2021-07-06 c. Ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte
Tekst van het document
719081 2 juni 2021
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen
Tevix II en Zeeuwind
Definitief v1.0
Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 919 6800 AX Arnhem Telefoon (088) PONDERA
Documenttitel
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen
Soort document
Definitief v1.0
Datum
2 juni 2021
Projectnummer
719081
Opdrachtgever
Tevix II en Zeeuwind
Auteur
Dion Oude Lansink
Vrijgave
Jorieke Letteboer
Pondera Consult
1
INHOUDSOPGAVE Inleiding
1
Aanleiding
1
Ligging plangebied
1
Geldende beheersverordening
2
Juridisch kader
5
Leeswijzer
6
Beleid
7
Mondiaal en Europees beleid
7
Rijksbeleid
8
Provinciaal beleid
15
Gemeentelijk beleid
18
Regionaal beleid
21
Conclusie beleid
24
Huidige situatie
25
Functionele structuur
25
Landschappelijke structuur
28
Planbeschrijving
29
Beschrijving van het plan
29
Onderzoek
34
Uitgangspunten
34
Landschap
34
Geluid
36
Slagschaduw
47
Veiligheid
54
Natuur
75
Cultuurhistorie
78
Waterhuishouding
79
Vliegverkeer en radar
82
Scheepvaartradar
86
Bodemkwaliteit
86
Straalverbindingen
88
Niet-gesprongen explosieven
90
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
2
Bedrijven en milieuzonering
90
Luchtkwaliteit
91
Gezondheid
91
Eindconclusie en voorwaarden omgevingsvergunning
98
Economische uitvoerbaarheid
100
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
101
Inleiding
101
Informatie/communicatie/draagvlak
101
Participatieplan
101
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2a Bijlage 2b Bijlage 2c Bijlage 2d Bijlage 2e Bijlage 2f Bijlage 2g
Geluid- en slagschaduwonderzoek Analyse Externe Veiligheid EV - Analyse hoogspanning EV - Gronddekking leidingstraat EV - Gasunie analyse EV - Memo risicovolle installaties EV - goedkeuring Gasunie EV - goedkeuring Tennet
Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 4
TNO radartoets Verklaring van geen bezwaar radarverstoring Defensie Reactie ILenT Vliegveiligheid
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
1
INLEIDING Aanleiding Op industrieterrein Axelse Vlakte zijn Tevix II B.V. en Zeeuwind voornemens om elk één windturbine te realiseren (zie voor ligging Figuur 1.1). Hoewel beide projecten geheel op zichzelf staan, vinden ze wel tegelijkertijd plaats. Daarom worden de twee turbines in de vergunningsprocedures met betrekking tot de ruimtelijke effecten door de gemeente als één ontwikkeling beschouwd. Op industrieterrein Axelse Vlakte in Terneuzen is de locatie Tevix II B.V. omringd door Innovarec BV, een stortplaats en recycling terrein en slibdepot in bedrijf. (op het zuidelijke terrein; zie Figuur 1.1). Zeeuwind heeft op de Axelse Vlakte een terrein beschikbaar (middels een opstalovereenkomst) waar zij ook een windturbine willen realiseren (op het noordelijke perceel; zie Figuur 1.1). De Axelse Vlakte is een kansrijke locatie voor windenergie op basis van de ‘Verkenning Windenergie en Zonne-Energie Kanaalzone’. Tevix II wil de lokale energievoorziening graag verduurzamen en wil daarom windenergie opwekken. Lokaal opwekken, dichtbij de gebruiker is hierbij één van de belangrijkste uitgangspunten. De opgewekte energie kan door de nabijgelegen bedrijven worden gebruikt. Zeeuwind is een burgercoöperatie sinds 1987 en heeft als missie het vanuit de samenleving bewerkstelligen dat in Zeeland de energiehuishouding verder vergroent.
Afwijking beheersverordening Voor de realisatie van de twee windturbines is in ieder geval een omgevingsvergunning noodzakelijk. Het windpark wordt planologisch ingepast door middel van een afwijking van de geldende beheersverordening als bedoeld in artikel 2.12.1.a.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De voorliggende rapportage dient als ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ (de wetgever gebruikt deze term) in de omgevingsvergunning voor de afwijking van de geldende beheersverordening.
Ligging plangebied Het plangebied ligt in de gemeente Terneuzen, op het industrieterrein de Axelse Vlakte, op ruim 1 kilometer van de dichtstbij gelegen woonkern Sluiskil. Ten zuidwesten van de locaties ligt de Autrichehaven, onderdeel van de Haven van Terneuzen en daarmee van North Sea Port. De locatie zelf behoort tevens tot het gebied van North Sea Port. Een groot deel (circa 70 hectare) van deze haven wordt nog ontwikkeld. Recent is het kadegebonden deel van deze haven ontwikkeld door Vlaeynatie. Hier is onder andere de Zeeland Sugar Terminal gevestigd. Dit betreft twee opslagsilo’s van maximaal 68 meter hoog, waar op- en overslag van suiker plaatsvindt.
