2022-11-29 a. Vaststellen Verordening fysieke leefomgeving Terneuzen 2023 - ontwerpbesluit
Tekst van het document
1. Het is de rechthebbende op een woning verboden om zonder gebruiksvergunning van het college deze woning te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als tweede woning. 2. Onder het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken van een tot bewoning bestemd gebouw als tweede woning wordt in elk geval verstaan het beschikbaar hebben of houden van zodanig gebouw ten behoeve van zichzelf of van een ander, zonder dat hij of die ander zijn hoofdverblijf in dat gebouw heeft en er een redelijke termijn is verstreken, na welke het beschikbaar hebben of houden dan niet meer geacht kan worden te geschieden met het doel het gebouw te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als hoofdverblijf. 3. Als criterium voor de vaststelling of iemand zijn hoofdverblijf in een gebouw heeft, geldt, dat hij is opgenomen in het persoonsregister van de gemeente. Artikel 3.146 Uitzondering gebruiksverbod
1. Het verbod, vervat in artikel 3.145, geldt niet ten aanzien van iemand die een woning als tweede woning in gebruik heeft op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. 2. De uitzondering genoemd in lid 1 heeft een persoonlijk karakter. Voor een opvolgende bewoner geldt het verbod onverkort. 3. Het verbod geldt evenmin ten aanzien van de zakelijke gerechtigde die een woning verhuurt op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. 4. De uitzondering genoemd in lid 3 heeft een persoonlijk karakter. Voor een rechtsopvolger, hetzij onder bijzondere, hetzij onder algemene titel, geldt het verbod onverkort. Artikel 3.147 Criteria vergunningverlening
1. Het college verleent de vergunning, als bedoeld in artikel 3.145, lid 1, als naar zijn oordeel de woning niet geschikt is voor permanente bewoning en deze daartoe redelijkerwijs, tegen lonende kosten, niet geschikt te maken is. 2. Het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden. 3. De vergunning heeft een persoonlijk karakter. Voor een rechtsopvolger, hetzij onder bijzondere titel, hetzij onder algemene titel, geldt het verbod van artikel 3.145 onverkort. Artikel 3.148 Procedure beslistermijn en nadere regels
1. Het college beslist zoveel mogelijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Het college kan nadere eisen en regels stellen omtrent de wijze waarop een vergunning kan worden aangevraagd en de gegevens, die daarbij door de aanvrager moeten worden overgelegd.
48/164
44
HOOFDSTUK 4 BEHEER EN ONDERHOUD Afdeling 4.1 Onderhoud- en instandhoudingsverplichtingen Gereserveerd
Afdeling 4.2. Gedoogplichten Artikel 4.2.1 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk,
voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
49/164
45
HOOFDSTUK 5 FINANCIËLE BEPALINGEN Afdeling 5.1 Wegslepen voertuigen Artikel 5.1 Kosten overbrengen en bewaren van voertuigen
1. De kosten van het overbrengen van een voertuig met een totaalmassa lager dan 3.500 kilogram naar de bewaarplaats bedragen: a. op werkdagen van 08.00 uur tot 18.00 uur € 242,00 excl. BTW; b. op werkdagen van 18.00 uur tot 08.00 uur € 284,00 excl. BTW; c. op feestdagen en in het weekend € 284,00 excl. BTW. 2. De kosten voor het onvolledig bergen van een voertuig met een totaalmassa lager dan 3.500 kilogram bedragen a. op werkdagen van 08.00 uur tot 18.00 uur € 194,00 excl. BTW; b. op werkdagen van 18.00 uur tot 08.00 uur € 227,00 excl. BTW; c. op feestdagen en in het weekend € 227,00 excl. BTW. 3. De kosten van het overbrengen van een voertuig met een totaalmassa hoger dan 3.500 kilo naar de bewaarplaats bedragen: a. op werkdagen van 08.00 uur tot 18.00 uur € 161,00 excl. BTW b. op werkdagen van 18.00 uur tot 08.00 uur € 214,00 excl. BTW; c. op feestdagen en in het weekend € 214,00 excl. BTW d. loze rit € 149,00 excl. BTW. 4. De bijkomende bergingskosten voor het overbrengen van een voertuig met een totaalmassa hoger dan 3.500 kilo bedragen a. op werkdagen van 08.00 uur tot 18.00 uur € 241,00 excl. BTW per uur; b. op werkdagen van 18.00 uur tot 08.00 uur € 281,00 excl. BTW per uur c. op feestdagen en in het weekend € 281,00 excl. BTW per uur. 5. De kosten van het overbrengen van een snorscooter en bromscooter naar de bewaarplaats bedragen: a.
op werkdagen van 08.00 uur tot 18.00 uur € 75,00 excl. BTW; b. op werkdagen van 18.00 uur tot 08.00 uur € 100,00 excl. BTW; c. op feestdagen en in het weekend € 100,00 excl. BTW; d. loze rit € 50,00 excl. BTW. 6. De kosten voor een loze rit bedragen a. Voor een voertuig met vier wielen € 149,00 excl. BTW; b. voor een voertuig op twee wielen (snorfiets, fiets, bromfiets) € 50,00 excl. BTW 7. de kosten voor het bewaren van een voertuig per etmaal of een gedeelte daarvan bedragen a. voor een voertuig met een totaalmassa lager dan 3.500 kilo bedragen € 10,00 excl. BTW; b. voor een voertuig met een totaalmassa hoger dan 3.500 kilo bedragen € 50,00 excl. BTW. 8. Het tarief wordt jaarlijks per 1 januari, aangepast. Wijziging van de tarieven vindt plaats op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI) reeks alle huishoudens (2015=100), gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het gewijzigde tarief wordt berekend volgens de formule: het gewijzigde tarief is gelijk aan het geldende tarief op de wijzigingsdatum, vermenigvuldigd met het indexcijfer van de kalendermaand die ligt vier kalendermaanden voor de kalendermaand waarin de huurprijs wordt aangepast, gedeeld door het indexcijfer van de kalendermaand die ligt zestien kalendermaanden voor de kalendermaand waarin het wordt aangepast.
Het wordt niet gewijzigd indien een indexering van het tarief leidt tot een lager tarief.
50/164
46
Afdeling 5.2 Tegemoetkoming in schade Artikel 5.2 Gemeentelijke en archeologische monumenten
Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: 1. de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 3.130 lid 2 te verlenen; 2. de voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 3.130; 3. een aanwijzing als bedoeld in artikel 3.135, tweede lid, tweede volzin.
