2022-11-30 - Bijlage 2d Bijlagen bij toelichting-gecomprimeerd
Tekst van het document
Tijdens het veldbezoek is bepaald of in het plangebied nesten van categorie 5 aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast is gelet op de aanwezigheid van vogelsoorten uit deze categorie. Algemene broedvogels Nesten van algemene broedvogels zijn enkel tijdens het broedseizoen beschermd. Tijdens het veldbezoek is bepaald of binnen het plangebied broedgelegenheid is voor algemene broedvogels zoals winterkoning, heggenmus en vink. Tevens is gelet op aanwijzingen voor broedgevallen, zoals territoriale en/of zingende vogels, oude nesten en uitwerpselen. Vleermuizen Van alle van nature in Nederland voorkomende vleermuizen worden zowel de verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageerroutes beschermd. Voor vleermuizen is bepaald of gebouwen en/of bomen in het plangebied geschikt (kunnen) zijn als vleermuisverblijfplaats: Gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) gebruiken vaak spouwruimten als verblijfplaats, welke zij bijvoorbeeld via een open stootvoeg of via kieren in de buitenmuur kunnen bereiken. Ook gebruiken ze regelmatig ruimtes achter daklijsten of betimmeringen als verblijfplaats. De geschiktheid van gebouwen wordt beoordeeld op basis van de aanwezigheid van dergelijke structuren. Tijdens het veldbezoek zijn de gebouwen zelf niet betreden, maar van buiten geïnspecteerd; Boombewonende vleermuizen (o.a.
ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis) verblijven in holtes, spleten of onder loshangend schors van bomen. Bomen zijn met een verrekijker vanaf de grond beoordeeld op aanwezigheid van dergelijke kenmerken. Tevens is tijdens het veldonderzoek bepaald of sprake is van lijnvormige landschapsstructuren die van belang kunnen zijn als vliegroute. Hierbij is bepaald of sprake is van doorgaande watergangen en aaneengesloten bomenrijen. Tevens is (om de essentie van de vliegroute te bepalen) gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren. Tenslotte is bepaald of er sprake is van landschapsstructuren (bijvoorbeeld opgaand groen) die van belang kunnen zijn als foerageergebied. Om de essentie van het foerageergebied te bepalen, is tijdens het veldbezoek gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 8 van 18
Grondgebonden zoogdieren Het gebied is beoordeeld op geschiktheid als leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren (o.a. eekhoorn, das, kleine marterachtigen), waarbij is gelet op sporen, zoals uitwerpselen, pootafdrukken, vraatsporen, wissels, looppaadjes) en aanwezige (oude) nesten / verblijfplaatsen. Tevens worden eventuele zichtwaarnemingen genoteerd. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is bepaald of het plangebied geschikt voortplantingshabitat, zomerhabitat en/of overwinteringsplekken voor beschermde amfibieën biedt. In het plangebied zelf is geen water aanwezig. Reptielen Tijdens het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van geschikt habitat voor reptielen, zoals zanderige, structuurrijke plekken en schuilmogelijkheden. Indien sprake is van geschikt habitat is (bij uitvoering van het veldbezoek in de geschikte periode) direct (steekproefsgewijs) gecontroleerd op eventueel aanwezige individuen (onder takkenhopen e.d.). Vissen Tijdens het veldbezoek is bepaald of oppervlaktewater (indien aanwezig) geschikt is voor beschermde vissoorten. Hierbij wordt gelet op o.a. bodemsubstraat, helderheid, voedselrijkdom en de aanwezigheid van onderwater- en oevervegetatie. Vlinders, libellen en overige ongewervelden Tijdens het veldbezoek is bepaald of het plangebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten vlinders en overige ongewervelden (o.a.
kevers en nachtvlinders). Hierbij is o.a. gelet op de (mogelijke) aanwezigheid van waardplanten (voor vlinders). Gezien het tijdstip van het jaar (te vroeg in het voorjaar) is het niet mogelijk om te letten op aanwijzingen van gebruik van het plangebied door beschermde ongewervelden (o.a. poppen, vervellingshuidjes, larven, nimfen).
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 9 van 18
4 RESULTATEN LITERATUUR- EN VELDONDERZOEK 4.1 Flora Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde soorten voor (kunnen) komen: bokkenorchis, kleine wolfsmelk, kruipend moerasscherm, wilde ridderspoor. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is voor beschermde flora. Vanwege de volledige verharding zijn er geen geschikte groeiplaatsen voor bokkenorchis, kleine wolfsmelk, kruipend moerasscherm en wilde ridderspoor. Verder maakt het plangebied geen onderdeel uit van het verspreidingsgebied van beschermde soorten waardoor overige beschermde soorten flora zijn uitgesloten. 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 4) Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4 broedvogels) voorkomen: buizerd, gierzwaluw, huismus en slechtvalk. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bebouwing ongeschikt is voor huismus en gierzwaluw, omdat alle pandaken met cement zijn dichtgesmeerd op de kopse zijden. Gebruikte pannen zijn plat en liggen goed aangesloten, zodat er nergens geschikte ruimtes aanwezig zijn. Voor andere soorten is het plangebied ongeschikt aangezien het plangebied volledig bebouwd is en er geen geschikte nestlocaties aanwezig zijn voor de slechtvalk.
