CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-11-30 - bijlage Verkenning huisvesting voortgezet onderwijs

gemeenteraad 15 december 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen locatiekeuze voortgezet onderwijs20.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In dit onderzoek gaan we uit van 6 gymzalen van 455 m2. Op dit moment heeft het Lodewijk College op iedere locatie de beschikking over 4 gymzalen dus in totaal zijn nu 8 gymzalen beschikbaar. UITGANGSPUNT: 6 gymzalen van 455 m2 BVO. UITGANGSPUNT: 6 gymzalen op maaiveld niveau: 2.730 m2 BVO; Aansluitend zijn we in de financiële berekeningen uitgegaan van de realisatie van 6 gymzalen op Zeldenrustlaan en 4 gymzalen op Vliegende Vaart. Dit lichten wij hieronder nader toe.

48

Definitief – november 2022 De bestaande sporthal van de Vliegende Vaart is op te delen in vier gymzalen. In een reguliere week worden deze zalen overdag deels verhuurd. Een eerste grove analyse laat zien dat er zo’n 84 uur per week (iedere gymzaal 21 uur per week) gebruik gemaakt zou kunnen worden van een gymzaal. Uiteraard zal dit ook voor de huidige gebruikers / huurders van de gymzaal consequenties hebben. Grofweg zouden bij een keuze voor de Vliegende Vaart twee gymzalen minder kunnen worden gebouwd. Bij een keuze voor de Zeldenrustlaan is dit niet aan de orde. Een gymzaal is immers een basisvoorziening voor reguliere lo-lessen en moet bij voorkeur direct verbonden zijn aan de school en anders – aldus de school - op maximaal 5 minuten lopen (maximaal 500 meter) van de school beschikbaar zijn. UITGANGSPUNT: Op basis van 2.200 leerlingen is de ruimtebehoefte voor de school 16.460 m2 BVO. Er is al 696 m2 BVO in het Centrum Top Techniek voor de vierdejaars techniek aanwezig. Resterend te realiseren vloeroppervlak: 15.764 m2 BVO. Voor beide locaties geldt dat er een mogelijkheid is om hoger dan twee lagen te bouwen. Hoger bouwen resulteert in een kleiner benodigd locatieoppervlak (footprint). De bouwprijs per vierkante meter gaat echter omhoog bij de bouw van een gebouw met drie of meer bouwlagen.

De prijs per vierkante meter stijgt ongeveer met vijf procent bij bouwen hoger dan twee bouwlagen. Uiteraard is de exacte prijs ontwerpafhankelijk. Een drielaagsgebouw (40 procent nodig voor footprint) zorgt voor een reductie van het benodigd locatieoppervlak. Aangezien de omvang (capaciteit) van beide locaties vergelijkbaar is, hanteren wij het uitgangspunt van Hevo. Het is gemakkelijker om van een tweelaagsnaar een drielaagsgebouw te gaan (extra ruimte komt beschikbaar) dan visa versa. Hiervan is circa 60% nodig voor de footprint van het gebouw: 9.459 m2 BVO.

Fietsenstalling De oppervlakte ten behoeve van de fietsenstalling is in het onderzoek van Hevo berekend aan de hand van de ontwerpwijzer Fiets van het CROW en uitgaande van 1,5 m2 per fietsparkeerplek. Hevo heeft in eerste instantie in haar onderzoek gerekend met een oppervlak van 15.402 m2 voor de nieuwe school. Later in het onderzoek is dit bijgesteld naar 17.151 m2. Aangezien wij in dit onderzoek uitgaan van een te realiseren vloeroppervlak van 15.764 m2 BVO gaan wij uit van een te realiseren fietsenstalling van 2.144 m2. Tabel 27 Benodigde ruimte fietsenstalling

Middelbare school leerlingen Middelbare school medewerkers

13 per 100 m2 0,6 per 100 m2

2.144 m2

Parkeerplaatsen De oppervlakte ten behoeve van de parkeerplaatsen is in het onderzoek van Hevo berekend aan de hand van de gemeentelijke norm en uitgaande van 25 m2 per parkeerplek (waarbij 126 leerlingen vierdejaars techniek3 zijn afgetrokken van het totaal; 2.200 – 126 = 2.074 leerlingen vormt hiervoor het uitgangspunt). Tabel 28 Benodigde ruimte parkeerplaatsen

