2021-09-22 a. bestemmingsplan Axel, Buitenweg, 2de fase - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Figuur 4.9: Uitsnede professionele risicokaart met het plangebied rood omcirkelt. Ten noorden van het plangebied is de risicovolle inrichting Lehnkering Chemical Transport BV gelegen. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt 1.400 m. Het plangebied ligt op een afstand van ruim 500 m van het bedrijf. Het groepsrisico ligt onder de oriënterende waarde. De bijdrage van de ontwikkeling in het plangebied voor het groepsrisico wordt ten opzichte van de bijdrage van de kern Axel verwaarloosbaar klein geacht. De
33/585
41/600
ontwikkeling zorgt in geen geval voor een toename van meer dan 10% van het groepsrisico; conform het beleid van de gemeente Terneuzen is daarom ook geen verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. 4.7.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.8
Kabels en leidingen
4.8.1 Beleid / toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Planologisch relevante leidingen zijn: hoogspanningsleidingen en -verbindingen van 50 kV en hoger die geen deel uitmaken van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet milieubeheer; buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is; 4.8.2 Toetsing en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.9
Ecologie
4.9.1 Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
34/585
42/600
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. In Zeeland heet dit het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.
Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen.
Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming provincie Zeeland In de provincie Zeeland wordt in het kader van ruimtelijk inrichting of ontwikkeling vrijstelling verleend ten aanzien van soorten uit bijlage IV bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn,
35/585
43/600
huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. 4.9.2 Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 8,0 km en betreft het gebied 'Canisvliet'. Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van het NatuurNetwerk Zeeland ligt op circa 350 m afstand. Zie figuur 4.10 en 4.11. Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten.
Figuur 4.10 Locatie beoogde ontwikkeling (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: https://calculator.aerius.nl/calculator)
36/585
44/600
Figuur 4.11 Ligging plangebied (rood omcirkeld) t.o.v. NNZ (bron: geo-loket provincie Zeeland) Om te bepalen of er door de ontwikkeling van de 42 woningen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden is in AERIUS Calculator een berekening gemaakt (bijlage 6). Uit berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De uitkomsten van de berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht. Soortenbescherming De huidige ecologische waarden zijn vastgesteld aan de hand van foto's van het plangebied en algemene ecologische kennis. Het plangebied bestaat uit een braakliggend terrein dat regelmatig gemaaid wordt. Dit gebied kan gebruikt worden als leefgebied door algemene soorten als veldmuis en egel. Er is geen ontheffing nodig voor deze algemeen voorkomende soorten omdat hiervoor in provincie Zeeland een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. In de regio zijn waarnemingen van de rugstreeppad bekend ten westen van de N62 en ten noorden bij Zaamslag op tenminste 3 kilometer afstand van het plangebied.
Gezien plangebied niet bestaat uit zandgronden en de ligging in de bebouwde kom, worden deze hier niet verwacht. Aangezien de ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten op beschermde soorten, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun
37/585
45/600
leefomgeving. Tijdens de werkzaamheden dient daarnaast rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron: website vogelbescherming). Gezien de bovenstaande conclusies staat de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van soortenbescherming, met inachtneming van de voorgestelde maatregelen, de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.9.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. De ontwikkeling leidt evenmin tot negatieve effecten op beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.10 Bedrijven en milieuhinder 4.10.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Bij een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. 4.10.2 Toetsing In de omgeving van het projectgebied Buitenweg zijn de volgende bedrijven gevestigd: Dierenkliniek Axel aan de Oude Spoorbaan 2; groothandelsbedrijf Jongeneel aan de Buitenweg 15; Haak Keukens aan de Buitenweg 25; garagebedrijf Roelse aan de Nieuwendijk 1; loonbedrijf Fa.
Dieleman aan de Noordpolderstraat 7; garagebedrijf De Keizer aan de Noordpolderstraat 9;
38/585
46/600
garagebedrijf Sanchez aan de Noordpolderstraat 9a; Koster B.V. aan de Buitenweg 22; Luteijn Machines & Marine Engine's aan de Van Halewijnstraat / Van Gistellelaan- Crijnssenstraat. Voor de bedrijven aan de Nieuwendijk en Noordpolderstraat, het bedrijf Koster aan de Buitenweg en Dierenkliniek Axel zijn er, gelet op de afstand tot de locatie, geen knelpunten te verwachten. Gelet op de afstand tot het projectgebied, is het voor de bedrijven Jongeneel, Haak Keukens en Luteijn Machines & Marine Engine's noodzakelijk om de milieuconsequenties in relatie tot de voorgenomen woningbouwlocatie Buitenweg nader te onderzoeken. Milieuzonering op grond van het vigerende bestemmingsplan Axel Op het in figuur 4.12 opgenomen fragment van de geldende beheersverordening Axel (vastgesteld in 2016) zijn de bedrijven Jongeneel en Haak Keukens aangegeven. Het groothandelsbedrijf Jongeneel is gevestigd op perceel 1 en het keukenbedrijf op perceel 2. In het genoemde bestemmingsplan zijn de twee percelen bestemd tot Bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten(SvB) met een subbestemming 'groothandel in hout'. Het bedrijf Luteijn Machines & Marine Engine's (perceel 3) is bestemd tot Bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten SvB) met een subbestemming 'machine- en scheepsreparatie'.