4.3 Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten (categorie 5-broedvogels) voor (kunnen) komen: boomkruiper, ekster, huiszwaluw en zwarte roodstaart. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied mogelijk geschikte nestlocaties biedt voor de zwarte roodstaart, maar de gebouwen zijn wel relatief laag. Daarmee is het plangebied matig geschikt voor deze soort. Voor overige categorie 5- soorten is het plangebied ongeschikt, omdat er geen geschikte nestlocaties aanwezig zijn voor categorie 5- broedvogels. Binnen het plangebied zijn namelijk geen groenstructuren aanwezig. 4.4 Algemene broedvogels Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse algemene broedvogels voor (kunnen) komen, waaronder: groenling, heggenmus en houtduif. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied vanwege de volledige verharding enkel geschikt is als broedlocatie voor gebouw bewonende soorten, zoals kauw, houtduif, Turkse tortel, stadsduif en mogelijk witte kwikstaart. De kans dat deze soorten op of in het gebouw gaan broeden is zeer klein maar niet geheel uit te sluiten. Andere soorten zijn uitgesloten.
4.5 Vleermuizen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende vleermuizen voor (kunnen) komen: gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Uit het veldonderzoek blijkt dat boombewonende soorten, zoals de rosse vleermuis binnen het plangebied zijn uitgesloten door het ontbreken van bomen. De bebouwing bevat enkele open stootvoegen aan de Kerkdreef waardoor de achtergelegen spouwmuur bereikbaar is voor kleine
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 10 van 18
vleermuizen, zoals de gewone en ruige dwergvleermuis. Verder is er een spleet aanwezig tussen Kerkdreef 20 en het naastgelegen pand. Deze wordt overdekt door een dakgoot waardoor de spleet niet blootgesteld is aan weersinvloeden en daarmee geschikt is als verblijfplaats voor kleine vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis (zie figuur 4-1). Verblijfplaatsen van andere vleermuissoorten zijn uitgesloten. Vanwege de volledige verharding, het ontbreken van groenstructuren, het ontbreken van water is het plangebied ongeschikt als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. De bebouwing kan wel een onderdeel uitmaken van een vliegroute voor vleermuizen langs de gevels. Deze potentiële vliegroute is niet essentieel vanwege alle omliggende bebouwing.
Figuur 4-1. Potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen (geel weergegeven) binnen het plangebied (rood omlijnd).
4.6 Grondgebonden zoogdieren Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde grondgebonden zoogdieren voor (kunnen) komen: bever, damhert, eekhoorn, hermelijn, veldspitsmuis, waterspitsmuis, wezel en steenmarter. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is als biotoop voor beschermde zoogdiersoorten door het ontbreken van groenstructuren en water, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom en/of de ligging van het plangebied buiten het verspreidingsgebied van beschermde soorten. 4.7 Amfibieën Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde amfibieën voor (kunnen) komen: kamsalamander en rugstreeppad.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 11 van 18
Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied vanwege de volledige verharding, het ontbreken van groenstructuren en water ongeschikt is voor beschermde amfibieën. 4.8 Reptielen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde reptielen voor (kunnen) komen. Vanwege de volledige verharding van het plangebied bevat de locatie geen geschikt biotoop voor beschermde reptielen. Daarnaast ligt de locatie buiten het verspreidingsgebied van beschermde soorten. 4.9 Vissen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissen voor (kunnen) komen. Het plangebied is ongeschikt voor vissen door het ontbreken van water. 4.10 Vlinders, libellen en overige ongewervelden Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde ongewervelden voor (kunnen) komen: teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel. Uit het veldbezoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is voor beschermde soorten door het ontbreken van groenstructuren en water. 4.11 Samenvatting resultaten In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de beschermde soorten die op basis van het literatuur- en veldonderzoek (mogelijk) aanwezig zijn binnen het plangebied. Tabel 4-1. Mogelijk aanwezige beschermde soorten. Soortgroep
(Kans op) aanwezigheid beschermde soorten? Ja
Nee
Flora
x
Broedvogels jaarrond beschermd (cat. 1 t/m 4)
x
Broedvogels niet jaarrond, inventarisatie gewenst beschermd (cat. 5)
x
Algemene broedvogels
x
Vleermuizen
x
Zoogdieren (grondgebonden)
x
Amfibieën
x
Reptielen
x
Vissen
x
Vlinders, libellen en overige ongewervelden
x
Bij het planvoornemen dient men rekening te houden met de (potentieel) aanwezige beschermde soorten (tabel 4-1, soorten uit kolom ‘ja’). Daarnaast dient men (in het kader van de zorgplicht) tevens rekening te houden met de (binnen de provincie Zeeland) van bescherming vrijgestelde soorten (o.a. huisspitsmuis en gewone pad). Doordat reeds duidelijk is dat de beschermde soorten uit de soortgroepen flora, broedvogels categorie 1 t/m 5, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden niet aanwezig zijn binnen het plangebied, worden deze in het vervolg van voorliggende rapportage verder niet behandeld.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 12 van 18
5 EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN 5.1 Inleiding De onderstaande effectenanalyse en de beschrijving van de maatregelen richten zich op de verbodsbepalingen ten aanzien van de beschermde soorten (Wnb-artikelen, 3.1, 3.5 en 3.10) die mogelijk hun leefgebied hebben binnen het plangebied en de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (Wnb-artikel 1.11) die mogelijk binnen het plangebied voorkomen. In paragrafen 5.2 en 5.3 worden per (mogelijk) aanwezige soortgroep (zie paragraaf 4.11) de mogelijke effecten op beschermde soorten en benodigde maatregelen besproken. In paragraaf 5.4 worden enkele aanvullende maatregelen (ten aanzien van de zorgplicht én het voorkomen van tussentijdse vestiging van beschermde soorten) beschreven. 5.2 Algemene broedvogels De kans dat algemene broedvogels in het plangebied tot broeden komen is zeer klein, maar niet geheel uit te sluiten. De soorten die mogelijk binnen het plangebied tot broeden komen zijn: kauw, houtduif, Turkse tortel, stadsduif of witte kwikstaart. Nesten van deze soorten kunnen vanwege de sloopwerkzaamheden worden verstoord en/of vernield. De verstoring die als gevolg van de werkzaamheden kan optreden, is niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Dit aangezien de te verwachten soorten algemeen in Nederland voorkomen en de verstoring slechts van tijdelijke aard is.
