2021-09-23 a. Verordening bekostiging leerlingenvervoer - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
83/86
beperkingen van de jongere met betrekking tot reizen met het openbaar vervoer. Tenzij overduidelijk is dat de lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking de jongere hierin beperkt. 7. Het college kan het gebruik van het openbaar vervoer en het zelfstandig leren reizen faciliteren door het aanbieden van een leertraject in de vorm van een project. 8. Het kan zijn dat de jongere al een persoonlijk begeleider heeft voor een leertraject in het kader van leerlingenvervoer. We bekijken dan of we deze begeleider ook kunnen inschakelen voor begeleiding in het kader van jeugdhulp(vervoer). 9. Als de jongere op grond van het leerlingenvervoer een vergoeding krijgt voor zelfstandig reizen, krijgt hij of zij die ook op grond van het jeugdhulpvervoer. Artikel 6 Toekenning van jeugdhulpvervoer 1. Het college bepaalt bij de toekenning van jeugdhulpvervoer: a. de wijze van vervoer; b. het tijdstip van vervoer; c. de duur van het jeugdhulpvervoer; d. een eventuele vergoeding. 2. Het college kan bij de afwegingen over de toekenning van een vervoersaanvraag de mogelijkheden betrekken die er voor een jongere zijn om zelfstandig te leren reizen. Artikel 7 Passend vervoer en vergoedingen 1. Als de aanvrager voldoet aan de voorwaarden van artikel 2 bepaalt het college in overleg met de ouders welke vervoersvoorziening het meest passend is.
Dit kan ook een combinatie van vervoersvoorzieningen zijn. 2. Het college onderscheidt de volgende vormen van vervoer op volgorde van afweging: a. vergoeding voor de fiets, eventueel met begeleiding; b. een vergoeding voor openbaar vervoer, als de jongere zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kan maken; c. een vergoeding voor openbaar vervoer met begeleiding als de jongere leert zelfstandig te reizen met openbaar vervoer; d. een vergoeding voor openbaar vervoer met begeleiding. Ouders moeten aantonen dat de jongere niet in staat is om zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken en dit ook niet kan leren; e. kilometervergoeding als de ouders of iemand uit het sociale netwerk de jongere zelf vervoeren of laten vervoeren; f. een andere regeling of voorliggende voorziening waarvan de jongere gebruik kan maken voor het vervoer (bijvoorbeeld vervoer dat de zorgaanbieder regelt, regiotaxi of leerlingenvervoer); g. aangepast vervoer (taxivervoer) als voorgaande mogelijkheden niet tot de opties behoren. Collectief vervoer gaat hierbij voor individueel vervoer. h. de jongere kan gebruik maken van (aangepast) leerlingenvervoer onder de volgende voorwaarden: de jeugdhulp vindt plaats aansluitend aan de schooltijden; en de jeugdhulp vindt plaats volgens een vast terugkerend schema; en de jeugdhulplocatie past binnen de route van het leerlingenvervoer. 3.
Het college hanteert de volgende criteria voor vergoeding van het vervoer. a. De vergoeding voor het gebruik van de fiets is € 0,14 per kilometer. Dit geldt ook voor een eventuele begeleider. 4
84/86
b. Een vergoeding voor alle vormen van openbaar vervoer is op basis van 2e klasse. We maken gebruik van de informatie van de website 9292.nl bij het vaststellen of de jeugdhulplocatie goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. De kosten voor openbaar vervoer keren we uit op basis van de gemaakte kosten, of in de vorm van een OV-abonnement. De aanvrager moet betaalbewijzen of een uitdraai van de OVchipkaart kunnen overleggen. c. Een kilometervergoeding voor gebruik van eigen vervoer is € 0,19 per kilometer bij een afstand van meer dan zes kilometer enkele reis. Bij een afstand van zes kilometer of minder kent het college geen vergoeding toe. Het college vergoedt in principe alleen de kilometers die de jongere in de auto zit. Dit noemen we de beladen kilometers. Onder bepaalde voorwaarden kan het college de kilometers vergoeden die de jongere niet in de auto zit (onbeladen kilometers). Deze voorwaarden zijn: o de jongere woont in een instelling voor jeugdzorg en gaat in het weekend en/of vakantie naar huis; o de jongere verblijft minimaal twee uur op de jeugdhulplocatie, en het loont om binnen deze periode terug te rijden naar het woonadres. Voor het bepalen van de afstand tussen het woonadres en het adres van de jeugdhulplocatie maken we gebruik van de routeplanner op www.routeplanner.nl ,met de optie ‘kortste route’.
Het door deze routeplanner aantal uitgerekende kilometers is voor het college altijd uitgangspunt bij de beoordeling van de aanvraag en voor bekostiging van jeugdhulpvervoer. d. Als aanspraak bestaat op jeugdhulpvervoer, kan het college na overleg met de ouders een vergoeding geven voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. e. Alleen de reiskosten naar de dichtstbijzijnde (passende) jeugdhulplocatie komen in aanmerking voor vergoeding. Als de aanvrager kiest voor een jeugdhulplocatie die verder weg ligt dan deze jeugdhulplocatie, dan vervalt het recht op aangepast vervoer (lid 2 g van dit artikel), zijn eventuele meerkosten voor andere vormen van vervoer voor rekening van de aanvrager (lid 2 a t/m f). f. Het college kent geen vergoeding toe voor reiskosten die ouders maken voor het bezoeken van hun kind die in een instelling woont. Artikel 8 Doorgeven van wijzigingen 1. De aanvrager is verplicht wijzigingen direct schriftelijk mee te delen aan het college. Het gaat om wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het toegekende jeugdhulpvervoer. De aanvrager moet ook de ingangsdatum van de wijziging doorgeven. 2. Als de wijziging van invloed is op het toegekende jeugdhulpvervoer, vervalt de aanspraak daarop. Eventueel kent het college opnieuw jeugdhulpvervoer toe. 3.
De aanspraak op jeugdhulpvervoer vervalt direct als: a. de aanvrager niet voldoet aan het eerste lid, en; b. het college een wijziging vaststelt als bedoeld in het tweede lid waardoor blijkt dat ze ten onrechte jeugdhulpvervoer hebben verstrekt. Eventueel kent het college opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de aanvrager(s). 4. Het college kan onterechte betalingen van de aanvrager terugvorderen.
5
85/86
Artikel 9 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels. Artikel 10 Inwerkingtreding De Beleidsregels jeugdhulpvervoer gemeente Terneuzen 2021 treden met ingang van 1 september 2021 in werking.
Besloten in de vergadering van het college van de gemeente Terneuzen op 31 augustus 2021. Burgemeester en Wethouders van Terneuzen, gemeentesecretaris,
burgemeester,
J.G. (Jan) Princen
H.J.A. (Erik) van Merrienboer
6
86/86