51/164
47
HOOFDSTUK 6 PROCEDUREREGELS Afdeling 6.1. Advies Artikel 6.1. Gereserveerd Artikel 6.2. Monumentencommissie c.q. Commissie ruimtelijke kwaliteit
1. Het college vraagt over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 2.2, advies aan de gemeentelijke adviescommissie, waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van monumentenzorg. Leden van het gemeentebestuur maken geen deel uit van de adviescommissie 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. De commissie adviseert schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd binnen vier weken na ontvangst van het verzoek van het college. Artikel 6.3 Advisering omgevingsvergunning 1. De advisering over de monumentale waarden bij een aanvraag omgevingsvergunning is
opgedragen aan de commissie ruimtelijke kwaliteit. 2. De commissie brengt advies uit over plannen voor Rijksmonumenten en gemeentelijke
3. 4.
5.
6.
monumenten, waarin zowel de aspecten op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als aspecten op grond van de Monumentenwet 1988 en deze verordening worden betrokken. Een aanvraag omgevingsvergunning, waarbij de monumentale waarden beoordeeld moeten worden, wordt gelijk na ontvangst ter advisering voorgelegd aan de commissie. Binnen vier weken nadat door of namens het college daarom is verzocht, brengt de commissie schriftelijk advies uit aan het college. Het advies van de commissie is openbaar en dient een deugdelijke motivering te bevatten. In het verzoek om advies kan het college een langere termijn dan vier weken geven voor het uitbrengen van advies. Een langere termijn kan worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Zodra het advies is uitgebracht, wordt het door of namens het college gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 6.4 Niet wettelijk verplichte taken
De commissie ruimtelijke kwaliteit kan desgevraagd adviezen uitbrengen aan het college over de monumentale aspecten van in voorbereiding zijnde ruimtelijke plannen.
52/164
48
HOOFDSTUK 7 HANDHAVING EN STRAFBEPALING Artikel 7.1 Toezichthouders
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens § 3.2.2, § 3.2.3, § 3.3.3 en § 3.9.2 van deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door het college aangewezen ambtenaren 2. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens § 3.3.2, § 3.3.4, § 3.4.2, § 3.4.3, § 3.4.4, § 3.4.6, § 3.5.1, § 3.5.4, § 3.5.5, § 3.5.6, § 3.5.7 en § 3.7.2 van deze verordening bepaalde zijn belast: de in artikel 141 Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de als buitengewoon opsporingsambtenaar of- ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. 3. Het college dan wel de burgemeester kan naast het bepaalde in lid 2 andere personen met dit toezicht belasten. 4. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens § 3.4.5 van deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen. 5. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens § 3.5.2 van deze verordening zijn belast: de parkeerwachters, werkzaam bij of in opdracht van de gemeente Terneuzen of andere door het college aangewezen personen. 6. Gereserveerd. 7.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens § 3.6.2, § 3.6.3 en § 3.6.4 van deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel 7.2 Strafbepaling
1. Overtreding van de artikelen genoemd in de § 3.3.2, § 3.3.4, § 3.4.2, § 3.4.3, § 3.4.4, § 3.4.6, § 3.5.1, § 3.5.4, § 3.5.5, § 3.5.6, § 3.5.7 en § 3.7.2, alsmede van de artikelen 3.130 en 3.134 van deze verordening en de op grond van artikel 3.7 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Overtreding van het bepaalde in de artikelen 3.94, 3.95 en 3.96 van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie. 3. Overtreding van het bepaalde in § 3.8.2 van deze verordening kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 7.3 Economisch delict
1. Overtreding van het bij of krachtens het bepaalde in de artikelen 3.28, 3.29, 3.32 tot en met 3.34, 3.36 tot en met 3.43, en artikel 3.45, en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten. 2. In afwijking van artikel 7.2, lid 1 is overtreding van het bij of krachtens het bepaalde in de artikelen 3.52, 3.56 eerste lid - als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit – 3.57 en 3.139, eerste lid een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, van de Wet op de economische delicten.
53/164
49
HOOFDSTUK 8 OVERGANGSRECHT Artikel 8.1. Overgangsbepalingen
1. Besluiten van het college die genomen zijn op grond van a. de Afvalstoffenverordening 2020; b. de Algemene Plaatselijke Verordening 2021; c. De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2014; d. de Erfgoedverordening Terneuzen 2011; e. de Gebruiksverordening 2e woningen Terneuzen; f. de Parkeerverordening Terneuzen, en g. de Wegsleepverordening Terneuzen, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning, een ontheffing of een aanwijzing op grond van de verordeningen genoemd onder lid 1 van dit artikel is ingediend, en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag/het verzoek is beslist, dan wordt daarop deze verordening toegepast. 3. De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen of andere rechtsgeldige overeenkomsten of andere schriftelijke afspraken met de gemeente, wordt door inwerkingtreding van deze verordening beheerst door de regels daarvan. 4. De op grond van de Erfgoedverordening Terneuzen 2011 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
Hoofdstuk 9 SLOTBEPALINGEN Artikel 9.1. Intrekking oude regelingen
1. Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de volgende verordeningen: a. De Bouwverordening gemeente Terneuzen 2016, vastgesteld op 27 september 2018; b. De Afvalstoffenverordening Terneuzen 2020, vastgesteld op 7 november 2019; c. De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) vastgesteld op 13 maart 2014 d. De Destructieverordening Terneuzen, vastgesteld 16 december 2004; e. De Erfgoedverordening Terneuzen 2011, vastgesteld op 27 januari 2011; f. De Gebruiksverordening tweede woningen Terneuzen, vastgesteld op 16 december 2004; g. De Parkeerverordening Terneuzen 2008, vastgesteld op 20 december 2007; h. Wegsleepverordening gemeente Terneuzen, vastgesteld op 16 maart 2017. i. De Algemene Plaatselijke Verordening Terneuzen 2021, vastgesteld op 3 juni 2021. 2. Bij inwerkingtreding van deze verordening vervallen de volgende artikelen van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Terneuzen 2022, vastgesteld op 16 december 2021: a. Artikel 16; b. Artikel 26.
