18).80 Op basis van dit onderzoek bevindt het huidige plangebied zich hypothetisch ongeveer 80 m ten westen van het tweede Vremdijcke/Vroondijke.
77 Schute & Kerckhaert 2015: 28-29; Platteeuw 1967. 78 Platteeuw 1967: 10,17. 79 Goldschmitz-Wielinga et al. 2004. 80 De Visser & Emaus 2014.
36
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 18 Situering van verdronken dorpen in de omgeving van het plangebied, op basis van onderzoek in 2014. De ligging van het plangebied is aangegeven met een rode polygoon. Bron: De Visser & Emaus 2014.
Het Geoloket Cultuurhistorie van de Provincie Zeeland (figuur 19) situeert het eerste Vremdijcke/Vroondijk/Fronendike (periode: 1488) op circa 900 m ten oosten van het plangebied en het tweede Vremdijcke (periode: 1601) binnen de contouren van het plangebied. Deze situering van het tweede Vremdijcke binnen de Lovenpolder lijkt overigens niet voor de hand te liggen, gezien het feit dat 16de-eeuwse kaarten het dorp in een polder ten noorden van de Lovenpolder situeren, namelijk de – niet benoemde – Vremdijckepolder. Volgens het Geoloket lag Wizzekineswerf (periode: 1488), ongeveer 170 m ten zuiden van het plangebied. Hierover is weinig bekend. Gottschalk oppert dat een werf in de nabijheid van een dijk doet denken aan een schaapstelle.81 Volgens het Geoloket liep de Vremdijk of Fronendijk in de Middeleeuwen door het uiterste westen van het plangebied. Met de eerste vermelding in 1114 is het de oudste dijknaam in de streek. 82 Het betreffende dijkdeel staat op onderstaande figuur aangegeven met een gele stippellijn.
81 Gottschalk 1984: 25. 82 Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.
37
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 19 Ligging van verdronken dorpen (aangegeven met stervormen) en van de middeleeuwse Vremdijk of Fronendijk (gele stippellijn) volgens het Geoloket Cultuurhistorie van de Provincie Zeeland. Het plangebied is weergegeven als rode polygoon. Bron: Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.
Ontwikkeling vanaf de 17de eeuw Pas met de politieke consolidatie in het begin van de 17de eeuw begon men opnieuw met de inpoldering van de verloren gebieden in de Ambachten. Voor de zone ten zuidwesten van Terneuzen is in 1595 opnieuw een octrooi tot bedijking uitgereikt, waarna in 1608 de Vlooswijkpolder werd aangelegd. In 1615 werd de Goesschepolder (genoemd naar de initiatiefnemers van de inpoldering, namelijk inwoners van Goes) bedijkt, waarna in 1629 de nieuwe Willemskerkepolder volgde. Deze had niet meer de omvang van de oudere Willemskerckepolder. Vaak ging het inpolderingsproces gepaard met het aanleggen van nieuwe verdedigingslinies en het beschermen van strategische punten. In 1648, het jaar van de Vrede van Münster, werd ook de Sluispolder bedijkt en afgesloten van het water. 83 De geïnundeerde zone in de polder van Vremdijcke werd echter niet opnieuw ingepolderd en bleef tot in de 19de eeuw deel uitmaken van buitendijks schorrengebied. De Lovenpolder, die niet geïnundeerd was aan het begin van de 17de eeuw, hoefde niet opnieuw ingepolderd te worden. 84 Op een kopie van een kaart van de omgeving van Terneuzen uit 1655 (figuur 20) is de situatie in die periode te zien. Ten noorden van de Lovenpolder (‘Looffven Polder’) wordt de ‘Schorre van Vremdijcke’ aangegeven.
Het laatste restant van de Vremdijckepolder bestond op dat moment nog, maar lag iets westelijker, buiten het bereik van de kaart. Ten zuiden van de Lovenpolder is het dorp Hoek (‘Den Houck’) inmiddels te zien. Dit dorp is in de 17de eeuw ontstaan ter hoogte van de driesprong van dijken van de Loven-, Kouden- en OudWestenrijkpolder.85 In de Lovenpolder zijn de Voorste en Achterste Kreek ingetekend. Deze hebben tegenwoordig nog
83 Wilderom 1973: 172-173. 84 De Kraker 2015. 85 Wilderom 1973: 384.
38
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
voor een groot deel hetzelfde verloop. Ze worden ook met naam genoemd, maar gelet op het lettertype is deze naamsaanduiding waarschijnlijk een latere toevoeging. Ook geeft de kaart een weg weer die door de Lovenpolder loopt en die qua loop en ligging correspondeert met de tegenwoordige Lovenpolderstraat, inclusief de knik halverwege. Verspreid langs de weg staat diverse losse bebouwing weergegeven, waarvan het merendeel aan de oostzijde. Ter hoogte van het plangebied is echter ook enige bebouwing te zien, hetgeen betekent dat binnen de contouren van het plangebied rekening te houden valt met de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd.
