2021-12-01 BIJLAGE 8 - DEO 6 - tech-kwal-eisen gem. Terneuzen algemene versie (29-03-2021)
Tekst van het document
12,8 uur; 8) Bij toepassing van een externe overstort dient deze ontworpen te worden op een hoogte welke minimaal 0,40 m hoger ligt dan het zomerpeil van het ontvangende oppervlaktewater; 9) Bij verstopping van één rioolstreng moet het rioolwater alsnog kunnen afstromen via een andere gekoppelde streng; 10) Doodlopende rioolstrengen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen. Daar waar van toepassing, ontspanningsdeksels toepassen.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
13
4.2.4
Gemalen en persleidingen
Indien afvalwater of hemelwater vanwege hoogteverschil en/of afstand getransporteerd moet worden met een rioolgemaal en persleiding, zijn de ontwerpeisen als volgt: 1) De pompcapaciteit voldoet aantoonbaar aan het berekende debiet conform de in paragraaf 4.2 vermelde ontwerpeisen van de genoemde rioolstelsels; 2) De diameter van de persleiding wordt berekend op basis van: de toe te passen pompcapaciteit; het te verpompen debiet; de viscositeit (afval-)water; de opvoerhoogte; de afstand tot het lozingspunt; 3) Op basis van de benodigde pompcapaciteit en diameter persleiding wordt een pomptype geselecteerd welke optimaal functioneert in zijn werkpunt curve (of bij intelligente pompen in zijn werkgebied); 4) De stroomsnelheid in de persleiding bedraagt ca. 0,7 tot 1,2 m/s om het zelfreinigend vermogen van de leiding te borgen; 5) De berekende drukhoogte van de gemalen mag niet hoger zijn dan de toegepaste druksterkte (SNklasse) van de persleiding; 6) Pompen en besturingssystemen dienen van het fabricaat Flygt te zijn (Xylem Water Solutions); 7) Indien door de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen gewenst, dienen pompen voor de afvoer van een DWA-stelsel of gemengd stelsel een hoge operationele flexibiliteit te hebben (intelligente functionaliteiten), welke geboden wordt door de concertor-pomp (Flygt).
(Uitgezonderd drukrioolunits in het buitengebied); 8) Het besturingssysteem moet volledig zijn afgestemd op de toe te passen pomp; 9) De berekende pompcapaciteit, het uitvoeringstype en de technische specificaties van pompen en besturingssysteem dienen ter acceptatie te worden voorgelegd aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen; 10) De berekende pompcapaciteit behoeft ook de acceptatie van waterschap Scheldestromen; 11) Het besturingssysteem moet middels ADSL worden aangesloten op de hoofdpost “AquaView ++” van de gemeente Terneuzen. (Uitgezonderd drukrioolunits in het buitengebied); 12) Gemalen in een DWA-stelsel en/of gemengd stelsel moeten zijn uitgevoerd met twee pompen die alternerend werken. De pompen zijn elkaars reserve; 13) Gemalen voor de afvoer van een HWA-stelsel mogen voorzien zijn van één pomp; 14) Een drukrioolunit (met name in het buitengebied) bestaat uit één minigemaal: per minigemaal maximaal de DWA-productie van 10 woningen aansluiten; bij meerdere woningen (10-25) een dubbel minigemaal opstelling toepassen, uitgevoerd met twee pompen die alternerend werken. (De pompen zijn elkaars reserve); het afvoeren van hemelwater via betreffende drukrioolunits is niet toegestaan; 15) Het inslagpeil van een pomp mag niet hoger liggen dan de bob-hoogte van de laagst inkomende rioolleiding.
Rioolleidingen mogen niet als berging gebruikt worden; 16) Draaitijd van een pomp in een droogweersituatie mag in totaal ca. 15-20 minuten per uur zijn; 17) Het aantal draaimomenten per pomp dient beperkt te blijven tot maximaal ca. 6-7 aanslagen per uur; 18) De verblijftijd van afvalwater in de persleiding dient zo kort mogelijk gehouden te worden om H2Svorming te beperken; 19) Persleidingen dienen minimaal 1,0 m onder maaiveld te worden aangebracht; 20) Bij het kruisen van watergangen en dergelijke worden leidingen aangelegd op ten minste 1,0 m onder de bodem van de watergang. Tevens wordt de leiding beschermd met een mantelbuis en een doorlopende betonplaat.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
14
5
ONTWERP DRAINAGE
5.1
Ontwerp drainagestelsel
De initiatiefnemer dient een drainageplan ter acceptatie aan te bieden aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen. Dit plan dient minimaal de volgende elementen te bevatten: 1) Onderzoek naar de gedragingen van de grondwaterstanden; 2) Afvoermogelijkheden van het ontvangen drainagewater; 3) Hoogteligging en maatvoering drainage; 4) Dimensioneringsberekening van de drainage. Het drainagesysteem (zie principe detail) dient te voldoen aan de volgende ontwerpeisen: 1) Drainage wordt primair aangesloten op oppervlaktewater. Indien dit niet mogelijk is, wordt drainage aangesloten op een HWA-riool. Aansluiten op een andersoortige voorziening is enkel toegestaan met toestemming van de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen; 2) Het drainagesysteem zodanig uitvoeren dat voor particuliere percelen een ontwateringsdiepte (niveau tussen vloerpeil en grondwaterstand) van circa 0,7 m wordt gewaarborgd; 3) Indien mogelijk wordt de drainagebuis onder de grondwaterstand aangelegd. De reden is om dichtslibben van de drainagebuis door oxidatie te beperken; 4) In principe wordt geen cunetdrainage toegepast. Als dit toch noodzakelijk is dan wordt dit uitgevoerd in polypropyleenvezel 450 mu, diameter minimaal 80 mm, sleuven aanvullen met zand tot 25 cm t.o.v. bovenkant buis.
Verdere aanvulling tot onderzijde wegfundering; 5) De drain omhullen met minimaal 30 cm drainagezand; 6) Drainageleidingen moeten voorzien zijn van doorspuitvoorzieningen die vanaf maaiveld bereikbaar zijn via een putdeksel; 7) Begin- en eindputten van de drainage moeten zijn voorzien van een zandvang (zie paragraaf 7.3.1); 8) Maximale afstand tussen doorspuitvoorzieningen bedraagt 75 m; 9) Het grondwaterpeil dient gereguleerd te worden middels draaibare bochtstukken in de drainageputten (zie principe detail).
