CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-06 IC1 - bijlage 1 Tussentijds rapport - Onderzoek verbetering omgevingskwaliteit kanaalzone

commissie Omgeving 22 september 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Bespreken ingekomen stukken raadsvergadering 6 juli 202116.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

9.2 Proces De immissiemetingen en interviews met specialisten zijn gebruikt als brongegevens voor het onderzoek van Tauw naar de ‘nut en noodzaak van een provinciaal luchtmeetnetwerk’. Het rapport dat hieruit voortvloeide is een onderdeel van dit deelplan ‘luchtkwaliteit’. Na het vaststellen van het onderzoeksrapport zijn de onderdelen die expliciet over de Kanaalzone Sluiskil-Terneuzen gaan, gebruikt voor verder onderzoek. Op basis van deze bevindingen zijn de mogelijkheden van aanvullende metingen verkend en zijn concrete onderzoeksvoorstellen uitgewerkt voor de gebiedsgerichte monitoring in verband met de meldingensituatie in de Kanaalzone. In een eerste verkenning zijn drie locaties rond het industriegebied in Sluiskil-Oost onderzocht. Voor de locatie Oude Vaart is bekend waar de hinder vandaan komt: daar past inzet op bronaanpak en reactie op incidenten beter. Voor het kassengebied wordt, wanneer de hinder actueel blijft, nader onderzoek verricht naar de mogelijkheid voor immissiemetingen om de bron te kunnen duiden (zie planning in paragraaf 10.5).

Figuur 3: Meetlocatie Sluiskil

Voor de woonkern Sluiskil is de toepassing van een totaalstofmeetpunt nader onderzocht. Het voordeel hiervan is dat de stoffilters ook geanalyseerd kunnen worden op andere componenten, zoals zware metalen. Nadeel van deze meetmethode is dat slechts één waarneming per dag wordt uitgevoerd en het resultaat niet direct bekend is. Beter is om daarnaast ook fijnstof (PM2,5 en PM10 ) direct te monitoren. Uiteindelijk is gekozen voor een meetlocatie in Sluiskil. Hier komen de meeste meldingen vandaan, en de bron van deze meldingen is niet altijd duidelijk te herleiden. Met andere woorden, als er stofhinder wordt ervaren en stof wordt geconstateerd, dan is niet altijd duidelijk wie of wat de veroorzaker is van deze uitstoot. In onderling overleg tussen de provincie Zeeland en DCMR is gekozen voor de locatie Stroodorpestraat/Middenweg (Zie figuur 3).

[24]

Figuur 4: Industrie rond Sluiskil Terneuzen, Sas van Gent en Belgische Kanaalzone

9.3 Betrokkenheid De omliggende bedrijven zijn indirect betrokken geweest bij dit deelonderzoek. Zo is de gebruikte data over de luchtkwaliteit deels door de bedrijven verstrekt. Het gaat hierbij om openbare informatie zoals de milieuverslagen en emissieregistratie. Daarnaast zijn de prestatiekenmerken van Vitaal Sloegebied en Kanaalzone meegenomen. De bedrijven verenigd in Port en Industrie Zeeland (Portiz) en North Sea Port hebben samen met de Zeeuwse Milieufederatie en de Provincie Zeeland een onderzoekgroep opgericht voor het sturen op de ambities voor 2030. Leden van deze organisatie nemen ook deel aan dit onderzoek. Bij het bepalen van de meetlocatie in Sluiskil zijn de toenmalige stichting Kanaalzone Gewoon Schoon en de Stichting Dorpsraad Sluiskil benaderd, met als hoofdreden de meest geschikte locatie te vinden en draagvlak te creëren voor deze meetlocatie. Beide partijen zijn met wensen gekomen en in overleg met de provincie is de definitieve locatie gekozen. Daarnaast is de handelswijze uitgelegd aan andere bewoners die vragen hadden over de metingen. In bijlage 7 is de totstandkoming van het meetpunt in Sluiskil omschreven. Het bepalen van de buitenluchtkwaliteit is een taak van het RIVM. Zij voeren deze taak uit door een combinatie van meten en berekenen, waarbij de metingen vooral dienen voor kalibratie en validatie van de modelberekeningen.

In Zeeland heeft het RIVM twee meetstations: in Zierikzee en Philippine. Bovendien zijn er meetstations in Ossendrecht en Huijbergen. Meetgegevens worden via de website www.luchtmeetnet.nl door het RIVM gepubliceerd. Voor de Provincie Zeeland geldt dat er geen wettelijke noodzaak is voor een provinciaal luchtmeetnetwerk. Bij de start van dit onderzoek was niet voorzien dat Tauw provinciebreed nut en noodzaak van een luchtmeetnetwerk zou onderzoeken, dit was een positief side-effect. De resultaten van het onderzoek van Tauw omvatten deels de scoop van dit deelonderzoek. Ook positief is dat de provincie Zeeland naar aanleiding van het onderzoek en de opvolging van de aanbevelingen middelen beschikbaar heeft gesteld voor de realisatie van een meetpunt in Sluiskil.

9.4 Resultaat De provincie Zeeland heeft aan DCMR de opdracht gegeven voor het plaatsen, het inrichten en de exploitatie een meetpunt in Sluiskil. Dit meetpunt is sinds half december 2020 operationeel. Op dit meetpunt worden er metingen uitgevoerd van fijnstof, grof stof en NOx. Het meetpunt kan als aanvullend gezien worden op de meetstations van het RIVM in Philippine en Zierikzee. Het doel van deze aanvullende metingen is om effecten van bedrijfsactiviteiten op de luchtkwaliteit beter in beeld te krijgen. De metingen worden ingezet bij de behandeling van meldingen en bronopsporing. Daarnaast kunnen de effecten van maatregelen die worden getroffen in het gebied ten aanzien van NOx mogelijk worden gemonitord. Tenslotte kunnen de gegevens van het meetpunt worden gebruikt voor validatie van sensoren die worden ingezet in het citizen science traject (zie hoofdstuk 9.7). De actuele meetgegevens zijn te volgen via de website www.luchtmeetnet.nl.

9.5 Planning Vooralsnog wordt afgezien van metingen met als doel het signaleren van varend ontgassen. In 2020 heeft de provincie onderzocht of met een netwerk van sensoren langs de belangrijkste binnenvaartroute zou kunnen worden aangetoond of er schepen ontgassen. Hoewel dat met een netwerk van zogenaamde e-noses technisch gezien mogelijk is, is besloten om daar niet op in te zetten. Ten eerste wordt er landelijk ingezet op een verbod van varend ontgassen en op administratief toezicht [25]

en handhaving. De rol en mogelijke betekenis van een sensornetwerk voor signalering van (illegale) ontgassing is daardoor sterk verminderd. Ten tweede wordt er landelijk geen budget beschikbaar gesteld voor een dergelijk netwerk, noch voor het acteren op signalen (de inzet toezichthouders op varende schepen is een verantwoordelijkheid van de inspectie Transport en Leefomgeving). Om die reden is het voor de provincie niet verantwoord om een investering in een dergelijk sensornetwerk te doen. Samengevat wegen de kosten en beheerinspanningen niet op tegen de mogelijke baten. In het geval in 2021 blijkt dat het verbod op varend ontgassen onverhoopt langer uitblijft, kan alsnog worden overwogen om te investeren in een dergelijk netwerk.

