2021-12-01 BIJLAGE 3 aDEO 6-020501 stedenbouwkundig plan Kuipers en RHDHV
Tekst van het document
-
Water
-
Waterbesparing (kraan, toilet, gebruik regenwater, opvang)
-
Binnenmilieu
-
Geluidsbelasting minimaliseren
-
Gevaarlijke stoffen concentraties beperken
-
Ventilatie
-
Verwarming
-
Woonkwaliteit
-
Toegankelijkheid optimaliseren
-
Organisatie woning
-
Aankleding woning
-
Flexibiliteit en toekomstwaarde
-
Over-ruimte (hoogte en breedte)
-
Mogelijke flexibiliteit in inrichting (wanden, plattegronden)
-
Installatietechnische flexibiliteit
-
Sociale veiligheid
-
Politiekeurmerk
-
Bouwkundige maatregelen (zicht, inbraakwerend)
69
Othene boek_1_5_2002.qxd
70
22-5-2007
11:39
Pagina 70
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:40
Pagina 71
5.9. Beeldkwaliteit en architectuurtaakgebieden Voor dit ontwikkelingsplan is het vooral van belang dat we plekken met een samenhangende architectuur definiëren en strategische bebouwingsaccenten in het gebied aanwijzen. Het gaat er nu niet om de exacte vorm, kleur en materiaaltoepassing van alle woningen te bepalen; mede gezien de lange looptijd van het plan in relatie met de voortdurende wens om te kunnen inspelen op eventueel wijzigende marktomstandigheden is het vooral van belang uitspraken te doen over de hoofdlijnen. Dit betreft met name: -
De afbakening van architectuurtaakgebieden en de daarmee te bewerkstelligen samenhang. Met architectuurtaakgebieden worden (aaneengesloten) gebieden bedoeld waarvan de uitwerking op samenhangende wijze dient plaats te vinden; in samenhang daarmee ook het uitgangspunt om een relatief groot aantal architecten bij de uitwerking te betrekken. Dit is een soort waarborg voor de te bereiken diversiteit van architectuur/woningen (naast de heldere structuur de drager van het basisconcept voor Othene);
-
De situering c.q. spreiding van de te onderscheiden woningcategorieën. Daarbij is gezorgd voor een gelijkmatige spreiding over het gehele plangebied. Op strategische plekken wordt gebruik gemaakt van projectmatig te ontwikkelen woningen. Dit betreft vooral de bebouwingsranden langs hoofdstructuur en plangrenzen. Met name de grotere vrijheid bij de uitwerking van de vrije kavels is aanleiding geweest om deze kavels niet op structuurbepalende plekken te situeren. Met name in het boslandschap is een groot deel van deze woningen opgenomen;
-
De situering en spreiding van de bijzondere projecten c.q. objecten. Voor de bepaling van het aantal, de aard en de situering van dergelijke projecten is vooral gelet op de bijdrage die deze objecten leveren aan de 'leesbaarheid' van de structuur. Niet onvermeld mag blijven dat deze objecten zich min of meer onttrekken aan de gemiddelde regels van marktconforme woningbouw en dat dientengevolge het aantal bijzondere objecten niet onbeperkt is;
71
Othene boek_1_5_2002.qxd
72
22-5-2007
11:41
Pagina 72
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:41
Pagina 73
Beeldkwaliteit: Juist doordat de uiteindelijke woonbebouwing in het gebied in de loop van het ontwikkelingsproces
Groene Kamer:
nog kan veranderen, is het toch belangrijk een heldere aanzet te geven voor de gewenste beeld-
Net als rond de Zaamkreek dienen ook in dit deel samenhangende bebouwingsranden langs de
kwaliteit.
hoofdstructuur en substructuren te worden gerealiseerd. Deze kunnen natuurlijk per bebouwingsvlek variëren, maar dienen ten allen tijde de continuïteit van de lijn te benadrukken.
