CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-06 c. Ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte

gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Afgifte ontwerp Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) voor de realisatie van twee windturbines op de Axelse vlakte32.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De Waterwet vervangt een groot aantal wetten op het gebied van water. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. Op rijksniveau wordt een nationaal waterplan gemaakt. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijk beleid. De ruimtelijke aspecten van die plannen van Rijk en provincies worden aangemerkt als structuurvisies in de zin van de Wro. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is ook opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving hebben de gemeenten een aantal nieuwe zorgplichten: afvloeiend hemelwater, grondwaterstand en een verbrede zorgplicht inzamelen afvalwater buitengebied. Waterverordening Zeeland De Provincie heeft de Waterwet onder andere uitgewerkt in de Waterverordening Zeeland. Hierin staan normen voor de regionale watersystemen (het slotenstelsel). Ze moeten bij hevige neerslag voldoende water kunnen bergen en afvoeren. Voor stedelijk gebied geldt als norm dat er eens in de 100 jaar ernstige wateroverlast mag optreden. Voor landelijk gebied is de norm eens in de 25 jaar.

Waar glastuinbouw is, geldt een norm van eens in de 50 jaar. Aan de hand van deze normen zorgt het waterschap voor de nodige inrichtingsmaatregelen en voorzieningen om wateroverlast te voorkomen.

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

81

Waterschapsbeleid Alle waterbeheerders in Nederland stellen waterbeheerplannen op voor de periode 2016 – 2021. Dit is een verplichting vanuit de Waterwet. Het waterschap laat in dit Waterbeheerplan Scheldestromen 2016-2021 zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn in de voorliggende planperiode. Het Waterbeheerplan beschrijft de uitgangspunten voor het beheer, de ontwikkelingen die de komende jaren verwacht worden en de belangrijkste keuzen die het waterschap moet maken. Daarnaast geeft het Waterbeheerplan een overzicht van maatregelen en kosten. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. De activiteiten van waterschap Scheldestromen zijn gericht op het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Het watersysteem is te definiëren als het geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems, oevers en technische infrastructuur. De hoeveelheid water en de kwaliteit van dit water moet geschikt zijn voor de functies die aan het gebied zijn toegekend. De normen waaraan het watersysteem moet voldoen zijn vastgelegd in de landelijke en provinciale regelgeving en beleidskaders. Waterkering Onderhavig plan heeft geen betrekking op gronden met een waterkerende functie.

Onderzoek Oppervlaktewatersysteem Voor de windturbines worden mogelijk enkele verhardingen aangebracht die effect op het oppervlaktewatersysteem kunnen hebben als er sprake is van doorsnijding van oppervlaktewater zoals waterlopen. Zoals te zien in Figuur 3.1 is er op het terrein van Tevix II oppervlaktewater aanwezig. Voor de plaatsing van de fundering, kraanopstelplaats en toegangsweg naar de turbine zal hiermee rekening moeten worden gehouden. Mochten er kleine aanpassingen in het oppervlaktewatersysteem gerealiseerd moeten worden, geldt er voor alle ingrepen en vergunningplicht. Een voorbeeld van een ingreep is de verlegging van een watergang om een goede afwatering in stand te houden. Om een goede waterhuishouding in stand te houden dient eventuele aanpassing van het watersysteem na de vergunningverlening in nauw overleg met het waterschap te gebeuren. Grondwatersysteem Het grondwatersysteem wordt beïnvloed wanneer aanleg van een windturbine zorgt voor obstructie van de grondwaterstroming (fundering van de windturbine), ontwatering door bermsloten, een tijdelijke verlaging van het grondwater tijdens aanleg van de fundatie van de windturbine of kwelvorming langs de funderingspalen van de windturbine. Afhankelijk van de technische uitwerking van de benodigde fundering dient bekeken te worden of er sprake is van tijdelijke grondwateronttrekking tijdens de bouw.