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
15
6
VERIFICATIE en VALIDATIE ONTWERP
Nadat het ontwerp is afgerond dient de initiatiefnemer door middel van verificatie en validatie aan te tonen dat het ontwerp voldoet aan de eisen en wensen van de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen.
6.1
Verificatie ontwerp
Onder verificatie wordt verstaan een check of het juist ontworpen is. De initiatiefnemer dient door middel van een verificatierapport aan te tonen dat aan de eisen is voldaan. Per eis dient te worden aangegeven hoe aan deze eis is voldaan en waar dit is opgenomen in het ontwerp dan wel de contractstukken. Voor specifieke risicovolle onderdelen kan de verificatiemethode worden voorgeschreven door de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen. Voorbeeld verificatie: Aan de hand van de technische eisen (b.v. huisaansluitingen gres vervangen door PVC) worden de huisaansluitingen welke vervangen dienen te worden op tekening verwerkt. De riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen kunnen aan de hand van de tekening controleren of de huisaansluitingen zijn opgenomen in de werkzaamheden. De tekening is het verificatiedocument.
6.2
Validatie ontwerp
Onder validatie wordt verstaan een check of het juiste ontworpen is. De initiatiefnemer dient door middel van een presentatie van het ontwerp te valideren of dit voldoet aan de behoefte van de rioolen waterbeheerders. Voorbeeld validatie: De riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen wordt gevraagd of het ontwerp voldoet aan de behoefte en verwachtingen. Indien niet wordt voldaan dan past initiatiefnemer het ontwerp aan.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
16
7
MATERIAALEISEN
7.1
Van toepassing zijnde bepalingen
Op alle werkzaamheden zijn van toepassing: 1) De hierna genoemde paragrafen van de Technische bepalingen (hoofdstuk 11 t/m 84, incl. bijlagen) van de standaard RAW-bepalingen 2015 (inclusief de laatste wijzigingen) uitgegeven door de stichting CROW: Begrippen; Eisen en uitvoering; Bijbehorende verplichtingen; Bouwstoffen; Meet en verrekenmethoden; Proeven (bijlage I). daar waar in bovenstaande “directie” is beschreven, wordt dat vervangen door “aannemer”. 2.) Alle geleverde materialen dienen geleverd te worden onder het KOMO certificaat.
7.2
Leidingen
7.2.1
Hoofdriolering
1) 2) 3) 4) 5)
Hoofdrioolleidingen voor afvalwater / gemengd stelsel uitvoeren met minimaal PVC ø315 mm; Hoofdrioolleidingen voor hemelwater uitvoeren met minimaal PVC ø400 mm; Hoofdrioolleidingen met diameter tot en met ø 400 mm uitvoeren in PVC; Hoofdrioolleidingen met een diameter groter of gelijk aan 500 mm uitvoeren in beton; Leidingen van PVC (inclusief hulpstukken) moeten minimaal voldoen aan sterkteklasse SN8 en zijn voorzien van het KIWA-keurmerk; 6) Bij toepassen van PVC-leidingen dienen de volgende kleuren te worden gebruikt voor hoofdriolering, aansluitleidingen (huis- en kolkaansluitingen) en hulpstukken (zoals bochten, moffen en doorspuitputjes): Vuilwaterriolering (DWA en gemengd) in roodbruin; Hemelwaterriolering (HWA) in grijs; 7) Maximale buislengte bij PVC-leidingen is 5,00 m; 8) Betonleidingen moeten qua benodigde sterkte worden berekend op basis van belastingklasse E600 kN en conform de voorschriften van de fabrikant; 9) Betonleidingen zijn samengesteld uit mof- en spiebuizen met recht spie-eind. Materiaal: beton klasse KL 135 type SVA (rond), B45, volgens BRL 9201; 10) Het nieuwe hoofdriool moet worden aangesloten op het bestaande stelsel via een nieuwe of bestaande inspectieput; 11) Bij het kruisen van watergangen en dergelijke worden leidingen aangelegd op ten minste 1,0 m onder de bodem van de watergang.
Tevens wordt de leiding beschermd met een mantelbuis en een doorlopende betonplaat; 12) Inlaten op een PCV-leiding d.m.v. keilinlaten en met een zettingsmogelijkheid (zie standaard detail); 13) Inlaten op een betonleiding prefab af-fabriek (standaard detail). Max. 1 inlaat per 2,4 m buislengte; 14) Bestaande rioleringen die bij vervangingsopgaven of bij gebiedsontwikkeling geen functie meer hebben, moeten worden verwijderd. Indien dit niet mogelijk is en dit bij de planvorming schriftelijk goed wordt onderbouwd door de initiatiefnemer, kunnen de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen het volschuimen van de leiding(en) accepteren.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
17
7.2.2
Huisaansluitingen
Voor het verwerken van hemelwater gelden de volgende uitgangspunten: Conform de Waterwet is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk voor het verwerken van (schoon) hemelwater op eigen terrein (paragraaf 2.2.2); Bij nieuwe situaties in de openbare ruimte wordt hemelwater bovengronds afgevoerd en verwerkt in plaats van via een hemelwaterstelsel (paragraaf 4.2.2); 1) Elk pand of elke aansluiting dient afvalwater en hemelwater gescheiden aan te bieden; Vuilwaterriolering (DWA en gemengd): roodbruin; Hemelwaterriolering (HWA); grijs; 2) In elke afzonderlijke huisaansluiting wordt t.p.v. de erfscheiding een ontstoppingsstuk geplaatst; 3) Diameter huisaansluitleidingen van een woning: ø 125 mm; 4) Diameter huisaansluitleidingen van een utiliteitsgebouw of bedrijf bepalen a.d.h.v. berekeningen; 5) Huisaansluitleidingen met een diameter groter dan ø 160 mm dienen rechtstreeks te worden aangesloten op een inspectieput; 6) Minimale dekking: 80 cm onder straatpeil ter hoogte van de perceelgrens; 7) In het plangebied aanwezige gres- of betonnen huisaansluitleidingen moeten worden vervangen door PVC-leidingen en PVC-hulpstukken; 8) In het plangebied aanwezige huisaansluitleidingen die geen functie meer hebben, moeten worden verwijderd tot op het hoofdriool. De inlaat op het hoofdriool moet worden afgedicht.
Indien dit niet mogelijk is en dit bij de planvorming schriftelijk goed wordt onderbouwd door de initiatiefnemer, kunnen de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen het verwijderen tot (en afdichten op) de perceelgrens accepteren.