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
2
Figuur 1.1 Plangebied twee windturbines Axelse Vlakte
Turbine Zeeuwind
Turbine Tevix II
Bron: Pondera Consult
Geldende beheersverordening Ter plaatse van het plangebied geldt de beheersverordening “Axelse Vlakte” (vastgesteld door de gemeenteraad op 25 juni 2013). De beheersverordening bevat regels voor het beheer van het verordeningsgebied en voor het vastleggen van de bestaande situatie. Een beheersverordening laat in principe geen nieuwe ontwikkelingen toe. Bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik of worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. Locatie Tevix II Ter plaatse van de geplande windturbine op het perceel van Tevix II geldt het besluitvlak ‘Bedrijventerrein – Haven – B’ met besluitsubvlakken 'Bedrijventerrein - Haven - B van 3.1 - 5.2', ‘slibdepot’ en/of ‘stortplaats’ (de windturbine is gepland op de grens van beide besluitsubvlakken). De in het besluitvlak 'Bedrijventerrein - Haven - B' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik, bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. Het besluitsubvlak 'Bedrijventerrein - Haven - B van 3.1 - 5.2' laat daarbij bedrijven toe uit categorie 3.1 tot en met categorie 5.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein'.
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
3
Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding beheersverordening “Axelse Vlakte” voor perceel Tevix II
Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Voor het besluitsubvlak 'Stortplaats' geldt aanvullend dat het is toegestaan om gronden en gebouwen te gebruiken voor onder meer kade- of havengebonden bedrijven, alsmede voor bedrijven, die overwegend diensten verlenen voor kade- en havengebonden bedrijven, opslag en overslag, bewerking en verwerking, alsmede handel in grond- en bouwstoffen, maar ook de bouw van windturbines. Voor het besluitsubvlak 'Slibdepot' gelden vergelijkbare aanvullende regels, behalve dat de bouw van windturbines niet wordt genoemd. Windturbines ter plaatse van het besluitsubvlak 'Stortplaats' mogen maximaal 45 meter bedragen. Locatie Zeeuwind Op het perceel waar de windturbine van Zeeuwind is voorzien geldt het besluitvlak 'Agrarisch’. Daarnaast geldt het besluitvlak ‘Geluidzone industrieterrein Axelse Vlakte II’.
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
4
Figuur 1.3 Uitsnede verbeelding beheersverordening “Axelse Vlakte” voor perceel Zeeuwind
Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Voor het besluitvlak ‘Agrarisch’ geldt dat het is toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven, aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen en bij deze functie behorende voorzieningen. Op de voor ‘Geluidzone industrieterrein Axelse Vlakte II’ aangewezen gronden zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan, mogen gronden en bestaande bouwwerken worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik en mogen bestaande bouwwerken worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. Beide locaties Voor beide locaties gelden de besluitvlakken ’ Waarde - Archeologie’ en ‘Geluidzone Industrieterrein Sluiskil-Oost/Stroodorpe-Oost’. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende besluitvlakken, mede aangewezen voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Indien het te verstoren oppervlak van het plangebied groter is dan 500 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden is onderzoek noodzakelijk.
Op de voor ‘Geluidzone Industrieterrein Sluiskil-Oost/Stroopdorpe-Oost’ aangewezen gronden zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan, mogen gronden en bestaande bouwwerken worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik en mogen bestaande
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
5
bouwwerken worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. De realisatie van twee windturbines van de beoogde omvang past niet binnen de geldende beheersverordening waardoor een planologische procedure noodzakelijk is.
Juridisch kader Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.). Planvorm afwijkingsbesluit Omdat het planvoornemen niet past in de geldende beheersverordening is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemers dienen voor het bouwplan een aanvraag omgevingsvergunning met afwijking van de beheersverordening in om het plan te realiseren (Wabo, artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a en c). Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Deze ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ voorziet in de onderbouwing daarvan. De voorliggende rapportage zal daar in zijn definitieve vorm in voorzien. Relatie met de m.e.r. De bouw van een nieuw windturbinepark is aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) als categorie D22.2. Voor windparken met drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling aangetoond te worden dat geen formele m.e.r.-(beoordeling) doorlopen behoeft te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan.
Voor dit project is er sprake van twee solitaire windturbines, en dus formeel niet van een windpark zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.beoordeling is daarom niet noodzakelijk. Wet Natuurbeheer De twee turbines veroorzaken naar verwachting extra slachtoffers onder vogel- en vleermuissoorten. Hiertoe is een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbeheer aangevraagd bij de Provincie Zeeland. Daarmee is de aanhaakplicht van de Wet Natuurbeheer met de huidige Wabo-aanvraag komen te vervallen. Bevoegd gezag Het vermogen van de windturbine ligt pas vast wanneer een definitief turbinetype wordt gekozen, maar is niet meer dan 5 MW. Voor een windturbine met een opgesteld vermogen tot 5 MW is de gemeente op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 (Ew 1998) bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Omdat van het geldende bestemmingsplan wordt afgeweken, dient de gemeenteraad van Terneuzen een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) te verlenen, alvorens het college de omgevingsvergunning kan verlenen.
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
6
Daarnaast staat de turbine Tevix II binnen de huidige grenzen van een inrichting met een provinciale vergunning (Innovarec BV). De turbine heeft geen technische binding (geen sprake van algemene, gemeenschappelijke voorzieningen zoals bijvoorbeeld aansluitingen van gas, water en/of elektriciteit.) of functionele binding (er is geen sprake van uitwisseling van goederen, diensten, personeel of bedrijfsmiddelen), en de organisatie is ondergebracht onder een separate BV. Daarom maakt de windturbine geen deel uit van de inrichting van Innovarec B.V. Bij de provincie is een aanvraag ingediend voor een wijziging van de inrichtingsgrens van Innovarec, waarbij tenminste de voet van de turbine wordt weggelaten uit de huidige inrichting. Coördinatieregeling Daarnaast kan de coördinatieregeling als bedoeld in paragraaf 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing worden verklaard. Door coördinatie worden besluiten die met elkaar samenhangen gelijktijdig in procedure gebracht en worden daarover gegeven zienswijzen en ingestelde beroepen gelijktijdig afgehandeld. Er is dus geen aparte bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank, maar alleen rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Wel kunnen tegen de ontwerpbesluiten door een ieder zienswijzen worden ingediend.
