CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-06-22 bijlage bestemmingsplan Philippine, Braakmanweg 18 vastgesteld 1-gecomprimeerd

gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Philippine, Braakmanweg 1821.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.9

Cultuurhistorie

Beleid en normstelling Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het plangebied) Rijksmonumenten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur dient bepaald te worden.

37/543

Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie moet ook het aspect historische bouw worden opgenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Handreiking landschap De gemeente Terneuzen heeft samen met de gemeenten Sluis en Hulst de Handreiking Landschap Provincie Zeeland opgesteld. Hierin is van relevante cultuurhistorische elementen en objecten beschreven hoe bepalend en leesbaar ze zijn, op welk bestuurlijk niveau en met welk planologisch instrument regulering plaats zal vinden en welke strategie eraan gekoppeld kan worden. De Handreiking Landschap noemt vier strategieën die gekoppeld kunnen worden aan cultuurhistorische elementen en objecten: a. Behoud: hierbij gaat het voornamelijk om monumentale objecten met landschapshistorische waarde (molens, vliedberg e.d.), alsmede de landschapsreservaten en delen van het landschap met zeer hoge mate van bepaaldheid en gaafheid; b. Behoud ruimtelijke karakteristiek: conservering van de bestaande ruimtelijke kenmerken van het landschap staat voorop.

Er worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan die deze ruimtelijkheid veranderen. Het gebied hoeft echter niet bij voorbaat zijn huidige functie te behouden. Deze strategie komt in Terneuzen in de praktijk niet voor; c. Behoud door ontwikkeling: de bestaande landschapsstructuur en mate van verdichting is richtinggevend voor mogelijk veranderingen. De veranderingen moeten passen in de structuur. Verandering van functie is nadrukkelijk een optie. De mate waarin veranderingen optreden kan per gebied verschillend zijn. Nadere afweging is hierbij noodzakelijk; d. Vernieuwing: de bestaande landschapsstructuur verandert ingrijpend. Functies veranderen. De veranderingen zijn echter passend binnen het DNA van het betreffende gebied. Onderzoek De strategieën uit de structuurvisie zijn samengevat in 3 hoofdstrategieën: Behoud, Behoud door ontwikkeling en Vernieuwing mogelijk. In de figuren 4.8 tm 4.10 zijn deze kaartbladen weergegeven, tevens is het plangebied in elke figuur rood omcirkeld. Behouden

38/543

Figuur 4.8 -Kaartblad 'Behouden' Het gebied is aangeduid als gebied dat behouden moet worden. Het plangebied betreft momenteel een oude boerderij. Door het realiseren van een zorggebouw veranderd het enigszins van functie, daartegenover staat dat een oude boerderij niet in verval raakt en ingeruild wordt voor een nieuw complex. In stedenbouwkundig opzicht is dit wenselijk. Behoud door ontwikkeling

Figuur 4.9 - Kaartblad 'Behoud door ontwikkeling' Het gebied is hierin aangeduid als (smal)stad. Daarnaast is ook de dijkbeplanting van belang. Deze kenmerken worden met het planvoornemen niet beïnvloedt. Vernieuwing mogelijk

39/543

Figuur 4.10 Kaartblad 'Vernieuwing mogelijk' In het kaartblad vernieuwing mogelijk is voor het plangebied geen strategie opgenomen. Hierdoor is er geen noodzaak voor ontwikkeling waardoor alles mogelijk blijft. Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Zeeland Het perceel is aangewezen als historische boerderij op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland. De schuur aan de westzijde van het perceel is gewaardeerd met A (hoge waarde en nauwelijks aangetast, nader onderzoek wordt aanbevolen). De gevels van de schuur bevatten steunberen met terugliggend velden metselwerk. In deze velden bevinden zich de oorspronkelijke betonnen vensters. Op het dak bevinden zich opvallend grote ontluchtingskokers. De schuur heeft een smalle en lange vorm. Voor zijn bouwtijd is de schuur zeldzaam en bevindt zich in een behoorlijk authentieke staat. Deze schuur blijft behouden in de beoogde ontwikkeling. Daarnaast zijn het erf en de ensemble beoordeeld met waardering B (minder grote waarde vanwege aantasting, maar nog wel herstelbaar, niet voor nader onderzoek aanbevolen). Het erf en de ensemble blijven qua inrichting grotendeels gelijk. De oude varkensstal zonder cultuurhistorische waarde wordt gesloopt en komt een modern gebouw voor in de plaats. De cultuurhistorische bebouwing en inrichting van het erf blijven gehandhaafd.

