CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-09-22 Bijlage 1 Sasse Poort, Sas van Gent vastgesteld

gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Sasse Poort, Sas van Gent27.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Herstructurering van woning en woonomgeving: Om de woningmarktkwantitatief en kwalitatief op peil te houden is herstructurering van de woningvoorraad en woonomgeving noodzakelijk. Zo moeten huur- en koopwoningen die niet meer voldoen aan de wensen worden gesloopt, samengevoegd of verbeterd. Dit kan op incidentele basis of op projectmatige basis. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de corporaties. 2. Aanpak particuliere woningvoorraad: Ook in de particuliere woningvoorraad dient gesloopt, verduurzaamd, bouwtechnisch verbeterd en aangepast te worden. Onder ander door veroudering van woningen of verandering in de bevolkingssamenstelling en woonbehoeften. Het doel is waardebehoud en zo mogelijk waardevermeerdering. Op deze manier wordt getracht leegstand en verloedering van wijken te voorkomen. 3. Kwaliteit staat voorop: Er wordt steeds meer waarde gehecht aan de kwaliteit van het wonen. De woonkwaliteit omvat onder andere de bouwtechnische staat, duurzaamheid, wooncomfort, levensloopgeschiktheid van de woning en de woonomgeving. 4. Kansen grijpen: De regio wilt de niches in de markt bedienen. Te denken valt aan de komst van Vlamingen, het bieden van onderdak aan tijdelijk arbeidsmigranten en het ondersteunen van bijzondere woonconcepten.

Zo kunnen woonbestemmingen worden gegeven aan panden die thans een andere functie hebben maar als woonbestemming een betekenisvolle functie kunnen vervullen. 5. Naar een realistische woningbouwproductie: De regio Zeeuws-Vlaanderen kampt met een overmaat aan geplande woningbouwinitiatieven, slechts een fractie hiervan wordt uitgevoerd. Er wordt gewerkt aan een betere balans tussen vraag en aanbod. Nieuwbouw is nodig om te voldoen aan de kwaliteitsvraag en veranderende huishoudsamenstelling, maar dit mag geen overaanbod van woningen en daarbij verder marktontspanning als gevolg hebben. Een gezonde marktspanning is de succesfactor voor toekomstige investeringen in de woningmarkt.

35/36

Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van woningen, waardoor op de kwaliteitsvraag wordt ingespeeld. Tevens worden er per saldo geen woningen toegevoegd, omdat elders in Sas van Gent woningen worden gesloopt, hierdoor blijft een gezonde marktspanning op de woningmarkt in Zeeuws-Vlaanderen behouden.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Terneuzen 2025 (2010) Op 16 december 2010 is de Structuurvisie Terneuzen vastgesteld. In de structuurvisie Terneuzen wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Terneuzen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop het gemeentebestuur zich voorstelt de voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling zijn de volgende uitgangspunten relevant. In iedere kern zijn detailhandels-, horeca- en commerciële voorzieningen aanwezig. Terneuzen neemt een specifieke plaats in, omdat de stad is aangewezen als het regionale koopcentrum van Zeeuws-Vlaanderen met een verzorgingsgebied van 75.000 tot 100.000 inwoners. Naast Terneuzen bieden meerdere kernen, al dan niet in beperkte mate, ook niet-dagelijkse goederen aan.

Sas van Gent en detaillisten in andere kernen profiteren van de bestedingen van Vlamingen, alhoewel deze bestedingen de laatste tijd wel afnemen. Door de toegenomen mobiliteit doen steeds meer mensen boodschappen in kernen die een breder aanbod bieden in vergelijking met wat in hun eigen omgeving wordt aangeboden. Dit heeft met name in de kleinere kernen geleid tot een beperking van het draagvlak van met name detailhandelsvoorzieningen. De aanwezigheid van commerciële voorzieningen hangt af van de marktwerking. De gemeente kan daarin faciliteren door goede locaties te reserveren c.q. planologisch te regelen, door koppelingen te leggen met andere initiatieven en door allerhande regelingen op provinciaal of nationaal niveau aan te spreken. Hierbij liggen er mogelijkheden om deze voorzieningen te combineren met andere (maatschappelijke) voorzieningen. Er wordt ingezet op het behoud van het aanbod van dagelijkse boodschappen in de kernen. Terneuzen en op kleinere schaal Axel bieden een breder aanbod aan detailhandel aan. Grootschalige perifere detailhandel (zoals meubelboulevards en tuincentra) is geconcentreerd in de directe omgeving van de Kennedylaan in Terneuzen. Een verdere versterking ter plaatse wordt voorgestaan. Een mogelijke toekomstige alternatieve locatie of overlooplocatie voor grootschalige perifere detailhandel is de Zuidpoort in Terneuzen.

In de Zuidpoort is een combinatie mogelijk met voorzieningen op het gebied van leisure, zorg en onderwijs. Ten aanzien van wonen in de gemeente wordt aangekaart dat als gevolg van de ligging van de kernen Sas van Gent en Sluiskil ten opzichte van de industriële gebieden de leefbaarheid een aandachtspunt vormt. Zowel in Sas van Gent als in Sluiskil voeren de corporaties een actief beleid om verouderde woningen te saneren en vervolgens minder woningen van betere kwaliteit terug te bouwen. Dit beleid wordt door de gemeente Terneuzen ondersteund.

36/37

Om ontwikkelingen en initiatieven, die op Terneuzen afkomen of daarbinnen plaatsvinden, te kunnen toetsen is een strategiekaart ontworpen. De gemeente zet in op een achttal strategieën, namelijk: versterken, verbreden, verbinden, transformeren, ontwikkelen, herstructureren, behouden en beschermen. Relevant voor de beoogde ontwikkeling is het versterken van centrumgebieden. De mix van functies in de centrumgebieden van Axel, Biervliet, Philippine, Sluiskil en Sas van Gent vormt een spil in het maatschappelijke en sociale netwerk van de gemeente. Deze centrumfuncties zullen daar waar mogelijk worden versterkt. Daarnaast hebben de binnenstad van Terneuzen, de omgeving van het Ziekenhuis en de buitensportconcentratie bij Axel een zodanig belang voor de gemeente dat versterking van de functie van deze gebieden gewenst is. Specifiek voor het plangebied is transformatie van de Sasse Poort relevant. Sasse Poort In Sas van Gent is aan de zuidzijde een plan voor woon-werk-kavels in de markt gezet om een nieuwe overgang te creëren tussen de industriële activiteiten in de Poelpolder en de woonkern. Deze ontwikkeling komt echter al enkele jaren niet van de grond. Een herbezinning is aan de orde, waarbij het uitgangspunt van de overgang tussen wonen en werken overeind moet blijven.