Leeswijzer Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader geschetst. In hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omgeving aan de orde, hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan voor de windturbines. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten beschreven. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte de conclusies weer over uitvoerbaarheid van dit plan en het vervolg.
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
7
BELEID Mondiaal en Europees beleid Klimaatconferentie Parijs 2015 In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21)1 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Hieronder de belangrijkste punten uit het akkoord: •
de gemiddelde temperatuur op de aarde mag niet meer dan 2 graden Celsius stijgen. Landen streven er naar de temperatuurstijging zelfs te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius;
•
de partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen;
•
er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt;
•
alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen;
•
voor de klimaatconferentie van 2025 moeten de partijen van de klimaatovereenkomst van Parijs zich samen ten doel stellen elk jaar minstens 100 miljard dollar (91 miljard euro) ter beschikking te stellen aan armere landen die economisch moeite hebben de klimaatdoelstellingen te halen. Het geld zou vanaf 2020 beschikbaar moeten zijn;
•
het verdrag is bindend en de landen verplichten zich het na te leven.
Europese doelstelling Het Europese doel voor 2020 was om 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG (2009)2. De Europese Commissie is ook al begonnen met de ontwikkeling van beleidsopties voor de periode na 2020. In juni 2011 presenteerde de EU de "Energieroutekaart 2050"3 als doorkijk naar 2050 en de in tussentijd te nemen stappen om te komen tot een verdere verduurzaming van de energiemarkt en een verdere CO2-reductie (8095%). De EU-landen hebben in 2014 overeenstemming4 bereikt met betrekking tot een nieuwe duurzame energie doelstelling. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. Deze doelstelling is onderdeel van de energie en
1
De klimaatconferentie van Parijs 2015 (officieel: 2015 United Nations Climate Change Conference), die van 30 november tot 12 december 2015 plaatsvond in Parijs leidde tot het afsluiten van het "Akkoord van Parijs", dat op 22 april 2016 in New York is ondertekend. Het klimaatverdrag is 4 november 2016 in werking getreden. 2 "Richtlijn 2009-28-EG- energie uit hernieuwbare bronnen NL, ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG", European Commission, 23 april 2009. Geraadpleegd van: http://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/ALL/?uri=CELEX:32009L0028 [artikel 3, lid 1 juncto bijlage 1, deel A]. 3 Mededeling van de Europese Commissie: "Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050", 8 maart 2011, COM (2011) 112 definitief. Geraadpleegd van: http://eurlex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0112:FIN:NL:PDF 4 Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energy
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
8
klimaatdoelen van de EU voor 2030. Op 14 juni 2018 is er politieke overeenstemming 5 bereikt waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd.
Rijksbeleid Het rijksbeleid voor duurzame energie, en specifiek voor windenergie, heeft zich in eerste instantie altijd gericht op doelen in 2020. Nu 2020 bereikt is, overigens zonder het halen van bijbehorend doel, komt vooral het doel voor 2030 in beeld. In deze paragraaf worden zowel de doelstellingen voor 2020, als die voor 2030 en daarna behandeld zoals deze chronologisch in tijd zijn gesteld. Want hoewel het jaar 2020 al bereikt is zijn de doelen voor 2020 en onderliggende beleidsstukken nog steeds van belang voor de horizon waar nu op gericht wordt. Energieakkoord voor duurzame groei De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben. In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei (hierna: Energieakkoord, 2013) 6.
Met het Energieakkoord komt een duurzame energievoorziening een stap dichterbij. In het Energieakkoord is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het doel van het akkoord is bovendien dat het nieuwe banen oplevert en een positief effect heeft op de energierekening van consumenten. In het akkoord zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt één van deze pijlers. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land. Bij wind op land wordt binnen de kaders die met provincies zijn afgesproken, geïnvesteerd om te komen tot 6.000 MW operationeel windenergievermogen in 2020. Voor de periode na 2020 wordt op termijn gezocht naar aanvullend potentieel voor wind op land. Energierapport 2016 Het Energierapport 2016 (2016)7 geeft aan dat Nederland voor de uitdaging staat om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te brengen, waarbij in de 2e helft van de 21e eeuw, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs (2015) er mondiaal een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen (ofwel klimaatneutraliteit).
Het kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gesloten. 5
Europese Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energyCommissie (14 juni 2018). Geraadpleegd van: http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT-18-4155_en.htm 6 "Energieakkoord voor duurzame groei", Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013. Geraadpleegd van: http://www.energieakkoordser.nl/energieakkoord.aspx 7 "Energierapport 2016 - Transitie naar duurzaam", Ministerie van Economische Zaken, januari 2016. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/01/18/energierapport-transitienaar-duurzaam
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
9
Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: •
sturen op CO2-reductie;
•
verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt;
• integreren van energie in het ruimtelijk beleid. De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen ten opzichte van 2016 op Europees niveau. Ten slotte heeft de energietransitie alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd. Klimaat en Energieverkenning 2019 De eerste Klimaat en Energieverkenning8 heeft twee boodschappen. De eerste is dat er nog veel moet gebeuren om het kabinetsdoel van 49 procent reductie van broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990 te halen. In 2018 had Nederland een reductie van iets minder dan 15 procent ten opzichte van 1990. In ruim 10 jaar moet er dus nog meer dan twee keer zoveel worden bereikt als in de afgelopen kleine 30 jaar.