40/543

Figuur 4.11 - Luchtfoto 1959 met aanduiding cultuurhistorische boerderij. Conclusie Het geplande ontwikkeling is in overeenstemming met de cultuurhistorische waardenkaarten en heeft derhalve geen negatieve invloed op eventuele cultuurhistorische waarden. Het aspect 'cultuurhistorie' staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.10 Ecologie Beleid en normstelling Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking,

41/543

zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied niet gelegen binnen Natuur Netwerk Nederland. Het plangebied grenst echter wel aan Natuur Netwerk Nederland; namelijk ten westen langs het Philippinekanaal en ten oosten langs de Vergaertdijk. Natuur Netwerk Nederland heeft geen externe werking, waardoor dit geen beperkingen oplevert voor het plangebied.

In figuur 4.8 is het plangebied ten opzicht van Natuur Netwerk Nederland weergegeven.

42/543

Figuur 4.8 - Natuur Netwerk Nederland (Grijs) ten opzichte van het plangebied (rood omkaderd) Het plangebied is niet gelegen in Natura 2000-gebied. De dichtst bijzijnde Natura-2000 gebieden zijn: Polders (België) op circa 2,1km ten zuiden (figuur 4.9) Canisvliet op circa 7,3 km ten zuidoosten (figuur 4.9) Westerschelde & Saeftinghe op circa 6,9km ten noorden (figuur 4.9)

Figuur 4.9 - Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)

43/543

Effecten als areaalverlies en verstoring door onderliggende ontwikkeling zijn op deze afstand uit te sluiten. Effecten als vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn op dergelijke afstand niet op voorhand uit te sluiten, daarom is een stikstofberekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De stikstofberekening is opgenomen in bijlage 7. Soortenbescherming De ontwikkeling voorziet in de renovatie van de oude kippenschuur tot zorggebouw. Hiervoor worden de volgende werkzaamheden, die mogelijk soorten kunnen verstoren, uitgevoerd: verwijdering van begroeiing; bouwrijp maken; sloopwerkzaamheden; bouwwerkzaamheden; Bij de voorbereiding van de ontwikkeling moet worden onderzocht of de Wet Natuurbescherming (Wnb) de geplande ontwikkeling niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Wet Natuurbescherming zal kunnen worden verkregen. Bij de voorbereiding van de ontwikkeling moet worden onderzocht of de Wet Natuurbescherming (Wnb) de geplande ontwikkeling niet in de weg staat.

Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Wet Natuurbescherming zal kunnen worden verkregen. Om te achterhalen welke beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn is een ecologische onderzoek uitgevoerd (bijlage 8). Uit het verkennend ecologisch onderzoek is gebleken dat nader onderzoek nodig is voor de volgende soorten en gebieden Vleermuizen: zie Tabel 2 van het rapport voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen half mei en half oktober volgens het Vleermuisprotocol 2021. Er zijn onder andere veldbezoeken benodigd in het voorjaar en najaar. Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie (mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven. Bunzing en steenmarter: indien niet aan de maatregelen in paragraaf 5.1.3. van het rapport kan worden voldaan is nader onderzoek naar deze soorten niet nodig. Aan deze maatregelen is reeds voldaan. Verder dienen maatregelen te worden genomen voor het vestigen van: Vogels zonder jaarrond beschermd nest Hermelijn en wezel Nader onderzoek

44/543

Uit het nader onderzoek naar vleermuizen (bijlage 9) is gebleken dat er geen verblijfplaatsen van of andere essentiële waarden voor vleermuizen zijn vastgesteld binnen het projectgebied, waardoor een negatief effect op vleermuizen is uitgesloten. Daarnaast zijn er geen verblijfplaatsen of sporen van marters aanwezig in de schuur. Een negatief effect op marters door de sloop van de schuur en de kap van hooguit enkele bomen heeft geen negatief effect op marters. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Conclusie Het aspect ecologie staat de ontwikkeling niet in de weg.

4.11 Kabels en leidingen Beleid en normstelling Voor planologisch relevante kabels en leidingen geldt in het algemeen een belemmeringenzone waarmee in de ontwikkeling van een plangebied rekening moet worden gehouden. Onderzoek In het plangebied en in de directe nabijheid van het plagebied liggen geen leidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen vallen of hoogspanningskabels van 50 kV en hoger. Planologische relevante kabels en leidingen vormen daarom geen belemmering voor de vaststelling van dit plan. Conclusie De eventuele aanwezigheid van kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

4.12 Externe veiligheid Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Onderzoek Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van twee inrichtingen, Oiltanking Terneuzen en Bertschi B.V. Het maatgevende scenario voor deze inrichtingen betreft het vrijkomen van giftige stoffen.