Middelbare school leerlingen

3

4,6 per 100 leerlingen

Overgenomen uit onderzoek Hevo (2020)

49

2.385 m2

Definitief – november 2022 Het Lodewijk College heeft in 2019-2020 zelf de parkeerbehoefte geïnventariseerd en komt aan een behoefte van 200 parkeerplaatsen. Vertaalt naar oppervlakte is dit 5.000 m2. Vooralsnog hanteren we de norm. Na een locatiekeuze zullen we in overleg met schoolbestuur en eventuele samenwerkingspartners moeten bepalen of een afwijking van de norm gewenst is en zo ja of de afwijking dan wellicht te vinden is in dubbelgebruik van bestaande parkeerplaatsen (zie ook paragraaf 6.3). AANDACHTSPUNT: norm hanteren en normbekostiging aanhouden, betekent bij bijstellen in overleg met schoolbestuur dat rekening moet worden gehouden met extra kosten

Groenvoorzieningen In het onderzoek van Hevo is voor noodzakelijke groenvoorzieningen een aanname gedaan van 10% van het terreinoppervlak. Dit was bij Hevo 1.842 m2. Als wij dezelfde systematiek hanteren, komen we nu op 1.399 m2 voor groenvoorzieningen. In de praktijk betreft de ruimte voor groenvoorzieningen vaak een restruimte. Naar verwachting zal dit meer zijn dan de genoemde oppervlakte. Deze ‘extra oppervlakte’ zal bij de locatie Vliegende Vaart groter zijn dan bij locatie Zeldenrustlaan. Tabel 29 Minimaal vereiste omvang

1 2 3 4 5 6 7

Footprint gebouw Fietsenstalling Parkeerplaatsen Groenvoorzieningen Terrein (speelplaats) Gymzalen Sportvelden

Hevo 10.290 m2 3.142 m2 5.000 m2 1.843 m2 3.640 m2 14.280 m2

Huidig onderzoek 9.459 m2 2.144 m2 2.385 m2 1.399 m2 1.725 m2 2.730 m2 14.280 m2

9 10 11 12

Schoolgebouw en terrein (=1 t/m 5) Schoolgebouw, sportzalen en terrein (=1 t/m 6) Schoolgebouw, sportvelden en terrein (=1 t/m 5 +7) Schoolgebouw, sportzalen, sportvelden en terrein (= 1 t/m 7)

20.275 m2 23.915 m2 34.555 m2 38.195 m2

17.112 m2 19.851 m2 31.392 m2 33.667 m2

50

Definitief – november 2022

Bijlage 5

Uitgangspunten financieel criterium

In deze bijlage geven we een toelichting op de uitgangspunten die we ambtelijk hanteerden voor het maken van een financiële vergelijking tussen de locaties Vliegende Vaart en Zeldenrustlaan. Allereerst maakten we gebruik van het door Hevo opgeleverde haalbaarheidsonderzoek voortgezet onderwijs (Hevo, 2020). De in dit rapport genoemde bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 1 januari 2020. Van Hevo ontvingen we een update van de in dit rapport genoemde bedragen gebaseerd op prijspeil 1 januari 2022. Het is vervolgens lastig om de kostenontwikkeling naar 2028 te bepalen. In het tweede kwartaal van 2022 zijn de bouwkosten – gedifferentieerd naar discipline en materialen – sterker gestegen dan in de periode daarvoor. Hevo houdt rekening met een gemiddelde bouwkostenstijging over 2022 van tussen de 6 en 8 procent. Hevo verwacht dat deze stijging de komende jaren niet op dezelfde manier door zal gaan, maar het is onzeker of we langdurig te maken krijgen met een inflatie van 2-3 procent of dat er een correctie komt voor de uitzonderlijke stijging van dit jaar. In onderstaande geven we een nadere toelichting op - Indexering - Onvoorzien - Stichtingskosten gebouw - Stichtingskosten sportvoorzieningen - Kosten infrastructurele aanpassingen - Tijdelijke huisvesting - Kosten eerste inrichting - Eigen bijdrage schoolbestuur