De tweede hoofdboodschap is dat het daadwerkelijk uitvoeren van beleid in de praktijk moeilijk is; de 2020- doelen voor broeikasgasreductie, besparing en hernieuwbare energie worden daardoor naar verwachting niet of waarschijnlijk niet gehaald. Hernieuwbare energie Het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen in Nederland is gestegen van 140 petajoule in 2017 naar 157 petajoule in 2018. De relatieve stijging van 12,5 procent in één jaar zal volgens de raming na 2018 versnellen. In 2020 ligt het verbruik naar verwachting op 239 petajoule en in 2023 op 331 petajoule. Dat correspondeert met een gemiddelde relatieve stijging van 16 procent per jaar voor de jaren 2019 tot en met 2023. In 2020 zal het aandeel naar verwachting zijn gestegen naar 11,4 procent (tussen 10,4 procent - 12,1 procent), waarmee het Europese doel van 14 procent niet gehaald wordt. Het doel uit het Energieakkoord van 16 procent in 2023 wordt net gehaald. De projectie ligt in deze verkenning op 16,1 procent (14,4 procent -17,0 procent)9.
8
Dit rapport is tot stand gekomen door samenwerking tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), ECN part of TNO, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 9 Klimaat- en Energieverkenning 2019 geraadpleegd van: https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-enenergieverkenning-2019
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
10
Kader 2.1 Stand van zaken opgesteld vermogen windenergie; doelstelling voor 2020 niet gehaald Op 1 januari 2020 stond in Nederland op land 3.551 MW aan windenergie opgesteld, dat is 59% van de nationale doelstelling (Bron: Windstats, 1 januari 2020). Er resteert daarmee dus nog een forse opgave van 2.449 MW voor de doelstelling 2020. Volgens de Monitor Wind op land 2019 (RVO, mei 2020) wordt er op 31 december 2020 4.508,8 MW aan opgesteld vermogen verwacht. Daarmee zijn de doelstellingen voor 2020 niet gehaald, maar is het nog wel mogelijk de Europese doelen voor 2023 (16% energieverbruik uit hernieuwbare bronnen) te behalen. Terugkijkend op 2020 is geconcludeerd dat de doelstelling van windenergie op land van 6.000 MW niet is gehaald. Een rechtstreekse bijstelling van dit doel voor na 2020 in opgesteld vermogen heeft niet plaatsgevonden. Alle gerealiseerde windenenergieprojecten dragen direct bij aan het nieuwe doel uit het Klimaatakkoord om in 2030 tenminste 35 TWh aan duurzame elektriciteit op land (wind en zon) op te wekken. Regionaal worden Regionale Energiestrategieën (RES-en; zie ook paragraaf 2.5) opgesteld. Deze geven inzicht waar binnen een regio in de komende jaren nieuwe wind- of zonneparken komen om de doelen voor 2030, met doorkijk naar 2050, te behalen.
Windenergie ten opzichte van andere duurzame energiebronnen Volgens het rijksbeleid zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland: windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmose-energie of ‘blue energy’). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Drie duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, wind op land en wind op zee. Grote windparken dragen significant bij aan het behalen van de doelstellingen. Geconcludeerd kan worden dat windenergie op land een belangrijk aandeel heeft in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie, maar dat deze taakstelling niet gehaald kan worden met windenergie alleen. Er is een energiemix nodig waarbij duurzame energie, en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel krijgt. De realisatie van windenergie is interessant vanuit het oogpunt:
•
van ruimtebeslag per vierkante meter: relatief weinig ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie;
•
van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt (blijven) worden als industriegebied;
•
vanuit het oogpunt van kostprijs.1011
Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet,
10
Wind op land kost volgens het adviesrapport van ECN circa 6,4 tot 7,5 ct./kWh, terwijl bijvoorbeeld PV zonne-energie 12,5 ct./kWh kost. Deze ‘kosten’ zijn gebaseerd op het advies voor de basisbedragen en geven een indicatie van de benodigde financiën per energie opwekmethode. Bron: Lensink, S.M. et al (2016) Basisbedragen in de SDE+ 2017 – Eindadvies, rapportnummer: ECN-E-16-040, Petten. 11
In opdracht van het ministerie van Economische Zaken hebben CE Delft en ECN recentelijk onderzoek gedaan naar de kosten en maatschappelijke effecten van zon-PV en windenergie op land. Het onderzoek wijst uit dat windenergie op land niet alleen goedkoper is van nu tot 2023, maar ook naar verwachting tot 2030. Bron: Geert Warringa et al, MKEA zon-PV en wind op land – vergelijking kosten en maatschappelijke effecten, publicatienummer: 16.7J46.125, Delft, december 2016.
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
11
maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. De eerste maanden van 2019 rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door. De doorrekeningen van het ontwerp-Klimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) toonden aan dat de reductieopgave van 49% gehaald kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt.
Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonneenergie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Windpark Axelse Vlakte draagt bij aan de toename van de productie van duurzame energie in een functiecombinatie van blijvend grondgebruik als bedrijventerrein en duurzame energieopwekking.
Klimaatwet en Klimaatplan (2019) In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. Op 27 juni 2018 presenteerden zeven fracties de Klimaatwet aan de Tweede Kamer. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: •
een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;
•
een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;
•
100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050.
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
12
Elke vijf jaar komt er een Klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit Klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs. Het eerste Klimaatplan (Klimaatplan 2021-2030) is in april 2020 gepubliceerd12.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op nationaal niveau is nieuw omgevingsbeleid geformuleerd in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is een structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel met het NOVI, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland op basis van de nieuwe Omgevingswet die er aan komt. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken.