Relatie met planinitiatief De gemeente richt zich op de versterking van het centrum van Sas van Gent en transformatie van de Sasse Poort. Met de beoogde ontwikkeling wordt hier invulling aan gegeven. Met de verplaatsing en vergroting van Albert Heijn en Lidl kunnen de supermarkten behouden blijven voor de inwoners van Sas van Gent. Deze locaties kunnen heringevuld worden met woningen. Op deze manier wordt de leefbaarheid in het centrum vergroot. De verkeersdruk in het centrum neemt af, de vrachtwagens voor bevoorrading hoeven niet meer door de woonstraten in het centrum, en ook problemen rondom parkeren kunnen worden opgelost. Met de invulling van woningen kan ook een groene uitstraling worden toegevoegd in het centrum. De beoogde ontwikkeling kan dus bijdragen aan een vergroting van de leefbaarheid in het centrum. In Sas van Gent is de leefbaarheid in de kern een aandachtspunt. De ambitie is om verouderde woningen te saneren en minder woningen van betere kwaliteit terug te bouwen. Dit maakt onderdeel uit van de beoogde ontwikkeling. De woningbouwcorporatie zal circa 57 woningen in de Witte Wijk slopen en er daar circa 10 terugbouwen. Daarvoor in de plaats zullen 28 sociale woningen worden teruggebouwd op de huidige locatie van Albert Heijn en Lidl. Daarnaast zijn er 12 vrije sector woningen beoogd.

Aan de Tramstraat zijn reeds 9 woningen gesloopt, daarvan worden er 4 teruggebouwd. Per saldo worden er minder woningen teruggebouwd. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke visie. 4.4.2 Visie detailhandel 2014 De basis voor de detailhandelsstructuur is al gelegd in de structuurvisie detailhandel 2008. In 2014 is de geactualiseerde detailhandelsvisie van de gemeente Terneuzen vastgesteld, in overeenstemming met de structuurvisie detailhandel. Er wordt ingezet op het behoud van het aanbod van dagelijkse boodschappen in de kernen. Terneuzen en op kleinere schaal Axel bieden een breder aanbod aan detailhandel aan. Grootschalige perifere detailhandel (zoals meubelboulevards en tuincentra) is geconcentreerd in de directe omgeving van de Kennedylaan in Terneuzen. Een verdere versterking ter plaatse wordt voorgestaan. Een mogelijke toekomstige alternatieve locatie of overlooplocatie voor grootschalige perifere detailhandel is de Zuidpoort. In de Zuidpoort is een combinatie mogelijk met voorzieningen op het gebied van leisure, zorg en onderwijs.

37/38

De focus op Terneuzen als dé winkelstad in de gemeente vergroot de kans op het innemen van de functie als regionaal koopcentrum op termijn. Immers, de concentratie van functies en winkels versterkt het recreatieve winkelgebied en legt een stevig fundament voor de verdere ontwikkeling van Terneuzen als kernstad in Zeeuws-Vlaanderen. Dit is een logisch gevolg op de functie die de stad al inneemt op economisch, maatschappelijk en cultureel vlak. Er zijn ook een aantal ontwikkelingen die deze “normale” functie van Terneuzen ondersteunen. Denk aan schaalvergroting in de detailhandel, maar ook aan het wegvallen van het bankentoerisme in Hulst, Sluis, Axel en Sas van Gent. Hierdoor kan de omvang van het winkelaanbod in Terneuzen in overeenstemming worden gebracht met de omvang van het verzorgingsgebied: de inwoners van de gemeente Terneuzen en de (nu nog beperkte) functie als kernstad in Zeeuws-Vlaanderen (inclusief een deel van Oost-Vlaanderen). De ambitie van Terneuzen is om deze functie te intensiveren en om de afvloeiing naar buiten Zeeuws-Vlaanderen te beperken. Vanuit de gewenste concentratie van winkelgebieden streeft de gemeente in algemene zin naar het 'uitsterven' van detailhandel in de zij- en aanloopstraten. Axel en Sas van Gent vragen in deze bijzondere aandacht.

Door de wens van het creëren van een logisch looprondje ontstaan er meerdere delen in het centrum waar bij voorkeur geen detailhandel meer gevestigd wordt in leegstaande winkelpanden. Maar wat zijn de mogelijkheden? Gebrek aan budget speelt ook bij de gemeente Terneuzen een grote rol. 'Zomaar minder populaire gebieden c.q. panden opkopen om het te transformeren is verleden tijd. Anno 2013 wordt aan gemeenten gevraagd anders en innovatiever te denken en te doen om de problemen het hoofd te bieden. Stedelijke Herverkaveling kan bijdragen aan een structurele oplossing. Er wordt gekeken naar de ruimtelijke mogelijkheden en onderzocht of er functieveranderingen in het gebied kunnen plaatsvinden'. In de kleinere kernen wordt gestreefd naar het behoud en indien mogelijk versterken van winkels voor de dagelijkse boodschappen. In de grotere kernen wordt gestreefd naar het behoud van de boodschappenfunctie in het gebied. Relatie met planinitiatief Het gemeentelijk beleid gaat uit van een hiërarchische detailhandelsstructuur. De kern Terneuzen is het hoofdwinkelgebied binnen de gemeente. Hier is dan ook naast het dagelijks winkelaanbod veel niet-dagelijks winkelaanbod aanwezig. De ambitie is om deze positie van Terneuzen binnen Zeeuws-Vlaanderen te versterken.

In het algemeen streeft de gemeente voor de kernen naar concentratie van winkelgebieden waarbij het 'uitsterven' van detailhandel in de zij- en aanloopstraten aan de orde is. Aandacht wordt gevraagd voor Sas van Gent en Axel waar het lastig is om zo maar panden te transformeren naar andere functies dan detailhandel. De beoogde ontwikkeling biedt een volledige herontwikkeling waarin zowel de verplaatsing van de supermarkten als herontwikkeling van de huidige supermarktlocaties tot woongebied wordt meegenomen. Op deze manier wordt een nieuwe detailhandelsstructuur gerealiseerd waarbij het kernwinkelgebied verder geconcentreerd wordt, en aan de rand van de kern een boodschappencentrum gerealiseerd kan worden. Op deze manier wordt bijgedragen aan het versterken van de winkels voor de dagelijkse boodschappen en daarmee de detailhandelsstructuur, waarbij tegelijkertijd oude detailhandelslocaties getransformeerd worden naar een passende woonfunctie binnen de woonstraten.