7.2.3
Kolken en kolkaansluitingen
Voor het verwerken van hemelwater geldt primair het volgende uitgangspunt: 1) Bij nieuwe situaties in de openbare ruimte wordt hemelwater bovengronds afgevoerd en verwerkt in plaats van via een hemelwaterstelsel (paragraaf 4.2.2); 2) Straatkolken dienen te zijn uitgevoerd in het type STR9737 (fabricaat TBS) met een achteraansluiting ø125 mm (zie standaard detail); 3) Trottoirkolken dienen te zijn uitgevoerd in het type TRK 4716 (fabricaat TBS) met een achteraansluiting ø125 mm (zie standaard detail); 4) De achteraansluiting van straat- en trottoirkolken uitvoeren volgens standaard detail; 5) 1 tot maximaal 3 kolken op een aansluitleiding van ø125 mm; 6) 5 tot maximaal 8 kolken op een aansluitleiding van ø160 mm; 7) De hart op hart afstand van straat- en trottoirkolken is maximaal 25m¹; 8) Per kolk mag maximaal 100 m2 asfaltverharding of maximaal 120 m2 elementenverharding afwateren; 9) De locatie van kolken afstemmen op het wegprofiel ofwel de wijze waarop hemelwater bovengronds wordt afgevoerd; 10) Als er één kolkleiding op een inlaat van het hoofdriool wordt aangesloten, dan wordt dit met een 90 graden bocht in combinatie met een zettingsmof uitgevoerd (zie standaard detail); 11) Als er twee kolkleiding op één inlaat van het hoofdriool wordt aangesloten, dan wordt dit met een flexibel stroom-T-stuk met zettingsmof uitgevoerd (zie standaard detail); 12) Bij kolken die
afvoeren naar oppervlaktewater, wadi’s of slokop een standaard kolk toepassen; 13) Bij wadi’s een betonnen kolkomranding plaatsen ter voorkoming van schade aan de kolk bij maaien; 14) Op kinderspeelplaatsen moeten vergrendelde kolken worden toegepast; 15) In het plangebied aanwezige gres- of betonnen kolkaansluitleidingen moeten worden vervangen door PVC-leidingen en PVC-hulpstukken; 16) In het plangebied aanwezige kolkaansluitingen die geen functie meer hebben, moeten worden verwijderd. De inlaat op het hoofdriool moet worden afgedicht.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
18
7.2.4 1) 2) 3) 4) 5)
6)
7)
Pers- / Drukleidingen
Persleidingen worden standaard uitgevoerd in PE 80, SDR 17, PN 8,0. Bij een pompdruk hoger dan 4 bar, dient de leiding gedimensioneerd te worden op de toelaatbare spanning; Van 10 meter voor tot 10 meter na een bocht in persleidingen trekvaste koppelingen toepassen; In verband met leidingweerstand en het reinigen moeten ruime bochtstralen worden toegepast. Haakse bochten zijn niet toegestaan; De leiding wordt uitgevoerd in de kleur zwart met 0,30 m boven het tracé van de persleiding een markeringslint met opschrift “rioolwaterpersleiding”; Persleidingen moeten bij voorkeur direct lozen op een rioolgemaal i.p.v. op het vrij-verval stelsel, dit om stankoverlast en aantasting in het rioolstelsel te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is dient te worden geloosd op een ontvangstput van kunststof, alvorens te lozen op een vrij-verval riolering (zie standaard detail); Voorafgaand aan ingebruikstelling dient de persleiding hydrostatisch te worden beproefd conform geldende richtlijnen (afpersing). Een rapportage van beproeving dient ter acceptatie te worden voorgelegd aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen; In het plangebied aanwezige pers-/drukleidingen die geen functie meer hebben, moeten volledig worden verwijderd.
7.3
Putten
7.3.1
Inspectieputten en andere putconstructies
1) 2) 3)
Rioolleidingen BETON
Rioolleidingen PVC
4) 5)
De initiatiefnemer maakt gebruik van de door de gemeente aangeleverde lijst met te hanteren putnummers (zie paragraaf 2.1.2); Rioleringsputten zijn van beton, tenzij anders voorgeschreven (zoals ontvangstputten); Betonnen rioleringsputten worden qua benodigde sterkte berekend op basis van belastingklasse E600 kN en hebben een wanddikte van 150 mm; Betonnen putten zijn voorzien van het KIWA-keurmerk; Rioleringsputten dienen te voldoen aan de vorm en afmetingen volgens onderstaande tabel en zijn voorzien van een stroomprofiel: Rioolleidingen Beton putten Beton putten Puthoogte, “vierkant” “rond” maximaal Afmeting Afmetingen (inw.) Afmetingen (inw.) Ø 200 mm 800 x 800 mm Ø 800 mm 1,80 Ø 250 mm 800 x 800 mm Ø 800 mm 1,80 Ø 315 mm ** 800 x 800 mm Ø 800 mm 1,80 Ø 400 mm ** 800 x 800 mm Ø 800 mm 1,80 Ø 500 mm ** 1000 x 1000 mm Ø 1000 mm 2,50 Ø 500 mm ** 1000 x 1000 mm Ø 600 mm ** 1000 x 1000 mm Ø 700 mm ** Inw. 1200 * 1200 mm Ø 800 mm ** Inw. 1200 * 1200 mm Ø 900 mm ** Inw. 1500 * 1500 mm Ø 1000 mm ** Inw. 1500 * 1500 mm Ø 1250 mm ** Inw. 1700 * 1700 mm Ø 1500 mm ** Inw. 2000 * 2000 mm Ø 1800 mm ** Samengestelde put Ø 2000 mm ** Samengestelde put ** = Hoofdriolering
Ø 1000 mm Ø 1000 mm -
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
19
6)
Overstortputten (externe) dienen te worden ontworpen op een hoogte welke minimaal 0,40 m hoger ligt dan het zomerpeil van het ontvangende oppervlaktewater; 7) Overstortputten (interne/externe) voorzien van: een overstortmuur die bij voorkeur haaks op de toe- en afvoerende leiding is gesitueerd; twee inspectiedeksels. Eén inspectiedeksel aan iedere kant van de overstortmuur; een verstelbaar overstortmes en een drijfvuilschot van RVS 316 (zie standaard detail); 8) Eisen en randvoorwaarden met betrekking tot pompputten zijn verwerkt in paragraaf 7.4; 9) Indien een rioolleiding moet worden aangesloten op een bestaande inspectieput dan moet een ruime sparing worden aangebracht (minimaal 30 cm rondom). De aansluiting in de sparing in de put wordt gedicht met beton, tenzij dat technisch niet mogelijk is.