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De Nationale omgevingsvisie (NOVI) richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De NOVI noemt duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit als een van de belangrijkste keuzes. Gesteld wordt dat er meer windturbines en meer zonnepanelen nodig zijn. Voor windturbines op land stelt de NOVI "De molens op land clusteren we zoveel mogelijk en passen we zo goed mogelijk in het landschap in. Bijvoorbeeld langs snelwegen. Hierbij zorgen we dat bewoners goed betrokken zijn en waar het kan meeprofiteren in de opbrengsten".
Hernieuwbare energie op land In het Klimaatakkoord is afgesproken dat decentrale overheden via Regionale Energie Strategieën (RES'en) aan de lat staan om samen met partijen gebieden voor grootschalige elektriciteitsopwekking aan te wijzen. De RES'en dienen voor 35 TWh hernieuwbare
12
Klimaatplan 2021-2030. Te raadplegen via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2020/04/24/klimaatplan-2021-2030
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
13
elektriciteitsopwekking op land te voorzien in 2030. In de Regionale Energie Strategieën (RES'en) zullen de volgende vier ruimtelijke principes in de regionale afweging worden meegenomen (Klimaatakkoord): •
Streef naar zuinig en (zoveel mogelijk) meervoudig ruimtegebruik;
•
Breng vraag naar en aanbod van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk dicht bij elkaar;
•
Combineer opgaven en ga als dat nodig is over tot uitruilen en herbestemmen;
• Sluit zo goed mogelijk aan bij gebiedspecifieke ruimtelijke kwaliteit. Bij de keuze voor de locatie voor duurzame opwekking worden tevens de beschikbaarheid, bouwtijd en kosten van netcapaciteit meegewogen (Klimaatakkoord). De Structuurvisie Wind op Land (SWOL) uit 2014 had de doelstelling om zodanige voorwaarden te scheppen dat in 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6000 megawatt (MW) aan windturbines operationeel is. Met provincies zijn er prestatieafspraken gemaakt over het behalen van de doelstelling van 6000 MW wind op land in 2020. Daarvoor zijn grootschalige windparken en ook kleinere windparken nodig. In zoverre de doelstelling niet tijdig wordt gerealiseerd, zal het restant van de opgave verdubbeld worden en meelopen in de Regionale Energie Strategieën (RES'en). Deze verdubbeling zal dan gerealiseerd worden in de periode 2021-2023. De verdubbeling boven de 6000 MW kan bestaan uit de opwekking van windenergie op land, maar mag ook deels met andere vormen van hernieuwbare energie gerealiseerd worden, mits deze additioneel zijn aan het beeld van de Nationale Energieverkenning. Het Programma Energiehoofdstructuur zal de SWOL uiteindelijk opvolgen. De definitieve NOVI met uitvoeringsagenda is op 11 september 2020 vastgesteld door de Ministerraad en naar de Tweede Kamer gestuurd. Uitvoeringsagenda Samen met de NOVI is een Uitvoeringsagenda uitgebracht.
Daarin staat hoe uitwerking wordt gegeven aan de NOVI, welke inzet Rijk en regio nu al plegen en welke (gezamenlijke) acties de NOVI daaraan toevoegt. Naast de instrumenten van de Omgevingswet wordt daarbij ook een aantal nieuwe instrumenten ingezet. Ook starten er een aantal nieuwe (nationale) programma's. Voorbeelden hiervan zijn het Programma Energiehoofdstructuur (PES), Programma Gezonde Leefomgeving en Nationaal Programma Landelijk Gebied. Ook staat beschreven hoe instrumenten zoals de Omgevingsagenda's, NOVI-gebieden en regionale verstedelijkingsstrategieën zorgen voor een doorvertaling van de NOVI naar een regionale aanpak. Structuurvisie Windenergie op Land De doelstelling van de Structuurvisie Windenergie op Land (SWOL, 2014)14 is zodanig ruimtelijke voorwaarden te scheppen dat in 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW operationeel is. Daarvoor worden drie soorten beleid gepresenteerd: •
Visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windenergie (windparken met een vermogen groter dan 100 MW) en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap.
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
14
•
Aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden.
•
Taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie,
en de prestatieafspraken die daarover met het Interprovinciaal Overleg (IPO) zijn gemaakt. Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE+15 en het landelijke elektriciteitsnet. Het kabinet heeft in de SWOL elf gebieden aangewezen waar grootschalige windturbineparken op land mogen komen. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies kunnen daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. Programma Energiehoofdstructuur Het Programma Energiehoofdstructuur zal de SWOL uiteindelijk opvolgen. Het Programma Energiehoofdstructuur is de juridisch-beleidsmatige opvolger van onder meer de structuurvisies Wind op Land. De term 'programma' komt voort uit de Omgevingswet. De ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee.
Het programma is nog in ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (voorganger NOVI) wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij moet de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen. Op basis van jurisprudentie13 is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op een windpark omdat dat niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)14 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.
13
ABRvS 16 maart 2016, nr. 201503226/1 Besluit van 22 augustus 2011, houdende algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) 14
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
15
Defensieradar Voor een aantal doelstellingen van het ruimtelijke beleid van het Rijk is een algemene regeling opgenomen in het Barro en de daarop gebaseerde Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In het Barro is onder andere een regeling opgenomen om onaanvaardbare verstoring van de werking van radarposten voor Defensie-inrichtingen te voorkomen. In de Rarro is rondom de radar van Vliegbasis Woensdrecht de radar van Wemeldinge een toetsingsgebied aangewezen met een straal van 75 kilometer waarbinnen de mogelijke radarverstoring door windturbines met een tiphoogte van meer dan 113 m +NAP moet worden onderzocht. De projectlocatie is gelegen binnen de toetsingsgebieden. De beoogde tiphoogte van de windturbines bedraagt meer dan 113 meter +NAP. Dat houdt in dat op grond van het Barro en de Rarro een toetsing voor wat betreft het onderwerp radarhinder moet plaatsvinden. Dit onderzoek wordt behandeld in paragraaf 5.9.