Figuur 20 Ligging van het plangebied (rode cirkel; bij benadering) op een uitsnede van een kopie van een kaart van de omgeving van Neuzen omstreeks 1655. Het noorden ligt op deze kaart onder. Bron: Zeeuws Archief (Gemeentearchief Terneuzen).
Het laatste restant van de Vremdijckepolder is nog wel te zien op andere 17 de-eeuwse kaarten, zoals een kaart van Staats-Vlaanderen vervaardigd door Richard Carr in 1677 (figuur 21). Carr was een Britse militair in dienst van het Staatse leger.86 Hij geeft de Lovenpolder duidelijk weer, met schematisch de kreken die erdoorheen lopen alsook de weg. Ter hoogte van de knik in de weg geeft Carr, evenals in Hoek, een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing weer. Ook dit kan echter een schematische weergave zijn. Verder staat binnen de Lovenpolder geen bebouwing weergegeven.
86 De Klerk 2015: 71.
39
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 21 Globale situering van het plangebied (rode cirkel) op een uitsnede van een kaart van Staats-Vlaanderen, vervaardigd door Richard Carr in 1677. Bron: De Klerk 2015: 72-73.
Hattinga geeft in het midden van de 18de eeuw verspreid langs wegen en dijken losse bebouwing weer (figuur 22). De kaart van Hattinga is wat betreft maatvoering nog niet honderd procent nauwkeurig, maar het plangebied valt er bij benadering wel op te projecteren. Hierbij blijkt – met een slag om de arm – dat rekening te houden valt met losse bebouwing en/of erven in het oosten en uiterste westen van het plangebied. In de noordoostelijke hoek van het plangebied bevindt zich tegenwoordig nog steeds bebouwing, namelijk de woning en opstallen van Lovenweg 4.
40
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 22 Projectie van het plangebied (rode polygoon; bij benadering) op een uitsnede van kaart van Hattinga, vervaardigd halverwege de 18de eeuw. Bron: Geoloket Cultuurhistorie, Provincie Zeeland.
Pas na een octrooi uit 1816 door koning Willem I werden de schorren ten noorden van de Loven- en Willemskerkepolder ingedijkt en ontstond hier de Nieuw-Neuzenpolder.87 Deze polder is te zien op het Minuutplan van de Kadastrale Kaart uit omstreeks 1830 (figuur 23). Deze kaart is opgemaakt met als doel grondbelasting te kunnen heffen op grondbezit en gebouwen en geeft dan ook de kadastrale percelen (en perceelsgrenzen) en gebouwen nauwkeurig weer. Het Minuutplan geeft daarnaast ook meer toponiemen dan oudere kaarten. Behalve de Lovenpolder worden bijvoorbeeld ook de Voorste en Achterste Kreek bij naam genoemd. De drie westelijke uitlopers van de Achterste Kreek staan benoemd als ‘Loopguil’, ‘Boeyes Gat’ en ‘Kerpelgat’. Deze drie zijkreken reiken tot aan de tegenwoordige Lovenpolderstraat, die op het Minuutplan staat aangeduid als ‘Loven Poldersche Weg’. Het plangebied maakt op het Minuutplan deel uit van meerdere percelen, waaronder een erf met huis in de noordoostelijke hoek van het plangebied. De vorm, ligging en afmetingen van het huis en de schuur lijken iets af te wijken van die van de tegenwoordige bebouwing. Tussen het huis en de schuur is op de kaart tevens sprake van een klein bijgebouwtje; tegenwoordig zijn op het betreffende erf alleen nog een huis en een grote schuur aanwezig.
Dit erf was volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels het eigendom van ‘bouwman’ Leendert Deij uit Hoek. Ook meerdere omliggende percelen waren van hem; deze bestonden voornamelijk uit weiland en bouwland en een klein stukje bos. Alleen de percelen in de noordwestelijke hoek van het plangebied hadden een andere eigenaar, namelijk weduwe Wouermans uit Antwerpen. Ook deze percelen bestonden uit bouwland en weiland.
87 Wilderom 1973: 176.
41
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 23 Projectie van het plangebied (roze polygoon) op een uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuut, omstreeks 1830. Bron: Geoloket Provincie Zeeland.