Voor eventuele grondwateronttrekking bij aanleg is een watervergunning nodig op basis van de Keur van waterschap Scheldestromen. Hemelwaterafvoer Door het plaatsen van windturbines wordt verhard oppervlak (de windturbine plus een (kraan)opstelplaats en een toegangsweg) gecreëerd. Het gevolg van een toenemend verhard oppervlak kan zijn dat hemelwater sneller tot afstroming zal komen. Windturbines met een

Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

82

fundatie diameter van circa 26 meter zullen een verhard oppervlak van ongeveer 530 m² tot gevolg hebben. Voor kraanopstelplaatsen bedraagt dit circa 2.400 m², uitgaande van de afmetingen 40 bij 60 meter. Voor de toegangswegen kan gebruik worden gemaakt van zoveel mogelijk bestaande verharde wegen. Het totale verhard oppervlak van een turbine zal in dit geval dus naar verwachting circa 2.890 m² per turbine bedragen. Toegenomen verhard oppervlak kan worden gecompenseerd door het toevoegen van extra waterbergend vermogen, bijvoorbeeld door het creëren van extra sloten. Watertoets Over deze wijze van omgaan met de waterhuishouding is nadere afstemming met het waterschap Scheldestromen nodig. Op een voorlopig verzoek om wateradvies, ingediend via www.dewatertoets.nl blijkt dat het plan slechts een geringe invloed heeft op de belangen van het waterschap.

Conclusie De windturbines hebben geen negatief effect op de waterhuishouding. Een Watervergunning is mogelijk nodig voor grondwateronttrekking. Rekening houdend met de (eventueel) benodigde vergunningen is er voor het aspect water sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Vliegverkeer en radar Toetsingskader De bouw van windturbines kan van invloed zijn op het vliegverkeer in Nederland, met name de hoogte van windturbines is daarbij relevant. Voor het vliegverkeer is het van belang is dat de vliegveiligheid en de werking van radar- en communicatieapparatuur te allen tijde kan worden gegarandeerd. Laagvlieggebieden en helikopteroefengebieden kennen harde bouwhoogtebeperkingen. Hierbij is van belang dat de rotorbladen van een windturbine de route niet 'doorsnijden'. Er moet dus een afstand van minimaal een halve rotordiameter tot de rand van de laagvlieggebieden worden gehouden. Voor het veilig gebruik van luchthavens voor de militaire en civiele luchtvaart zijn obstakelbeheersvlakken ingesteld waarbinnen hoogtebeperkingen gelden. Plaatsing van windturbines kan ook mogelijk leiden tot verstoring van de radar. Dat geldt voor zowel radar ten behoeve van de lucht- als de scheepvaart. Afhankelijk van de locatie kan een windpark een verstorende werking hebben op Communicatie-, Navigatie- en Surveillance (CNS)-apparatuur van de luchtverkeersleiding voor burgerluchtvaart. Voor de militaire radarposten in Nederland moet binnen een straal van 75 kilometer van een radarpost worden gekeken of windturbines de radar niet teveel verstoren en moet een plan ter goedkeuring aan Defensie worden voorgelegd.

Het beleid over verstoringsgebieden rond militaire radars van het Ministerie van Defensie is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)53 en zijn nader uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)54. Er dient een minimale dekkingsgraad van 90% op 1.000 voet in

53

Besluit van 31 augustus 2012, nr. IENM/BSK-2012/30229, tot wijziging van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening: aanwijzing radarverstoringsgebieden 54 Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 december 2011, nr. IENM/BSK-2011/161600, houdende vaststelling van algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening)

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

83

stand te blijven om een goede werking van de radar te garanderen.

Onderzoek Vliegverkeer Toetsing voor mogelijke luchtvaarthinder vindt ook plaats voor de burgerluchtvaart. De luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) is gecontacteerd om te kijken naar mogelijke hinder. Ook de inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) is gecontacteerd om rekening te kunnen houden met toepassing van de correcte obstakelmarkeringen en –lichten op de te plaatsen windturbine ten behoeve van de internationale burgerluchtvaartregelgeving voor objecten hoger dan 150 meter. De inspectie controleert ook of het windpark zich binnen eventuele hoogtebeperkingen ten behoeve van de luchtvaart bevindt. Op 9 april 2018 heeft LVNL schriftelijk laten weten geen bezwaar te hebben tegen de plannen op deze locatie. De locatie van de windturbine zijn gelegen buiten de toetsingsvlakken behorende bij de Communicatie-, Navigatie- en Surveillance (CNS) apparatuur van LVNL. Daarnaast heeft IL&T op 15 mei 2018 schriftelijk laten weten dat de beoogde windturbine zich buiten hoogtebeperkingsgebieden rondom luchthavens bevindt. Het plan heeft daarom geen effect op de veiligheid van vliegoperaties van en naar luchthavens in de omgeving. IL&T heeft verder aangegeven dat windturbines altijd voorzien moeten worden van obstakelmarkering en obstakellichten in overeenstemming met het informatieblad ‘Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland’ versie 1, d.d.