In dat geval wordt de sparing dichtgemetseld met metselstenen van klasse A en aan beide zijden waterdicht afgewerkt; 10) Aansluiting van rioolleiding op inspectieput realiseren door middel van passtukken (spie-spie of mofspie met rubberringverbindingen) van maximaal 1 m lengte; 11) Drainageputten zijn van kunststof en voorzien van een stroomprofiel; 12) Ontvangstputten zijn van kunststof (zie standaard detail); 13) Bij kunststof putten een fundatieplaat aanbrengen onder de putranden; 14) De begin,- en eindputten van de drainage moeten zijn voorzien van een zandvang tot een diepte van 300 mm onderzijde laagste aansluiting; 15) Alle rioleringsputten moeten vóór de levering middels een puttenstaat en -tekening ter acceptatie worden voorgelegd aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen.
7.3.2
Putafdekkingen
1)
Mangaten van inspectieputten, overstortputten en putten van bijzondere constructies moeten een opening hebben van minimaal 61 cm diameter (Arbo / werken in besloten ruimten); 2) Overige eisen en randvoorwaarden met betrekking tot de putafdekking van pompputten van gemalen zijn verwerkt in paragraaf 7.4; 3) Putafdekkingen toepassen van het fabricaat TBS, type RB 3223 VR-VEPRO; 4) Putranden zijn voorzien van het KIWA-keurmerk; 5) Bij afdekkingen met een dagmaat groter dan 65 cm dient de opdrachtnemer een mogelijke oplossing aan die voldoet aan eisen op gebied van Arbo (gewicht, veiligheid) en geschikt is voor belastingklasse E600 kN (zwaar verkeer); 6) Putafdekkingen dienen op de hoogte van het omringende maaiveld of weghoogte te worden afgestemd. In gazons op gelijke hoogte en bij struiken/bosschages 200 mm boven maaiveld; 7) Putranden op hoogte brengen i.v.m. toegankelijkheid. Stellagen tussen kegelstuk en betonnen putrand uitvoeren met minimaal 2 betonnen stelringen. Indien noodzakelijk worden stellagen van metselstenen klasse A aangebracht en gemetseld met specie van krimpvrije wegenmortel; 8) Putafdekkingen voor overstorten, pompputten en andere bijzondere constructies dienen voorzien te zijn van een valbeveiliging. Klimvoorzieningen in putten e.d. zijn niet toegestaan; 9) Bij gescheiden stelsels putranden én deksels toepassen met opschrift REGENWATER, VUILWATER of DRAIN.
Het opschrift moet zowel op het deksel als op de putrand staan; 10) Alle bevestigingsmiddelen zijn uitgevoerd in RVS 316 en zijn veilig (Arbo) en eenvoudig bereikbaar; 11) Putafdekkingen van overstorten en andere bijzondere constructies, welke buiten de verharding liggen, worden rondom de putafdekking voorzien van 1 meter straatwerk / betontegels met betonnen opsluitbanden. Doodlopende rioolstrengen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
20
7.4
Gemalen en pompputten
7.4.1
Pompen, pompputten en bijbehorende voorzieningen
1)
De initiatiefnemer maakt gebruik van de door de gemeente aangeleverde lijst met te hanteren gemaalnummers (zie paragraaf 2.1.2); 2) Van het gemaal en de opstelling van de pomp(en) dient een tekening ter acceptatie aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen te worden voorgelegd (plattegrond, dwars- en langsdoorsneden etc.). Maatvoering in centimeters en hoogtes in N.A.P.; 3) Het gemaal en alle bijbehorende voorzieningen en installaties zijn veilig (Arbo) en eenvoudig toegankelijk voor het uitvoeren van onderhoud. Dit geldt ook voor bevestigings- en ophangingsmiddelen in de pompput (zie ook paragraaf 2.1.2 en 2.1.3); 4) Pompputten welke buiten de verharding liggen, worden rondom de putafdekking voorzien van minimaal 1 meter betontegels met betonnen opsluitband t.b.v. het plaatsen van een mobiele takel; 5) Betonnen pompputten worden qua benodigde sterkte berekend op basis van belastingklasse E600 kN en hebben een wanddikte van 150 mm; 6) De inwendige afmetingen van pompputten bedragen: minimaal 150 x 133 cm (bxd) voor een gemaal met dubbele pomp-opstelling. De bodemdiepte is minimaal 150 cm lager is dan de binnen-onderzijde van de laagste instroomleiding. Afmetingen afstemmen op o.a. pompkeuze; minimaal 100 x 100 cm (bxd) voor een gemaal met enkele pomp-opstelling. De bodemdiepte die minimaal 45 cm lager is dan de binnen-onderzijde van de laagste instroomleiding.
Afmetingen afstemmen op o.a. pompkeuze; 7) De binnenzijde van de pompput voorzien van een H2S bestendige epoxybekleding met een levensduur van minimaal 15 jaar indien de instroomleiding een pers-/drukleiding betreft; 8) Het gemaal moet door middel van een rioolspindelschuif afsluitbaar zijn ter plaatse van de instroomleiding(en) naar het gemaal. (Uitgezonderd drukrioolunits in het buitengebied); 9) De pompophanging uitvoeren met degelijke RVS 316 geleidestangen en voldoende ondersteuning, zodanig dat sprake is van een stabiele en onvervormbare constructie tijdens takelwerkzaamheden; 10) De hijsketting uitvoeren met overpak-ogen (RVS 316) en voorzien van keuringscertificaat en goed leesbaar informatielabel. Harpsluitingen uitvoeren in RVS 316 / RVS wII 720k); 11) De hijsketting dient te worden gekoppeld aan de hijsbeugel van de pomp en aan een RVS-haak aan de putschacht, welke veilig (Arbo) en eenvoudig toegankelijk is voor uitvoeren van regulier onderhoud; 12) Balkeerklep uitvoeren met een zelfreinigend vermogen en een volle doorlaat voor een volledige stroming met laag drukverlies. Balkeerklep is vervaardigd uit gietijzer, inclusief een gietijzeren bal, gevulkanisieerd met NBR-rubber; 13) Per pomp één vandalismebestendige putafdekking (toegangsluik) met een mangat groter dan 61 cm toepassen van het fabricaat Wemdeck. Klimvoorzieningen in putten e.d.
