2021-10-19 c. Nota Grondbeleid
Tekst van het document
Nota Grondbeleid Terneuzen
Uitgangspunt van het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid is dat wanneer de Europese regels van toepassing zijn hieraan uitvoering wordt gegeven.
Landelijke regelgeving OMGEVINGSWET (= Ow) De Ow is ook een kader voor deze nota grondbeleid. De Ow is een samenstel van voorheen aparte wetten die in de Ow zijn gebundeld. Met name de onderdelen vanuit (voorheen) de Wro, de Wvg, de Onteigeningswet en de Crisis- en herstelwet. Waar in de Ow wijzigingen in regelgeving of procedures optreden – voor zover er een relatie is met grondbeleid – zullen hierna een aantal hoofdzaken worden aangestipt.
Uitgangspunten Ow:
Een belangrijke verschuiving van artikel 3.1 van de Wro naar artikel 4.1 van de Ow is dat niet slechts regels mogen worden gesteld in het kader van een goede ruimtelijke ordening, maar dat regels betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Een Omgevingsplan kan regels bevatten over duurzaamheidsvereisten (denk bijvoorbeeld aan gasvrije woningen, het verplichten van groene daken of zonnepanelen en het gebruik van duurzame bouwmaterialen), maar ook veiligheidsvoorschriften en stedenbouwkundige waarden. Een voorbehoud hierbij is dat het onderwerp niet exclusief of uitputtend is geregeld op rijks- of provinciaal niveau. In dat geval is regeling in een Omgevingsplan niet toegestaan.
Verschillende onderwerpen die zien op de fysieke leefomgeving werden vooraf aan de OW vaak in verordeningen geregeld. Voorbeelden: kapverordening, bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening en standplaatsverordening. Onder de Ow is het mogelijk, en soms verplicht, om deze te integreren in het Omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan). Daarmee wil men overzichtelijker in beeld brengen wat wel en niet mag op een perceel. De intentie is te vermijden dat in verschillende wet- en regelgeving moet worden gezocht. Ook zal de integratie van verordeningen in een Omgevingsplan er naar verwachting voor zorgen dat regelgeving beter op elkaar is afgestemd. Voor deze nota is nog van belang dat de Onteigeningswet en Wvg via de Aanvullingswet grondeigendom (= Awg) in de Ow zullen opgaan.
Kostenverhaal
Evenals bij de Wro is kostenverhaal onder de Ow verplicht. Het kostenverhaal is mede geregeld in de Awg. Van kostenverhaal is sprake bij ruimtelijke ontwikkelingen op basis van particuliere initiatieven. Kostenverhaal ziet erop toe dat binnenplanse en ook buitenplanse kosten worden verhaald op de initiatiefnemer. We kennen twee vormen van kostenverhaal: publiekrechtelijk of privaatrechtelijk. Bij de privaatrechtelijke weg wordt met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst aangegaan. Deze is 26
Nota Grondbeleid Terneuzen
vergelijkbaar met de mogelijkheden onder de Wro en heeft in de praktijk de voorkeur. In circa 95% van de gevallen dat kostenverhaal onder de Wro werd toegepast gebeurt dit via een anterieure overeenkomst. De publiekrechtelijke weg verschilt op een aantal onderdelen van de procedure in de Wro: o
De Wro kende naast een bestemmingsplan de figuur van ‘exploitatieplan’ bij publiekrechtelijk kostenverhaal. Onder de Ow is dit geïntegreerd in het Omgevingsplan. De Ow kent niet langer de termen ’exploitatieplan’ en ‘grondexploitatiekosten’. De Ow spreekt van ‘kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden en maatregelen’.