De gedigitaliseerde versie van de Kadastrale Minuut geeft het woonhuis van Lovenweg 4 weer ten noorden van de contouren van onderhavig plangebied. Ter controle is, onafhankelijk van deze gedigitaliseerde versie, een aparte georeferentie gemaakt van de analoge Kadastrale Minuut (figuur 24). Deze is gebaseerd op lokale details in de Lovenpolder, zoals kruispunten van wegen met waterlopen en met perceelsgrenzen, die vaak nog op de hedendaagse Topografische Kaart te herkennen zijn. Dan blijkt dat het huis van Lovenweg 4 min of meer ter plaatse van het tegenwoordige huis gesitueerd kan worden, maar dat de bebouwing met zijn circa 22 m, ongeveer twee keer zo lang is als het tegenwoordige huis. De tegenwoordige schuur is een relatief jong gebouw, maar staat ongeveer ter plaatse van de vroegere, grotere schuur die de Kadastrale Minuut aangeeft.
42
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 24 Kadastrale Minuut uit 1811-1832 (minuutplan Hoek, Zeeland, sectie B, blad 01), transparant geprojecteerd op de moderne Topografische Kaart ter hoogte van het erf van Lovenweg 4. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / MIN09044B01; Esri Nederland, Jan Willem van Aalst – www.imergis.nl.
Figuur 25 toont de verdere ontwikkelingen in het plangebied en omgeving. In de rest van de 19de eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw veranderde er weinig in de omgeving van het plangebied. In 1952 werd ten noorden en ten westen van de Lovenpolder de Braakmanpolder ingepolderd. Bij de Watersnoodramp van 1953 bleef de Lovenpolder gespaard; de Nieuw-Neuzenpolder overstroomde wel.88 Sinds 1964 is in de Nieuw-Neuzenpolder chemische industrie van Dow Chemical gevestigd. Ten noordoosten van het plangebied werd in 1969 een zoetwaterfabriek annex elektriciteitscentrale in gebruik genomen. 89 Vanaf de jaren ’90 werd de bebouwing in dit zuidwestelijke deel van het industriegebied substantieel uitgebreid. De Lovenpolder bleef intussen agrarisch gebied. Behalve enige wijzigingen in de percelering en het slotenpatroon veranderde hier weinig. In het noordoosten van het plangebied blijft steeds losse bebouwing aangegeven staan. In de eerste helft van de 20ste eeuw staat ten zuidwesten van het erf een kleine waterpoel weergegeven; deze verdwijnt hierna van de kaart. Dit geldt ook voor de boomgaarden in het noordoosten van het plangebied. Vanaf 1950 staat ook ten noordwesten van het plangebied een erf met bebouwing weergegeven. Vanaf 1972 is ten oosten van het plangebied bebouwing te zien, waar tegenwoordig nog het pluimveebedrijf is gevestigd.
88 Wilderom 1973: 187-190; 249. 89 https://encyclopedievanzeeland.nl/Nieuw-neuzenpolder.
43
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 25 Projectie van het plangebied (roze polygoon) op de Topografische Kaart uit 1916, 1950, 1972, 1990, 2000 en 2021. Bron: Esri Nederland, Kadaster.
Samenvatting historisch-geografische ontwikkeling In de Middeleeuwen maakte het plangebied deel uit van een gebied met meerdere plaatsen die tegenwoordig niet meer bestaan, waarvan Vremdijcke en het minder bekende Wizzekineswerf waarschijnlijk het meest nabij hebben gelegen. Het plangebied en omgeving kregen vanaf de Late Middeleeuwen met stormvloeden te maken en hebben hierdoor enige tijd buitendijks gelegen. Ook Vremdijcke werd door stormvloeden getroffen en is vermoedelijk herbouwd geweest op een andere locatie dan het oorspronkelijke dorp. Volgens het Geoloket Cultuurhistorie van de Provincie Zeeland bevond het tweede Vremdijcke zich ter plaatse van het plangebied oftewel in de Lovenpolder, maar die situering strookt niet met 16de-eeuws kaartmateriaal. Het tweede Vremdijcke verdronk aan het begin van de 17 de eeuw. De Lovenpolder, waarvan het plangebied deel uitmaakt, werd bedijkt in 1542. De polder kampte in de hierop volgende eeuwen weliswaar met enkele overstromingen, maar heeft altijd standgehouden. Op kaartmateriaal daterend uit de 17de, 18de en 19de eeuw zijn aanwijzingen te zien voor bebouwing in met name de oostelijke helft van het plangebied. Verder lijkt het plangebied sinds het ontstaan van de Lovenpolder voornamelijk agrarisch te zijn gebruikt. 44
ARTEFACT RAPPORT 718
2.3.2
HOEK LOVENWEG 4
Verstoringsgeschiedenis
Bodemloket In het Bodemloket en de website Bodemrapportages Zeeland worden de bodemkwaliteit en de status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van het Bodemloket90 leert dat binnen het plangebied geen bodemonderzoeken of saneringen bekend zijn. Raadpleging van Bodemrapportages Zeeland 91 leert dat binnen het plangebied een bovengrondse brandstoftank aanwezig is geweest op het erf van Lovenweg 4; deze is verwijderd in 2014. Volgens de uitvoerder was er van bodemverontreiniging geen sprake. Historische gegevens Het plangebied is langdurig gebruikt als landbouwgrond. Als gevolg van landbewerking en de voormalige aanwezigheid van bomen kan de natuurlijke ondergrond oppervlakkig verstoord zijn geraakt. Daarnaast zijn er plaatselijk enkele verstoringen te verwachten die zijn veroorzaakt door (vroegere) sloten, greppels, een waterpoeltje en erfbebouwing. KLIC De graafmelding geeft aanwijzingen voor een aantal verstoringen van de bodem door een dubbele industriële waterleiding die in het oosten van het plangebied loopt. De twee leidingen liggen ongeveer 5 m van elkaar verwijderd en lopen parallel aan elkaar. Omdat het om industriële waterleidingen gaat, is ter plaatse van deze leidingen naar verwachting sprake van een diepe sleufvormige verstoring.