Voor bedrijven uit categorie 2 van de SvB geldt dat dit bedrijfstypen c.q. bedrijfsactiviteiten zijn die gelet op hun aard en invloed op de omgeving toelaatbaar zijn tussen of onmiddellijk naast woonbebouwing, echter alleen in gebieden met gemengde functies.
Figuur 4.12 Uitsnedes beheersverordening Axel Planregeling percelen 1 + 2 (Buitenweg 15 en 25) Ingevolge de subbestemming 'groothandel in hout', is op deze locaties een groothandel in hout toegestaan, voor zover deze activiteit behoort tot categorie 3.1. van de in dat plan opgenomen SvB. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan Axel zijn de bedrijfsactiviteiten voor wat betreft de groothandel in hout, gelet op de
39/585
47/600
aard en de invloed ervan op de omgeving, voor wat betreft hun ruimtelijke uitstraling gelijkgesteld aan die van bedrijven uit milieucategorie 2. Planregeling perceel 3 (Van Halewijnstraat / Van Gistellelaan-Crijnssenstraat) Ingevolge de subbestemming ''machine- en scheepsreparatie' is op deze locatie een machine- en scheepsreparatiebedrijf toegestaan, voor zover deze activiteit behoort tot categorie 3.2. van de in dat plan opgenomen SvB. De bedrijfslocatie ligt na sanering van alle bedrijven in de omgeving en woningbouw te midden van een rustige woonwijk. Omdat het hier gaat om een gegroeide situatie, die aan alle kanten reeds met woningen wordt omgeven, gelden er voor het bedrijf Luteijn Machines & Marine Engine's in de huidige situatie al aanzienlijke beperkingen op grond van de milieuwetgeving als het gaat om uitbreidingsmogelijkheden. De huidige bedrijfsactiviteiten zijn gelet op de aard en de invloed op de omgeving vergelijkbaar met die van een bedrijf behorende tot milieucategorie 2. Omgevingstype Uit het voorgaande blijkt dat voor de beoordeling van woningbouw ten opzichte van bedrijven uit categorie 2 van de SvB het omgevingstype van belang is. Gelet op de ruimtelijke en functionele situatie kan het gebied waarin de bedrijfspercelen Buitenweg 15 en 25 liggen, worden aangemerkt als een gebied met gemengde functies.
Van een omgevingstype "rustige woonwijk" is in ieder geval aan de zijde van de Buitenweg geen sprake. De Buitenweg maakt namelijk deel uit van de hoofdwegenstructuur in de kern. De verkeersintensiteit op deze weg is relatief hoog (circa 4.000 mtv/etmaal). Milieubeoordeling Groothandelsbedrijf Jongeneel. Eind 2007/begin 2008 heeft het bedrijf Jongeneel de bedrijfsactiviteiten overgenomen van het groothandelsbedrijf Haak B.V. Naar aanleiding hiervan is op 15 februari 2008 de melding in het kader van het Activiteitenbesluit van de groothandel Haak B.V. omgezet in een melding van groothandel Jongeneel. De op het perceel aanwezige loods wordt nog (af en toe) gebruikt voor opslag. Op het perceel vinden geen groothandelsactiviteiten in hout meer plaats. De huidige opslag kan worden aangemerkt als een bedrijfsactiviteit uit categorie 2 van de SvB. Op grond hiervan gelden er geen planologische belemmeringen voor de beoogde woningbouw in de omgeving van het bedrijf. Voor de toetsing aan dit aspect wordt echter uitgegaan van een situatie met de groothandel. Op basis van de staat van bedrijfsactiviteiten wordt voor een groothandel in hout en bouwmaterialen met een b.o. van meer dan 2.000 m² richtafstand van 10 meter voor stof en gevaar en 50 meter voor geluid gehanteerd.