9.6 Risico’s Een mogelijk risico is dat de meetresultaten door inwoners in twijfel worden getrokken. Enerzijds omdat de meetresultaten lager kunnen uitvallen dan inwoners het nu beleven, en dit kan leiden tot bijvoorbeeld frustratie. Daarnaast kan de gekozen meetlocatie een punt zijn van discussie. Bij het bepalen van de meetlocatie in Sluiskil zijn de stichting Kanaalzone Gewoon Schoon en de Stichting Dorpsraad Sluiskil benaderd, mede om draagvlak te creëren voor de meetlocatie. Helaas is er tussen beide partijen geen overeenstemming bereikt. De inmiddels opgeheven stichting had een voorkeur voor een locatie midden in het dorp. De dorpsraad gaf echter aan dat bij meldingen over geur en stof naar de industrie op de oostelijke oever van het kanaal wordt gewezen, en dan met name door bewoners die dicht bij het kanaal wonen of in het oostelijker gelegen Spui. Er is voor de locatie Stroodorpestraat/Middenweg gekozen. De voormalige stichting was hierover teleurgesteld.

9.7 Ontwikkelingen - citizen science Citizen science, ook wel burgerwetenschap genoemd, is onderzoek dat in zijn geheel of gedeeltelijk door burgers of niet-professionele wetenschappers wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld in het meten van luchtkwaliteit. Een belangrijk doel van citizen science en het gebruik van sensoren daarbij is het vergroten van de betrokkenheid van burgers bij luchtkwaliteit en bewustwording van de invloed van gedrag daarop (denk daarbij aan verkeer, houtstook). Door technische ontwikkelingen zijn sensoren voor het bepalen van de luchtkwaliteit goedkoper en toegankelijker geworden. Bovendien is het, door ontwikkelingen in de IT, eenvoudiger geworden om data toegankelijk te maken voor iedereen. Hoewel de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van sensoren lager is dan van de meetapparatuur in professionele meetpunten, ontstaat er door de bijdrage van burgers met sensoren een meer gedetailleerd beeld van de lokale luchtkwaliteit. Dergelijke (burger) projecten bieden ook ruimte voor nauwere interacties tussen overheden en burgers. Het brengt wetenschap en maatschappij dichter bij elkaar. Het RIVM publiceert meetdata www.samenmeten.rivm.nl/dataportaal.

van

(burger)

projecten

op

de

website

Vorig schooljaar is een project uitgevoerd met scholengroep Pontes in Zierikzee en Goes, waarbij leerlingen zelf met fijnstofsensoren metingen verrichtten. Dit succesvolle project heeft zelfs landelijk navolging gekregen. Inmiddels is in Zeeland in het schooljaar 2020-2021 gestart met een vervolg. De middelbare scholen Pontes en Nehalennia hebben zich aangemeld en gaan hiermee aan de slag. Het Lodewijk College in Terneuzen is voornemens volgend schooljaar aan te haken. In dit kader past ook het project met de ‘snuffelfiets’. Hierbij wordt een aantal fietsen voorzien van een mobiele fijnstofsensor, waarmee de actuele fijnstofconcentratie op fietsroutes in beeld wordt gebracht. Provincie Utrecht is hiermee gestart en dit project krijgt landelijk steeds meer navolging. Begin 2021 wordt gestart met een pilot waarbij in Zeeland 20 fietsen van een sensor worden voorzien. De verzamelde meetgegevens worden ook doorgegeven aan het RIVM.

[26]

[27]

10.

Walstroom

10.1

Doelstelling

Walstroom is de aansluiting op een nutsnetwerk voor elektriciteit voor aangemeerde schepen, waardoor de eigen motoren/generatoren niet in werking hoeven te zijn. Dit betekent minder hinder van geluid en dieseluitstoot voor omwonenden. Het uiteindelijke doel van het deelplan Walstroom is het aanleggen van walstroom in Sluiskil. De eerste stap is helderheid krijgen over wat deze investering betekent qua techniek en kosten.

10.2

Proces en tussentijdse resultaten

Om de realisatie van de walstroomvoorziening te onderzoeken, is onderscheid gemaakt tussen vier onderdelen: 1. 2. 3. 4.

Stand van zaken technische analyse Sluiskil Juridische acties – walstroomverplichting Handhaving Haalbaarheidsstudie SLA

10.2.1 Stand van zaken technische analyse voor locatie Sluiskil en besluitvorming Rijkswaterstaat (RWS) Zee en Delta heeft geïnventariseerd welke investeringsmaatregelen nodig zijn om de ligplaats bij Sluiskil van walstroom te kunnen voorzien. Deze inventarisatie vond plaats dankzij hulp en expertise van North Sea Port. Pas na een positief besluit over de voorgestelde aanpak en bijbehorende investeringsbeslissing door het directieteam van Rijkswaterstaat kan de marktbenadering/realisatie starten. Bespreking van de investeringsbeslissing voor Sluiskil is voorzien in het eerste kwartaal van 2021. Dit besluit hangt niet alleen af van het beschikbaar maken van budget, maar ook van andere praktische zaken zoals hoe om te gaan met eventuele uitbesteding, serviceverlening en verrekening van energiekosten. Aangezien RWS Zee en Delta een regionale dienst is, moet de aanpak vooraf landelijk afgestemd zijn met Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken (DGLM). De invulling van dit beleid t.a.v. ‘laadpalen’ is wel aanwezig voor wegverkeer, maar nog niet voor scheepvaartverkeer. De afstemming met DGLM loopt nu nog. Er is nog geen planning bekend. Ook bekijkt RWS op welke wijze deze marktbenadering het best uitgevoerd kan worden. Intern lopen deze gesprekken nog. Hierover wordt het gesprek met North Sea Port aangeknoopt.

Daarnaast bekijkt district Zuid van RWS nog of aanpassing van de afmeervoorziening noodzakelijk is (bijvoorbeeld een afloop voor schippers realiseren of niet). Dit brengt extra kosten met zich mee, die eerst gefinancierd moeten worden. Eind november 2020 is bekend geworden dat in de Bestuurlijke Overleggen voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) 2021 afspraken zijn gemaakt over walstroom:  

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat in heel Nederland de uitrol, beheer en onderhoud van walstroom op alle Rijksligplaatsen voor de binnenvaart realiseren. Betrokken partijen stimuleren in hun gebied de uitrol van walstroom op overnachtingsligplaatsen en in binnenhavens, zeker op de TEN-T corridors.

De nadere (o.a. financiële) duiding volgt medio eerste helft van 2021.

[28]

10.2.2 Juridische acties - walstroomverplichting RWS Zee en Delta heeft momenteel geen ligplaatsverordening waarin een verplichting voor het gebruik van walstroom kan worden opgenomen. In het Rijnvaartpolitiereglement kent men het begrip ‘walstroomverplichting’. Het teken is een vierkant bord met daarop een stekker binnen een rood kader. Als een schip afgemeerd ligt op een plek waar het verkeersteken staat, is het voor een schip niet toegestaan zelf elektriciteit op te wekken.

Dit reglementair kader maakt het mogelijk om het gebruik van walstroom verplicht voor te schrijven als een schip op een ligplaats afgemeerd ligt en biedt voor alle partijen een aanvaardbare oplossing: de schipper kan zeker zijn dat hij een andere stroombron ter beschikking heeft staan, zodat hij zijn generator aan boord niet hoeft te gebruiken en voor de bewoners langs de oever zal de geluidshinder afnemen. Het Rijnvaartpolitiereglement is niet van toepassing in het gebied bij Sluiskil. Daar is het Scheepvaartreglement van Kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT) van toepassing. Na overleg met de Hoofddirectie Bestuurlijke & Juridische Zaken en het DGLM gaan deze partijen en RWS Zee & Delta in 2021 gezamenlijk een wetswijziging voorbereiden om het Binnenvaartpolitiereglement en het SRKGT aan te passen. Het verkeersteken kan geplaatst worden indien er walstroom op de locatie beschikbaar is. Overigens gaat RWS geen algeheel generatorverbod afkondigen. Alleen op ligplaatsen waar de omgeving veel last ondervindt van lawaai en fijnstof zal RWS een dergelijk verbod instellen. Lokale maatregel De wetswijziging zal op z’n vroegst eind 2021 in werking treden, maar de eerste stappen daartoe zijn dan nu daadwerkelijk gezet.