38/39

4.4.3 Activiteitenprogramma Klimaat en duurzaamheid (20 April 2017) Het activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid van de gemeente Terneuzen is de vertaling van het Provinciaal klimaat en duurzaamheidsbeleid. Het activiteitenprogramma omvat 50 concrete acties en projecten waarmee de ambities gerealiseerd moeten worden. De ambities zijn onderverdeeld in de categorieën People, Planet en Profit en luiden als volgt: People 1. Het sturen op structurele gedragsverandering naar nog meer duurzame ontwikkeling; 2. Het bevorderen van een goede gezondheid en voeding bij onze inwoners; 3. Het tegengaan van armoede door het sturen op energielasten; 4. Het realiseren van gezonde, duurzame en betaalbare scholen; 5. Het bevorderen van samenwerking en sterke sociale netwerken; Planet 1. Elke particuliere woning is volledig energieneutraal in 2045; 2. Meer duurzame energie in de gemeente Terneuzen; 3. Een energieneutrale gemeentelijke organisatie in 2045; 4. Voldoende waterberging in 2050, bestendig voor extreme omstandigheden; 5. Het versterken van de natuur in de gemeente Terneuzen; 6 Het minimaliseren van huishoudelijk afval tot 100kg per persoon in 2020, en minimaal 75% van het afval wordt gescheiden. In 2050 wilt de regio afvalloos zijn; Profit 1.

De gemeente streeft naar schone innovatieve bedrijven, die weinig energie verbruiken, veel duurzaam opwekken en duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen; 2. De gemeente stimuleert duurzame mobiliteit en transport en bouwt dit samen verder uit; Toetsing De beoogde ontwikkeling voldoet aan de ambities in het activiteitenprogramma.

4.4.4 Interim-beleid Archeologie gemeente Terneuzen Het gemeentelijke archeologiebeleid is vastgelegd in het Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen. Als vangnet naast het Interim-beleid Archeologie fungeert de Erfgoedverordening van Terneuzen 2011. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling voor archeologie verleend tot 100 m² en een diepte van 0,5 meter voor de zogenaamde kruimelgevallen. De achterliggende gedachte van het archeologiebeleid is het in beeld brengen van de gebieden in de gemeente Terneuzen met een archeologische verwachtingswaarde. Deze verwachtingswaarde kan per gebied en per geologische laag verschillen. De insteek is daarbij soepel waar het kan en streng waar nodig.

39/40

Archeologische toets Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie dient aan 5 criteria te worden getoetst. 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK): Deze kaart geeft de wettelijk beschermde archeologische monumenten weer en de door de RCE gewaardeerde gebieden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. 2. De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW): Deze kaart geeft de verwachtingswaarde weer voor de bovenste (bovenste 1,20 meter), dagzomende, bodemlaag. 3. ARCHIS: Dit is de landelijke database waarin alle recent uitgevoerde archeologische onderzoeken en vondsten worden opgeslagen. Deze database geeft een indicatie van de vondsten die gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. 4. Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA): In dit archief berusten de verslagen van alle in het verleden in Zeeland uitgevoerde bodemonderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke. Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. 5.

Aan de hand van de bodemkaart kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn, namelijk: - pleistoceen: vanaf de Steentijd; - hollandveen: vanaf de IJzertijd en Romeinse tijd; - Duinkerke II: vanaf de Middeleeuwen; - Duinkerke III; vanaf de Nieuwe tijd, lage of zeer lage trefkans. Toetsing In het volgende hoofdstuk, wordt onder de paragraaf 'Archeologie', de archeologische toets uitgevoerd voor het plangebied. 4.4.5 Bodembeleid gemeente Terneuzen De gemeente Terneuzen heeft bodembeleid opgesteld en uitgewerkt in de Nota Bodembeheer en de Bodemkwaliteitskaart. Hierin is beschreven hoe wordt omgegaan met grondverzet. Door gebruik te maken van de bodemkwaliteitskaart is bodemonderzoek in veel gevallen niet nodig. De bodemkwaliteitskaart kan worden gebruikt als milieu-hygiënische verklaring voor de kwaliteit van de grond. In de nota bodembeheer is vastgelegd dat binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat het projectgebied valt binnen de aanduiding ''C2: Woonwijken (Sasse Poort)''. Hiervan is de kwaliteitsklasse van de bovengrond (0-0,5 m -mv) van de kwaliteitsklasse 'industrie'. Dit is onvoldoende voor de realisatie van gevoelige functies zoals woningen. De kwaliteitsklasse van de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) is daarentegen wel van de kwaliteitsklasse wonen.

Toetsing Uit het gemeentelijk beleid blijkt dat meer bodemonderzoek nodig is voor de realisatie van gevoelige functies in het gebied. Hier wordt bij het omgevingsaspect 'bodem' verder op ingegaan.

40/41

4.4.6 Parkeernota 2015-2020 - Gemeente Terneuzen Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd is de Parkeernota 2015-2020. Op 22 april 2020 heeft de raad een actualisatie van de bijbehorende parkeernormen vastgesteld. Voor nieuwe ontwikkelingen dient, conform het bouwbesluit, de ontwikkeling te voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Het mogelijk maken van nieuwe functies leidt tot een toename van de parkeerbehoefte, indien hier niet in wordt voorzien, zal de parkeerdruk op de openbare weg toenemen, dit is niet wenselijk. Uitgangspunt hierbij is: - Zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein; - Inventariseren huidige parkeersituatie: Hiervoor dient de huidige situatie in beeld te worden gebracht door middel van parkeertellingen, zodat leegstand wordt voorkomen; - Parkeren faciliteren voor bezoekers; - Maximale loopafstanden volgens zowel bestaande als nieuwe parkeerplaatsen volgens de maximale acceptabele loopafstanden voor de volgende functies (CROW-norm):

Voor het berekenen van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 182). Hierbij wordt de behoefte berekend op basis van de stedelijkheidsgraad, minimale of maximale kencijfers en de locatie. Met een inwonersaantal van circa 25.000 in de kern Terneuzen, behoort het tot de klasse 'weinig stedelijk'. Door de decentrale ligging van het centrum hanteert de gemeente Terneuzen niet minimale en maximale waarden van parkeerbehoefte, maar nemen hier het gemiddelde van. De locatie Sasse Poort behoort volgens de Parkeernota tot 'rest bebouwde kom'. Toetsing De parkeernota en de bijbehorende parkeernormen worden toegepast bij de uitwerking van het project, zie 5.8

4.4.7 Omgevingsvisie 'In je sas in Sas' De omgevingsvisie van Sas van Gent beschrijft de langetermijnvisie op de leefomgeving van de kern en alle aspecten die daarmee te maken hebben. De omgevingsvisie bevat beleid voor de volgende omgevingswaarden: Industrie Ten noorden en ten zuiden zijn bedrijfsactiviteiten vergund met een stevige geluidsbelasting. Normaliter word 55 dB(A) op woningen als aanvaardbaar gezien. Eind jaren 90 zijn in Sas van Gent afspraken gemaakt dat op de eerstelijnsbebouwing in de wijk Sint Albert en het Bolwerk de geluidsbelasting niet meer dan 58 dB(A) mag zijn. En op de woningen aan de zuidrand van de kern Sas van Gent een geluidsbelasting van maximaal 55 dB(A)

