2021-07-06 IC1 - bijlage 1 Tussentijds rapport - Onderzoek verbetering omgevingskwaliteit kanaalzone
Tekst van het document
Tussentijds rapport Onderzoek verbetering omgevingskwaliteit Kanaalzone Sluiskil - Terneuzen
2020 - 2021
Een samenwerking tussen : Provincie Zeeland Gemeente Terneuzen RUD Zeeland DCMR Rijkswaterstaat North Sea Port GGD Zeeland
Definitieve versie 03-05-2021
Samenvatting De industriële activiteiten en scheepvaart in de Kanaalzone Sluiskil-Terneuzen hebben invloed op de woonomgeving. Soms zorgt dit voor hinder. In 2019 zag de RUD Zeeland een stijging in het aantal meldingen bij het milieumeldpunt. Inwoners van Sluiskil en de wijk Oude Vaart in Terneuzen ervaren vooral hinder van geur, geluid en stof. Naar aanleiding van deze meldingen startten een aantal organisaties het onderzoek ‘Verbetering Omgevingskwaliteit Kanaalzone Sluiskil-Terneuzen’. Het plan van aanpak van het onderzoek staat op de website van de RUD Zeeland, onder ‘Producten en diensten’. Een samenvatting van het plan van aanpak zit in bijlage 1 van dit tussenrapport. Dit tussenrapport doet verslag van het onderzoek in de periode tot en met 31 december 2020. In dit rapport stellen we nog geen oplossingen of vervolgstappen voor. Per deelplan beschrijven we welke acties nodig zijn om eind 2021 de doelstelling van het onderzoek te behalen. Doel De doelen van het onderzoek zijn: 1 de beleving van inwoners in beeld brengen op het gebied van lucht, geur, geluid, stof, veiligheid en gezondheid; 2 mogelijke knelpunten voor de omgevingskwaliteit benoemen; 3 voorstellen doen voor mogelijke oplossingen voor deze knelpunten, waarmee de omgevingskwaliteit waar nodig en mogelijk kan verbeteren. Het onderzoek bestaat uit zes deelplannen. De doelen en resultaten per deelplan zijn:
Deelplan
Doel
Producten / Resultaten
Beleving
In beeld brengen hoe inwoners leefomgeving beleven.
- Gezondheidsmonitor
Inventarisatie vergunningseisen
Onderzoeken van vergunningseisen en toetsen of deze BBT zijn
- overzicht voorschriften
Inventarisatie handhavingsacties
- Inzichtelijk maken welke maatregelen bedrijven al genomen hebben om hinder te voorkomen of te beperken
- overzicht van uitgevoerde handhavingsacties tussen 2016 en 2020
- Een overzicht maken van lopende handhavingsacties
- Leefplekmeter
- resultaat BBT-toets1
- verslagen van minstens twee aspectcontroles per bedrijf en minstens acht gebiedscontroles
- Bepalen van een handhavingsstrategie om de - voorstel over de te nemen beleving van de acties om meldingen te omgevingskwaliteit in de regio voorkomen of te verminderen te verbeteren
[1]
Emissies
- De emissie (uitstoot van stoffen) van bedrijven onderzoeken
- overzicht van belangrijke emissies en bronnen
- Vaststellen welke bronnen mogelijk verantwoordelijk zijn voor meldingen Bepalen luchtkwaliteit
Onderzoeken of monitoring van de luchtkwaliteit in een specifiek gebied meerwaarde heeft
- overzicht van mogelijkheden en kosten om immissiemetingen uit te voeren (metingen naar de concentratie van stoffen op leefhoogte (1,5 meter))
Walstroom
Studie naar de mogelijkheden bij de aanleg van walstroom voor afmeerpalen in Sluiskil
- overzicht van maatregelen en kosten voor de aanleg van walstroom
1)
Het begrip Best Beschikbare Technieken (BBT) staat voor de meest doeltreffende methode die technisch en economische haalbaar is, om emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu van een bedrijf te voorkomen.
Communicatie In januari 2021 zijn we begonnen met de communicatie over dit onderzoek. Op de website van de RUD Zeeland bieden we alle informatie over dit project. In maart 2021 hebben we inwoners en bedrijven in het onderzoeksgebied per brief geïnformeerd over het onderzoek. Ook hebben we toen een persbericht uitgedaan om het onderzoek te introduceren. Planning Bijlage 3 biedt inzicht in de planning van de onderzoeksactiviteiten voor 2021. De deelplannen gaan volgens planning. De uitvoering van de Leefplekmeter (deelplan ‘Beleving’) vindt fysiek plaats zodra de coronamaatregelen dit toestaan. Middelen Voor dit onderzoek is een bedrag van € 144.639,- begroot. De opdrachtgevers, Provincie Zeeland en de gemeente Terneuzen, dragen ieder de helft van de kosten van het onderzoek. Zie onderstaande tabel voor uitgaven in 2020 en het budget voor 2021 (in euro’s). Jaar 2020 2021 Totaal
Provincie Zeeland 23.439 48.881 72.320
Gemeente Terneuzen 29.170 43.150 72.320
Totaal 52.609 92.031 144.639
Tussenresultaten Analyse meldingen De RUD Zeeland heeft de meldingen onderzocht die tussen 2016 en 2020 bij de milieudiensten binnen kwamen. Deze analyse helpt om een beter beeld te krijgen van de beleving bij inwoners. [2]
Ruimtelijke ordening en milieuregels scheepvaart We hebben de activiteiten van de bedrijven en de scheepvaart getoetst aan de milieuregels uit de bestemmingsplannen, scheepvaartreglementen en diverse verordeningen. Hierbij zijn geen strijdigheden aangetroffen. Beleving Om de vier jaar voert de GGD de ‘Gezondheidsmonitor’ uit. In de gemeente Terneuzen heeft de GGD extra vragen in de vragenlijst opgenomen. Dit zijn vragen die belangrijk zijn voor ons onderzoek. Deze vragen zijn milieu-gerelateerd en hebben te maken met de thema’s geluid-, geur- en stofhinder en risicoperceptie. De GGD kan de onderzoeksresultaten in de gemeente Terneuzen op (samengesteld) wijkniveau bekijken. De resultaten verwachten we na de zomer van 2021. Zodra de coronasituatie het toelaat voert de GGD ook een ‘Leefplekmeter’ uit. Deze methode brengt in beeld hoe inwoners hun leefomgeving ervaren en is een onderzoek op locatie. Eerder werd nog gedacht aan een online onderzoek. Daar is van afgezien, omdat de meerwaarde juist zit in de gesprekken die de deelnemers op locatie met elkaar hebben. Onderzoek vergunningseisen De volgende stappen in het deelplan ‘vergunningseisen’ zijn klaar: a) In kaart brengen voorschriften Wabo- vergunningen / artikelen AB / AR. b) In kaart brengen van voorschriften APV, Havenverordening North Sea Port, Beheersverordening RWS en andere verordeningen.
c) Per bedrijf de geldende voorschriften en artikelen samenvoegen in een werkdocument. Dit dient voor het uitvoeren van gebiedscontroles, voor de onderwerpen geluid, geur, veiligheid en emissies naar de lucht. d) Toetsen of deze wet- en regelgeving compleet is en voldoet aan de Beste Beschikbare Technieken (BBT). Vervolgens onderzoeken we welke knelpunten en eventuele oplossingen er zijn om de beleving van de omgevingskwaliteit te verbeteren. Onderzoek handhavingsacties We hebben een overzicht gemaakt van de handhavingsacties per bedrijf in de periode 2016- 2020 (zie bijlage 6). Toezichthouders voeren handhavingsacties uit om hinder te voorkomen. We moeten nog onderzoeken welke handhavingsacties specifiek als doel hadden om geur- geluid- en stofhinder te voorkomen. Het tweede doel van dit deelplan is het bepalen van aanvullende en benodigde handhavingsacties. We doen aspectcontroles (twee per bedrijf) en gebiedscontroles bij de omliggende bedrijven en de omgeving (acht gebiedscontroles en vier controles over het water). De RUD Zeeland heeft zes van de acht bedrijven een keer bezocht. De RUD Zeeland en DCMR hebben ook twee gebiedscontroles uitgevoerd. De andere controles doen zij in het tweede en derde kwartaal van 2021. In deze periode komen de meeste meldingen binnen.
