2023-05-24 - Bijlagen toelichting
Tekst van het document
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
AM22365 Certificaatnummer/Versie Zelzaetseweg tussen nr. 10 en nr. 12, Zuiddorpe Startdatum analyse Datum einde analyse Lennart Koomen Rapportagedatum Bijlage Pagina Eenheid
1
trans 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
CKW (som)
µg/L
<1.6
Analyse
S S
Tribroommethaan
µg/L
<0.20
S
Vinylchloride
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7
µg/L
0.14
S
1,1-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,3-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
Dichloorpropanen som factor 0.7
µg/L
0.42
Minerale olie (C10-C12)
µg/L
<10
Minerale olie (C12-C16)
µg/L
<10
Minerale olie (C16-C21)
µg/L
<10
Minerale olie (C21-C30)
µg/L
<15
Minerale olie (C30-C35)
µg/L
<10
Minerale olie (C35-C40)
µg/L
<10
Minerale olie totaal (C10-C40)
µg/L
<50
S
2022127284/1 17-Aug-2022 19-Aug-2022 19-Aug-2022/11:36 A,B,C 2/2
1)
Minerale olie
S
Nr. Uw monsteromschrijving
1
01
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Water (AS3000)
12924540
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2022127284/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
12924540
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
01
0680602852
01
290
390
16-Aug-2022
1
0680602821
01
290
390
16-Aug-2022
2
0801063976
01
290
390
16-Aug-2022
3
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2022127284/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2022127284/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
Barium (Ba)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Metalen
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
Aromaten (BTEXN)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Xylenen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Styreen
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen
VOCl (11)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Tribroommethaan (Bromoform)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Vinylchloride
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,1-Dichlooretheen
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
DiClEtheen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,1-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,2-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,3-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
DiChlprop. som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
W0215
GC-FID
pb 3110-5
Minerale olie
Minerale olie (C10-C40)
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
aeres milieu
Bijlage 8 Omgevingsrapportage Zelzaetseweg tussen nr. 10 en 12 Zuiddorpe
AM22365
Bodeminformatie Tussen Zelzaetseweg 10 en 12 ( kadastraal perceel 1023 voorste deel)
Onderzoeksgebied 25-meter contour Perceelgrenzen Locatie Onderzoek
Verontreinigingscontour Saneringscontour Zorgmaatregel Adreslocatie Tank
Rapportage aangemaakt: 18-7-2022
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
1
Inhoudsopgave 1
Welke informatie kunt u vinden in het rapport ............................................................................................................ 3
2
Informatie over geselecteerd perceel/adres ............................................................................................................... 5
3
4
5
2.1
Overzicht locaties ............................................................................................................................... 5
2.2
Overzicht bodemonderzoeken............................................................................................................ 5
2.3
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) ............................................... 5
2.4
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) ................................................................ 5
Informatie over objecten binnen een straal van 25 meter om geselecteerd perceel/adres ......................................... 6 3.1
Overzicht locaties ............................................................................................................................... 6
3.2
Overzicht bodemonderzoeken............................................................................................................ 6
3.3
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) ............................................... 6
3.4
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) ................................................................ 6
Overige informatie ...................................................................................................................................................... 7 4.1
Historisch kaartmateriaal afkomstig van www.topotijdreis.nl .............................................................. 7
4.2
Bodemkwaliteitskaart ....................................................................................................................... 11
4.3
Kadastrale percelen ......................................................................................................................... 13
Disclaimer ................................................................................................................................................................. 14
Bijlage 1 Toelichting onderzoeken .................................................................................................................................... 15
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
2
1
Welke informatie kunt u vinden in het rapport
Welke informatie vindt u in dit rapport Dit rapport is een geautomatiseerde samenvatting van de bij de gemeente bekende gegevens over de bodemkwaliteit. De informatie is afkomstig uit het gezamenlijke bodeminformatiesysteem (BIS) van de Provincie Zeeland, de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland en de gemeente Hulst, de gemeente Sluis en de gemeente Terneuzen. Het rapport geeft geen informatie over bouw-, milieu- en hinderwetvergunningen en meldingen Activiteitenbesluit. Het plaatje op de voorzijde van dit rapport geeft in één oogopslag weer welke relevante bodeminformatie voorhanden is. Het rapport is onderverdeeld in de beschikbare informatie op het door u geselecteerde perceel en de informatie op de percelen in de directe omgeving met een straal van 25meter. Hieronder wordt een korte uitleg gegeven van wat u in dit rapport aantreft. Locatie Dit betreft de naam waaronder de onderzoekslocatie bij de gemeente bekend staat. Hier staat de vervolgactie in het kader van de Wet bodembescherming beschreven. Onderzoeken De rapporten van deze onderzoeken of saneringen zijn, indien niet via de downloadlink in deze uitdraai beschikbaar, op te vragen bij de betreffende gemeente. In de bijlage van dit rapport wordt een korte uitleg gegeven over de verschillende typen bodemonderzoeken.