Zaamkreek:
De lange wanden langs de Groene Kamer zelf zijn gesplitst in twee samenhangende delen; ten
Samenhang in beeld dient er in elk geval te zijn langs de randen van de afzonderlijke bebouwings-
westen van de Neven-as twee tegenoverliggende randen van hoge vrijstaande herenhuizen, die
vlekken in het gebied. De verschillen tussen de afzonderlijke vlekken worden benadrukt door de
eventueel per zijde kunnen variëren, en ten oosten van de Neven-as een deel met een meer land-
architectuur. Bovendien dient de rooilijn van de bebouwing hier ten allen tijde de beschreven lijnen
schappelijk karakter, dat wordt gekarakteriseerd door de aangrenzende tuinen.
en randen te benadrukken. Ter plaatse van een entree van een hofje, een hoekpunt of een door-
De geleidelijke overgang naar de Zaamkreek en het landschap wordt vorm gegeven door vrijstaan-
snijding bevindt zich een accent in de randbebouwing. Op de plekken waar de hoofd- en substruc-
de, individueel in te vullen woningen, die zijn ingebed in een groen talud. Hier loopt privé-groen over
turen door het gebied lopen zijn bijzondere bebouwingsobjecten gesitueerd, zoals de school, woon-
in het parklandschap rond de Kreek en ontstaat een afwisselend architectuurbeeld met woningen
objecten en waterwoningen in de kreek.
in het groen. In de Groene Kamer ligt een aantal bijzondere bebouwingsaccenten, in de vorm van blokken wonin-
Boslandschap:
gen in het water; het parkeren is daarbij opgelost onder de woning en deels onder een houten dek.
De structuur van groene kamers maakt hier een veel lossere en minder samenhangende bebou-
Verder zijn er bebouwingsaccenten gesitueerd rond een drietal hofjes, in de vorm van geschakelde
wing mogelijk. Hier is dan ook het gros van de individueel in te vullen kavels gesitueerd, met een
woningen. Als entree ligt bij de kruising van de Laan van Othene en de Molenweg een object van
grote variatie in rooilijnen en architectuur. Wel belangrijk is dat langs de hoofdstructuur samenhang
geschakelde woningen.
wordt gecreëerd, door middel van de begeleidende woningen, die een continue lint langs deze struc-
Rietlanden:
turen vormen. Langs de laan van Othene is dit vorm gegeven door middel van twee bijzondere woon-
De beeldkwaliteit wordt hier vooral bepaald door de grote bomen en het groen van de grote kavels.
objecten van geschakelde woningen en langs de Neven-as door een rij samenhangende 2-onder-1-
De afwisselende vrijstaande woningen staan hier tussen maar vormen niet meer dan een subtiel
kappers, die de doorgaande lijn benadrukken. Verder zijn op strategische plekken, langs de randen
accent.
en langs de substructuren, projectmatig te realiseren vrijstaande woningen gesitueerd.
73
Othene boek_1_5_2002.qxd
74
22-5-2007
11:42
Pagina 74
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:42
Pagina 75
O
6 Realisatieaspecten
beheer kan bijvoorbeeld worden vormgegeven door aan het einde van de wintermaanden tijdelijk een hoger peil vast te houden. Het peil zou in die periode bijvoorbeeld 15 cm kunnen worden opgezet. De daling in een gemiddeld jaar is dan 15 cm onder het streefpeil. Uit het oogpunt van water-
6.1. Ontwikkelingsvolgorde en fasering
standdaling over het gehele jaar beschouwd, is het belangrijk dat zoveel mogelijk water in de zomer-
De ontwikkelingsrichting van het plan zal in hoofdlijn van noord-west naar zuid-oost zijn.
maanden wordt vastgehouden in het gebied. Daarnaast dient een goede afvoer van het water, zowel
Hierdoor kan in een vroege fase de Laan van Othene worden aangelegd en kan het bouwverkeer via
van het verharde oppervlak als van het onverharde oppervlak, te worden gewaarborgd. Uiteraard
de Drieweg buiten de reeds woonrijp gemaakte gebiedsdelen gehouden worden.