54/164
50
Artikel 10.1 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. Artikel 10.2 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening fysieke leefomgeving Terneuzen 2023. Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 15 december 2022 griffier (plv),
voorzitter,
Ing. N.M.J. Jansen-Geerinckx
H.J.A. van Merrienboer
55/164
51
Bijlage I: Begripsbepalingen als bedoeld in artikel 1.1. van deze verordening Begrip uit de verordening Algemeen Het college
Omschrijving Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen.
Afdeling 3.6 Cultureel erfgoed archeologisch verwachtingsgebied:
gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn. beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
beschermd monument:
bevoegd gezag:
bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze verordening en het monumentenbeleid; topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven. Een en ander is uitgewerkt in het door de gemeenteraad op 27 januari 2011 vastgestelde archeologiebeleid op basis van de Geologische kaart van Nederland 1:50.000 bladen ZeeuwschVlaanderen door F.F.F.E. van Rummelen. Tweede druk, Haarlem 1977. kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan. monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven op de gemeentelijke monumentenlijst. de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen. grote kans op archeologische vondsten of informatie. kleine kans op archeologische vondsten of informatie. landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans
commissie ruimtelijke kwaliteit
gemeentelijke archeologische waardenkaart:
gemeentelijke beleidsadvieskaart: gemeentelijk monument:
Gemeentelijk erfgoedregister:
hoge verwachtingswaarde: lage verwachtingswaarde: landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden:
56/164
52
Begrip uit de verordening
Omschrijving weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans. gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie. vergunning als bedoeld in artikel 2.2. lid 1 aanhef en onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden. programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
middelhoge verwachtingswaarde: omgevingsvergunning plan van aanpak:
programma van eisen:
provinciale Archeologische Monumentenkaart: Wabo: Afdeling 3.3, par 3.3.3: Afvalbeheer gezelschapsdier:
een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan ten minste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame. voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden. daartoe op grond van artikel 2.8 aangewezen plaats. voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens. reclamedrukwerk dat gratis huis aan huis wordt verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a. een huis-aan-huisblad of informatieblad over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; of
huis-aan-huisblad:
Inzamelmiddel: inzamelplaats: inzamelvoorziening: ongeadresseerd reclamedrukwerk:
57/164
53
Begrip uit de verordening
Omschrijving b. drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties. perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
perceel: Afdeling 3.2: Bouwwerken bouwwerk:
NEN: omgevingsvergunning voor het bouwen:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm. Wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1.lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Afdeling 3.5, Par. 3.5.3. Gereserveerd Afd. 3.1 en par. 3.3.2, 3.3.4, 3.4.2, 3.4.3, 3.4.4, 3.4.6, 3.5.1, 3.5.4, 3.5.5, 3.5.6, en 3.7.2 Activiteitenbesluit milieubeheer bebouwde kom: Besluit: Bevoegd gezag
Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Activiteitenbesluit milieubeheer. Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e van de Wegenverkeerswet 1994. een door het college aangewezen festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden.
bouwwerk:
Bromfiets collectieve festiviteit:
58/164
54
Begrip uit de verordening gebouw:
Omschrijving Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet.
gevoelige gebouwen:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer. een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft. hakhout, een houtwal of een of meer bomen. festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. standplaats op een aangewezen locatie die eenmalig voor minimaal 1 dag en maximaal 10 dagdelen wordt toegewezen aan een standplaatshouder. De dagen aangegeven in de vergunning voor een standplaats vallen eenmalig binnen een periode van een half jaar. hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 3.21 tot en met 3.24 van deze verordening uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Een niet grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. muziek die niet elektronisch is versterkt. wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.
hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan. parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Nog niet aangewezen vaste standplaats waar als pilot, een standplaats voor maximaal een jaar tenminste 1 vaste dag per week kan worden ingenomen door dezelfde standplaatshouder. degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.
gevoelige terreinen: hakhout: handelsreclame: houder van een inrichting: houtopstand: incidentele festiviteit: incidentele standplaats
inrichting:
kampeermiddel:
onversterkte muziek: openbaar water: openbare plaats: parkeren: pilotstandplaats
rechthebbende:
59/164
55
Begrip uit de verordening
Omschrijving
snuffelmarkt
een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet. het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet. aanduiding voor terrein of plaats waarvoor een standplaatsvergunning kan worden verleend en de standplaats kan worden geëxploiteerd. rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Standplaats op vaste aangewezen locatie die tenminste 1 vaste dag per week wordt ingenomen door dezelfde standplaatshouder voor een langere periode. De duur van de vergunning voor een vaste standplaats is maximaal 5 jaar.
voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en tekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.
standplaats:
standplaatslocatie:
vellen:
vaste standplaats .
voertuigen:
weg:
Afdeling 3.4 Par.3.4.5. Ondergrondse infrastructuur aanvrager:
de natuurlijke of rechtspersoon die aan de gemeente instemming, vergunning of toestemming verzoekt voor het leggen, hebben, onderhouden, verwijderen etc. van kabels en leidingen. verbod voor het uitvoeren van breek- en graafwerkzaamheden in de grond, geldend
breekverbod 60/164
56
Begrip uit de verordening
Omschrijving onder andere bij extreme weersomstandigheden of evenementen. een incident met voor de omgeving mogelijk grote gevolgen, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken. de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of leidingen in de openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen. de kosten voor de gemeente door vermindering van de kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding of andere gemeente eigendommen, veroorzaakt door de (graaf)werkzaamheden onder verhardingsconstructies of andere voorzieningen. degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in de Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet of via een (publiekrechtelijke) vergunning. de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de werkzaamheden worden verricht. het Handboek Kabels en Leidingen (Standaardbepalingen voor het opnemen van de sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten van sleuven en het leggen etc.
van kabels en leidingen die in eigendom of beheer zijn bij de gemeente), zijnde door het college vast te stellen nadere regels betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen inclusief de toepasselijke indieningsvereisten. het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt. besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en
calamiteit
coördinatieverplichting
degeneratiekosten:
gedoogplichtige:
grondroerder: handboek:
huisaansluiting: instemmingsbesluit:
kabels en leidingen:
61/164
57
Begrip uit de verordening
Omschrijving onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen, lassen, etc.) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen en kabels en leidingen ten behoeve van industriële netwerken. de locatie waarvan de gemeente heeft bepaald waar kabels en/of leidingen kunnen worden gelegd. het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen en verwijderen van kabels en leidingen en het verrichten van hierbij behorende werkzaamheden. kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt. geautomatiseerd systeem van de gemeente waarin meldingen, vergunningen en instemmingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de gemeente en/of de grondroerder.