41/42

Geur Ten noorden en ten zuiden zijn bedrijfsactiviteiten vergund met een sterke geurbelasting. De geurbelasting is de afgelopen decennia afgenomen en de lagere belasting is in de vergunningen van de desbetreffende bedrijven vastgelegd. Externe veiligheid Rondom Sas van Gent bevinden zich enkele risicobronnen ten aanzien van externe veiligheid. Hierin vormen bedrijven en het kanaal geen grote belemmering en heeft de spoorlijn de grootste impact. Sas van Gent heeft de ambitie om de spoorlijn de verplaatsen naar een nieuw tracé lang de Tractaatweg, zodat er geen externe veiligheidsissues meer zijn. Bodem Voor bodembescherming in de gemeente Sas van Gent is de nota Bodembeheer in werking. Hiervoor worden geen specifieke omgevingswaarden opgenomen. Duurzame energie De gemeente heeft de ambitie dat in 2045 alle bestaande particuliere woningen energieneutraal zijn. Waterbeheer Er wordt gestreefd naar een robuust watersysteem. Tritsen vasthouden-bergen-afvoeren en schoonhouden-scheiden-zuiveren blijven gehandhaafd. Ecologie Gestreefd wordt naar hoog mogelijke ecologische waarden te creëren door water en groen met elkaar te verbinden. Archeologie Archeologische waarden worden beschermd middels de kaart met archeologische verwachtingswaarde. Tevens zijn er afspraken over de wijze waarop de archeologische toets gedaan moet worden.

Welstand In 2013 heeft de gemeenteraad van Terneuzen het welstandsbeleid afgeschaft. Momenteel is er alleen nog een excessenregeling van kracht waarbij de gemeente gevraagd wordt in te grijpen wanneer een pand echt niet gerealiseerd mag worden. Cultuurhistorie De cultuurhistorische waarden worden niet beschermd in het bestemmingsplan. De geschiedenis komt weinig voor het voetlicht, de mate van bescherming en de mate waarin onderliggende historische patronen gebruikt worden in het ontwerp van de openbare ruimte en bij herontwikkelingen, kan per kern anders worden ingevuld.

42/43

Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud wordt gemeentebreed aangestuurd en budgetten worden vastgelegd per onderhoudsgroep, zoals wegen, groen, etc. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in het niveau en de intensiteit van het beheer in het gebied. In Sas van Gent is de wens om zelf mee te beslissen over de manier en het niveau van het onderhoud, binnen de budgettaire kaders uiteraard. Sportief bewegen en toegankelijkheid De buitenruimte in Sas van Gent dient meer ingericht te worden ten behoeve van lopen en fietsen, zodat het bewoners uitnodigt om te bewegen. Toetsing De beoogde ontwikkeling wordt in het volgende hoofdstuk getoetst aan de hierboven genoemde omgevingsaspecten. De verruimde afspraken voor geluid hebben geen betrekking op het plangebied. De archeologische toets is in de paragraaf hiervoor uitgevoerd. Ook de vergunningen voor geurhinder hebben geen invloed in het plangebied.

43/44

44/45

Hoofdstuk 5

5.1

Toetsing aan milieuaspecten

Water

Toetsingskader Het is wettelijk verplicht een watertoets uit te voeren. Dit is een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. De watertoets heeft als doel het voorkomen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die negatieve effecten hebben op het duurzame waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer. Bij het waterschap Scheldestromen wordt een watertoetstabel gebruikt. In deze tabel zijn de relevante aspecten verwerkt. De watertoetstabel is in Bijlage 2 ingevuld voor de ontwikkeling Sasse Poort. Conclusie Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

5.2

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Onderzoek Beoogde supermarktlocatie Binnen het gehele gebied tussen de Westkade en de spoorlijn, de voormalige CSM-locatie, zijn diverse onderzoeken en saneringen uitgevoerd. In relatie tot voorliggende supermarktlocatie zijn de volgende rapporten relevant:  Rapport Coöperatief Adviesbureau vereniging Krachtwerktuigen; Amersfoort, 9 september 1993  Inventarisatie terreinsituatie en verontreinigingssituatie Locatie voormalig CSM-terrein; Definitief; Grontmij Nederland bv; Eindhoven, 19 april 2005;  Verkennend bodemonderzoek; De Sasse Poort te Sas van Gent; Definitief; Grontmij Nederland bv; Middelburg, 19 april 2006;  Plan van aanpak Sasse Poort te Sas van Gent fase 1; Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

14 maart 2007;  Eindrapport Nader Bodemonderzoek en saneringsplan Sasse Poort te Sas van Gent, fase 2; Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.; 21 november 2007.

45/46

Bij de onderzoeken is de in figuur 5.1 afgebeelde bodemkaart gehanteerd. De locatie voor het voorzieningengebied betreft locatie A (oostelijk deelgebied).

Figuur 5.1 Bodemkaart De huidige Bodemkwaliteit:  In het deelgebied voor het voorzieningengebied zal op locatie A16 (0,45-1,80) bodemvreemd materiaal worden verwijderd (witte kalkachtige stof). Hiervoor wordt een aanpak gevolgd zoals opgenomen in het Plan van aanpak (14 maart 2007);  De verontreinigingen op de locatie A21 (0-2,0) , locatie A29 (1,55-2,00) mag achterblijven voor zover niet wordt vergraven, de deklaag de huidige grondlaag/afdekking in stand wordt gehouden en de locatie een verkeers- of groenbestemming krijgt. Anders zijn sanerende maatregelen in de vorm van ontgraven en/of afdekken (met verharding) nodig;  Ter plaatse van de voormalige Suikerloods zijn de verontreinigde slakken verwijderd. De initiatiefnemer zorgt ervoor dat de bodemverontreinigingen worden gesaneerd. Daartoe behoren ook eventuele andere bodemverontreinigingen of bodemvreemde materialen als gevolg van het voormalige fabrieksterrein. Beoogde woningen huidige AH-locatie In het kader van de omgevingsvergunning is in juni en juli 2017 door Wematech Bodem Adviseurs B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Wilhelminalaan 9 en ong. te Sas van Gent, zie Bijlage 3. Er werden ter plaatse van de Wilhelminalaan (huidige onderzoekslocatie) sterke, matige en lichte verontreinigingen met zink aangetroffen in de bovengrond.

Geconcludeerd werd dat de bovengrond ter plaatse van boring 15 sterk verontreinigd was met zink.