betekent meer afstroming van verhard oppervlak naar het open water een kleinere peildaling in het
De looptijd zal ca. 10 jaar bedragen, wat neerkomt op ca. 100- 120 won/jaar.
oppervlaktewatersysteem. Als algemene maatregel kan overwogen worden een inlaatbron op het systeem aan te brengen. Deze inlaatbron zou in geval van droogte water vanuit een nabijgelegen
Voor de verdere uitwerking en ontwikkeling kan het plangebied in c.a. 6 deelgebieden gesplitst wor-
gebied de kreek in kunnen pompen. Van deze optie dient echter zo weinig mogelijk gebruik te wor-
den. Bij de situering van de verschillende woningcategorieën is er op gelet dat in elk van de deel-
den gemaakt, om zo min mogelijk gebiedsvreemd water in het systeem binnen te laten. Uit het oog-
fasen alle types voorkomen, zodat telkens een gevarieerd woningbouwprogramma op de markt kan
punt van doorstroming en waterkwaliteit wordt aanbevolen om zoveel mogelijk hemelwater vanaf
worden gebracht.
(on)verhard oppervlak op de kreek af te laten wateren. Niet alleen gaat dit extreme peildaling tegen, maar een bijkomend voordeel is, dat dit voor een gespreide toevoer zorgt langs de gehele kreek
De 1e fase betreft in ieder geval het gedeelte van de Zaamkreek dat ligt in het gebied waar spra-
waarmee het ontstaan van stilstaand water wordt tegengegaan.
ke is van een onherroepelijk bestemmingsplan (met eindbestemming); onderdeel van deze eerste
Indien mogelijk wordt voor de waterhuishouding in het plan echter uitgegaan van het combineren
fase vormen de (reeds ontworpen) woningen langs de Laan van Othene.
van de afvoerende functie van de bestaande waterloop (Singel), met die van de Nieuw Othene
Een gedeelte van dit gebied dient vooralsnog te worden gereserveerd voor de eventuele relocatie
Polder. Hier wordt via een pijpleiding het agrarisch afvoerwater richting de Otheense Kreek gebracht.
van voorzieningen (winkels en school).
Op die manier kan in het plangebied een continue watersysteem worden gecreëerd, met een streef-
Voorts is het gebied van de exclusieve kavels (de Rietlanden) tot de eerste fase gerekend. (totaal
peil van NAP+0,00 meter. Hieromtrent zal nog nader overleg geleverd worden met het Waterschap.
c.a. 175 woningen) In de vervolgfasen is steeds een deel van het boslandschap (met overwegend vrij in te vullen
6.3. Bouwrijp maken
kavels) opgenomen.
In de bouwrijpfase geldt een aantal uitgangspunten, waarbij aangesloten wordt bij de uitgangspun-
De 2e fase betreft een belangrijk deel van de Zaamkreek. (c.a. 265 woningen)
ten, zoals die door de gemeente Terneuzen voorgeschreven en gehanteerd zijn in de reeds gereali-
De 3e fase betreft het westelijk gedeelte van de Groene Kamer. (c.a. 250 woningen)
seerde Nieuw-Othene polder.
In de 4e fase wordt de omgeving van de Neven-as gerealiseerd en daarmee een dwarsdoorsnede
Voor het gehele plangebied Othene Zuid wordt uitgegaan van het werken met een gesloten grond-
van alle typologieën. (c.a. 180 woningen)
balans. Alle uitkomende grond dient te worden gebruikt binnen het plangebied. Per fase zal uitko-
De 5e fase betreft de oostzijde van de Zaamkreek. (c.a. 150 woningen)
mende grond in depot worden opgeslagen. Deze grond zal in een volgende te ontwikkelen fase
En tenslotte in de 6e fase wordt met realisatie van de oostzijde van de Groene Kamer Othene Zuid
gebruikt worden.
voltooid. (c.a. 200 woningen)
De wegen in het plangebied dienen voorzien te worden van een fundering conform de voorschriften van de gemeente Terneuzen. Deze fundering bestaat uit een puinverharding onder het weglichaam.