Verstoring van nesten veroorzaakt derhalve geen overtreding van de Wnb. Door vernieling van nesten wordt de Wnb echter wel overtreden. Uit voorzorg kunnen de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd (15 maart t/m 15 juli). Wanneer de werkzaamheden toch in het broedseizoen worden uitgevoerd dient bij een broedgeval het werk stilgelegd te worden en contact opgenomen te worden met een ecoloog. Het broedgeval wordt gemarkeerd (met en verstoringsvrije zone) en tijdens de werkzaamheden ontzien totdat de jongen zijn uitgevlogen. 5.3 Vleermuizen De bebouwing in het plangebied bevat potentieel geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals gewone en ruige dwergvleermuis. Door de voorgenomen sloop van het gebouw zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten. Als gevolg van de sloopwerkzaamheden treedt er mogelijk verstoring van vleermuizen en vernietiging van verblijfplaatsen op. Het gaat dan om dieren die een paar- of zomerverblijfplaats in de bebouwing kunnen hebben. Ook een kraamverblijf kan op voorhand niet worden uitgesloten. Verstoring en/of vernietiging van verblijfplaatsen leidt tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Om vast te stellen of verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bebouwing is nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk.
Na afronding van het nader ecologisch onderzoek worden voorzorgs- en/of compenserende maatregelen opgesteld en wordt aangegeven of een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is. 5.4 Aanvullende maatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) Om een zorgvuldige omgang met alle in het wild levende soorten (zorgplicht) te garanderen, zijn de volgende maatregelen geformuleerd: Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 13 van 18
• •
Enkel bij daglicht werken om verstoring van nacht-actieve soorten (zoals vleermuizen) te voorkomen. Wanneer tijdens de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen, wordt contact opgenomen met de ecoloog om te bespreken hoe gehandeld kan worden met de minste schade voor de aangetroffen soort(en).
Om tussentijdse vestiging van beschermde (pionier)soorten te voorkomen, zijn nog enkele aanvullende voorzorgsmaatregelen geformuleerd: • •
Voorkomen dat er op het bouwterrein natte laagtes of bandensporen overblijven, dit is geschikt voortplantingsbiotoop voor de rugstreeppad; Vorming van grote zandhopen voorkomen; dit vormt geschikt landhabitat voor de rugstreeppad.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 14 van 18
6 GEBIEDENBESCHERMING 6.1 Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied (zie figuur 6-1), waardoor bij voorbaat kan worden uitgesloten dat sprake is van een direct negatief effect op beschermde natuurgebieden. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling daarnaast kleinschalig is en op behoorlijke afstand (meer dan 7 kilometer, zie figuur 6-1) van beschermde natuurgebieden plaatsvindt worden tevens geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht.
Figuur 6-1. Axel (rood omlijnd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (blauw gearceerd). Bron: http://natura2000.eea.europa.eu/. Het plangebied is gelegen binnen deze plaats.
Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie kunnen niet bij voorbaat worden uitgesloten. Voor de beoordeling van stikstofeffecten is het van belang te vermelden dat het Programma Aanpak Stikstof eind mei 2019 is vernietigd. Zodoende kan men niet meer aansluiten bij de PAS en vragen alle projecten die binnen Natura 2000-gebieden een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j tot gevolg hebben om vervolgstappen. Het is mogelijk dat het project een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j in Natura 2000gebieden tot gevolg heeft. Het project kan middels de inzet van werktuigen tijdens de sloop en bouw en de aanvoer van bouwmaterialen door vrachtwagens een toename aan stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden veroorzaken en zodoende het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitats in gevaar brengen. Middels een stikstofberekening dient onderzocht te worden of sprake is van een toename in de stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/j). In de stikstofberekening kan eventueel rekening worden gehouden met interne of externe saldering. Wanneer het project per saldo een depositie boven de 0,00 mol/ha/j tot gevolg heeft, dient een nadere ecologische beoordeling van de gevolgen voor stikstofgevoelige natuur te worden uitgevoerd.
Hierin worden de ecologische gevolgen uitgebreid onderzocht en gewogen tegen de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-waarden waarop de stikstofdepositie plaatsvindt.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 15 van 18
Op basis van bovenstaande is een Natura 2000-voortoets niet van toepassing. Er dient wel een stikstofberekening (bijvoorbeeld middels gebruik van AERIUS) te worden uitgevoerd. 6.2 Planologische gebiedenbescherming Formeel gezien ligt het plangebied in het NNN (zie figuur 6-2), maar deze NNN strook is gelegen langs een drukke straat in het centrum van Axel met minimale beplanting. Overige NNN gebieden liggen buiten Axel (op meer dan 300 meter afstand). Hieruit is af te leiden dat dit zeer waarschijnlijk een fout in de NNN kaart betreft en kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet binnen of nabij het NNN gelegen is. Direct negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling daarnaast kleinschalig is en op enige afstand van beschermde natuurgebieden plaatsvindt worden tevens geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Bovendien verandert het plangebied niet van karakter, er staat nu bebouwing en straks is er weer nieuwe bebouwing aanwezig, tevens een extra groenzone. Op basis van bovenstaande is toetsing aan de planologische gebiedenbescherming van het NNN niet van toepassing.