30 september 2016. Bekend is dat windturbines met een tiphoogte van 150 meter of meer ten opzichte van het maaiveld van obstakelverlichting moet worden voorzien. Zweefvliegveld De realisatie van de twee windturbines kan van invloed zijn op het gebruik het zweefvliegveld Smitsschorre. Op dit zweefvliegveld is de Regeling Veilig Gebruik Luchthavens en andere Terreinen (RVGLT) van toepassing. Op een zweefvliegveld (zweefvliegluchthaven) is hoofdstuk 3 van deze regelgeving van toepassing, en wel artikel 19, 20, 22, 29. Met betrekking tot obstakels in de omgeving geeft artikel 29 het volgende aan: 1.

Een luchthaven die gebruikt wordt door een zweefvliegtuig en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in § 2, aan de volgende eisen: … i. indien binnen een gebied met een straal van 2000 meter vanuit de vastgestelde geografische positie van de luchthaven obstakels steken door een denkbeeldig horizontaal vlak op een hoogte van 45 meter boven het hoogst gelegen punt binnen de luchthaven of door het vlak dat aansluit op

j.

het horizontale vlak en dat in hoogte oploopt met een helling van 1:10 (hoogte:afstand) tot een hoogte van 80 meter, neemt de exploitant ter waarborging van het veilig gebruik van de luchthaven maatregelen met betrekking tot die obstakels; de luchthaven is zodanig gelegen dat ter weerszijden van de start- of landingsplaats geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak dat met de

Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

84

lengte van de start- of landingsplaats als basis, oploopt met een helling van 1:2 (hoogte:afstand) en aansluit op het horizontale vlak, bedoeld in onderdeel i. Indien een luchthaven als bedoeld in het eerste lid mede wordt gebruikt door een TMG of zelfstartend zweefvliegtuig, dan ...

2. 3.

Indien een luchthaven als bedoeld in het eerste lid mede wordt gebruikt door een vliegtuig dat wordt gebruikt ten behoeve van het slepen van een zweefvliegtuig, dan ... Een luchthaven als bedoeld in het tweede en derde lid is zodanig gelegen dat in het verlengde van de baan geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak dat met de breedte van de baan als basis, oploopt met een helling van 1:20 (hoogte:afstand) en divergeert met 10% tot op een afstand van 900 meter van de baan. Een luchthaven als bedoeld in het tweede en derde lid is zodanig gelegen dat ter weerszijden van de baan geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak dat met de

4.

5.

lengte van de baan als basis, oploopt met een helling van 1:5 (hoogte:afstand) en aansluit op het vlak, bedoeld in het vierde lid. Daarnaast is op het vliegveld Veendam de “Luchthavenregeling De Smitsschorre” van toepassing (Provinciale Staten van Zeeland, 25 oktober 2019, kenmerk 19425244). Middels de Luchthavenregeling De Smitsschorre is het gebruik van de locatie door zweefvliegtuigen toegestaan. Voor de starts van de zweefvliegtuigen wordt in principe gebruik gemaakt van een lier. Een beperkt aantal starts mag worden uitgevoerd voor Touring Motor Gliders (TMG's – een zwever met eigen motor), namelijk maximaal 150 starts en 150 landingen per gebruiksjaar). Daarnaast mag ook beperkt een sleepvliegtuig worden gebruikt: maximaal 15 dagen per jaar en maximaal 40 starts en 40 landingen per dag. In de Luchthavenregeling zijn geen voorschriften en overwegingen opgenomen met betrekking tot obstakels rond het zweefvliegveld. Artikel 29 Lid 3 tot en met 5 van de RVGLT is dus ook relevant vanwege het, weliswaar zeer beperkte, mogelijke gebruik met een sleepvliegtuig. Op basis van artikel 29 lid 1 van de RVGLT kan worden geconstateerd dat: •

er een belemmerend gebied van 2.000 meter geldt rond de geografische positie van het vliegveld voor obstakels van hoger dan 45 meter;

•

er in het gebied van 2.000 tot 2.350 meter rond de geografische positie een belemmering geldt voor obstakels van 45 meter oplopend tot 80 meter.