Provinciaal beleid Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 De ambitie van de provincie Zeeland voor de opwekking van duurzame energie wind, zon en water in het Omgevingsplan 201815 is om in de eigen elektriciteitsbehoefte van Zeeland te kunnen voorzien en een evenredige bijdrage te leveren aan de landelijke doelstellingen. De provincie Zeeland heeft in haar Omgevingsplan de ambitie opgenomen om een evenredige bijdrage te leveren aan de landelijke opgave van 35 TWh voor wind en zon welke volgt uit het Klimaatakkoord. Dit leidt tot een doelstelling van ongeveer 3 TWh (35 TWh/12 provincies). De provincie wil dit realiseren door haar opgave van 570,5 MW aan windenergie voor 2020 te verhogen naar 700 MW windenergie (7 PJ) en 1000 MW zonne-energie (3,5 PJ) in 2030. De turbines van windpark Axelse Vlakte dragen bij aan de doelstelling voor 2030. De provincie stelt voor het behalen van haar ambities op hoofdlijnen de kader stellende beleidsruimte voor wind, zon en waterprojecten vast, maar laten maatwerk over aan de gemeenten. Vormen van duurzame energie mogen niet ten koste gaan van externe veiligheid. Draagvlak bij omwonenden en participatie van de omgeving staan ook voor deprovincie bij die projectontwikkeling voorop.
15
Geconsolideerde versie 21-09-2018. Te raadplegen via: https://www.ruimtelijkeplannen.nl met planidentificatie NL.IMRO.9929.SVOmgPlan2018-VA02
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
16
Figuur 2.1 Uitsnede Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 (geconsolideerd) - Kaart 7: Duurzame en hernieuwbare vormen van energie
Concentratiegebied Kanaalzone
Voor windenergie voert de provincie een beleid dat zich kenmerk door concentratie van de windturbines binnen een aantal aangewezen concentratielocaties. Deze bevinden zich op of bij grootschalige industrie terreinen en op en bij grootschalige infrastructurele werken. De concentratielocaties voor windturbines zijn in bovenstaande figuur aangegeven. De Kanaalzone met daarin de locaties van de twee beoogde turbines is één van die concentratielocaties. Hiermee wordt ruimte geboden om de realisatie van de duurzame energie ambitie mogelijk te maken. De lijst met aangewezen locaties is vanuit initiatieven in het verleden tot stand gekomen maar er zijn meer mogelijkheden zonder de concentratiegedachte geweld aan te doen. Daarom wordt ruimte geboden voor enkele extra projecten wanneer deze aansluiting zoeken bij grote
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
17
infrastructuurlijnen als bijvoorbeeld waterkeringen langs de grote wateren. Dit beleid heeft geen betrekking op windturbines tot een maximale tiphoogte van 20 meter. Dergelijke turbines zijn primair een zaak van de gemeenten. De provincie Zeeland heeft in het Omgevingsplan de Oosterscheldekering, Sloegebied, Kreekraksluizen/Schelde Rijnkanaal, Krammersluizen en Kanaalzone als concentratiegebieden aangewezen. Het plangebied valt onder de Kanaalzone. Het plaatsen van windturbines in de Kanaalzone is overeenkomstig provinciaal beleid. Provinciale Omgevingsverordening 2018 De provinciale Omgevingsverordening16 bepaalt in artikel 2.8 het volgende ten aanzien van windenergie: Artikel 2.8 Windenergie 1. In een bestemmingsplan worden nieuwe windturbines, met een hogere tiphoogte dan 20 meter, toegelaten binnen de in bijlage 4 globaal aangegeven windenergie concentratielocaties. De toelichting bij een bestemmingsplan waarin windturbines overeenkomstig de eerste volzin worden toegelaten bevat een gebiedsafbakening waarbij, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, op kaart wordt aangegeven wat de begrenzing is van de windenergie concentratielocatie. 2.
3.
4.
Buiten de in bijlage 4 globaal aangegeven windenergie concentratielocaties wordt in een bestemmingsplan de vervanging van een, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, bestaande windturbine met een hogere tiphoogte dan 20 meter, door een turbine met een hogere tiphoogte dan de bestaande, niet toegelaten. In afwijking van het eerste lid kunnen nieuwe windturbines geconcentreerd worden toegelaten op gronden die zijn gelegen buiten de in bijlage 4 aangegeven windenergie concentratielocaties indien: a. er sprake is van een ligging langs een grootschalige infrastructuurlijn of b. er sprake is van een ligging op of aangrenzend aan een grootschalig bedrijventerrein. In de toelichting bij het bestemmingsplan waarin nieuwe windturbines op concentratielocaties worden toegelaten buiten de in bijlage 4 aangegeven windenergie concentratielocaties wordt aannemelijk gemaakt dat omgevingskwaliteiten zich niet tegen de nieuwe concentratielocatie verzetten en de windturbines zijn gesitueerd in een cluster of een lijnopstelling van ten minste 3 windturbines.
Onderliggend plan wordt gerealiseerd binnen een windenenergie concentratiegebied waardoor wordt voldaan aan artikel 2.8 lid 1. Toetsing aan lid 2 en 3 is daarmee ook niet meer aan de orde. Het plan past binnen de provinciale verordening.