Het plangebied is echter niet gelegen binnen een PR 10-6 contour van het plaatsgebonden risico van een risicobron. Ook vindt er

45/543

geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het spoor, de weg, het water of door buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

46/543

Hoofdstuk 5

5.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Inspraak en overleg De geplande ontwikkeling is gedeeld met de verschillende stakeholders door middel van het informeren van omwonenden. Daarnaast zijn de vooroverleg parnteners geinformeerd. De Provincie Zeeland heeft opgemerkt dat aanvullend onderzoek ecologie nog niet is uitgevoerd en dus nog niet is beoordeeld. Zienswijze Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Veiligheidsregio Zeeland, heeft aandacht gevraagd voor de ligging van het plangebiedb binnen het invloedsgebied van twee inrichtingen, Oiltanking Terneuzen en Bertschi B.V., de toelichting is hierop aangevuld. De Veiligheidsregio geeft daarnaast een aantal adviezen voor de uitvoering. De reactie is opgenomen in bijlage 10. Provincie Zeeland heeft aangegeven geen zienswijze in te dienen, maar geeft aan dat de stikstofberekening n.a.v. het beschikbaar komen van de nieuwe AERIUS-rekentool, geupdate dient te worden . Vaststelling Het bestemingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld.

Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraaks van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De kosten worden gedekt uit de opbrengst van de zorgvoorziening. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht.

47/543

Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt. Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd.

48/543

Bijlagen bij de toelichting

49/543

50/543

Bijlage 1

51/543

Inrichtingsplan

P

P

P

P

P

P

P

P

7200+

7200+

4600+

4600+

2300+

2300+

1600+

1600+

P=0

P=0

1250-

1250-

2500-

2500-

P

P

P

P

P

DOORSNEDE B-B PLAN

DOORSNEDE A-A PLAN

210

P

P

P

P

P

9400 6330 8980

210 210

keuken

voorraad

10650

150

P

150

210

210

2500

2505

P

210

lift

galerij 1

1850

galerij 2

douche

studio A2

wc

douche

studio A3

wc

douche

studio A4

wc

douche

studio A5

wc

douche

studio A6

wc

douche

conferentiezaal

studio B1

wc

douche

studio B2

wc

douche

studio B3

wc

douche

studio B4

wc

douche

210

3840

200

3900

200

3900

200

3900

200

3900

200

3900

200

14300

200

2800

200

2800

200

2800

200

2800

12550

12130 studio A1

kantoor

wc

200

5240

210

P

150

P

10340

P

210

P

7785

eetzaal

210

56700

Philippine - Braakmanweg 18 - SCHETSONTWERP - 1:100 - 17-10-2020

Bijlage 2

53/543

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling

PHILIPPINE, BRAAKMANWEG 18 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 15-10-2021

1/2

2/2

DATUM

15-10-2021

PROJECTLEIDER

ir. C.A. Louws

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Stichting de Arend 44003312.20201938

AUTEUR STATUS

S.E.H. Lie, MSc ontwerp

Inhoud

1.

Inleiding

5

2.

Plaats en omvang van het project Plaats van het project Kenmerken van het project

7

7 10

3.

Kenmerken van de milieueffecten

15

4.

Conclusie

23

1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Verkeer en parkeren Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Bijlagen

Bijlage 1 – Watertoets Bijlage 2 – Bodemonderzoek Bijlage 3 – Stikstofberekening Bijlage 4 – Ecologische Quickscan Bijlage 5 – Nader onderzoek beschermde soorten

Rho adviseurs voor leefruimte

5 5 6

15 16 16 16 17 18 18 22 22

25 25 26 27 28 29

20201938

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

5

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

Op het perceel gelegen aan Braakmanweg 18 in Philippine bevindt zich Stichting de Arend. Dit is een nonprofitorganisatie die verschillende zorgverlenende activiteiten verricht. Stichting de Arend is voornemens haar zorgverlenende activiteiten uit te breiden in een leegstaande kippenschuur. Hiervoor zal de oude kippenschuur in het plangebied worden gerenoveerd. Het perceel is in het huidige bestemmingsplan bestemd ten behoeve van 'Recreatieve doeleinden'. Hierdoor bevat de ontwikkeling zowel een functiewijziging als de renovatie van een oude kippenschuur. Dit past niet binnen de regeling van het geldende bestemmingsplan 'Terneuzen Philippine' van de gemeente Terneuzen. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan opgesteld wat hierin voorziet. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of heeft op een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de renovatie van een kippenschuur van 810 m2 naar zorgvoorzieningen. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde.

Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waar dit document in voorziet.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Rho adviseurs voor de leefruimte

20201938

6

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

7

2. Plaats en omvang van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied betreft het perceel aan de Braakmanweg 18, kadastraal bekend als Sas van Gent, Sectie S, nummer 134. Het plangebied omvat een perceel ten behoeve van 'recreatieve doeleinden' en is gelegen aan de rand van de kern Philippine. De grenzen van het plangebied worden gevormd door een bosrijke woonbestemming ten noorden en ten oosten van het plangebied. Ten zuiden bevindt zich het uitbreidingsplan Kanaalpark, waar nieuwbouwwoningen zijn gerealiseerd. Ten westen grenst het plangebied aan de Braakmanweg met daar langs het Philippinekanaal. De situering van het plangebied is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Situering plangebied Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in het bestemmingsplan ‘Terneuzen Philippine (vastgesteld op 11-09-2008) geen archeologische dubbelbestemming.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

8

Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Polders in België ligt op circa 2,1 kilometer. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied in Nederland betreft Westerschelde & Saeftinghe op circa 6,9 kilometer (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde NNB-gebied grenst aan het plangebied (figuur 2.3). Het plangebied is niet gelegen binnen een milieu beschermingsgebied (figuur 2.4). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een stiltegebied (figuur 2.5).

Figuur 2.2 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: provincie Zeeland)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

9

Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van Natuur Netwerk Nederland (bron: provincie Zeeland)

Figuur 2.4 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van milieu beschermingsgebieden (bron: provincie Zeeland)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

10

Figuur 2.5 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van stiltegebieden (bron: Atlas Leefomgeving)

2.2.

Kenmerken van het project

De ontwikkeling bevat zowel een functiewijziging als het bouwen van een nieuw gebouw. De initiatiefnemer wil ter plaatse van de oude kippenschuur in het plangebied een nieuw gebouw ten behoeve van zorgvoorzieningen realiseren. De zorgverlenende activiteiten bestaan uit psychosociale en maatschappelijke hulpverlening. De hulpverlening is erop gericht verstoringen in de wisselwerking van de persoon en zijn sociale en/of maatschappelijke omgeving op te lossen. Stichting de Arend biedt hulp aan mensen met problemen op psychisch, sociaal, of maatschappelijk gebied. Dit betreft hulp in de vorm van:  Pastorale zorg  Persoonlijke coaching en advies  Gezinsbegeleiding  Huwelijksbegeleiding  Seminars op het gebied van persoonlijke, geestelijke en sociale ontwikkeling Hiervoor maakt de Stichting gebruik van de groene locatie aan de Braakmanweg 18. Middels een korte aaneengesloten intensieve aanpak middel gesprekken, coaching, persoonlijke en geestelijke ontwikkelingstudies zijn hier velen ge-recreëert. Hierbij is het de bedoeling gedurende enkele nachten gasten kunnen overnachten. Deze overnachtingen zouden plaatsvinden van woensdag tot zondag, omdat het zorgcomplex van zondag 13.00 tot woensdag gesloten is. Voor het uitbreiden van de zorgvoorzieningen is stichting de Arend voornemens een voormalige kippenschuur van 65x12m te renoveren.

Hier ligt momenteel een asbestdak op en de huidige eigenaar wil saneren en renoveren. De stichting wilt hiervan een zorggebouw maken, waarbij de volgende renovaties worden gerealiseerd: - Gevels en dak worden gerenoveerd, en zonnepanelen worden geplaatst - 10 kamers waar gasten en families kort kunnen verblijven voor hulp en coaching

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

11

- Een toilet/douche groep - Een ruimte voor therapie, gesprekken en seminars - Een keuken - Kantoorruimte - Gezamenlijke woonkamer - Parkeergelegenheid Het gebouw wordt circa 56,7m lang en 12,1m diep. Daarbij wordt aan de voorzijde een uitbouw van circa 9,4m breed en 10,7m diep gerealiseerd. In bijlage 1 is het volledige inrichtingsplan opgenomen. Dit komt neer op circa 810 m2 bvo. Een overzicht van de toekomstige situatie is weergegeven in figuur 2.6 t/m 2.9.