De dichtstbijzijnde woning van onderliggende ontwikkeling wordt geprojecteerd op ruim 55 meter van het bouwvlak van Groothandelsbedrijf Jongeneel en daarmee buiten de richtafstand van het bedrijf. Er gelden dan ook geen belemmeringen voor de beoogde woningbouw en het bedrijf wordt ook niet belemmerd door de nieuwe woningen. Zoals hiervoor benoemd zijn de huidige bedrijfsactiviteiten gelet op de aard en de invloed op de omgeving vergelijkbaar met die van een bedrijf behorende tot milieucategorie 2. Milieubeoordeling Haak Keukens B.V. Dit bedrijf beschikt over een showroom in keukens. Verkoop van keukens aan particulieren is de belangrijkste activiteit. De detailhandelsactiviteiten hebben geen directe relatie (meer) met de groothandelsactiviteiten op
40/585
48/600
het perceel Buitenweg 15 (perceel 1). De zelfstandige detailhandelsactiviteiten zijn planologisch niet geregeld in het bestemmingsplan Axel. Op grond van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' geldt voor nieuwe woningbouw naast detailhandel een aan te houden afstand van 10 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Voor de uitoefening van de detailhandel geldt net als voor het hiervoor genoemd bedrijf Jongeneel een meldingsplicht op grond van het Activiteitenbesluit. Gezien de afstand van het bedrijf tot de bestaande en geprojecteerde woningen (65 meter) gelden er geen belemmeringen voor woningbouw. Het omgekeerde is evenmin het geval: het bedrijf wordt niet belemmerd door de nieuwe woningen. Milieubeoordeling Luteijn Machines & Marine Engine's Dit bedrijf ligt aan de overzijde van de Van Halewijnstraat / Van Gistellelaan. Tot 11 april 2008 rustten op de inrichting een revisievergunning van 25 mei 1996 en twee 8:19 Wm-meldingen. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit vallen de activiteiten van het bedrijf geheel onder dit besluit. De activiteiten van het bedrijf omvatten het plaatsen en repareren van scheepsmotoren, reparatie van scheepsbenodigdheden en reparatie aan pleziervaartuigen. De nieuwe in het kader van het voorliggende bestemmingsplan Axel, Buitenweg 2de fase geprojecteerde geluidsgevoelige objecten (i.c.
woningen) liggen niet op een kortere afstand dan de bestaande geluidsgevoelige objecten aan de Van Gistelleaan, waardoor het bedrijf al beperkt is in de bedrijfsvoering. De Raad van State heeft in 2011 echter geoordeeld dat niet op voorhand duidelijk is dat het bedrijf geen geluidoverlast zal veroorzaken voor de bewoners van de dichtst bij het bedrijf voorziene woningen. Daarom is destijds besloten om de bestemming 'Woondoeleinden' binnen de richtafstand van Luteijn Machines & Marine Engine's te vernietigen. De richtafstand van het bedrijf tot geluidsgevoelige objecten (i.c. woningen) is op basis van de staat van bedrijfsactiviteiten 100 meter. De nieuwe woningen in voorliggend bestemmingsplan worden buiten deze richtafstand geprojecteerd, op ruim 100 meter van het bouwvlak van het bedrijf. Hierdoor gelden er geen belemmeringen voor woningbouw. Het omgekeerde is ook het geval: het bedrijf wordt niet belemmerd door de nieuwe woningen. 4.10.3 Conclusie Ter plaatse van de woningen is een goed woon- en leefklimaat, zorgt de ontwikkeling van de woningen ter plaatse niet voor belemmering van de ontwikkelmogelijkheden van omliggende bedrijven. Dit staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
4.11 Water 4.11.1 Beleidskader Ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling dient een watertoets met het waterschap overlegd te worden. Bij de watertoets gaat het om allerlei waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. De waterparagraaf wordt voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen. De opmerkingen worden in deze paragraaf verwerkt. Bij het Waterschap Scheldestromen wordt voor de watertoets een watertoetstabel gebruikt. In deze tabel
41/585
49/600
(bijlage 7) zijn de hiervoor genoemde aspecten verwerkt. Deze tabel is ingevuld voor de beoogde ontwikkeling. 4.11.2 Toetsing In het kader van het geldende bestemmingsplan Buitenweg is een watertoets uitgevoerd voor de ontwikkeling van de totale ontwikkeling van Buitenweg. De ontwikkeling van onderliggend plangebied is hier onderdeel van, hetzij met een iets andere stedenbouwkundige configuratie. Om de toename van het oppervlak verharding wordt een nieuwe singel gerealiseerd. Hemelwater wordt op deze singel afgevoerd. Hiervoor is 909 m² waterberging beschikbaar. Dit is ruim voldoende om aan de waterbergingsopgave van 191 m² te voldoen. 4.11.3 Conclusie Het aspect water staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.12 Niet gesprongen explosieven
4.12.1 Toetsing Gemeente Terneuzen hanteert voor de NGE-paragraaf het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018. De locatie valt volgens deze kaart in een voor NGE aangemerkt risicogebied: tijdens de bevrijding hebben in september 1944 hevige grondgevechten en artilleriebeschietingen plaatsgevonden, namelijk bij het verdrijven van Duitse soldaten uit Axel in de opmars richting Terneuzen en Zaamslag door Poolse eenheden. Op basis daarvan is sprake van een NGE-risicolocatie door mogelijk achtergebleven klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie afkomstig van grondartillerie. Vooral in bebouwd gebied en in de omgeving van bebouwd gebied hebben door de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) munitieruimingen plaatsgevonden. Voorts is door diverse grootse bodemsaneringswerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van 'Plan Buitenweg' dusdanig grondverzet gepleegd, dat de trefkans van munitie klein(er) is geworden. Met betrekking tot het plangebied is niet langer sprake van een aanmerkelijk verhoogde kans op de aanwezigheid van NGE. Dit betekent dat niet langer sprake is van een risicolocatie voor NGE, waardoor een projectgeboden risicoanalyse redelijkerwijs niet (meer) wordt geëist. 4.12.2 Conclusie Er is geen vervolgonderzoek naar niet-gesprongen explosieven noodzakelijk.