Tevens lopen er enkele nutsleidingen tussen het huis van Lovenweg 4 en de Lovenweg; verder geeft de graafmelding geen aanwijzingen voor verstoringen in het plangebied. Overig Bij de initiatiefnemer zijn geen gegevens over mogelijke verstoringen bekend. Raadpleging van (de website van) het Zeeuws Archief leverde geen relevante informatie op omtrent eventuele verstoringen van het plangebied.
90 www.bodemloket.nl, geraadpleegd op 7 juli 2022. 91 https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/, geraadpleegd op 7 juli 2022.
45
ARTEFACT RAPPORT 718
2.4
HOEK LOVENWEG 4
Archeologische waarden
In dit hoofdstuk worden de bekende archeologische gegevens opgesomd binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied. Archeologische monumenten De Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumententerreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014 wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt, waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. Binnen een straal van 1 km rond het plangebied komen geen AMK-terreinen voor. Vindplaatsen ‘Leemten in kennis’ (2014) Ten behoeve van het project ‘Leemten in kennis’ heeft Artefact in 2014 voor de Gemeente Terneuzen een reeks vindplaatsen aangewezen die in aanmerking komen voor nader onderzoek. 92 Hiervan ligt er geen binnen het plangebied. Binnen een straal van 1 km rond het plangebied liggen er vijf. Deze staan op figuur 26 in lichtblauw aangegeven, met de nummers waaronder deze staan geregistreerd in de rapportage uit 2014. In onderstaande tabel worden de betreffende vindplaatsen opgesomd. Nr.
Toponiem
Complextype
Periode
Overige informatie
3
Hoek Noorddijk 5
Verdronken dorp of nederzetting, onbepaald
MELBNTA
Fysieke resten aangetroffen (nietarcheologisch graafwerk): bakstenen muur en aardewerk.
11
Hoek
Huisplaats
MELB
Op basis van onderzoek nr. 1; vondstlocatie 13 (zie onderstaande twee tabellen).
52
Hoek Koudepolder
Dijk
MEL-NT
Conform gemeentelijk beleid. Dijken van polders uit 1650 of vroeger.
53
Hoek Lovenpolder
Dijk
MEL-NT
Conform gemeentelijk beleid. Dijken van polders uit 1650 of vroeger.
91
Hoek Schans Den Abeelen
Schans / fort
MEL-NT
Conform gemeentelijk beleid. Vestingwerken daterend uit 1650 of vroeger worden aangemerkt als vindplaats. Dit geldt tevens voor vestingwerken waarvan de oudste fase teruggaat op 1650 of vroeger. Vondstlocatie 14.
Eerder uitgevoerd onderzoek Archis is het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat het plangebied deel uitmaakt van vier onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd; dit betreft grotere bureauonderzoeken t.b.v. gemeentelijk beleid (onderzoeken 1, 2, 3 en 10). Afgezien daarvan heeft specifiek in het plangebied nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In een straal van 1 km rond het plangebied hebben meerdere archeologische onderzoeken plaatsgevonden en zijn drie vondstlocaties bekend. In onderstaande figuur worden de locaties van bovengenoemde onderzoeken, vondstlocaties en ‘Leemten’vindplaatsen weergegeven.
92 De Visser & Emaus 2014.
46
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
7
Figuur 26 Onderzoeken, vondstlocaties en ‘Leemten in kennis’-vindplaatsen in de omgeving van het plangebied. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors.
In onderstaande tabel worden de onderzoeken samengevat die hebben plaatsgevonden in een straal van 1 km rond het plangebied. De nummers in de linker kolom corresponderen met de groene nummers in bovenstaande figuur. Nr.