Figuur 2.6 Inrichtingstekening

Figuur 2.7 Overzichtstekening plangebied

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

12

Figuur 2.8 Vooraanzicht gebouw

Figuur 2.9 Vooraanzicht vanaf de parkeerplaats Verkeersontsluiting Voor het aspect verkeer is het van belang dat wordt voorzien in een goede ontsluiting van het plangebied. Het plangebied wordt op dit moment ontsloten via de Braakmanweg.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

13

Parkeren Ten behoeve van de voorziening wordt tevens een parkeerterrein aangelegd. Deze bevindt zich direct achter het woonhuis en de schuur. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen ontstaan tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen toekomstige ontwikkelingen in de omgeving die kunnen leiden tot cumulatie van effecten.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

14

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

15

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is berekend op basis van CROW publicatie 381: Uitgegaan voor de verkeersgeneratie wordt van worst-case maximale kencijfers rest bebouwde kom, weinig stedelijk. De huidige bestemming 'recreatieve doeleinden' wordt nu niet uitgevoerd dus dit genereert ook geen verkeer. In de nieuwe situatie waarbij de kippenstal wordt getransformeerd tot 10 verblijfseenheden en een ruimte waar een seminar kan worden gegeven van 150m2. De zorg is voor mensen met problemen op psychisch, sociaal, of maatschappelijk gebied. Verblijf is uitsluitend kortdurend. Daarom is (worstcase)uitgegaan van de verkeersgeneratie van kamerverhuur zelfstandige. Verkeersgeneratie zorgwoningen aantal 10 x 2,4 (per woning) = 24 mvt/etmaal weekdag omgerekend naar werkdag (x1,11)= 27mvt/etmaal maximaal. Ruimte voor Seminar 150 m2 bvo (uitgaande van 12 seminars per jaar): De ruimte voor Seminar is niet alleen bedoeld voor de cliënten en vrij toegankelijk. Voor dit soort ruimtes zijn geen kencijfers bekend. Hiervoor wordt worst-case aangesloten bij het kencijfer buurtcentrum. Verkeersgeneratie seminar: 1,5x79,4= 120mvt/etmaal gemiddelde weekdag. Op jaarbasis voor 12 seminars bedraagt de verkeersgeneratie (120/365)*12= 4mvt/etmaal Totaal is de verkeerstoename maximaal 31 mvt/etmaal.

De verschillende verkeersontsluitende wegen hebben voldoende capaciteit om deze beperkte toename op te kunnen vangen. Parkeren Voor een functie als onderliggende maatschappelijke functie zijn geen kencijfers bekend. Per behandelkamer wordt daarom uitgegaan van 1 parkeerplaats. In totaal betekent dit 10 parkeerplaatsen. Voor de seminarruimte wordt uitgegaan van een 'buurthuis'. Met een oppervlakte van 150m2 geldt hiervoor een parkeerbehoefte van 6 parkeerplaatsen. Hierdoor bedraagt de totale parkeerbehoefte in het plangebied 16 parkeerplaatsen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

16

Het beoogde terrein bevat voldoende ruimte om in deze behoefte te voorzien en is weergegeven in de inrichtingstekening in hoofdstuk 2. In de praktijk zullen de seminars en praktijkruimten niet tegelijktijdig door verschillende bezoekers gebruikt worden, waardoor de parkeerbehoefte lager zal zijn.

3.2.

Geluid

Wegverkeer Binnen het plangebied wordt de ontwikkeling van een gebouw ten behoeve zorgvoorzieningen mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) betreft deze ontwikkeling geen realisatie van geluidsgevoelige functie(s) en dient derhalve geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Negatieve effecten kunnen voor het aspect geluid uitgesloten worden.

3.3.

Bodem en water

Bodem ijdens het bodemonderzoek zijn in de bodem asbestverdachte materialen aangetroffen ter plaatse van twee boringen. In de grondmengmonsters is asbest aangetoond, het asbestgehalte van een van de boorgaten is boven het criterium voor nader onderzoek aangetroffen. Deze locaties bevinden zich rondom de schuur. Daarnaast zijn de PAK en PCB verontreinigingen aangetoond ter plaatse van een boring naast de voormalige kippenschuur en en aangrenzend aan de te behouden schuur. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Water Bij het Waterschap Scheldestromen wordt hiervoor een Aanmeldformulier Watertoets gebruikt. Het ingevulde aanmeldformulier, waarin de hiervoor genoemde aspecten zijn verwerkt, is opgenomen in de bijlage. Het conceptplan en het aanmeldformulier worden toegezonden aan het waterschap en met deze instantie besproken. De ontwikkeling betekent een beperkte toevoeging van verhard oppervlak, waardoor een verplichting tot aanleg van waterberging ontstaat. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat bij ruimtelijke plannen zoals deze rekening gehouden dient te worden met de waterhuishouding. Middels het uitvoeren van een Watertoets worden alle relevante zaken met betrekking tot de waterhuishouding afgestemd en besproken met de waterbeheerder(s).