42/585
50/600
50/585
51/600
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Wettelijk kader
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke standaardregels voor de bestemmingsplannen zijn van belang voor bestemmingsplannen.
5.2
Opzet van de bestemmingsregeling
5.2.1 Verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Op de verbeelding wordt met bestemmingen en aanduidingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er ten behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd. Op de analoge verbeelding worden de bestemmingen door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'W' voor 'Wonen'. Met aanduidingen kan het gebruik nader worden gespecificeerd en het bouwen worden gereguleerd. 5.2.2 Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. In hoofdstuk 1 (Inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In hoofdstuk 2 (Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven.
Hoofdstuk 3 (Algemene regels) bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing). Hoofdstuk 4 (Overgangs- en slotregels) ten slotte bevat het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook bij de opstelling van een bestemming (Hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
43/585
52/600
Verder is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling. Tot slot dienen de regels zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regels van andere bestemmingsplannen binnen de gemeente Terneuzen. 5.2.3 Gehanteerde bestemmingen Artikel 3 Groen Binnen de bestemming groen kan de singel en omliggende groene inrichting worden gerealiseerd. Binnen deze bestemming zijn ook ondergeschikte voorzieningen als parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen en voorzieningen van openbaar nut als afvalophaalvoorzieningen toegestaan. Artikel 4 Verkeer De wegen, straten, parkeervoorzieningen en fiets- en voetpaden in het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Binnen deze bestemming is het mogelijk een gebouw voor nuts voorzieningen met een oppervlak van ten hoogste 15 m2 op te richten. Artikel 5 Wonen Op de voor Wonen aangewezen gronden mogen maximaal 42 grondgebonden woningen en bijbehorende voorzieningen worden gerealiseerd. Woningen mogen binnen de bouwvlakken gebouwd worden, de maximale goot- en bouwhoogte is door middel van een maatvoeringsaanduiding bepaald.
5.2.4
Algemene regels
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Artikel 7 Algemene bouwregels Dit artikel bevat één lid. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel is het strijdig gebruik vermeld. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Doormiddel van de aan deze aanduiding gekoppelde bouwregels wordt de werking van de cultuurhistorische Clinkemolen beschermd. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels
44/585
53/600
Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene afwijkingsregel opgenomen. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze bepaling gaat verder dan die van artikel 13. Vandaar dat hier altijd een wijziging voor nodig is van burgemeester en wethouders. Overigens geldt ook hier dat deze bepalingen als algemene regel gelden voor alle bestemmingen. Artikel 12 Overige regels In dit artikel wordt verwezen naar de 'werking wettelijke regeling' waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het Staatsblad. Ook is in dit artikel een parkeerregeling opgenomen. 5.2.5 Overgangs- en slotregel In artikel 13 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. Artikel 14 bevat de slotregel van het bestemmingsplan.
45/585
54/600
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling daarvan is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vast moet stellen voor gronden waarop een bij Algemene Maatregel van Bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij drie ruimtelijke besluiten kan het nodig zijn om een exploitatieplan vast te stellen, namelijk bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of een omgevingsvergunning met afwijking. Om daadwerkelijk na te kunnen gaan of een exploitatieplan noodzakelijk is, dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
In dit artikel is omschreven om welke bouwplannen het gaat, namelijk: de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² bvo of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bvo bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bvo. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is. Tussen de gemeente en initiatiefnemer is voor deze ontwikkeling een anterieure overeenkomst afgesloten waarin onder meer het kostenverhaal en eventuele planschade zijn geregeld. Een exploitatieplan is om deze reden niet noodzakelijk. Voor de aankoop, planontwikkeling en uitvoering zijn door de initiatiefnemer voldoende middelen gereserveerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept-ontwerpbestemmingsplan op 21 oktober 2020 toegezonden aan de diverse overleginstanties.
46/585
55/600
Provincie Zeeland In een brief d.d. 25 november 2020 heeft de provincie Zeeland meegedeeld dat in de toelichting van het bestemmingsplan niet is ingegaan op de huidige overcapaciteit van woningen in de gemeente Terneuzen en waarom dit plan aansluit bij de 'Kwalitatief gewenste woningbouwplannen' zoals deze zijn geformuleerd in hoofdstuk 5 van het Plan van aanpak zoals dat is vastgesteld. Naar aanleiding van deze reactie is paragraaf 3.1.2 van deze toelichting aangevuld. 6.2.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 18 februari 2021 tot en met 31 maart 2021 ter inzage gelegen voor de vaststellingsprocedure (terinzagelegging op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze terinzagelegging zijn 2 schriftelijke zienswijzen kenbaar gemaakt. Een samenvatting en beantwoording van deze zienswijzen is ogpenomen in de Antwoordnota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen (bijlage 8). Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn aanpassingen gedaan in : Paragraaf 3.1.2. Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Paragraaf 4.2 Verkeer en Parkeren Paragraaf 6.2.1 Vooroverleg De zienswijzen leiden niet tot aanpassingen in het juridisch bindende deel (regels en plankaart) van het bestemmingsplan. 6.2.3 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd.
Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
47/585
56/600
48/585
57/600
Bijlagen bij de toelichting
49/585
58/600
50/585
59/600
Bijlage 1
51/585
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
60/600
50/585
61/600
AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING Buitenweg 2e fase Axel 21 december 2020
1/23
62/600
2/23
DATUM KENMERK
21 december 2020 _
PROJECT PROJECTLEIDER
Buitenweg 2e Fase ir. C.A. Louws
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Woongoed Zeeuws Vlaanderen 20190712
AUTEUR STATUS
Mink Enthoven Definitief
63/600
INHOUD 1.
2.
3.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer
5 5 5
Plaats en kenmerken van het project
7
2.1 2.2 2.3
Plaats van het project Kenmerken van het project Cumulatie met andere projecten
7 10 11
Kenmerken van de milieueffecten
13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
13 13 13 14 14 15 15 15 16
Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen
4. Conclusie Bijlagen
17 19
Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek inrichtingslawaai Bijlage 3 – Actualiserend bodemonderzoek Bijlage 4 – Stikstofberekening 4.1 Paragraaf 4.1.1 Sub paragraaf
3/23
19 20 21 23 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
64/600
4/23
65/600
1. INLEIDING
1.1 Aanleiding Woongoed Zeeuws Vlaanderen is voornemens op de locatie aan de Buitenweg in Axel woningbouw te realiseren. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplannen ‘Buitenweg’ , vastgesteld op 6 juli 2010. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsoppervlakte van 200.000 m2 of meer bezit. De beoogde ontwikkeling betreft 48 woningen en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.
1.2 Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.
5/23
66/600
6/23
67/600
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT
2.1 Plaats van het project Het plangebied grenst aan de zuidrand aan de Buitenweg en aan de noordzijde aan de Oude Spoorbaan. Aan de oostzijde begrenst het Pitplein en aanliggende bebouwing het plangebied. De westzijde grenst aan de Ingelandenlaan. Het gebied rondom het plangebied is gemengd. Rondom het plangebied zijn veel woningen aanwezig, maar daarnaast zijn er ook andere functies te vinden. Aan de zuidkant ligt een scheepsreparatiebedrijf en een sporthal. Ten westen liggen een aantal bedrijfsloodsen en is detailhandel aanwezig. Ten noorden van het plangebied liggen woningen en begint een akker.
Figuur 2.1: Ligging plangebied. (bron: Luchtfoto Kadaster Nederland)
7/23
68/600
Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Op basis van het 'stroomschema onderzoeksplicht archeologie' is onderzoek noodzakelijk bij een verstoring vanaf 500m² bij toepassing van de vrijstellingsdiepte. Op grond van de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente maakt het gebied onderdeel uit van een gebied dat ontwikkelt kan worden, maar waarbij rekening gehouden dient te worden met de zichtbaarheid van de Staats-Spaanse linies en de historische spoorlijn. De ontwikkeling bestaat uit het afronden van een kleinschalige woonbuurt binnen het bestaande stedelijk weefsel van Axel. Doordat de ontwikkeling binnen het bestaande stedelijk weefsel, op braak liggende grond gebeurt, verminderd dit de zichtbaarheid van deze cultuurhistorisch waardevolle elementen niet. Er zijn verder geen cultuurhistorische elementen zoals monumenten aanwezig in/of in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen Natura 2000-gebied (figuur 2.3). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 9,3 km en betreft het gebied ‘Vogelkreek’. Het plangebied is eveneens niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (figuur 2.4). Verder is het project niet gelegen binnen waterwin-, stilte, grondwaterbeschermings- en/of milieubeschermingsgebieden (figuur 2.5).
Figuur 2.3: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied. (bron: Provincie Zeeland)
8/23
69/600
Figuur 2.4: Ligging plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (NNN). (bron: Provincie Zeeland)
Figuur 2.5: Ligging plangebied ten opzichte van waterwin-, stilte-, grondwaterbeschermings- en milieubeschermingsgebieden. (bron: Provincie Zeeland)
9/23
70/600
2.2 Kenmerken van het project Binnen het plangebied worden in totaal 48 woningen gerealiseerd. Er zijn 4 verschillende typen woningen voorzien (zie figuur 2.6): 6 bungalows (paars) 2 twee-onder-één-kap woningen (rood) 15 rijwoningen één bouwlaag + kap (blauw) 19 rijwoningen twee bouwlagen + kap (oranje) De woningen worden in 3 blokken gerealiseerd, van elkaar gescheiden door nieuwe ontsluitingswegen en een waterlichaam geflankeerd door groen. Een aantal woningen heeft een garage en parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarnaast worden in de openbare ruimte voldoende parkeerplaatsen voorzien om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien.
Figuur 2.6: Inrichting plangebied.
Ontsluiting De locatie is ontsloten op de Buitenweg/Van Gistellaan in het zuiden en op de Oude Spoorbaan ten noorden van het plangebied. Verkeer en parkeren Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekening blijkt dat de totale extra verkeersgeneratie maximaal 308 mvt/etmaal bedraagt.