o
De Ow onderscheid bij publiekrechtelijk kostenverhaal twee systemen, namelijk: kostenverhaal bij een gebiedsontwikkeling zonder tijdvak en met tijdvak. Nieuw hierbij is het systeem zonder tijdvak: dit speelt bij ontwikkelingen waarbij nog geen eindbeeld is (zgn. organische gebiedsontwikkeling). Het gaat dan bijv. om moeilijk te ontwikkelen (vaak binnenstedelijke) locaties, waar meer tijd voor nodig is en waarvoor nog geen definitieve invulling mogelijk is. In die situatie is er bij de vaststelling van het Omgevingsplan nog geen gedetailleerde kostenraming. De kosten worden pas bij de aanvraag geconcretiseerd. In het Omgevingsplan kan worden volstaan met het opnemen van een kostenplafond.
o
Het innen van kosten onder Ow gebeurt via een ‘beschikking bestuursrechtelijke geldschuld’. Dit gebeurt dus niet langer via de omgevingsvergunning zoals onder het regime van de Wro gebeurde.
Financiële bijdragen voor het ontwikkelen van een gebied
De Ow kent de mogelijkheid (net als de Wro) om bijdragen te vragen voor ontwikkelingen buiten het plangebied. In de Wro spraken we van een bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen of voor bovenplanse ontwikkelingen. Het ging om kosten ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke woonomgeving. Ook in de Ow heeft het volgen van de privaatrechtelijke weg de voorkeur. Het gaat om bijdragen voor activiteiten ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en realisatie van maatschappelijke functies. Voorwaarde is dat de ontwikkelingen zijn vastgelegd in een Omgevingsvisie (in Wro: was dit de structuurvisie) of een programma als bedoeld in artikel 3.4 Ow.
In de Wro was een ‘bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen’ enkel langs privaatrechtelijke weg mogelijk op basis van vrijwilligheid. Aanvullend aan het systeem van de Wro kent de Ow ook een públiekrechtelijk afdwingbare mogelijkheid voor bovenplans kostenverhaal ter verbetering van de fysieke leefomgeving. Daarbij moet sprake zijn van functionele samenhang tussen de bouwactiviteit en de beoogde verbetering van fysieke leefomgeving. Toepassing van deze publiekrechtelijke regeling is beperkt tot 27
Nota Grondbeleid Terneuzen
daartoe aangewezen bouwplannen waarvoor verplicht kostenverhaal geldt. De regeling is niet toepasbaar indien de ‘kosten anderszins verzekerd zijn’. Daarvan is sprake als er bijvoorbeeld al een anterieure overeenkomst is aangegaan, of belastingheffing hierin voorziet. Bij de publiekrechtelijke variant dient in het Omgevingsplan het kader hiervoor te zijn vastgelegd. De categorieën van activiteiten waarover kan worden gecontracteerd worden wettelijk vastgelegd in het Omgevingsbesluit. De categorieën hebben betrekking op landschap, infrastructuur, natuur, stedelijke herstructurering, recreatie en sociale woningbouw.
Onteigening Bij grondverwerving staat voorop om met eigenaren langs minnelijke weg tot overeenstemming te komen over aankoop van gronden. Onteigening is in dit geval ‘de stok achter de deur’ in de situaties dat overleg niet tot overeenstemming leidt. Uitgangspunt is dat vanuit de gemeente terughoudendheid wordt betracht met het toepassen van onteigening. Met de Ow is de Onteigeningswet voor het grootste deel komen te vervallen. Ook deze wet is opgegaan in de Ow. Er komt één uniforme procedure. Met deze operatie zijn er ook aan aantal (procedurele) wijzigingen doorgevoerd. De meest in het oog springende wijzigingen worden hierna aangestipt.
In de Onteigeningswet moest aan de Kroon een Koninklijk Besluit worden gevraagd. In de Ow is de Gemeenteraad het bevoegd orgaan om een onteigeningsbeschikking te nemen namens een gemeente. Waterschappen en provincies hebben elk ook deze bevoegdheid. Zienswijzen worden ingediend bij het bestuursorgaan, niet meer bij de Kroon; Een onteigeningsbeschikking moet worden bekrachtigd door de bestuursrechter; De Ow maakt onderscheid tussen onteigenings- en schadeloosstellingsprocedure. De onteigeningsprocedure komt bij de bestuursrechter. De schadeloosstelling wordt via een verzoekprocedure door de burgerlijke rechter vastgesteld. De eigendom gaat over door het opstellen en inschrijving in het kadaster van een notariële akte. Onder de Onteigeningswet gebeurde dit door inschrijving van het vonnis waarmee de onteigening was uitgesproken.