Figuur 6-2. Ligging plangebied (rood omlijnd) binnen het NNN (groen gearceerd). De foto weergeeft een impressie van Street View (plangebied rood gearceerd). Bronnen: https://flamingo.bij12.nl/zeelandkaarten-viewer/app/AtlasZeeland en Google Maps.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 16 van 18
7 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1 Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord: S1. Welke Wnb-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? In het plangebied bevinden zich mogelijk algemene broedvogels en vleermuizen. S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? Mogelijke verstoring van broedende broedvogels vanwege sloopwerkzaamheden en vernietiging van nesten. Mogelijke verstoring en vernietiging van verblijfplaatsen en/of rustplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk? Ja, aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk. S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen? In onderstaande tabel zijn de benodigde voorzorgsmaatregelen opgenomen. Tabel 7-1. Overzicht benodigde voorzorgsmaatregelen. (Mogelijk) aanwezige soort(groep)en
Benodigde voorzorgsmaatregelen t.a.v. soorten met aanvullend beschermingsregime (art. 3.1, 3.5 en 3.10)
Vogels
- Werken buiten het broedseizoen (half maart t/m juli). - Ecoloog raadplegen wanneer toch een broedgeval wordt aangetroffen.
Vleermuizen
- Nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen.
Aanvullende voorzorgsmaatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) -
-
Enkel bij daglicht werken om verstoring van nacht-actieve soorten (zoals vleermuizen) te voorkomen. Wanneer tijdens de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen, wordt contact opgenomen met de ecoloog om te bespreken hoe gehandeld kan worden met de minste schade voor de aangetroffen soort(en). Voorkomen dat er op het bouwterrein natte laagtes of bandensporen overblijven, dit is geschikt voortplantingsbiotoop voor de rugstreeppad; Vorming van grote zandhopen voorkomen; dit vormt geschikt landhabitat voor de rugstreeppad.
S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wnb aan te vragen? Dat is afhankelijk van de resultaten van het vleermuisonderzoek. Daarnaast dienen de voorgestelde maatregelen ten aanzien van broedvogels uitgevoerd te worden om overtreding van de Wnb te voorkomen. 7.2 Gebiedenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming worden beantwoord: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied, binnen het NNN? Het plangebied ligt niet in of nabij Natura 2000-gebied of het NNN. G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? Directe negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten vanwege de grote afstand tussen het plangebied en beschermde gebieden.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 17 van 18
G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk? Toetsing aan de gebiedenbescherming is niet noodzakelijk, maar er is wel een AERIUS-berekening benodigd om de stikstofdepositie als gevolg van het project te kwantificeren.
Quickscan Wet natuurbescherming woningbouwlocatie te Axel Kenmerk: 20200196/rap01, versie 1, 27 maart 2020
Blz. 18 van 18
ATKB kan u tevens van dienst zijn met:
ECOLOGIE
• Soortgericht onderzoek (o.a. vleermuizen, amfibieën, kleine marterachtigen)
BODEM
• Verkennend en nader bodemonderzoek • Partijkeuringen grond, baggerspecie en niet vormgegeven bouwstof
• Opstellen saneringsplannen en bestekken conventionele, in-situ landbodemsaneringen • Begeleiding en evaluatie van conventionele en in-situ landbodemsanering • (3D)-grondradaronderzoek • Arbitrage en juridisch advies bodemzaken • Civieltechnisch onderzoek naar asfalt, zand en klei • Coördinatie archeologisch onderzoek
Integrale dienstverlening
• Toetsingen aan natuurwetgeving • Ecologisch werkprotocol en begeleiding • Vegetatiekarteringen • Hydrobiologisch onderzoek • Waterplantenonderzoek en Ecoscans • Visstandbemonstering • Vismigratieonderzoek (vistelemetrie, pit-tag) • Actief Biologisch Beheer • Visserijmanagement • Visbeheerplannen • Schouw en kwaliteitsbeoordeling nieuwe natuur • SNL-monitoring en gebiedsanalyses
WATER&RUIMTE
• Monitoring grondwater/oppervlaktewater
(meetstrategie, inrichting/beheer meetnet, kwaliteit & kwantiteit) • Waterbodemonderzoek (NEN 5717, NEN 5720) • Kwantitatief waterbodemonderzoek • V oorbereiding en begeleiding van baggerwerken, inclusief waterbodemsaneringen • Baggerplan en werkplan • Bemalingsadvies • Ondersteuning en advies bij (stedelijk) waterbeheer • O ndersteuning en advies bij wettelijke procedures, inclusief vergunningen en meldingen
• Asbestinventarisatie gebouwen en objecten • Risicobeoordeling asbest in gebouwen NEN2991 • Opstellen en onderhouden asbestbeheersplan • Begeleiding, directievoering, saneringsonderzoek bij asbestverwijdering • Bewijsmateriaal duurzaamheidscertificering onder BREEAM-NL (diverse milieukundige credits onder Nieuwbouw en renovatie, In Use, Gebiedsontwikkeling en Sloop) • Beleidsondersteuning • Beleidsstudies, beheerplannen en adviezen • Second opinions • Monitoring en nazorg • Directievoering & toezicht • Uitvoeringsbegeleiding • Coördinatie • Detachering
ATKB Assen Weiersloop 9 9401 DZ Assen
ATKB Middelharnis Prins Bernhardlaan 147 3241 TA Middelharnis
ATKB Waardenburg Koeweistraat 7 4181 CD Waardenburg
ATKB Zoetermeer Baron de Coubertinlaan 3 2719 EN Zoetermeer
T 088 11 53 200 www.at-kb.nl info@at-kb.nl
BIJLAGE 1
VO01
DE PASSAGE VOORLOPIG ONTWERP AXEL 29 AUGUSTUS 2019
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
voorblad
Architectenbureau Michiel van der Horst
VO02
HET PROJECT
"De Passage" is een nieuwbouw woningproject in het centrum van Axel. In de huidige situatie staat op deze locatie een aantal zeer verouderde gebouwen en is er een passage die de Kerkdreef en de Noordstraat verbindt. In het nieuwe plan worden twee bouwblokken aan een binnenterrein gerealiseerd. Blok A aan de Kerkdreef - 4 appartementen op de begane grond van ca. 66 m2 tot 71 m2 - 24 appartementen op de 1e, 2e en 3e verdieping van ca. 62 m2 - 24 bergingen Blok B aan de Noordstraat - 2 winkelruimtes van ca. 65 en 68 m2 - 12 appartemente van ca. 92 m2 - 2 penthouses van ca. 113 m2 - 4 parkeergarages - 12 bergingen Het binnenterrein tussen de bouwblokken zal worden ingericht als een plein met mogelijkheid om te parkeren en een klein park met bomen. De passage voor voetgangers tussen de Kerkdreef en de Noordstraat komt in het nieuwe plan terug en ligt in het verlengde van de bestaande passage vanuit de Gentsevaartstraat. Op het plein worden 14 parkeervakken gerealiseerd, en de bergingen en garages worden vanaf het binnenterrein ontsloten. De gevels zijn opgebouwd alsof de blokken uit verschillende kleinere panden bestaan, door te variëren in baksteen, kleuren, balustrades en detailleringen.