samenspel van ondergrondse kabels en/of leidingen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 onder e. en h. van de Telecommunicatiewet. de openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1 onder h. van de Telecommunicatiewet. de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk.
kabel- en leidingentracé: leggen van kabels en leidingen
marktconforme kosten meldsysteem of registratiesysteem
net (of netwerk):
net voor transport van informatie
netbeheerder:
62/164
58
Begrip uit de verordening niet-openbare kabels en leidingen
nutsbedrijf:
opdrachtgever: openbare gronden spoedeisende werkzaamheden
vergunning:
voorzieningen werkzaamheden:
werkzaamheden van niet ingrijpende aard
63/164
Omschrijving kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe ze behoren) die niet worden gebruikt om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden. bedrijf dat producten en diensten levert in het algemeen belang, en in het kader van deze verordening meer specifiek op het gebied van elektriciteits-, gas- en drinkwatervoorziening, waaronder ook begrepen eventuele warmte-, en/of koudevoorzieningen, en dat mede daartoe netten/netwerken beheert voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van energie. de natuurlijke of rechtspersoon die opdracht geeft tot het uitvoeren van werkzaamheden; openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet. werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk is. Vergunning die door het college op aanvraag verleend kan worden voor voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen. kabels en leidingen en de ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken. handmatige en/of mechanische graafwerkzaamheden inclusief het opbreken en herstel van de sleufverharding in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; a.
het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen); reparaties of onderhoudswerk aan kabels en/of leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan 25 meter en niet vallend onder kabels en leidingen; b. het maken van (huis)aansluitingen waarbij geen verhardingen of groenvoorzieningen worden gekruist, tot een gezamenlijke lengte van 25 meter; c. het maken van een montagegat c.q. lasgat, een opbreking met een beperkte afmeting, maximaal 2 m2, die wordt gemaakt ten behoeve de toegang tot een handhole, plaatsen van afsluiters, 59
Begrip uit de verordening
Omschrijving het opgraven van een kabelrol ten behoeve van klantaansluitingen, het maken van aftakkingen voor het herstellen van kabel c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden.
Afdeling 3.5 Par 3.5.2. Parkeerregulering belanghebbendenplaats:
bronpunt: houder:
motor(voertuig): parkeerapparatuur:
parkeerapparatuurplaats: parkeren:
RVV 1990: vergunning:
64/164
een parkeerplaats die: a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; een gebied met door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen. degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven. hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990. parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan. een parkeerplaats behorend bij parkeerapparatuur.
het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen 60
Begrip uit de verordening
Omschrijving parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen. het gebied dat alle zones omvat. de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend. een gebied met belanghebbendenplaatsen.
vergunninggebied: vergunninghouder: Zone: Afdeling 2.7 besluit: motorrijtuig:
het Besluit wegslepen van voertuigen. wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de wet. het daadwerkelijk onderweg zijn van de takelwagen naar de plaats van berging voordat de takelwagen op de plaats van berging arriveert. het moment dat de takelwagen op de plaats van berging is gearriveerd en eindigt op het moment dat de kraanwagenbemanning in het voertuig plaats neemt om het opgetakelde voertuig over te brengen. het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990 de Wegenverkeerswet 1994.
loos uitrijden (loze rit):
onvolledige berging:
RVV 1990: voertuig wet:
65/164
61
Bijlage 2: Aangewezen hondenuitlaatterreinen als bedoeld in artikel 2.11 van deze verordening Kern Axel
-
Biervliet Hoek Koewacht Overslag Sas van Gent Sluiskil
Terneuzen
-
Westdorpe Zaamslag
-
Locaties een terrein gelegen aan het Paulus Potterpad; twee terreinen gelegen aan de Emmastraat; een terrein gelegen aan de Crijnssenstraat; een terrein gelegen aan de Rooseveltlaan-Eisenhowerlaan; terreinen gelegen aan de Sportlaan; een strook grond gelegen aan de Tuinstraat; een strook grond gelegen aan de Koudepolderstraat; een terrein gelegen aan de Rozenlaan een terrein gelegen aan de Wouterij; een terrein gelegen aan de Henry Dunantstraat; een terrein gelegen aan de Keizersputstraat; een terrein gelegen aan de Oude Sluis (op het Kanaaleiland); een terrein gelegen aan de Kerkhoflaan; een terrein gelegen aan het Suikerplein; een terrein gelegen aan de Frans Naereboutstraat-Havenstraat; een terrein gelegen aan de Stroodorpsestraat; een terrein gelegen aan de Baljuwlaan; een terrein gelegen aan het Dorpspark; een terrein gelegen aan en achter de Schepenenstraat; een terrein gelegen aan de Maassingel; een terrein gelegen aan de Oude Vaart; de Scheldedijk vanaf het (voormalige) verpleeghuis Ter Schorre tot aan de Nieuwstraat; een terrein gelegen aan de Van Steenbergenlaan; een terrein gelegen aan de Oleanderstraat; terreinen gelegen aan de Baandijk; terreinen gelegen aan de Serlippensstraat; terreinen gelegen langs de Otheense Kreek; een strook grond gelegen tussen de Bellamystraat en de Kamerlingh Onnesstraat (tussen de sportvelden en de begraafplaats); een terrein gelegen