[3]
Uit controles bleek dat hinder ook veroorzaakt kan worden door buurbedrijven die buiten dit onderzoek vallen. Emissies De doelstelling van het deelplan ‘Emissies’ bestaat uit drie delen: a) het in kaart brengen van de relevante emissies van de bedrijven; b) het lokaliseren van bronnen die verantwoordelijk zijn voor hindersituaties; c) onderzoeken welke maatregelen nodig en uitvoerbaar zijn om hindersituaties weg te nemen. Onderzoeksbureau Tauw heeft vorig jaar een rapport opgesteld over ‘Nut en noodzaak van een provinciaal luchtmeetnetwerk’. De gegevens uit dit onderzoek zijn te gebruiken voor doelstelling a ) van dit deelplan. In een volgende stap combineren we de resultaten van deelproject ‘inventarisatie vergunningseisen’ (op het gebied van lucht) en de resultaten uit het onderzoek van Tauw (gebied Kanaalzone) met elkaar. Van daaruit kunnen we onderzoeken welke mogelijke maatregelen bedrijven kunnen nemen. Luchtkwaliteit Het onderzoeksrapport van Tauw en het toegenomen aantal meldingen vanuit Sluiskil heeft de provincie Zeeland doen besluiten om de lucht in Sluiskil te monitoren. In opdracht van de provincie heeft DCMR half december 2020 een meetpunt geplaatst aan de Middenstraat. Het meetpunt meet fijnstof, grof stof en NOx. De meetgegevens zijn te volgen via de website www.luchtmeetnet.nl.
Walstroom Het doel van het deelplan ‘walstroom’ is luchtverontreiniging, geluid- en stankhinder van scheepsaggregaten tegen te gaan. In ons geval gaat het specifiek om de aggregaten van de schepen die afmeren aan de ligplaatsen van Rijkswaterstaat, pal voor woningen in Sluiskil. Rijkswaterstaat gaat hiervoor walstroomkasten plaatsen, zodat het gebruik van scheepsaggregaten niet langer nodig is en zelfs kan worden verboden. De eerste stap is uitzoeken wat de plaatsing van walstroomkasten betekent qua techniek en kosten. Rijkswaterstaat maakt hierbij gebruik van de kennis en ervaring van North Sea Port die al walstroomkasten in haar beheersgebied heeft staan. Het plan voor Sluiskil loopt vooruit op een landelijk plan van Rijkswaterstaat om alle ligplaatsen voor de binnenvaart in Nederland te voorzien van walstroom.
[4]
Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................1 Inhoudsopgave .....................................................................................................................5 1.
2.
Inleiding ........................................................................................................................7 1.1
Tussentijds rapport...................................................................................................7
1.2
Doelstelling .............................................................................................................7
1.3
Communicatie .........................................................................................................8
1.4
Planning..................................................................................................................8
1.5
Middelen ................................................................................................................8
Analyse van de meldingen ................................................................................................9 2.1
Beleving ..................................................................................................................9
2.2
Conclusies ...............................................................................................................9
3.
Ruimtelijke Ordening ..................................................................................................... 13
4.
Beleving: De kwantitatieve milieubelevingsenquête ........................................................... 14
5.
6.
7.
4.1
Proces .................................................................................................................. 14
4.2
Resultaat............................................................................................................... 15
4.3
Planning................................................................................................................ 15
4.4
Risico’s ................................................................................................................. 15
Beleving: De kwalitatieve leefplekmeter ........................................................................... 16 5.1
Proces .................................................................................................................. 16
5.2
Resultaat............................................................................................................... 16
5.3
Planning................................................................................................................ 16
5.4
Risico’s ................................................................................................................. 17
Inventarisatie vergunningseisen ...................................................................................... 18 6.1
Doelstelling ........................................................................................................... 18
6.2
Proces .................................................................................................................. 18
6.3
Resultaat............................................................................................................... 19
6.4
Risico’s ................................................................................................................. 19
Inventarisatie handhavingsacties..................................................................................... 20 7.1
Doelstelling ........................................................................................................... 20
7.2
Proces .................................................................................................................. 20
7.2.1
Gebiedscontroles ............................................................................................ 20
7.3
Betrokkenheid ....................................................................................................... 21
7.4
Resultaat............................................................................................................... 21
7.5
Risico’s ................................................................................................................. 21 [5]
8.
Emissies....................................................................................................................... 22 8.1
Doelstelling ........................................................................................................... 22
8.2
Proces .................................................................................................................. 22
8.3
Resultaat............................................................................................................... 22
8.4
Planning................................................................................................................ 22
8.5
Risico’s ................................................................................................................. 22
9.
Luchtkwaliteit............................................................................................................... 24 9.1
Doelstelling ........................................................................................................... 24
9.2
Proces .................................................................................................................. 24
9.3
Betrokkenheid ....................................................................................................... 25
9.4
Resultaat............................................................................................................... 25
9.5
Planning................................................................................................................ 25
9.6
Risico’s ................................................................................................................. 26
9.7
Ontwikkelingen - citizen science ............................................................................... 26
10.
Walstroom................................................................................................................ 28
10.1
Doelstelling ........................................................................................................... 28
10.2
Proces en tussentijdse resultaten ............................................................................. 28
10.2.1
Stand van zaken technische analyse voor locatie Sluiskil en besluitvorming ............. 28
10.2.2
Juridische acties - walstroomverplichting ............................................................ 29
10.2.3
Handhaving van het generatorverbod ................................................................ 29
10.2.4
Haalbaarheidsstudie walstroom ........................................................................ 30
10.3 11.
Risico’s ................................................................................................................. 30 Bijlagen .................................................................................................................... 31
Bijlage 1: Samenvatting van het plan van aanpak .................................................................. 31 Bijlage 2: Communicatie .................................................................................................... 32 Snuffelfietsen en satellieten meten straks de luchtvervuiling in Zeeland....................................... 33 Bijlage 3: Planning ............................................................................................................ 35 Bijlage 4: Analyse van meldingen ........................................................................................ 37 Bijlage 5: Inventarisatie milieuregels in bestemmingsplannen ................................................. 38 Bijlage 6: Inventarisatie handhavingsacties per bedrijf ........................................................... 45 Bijlage 7 Totstandkoming meetpunt Sluiskil.......................................................................... 48
[6]
1. Inleiding RUD Zeeland constateerde in 2019 een forse stijging van het aantal meldingen van inwoners in het gebied Kanaalzone Sluiskil – Terneuzen over omliggende bedrijven. Dit was de directe aanleiding voor een samenwerking tussen diverse (semi)overheden en uitvoeringsorganisaties, die samen een onderzoek zijn gestart naar de omgevingskwaliteit in dit doelgebied. De hinder die wordt ervaren gaat vooral (maar niet alleen) over de thema’s geur, geluid en stof. In bijlage 1 is een samenvatting van het plan van aanpak te vinden. Het volledige plan is te raadplegen op de website van RUD Zeeland.
1.1 Tussentijds rapport Met dit rapport wordt verslag uitgebracht van de werkzaamheden omtrent het onderzoek ‘Verbetering Omgevingskwaliteit Kanaalzone Sluiskil – Terneuzen’ over de periode tot en met 31 december 2020. Aangezien de werkzaamheden in het kader van het onderzoek nog niet zijn afgerond, zijn in dit rapport nog geen mogelijke vervolgstappen of oplossingen aangedragen. Naar aanleiding van het tussentijds rapport zullen de nodige acties per deelplan worden bepaald om de projectdoelstellingen te behalen.