Indexering We zijn voor de financiële verkenning uitgegaan van twee varianten van indexering gebaseerd op bovenstaande gegevens van Hevo. Voor variant 1 rekenden we met een cumulatieve inflatie van 19 procent (6 procent in 2022, 2 procent in 2023 tot en met 2027 en 1,5 procent in 2028). Voor variant 2 rekenden we met een cumulatieve inflatie van 28 procent (8 procent in 2022, 3 procent in 2023 tot en met 2027 en 2,25 procent in 2028). Hierbij vermelden wij dat een extremer scenario met hogere indexering dan waar wij mee rekenden, uiteraard denkbaar is.

Onvoorzien Bovenop de indexering houden we rekening met 10 procent onvoorzien. Hier is in het rapport van Hevo geen rekening mee gehouden.

Stichtingskosten gebouw Hevo leverde op 15 oktober 2020 het haalbaarheidsonderzoek voortgezet onderwijs op. Hevo ging bij het berekenen van de stichtingskosten gebouw uit van het absoluut benodigde minimum niveau (sober) in twee varianten. In de eerste variant ging Hevo uit van de eis bouwbesluit inclusief BENG. BENG staat voor Bijna EnergieNeutraal Gebouw. Bijna omdat er nog sprake mag zijn van een klein gebouwgebonden energiegebruik. Dit is een eis die gesteld wordt vanaf 1 januari 2021. 51

Definitief – november 2022 In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) gaven wij aan in het geval van nieuwbouw, de realisatie van gasloze, energieneutrale gebouwen (Eng) te beogen. Hevo berekende daarom in de tweede variant ook de stichtingskosten voor het schoolgebouw in geval van de eis bouwbesluit inclusief Eng. De bron van het referentieniveau voor de stichtingskosten is de bouwkostenconfigurator (prijspeil 1-12020). Tabel 30

Bouwbesluit + BENG Bouwbesluit + Eng

€ 1.700 / m2 BVO € 1.826 / m2 BVO

Bij toepassing van de kostenconfiguratoren zoals uitgegeven per 1-1-2022 worden deze bedragen: Tabel 31

Bouwbesluit + BENG Bouwbesluit + Eng

€ 1.901 / m2 BVO € 1.990 / m2 BVO

Uitgangspunten voor bovenstaande tabellen (30 en 31) zijn: wettelijke minimum eisen, Marsh eisen en bij variant twee ook de aanvullende kosten voor ENG. Er is geen rekening gehouden met het kwaliteitskader huisvesting. Kwaliteitskader Als het kwaliteitskader huisvesting van toepassing wordt verklaard, is sprake van extra kosten. Vaste kosten, overig Naast de vaste, basis kosten zijn er door middel van de bouwkostenconfigurator van Hevo ook aanvullende kosten in beeld te brengen. Afhankelijk van het ambitieniveau voor onderwijskundige visie (leerpleinen) en/of esthetische kwaliteit en dergelijke is sprake van meerkosten. Frisse scholen Bij Frisse scholen de mogelijkheid om te kiezen voor standaard kwaliteitsadvies Frisse Scholen HEVO. Ook dit leidt tot meerkosten. Andere varianten zijn ook mogelijk. Zo kan een kwaliteitsniveau worden gekozen voor energie, lucht, temperatuur, licht, geluid en kwaliteitsborging. Exploitatiegericht bouwen Bij exploitatiegericht bouwen zijn drie te maken keuzes:  Toepassing aluminium kozijnen  Onderhoudsarme vloerafwerking  Onderhoudsarme wandafwerking Duurzaam bouwen Bij duurzaam bouwen zijn vier te maken keuzes:  Triple beglazing  Groene gevel  Groen dak Tevens is er sprake van een toeslag voor circulair bouwen.

Deze kan niet van toepassing zijn, laag zijn (onder andere groen beton), midden zijn (onder andere deels hout) of hoog zijn (onder andere volledig hout).