6.2. Waterhuishouding
De woningen worden voorzien van een verbeterd gescheiden rioleringsstelsel, waarbij zo veel mogelijk
In de huidige situatie vindt de afwatering van de polder plaats via de Singel (streefpeil van NAP-0,90
verhard oppervlak wordt afgekoppeld. Tevens zal worden voorzien in een drainagesysteem om de
meter (zomerpeil) en NAP-1,20 meter (winterpeil) richting Otheense Kreek (-1,20 tot -1,60 NAP).
kruipruimten van de woningen en de percelen te ontwateren.
Voor het plan is gekeken of de Singel eventueel zijn afvoerende functie kan behouden. Om na te gaan of de kreek kan functioneren als zelfstandig watersysteem is een waterbalans opgesteld.
6.4. Kabels en leidingen
Hierbij zijn de fluctuaties van de waterstand voor een drietal maatgevende jaren onderzocht.
De hoofdaanvoerroutes voor kabels en leidingen zullen door de Laan van Othene gaan lopen. In overleg met de nuts- en telecombedrijven en op basis van het beschikbare dwarsprofiel is aange-
Uit de analyseresultaten blijkt, dat in een zeer droog jaar een maximale waterstanddaling van ruim
nomen dat de kabels en leidingen in de groenstrook tussen de woonstraten en de fietspaden van
40 cm kan optreden. Een afgestemd peilbeheer in de kreek kan deze waterstanddaling niet ver-
de Laan van Othene worden aangelegd. Dit is conform de aanleg van kabels en leidingen in de eer-
minderen, maar zou wel kunnen zorgen voor een minimale hinder van de verlaging. Afgestemd peil-
der gerealiseerde Nieuw-Othene polder. De hier minimaal beschikbare strook ten behoeve van de
75
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:45
Pagina 76
aanleg van kabels en leidingen wordt door beide bedrijven op circa 2,50 meter gesteld.
Verder is aangenomen dat in de toekomstige situatie de helft van de voertuigbewegingen het plan-
Voor de woonstraten geldt een minimale beschikbare strook van 1,50 meter.
gebied verlaat via de Laan van Othene richting het zuiden, naar de N61. De andere helft verlaat het plangebied via het westelijke deel van de Vrijheidslaan richting de Churchilllaan. Voor het beschouw-
De stroken waarin kabels en leidingen worden aangebracht mogen niet worden gefundeerd in ver-
de gedeelte van de Laan van Othene resulteert dit in een intensiteit van 4500 voertuigen per
band met de toegankelijkheid voor onderhoud en stortingen.
etmaal. De intensiteit op het oostelijke deel van de Vrijheidslaan, alsmede de Reuzenhoeksedijk,
Ten behoeve van de aansluitingen naar de woningen zullen in de fundering van de woonstraten man-
is geraamd op 1500 voertuigen per etmaal conform het eerder uitgevoerde akoestisch onderzoek.
telbuizen worden aangelegd voor de kabels en leidingen.
De voertuigverdeling is op alle beschouwde wegen gelijk gesteld en ontleend aan de verkeersmilieukaart Terneuzen van 1990. Op basis van gegevens uit het eerder uitgevoerde akoestisch onder-
6.5. Bodemkwaliteit
zoek is de dag voor alle wegvakken maatgevend bepaald. Er is gerekend met een daguurintensiteit
De deklaag van het plangebied bestaat uit een aaneengesloten pakket van slecht doorlatende klei-
van 6,7% van de etmaalintensiteit eveneens conform de verkeersmilieukaart. Een en ander is weer-
en veenlagen tot NAP-3,00 meter. Daaronder worden de slecht doorlatende lagen afgewisseld met
geven in de onderstaande tabel.