Op basis van artikel 29 lid 3 tot en met 5 van het RVGLT kan worden geconcludeerd dat: •

er in het verlengde van de baan (en een hoek van 10% aan beide zijden) tot een afstand van 900 meter geen obstakels mogen zijn tot een hoogte van 45 meter;

•

er aan weerszijden van de baan tot op een afstand van 900 meter oplopend tot een hoogte van 45 meter geen obstakels mogen zijn.

Deze regels zijn feitelijk vereisten voor de exploitatie van het vliegveld en betreffen geen harde beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving (zoals bijvoorbeeld bouwhoogtebeperkingen).

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

85

Beide windturbines bevinden zich op een afstand van meer dan 2.500 meter van het vliegveld en vormen geen belemmerende obstakels op grond van de RVGLT. Het zweefvliegveld wordt dus op grond van de RVGLT niet in de vluchtuitvoering beperkt. De windturbines bevinden zich ook niet in het Figuur 5.21 Toetsingsvlak obstakels zweefvliegveld De Smitsschorre, IL&T website (turbineposities in rood)

Defensieradar Door TNO is een radartoets uitgevoerd (zie bijlage 3a). Op de locatie van de windturbines eist het Ministerie van Defensie voor het verkeersleidingsradarnetwerk een minimale detectiekans van 90% voor een doel met een radaroppervlak van 2 m2. Twee mogelijke optredende effecten zijn door TNO onderzocht waaruit de volgende conclusies zijn getrokken: 1. Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet een vermindering van de detectiekans geconstateerd tot maximaal 97% ter hoogte of in de

2.

directe nabijheid van het bouwplan. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2020 norm. Reductie van het maximum bereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan:

Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

86

De MASS radars te Woensdrecht en de infill radar te Wemeldinge ondersteunen elkaar volledig in de gebieden waar door de schaduwwerking van het bouwplan een verlies aan bereik kan ontstaan. Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet geen verlies aan bereik geconstateerd. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2020 norm. Op basis van het TNO-onderzoek heeft Defensie (Rijksvastgoedbedrijf) een verklaring van geen bedenkingen afgegeven (brief met kenmerk 1197781, zaak 8268, datum 8 mei 2020, zie bijlage 3b).

Conclusie Er zijn geen belemmeringen en effecten voor de defensieradar waardoor er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Scheepvaartradar Toetsingskader Voor de begeleiding van de scheepvaart langs het kanaal Gent-Terneuzen wordt door North Sea Port/RWS een keten van Vessel Traffic Service (VTS) radars gebruikt. In de omgeving van het plangebied staat een VTS radar opgesteld. Analyse Beide windturbines staan op voldoende afstand van de vaarweg. De windturbines hebben geen invloed op het verkeersbegeleidend systeem van North Sea Port/RWS. Het plaatsen van de windturbines heeft geen verstorende werking op het radarbeeld. Echo's op de rotors van de windturbine op het radarbeeld van een schip (valse echo's) zullen niet waar te nemen zijn op de vaarweg wanneer de turbines op minimaal een ½ rotordiameter + 30 meter vanaf de vaarweg staan. De minimale afstand van de windturbines is meer dan 105 meter tot aan de waterweg, er is dus geen sprake van valse echo door de windturbines op scheepsradar. Conclusie Er zijn geen belemmeringen en effecten voor de walradar waardoor er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Bodemkwaliteit Toetsingskader De Wet bodembescherming (Wbb) is erop gericht bodemkwaliteit te waarborgen of te verbeteren indien nodig. De wet schrijft voor dat een ieder die de bodem verontreinigd verplicht is maatregelen te nemen om deze verontreiniging tegen te gaan. Daarnaast staat ook beschreven op welke manier te handelen indien het een historische bodemverontreiniging betreft. Als instrument omvat de Wbb bodemkwaliteitseisen voor verschillende type bodems en gebruiksfuncties. Wanneer sprake is van een te hoge concentratie van een bepaalde stof (bodemverontreiniging) en de kans op directe verspreiding aanwezig is, dient bodemsanering uitgevoerd te worden. Verspreiding van een verontreiniging kan bijvoorbeeld plaatsvinden via stroming van grond- en oppervlaktewater. Wanneer sprake is van een te hoge concentratie van een bepaalde stof, maar niet aangetoond kan worden dat het risico van verspreiding aanwezig