Verontreinigingscontouren Deze contour, weergegeven in het plaatje op de voorzijde van dit rapport, laat de verspreiding zien van een verontreiniging in de grond en/of het grondwater . Dit zijn veelal contouren die door de Provincie Zeeland in het kader van de Wet bodembescherming is vastgesteld en waarop dus een beschikking is afgegeven. In de beschikking (zie besluit verder in de toelichting) worden eventuele gebruiksbeperkingen opgenomen. Saneringscontouren Deze contour, eveneens weergegeven in het plaatje op de voorzijde van dit rapport, laat zien welke verontreiniging in de grond en/of het grondwater is gesaneerd. Dit zijn veelal contouren die gekoppeld zijn aan een besluit dat door de Provincie Zeeland in het kader van de Wet bodembescherming is genomen en waarop dus een beschikking is afgegeven. Besluiten Geregistreerde besluiten worden genomen door de Provincie Zeeland en hebben betrekking op het vaststellen van een aanwezige verontreiniging of het saneren daarvan. Dit gaat in de vorm van een beschikking. Of er een besluit is genomen hangt af of de verontreiniging gemeld is bij de Provincie Zeeland. Bij het besluit is het kenmerk, de datum en de status weergegeven.
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten Hier worden (bedrijfsmatige) activiteiten vermeld die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken en die op de aangegeven locatie plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden. Deze lijst is onder andere gebaseerd op het historische bodembestand (HBB), Hinderwetvergunningen en inschrijvingen bij de kamer van koophandel. Het kan echter zijn dat niet alle bij de gemeente of uitvoeringsdienst geregistreerde vergunningen of meldingen zijn opgenomen. Voor het opvragen van deze dossiers dient u contact op te nemen met de betreffende gemeente. Overzicht geregistreerde (ondergrondse) tanks Hier worden de bij de gemeente geregistreerde ondergrondse of bovengrondse brandstoftanks met hun status opgenomen. Het kan zijn dat tanks gesaneerd en fysiek verwijderd zijn of gesaneerd achter zijn gebleven. Deze informatie heeft mogelijk een overlap met het onderdeel “Overzicht historische bodembedreigende activiteiten”. Het kan ook zijn dat er een tank ligt die niet geregistreerd is en waarvan wij dus geen weet hebben. Bodemkwaliteitskaart (Bkk) Bodemkwaliteitskaart is een (digitale) kaart waarop de karakteristiek van de gebiedseigen bodemkwaliteit is weergegeven. De kaart maakt onder meer onderscheid in bovengrond (0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv).