1.2 Doelstelling Het doel van het onderzoek is (1) het in kaart brengen van de beleving van inwoners, (2) het inventariseren van mogelijke knelpunten ten aanzien van de omgevingskwaliteit en (3) het aandragen van mogelijke oplossingen hiervoor, om de omgevingskwaliteit in het gebied Sluiskil-Terneuzen waar mogelijk en nodig te verbeteren. Het gaat hierbij om de beleving van de omgevingskwaliteit bij inwoners op het gebied van lucht, geur, geluid, stof, veiligheid en gezondheid. Om dit doel te bereiken is het onderzoek onderverdeeld in zes deelplannen, waaraan specialisten op dat specifieke vakgebied samenwerken. De deelplannen en hun doelstellingen zijn (tabel 1): Deelplan Beleving Inventarisatie vergunningseisen Inventarisatie handhavingsacties
Emissies
Bepalen luchtkwaliteit
Doel In beeld brengen hoe inwoners leefomgeving beleven Inventariseren van vergunningseisen en toetsen of deze BBT zijn - Inzichtelijk maken welke maatregelen er al genomen zijn ter voorkoming/beperking van hinder - Inventariseren van de lopende handhavingsacties van de diverse vergunningen, Verordeningen en Reglementen - Bepalen van de handhavingsacties / strategie om de beleving van de leefkwaliteit regio Sluiskil / Terneuzen te verbeteren - Analyseren van emissies van bedrijven - Vaststellen welke bronnen mogelijk verantwoordelijk zijn voor meldingen van hinder - Onderzoeken of gebiedsgerichte monitoring meerwaarde heeft
[7]
Op te leveren product / resultaat - Gezondheidsmonitor - Leefplekmeter - Overzicht voorschriften - Uitkomst BBT toets - Overzicht van uitgevoerde handhavingsacties over 3 jaar, - Verslagen met bevindingen van tenminste 2 aspectcontroles per bedrijf en tenminste 8 gebiedscontroles - Voorstel over de te nemen acties ter voorkoming of beperking van het aantal meldingen -
Overzicht van relevante emissies en bronnen
-
Overzicht van mogelijkheden en kosten om immissiemetingen uit te voeren
Walstroom
Onderzoeken mogelijkheden aanleg van walstroom voor afmeerpalen Sluiskil/haalbaarheidsstudie
-
-
Inventarisatie van benodigde maatregelen om walstroom te realiseren en van de benodigde investering, Aanleg en aanpassing ligplaatsverordening
Tabel 1: Doelen per deelplan
Aanvullend op deze projectdoelen heeft RUD Zeeland de binnengekomen meldingen geanalyseerd (zie hoofdstuk 3). De gemeente Terneuzen heeft geïnventariseerd welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan op de relevante bedrijfsterreinen (zie hoofdstuk 4).
1.3 Communicatie Communicatie is een cruciale factor in dit onderzoek waarbij veel partijen direct en indirect betrokken zijn. Er is in 2020 een communicatieplan opgesteld waarin de doelen en aanpak helder zijn gemaakt. Er wordt gecommuniceerd via de bestaande communicatiekanalen van de samenwerkende partijen, aangevuld met fysieke en/of online overleggen met (vertegenwoordigers van) de belanghebbenden. De communicatiedoelen zijn:
Draagvlak creëren bij inwoners en bedrijven van het gebied (en belangengroeperingen) voor de onderzoekaanpak en het onderzoekresultaat. Dit doen we door hen vanaf de start van het onderzoek te informeren over en te betrekken bij proces, scope, aanpak en (tussen)resultaten; Communicatie over het proces tussen betrokkenen faciliteren.
De website van RUD Zeeland biedt actuele en achtergrondinformatie over dit project. In maart 2021 ontvingen inwoners en bedrijven in het omliggende gebied een brief met toelichting op het onderzoek en waar ze alle informatie kunnen opzoeken. Daarnaast is er een persbericht uitgegaan om het onderzoek te introduceren. In bijlage 2 staat hoe de interne en externe communicatie is ingericht.
1.4 Planning In bijlage 3 is de tijdlijn van 2020 te vinden en een uitgebreide planning voor 2021. Deze is gebaseerd op de huidige voortgang van de deelplannen. Vooral het deelplan beleving, onderdeel leefplekmeter, is zeer afhankelijk van de van kracht zijnde coronamaatregelen.
1.5 Middelen In het plan van aanpak wordt in totaal een bedrag van € 144.639,- begroot voor dit onderzoek. Met de opdrachtgevers is een 50/50 kostenverdeling afgesproken. Voor zowel de Provincie Zeeland als de gemeente Terneuzen is dus €72.319,50,- begroot. Een deel van dit bedrag is in 2020 nodig geweest, en een deel komt in 2021 aan de orde. Provincie Zeeland Gemeente Terneuzen
Totaal
Jaar 2020
23.439
29.170
52.609
2021 Totaal
48.881 72.320
43.150 72.320
92.031 144.639
Instantie
Tabel 2: Middelenoverzicht in euro’s (afgerond)
[8]
2. Analyse van de meldingen Om de beleving van inwoners in kaart te brengen, is een diepgaande analyse van de meldingen van hinder verricht. De analyse draagt bij aan het onderzoeken wat er leeft onder de inwoners van Sluiskil en de wijk Oude Vaart in Terneuzen, en is belangrijke input voor onder andere het uitvoeren van gebiedscontroles en het in gesprek gaan met de omliggende bedrijven. De analyse is dus alleen bestemd als input voor de vervolgfases van dit project.
2.1 Beleving Het aantal meldingen zegt iets over de beleving van inwoners, namelijk dat ze hinder ervaren. Het zegt weinig over de milieuprestaties van de inrichtingen, omdat niet alle meldingen gegrond zijn. Er wordt bijvoorbeeld geen overtreding geconstateerd volgens het wettelijk kader, of de hinder is niet meer aanwezig zodra een inspecteur op locatie komt.
2.2 Conclusies In de analyse zijn de meldingen van hinder meegenomen die gemeld zijn bij de uitvoeringsdiensten RUD Zeeland en DCMR in de periode van januari 2016 tot en met december 2020. In bijlage 4 is te vinden welke variabelen zijn geanalyseerd. Niet alle variabelen bleken relevant voor het onderzoek. De volgende conclusies kunnen uit de analyse worden getrokken: 1. In 2020 zijn minder milieumeldingen dan in 2019 binnengekomen bij DCMR en RUD Zeeland van inwoners over bedrijven in het doelgebied. We zien vooral een daling van het aantal stof- en geurmeldingen. Ten opzichte van voorgaande jaren zijn meer geluidsmeldingen gemeld (zie figuur 1). Daarom zullen RUD Zeeland en DCMR zich voornamelijk richten op de thema’s stof, geur en geluid bij het uitvoeren van gebieds- en aspectcontroles. 2. De meeste meldingen komen binnen in het tweede en derde kwartaal van het jaar. Daarom zullen RUD Zeeland en DCMR in deze periode de meeste gebiedscontroles uitvoeren (zie figuur 2).
Figuur 1: Totaal aantal milieumeldingen per jaar, per thema
Figuur 2: Aantal meldingen per kwartaal
3. Er is geen significante directe relatie tussen de weersomstandigheden en het aantal meldingen. 4. De conclusies per bedrijf zijn als volgt: Sagro en Innovarec (17 meldingen in de periode 2016 – 2020) Sagro Zeeuws-Vlaanderen en Innovarec zijn beide gevestigd in de Koegorsstraat 17 te Sluiskil. Sagro is een aannemersbedrijf met werkplaats. Innovarec is een composteerbedrijf met puinbreker en –maler. Beide bedrijven vallen onder dezelfde holding, maar worden toch gezien als twee aparte inrichtingen.