46/47

De bovengrond ter plaatse van boringen 11 en 14 was matig verontreinigd met zink. De bovengrond ter plaatse van boringen 12 en 13 was licht verontreinigd met zink en de bovengrond ter plaatse van boring 16 is niet verontreinigd met zink. De bovengrond was tevens licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, PAK en PCB. De ondergrond was niet verontreinigd. Naar aanleiding van het verkennende onderzoek is in opdracht van Bouwgroep De Nijs-Soffers B.V. door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in november 2017 een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Wilhelminalaan ong. te Sas van Gent, zie Bijlage 4. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de omvang en ernst van de, tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetroffen, sterke verontreiniging met zink in de bodem. Tevens is nagegaan of er nabij de, tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetroffen, matige verontreinigingen met zink in de bodem al dan niet sprake is van een interventiewaarde overschrijding. De inkadering is afgerond. Er zijn 3 duidelijke spots aangetroffen:  1 spot waarvan er circa 20 m3 sterk verontreinigd is met zink.  1 spot waarvan er 7,5 m3 matig verontreinigd is met zink  1 spot waarvan er 15 m3 matig verontreinigd is met zink. Deze spots zullen worden gesaneerd.

Hiervoor is een plan van aanpak opgesteld en voorgelegd aan het bevoegd gezag volgens de wet bodembescherming. De overige resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering de voorgenomen bouwplannen ter plaatse te realiseren. De resultaten van dit onderzoek worden bij de aanvraag van de omgevingsvergunning eveneens toegevoegd. Beoogde woningen huidige Lidl-locatie Ter plaatse van de Tramstraat (Lidl parkeerplaats) heeft er in het verleden (2006/2007) een sanering plaatsgevonden. Tevens zijn er in het verleden ook al meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse van de supermarkt. Voor één boring geldt als aandachtspunt dat een matige verontreiniging is aangetrokken. Bij grondafvoer of bij eventueel gebruik als moestuin moet dit nader bekeken worden. Uit de evaluatieonderzoeken ter plaatse van het parkeerterrein (sb 3621, 3847 en 4404), en uit de twee bodemonderzoeken die ter plaatse van de Lidl zijn uitgevoerd (2563 en 2564) blijkt dat er geen aanvullend onderzoek meer is vereist. Conclusie De bodemkwaliteit sluit aan bij de toekomstige functie, mits de bodem op diverse plaatsen wordt gesaneerd. Voor het plangebied zal de initiatiefnemer zorgdragen voor een bodemkwaliteit die voldoet aan de huidige regelgeving. Hiervoor is een plan van aanpak gemaakt en voorgelegd aan het bevoegd gezag.

Dat betekent dat de gronden geschikt zijn, dan wel geschikt worden gemaakt, voor de beoogde functie.

47/48

5.3

Archeologie

Toetsingskader Op grond van de Wro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan moet met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten rekening worden gehouden. In het belang van de archeologische monumentenzorg kan bij een ruimtelijk plan worden bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. Gemeentelijk archeologiebeleid Op 27 januari 2011 is door de gemeenteraad van Terneuzen het interimbeleid archeologie vastgesteld. De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. In een cyclus van 10 jaar zullen alle ruimtelijke plannen aangepast worden, waarbij archeologie in de plannen zal worden ingebracht of geactualiseerd aan de hand van het dan geldende beleid. Zolang de bescherming van archeologische waarde niet is geregeld in een ruimtelijk plan (bestemmingsplan of beheersverordening) fungeert als vangnet de Erfgoedverordening Terneuzen 2011.

Deze verordening is geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling voor archeologie verleend tot 100 m2 voor de zogenaamde kruimelgevallen. Naast de hiervoor vermelde algemene vrijstelling kan vrijstelling van archeologisch onderzoek worden verleend indien reeds eerder aantoonbaar verstoring heeft plaatsgevonden. Hierbij kan gedacht worden aan ophogingen, ontgrondingen, wegcunetten, rioleringsleuven, bodemsanering en dergelijke. Een en ander dient ter beoordeling aan het bevoegd gezag (in de meeste situaties de gemeente) te worden voorgelegd. Tot slot kan vrijstelling van archeologisch onderzoek eveneens worden verleend als:  het gebied niet wordt vermeld op de Archeologische Monumentenkaart (AMK);  volgens de Indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) een zeer lage of lage trefkans heeft (op eventuele waarden tot 1,2 meter beneden het maaiveld);  in de nationale digitale database ARCHIS en het Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) geen gegevens zijn geregistreerd, danwel alleen gegevens die duiden op een lage waarde;  er volgens de Geologische kaart Van Rummelen sprake is van de geologische formatie Duinkerke III. Een en ander is uitgewerkt in een stroomschema dat is opgenomen in bijlage 1 van 'De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen'.

Voor de duidelijkheid is dit schema ook opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. Ook als er wel archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, is niet altijd archeologisch onderzoek nodig. Aan de hand van de archeologische verwachtingswaarde wordt per deelgebied een grens gesteld waarboven archeologisch onderzoek verplicht is en waaronder vrijstelling wordt verleend. Voor een aantal gebieden is de huidige kennis ontoereikend. Deze leemten worden in de toekomst ingevuld.

48/49

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen en vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening zal de toets aan het stroomschema het uitgangspunt zijn voor de beoordeling. Vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening is alleen aan de orde voor een gemeentelijk monument en een rijksmonument, niet voor archeologisch verwachtingsgebieden. Daarvoor geldt een verbodsregeling zonder de mogelijkheid van ontheffing. Het toepassen van een grotere 'vrijstellingsdiepte' is in sommige gebieden denkbaar. Voor een weloverwogen afweging hierover beschikt de gemeente over een 'Vrijstellingenkaart Archeologie'. Hierop is aangegeven of en tot op welke diepte werkzaamheden op of in een terrein kunnen worden vrijgesteld van het opstellen van een archeologisch onderzoeks(rapport). De vrijstellingenkaart wordt in bestemmingsplannen gekoppeld aan archeologische dubbelbestemmingen. De 'Vrijstellingenkaart Archeologie' is geen statisch document, maar wordt op basis van nieuwe informatie om de paar jaar geactualiseerd. Op 14 november 2017 is de 'Vrijstellingenkaart Archeologie 2017' gepresenteerd. Het archeologiebeleid is inmiddels in alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen verwerkt, zo ook in het bestemmingsplan Sas van Gent.

In de plannen en verordeningen is, voor zover dat op grond van dat beleid nodig is, een regeling ter bescherming van mogelijk aanwezige verwachtingswaarden opgenomen waaraan een nieuwe bouwactiviteit met bodemverstorende werkzaamheden moeten worden getoetst. Onderzoek De algemene vrijstelling voor archeologie waaronder werkzaamheden tot 100 m2 en minder dan 0,5m diep is niet van toepassing op dit ruimtelijk plan. Op basis van de gemeentelijke vrijstellingenkaart (figuur 5.2) blijkt dan ook dat er geen ruimere vrijstellingsdiepten van toepassing zijn in het plangebied.