Indien walstroom op locatie Sluiskil eerder beschikbaar is, kan tijdelijk een lokale maatregel afgevaardigd worden middels een BAS (Berichten Aan de Scheepvaart), zodat de verplichting tot het gebruik van walstroom in de tussentijd wel afgedwongen kan worden. Voorafgaand dient eerst overleg met de sector plaats te vinden en de nodige publicaties in de Staatscourant gedaan te worden. Momenteel zijn 23 walstroomkasten operationeel in de Kanaalzone Gent-Terneuzen die onder beheer van North Sea Port vallen. Het generatorverbod is van toepassing in North Sea Port Netherlands. Meer informatie over de walstroominstallaties is te vinden op https://northseaport.com/walstroom. Hier is ook een link naar een interactieve kaart te vinden met daarop alle walstroompunten. Park-line levert de walstroomvoorzieningen in het beheersgebied. Belangrijke vragen zijn of er een droogdokelektriciteitsaansluiting aanwezig is op de scheepswerf voor onder andere draaiende pompen en ventilatoren.

10.2.3 Handhaving van het generatorverbod De verplichting tot het gebruik van walstroomaansluitingen is straks vrij eenvoudig. Zodra de borden er staan, kan er door ambtenaren met een algemene opsporingsbevoegdheid (i.e. politie) en door ambtenaren met een bijzondere opsporingsbevoegdheid (o.a. de BOA’s aan boord van de RWS 88) gehandhaafd worden. Bij overtreding van het generatorverbod zal dan een proces-verbaal tegen de [29]

overtreder worden opgemaakt. Bij overtreding is het niet van belang of er sprake is van lawaai of fijnstof: het in strijd zijn met het verbod door een generator in gebruik te hebben is strafbaar.

10.2.4 Haalbaarheidsstudie walstroom Over de pilot Walstroom van het Schone Lucht Akkoord (SLA) is momenteel nog te weinig voortgang te melden. Tot op heden is er geen gezamenlijke studie-uitvraag gerealiseerd. Er moet eerst een plan komen vanuit het landelijke SLA onderzoek. Het opgeven van een planning voor dit onderzoek is op dit moment niet mogelijk. Voor locatie Sluiskil heeft dit echter geen consequenties, omdat Sluiskil via een separaat spoor verloopt.

10.3

Risico’s

De realisatiedatum voor walstroom is vooral afhankelijk van landelijke overheidsinstanties. Eind november 2020 is de afspraak gemaakt dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in heel Nederland de uitrol, beheer en onderhoud van walstroom op alle Rijksligplaatsen voor de binnenvaart gaat realiseren. De wetswijziging zal op z’n vroegst eind 2021 inwerkingtreden. Er is geen risico over de zekerheid of de walstroom gerealiseerd gaat worden. Er is weinig grip op de realisatiedatum vanuit de aan dit onderzoek deelnemende partijen.

[30]

11.

Bijlagen

Bijlage 1: Samenvatting van het plan van aanpak Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de beleving van inwoners, het inventariseren van mogelijke knelpunten ten aanzien van de omgevingskwaliteit en het aandragen van oplossingen hiervoor, met als doel de omgevingskwaliteit in het gebied Sluiskil-Terneuzen waar mogelijk en nodig te verbeteren. Het gaat hierbij om de beleving van de omgevingskwaliteit bij lokale inwoners in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone op het gebied van lucht, geur, geluid, stof, veiligheid en gezondheid. De aanleiding van dit onderzoek is de toegenomen aandacht van inwoners voor een gezonde leefomgeving, wat zich uit in een toename van het aantal meldingen in 2019 van burgers over hinder van bedrijven of bedrijfsactiviteiten. Deze meldingen gaan vooral (maar niet alleen) over de thema’s geur, geluid en stof. Dit onderzoek is een samenwerking tussen diverse (semi)overheden en uitvoeringsorganisaties. Op die manier wordt een integrale aanpak nagestreefd. De acties die voortkomen uit dit onderzoek staan los van het reguliere toezicht in dit Kanaalzone gebied wat al programmatisch plaatsvindt. Ze komen bovenop de reguliere inzet op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Binnen het onderzoek worden zes deelonderzoeken onderscheiden: a) b) c) d) e) f)

Beleving Inventarisatie Vergunningseisen Inventarisaties handhavingsacties Emissies Bepalen luchtkwaliteit Walstroom

De communicatie krijgt de nodige aandacht om de doelgroepen te informeren over en te betrekken bij de voortgang van het onderzoek. De communicatiedoelen voor dit onderzoek zijn:  

Communiceren over het onderzoek: Heldere uitleg geven over de scope, het proces en de aanpak en daarmee draagvlak creëren bij inwoners en bedrijven van het gebied. Belanghebbenden vanaf het begin betrekken bij het plan, uitleg geven / laten meedenken over aanpak, mogelijke oplossingen maar ook de onmogelijkheden/beperkingen, de uitvoering en de communicatie hierover.

Met de betrokken partijen maken we afspraken over de communicatie en de woordvoering rondom de (uitkomsten van de) deelonderzoeken. In totaal wordt een bedrag van € 144.639,- begroot voor de inventarisatie en handhaving van de relevante voorschriften, het uitvoeren van gebieds- en aspectcontroles, het inzetten van de nodige milieuspecialisten, het meenemen van relevante thema’s in het milieubelevingsonderzoek, verslaglegging van de eindresultaten, een onderzoekleider en communicatieadviseur en –middelen. Er is rekening gehouden met 10% onvoorziene kosten. Met de opdrachtgevers is een 50-50 kostenverdeling afgesproken. Voor zowel de Provincie Zeeland als de gemeente Terneuzen is dus €72.319,50,- begroot.

[31]

Bijlage 2: Communicatie Bijlage 2.1: Interne communicatie In 2020 is de onderzoekgroep één keer per vier maanden bij elkaar geweest. Dit was voldoende, omdat er tussentijds veel onderlinge communicatie plaatsvond binnen de deelplangroepen. Deze deelplangroepen bestaan uit specialisten uit meerdere organisaties, die samen werken aan een deelplan van dit onderzoek. Onderlinge communicatie binnen dit onderzoek geschiedde op basis van ‘vraag en aanbod’ en zoveel als nodig was om het deelplan uit te voeren. Voor ieder deelplan is iemand aangesteld die het voortouw nam. Hij of zij informeert en communiceert met de projectleider. Iedere twee weken werd er een vast belmoment ingepland, waarbij de voortgang en eventuele knelpunten van het proces zijn doorgesproken. De hieruit voortvloeiende acties zijn, waar mogelijk, opgelost binnen deze tweeweken-termijn. Zodra de stuurgroep werd samengesteld in september 2020, vergaderden zij iedere maand samen met de projectleider. De stuurgroep bestaat uit een medewerker van de provincie Zeeland, de gemeente Terneuzen, DCMR en RUD Zeeland. De betrokken partijen informeren zelf via de gebruikelijke wijze zowel bestuur als politiek over de voortgang. Bijlage 2.2: Externe communicatie Communicatie is al vanaf de start van het onderzoek van groot belang. In het plan van aanpak wordt dan ook uitvoerig aandacht besteed aan dit onderwerp.