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
introductie
Architectenbureau Michiel van der Horst
VO03
SITUATIE
OOSTSTRAAT
A
B
AT NOORDSTRA
KERKDRE
EF
PASSAGE
ondergrondse containers exacte positie ntb
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 600
situatie
Architectenbureau Michiel van der Horst
VO04
AXONOMETRIE
AAT STR D R NOO
KO
DR E KERK
OOSTE
EF
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
axonometrie
EST
RA AT
RSTRA AT
Architectenbureau Michiel van der Horst
VO05
GEVELBEELDEN
GEVELBEELD VANAF NOORDSTRAAT
GEVELBEELD VANAF KERKDREEF 116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
gevelbeeld vanaf straat
Architectenbureau Michiel van der Horst
VO06
DOORSNEDEN
dak blok B 14500 4e verdieping 11600 3e verdieping 8700 2e verdieping 5800 1e verdieping 2900 begane grond 0
NOORDSTRAAT KERKDREEF BLOK B
BLOK A
DWARSDOORSNEDEN MET BINNENTERREIN
4e verdieping 11600 3e verdieping 8700 2e verdieping 5800 1e verdieping 2900 begane grond 0 entree Kerkdreef -1200
LANGSDOORSNEDE BLOK A
LANGSDOORSNEDE BLOK B
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 500
doorsneden
Architectenbureau Michiel van der Horst
VO10
PLATTEGRONDEN BLOK A
3E VERDIEPING
GEVEL BINNENTERREIN
2E VERDIEPING
1E VERDIEPING
GEVEL STRAAT
BEGANE GROND 116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 500
plattegronden blok A
Architectenbureau Michiel van der Horst
WONINGTYPE A1
VO11
bergingen bereikbaar vanaf binnenterrein
BEGANE GROND WONING gebruiksoppervlak: 71 m2 buitenruimte: 4 m2
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 125
woningtype A1
Architectenbureau Michiel van der Horst
WONINGTYPE A2
VO12
APPARTEMENT VERDIEPINGEN gebruiksoppervlak: 62 m2 buitenruimte: 4 m2
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 125
woningtype A2
Architectenbureau Michiel van der Horst
PLATTEGRONDEN BLOK B
VO20
GEVEL STRAAT
winkel
BEGANE GROND
GEVEL BINNENTERREIN
4E VERDIEPING
2E VERDIEPING
3E VERDIEPING
winkel
1E VERDIEPING
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 500
plattegronden blok B
Architectenbureau Michiel van der Horst
WONINGTYPE B1
VO21
APPARTEMENT VERDIEPINGEN gebruiksoppervlak: 92 m2 buitenruimte: 15 m2
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 125
woningtype B1
Architectenbureau Michiel van der Horst
WONINGTYPE B2
VO22
PENTHOUSE gebruiksoppervlak: 113 m2 buitenruimte: 28 m2
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 125
woningtype B2
Architectenbureau Michiel van der Horst
BINNENTERREIN
VO30
T NOORDSTRAA
sage
e entree passag
entree pas
KERKDRE EF
groene gevels tegen bestaande bebouwing
entree parkeerte rrein 116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
1 : 370
binnenterrein
Architectenbureau Michiel van der Horst
3D BINNENTERREIN
VO31
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
3D binnenterrein
Architectenbureau Michiel van der Horst
PERSPECTIEFBEELD BINNENTERREIN
116 PASSAGE AXEL
29 augustus 2019
VO32
perspectief binnenterrein
Architectenbureau Michiel van der Horst
Bijlage 4
Juust
AERIUS-berekening
72
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
• • •
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Realisatiefase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Ru4dnG3M163j (22 juli 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Juust BV
Kerkdreef , 4571GG Axel
Omschrijving
AERIUS kenmerk
De Passage
Ru4dnG3M163j
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 juli 2021, 07:45
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
207,36 kg/j
NH3
11,82 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Woningbouwontwikkeling.
