2021-05-20 Bijlage 2 Was-wordt tabel
Tekst van het document
een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. 4. Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
Onze huidige APV kent geen bepaling over adverteren.
Onze huidige APV kent geen bepaling over leeftijd. Verblijfstitel was geregeld in artikel 3:8 APV.
Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, vierde lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is. 2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal)
en 07.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.
Artikel 3:12 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksinrichting/escortbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, en van de bedrijfsnaam; b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Artikel 3:13 Leeftijd en verblijfstitel prostituees 1. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. Artikel 3:14 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;
en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
In ons huidige artikel 3:9 is straat- en raamprostitutie ogenomen. Wordt nu in twee afzonderlijke artikelen opgenomen (conform model VNG).
1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf. Artikel 3:15 Raamprostitutie 1. Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.
Artikel 3:16 Straatprostitutie Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.
Huidig artikel 3:11 wordt 3:17
Artikel 3:17 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Artikel 3:12 Beslistermijn 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste en derde lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2 Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid wordt geweigerd indien: a. b. c. d. 2. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, ….. worden geweigerd in het belang van: a………………. … f.
Huidige artikel 3:12 is opgenomen in nieuwe 3:4 (Vergunning)
Huidige artikel 3:13 is opgenomen (samengevoegd) onder nieuwe 3:7
Artikel 4:6A Mosquito Dit artikel wordt nieuw toegevoegd. De mosquito veroorzaakt een hinderlijke hoge pieptoon die alleen voor jongeren tot 25 jaar hoorbaar is. Het gebruik is effectief maar omstreden. Bij normaal gebruik zou het geen gezondheidsschade opleveren. Het besluit om een mosquito te plaatsen moet goed gemotiveerd worden.
Op incidentele basis is er behoefte aan een extra mogelijkheid om jeugdoverlast aan te pakken. Dit betreft dan plekken waar hardnekkige jeugdoverlast plaatsvindt en andere, minder ingrijpende maatregelen niet tot gewenst resultaat leidden. Door dit artikel op te nemen in de APV is er een gewenst extra handvat om jeugdoverlast op bepaalde locaties effectief tegen te gaan en te doen stoppen.
Bestaande tekst -
Nieuwe tekst Artikel 4:6A Mosquito 1.. Onder mosquito wordt verstaan een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken 2. In afwijking van artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats. 3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht. 4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. 5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste drie maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste drie maanden verlengen.
Artikel 4:19 Uitzonderingsbepaling Op grond van het nieuwe camperbeleid is de toegestane maximale verblijfsduur op de camperplaatsen verlengd tot maximaal 72 uur. Deze wijziging moest nog doorgevoerd worden in de APV. Bestaande tekst Artikel 4:19 Uitzonderingsbepaling Het verbod, als vermeld in artikel 4:18, geldt niet: 1. voor het plaatsen van één of enkele kampeermiddelen voor eigen gebruik voor perioden van maximaal twee weken door de rechthebbende op een terrein; 2….. 3….. 4…. 5. Voor het plaatsen van kampeerauto’s ten behoeve van het kamperen daarin op plaatsen die daarvoor door het college zijn
Nieuwe tekst Artikel 4:19 Uitzonderingsbepaling Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing: 1. voor het plaatsen van één of enkele kampeermiddelen voor eigen gebruik voor perioden van maximaal twee weken door de rechthebbende op een terrein; 2….. 3….. 4…. 5. Voor het plaatsen van kampeerauto’s ten behoeve van het kamperen daarin op plaatsen die daarvoor door het college zijn
aangewezen, indien de kampeerauto niet langer dan 24 uur op die locatie aanwezig is. 6…..
aangewezen, indien de kampeerauto niet langer dan 72 uur op die locatie aanwezig is. 6…..
Artikel 5:1 Begripsbepalingen Dit artikel komt te vervallen omdat de begripsbepalingen van ‘voertuigen’ en ‘parkeren’ al in artikel 1:1 gedefinieerd zijn. Bestaande tekst Artikel 5:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en tekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; b parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990)
Nieuwe tekst -
Artikel 5:12 (Brom)fietswrakken, weesfietsen en overlast van fiets of bromfiets Vanuit de BOA’s is het verzoek gekomen om op te kunnen treden tegen (brom)fietswrakken en weesfietsen. Dit wordt mogelijk door lid 2 en lid 3 aan artikel 5:12 van de APV toe te voegen. Dit is overgenomen van de gemeente Middelburg. Bestaande tekst Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Nieuwe tekst Artikel 5:12 (Brom)fietswrakken, weesfietsen en overlast van fiets of bromfiets 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren op een openbare plaats te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer dan 28 dagen onafgebroken op een openbare plaats te laten staan.
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen Er is met enige regelmaat landelijk wat discussie over de vraag of van deur tot deur acties waarbij (deels) voor het goede doel donateurs worden geworven ook onder het begrip collecte vallen. De VNG is van oordeel dat daarover bij de huidige definitie van collecte (nieuwe tekst hieronder) geen twijfel kan bestaan. Dat er bij sommige goede doelen loterijen slechts de helft van de opbrengsten naar het goede doel gaat, doet daar niet aan af. Bestaande tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt, dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden: a… b… c… d…. 4….. 5…..