meer zandige lagen. De doorlatendheden van de klei- en veenlagen liggen in de orde van 1,0*10-
buizen zijn monsters van het grondwater genomen, die op een aantal stoffen zijn geanalyseerd.
tabel 1: Intensiteit, daguurpercentage en voertuigverdeling Wegvak Intensiteit daguur lv (mvt/etm) (%) (%) Laan van Othene 4500 6,7 96,5
mv (%) 2,8
Zv (%) 0,7
Deze grondwater kwaliteitsgegevens geven aan dat de grondwaterkwaliteit goed te noemen is (nau-
Vrijheidslaan
1500
6,7
97,3
2,6
0,1
welijks tot geen A-waarden worden overschreden). Op een aantal plaatsen zijn licht verhoogde ars-
Reuzenhoeksedijk
1500
6,7
97,3
2,6
0,1
8 m/s. In voorgaande onderzoeken zijn sonderingen uitgevoerd en peilbuizen geslagen. In alle ondiepe peil-
eenconcentraties gevonden, hetgeen gezien de natuurlijk voorkomende concentraties niet verontrustend kan worden genoemd.
Door middel van een SRMI-berekening is voor de genoemde wegen de geluidbelasting bepaald op
Uit de resultaten blijkt, dat indien gesproken wordt van kleigebieden, de waarden voor Sulfaat en
de gevel van de gesitueerde woningen en de afstand bepaald van de 50 dB(A) geluidcontour ten
Chloride de A-waarde overschrijdt. De oorzaak hiervan is dat het gebied zich in de mariene invloeds-
opzichte van de wegas. De rekenresultaten zijn te zien in tabel 2.
sfeer bevindt. De overschrijdingen zijn daarom niet verontrustend te noemen.
In het kader van Othene Zuid is onderzoek verricht naar het aspect wegverkeerslawaai van de
Tabel 2: Geluidbelasting op gevels en 50 dB(A)contourafstand Wegvak op 20/30* meter 50 dB(A) contour dB(A) (m) Laan van Othene 52 25
wegen in en rond het plangebied. Beschouwd zijn drie wegen, te weten de Laan van Othene, de
Vrijheidslaan
46
10
Vrijheidslaan (het gedeelte tussen de Laan van Othene en de Reuzenhoeksedijk) en de
Reuzenhoeksedijk
50
27
6.6. Geluidsaspecten
Reuzenhoeksedijk. De overige wegen in het plangebied zullen worden ingericht als 30 km/uur wegen en zijn buiten beschouwing worden gelaten. In een eerder onderzoek zijn de geluidsaspecten reeds onderzocht met als uitgangspunt dat in geheel Othene 2800 woningen gerealiseerd zouden gaan worden. Dit woningaantal is echter gewijzigd. Inmiddels zijn 500 woningen gerealiseerd in de Nieuw-Othene polder. In Othene Zuid wordt uitgegaan van nog eens ca. 1300 woningen. In totaal worden er in Othene derhalve ca. 1800 woningen gerealiseerd. Het doel van het onderzoek is te bepalen welke consequenties dit heeft voor de geluidbelasting op de langs de te onderzoeken wegen gelegen woningen. Voor het onderzoek is een schatting gemaakt van de te verwachten intensiteiten. Aangenomen is dat per woning gemiddeld 5 voertuigbewegingen per dag plaats zullen vinden. De 500 reeds gerealiseerde woningen ten noorden van de Vrijheidslaan (Nieuw-Othene polder) hebben derhalve 2500 voertuigbewegingen tot gevolg. De 1300 nog te realiseren woningen zullen 6500 voertuigbewegingen per dag tot gevolg hebben.