Realisatiefase
Ru4dnG3M163j (22 juli 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Realisatiefase
Emissie Realisatiefase
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
32,25 kg/j
Bouwverkeer Zuidsingel Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
11,80 kg/j
174,00 kg/j
Bouwverkeer Kinderdijk Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,11 kg/j
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Realisatiefase
Ru4dnG3M163j (22 juli 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Realisatiefase
Resultaten
NOx
Mobiele werktuigen 51700, 365120 32,25 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Hijskraan
4,0
4,0
0,0 NOx
7,20 kg/j
AFW
Graafmachine (groot)
4,0
4,0
0,0 NOx
4,32 kg/j
AFW
Graafmachine (midde)
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Graafmachine (klein)
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Betontstorter
4,0
4,0
0,0 NOx
11,52 kg/j
AFW
Kiepbakken
4,0
4,0
0,0 NOx
4,32 kg/j
AFW
Bulldozer
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Dumpers (klein)
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Dumpers (groot)
4,0
4,0
0,0 NOx
2,28 kg/j
AFW
Laadschoppen
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Trilplaten
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Compactors
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
Realisatiefase
Ru4dnG3M163j (22 juli 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Realisatiefase
Bouwverkeer Zuidsingel 51459, 364739 174,00 kg/j 11,80 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
163,0 / jaar NOx NH3
1,07 kg/j < 1 kg/j
1.000,0 / etmaal NOx NH3
172,93 kg/j 11,78 kg/j
Bouwverkeer Kinderdijk 51886, 364438 1,11 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
163,0 / jaar NOx NH3
1,06 kg/j < 1 kg/j
Licht verkeer
100,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Ru4dnG3M163j (22 juli 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Realisatiefase
Ru4dnG3M163j (22 juli 2021) pagina 6/6
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RQJYrbP2FM4d (22 juli 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Juust BV
Kerkdreef, 4571GG Axel
Omschrijving
AERIUS kenmerk
De Passage
RQJYrbP2FM4d
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 juli 2021, 07:53
2023
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
11,58 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Woningbouwontwikkeling.
Gebruiksfase
RQJYrbP2FM4d (22 juli 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Gebruiksfase
Emissie Gebruiksfase
Bron Sector
Licht verkeer - gebruiksfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Gebruiksfase
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
11,58 kg/j
RQJYrbP2FM4d (22 juli 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Gebruiksfase
NOx NH3
Resultaten
Licht verkeer - gebruiksfase 51671, 364940 11,58 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
264,0 / etmaal NOx NH3
11,58 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase
RQJYrbP2FM4d (22 juli 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruiksfase
RQJYrbP2FM4d (22 juli 2021) pagina 5/5
Bijlage 5 Vleermuizenonderzoek
Juust
88
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
ECOLOGISCH ONDERZOEK VLEERMUIZEN KERKDREEF AXEL
ECOLOGISCH ONDERZOEK VLEERMUIZEN KERKDREEF AXEL Kenmerk: Versie: Datum:
20200631/rap01 01 26-10-2020
Auteur: Projectleider: Veldwerk: Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever:
Dhr. D. (Daan) Liefhebber Dhr. P. I. (Pim) Godschalk Dhr. A. P. (Alex) Wieland Dhr. P. I. (Pim) Godschalk Juust B. V. Goessestraatweg 17a 4412 AD Kapelle Dhr. M. Waterman
Contactpersoon:
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB, naam medewerker
INHOUD
Inleiding.............................................................................................................................. 1 Aanleiding Doel Leeswijzer
1 1 1
huidige en toekomstige situatie .......................................................................................... 2 Beschrijving huidige situatie Werkzaamheden en toekomstige situatie
2 3
Methode............................................................................................................................. 5 Leefwijze vleermuizen Verwachte soorten en functies Veldbezoek
5 5 5
Resultaten veldonderzoek ................................................................................................... 7 Inleiding Resultaten Conclusie
7 7 8
Effectenanalyse aanwezige soorten ..................................................................................... 9 Inleiding Verblijfplaatsen Vliegroutes Foerageergebied
9 9 9 9
Conclusies......................................................................................................................... 10 Functies voor vleermuizen Maatregelen
10 10
Literatuur.......................................................................................................................... 11
BIJLAGEN Bijlage 1 Ontwerptekening nieuwbouw Bijlage 2 Quickscan ATKB Maart 2020
INLEIDING AANLEIDING Juust b.v. begeleidt bij het voornemen om een winkelcentrum en woningen te slopen aan de Kerkdreef in het centrum van Axel. Daarna wordt het terrein bouwrijp gemaakt en worden nieuwe woningen gebouwd. Uit de quickscan welke ATKB eerder heeft uitgevoerd blijkt dat de werkzaamheden mogelijk effecten op functies van vleermuizen hebben en een nader vleermuisonderzoek nodig is (zie bijlage 2 ). Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden worden. Tijdens het vleermuisonderzoek is onderzocht welke soorten en aantallen vleermuizen in het gebied voorkomen, en welke functie(s) het plangebied heeft voor vleermuizen (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes). Dit is essentieel om uitspraken te doen over de effecten op populaties van de beschermde soorten en de eventueel te nemen maatregelen. Ook geeft het duidelijkheid op de vraag of het indienen van een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming bij de provincie noodzakelijk is.
DOEL De doelstelling voor het vleermuisonderzoek is geformuleerd in onderstaande onderzoeksvragen: - Welke soorten vleermuizen maken gebruik van het plangebied? - Welke functie heeft het plangebied voor deze soorten (foerageergebied, zomer, winter of paarverblijf of vliegroute) - Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de populatie die bij de ingreep betrokken is. - Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde soorten, die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied? - Welke maatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen of te beperken? - Welke maatregelen moeten worden uitgevoerd om aan de zorgplicht te voldoen? - Welke maatregelen worden er getroffen om zorgvuldig handelen ten aanzien van de vleermuizen te garanderen? - Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen?
LEESWIJZER In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd. Hoofdstuk 3 gaat in op de methode van het vleermuisonderzoek en in hoofdstuk 4 worden de resultaten besproken. In hoofdstuk 5 worden de effecten bepaald van het plan op de vleermuissoorten die gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. Ook wordt beargumenteerd of een ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Hoofdstuk 6 geeft een samenvattende conclusie van de bevindingen uit deze rapportage.