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
3
Wat betekenen de resultaten Indien op uw perceel bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden of als is gebleken dat er verontreinigingen of tanks in de grond aanwezig zijn, adviseren wij u een (historisch) bodemonderzoek uit te laten voeren om een actueel beeld van de bodemkwaliteit te verkrijgen. Hiervoor kunt u terecht bij verschillende hierin gespecialiseerde adviesbureaus. Meer informatie en inzien archieven Onder het kopje ‘Beschikbare documenten bij locatie’ verder in dit rapport kunt u via een link de beschikbare digitale documenten downloaden. Zijn de onderzoeken niet digitaal beschikbaar dan zijn de genoemde onderzoeken in te zien bij het archief van de betreffende gemeente. U kunt hiervoor een afspraak maken. Dit geldt ook voor de inzage in Hinderwet en Wet milieubeheer archieven. Beschikkingen die door de Provincie Zeeland die in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) zijn afgegeven zijn in te zien bij het archief van de Provincie Zeeland. Beschikkingen die zijn afgegeven door de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland, zijn digitaal te raadplegen via: http://www.rudzeeland.nl/Producten_en_diensten/Verleende_vergunningen/Bodembeschikkingen. Sinds 1995 worden ernstige gevallen van grondverontreinigingen ook geregistreerd bij het Kadaster. Grondwaterverontreiniging en waterbodemverontreinigingen hoeven niet geregistreerd te worden bij het Kadaster.
De registraties in het kader van de Wet bodembescherming kunt u opvragen bij het Kadaster. Als er onderzoeken en saneringen zijn uitgevoerd voor 1995 dan zijn hier geen beschikkingen op afgegeven en heeft ook geen registratie plaats gevonden bij het Kadaster. Voor andere informatie over de Zeeuwse ondergrond, zoals de bodemkwaliteitskaarten, archeologie en niet gesprongen explosieven kunt u terecht op www.zeeuwsbodemvenster.nl. Heeft u vragen of opmerkingen? Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente waar u de gegevens opvraagt. U kunt ons helpen door eventueel geconstateerde fouten of gebreken te melden. Als u zelf onderzoeken bezit die niet in het systeem staan, dan kunt u deze laten opnemen.
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
4
2
Informatie over geselecteerd perceel/adres
2.1 Overzicht locaties Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd. Overzicht bodemlocaties Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
2.2 Overzicht bodemonderzoeken Er zijn op dit moment geen bodemonderzoekinformatie bekend op de door u opgevraagde selectie.
2.3 Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
2.4 Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
5
3
Informatie over objecten binnen een straal van 25 meter om geselecteerd perceel/adres
3.1 Overzicht locaties Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd. Overzicht bodemlocaties Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
3.2 Overzicht bodemonderzoeken Er zijn op dit moment geen bodemonderzoekinformatie bekend op de door u opgevraagde selectie.
3.3 Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
3.4 Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) Binnen de selectie zijn geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
6
4
Overige informatie
4.1 Historisch kaartmateriaal afkomstig van www.topotijdreis.nl Bij het raadplegen van historisch kaartmateriaal (bron: Topotijdreis, www.topotijdreis.nl) kunnen aanwijzingen aangetroffen worden met betrekking tot de aanwezigheid van antropogene lagen zoals ophogingen, dempingen, stortingen en/of opvullingen ter plaatse van de onderzoekslocatie.
1864
1914
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
7
1951
1962
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
8
1972
1988
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
9
1997
1999
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
10
4.2 Bodemkwaliteitskaart Op basis van de bodemkwaliteitskaart heeft de te ontgraven grond op de onderzoekslocatie de volgende bodemkwaliteitsklasse(s):
BKK Kwaliteitsklasse bovengrond (0-0.5 m-mv)
Onderzoeksgebied 25-meter contour Achtergrondwaarde Wonen Industrie Voldoet niet aan industrie Onbekend
Klasse Achtergrondwaarde
BKK Kwaliteitsklasse ondergrond (0.5-2.0 m-mv)
Onderzoeksgebied 25-meter contour Achtergrondwaarde Wonen Industrie Voldoet niet aan industrie Onbekend
Klasse Achtergrondwaarde
Op basis van de bodemfunctieklassenkaart heeft de bodem op de onderzoekslocatie de volgende functie(s): © 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
11
Bodemfunctieklassenkaart
Onderzoeksgebied 25-meter contour Wonen Industrie Overig
Bodemfunctie overig
(Bron: Zeeuws bodemvenster, www.zeeuwsbodemvenster.nl)
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
12
4.3 Kadastrale percelen De onderzoekslocatie gaat over de volgende kadastrale percelen:
Onderzoekslocatie
Kadastrale gemeente
Sectie
AEL00 AEL00
M M
Perceelnummer
(Bron: Kadaster, Nazca IT Solutions B.V.)