Uitvoerder
Aard en resultaten onderzoek
1
Onderzoek Nummer 2026574100
RAAP
Aanvullend Archeologische Inventarisatie in het kader van het opstellen van een archeologische advieskaart en aanwijzen van terreinen die in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. 93 Zie vondstlocatie nr. 13.
2
2434360100
Onderzoek verruiming vrijstellingsdiepte (2014). 94 Zie hoofdstuk 1.3.
3
2439204100
St. Cultureel Erfgoed Zeeland Artefact!
4
3291981100
RAAP
Bureauonderzoek (2015) in het kader van ‘Leemten in kennis’ naar een verdronken dorp aan de Noorddijk in Hoek. Op deze locatie zijn middeleeuwse kloostermoppen aangetroffen. Aanvankelijk werd
93 Schute 1997. 94 De Weerd & Kerckhaert 2014. 95 De Visser & Emaus 2014.
Bureauonderzoek (2014) ‘Leemten in kennis’, Kennisplan Buitengebied gemeente Terneuzen. 95 Relevante vindplaatsen zijn eerder in dit hoofdstuk behandeld.
47
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
gedacht aan het verdronken dorp Vremdijcke, maar dit bureauonderzoek door RAAP komt tot de conclusie dat niet valt uit te sluiten dat het Coudekercke betreft. 5
3297351100
Artefact!
Archeologisch booronderzoek (2015) Dow-terrein (zie ook hoofdstuk 2.2.1 in voorliggend rapport). 96 Antropogene ophooglaag aanwezig tot maximaal 1,1 m -mv (1,1 m +NAP); hieronder Westerscheldegeulafzettingen (Laagpakket van Walcheren). In 1 boring is onderin de boring een zwak siltige kleilaag aangetroffen die mogelijk gekoppeld kan worden aan de Sluiskilafzettingen. De top van deze afzetting werd aangetroffen vanaf 3,45 m -mv/ 1,19 m –NAP. Voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bleef de middelhoge verwachting gehandhaafd op het aantreffen van archeologische waarden tussen de 9de en 17de eeuw in de Sluiskilafzettingen, en laag voor waarden vanaf de 17de eeuw in de Westerscheldeafzettingen. De Formatie van Koewacht, het Laagpakket van Wierden en het Hollandveen Laagpakket zijn niet aangeboord. Geen vervolgonderzoek aanbevolen i.v.m. beperkte diepte graafwerkzaamheden.
6
4011908100
Archol
Archeologisch booren geofysisch onderzoek en oppervlaktekartering (2016) Noorddijk. 97 Resten (bouwkeramiek, aardewerk, metaalvondsten, glas) van verdronken steenbouwvindplaats uit de Middeleeuwen, niet duidelijk of het gaat om dorp of verspreide bewoning. Deze vindplaats bevindt zich ten westen van de Voorste Kreek, oftewel circa 650 m verwijderd van het onderhavige plangebied. Vondstlocatie 15. Overal, dus ook meer in de richting van onderhavig plangebied, zijn puinfragmenten aangetroffen in de bouwvoor en in de wad- en kwelderafzettingen.
7
4025695100
Artefact!
Archeologisch booronderzoek (2016) aanleg 2MW-aansluiting Nieuwe Sluis Terneuzen (zie ook paragraaf 2.2.1). 98 Hoge verwachting voor Finaal-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum in de top van Laagpakket van Wierden (2,80-3,95 m -mv/ 2,39-2,88 m NAP), hoge verwachting IJzertijd/Romeinse tijd in top van intact Hollandveen (1,70-2,10 m -mv/ 1,10-1,24 m -NAP) en Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd in Westerscheldeafzettingen (0,80 m mv/ 1,30 m +NAP). Sluiskilafzettingen (Vroege Middeleeuwen) waren niet intact. In twee boringen nabij onderhavig plangebied is op circa 0,90 m -mv baksteen aangetroffen.
8
4551888100
Artefact!
Archeologisch bureauonderzoek, voortraject van onderzoek nr. 9.
9
4552098100
Artefact!
Archeologisch booronderzoek (2017). 99 Intact dekzand plaatselijk aanwezig tussen 3,75 en 4,80 m -NAP; op sommige plaatsen echter geërodeerd. In deel van de boringen intacte top Hollandveen aanwezig tussen 1,31 en 1,98 m -NAP. In deel van de boringen vrij gaaf Sluiskilniveau, hier geldt hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd; in 3 boringen aanwijzingen voor menselijke activiteit (ten eerste laklaag/oude akkerlaag, ten tweede compactie, mogelijk als gevolg van aanwezigheid historisch grondlichaam, en ten derde vergraven kleilaag, mogelijk veenwinningskuil). Laatstgenoemde niveau ligt echter binnen de nieuw vastgestelde vrijstellingsdiepte van 3 m -mv. Advies
96 Coppens 2016. 97 Laan & Tol 2018. 98 Delporte 2017. 99 Delporte & D’hondt 2018.
48
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
vervolgonderzoek bij toekomstige bodemingrepen dieper dan 3 m mv in delen van het betreffende plangebied. 10
4568760100
Edufact
Vrijstellingenkaart (2017).100 Zie hoofdstuk 1.3.
