2021-09-22 a. Verordeningen water- en rioolbeheer - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Gemeenteraad Ontwerpbesluit
Zitting van 7 oktober 2021 Realisatie & Beheer - Techniek zaaknummer: 353458
2021_Raad_00199 - Verordeningen water- en rioolbeheer Portefeuillehouder Jurgen Vervaet Programma en/of paragraaf Programma Volksgezondheid en milieu Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit het addendum bij het Water- en Rioleringsplan vast te stellen. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit de Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht 2022 vast te stellen. Besluitpunt 3 De gemeenteraad besluit de Verordening afvoer hemel- en grondwater 2022 vast te stellen. Besluitpunt 4 De gemeenteraad besluit de Verordening Waterbergingsfonds 2022 vast te stellen. Besluitpunt 5 De gemeenteraad besluit tot het instellen van een voorziening Waterberging.
Wat is de aanleiding? Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, moeten we ons voorbereiden op klimaatverandering. We moeten onder andere rekening houden met hevigere regenbuien, perioden van droogte en hitte en gevolgen van mogelijke overstromingen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering noemen we 'ruimtelijke adaptatie’ of ‘klimaatadaptatie’. Al in 2015 is in het nationale Deltaprogramma de ambitie vastgelegd om Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. In ons beleid krijgen de onderwerpen klimaatbestendig en waterrobuust inrichten steeds vaker een plek. De afgelopen jaren zijn de gevolgen van klimaatsverandering steeds merkbaarder geworden. Als samenleving moeten we inspelen op deze veranderende situaties. Hier ligt een taak voor ons als gemeente als ook voor onze inwoners.
1/46
Voorafgaand beleid en proces Ons beleid met betrekking tot water- en rioolbeheer ligt vast in het Water- en Rioleringsplan (WRP) 2019-2023. Dit plan stelde u op 13 december 2018 vast. Het WRP bevat een evaluatie van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) 20112015. Eén van de acties uit het VGRP was het opstellen van een aansluitverordening voor huisaansluitingen. In de planperiode 2011-2015 is geen aansluitverordening opgesteld. In het WRP beschreven we dat we in de planperiode van het nieuwe WRP zouden onderzoeken of het opstellen van een aansluitverordening doelmatig is. Ook beschreven we in het WRP dat een gemeente niet verplicht is om het hemelwater van particulier terrein af te voeren. Tot op heden hebben we dit wel gedaan en hebben we dit als vanzelfsprekend beschouwd. Vanuit die optiek hebben we onderzocht op welke manier we eigenaren van percelen in onze gemeente in specifieke situaties kunnen verplichten hemelwater op eigen terrein op te vangen. Ook hebben we onderzocht of eigenaren deze verplichting kunnen afkopen. Op 8 september 2020 stemde het college in met een onderzoek naar het beleidsmatig en juridisch borgen van een aantal water- en rioleringsvraagstukken. Met dit voorstel geven we hier invulling aan. We stellen u voor om een addendum (bijlage 1) op het WRP en drie verordeningen (bijlagen 2,3 en 5) vast te stellen.
Wat willen we bereiken? We hebben geconstateerd dat we de juridische basis voor water- en rioleringsbeheer willen verbeteren. Dit willen we doen met behulp van een addendum (bijlage 1) en een drietal verordeningen (bijlagen 2, 3 en 5). Dit addendum hoort bij het Water- en Rioleringsplan (WRP) 2019-2023. In het addendum geven we een beleidsmatige onderbouwing voor het opstellen van de volgende drie verordeningen: Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht Verordening afvoer hemel- en grondwater Verordening waterbergingsfonds.
Argumenten 1.1 Door het addendum verbeteren wij de juridische basis voor het water- en rioolbeheer. Ook realiseren wij de doelen uit het WRP. Het realiseren van de in het WRP gestelde doelen is niet alleen een zaak van beleid, techniek en financiën. Een juridische basis is van essentieel belang. Dit ook vanwege de komst van de Omgevingswet. Met de komst van de Omgevingswet (voorzien voor 1 juli 2022) gaan we namelijk naar één integrale wet voor de fysieke leefomgeving. Voor het gehele gemeentelijke grondgebied moeten we in één omgevingsplan de regels opstellen met de regels voor de fysieke leefomgeving. Voor twee van de drie verordeningen geldt dat als de vaststelling plaatsvindt voor inwerkingtreding van de Omgevingswet de verordening automatisch onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
2/46
We willen een aantal specifieke activiteiten juridisch borgen. Middels de drie hiervoor genoemde verordeningen kunnen we dit realiseren. 1.2 Het addendum bevat de beleidsmatige onderbouwing voor de verordeningen Het addendum (bijlage 1) bevat de beleidsmatige onderbouwing voor een drietal verordeningen. De nadere concretisering vindt plaats in de verordeningen en bijbehorende toelichting. De vast te stellen verordeningen zijn: Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht (bijlage 2) Verordening afvoer hemel- en grondwater (bijlage 3) Verordening waterbergingsfonds (bijlage 5) 2.1 Met de Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht 2022 regelen we eigendom, beheer en het aansluiten van rioolleidingen. Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van de huisaansluiting in gemeentegrond (vanaf erfscheiding tot hoofdriool). Daarnaast zijn wij ook verantwoordelijk voor het maken van de verbinding tussen de huisaansluiting en het hoofdriool. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de riolering op eigen terrein. Met deze verordening leggen we dit duidelijk vast. Daarnaast borgen we het verhalen van aansluitkosten. 2.2 Met de Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht 2022 kunnen we het verhalen van aansluitkosten juridisch borgen.
In deze verordening staan de tarieven die wij in rekening brengen voor het tot stand brengen van een aansluiting van een perceel (eigendom) op de gemeentelijke riolering. 2.3 Met de Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht 2022 kunnen we de tarieven kosten dekkend maken en kunnen we de tarieven jaarlijks bijstellen. We verzorgen in eigen beheer nieuwe huisaansluitingen. Tenzij het om complexe situaties gaat. In dat geval besteden we de werkzaamheden uit. Bij grootschalige gebiedsontwikkelingen verzorgt de initiatiefnemer de huisaansluitingen. De huidige tarieven zijn niet meer actueel. De tarieven dateren al uit medio 2007. Door het actualiseren van tarieven zorgen wij dat deze kostendekkend zijn. Het college is bevoegd om de tarieven jaarlijks bij te stellen. Hierdoor kunnen ze kostendekkend blijven. 2.4 Met de Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht 2022 leggen we juridisch vast wat beleidsmatig is bepaald voor het eigendom en beheer van aansluitleidingen op de openbare rioleringen. Het Bouwbesluit 2012 (huidige regelgeving) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (een amvb onder de Omgevingswet) stellen geen eisen aan de aansluiting van de particuliere riolering op de openbare riolering. We kunnen hier zelf regels voor stellen. Dit aspect hebben we meegenomen in deze verordening.
Zo stellen we bijvoorbeeld eisen aan de kleurstelling (grijs voor hemel- en grondwater en bruin voor afvalwater). Met deze verordening scheppen we ook duidelijkheid over beheer en eigendom van openbare en particuliere riolering. Bijvoorbeeld: waar ligt de grens tussen gemeentelijk en particulier eigendom? Dit is bijvoorbeeld handig bij het verhelpen van verstoppingen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de verordening als aparte verordening bestaan naast het omgevingsplan. Deze verordening is namelijk een belastingverordening.
3/46
De verordening wordt hierdoor niet geïntegreerd in het omgevingsplan. 3.1 Met de Verordening afvoer hemel- en grondwater 2022 kunnen we in bepaalde gevallen verbieden dat er nog hemelwater (of grondwater) op het vuilwaterriool mag worden geloosd. Meestal wordt hemelwater automatisch in ons rioleringsstelsel geloosd. Bij een gescheiden stelsel (aparte leidingen voor afval- en hemelwater) voeren we het hemelwater veelal af naar oppervlaktewater. De verordening verplicht perceeleigenaren in specifiek aangewezen gebieden om hun hemelwater vanaf een bepaalde datum niet meer in het gemengde riool te lozen. Er is, in het aangewezen gebied, sprake van een afkoppelplicht wanneer we een gemengd riool vervangen door een gescheiden stelsel. Door deze afkoppelplicht vergroten we de effectiviteit van de rioolvervanging. Immers: als iedereen meewerkt, komt afvalwater in het afvalwaterriool en hemelwater in het hemelwaterriool. Als niet iedereen meewerkt, hebben we nog steeds te maken met hemelwater op het afvalwaterriool. Dit is een situatie die we zoveel mogelijk willen voorkomen. Uitrol Deze verordening maakt het mogelijk om gebieden aan te wijzen. Perceeleigenaren in deze gebieden mogen één jaar na het aanwijzen van het gebied hun hemelwater niet meer in het gemengde riool lozen. Wij stellen voor om in eerste instantie alleen het ‘buitengebied’ aan te wijzen (bijlage 4).
In het buitengebied ligt vaak druk- of vacuümriolering. Hierop mag geen hemelwater zijn aangesloten. In praktijk blijkt dat dit wel het geval is. Uit onder andere de draaiuren van de pompen concluderen wij namelijk dat op diverse locaties hemelwater op deze riolering is aangesloten. Dit kan leiden tot een overbelasting van het systeem. Ook bij een voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA) geldt dat er geen hemelwater op aangesloten mag zijn. Perceeleigenaren kunnen het hemelwater opvangen, laten infiltreren in de bodem of bijvoorbeeld afvoeren naar oppervlaktewater (sloten). Het waterschap kan aanvullende eisen stellen bij lozingen in oppervlaktewater. (Het is verboden zonder vergunning meer dan 15 m3 per etmaal dan wel 1 m3 per uur te lozen) Nadere informatie hierover is terug te vinden in de Keur watersysteem waterschap Scheldestromen. Vervolgens willen wij ook locaties aanwijzen waar we bij een rioolvervanging een gemengd stelsel vervangen door een gescheiden stelsel. De aanwijzing van deze straat vormt dan de spreekwoordelijke ‘stok achter de deur’. Bij de rioolvervanging kunnen perceeleigenaren in het project gebruik maken van de mogelijkheid om af te koppelen. Onze aannemer verzorgt dan het afkoppelen.
Mochten perceeleigenaren op dat moment besluiten niet te willen meewerken, dan zullen zij er binnen een jaar alsnog voor moeten zorgen dat ze het hemelwater niet langer lozen op het vuilwaterriool. Op termijn willen we nader onderzoek doen naar de afkoppelprojecten die we in de afgelopen jaren uitvoerden. Voor zover we nu kunnen nagaan, zijn in die projecten ook perceeleigenaren geweest die niet hebben meegewerkt aan de afkoppeling. Door ook deze locaties aan te wijzen, kunnen we ook deze perceeleigenaren verplichten om binnen een jaar een alternatief te zoeken voor hun hemelwater. Dat kan een aansluiting op het
4/46
hemelwaterriool zijn, maar bijvoorbeeld ook het verwerken van het hemelwater op eigen terrein. Los van het aanwijzen van specifieke gebieden geldt in heel de gemeente voor nieuwbouwsituaties dat hemelwaterberging moet worden aangebracht. Zie hiervoor ook argument 3.2 Door de Verordening afvoer hemel- en grondwater 2022 kunnen we duurzamer omgaan met hemelwater. Bij een gemengd stelsel (één leiding voor afval- en hemelwater) voeren we al het water af naar de zuivering. Niet alleen betekent dit onnodige kosten voor het zuiveren van schoon hemelwater, ook betekent dit vaak extra druk op ons stelsel. Door deze verordening kunnen we in specifieke gebieden verbieden dat er nog hemelwater op het vuilwaterriool mag worden geloosd. We voorkomen hiermee dat schoon water naar de zuivering wordt afgevoerd. Hiermee maken we het systeem robuuster. Door duurzaam om te gaan met hemelwater leveren we ook een belangrijke bijdrage aan klimaatdoelstellingen. De kans op wateroverlast neemt door afkoppelen aanzienlijk af. We leggen met de verordening de nadruk op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. Hij moet zijn hemel- en grondwater zoveel mogelijk zelf verwerken (bijvoorbeeld bergen of infiltreren. Bij infiltreren zakt regenwater in de bodem. Uiteindelijk komt dit water in de onverzadigde zone van de bodem). Wel mogen eigenaren in een hemelwaterriool lozen.
We kunnen namelijk niet verbieden dat iemand hemelwater loost in een hemelwaterriool. In de verordening wordt de termijn van één jaar genoemd. Dit betekent dat men na het van kracht worden van het lozingsverbod nog een jaar de tijd heeft om de afkoppeling te effectueren. Het college kan in voorkomende gevallen op aanvraag een vergunning verlenen voor afwijken van het lozingsverbod. Dit kan bijvoorbeeld als er voor een eigenaar geen mogelijkheden zijn voor het verwerken van het hemelwater. 3.3 Door de Verordening afvoer hemel- en grondwater 2022 kunnen we perceeleigenaren bij nieuwbouw verplichten zoveel mogelijk hemelwater op eigen terrein te verwerken. Op particulier terrein is conform de wet- en regelgeving de eigenaar van het terrein primair verantwoordelijk voor de berging en afvoer van het hemelwater. Wij zijn als gemeente niet verplicht hemelwater afkomstig van particulier terrein af te voeren. Tot op heden hebben we dit wel gedaan en hebben we dit als vanzelfsprekend beschouwd. Met behulp van deze verordening willen we regelen dat bij nieuwbouw in eerste instantie zoveel mogelijk hemelwater op eigen terrein wordt verwerkt. Dit kan in de vorm van een verplichting tot waterberging. Via de regel om bij nieuwbouw te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit per m2 verhard oppervlak, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein.
Op die manier wordt de extra belasting op de openbare riolering door nieuwbouw gecompenseerd. Door de verordening mag alleen hemelwater van nieuwe gebouwen en nieuwe overkappingen in openbaar riool worden geloosd als op eigen terrein een hemelwaterberging is aangebracht en in stand wordt gehouden. Minimale capaciteit van berging is 75 liter per 5/46
m2 nieuw verhard oppervlak. Water dat niet kan worden geborgd, mag worden geloosd in het riool of openbare ruimte. Dit stuk van de verordening geldt voor nieuwbouwsituaties. In het geval van nieuwbouw is er immers vaak voldoende mogelijkheid om het hemelwater op eigen terrein te verwerken. We leggen deze verplichting niet op bij bestaande bouw. In bestaande wijken is er vaak geen of nauwelijks ruimte voor het realiseren van waterberging op eigen terrein. In de toekomst kunnen we dit indien gewenst nader uitbreiden. 3.4 Als de gemeenteraad de Verordening vaststelt voor 1 juli 2022 maakt deze automatisch onderdeel uit van het omgevingsplan. Voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet willen wij deze verordening laten vaststellen. Deze verordening maakt onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Als de verordening voor 1 juli 2022 in werking treedt, biedt de Wet milieubeheer hier nog de juridische grondslag voor. 4.1 De huidige afkoopregeling waterbergingsfonds is onvoldoende juridisch geborgd. Op dit moment hebben we binnen onze gemeente een Waterbergingsfonds. Het Waterbergingsfonds is een instrument dat aan ruimtelijke initiatiefnemers de mogelijkheid biedt om onder bepaalde voorwaarden de verplichting van het realiseren van een waterberging af te kopen.
Met de gelden uit het Waterbergingsfonds is het makkelijker om centrale waterbergingen in doelmatige omvang aan te leggen en wordt versnippering tegengegaan. Wanneer het waterschap en de gemeente oordelen dat het aanleggen van waterberging niet doelmatig is, kan men onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van het Waterbergingsfonds. Zowel wij als gemeente alsook Waterschap Scheldestromen moet instemmen met het afkopen van de verplichting. Afkopen kan tot een maximum van 3.000 m2 verhard oppervlak. Boven deze hoeveelheid moet sowieso een waterberging worden aangebracht. Op dit moment is het zo dat er wel verplichtingen zijn afgekocht, maar er is nog geen waterberging aangelegd vanuit het fonds. Met deze verordening willen we de afkoopregeling juridisch beter borgen. Deze verordening verplicht ons binnen tien jaar na afkoop de waterberging te realiseren. We kijken altijd eerst of binnenplanse berging effectief is. Hiermee bedoelen we het realiseren van een waterberging binnen het betreffende perceel / de betreffende percelen. Als dat mogelijk is dan heeft dat de voorkeur. Op deze manier wordt namelijk ‘lokaal’ een oplossing gezocht voor de versnelde afstroming van hemelwater. In geval van afkoop zullen we op een nader te bepalen locatie een grote(re) waterberging realiseren voor meerdere afgekochte verplichtingen.
Op een aantal locaties is daarmee sprake van een versnelde afstroming van hemelwater terwijl de compensatie op een andere locatie plaatsvindt. Afkoop faciliteren we daar waar het principe van binnenplans bergen zodanig wringt met de doelmatigheid dat het maatschappelijk ongewenst is. Dit betekent dat gemeente én waterschap afkoop toestaan als het niet doelmatig is om de waterberging binnen de plangrenzen te realiseren. Bijvoorbeeld aspecten als een bepaalde bodemopbouw of grondwaterstand zouden ertoe kunnen leiden dat het realiseren van een waterberging niet doelmatig is.
6/46
5.1 De ontvangen gelden voor het afkopen van de verplichting om een waterberging te realiseren, storten wij in een nieuw te vormen voorziening waterbergingsfonds. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten bepaalt dat middelen verkregen van derden die specifiek besteed moeten worden, worden gestort in een voorziening. Gelden die wij ontvangen op basis van de Verordening Waterbergingsfonds 2022 brengen wij onder in de voorziening waterbergingsfonds. Ter informatie delen wij u mee dat in 2015 de reserve waterbergingsfonds is opgeheven. Op dat moment waren er geen concrete plannen voor de inzet van de reserve en ging het om een minimaal bedrag (€ 3.375). Het bedrag is toen overgeheveld naar de algemene reserve. Afspraak met waterschap is overigens dat de compensatieplicht wordt overgeheveld van een ruimtelijk initiatiefnemer (particulier of projectontwikkelaar) naar de gemeente. Tekorten dan wel overschotten in de kas van het Waterbergingsfonds zijn voor rekening en risico van de gemeente. Overigens is het op dit moment zo dat er wel verplichtingen zijn afgekocht, maar er nog geen waterberging is aangelegd vanuit het fonds. De totale afkoop bedraagt op dit moment ruim € 46.000.
Kanttekeningen 4.1 Het niet binnen tien jaar realiseren van de waterberging betekent dat we het betaalde bedrag aan de vergunninghouder moeten terugbetalen. In de Verordening Waterbergingsfonds 2022 staat dat wij binnen 10 jaar na ontvangst van de gelden een waterberging moeten realiseren. Doen wij dit niet, dan moeten wij het bedrag aan de vergunninghouder terugbetalen. In de huidige situatie (zonder Verordening) is het zo dat wel verplichtingen zijn afgekocht, maar er is nog nooit een waterberging aangelegd vanuit het fonds. 4.2 Het voorgestelde tarief voor het afkopen van de verplichting is laag. We zijn er door het adviesbureau op gewezen dat het tarief van € 100 per kuub erg laag is. Zij zien bij andere gemeenten tarieven van € 1.000 - € 3.000 per kuub. Zeeland breed wordt dit tarief (€ 100 / kuub) gehanteerd. Ook op basis van eerder uitgevoerde projecten (realisatie waterberging) komen we niet aan een hoger bedrag. Vooralsnog lijkt een tarief van € 100 per kuub daardoor te rechtvaardigen. Ter indicatie: bij een bouwplan met een nieuw verhard oppervlak van 100 vierkante meter (m2) is volgens de huidige richtlijnen een compensatieberging nodig van 7,5 kuub (m3). De kosten voor afkoop bedragen dan € 750. Mocht in de toekomst blijken dat dit tarief niet kostendekkend is voor het realiseren van waterbergingen, kunnen we altijd besluiten het tarief te verhogen.
In het kader van de Zeeuwse samenwerking op water- en rioleringsgebied (SAZ+) zullen we Zeeuws breed dit onderwerp bespreken. Het is aannemelijk dat het waterbergingsfonds door het lage tarief erg aantrekkelijk is voor ontwikkelaars / aannemers. Dit terwijl wij (en het waterschap) liever zien dat ze binnenplans een waterberging realiseren. Hiermee komen we namelijk tegemoet aan de doelstellingen uit het WRP. In de praktijk zal een ontwikkelaar / aannemer niet onbedoeld gebruik kunnen maken van de regeling. Hij moet namelijk goede redenen hebben om de waterberging niet op eigen terrein te realiseren. Hij moet dit gedegen kunnen onderbouwen. Vervolgens moeten gemeente en waterschap beiden instemmen met de afkoop. Pas dan kan ontwikkelaar/aannemer in aanmerking komen voor afkoop. 7/46
Wat mag het kosten? Aan dit advies zijn geen kosten verbonden. Op basis van de Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht 2022 brengen wij vanaf 1-1-2022 een kostendekkend tarief in rekening voor het realiseren van rioolaansluitingen. Dit betekent dat deze opbrengst hoger uit kan vallen dan wij hebben geraamd. Dit valt niet met zekerheid te zeggen. Dit komt doordat niet alleen het tarief, maar ook het aantal aanvragen voor rioolaansluitingen bepalend is voor de opbrengst. Dit fluctueert jaarlijks.
Wat gaan we ervoor doen? De verordeningen maken wij bekend via publicatie op de Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP). Het creëren van draagvlak voor het beleid (zowel intern als extern) is van groot belang. Vroegtijdig nut en noodzaak van dit beleid toelichten, kan problemen bij het inwerkingtreden van deze verordeningen voorkomen. Als initiatiefnemers bij nieuwe plannen en initiatieven al tijdig bekend zijn met ons nieuwe beleid kunnen ze hier direct rekening mee houden. Hierdoor kunnen we vragen over een overgangsrecht en/of overgangsperiode voorkomen. We starten daarom uitgebreid communicatietraject op. We zullen hiervoor interactieve middelen inzetten. In eerste instantie denken we aan het instellen van een projectpagina. Hierop willen we ook een overzicht met veel gestelde vragen (en bijbehorende antwoorden) plaatsen (bijlage 8). Ook zullen we de betrokkenen inlichten. Hierbij denken we in eerste instantie aan ruimtelijke initiatiefnemers (projectontwikkelaars) maar ook aan onze inwoners. Specifiek aan eigenaren die wonen in een gebied waar de afkoppelplicht geldt of gaat gelden. Dit kan onder andere op basis van het versturen van brieven en het houden van informatiebijeenkomsten. Ook intern zullen we voor de invoering van dit nieuwe beleid nog enkele stappen moeten zetten. We denken hierbij in eerste instantie aan het maken van een intern stappenplan.
We verwachten hier na uw beslissing (7 oktober 2021) voldoende tijd voor te hebben. Algemene communicatie (bijlage 9) kunnen wij plaatsen in het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad en op Social Media. Ook zullen wij de teksten op onze website aanpassen (onder andere procedure rioolaansluiting).
Bijlagen 1. 1. Addendum - 2.pdf 2. 2. Verordening rioolaansluiting en eenmalig rioolaansluitrecht Terneuzen 2022 3. 3. Verordening afvoer hemel- en grondwater Terneuzen 2022 4. 4. Aanwijsgebied 5. 5. Verordening waterbergingsfonds Terneuzen 2022 6. 6. Schema Verbetering juridische borging WRP-beleidsdoelen 7. 7. Stroomschema definitief - rioolaansluitrecht 8. 8. Veelgestelde vragen en antwoorden
8/46
9. 9. concept communicatietekst
9/46
Addendum bij het Water- en Rioleringsplan 2019-2023 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 augustus 2021; gelet op artikel 4.22 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen het volgende addendum: Addendum horend bij het Water- en Rioleringsplan 2019-2023
1. Inleiding Voor de gemeente Terneuzen zijn een adequaat beleid voor en uitvoering van het stedelijk waterbeheer belangrijk. Dit blijkt ook nadrukkelijk uit het Water- en Rioleringsplan 2019-2023 (WRP) zoals vastgesteld in de Gemeenteraad op 13 december 2018. 1 In het WRP staan drie hoofddoelen centraal:
1. Duurzame bescherming van de volksgezondheid; 2. Voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied (droge voeten); 3. Duurzame bescherming van natuur en milieu. Op basis van deze hoofddoelen zijn voor de gemeentelijke watertaken verschillende afgeleide doelen gedefinieerd, waaronder een doelmatige inzameling en transport van het stedelijk afvalwater, een doelmatige inzameling en verwerking van overtollig hemel- en grondwater, alsook de zorg voor een zo waterrobuust en klimaatbestendig mogelijke inrichting van het stedelijk gebied.
Het realiseren van deze doelen, voor zowel bestaande bouw als nieuwbouw, is niet enkel een zaak van beleid, techniek en financiën. Geconstateerd is dat voor een adequate uitvoering van deze doelen een verbetering nodig is van de juridische basis voor het water- en rioleringsbeheer, niet in de laatste plaats ook vanwege de komst van de Omgevingswet. Zo is een aantal verordeningen nodig voor een goede juridische borging van een aantal specifieke activiteiten:
1. Aansluiten van particuliere riolering en het hiermee samenhangende kostenverhaal. Hiertoe wordt voorgesteld een Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht te ontwikkelen.
1
Zie: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/actueel/Terneuzen/CVDR641158.html.
10/46
2. Afkoppelen van hemelwater en grondwater van het gemengde riool in specifieke gebieden (zoals het buitengebied, of gebieden waar de gemeente een gemengd riool heeft vervangen door een gescheiden rioolstelsel). Hiertoe wordt voorgesteld een Verordening afvoer hemel- en grondwater te ontwikkelen.
3. Hemelwaterberging bij nieuwbouw- en herstructureringsprojecten (en het hierbij van belang zijnde Waterbergingsfonds). Voorgesteld wordt om dit te regelen in de Verordening afvoer hemel- en grondwater (van punt 2). Daarbij wordt voorgesteld een Verordening waterbergingsfonds te ontwikkelen.
De beleidsmatige onderbouwing hiervoor wordt gegeven en toegelicht in het voorliggende addendum bij het bestaande WRP. De nadere concretisering vindt plaats in de te ontwikkelen verordeningen zelf c.q. de toelichtingen hierbij.
2. Aansluiten van en kostenverhaal voor particuliere rioleringen (Verordening
rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht)
Op dit moment kent de gemeente geen juridisch geborgde regeling voor het verhalen van aansluitkosten op particulieren die hun afvoerleiding(en) willen aansluiten op het gemeentelijke rioolstelsel. Hiervoor hebben veel andere gemeenten een Verordening eenmalig rioolaansluitrecht vastgesteld. Deze verordening regelt wie belastingplichtig is (de aanvrager van de dienst), het belastbare feit (realisatie van een aansluiting op het gemeentelijke riool), de heffingsmaatstaf (waarover moet de belasting worden betaald?), het tarief van de belasting en de wijze waarop de gemeente de aansluitkosten in rekening brengt.
In deze verordening wil de gemeente meteen ook het aansluiten van particuliere leidingen (inclusief bedrijfsleidingen) regelen. Het Bouwbesluit 2012 (huidig recht) en ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (een AMvB onder de Omgevingswet) stellen geen eisen aan de aansluiting van de particuliere riolering op de openbare riolering. De gemeente kan hiervoor dus zelf regels stellen. Door deze aansluitingen direct mee te regelen, wordt voorgesteld een Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht te ontwikkelen.
Voor zowel de gemeente als haar bewoners is het ook van belang dat duidelijkheid wordt geboden over het beheer en eigendom van zowel de openbare als de particuliere riolering. Een dergelijke regeling maakt bijvoorbeeld helder wie er voor het verhelpen van een verstopping in een afvoerleiding verantwoordelijk is. De verordening zal ook hierin voorzien. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de verordening als aparte verordening bestaan naast het omgevingsplan. Belastingverordeningen mogen dan immers niet worden geïntegreerd in het omgevingsplan.
11/46
3. Afkoppelen en anderszins omgaan met hemel- en grondwater (Verordening
afvoer hemel- en grondwater) Meestal mogen particuliere huishoudens en bedrijven afvloeiend hemelwater van daken zonder verdere beperkingen in het oppervlaktewater, de bodem of een rioolstelsel lozen. Maar de gemeente kan en wil bijsturen als dat nodig is voor het goed functioneren van de riolering en de bescherming van de bodem- of oppervlaktewaterkwaliteit. Voor bestaande situaties kan de gemeente ‘afkoppelen’ (het scheiden van hemel- en vuilwater of het beëindigen van hemelwaterlozingen in de openbare vuilwaterriolering) regelen op grond van de huidige lozingsregelgeving. Voor individuele situaties kan veelal een maatwerkvoorschrift worden opgelegd; voor bedrijven kan dit op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij een
collectieve aanpak (een straat, wijk of bedrijventerrein) kan de gemeente op grond van de Wet milieubeheer bij verordening regels stellen aan de kwantiteit en kwaliteit van hemelwater dat burgers en bedrijven in de riolering (of de bodem) lozen. Een en ander in lijn met de zogenoemde ‘voorkeursvolgorde’ voor de omgang met afvalwater zoals opgenomen in de Wet milieubeheer (art. 10.29a Wm), en zeker ook in lijn met de hoofddoelen van het WRP. Door af te koppelen c.q. duurzamer om te gaan met hemelwater wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan de klimaatdoelstellingen. De gemeente maakt van deze doelstellingen zelf werk, maar ook van burgers en bedrijven wordt hier een eigen bijdrage gevraagd. Het omgaan met de gevolgen van klimaatveranderingen is immers een verantwoordelijkheid van iedereen.
De gemeente wil dan ook, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (voorzien op 1 januari 2022), een verordening afvoer hemel- en grondwater vaststellen om de genoemde doelen te bereiken.2 De verordening verplicht perceeleigenaren om hun hemelwater (en mogelijk ook grondwater) in specifieke gebieden vanaf een bepaalde, in de verordening vast te stellen datum, niet meer in het gemengde riool te lozen. Het gaat bijvoorbeeld om het buitengebied, waar drukriolering ligt. Drukriolering is alleen bedoeld voor de inzameling van huishoudelijk afvalwater en eventueel bedrijfsafvalwater dat qua samenstelling lijkt op huishoudelijk afvalwater. Afstromend hemelwater en overtollig grondwater kan in het buitengebied eenvoudig op eigen terrein verwerkt worden. Lozing op de drukriolering levert daarentegen een overmatige belasting van dat riool op en moet daarom worden beëindigd. Andere gebieden waar de afkoppelplicht kan gaan gelden zijn bijvoorbeeld gebieden waar de gemeente het gemengde riool heeft vervangen door een gescheiden stelsel. Om de effectiviteit van die rioolvervanging te vergroten, is het wenselijk dat perceeleigenaren (in ieder geval aan de voorzijde) het regenwater voortaan op het hemelwaterstelsel lozen.
Daarnaast kan met deze verordening worden geregeld dat perceeleigenaren hemelwater bij nieuwbouw zoveel mogelijk op hun eigen terrein verwerken (‘hemelwaterbergingseis’). Voordeel hiervan is dat het dan niet (langer) nodig is steeds een hemelwaterbergingseis op te nemen in het bestemmingsplan c.q. het onder de Omgevingswet geldende omgevingsplan. De Verordening afvoer hemel- en grondwater zal van toepassing zijn op alle nieuwbouwprojecten (inclusief herstructureringsprojecten) en op alle nieuwe overkappingen. 2
De Verordening afvoer hemel- en grondwater maakt onder het stelsel van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel uit van (het tijdelijke deel van) het gemeentelijke omgevingsplan. Daartoe is het wel van belang dat de verordening nog wordt vastgesteld op basis van de Wet milieubeheer (art. 4.22 Wm). Dat kan alleen als de vaststellingsdatum hiervan vóór de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet ligt.
12/46
4. Regelen afkoopsom (Verordening Waterbergingsfonds)
Bij bestemmingsplanwijzigingen zijn initiatiefnemers al verplicht om waterberging op eigen terrein te realiseren. Met het watertoetsproces en de mogelijkheid van een afkoopregeling wordt hiervoor al gezorgd. Het waterschap wordt bij deze praktijk nauw betrokken. Op deze manier wordt bereikt wat gemeente en waterschap willen bereiken: anders omgaan met hemelwater en waar mogelijk meer ruimte voor oppervlaktewater. Daarmee is de gemeente straks ook beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering.
In de praktijk blijkt dat niet bij alle bestemmingsplanwijzigingen waterbergingseisen worden opgenomen. Dat wordt straks met de hiervoor voorgestelde Verordening afvoer hemel- en grondwater voorkomen. Eerder is geconstateerd en geadviseerd de afkoopregeling juridisch beter te borgen. Voorgesteld wordt dit te doen met een Verordening waterbergingsfonds.
13/46
Verordening rioolaansluiting en eenmalig rioolaansluitrecht gemeente Terneuzen 2022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 augustus 2021; gelet op de artikelen 149 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening rioolaansluiting en eenmalig rioolaansluitrecht gemeente Terneuzen 2022
Artikel 1 Begripsbepalingen
1.
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.
Eigendom: een roerende of onroerende zaak;
b.
Aansluiting van een eigendom: het door de gemeente leggen van een leiding van de gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater tot aan het eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt om voor dat eigendom een directe of indirecte lozing in die voorziening mogelijk te maken;
c.
Afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; en
d.
Rioolaansluitleiding: rioolleiding tussen een gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater en het gebouw waar afvalwater vrijkomt.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam eenmalig rioolaansluitrecht wordt een recht geheven over het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met het tot stand brengen van een aansluiting van een eigendom op de gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater.
Artikel 3 Belastingplicht 14/46
Het recht wordt geheven van de aanvrager van de dienst of van degene voor wie de dienst wordt verleend.
Artikel 4 Aanvraagvereisten 1.
Bij aanvraag van een aansluiting van een eigendom worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
de naam en het adres van de aanvrager;
b.
de dagtekening;
c.
wat voor soort afvalwater er zal worden afgevoerd;
d.
voor wat voor soort gebouw de aansluiting wordt gerealiseerd: woning, utiliteitsgebouw of bedrijfspand;
e.
op wat voor soort riool wordt aangesloten: vuilwaterriool, hemelwaterriool of gemend riool; en
f.
voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft: de aard en de hoeveelheid van het te lozen afvalwater.
Artikel 5 Eigendom en vormgeving aansluitleiding 1.
De grens tussen het gemeentelijke eigendom en het particuliere eigendom van een rioolaansluitleiding ligt direct voor het ontstoppingsstuk in die rioolaansluitleiding.
2.
Bij afwezigheid van een ontstoppingsstuk ligt de grens in de rioolaansluitleiding op een afstand van 0,5 m buiten de particuliere perceelgrens in het openbaar gebied.
3.
Voor het deel van de rioolaansluitleiding dat in particulier eigendom is, wordt de volgende kleurstelling gebruikt: a.
grijs voor hemel- en grondwater; en
b.
bruin voor huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en tarief 1.
Voor een aansluiting van 125 mm met een maximale lengte van zes meter tussen de erfscheiding en het hoofdriool op een gemengd riool wordt het rioolaansluitrecht geheven volgens onderstaande tabel:
Tabel 6.1 Gemengd riool diameter 125 mm Type aansluiting
Tarief
Vuilwaterhuisaansluiting (hemelwater eigen perceel verwerken)
€ 700,-
Vuilwateraansluiting + hemelwateraansluiting
€ 725,-
Hemelwaterhuisaansluiting
€ 700,-
15/46
2.
Voor de aansluiting van 125 mm met een maximale lengte van zes meter tussen de erfscheiding en het hoofdriool op een gescheiden riool wordt het rioolaansluitrecht geheven volgens onderstaande tabel:
Tabel 6.2 Gescheiden riool diameter 125 mm Type aansluiting
Tarief
Vuilwaterhuisaansluiting (hemelwater eigen perceel verwerken)
€ 700,-
Vuilwateraansluiting + hemelwateraansluiting
€ 850,-
Hemelwaterhuisaansluiting
€ 700,-
3.
Voor een aansluiting van 160 mm met een maximale lengte van zes meter tussen de erfscheiding en het hoofdriool op een gemengd riool wordt het rioolaansluitrecht geheven volgens onderstaande tabel:
Tabel 6.3 Gemengd riool diameter 160 mm Type aansluiting
Tarief
Vuilwaterhuisaansluiting (hemelwater eigen perceel verwerken)
€ 740,-
Vuilwateraansluiting + hemelwateraansluiting
€ 765,-
Hemelwaterhuisaansluiting
€ 740,-
4.
Voor de aansluiting van 160 mm met een maximale lengte van zes meter tussen de erfscheiding en het hoofdriool op een gescheiden riool wordt het rioolaansluitrecht geheven volgens onderstaande tabel:
Tabel 6.4 Gescheiden diameter 160 mm Type aansluiting
Tarief
Vuilwaterhuisaansluiting (hemelwater eigen perceel verwerken)
€ 740,-
Vuilwateraansluiting + hemelwateraansluiting
€ 890,-
Hemelwaterhuisaansluiting
€ 740,-
16/46
5.
Voor een aansluiting met een lengte van meer dan zes meter of voor een aansluiting met een diameter van meer dan 160 mm wordt het rioolaansluitrecht geheven volgens het voorafgaand aan de dienstverlening aan de belastingplichtige meegedeelde bedrag, dat blijkt uit een begroting die door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.
6.
Als de begroting is uitgebracht, vangt de dienstverlening aan vanaf de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de belastingplichtige is meegedeeld, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag is ingetrokken.
Artikel 7 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van gedagtekende schriftelijke kennisgeving geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld Het recht is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die als dagtekening op de gedagtekende schriftelijke kennisgeving is vermeld.
2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Actualiseren van bedragen Het college van burgemeester en wethouders kan de bedragen, bedoeld in artikel 6, eerste tot en met vierde lid, jaarlijks wijzigen.
Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over de heffing en invordering van het eenmalig rioolaansluitrecht.
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1-1-2022.
17/46
Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolaansluiting en eenmalig rioolaansluitrecht gemeente Terneuzen’.
Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 7 oktober 2021.
griffier,
voorzitter,
mr.J.H.P. (Joost) de Jong
H.J.A. (Erik) van Merrienboer
18/46
Toelichting Algemene toelichting Gemeenten hebben op grond van artikel 10.33 Wet milieubeheer een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Onder stedelijk afvalwater wordt afvalwater verstaan dat bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De gemeente draagt zorg voor transport van stedelijk afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Daarnaast geldt voor de inzameling en verdere verwerking van hemel- en grondwater een zorgplicht voor gemeenten. Dit is geregeld in artikel 3.5, voor hemelwater, en artikel 3.6, voor grondwater, van de Waterwet. De zorgplicht ziet op het gehele gemeentelijke grondgebied. Aanvullend op de gemeentelijke zorgplicht hebben waterschappen de zorgplicht om het ingezamelde afvalwater te zuiveren. Dit is vastgelegd in artikel 3.4 van de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de zorgplichten (alsdan taken geheten) overgenomen worden in artikel 2.16 van die wet.
De zorgplicht vult de gemeente in door de aanleg en beheer van openbare riolering. Met deze verordening legt de gemeente het beleidskader ten aanzien van het eigendom en beheer van aansluitleidingen op de openbare riolering vast.
Een verordening eenmalig aansluitrecht is een belastingverordening, waarmee de kosten van het tot stand brengen van een aansluiting van een eigendom op de gemeentelijke riolering wordt gefinancierd. Zoals alle belastingen moeten gemeentelijke belastingen een wettelijke basis hebben. Het rioolaansluitrecht is gebaseerd op artikel 229 van de Gemeentewet (hierna: Gemw).
De voorwaarden waaraan de gemeentelijke belastingverordening moet voldoen staan in hoofdstuk XV Gemw. In artikel 217 Gemw staat dat de verordening onder meer de volgende elementen moet bevatten: •
Wie moet de belasting betalen (de belastingplichtige)?
•
Waarvoor moet de belasting worden betaald (het belastbare feit)?
•
Waarover moet de belasting worden betaald (de heffingsmaatstaf)?
•
Wat is het tarief van de belasting (de tariefstelling)?
Voor een heffing gebaseerd op artikel 229 Gemw geldt nog een extra voorwaarde. De geraamde heffingsopbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de diensten. De rechten van artikel 229 Gemw zijn dus alleen bedoeld om de kosten van de betreffende dienstverlening te verhalen.
Hoewel deze verordening gaat over het realiseren van aansluitingen op de riolering en dus betrekking heeft op de fysieke leefomgeving, zal de verordening na inwerkingtreding van de Omgevingswet als aparte verordening blijven bestaan en niet worden geïntegreerd in het omgevingsplan van de gemeente. Op grond van art. 2.1 Omgevingsbesluit, een amvb onder de Omgevingswet, moeten belastingverordeningen namelijk buiten het omgevingsplan blijven. Alleen de juridische vereisten voor het aansluiten van een particuliere leiding op de openbare riolering en de regeling voor het bepalen van beheer- en
19/46
eigendomsverhoudingen van de aansluitleiding kunnen op termijn worden opgenomen in het omgevingsplan.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen De aansluiting van een eigendom is gedefinieerd als “het door de gemeente leggen van een leiding van de gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater tot aan het eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt, om voor dat eigendom een directe of indirecte lozing in die voorziening mogelijk te maken”. De term gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater maakt duidelijk dat het hier niet alleen om gemeentelijke riolering gaat (zoals de openbare vuilwaterriolering en openbare hemelwaterstelsels). Ook de individuele voorzieningen voor het behandelen van huishoudelijk afvalwater (IBA’s) die door de gemeente worden beheerd (overheids-IBA’s), vallen er onder. Deze term wordt ook in het milieurecht gehanteerd (zie art. 1.1 Activiteitenbesluit milieubeheer en art. 1.1 Besluit lozen buiten inrichtingen).
Voor het begrip afvalwater is aangesloten bij de definitie in de Wet milieubeheer. Afvalwater is een breed begrip, het omvat naast huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater ook afstromend hemelwater of overtollig grondwater.
Artikel 2 Belastbaar feit Het belastbare feit is de omschrijving van de activiteit waarvoor de gemeente de belasting in rekening brengt. In dit geval dus realisatie van een aansluiting op de gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater.
Artikel 3 Belastingplicht Degene die de belasting moet betalen, is degene die vraagt de aansluiting aan te leggen. In dit geval dus de aanvrager van de dienst. Over het algemeen is dat de eigenaar van het eigendom, maar het kan ook iemand anders zijn. Daarom staat in de omschrijving dat degene voor wie de gemeente de dienst verleent, belastingplichtig kan zijn. Als de aannemer de aanvraag bijvoorbeeld voor de particulier indient, kan de particulier toch de belastingplichtige blijven.
Artikel 4 Aanvraagvereisten Dit artikel regelt welke gegevens bij de aanvraag van een aansluiting moeten worden ingediend. De keuze voor gemengde of gescheiden rioolaansluiting in onderdeel e is afhankelijk van de aanwezige hoofdriolering. Dit is onder andere te zien aan de putdeksels in het wegdek: vuilwater (V), regenwater (R) en gemengd (daar staat meestal niets op). Voor meer informatie kan contact opgenomen worden met de gemeente.
20/46
De gemeente legt zelf de aansluiting aan. Het is niet toegestaan dat particulieren zelf (of een aannemer in opdracht van een particulier) de aansluiting realiseert. Er kan hierdoor immers schade aan de openbare riolering worden aangebracht. Bovendien is voor particulieren op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening Terneuzen verboden om zonder vergunning de weg op te breken of te graven in een weg.
Artikel 5 Eigendom en vormgeving aansluitleiding Er bestond jarenlang onduidelijkheid over de vraag of de eigendom van een leidingnetwerk door verticale of horizontale natrekking werd bepaald. Bij verticale natrekking zou de eigendom van een leiding in de grond aan de eigenaar van de grond toekomen. Bij horizontale natrekking zou de eigendom aan de eigenaar van het grotere geheel van het netwerk toekomen. Aan de onduidelijkheid over de eigendomsvraag is een einde gekomen met de wijziging van het Burgerlijk Wetboek (BW) in 2007. Volgens artikel 5:20 lid 2 BW ligt de eigendom van een net bij de bevoegde aanlegger van dat net of zijn rechtsopvolger. Op grond hiervan is de gemeente, als bevoegd aanlegger van de openbare riolering, eigenaar van het gehele rioolstelsel.
Per leidingnetwerk verschilt het wat er toe behoort (hoe het net is begrensd). Dit is met name van belang voor de grens tussen het leidingnetwerk en de aansluiting van degene die op dat leidingnetwerk is aangesloten. In de toelichting bij de wijziging van het Burgerlijk Wetboek is aangegeven dat de begrenzing van een leidingnetwerk bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald. In dit artikel wordt van die mogelijkheid gebruik gemaakt, door te bepalen wat tot de gemeentelijke riolering behoort en waar de particuliere huisaansluiting, die eigendom is van de huiseigenaar, begint (zie Kamerstukken II 2005-2006, 29 834, nr. 9, Tweede nota van wijziging, p. 7). Die grens wordt in principe gelegd direct vóór het ontstoppingsstuk in de rioolaansluitleiding, gezien vanuit het openbaar gebied. Het ontstoppingsstuk zelf is dus in particuliere eigendom. Dit ontstoppingsstuk is vereist op grond van artikel 6.16 en 6.17 van het Bouwbesluit 2012. In die artikelen is bepaald dat de leidingen voor huishoudelijk afvalwater en voor hemelwater moeten voldoen aan NEN 3215. In die NEN-norm staat dat in de aansluitleiding een inspectieof ontstoppingsmogelijkheid aanwezig moet zijn. Deze inspectie- of ontstoppingsmogelijkheid moet nabij de perceelgrens zijn gesitueerd.
In situaties die niet onder het eerste lid vallen, is de grens tussen het gemeentelijke deel van de aansluiting en het particuliere deel van de aansluiting het punt in de rioolaansluitleiding dat 0,5 m buiten de perceelgrens (dus in het openbare gebied) ligt.
Met het vastleggen van de eigendomssituatie is duidelijk wie er verantwoordelijk is voor het verhelpen van verstoppingen en het herstellen van lekkages of andere beschadigingen aan de rioolaansluitleiding. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor het particuliere deel van de aansluitleiding en de gemeente is verantwoordelijk voor het deel dat behoort tot de gemeentelijke riolering.
Om eenvoudig te kunnen bepalen voor welk type afvalwater een particuliere leiding is bedoeld, is in het derde lid voorgeschreven wat het kleurgebruik van de particuliere aansluitleidingen moet zijn. Bij de
21/46
aansluiting van een eigendom op de riolering kan de aannemer dan snel de juiste leidingen op het juiste riool aansluiten. Deze regel is niet in strijd met de nationale regels over bouwen (het Bouwbesluit 2012 en, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, het Besluit bouwwerken leegomgeving) omdat die nationale regels niets over het kleurgebruik van leidingen zeggen.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en tarief De gemeente kan op grond van artikel 219, tweede lid, Gemw belastingen heffen naar heffingsmaatstaven die in de belastingverordening zijn bepaald. Maar het bedrag mag niet afhankelijk zijn van inkomen, winst of vermogen. De gemeente mag belastingen namelijk niet naar draagkracht heffen. Alleen het Rijk mag inkomensbeleid voeren.
Eerste tot en met vierde lid De gemeente kiest bij aansluitingen met een korte lengte (tot 6 m) voor een gestandaardiseerde differentiatie naar veroorzaking van kosten: naar diameter van de aansluiting. Dit is een benadering van de werkelijke kosten.
Vijfde en zesde lid Voor langere aansluitleidingen (vanaf 6 m) maakt de gemeente per geval een begroting van de kosten die aan de potentiële belastingplichtige in rekening wordt gebracht. Zo betaalt iedereen de kosten voor zijn eigen aansluiting. Bij deze mogelijkheid moet de gemeente de aanvrager bedenktijd geven, omdat het belastingrecht de eis stelt dat iedereen de omvang van zijn belastingschuld vooraf moet kunnen kennen. Dat wordt geregeld in het vijfde lid van dit artikel. Binnen vijf werkdagen nadat de gemeente de begroting aan de belastingplichtige heeft meegedeeld, kan diegene de aanvraag om aansluiting intrekken. Er is dan geen belasting verschuldigd. Als de aanvraag niet binnen vijf werkdagen expliciet wordt ingetrokken, is de belasting verschuldigd en wordt de aansluiting ingepland. De termijn waarbinnen de aansluitleiding wordt gerealiseerd is niet geregeld in deze verordening. In het algemeen zal dit binnen enkele weken gebeuren.
Artikel 7 Wijze van heffing Dit artikel bepaalt dat de gemeente een aanslag verstuurt. De gemeente neemt dus het initiatief voor de belastingheffing door een aanslagbiljet te sturen. Andere methoden van belastingheffing (zoals aangifte door degene die de belasting moet betalen) zijn niet geschikt.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld Dit artikel bepaalt dat de gemeente direct na het verzoek om aansluiting op de riolering met het kostenverhaal begint.
Artikel 10 Kwijtschelding
22/46
Kwijtschelding van deze belasting is niet mogelijk. Het gaat namelijk om het verhaal van kosten voor dienstverlening op verzoek. Bovendien leidt deze dienstverlening meestal tot waardevermeerdering van het eigendom van de aanvrager. Daarom wordt de heffing niet kwijtgescholden.
Artikel 11 Actualiseren van bedragen Dit artikel bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders ieder jaar de bedragen in de tabel uit artikel 6, eerst tot en met vierde lid, kunnen actualiseren. Zo kunnen de bedragen een goede benadering blijven van de werkelijke kosten per aansluiting.
Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Dit artikel bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders uitvoeringstechnische zaken voor de heffing en invordering kan regelen zonder hiervoor de gemeen
23/46
Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Terneuzen 2022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 augustus 2021; gelet op artikel 10.32a Wet milieubeheer; overwegende dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater en over het beëindigen van het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater; overwegende dat het gewenst is gebruik te maken van de mogelijkheid het afvloeiende hemelwater en het grondwater te bergen en in een bepaald gebied vanaf een vooraf te bepalen datum niet meer te doen afvloeien in een openbaar vuilwaterriool besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Terneuzen 2022
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities 1.
In deze verordening wordt verstaan onder: a.
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart;
b.
college: het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen;
c.
gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
24/46
d.
hemelwaterscheidingsgebied: gebied als bedoeld in artikel 2, waarvan de geometrische begrenzing is opgenomen in bijlage 1
e.
nieuw gebouw: gebouw dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening;
f.
nieuwe overkapping: overkapping die wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening;
g.
nieuw verhard oppervlak: oppervlak van nieuwe gebouwen en nieuwe overkappingen.
Paragraaf 2 Afkoppelen
Artikel 2 Lozingsverbod hemel- en grondwater 1.
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater is het in het hemelwaterscheidingsgebied verboden hemelwater of grondwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool.
2.
De lozing van hemelwater en grondwater op het openbaar vuilwaterriool wordt beëindigd binnen één jaar nadat het verbod op een perceel van toepassing is geworden.
3.
Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het verbod, als van de eigenaar van het bouwwerk of het perceel redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van hemelwater of grondwater kan worden gevergd.
Paragraaf 3 Waterberging Artikel 3 Verplichting tot waterberging 1.
Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt alleen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen en nieuwe overkappingen in een openbaar riool geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden.
2.
De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 75 l per m2 nieuw verhard oppervlak.
3.
De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 6 en 9 dagen weer voor 90% beschikbaar is.
4.
De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte.
5.
Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk of noodzakelijk is.
6.
Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning, bedoeld in het vijfde lid, een financiële voorwaarde verbinden.
Artikel 4 Maatwerkvoorschriften Het college kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting en het beheer van de hemelwaterberging.
Paragraaf 4 Overige bepalingen 25/46
Artikel 5 Werkingsgebieden 1.
Het college kan het hemelwaterscheidingsgebied, bedoeld in artikel 2, wijzigen.
2.
Het college houdt bij het wijzigen van het gebied rekening met het gemeentelijk rioleringsplan.
Artikel 6 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groep van personen.
Artikel 7 Overgangsrecht Artikel 3 is niet van toepassing op nieuwe gebouwen waarover voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordeningen financiële afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en de initiatiefnemer.
Artikel 8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1-1-2022.
Artikel 9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Terneuzen”.
Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 7 oktober 2021.
griffier,
voorzitter,
mr.J.H.P. (Joost) de Jong
H.J.A. (Erik) van Merrienboer
26/46
Bijlage 1: geometrische begrenzing hemelwaterscheidingsgebied
Toelichting Artikel 1 Definities Voor de begripsomschrijving van het begrip bouwwerk is aangesloten bij de definitie in de Omgevingswet. Deze definitie is ook in lijn met de definitie in de Bouwverordening gemeenten Terneuzen 2016. De begripsomschrijving van gebouw is ontleend aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Nieuwe gebouwen en nieuwe overkappingen zijn gedefinieerd als alle gebouwen en overkappingen die na inwerkingtreding van deze verordening worden opgericht of aangelegd.
Artikel 2 Lozingsverbod hemel- en grondwater
27/46
Lid 1 Het eerste lid bevat het verbod om in het hemelwaterscheidingsgebied (waarvan de ligging is opgenomen in bijlage 1) afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool. Het doel van dit verbod is om dit schone water lokaal vast te houden en niet af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Daarmee kan bijvoorbeeld ook bereikt worden dat bluswatervijvers van voldoende water worden voorzien. Het verbod geldt voor zowel bestaande als nieuwe lozingen. Het lozingsverbod geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze in het hemelwaterscheidingsgebied liggen. Hiermee wordt de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemel- en grondwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Het lozingsverbod dwingt perceeleigenaren om dat water ofwel in het oppervlaktewater of een hemelwaterstelsel te lozen, ofwel te infiltreren in de bodem. Het lozingsverbod is niet beperkt tot het bouwwerk, maar betreft ook het erf of terrein. Het verbod betreft dus het afvloeiende hemelwater dat afkomstig is van een bouwwerk en onder meer via een dakgoot, regenpijp en afvoerbuis het openbare vuilwaterriool bereikt. Maar ook het afvloeiende hemelwater dat afkomstig is van een open erf of terrein en via onder meer goten, putten of afvoerbuizen het openbare vuilwaterriool bereikt.
Een open erf of terrein waarin goten en putten zijn aangebracht, is bijvoorbeeld een terras, oprit, parkeerterrein of laad- en losperron.
Lid 2 Artikel 10.32a Wm geeft aan dat de termijn waarbinnen de lozing van het hemelwater moet zijn beëindigd in de verordening wordt genoemd. Hieraan is in dit artikel voldaan. De termijn van één jaar biedt voldoende ruimte voor de eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen om de werkzaamheden te kunnen (laten) verrichten.
Lid 3 Het college kan een omgevingsvergunning voor afwijken van het lozingsverbod verlenen. Dat kan in uitzonderingssituaties waarin het lozingsverbod niet billijk is. Dit is het geval wanneer het lozingsverbod tot onevenredig grote nadelen voor de perceeleigenaar leidt. Het college kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen. Zo kan de vergunning bijvoorbeeld alleen betrekking hebben op de achterzijde van een bouwwerk of alleen gedurende een bepaalde overgangsperiode. Verder kan de gemeente voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. Het is gewenst dat het college een beleidsregel vaststelt voor het verlenen van de omgevingsvergunning, zodat voor perceeleigenaren bij voorbaat duidelijk is of het aanvragen van die vergunning wel of niet kans van slagen heeft.
Artikel 3 Verplichting tot waterberging
Lid 1 Nieuwbouw leidt tot toename van de lozing van hemelwater. Het schone hemelwater wordt bij voorkeur niet in het vuilwaterriool geloosd, maar geleid naar een wadi of waar mogelijk geloosd in de bodem of oppervlaktewater.
28/46
Via de regel om bij nieuwbouw te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit per m2 verhard oppervlak, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein. Op die manier wordt de belasting op de openbare riolering door nieuwbouw gecompenseerd. Een nieuw gebouw is een bouwwerk dat is opgeleverd na inwerkingtreding van deze verordening.
Lid 2 In lid 2 zijn twee onderdelen opgenomen met een verschillende waterbergingseis. Hierdoor kan per gebied worden gedifferentieerd. In bepaalde dichtbebouwde gebieden kan het bijvoorbeeld redelijk zijn om een lagere bergingseis te verlangen. Een capaciteit van 75 l per m2 betekent dat voor een perceel met een totaal bebouwd oppervlak van 60 m2 moet worden voorzien in een vorm van waterberging met een totale capaciteit van 4.500 liter.
Lid 4 Bij extreme neerslag, die de verplichte waterbergingscapaciteit in het betreffende werkingsgebied te boven gaat, kan gebruik worden gemaakt van de gemeentelijke voorzieningen voor het beheer van afvalwater. Bij voorkeur wordt het overtollige regenwater dan geloosd in het openbare hemelwaterstelsel. Het vierde lid maakt duidelijk dat de waterberging niet bedoeld is om alle mogelijke regenbuien op te vangen. De gemeente zorgt voor openbare voorzieningen als noodoverloop. Dit artikellid geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor het verwerken van hemelwater, als dat redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden gevergd. Nb: in situaties waar het mogelijk is om (deels) op oppervlaktewater te lozen, moet de waterbeheerder (in de regel het waterschap, die daarover regels heeft opgenomen in de waterschapsverordening) worden geraadpleegd.