aan de Willem Kloosstraat; een terrein gelegen aan de Mauritsstraat; een terrein gelegen tussen de Kastanjelaan en de Lindenlaan; een terrein gelegen aan de Merwedelaan-Diezestraat; een terrein gelegen aan de Michiel de Ruijtersingel; een strook grond gelegen aan de Zeldenrustlaan; een terrein gelegen aan de Laan van Othene; een terrein gelegen tussen de Noteneeweg en de Frans Naereboutstraat; een terrein gelegen aan de Toermalijnsingel; een terrein gelegen aan de Chopinlaan-Wagnerhof; een terrein gelegen aan de Beethovenhof; een terrein gelegen tussen de Beethovenhof en de Guido Gezellestraat; een strook grond gelegen aan de Händellaan. een strook grond gelegen langs de Bernhardstraat; een strook grond gelegen langs het Arjan Erkelpad; een terrein gelegen aan de Koepoortstraat; een terrein gelegen aan het Dorpsbos-Molenstraat; 66/164
62
Kern Zuiddorpe
-
Locaties een terrein gelegen aan de Boekweitstraat;
67/164
63
Bijlage 3: Aangewezen zones parkeren door vergunninghouders, als bedoeld in artikel 2.12 van deze verordening
Zone 1
Zone 3
Zone 4
Burg.Geillstraat Scheldekade Spuistraat Walstraat Arsenaalstraat Stadhuisplein De Blokken De Jongestraat Schoolplein Zandstraat Herengracht* Vissteeg * Kersstraat * Molenwerf *
Achter de Kerk Dijkstraat Donze Visserstraat Dwarsstraat Eerste de Kortestraat Eerste Verbindingstraat Elleboog Grenulaan Huizingaplein Jozinastraat Korte Dijkstraat Korte Kerkstraat Lange Kerkstraat Nieuwediepstraat Pelmolengang Schoolweg Tholensstraat Tweede Verbindingstraat van Bovenstraat Vlooswijkstraat Kandeelstraat Westkolkstraat
De Doelderstraat dr. Buijzestraat Javahof Kazernestraat Martinus Eijkestraat N.J. Hartestraat Oostelijk Bolwerk Schoollaan Steenkamplaan van Steenbergenlaan Waterfront prive terrein
* geen parkeervakken
68/164
64
Zone 1
Zone 3 Nieuwstraat Noordstraat
69/164
Zone 4
65
Bijlage 4: Aangewezen standplaatsen als bedoeld in artikel 2.15 van deze verordening Lijst vaste standplaatsen en standplaatsen die gebruikt worden als incidentele standplaats gemeente Terneuzen. Deze lijst kan wijzigen doordat er nieuwe locaties komen. De lijst wordt jaarlijks geactualiseerd. Kern Axel Biervliet Hoek Koewacht Overslag Philippine Sas van Gent Sluiskil Spui Terneuzen
Westdorpe Zaamslag Zandstraat Zuiddorpe
Locatie Wilhelminalaan (bij de Hoven van Axel) Nassaustraat Markt Molenplein Kerkplein (kop parkeerplaats Nieuwstraat) Zuiddorpseweg (tussen Keizersputstraat en ’t Hoeksken) Kasteelstraat (tussen Visserslaan en Havenpoortstraat) Keizer Karel plein (zijde Oostdam) Keizer Karelplein Wilhelminalaan (Albert Heijn) Westkade Groenoord (kiosk) Spui (bij molen) Winkelcentrum Zuidpolder Markt (langs Havenstraat) Markt Mr F.J. Haarmanweg (Re-Ri) Kennedylaan (Gamma) Stadhuisplein (ingang parkeergarage) Amstelveenstraat Plein Sint Janstraat Dorpsplein
70/164
Vast/Incidenteel Vast Incidenteel Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast Incidenteel Incidenteel Vast Vast Vast/incidenteel Vast Incidenteel Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast
66
Bijlage 5: Aangewezen zoekgebieden windenergie en afgewezen gebieden windenergie als bedoeld in artikel 2.17 van deze verordening Aangewezen zoekgebieden
Gebied A: Axelse Vlakte
Gebied B: Naast DOW Mosselbanken
71/164
67
Gebied C: Herontwikkeling windpark Koegors
72/164
68
Gebied D: Westelijke Kanaaloever
Gebied E: ten zuiden van Dow Mosselbanken
Afgewezen gebieden voor windenergie
Waterbekkens naast de N61 ten noorden van de kern Philippine
73/164
69
Eendragtpolder ten oosten van buurtschap De Griete
Oude Papeschorpolder/Ghellinckpolder-Noord (Sas van Gent)
74/164
70
Bijlage 6: Excessenregeling als bedoeld in artikel 3.15 van deze verordening
EXCESSENREGELING TERNEUZEN Beleidsnota, december 2013
75/164
71
VOORWOORD
Voor u ligt de excessenregeling van de gemeente Terneuzen. De gemeenteraad van Terneuzen besloot eind 2012 het welstandsbeleid te herzien. De raad heeft tevens gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wetgever bood door de welstandscommissie af te schaffen. Het nieuwe welstandsbeleid, de excessenregeling, wordt conform besluit d.d. 8 november 2012 ambtelijk getoetst. Sinds 2004 heeft Terneuzen welstandsbeleid, waarin de gemeente de gewenste ruimtelijke kwaliteit heeft vastgelegd. Die kwaliteit met de daaraan te koppelen criteria wordt gebruikt als toetsingskader bij aanvragen. Hiermee is uitvoering gegeven aan de Woningwet van 2003. Welstandstoezicht is daarmee dichter bij de burger gekomen. Deze ontwikkeling heeft zich echter daarna nog verder doorgezet. Een trend naar deregulering en een verdere individualisering in de maatschappij ging samen met veel discussie over welstand binnen de gemeente. Deze omstandigheden zijn aanleiding geweest tot het besluit het welstandsbeleid te herzien. Het nieuwe welstandsbeleid van de gemeente Terneuzen gaat uit van de gedachte, dat burgers zelf voldoende inzicht hebben in redelijke eisen van welstand. De gemeente zorgt daarom slechts voor een minimaal noodzakelijk vangnet voor ruimtelijke kwaliteit. De gemeente toetst een vergunningaanvraag niet meer vooraf maar grijpt alleen achteraf in bij een exces.
Van een exces is sprake wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Criteria hiervoor zijn opgenomen in deze beleidsnota welstand. In een beperkt aantal beeldbepalende gebieden waar een grootschalige of ingrijpende ontwikkeling plaatsvindt kunnen in de toekomst wél welstandscriteria vooraf worden opgesteld. In deze gevallen wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat opgenomen wordt in de nota. Voor monumenten zal welstandstoezicht vooraf blijven bestaan.
Drs. F.O. van Hulle, wethouder
76/164
72
HOOFDSTUK 1 INLEIDING EN LEESWIJZER
De Woningwet van 1 januari 2003 roept gemeenten op welstandsbeleid te voeren. De gemeente Terneuzen heeft in 2004 deze gelegenheid te baat genomen om te komen tot een samenhangend beleid. De samenhang in de eigenschappen van gebieden en objecten werden vertaald in objectieve beoordelingscriteria, die de burger een houvast moesten bieden bij het opstellen en indienen van een bouwplan. De laatste jaren gingen een trend naar deregulering en een verdere individualisering in de maatschappij samen met veel discussie over welstand binnen de gemeente. De gemeenteraad van Terneuzen besloot daarom eind 2012 het welstandsbeleid te herzien en om te vormen tot excessenregeling.