11
4752127100
Artefact!
Archeologisch booronderzoek (2019). 101 Scheldeafzettingen en Schelderestgeulafzettingen niet aangeboord; hoge verwachting voor Finaal Paleolithicum t/m Midden Neolithicum in top Laagpakket van Wierden, vanaf 4,25 m -mv/ 2,17 m -NAP. Middelhoge verwachting Late IJzertijd-Romeinse tijd in top Hollandveen, aanwezig in deel onderzoeksgebied vanaf 2,95 m -mv/ 0,76 m -NAP. In deel onderzoeksgebied hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd in Sluiskilafzettingen (vanaf 2,8 m -mv/ 0,67 m -NAP), mede op basis van voorkomen oud maaiveld en verwachte ligging Vremdijcke. I.v.m. aard voorgenomen werkzaamheden geen vervolgonderzoek geadviseerd.
12
5118863100
Artefact!
Archeologisch booronderzoek (2021). 102 Dekzand vanaf 3,57 m -mv/ 2,12 m -NAP, top is deels intact. Het veen is meer dan 1 meter dik ontwikkeld en is aangetroffen vanaf 2,30 m -mv/ 0,96 m -NAP. Het veen heeft zich ontwikkeld als bosveen, aan de basis van het veen zijn meerdere boringen gestuit op hout, wat laat vermoeden dat zich resten van een oerbos onderin het veen bevinden (of eventueel, maar minder waarschijnlijk, op het pleistoceen dekzand). Een sterk amorfe (en soms veraarde) top maakt duidelijk dat het veen uiteindelijk hoog is opgegroeid en goed ontwaterd. In het Laagpakket van Walcheren zijn twee lagen onderscheiden: ten eerste Sluiskilafzettingen (top op 1,40 m -mv (0,12 m -NAP). Geen duidelijke sporen van een (antropogeen) doorwerkte bodem, wel een dun vegetatielaagje (vermoedelijk het oude maaiveld) met rietwortels die wijzen op een natte omgeving. De omgeving van het plangebied werd in de 12de mogelijk 13de eeuw ingepolderd. Het bedijkte middeleeuwse landschap is vanaf de Late Middeleeuwen meerdere keren overspoeld door hevige stormvloeden en militaire inundaties. In het begin van de 17de eeuw kwam het gebied voor lange tijd onder invloed van de Westerschelde.
De dikte van dit jonger dek bedraagt 1,40 tot 1,70 m en kan lithostratigrafisch geïnterpreteerd worden als jongere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, door Vos benoemd als Westerscheldeafzettingen. In enkele boringen zijn moerneringskuilen aangetroffen, verder geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats. Met het oog op de planvorming is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
In onderstaande tabel worden de twee vondstlocaties kort besproken die in Archis bekend zijn in een straal van 1 km rond het plangebied. De nummers in de linker kolom corresponderen met de blauwe nummers in figuur 26. Nr.
Vondst locatie
Datering
Aard van de vondsten
13
1066331
MEL
Hoort bij onderzoek nr. 1. Grote hoeveelheid aardewerk (vnl. blauwgrijs en Pingsdorf-scherven) en dierlijk bot, gevonden tijdens veldkartering/booronderzoek (1997) ter hoogte van Hoogedijk / Kerpelgat. Het betreft een laatmiddeleeuwse (14de/ 15de eeuw) huisplaats/boerderij (ca. 30 x30
100 De Visser & De Weerd 2017.
49
101 Delporte 2020. 102 Van den Berg & Wattenberghe 2022.
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
m), aangeboord door Bazen in 1972. De vindplaats ligt op een oeverwal langs een kreekje. Bouwmateriaal werd niet aangetroffen. Een controleboring toonde een sterk met fosfaten aangerijkte toplaag. 14
1068079
NTV-NTM
Wal / omwalling van schans Den Abeele. Particuliere melding (1998).
15
1183658
MEL-NT
Resten van bewoning (keramiek, bouwmateriaal, metaal, dierlijk bot, glas). Hoort bij onderzoek nr. 6.