52

Definitief – november 2022 Verhogen kwaliteitsniveau Bij het verhogen van het kwaliteitsniveau zijn vier te maken keuzes:  Flexibel gebouw (geen dragende binnenwanden)  Vergroten zichtlijnen binnen  Verplaatsbare paneelwanden We creëerden op basis van bovenstaande vier varianten. Het is zeker belangrijk om te weten wat de realisatie van de nieuwe huisvesting ongeveer gaat kosten. In principe maakt het niet uit of de school op locatie Vliegende Vaart of op locatie Zeldenrustlaan wordt gebouwd. Sobere variant Bouwbesluit + Eng € 2.747 / m2

Lage variant

Kwaliteitskader

Hoge variant

€ 3.293 / m2

€ 3.832 / m2

€ 4.386 / m2

Afhankelijk van de nog te maken kwaliteitskeuzes verwachten wij dat op basis van een realistische raming de bandbreedte van de kosten per m2 BVO uiteenloopt van € 3.300 tot € 3.850 per m2 BVO. Voor beide locaties geldt dat er een nieuwe school moet worden gerealiseerd. Deze kosten zijn voor beide locaties nagenoeg gelijk en ramen wij – afhankelijk van nog te maken keuzes – tussen de 48,5 en 60,5 miljoen euro.

Stichtingskosten sportvoorzieningen De prijs van een normatieve gymzaal is per 1-1-2022 € 1,35 miljoen. Rekening houdend met inflatie komen we aan een bedrag van € 1,9 miljoen. Bij de Zeldenrustlaan gaan we uit van 6 gymzalen waar we bij de Vliegende Vaart uitgaan van 4 gymzalen. (zie toelichting in bijlage 4 – Ruimtebehoefte)

Kosten infrastructurele voorzieningen Op basis van een globale raming verwachten we dat de kosten voor infrastructurele aanpassingen op locatie Vliegende Vaart € 1,45 miljoen bedragen. Op basis van een globale raming verwachten we dat de kosten voor de infrastructurele aanpassingen op locatie Zeldenrustlaan € 0,4 miljoen exclusief BTW bedragen.

Tijdelijke huisvesting Op het moment dat de nieuwbouw op locatie Zeldenrustlaan wordt gerealiseerd, zal een oplossing moeten worden gevonden voor de leerlingen die tijdelijk geen les kunnen krijgen op de locatie Zeldenrustlaan. Of en in hoeverre hier sprake van is, is deels afhankelijk van de wijze van uitvoering. Gelet op het te bebouwen deel van het perceel aan de Zeldenrustlaan is het niet mogelijk om de volledige nieuwbouw te realiseren voor bestaande gebouw wordt gesloopt. Tijdelijke huisvesting is noodzakelijk. Mogelijk kan met gefaseerd bouwen de omvang van tijdelijke huisvesting worden beperkt. Uiteraard is het de vraag of en in hoeverre dat vanuit onderwijskundig perspectief gewenst is. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan geluidsoverlast. Huidige situatie Op dit moment heeft het Lodewijk College twee locaties waar onderwijs wordt gegeven.  Locatie Zeldenrustlaan  Locatie De Rede (Oude Vaart)

53

Definitief – november 2022 Daarnaast maakt het Lodewijk College voor het uitstroomprofiel Techniek gebruik van het gebouw van het Scalda (Centrum voor Top Techniek). De Rede (944 leerlingen) Bebouwd oppervlak 7.595 Bruto Vloeroppervlak 14.465 m2 BVO4* *na uitbreiding met 2.023 m2 BVO Zeldenrustlaan (1.318 leerlingen) Bruto Vloeroppervlak 12.426 m2 BVO CTT (Scalda) Bruto Vloeroppervlak 696 m2 BVO In totaal is er nu 27.587 m2 BVO voor 2.262 leerlingen beschikbaar. Gelet op zowel de oude als de nieuwe Verordening zijn dit teveel vierkante meters voor het aantal leerlingen. In plaats van tijdelijke huisvesting voor alle leerlingen van de Zeldenrustlaan kan gekozen worden voor het huisvesten van een deel van de leerlingen van de Zeldenrustlaan in De Rede en een deel in tijdelijke huisvesting. Dit kan wellicht de kosten voor tijdelijke huisvesting beperken. Het is lastig om op basis van het Bruto Vloeroppervlak (BVO) te bepalen hoeveel leerlingen er in het gebouw van De Rede gehuisvest kunnen worden. Enerzijds is er sprake van een vaste voet, anderzijds verschilt het aantal vierkante meters per leerling afhankelijk van de richting die deze leerling volgt. Volgens Ouders en Onderwijs5 is het aantal vierkante meters per leerling op een middelbare school tussen de 5,7 en 14,8 m2. Dit sluit aan bij onze berekening.