10/23
71/600
Aan de hand van de parkeernormen voor de gemeente Terneuzen is de parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt. Er geldt een parkeerbehoefte van 68 parkeerplaatsen.
2.3 Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er redelijkerwijs geen te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
11/23
72/600
12/23
73/600
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.
3.1 Verkeer en parkeren Verkeer en ontsluiting De toename aan verkeersgeneratie bedraagt maximaal 308 mvt/etmaal. Dit betreft een geringe verkeersgeneratie. De bestaande infrastructuur in de omgeving zal het extra verkeer zonder problemen kunnen afwikkelen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Parkeren De parkeerbehoefte betreft 68 parkeerplaatsen. Bij de uitvoering worden 70,3 gerealiseerd. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.2 Geluid Wegverkeerslawaai De ontwikkeling maakt geluidsgevoelige objecten mogelijk binnen de geluidszone van de Buitenweg. Daarnaast zijn er verschillende 30 km/uur wegen gelegen in de directe omgeving van het plangebied. In dit kader is akoestisch onderzoek verricht naar wegverkeerslawaai (Tritium advies, 23 september 2020, 2008/028/DJ-01). Dit rapport is opgenomen in de bijlagen als bijlage 1. Uit dit onderzoek blijkt dat er ten gevolge van de verschillende 30 km/uur wegen geen geluidbelasting op de nieuw te realiseren woningen optreedt hoger dan de richtwaarde van 48 dB. Ter plaatse van de nieuwe woningen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Inrichtingslawaai In de nabije omgeving van de ontwikkeling zijn diverse bedrijven gevestigd. Met onderhavige ontwikkeling worden geen geluidgevoelige objecten gerealiseerd buiten de richtafstanden van deze bedrijven. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect geluid zijn uitgesloten.
3.3 Luchtkwaliteit De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 308 mvt/etmaal. Een dergelijke verkeersgeneratie betekent dat de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarde.
13/23
74/600
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde wegen waarvoor informatie beschikbaar is, bevinden zich nabij de kern Terneuzen, ruim 12 kilometer ten westen van de kern Hulst. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2017 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zijn gelegen. Gezien de ligging van het plangebied (in het buitengebied aan de rand van Hulst) is, ter plaatste van het plangebied, sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit zal niet leiden tot significant negatieve milieueffecten.
3.4 Externe veiligheid Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen worden getoond, is in de nabije omgeving van het plangebied één risicovolle inrichting gelegen. Er vindt in de omgeving geen voor het plangebied relevant vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Ten noorden van het plangebied is de risicovolle inrichting Lehnkering Chemical Transport BV gelegen. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt 1.400 m. Het plangebied ligt op een afstand van ruim 500 m van het bedrijf. Het groepsrisico ligt onder de oriënterende waarde. De bijdrage van de ontwikkeling in het plangebied voor het groepsrisico wordt ten opzichte van de bijdrage van de kern Axel verwaarloosbaar klein geacht. De ontwikkeling zorgt in geen geval voor een toename van meer dan 10% van het groepsrisico; conform het beleid van de gemeente Terneuzen is daarom ook geen verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Belangrijke nadelige milieueffecten voor het aspect externe veiligheid zijn uitgesloten.
3.5 Bodem en water Bodem In het verleden is het plangebied aan verschillende historische bodemonderzoeken onderworpen. Naar aanleiding van de resultaten van deze onderzoeken is het plangebied gesaneerd. Conform de NEN5740 is een actualiserend bodemonderzoek verricht (Econsultancy, 22 september 2020, 13127.002). Dit onderzoek is toegevoegd aan dit rapport als bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met molybdeen en PAK, in de ondergrond geen verontreinigingen zijn geconstateerd en het grondwater licht verontreinigd is met molybdeen. Gelet op de aard en mate van de verontreiniging is dit geen reden voor een nader onderzoek. Wel is er verspreid over de onderzoekslocatie een zwak tot matig puinhoudende bovengrond aangetroffen. Daarom is een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd (Econsultancy, 9 december 2020, 13127.003). Hieruit blijkt dat er géén reden is voor een nader onderzoek asbest in bodem. Er bestaan ook géén milieuhygiënische belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie en de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Daarmee zijn belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect bodem uitgesloten. Water Voor de ontwikkeling is de digitale watertoets ingevoerd. Hieruit blijkt dat er geen bijzonderheden gelden voor het plan. Wel dient 191 m2 waterberging te worden gecompenseerd.
Hiervoor wordt een nieuwe singel gerealiseerd geschikt voor 909 m2 aan waterberging. De beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het watersysteem ter plaatse.
14/23
75/600
3.6 Ecologie Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot vermesting en/of verzuring als gevolg van stikstofdepositie. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met behulp van de AERIUS Calculator de stikstofdepositie berekend. De berekeningen zijn in de bijlage toegevoegd (bijlage 4). Uit berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied. Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit een braakliggend terrein dat regelmatig gemaaid wordt. Dit gebied kan gebruikt worden als leefgebied door algemene soorten als veldmuis en egel. Er is geen ontheffing nodig voor deze algemeen voorkomende soorten omdat hiervoor in provincie Zeeland een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. In de regio zijn waarnemingen van de rugstreeppad bekend ten westen van de N62 en ten noorden bij Zaamslag op tenminste 3 kilometer afstand van het plangebied.