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

87

is, dient sanering uitgevoerd te worden ten tijden van nieuwe ontwikkelingen in het gebied. De bouw van een windpark is een voorbeeld van zo’n nieuwe ontwikkeling, ook wel een natuurlijk moment genoemd. Onderzoek Tijdens de bouw van een windpark vindt op verschillende momenten bodemverstoring plaats. Zo wordt bijvoorbeeld grond afgegraven voor de aanleg van fundering, bekabeling en toegangswegen. Daarnaast wordt ook vaak grond van elders toegepast als versteviging of verhoging van het bestaande oppervlakte. Regelgeving voor toepassing van grond en bouwstoffen alsmede de vereiste kwaliteit hiervan staan beschreven in het Besluit Bodemkwaliteit. De kaart van het Bodemloket geeft informatie over de gesteldheid van de Nederlandse bodemkwaliteit door middel van inzicht in het uitgevoerde bodemonderzoek. Voor wat betreft voortgang van bodemonderzoek houdt het bodemloket de volgende vier categorieën aan: •

Gegevens aanwezig, status onbekend;

•

Saneringsactiviteit;

•

Voldoende onderzocht/gesaneerd;

•

Onderzoek uitvoeren;

•

Historie bekend.

Figuur 5.22 geeft een uitsnede van de lokale voortgang van het bodemonderzoek. Op de plek waar de windturbine Tevix II wordt gepositioneerd is reeds voldoende onderzocht of gesaneerd. Daarom wordt de locatie als niet verdacht op bodemverontreiniging beschouwd. Ter plaatse van de turbine Zeeuwind is nog wel onderzoek nodig. Eventuele resultaten zullen echter geen effect hebben op de ruimtelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

88

Figuur 5.22 Uitsnede van de lokale voortgang van het bodemonderzoek

Bron: http://www.bodemloket.nl/

Windturbines worden verder niet beschouwd als objecten die van nature een negatieve invloed hebben op de bodemkwaliteit, mits gebruik wordt gemaakt van niet uitlogende (bouw)materialen. Ook de aanleg en aanwezigheid van kabels en wegen hebben naar verwachting geen effect op de bodemkwaliteit in het plangebied. Bovendien zal door de omvang van grondwerkzaamheden op voorhand geen sprake zijn van het niet haalbaar zijn van het project. Het toekomstige gebruik van de gronden zijn vanuit bodemkwaliteit niet te beschouwen als kwetsbare functies. Conclusie De bodemkwaliteit staat niet in de weg aan realisatie van het plan. Voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.

Straalverbindingen Toetsingskader Windturbines kunnen van invloed zijn op de zogenaamde straalpaden voor het transport van spraak-, data-, radio- en tv-signalen. Door de aanwezigheid van verschillende windturbines kan de signaaloverdracht van straalpaden worden verstoord of verzwakt. Deze straalverbindingen

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

89

(ook wel straalpaden genaamd) verzenden informatie (radiocommunicatie) langs een rechtstreekse cilindervormige lijn door de lucht. Verstoring kan optreden doordat deze cilindervormige lijn wordt onderbroken (doorkruising van de tweede fresnelzone). De uitvoering van de functies van een straalverbinding kunnen mogelijk worden beperkt door de aanwezigheid van de windturbine. Onderzoek Er zijn geen planologisch beschermde straalverbindingen in het plangebied die beïnvloed kunnen worden door de windturbines. Er zijn mogelijk wel straalverbindingen die het plangebied doorkruisen. Deze straalverbindingen zijn niet planologische beschermd in het geldende bestemmingsplan. Derhalve bestaat er geen verplichting om bij ruimtelijke projecten rekening te houden met de straalverbindingen, zeker omdat deze verbindingen (zoals bijvoorbeeld verbindingen van mobiele telefonie aanbieders) ook nog wel eens wijzigen. Desondanks is de aanwezigheid van straalverbindingen wel in beeld gebracht. Agentschap Telecom55 heeft een overzichtskaart aangeleverd waarin alle straalverbindingen die in (de omgeving van) het plangebied aanwezig zijn opgenomen. In Figuur 5.23 is deze informatie op kaart weergegeven.