zijn niet toegestaan; 14) Onder elk toegangsluik als valbeveiliging een valrooster toepassen, bestaande uit 2 delen. Bij pompputten met een dubbele opstelling, de middenbalk waar valroosters op rusten, scharnierend uitvoeren. Eén en ander conform fabricaat WemDeck (type OBL- Type AV); 15) Indien de toegangsluiken overrijdbaar moeten zijn, mag van bovenstaande worden afgeweken. De opdrachtnemer draagt dan een mogelijke oplossing aan die aantoonbaar voldoet aan belastingklasse E600 kN en aan alle eisen op het gebied van Arbo (gewicht) en veiligheid; 16) Toegangsluiken moeten een vandalismebestendige, maar eenvoudig bereikbare voorziening hebben voor een hangslot. (Hangslot wordt geleverd door de gemeente); 17) De ontluchtingsvoorziening van gemalen moet vandalismebestendig zijn. Vreemde voorwerpen >10 mm mogen niet van buitenaf in de voorziening kunnen komen via de ontluchting. De voorziening dient afdoende te worden afgeschermd; 18) Corrosie- en rioolwaterbestendige materialen toepassen; 19) Bevestigingsmiddelen uitvoeren in RVS 316. Ophangingsmiddelen uitvoeren in RVS 316 of corrosie- en rioolwaterbestendig kunststof (ty-raps type TYZ27M);
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
21
20) Fabrieksgarantie (elektrische) componenten conform de wettelijke normen en voor overige componenten garantie tot minimaal één jaar na ingebruikname; 21) Eisen met betrekking tot persleidingen zijn verwerkt in paragraaf 7.2.4.
7.4.2
Installaties en bijbehorende voorzieningen
1)
Voedingskast uitvoeren in RVS in de kleur groen RAL 6010 en plaatsen op degelijke fundering en RVS sokkels en in de directe nabijheid van het gemaal; 2) Voedingskast zodanig plaatsen dat water/vocht de elektrische componenten niet nadelig beïnvloeden; 3) Een voedingskast is maximaal 1,45 meter hoog i.v.m. windbelasting; 4) Een voedingskast biedt voldoende ruimte voor: Het creëren van een overzichtelijke indeling van installaties / apparatuur; Het uitvoeren van regulier onderhoud en/of vervanging van de onderdelen; 10% extra ruimte om achteraf onderdelen bij te plaatsen zonder de kast (gedeeltelijk) opnieuw te moeten bedraden; 5) Een voedingskast bestaat minimaal uit: Ruimte voor een bij het gemaal passende groepenverdeelkast en met voldoende ruimte voor afgaande groepen voor (toekomstige) overige gemalen; Ruimte voor een bij het gemaal passende besturingskast (schakelkast); Aansluiting voor de niveaumeting; Aansluitingen voor de motorkabel (pomp) en de voedingskabel; Een wandcontactdoos (dubbel 230 V, 16A) op aparte groep en geplaatst achter een aardlekschakelaar; Een afsluitmechanisme voor het toepassen van een Euronormslot; Deur voorzien van espagnoletsluiting en uitzethaak en opbergvoorziening voor documentatie; Kastverlichting middels LED-armatuur, te bedienen middels een deurschakelaar; Een rode alarmlamp indien het gemaal niet wordt aangesloten op
de hoofdpost “Aquaview++” van de gemeente Terneuzen (enkel bij drukrioolunits in het buitengebied); Voedingskasten welke buiten de verharding liggen aan voor- en zijkant voorzien van minimaal 1 meter straatwerk / betontegels met betonnen opsluitbanden. Het looppad naar de voedingskast is minimaal 60 cm breed en wordt uitgevoerd in straatwerk / betontegels en opsluitbanden; 6) Bij het doorvoeren van kabels en leidingen in de voedingskast worden passende wartels gebruikt voor een goede (waterdichte) afsluiting. Niet gebruikte doorvoeren afsluiten met stopwartels; 7) De elektrische installatie omvat de gehele installatie vanaf de aansluitklemmen van het stroom leverend bedrijf. Het vermogen is afhankelijk van het pomptype; 8) De elektrische installatie moet voldoen aan de in Nederland geldende eisen en Europese richtlijnen zoals CE, NEN1010 en NEN3140 en moet voorzien zijn van wettelijke veiligheidscertificering; 9) Het toepassen van mantelbuizen is verplicht; 10) Mantelbuizen zijn flexibel en er mag slechts één kabel of leiding worden doorgevoerd. De diameter van de mantelbuis is zodanig dat de kabel of leiding vrij kan bewegen (i.v.m. vervanging). Haakse bochten zijn niet toegestaan; 11) De motorkabel van de pomp is minimaal 4x 1,5 mm2 en heeft voldoende overlengte om veilig te kunnen takelen bij onderhoudswerkzaamheden. De kabel bestaat uit één lengte.
Het gebruik van krimpmoffen is niet toegestaan; 12) Drukopnemer toepassen van het fabricaat Vegawell, type 52 (4-20 mAmp). Het meetbereik afstemmen op de diepte van de pompput; 13) Hoogwatersignalering toepassen middels een vlotterbal van fabricaat Robot, type SJE Signalmaster; 14) Er dient een probleemloze aansluiting op de bestaande hoofdpost “AquaView ++” van de gemeente Terneuzen te worden gerealiseerd. Zowel voor nieuwe als bestaande gemalen. E.e.a. in overleg met riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen en Xylem Water Solutions.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
22
8
OPLEVERING en OVERDRACHT
Voor ontwikkelingslocaties en uit-/inbreidingslocaties wordt ervan uit gegaan dat opgeleverd wordt door de aannemer aan de initiatiefnemer. Er is in deze fase (bouwrijp maken) nog geen sprake van volledige overdracht naar de gemeente. De initiatiefnemer is en blijft (eind)verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de aangelegde rioolsystemen (onderhoud tot overdracht). Bij het voortijdig in gebruik nemen van (delen van) de riolering kunnen de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen de initiatiefnemer verzoeken (deel)revisies en (deel)inspectiebeelden te verstrekken.