Gezien plangebied niet bestaat uit zandgronden en de ligging in de bebouwde kom, worden deze hier niet verwacht. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Tijdens de werkzaamheden dient daarnaast rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli. Bij inachtneming van bovenstaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten.
3.7 Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Zoals beschreven in paragraaf 2.1 zijn in en nabij het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig die aangetast worden door de ontwikkeling. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten. Archeologie Op basis van het 'stroomschema onderzoeksplicht archeologie' is onderzoek noodzakelijk bij een verstoring vanaf 500m² bij toepassing van de vrijstellingsdiepte. Dit betekent dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' van toepassing wordt. Aangezien de bodemingrepen dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld reiken is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen belemmering bestaat voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden voor wat dit aspect betreft.
3.8 Sloop- en aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.
15/23
76/600
3.9 Mitigerende maatregelen Op basis van de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals die worden vastgelegd in het bestemmingsplan kunnen voor vrijwel alle omgevingsaspecten belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten, zonder dat mitigerende maatregelen dienen te worden getroffen. Op onderdelen is bij de verdere uitwerking van de plannen nog nader onderzoek noodzakelijk, met name waar het gaat om de bodemkwaliteit. Dit onderzoek kan leiden tot aanvullende randvoorwaarden of maatregelen.
16/23
77/600
4. CONCLUSIE
Uit de resultaten van de m.e.r.-beoordeling blijkt dat het bestemmingsplan Buitenweg 2e fase, Axel niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is om deze reden geen aanleiding voor het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure.
17/23
78/600
18/23
79/600
BIJLAGEN Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
19/23
80/600
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Buitenweg te Axel (2008/028/DJ-01, versie A)
81/600
documentkenmerk: 2008/028/DJ-01, versie A
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toetsing Wet geluidhinder)
in opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte T.a.v. mevrouw L. ten Braak Segeerssingel 6, 4337 LG MIDDELBURG betreffende locatie Buitenweg Axel documentkenmerk 2008/028/DJ-01 versie A vestiging Nuenen datum 7 januari 2021
opgesteld door:
gecontroleerd door:
ing. C.P. Kuijken
ir. D.P.M. Jacobs
Projectleider geluid & bouwfysica
Projectleider geluid & bouwfysica
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
82/600
documentkenmerk: 2008/028/DJ-01, versie A
Inhoudsopgave pagina 1.
Inleiding
1
2.
Uitgangspunten
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Gegevens wegverkeer
2
2.3
Modellering
3
3.
Wet- en regelgeving
4
3.1
Berekeningsmethode
4
3.2
Randvoorwaarden Wgh
4
3.2.1 Inleiding
4
3.2.2 Geluidzones
4
3.2.3 Artikel 110g
4
3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied
5
3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012)
5
3.2.6 Normen geluidbelasting
6
3.3
Geluidbeleid gemeente Terneuzen
7
4.
Rekenresultaten en toetsing
8
4.1
Geluidbelasting wegverkeerslawaai
8
4.2
Cumulatieve geluidbelasting
9
4.3
Geluidwering gevels (GA;k)
9
5.
Samenvatting en conclusie
10
Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.
verbeelding van het plangebied
1
2.
verkeersgegevens wegverkeer
3
3.
invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai
10
4.
grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai
5
5.
rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer
18
83/600
documentkenmerk: 2008/028/DJ-01, versie A
1. Inleiding In opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van woningen nabij de Buitenweg te Axel. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van een juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde “Nieuwe situatie” getoetst aan de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. Op basis van de resultaten van deze toetsing is vervolgens beoordeeld of voor het nieuwbouwproject extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De aspecten spoorweglawaai, luchtverkeerslawaai en industrielawaai zijn in het onderhavige onderzoek niet beschouwd. In verband met een wijziging in de verkeersgegevens komt het eerder door ons opgestelde rapport met kenmerk 2008/028/DJ-01, versie 0 d.d. 23 september 2020 in zijn geheel te vervallen.
84/600
pagina 1 van 10
documentkenmerk: 2008/028/DJ-01, versie A
2. Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Axel, gemeente Terneuzen. In bijlage 1 is een planologische verbeelding van het plangebied opgenomen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Buitenweg. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze wegen geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Echter voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij 30 km/uur wegen alsnog te worden bepaald. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek tevens de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen Oude Spoorbaan, Van Gistellelaan, Dijkgraafstraat en de binnenplanse wegen van onderhavig plan inzichtelijk gemaakt.