In de huidige situatie6 hebben de leerlingen de beschikking over 12,2 m2 BVO In de toekomstige situatie7 hebben de leerlingen de beschikking over 7,5 m2 BVO Uitgaande van 12,2 m2 BVO kunnen er in de Rede 1.185 leerlingen gehuisvest worden. Uitgaande van 7,5 m2 BVO kunnen er in de Rede 1.928 leerlingen gehuisvest worden. Hoeveel leerlingen in De Rede gehuisvest kunnen worden, is niet alleen een wiskundige berekening. Een en ander zal bijvoorbeeld ook afhangen van de bestaande indeling van het gebouw. Het doen van aanpassingen aan het gebouw brengt kosten met zich mee. Het is de vraag of deze kosten al dan niet in verhouding staan tot de kosten voor tijdelijke huisvesting. Bij tijdelijke huisvesting op een andere locatie zal ook rekening moeten worden gehouden met reisbewegingen tussen de locaties. Ook dat zal uiteindelijk van invloed zijn op het aantal leerlingen dat al dan niet in De Rede kan worden gehuisvest. In 2011 was sprake van 1.175 leerlingen in De Rede. Op grond van de toen vigerende Verordening had De Rede feitelijk een tekort aan onderwijsruimte, maar die werd niet als zodanig ervaren.

4

In andere stukken De Rede 14.575 m2 BVO / Zeldenrust 12.550 m2 BVO https://oudersenonderwijs.nl/kennisbank/schooloverkoepelend/het-schoolgebouw/grootte-van-hetklaslokaal/ 6 27.587 m2 BVO / 2.262 7 16.460 m2 BVO / 2.200 5

54

Definitief – november 2022 UITGANGSPUNT: Tijdens de bouw vestigen we – bij een locatiekeuze voor de Zeldenrustlaan - 200 leerlingen extra in het gebouw van De Rede. Dit betekent dat we voor circa 1.100 leerlingen tijdelijke huisvesting moeten realiseren. AANDACHTSPUNT: Het Lodewijk College besloot in februari 2022 om met ingang van september 2022 te gaan werken met kernteams. Als gevolg hiervan worden vmbo basis, kader en tl gehuisvest op de Oude Vaart en havo/vwo vanaf de brugklas op de Zeldenrustlaan. Dit kan zorgen voor verschuivingen in leerlingenaantallen verdeeld over de locaties. Op basis van de Verordening8 is de ruimtebehoefte voor 2.262 leerlingen 16.871 m2 BVO. Er is reeds 696 m2 BVO aanwezig in het gebouw van Scalda en 14.465 m2 in het gebouw van De Rede. Dit zou betekenen dat er slechts voor een kleine 2.000 m2 BVO aan tijdelijke huisvesting moet worden gerealiseerd. Dit lijkt ons niet realistisch. Op basis van de Verordening is de ruimtebehoefte voor 1.100 leerlingen 9.176 m2 BVO. Dit benadert de 10.000 m2 BVO waar Hevo in haar onderzoek vanuit is gegaan (Hevo, 2020). Dit is wellicht nog wat aan de hoge kant omdat in deze berekening wordt uitgegaan van een vaste voet van 980 m2 BVO. Bij tijdelijke huisvesting is dat conform Verordening niet noodzakelijk.

UITGANGSPUNT: Tijdens de bouw is – bij een locatiekeuze voor de Zeldenrustlaan - 8.000 m2 BVO aan tijdelijke huisvesting nodig.