[9]
De binnengekomen meldingen worden veelal op Sagro geregistreerd (16 van de 17 meldingen), maar kunnen over beide inrichtingen gaan. Circa 71% van de meldingen gaat specifiek over geurhinder naar aanleiding van de compostering bij Sagro. Circa 18% van de meldingen gaat over stofhinder. De overige 12% van de meldingen gaat over de combinatie van beide. Klagers geven bijvoorbeeld aan een misselijkmakende stank (zoals mestlucht) te ruiken, en het stof slaat op de luchtwegen. Bij één klacht wordt ook geluidhinder naar aanleiding van het breken van puin gemeld. Packaging Terminal Terneuzen (2 meldingen in de periode 2016 – 2020) Packaging Terminal Terneuzen (PTT), gevestigd te Terneuzen naast bedrijf Verbrugge, verzorgt de open overslag van bulkproducten en de verpakking hiervan in grote en kleine hoeveelheden. Over PTT zijn twee stofmeldingen binnengekomen op 17 november 2020 welke op locatie zijn geconstateerd. Er waren in dit geval twee klagers die over dezelfde activiteit hinder ervaarden, namelijk het lossen van boraten vanuit kiepwagens op de lopende band bij het bedrijf. Hierbij was de grote deur volledig geopend, waardoor stof naar buiten waaide. De windrichting was een zwakke zuidwesten wind. Eén van de klagers gaf aan dat er bij PTT óf Verbrugge werd gelost in de avond- en nachtperiode en dat het terrein regelmatig volledig onder het witte stof komt te liggen.
Dit wordt dan via het riool weggespoeld. Dit is vervolgens aan het Waterschap doorgegeven. Verbrugge Terminals (24 meldingen in de periode 2016 – 2020) Verbrugge Terminals (Verbrugge) is een laad-, los- en overslagbedrijf ten behoeve van zeeschepen. Er zijn mogelijkheden voor de opslag en handling van onder andere houtpulp en papier, hout, staal en metalen, droge bulkopslag zoals kunstmest, sulfaat en andere industriële mineralen en ruwe tabak. Voor Verbrugge is in 2012 een milieuvergunning afgegeven. In totaal zijn 24 meldingen toegewezen aan het bedrijf Verbrugge, ofwel omdat ze daadwerkelijk zijn geconstateerd, ofwel omdat de hinder vermoedelijk van dit bedrijf afkomstig is. Daarvan zijn 22 meldingen (92%) te wijten aan stofhinder. Stof is zichtbaar in de vorm van een stofwolk, of komt neer op auto’s en woningen in de omliggende omgeving. Bij twee van deze meldingen wordt concreet de stof genoemd die verwaait, namelijk soda ash. Er is ook één klacht binnengekomen over geluid van een defecte schudzeef of transportband en één klacht van een schipper over het niet bezemschoon zijn van het ruim. Ovet (34 meldingen in de periode 2016 – 2020) Ovet is gespecialiseerd in de opslag, overslag en bewerking van droge bulkgoederen, zoals kolen, schroot en staalrollen. Het bedrijf biedt naast de buitenopslag ook overdekte opslag in een grote loods.
De bekende drijvende kranen kunnen samen een loscapaciteit van maar liefst 70.000 ton bereiken. Het lossen van een schip kan soms dagen duren. De meeste meldingen, 26 van de in totaal 34 binnengekomen meldingen in de periode 2016 - 2020, gaan over stofhinder. Dit is 76,5%. Hierbij wordt veelal de bekende zwarte aanslag genoemd. Dit stof komt vrij bij de reguliere werkzaamheden van Ovet, namelijk het laden en lossen van schepen en het opslaan, overslaan en storten van de kolenstof. In bijna 18% van de gevallen wordt geluidshinder gemeld. Het betreft hier onder andere een zoemend geluid en het geluid van uitkloppen van de kraanbakken. De overige 6% gaat over geurhinder en verontreiniging. Scheepswerf de Schroef (211 meldingen in de periode 2016 – 2020) Zeegaande en binnenvaartschepen kunnen bij Scheepswerf de Schroef terecht voor reparatie, conversie, afbouw en nieuwbouw. Activiteiten die er plaatsvinden zijn onder andere staalreparaties, metaalbewerkingen, straal- en schilderwerk en montage. Dokken is mogelijk voor schepen tot een lengte van 162 meter en een breedte van 22 meter (bron: www.deschroef.com). [10]
Over Scheepswerf de Schroef werden in de periode 2016-2020 in totaal 211 meldingen gemeld. In 89% van de gevallen ging het hierbij om meldingen van geluidhinder (188 meldingen). In 9% van de gevallen ging het om geurhinder (18 stuks), en in 1% van de gevallen werd stofhinder (3 stuks) en overige hinder gemeld (2 stuks). Inwoners die melding maken van geluidshinder, geven onder andere aan dat dit continu prikkels geeft, waardoor ze er ’s nachts van wakker liggen (weinig slaap), of snel chagrijnig en moe worden omdat ze de geluiden proberen te onderdrukken of negeren. De hinder komt vooral van de scheepvaart, zoals draaiende motoren, pompen en ventilatoren en proefdraaien (circa 45%). Ook wordt hinder ervaren van onderhoud-, reparatie-, storingen- en schoonmaakwerkzaamheden (circa 32%), zoals schoonspuiten of straal- en slijpwerkzaamheden. Mensen klagen over hoge pieptonen, monotone bromtonen, zoemende geluiden, fluittonen en trillingen. Heros (223 meldingen in de periode 2016 – 2020) Recyclingbedrijf Heros produceert en verkoopt grondstoffen, verkregen na recycling van diverse resten bouwstoffen. Heros Sluiskil is specialist in het winnen van grondstoffen uit afval en het verwerken van verbrandingsresten. In Sluiskil is er een jaarcapaciteit van 650.000 ton.
Bij de verwerking van verbrandingsresten worden metalen en andere stoffen teruggewonnen die gebruikt worden bij onder andere wegenbouw. Heros is ook actief op het gebied van waterbehandeling en havenfaciliteiten. Op het terrein zijn dan ook laad-, los-, en overslagactiviteiten ten behoeve van zeeschepen te vinden, en afvalscheidingsinstallaties. In de periode 2016-2020 zijn 223 meldingen gemeld met betrekking tot Heros. In 69% van de gevallen ging dit over geurhinder (153 meldingen). Klagers ervaren onder andere een prikkelende lucht die slaat op de luchtwegen, en/of ruiken een cementlucht. In 25% van de gevallen (56 meldingen) ging het om stofhinder. Er werd bijvoorbeeld stof op de auto of woning aangetroffen. In 6% van de gevallen ging het over geluidhinder of verontreiniging. Mensen uiten de bezorgdheid om hun eigen gezondheid, en die van de kinderen uit het dorp. Ze noemen daarbij ook de school en kinderdagverblijf in het centrum van Sluiskil. Nader onderzoek in samenwerking met Heros is nodig om de bedrijfsactiviteiten en –installaties die mogelijk hinder veroorzaken specifieker in kaart te brengen. Beelen (19 meldingen in de periode 2016 – 2020) Beelen is een vergunningplichtig sloop- en recyclingbedrijf op de Axelse Vlakte bij Terneuzen. In de regio Terneuzen is het bedrijf nu wellicht vooral bekend om de komst van Amsterdams zuiveringsslib in 2019.