Voorkeursrecht Het vestigen van een voorkeursrecht geeft aan de overheid het eerste recht van koop. Besluit een eigenaar tot verkoop dan moet hij de grond/onroerende zaak eerst aan de overheid aanbieden. De overheid beslist of zij de grond al dan niet wil kopen. Met dit instrument verstevigt de overheid haar positie op de grondmarkt en wordt grondspeculatie tegengegaan. Indien een eigenaar zijn onroerende zaak niet wil verkopen, kan dit echter niet door middel van dit beleidsinstrument worden afgedwongen.
28
Nota Grondbeleid Terneuzen
De Wvg vervalt bij de inwerkingtreding van de Ow. De regels van het voorkeursrecht gaan op in de Ow. Ook de procedure wijzigt daarmee op een aantal punten. De voornaamste wijzigingen worden hierna kort aangestipt.
Grondslagen voor een voorkeursbesluit in de Ow zijn: een zelfstandig besluit van de Gemeenteraad (of Provinciale Staten), een Omgevingsvisie, -programma of Omgevingsplan. Deze liggen in het verlengde van de grondslagen onder de Wvg waarin een structuurvisie of het bestemmingsplan als grondslag wordt genoemd. Niet langer moet publicatie van de bekendmaking in de Staatscourant gebeuren. De gebruikelijke procedure voor bekendmaking uit de Algemene wet bestuursrecht is onder Ow van toepassing. Inschrijving in de gemeentelijke beperkingenregistratie is onder de Ow niet langer vereist; In de Ow is het inwerkingtreden van een voorkeursrechtbesluit gekoppeld aan het tijdstip van de inschrijving in de openbare registers. Onder de Wvg is deze gekoppeld aan de datum van publicatie in de Staatscourant. De geldingsduur van een voorkeursrecht wordt in de Ow gewijzigd. Op basis van een bestemmingsplan was dit onder de Wvg tien jaar. Een voorkeursrecht dat zijn grondslag heeft in een omgevingsplan geldt vijf jaren. Wel met een mogelijkheid tot eenmalige verlenging van 5 jaar.
Crisis- en herstelwet (= Chw) De Chw werd in 2010 in het leven geroepen om de crisis te bestrijden. De wet zorgt voor een snellere uitvoering van ruimtelijke plannen en stimuleert vernieuwende en duurzame projecten. Het gaat onder meer om de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen en windmolenparken. Een belangrijke maatregel uit de Chw is de vermindering en versnelling van beroepsprocedures. De looptijd van de Chw was verlengd tot de inwerkingtreding van de Ow. Ook de Chw is bij de inwerkingtreding van de Ow hierin opgegaan.
Wet begroting en verantwoording Provincies en gemeenten stellen ieder jaar begrotings- en verantwoordingsstukken op. Dit is wettelijk vastgesteld. Deze documenten moeten voldoen aan bepaalde regels, die vanaf 2004 zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (= BBV). De commissie BBV houdt er toezicht op dat gemeenten hun documenten opstellen zoals dit is beschreven in het BBV. Deze regels zijn vastgelegd om meer transparantie te bieden bij het opstellen van de begrotings- en verantwoordingsstukken. Uitgangspunt van het BBV is dat de begroting en jaarstukken allereerst voldoen aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad. Dit vanwege het budgetrecht dat een van de belangrijkste rechten van de gemeenteraad is. Het budgetrecht van de raad houdt in dat het college in
29
Nota Grondbeleid Terneuzen
principe alleen uitgaven kan doen en verplichtingen kan aangaan na toestemming ofwel autorisatie van de raad. Met het vaststellen van de gemeentelijke begroting geeft de raad het college deze toestemming.