76
* geldt alleen voor Reuzenhoeksedijk
Uitgangspunt is, dat de woningen langs de Laan van Othene en de Vrijheidslaan op 20 meter van de wegas zijn gesitueerd. Langs de Reuzenhoeksedijk is dit aangenomen op 30 meter afstand van de wegas. Uit tabel 2 blijkt, dat hiermee de woningen langs de Vrijheidslaan en de Reuzenhoeksedijk buiten de 50 dB(A) geluidcontour zijn gesitueerd. De voorkeursgrenswaarde op deze woningen wordt op de gevels van de nieuw te bouwen woningen niet overschreden. De woningen langs de Laan van Othene zijn echter wel binnen de 50 dB(A) geluidcontour gesitueerd. De geluidbelasting op 20 m afstand van de wegas is 52 dB(A). Op basis van het eerder uitgevoerde akoestisch onderzoek zijn in het kader van het bestemmingsplan Nieuw-Othene (26 juni 1997) de volgende hogere grenswaarden verleend: -
Maximaal 53 dB(A) voor 61 woningen;
-
Maximaal 54 dB(A) voor 142 woningen;
-
Maximaal 53 dB(A) voor 6 woningen.
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:45
Pagina 77
De verleende hogere grenswaarde voor de woningen langs de Laan van Othene wordt niet over-
ristieke ligging van het complex ervaarbaar blijft; met zijn erfbeplanting in een verder open land-
schreden. Het aantal woningen langs deze weg, waarvan de geluidbelasting de voorkeursgrens-
schap en langs de Zaamkreek. Daartoe is zo'n 100 meter afstand behouden tussen de rand van
waarde overschrijdt, is op dit moment nog niet exact te bepalen.
de wijk en de Drieweg. Voor het monument in de Rietlanden is als uitgangspunt gehanteerd dat dit als één van de exclu-
6.7. Archeologisch onderzoek
sieve kavels in het plandeel is opgenomen; met een oppervlakte van circa 4.000 m2.
Van belang is in dit verband de informatie en het advies van drs. R.M. Dierendonck, d.d. 15-12-00. "De locatie is niet aangegeven op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK), als (deel van) een gebied met enige vastgestelde archeologische waarde. De Indikatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) geeft aan dat de gebieden van lage archeologische verwachtingswaarde zijn. Vindplaatsen zijn er tot nu toe niet bekend. Op luchtfoto's zijn op de locatie Othene sporen zichtbaar die wijzen op de aanwezigheid van twee voormalige dijktracés in het gebied. Geadviseerd wordt om onderzoek aan deze twee dijktracés in de planontwikkeling mogelijk te maken. Dit kan gebeuren tijdens geplande graafwerkzaamheden voor sloop, sanering, aanleg van infrastructuur en bouwactiviteiten."
6.8. Rijksmonumenten In het plangebied bevinden zich twee rijksmonumenten: De Staal Hoeve, aan de Molenweg 3 en de monumentale boerderij van Otheense Dreef 30 Beide monumenten worden vooral gewaardeerd vanwege het feit dat zij als complex een compleet en gaaf voorbeeld vormen van de rijkere boerderijbouw van rond de eeuwwisseling. De Staalhoeve heeft reeds sinds 1974 de status van monument, de boerderij langs de Otheense Dreef pas sinds 1997. De Staal Hoeve bestaat uit een witgepleisterd woonhuis, een blauwe grijze houten schuur en donkere wagenschuur. De samenstelling van het complex is daarmee vrij compleet en karakteristiek voor deze streek, wat nog wordt versterkt door de blauwgrijze kleur van de schuur die min of meer uniek is voor deze regio, aangezien in de rest van Zeeland vooral het zwartgeteerde exemplaar overheerst. Een bijkomend belang is de relatief solitaire ligging langs Molenweg en Zaamkreek, met zijn aflopende oevers met raaigras. Voor het monument langs de Otheense Dreef geldt min of meer hetzelfde verhaal als voor de Staal Hoeve. De complete samenstelling van het complex, de kleine gemetselde boerderij, de karakteristieke kleur van de grote houten schuur en in iets mindere mate zijn solitaire ligging in het landschap krijgen hier de grootste waardering. Daarbij dient vermeld te worden dat de wagenschuur van dit complex recent is ingestort.