Samenvattend blijkt uit bovenstaande informatie dat in een straal van 1 km rond het plangebied archeologische resten zijn aangetroffen uit de periode vanaf de Late Middeleeuwen. Vindplaatsen bevinden zich ten zuidwesten en ten zuidoosten van het plangebied. Resten van grotere ouderdom kunnen theoretisch aanwezig zijn in (de top van) het veen en in (de top van) het dekzand, maar deze zijn binnen 1 km rond het plangebied dus nog niet aangetroffen. Oudere archeologische waarden in de (wijdere) omgeving van het plangebied103 In de wijdere omgeving van het plangebied zijn wel resten van grotere ouderdom gevonden. Deze worden hieronder besproken. De vroegste getuigen van menselijke aanwezigheid in Zeeuws-Vlaanderen dateren uit het Midden-Paleolithicum (tot circa 35.000 v. Chr.) en bestaan uit enkele afslagen en werktuigen, waaronder vuurstenen vuistbijlen. Deze relicten van Neanderthalers zijn echter in verspoelde (Cadzand) of in losse context (Nieuw Namen) aangetroffen. Ook van de daarop volgende periode, het Laat-Paleolithicum (35.000 tot 8.800 BC), worden de meeste artefacten in secundaire context waargenomen, bijvoorbeeld rond Nieuw Namen en op het strand van Cadzand. 104 Bij de bouw van een bejaardentehuis in Axel zijn op een paleosol meer dan 100 vuurstenen werktuigen van de Tjongercultuur aangetroffen, die getuigen van menselijke bewoning.
Vindplaatsen uit het Mesolithicum zijn in Zeeland primair bekend uit Zeeuws-Vlaanderen. Bij de aanleg van de Middensluis in het Kanaal van Gent naar Terneuzen is in de jaren ’60 van de vorige eeuw een mesolithische pijlpunt aangetroffen. 105 Bij een nieuwbouwwijk in Othene, direct ten oosten van Terneuzen, is in 2010 een zogenaamde tranchetbijl uit het Mesolithicum gevonden. Deze bijl is gevonden aan het maaiveld, maar is wellicht opgegraven bij de aanleg van een waterpartij.106 Bij karterend booronderzoek en micromorfologisch onderzoek bij de Sluiskiltunnel zijn in de top van het dekzand verschillende microchips aangetroffen. 107 In 2016 zijn op drie locaties binnen het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen in totaal drie vuursteenartefacten aangetroffen in de onderzijde van het veen of bovenzijde van het dekzand, deze dateren uit het Mesolithicum of Neolithicum.108 Archeologische resten uit Neolithicum, Bronstijd en IJzertijd zijn schaars, vermoedelijk omdat er lange tijd sprake is geweest van nattere omstandigheden en veengroei. In 1902 is in Terneuzen een geslepen bijl gevonden, vermoedelijk in het veen.109 Laatstgenoemde vondst toont aan dat het veengebied in die periode door mensen is bezocht, zonder dat dit per se betekent dat hier bewoning heeft plaatsgevonden.
Nabij Terneuzen, bij de aanleg van de Zeesluis in 1962, zijn in het veen greppels uit de Romeinse tijd waargenomen.110 Rond het sluizencomplex zijn meerdere fragmenten Romeins aardewerk uit de 2de/3de eeuw gevonden.111 Bij karterend
103 Informatie in deze paragraaf is grotendeels ontleend aan: Delporte 2020. 104 Kuipers & Swiers 2005: 15.
50
105 De Boer 2013: 28. 106 Mondelinge mededeling dhr. R. Lensen, in: D’hondt & Wattenberghe 2015. 107 Noens et al. 2012: 198.
108
De vondsten zijn opgeboord met een avegaarboor en zijn dan ook gedeeltelijk verplaatst bij het boren, waardoor een exacte bepaling van het vondstniveau niet mogelijk was. Vos et al. 2016. 109 Jongepier 1995: 50. 110 Munaut 1967 : 19. 111 ARCHIS3, vondstlocatie 2958350100; Vos et al. 2016.
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
en waarderend archeologisch boor-zeefonderzoek in 2016 op drie locaties binnen het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen zijn eveneens verschillende fragmenten aardewerk aangetroffen die wijzen op bewoning in deze periode. 112 Overige meldingen Navraag bij het Zeeuws Archeologisch Depot (mail helpdesk archeologie d.d. 7 juli 2022) heeft geen aanvullende informatie opgeleverd t.a.v. het plangebied. Luchtfotoanalyse Luchtfoto’s kunnen soms aan de hand van herkenbare soil- en/of cropmarks aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van mogelijke archeologische vindplaatsen (of verstoringen) in de bodem. In het kader van het bureauonderzoek zijn meerdere lucht- en satellietfoto’s geraadpleegd om eventuele aanvullende informatie te verkrijgen over de ontwikkeling van het plangebied. Het betreft luchtfoto’s uit 1959 en ca. 1970 (Geoloket Atlas van Zeeland), 1989 (FotoAtlas Zeeland 1989) en satellietfoto’s uit 2002, 2003, 2005 en 2007 t/m 2020 (Geoloket Atlas van Zeeland). Luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog (via Wageningen University & Research) zijn voor het plangebied niet beschikbaar. Op een luchtfoto uit 2010 is centraal in het plangebied een grillig beeld te zien van donkere en lichte verkleuringen (globaal aangegeven met een blauwe pijl). Het patroon correspondeert grofweg met de hoogteverschillen die in dit gebied te zien zijn op het AHN (zie figuur 11).