Figuur 5.2 - Vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017

49/50

Hierna wordt beoordeeld of in het bestemmingsplan een regeling (onderzoeksplicht en vergunningstelsel) moet worden opgenomen die eventuele archeologische waarden planologisch beschermt 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) Binnen de grenzen van het plangebied Sasse Poort bevinden zich volgende de Archeologische Monumentenkaart (AMK) geen terreinen met een vastgestelde archeologische waarde. 2. De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW): Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) is het onderzoeksgebied gelegen in een zone die wordt gekenmerkt door een lage (gele zone) trefkans voor het aantreffen van archeologische waarden (zie figuur 5.3).

Figuur 5.3 - Indicatieve Kaart Archeologische Waarden 3. ARCHIS & Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) : ARCHIS is het Archeologisch informatiesysteem. In Archis 3.0, de nationale database voor vindplaatsen in Nederland, worden binnen het plangebied geen waarnemingen vermeld. In de ruimere omgeving zijn wel enkele vindplaatsen bekend. In het Zeeuws Archeologische Archief (ZAA) berusten de verslagen van alle in het verleden in Zeeland uitgevoerde bodemonderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke. Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden zijn gedaan. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. In Archis is een onderzoek opgenomen dat in 2016 is uitgevoerd door Artefact. (ISSN: 2213-7424). Dit onderzoek is uitgevoerd voor de locatie van de nieuwe supermarkten. In het onderzoek zijn de locatie en diepteligging in kaart gebracht van de in de ondergrond aanwezige resten van de vestingwerken. Voor de locatie van de huidge winkels is geen archeologisch onderzoek beschikbaar.

50/51

4. Geologie Aan de hand van de geologische kaart kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn, waaronder:  Pleistoceen: vanaf de Steentijd;  Hollandveen: vanaf de IJzertijd en Romeinse tijd;  Duinkerke II, inclusief ‘oudere afzettingen van Duinkerke’: vanaf de Middeleeuwen;  Duinkerke III; vanaf de Nieuwe Tijd. In de gemeente Terneuzen kunnen archeologische resten in de bodem voorkomen tot in de Pleistocene afzettingen. Op de geologische kaart (figuur 5.4) blijkt dat er verschillende afzettingen van Duinkerke aanwezig zijn (zie figuur 5.4):  DPo.3b 'Kreekafzettingen van Duinkerke DIIIb' en;  F0.3b 'Afzetting van Duinkerke IIIb op oudere afzettingen van Duinkerke ( kreekafzettingen DIIIb op kreekafzettingen DII) op Hollandveen.

Figuur 5.4 - Geologische kaart Van Rummelen Voor de Kreekafzettingen van Duinkerke DIIIb' (geologische laag DPo.3b) geldt geen onderzoeksplicht. Aangezien het gaat om kreekafzettingen, is er een grote kans dat mogelijk in het verleden daar aanwezige resten zijn verdwenen.

51/52

Voor de Afzetting van Duinkerke IIIb (geologische laag F0.3b) op Hollandveen op Pleistoceen zouden volgens het gemeentelijke beleid in de ruimtelijke plannen moeten worden voorzien van de dubbelbestemming of gebiedsaanduidingen Waarde - Archeologie 2 of Waarde - Archeologie 3. In gebieden met een Waarde Archeologie 2 geldt een onderzoeksplicht bij een te verstoren oppervlak >500 m2 en voor gebieden met een Waarde Archeologie 3 geldt een onderzoeksplicht bij een te verstoren oppervlak >1.000 m2. In beide gevallen gaat het om verstoringen die dieper reiken dan 0,5 meter –mv. 5. Historische kaart Sas van Gent Voor Sas van Gent geldt daarnaast tevens een historische kaart waarop de situatie omstreeks 1830 is opgenomen. Hiervoor geldt dat voor de aangeduide locaties een hogere archeologische verwachtingswaarde geldt dan voor de niet aangeduide locaties. Deze historische kaart is opgenomen in figuur 5.5.

Figuur 5.5 Historische kaart Sas van Gent Conclusie In het bestemmingsplan is een regeling nodig die eventuele archeologische waarden planologisch beschermt. In lijn met het beleid wordt dit de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 voor de locaties die op basis van gemeentelijke kaart zijn aangewezen als water, bebouwing of stratenpatroon. Voor de overige locaties wordt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 opgenomen. Het opnemen van een archeologische dubbelbestemming betekent dat het onderzoek, indien dat noodzakelijk mocht blijken, wordt doorgeschoven naar de omgevingsvergunningaanvraag. Onderzoek wordt dan ook uitgevoerd voor aanvraag van de omgevingsvergunning. Het aspect archeologie staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

52/53

5.4

Cultuurhistorie

Toetsingskader Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het Rijk blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met cultuurhistorie. Hierin is opgenomen dat gemeenten bij het nemen van ruimtelijke besluiten rekening moeten houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Voor de beoordeling van het aspect cultuurhistorie is de cultuurhistorische waardenkaart, als onderdeel van de Structuurvisie 2025 van de gemeente Terneuzen beschikbaar. Onderzoek De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen bestaat uit drie kaartbladen: 'behoud', 'behoud door ontwikkeling' en 'vernieuwing mogelijk'. In figuur 5.6 - 5.8 is een uitsnede van de drie kaartenbladen voor het beoogde plangebied weergegeven inclusief legenda. Hierna wordt per kaartblad uitgelegd welke strategie er voor die locatie geldt. Behoud In de kaartlaag ''behoud'' van de cultuurhistorische waardenkaart' (figuur 5.6) wordt duidelijk dat de projectlocaties op de huidige Albert Heijn en Lidl locatie binnen het stedelijk vestingwerk liggen.

Daarnaast bevinden zich in de stedelijke kern verschillende gemeentelijke monumenten en Rijksmonumenten rondom de projectlocatie van de huidige Albert Heijn. De nieuwe locatie van de supermarkten ligt buiten het vestingwerk en de strategie is niet gericht op het beschermen of behouden.

Figuur 5.6 Cultuurhistorische waardenkaart ''Behoud''

53/54

Behoud door Ontwikkeling In de kaartlaag ''Behoud door ontwikkeling'' (figuur 5.7) is geen van de projectlocaties aangewezen voor beschermen, versterken, verbreden of verbinden. Rondom de projectlocaties van de Albert Heijn als de Lidl bevinden zich enkele historische bomen.