16
Vastgesteld op 21-09-2018. Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl planidentificatie NL.IMRO.9929.OVOmgVer2018-VA01
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
18
Gemeentelijk beleid Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid De gemeente Terneuzen heeft in 2017 het Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid opgesteld17. Dit Activiteitenprogramma geeft invulling aan de gemeentelijke ambities op het gebied van klimaat, energie en duurzaamheid. De gemeente Terneuzen heeft als doelstelling om energieneutraal te zijn in 2045, voor wat betreft particuliere woningen en gemeentelijk organisatie. Bovendien geeft de gemeente aan dat er meer duurzame energie op gemeentelijk grondgebied moet worden opgewekt. Eén van de actiepunten van het Activiteitenprogramma is een verkenning naar de mogelijkheden voor windenergie in de gemeente Terneuzen. Verkenning windenergie en zonne-energie Kanaalzone Terneuzen Tussen september 2016 en december 2018 is, in opdracht van Eneco en Zeeuwind, een verkenning uitgevoerd naar de randvoorwaarden en mogelijkheden voor duurzame energieopwekking in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone van de gemeente Terneuzen18. Bij deze verkenning “van onderop” zijn veel gesprekken gevoerd met de bewoners in het gebied en hun vertegenwoordigers en met de bedrijven. Veel bewoners van de Kanaalzone geven aan dat zij al een bovenmatige milieubelasting hebben en het voldoen aan wettelijke eisen voor hen onvoldoende zekerheid biedt voor de bescherming van de kwaliteit van de omgeving, de gezondheid en de leefbaarheid.
Ook diverse bedrijven hebben aandacht gevraagd voor effecten voor hun bedrijf. Er is voor het deelgebied Axelse Vlakte per bedrijventerrein en grondeigenaar onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor windturbines. Na onderzoek en overleg met de omgeving blijken er twee locaties haalbaar zijn, op voldoende afstand van de glastuinbouw: op het terrein van Loonbedrijf Westdorpe en van Tevix II. Structuurvisie Terneuzen 2025 In de structuurvisie Terneuzen19 wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Terneuzen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten. De Structuurvisie meldt ten aanzien van het onderwerp klimaat en energie dat in Terneuzen al duurzame energie wordt opgewekt. Het opwekken van duurzame energie wordt verder gestimuleerd, zowel door te blijven zoeken naar koppelingsmogelijkheden met het aanbod van restwarmte bij industriële bedrijven, maar ook door de plaatsing van zonnepanelen
“Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid, Gemeente Terneuzen”, 20 april 2017, geraadpleegd via: https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Terneuzen/CVDR460394.html 18 “Verkenning windenergie en zonne-energie Kanaalzone Terneuzen”, Eindrapport, 21 februari 2019, Fon ten Thij 19 Vastgesteld op 16-12-2010. Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl planidentificatie NL.IMRO.0715.SVTerneuzen2010-VG99 17
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
19
of kleine windturbines mogelijk te maken. Nieuwe grootschalige windmolenparken zijn niet gewenst, omdat de gemeente van mening is dat daardoor de balans tussen wonen en werken wordt verstoord. Het voorgaande laat onverlet dat de bouw van windturbines gerelateerd aan (duurzame) ontwikkelingen op bedrijventerreinen binnen de gemeente mogelijk moet worden gemaakt. De structuurvisie staat om die reden realisatie van windenergieprojecten niet in de weg. Figuur 2.2 Illustratie Structuurvisie Terneuzen 2025 (rood omcirkeld wordt globaal de locaties voor de twee windturbines weergegeven in ‘bestaand werkgebied’)
Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen Op 18 maart 2021 heeft de gemeenteraad van Terneuzen het ‘Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen’ vastgesteld. In het Beleidskader komen beleidsprincipes voor windenergie aan bod, wordt een afbakening gegeven van de onderzoekslocaties en wordt er aandacht besteed aan potentiële zoekgebieden en uitsluitingsgebieden voor windenergie. Ten slotte besteed het beleidskader voorwaarden en procedure. De Axelse Vlakte is in het beleidskader benoemt als potentieel zoekgebied voor windenergie. De twee voorgenomen windturbines liggen in het potentiële zoekgebied. In het beleidskader worden vijf beleidsprincipes voor windenergie geformuleerd:
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
20
1. 2. 3. 4.
Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren
5.
Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal”
Het initiatief voldoet aan alle vijf de beleidsprincipes omdat: 1. Sluiskil en Westdorpe liggen als kern het dichtste bij de windturbines. Sluiskil ligt op een afstand van circa 1200 meter. De kern van Westdorpe ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de windturbines. 2. De Axelse Vlakte is een industriegebied en voldoet daarmee aan het beleidsprincipe. 3. Ten noorden van de beoogde windturbines ligt windpark Koegorspolder. De 4.
5.
windturbines op de Axelse Vlakte sluiten aan bij dit bestaande windpark. Om de omgeving mee te laten profiteren van het windpark zijn verschillende opties mogelijk. Zo is het mogelijk om een bedrijvenregeling op te zetten, een regeling specifiek voor omwonenden maar ook financiële deelneming of een omgevingsfonds zijn opties. Met het uitgangspunt “Sterk, betrokken en vitaal” wordt zoveel als mogelijk hinder voor omwonenden en omliggende bedrijven voorkomen. In de onderzoeken wordt inzichtelijk gemaakt wat de effecten kunnen zijn en hoe deze zoveel als mogelijk worden gemitigeerd.