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
13
5
Disclaimer
De door ons in deze rapportage beschikbaar gestelde informatie dient u te interpreteren als een inschatting van de verontreinigingsituatie op een bepaald moment. De gemeente Hulst, de gemeente Sluis, de gemeente Terneuzen, de Provincie Zeeland en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland spannen zich in de bodeminformatie regelmatig te actualiseren en/of aan te vullen. De beschikbare bodeminformatie is echter veelal door derden verstrekt en voor een groot deel gebaseerd op gedateerd bodemonderzoek en historische bedrijfsgegevens. Ondanks de zorg en aandacht die de Provincie, RUD Zeeland en de gemeente Hulst, de gemeente Sluis en de gemeente Terneuzen aan het onderhoud van de bodeminformatie besteden, blijft het daarom mogelijk dat de inhoud onvolledig en/of onjuist is. Daarom kunt u aan de hand van deze informatie geen definitieve conclusies trekken over de actuele bodemkwaliteit van de betreffende locatie. De gemeente Hulst, de gemeente Sluis, de gemeente Terneuzen, de Provincie Zeeland en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat de verontreinigingsituatie anders is dan in dit rapport is vermeld.
Wij attenderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekomstig eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht heeft als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandstoftanks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel een onderzoek naar de aanwezigheid van een tank. De informatie uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situatie opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Het is niet uitgesloten dat de gemeente dan opnieuw bodemonderzoek eist omdat de bestaande informatie verouderd is of omdat een onjuiste onderzoeksstrategie is toegepast.
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
14
Bijlage 1 Toelichting onderzoeken In de meeste gevallen worden ter voorbereiding van de uitvoering van infrastructurele werkzaamheden, woningbouw, aanvraag omgevingsvergunningen, verkoop of verhuur van terreinen en grondverplaatsing bodemonderzoeken uitgevoerd. Bij veel van deze onderzoeken is geen bodemverontreiniging geconstateerd en bij sommige in beperkte mate waarbij het niet noodzakelijk is een melding hiervoor, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming (Wbb), door te geven aan het bevoegde gezag Wbb. Hoewel de gemeenten formeel de uitgevoerde onderzoeken zullen hebben getoetst aan de Wet bodembescherming is het toetsingsresultaat in veel gevallen niet vastgelegd in het bodeminformatiesysteem. Wel is bij veel rapporten een conclusie opgenomen met daarin de resultaten van het rapport. Ten aanzien van bodemonderzoek zijn de onderstaande typen te onderscheiden: Historisch bodemonderzoek Hierbij wordt een bureau studie gedaan naar het voorkomen van (menselijke) activiteiten die bodemverontreiniging op de locatie kunnen veroorzaken. Hierbij wordt zowel naar huidige als historische activiteiten onderzoek gedaan. Zo worden o.a. oude Hinderwet-, Milieu-, bouw- en tankdossiers ingezien en wordt informatie van eigenaren en de gemeente verzameld. Op basis hiervan kan een eerste inschatting van de bodemkwaliteit worden gegeven.
Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol, de NEN 5725, te worden uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek Dit onderzoek houdt een eerste verkenning naar de bodemkwaliteit van de locatie. Hierbij vindt een bemonstering en laboratoriumanalyse van grond en grondwater plaats. Aan dit onderzoek gaat een historisch onderzoek vooraf. Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol, de NEN 5740, te worden uitgevoerd. Nul en eindsituatie bodemonderzoek Bij het oprichten en/of beëindigen van inrichtingen Wet Milieubeheer kunnen deze onderzoeken worden verplicht door het bevoegd gezag. Het betreft een eerste verkenning naar de bodemkwaliteit van de locatie, meestal gericht op de verdachte locaties waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden en er dus verontreiniging is of kan ontstaan. Hierbij vindt een bemonstering en laboratoriumanalyse van grond en grondwater plaats. Aan dit onderzoek gaat een historisch onderzoek vooraf. Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol, de NEN 5740, te worden uitgevoerd. Nader bodemonderzoek Dit onderzoek wordt uitgevoerd om een eerder aangetroffen verontreiniging nader in kaart te brengen. Zo wordt de omvang en de ernst van de verontreiniging bepaald en wordt op basis van een risicobeoordeling voor mens en milieu bepaald of sanering noodzakelijk is.