Redelijke eisen van welstand Welstandstoezicht heeft allereerst ten doel te voorkomen, dat bouwwerken de openbare ruimte ontsieren. Deze beoordeling is gebaseerd op artikel 12 van de Woningwet. Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger, agrariër of ondernemer wordt afgewogen tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als algemene waarde. De kaders waarbinnen deze afweging plaatsvindt worden vastgesteld met een politieke keuze door de gemeenteraad, die moet zijn gebaseerd op inhoudelijk onderzoek en een maatschappelijke discussie. Modernisering en vermaatschappelijking van het welstandstoezicht was een belangrijke doelstelling van het voorstel tot wijziging van de Woningwet, die in januari 2003 van kracht is geworden. Artikel 12 van de Woningwet werd in dit wijzigingsvoorstel uitgebreid met een nieuw artikel 12 A, dat bepaalt dat de welstandsbeoordeling alleen nog maar kan worden gebaseerd op door de gemeenteraad in een welstandsnota vastgestelde welstandscriteria. Het proces van modernisering en vermaatschappelijking is hier echter niet opgehouden. Door een wijziging in het Besluit Omgevingsrecht is het vanaf 1 januari 2013 niet meer verplicht een welstandscommissie te raadplegen.
De “Kamerbrief standpuntbepaling welstandscommissies” van 22 november 2011 geeft hier nadere informatie over, ook wel bekend als de “Kan bepaling”. “Welstandstoezicht blijft bestaan, maar welstandscommissies zijn niet langer nodig en de voorschriften over welstand worden overgeheveld naar het ruimtelijk instrumentarium”.
Uitgangspunten voor de excessenregeling Het nieuwe welstandsbeleid van de gemeente Terneuzen gaat uit van de gedachte, dat burgers zelf voldoende inzicht hebben in redelijke eisen van welstand. De gemeente zorgt daarom slechts voor een minimaal noodzakelijk vangnet voor ruimtelijke kwaliteit. De gemeente grijpt alleen achteraf in bij een exces. Van een exces is sprake wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Criteria hiervoor zijn opgenomen in de beleidsnota welstand. In een beperkt aantal beeldbepalende gebieden waar een grootschalige of ingrijpende ontwikkeling plaatsvindt kunnen in de toekomst wél welstandscriteria vooraf worden opgesteld. Het schaalniveau en het belang van de plek van dergelijke ontwikkelingen maakt dat gemeenschappelijk belang uitstijgt boven individuele vrijheid. In deze gevallen wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat opgenomen wordt in de beleidsnota welstand. Voor monumenten zal welstandstoezicht vooraf blijven bestaan.
77/164
73
Afschaffing van de welstandscommissie In november 2012 heeft de gemeenteraad gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wetgever bood en de welstandscommissie afgeschaft. Het nieuwe welstandsbeleid, de excessenregeling, wordt voortaan ambtelijk getoetst. Welstandstoezicht op monumenten wordt uitgevoerd door een externe deskundige van bijvoorbeeld SCEZ (Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland) of DSL (Dorp, Stad en Land).
Raadpleging van de excessenregeling Nu vrijwel de gehele gemeente repressief welstandstoezicht heeft is raadpleging van de nota voorafgaand aan een bouwaanvraag niet meer noodzakelijk. In gebieden met enkel repressief welstandstoezicht zal géén welstandstoezicht plaatsvinden bij de aanvraag. Wel kan achteraf door de gemeente handhavend worden opgetreden als er sprake is van een exces.
Vaststelling Na opstelling van een concept voor de beleidsnota is deze door de gemeente onder de aandacht van het publiek gebracht. Alvorens het beleid vast te stellen is de nota in de inspraak geweest om burgers de gelegenheid te geven hun inzichten kenbaar te maken. Na vaststelling van de beleidsnota welstand in de gemeenteraad zijn de excessencriteria voor iedereen beschikbaar.
78/164
74
LEESWIJZER Hoofdstuk 2 beschrijft het ruimtelijk beleid. Het omvat een beschrijving van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid als basis voor het gewenste welstandstoezicht (de excessenregeling). Hoofdstuk 3 beschrijft de essentie van deze nota: criteria voor excessen. In de gehele gemeente geldt repressief welstandstoezicht. Van een exces kan sprake zijn als een bouwwerk in ernstige mate in het uiterlijk in strijd is met redelijke eisen van welstand. Met behulp van deze criteria kan de gemeente achteraf ambtelijk toetsen of sprake is van een exces. Het college kan vervolgens op grond van een advies besluiten om handhavend op te treden. In hoofdstuk 4 volgt een omschrijving van de te volgen procedure voor grotere projecten op beeldbepalende locaties, waarvoor bijvoorbeeld het bestemmingsplan moet worden aangepast naar aanleiding van stedenbouwkundige plannen. Voor dergelijke projecten kunnen welstandscriteria worden opgesteld in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, dat door de gemeenteraad dient te worden vastgesteld.
79/164
75
HOOFDSTUK 2 RUIMTELIJK KWALITEITSBELEID
In het ruimtelijk beleid van een gemeente is de excessenregeling het vangnet, waarmee de ondergrens van de visuele kwaliteit van gebouwen wordt bewaakt. Het niveau waarop dit net komt te hangen, is mede afhankelijk van het beleid van de gemeente. Daarom is het ruimtelijk kwaliteitsbeleid geïnventariseerd en een analyse gemaakt van de consequenties voor het welstandsbeleid. Het ruimtelijk beleid wordt op hoofdpunten beschouwd.
RUIMTELIJK BELEID In het nieuwe omgevingsbeleid van de Provincie Zeeland (2012) wordt een nieuwe taakverdeling tussen Rijk, Provincie Zeeland, waterschap en gemeenten geïntroduceerd. In die nieuwe taakverdeling liggen meer taken en verantwoordelijkheden bij de gemeenten en beperkt de Provincie zich tot de kerntaken. Daarbij geeft de Provincie kaders aan en maken de gemeenten afspraken over hoe die kaders in de eigen regio worden ingevuld. Onderwerpen opgenomen in de nieuwe verordening ruimte en voor onze provincie van groot belang, zijn bijvoorbeeld woningbouw, bedrijventerreinen, windmolens, natuurgebieden en intensieve veehouderij. Deze onderwerpen zijn vooral gerelateerd aan bestemmingsplannen en hebben geen directe consequentie voor het welstandsbeleid van de gemeente Terneuzen. De basis voor het ruimtelijk beleid van de gemeente is vooral vastgelegd in de structuurvisie en in bestemmingsplannen, aangevuld met visies en beeldkwaliteitsplannen. De structuurvisie 2025 geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor iedereen in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen.
Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop het gemeentebestuur zich voorstelt de voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken. De Structuurvisie Binnenstad (2012) is een uitwerking van de structuurvisie 2025. Het relatief grote aantal projecten op deze belangrijke plek in de gemeente wordt beschreven in onderlinge samenhang en in relatie tot gewenste ontwikkelingen. Ook de structuurvisie binnenstad is een formeel kader volgens de Wro. In de meeste gevallen geven visies en plannen vooral aan welke richting ontwikkelingen dienen te gaan zonder directe gevolgen voor het welstandsbeleid. Een voorbeeld is het masterplan voor de Axelsedam, waarin wordt aangegeven dat de gemeente streeft naar kwaliteitsverbetering van de structuur, openbare ruimte en bebouwing en naar een functionele invulling om zo de stad Terneuzen en de binnenstad te versterken. Het plan heeft daarmee vooral zijdelings invloed op de beleidsnota welstand. Het stedenbouwkundig plan voor Othene Zuid is een uitzondering op deze regel. Het is een opzet voor de verdere uitbreiding van de woonwijk.
De gemeente wenst een heldere structuur gekoppeld aan een grote diversiteit in woningen met een eigen identiteit binnen een viertal herkenbare stedenbouwkundige eenheden.
80/164
76
Bestemmingsplannen De bestemmingsplannen in de gemeente leiden vooral tot een individueel juridisch kader en een actualisering van de bestaande situatie. De actualisering van bestemmingsplannen is een aanleiding om per gebied een ruimtelijke visie te beschrijven en deze op te nemen in de toelichting van het bestemmingsplan. Daarvoor worden de natuurlijke waarden, ruimtelijke structuur en cultuurhistorische karakteristieken geïnventariseerd. In juli 2013 moet de actualisering van bestemmingsplannen voltooid zijn.
Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 werd het voor gemeenten verplicht in nieuwe bestemmingsplannen aandacht te besteden aan cultuurhistorie. Daarbij gaat het niet alleen om objecten als monumentale panden maar nadrukkelijk ook om bijvoorbeeld landschappelijke elementen. De gemeente Terneuzen heeft een Cultuurhistorische Waardenkaart vervaardigd op basis van een inventarisatie van de Provincie Zeeland en in overleg met betrokken organisaties. In deze kaart wordt informatie over cultuurhistorisch waardevolle elementen gecombineerd met ontwikkelingsstrategieën uit de Structuurvisie 2025. Monumenten zijn op deze kaart gemarkeerd. Per bestemmingsplan zal vervolgens besloten worden in hoeverre cultuurhistorische elementen beschermd worden of mogelijkheid bieden tot (nieuwe) ontwikkeling.
Landschap en openbare ruimte Het beleid voor landschap en openbare ruimte is in kwantitatieve zin terughoudend. Voor het zuidelijke deel is de provinciale nota Staats Spaanse Linies van belang. Daarnaast is er recentelijk veel aandacht geschonken aan de inpassing van de Westerscheldetunnel en is er een Landschapsuitvoeringsplan gemaakt voor de Kanaalzone, maar de daarvoor gekozen uitgangspunten hebben weinig tot geen gevolgen voor het welstandsbeleid.
14
81/164
77
Terneuzen 1850
Terneuzen nu
82/164
78
Water en dijken
Forten en kreken
83/164
79
RUIMTELIJKE ANALYSE Om de ruimtelijke kwaliteiten van de structuur en het landschap van de gemeente in kaart te brengen is een analyse gemaakt van de opbouw, die zijn weerslag heeft gevonden in de kaartbeelden op de volgende pagina’s. Uit deze analyse van de ruimtelijke kenmerken van zowel het landschap, als de bebouwingsvlakken, is een visie op het gebied voortgekomen waarbij de belangrijkste kenmerken van de samenhang tussen de bebouwde omgeving en het landschap centraal staan.
Forten en kreken In de zestiende eeuw zag het landschap er mede onder de invloed van de tachtigjarige oorlog geheel anders uit dan vandaag de dag. Het Axelse Gat was doorgestoken en Terneuzen lag daarmee op een eiland. Aan beide zijden van het water werden door de Spanjaarden en hun Hollandse tegenstanders versterkingen aangelegd. De meeste van deze fortificaties bestonden uit aardwerken, die tegenwoordig nauwelijks van de inpolderingsdijken te onderscheiden zijn. Wellicht dienden sommige dijken ook beide doelen.
Terneuzen 1850 Op de topografische kaart van Terneuzen, Axel en Sas van Gent in 1850 is de situatie vastgelegd vlak na het graven van het kanaal. Te zien is hoe dit waterbouwkundige werk het landschap ingrijpend heeft beïnvloed. Niet alleen is hiermee de positie van Terneuzen veranderd, ook Axel ondergaat gevolgen. Het verzande Axelse gat loopt nog maar tot aan Sluiskil en de stad waaraan dit zeegat zijn naam ontleende ligt midden in de uitgestrekte polders. Ook is het proces van inpoldering goed waar te nemen. Steeds wordt een deel van de oorspronkelijke kreken bedijkt.
Terneuzen nu Water en dijken bepalen ook tegenwoordig het landschap van de huidige gemeente Terneuzen. De grens tussen land en zee is veel korter dan in de afgelopen eeuwen. De kustlijn is strak. De kreken van de Westerschelde zijn vrijwel geheel ingepolderd. Overgebleven zijn de vele dijken, die getuigen van de opeenvolgende fasen in de landwinning. In het huidige landschap is het kanaal van Gent naar Terneuzen met daarlangs gelegen een industriële zone de meest aanwezige doorgaande lijn. Deze deelt het grondgebied van de gemeente in tweeën, maar vormt ook een verbindingslijn waarlangs de (industriële) bebouwing zich concentreert.