Hiermee heeft de beoogde ontwikkeling derhalve geen negatieve effecten voor de waterhuishoudkundige situatie.

3.4.

Natuur

Gebiedsbescherming Het plangebied niet gelegen binnen Natuur Netwerk Nederland. Het plangebied grenst echter wel aan Natuur Netwerk Nederland. Natuur Netwerk Nederland heeft geen externe werking, waardoor dit geen beperkingen oplevert voor het plangebied. Het plangebied is niet gelegen in Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden zijn: - Polders (België) op circa 2,1km ten zuiden (figuur 4.6) - Canisvliet op circa 7,3 km ten zuidwesten (figuur 4.7) - Westerschelde & Saeftinghe op circa 6,9km ten noorden (figuur 4.7)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

17

Effecten als areaalverlies en verstoring door onderliggende ontwikkeling zijn op deze afstand uit te sluiten. Effecten als vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn op dergelijke afstand niet op voorhand uit te sluiten, daarom is een stikstofberekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De stikstofberekening is opgenomen in de bijlage. Soortenbescherming Om te achterhalen welke beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn is een ecologische onderzoek uitgevoerd (bijlage). Uit het verkennend ecologisch onderzoek is gebleken dat nader onderzoek nodig is voor de volgende soorten en gebieden  Vleermuizen: zie Tabel 2 van het rapport voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen half mei en half oktober volgens het Vleermuisprotocol 2021. Er zijn onder andere veldbezoeken benodigd in het voorjaar en najaar. Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie (mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.  Bunzing en steenmarter: indien niet aan de maatregelen in paragraaf 5.1.3.

van het rapport kan worden voldaan is nader onderzoek naar deze soorten niet nodig. Aan deze maatregelen is reeds voldaan. Verder dienen maatregelen te worden genomen voor het vestigen van:  Vogels zonder jaarrond beschermd nest  Hermelijn en wezel Nader onderzoek Uit het nader onderzoek naar vleermuizen is gebleken dat er geen verblijfplaatsen van of andere essentiële waarden voor vleermuizen zijn vastgesteld binnen het projectgebied, waardoor een negatief effect op vleermuizen is uitgesloten. Daarnaast zijn er geen verblijfplaatsen of sporen van marters aanwezig in de schuur. Een negatief effect op marters door de sloop van de schuur en de kap van hooguit enkele bomen heeft geen negatief effect op marters. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

3.5.

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof direct langs de Hoofdweg (N61) ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zijn gelegen. Ter plaatse van het plangebied geldt een gemiddelde concentratie van 16,21 ug/m3 voor stikstofdioxide en 17,04 ug/m3 voor fijn stof (PM10). In figuur 3.1 is een uitsnede van de NSL-monitoringstool weergegeven. Hierin zijn zowel de gemeten waarden weergegeven als de ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het meetpunt (rood omcirkeld).

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

18

Figuur 3.1 NSL-monitoringstool

3.6.

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen te vinden met een externe werking. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het water, de weg, het spoor of door buisleidingen. Hiermee worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid. Risico’s op rampen door klimaatverandering Er is sprake van een toename in verharding, hiervoor zullen compenserende maatregelen genomen worden. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

3.7.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen cultuurhistorische aspecten aanwezig. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect cultuurhistorie worden uitgesloten.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

19

Archeologie In de bestemmingsplannen wordt doorgaans een diepte van ten hoogste 0,5 meter beneden het maaiveld gehanteerd waarvoor het verlenen van een omgevingsvergunning (voor het bouwen en voor grond- en sloopwerkzaamheden) vrijgesteld is van het opstellen van een onderzoek(srapport). Hierna wordt beoordeeld of in het bestemmingsplan een regeling (onderzoeksplicht en vergunningstelsel) moet worden opgenomen die eventuele archeologische waarden planologisch beschermt. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) Binnen de grenzen van het plangebied bevinden zich volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK) (figuur 3.2) geen terreinen met een vastgestelde archeologische waarde.

Figuur 3.2 Archeologische Monumentenkaart (AMK) met plangebied gemarkeerd De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) is het onderzoeksgebied gelegen in een zone die wordt gekenmerkt door een zeer lage trefkans voor het aantreffen van archeologische waarden (zie figuur 3.3).