De gemeente Terneuzen en de provincie Zeeland hebben allebei een communicatiespecialist beschikbaar gesteld. Daarnaast is er een deskundige van een extern communicatiebureau aangetrokken. De communicatie valt in dit onderzoek rechtstreeks onder de stuurgroep. In het definitieve communicatieplan is een planning toegevoegd met communicatiemomenten. Deze planning is een levend bestand. We kunnen er op basis van actualiteiten en ontwikkelingen momenten aan toevoegen of schrappen (indien niet meer relevant). Informatie op de website De website van RUD Zeeland https://www.rudzeeland.nl/Producten_en_diensten/Onderzoek_kanaalzone biedt actuele en achtergrondinformatie over dit project. Het plan van aanpak staat online. Op de webpagina wordt een introductie gegeven over het onderzoek. Het is een webpagina die continue wordt geüpdatet, dus ook het tussentijdse rapport, veelgestelde vragen en andere informatie kan worden geactualiseerd. Via de webpagina kan iedereen zich aanmelden voor de online nieuwsbrief. Welke communicatiemoment zijn er tot dusverre geweest? De Provincie Zeeland heeft in december 2020 een informatiebericht online geplaatst na realisatie van het luchtmeetpunt in Sluiskil. Vanaf 10 december 2020 worden de componenten fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofoxide (Nox) gemeten.

Een groot deel van de metingen waren direct na plaatsing van het meetpunt online beschikbaar via www.luchtmeetnet.nl. In de nieuwsbrief van RUD Zeeland is in november een inleidend bericht geplaatst over het onderzoek. De (inspecteurs van) RUD Zeeland en DCMR hebben het onderzoek aan bedrijven toegelicht tijdens de uitvoering van een aspectcontrole. Nog niet alle bedrijven zijn ingelicht. Er ligt een brief gereed om ze allemaal te informeren en hen bij het onderzoek te betrekken. [32]

In de media Het onderzoek is een aantal keren benoemd in de media. Zo publiceerde de PZC op 17 februari 2020 het bericht “Milieuhandhaving lijkt in Kanaalzone op tweede plan te staan” met de aankondiging van het onderzoek. Dit naar aanleiding van de woordvoering van de toenmalige Stichting Kanaalzone Gewoon Schoon en de Stichting Glastuinbouw Terneuzen. Daarna volgt een gap in de communicatie. In deze periode is het plan van aanpak opgesteld, de deelonderzoekgroepen zijn verdeeld, de onderzoekleider en deelonderzoekleiders zijn bevestigd, en de eerste voorbereidingen (zoals offerteaanvragen) zijn verricht. Op 7 september 2020 is een volledig akkoord ontvangen namens beide opdrachtgevers voor de start van het onderzoek. Overigens heeft de provincie Zeeland dit akkoord reeds op 15 juni 2020 gegeven. Op 10 september 2020, drie dagen na de officiële start van het onderzoek, heeft de PZC een bericht geplaatst met de titel “Leefbaarheid Kanaalzone onder de loep”. Dit naar aanleiding van het informeren van de gemeenteraad Terneuzen over het onderzoek tijdens de raadsvergadering op woensdagavond 9 september 2020. Het nieuwsbericht legt de focus op plaatsing van het meetstation Sluiskil als middel om de leefbaarheid in het gebied in kaart te brengen.

Volgend hierop heeft de start van de werkzaamheden in Sluiskil op 9 november 2020 in de PZC gestaan, met als titel “Meten luchtkwaliteit in Sluiskil begint na twee jaar voorbereiding”. De relevante milieuthema’s en het doelgebied hebben op zichzelf ook nog een aantal keren de krant bereikt. Hierbij is het onderzoek niet specifiek genoemd, maar wel de relevante thema’s die we oppakken. Zie onderstaande tabel 3. Tabel 3: Milieuthema's in de pers

Datum publicatie 11 nov 2020

Naar aanleiding van Discussie Provinciale Staten over meetpunt Sluiskil.

Wat Persbericht in de PZC

18 dec 2020

Motie Terneuzense gemeenteraad: Gemeente Terneuzen moet RUD Zeeland zo snel mogelijk laten onderzoeken welke stoffen er in de lucht boven de Kanaalzone zweven. Zeeuwen die regelmatig fietsen krijgen een sensor op hun fiets waarmee fijnstof kan worden gemeten, misschien ook in de regio Sluiskil.

Persbericht in de PZC

14 jan 2021

Persbericht in de PZC

Titel / onderwerp Titel: Heeft Zeeland meer meetpunten voor luchtkwaliteit nodig? Nee, zegt RIVM. Ja, zegt Zeeuwse Milieufederatie Terneuzen moet stofonderzoek in Kanaalzone afdwingen: ‘Wat ademen de mensen in?’

Snuffelfietsen en satellieten meten straks de luchtvervuiling in Zeeland

Met regelmaat komen er meldingen binnen en er wordt veel gesproken door inwoners, belangenverenigingen en media over het leefklimaat in de omgeving. Het is dan ook zaak de communicatie te intensiveren per 1 januari 2021, zodat we proactief de directe en indirecte betrokkenen informeren en betrekken bij dit onderzoek. Over het onderzoek is nog te beperkt openbaar gecommuniceerd en daardoor is het onderzoek nog relatief onbekend bij inwoners, de partners en omliggende bedrijven. [33]

Welke communicatiemomenten volgen er nog? Per januari 2021 worden meerdere middelen ingezet voor dit onderzoek. De website van RUD Zeeland biedt actuele en achtergrondinformatie over het onderzoek. De onderzoekpartners verwijzen op hun website naar deze webpagina, en delen relevante informatie om zo het bereik te vergroten. Andere middelen die ingezet kunnen worden om te communiceren volgens de planning zijn informatiebrieven naar inwoners en bedrijven in het doelgebied, persoonlijke (digitale) overleggen, het ZVA en dorpskranten, persberichten, en procesinformatie aan de wijk- en dorpsraad via de wijkcoördinator. Wie wil kan zich aanmelden voor de online nieuwsbrief die specifiek voor dit onderzoek wordt opgesteld. De aanloopfase in 2020 was een onderzoeksfase. De nadruk lag op kennisdeling en –vergaring. In deze fase konden nog weinig conclusies worden getrokken en was er weinig inhoudelijke informatie over de voortgang te delen. In de vervolgfase wordt het onderzoek geïntroduceerd, zoals het delen van de doelstellingen en aanpak. In maart 2021 ontvingen inwoners en bedrijven in het omliggende gebied een brief met toelichting op het onderzoek en waar ze alle informatie kunnen opzoeken. Daarnaast is er een persbericht uitgegaan om het onderzoek te introduceren.

Ook worden de omliggende bedrijven, inwoners en andere relevante partijen betrokken bij een aantal deelplannen van het onderzoek, om zo gezamenlijk tot gedragen eventuele oplossingen te komen op basis van de verrichtte inventarisaties. Belangrijk is dat alle deelnemers aan dit onderzoek de mijlpalen tijdig delen, zodat de communicatie hieromtrent verzorgd kan worden.