Hierbij vindt een bemonstering en laboratoriumanalyse van grond en grondwater plaats. Aan dit onderzoek gaat een verkennend bodemonderzoek vooraf. Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol, de NTA 5755, te worden uitgevoerd. Voor gevallen van ernstige verontreinigingen wordt formeel door de Provincie Zeeland een beschikking Wbb afgegeven. Saneringsplan / plan van aanpak / BUS melding Dit plan omvat een aanpak op welke wijze een bodemverontreiniging wordt gesaneerd. Dit plan dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag Wet bodembescherming of Wet milieubeheer (Gemeente of Provincie Zeeland). Voor een saneringsplan wordt formeel door de Provincie Zeeland een beschikking Wbb afgegeven. Saneringsevaluatie Dit betreft een verslag op welke wijze de sanering heeft plaatsgevonden en waarnaar de verontreinigde grond is afgevoerd of ter plaatse is gesaneerd. In dit verslag wordt aangegeven of er na sanering nog restverontreiniging aanwezig is en of er nazorg van de verontreiniging noodzakelijk is. Deze evaluatie dient te worden beschikt door het bevoegd gezag Wet bodembescherming of goedgekeurd door het bevoegd gezag Wet milieubeheer (gemeente of Provincie Zeeland). Monitoring Dit onderzoek houdt een periodieke bemonstering en analyse in van grond en grondwater.
Dit kan zijn om op frequente wijze na te gaan of er verontreiniging ontstaat of om het gedrag van reeds aanwezige verontreiniging in de gaten te houden.
© 2020, Nazca Solutions, gemeente Hulst, gemeente Sluis en gemeente Terneuzen
15
BIJLAGE 2: QUICK SCAN NATUURWETGEVING
Quickscan Natuurwetgeving Zelzaetseweg ong. te Zuiddorpe
Quickscan Natuurwetgeving Zelzaetseweg ong. te Zuiddorpe
Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM22365 : Definitief : 2 augustus 2022
Opdrachtgever
: Ordito Nieuwstraat 87 5126 CC Gilze
Opgesteld door Paraaf
: ing. W.J.J. van Oosterhout en ir. J.P.M. Hovens :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2
AM22365
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4
2.
WET- en REGELGEVING ....................................................................................................................................................................................5
2.1
Inleiding .................................................................................................................................................................................................................5
2.2
Bescherming van Natura 2000-gebieden ..................................................................................................................................................5
2.3
Natuurnetwerk Nederland..............................................................................................................................................................................6
2.4
Beschermde planten en dieren......................................................................................................................................................................6
3.
WERKWIJZE ...........................................................................................................................................................................................................8
3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden .............................................................................................................................8
3.2
Werkwijze quickscan .........................................................................................................................................................................................8
4.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ...............................................................................................................................................................9
4.1
Beschrijving plangebied...................................................................................................................................................................................9
4.2
Natura 2000-gebieden................................................................................................................................................................................... 10
4.3
Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................................................................................ 10
4.4
Beschermde planten en dieren................................................................................................................................................................... 11
5.
MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN ....................................................................................................... 13
5.1
Natura 2000 ....................................................................................................................................................................................................... 13
5.2
Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................................................................................ 13
5.3
Beschermde planten en dieren................................................................................................................................................................... 13
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 15
6.1
Natura 2000 ....................................................................................................................................................................................................... 15
6.2
Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................................................................................ 15
6.3
Beschermde planten en dieren................................................................................................................................................................... 15
LITERATUUR ..................................................................................................................................................................................................................... 16
Bijlage: 1
Toelichting per beschermingsregime
Pagina | 3
AM22365
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu B.V. in samenwerking met Faunaconsult B.V. een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Zelzaetseweg ong. te Zuiddorpe
Gemeente
: Terneuzen
Kadastrale registratie
: AEL00-M-1023
Oppervlakte
: circa 2.742 m2
Huidige bestemming
: Wonen
Toekomstige bestemming
: Wonen
De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.