Figuur 5.7 - Cultuurhistorische waardenkaart ''Behoud door Ontwikkeling'' Vernieuwing mogelijk De projectlocaties van de huidige Albert Heijn en Lidl, zijn niet toegewezen in de cultuurhistorische waarden kaart ''Vernieuwing Mogelijk'' (figuur 5.8). Het plangebied Sasse Poort, wordt hierin aangeduid als gebied ten behoeve van transformatie. Hierdoor staat de beoogde ontwikkeling volledig in lijn met het beleid ten aanzien van cultuurhistorie.

Figuur 5.8 - Cultuurhistorische waardenkaart ''Vernieuwing mogelijk”

54/55

Conclusie Op grond van de Cultuurhistorische waardenkaart zijn in het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Bij de locaties van de huidige Albert Heijn en Lidl dient rekening gehouden te worden dat deze binnen het stedelijk vestingwerk liggen. Rondom de locatie van de huidige Albert Heijn bevinden zich dan ook diverse monumenten. De projectlocatie Sasse Poort is aangewezen als transformatie gebied. Het planvoornemen sluit daar nadrukkelijk op aan. Er behoeft vanuit het beleid geen rekening te worden gehouden met cultuurhistorische waarden.

5.5

Ecologie

Met de Wet natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dieren plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. 5.4.1 Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en de Wro en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

55/56

Het Zeeuwse deel van het Natuurnetwerk Nederland heeft het Natuurnetwerk Zeeland. De begrenzing van de gebieden die tot het Natuurnetwerk Zeeland behoren is vastgelegd in het Omgevingsplan Zeeland 2018 en nader uitgewerkt in het Natuurbeheerplan Zeeland. Het Natuurbeheerplan wordt jaarlijks op onderdelen gewijzigd. Het Natuurnetwerk Zeeland is ook vastgelegd in de Omgevingsverordening 2018 van de provincie Zeeland. Onderdeel van de Wet Natuurbescherming (Wnb) is de Boswet, dit is opgenomen onder het hoofdstuk 'Houtopstanden'. Het doel van de Boswet is het areaal bos en houtopstanden te beschermen. Bos mag daarom niet zomaar worden gekapt. Houtopstanden die hieronder vallen, mogen enkel worden gekapt onder bepaalde voorwaarden. Zo is er een meldplicht en dient drie jaar na het kappen van de bomen hetzelfde areaal bos aanwezig te zijn in de vorm van jonge bomen. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Onderzoek Gebiedsbescherming De ontwikkeling vindt plaats in twee gebieden. De huidige locaties van de supermarkten liggen in het centrum van Sas van Gent en de nieuwe locatie ligt ten zuiden van de kern van Sas van Gent (zie figuur 5.3). De gebieden maken geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000, NNN of beschermde Natuurmonumenten. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich twee Natura 2000-gebieden.

56/57

Aan Nederlandse zijde is dat “Canisvliet” dat op circa 230 meter ten oosten van het plangebied ligt en aan de Belgische zijde “Polders” dat 2000 meter ten noordwesten van het plangebied ligt. De stikstofgevoelige habitats zijn gelegen binnen het Natura 2000-gebied Canisvliet en zijn gelegen op circa 800m van het plangebied. De ontwikkelgebieden liggen buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering zijn hierdoor uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000- en NNN gebied ligt op geringe afstand. De watergang Kanaal Gent-Terneuzen, waterkeringen en enkele bosschages fungeren als barrière tussen het plangebied en het Canisvliet. Hierdoor zal geen sprake zijn van extra verstoring als gevolg van de ontwikkeling. Ook kunnen negatieve effecten als gevolg van verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming.

Gebruiksfase In het kader van mogelijke stikstofdepositie is in het kader van de ontwikkeling een AERIUS-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase, deze is opgenomen in Bijlage 7. Als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe ontwikkelingen wordt extra uitstoot van stikstof verwacht. In de bijlage wordt de verkeersgeneratie ingeschat op 3442,4 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Uit deze AERIUS-berekening blijkt dat er een depositie van 0,07 mol/ha/jr op Natura 2000-gebied Canisvliet wordt verwacht door de gebruiksfase. Deze toename vindt plaats op het leefgebiedtype LG 08 Nat matig voedselrijk grasland. De kritische depositie (KDW) van dit type bedraagt 1.571 mol/ha/jr. De hoogste achtergrondwaarde waarop een toename van stikstofdepositie wordt berekend bedraagt 1556,7 mol/ha/jr. De toevoeging van 0,07 mol/ha/jr leidt hier dus niet tot een overschrijding van de KDW. Een significant negatief effect op Natura 2000-gebied is derhalve uitgesloten. Voor twee relevante hexagonen is er sprake van een toevoeging van stikstofdepositie op bijna overbelaste hexagonen. Bij het nader beschouwen van deze twee hexagonen blijkt dat deze zijn aangewezen voor het leefgebied LG08 Nat matig voedselrijk grasland. Volgens AERIUS gaat het in beide hexagonen om een gebied van 0,0 hectare. In de betreffende hexagonen is het leefgebied dus niet aanwezig.

Er kan dan ook geen sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op dit leefgebied in de relevante hexagonen. De betreffende bijna overbelaste hexagonen zonder leefgebied zijn weergegeven in figuur 5.9 en 5.10.

Figuur 5.9 - Relevant hexagoon zonder feitelijk aanwezig LG08 (AERIUS calculator)

57/58

Figuur 5.10 - Relevant hexagoon zonder feitelijk aanwezig LG08 (AERIUS calculator) Resultaten Nederlandse Belgische Natura 2000-gebieden Vanwege de ligging van het plangebied is het mogelijk dat er sprake is van stikstofdepositie op Belgische Natura 2000-gebied. Om te bepalen of er sprake is van stikstofdepositie op Belgische Natura 2000-gebieden zijn rekenpunten toegevoegd op Belgische Natura 2000-gebieden zoals weergegeven in figuur 5.11. Op basis van de berekening met rekenpunten blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied in België.

Figuur 5.11 - Ligging van het plangebied ten opzichte van Belgische Natura 2000-gebieden en rekenpunten Conclusie Uit de berekening voor de gebruiksfase blijkt dat er een stikstofdepositie is van maximaal 0,07 mol/ha/jr. Deze depositie leidt niet tot een overschrijding van de KDW of vindt plaats op hexagonen waarbinnen geen leefgebied aanwezig is. Op Natura 2000-gebied in België is geen sprake van een toename van stikstofdepositie.