Wet op de vennootschapsbelasting Overheidslichamen zijn als gevolg van een wetswijziging met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (= Vpb), voor zover zij een onderneming in fiscale zin drijven. Deze wetswijziging is ingevoerd, omdat de voormalige wetgeving in de visie van de Europese Commissie elementen van staatssteun bevatte. Doelstelling van de huidige regeling is om een gelijk speelveld te creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De vpb-plicht geldt voor alle activiteiten (zowel commercieel als niet-commercieel) waarmee door de gemeente in concurrentie wordt getreden.
Wet markt en overheid Overheden concurreren regelmatig met bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan parkeergarages die zowel door overheid als particulieren worden geëxploiteerd. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten overheden zich aan gedragsregels houden. Dit is geregeld in de Wet Markt en Overheid. Via deze wet zijn gedragsregels vastgelegd in de Mededingingswet. De gedragsregels hebben betrekking op de navolgende zaken:
Doorberekenen kosten: overheden moeten de kosten die zij maken voor een dienst volledig doorberekenen in de prijs; Bevoordelingsverbod: overheden mogen eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende bedrijven; Gegevensgebruik: overheden mogen de gegevens waarover ze beschikken niet opnieuw gebruiken voor andere activiteiten. Dat mag alleen als andere organisaties of bedrijven ook (onder dezelfde voorwaarden) over de gegevens kunnen beschikken. Functiescheiding: Heeft een overheid bij bepaalde diensten een bestuurlijke rol, en voert zij die diensten ook zelf uit? Dan mogen niet dezelfde personen betrokken zijn bij zowel het bestuur als de uitvoering. De gemeenteambtenaar die de aanvraag voor een kapvergunning behandelt, kan niet tegelijkertijd kapwerkzaamheden aanbieden aan particulieren.
Als een overheid goederen of diensten op de markt aanbiedt, dan moet zij zich aan deze gedragsregels houden.
Aanbestedingswet Een inkoopopdracht van de overheid heet een aanbesteding. De overheid moet zich aan bepaalde regels houden bij aanbestedingen. Door deze regels kopen overheden integer in en krijgen ze de beste kwaliteit voor een zo goed mogelijke prijs. Ondernemers krijgen door de
30
Nota Grondbeleid Terneuzen
regels een eerlijke kans om een overheidsopdracht te winnen. De regels staan in de Aanbestedingswet 2012. Uitgangspunten bij aanbesteding door overheden zijn:
non-discriminatiebeginsel: overheden moeten bedrijven dezelfde kansen geven op opdrachten. Zonder te letten op het land waar ze vandaan komen; gelijkheidsbeginsel: overheden moeten alle bedrijven die kans maken op een opdracht hetzelfde behandelen; transparantiebeginsel: overheden moeten duidelijke informatie aan ondernemers geven over de aanbesteding; Proportionaliteitsbeginsel: overheden moeten eisen stellen die in verhouding staan tot de opdracht en de grootte daarvan.
Op 17 december 2019 is het “Inkoop- en Aanbestedingsbeleid Zeeuws-Vlaanderen 2020” vastgesteld. Dit beleid is in samenwerking met de gemeenten Hulst en Sluis opgesteld en vastgesteld. De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten hanteren hiermee dezelfde uitgangspunten.
Provinciaal, regionaal en lokaal beleid Behalve de hiervoor genoemde landelijke regelgeving zijn er ook provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders die richting geven aan het grondbeleid. Deze beleidskaders geven ook invulling en sturing aan het grondbeleid.
Provinciaal Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Het plan is integraal, maar ook compact. Het is voor het overgrote deel geen nieuw beleid. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is nog
gebaseerd op de Wro (en andere wetten). Er wordt hierin echter ook al voorgesorteerd op Ow. Het Omgevingsplan is een overbruggingsplan. Wachten met een nieuw Omgevingsplan tot 2021 was voor de provincie geen optie. Provincie en gemeenten hebben op veel beleidsvelden een gedeelde verantwoordelijkheid. De besluitvorming op lokaal niveau is een bevoegdheid van de gemeente en op bovenlokaal niveau van de samenwerkende gemeenten of provincie. Waar de grens tussen lokaal en bovenlokaal belang ligt, verschilt per beleidsveld en per situatie. Met het oog op de Ow wordt door de provincie gewerkt aan een ‘Zeeuwse Omgevingsvisie 2021’. Dit proces is al begonnen in 2018. Bij het schrijven van deze nota was deze omgevingsvisie nog niet vastgesteld. Wel lag er al een ‘Eerste ruw schets Zeeuwse Omgevingsvisie 2021’ (u kunt deze versie nazien door hierna op de link te klikken: Eerste ruwe schets ).