Doel en status van dit document Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wnb. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.
Pagina | 4
AM22365
2. WET- en REGELGEVING 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Floraen faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken.
2.2
Bescherming van Natura 2000-gebieden
Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Verder verandert er voor Natura 2000-gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhouding)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.
Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000-gebieden en daardoor beschermd door de Wnb. Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000-gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5.
Pagina | 5
AM22365
2.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
•
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
•
landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
•
ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;
•
alle Natura 2000-gebieden.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.
2.4
Beschermde planten en dieren
De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime):
•
Vogels
alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken;
Pagina | 6
AM22365
•
Internationaal beschermde soorten
alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb);
•
Overige beschermde soorten
soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd).
De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale Staten van Zeeland, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.
Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.
Pagina | 7
AM22365
3. WERKWIJZE 3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden
Een deel van de aanwezige bomen en vegetatie wordt verwijdert. Vervolgens wordt tussen de bestaande woningen Zelzaetseweg 10 en 12 een nieuwe woning gerealiseerd. In een apart bijgebouw nabij deze nieuwe woning zal ook een premantelzorgwoning worden gebouwd. Een tekening van de toekomstige situatie is niet voorhanden.
3.2
Werkwijze quickscan
Deze quickscan natuurwetgeving is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Op 25 juli 2022 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied en de omgeving ervan bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied een geschikte habitat biedt. Alle gebouwen in het plangebied, met uitzondering van de woning, zijn daarbij van binnen en buiten met behulp van een zaklamp, ladder en RIDGID SeeSnake geïnspecteerd. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden) - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).
Pagina | 8
AM22365
4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN 4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied (zie figuur 4.1) ligt in een agrarische omgeving in het buitengebied ten zuidwesten van Zuiddorpe. Rondom het plangebied liggen aangrenzende woningen met bijbehorende tuinen, akkers en bos. Het perceel bestaat voornamelijk uit bos met boomsoorten als populier, Spaanse aak, fijnspar, schietwilg en zomereik. De overige vegetatie bestaat uit soorten als kornoelje, liguster, grote brandnetel, klimop, hazelaar, vlier, Canadese fijnstraal, hondsdraf, brede wespenorchis, akkerdistel, kleefkruid, braam, Jacobskruiskruid, venkel, tijm, koninginnekruid, smeerwortel, wilgenroosje, teunisbloem en citroenmelisse.
Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Pagina | 9
AM22365
4.2
Natura 2000-gebieden
Natura 2000-gebied ‘Canisvliet’ is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, op een afstand van circa 3,7 kilometer ten westen van het plangebied. Op respectievelijk 3,8; 6,8 en 7,4 kilometer afstand bevinden zich Natura 2000-gebieden ‘Bossen heiden van zandig Vlaanderen: oostelijk deel’, ‘Polders’ en ‘Krenkengebied’. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 4.2).
Figuur 4.2. Ligging van het plangebied (zwarte stip) ten opzichte van Natura-2000 gebieden. Bron: Natura 2000 Network Viewer.
4.3
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich op circa 660 meter afstand van het plangebied. Het beheertype betreft ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ (zie figuur 4.3).
Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het NNN (groen gekleurd). Bron: Provincie Zeeland. Pagina | 10
AM22365
4.4
Beschermde planten en dieren
Vogel en zoogdieren Buiten twee houten tuinhuisjes (zie figuur 4.4.2.) zijn er in het plangebied geen gebouwen aanwezig. Doordat de daken en gevels van beide tuinhuisjes enkelwandig zijn, en omdat er in de huisjes geen vleermuisuitwerpselen etc. werden aangetroffen, zijn verblijven van gebouw bewonende vleermuissoorten en huismus- of gierzwaluwnesten met zekerheid afwezig. Wegens het ontbreken van geschikte holtes in de bomen en grote vogelnesten is het voorkomen van verblijven van boom bewonende vleermuissoorten, roofvogelnesten en/of uilennesten uitgesloten. Er zijn tijdens het veldbezoek binnen het plangebied tevens geen andere vogelnesten aangetroffen. Mogelijk broeden er in het broedseizoen wel algemene vogels in de aanwezige vegetatie. Tijdens het veldbezoek zijn boomkruiper, merel, zanglijster, grauwe vliegenvanger en pimpelmees waargenomen. Ook eekhoornnesten zijn afwezig.