[34]

Bijlage 3: Planning Tijdlijn 2020 Op 26 augustus 2019 hield RUD Zeeland intern de eerste presentatie, naar aanleiding van de bestuurlijke instemming van Provincie Zeeland en gemeente Terneuzen voor een eerste oriënterende aanpak. De onderzoekgroep met de zeven samenwerkende partijen werd samengebracht en zat voor het eerst samen op 11 oktober 2019. Tijdens het overleg van 19 februari 2020 is op basis van een globale opzet besloten om de omgevingskwaliteit in de Kanaalzone aan te pakken en een concreet plan van aanpak op te stellen. Er is een beknopte analyse van de meldingen uitgevoerd, het onderzoek van Tauw naar de nut en noodzaak van een aanvullend meetstation is hierin meegenomen, en er zijn deelonderzoekgroepen samengesteld. Het projectplan was in mei 2020 volledig geschreven voor interne controle, en op 8 juni 2020 definitief. Op 15 juni 2020 is het plan geaccordeerd door de provincie Zeeland. Op 7 september 2020 kwam ook de opdrachtbevestiging namens de gemeente Terneuzen, en kon het onderzoek starten. Naar aanleiding van het akkoord van de provincie Zeeland was waar mogelijk al voorbereidend werk verricht, zoals het uitsturen van offerteaanvragen en het bevestigen van de projectleider. Dit betekende dat vanaf 7 september 2020 alle specialisten direct aan de slag konden. Vanaf hoofdstuk 5 tot en met 11 is per deelplan te vinden welke stappen zijn genomen.

Het communicatieteam is opgericht na het akkoord van de gemeente Terneuzen op 7 september. De stuurgroep heeft begin december akkoord gegeven op het communicatieplan. In januari 2021 startte de concrete uitvoering.

[35]

Planning 2021

DEELPROJECT

Q1 2021

Q2 2021

Q3 2021

Q4 2021

Beleving: Milieubelevingsenquete

Antwoorden opschonen, van weegfactoren voorzien, etc.

Milieurapportage opstellen incl. eventuele oplossingen

Oplossingen aandragen* en mIlieurapportage opleveren

Input leveren aan eindrapport

Inplannen 8 - 10 bijeenkomsten met inwoners

Houden 8 - 10 bijeenkomsten met inwoners

MIlieurapportage opstellen incl. eventuele oplossingen*

Input leveren aan eindrapport

Oplevering werklijst van nog 2 bedrijven

Eventuele oplossingen onderzoeken en aandragen*

Eventuele oplossingen onderzoeken en aandragen*

Input leveren aan eindrapport

Uitvoeren HH acties

Uitvoeren vervolgacties en eventuele oplossingen...

Eventuele oplossingen onderzoeken en aandragen*

Input leveren aan eindrapport

Emissies

Combineren resultaten inventarisatie VVeisen en Tauw

Eventuele oplossingen onderzoeken en aandragen*

Eventuele oplossingen onderzoeken en aandragen*

Input leveren aan eindrapport

Ruimtelijke Ordening

Inventarisatie afgerond

Luchtkwaliteit

Onderzoeksvoorstellen uitwerken (doel 4 en 5)

Onderzoeksvoorstellen uitwerken (doel 4 en 5)

Eventuele oplossingen onderzoeken en aandragen*

Input leveren aan eindrapport

Walstroom

Voorbereiden realisatie aanleg walstroom

Voorbereiden realisatie aanleg walstroom

Voorbereiden realisatie aanleg walstroom

Voorbereiden realisatie walstroom + input eindrapport

Communicatie

Uitvoering cf. communicatiepla n

Uitvoering cf. communicatiepla n

Evaluatie schrijven tbv eindrapport

Input leveren aan eindrapport

Beleving: Leefplekmeter. Planning afhankelijk v.d. coronamaatregelen

Vergunningseisen

Handhavingsacties

* Per oplossing worden de haalbaarheid, mogelijkheden en noodzaak bepaald. Hoewel dit geen onderdeel is van dit project, kunnen aangedragen oplossingen in samenspraak met de opdrachtgevers al worden uitgevoerd. Dit om de omgevingskwaliteit waar mogelijk en nodig te verbeteren.

[36]

Bijlage 4: Analyse van meldingen De statistische methode en resultaten zijn opgeleverd in een separaat rapport, welke dient als achtergrondinformatie. De volgende variabelen zijn geanalyseerd:  Het aantal meldingen per periode (jaar, kwartaal, maand, weekdag)  Het aantal meldingen per periode per thema (zoals geluid, geur, stof)  Het aantal meldingen per kern, inclusief onderlinge vergelijking. De laatste vijf jaar komen de meeste meldingen uit de kern Sluiskil. Zowel absoluut gezien (580 meldingen) als in verhouding tot het aantal inwoners  De relatie tussen het aantal meldingen en weersomstandigheden (meteogegevens van het weerstation te Westdorpe). Rekening houdend met de locatie: waar wordt hinder ervaren, over welk bedrijf/scheepsvaart en wat waren de weersomstandigheden. De volgende variabelen zijn getoetst: o Windsnelheid o Windrichting o Windstoten o Temperatuur o Zonneschijnduur o Neerslag o Zicht o Vochtigheid  Het aantal meldingen per bedrijf per thema  Bron van de meldingen (indien gemeld door klager (beleving) en/of geconstateerd door toezichthouder)

[37]

Bijlage 5: Inventarisatie milieuregels in bestemmingsplannen Bij de regelgeving voor ruimtelijke ordening speelt het criterium ’een goede ruimtelijke ordening’ een belangrijke rol. Maar wat is een ‘goede ruimtelijke ordening’? En wanneer mag er worden afgeweken van een bestemmingsplan? Wat is een ‘goede ruimtelijke ordening’? Bedrijven kunnen niet zomaar gerealiseerd worden naast een gevoelige functie. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. In het ´Besluit externe veiligheid inrichtingen´ artikel 1 staat een lijst van (beperkt) kwetsbare objecten. Woningen en scholen vallen onder het begrip kwetsbare objecten. De glastuinbouw valt hier niet onder. Een belangrijk hulpmiddel bij een ‘goede ruimtelijke ordening’ is de ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’ van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Bij voldoende afstand wordt hinder voorkomen. Daarnaast zijn de regels en het beleid aangaande een ‘goede ruimtelijke ordening’ vastgelegd in het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan is een doorvertaling van landelijke wet- en regelgeving en het beleid en de regelgeving van in dit geval zowel de provincie Zeeland als de gemeente Terneuzen. In een bestemmingsplan zijn de gebruiks- en bouwmogelijkheden vastgelegd voor een gebied. Dat het gebied een bedrijfsterrein betreft wil ook niet zeggen dat ieder bedrijf zich hier kan vestigen. Voor elke vierkante meter binnen de gemeentegrenzen is vastgelegd welke bestemming het terrein heeft. Milieuthema’s als geluid, stof en geur zijn een belangrijk onderdeel van de ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’ en van de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan. Geluid Het is voor bedrijven niet altijd mogelijk om het geluid binnen het bedrijfsterrein te houden. Daarom zijn gebieden gezoneerd, zoals het gebied Sluiskil-Oost/Kanaaleiland, Axelse Vlakte II en de Oostelijke Kanaaloevers. Deze zones zijn vastgelegd in bestemmingsplannen. Voor woningen binnen deze zones gelden geluidsnormen tussen de 50 en 60 dB(A). Buiten de zone mag de geluidsbelasting van de gezamenlijke bedrijven op het industrieterrein niet hoger zijn dan 50 dB(A). Provincie Zeeland beheert alle zones in de gemeente Terneuzen. Zij beoordelen of vergunningen wel of niet verleend kunnen worden. Luchtkwaliteit Het gezondheidsaspect is één van de belangen die bij ruimtelijke afwegingen een rol speelt.