In een aangenomen amendement wordt vervolgens aanvullend aandacht besteed aan het participatieplan. De gemaakte afspraken tussen initiatiefnemer(s), omwonenden, stads- en dorpsraden, grondeigenaren en in de buurt gevestigde ondernemers moeten helder worden vastgelegd in een participatieplan. Het participatieplan is onderdeel van de vergunningaanvraag. De gemeente geeft de voorkeur aan een windproject dat coöperatief ontwikkeld wordt, voor en door de eigen inwoners en lokale ondernemers. Dit is in dit project het geval omdat één initiatiefnemer een lokale ondernemer is op het industrieterrein. De andere initiatiefnemer is een coöperatieve energiecoöperatie die binnen de provincie Zeeland actief is.
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
21
Regionaal beleid Regionale energiestrategieën (RES) Vanuit het klimaatakkoord is de Regionale Energie Strategie (RES) voortgekomen. De nationale doelen en afspraken vragen om regionaal maatwerk. Hoe passen hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit in de leefomgeving van mensen en dieren? Zowel boven als onder de grond? Ruimte is schaars. De nationale doelen zijn alleen te halen door regionaal samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. Ook op regionaal niveau hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties elkaars vakkennis, kunde of wettelijke bevoegdheden nodig. In het Interbestuurlijke Programma (februari 2018) spraken de overheden af een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende regionale energiestrategieën. Nederland is voor de uitwerking verdeeld in 30 ‘energieregio’s’. Afgesproken is dat de uit te werken strategieën uiteindelijk ruimtelijk geborgd worden via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en via het beleid van de waterschappen. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord, die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving.
Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt per energieregio gekomen tot een regionaal gedragen RES. De RES geeft inzicht in: •
mogelijkheden voor regionale opwek en besparing;
•
die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning;
•
een bod aan het rijk met de bijdrage aan de 35 TWh hernieuwbaar op land;
•
de afstemming omtrent warmtebronnen;
•
de gevolgen voor de energie-infrastructuur;
•
al gerealiseerde projecten en plannen.
De RES is een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. De samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. De samenwerking kan daarnaast ook helpen bij het formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In het omgevingsbeleid van met name gemeenten vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Bedrijven en burgers krijgen meer zekerheid voor het doen van investeringen door de integrale besluitvorming. De RES is ten slotte een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij wil halen, op welke termijn en welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen. De concept-RES-sen dienden landelijk voor 1 juni 2020 te zijn vastgesteld en definitieve vaststelling van de RES 1.0 door individuele gemeenteraden was gepland voor 1 maart 2021.
Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | 719081 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
22
De gemeente Terneuzen valt in de energieregio Zeeland. Regionale energiestrategie Zeeland (Zeeuws Energieakkoord) De gehele provincie Zeeland vormt één regio binnen de regionale energiestrategie (RES). In de Zeeuwse RES staat welke gebieden qua infrastructuur geschikt zijn voor de opwek van zonneen/of windenergie. Ook staat in de RES welke infrastructuur nodig is om het opwekvermogen aan het net te koppelen en wat daarvan de consequenties zijn (ruimtelijk, financieel, planmatig en voor de besluitvorming). Op 10 maart 2020 publiceerde de RES-regio Zeeland als eerste regio de RES 1.0. Figuur 2.3 Plankaart RES Zeeland
Bron: Figuur 2.2 van bijlage 1 MER
RES-regio Zeeland staat achter de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en wil evenredig bijdragen aan het bereiken van deze doelstellingen. RES-Regio Zeeland wil in de gebouwde omgeving 400 kiloton (Kton) CO2 reduceren en in 2030 minstens 11 petajoule (3 TWh) hernieuwbare energie opwekken. De Zeeuwse ambitie voor mobiliteit is een CO 2-reductie van 49%. De RES Zeeland is het resultaat van overleg aan drie sectortafels: Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit.
719081 | Goede ruimtelijke onderbouwing Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen 2 juni 2021 | Definitief v1.0
Pondera Consult
23
De RES Zeeland bevat een aantal belangrijke punten voor elektriciteit, specifiek voor windenergie zijn de onderstaande punten het meest relevant20: •
Zeeland wekt 3 TWh (11 PJ) aan hernieuwbare elektriciteit op in 2030.
•
Landschappelijke kwaliteiten, biodiversiteit en een fijne leefomgeving zijn leidend bij het inpassen van wind en zonprojecten.
•
Voor windenergie wordt een concentratiebeleid met aangewezen locaties gehanteerd.
•
De Zeeuwse gemeenteraden en provinciale staten hebben altijd het laatste woord als het gaat om de ruimtelijke ordening. Per gemeente is specifiek beleid voor wind en zon opgenomen in de RES.
Indicatief doel voor 2030 is 700 MW windenergie. Op 31 december 2021 wast het totaal opgestelde vermogen aan windenergie in Zeeland circa 523 MW (47 MW te kort voor het doel van 2020). De turbines staan gepland op concentratielocaties die in de provinciale Omgevingsvisie zijn aangewezen (zie Figuur 2.4). Kern van de RES-strategie is dat op de concentratielocaties in geval opschaling, vernieuwing of uitbreiding aan de orde is, de locaties worden zo optimaal mogelijk ingevuld. In de provinciaal Omgevingsvisie wordt bovendien ruimte geboden om extra locaties toe te voegen. Op basis van plannen en initiatieven die nu bekend zijn bij verschillende gemeenten, wordt geraamd dat er tot 2030 extra ruimte is voor realisatie van windprojecten binnen een bandbreedte van 100 tot 170 MW. Dit zou voldoende moeten zijn om het doel van 700 MW in 2030 daadwerkelijk te realiseren. Besluitvorming en afweging vindt plaats in de separate procedures per project, en volgt niet automatisch uit de RES.