Tijdelijke huisvesting Hevo ging in haar onderzoek (Hevo, 2020) uit van het tijdelijk huisvesten van leerlingen in Portacabins. Dit is mogelijk op gemeentelijke gronden. Wel moet er rekening worden gehouden met ruimtelijke procedures. Mede hierdoor kan tijdelijke huisvesting een risico vormen voor de planning. Ook het tijdig leveren van huisvesting van deze aard en omvang kan een risico vormen voor de planning. Hevo schatte de kosten voor tijdelijke huisvesting in op € 250 tot € 300 per m2 per jaar (exclusief nutsvoorzieningen en locatie). Hevo ging uit van circa 10.000 m2 voor een periode van twee jaar. Tijdelijke huisvesting zou circa € 6 miljoen kosten. Hevo geeft aan dat we op dit moment moeten rekenen op een bedrag van € 300 tot 360 per m2 per jaar exclusief plaatsing, nuts en locatie. Ook geeft Hevo aan dat huisvesting in deze schaal inmiddels wat lastig te krijgen is. Hevo gaf aan dat onderzoek naar alternatieve huisvestingsmogelijkheden dan wel gefaseerd bouwen noodzakelijk is. In 2021 ontvingen wij voor 2022 aanvraag voor het plaatsen van tijdelijke units (2 lokalen) voor de duur van vijf jaar. Uit deze aanvraag blijkt dat naast de huur voor de tijdelijke huisvesting ook rekening moet worden gehouden met forse kosten voor plaatsing, aansluiten en verwijderen (circa 30 procent).

Kosten eerste inrichting Bij vervangende nieuwbouw bestaat geen aanspraak op toekenning eerste inrichting. De bekostiging voor de eerste inrichting is gekoppeld aan het besluit waarbij het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak (BVO) wordt uitgebreid. In de nieuwbouw zal het aantal vierkante meters BVO lager

8

55

Definitief – november 2022 zijn dan de vierkante meters BVO van de twee huidige locaties bij elkaar. Dit betekent dat het schoolbestuur geen recht heeft op een toekenning van de eerste inrichting. Aanvullend meubilair voor het inrichten van een lokaal bewegingsonderwijs kan als eerste inrichting worden verstrekt als de vervangende nieuwbouw lokalen bewegingsonderwijs groter zijn dan de huidige lokalen bewegingsonderwijs. De eerste inrichting is in het verleden bekostigd voor de toen gerealiseerde oppervlakte (en hoogte) en voldoet niet aan de eisen voor bewegingsonderwijs. Bestaande losse gymelementen (paard, trampoline, ballen) kunnen meeverhuizen naar de nieuwe locatie. Vaste bewegingselementen zoals wandrek, ringen en touwen zullen waarschijnlijk niet passen in de nieuwe lokalen en niet voldoen aan de eisen voor een nieuw lokaal bewegingsonderwijs.

Eigen bijdrage schoolbestuur In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) zijn beleidsuitgangspunten geformuleerd. Deze uitgangspunten geven richting aan de scenario-ontwikkeling in het kader van het IHP. Zo beogen we bijvoorbeeld bij nieuwbouw de realisatie van gasloze, energie neutrale gebouwen (Eng) en streven we naar een kwaliteitsambitie van Frisse Scholen klasse B. Ook worden duurzaamheidsprincipes toegepast bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen. Per project kunnen gemeente en schoolbestuur in overleg besluiten welk kwaliteitsniveau er zal worden gerealiseerd. Schoolbesturen financieren op basis van Total Cost of Ownerschip (TCO) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Per project wordt een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) gevoerd over de hoogte van de investering. In het IHP is vastgelegd dat wij met de schoolbesturen zijn overeengekomen dat wanneer er kwaliteit wordt toegevoegd uitstijgend boven Bouwbesluit en BENG de extra investering 50 procent – 50 procent tussen schoolbestuur en gemeente wordt verdeeld. VERVOLGSTAP: Vastleggen welke bovennormatieve kwaliteit wenselijk en (financieel) haalbaar is. VERVOLGSTAP: OOGO voeren. VERVOLGSTAP: Overeenkomst bijdrage in exploitatieverlagende maatregelen en boven normatieve kwaliteit opstellen en afsluiten met schoolbestuur.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12088198/1