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

20

Figuur 3.3 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden ARCHIS & Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) ARCHIS is het Archeologisch informatiesysteem. In Archis 3.0, de nationale database voor vindplaatsen in Nederland, worden binnen het plangebied geen waarnemingen vermeld. In de ruimere omgeving zijn wel enkele vindplaatsen bekend. In het Zeeuws Archeologische Archief (ZAA) berusten de verslagen van alle in het verleden in Zeeland uitgevoerde bodemonderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke. Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. Uit navraag bij het ZAA blijkt dat rondom het plangebied weinig archeologische vondsten zijn gedaan. Geologie Aan de hand van de geologische kaart kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn, waaronder:  Pleistoceen: vanaf de Steentijd;  Hollandveen: vanaf de IJzertijd en Romeinse tijd;  Duinkerke II, inclusief ‘oudere afzettingen van Duinkerke’: vanaf de Middeleeuwen;  Duinkerke III; vanaf de Nieuwe Tijd. In de gemeente Terneuzen kunnen archeologische resten in de bodem voorkomen tot in de Pleistocene afzettingen. Op de geologische kaart (figuur 3.4) blijkt dat er verschillende afzettingen van Duinkerke aanwezig zijn:  Do.3b 'Kreekafzettingen van Duinkerke DIIIb'

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

21

Figuur 3.4 Geologische kaart Van Rummelen Voor de Kreekafzettingen van Duinkerke DIIIb (geologische laag Do.3b) geldt geen onderzoeksplicht. Aangezien het gaat om kreekafzettingen, is er een grote kans dat mogelijk in het verleden daar aanwezige resten zijn verdwenen. Vrijstellingenkaart De algemene vrijstelling voor archeologie waaronder werkzaamheden tot 100 m2 en minder dan 0,5m diep is niet van toepassing op dit ruimtelijk plan. In figuur 3.5 is de archeologische vrijstellingenkaart weergegeven, met daarin het plangebied rood omlijnd. Op basis van deze kaart blijkt dan ook dat er ruimere vrijstellingsdiepten van meer dan 4 meter onder maaiveld van toepassing zijn.

Figuur 3.5 Vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017 Hiermee kan geconcludeerd worden dat er vanuit het aspect archeologie geen negatieve effecten verwacht worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

22

3.8.

Aanlegwerkzaamheden

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.9.

Mitigerende maatregelen -

Voor de toename van verharding dient voldoende waterberging gerealiseerd te worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

23

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

24

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

25

Bijlagen

Bijlage 1 – Watertoets

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen

Het plangebied bevindt zich in de beschermingszone van het Philippinekanaal

Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Voorkomen overlast door oppervlaktewater

Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Het plangebied voorziet in de bouw van een nieuwe schuur en de realisatie van verharding. Hierbij bestaat het dakoppervlak uit de oppervlakte van het woonhuis (90m2), de oppervlakte van de schuur aan de weg. In de tabel hieronder is de hoeveelheid verhard oppervlak in de huidige situatie en de toekomstige situatie weergegeven (in m2) van: huidige na Versc situatie realisatie hil 1155 dakoppervlak 1230 m2 +75 m2 dichte bodemverhard 500 m2 500 m2 0 ing doorlatende 7930 bodemverhard 7855 m2 -75 m2 ing 9585 Totaal 9585 m2 m2

Het verhard oppervlak van het plangebied zal met 75m2 toenemen. Rekening houdend met toekomstige klimaatontwikkelingen dient bij nieuw te ontwikkelen stedelijk gebied per m2 verhard oppervlak 75 mm te worden geborgen. Derhalve is voor deze locatie (75 x 0,075=) 5,6 m3 waterberging noodzakelijk.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater

Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Grondwaterkwantiteit en verdroging

Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

In de plangebied is een vijver aanwezig maar ruimte is voor extra waterberging. Het plangebied is aangesloten op het rioleringsstelsel. Dit betreft een gescheiden stelsel. Hierbij wordt afvalwater en hemelwater gescheiden aangeboden. Het hemelwater betreft enkel het water van de daken van de gebouwen, het hemelwater van de bestrating zal in de bodem infiltreren. Grondwateroverlast is niet van toepassing in het plangebied en verdroging wordt voorkomen door het hemelwater in het plangebied te laten infiltreren, in plaats van het af te voeren naar de rioolwaterzuivering.