Een lineaire, noordwest-zuidoost georiënteerde, donkere verkleuring in het zuidwesten van het plangebied (gele pijl op onderstaande figuur) staat haaks op het bestaande slotenpatroon. Het kan zodoende een restant zijn van een oude sloot of greppel, al is deze op oudere luchtfoto’s en kaartmateriaal niet aangetroffen. Duidelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in, of in de directe nabijheid van het plangebied, zijn op de geraadpleegde luchtfoto’s niet waargenomen.
112
Vos et al. 2016.
51
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
Figuur 27 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op een luchtfoto uit 2010. Blauwe pijl: verkleuringen die lijken te corresponderen met plaatselijke hoogteverchillen. Gele pijl: lineaire verkleuring. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.
2.5
Bouw- en cultuurhistorische waarden
Bouw- en cultuurhistorische waarden Om vast te stellen of binnen, of direct grenzend aan, het plangebied waardevolle bouwhistorische of cultuurhistorische elementen voorkomen, is het Geoloket Cultuurhistorie van de Provincie Zeeland geraadpleegd.113 De ligging van het plangebied in de Lovenpolder (1542), alsook de aanwezigheid van een deel van de middeleeuwse Fronendijk en de gesuggereerde ligging van het tweede Vremdijcke ter hoogte van het plangebied is reeds besproken in hoofdstuk 2.3.1. Hier vallen nog de volgende elementen uit het Geoloket aan toe te voegen: ⎯ Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich de Lovendijk (1542), deels als relict en deels waterkerend. Langs het waterkerende deel bevindt zich een circa 1.700 m lange, zogenoemde Muraltmuur. Ir. De Muralt, van 1903 tot 1913 hoofd van de Technische Dienst van het Waterschap Schouwen, ontwikkelde het “systeem de Muralt”, bestaande uit betonnen elementen. Deze Muraltmuren zijn vanaf 1906 geplaatst op zo’n 120 km van de Zeeuwse zeedijken. Het merendeel hiervan is inmiddels verdwenen. In Zeeuws-Vlaanderen bestaat alleen nog de muur van de Lovenpolder. Hier werd de verhoging in 1933 geplaatst op de voormalige zeedijk; dit was het laatste jaar waarin dit systeem werd toegepast. Bij de afsluiting van de Braakman in 1952 heeft de dijk de functie als zeewering verloren.
113 https://intgwbp.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Cultuurhistorie
52
ARTEFACT RAPPORT 718
HOEK LOVENWEG 4
⎯ Het water langs de westelijke noordgrens van het plangebied is een uitloper van de Voorste Kreek. De Voorste Kreek is waarschijnlijk een restant van de oude Braakman. Deze geul bestond al in de 13 de eeuw en is door stormvloeden steeds groter geworden, met een maximale omvang waarschijnlijk aan het eind van de 16 de eeuw. Lange tijd vormde het water de toegang tot o.a. de havens van Axel en Sas van Gent. In 1542 werd de Voorste Kreek binnengedijkt bij de bedijking van de Lovenpolder. ⎯ De woning van Lovenweg 3, waarvan het erf aan de westzijde van het plangebied grenst, betreft een historische boerderij zonder verdere status. De naam luidt ‘’t Perdies’. Het bouwjaar wordt niet vermeld, maar dit pand komt nog niet voor op topografische kaarten uit 1916 en eerder. ⎯ De woning van Lovenweg 4, die binnen het plangebied valt, is een historische boerderij met een status als MIP-monument (monumentnummer 3670; figuur 28). De bouwstijl is onbekend. Het bouwjaar staat niet vermeld in het Geoloket; in een database van MIP-objecten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt de woning gedateerd in de 19de eeuw. In hoofdstuk 2.3.1 bleek dat op het betreffende erf al bebouwing staat aangegeven op de Kadastrale Minuut (circa 1830) en mogelijk ook op oudere kaarten; dit kunnen voorgangers zijn van de huidige bebouwing.
Figuur 28 De woning van Lovenweg 4, die geregistreerd staat als MIP-monument. Bron: Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.
Militair erfgoed De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel uit de Tweede Wereldoorlog). Raadpleging van de kaart leert dat 53