Daarom is de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet het bevoegd gezag de diverse belangen voor de lokale situatie afwegen. Dit gaat verder dan aangeven of aan de luchtkwaliteitsregels uit de Wet milieubeheer wordt voldaan. Want ook als aan de grensvoorwaarden wordt voldaan, kunnen er gezondheids- en milieueffecten zijn of kunnen de bedrijfsactiviteiten bij buurtbedrijven worden verstoord. De GGD kan op lokaal niveau advies geven over de luchtkwaliteit in relatie tot gezondheid en een goede ruimtelijke ordening. De vraag is of de locatie voor de bestemming de beste is, onder de gegeven omstandigheden, en of het acceptabel is om een extra (in geval van uitbreiding) of nieuwe bron van luchtverontreiniging mogelijk te maken.

[38]

Externe veiligheid Bedrijven kunnen een risicobron zijn voor de externe veiligheid, bijvoorbeeld door opslag, productie of transport van gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij om de veiligheid ‘buiten de poort’. De relatie tussen risicovolle activiteiten en de leefomgeving is relevant in het bestemmingsplan. Geur Het wijzigen of uitbreiden van een bedrijf kan effect hebben op de geurhinder van geurgevoelige objecten in de omgeving, zoals woningen. Het bevoegd gezag bepaalt wat een aanvaardbaar geurniveau is bij geur van industriële bedrijven. In vergunningen zijn geuraspecten opgenomen ter bescherming van omwonenden. De vergunninghouder moet in dat geval alle maatregelen of voorzieningen treffen die mogelijk zijn ter voorkoming van geurhinder en ter beperking van geurwaarneming buiten de inrichting. Ook bij het thema geur kan de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG worden toegepast en een minimale afstand tot het gevoelige object worden bepaald. Wanneer mag er worden afgeweken van bepalingen in een bestemmingsplan? Het bestemmingsplan is een bindend document voor zowel de overheid als burgers en bedrijven. Er zijn mogelijkheden om van het bestemmingsplan af te wijken. Een voorbeeld is de mogelijkheid om af te wijken van de toegestane bedrijfscategorie.

In de bestemming is aangegeven welke bedrijfscategorie is toegestaan (bijvoorbeeld maximaal milieucategorie 4.1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten). Met de afwijkingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken en bijvoorbeeld maximaal categorie 4.2 toestaan, mits het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met een categorie 4.1 bedrijf. Ook kunnen er bepalingen in het bestemmingsplan zijn opgenomen die vóór andere bepalingen gaan. Bijvoorbeeld dat bouwwerken die er al stonden voordat het bestemmingsplan van kracht werd, gebruikt mogen worden, ook als ze in strijd zijn met andere bepalingen. Resultaat Bij het opstellen van de bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen in de Kanaalzone is op het gebied van milieu rekening gehouden met de afspraken die in 1992 gemaakt zijn in het kader van Gebiedsgerichte benadering Kanaalzone, met bestaande milieurechten en met de milieuzonering voor nieuwe bedrijven, zoals beschreven in het publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG, uitgave 2009. Op het moment dat een bedrijfsactiviteit wijzigt of uitbreidt, dan wordt de nieuwe vergunningsaanvraag getoetst aan het bestemmingsplan. Bestemmingsplannen zijn openbaar en kunnen worden opgezocht op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Alle bestemmingsplannen zijn geraadpleegd en de regels zijn geïnventariseerd.

De volgende stap is nagaan of de huidige bedrijfsactiviteiten die op het terrein zijn gevestigd in strijd zijn met het bestemmingsplan. Tot nu toe zijn er geen strijdigheden gevonden.

[39]

Havenverordening In de Havenverordening en het Havenreglement staan de regels beschreven die op het water gelden. In hoofdzaak gaat het dan om regels met betrekking tot gevaarlijke stoffen, waaronder het gebruik van dampretourleidingen bij de overslag, maar ook het verbod op het in de lucht brengen van hinderlijke stoffen (artikel 4.1 van de Havenverordening North Sea Port Netherlands 2019). Dit is publiek recht, dat wil zeggen de regels die de verhouding tussen overheid en burger regelen. Op de kaart is het beheersgebied te zien waarvoor de verordening geldt. Daarnaast dienen gebruikers van de haveninfrastructuur zich te houden aan de Algemene voorwaarden van North Sea Port (Zie www.northseaport.com) en zijn er afspraken vastgelegd in de erfpachtovereenkomsten. Dit gaat onder andere over het gebruik van voorzieningen en het kadeplatform. Hierin staan voorwaarden over schoonhouden van kadeplatform en daarop aanwezige installaties, maximale belasting van de kades, het verbod om aan het kadeplatform olieproducten, vloeibare chemicaliën, etc. De Algemene voorwaarden vallen onder het privaatrecht. Dit zijn de regels die de verhouding tussen private partijen regelt, dus tussen North Sea Port en de gebruiker van de haven.

Binnen het beheersgebied van Rijkswaterstaat zijn er wel regels voor het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen, maar bijvoorbeeld geen regels over geluidhinder, zoals van scheepaggregaten. Door het ontbreken van geluidregels in de regelingen van RWS val je terug op geluidregels uit de APV van de gemeente Terneuzen. Hebben bewoners meldingen over scheepsaggregaten, dan is het dus aan de gemeente (boa’s) of politie om hiertegen op te treden. Heros, Oostkade 5 in Sluiskil Op het terrein van Heros zijn volgens het bestemmingsplan ‘Sluiskil-Oost’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: -

kade- of havengebonden bedrijven uit milieucategorie 2 t/m 4.2 en een vetzuren en alkanolenfabriek (niet syntethisch), p.c. >= 100.000 ton/jr, behorende tot milieucategorie 5.1 (SBI-code 2414.2)

Aanvullend is bepaald dat op het terrein zogenaamde grote lawaaimakers en risicovolle inrichtingen zijn toegestaan. Op het terrein zijn geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit milieucategorie 5 toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot maximaal milieucategorie 4.2. Rond de terreinen van Heros, Yara, het hoogspanningsstation Westkade 123 en de bedrijven op Kanaaleiland is een geluidszone vastgesteld waarbuiten de gezamenlijke geluidsbelasting van de op deze terreinen gelegen bedrijven, niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen. [40]

Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Y ara, Industrieweg 10 in Sluiskil Op het terrein van Yara zijn volgens het bestemmingsplan ‘Sluiskil-Oost’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: -

kade- of havengebonden bedrijven uit milieucategorie 2 t/m 4.2 en een kunstmestfabriek, behorende tot milieucategorie 5.1 (SBI-code 2415)

Aanvullend is bepaald dat op het terrein zogenaamde grote lawaaimakers en risicovolle inrichtingen zijn toegestaan. Op het terrein zijn geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit milieucategorie 5 toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot milieucategorie 2 t/m 4.2. Rond de terreinen van Heros, Yara, het hoogspanningsstation Westkade 123 en de bedrijven op Kanaaleiland is een geluidszone vastgesteld waarbuiten de gezamenlijke geluidsbelasting van de op deze terreinen gelegen bedrijven, niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen. Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Vlaeynatie, Autrichehavenweg 10 in Westdorpe Op het terrein van Vlaeynatie zijn volgens de ‘Beheersverordening Axelse Vlakte - 1e wijziging’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: -

kade- of havengebonden bedrijven uit milieucategorie 3.1 t/m 5.1

Aanvullend is bepaald dat op dit terrein zogenaamde grote lawaaimakers zijn toegestaan en risicovolle inrichtingen voor zover de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar niet over kwetsbare objecten ligt. Op het terrein zijn geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit twee milieucategorieën hoger of lager toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot milieucategorie 3.1 t/m 5.1. Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. B eelen, Finlandweg 28 in Westdorpe Op het terrein van Beelen zijn volgens het bestemmingsplan ‘Axelse Vlakte, Finlandweg’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan:  

bedrijven uit milieucategorie 3.1 t/m 4.2 en een breekzeefinstallatie met een capaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar, behorende tot milieucategorie 5.2 (SBI-code 383202) [41]