8.1
Oplevering
8.1.1
Opleverdossier
De initiatiefnemer dient voor de oplevering een digitaal opleverdossier op te stellen en ter acceptatie in te dienen bij de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen. Het opleverdossier bevat de volgende documenten, opgesteld in Nederlandse taal: 1) Rapportage opleverinspectie van aangelegde gemalen (zie paragraaf 8.1.2); 2) Hydrostatische beproeving van aangelegde pers/drukleidingen (zie paragraaf 7.2.4); 3) Rapportage opleverinspectie van de aangelegde vrij-verval leidingen (zie paragraaf 8.1.2); 4) Overzicht van toegepaste (inspectie-)putten (zie paragraaf 7.3.1); 5) Revisie / as-built tekeningen (zie paragraaf 8.1.3); Voor de gemalen dienen de documenten als volgt te worden aangeleverd: 6) Per gemaal twee bedieningsmappen met hierin op logische wijze geordend de volgende bescheiden: Rapportage opleverinspecties van bouwkundige, elektrotechnische en mechanische componenten (zie paragraaf 8.1.2); Revisiegegevens en –tekeningen van bouwkundige componenten, zoals het bedienings-gebouw, de putopstelling etc.
met maten in centimeters en hoogtes in N.A.P.; Revisiegegevens en –tekeningen van elektrotechnische en mechanische componenten (inclusief kastaanzicht, kastindeling, plattegrond met bekabeling binnenkast, kabellijst, hoofdstroom- en stuurstroomschema, schema groepenverdeling en toelichting groepenfuncties, aardingsstaat (bij aanbrengen nieuwe aarding), klemmenstrook tekening, materiaallijst gebruikte materialen; Gebruikersvoorschriften en onderhoudsvoorschriften en garantiecertificaten; Uitgebreide gebruikershandleiding van installaties en voorzieningen; Beknopte gebruikershandleiding van installaties en voorzieningen; Indien van toepassing, het toegepaste protocol van het telemetriesysteem; Indien van toepassing, een lijst met instellingen van de gemaalcomputer; 7) Per gemaal een geplastificeerd exemplaar van de revisietekeningen en elektrische schema’s, aan te brengen in de opbergvoorziening in de deur van de voedingskast van het object.
8.1.2
Inspectie
Als onderdeel van het opleverdossier dient de initiatiefnemer opleverinspecties te laten uitvoeren. De inspecties dienen te voldoen aan onderstaande voorwaarden: Pers-/drukleidingen 1) Voorafgaand aan in bedrijfstelling dienen pers-/drukleidingen te worden gecontroleerd op dichtheid (hydrostatische beproeving). Hiervan dient een schriftelijk rapport te worden opgemaakt en ter acceptatie worden voorgelegd aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
23
Gemalen en pompen 1) De opleverinspectie, de rapportage met daarin de beoordeling van de technische staat van de elektrotechnische en mechanische componenten, dient te worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL en conform NEN3140 en NEN 1010. Vrij-verval leidingen 1) De opleverinspectie, de rapportage en beoordeling van de technische toestand van de riolering dient te worden uitgevoerd volgens de Standaard en NEN-EN13508-2+A1:2011 en NEN-EN 13508-1; 2) Uitgangspunt bij de opleverinspectie zijn de revisietekeningen van het project, voorzien van inspectieputnummering zoals deze voorafgaand aan het ontwerp door de gemeente is aangereikt (paragraaf 2.1.2) en bij het ontwerp is geaccepteerd door de riool- en waterbeheerders; 3) Tijdens de inspectie geconstateerde verdekte putten moeten alsnog toegankelijk worden gemaakt (verdekte putten zijn niet toegestaan, zie paragraaf 4.1); 4) Bij het eind van elke rioolstreng dient globaal de inspectieput in beeld gebracht te worden.
Rapporteren van de technische toestand van de inspectieput is niet noodzakelijk; 5) Het inspectierapport dient aangeleverd te worden op een externe harde schijf, inclusief al het digitaal beeldmateriaal, de werktekening van de inspecteur en het inspectiebestand Sufrib / RibX; 6) Het inspectiebestand dient te worden aangeleverd in het Standaard Uitwisselings- Formaat Riool Inspectie Bestanden (Sufrib / RibX) te worden aangeleverd. Het bestand dient voor het aanleveren te worden gevalideerd; 7) Indien uit de opleveringinspectie blijkt dat er sprake is van schadebeelden en afwijkingen dan dient een herstelplan ter acceptatie te worden voorgelegd aan de riool- en waterbeheerders van de gemeente Terneuzen; 8) Op basis van het geaccepteerde herstelplan dienen schadebeelden en afwijkingen te worden hersteld; 9) Herstel van gebreken en afwijkingen dient te worden aangetoond middels her-inspectie van de gehele streng en conform de Standaard en de NEN-EN13508-2+A1:2011 en NEN-EN 13508-1).
8.1.3
Revisietekeningen
Revisietekeningen dienen te voldoen aan onderstaande voorwaarden: 1) Revisietekeningen dienen te voldoen aan de Nederlandse CAD-Standaard (NLCS, www.nlcs-gww.nl) en worden aangeleverd in .DGN, .DWG (versie 2004-2007) of DXF-formaat èn in PDF-formaat; 2) Uitgangspunt is het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting en hoogtemaatvoering aanduiden t.o.v. NAP. Objecten dienen te worden vastgelegd op een topografische ondergrond; 3) Tekeningen moeten op basis van ingemeten waarden zijn voorzien van: Bouwpeilen, maaiveldhoogtes, dwarsprofiel weg- en trottoirconstructie (incl. hoogten); Hoofdriolering DWA, HWA, gemengd (incl.
uitleggers): maatvoering, materiaaltype, bob-hoogte bij aansluiting op putten, bijzondere constructies en uitlaatconstructies en de locatie van alle inlaten; locatie van bijbehorende objecten (putten, bijzondere constructies, uitstroomvoorzieningen etc.), inclusief maatvoering (oa breedte en hoogte overstortdrempels); idem voor verwijderde (of met toestemming volgeschuimde) hoofdriolering; Huisaansluitleidingen DWA en HWA: maatvoering, materiaaltype, inclusief hulpstukken en tracé tot en met het ontstoppingsstuk op de erfscheiding (doch bij voorkeur tot de gevel) en hoogteligging; idem voor verwijderde (of met toestemming deels verwijderde) huisaansluitingen; Straat- en trottoirkolken en kolkleidingen: maatvoering, materiaaltype inclusief hulpstukken en hoogteligging; idem voor verwijderde kolkleidingen;
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
24
4)
Pers-/drukleidingen: maatvoering, materiaaltype en de hoogteligging, bob-hoogte bij aansluiting op pompputten, ontvangstputten etc.; Drainageleidingen en bijbehorende voorzieningen: maatvoering, materiaaltype en de hoogteligging, bob-hoogte bij aansluiting op putten, uitstroomconstructies etc.; Bijzondere constructies, zoals overstortputten, uitstroomvoorzieningen etc.: Plattegronden, (lengte-) en dwarsprofielen, maatvoering, materialen, drempelhoogte, drempelbreedte, putdekselhoogte, bob-hoogte etc.; Pompputten van gemalen: Plattegronden, (lengte-) en dwarsprofielen, maatvoering, materialen, bob-hoogte van inen uitgaande leidingen, in- en uitslagpeilen etc..; Waterberging, oppervlaktewater, wadi’s etc.