Ecologisch onderzoek vleermuizen Kerkdreef Axel | 01 | 20200631/rap01
1 van 11
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Het plangebied ligt in het centrum van Axel (zie figuur 1). De locatie is volledig bebouwd. De bebouwing bestaat uit een winkelcentrum met winkelpanden en panden met een woonbestemming. De bebouwing is van het bouwjaar 1970. De muren bestaan uit metselwerk met enkele spleten en open stootvoegen. De bebouwing bevat een begane grond en een verdieping. Beiden bevatten een dakoverstek welke af is gewerkt met timmerpanelen en bij het dak een aluminium strip. Hierin zijn geen naden en kieren aangetroffen. Het dak van de bebouwing is een plat met bitumen afgewerkt dak (zonder grind). De gevel aan de noordwestzijde is (vrij recent) gerenoveerd met schilderwerk en strakke constructieplaten. In dit gedeelte zijn tevens enkele open stootvoegen weggewerkt. Groenstructuren en water ontbreken binnen het plangebied. Tegen de noord- en zuidzijde van de bebouwing binnen het plangebied staan twee schuren met een schuin pannendak. Deze panden hebben muren die bestaan uit metselwerk. De pannen zijn plat, liggen goed aangesloten en de kopse kanten zijn dichtgesmeerd met cement. De straten zijn met straatlantaarns verlicht. Sommige winkels kennen gevel- verlichting, en ook de onderdoorgang in het winkelcentrum is door TL-verlichting verlicht. Zie figuur 2 voor een impressie van het plangebied.
Figuur 1.
Globale ligging plangebied (rood). Bron ondergrond; Google maps.
Ecologisch onderzoek vleermuizen Kerkdreef Axel | 01 | 20200631/rap01
2 van 11
Figuur 2. Huidige situatie plangebied. Links- en rechtsboven overzichten van het plangebied vanaf de Kerkdreef (noordzijde links; zuidzijde rechts); linksonder een overzicht van het plangebied vanaf de Noordstraat; rechtsonder een impressie van de binnenzijde van het winkelpassage.
WERKZAAMHEDEN EN TOEKOMSTIGE SITUATIE Binnen het plangebied worden nieuwe wooncomplexen gerealiseerd. Het project wordt ‘De Passage’ genoemd. In het nieuwe plan wordt de bestaande bebouwing volledig gesloopt en het plangebied bouwrijp gemaakt. In de nieuwe situatie worden twee bouwblokken aan een binnenterrein gerealiseerd. Aan de Kerkdreef wordt Blok A met uitsluitend appartementen en bergingen gerealiseerd. Aan de Noordstraat wordt Blok B gebouwd met winkelruimtes, appartementen, een penthouse, parkeergarages en bergingen. Het binnenterrein tussen de bouwblokken wordt ingericht als een plein met parkeergelegenheid en groenzones met bomen. Zie figuur 3 en bijlage 1 voor een impressie van het voorlopige ontwerp. Een planning van de voorgenomen ontwikkelingen is nog niet bekend.
Ecologisch onderzoek vleermuizen Kerkdreef Axel | 01 | 20200631/rap01
3 van 11
Figuur 3. Inrichtingsplan voorgenomen ontwikkeling. .Deze afbeeldingen komen uit het voorlopige ontwerp van ‘De Passage’ (zie bijlage 1).
Ecologisch onderzoek vleermuizen Kerkdreef Axel | 01 | 20200631/rap01
4 van 11
METHODE LEEFWIJZE VLEERMUIZEN Vleermuizen maken in de loop van de seizoenen gebruik van een netwerk van verschillende verblijfplaatsen. Vanuit hun verblijfplaats vliegen vleermuizen naar hun foerageergebied via vliegroutes waarbij ze gebruik maken van lijnvormige elementen, zoals aaneengesloten bomenrijen en watergangen. Vleermuizen maken gebruik van gebouwen als verblijfplaats en er zijn ook boombewonende vleermuizen. Elke vleermuissoort heeft zijn specifieke eisen (zie voor meer informatie over vleermuizen www.vleermuis.net en de kennisdocumenten). Vleermuizen zijn insectenetende zoogdieren en vinden hun voedsel op diverse locaties, zoals sloten, kanalen, plassen, bossen, bosranden, parken, bomenrijen, stadstuinen, weilanden en akkers. Iedere vleermuissoort heeft zijn eigen jachttechniek om insecten te vangen. Watervleermuizen foerageren bijvoorbeeld voornamelijk vlak boven het wateroppervlak, maar worden ook wel foeragerend langs bomen waargenomen. Dwergvleermuizen, rosse vleermuizen en laatvliegers vangen vooral prooien in de lucht. Vliegroutes zijn routes tussen een verblijfplaats en een voedselgebied. Als een vliegroute onderbroken wordt door lichtvervuiling of andere barrières, is een verblijfplaats vaak moeilijker of niet meer bereikbaar omdat de vleermuizen zich niet meer kunnen oriënteren.
Vleermuizen hebben een sterke binding met de verblijfplaatsen omdat ze meestal ieder jaar opnieuw gebruikt worden. Tijdens de kraamtijd verzamelen de vrouwtjes zich in kraamkolonies. Tijdens de paarperiode in aug/sep proberen de mannetjes de vrouwtjes naar hun paarverblijf te lokken met zogenaamde paarroepjes. Tijdens de overwintering gaan de vleermuizen in winterslaap en pas in het voorjaar begint de kraamtijd waarna de jongen in de periode mei/juni geboren worden.
VERWACHTE SOORTEN EN FUNCTIES Het plangebied is geschikt als verblijfplaats voor gewone en ruige dwergvleermuis in de gevels van de bebouwing. Vanwege de volledige verharding, het ontbreken van groenstructuren, het ontbreken van water is het plangebied ongeschikt als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Mogelijk loopt er een vliegroute langs de gevels van de gebouwen, maar deze kan nooit essentieel zijn omdat er voldoende geschikte bebouwing in de buurt ligt. Bovenstaande betreft de gegevens uit de quickscan van maart 2020 (Bijlage 2 ). Voor het verkrijgen van informatie is gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke broninformatie via internet en literatuur. Dit is aangevuld met de soorten op basis van gebiedskennis.