Figuur 4.4.1. De twee enkelwandige houten tuinhuisjes.
De bomen in het plangebied fungeren mogelijk als onderdeel van een vaste vliegroute en/of foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen (zie figuur 4.4.2). Vaste vliegroutes en belangrijke foerageergebieden van vleermuizen worden onder de Wet natuurbescherming als een voortplantingsplaats en rustplaats gezien (Ministerie van Economische zaken, 2016). Een aantal vleermuissoorten is daarom in tabel 4.2 opgenomen.
Figuur 4.4.2 Impressie van de samenstelling van het bos.
Dassenburchten, wissels, snuitpuntjes, latrines en holen van andere zoogdieren zijn afwezig. Voor de wezel biedt het plangebied mogelijk een geschikt habitat, de bosranden en vegetatie binnen het plangebied vormen een geschikte dekking. Pagina | 11
AM22365
Voor hermelijnen is de afwezigheid van wateren een te grote beperking. In het plangebied zijn grotere holen (die de bunzing kan gebruiken) afwezig. Algemene zoogdieren als de egel, bosmuis, bosspitsmuis, aardmuis en veldmuis kunnen tevens in het plangebied voorkomen. Planten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek alleen algemene, niet beschermde planten aangetroffen (zie paragraaf 4.1). Amfibieën, reptielen en vissen Wateren die als habitat en/of voorplantingswater kunnen dienen voor amfibieën en vissen zijn in het plangebied afwezig. Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten zoals de gewone pad het plangebied als landhabitat gebruiken. Reptielen zijn wegens het aanwezige biotoop niet te verwachten in het plangebied. Overige soorten Overige soorten die beschermd zijn onder de Wnb, zijn wegens het aanwezige biotoop niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de beschermde soorten die mogelijk voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben. Nederlandse en wetenschappelijke naam
Vogels met jaarrond
Internationaal
Overige beschermde
beschermd nest
beschermde soorten
soorten
Aardmuis (Microtus agrestis)
X
Rosse woelmuis (Myodes glareolus)
X
Wezel (Mustela nivalis)
X
Bosmuis (Apodemus sylvaticus)
X
Bosspitsmuis (Sorex araneus)
X
Veldmuis (Microtus arvalis)
X
Egel (Erinaceus europaeus)
X
Laatvlieger (Eptesicus serotinus)
X
Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)
X
Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
X
Bruine kikker (Rana temporaria)
X
Gewone pad (Bufo bufo)
X
Tabel 4.4. Potentieel in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.
Pagina | 12
AM22365
5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 5.1
Natura 2000
Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal, bovendien liggen de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden op een afstand van minstens 3,7 kilometer van het plangebied. Vanwege deze afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen effect op bovengenoemde Natura 2000gebieden. De Natura 2000-gebieden bevatten tenminste één stikstofgevoelig habitattype dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De werkzaamheden en de nieuwe verkeersbewegingen zullen leiden tot enige stikstofuitstoot. Vanwege de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied en vanwege de beperkte omvang van de ingreep verwachten wij echter geen significant effect op de Natura 2000-gebieden.
5.2
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op circa 660 meter afstand van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het beheertype ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ is een matig voedselrijk vegetatietype, hierdoor is dit beheertype niet bijzonder gevoelig voor N-depositie. De voorgenomen werkzaamheden hebben waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNN.
5.3
Beschermde planten en dieren
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: •
Bij de werkzaamheden kunnen voortplantings- en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.