: Plattegronden, (lengte-) en dwarsprofielen, maatvoering, materialen (opbouw talud en/of beschoeiing, afvoerconstructie), beoogd of bestaand zomer- en winterpeil, bodempeil; Nummering van putconstructies en gemalen conform opgave gemeente (zie paragraaf 2.1.2); Laagopbouw in tekening conform cad-standaard, maar wel met separate lagen voor: Hoofdriolering HWA + inspectieputten HWA + bijbehorende voorzieningen; Hoofdriolering DWA + inspectieputten DWA + bijbehorende voorzieningen; Hoofdriolering gemengd + inspectieputten gemengd + bijbehorende voorzieningen; Persleiding, pompputten en ontvangstputten DWA (en HWA); Buiten gebruik gestelde, verwijderde (of met toestemming volgeschuimde) leidingen; Drainageleidingen en bijbehorende voorzieningen (doorspuitputten etc.); Waterberging, oppervlaktewater, wadi’s; Laagspanningsleidingen van gemalen en drukrioolunits; Gebruik van lagen in tekening conform cad-standaard, en bij de huis- en kolkaansluitingen wel met separate lagen voor: Huisaansluiting DWA inclusief uitleggers; Huisaansluiting HWA inclusief uitleggers; Huisaansluiting gemengd inclusief uitleggers; Aansluitleidingen van straat- en trottoirkolken inclusief uitleggers; Ontstoppingsstuk; Materiaaltype (tekst) huis- en kolkaansluitingen; Maatvoering en tekst voor huis- en kolkaansluitingen; De maatvoering van de revisie uitvoeren met een
nauwkeurigheid van 0,05m in het horizontale vlak en 0,01 m in het verticale vlak.
8.1.4
Verificatiedocument oplevering
De initiatiefnemer die het ontwerp bouwt, dient door middel van keuringen aan te tonen dat het aangelegde werk voldoet aan het ontwerp en de eisen die hieraan gesteld zijn. Het verificatiedocument inclusief gegevens vanuit paragraaf 8.1.1 t/m 8.1.3 wordt uiterlijk één maand na oplevering ter acceptatie van riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen aangeleverd. Indien er tussen aanleveren verificatiedocument inclusief gegevens vanuit paragrafen 8.1.1 t/m 8.1.3 en formele overdracht (paragraaf 8.2) wijzigingen plaatsvinden, dient de initiatiefnemer een nieuw verificatiedocument inclusief aangepaste gegevens vanuit paragrafen 8.1.1 t/m 8.1.3 aan te leveren bij de formele overdacht. (te denken valt bijvoorbeeld aan locatiewijzigingen van inlaten huisaansluitingen). Indien de looptijd meer dan drie jaar bedraagt, moeten met de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen afspraken worden gemaakt over de (tussentijdse) aanlevering van het document en bijbehorende gegevens.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
25
8.2
Overdracht
8.2.1
Onderhoud tot overdracht
De initiatiefnemer is tot het moment van overdracht verantwoordelijk voor het goed functioneren van alle objecten in het riool- en watersysteem. De ervaring leert dat tijdens een bouwfase grote hoeveelheid zand, grond en andere bouwstoffen in de riolering terecht komen. Dit heeft een negatieve invloed op het functioneren objecten en het riool- en/of watersysteem. Tevens zorgt het voor versnelde slijtage en vormt een risico voor natuur en milieu. Dat betekent dat er frequenter onderhoud nodig is dan in de beheerfase. Om die reden dient tot het moment van overdracht onderstaande onderhoudswerkzaamheden te worden uitgevoerd: 1) 2) 3) 4) 5)
Pers-/drukleidingen worden minimaal 1x per jaar gereinigd; Pompputten van gemalen worden minimaal 3x per jaar reinigen van pompputten; De elektrotechnische en mechanische componenten van gemalen en/of drukrioolunits worden 2x per jaar conform de beoordelingsrichtlijn (BRL) geïnspecteerd en onderhouden; Vrij-vervalleidingen en inspectieputten worden minimaal 1x per jaar gereinigd. Bijzondere constructies (zoals overstortputten) worden minimaal 2x per jaar gereinigd; Straat- en trottoirkolken worden minimaal 2x per jaar gereinigd.
De uitvoering van bovengenoemde onderhoudswerkzaamheden dienen door en op kosten van de initiatiefnemer te worden uitgevoerd. Eventuele storingen, gebreken en schades die zich tot het moment van overdracht voordoen, dienen eveneens door en op kosten van de initiatiefnemer te worden hersteld.
8.2.2
Controles en revisie bij overdracht
Vlak voordat de overdracht plaatsvindt, dient de initiatiefnemer onderstaande werkzaamheden, inspecties en controles uit te laten voeren: Algemeen / alle objecten 1) Alle objecten en voorzieningen binnen het riool- en waterbeheersysteem dienen gereinigd te worden. Ook dienen belemmeringen ten aanzien van afvoer- en bergingscapaciteit in/naar oppervlaktewater en wadi’s te worden verholpen. De rapportage waarin wordt aangetoond dat alle objecten zijn gereinigd, wordt overhandigd aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen; Gemalen en pompen 1) Een inspectie en groot preventief onderhoud conform de Beoordelingsrichtlijn (BRL) aan de elektrotechnische en mechanische installaties van objecten, inclusief de werking van het besturingssysteem van rioolgemalen en drukrioolunits om eventuele bovenmatige slijtage vast te stellen, als gevolg van de laatste ontwikkelingsfase. De inspectierapportage wordt overhandigd aan de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen. Noodzakelijke vervangingen van componenten dien door en op kosten voor de initiatiefnemer worden uitgevoerd; 2) De elektrische installaties van gemalen en drukrioolunits moet worden opgeleverd en overgedragen conform NEN3140 en NEN 1010. Hiervan worden bij overdracht de certificaten verstrekt.