VELDBEZOEK Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd aan de hand van het landelijk vastgestelde protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017). Dit is een door de Zoogdiervereniging, het bevoegd gezag en het Netwerk Groene Bureaus (NGB) goedgekeurde methodiek. ATKB is als lid aangesloten bij het NGB. Het vleermuisprotocol geeft aan dat meerdere onderzoeksronden nodig zijn om de verschillende functies van het gebied voor vleermuizen in kaart te brengen. De bezoekronden moeten worden uitgevoerd in de vleermuisactieve periode tussen april en oktober.
Ecologisch onderzoek vleermuizen Kerkdreef Axel | 01 | 20200631/rap01
5 van 11
Met behulp van een batdetector van het type Pettersson D240x of gelijkwaardig en zichtwaarnemingen kunnen verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen worden vastgesteld. Een batdetector zet de voor mensen onhoorbare geluiden van vleermuizen om in hoorbare geluiden. Aan de hand van frequentie en ritme van de geluiden is het mogelijk om de vleermuissoorten te onderscheiden. Deze onderzoeken vinden plaats in de avondperiode. Gekoppeld aan de batdetector worden met behulp van een opnameapparaat (Edirol R-09HR of vergelijkbaar) opnames gemaakt van in het veld moeilijk te determineren soorten. Deze geluiden worden achteraf op kantoor met behulp van het programma Batsound geanalyseerd. Voor het project zijn 5 onderzoeksronden uitgevoerd in de periode juni t/m september. In tabel 1 zijn de onderzoeksronden weergegeven. Het veldwerk is door 1 persoon uitgevoerd. Hiermee was er voldoende overzicht over het plangebied, omdat alleen de gevels aan de Kerkdreef geschikt zijn voor vleermuizen. Tabel 1
Algemene gegevens van de uitgevoerde onderzoeksronden
Datum
Tijd Van-tot 21:40 – 00:00
Temp. (° C) 18
Wind (Bft) 1
Weer en bewolking
01-06-2020
Zonsopgang/ ondergang 21:51
04-07-2020
05:26
03:20 – 05:35
14
1-2
Droog
04-09-2020
20:19
20:00- 22:35
17
1-2
Droog
15-09-2020
19:54
22:40 – 23:30
18
1-2
Droog
27-09-2020
19:25
19:00- 21:45
17
1
Droog, vanaf 21:30 u motregen
Droog
Onderzoek gericht op Kraamverblijven, zomerverblijven, vliegroutes, foerageergebied Kraamverblijven, zomerverblijven, vliegroutes, foerageergebied Paarverblijven, winterverblijven, vliegroutes, foerageergebied Paarverblijven, winterverblijven, vliegroutes, foerageergebied Paarverblijven, winterverblijven, vliegroutes, foerageergebied
Met twee onderzoeken tussen 15 mei en 15 juli met een tussenliggende periode van meer dan 30 dagen is voldaan aan de vereisten voor onderzoeken naar zomer- en kraamverblijfplaatsen voor dwergvleermuizen. Tevens is voldaan aan de vereisten voor paarverblijven (twee bezoeken tussen 15 augustus en 30 september met minimaal 20 dagen daartussen) met de bezoeken op 4 en 27 september. Het bezoek op 15 september was een ‘extraatje’.
Ecologisch onderzoek vleermuizen Kerkdreef Axel | 01 | 20200631/rap01
6 van 11
RESULTATEN VELDONDERZOEK INLEIDING In dit hoofdstuk worden de resultaten van het uitgevoerde vleermuisonderzoek besproken waarbij wordt ingegaan op de functies van het gebied voor vleermuizen. Binnen het plangebied zijn geen vleermuizen waargenomen. Net buiten het plangebied zijn de volgende vleermuissoorten waargenomen: • Gewone dwergvleermuis (GD) • Laatvlieger (LV) Het gaat hier om gebouwbewonende vleermuizen. De verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden zijn essentiële onderdelen van het leefgebied. In onderstaande tekst is daarom een onderscheid tussen deze drie onderdelen aangebracht.
RESULTATEN Waarnemingen Er zijn geen vleermuizen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn er geen gebruikte verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Wel zijn er verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis gevonden in de omgeving, in de Protestantse kerk aan de Kerkdreef en op een andere locatie aan de Gentsevoortstraat. De straten rondom het plangebied worden gebruikt als vliegroute door gewone dwergvleermuis (vrij hoge aantallen, max. 20 per kwartier in juli) en laatvlieger (lage aantallen, max 5 per avond). De waarnemingen zijn weergegeven op kaart, zie hiervoor figuur 4. Verblijfplaatsen De te slopen gebouwen zijn lokaal geschikt om te fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen. De bebouwing kent open stootvoegen en spleten. In het plangebied zijn echter geen gebruikte verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Vliegroutes Binnen het plangebied zijn geen vliegroutes aangetroffen. Er zijn geen bomenrijen of watergangen dichtbij het plangebied. De Kerkdreef en omliggende straten zijn geschikt om als vliegroute te dienen voor vleermuizen. Hier werden volop langsvliegende vleermuizen waargenomen, tot 20 exemplaren per kwartier van de gewone dwergvleermuis, en tot circa 5 laatvliegers per avond.
Foerageergebied Het plangebied is ongeschikt als foerageergebied voor vleermuizen vanwege de volledige verharding, het ontbreken van groenstructuren en het ontbreken van water. Foerageergedrag is dan ook vrijwel niet waargenomen.
Ecologisch onderzoek vleermuizen Kerkdreef Axel | 01 | 20200631/rap01
7 van 11