Grondwaterkwaliteit

Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Het plangebied is niet gelegen binnen zoetwatervoorkomen, infiltratiegebieden, waterwingebieden en/of grondwaterbeschermingsgebieden. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem zullen duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt worden, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. De beoogde ontwikkeling heeft zodoende geen nadelige gevolgen voor de grondwaterkwaliteit

Oppervlaktewaterkwaliteit

Er wordt geen water geloosd op oppervlaktewateren, hierdoor heeft het plan geen negatieve gevolgen voor oppervlaktewateren.

Volksgezondheid

Dit aspect is niet van toepassing. De ontwikkeling heeft zodoende geen watergerelateerde consequenties voor de volksgezondheid.

Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling

Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling zal niet optreden. Het plangebied maakt geen deel uit van natte natuurgebieden. Het grenst daarentegen wel aan Natuur Netwerk Nederland, echter heeft de beoogde ontwikkeling geen negatief effect op de aquatische natuur. Er zijn daarom geen bijzondere maatregelen te treffen.

Natte natuur

Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater

Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

De onderhoudspaden van het Philippinekanaal zijn gelegen aan de overkant van de Braakmanweg, hierdoor vormt de ontwikkeling geen belemmering voor het onderhoud van de wegen.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Het projectgebied bevindt zich binnen de beschermingszone van de primaire waterkering Philippine kanaal.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)

* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

Nee Ja, de ontwikkeling voorziet in een zorgvoorziening gebouw met ruim 800m2 bvo. Hier komen bezoekers op af waardoor er meer verkeer rondom het plangebied zal zijn.

* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Bestaande weg Nee Ja, er wordt voorzien eigen parkeerbehoefte voorzien Nee, de ontwikkeling bevindt zich niet binnen 20m van een waterschapsweg.

26

Bijlage 2 – Bodemonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

20201938

VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM/PUIN BRAAKMANWEG 18 TE PHILIPPINE (ZEEUWS-VLAANDEREN)

Rapportage verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin Braakmanweg Vlaanderen)

18

Opdrachtgever

te

Philippine

(Zeeuws-

Rho Adviseurs voor leefruimte Nieuwstraat 27 4331 JK Middelburg

Rapportnummer Versienummer

15321.001 D2

Status

Eindrapportage

Datum

11 oktober 2021

Vestiging

Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw Z.F. Rico Neves, BA

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer ir. F.F.J.M. Top

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 8 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Algemeen.......................................................................................................................... 5 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest .................................................................. 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal ............................ 6 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 7 5.5.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 7 5.5.2 Grondwaterbemonstering ................................................................................... 8

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 8 Toetsingskader ............................................................................................................... 10 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 11 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 12

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 13

15321.001

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c. 5.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Berekening asbestgehalten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering

15321.001

1

INLEIDING

Rho Adviseurs voor leefruimte heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin op de locatie Braakmanweg 18 te Philippine (Zeeuws-Vlaanderen). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond".

Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten worden getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 9.590 m²) is gelegen aan de Braakmanweg 18 te Philippine (ZeeuwsVlaanderen) (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Sas van Gent, sectie S, nummer 134. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 2,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 41.550 , Y = 367.575.

R 15321.001 versie D1

Pagina 1 van 14

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever Rho Adviseurs (contactpersoon mevrouw L. ten Braak ), d.d. 25 mei 2021

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Terneuzen (contactpersoon mevrouw K. Eijsackers-van Arethals), d.d. 8 juni 2021

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 28 juni 2021

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Uit historisch kaartmateriaal voor de periode 1910 blijkt, dat de onderzoekslocatie nog onder water was gelegen. Vanaf ongeveer 1910 maakt de onderzoekslocatie deel uit van de kanaalpolder. Tot 1950 heeft de locatie voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad en bleef onbebouwd. Omstreeks 1950 wordt er bebouwing gerealiseerd. Vanaf 1974 tot 1997 is er op de onderzoekslocatie een (fruit)boomgaard aanwezig geweest. In 1985 werd op de onderzoekslocatie de schuur en het erf gerealiseerd. In 1999 worden twee vijvers op de onderzoekslocatie gerealiseerd. Historische fruitboomgaarden zijn verdacht voor het voorkomen van parameters zoals DDT en andere organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Deze werden in het verleden in Nederland voornamelijk vanaf begin jaren 40 van de vorige eeuw grootschalig toegepast. Sinds 1973 geldt in Nederland een verbod op het gebruik van DDT. Derhalve is de onderzoekslocatie niet verdacht op DDT en andere OCB. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Terneuzen bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen.

R 15321.001 versie D1

Pagina 2 van 14

In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens een deel van de bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. 3.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11562652/1