2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de bovengenoemde wegen zijn verstrekt door de gemeente Terneuzen. Van het noord-zuid gerichte gedeelte van de Buitenweg zijn telgegevens van het jaar 2018 voorhanden. Van de overige wegen en het oost-west gerichte gedeelte van de Buitenweg zijn inschattingen van de etmaalintensiteiten van de gemeente beschikbaar. Conform opgave van de gemeente Terneuzen dienen de etmaalintensiteiten met 1,5% per jaar te worden opgehoogd (autonome groei) tot het maatgevende jaar 2030. Voor de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode voor de 30 km/uur wegen is conform opgave van de gemeente Terneuzen de verdeling voor de nachtperiode van de Buitenweg gebruikt voor zowel de dag-, avond- als nachtperiode. De uurintensiteiten zijn eveneens overgenomen uit de gegevens voor de Buitenweg. Conform opgave van de opdrachtgever geldt voor onderhavig plan een verkeersgeneratie van 235 motorvoertuigen per etmaal. Er is vanuit gegaan dat deze voertuigen gelijk verdeeld zijn over de 4 ontsluitingswegen van het plan. Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximumsnelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabellen 2.1 en 2.2.
Tabel 2.1: gegevens wegverkeer Buitenweg Buitenweg maximumsnelheid: 50 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2030 (incl. verkeersgeneratie ten gevolge van onderhavig plan)
etmaalintensiteit*: 500 mvt.
dag
avond
gemiddeld per uur (%)
6,27
2,27
nacht 1,97
lichte mvt. (%)
97,30
96,88
95,10
middelzware mvt. (%)
2,40
3,13
4,41
zware mvt. (%) 0,31 0,00 0,49 * De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen etmaalintensiteit geldt voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak.
85/600
pagina 2 van 10
documentkenmerk: 2008/028/DJ-01, versie A
Tabel 2.2: gegevens wegverkeer Oude Spoorbaan, Van Gistellelaan, Dijkgraafstraat en binnenplanse wegen Oude Spoorbaan, Van Gistellelaan, Dijkgraafstraat en binnenplanse wegen maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband, elementenverharding niet in keperverband en referentiewegdek jaar: 2018
Oude Spoorbaan etmaalintensiteit: 200 mvt. Van Gistellelaan etmaalintensiteit: 700 mvt. Dijkgraafsestraat etmaalintensiteit: 100 mvt. binnenplanse wegen etmaalintensiteit: n.v.t. mvt.
jaar: 2030
Oude Spoorbaan etmaalintensiteit: 358 mvt. Van Gistellelaan etmaalintensiteit: 899 mvt. Dijkgraafsestraat etmaalintensiteit: 120 mvt. binnenplanse wegen etmaalintensiteit: 235* mvt. dag
avond
gemiddeld per uur (%)
6,27
2,27
nacht 1,97
lichte mvt. (%)
95,10
95,10
95,10
middelzware mvt. (%)
4,41
4,41
4,41
zware mvt. (%) 0,49 0,49 0,49 * De ontsluiting van de binnenplanse wegen is als volgt gemodelleerd: 50% van de verkeersgeneratie is toegevoegd aan de Oude Spoorbaan en 25% is toegevoegd aan respectievelijk de Buitenweg en de Van Gistellelaan. Dit is in de etmaalintensiteiten in tabel 2.2 reeds opgenomen.
2.3 Modellering Voor de locatie en afmetingen van de beoogde woningen is uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen verbeelding. Als maatgevende toetshoogte voor de begane grond van de nieuwe woningen is 1,5 meter boven maaiveld aangehouden. Voor de eerste en tweede verdieping is respectievelijk 4,5 en 7,5 meter gehanteerd. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 0,50) gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen. De akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen. Er zijn geen significante hoogteverschillen in de omgeving aanwezig. Derhalve zijn in het rekenmodel in de omgeving van het plangebied geen hoogteverschillen in het maaiveld opgenomen. Gebouwhoogtes van de bestaande omliggende bebouwing zijn conform de hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie of optrekcorrectie te worden toegepast. Tevens zijn er geen akoestisch relevante kruispunten of rotondes in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig.
86/600
pagina 3 van 10
documentkenmerk: 2008/028/DJ-01, versie A
3. Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode 2” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeerslawaai zijn weergegeven in bijlage 3. Een grafische weergave van deze invoergegevens is weergegeven in bijlage 4.
3.2 Randvoorwaarden Wgh 3.2.1 Inleiding De maat voor de geluidbelasting van een weg wordt uitgedrukt in de L den-waarde. Lden is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar, zoals omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).
3.2.2 Geluidzones Volgens de Wgh hebben wegen een zone die zich aan weerszijden van de weg uitstrekt vanaf de as van de weg (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: •
ligging binnen een woonerf;
•
een maximumsnelheid van 30 km/uur.
In tabel 3.1 is de breedte van de geluidzones weergegeven. Tabel 3.1: breedte van de geluidzones langs wegen soort gebied stedelijk
buitenstedelijk
aantal rijstroken
breedte geluidzone (m)
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
3.2.3 Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst
87/600
pagina 4 van 10
documentkenmerk: 2008/028/DJ-01, versie A
redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidbelasting op de gevel van woningen of op andere geluidgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt voornoemde aftrek:
a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 56 dB is;