Hieruit valt af te leiden dat de te plaatsen windturbines op deze locatie de straalpaden niet doorkruisen en gezien de afstand, geen negatief effect hebben op de signaaloverdracht van de nabijgelegen straalpaden. Figuur 5.23 Straalpaden

55

Het agentschap Telecom is een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en fungeert als uitvoerder en toezichthouder op het vlak van telecommunicatie in Nederland.

Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

90

Conclusie Er is geen sprake van beschermde straalverbindingen, er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Niet-gesprongen explosieven Toetsingskader In de bodem kunnen niet gesprongen explosieven (NGE's) aanwezig zijn die een risico vormen voor de veiligheid van het personeel dat werkzaamheden voor realisatie van het windturbinepark uitvoert. Daarnaast kan de openbare veiligheid in het geding komen. De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium voor de ruimtelijke procedure, maar het is voor de uitvoering wel van belang om hier inzicht in te hebben teneinde de veiligheid voor personeel en omgeving tijdens de realisatiefase te garanderen. Onderzoek Het benodigde onderzoek wordt (indien noodzakelijk) voor aanvang van de realisatie uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald hoe hiermee tijdens werkvoorbereiding omgegaan dient te worden, teneinde de werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren. De eventuele aanwezigheid van NGE's zorgen in praktijk niet voor een onuitvoerbaar plan. Conclusie De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium voor de ruimtelijke procedure en aanwezigheid zorgt ook niet voor een onuitvoerbaar plan. Er is daarom voor dit aspect sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) kan worden beoordeeld of de in het plangebied te realiseren activiteiten een belemmering betekenen of van invloed zijn op gevoelige functies, zoals wonen, in of in de omgeving van het plangebied. Onderzoek Volgens de VNG-richtlijn is de richtafstand voor ‘windturbines’ met een ‘wiekdiameter’ van 50 meter tot aan een rustige woonwijk 300 meter, voor een gemengd gebied is deze afstand 200 meter. De richtafstand wordt bepaald door het aspect ‘geluid’. Het aspect ‘slagschaduw’ kent de VNG-richtlijn niet. Voor windturbines met een grotere rotordiameter geeft de VNG-richtlijn geen afstanden waardoor nader onderzoek in ieder geval noodzakelijk is ter voldoening aan een goede ruimtelijke ordening. Aangezien de VNG-richtlijn niet toepasbaar is op de voorliggende situatie is op basis van specifiek onderzoek gekeken naar de effecten van de windturbines op gevoelige objecten. Door middel van akoestisch onderzoek (zie paragraaf 5.1 Geluid) is aangetoond dat het windpark inpasbaar is in de omgeving, zo ook door middel van slagschaduwonderzoek (zie paragraaf 5.2 Slagschaduw). Op basis van onderzoek voor geluid en slagschaduw is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Ook ten aanzien van de overige milieueffecten is geconcludeerd dat het windpark voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

91

Conclusie De VNG-publicatie is in de voorliggende situatie niet toepasbaar. Op basis van specifiek onderzoek wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Luchtkwaliteit Toetsingskader Op 15 november 2007 is een wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van deze regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet Milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien deze voldoet aan één van deze voorwaarden: •

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;

•

een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

•

een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;

•

een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend.

Van een verslechtering van de luchtkwaliteit ‘in betekenende mate’ is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: •

woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;

•

infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);

•

kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Onderzoek Onderhavig plan maakt een ontwikkeling mogelijk dat niet onder één van bovenstaande categorieën onder te brengen is en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet ‘in betekenende mate’ zal verslechteren. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan. Conclusie Voor het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Gezondheid Toetsingskader Er bestaat een relatie tussen milieu en gezondheid. Ook andere factoren dan milieufactoren zijn van invloed op de gezondheid van mensen, denk aan roken, beweging en het binnenklimaat van woningen. Uit ervaring bij projecten voor windenergie blijkt dat er bij omwonenden zorgen kunnen bestaan over de mogelijke gevolgen van windenergie op de kwaliteit van de leefomgeving. In deze paragraaf wordt daarom het onderwerp windenergie in relatie tot gezondheid nader belicht.

Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

92

Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een onderscheid is tussen hinder en effecten op gezondheid, hoewel er wel een verband tussen beide bestaat. Hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk). Het aspect gezondheid maakt impliciet deel uit van eerdere paragrafen in dit hoofdstuk, aangezien de normen die zijn opgesteld voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid het doel hebben mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die normen speelden gezondheidsaspecten een rol. Voor het aspect gezondheid op zich bestaat er geen wettelijk toetsingskader. Onderzoek In paragraaf 5.2, 5.4 en 5.5 is al ingegaan op (hinder)aspecten die mede van belang kunnen zijn voor het effect op de gezondheid en bijbehorende wettelijke normen. Dit betreft de aspecten geluid, slagschaduw en veiligheid. In paragraaf 5.2 wordt ook al specifiek in gegaan op laagfrequent geluid, wat regelmatig wordt aangehaald als gezondheids- en hinder aspect in relatie tot windturbines.

Voor deze aspecten is aangetoond dat het windpark voldoet aan de geldende normen en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening op de individuele aspecten. Wetenschappelijke studies Er zijn talrijke studies naar gezondheidseffecten56 van windturbines uitgevoerd. Juist omdat het om gezondheid gaat, wordt er in het MER alleen verwezen naar die studies waaraan in belangrijke mate door onafhankelijke medici of gezondheidsinstituten is meegewerkt. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de belangrijkste studies. Daarnaast worden er frequent aangehaalde berichtgevingen in de maatschappelijke discussie rond windturbines en gezondheid geëvalueerd, te weten een onderzoek van N. Pierpont, van M. Alves-Pereira, en een artikel van S. van Manen, deze worden kort besproken in een kader. WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region De World Health Organization (WHO) heeft richtlijnen voor milieugeluid ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaronder windturbinegeluid57. De WHO geeft in het rapport een geconditioneerd advies om de blootstelling van geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden.58 Dit geconditioneerd advies volgt uit de constatering dat er op basis van vier studies wordt gesteld dat 10 procent van de populatie sterk gehinderd is door blootstelling aan een geluidniveau van 45 dB Lden.

Omdat het beschikbare bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en hinder en gezondheid volgens de WHO van lage kwaliteit is, wordt het advies voor een normstelling van 45 dB L den als conditioneel beschouwd. Verder komt uit het O.a. “Wind Turbine Health Impact Study:Report of Independent Expert Panel”, Massachusetts Department of Environmental Protection and Massachusetts Department of Public Health (January 2012), “Wind Turbine Sound and Health Effects, An Expert Panel Review”, American Wind Energy Association and Canadian Wind Energy Association (December 2009), “Windturbines: invloed op de believing en gezondheid van omwonenden”, RIVM - GGD Informatieblad medische milieukunde (Update 2013). 57 http://www.euro.who.int/en/media-centre/sections/press-releases/2018/press-information-note-on-thelaunch-of-the-who-environmental-noise-guidelines-for-the-european-region 58 Lden is een maat om de geluidbelasting van omgevingslawaai uit te drukken, De Lden is de gemiddelde van de dag-, avond- en nachtwaarde, waarbij bij de avond en nachtwaarde een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB(A) wordt opgeteld. dB (A) wordt doorgaans gebruikt bij geluidsmetingen en berekeningen waarbij de gevoeligheid van het oor wordt meegenomen door middel van een bepaalde weging bij verschillende frequenties. 56

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

93

rapport van de WHO naar voren dat er geen statistisch significante relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. De WHO vat het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid als volgt samen: “as the foregoing overview has shown, very little evidence is available about the adverse health effects of continuous exposure to wind turbine noise.” (p. 84). Tot slot geeft het rapport aan dat contextuele factoren (zoals de opvatting ten opzichte van windturbines, direct zicht, economisch profijt) een belangrijke rol spelen in de effecten en de ervaring van windturbinegeluid. Het RIVM heeft aangegeven de richtlijnen te bestuderen. Onderzoek RIVM & GGD 201359, 201760en 202061 Het informatieblad GGD is in 2013 opgesteld door het RIVM. De GGD’ 62 heeft behoefte aan concrete, objectieve en evenwichtige informatie om er hun advies op te baseren. Het informatieblad dient als ondersteuning bij het beantwoorden van gezondheidsvragen van omwonenden van (geplande) windturbines. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid en gezondheid.