In het plan wordt op verschillende wijze omgegaan met deze monumenten. Voor de Staal Hoeve wordt vooral rekening gehouden met voldoende ommeland, zodat de karakte-
77
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:46
Pagina 78
O 7
Het vervolg
Het onderhavige stedenbouwkundige plan is als het belangrijkste onderdeel te beschouwen van het ontwikkelingsplan. Het voornemen is in de vergadering van de gemeenteraad van juni a.s. het ontwikkelingsplan en de 'bijbehorende' basis exploitatieovereenkomst vast te stellen. Daarmee kan een start worden gemaakt met het uitwerken van de deelgebieden zoals aangegeven in paragraaf 6.1. (ontwikkelingsvolgorde en fasering). Dit betreft zowel de uitwerking van de woningen als het opstellen van het definitief ontwerp voor de openbare ruimte. Gezien de omvang van de deelgebieden is de volgende realisatieplanning denkbaar: -
Deelgebied 1 (175 woningen): 2002-2003 (*)
-
Deelgebied 2 (265 woningen): 2003-2004
-
Deelgebied 3 (250 woningen): 2005-2006
-
Deelgebied 4 (180 woningen): 2007-2008
-
Deelgebied 5 (150 woningen): 2009-2010
-
Deelgebied 6 (200 woningen): 2011-2012
(*) Vooralsnog dient het gebied tussen de Vrijheidslaan / Margarethaplein en de school nog onbebouwd te blijven in verband met de ter plaatse aanwezige weg voor bouwverkeer van en naar Nieuw Othene Polder en vanwege de onzekerheden omtrent de gewenste realisatie van (winkel) voorzieningen. Een belangrijk deel van het deelgebied 1 kan worden gerealiseerd binnen het kader van het vigerende bestemmingsplan. Zodra de besluitvorming in de gemeenteraad (juni 2002) heeft plaatsgevonden zal voor het vervolg van de Rietlanden een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld, waardoor met behulp van artikel 19 een bouwvergunning kan worden verleend. Voor het overige gebied zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld; door gebruik te maken van eindbestemmingen (en niet van uit te werken bestemmingen) is dan een directe bouwtitel aanwezig.
78
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:46
Pagina 79
79
Othene boek_1_5_2002.qxd
22-5-2007
11:46
Pagina 80
De Zaamkreek: De samenhang in dit gebied wordt geleverd door een continue, openbare groene ruimte, die wordt begrensd door gebogen, vloeiende bebouwingsranden. Als contrast daarmee, is de verdere invulling een afwisseling van verschillende soorten woonstraten en hofjes. Hierdoor ontstaat binnen het deelgebied een afwisseling in woonmilieus, die zoveel mogelijk versterkt wordt door de openbare ruimte en indien mogelijk de bebouwing (2-onder-1-kap langs de kreekzone, vrijere, individuele bebouwing langs de hofjes). De gebogen randen van de Zaamkreekzone zijn openbaar en worden allemaal gevormd door voor-
kanten. De randen van de verschillende 'bebouwingslobben' vertonen per lob een duidelijke eenheid in architectuur, waardoor een herkenbare afwisseling van verschillende woonbuurten ontstaat. In deze vrij continue bebouwingsranden worden de entrees van de hofjes benadrukt (door middel van bijzondere projectmatig te ontwikkelen vrijstaande woningen), alsmede de belangrijke doorsnijdingen van de hoofdstructuur. Op enkele strategische plaatsen (opgehangen aan de substructuren en soms in de hofjes) zijn bijzondere objecten gepland, zoals vrijstaande woningen in het water, objecten van geschakelde woningen, een schoolgebouw en de geplande winkel langs de (doorgetrokken) Laan van Othene.
80
Othene voork achter.qxd
22-5-2007
14:19
Pagina 2