Vrij-vervalleidingen 1) Een overdrachtsinspectie van de vrij-vervalleidingen conform paragraaf 8.1.2; 2) Een gescheiden stelsel dient wat betreft controle op de juiste (huis)aansluitingen te worden gecontroleerd door middel van rookgas detectie of ultrasoon metingen ter acceptatie van de riool- en waterbeheerders van gemeente Terneuzen. Juiste aansluiting moet hiermee schriftelijk worden aangetoond; 3) Op basis van een geaccordeerd herstelplan worden gebreken en afwijkingen uit de visuele inspectie dan wel de controle op juiste (huis)aansluitingen hersteld. Middels een her-inspectie wordt het herstel aangetoond.
Technisch programma van eisen Water- en Rioolbeheer (dd. 30-12-2019)
26
type brandg roep
dimve rmo
Lamp Lamp
Lamp
ig
ur aan ta
Armatu
l lamp
verrek
fiel
Energie
dimpro
en en
tum
en
ur dim mertyp e
ur nr
Armatu
Armatu
ur type
Armatu
ur kleu r
ur merk
Armatu
Armatu
ur insta
llatieda
urID Armatu
gte
Armatu
der len
Uithou
edatum
pe
d er T y
stallati
eling
Uithou
Mast in
lais
eh an d
NWB
eerarm
Mast re
M ast b
M ast A
M ast m
l
thoogte
ateriaa
Mast li chtpun
M ast m
leur
pe
Mast ty
M ast k
erk
kleur
Lamp
M ast m
VSA-v ermog en
Lamp
g en
vermo
m
Lamp
g en
install atiedatu
e n aam
Lamp
Y
X
Adres
Locati
Kern
Gebied
Revisie format openbare verlichting
Project: Ontwikkelaar: OV aannemer: Datum overdracht naar gemeente Terneuzen:
Energie verrek en en
Bomen in verharding Groeiplaats met bomengranulaat
Opsluitband
Beluchtingsbuis met perforatie
Verharding
Wortelgeleiding 40 cm
Bomengranulaat fractie 16/32 tot 15 cm boven grondwaterstand
2.50 3.00
BOMENPOSTER
WERKEN ROND BOMEN OPSLAG, PARKEREN EN TRANSPORT
KWETSBARE BOOMZONE 1,5M
1,5M
BRONBEMALING EN VERANDERINGEN IN GRONDWATERSTAND
!
KWETSBARE ZONE GWST GWST
MARKEER!
GWST
MIN. 2M
! Werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel zijn binnen de KWETSBARE BOOMZONE alleen toegestaan MET TOESTEMMING (goedgekeurd Werkplan).
! RANDVOORWAARDEN
! RANDVOORWAARDEN GESLOTEN DAMWAND
GWST
RANDVOORWAARDEN EN EISEN Voor opslag, parkeren en transport gelden randvoorwaarden binnen de kwetsbare boomzone. Bijvoorbeeld het plaatsen van drukverdelende rijplaten.
! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan!
GRAVEN, OPHOGEN EN ANDERE BODEM& BEWERKINGEN
1
2
3
4
5 6
Plaats een niet-verplaatsbare fysieke bescherming rond de boom (vanaf 10 cm tot minimaal 2 m boven het maaiveld) en markeer deze als beschermd boomgebied. Binnen elke kwetsbare boomzone zijn de uitvoering van werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel alleen toegestaan met toestemming via een door de opdrachtgever of directie goedgekeurd Werkplan. Binnen elke kwetsbare boomzone gelden randvoorwaarden die uitgewerkt moeten zijn in het goedgekeurde Werkplan. Deze randvoorwaarden worden in de regel opgesteld aan de hand van een Bomen Effect Analyse (BEA). Het Werkplan vermeldt gedetailleerd (per boom) wanneer, op welke wijze, volgens welke randvoorwaarden en met welk materieel en welke hulpmiddelen werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone moeten worden uitgevoerd. Werkzaamheden mogen de duurzame instandhouding van de boom nooit in gevaar brengen. Graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone zijn uitsluitend toegestaan met toestemming via het goedgekeurde Werkplan.
LEIDRAAD MINIMALE GRAAFAFSTANDEN $INDICATIEF% Minimale graafafstand Eenzijdige wortelontwikkeling Stam vanuit het hart van de of scheefstaande boom stamvoet (trekzijde) 20 cm > 1,25 m 2,0 m 40 cm > 1,50 m 2,5 m 60 cm > 1,75 m 3,0 m 80 cm > 2,25 m 3,5 m 100 cm > 2,50 m 4,0 m 150 cm > 3,50 m 5,0 m
KWETSBARE ZONE
! RANDVOORWAARDEN 1,5M
BODEMBESCHERMING
1,5M
!
GESTUURD BOREN
Voor graven, ophogen en bodembewerking gelden randvoorwaarden binnen de kwetsbare boomzone. Bijvoorbeeld minimale graafafstanden en wortelbescherming.
MINIMALE GRAAFAFSTAND
Voor bronbemalingen en veranderingen in de grondwaterstand gelden zowel binnen als buiten de kwetsbare boomzone randvoorwaarden. Bijvoorbeeld het toepassen van een gesloten bronbemaling.
! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan!
VLOEISTOFFEN EN GASSEN
GIF/ZUUR/ CEMENT
Bodemvreemde gassen en vloeistoffen kunnen grote schade veroorzaken aan de groeiplaats van een boom. Houd gassen en vloeistoffen, maar ook cementmolens en (water)afvoeren, op grote afstand van de kwetsbare boomzone!
SNOEI" WERKZAAMHEDEN
STAM DIPLOMA
! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan! Kabelgoten, mantelbuizen en gestuurd boren bieden soms een goed alternatief. Let bij grond- en graafwerkzaamheden ook op kabels en leidingen (KLIC-melding, WION).
! Kwetsbare boomzone = Kroonprojectie + 1,5 meter Kijk voor aanvullende informatie over randvoorwaarden en een goedgekeurd Werkplan op: www.bomenposter.nl
Het snoeien van bomen is alleen toegestaan met toestemming van de opdrachtgever of directie, ook wanneer er enkel sprake is van een gebroken of beschadigde tak.
Deze uitgave van Stadswerk is tot stand gekomen dankzij:
LICENTIEHOUDER: TREEVISION
Kijk voor meer info op www.bomenposter.nl