Aanvullend is bepaald dat op dit terrein geen zogenaamde grote lawaaimakers en geen risicovolle inrichtingen zijn toegestaan. Op het terrein zijn tevens geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit milieucategorie 5.1 en 5.2 toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot milieucategorie 3.1 t/m 4.2. Sag ro en Innovarec, Koegorsstraat 17 in Terneuzen Op de terreinen van Sagro en Innovarec zijn volgens het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Koegorsstraat’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan:  

bedrijven uit milieucategorie 2 t/m 4.2 en een milieudienstverlenend bedrijf, behorende tot milieucategorie 5 (SBI-code 90)

Aanvullend is bepaald dat op dit terrein geen zogenaamde grote lawaaimakers en geen risicovolle inrichtingen zijn toegestaan. Op het terrein zijn tevens geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit milieucategorie 5.1 en 5.2 toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot maximaal milieucategorie 4.2. Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Packag ing Terminal Terneuz en, Finlandweg 17 in Terneuzen Op het terrein van Packaging Terminal Terneuzen zijn volgens de ‘Beheersverordening Oostelijke Kanaaloever - 3e wijziging, waterstofgasleiding’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: 

kade- of havengebonden bedrijven uit milieucategorie 4.1 en 4.2

Aanvullend is bepaald dat op dit terrein zogenaamde grote lawaaimakers zijn toegestaan en risicovolle inrichtingen voor zover de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar niet over kwetsbare objecten ligt. Op het terrein zijn geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit twee milieucategorieën hoger of lager toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot milieucategorie 4.1 of 4.2. Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Verbrug g e Terminals, Beneluxweg 6, 10, 12 en 14 in Terneuzen Op het terrein van Verbrugge Terminals zijn volgens de ‘Beheersverordening Oostelijke Kanaaloever 3e wijziging, waterstofgasleiding’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: 

kade- of havengebonden bedrijven uit milieucategorie 4.1 en 4.2 [42]

Aanvullend is bepaald dat op dit terrein zogenaamde grote lawaaimakers zijn toegestaan en risicovolle inrichtingen voor zover de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar niet over kwetsbare objecten ligt. Op het terrein zijn geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit twee milieucategorieën hoger of lager toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot milieucategorie 4.1 of 4.2. Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Ovet, Noorwegenweg 2 in Terneuzen Op het terrein van Ovet zijn volgens de ‘Beheersverordening Oostelijke Kanaaloever - 3e wijziging, waterstofgasleiding’ de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: 

kade- of havengebonden bedrijven uit milieucategorie 4.1 en 4.2

Aanvullend is bepaald dat op dit terrein zogenaamde grote lawaaimakers zijn toegestaan en risicovolle inrichtingen voor zover de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar niet over kwetsbare objecten ligt. Op het terrein zijn geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit twee milieucategorieën hoger of lager toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot milieucategorie 4.1 of 4.2. Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Scheepswerf D e Schroef, Wervenweg 1 in Sas van Gent Op het terrein van en het water rondom Scheepswerf De Schroef zijn volgens de ‘Beheersverordening Axelse Vlakte - 1e wijziging’ en het bestemmingsplan ‘Water Kanaaleiland Stroodorpe-Oost’ respectievelijk de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan:  

kade- of havengebonden bedrijven uit milieucategorie 2 t/m 3.2 (BV Axelse Vlakte, 1 e wijziging) en droogdokken (BP Water Kanaaleiland Stroodorpe-Oost)

Aanvullend is bepaald dat op dit terrein zogenaamde grote lawaaimakers zijn toegestaan en risicovolle inrichtingen voor zover de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar niet over kwetsbare objecten ligt. Op het terrein zijn geen bedrijfswoningen en kwetsbare objecten toegestaan. Het college van B&W mag, middels een afwijkingsbevoegheid, tevens bedrijven uit twee milieucategorieën hoger of lager toestaan, mits het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving, geacht kan worden te behoren tot milieucategorie 2 t/m 3.2.

[43]

Verder is in het bestemmingsplan bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

[44]

Bijlage 6: Inventarisatie handhavingsacties per bedrijf Gesloten Handhavingsacties per bedrijf periode 2016 - 2020 2016 2017 2018 2019 2020 Beelen Terneuzen Beheer B.V. 5 1 3 4 3 Ambtelijke hercontrole 2 Bestuurlijke hercontrole Administratieve controle 1 Diepgaand adm. toezicht 1 Aspectcontrole 1 1 Periodieke controle 1 1 1 1 Beoordeling melding bijzondere bedrijfsomstandigheden 1 Controle boswet (t/m 31-122016) 4 Voornemen last onder dwangsom 1 Heros Sluiskil B.V. 19 34 34 52 40 Ambtelijke hercontrole 1 3 2 3 Bestuurlijke hercontrole 1 Administratieve controle 13 26 23 32 27 Diepgaand adm. toezicht 1 1 Aspectcontrole 1 1 6 6 Periodieke controle 3 1 1 2 Beoordeling melding bijzondere bedrijfsomstandigheden 1 1 Controle natuurbeschermingswet (t/m 3112-2016) 1 Ongewoon voorval 1 5 3 7 2 Verzoek tot handhaving 1 1 Voornemen last onder dwangsom 1 1 Hoornaert's Machinefabriek en Scheepswerf "De Schroef" B.V. 6 7 5 6 1 Ambtelijke hercontrole 1 Bestuurlijke hercontrole 1 Administratieve controle 1 1 1 1 1 Aspectcontrole 2 1 Periodieke controle 2 1 1 Gebiedscontrole 1 Ongewoon voorval 1 1 2 3 Verzoek tot handhaving 2 Voornemen last onder dwangsom 1 Innovarec B.V. locatie Sluiskil 2 1 1 1 Aspectcontrole 1 [45]

Totaal Gesloten

Totaal Open Totaal

Open

2019 2020 16 1 2 1 1 1 2 4

1 1

17 2 1 1 1 2 4

1

1

4

4

1 179 9 1 121 2 14 7

5 1

5 1

2

2

1

1

2

1 18 2

2

1

1

2 25 1 1 5 3 4 1 7 2 1 5 1

1 184 10 1 123 2 14 8

1 19 2 2

1

1

1

1

26 1 1 5 3 4 1 8 2 1 5 1

Periodieke controle Beoordeling melding bijzondere bedrijfsomstandigheden Ovet Holding B.V. Ambtelijke hercontrole Bestuurlijke hercontrole Administratieve controle Aspectcontrole Periodieke controle Beoordeling melding bijzondere bedrijfsomstandigheden Gebiedscontrole Controle grondwater Ongewoon voorval Voornemen last onder dwangsom Packaging Terminal Terneuzen Ambtelijke hercontrole Administratieve controle Periodieke controle Sagro Zeeuws Vlaanderen B.V. Ambtelijke hercontrole Administratieve controle Aspectcontrole Periodieke controle Ongewoon voorval Verbrugge Terminals B.V. Ambtelijke hercontrole Bestuurlijke hercontrole Administratieve controle Aspectcontrole Periodieke controle Ongewoon voorval Voornemen last onder dwangsom Vlaeynatie B.V. Ambtelijke hercontrole Aspectcontrole Periodieke controle Oplevercontrole BRZO-inspectie1 Voornemen last onder dwangsom Yara Sluiskil B.V. Ambtelijke hercontrole Besluit intrekken last onder dwangsom

2

8

2 1 2

1 4

1 1

9

6 1

1

3

3

7 1

1 33 1

1 36 1 1 14 5 3

4

1 1 1 1

2

1

5

2 1 1 7

2 1 1 7

1 9 4 1 4 7 2 1 1 2 1 22 5 1 6 4 4 1

1 9 4 1 4 7 2 1 1 2 1 23 5 1 6 5 4 1

1

3 2

1

2 1

1 1

1 2 1 1

1 1

1 2 1

1

1 1 6 3 1

12 2 6 4

2 1

4 2 1 1

40 1

1

1

1 2

4

1

3

10 5 1 1

1

1

2

1 20 7 1 6 1 4

54 5

68

1 43 4

1 205 10

1

1

[46]

1 1 1

1

1

3

1 1 1

13 4 3

2

1 1

3

1 1

1 2 1 1

1

3

1

1

1

1

1 20 7 1 6 1 4

7

7

1 212 10 1

Besluit last onder dwangsom 1 1 2 2 dwangsomcontrole 1 1 2 4 4 Administratieve controle 7 17 29 14 67 67 Diepgaand adm. toezicht 1 1 1 Aspectcontrole 10 13 9 4 36 6 6 42 Periodieke controle 9 7 7 23 23 Oplevercontrole 1 1 1 Beoordeling melding bijzondere bedrijfsomstandigheden 2 2 1 5 10 10 Controle bodemsanering 1 1 1 Ongewoon voorval 6 8 16 13 43 1 1 44 1 BRZO-inspectie 1 1 1 1 4 4 Voornemen last onder dwangsom 1 1 2 2 Totaal 89 114 125 128 65 521 7 11 18 539 1 Gegevens tot overgang Brzo-taken naar DCMR. Overige gegevens van Brzo-bedrijven periode 2019 – 2020 volgen.

[47]

Bijlage 7 Totstandkoming meetpunt Sluiskil Op 13 juli 2020 heeft DCMR een inkooporder ontvangen van de provincie Zeeland. Gekozen is voor een meetpunt dat vergelijkbaar is met de meetpunten van RIVM, zodat vergelijking mogelijk is. Meetgegevens worden op dezelfde manier ontsloten als het RIVM. Het meetstation kan ook als referentie/validatie gebruikt worden bij eventuele toekomstige inzet van sensoren, waardoor we bijvoorbeeld burgerparticipatie kunnen faciliteren. Gekozen is voor de componenten totaalstof (met als mogelijkheid analyse zware metalen), fijnstof PM2,5 en PM10 en NOx. Dit zijn de meest relevante componenten waarvoor in de Wet milieubeheer grenswaarden zijn opgenomen. Aan DCMR is gevraagd in overleg met de Stichting Dorpsraad Sluiskil en de stichting Kanaalzone Gewoon Schoon een meettechnisch geschikt meetpunt aan te wijzen. De gang van zaken: Op 29 juli 2020 is door DCMR een mail verstuurd naar de Stichting Dorpsraad Sluiskil en de stichting Kanaalzone Gewoon Schoon met daarin een voorstel van DCMR voor drie mogelijk geschikte locaties. Het betrof de locaties: Stroodorpestraat/Middenstraat, Vogelschorsstraat/Spoorstraat (naast museum Sluiskil) en een locatie aan de Stroodorpestraat. Deze laatste locatie is bij nader inzien niet geschikt (soort wadi met veel waterhinder). Naast de meettechnische vereisten (b.v.

niet onder bomen, 5 meter van de doorgaande weg en geen storende bronnen in de directe omgeving) hebben deze locaties het voordeel dat zij in het bezit zijn van de gemeente Terneuzen. De Stichting Dorpsraad Sluiskil en de na 29 juli inmiddels opgeheven Stichting Kanaalzone Gewoon Schoon hebben beide op deze mail gereageerd. De Stichting Dorpsraad Sluiskil gaf aan de locatie aan de Stroodorpestraat te prefereren (mail 4-8-2020) mede omdat de locatie Vogelschorsstraat/Spoorstraat (naast museum Sluiskil) opgenomen is in het 7punten plan van de dorpsraad als eventuele bouwlocatie. De stichting Kanaalzone Gewoon Schoon koos voor de locatie Vogelschorsstraat/Spoorstraat (museum Sluiskil) (mail 4-8-2020). Aansluitend is op 12-8-2020 een mail van de stichting ontvangen met een aantal alternatieve locaties. Van deze alternatieve locaties van de stichting bleek de locatie Bosjesstraat even geschikt als meetlocatie aan de Stroodorpestraat/Middenstraat. De locatie aan de Bosjesweg is voorgelegd aan de dorpsraad (mail 25-8-2020). De dorpsraad vond deze locatie te ver van de industrie en het kanaal en vroeg een meetpunt direct aan het kanaal (bijvoorbeeld bij de veerpond of de wachtsteiger bij het kanaal). De dorpsraad gaf aan de meeste hinder in Sluiskil wordt toegeschreven aan de industrie en de scheepvaart.

Op 27 augustus is tijdens een telefonisch overleg tussen de provincie Zeeland en DCMR besloten te kiezen voor de eerder voorgestelde locatie Stroodorpestraat/Middenstraat. Op 31 augustus zijn de Stichting Dorpsraad Sluiskil en de oud-voorzitter van de Stichting Kanaalzone Gewoon Schoon per e-mail ingelicht over de gekozen meetlocatie. Op 31 augustus heeft DCMR van beide partijen een bericht teruggekregen. De dorpsraad is tevreden met het besluit, de voorzitter van de voormalige stichting is teleurgesteld. Naar aanleiding van de reactie van de voorzitter van de voormalige Stichting Kanaalzone Gewoon Schoon is op 7 oktober, voordat de definitieve opdracht aan DNWG voor het realiseren van de [48]

elektrische aansluiting op de meetlocatie, door DCMR telefonisch contact opgenomen met de voorzitter van de dorpsraad. Door DCMR is aangegeven dat de locaties Bosjesstraat en Stroodorpestraat/Middenstraat beide meettechnisch geschikt zijn voor het uitvoeren van immissiemetingen. De voorzitter van de dorpsraad gaf aan dat, na eerder, uitgebreid overleg met de overige leden van de dorpsraad de locatie Stroodorpestraat/Middenstraat de voorkeur heeft. Als belangrijkste argument gaf de voorzitter aan dat het gros van de stof- en geurmeldingen afkomstig is van locaties aan en nabij de Kanaalweg in Sluiskil én vanuit de buurtschap Spui aan de oostzijde van het kanaal. De klagers noemde de bedrijfsactiviteiten aan de Oostkade en Industrieweg als belangrijkste veroorzakers van de hinder. Wanneer metingen in het centrum van het dorp (locatie Bosjesstraat) een positief beeld zouden laten zien zegt dit nog niet alles over de luchtkwaliteit aan de Kanaalweg waar de hinder als groot wordt ervaren.

Mede door deze onderbouwing van de dorpsraad én het feit dat de invloed van de overige industrie rond Sluiskil zoals Terneuzen, Sas van Gent en de Belgische Kanaalzone door de afstand en de ligging (noord en zuidzuidwest) voor beide geschikte locaties (die circa 200 meter uit elkaar liggen) gelijk zal zijn, is in onderling overleg tussen de provincie Zeeland en DCMR gekozen voor de locatie Stroodorpestraat/Middenweg.

[49]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10521999/1