31
Nota Grondbeleid Terneuzen
Regionaal Op een aantal beleidsterreinen is er in samenspraak en onderlinge afstemming met de beide buurgemeenten Hulst en Sluis beleid ontwikkeld. Eerder is reeds gerefereerd aan het “Inkoop- en Aanbestedingsbeleid Zeeuws-Vlaanderen 2020”. Voor raakvlakken met het grondbeleid kan nog worden gewezen op: o
Woonvisie regio Zeeuws-Vlaanderen 2020 De gemeente Terneuzen heeft samen met Hulst en Sluis een Zeeuws-Vlaams woonbeleid opgesteld. Dat beleid is vastgelegd in de regionale woonvisie. Terneuzen heeft als aanvulling hierop het Uitvoeringsprogramma wonen en profielen voor de kernen vastgesteld. Deze uitgangspunten bieden de wooncorporaties de gelegenheid om jaarlijks een bod te doen op ons volkshuisvestelijk beleid. Op die basis worden prestatieafspraken gemaakt. Ook de regionale Woningmarktafspraken zijn daarbij van belang. Deze Zeeuws Vlaamse afspraken zijn met de provincie gemaakt en geeft op basis van prognoses aan wat de bouw / sloopopgaaf voor de toekomst is. Daarnaast is er een Toetsingskader nieuwe bouwinitiatieven vastgesteld. Denk hierbij aan het mogelijk maken van gewenste kwalitatief goede bouwplannen. Onderdeel daarbij is ook het verstrekken van leningen en subsidies. Voorbeelden hiervan zijn: de Stimuleringslening Particuliere Duurzame Woningverbetering of de gemeentelijke ‘KLUS-aanpak’, die is bedoeld om verloedering van panden aan te pakken. Vanuit deze regionale woonvisie ligt het primaat voor te ontwikkelen bouwlocaties op inbreidingslocaties binnen de kernen.
o
Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws-Vlaanderen 2016-2025 In dit programma vindt de vertaling plaats van de planningsopgave voor bedrijventerreinen voor Zeeuws-Vlaanderen. Deze programmering bevat een overzicht van de behoefte en het aanbod. Deze bevat ook kwalitatieve aspecten. Gekeken is welke opgaven er de komende planperiode zijn voor herstructurering, revitalisering, transformatie en differentiatie van het aanbod. Doel is om te komen tot een aanbod van aantrekkelijke toekomstbestendige bedrijventerreinen. Voor de looptijd van dit programma is gekozen voor de periode die ook in de behoefteraming wordt aangehouden. Omdat er veel opgaven zijn in de regio die nog concreet moeten worden, zal er een jaarlijkse actualisatie van het regionale bedrijventerreinenprogramma plaatsvinden.
32
Nota Grondbeleid Terneuzen
Gemeentelijk (lokaal) Er bestaat een veelheid aan gemeentelijke regelgeving. Hieronder worden er een aantal genoemd. De opsomming beperkt zich tot die regels die (mede) raken aan grondbeleid. o
Coalitieakkoord ‘Sterk, betrokken & vitaal’ In dit akkoord staan de ambities voor de collegeperiode 2018-2022 vermeld. Deze ambities zijn uitgewerkt naar uitgangspunten van beleid per programma. Vervolgens worden de financiële hoofdlijnen geschetst.