Nieuwe tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor inzameling of werving die wordt gehouden: a. b. c. d. 4… 5…t i
Artikel 5:15 Ventverbod Artikel 5:15 en 5:16 zijn samengevoegd tot één artikel. Ook zijn de tijden waarop niet gevent mag worden aangepast. Tot nu toe was venten op zondag verboden. Aangezien op grond van de winkeltijdenverordening ook winkels in onze gemeente geopend mogen zijn op zondag van 8.00 tot 22.00 uur, is het gewenst ook het venten op zondag mogelijk te maken. Omdat een ijsventer bijvoorbeeld gebruik maakt van geluid (muziek) om zijn aanwezigheid kenbaar te maken, is ervoor gekozen om venten op zondag mogelijk te maken vanaf 13.00 uur (ivm Zondagswet). Bestaande tekst Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerst
Nieuwe tekst Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste
lid is het verboden te venten op zondagen en op maandag tot en met zaterdag tussen 21.00 uur en 09.00 uur. 3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 1. Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting bedoeld in het eerste lid beperken door het venten te verbieden: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen; of b. voor bepaalde dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
lid is het verboden te venten op maandag tot en met zaterdag tussen 21.00 uur en 09.00 uur en op zondag voor 13.00 uur en na 21.00 uur. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. Artikel 5:16 (Vervallen) Is ondergebracht bij 2:6 APV
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden In ons artikel, lid 2 onder a staat het voorzieningenniveau genoemd als weigeringsgrond. Maar dat mag niet, daar is inmiddels jurisprudentie over. Het is een economische, niet toegestane belemmering voor het vrij verkeer van diensten. Op grond van de Dienstenrichtlijn mag wel een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld, mits: 1. Geen sprake is van discriminatie naar nationaliteit of statutaire zetel; 2. Er sprake is van een dwingende reden van algemeen belang (noodzakelijkheid); en 3. De maatregelen zijn geschikt om het nagestreefde doel te bereiken en gaan niet verder dan nodig is en het doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt (evenredigheid). De formulering van onderdeel a van het derde lid (nieuwe tekst) is hierop afgestemd. In verband met geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder en overlast door zwerfafval is het onwenselijk om de lex silencio positivo (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing te verklaren. Bestaande tekst Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of hebben. 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
Nieuwe tekst Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
a. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; b. vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan; c. in het belang van een zorgvuldig ingerichte weekmarkt of kermis. 3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. b. in het belang van een zorgvuldig ingerichte weekmarkt of kermis. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:25 tot met artikel 5:27 De artikelen 5:25 tot en met 5:27 over ligplaatsen zijn aangepast in verband met de Wet verduidelijking voorschriften woonboten. Voor het aanleggen van woonboten geldt een omgevingsvergunningsplicht. Artikel 5:25 is gewijzigd en de artikelen 5:26 en 5:27 zijn vervallen omdat de inhoud daarvan goeddeels is ondergebracht in het gewijzigde artikel 5:25. Bestaande tekst Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Landschapsverordening Zeeland. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
Nieuwe tekst Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Landschapsverordening Zeeland. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.
gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel 5:26 (Vervallen) Artikel 5:27 (Vervallen)
Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:25, tweede lid en 5:26 bepaalde.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water We hebben lid 2 toegevoegd aan dit artikel. Vooral in de wijk Othene in Terneuzen wordt ’s zomers geconstateerd dat er veel vanaf de duiker wordt gesprongen. Dat is levensgevaarlijk. Door het troebele water kun je vaak niet inschatten hoe diep het water is en of er iets op de bodem ligt. Zo kun je per ongeluk op een fiets of een ander scherp voorwerp terechtkomen. Ook wordt er soms water aan de Kreek onttrokken waardoor er daar een gevaarlijke stroming staat. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2, Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het is verboden om vanaf bruggen, duikers, steigers, sluizen of viaducten in het openbaar water te springen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:32 Begripsbepalingen Dit artikel komt te vervallen omdat de begripsbepalingen van ‘voertuig’ en ‘bromfiets’ al in artikel 1:1 gedefinieerd zijn. Artikel 5:32A Crossterreinen wordt vernummerd tot artikel 5:32. Bestaande tekst Artikel 5:32 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder z van het Reglement verkeersregels en tekens (RVV 1990); b. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e van de Wegenverkeerswet 1994.
Nieuwe tekst -
Artikel 5:32 Crossterreinen In het derde lid wordt de verwijzing naar hogere regelgeving voor wat betreft de Wet milieubeheer vervangen door een verwijzing naar de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit Omgevingsrecht, waarnaar motorcrossterreinen een aantal jaren geleden zijn overgeheveld. Ook wordt de Zondagswet toegevoegd. Bestaande tekst Artikel 5:32A Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Artikel 5:36 Verboden plaatsen Tot op heden zijn er geen plaatsen door het college aangewezen overeenkomstig het huidige artikel, lid 1 onder b. Er is nu voor gekozen aansluiting te zoeken bij het model van de VNG. Doorgaans is voor gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria wat betreft de mogelijkheden voor asverstrooiing het een en ander geregeld in beheersverorderingen. De regelingen daarin maken deel uit van het algeheel beleid rond de begraafplaats. Het openstellen van de begraafplaats en het crematorium voor incidentele verstrooiing zou daarin verstorend kunnen werken. Bestaande tekst Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. de door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.