58/59

Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied zijn derhalve uitgesloten. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet vereist. Wel dient de berekening, die toegevoegd is aan de bijlage, 5 jaar te worden bewaard om aan te tonen dat het aspect stikstof is onderzocht. Omdat de bestaande verkeersgeneratie en gasverbruik niet zijn meegenomen in de berekening zal de feitelijk toename van depositie vele malen lager zijn dan berekend Aanlegfase Het is mogelijk dat de bouw van de nieuwe woningen en de supermarkten en de sloop van de bestaande supermarkten in het centrum leiden tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is een vrijstelling opgenomen voor de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor effecten als gevolg van stikstofdepositie door bouwwerkzaamheden. Omdat het bestemmingsplan ziet op het mogelijk maken van bouwactiviteiten kan gebruik gemaakt worden van deze vrijstelling. Er heeft door de wetgever al een beoordeling plaatsgevonden ten aanzien van bouwwerkzaamheden die een vrijstelling geeft voor de bouwfase van een project.

5.4.2 Soortenbescherming In het kader van soortenbescherming is een ecologische QuickScan uitgevoerd naar de aanwezige beschermde dieren planten soorten op de huidige AH-locatie en Lidl-Locatie (Mertens, 2020). De bebouwing op Sasse Poort is al geruime tijd geleden gesloopt. Het terrein is geëgaliseerd en wordt regelmatig onderhouden. Uit een eerder ecologisch onderzoek (Witteveen+Bos, 2010) is gebleken dat geen beschermde dier- en plantensoorten in het gebied aanwezig zijn. Voor het uitvoeren van het plan moet mogelijk een deel van het aanwezige groen worden verwijderd. Wanneer het inrichtingsplan gereed is wordt een nieuwe QuickScan ecologie uitgevoerd, om de actuele situatie te beoordelen. Resultaten Quickscan Flora Fauna huidige winkellocaties Vanwege de voorgenomen sloopwerkzaamheden op de beide bestaande supermarktlocaties is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 8). de uitkomst van de Quickscan is als volgt. Algemene broedvogels In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels in beide gebieden is het noodzakelijk om de plangebieden bouwrijp te maken buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Vleermuizen Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen in beide gebieden wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er wel vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren.

59/60

Algemene soorten Mogelijk verblijft egel in de cotoneaster rond de parkeerplaats ten westen van de Wilhelminalaan. Op basis van de zorgplicht van de Wet natuurbescherming wordt aangeraden om deze struiken buiten de winter en zomer te verwijderen. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig in beide deelgebieden. Voor deze algemene soorten zoals de egel bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Zeeland. Vogels met vaste rust- en verblijfsplaatsen Verder blijkt uit de quickscan dat de aanwezigheid van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (verblijfplaatsen van huismus in de woningen aan de Stationsstraat) in het gebied van de Tramstraat niet kan worden uitgesloten, effecten op deze vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang naar de verblijfplaatsen om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Pas na afronding van deze inventarisatie kan worden bepaald of verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden en of ontheffing van de Wet natuurbescherming is vereist. Resultaten veldonderzoek huismus Stationsstraat Naar aanleiding van de conclusie in de quickscan is nader veldonderzoek naar de aanwezigheid van huismussen uitgevoerd (Mertens, 2020, zie Bijlage 10).

Er zijn geen territoria / nesten aangetroffen van huismus in en direct rond de twee te slopen woningen aan de Stationsstraat te Sas van Gent. Er zijn ook geen aanwijzingen voor het voorkomen van andere vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zoals laagvliegende gierzwaluwen. In de (directe) omgeving zijn ook geen huismussen of gierzwaluwen vastgesteld. Hoog vliegend zijn wel gierzwaluwen aangetroffen, maar deze zijn niet gerelateerd aan het plangebied of omgeving. Op grond van deze analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Ook het verstoren van beschermde dier en plantensoorten staat de ontwikkeling niet in de weg.

Na uitwerking van het inrichtingsplan voor de locatie van de nieuwe supermarkten wordt tevens een nieuwe quickscan voor beschermde plant en diersoorten uitgevoerd. Ecologische quickscan Sasse Poort Voor de locatie Sasse Poort is een aanvullende ecologische quickscan uitgevoerd. Deze quickscan is opgenomen in Bijlage 9. Uit deze nadere quickscan blijkt dat de ontwikkeling mogelijk in strijd is met de Wet natuurbescherming op het onderdeel soortenbescherming. Met het bouwrijp maken van de locatie worden elementen verwijderd die mogelijk deel uit maken van de functionele leefomgeving van de huismus. Daarnaast is het terrein mogelijk geschikt als rust- en verblijfplaats en leefgebied van marters. Tevens is de locatie een geschikte biotoop voor kruipend moerasscherm en kunnen er verblijfplaatsen van de rugstreeppad en vleermuizen aanwezig zijn. In verband met deze

60/61

mogelijk aanwezige elementen is het noodzakelijk om aanvullend onderzoek uit te voeren. In het kader van het bestemmingsplan zal nader onderzoek worden uitgevoerd. 5.4.3 Houtopstanden Voor Sas van Gent is geen bebouwde komgrens van de Boswet vastgesteld. Dit betekent dat het hoofdstuk houtopstanden uit de Wet Natuurbescherming, kapmelding en boscompensatie van toepassing is indien voldaan wordt aan de kenmerken als benoemd in de Wet. Als de te vellen houtopstand onderdeel uitmaken van een houtopstand van 1.000 m2 (10 are) of meer en/of het is een rijbeplanting met > 20 bomen gerekend over het totaal aantal rijen. Hiervoor moet een kapmelding worden gedaan. In de Wet is tevens een uitzondering opgenomen voor houtopstanden op erven. Ter plaatse is sprake van een erf. Het terrein is altijd een bedrijfsperceel geweest met bebouwing. De houtopstanden kunnen ter plaatse worden aangemerkt als houtopstanden op een erf. De Wet Natuurbescherming ten aanzien van het onderdeel houtopstanden is daarmee niet van toepassing op deze houtopstanden. In het plangebied komen geen bomen voor die vermeld staan op de lijst van waardevolle bomen van de gemeente Terneuzen. Conclusie De Wet Natuurbescherming (hoofdstuk: Houtopstanden) staan het vaststellen van het bestemmingplan niet in de weg.

5.6

Milieuhinder omliggende functies

Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd;  rekening gehouden wordt met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Richtafstanden tussen functies Om in een bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt gebruikgemaakt van milieuzonering. De systematiek van milieuzonering is gebaseerd op het aanhouden van richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Bij milieuzonering wordt gebruikgemaakt van de VNG publicatie 'bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In deze publicatie is onder meer een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. In bestemmingsplannen waar bedrijfsactiviteiten mogelijk worden gemaakt is een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB) opgenomen die op de VNG publicatie is gebaseerd. De richtafstanden uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' gelden ten opzichte van de gebiedstypen 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'. Voor andere gebiedstypen geldt dat beargumenteerd van de richtafstanden kan worden afgeweken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10522013/1