Water en dijken De hoge zeewering langs de kust van Zeeuws-Vlaanderen is meer dan een waterstaatkundig werk. Vanuit de polders is het zeewater, dat zo’n grote invloed heeft gehad op het landschap, nauwelijks meer te ervaren. De dijk zelf echter is een bijna onontkoombare verwijzing naar de delta. Ook zijn de vele kleinere bedijkingen die vanaf de middeleeuwen zijn aangelegd nog goed te zien en vormen de vele kreken en kreekrestanten een tastbare herinnering aan het ontstaan van het landschap. Ze delen het vlakke land op in kamers met verschillende karakters. Vele dijken zijn ook beplant, daardoor nog herkenbaarder en tevens versterkt dit het ‘kamergevoel’. Omdat de wegen meestal midden door de polders lopen, bevind je je steeds in één van die kamers om na een volgende dijk in een andere ruimte te komen.
84/164
80
Ontwikkelingen
Hoofdpunten
85/164
81
Ontwikkelingen Naast de drie grotere plaatsen Terneuzen, Axel en Sas van Gent bestaan de kernen vooral uit een aantal dorpen, waaronder plaatsen als Hoek, Zaamslag, Koewacht en Philippine en het stadje Biervliet. Deze liggen in een weids landschap met een voornamelijk agrarisch karakter. In de stedelijke zone langs het kanaal is een industriegebied ontstaan met natte bedrijventerreinen, waarlangs procesindustrie en overslag te vinden is. Ook het aan het diepe vaarwater van de Westerschelde gelegen Dow Chemical mag in deze opsomming niet ontbreken. De verwachting is, dat het gebied met de komst van de Westerscheldetunnel verder tot ontwikkeling zal komen. Deze biedt niet alleen kansen voor de industrie, maar maakt de gemeente ook beter bereikbaar voor toerisme en meer aantrekkelijk als woon- en werkgebied. Terneuzen als stad fungeert als centrum met voorzieningen voor de regio, zoals onderwijs, zorg, cultuur, uitgaan (horeca), detailhandel etc. Deze voorzieningen maken Terneuzen een aantrekkelijke stad om te wonen en maken dat Terneuzen de grootste woonconcentratie vormt in de regio. De hoofdas voor zowel industrie als infrastructuur is de Kanaalzone. De combinatie van water, wegen en spoor maakt het gebied een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven.
In aanvulling op deze Noord-Zuidas is langs de kust vanaf Terneuzen in de richting van de zee een industriezone ontstaan met bedrijvigheid die afhankelijk is van het diepe water. Parallel daaraan ligt de provinciale weg, die met de opening van de Westerscheldetunnel groeit in belang. Waar eerst de ontsluiting van Terneuzen en de bedrijvigheid daaromheen vanuit Nederland gezien via de twee veerverbindingen of via Antwerpen plaats vond, is nu de tunnel een hoofdontsluiting van Zeeuws-Vlaanderen, terwijl voor het voet- en fietsveer slechts een nevenrol is weggelegd. Terneuzen is daarmee komen te liggen op het kruispunt van de ontsluitingswegen van de streek.
Gevolgen voor ruimtelijk beleid De inzet voor het ruimtelijk beleid van Terneuzen is samen te vatten in de volgende hoofdpunten, die te maken hebben met de wens de streek verder te ontwikkelen: • de aanlanding van de Westerscheldetunnel maakt het gebied beter bereikbaar en vormt een infrastructureel knooppunt. De Sluiskiltunnel zal de bereikbaarheid nog verbeteren. • langs het kanaal van Gent naar Terneuzen zullen natte bedrijventerreinen worden ontwikkeld met de nadruk op overslag en productie (waaronder chemische industrie) De komst van de nieuwe zeesluis zal een nieuwe impuls geven aan de scheepvaart. • de zone van het vroegere Axelse Gat is een cultuurhistorische drager van het gebied en biedt met zijn oude vestingen en steden in combinatie met een kleinschalig en afwisselend landschap een goede basis voor verdere ontwikkeling van het verblijfstoerisme. • ter hoogte van Sluiskil ontmoeten industrie en landschap elkaar, waarbij het kanaal een scheiding vormt in de ervaring van het landschap. Verder is de naderende demografische krimp in Zeeuws-Vlaanderen een aandachtspunt voor het kwaliteitsbeleid. De relatie tot het welstandsbeleid van deze problematiek is nog niet uitgewerkt.
86/164
82
MONUMENTENBELEID Er zijn enkele tientallen rijksmonumenten in de gemeente. Ook zijn er inmiddels gemeentelijke monumenten aangewezen. Beschermde dorps- of stadsgezichten zijn er niet. Voor toezicht op monumenten wordt een externe deskundige ingeschakeld van bijvoorbeeld SCEZ (Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland) of DSL (Dorp, Stad en Land).
RELATIE MET ANDERE PLANVORMEN Voor een effectief en praktisch hanteerbaar kwaliteitsbeleid is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. In het kader van de excessenregeling is vooral de relatie met het bestemmingsplan van belang. Het bestemmingsplan regelt de ruimtelijke ordening van onder meer functie en ruimtebeslag van bouwwerken. In de beleidsnota welstand kan worden verwezen naar welstandscriteria uit andere beleidsdocumenten, waaronder beeldkwaliteitsplannen (hoofdstuk 5). Deze verwijzingen worden geacht deel uit te maken van de nota. Uiteraard gelden voor deze documenten dezelfde eisen als voor de nota: vaststelling in de vorm van beleidsregels door de gemeenteraad, inspraak conform de gemeentelijke inspraakverordening en welstandscriteria die 'zo veel mogelijk' zijn toegespitst op het individuele bouwwerk en die specifieke aspecten van het bouwwerk normeren. In de praktijk zullen gebieden waarvoor beeldkwaliteitsplannen gelden na realisatie terugvallen tot repressief welstandstoezicht.
87/164
83
HOOFDSTUK 3 CRITERIA BIJ EXCESSEN
Excessen in gebieden met enkel repressief welstandstoezicht Alle bouwwerken in gebieden met enkel repressief welstandstoezicht (al dan niet vergunningplichtig) kunnen in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. In feite betreft dit de gehele gemeente, uitgezonderd beeldbepalende objecten in het buitengebied (zie hoofdstuk 4). Volgens artikel 13a Ww kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Volgens datzelfde wetsartikel moeten de criteria hiervoor in de beleidsnota welstand zijn opgenomen. Deze ‘excessenregeling’ is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan, maar excessen vanuit welstand te voorkomen. Omdat voorkomen beter is dan genezen wordt in geval van twijfel geadviseerd vooraf ambtelijk advies aan te vragen.