32 (peer reviewed63) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn onderzocht in de literatuurstudie. In 2020 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM een update van het 2017 onderzoek gepubliceerd. Alle literatuurstudies concluderen dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Wel kunnen er indirecte effecten optreden. Mensen die in de nabijheid bij windturbines wonen, kunnen hinder door geluid ondervinden. Slagschaduw, zichtbaarheid en knipperende lichten kunnen bijdragen aan de mate van hinder die wordt ondervonden. Het geluidniveau van windturbines is minder hoog dan van andere bronnen (verkeer en dergelijke), maar het karakter zorgt ervoor dat het windturbinegeluid bij lagere niveaus als hinderlijk wordt ervaren. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. Weinig data is beschikbaar om de invloed van windturbines op slaapoverlast te kunnen evalueren. In de onderzoeken is gevonden dat slaapoverlast en andere gezondheidseffecten van omwonenden van windparken gerelateerd kan zijn aan hinder, in plaats van directe blootstelling. Eveneens kunnen economische aspecten van invloed zijn op het ervaren van hinder van windturbines.

In een Zweeds onderzoek64 is geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks dat zij hetzelfde geluidniveau ondervinden als andere respondenten en dezelfde termen gebruikten om het geluid te karakteriseren. Tevens kunnen persoonlijke omstandigheden zoals

59

Informatieblad GGD. Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, update 2013 Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound, 2018 61 Health effects related to wind turbine sound: an update, 2020. Geraadpleegd via: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0150.pdf 62 GGD staat voor Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. De GGD’en vormen een landelijk dekkend netwerk. 63 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 64 Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different living environments, Pedersen et al., 2007) 60

Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0

Pondera Consult

94

gevoeligheid, privacy zaken en het planningsproces van het windpark van invloed zijn op de ervaren hinder. Het informatieblad van 2013 adviseert om omwonenden zoveel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van windenergie en waar mogelijk in de exploitatiefase, bijvoorbeeld in de vorm van (financiële) participatie. Hierdoor kan hinder mogelijk worden verminderd. A nationwide cohort study, Denmark (2018)65 Tussen 1982 en 2013 zijn alle Deense huishoudens die worden blootgesteld aan windturbinegeluid geïdentificeerd. Deze huishoudens zijn onderzocht op het gebruik van antihypertensiva en ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Structurele gebruikers van antihypertensiva binnen deze populatie zijn geïdentificeerd. Antihypertensiva is een soort medicijn dat wordt gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk. In deze studie is er geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva. Verder zijn alle geboren baby’s van moeders in deze populatie geïdentificeerd. In deze studie is geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en ongunstige zwangerschap uitkomsten.

Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) Om meer overzicht te creëren in de wetenschappelijke literatuur over de gezondheidseffecten door windturbines, heeft een panel van zeven onafhankelijke deskundigen een studie van wetenschappelijke literatuur ondernomen om de zorgen en onzekerheden over gezondheidseffecten van windturbines te duiden. Het panel gebruikte onder andere peer reviewed literatuur van vier studies om de gedocumenteerde of potentiële gezondheidseffecten en -risico’s van windturbines te identificeren. Uit dit onderzoek komt naar voren dat een deel van de omwonenden het geluid door windturbines als hinderlijk ervaart. Ook het veranderde uitzicht en het waarnemen van de beweging van de rotorbladen wordt als hinderlijke factor benoemd. Onderzoek laat ook zien dat mensen die de windturbines vanuit hun woning kunnen zien, bij vergelijkbare geluidniveaus, eerder hinder rapporteren dan mensen die geen windturbines vanuit huis zien. Wanneer omwonenden economisch voordeel hebben van een windturbine rapporteren ze vrijwel geen hinder. De mate van ervaren hinder is een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van windturbine(s) vanuit de woning en of er sprake is van economisch gewin. Wanneer iemand hinder ondervindt, dan betekent dit nog niet dat er een effect is op de gezondheid van die persoon.

In de studie worden de volgende conclusies ten aanzien van gezondheidseffecten getrokken: •

Er is onvoldoende bewijs dat windturbinegeluid directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaakt (dat wil zeggen, onafhankelijk van een effect op hinder of slaap);

•

Of ergernis over windturbines leidt tot slaapproblemen of stress is niet voldoende gekwantificeerd. Er is wel bewijs dat verstoring van de slaap een negatief effect kan hebben op stemming, cognitief functioneren en het algeheel gevoel van gezondheid en welzijn. Dit is niet gebaseerd op bewijs dat zich op windturbines richt;

65

Long term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: a nationwide cohort study (2018) & Pregnancy exposure to wind turbine noise and adverse birth outcomes: a nationwide cohort study (2018).

719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10341778/1