o
Structuurvisie 2025 gemeente Terneuzen. De Structuurvisie 2025 is vastgesteld onder het regime van de Wro. De Wro verplicht een gemeenteraad een Structuurvisie vast te stellen voor het gehele grondgebied. Hierin zijn de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van de gemeente vastgelegd. Enerzijds worden in de Structuurvisie toekomstige plannen met een ruimtelijke component en de samenhang daartussen inzichtelijk gemaakt. Anderzijds wordt in de structuurvisie de mogelijkheid van kostenverhaal gecreëerd. De Structuurvisie fungeert voor het gemeentebestuur als (ruimtelijk) afwegingskader bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. In het licht van de Ow spreken we van een Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie en Structuurvisie lijken op elkaar. Er zijn twee belangrijke verschillen •
In de omgevingsvisie worden meerdere sectorale visies samengebracht tot één integraal verhaal over de fysieke leefomgeving. Denk aan cultureel erfgoed, water, wonen, milieu, landschap, gezondheid, bodemkwaliteit, mobiliteit, economie en vestigingskwaliteit. Ook onderdelen als verkeers- en vervoersplannen en milieubeleidsplannen worden geïntegreerd opgenomen in de omgevingsvisie.
•
De omgevingsvisie moet tot stand komen op basis van participatie.
Gemeenten hebben nog tot 2024. Dan moet er een Omgevingsvisie zijn. Tot die tijd behouden de Structuurvisie, het verkeers-en vervoersplan en milieubeleidsplannen hun gelding.
o
Omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Ow ontstaat van rechtswege een tijdelijk deel van het omgevingsplan. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan worden alle ruimtelijke regels (dus ook bestemmingsplannen) uit bestaande instrumenten samengevoegd. Dit noemt men ‘de bruidsschat’. Gemeenten krijgen tot eind 2029 de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan.
33
Nota Grondbeleid Terneuzen
Waar onder de Wro sprake was van een veelheid van bestemmingsplannen, is er uiteindelijk onder de Ow één omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied.
o
Structuurvisie Binnenstad Terneuzen Deze visie heeft tot doel sturing te geven aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het centrumgebied voor de komende 15 jaren, zodanig dat wonen, werken, uitgaan, winkelen en verkeer optimaal op elkaar zijn afgestemd en tot hun recht komen, waardoor een vitale binnenstad ontstaat en behouden blijft. Bij het schrijven van deze nota is een wijziging/nieuwe visie voor de binnenstad in voorbereiding.
o
Structuurvisie Zonne-energie en kostenverhaal 2020 Het doel van deze visie is het vastleggen van voorwaarden, eisen en doelstellingen waarom en waarvoor ruimtelijke compensatie voor grootschalige grondgebonden zonnepaneelparken wordt geheven. De visie voorziet in een Planologisch Toetsingskader. Hierin zijn kaders vastgesteld hoe om te gaan met verzoeken en afbakening of medewerking kan worden verleend aan de voorgelegde initiatieven.
o
Beleidskader windenergie Terneuzen (2021) In het beleidskader Windenergie staan de beleidsprincipes centraal die de gemeente Terneuzen hanteert bij het beoordelen van plannen met betrekking tot windenergie. Eén van de uitgangspunten is dat windturbines profijt moeten opleveren voor de omgeving. ‘Profijt’ kan tegelijk verschillende vormen hebben. Dit kan financieel zijn in de vorm van een omgevingsfonds of de (financiële) participatie van omwonenden en lokale bedrijven in een windpark. Het leveren van de lokaal opgewekte stroom. Ook kan met een deel van de opbrengst van een windproject bijvoorbeeld natuur en landschap verbeterd worden. Het is daarvoor noodzakelijk per initiatief de afweging te maken welke vorm van ‘profijt’ het meest gewenst is.
o
Inkoop- en Aanbestedingsbeleid Zeeuws-Vlaanderen 2020 Onder het kopje ‘Aanbestedingswet’ is reeds gerefereerd naar dit beleid. In het beleid zijn een aantal doelstellingen geformuleerd. Deze hebben onder andere betrekking op rechtmatig en doelmatig inkopen, integer en betrouwbaar inkoper zijn, maatschappelijk verantwoord inkopen en beperking van de administratieve lasten.
34