•
De bomen in het plangebied vormen mogelijk als klein onderdeel van een vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Het kappen van enkele bomen zal geen noemenswaardige aantasting zijn, omdat er voldoende bomen in en rond het plangebied aanwezig blijven. Het plaatsen van vleermuisonvriendelijke buitenverlichting kan wel een belangrijke verstoring voor vleermuizen opleveren.
•
Het plangebied fungeert mogelijk als leefgebied voor wezel en hermelijn. De voorgenomen herinrichting kan dus leiden tot vernietiging van leefgebied van beide soorten.
•
Als de werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaatsvinden kunnen broedende vogels worden verstoord of gedood, tevens kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels.
Pagina | 13
AM22365
In tabel 5.3 zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.
Soort
Beschermingsregime Wnb
Algemeen voorkomende
Art. 3.1
Art. 3.1
Art. 3.5
Art. 3.5
Art. 3.5
Art. 3.5
Art. 3.10
lid 1
lid 2
lid 1
lid 2
lid 3
lid 4
lid 1
Overige soorten
grondgebonden zoogdieren en
X
amfibieën Vleermuizen
Internationaal beschermde
X
soorten Algemene in opgaande vegetaties
Vogels
broedende vogels Wezel
X
X
X
Overige soorten
X
Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.
Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vange n van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A -soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet va n toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).
Pagina | 14
AM22365
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1
Natura 2000
De plannen zullen waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename verwacht wordt, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb.
6.2
Natuurnetwerk Nederland
De plannen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Er zijn geen negatieve effecten op het NNN te verwachten, op dit punt zijn er geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.
6.3
Beschermde planten en dieren
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Zeeland een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen: foerageergebied en vliegroutes De bomen in het plangebied fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Wanneer er bomen worden gekapt gaat er mogelijk een deel van een vaste vliegroute of foerageergebied verloren, er zijn echter voldoende bomen in de directe omgeving die alternatieve geleiding bieden, een eventueel aanwezige vliegroute zal hierdoor niet noemenswaardig worden aangetast.
Het is voor vleermuizen aan te bevelen inlandse loofboomsoorten waar mogelijk te behouden, zij vormen een geschikte voedselbron voor insecten, die vervolgens weer als voedsel voor vleermuizen kunnen dienen. Wezel In het plangebied komt mogelijk de wezel voor, deze soort is in de provincie Zeeland niet vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkeling. Conform Bouwens (2017) hoeven plangebieden kleiner dan één hectare niet nader te worden onderzocht op het voorkomen van kleine marterachtigen. Het plangebied is minder dan één hectare groot, er dient dus geen nader onderzoek naar de aanwezigheid van wezel en hermelijn plaats te vinden.
Pagina | 15
AM22365
LITERATUUR •
Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Versie 11 oktober 2017.
•
Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
•
Provinciale
Staten
van
Zeeland,
2016.
Verordening
Wet
natuurbescherming
Zeeland
2017.
Link:
http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Zeeland/423608/423608_1.html.
Pagina | 16
AM22365
BIJLAGE 1. TOELICHTING PER BESCHERMINGSREGIME Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden:
•
het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb)
•
het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb)
•
het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb)
•
het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb)
•
het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb)
•
het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb)
•
het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb).
Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling.
Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling.
Pagina | 17
AM22365
Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan. Dit betekent dat er:
•
geen andere bevredigende oplossing mag bestaan;
•
de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en;
•
de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: -
het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
-
het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
-
ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
-
ter bescherming van flora of fauna;
-
voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of
-
om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Internationaal beschermde soorten Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis.
Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn:
•
het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb)
•
het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb)
•
het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb)
•
het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb)
•
het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb)
•
het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb).
Pagina | 18
AM22365
Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien:
•
er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)
•
er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan
•
de ontheffing of vrijstelling nodig is: -
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
-
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
-
in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
-
voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of
-
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
Overige beschermde soorten Dit aanvullende beschermingsregime vloeit niet voort uit Europese wet- of regelgeving en beschermt alleen de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen.
Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Pagina | 19
AM22365
De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden.
Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten. Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: