2021-09-22 a. bp Sasse Poort, Sas van Gent - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Er zijn geen territoria / nesten aangetroffen van huismus in en direct rond de twee te slopen woningen aan de Stationsstraat te Sas van Gent. Er zijn ook geen aanwijzingen voor het voorkomen van andere vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zoals laagvliegende gierzwaluwen. In de (directe) omgeving zijn ook geen huismussen of gierzwaluwen vastgesteld. Hoog vliegend zijn wel gierzwaluwen aangetroffen, maar deze zijn niet gerelateerd aan het plangebied of omgeving. Op grond van deze analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Ook het verstoren van beschermde dier en plantensoorten staat de ontwikkeling niet in de weg.
Na uitwerking van het inrichtingsplan voor de locatie van de nieuwe supermarkten wordt tevens een nieuwe quickscan voor beschermde plant en diersoorten uitgevoerd. Ecologische quickscan Sasse Poort Voor de locatie Sasse Poort is een aanvullende ecologische quickscan uitgevoerd. Deze quickscan is opgenomen in Bijlage 9. Uit deze nadere quickscan blijkt dat de ontwikkeling mogelijk in strijd is met de Wet natuurbescherming op het onderdeel soortenbescherming. Met het bouwrijp maken van de locatie worden elementen verwijderd die mogelijk deel uit maken van de functionele leefomgeving van de huismus. Daarnaast is het terrein mogelijk geschikt als rust- en verblijfplaats en leefgebied van marters. Tevens is de locatie een geschikte biotoop voor kruipend moerasscherm en kunnen er verblijfplaatsen van de rugstreeppad en vleermuizen aanwezig zijn. In verband met deze
60/61
65/910
mogelijk aanwezige elementen is het noodzakelijk om aanvullend onderzoek uit te voeren. In het kader van het bestemmingsplan zal nader onderzoek worden uitgevoerd. 5.4.3 Houtopstanden Voor Sas van Gent is geen bebouwde komgrens van de Boswet vastgesteld. Dit betekent dat het hoofdstuk houtopstanden uit de Wet Natuurbescherming, kapmelding en boscompensatie van toepassing is indien voldaan wordt aan de kenmerken als benoemd in de Wet. Als de te vellen houtopstand onderdeel uitmaken van een houtopstand van 1.000 m2 (10 are) of meer en/of het is een rijbeplanting met > 20 bomen gerekend over het totaal aantal rijen. Hiervoor moet een kapmelding worden gedaan. In de Wet is tevens een uitzondering opgenomen voor houtopstanden op erven. Ter plaatse is sprake van een erf. Het terrein is altijd een bedrijfsperceel geweest met bebouwing. De houtopstanden kunnen ter plaatse worden aangemerkt als houtopstanden op een erf. De Wet Natuurbescherming ten aanzien van het onderdeel houtopstanden is daarmee niet van toepassing op deze houtopstanden. In het plangebied komen geen bomen voor die vermeld staan op de lijst van waardevolle bomen van de gemeente Terneuzen. Conclusie De Wet Natuurbescherming (hoofdstuk: Houtopstanden) staan het vaststellen van het bestemmingplan niet in de weg.
5.6
Milieuhinder omliggende functies
Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; rekening gehouden wordt met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Richtafstanden tussen functies Om in een bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt gebruikgemaakt van milieuzonering. De systematiek van milieuzonering is gebaseerd op het aanhouden van richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Bij milieuzonering wordt gebruikgemaakt van de VNG publicatie 'bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In deze publicatie is onder meer een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. In bestemmingsplannen waar bedrijfsactiviteiten mogelijk worden gemaakt is een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB) opgenomen die op de VNG publicatie is gebaseerd. De richtafstanden uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' gelden ten opzichte van de gebiedstypen 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'. Voor andere gebiedstypen geldt dat beargumenteerd van de richtafstanden kan worden afgeweken.
61/62
66/910
Onderzoek Gebiedsanalyse supermarkten De locatie voor het voorzieningengebied is in de huidige situatie bestemd voor bedrijvigheid (zie figuur 5.12). Zuidelijk van het voorzieningengebied is het bedrijf Rosier aanwezig, aan de westzijde de Palletcentrale; Noordelijk van de locatie staan woningen. De woningen aan de Tramstraat grenzen met achtertuinen aan de locatie met de bedrijfsbestemming. Aan de voorzijde van die percelen staat de huidige Lidl-supermarkt; De woningen aan de Westkade zijn georiënteerd op deze belangrijke doorgaande route; dit is de hoofdontsluitingsweg van Sas van Gent, met aansluitend het Kanaal Gent-Terneuzen. De functies en hoofdontsluiting in dit deel van Sas van Gent tezamen zorgen ervoor dat hier sprake is van een gemengd gebied.
Figuur 5.12 - Fragment verbeelding bestemmingsplan Sas van Gent Volgens de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering dient tussen een supermarkt en een woning een afstand van 10 meter te worden aangehouden in een rustig woongebied. Doordat hier sprake is van een gemengd gebied, kan de afstandsmaat met één stap worden verlaagd; dat betekent dat in feite geen afstandsmaat van toepassing is, dus 0 meter. In de planopzet wordt het gebouw van de supermarkt in de omgeving van de noordelijk gelegen woonpercelen gesitueerd. Tussen het gebouw en het woonperceel komt het magazijn met bevoorrading. Voor een zorgvuldige afweging is inzicht nodig in de akoestische situatie, dus de eventuele geluidhinder van de bevoorrading voor de aangrenzende woonpercelen. Om dit inzicht te krijgen is akoestisch onderzoek verricht. Akoestisch onderzoek Peutz heeft onderzoek verricht naar geluid in de omgeving van het voorzieningengebied (zie bijlage 11). Het ontwerp voor de inrichting van het voorzieningengebied is als uitgangspunt gehanteerd. In figuur 5.13 staan de relevante punten weergegeven, die in het onderzoek zijn betrokken.
62/63
67/910
Figuur 5.13 - Model akoestisch onderzoek (Peutz) Doel en opzet van het onderzoek Doel van het onderzoek is de geluidbelasting in de (woon)omgeving ten gevolge van de geprojecteerde supermarkten te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden zoals opgenomen in het 'Activiteitenbesluit milieubeheer' (ook wel Activiteitenbesluit genoemd). Hiertoe zijn alle geluidbronnen geïnventariseerd en is met behulp van een akoestisch rekenmodel de geluidbelasting in de (woon)omgeving bepaald. Naast het geluid ten gevolge van de activiteiten die onder het regime van het Activiteitenbesluit plaatsvinden (directe hinder) is in het kader van de ruimtelijke onderbouwing tevens het geluid ten gevolge van de activiteiten buiten de grenzen van de inrichting beschouwd (indirecte hinder).
63/64
68/910
Resultaten akoestisch onderzoek Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ten gevolge van de supermarkt bedraagt ter hoogte van de beoordelingsposities ten hoogste 50, 33 en 30 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor de dag-, avond- en nachtperiode van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A). Dit geldt voor de beide supermarkten gezamenlijk, waarbij scenario 2 (laden en lossen aan de noordzijde van Albert Heijn) maatgevend is voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Indien wordt uitgegaan van scenario 1 (laden en lossen aan de oostzijde van Albert Heijn) zal het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode ten hoogste 42 dB(A) bedragen (aldus 8 dB lager). Het maximale geluidniveau (LAmax) ter hoogte van de woningen bedraagt ten hoogste 78 dB(A) in de dagperiode en treedt op in het geval van scenario 2 (laden en lossen noordzijde). In het geval van scenario 1 (laden en lossen oostzijde) zal het maximale geluidniveau in de dagperiode ten hoogste 71 dB(A) bedragen. In de avond- en nachtperiode treden geen relevante maximale geluidniveaus op. De hoogste waarde voor het maximale geluidniveau in de dagperiode is het gevolg van de laad- en losactiviteiten van de supermarkt.
De grenswaarden voor het maximale geluidniveau uit het Activiteitenbesluit zijn in de dagperiode hierop niet van toepassing. De overige activiteiten in de dagperiode veroorzaken geen relevante maximale geluidniveaus. Hiermee wordt voldaan aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Het equivalente geluidniveau ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg bedraagt ten hoogste 58 dB(A) in de dagperiode en 55 dB(A) in de avondperiode. Hiermee wordt voldaan aan de maximale grenswaarden van 65 dB(A) in de dagperiode en 60 dB(A) in de avondperiode conform de VROM-circulaire. Conform de VROM-circulaire dient het binnenniveau in deze woning ten hoogste 35 en 30 dB(A) in respectievelijk de dag- en avondperiode te bedragen. De benodigde geluidwering van de gevel van de woningen aan de Westkade is 23 tot 25 dB(A). Indien de bestaande gevelisolatie hier niet aan voldoet, zullen door de initiatiefnemer maatregelen worden getroffen aan de bestaande woning om een voldoende isolatieniveau te bereiken. Bij realisatie van een klinkerverharding op het parkeerterrein wordt ter plaatse van de woningen aan het Schulpenpad in de avondperiode de voorkeursgrenswaarde van 45 dB(A) uit de VROM-circulaire overschreden.
Bij realisatie van een asfaltverharding op het parkeerterrein wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) in de dagperiode en 45 dB(A) in de avondperiode. Door initiatiefnemer zal een asfaltverharding worden toegepast, hiermee is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bakkerij Stationsstraat 15 Op de hoek van de stationsstraat en het Schulpenpad is een bakkerij gevestigd. Met dit bestemmingsplan worden er nieuwe woningen mogelijk gemaakt dicht bij de bakkerij. Om ervoor te zorgen dat de bakkerij niet in zijn bedrijfsvoering beperkt wordt en dat de nieuwe woningen een goed woon- en leefklimaat hebben is akoestisch onderzoek uitgevoerd door middel van metingen. In dit akoestisch onderzoek is onderzocht of ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en of de bestaande bakkerij niet in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 14. Uit dit onderzoek blijkt dat de huidige bakkerij in de huidige situatie niet kan voldoen aan het Activiteitenbesluit. Daarom worden in het akoestisch onderzoek enkele maatregelen voorgesteld. Met de toepassing van deze maatregelen wordt ter plaatse van de nieuwe woningen voorzien in een goed woon- en leefklimaat.
Met de bakkerij worden afspraken gemaakt over de toepassing van de maatregelen, zodat de bakkerij als gevolg van de nieuwe woningen niet in zijn huidige bedrijfsvoering wordt belemmerd.
64/65
69/910
5.7
Externe veiligheid
Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties.
Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute.
65/66
70/910
Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek In de nabije omgeving van het plangebied zijn diverse risicovolle inrichtingen aanwezig en rondom het plangebied vindt tevens vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, water en door buisleidingen (zie figuur 5.14). Door AVIV is onderzoek gedaan naar externe veiligheid in relatie tot de ontwikkelingen in het plangebied (zie bijlage 15).
Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe winkels én de nieuwe woningen niet binnen de PR 10-6 contour van de relevante inrichtingen in de omgeving liggen. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de volgende risicobronnen: Provinciale weg N252 Terneuzen - Sas van Gent; Spoortraject Sluiskil - Sas van Gent - Zelzate (B); Aardgasleiding; Kanaal Gent - Terneuzen; Rosier Nederland B.V.; Emplacement Sas van Gent;
Figuur 5.14 - Risicobronnen nabij plangebied 66/67
71/910
N252 De berekeningen leiden niet tot een contour voor de grenswaarde van 1.0 10-6/jr, het plaatsgebonden risico is kleiner dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. Ten behoeve van de ontwikkeling neemt het groepsrisico toe van 0,02 tot een factor 0,03 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde wordt niet overschreden. Een verantwoording groepsrisico is in dit geval niet vereist. Het bevoegd gezag dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over de mogelijkheden van bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid Spoor Ter plaatse van Sasse Poort geldt een PR-plafonds van 0 m. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied. Het groepsrisico is zowel in huidige als toekomstige situatie een factor 0,19 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde wordt niet overschreden. Een verantwoording groepsrisico is in dit geval niet vereist. Het bevoegd gezag dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over de mogelijkheden van bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid Vaarweg Kanaal Gent-Terneuzen Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Het groepsriscio ligt meer dan een factor 1000 onder de oriëntatiewaarde. Een verantwoording groepsrisico is in dit geval niet vereist.
Het bevoegd gezag dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over de mogelijkheden van bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid Aardgasleiding Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Het groepsrisico is kleiner dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, zowel in de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico een factor 0,015 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Een verantwoording groepsrisico is in dit geval niet vereist. Het bevoegd gezag dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over de mogelijkheden van bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid. Rosier Nederland B.V. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Het groepsrisico is kleiner dan de oriëntatiewaarde. Conform artikel 13 van het Bevi dient het groepsrisico te worden verantwoord. Emplacement Sas van Gent Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Zowel in de huidige als toekomstige situatie wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico overschreden. Conform artikel 13 van het Bevi dient het groepsrisico te worden verantwoord. Verantwoording groepsrisico Door AVIV is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld, deze is opgenomen in Bijlage 16. Conclusie Het plangebied bevindt zich in verschillende invloedsgebieden.
Uit de onderzoeken blijkt dat de oriëntatiewaarde van alle risicobronnen niet wordt overschreden. Daarnaast is ook het groepsrisico verantwoord. Uit deze verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden
67/68
72/910
beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.8
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf is toegelicht op welke manier de locaties binnen het plangebied ontsloten worden en hoe voldoende parkeerplaatsen worden voorzien. De huidige supermarktlocaties liggen in het centrum, een gebied waar het parkeren al snel onder druk staat. Daarom is het uitgangspunt voor de nieuwe woningen dat het parkeren niet ten koste mag gaan van parkeerruimte van bestaande woningen en andere functies. Dat is ook geborgd in de regels van het bestemmingsplan. De parkeerplaatsen van de huidige supermarkten komen te vervallen, voor de woningen worden waar mogelijk nieuwe plaatsen aangelegd. Per locatie is hierna beschreven hoe met verkeer en parkeren wordt omgegaan. 5.8.1 Verkeersontsluiting Woningbouw AH-Locatie De nieuwe woningen op de locatie van de Albert Heijn zullen worden ontsloten via de Wilhelminalaan en voor een klein deel via de Zuidstraat. Voor langzaam verkeer wordt een doorsteek gemaakt tussen de Wilhelminalaan en de Zuidstraat. In het gebied worden 18 grondgebonden sociale huurwoningen gerealiseerd en 12 vrije sector appartementen. Dit leidt tot een verkeersgeneratie van 176 mvt/etmaal voor deze locatie op een weekdag, zie tabel 5.1. Dit is beduidend minder dan de verkeersgeneratie van de nu aanwezige supermarkt. Er kan dan ook van uitgegaan worden dat de verkeersafwikkeling geen problemen oplevert. Tabel 5.1 Verkeersgeneratie AH-locatie
5.8.2 Verkeersontsluiting Woningbouw Lidl-locatie De woningen op de locatie van de Lidl zullen worden ontsloten op de Tramstraat. Voor het langzaam verkeer wordt een route gerealiseerd tussen het centrum en de nieuwe supermarkten bij Sasse Poort. In het gebied worden 10 grondgebonden sociale huurwoningen gerealiseerd. Dit leidt tot een verkeersgeneratie van 56 mvt/etmaal op een weekdag, zie tabel 5.3. Dit is beduidend minder dan de verkeersgeneratie van de nu aanwezige supermarkt. Er kan dan ook van uitgegaan worden dat de verkeersafwikkeling geen problemen oplevert. Tabel 5.3 Verkeersgeneratie Lidl-locatie
68/69
73/910
5.8.3 Verkeersontsluiting Sasse Poort Ontsluiting gemotoriseerd verkeer Uitgangspunten voor de keuze van ontsluiting Sasse Poort wordt aangesloten op de Westkade. Om te komen tot een zorgvuldige keuze op welke wijze die aansluiting wordt vormgegeven, zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. De aansluiting van het ontwikkelingsgebied gebeurt zodanig dat een heldere ontsluitingsstructuur ontstaat en de verkeersveiligheid is gewaarborgd. Gekozen wordt voor een ontsluitingswijze die voor de verkeersveiligheid robuust is. Dat betekent dat die ontsluitingswijze zo optimaal mogelijk functioneert, ongeacht de verkeersverdeling over de aan- en toevoerroutes en de te verwachten verkeersdruk. De ontsluitingswijze dient zo helder mogelijk te zijn, zodanig dat weggebruikers de ontsluitingswijze als een logische routing ervaren gelet op de locatie van de toegang tot en de aansluiting van het parkeerterrein in relatie tot de omgeving. De langzaam verkeersroute loopt via de Westkade en via de nieuwe verbinding met het centrum via de Tramstraat en de Stationsstraat Met deze uitgangspunten is onderzoek gedaan naar een goede verkeersontsluiting voor Sasse Poort. De resultaten zijn gerapporteerd in de Mobiliteitstoets (Rho Adviseurs, 2015). De Mobiliteitstoets is opgenomen in Bijlage 17.
De conclusies zijn toegepast bij het opstellen van het Masterplan en bij de verdere uitwerking van het project voor dit bestemmingsplan.
69/70
De functie van de Westkade is de afgelopen jaren veranderd (nog los van de recente afsluiting door de problemen met de kademuur). De realisatie van de Sluiskiltunnel heeft gezorgd voor een betere verbinding tussen de N62 ter hoogte van Terneuzen en Zelzate in België via de Tractaatweg (N62). De Westkade is naar aanleiding daarvan niet direct meer de meest aantrekkelijke route voor doorgaand verkeer van en naar de Belgische grens. Resultaat is een afname van de verkeersintensiteit op de Westkade ten opzichte van de situatie voor realisatie van de Sluiskiltunnel. De verbreding van de Tractaatweg zal waarschijnlijk zorgen voor een verdere afname van doorgaand verkeer op de Westkade. De Westkade blijft daarentegen wel in gebruik door de bedrijven. Hierdoor is de Westkade gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg. Uit de toetsing aan de principes van een robuuste ontsluitingswijze blijkt het volgende. a. Het scenario met 75% van de bezoekers van de supermarkten afkomstig uit noordelijke richting heeft de grootste verkeersdruk tot gevolg. b. De verkeersstromen van en naar de locatie zijn niet geheel nieuw. Het betreft verplaatsing en uitbreiding van twee bestaande supermarkten. c. Uit capaciteitsberekeningen blijkt dat de inrichting van de Westkade, gelet op de verkeersafwikkeling en doorstroming niet hoeft te worden veranderd.
Een T-aansluiting van het parkeerterrein op de Westkade is voldoende. Er zijn geen rotonde, geen verkeersregelinstallaties of opstelstroken op de Westkade nodig. d. Voor een robuuste ontsluitingswijze is het wel nodig het verkeer voor het bedrijventerrein en het verkeer voor de winkelvoorzieningen te splitsen. Ter hoogte van het parkeerterrein wordt een aansluiting op de Westkade aangelegd voor autoverkeer en langzaamverkeer. Op het parkeerterrein van de winkelvoorzieningen zorgen aanvullende opstelmogelijkheden voor links en rechts afslaand verkeer naar de Westkade voor een adequate afwikkeling van het verkeer. De aansluitingen van de Suikerdijk en het parkeerterrein op de Westkade liggen op een onderlinge afstand van circa 80 meter.
74/910
Deze afstand is voldoende gelet op verkeersveiligheid. Het splitsen van de beide aansluitingen tot twee losse kruispunten is tevens niet op voorhand onveilig, doordat verkeersstromen naar beide deelfuncties van elkaar gescheiden worden. De bevoorrading van het achterliggende bedrijventerrein gebeurt via de Suikerdijk. Bij de inrichting van het parkeerterrein wordt rekening gehouden met een zo goed mogelijke doorstroming van en naar de Westkade. Dit gebeurt door voldoende opstelruimte in te bouwen voor op- en afrijdend verkeer. Vrachtverkeer In de Mobiliteitstoets en in het Masterplan is nog uitgegaan van een aansluiting voor vrachtverkeer op de Westkade in de noordoosthoek van het perceel. Inmiddels is gekozen voor een andere route voor de bevoorrading. Bevoorradingsverkeer komt via de Suikerdijk aan de zuidzijde het perceel op. Vervolgens rijdt buitenlangs de winkelgebouwen, daarbij zoveel mogelijk de randen van het perceel volgend. Op deze manier is er op de Westkade alleen een aansluiting voor personenauto's. Al het vrachtverkeer voor Sasse Poort wordt afgewikkeld via de Suikerdijk. Ook het vrachtverkeer voor het achterliggende bedrijventerrein volgt de route via de Suikerdijk. Ontsluiting langzaam verkeer De bestaande langzaam verkeersroute voor voetgangers en fietsers loopt via de Westkade.
Met de nieuwe langzaam verkeersroute naar de Tramstraat wordt een langzaam verkeersverbinding met het centrum toegevoegd. De locatie Sasse Poort is daarmee goed en veilig bereikbaar voor langzaam verkeer. Ontsluiting openbaar vervoer Sas van Gent kent busverbindingen met Terneuzen, Westdorpe, Hulst en Zelzate. In de kern zijn haltes op het Suikerplein en aan het Bolwerk. De afstand naar de haltes is vanuit sommige delen van Sas van Gent te groot om te voet af te leggen. De fiets biedt hier een goed alternatief en om die reden zijn bij de halte aan het Suikerplein dan ook fietsrekken geplaatst. Voorts loopt een busroute over de Westkade. Direct ten noorden van het plangebied is een bushalte aanwezig. De locatie is, via de Tramstraat en de nieuwe doorsteek, dus goed via openbaar vervoer bereikbaar. 5.8.4 Parkeren Parkeren Sasse Poort In het gebied worden twee supermarkten gerealiseerd. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte zijn de parkeernormen toegepast, die ook elders in de gemeente worden toegepast voor nieuwe detailhandelsontwikkelingen (Kennedylaan West). Tabel 5.5 Parkeerbalans Categorie
Eenheid
Parkeernorm
Parkeerbehoefte (zonder dubbelgebruik)
Supermarkt
2.300 m2
4,3 per 100 m2 bvo
98,9
Supermarkt
1.800 m2
4,3 per 100 m2 bvo
77,4
Totaal
177
Op het parkeerterrein is ruimte voor circa 250 parkeerplaatsen. Er wordt dus voorzien in voldoende parkeerruimte.
70/71
75/910
Parkeren Woningbouw AH-locatie De huidige Albert-Heijn-locatie en bijbehorende parkeerterreinen worden ingevuld met circa 18 grondgebonden sociale huurwoningen en 12 vrije sector (koop)appartementen (zie ook figuur 2). Binnen het plan is ruimte om 34 parkeerplaatsen te realiseren. Tabel 5.2 Parkeerbehoefte AH-locatie
De totale normatieve parkeerbehoefte bedraagt 41 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden echter niet allemaal op hetzelfde moment gebruikt (bewoners en bezoekers). Wanneer de aanwezigheidspercentages uit het gemeentelijk parkeerbeleid worden toegepast op de berekende parkeerbehoefte, blijkt een werkdag in de avond maatgevend te zijn. Het aanwezigheidspercentage voor bewoners is dan 90% en voor bezoekers 80%. De parkeerbehoefte bedraagt dan 36 parkeerplaatsen. Op basis hiervan blijkt dat de parkeerbehoefte op het maatgevende moment 36 parkeerplaatsen is, wat een tekort van 2 parkeerplaatsen betekent. Parkeren Woningbouw Lidl-locatie Op de huidige Lidl locatie en het daarbij behorende parkeerterrein worden 10 grondgebonden woningen gebouwd, hierbij gaat het om sociale huurwoningen (zie ook figuur 3). Binnen het plan is ruimte om 8 parkeerplaatsen te realiseren. Tabel 5.4 Parkeerbehoefte Lidl-locatie
De totale normatieve parkeerbehoefte bedraag 14 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden echter niet allemaal op hetzelfde moment gebruikt (bewoners en bezoekers). Wanneer de aanwezigheidspercentages uit het gemeentelijk parkeerbeleid worden toegepast op de berekende parkeerbehoefte, blijkt een werkdag in de avond maatgevend te zijn. Het aanwezigheidspercentage voor bewoners is dan 90% en voor bezoekers 80%. De parkeerbehoefte bedraagt dan 13 parkeerplaatsen.
71/72
76/910
Op basis hiervan blijkt dat de parkeerbehoefte op het maatgevende moment 13 parkeerplaatsen is, wat een tekort van 5 parkeerplaatsen betekent. Op beide woningbouwlocaties is sprake van een tekort ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen. Daarom is nader parkeeronderzoek uitgevoerd om de beschikbare capaciteit in het aangrenzend openbaar gebied te onderzoeken. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 18. Uit dit onderzoek blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied mogelijkheden zijn om te voorzien in extra parkeerplaatsen of gebruik te maken van reeds bestaande parkeerplaatsen door middel van dubbelgebruik. Parkeerdrukmeting Omdat gekozen wordt om voor een deel gebruik te maken van parkeerplaatsen in de openbare ruimte, is een parkeerdrukmeting uitgevoerd om een beeld te krijgen van de huidige parkeerdruk. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 19. Uit dit onderzoek blijkt dat de bezettingsgraad in het gebied rondom de Albert Heijn de maximale bezettingsgraad op dit moment 62% bedraagt en dat er nog 23 parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor een bezettingsgraad van 90% wordt bereikt. Voor het gebied rondom de Lidl geldt een bezettingsgraad van 55%, hier zijn nog 32 parkeerplaatsen beschikbaar voor een bezettingsgraad van 90% wordt bereikt.
Hiermee zijn in de directe omgeving van de toekomstige woningen voldoende beschikbare parkeerplaatsen om het tekort van 5 parkeerplaatsen bij de Lidl-locatie en 2 parkeerplaatsen bij de AH-locatie in de openbare ruimte op te vangen.
5.8.5 Conclusie De locatie Sasse Poort en de Suikerdijk kunnen beide op een verkeersveilige en adequate wijze worden aangesloten op de Westkade in de vorm van een T-splitsing. Voor het bevoorradingsverkeer van de supermarkten wordt een aansluiting op de Suikerdijk gemaakt. Ook het vrachtverkeer van het achterliggende bedrijventerrein maakt gebruik van de Suikerdijk. Voor het bezoekende autoverkeer van de supermarkten is een T-splitsing op de Westkade mogelijk, gelegen in het midden van de parkeervoorziening. Het langzaam verkeer kan direct via de bestaande fietsvoorziening op de Westkade worden ontsloten. Aan de noordzijde wordt een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers aangelegd. In de nabijheid van de locatie is een bushalte aanwezig. Het parkeerterrein biedt ruimte voor 250 parkeerplaatsen. Dat is ruim voldoende voor de te verwachten behoefte van circa 177 parkeerplaatsen. In en om de locaties voor de woningen is voldoende capaciteit beschikbaar om te voorzien in de parkeerbehoefte voor de nieuwe woningen. Daarvan kan een deel op eigen terrein worden gerealiseerd. Daarnaast blijkt uit de parkeerdrukmeting dat in de openbare ruimte ook nog parkeerplaatsen beschikbaar zijn.
72/73
77/910
5.9
Geluid
5.9.1 Wegverkeerslawaai Zowel de beoogde nieuwbouw van woningen op de huidige Albert Heijn locatie als de beoogde nieuwbouw van woningen op de huidige Lidl locatie bevinden zich binnen de zone van de Westkade. Alle andere wegen rondom de projectlocaties hebben geen zone omdat hiervoor een maximum toegestane rijsnelheid geldt van 30 km/uur. Voor beide projectlocaties is akoestisch onderzoek uitgevoerd, deze zijn bijgevoegd in Bijlage 12 (Albert-Heijn locatie) en Bijlage 13 (Lidl locatie). Hierna worden de belangrijkste bevindingen toegelicht. Ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van 18 grondgebonden woningen en circa 12 appartementen op de AH-locatie aan de Wilhelminalaan/Zuidstraat te Sas van Gent is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de N252. Het plangebied is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur wegen Wilhelminalaan, Zusterstraat en Zuidstraat. Voor de gezoneerde weg N252 geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de woningen aan de Wilhelminalaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van deze weg op de gevels van de woningen de richtwaarde van 48 dB met maximaal 9 dB overschrijdt.
Voor het appartementenblok aan de Wilhelminalaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van de Zusterstraat op de gevels van de appartementen de richtwaarde van 48 dB met maximaal 2 dB overschrijdt. Voor de woningen aan de Zuidstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van deze weg op de gevels van de woningen de richtwaarde van 48 dB met maximaal 2 dB overschrijdt. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van circa 10 grondgebonden woningen op de Lidl-locatie aan de Tramstraat/het Schulpenpad te Sas van Gent is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de N252. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur wegen Schulpenpad, Stationsstraat en Tramstraat. Voor de gezoneerde weg N252 geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de 30 km/uur wegen Schulpenpad en Stationsstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt.
Voor de 30 km/uur weg Tramstraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de richtwaarde met maximaal 9 dB overschrijdt. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde. Conclusie Voor de gezoneerde weg N252 geldt dat de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen op de AH-Locatie of Lidl-locatie overschrijdt. Bij enkele 30 km/uur wegen ligt de geluidbelasting hoger dan de richtwaarde, voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend omdat deze niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde. Alle woningen beschikken over een geluidluwe gevel, in combinatie met een afdoende geluidwering van de gevel aan de straatzijde levert dat een goed akoestisch woon- en leefklimaat op.
73/74
78/910
5.9.2 Industrielawaai Het plangebied ligt binnen de zone van de industrieterreinen Poel- en Ghellinckpolder. Vrijwel in heel Sas van Gent is de geluidsbelasting hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). Zo ook op de locaties voor de nieuwbouwwoningen. De grenswaarde voor nieuwbouwwoningen is 55 dB(A). Deze waarde wordt nergens overschreden. Het treffen van maatregelen bij de bron (industrie) of in het overdrachtsgebied (geluidsscherm e.d.) om aan de voorkeurswaarde te voldoen stuit op stedenbouwkundige, technische of financiële bezwaren. Er zullen voor de nieuwbouwwoningen dan ook hogere waarden worden vastgesteld van 55 dB(A). 5.9.3 Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de zone van de spoorweg. Derhalve hoeft voor spoorweglawaai geen onderzoek te worden verricht. 5.9.4 Cumulatie Ten behoeve van de procedure hogere waarde dient conform artikel 110f Wgh de cumulatieve geluidbelasting te worden bepaald, indien sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of sprake is van een relevante blootstelling door verschillende geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. Conform de Wgh dienen voor de cumulatie de zoneplichtige wegen en spoorwegen en de geluidbelasting ten gevolge van industrie en/of luchtvaart meegenomen te worden.
Dit is in het onderzoek enkel de N252, ofwel de Westkade, waarbij de voorkeurswaarde op beide projectlocaties niet wordt overschreden. Hierdoor is geen sprake van cumulatie van geluidsbronnen.
5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de tabel hieronder weergegeven. Tabel 5.6 - Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof
Toetsing van
Grenswaarde
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
fijnstof (PM10)
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³
jaargemiddelde concentratie
25 µg /m³
fijnstof (PM2,5)
74/75
79/910
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. 5.10.2 Onderzoek Door de ontwikkeling van de 2 supermarkten en 40 woningen is er sprake van een toename van verkeer van 4.632 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Hierbij wordt uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 1%. In de nibm-tool (versie 28-3-2019) is 2020 als jaar van planrealisatie aangehouden.
Uit de berekening blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 3,94 µg/m³ en van fijnstof van 0,77 µg/m³ (tabel 5.7). De toename van stikstof is boven 1,2 µg/m³. Het project draagt hierdoor mogelijk in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Een toetsing aan de grenswaarden is derhalve noodzakelijk.
Tabel 5.7 - Resultaten NIBM-tool 2020 Via de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland GCN en GDN (www.geodata.rivm.nl), is bekeken hoe hoog de concentraties luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van het plangebied zijn. In tabel 5.9.2 zijn de achtergrondconcentraties ter plaatse van het plangebied weergegeven en is getoetst of in 2020 aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan. Er is uitgegaan van de hoogste achtergrondconcentratie ter plaatse.
75/76
80/910
Tabel 5.8 - Toetsing (2020) aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer Stofcategorie Maximale planbijdrage 2020 (µg/m3) volgens NIBM rekentool
Hoogste achtergrond Maximaal concentratie (µg/m3) optredende 2020 concentratie (Rijkswaterstaat) 2020(µg/m3)
Grenswaarde Wm (µg/m3)
NO2
3,94
16,63
20,57
40
PM10
0,77
20,29
21,06
40
PM2,5
0,77
13,99
14,76
25
Uit tabel 5.8 blijkt dat wanneer de maximale planbijdrage bij de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden opgeteld in 2020, er alsnog aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan ter plaatse van het plangebied. Door gebruikmaking van steeds betere technieken nemen de achtergrondconcentraties luchtverontreinigende stoffen jaarlijks af. 5.10.3 Conclusie Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling mogelijk in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Uit nader onderzoek blijkt dat de concentraties (ruim) onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer blijven. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.11 Leidingen Onderzoek en conclusie In en rondom het plangebied bevinden zich verschillende kabels en leidingen. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen planologisch relevante kabels en leidingen en niet-planologisch relevante leidingen. Planologisch relevante kabels en leidingen moeten in tegenstelling tot niet-planologisch relevante kabels en leidingen als zodanig bestemd worden in een bestemmingsplan en dit bestemmingsplan bevat regels ter bescherming van deze bestemming. De planologische relevante kabels en leidingen in het plangebied zijn: Twee gastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie die parallel lopen aan de spoorlijn, hiervan is er 1 buiten gebruik en de andere betreft een 40 bar leiding. Niet planologisch relevante kabels en leidingen zijn onder meer van: Delta Nutsbedrijven heeft kabels en leidingen lopen voor gas, water, elektriciteit en communicatie parallel aan de Westkade. Een middenspanningsleiding loopt vanaf de Westkade richting Schulpenpad / Eikenstraat en kruist het noordoostelijke deel van het plangebied. Een laagspanning- en een gasdistributieleiding lopen parallel aan de zuidkant van de Suikerdijk. KPN telecom, rayon Z/W leidingbeheer heeft verschillende telecommunicatiekabels parallel aan de Westkade lopen en ter plaatse van de woonstraten ten noorden van het plangebied. Rijkswaterstaat W.E.D.
Zeeland heeft leidingen ten behoeve van lichtmasten langs de Westkade lopen.
76/77
81/910
Bij de inrichting en realisering van het plan wordt rekening gehouden met deze kabels en leidingen.
5.12 Milieueffectrapportage Toetsingskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de betreffende activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, dient het bevoegd gezag na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.
Onderzoek en conclusie De onderhavige ontwikkeling is qua aard en omvang zodanig dat de drempelwaarden in onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet worden overschreden. Daarnaast blijkt uit voorgaande paragrafen en bijbehorende onderzoeken dat er geen negatieve milieueffecten worden verwacht wanneer de mitigerende maatregelen in acht worden genomen. Het plangebied is daarnaast niet gelegen in een kwetsbaar gebied en /of gebied met een beschermde status. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk. Het bevoegd gezag neemt een mer-beoordelingsbeslissing.
5.13 Niet-gesprongen explosieven Nieuwe supermarktlocatie Gemeente Terneuzen hanteert voor de NGE-paragraaf het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018 (zie figuur 5.15). Het noordelijk deel van het toekomstige supermarktterrein (AH en Lidl) valt in relatie tot niet-gesprongen explosieven (NGE) door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog in eerste instantie in een aangemerkt risicogebied. Volledigheidshalve, het resterende supermarktterrein is niet als NGE-risicogebied aangemerkt.
77/78
82/910
Figuur 5.15 - NGE-Risicokaart nieuwe supermarktlocatie Op Sas van Gent werden op 10 mei 1940 brisantbommen afgeworpen. Het 'tapijtbombardement', bedoeld het afwerpen van zoveel mogelijk bommen in een bepaald gebied, werd vermoedelijk uitgevoerd door een middelzware bommenwerper met afwerpmunitie van het kaliber 50 en 250 kg. Daarbij zijn zogenoemde blindgangers niet uitgesloten, doch concrete informatie voor deze locatie in Sas van Gent is niet voor handen. Tijdens de Tweede wereldoorlog was de CSM-fabriek aanwezig. Deze fabriek is eind de 20e eeuw gesloopt. Aansluitend heeft er door diverse bodemsaneringen groots grondverzet plaatsgevonden. In combinatie met voorstaande toelichting is de trefkans van niet-gesprongen explosieven daardoor relatief dan wel extra klein. Conclusie Het doen van een projectgebonden risicoanalyse is niet vereist. De NGE-risicokaart van REASeuro (2018) is voor het grondgebied van de Gemeente Terneuzen leidend. Volledigheidshalve, de provinciale NGE-kaart van 13 augustus 2013 is gebaseerd op een kleiner aantal informatiebronnen en is (daardoor) minder gedetailleerd; deze kaart heeft de bovengenoemde locatie in Sas van Gent niet als een verdachte locatie voor NGE gemarkeerd.
Huidige AH- en Lidl-locatie Gemeente Terneuzen hanteert voor de NGE-paragraaf het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018 (zie figuur 5.16). De huidige locaties van respectievelijk AH en Lidl vallen in relatie tot niet-gesprongen explosieven (NGE) door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog in eerste instantie in een aangemerkt risicogebied 78/79
83/910
Figuur 5.16 - NGE-Risicokaart huidige AH- en Lidl-locatie Op Sas van Gent werden op 10 mei 1940 brisantbommen afgeworpen. Het 'tapijtbombardement', bedoeld het afwerpen van zoveel mogelijk bommen in een bepaald gebied, werd vermoedelijk uitgevoerd door een middelzware bommenwerper met afwerpmunitie van het kaliber 50 en 250 kg. Daarbij zijn zogenoemde blindgangers niet uitgesloten, doch concrete informatie voor deze locatie in Sas van Gent is niet voor handen. Tijdens de Tweede wereldoorlog betroffen beide locaties reeds binnenstedelijk gebied, waarvan bedoelde locaties al deels of volledig bebouwd waren. De bouwdichtheid is gaandeweg toegenomen, waardoor nieuwe bebouwing is verrezen en daarbij vanzelfsprekend grondverzet is gepleegd. In combinatie met voorstaande toelichting is de trefkans van niet-gesprongen explosieven daardoor relatief dan wel extra klein. Conclusie Het doen van een projectgebonden risicoanalyse is niet vereist.De NGE-risicokaart van REASeuro (2018) is voor het grondgebied van de Gemeente Terneuzen leidend. Volledigheidshalve, de provinciale NGE-kaart van 13 augustus 2013 is gebaseerd op een kleiner aantal informatiebronnen en is (daardoor) minder gedetailleerd; deze kaart heeft de bovengenoemde locatie in Sas van Gent niet als een verdachte locatie voor NGE gemarkeerd.
79/80
84/910
80/81
85/910
Hoofdstuk 6 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voorbereiding
In het kader van de voorbereiding op het bestemmingsplan en de ontwikkeling van de plannen is een traject van participatie gestart om de bewoners en bedrijven in Sas van Gent te informeren over de ontwikkeling van Sasse Poort. Er is hierbij 14 oktober een presentatie gepubliceerd op de projectwebsite van Sasse Poort (www.terneuzen.nl/sassepoort). Tijdens deze avond en ook in de dagen daarna zijn belangstellenden in de gelegenheid gesteld om vragen en opmerkingen te sturen naar de gemeente. Daarnaast zijn nieuwsbrieven verspreid over het project en is aandacht besteed aan het project via diverse social media kanalen. In deze periode zijn verschillende vragen binnengekomen. Deze vragen zijn beantwoord en op de website opgenomen. Daarna is het plan verder uitgewerkt.
6.2
Inspraak en overleg
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 24 december 2020, 6 weken ter inzage gelegen. Tevens heeft op 12 januari een digitale informatieavond plaatsgevonden. Tijdens de periode van terinzagelegging heeft de gemeente 4 inspraakreacties en 3 overlegreacties ontvangen. De ingekomen reacties zijn waar mogelijk en nodig verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Hierna is een samenvatting van de reacties opgenomen. Inspraakreacties Inspraakreactie 1: Samenvatting In de bestemming Verkeer is een mogelijkheid opgenomen voor reclamemasten. De inspreker vraagt of er een reclamemast geplaatst wordt bij de garageboxen aan het Schulpenpad. De inspreker merkt op dat voor de huidige winkellocaties geen bodemonderzoek in het bestemmingsplan is opgenomen. Hij vraagt hoe het gesteld is met de kwaliteit van de bodem en het grondwater. Ook vraagt hij of een bodemsanering nodig is. De inspreker geeft aan dat op het akoestisch onderzoek in bijlage 10 'concept' staat. Hij vraagt of het dat ook nog is. Antwoord Er komt geen reclamemast bij de garageboxen. Deze bepaling wordt uit de bestemming verkeer verwijderd.
81/82
86/910
Zowel voor de huidige locatie van Albert-Heijn als voor de locatie van Lidl is bodemonderzoek uitgevoerd. Het recente onderzoek voor de Albert-Heijn locatie zat al bij het voorontwerpbestemmingsplan. De gemeente beschikte al over bodemonderzoeken voor de Lidl locatie, dit is nader beschreven in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Op de Albert-Heijn locatie zijn drie plekken aangetroffen die moeten worden gesaneerd. Voor de rest van de huidige winkellocaties is de bodemkwaliteit voldoende voor de nieuwe functie. Voor de nieuwe locatie van de AH en de Lidl zijn ook bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze zijn benoemd in paragraaf 5.2. Geconstateerde vervuilingen zijn deels al verwijderd en mogen deels achterblijven voor zover niet wordt vergraven, de deklaag de huidige grondlaag/afdekking in stand wordt gehouden en de locatie een verkeers- of groenbestemming krijgt. Anders zijn sanerende maatregelen in de vorm van ontgraven en/of afdekken (met verharding) nodig. Het akoestisch onderzoek in Bijlage 11 is definitief, de vermelding van de status wordt aangepast. Inspraakreactie 2: Samenvatting De woningen Tramstraat 10 tot en met 18 zijn gesloopt. In het Masterplan Sas van Gent is opgenomen dat op deze plek een aantal nieuwe woningen gebouwd wordt. De inspreker vraagt waarom de 4 woningen aan de zuidzijde van de Tramstraat een afzonderlijk project zijn.
Antwoord Deze woningen zijn al mogelijk in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast zijn de woningen onderdeel van een vervangingsproject van de woningcorporatie, dat los staat van het project Sasse Poort. Daarom is het niet nodig ze in dit nieuwe bestemmingsplan op te nemen. De bouw van deze woningen gaat wel gelijk op met de uitvoering van het project Sasse Poort. Inspraakreactie 3: Samenvatting De inspreker heeft een bakkerij aan de Stationsstraat 15. De inspreker vraagt aandacht voor de belangen van het bedrijf, de bedrijfsvoering mag niet beperkt worden door de komst van woningen op de aangrenzende percelen. Daarnaast vraagt de inspreker aandacht voor de verkeersafwikkeling en voor het behoud van voldoende parkeergelegenheid ter plaatse. Antwoord Naar aanleiding van deze inspraakreactie zijn de initiatiefnemer en de gemeente in overleg gegaan met de inspreker. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd om nauwkeurig te bepalen wat de huidige milieuruimte van het bedrijf is. Ook zijn geluidwerende maatregelen verkend om ervoor te zorgen dat enerzijds de bakkerij niet in zijn mogelijkheden beperkt wordt en anderzijds er bij de nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Bij het uitwerken van de nieuwe verbinding tussen het centrum en de supermarktlocatie wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling.
Tevens worden het bedrijf en de buurtbewoners betrokken bij het ontwerp van de nieuwe openbare ruimte. Op die manier kunnen zij hun ideeën over een goede inrichting inbrengen.
82/83
87/910
Door het maken van de nieuwe verbinding verdwijnen er enkele parkeerplaatsen De breedte van de te slopen panden bedraagt circa 13 meter. Met een standaardlengte van langsparkeervakken van 6 meter zullen er daardoor circa twee parkeerplaatsen vervallen. Anderzijds valt door de sloop en het wegnemen van de bestemming Gemengd ook een deel van de daarbij behorende parkeervraag weg. Inspraakreactie 4: Samenvatting De inspreker woont in de Tramstraat. Hij verwacht dat door de verplaatsing van de supermarkten het verkeer in de Tramstraat zal toenemen. Een aanzienlijk deel van de bezoekers van de supermarkten is afkomstig uit België en komt vanaf de westzijde naar Sas van Gent. Nu is dat verkeer verdeeld over het centrum naar beide winkellocaties, straks zal het bezoekersverkeer gericht zijn op de nieuwe locatie aan de Westkade. De inspreker verwacht dat een groot deel van dit verkeer door de Tramstraat zal komen. Hij vraagt aandacht voor een toename van wegverkeerslawaai die hiermee gepaard gaat en hij vraagt aandacht voor de verkeersveiligheid in de Tramstraat. Antwoord De Tramstraat is een 30 kilometerweg in de kern van Sas van Gent. Volgens het verkeersmodel met een lage intensiteit van 900 mvt per etmaal. In de Tramstraat verdwijnt de Lidl. Dit zal een verlaging van de intensiteiten tot gevolg hebben in deze straat. Ook de AH, gelegen aan de Wilhelminalaan verdwijnt uit de kern.
Een deel uit de kern Sas van Gent, kan de Tramstraat gebruiken als toegangsweg richting de nieuwe locatie. Er zijn hiervoor meerdere wegen geschikt. Voor een erftoegangsweg is conform Duurzaam Veilig een maximale capaciteit mogelijk van 5000 mvt per etmaal. Gezien de structuur van Sas van Gent, de toevoeging van een langzaam verkeerroute en het uitplaatsen van de twee supermarkten, zullen de intensiteiten in de kern niet toenemen. Een toename van de intensiteiten in de Tramstraat is mogelijk, maar zal naar verwachting niet meer worden dan 1800mvt per etmaal. Deze aantallen blijven nog ver onder het maximaal toegestane. Gezien de inrichting van de straat, zijn aanvullende maatregelen mogelijk. Belangrijke voorwaarde voor de aanleg van snelheidsremmende voorzieningen, is het draagvlak onder de bewoners. Uitgaande van 900 motorvoertuigen per dag nu en maximaal 1800 motorvoertuigen per dag straks (worst case), berekent de gemeente een geluidsbelasting op deze woning aan de Tramstraat ten westen van het Schulpenpad van 55 dB nu en 58 dB straks. Een dergelijke toename is licht hoorbaar. De Wet geluidhinder stelt aan de weg geen geluidnormen. Dat komt omdat de maximaal toegestane rijsnelheid op de Tramstaat lager is dan 35 km/uur. Normen gelden pas vanaf een rijsnelheid van 35 km/uur of meer.
Wel is het gebruikelijk om de normen uit de Wet geluidhinder te hanteren als richtwaarde in de beoordeling of hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de Wet geluidhinder geldt 48 dB als voorkeurswaarde en 63 dB als grenswaarde. Een geluidsbelasting van 55 dB nu en 58 dB straks ligt tussen deze waarden in. Dit, in combinatie met het feit dat de achtergevel van de woning geluidsluw is, vindt de gemeente dit een alleszins acceptabele situatie. Er is sprake van een redelijk woon- en leefklimaat. Bij het uitwerken van de nieuwe verbinding tussen het centrum en de supermarktlocatie wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling in het omliggende gebied (waaronder de Tramstraat). Tevens worden de buurtbewoners betrokken bij het ontwerp van de nieuwe openbare ruimte. Op die manier kunnen zij hun ideeën over een goede inrichting inbrengen.
83/84
88/910
Overlegreacties Waterschap Scheldestromen Op een aantal punten geeft de watertoetstabel nog te weinig informatie over de ontwikkeling. In de reactie van het waterschap zijn een aantal aandachtspunten aangegeven Veiligheid waterkeringen Hier dient nog te worden aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterkering langs het Kanaal Gent-Terneuzen. Voor zover dit nog niet gebeurd is moeten de waterkeringsaspecten worden kortgesloten met Rijkswaterstaat. Voorkomen overlast door oppervlaktewater Aangeven hoe wordt omgegaan met het hemelwater van de verharde oppervlakken van daken en terreinverhardingen in de huidige situatie en in de toekomstige situatie. Niet alleen voor de winkellocatie, ook voor de toekomstige woningbouwlocaties. Aangeven dat het hemelwater van de winkellocatie via een gemaal wordt geloosd op het kanaal Gent-Terneuzen, verder aangeven dat het definitieve inrichtingsplan voor de drie locatie met bijbehorend waterhuishoudings/rioleringsplan nog wordt afgestemd met het waterschap. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Hier ook aangeven hoe omgegaan wordt met de vuilwaterafvoer. Grondwaterkwantiteit en verdroging Hier aangeven wat de gevolgen zijn van het plan voor dit thema. Oppervlaktewaterkwaliteit Niet alleen de gevolgen voor de winkellocatie aangeven ook voor de woningbouwlocaties.
Het waterschap verzoekt om de aangepaste waterparagraaf en -tabel voordat deze wordt opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan voorafgaand voor te leggen aan het waterschap. Antwoord De watertoetstabel is aangevuld met de gevraagde informatie. Voorafgaand aan de publicatie is deze voorgelegd aan het waterschap.
Provincie Zeeland Soortenbescherming De conclusies uit de ecologische quickscan worden door de provincie onderschreven. Voor de locatie wordt aangegeven dat het ecologisch onderzoek wordt uitgevoerd zodra het inrichtingsplan gereed is. De provincie geeft aan dat voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan de resultaten bekend dienen te zijn, zodat voldoende aannemelijk gemaakt kan worden dat de Wnb zich niet verzet tegen de uitvoerbaarheid van het plan
84/85
89/910
Stikstof Voor het bepalen van de stikstofdepositie is een AERIUS-berekening verplicht. In het geval de invulling van het plan nog niet vaststaat moet worden uitgegaan van een worstcase-scenario, zowel in omvang, bouwwijze als fasering. De stikstofberekeningen dienen te worden aangevuld met de ontbrekende onderdelen. Antwoord Het aanvullend ecologisch onderzoek voor de winkellocatie is uitgevoerd. De resultaten hiervoor zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het nader onderzoek wordt momenteel uitgevoerd. In het kader van de bouwfase wordt vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering hier op aangesloten. Dit houdt in dat de bouwfase wordt uitgezonderd van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb. Dit is ook opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Veiligheidsregio Zeeland In het kader van het vooroverleg met de veiligheidsregio Zeeland is overleg geweest tussen initiatiefnemers, de gemeente en de veiligheidsregio. Op basis van dit overleg is door de veiligheidsregio een adviesmemo opgesteld. Deze memo is opgenomen in Bijlage 20. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met de adviezen van de veiligheidsregio, onder andere door het toepassen van centraal uitschakelbare mechanische ventilatie en door het aanleggen van een greppel tussen de Westkade en het winkelgebied (als bescherming tegen een eventuele plasbrand).