Toch doet Beelen veel meer dan dat. Met hun puinbreker/-maler verwerkt het bedrijf vele soorten afval en schroot. Het granulaat ligt op het terrein opgeslagen, en bijvoorbeeld slakken uit verbrandingsovens. In totaal zijn er 19 meldingen binnengekomen over Beelen in de periode 2016 - 2020, waarvan 14 over stofhinder, 4 over geurhinder en 1 over rondslingerend plastic buiten het terrein. Er worden meldingen gemeld over een mest-, verbrandings-, of afvallucht, en over stofwolken. Daarnaast geven de glastuinbouwbedrijven in Westdorpe aan dat stof en as op het kassendek terecht komt. Er wordt gesuggereerd dat deze afkomen van de materialen die bij Beelen liggen opgeslagen. De situatie in Westdorpe krijgt politieke en media-aandacht.
[11]
Vlaeynatie (1 klacht in de periode 2016 – 2020) Ook Vlaeynatie is een laad-, los- en overslagbedrijf ten behoeve van zeeschepen. Op het bedrijfsterrein vinden activiteiten plaats zoals het verpakken van bulkgoederen, het zeven van materiaal, het opslaan van bulkgoederen en pallets, en het mengen van producten. In 2016 is er één klacht binnengekomen van op- of wegwaaiend stof tijdens het laden van een schip. Het schip werd geladen met 2000 ton MOP-s. Dit is een soort kaliumchloride, een fijn wit product. Er is een dichte grijper gebruikt, maar desondanks is er stof ontsnapt. De werkzaamheden waren al gestopt toen de toezichthouder van RUD Zeeland bij Vlaeynatie aankwam. Wel is geconstateerd dat het dek en de zijkant van het schip wit zag van het product. Ook de kade was nog wit. Alles werd nog opgeruimd. Er was sprake van een zwakke noordwesten wind en het was rond de 19 graden Celsius. Aan het kanaal kan het harder hebben gewaaid. Yara (188 meldingen in de periode 2016 – 2020) Yara Sluiskil is een producent van hoogwaardige stikstofhoudende kunstmest en industriële chemicaliën, zoals Air 1® en NOxCare®, maar bijvoorbeeld ook CO2 voor de frisdrankindustrie en bierbrouwerijen. In de periode 2016-2020 zijn 188 gemeld over (vermoedelijk) de bedrijfsactiviteiten van Yara.
Hiervan werden 106 geluidsmeldingen (56%), 42 geurmeldingen (22%), 33 stofmeldingen (18%) en 7 overige meldingen (4%) gemeld. Veelal gaan de meldingen over de ammoniakgeur, piep-, brom-, en fluittonen, en stofwolken bij het bedrijfsterrein of poeder op de auto’s en woning. De meeste hinder is afkomstig van algemene werkzaamheden. Hier komt de bekende ammoniakgeur vandaan, maar ook de wisselende geluidstonen. Het laden en lossen zorgt ook voor een significant aantal meldingen over voornamelijk stof/poeder. Op de derde plaats qua aantal meldingen staat het opstarten, afblazen en stoppen van fabrieksinstallaties. Dit brengt vooral geluidshinder met zich mee. Scheepsvaart (112 meldingen in de periode 2016 – 2020) Het Kanaal van Gent naar Terneuzen is een drukbevaren watergang waar veel grote zeeschepen gebruik van maken. Vele meldingen in de omgeving zijn te wijten aan activiteiten op/aan een bedrijfsterrein, maar dat is niet altijd het geval. In totaal zijn er 20 meldingen binnengekomen die te wijten zijn aan de scheepsvaart. Wanneer we kijken naar alle meldingen omtrent de scheepsvaart, dus ook naar de meldingen die toegewezen zijn aan een bedrijf (zoals Heros, de Schroef of Ovet), ligt het aantal hoger. Het aantal geluidsmeldingen is met 112 meldingen een belangrijk milieuthema in de scheepsvaart.
Er wordt bijvoorbeeld geklaagd over proefdraaien, motoren, draaiende ventilatoren en pompen die aanstaan. De windrichting of –snelheid heeft geen direct verband met de meldingen over de scheepsvaart.
[12]
3. Ruimtelijke Ordening Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument voor de ruimtelijke ordening in een gemeente. Hierin is vastgelegd waar bedrijven zich mogen vestigen op basis van bepaalde criteria, zoals de milieucategorie en de bedrijfsactiviteiten. Binnen dit onderzoek is geïnventariseerd welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan op de relevante bedrijfsterreinen, uitgaande van de geldende bestemmingsplannen en van de milieuregels die gelden voor de scheepvaartactiviteiten op het Kanaal van Gent naar Terneuzen. In bijlage 5 is meer informatie te vinden over een ‘goede ruimtelijke ordening’ in algemene zin. Ook staan hier de belangrijkste milieuregels voor de terreinen waarop de bedrijven zijn gevestigd. De conclusie is dat alle bedrijven, op het gebied van milieu, voldoen aan de regels die gelden in het bestemmingsplan dat op hen van toepassing is, dan wel in een binnen- of buitenplanse afwijkingsprocedure die is gevolgd om de activiteiten mogelijk te maken.
[13]
4. Beleving: De kwantitatieve milieubelevingsenquête Eén van de onderzoeksdoelstellingen is om de beleving van inwoners van het doelgebied in kaart te brengen. Hoe beleven zij de omgevingskwaliteit? Het deelplan ‘beleving’ is opgesplitst in kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Het kwantitatieve onderzoek bestaat uit het bevragen van inwoners middels een online vragenlijst, en sluit aan bij de bestaande gezondheidsmonitor. Deze biedt een overzicht van gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking. Voor het kwalitatieve belevingsonderzoek, zie hoofdstuk 5.
4.1 Proces Om de vier jaar wordt de zogenaamde gezondheidsmonitor uitgevoerd. Dit is een vragenlijstonderzoek, uitgevoerd door de GGD’en in Nederland in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De gezondheidsmonitor is een onderzoek naar o.a. de gezondheid en de gezondheidsbeleving van burgers op landelijk en lokaal niveau. De landelijke vragenlijst bestaat uit een aantal basisvragen over lichamelijke en mentale gezondheid, leefstijl en de sociale omgeving. Ook worden vragen gesteld over de fysieke omgeving en de kwaliteit van leven. Iedere GGD kan deze basisvragenlijst aanvullen met extra vragen, afgestemd op de eigen regio. Naar aanleiding van het huidige onderzoek ‘Verbetering Omgevingskwaliteit Kanaalzone’ zijn extra vragen opgenomen in de gezondheidsmonitor verzonden binnen de gemeente Terneuzen. Deze vragen zijn milieugerelateerd en hebben te maken met de relevante thema’s geluidhinder, geurhinder, stofhinder en risicoperceptie. In de gemeente Terneuzen is de online vragenlijst op (samengesteld) wijkniveau uitgevoerd. In de periode van oktober tot begin december 2020 konden inwoners de enquête online invullen. Zij kregen een brief thuisgestuurd, en ontvingen maximaal drie herinneringen. Inwoners die de vragenlijst al hadden ingevuld, kregen geen vervolgbrieven.
In een aantal wijken was de respons beneden de verwachting. De respons is verhoogd door:
Een gratis weggever. Wie de vragenlijst invulde, maakte kans op een VVV-bon ter waarde van tien euro. Elke tiende invuller ontving een bon. Er zijn vier Facebookberichten geplaatst, waarvan één gepromoot bericht. Dit bericht heeft 20.000 mensen bereikt. Er is drie keer een bericht geplaatst in het Zeeuws-Vlaams Advertentieblad. Er zijn twee berichten geplaatst op de website van de GGD Zeeland. Er zijn e-mailberichten gericht aan stads- en dorpsraden via wijkcoördinatoren met het verzoek om inwoners van de kern te attenderen op het belang van de enquête.
In de wijk Triniteit en in de kernen Axel en Koewacht/Zuiddorpe/Overslag hebben deze acties zeker effect gehad, maar niet voldoende. Voor de resultaten betekent dit dat de
[14]
betrouwbaarheidsintervallen groter worden. Vanuit Sluiskil en wijk de Oude Vaart in Terneuzen is voldoende respons gekomen. Bij het dorp Sluiskil is een grotere steekproef toegepast. Dat betekent dat naar verhouding tot het inwoneraantal, meer inwoners de vragenlijst hebben ontvangen. Er zijn voldoende reacties binnengekomen om in 2021 specifiek voor Sluiskil een statistisch onderbouwd resultaat op te rapporteren. Het was de bedoeling om ook voor de wijk Oude Vaart een aparte steekproef te trekken. Helaas kwam er te laat groen licht voor het onderzoek. De gezondheidsmonitor is onderdeel van een landelijk onderzoek, en de vragenlijsten en steekproefgroottes werden al bepaald voor de goedkeuringsdatum van 7 september 2020. Het dorp Sluiskil kon wel meegenomen worden, omdat deze in 2016 ook op (samengesteld) wijkniveau is uitgevoerd.
4.2 Resultaat De Gezondheidsmonitor wordt iedere vier jaar uitgevoerd onder volwassenen. Voor dit onderzoek en het doelgebied, is gekeken naar de in 2016 ingevulde vragenlijsten voor de gemeente Terneuzen. Enkele belangrijke resultaten zijn:
Gemiddeld 6% van de inwoners in de gemeente Terneuzen gaf aan ernstige geurhinder door de industrie en bedrijven te ervaren. Het percentage ernstige geurhinder door bedrijven in de wijken in het doelgebied (incl. buitengebied) ligt significant hoger: o Sas van Gent: 22% o Sluiskil: 20% o Westdorpe: 15% Gemiddeld 4% van de inwoners in de gemeente Terneuzen gaf aan ernstige geluidshinder door de industrie en bedrijven te ervaren. In de wijk Sluiskil (incl. Sluiskil Buiten-Oost) is dit percentage significant hoger, namelijk 22%. Gemiddeld 17% van de inwoners in de gemeente Terneuzen gaf aan bezorgd te zijn over de industrie en bedrijven in de omgeving. Dit percentage ligt significant hoger in de wijken in het doelgebied (incl. buitengebied): o Sas van Gent: 34% o Sluiskil: 44% o Westdorpe: 37%
De resultaten van de vragenlijst ingevuld in 2020 zullen naar verwachting medio 2021 bekend zijn.
4.3 Planning Tot begin december 2020 konden de vragenlijsten worden ingevuld. In het eerste en tweede kwartaal van 2021 worden de antwoorden opgeschoond en van weegfactoren voorzien. Ook worden de indicatoren voor de verschillende variabelen berekend door de GDD, het RIVM en het CBS. Tenslotte worden tabellenboeken gemaakt. In het tweede kwartaal zal een milieurapportage worden opgesteld op basis van deze gegevens. Het deelplan milieubelevingsenquête heeft een doorlooptijd tot medio 2021. Dit omdat het een onderdeel is van de landelijke volwassenenmonitor waarvan de cijfers voor de zomervakantie 2021 worden opgeleverd.
4.4 Risico’s Niet van toepassing.
[15]
5. Beleving: De kwalitatieve leefplekmeter Om een beeld te vormen hoe inwoners van Sluiskil hun leefomgeving beleven, wordt de leefplekmeter gebruikt om met hen in gesprek te gaan op locatie. De voortgang van dit deelplan is dan ook sterk afhankelijk van de van kracht zijnde coronamaatregelen.
5.1 Proces De leefplekmeter is een instrument waarmee structuur wordt aangebracht in de gesprekken. Er komen 14 thema’s aan bod die betrekking hebben op de relatie tussen omgeving en je goed voelen. Per thema geven inwoners een score en kan worden aangegeven wat er goed gaat en wat kan worden verbeterd. Zodra alle thema’s zijn besproken en gescoord, worden de scores ingevuld in een overzicht (zie afbeelding). In één oogopslag is te zien op welke onderdelen Sluiskil hoog of laag scoort, en kan worden besproken wat op welke wijze beter kan. De bedoeling is om met 8 – 10 groepen het gesprek aan te gaan. Deze groepen worden samengesteld zodra er vooruitzichten zijn dat dit weer veilig kan en mag volgens de geldende coronamaatregelen. Er zijn een aantal voorwaarden aan het gesprek en de groepen: Het gesprek wordt gevoerd met een gemengde groep van omwonenden, en niet met selectieve groepen. Dit zou namelijk het resultaat beïnvloeden, en bij de leefplekmeter gaat het juist om het totale gespreksbeeld. Onderdeel van de leefplekmeter is dat je gezamenlijk door de buurt loopt, de leefplekmeter invult en vervolgens met elkaar in gesprek gaat hierover. Er wordt in Sluiskil op de basisschool ook een leefplekmeter uitgevoerd, welke onderdeel is van een ander onderzoek. Deze is ook opgeschort naar een later tijdstip, mede door de geldende coronamaatregelen.
5.2 Resultaat In verband met de huidige coronamaatregelen heeft dit onderzoek vertraging opgelopen. Het is niet verantwoord om in groepen samen te komen. Er zijn daarom nog geen resultaten om te delen. Er is geen ervaring met het digitaal afnemen van een leefplekmeter, de meerwaarde zit juist in de gevoerde gesprekken met elkaar.
5.3 Planning Met elkaar in gesprek gaan is nodig, en juist de kracht van de leefplekmeter, om een algeheel beeld te krijgen van de beleving in de omgeving Sluiskil.
[16]
Er is gezocht naar alternatieven, maar het is digitaal niet mogelijk, of niet eenvoudig, om de juiste beleving op te halen. Daarnaast is hier nog te weinig ervaring mee. Dit onderzoek is niet geschikt om als pilot uit te voeren. Zodra het weer mogelijk is om bijeenkomsten op een verantwoorde manier te organiseren, zullen de inwoners hiervoor uitgenodigd worden. Met de betreffende wijkcoördinatoren is overlegd over de juiste benaderingsmethode. De wijkcoördinatoren hebben contacten in de wijk om zo de groepen samen te stellen. Deze personen worden per brief benaderd. Daarnaast zijn binnen de GGD al een aantal mensen getraind in het uitvragen en afnemen van de leefplekmeter. Ook zijn er landelijk contacten gelegd met onder andere kennis- en netwerkorganisatie Platform 31 die kan ondersteunen en adviseren tijdens het traject.
5.4 Risico’s De coronamaatregelen hebben niet alleen een negatieve impact op de doorlooptijd van dit deelplan. Ook hebben de huidige coronamaatregelen een negatieve impact op onze mentale en sociale gezondheid. Mensen voelen zich eenzaam en beperkt, en dit geldt voor jong en oud. We weten niet in hoeverre de coronasituatie de gesprekken met inwoners zal beïnvloeden in verhouding tot de hinder over milieuthema´s.
[17]
6. Inventarisatie vergunningseisen 6.1 Doelstelling Door het inventariseren en bundelen van het wettelijk kader, zoals de vergunningseisen, voorschriften en verordeningen, ontstaat een puntsgewijze inspectielijst voor de handhavers. Hiermee kunnen we achterhalen of de ervaren hinder veroorzaakt wordt door overtredingen, of dat bedrijven voldoen aan de gestelde normen. Eén van de doelen van dit deelplan is om voor bedrijven waarvan hinder wordt ervaren, een werklijst gereed te hebben. Deze gebruiken de toezichthouders bij het uitvoeren van de milieu inspecties. Een ander doel is om te toetsen of de geïnventariseerde wet- en regelgeving afdoende is en voldoet aan de Beste Beschikbare Technieken (BBT).
6.2 Proces Diverse wetgevingen en vergunningen zijn geïnventariseerd, gericht op (het beperken van) de geur-, stof- en geluidshinder. Tevens is onderzocht welke voorschriften met betrekking tot veiligheid gelden. Voor de onderwerpen geluid, geur- en (diffuse) emissies is het wettelijk kader op inrichtingsniveau afhankelijk van meerdere factoren. Bepalend is onder meer vergunningplicht, al dan niet met rechtstreekse werking van het Activiteitenbesluit. Op basis van deze gegevens is per bedrijf een overzicht van het wettelijk kader opgesteld voor de onderwerpen geluid, geur, veiligheid en emissies naar de lucht. Daarnaast gelden er nog andere regels vanuit andere wetgeving, zoals de gemeentelijke APV en de Havenverordening van North Sea Port. Het proces ziet er kortom als volgt uit: a) In kaart brengen voorschriften Wabo- vergunningen / artikelen AB / AR. b) Opstellen overzicht relevante voorschriften APV, Havenverordening North Sea Port, Beheersverordening RWS, overige verordeningen. c) Per bedrijf alle relevante voorschriften en artikelen samenvoegen voor het uitvoeren van gebiedscontroles (werkdocument voor in het veld). d) Toetsen of de geïnventariseerde wet- en regelgeving afdoende zijn en voldoen aan de Beste Beschikbare Technieken (BBT). In onderstaande tabel is een voorbeeld te vinden van één voorschrift uit het activiteitenbesluit bij het bedrijf Verbrugge Terminals.
Voor dit bedrijf zijn ongeveer 70 voorschriften en regelingen van toepassing in relatie tot de relevante thema’s. Dit benadrukt de noodzaak voor een werklijst: het geeft de toezichthouders een specifieke leidraad en de juiste focus voor dit onderzoek. Installatie of meetpunt
Stuifgevoelige stoffen
Thema Activiteitenbesluit / Vergunning Startdatum wetgeving Einddatum wetgeving Artikel / Voorschrift Omschrijving voorschrift
Lucht Activiteitenbesluit
Parameter
1-1-2016 Heden 3.37 lid 1 Bij de volgende windsnelheden vinden afhankelijk van de stuifgevoeligheid van de goederen, behorend tot de stuifklassen volgens bijlage 4, geen overslagactiviteiten plaats: a. S1 en S2 bij een windsnelheid groter dan 8 meter per seconde; b. S3 bij een windsnelheid groter dan 14 meter per seconde. windsnelheid bij S1 of S2 windsnelheid bij S3 [18]
Lozingsnorm Eenheid / Monstertype BBT Opmerkingen / toelichting
8 14 m/s Ja, geldende norm Op basis van milieuvergunning worden er goederen opgeslagen met stofklasse S1 t/m S5.
6.3 Resultaat Alle tien bedrijven zijn inmiddels geïnventariseerd. De overzichten van de voorschriften per bedrijf zijn gedeeld met de milieuinspecteurs. Zij gebruiken deze als werklijst bij de uitvoering van de aspect- en gebiedscontroles. De vervolgstap is om te onderzoeken welke knelpunten er naar voren komen, en of er eventuele oplossingen zijn ten aanzien van de beleving van de omgevingskwaliteit in het gebied Sluiskil – Terneuzen.
6.4 Risico’s Door de omvang van de opgestelde inspectielijst kan er teveel informatie in staan, waardoor de daadwerkelijke aandachtspunten lucht, geur, geluid en veiligheid minder goed naar voren komen. Om die reden wordt de analyse van de meldingen gebruikt om te prioriteren. Waarover wordt de meeste hinder ervaren?
[19]
7. Inventarisatie handhavingsacties 7.1 Doelstelling Het doel van dit deelplan is om de lopende handhavingsacties van de diverse vergunningen, verordeningen en reglementen te inventariseren en inzichtelijk te maken welke maatregelen al genomen zijn ter voorkoming, dan wel beperking van de ervaren geluid-, stof en geurhinder. Tevens wordt een handhavingsstrategie (handhavingsacties) bepaald om de beleving van de omgevingskwaliteit in het doelgebied waar mogelijk en nodig te verbeteren.
7.2 Proces De inventarisatie van de handhavingsacties resulteert in een overzicht van de handhavingsacties die momenteel lopen en in de afgelopen vijf jaar hebben gelopen, specifiek gericht op het voorkomen van de ervaren hinder. Daarna bepalen we welke aanvullende en benodigde handhavingsacties er nodig zijn. RUD Zeeland en DCMR voeren aspect- en gebiedscontroles uit bij de bedrijven en de omgeving en maken hiervan verslag. Als zij een overtreding constateren, schakelen ze bevoegde handhavers in. Binnen het deelonderzoek dienen bij tien aangewezen bedrijven in totaal twintig aspectcontroles te worden uitgevoerd (dus twee inspecties per inrichting). Een aspectcontrole is gericht op één specifiek thema bij een inrichting, bijvoorbeeld stof of geluidhinder. De uitvoering van de controles loopt en geeft tot op heden een goed beeld van de maatregelen die bedrijven hebben getroffen om hinder naar de omgeving te voorkomen of te beperken. RUD Zeeland heeft zes aspectcontroles uitgevoerd, DCMR nog geen.
7.2.1 Gebiedscontroles In totaal worden zes gebiedscontroles door RUD en twee gebiedscontroles door DCMR uitgevoerd. Een gebiedscontrole is een controle binnen een bepaald gebied op nieuwe en gewijzigde bedrijven en/of op specifieke vergunningen bij bedrijven die onder de Wet milieubeheer vallen. Beide organisaties hebben inmiddels één gebiedscontrole uitgevoerd. Daarbovenop worden vier gezamenlijke gebiedscontroles vanaf het water uitgevoerd door RUD, DCMR en RWS. De uitvoering hiervan is afhankelijk van de van kracht zijnde coronamaatregelen. Voor de eerste gebiedscontrole is gekozen voor een specifieke hindersituatie op de Axelse Vlakte. De overige gebiedscontroles worden afgestemd op de meteocondities en eventuele bedrijfsactiviteiten, zodat we een reëel beeld krijgen over de beleving in de omgeving. De controle op de Axelse vlakte heeft aangetoond dat deze vorm van controle nuttig kan zijn, aangezien dit een potentiële bron van hinder heeft opgeleverd die niet voorzien was. Hierover is op dit moment een aparte memo in ontwikkeling binnen RUD Zeeland. De tweede gebiedscontrole is uitgevoerd in de hele omgeving van Terneuzen, Westdorpe en Sluiskil. Tijdens deze controle zijn bij een aantal bedrijven de verdenkingen van het veroorzaken van stof- en geurhinder bevestigd. De inspecteur zag onder andere dat stof werd verspreid tijdens het lossen van een schip.
Ook werd geurhinder waargenomen op meerdere locaties in het gebied. De stof- en geurhinder werd ook geconstateerd bij een aantal bedrijven die niet binnen de reikwijdte van het onderzoeksproject vallen. Deze bedrijven zijn door de milieudiensten toegevoegd aan de lijst van te aandachtbedrijven. Uit de analyse blijkt dat in het tweede en derde kwartaal de meeste meldingen zijn geregistreerd. De gebiedscontroles zullen dan ook zoveel als mogelijk in deze periode worden uitgevoerd.
[20]
7.3 Betrokkenheid Tot op heden zijn nog geen resultaten gedeeld met de betrokken bedrijven. Wel is het zo dat het onderwerp en onderzoek als geheel wordt begrepen en geaccepteerd bij de betrokken bedrijven, met de kanttekening dat we hen ook als omgeving moeten zien en verder moeten kijken dan de 10 bedrijven die zijn aangewezen. Ook de inwoners zijn nog niet betrokken geweest bij dit deelplan. Dit was bij de verrichtte controles nog niet van toepassing. In de toekomst zullen de inspecteurs een aantal gebiedscontroles op de fiets uitvoeren, juist ook om de toegankelijkheid naar de omgeving te vergroten en eventueel mensen aan te spreken naar hun beleving op dat moment en in het algemeen. De inspecteurs van RUD Zeeland en DCMR hebben een belangrijke “ogen en oren functie” in het doelgebied. Op de fiets nemen kunnen zij meer waarnemen.
7.4 Resultaat Tijdens de uitgevoerde controles is met de gecontroleerde inrichtingen gesproken over de door hen getroffen maatregelen en over hun beleving. Voor hen is de hinder van buurbedrijven ook van belang, met name in het kader van arbeidsveiligheid. Dit is een punt wat tot op heden onderbelicht is gebleven in het onderzoek. Ook is tijdens de uitgevoerde aspect- en gebiedscontroles gebleken dat andere inrichtingen mogelijk ook een belangrijke rol spelen bij hoe inwoners de omgevingskwaliteit beleven. Zo ligt er bijvoorbeeld naast Ovet een bedrijf met opslag van diverse producten dat mogelijk een rol speelt in de beleving van stofhinder in de wijk Oude Vaart. In bijlage 6 is een overzicht te vinden van de handhavingsacties per bedrijf in de periode 2016 – 2020. Er is onderscheid gemaakt tussen gesloten en lopende zaken. Er dient nog onderzocht te worden welke handhavingsacties gericht zijn op het voorkomen van de ervaren hinder op met name de thema’s geur, geluid en stof.
7.5 Risico’s Het voornaamste risico is dat we ons beperken tot de bedrijven die genoemd worden bij meldingen en de overige bedrijven in de nabije omgeving ten onrechte niet meenemen. Zij kunnen namelijk ook verantwoordelijk zijn voor de gemelde hinder. De bedrijven die we nu bezoeken hebben op grond van de historie al diverse maatregelen getroffen, terwijl buurbedrijven deze maatregelen mogelijk nog niet getroffen hebben. Hier valt misschien ‘meer te behalen’ dan bij de bedrijven die al behoorlijk hebben geïnvesteerd in het beperken van de hinder.
[21]
8. Emissies 8.1 Doelstelling De industriële emissies in het onderzoeksgebied zijn geïnventariseerd. Zo weten we precies hoeveel verontreinigende stoffen uit de bron komen en of deze hoeveelheid voldoet aan de gestelde grenswaarden. Het onderdeel emissies heeft dan ook raakvlak met de deelplannen ‘luchtkwaliteit’, ‘inventarisatie vergunningseisen’ en ‘handhavingsacties’. De exacte doelstelling van het deelplan ‘Emissies’ is drieledig: “Het in kaart brengen van de relevante emissies van de inrichtingen rond Sluiskil, vaststellen of de bronnen die verantwoordelijk zijn voor de hinder gelokaliseerd kunnen worden en nagaan of er voor de toekomst preventieve maatregelen zijn te nemen. Primair staat het voorkomen van hinder door bedrijfsemissies centraal.”
8.2 Proces Het plan van aanpak verwijst naar het onderzoek van Tauw naar de ‘nut en noodzaak van een provinciaal luchtmeetnetwerk’. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Zeeland naar aanleiding van een actie in het milieuprogramma van de Provincie. Het onderzoek is niet specifiek gericht op de Kanaalzone, maar op de hele Provincie. In dit onderzoek heeft Tauw emissiegegevens en de luchtkwaliteit in Zeeland onderzocht. De geïnventariseerde industriële luchtemissies zijn eerder door de bedrijven verstrekt. Dit is een wettelijke verplichting. Het gaat hierbij om openbare informatie zoals vergunningsvoorschriften, milieuverslagen en de landelijke emissieregistratie. De onderzoekgroep heeft al deze gegevens verzameld en in het rapport van Tauw zijn deze geanalyseerd. Ook zijn de betrokkenen bij dit deelplan geïnterviewd en hebben zij diverse luchtdata aangeleverd aan Tauw. Vervolgens is het rapport van Tauw gecontroleerd op bruikbaarheid voor dit deelplan Emissies. De conclusie is dat de gegevens uitvoerig en voldoende zijn behandeld om de relevante emissies van de inrichtingen rond Sluiskil in kaart te brengen. Het definitieve rapport van Tauw waarin alle data en het interview zijn verwerkt is op 12 februari 2020 aangeboden aan de provincie Zeeland.
Het Tauw rapport is gepubliceerd op de website https://www.rudzeeland.nl/Producten_en_diensten/Onderzoek_kanaalzone.
8.3 Resultaat Gegevens uit de e-PRTR’s, emissiegegevens van het RIVM en Emissieregistratie zijn door de onderzoekgroep geïnventariseerd en in het onderzoek van Tauw geanalyseerd. Het Tauw-rapport biedt voldoende informatie om aan de onderzoeksdoelstelling te voldoen. Dit betekent dat het eerste doel, namelijk de relevante emissies van de inrichtingen, is behaald.
8.4 Planning Een vervolgstap voor dit deelproject is het combineren van de resultaten van de inventarisatie van de vergunningseisen op het gebied van lucht en de resultaten uit het onderzoek van Tauw die betrekking hebben op het gebied Kanaalzone Sluiskil – Terneuzen. Dit vindt plaats in de tweede helft van 2021. Van daaruit kan worden onderzocht of er voor de toekomst preventieve maatregelen zijn te nemen.
8.5 Risico’s De risico’s van de inventarisatie van de luchtemissie is dat een aantal emissies minder goed te duiden zijn. Het gaat hierbij om diffuse emissies bij de op- en overslag van producten in het gebied. Deze zijn gebaseerd op jaargemiddelden, maar zijn in de praktijk sterk afhankelijk van het moment van de werkzaamheden zelf, van de meteocondities en de aard van het product. [22]
Een ander risico heeft betrekking op de beleving bij buurtbewoners. Emissie-eisen in vergunningen worden getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving en moeten onder meer moeten voldoen aan best beschikbare technieken. Dit sluit niet uit dat er hinder kan ontstaan als gevolg van deze emissies. Ook wanneer er geen onvoorziene omstandigheden of incidenten plaatsvinden en bedrijven aan de gestelde normen voldoen. Dit kan leiden tot frustratie bij de bewoners. Daarnaast kan een overschatting van emissies plaatsvinden, omdat luchtkwaliteitsonderzoeken die in het kader van vergunningverlening worden uitgevoerd uitgaan van de te vergunnen waarden, terwijl uit emissiemetingen aan de bron blijkt dat de daadwerkelijke emissies vaak lager zijn. In de modelberekeningen die de bedrijven uitvoeren in het kader van vergunningverlening wordt gebruik gemaakt van de te vergunnen waarden omdat de werkelijke emissies nog niet daadwerkelijk gemeten zijn. In de praktijk voldoen de bedrijven (ruim) aan de concentraties-eisen en vindt er in de modellering een overschatting plaats omdat de werkelijke emissie lager is dan de ingevoerde. Een ander onderdeel van de modelberekeningen is de aanwezige achtergrondconcentratie in de omgeving van het bedrijf. Dit is de concentratie die van nature aanwezig is in de lucht. Van de te vergunnen emissies wordt de invloed op deze achtergrondconcentratie berekend.
Wanneer sprake is van een revisietraject, zit de eerder vergunde emissie van het bedrijf al in deze achtergrond. In voorkomende gevallen vindt dan deels een dubbeltelling plaats.
[23]
9. Luchtkwaliteit 9.1 Doelstelling Bij het deelplan ‘Luchtkwaliteit’ is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van gebiedsgerichte monitoring van de luchtkwaliteit. Het betreft hier immissiemetingen. Immissie is een verzamelwoord voor de verontreinigende stoffen die zich via de lucht verspreiden en zo een belasting op de woon- en leefomgeving veroorzaken. De doelstelling luidt als volgt: “Na afronding van dit onderzoekonderdeel zijn de (on)mogelijkheden en de bijbehorende kosten van gebiedsgerichte monitoring van de luchtkwaliteit op leefniveau in de Kanaalzone in kaart gebracht.”