Bijlage - Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
Financieel Het exploitatiebudget is naar verwachting in 2022 nog toereikend voor het dagelijks beheer en onderhoud. Een nieuwe externe monitoring van de beeldkwaliteit zal het komende groeiseizoen moeten uitwijzen of we de beoogde kwaliteit kunnen behouden. In de Programmabegroting 2022 is € 50.000 toegekend voor onderhoud van nieuw areaal. Uiteraard wordt ook een deel van de indexatie aan Groen toegekend. Het wordt lastiger om gekwalificeerd personeel te krijgen. Ook wordt het groeiseizoen steeds langer en daardoor gaan de werkzaamheden langer door met toenemende kosten. Door klimaatsverandering hebben we ook steeds meer te maken met extreme weersomstandigheden die kostenverhogend werken (meer uitval beplanting, extra beregenen, stormschade etc.). Programma 2022 We geven uitvoering aan groot onderhoud zoals het vervangen van bomen met een duurzame groeiplaats en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in het groen. We gaan door met Actie Steenbreek. Groot onderhoud wordt waar mogelijk uitgevoerd in combinatie met werkzaamheden aan riolering, wegen en projecten. Ook de acties om de invasieve soorten als reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop te bestrijden gaan door evenals het beheersen van de eikenprocessierups.
4
Inclusief uren eigen groendienst.
Pagina 86 van 133
O21.001884
Hoofdtaakveld 24 Leefomgeving – taakveld 7.2 riolering Riolering Het beheer en onderhoud van de riolering is geregeld in het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2018-2022. Door de schaalgrootte en de wijziging van de bedrijfsvoering zijn de afgelopen jaren behoorlijke besparingen behaald. De financiering is geregeld via de voorziening Riolering.
Kerncijfers Riolering
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2021
Budget
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Rioolstelsel Rioolgemalen Riooloverstorten Kolken
765 km Gemiddeld Basis 658 stuks Gemiddeld Basis 305 stuks Gemiddeld Basis 44.200 stuks Gemiddeld Basis
€ 8.542.558
X X X X
Stand van zaken Het vGRP 2018-2022 is in 2018 vastgesteld en wordt in 2020/2021 geëvalueerd. Bij Riolering is geen sprake van achterstallig onderhoud. Financieel Door de rioolheffing is sprake van een gesloten, financieel systeem. De geraamde kosten van de riolering bedraagt € 8.542.558 voor 2022. Beheer en onderhoud worden hier uit volledig betaald. Programma 2022 We stellen een jaarplan 2022 op en voeren dit uit. Dit stemmen we af met wegen en groen zodat we werk met werk kunnen maken en overlast voor de omgeving zo veel mogelijk beperken. We werken aan het opstellen van een plan voor klimaatadaptatie. In dat kader treffen we onder andere maatregelen om wateroverlast tegen te gaan in onder andere Heeg en Woudsend.
Programma 1 en 2, diverse hoofdtaakvelden Gemeentelijke gebouwen De gemeente is eigenaar van een groot aantal gebouwen, variërend van omvangrijke gebouwen tot kleinere gebouwtjes en (huur)woningen. Naast de stad- en gemeentehuizen, buitendiensthuisvesting, sportaccommodaties (sporthallen), gaat het om diverse recreatieve douche- en toiletgebouwtjes, strategische panden, parkeergarages, culturele gebouwen en (rijks)monumenten. De gemeente onderhoudt en beheert 188 panden (niet meegerekend de gebouwen die voorheen een onderwijsbestemming hadden en op dit moment leegstaan). Daarnaast zijn er nog tientallen gedenktekens en culturele kunstwerken die ook onder dit deel van de kapitaalgoederen vallen. Het onderhoudsniveau van de gebouwen varieert van hoog (klein aantal) tot basis naar laag.
Kerncijfers Gebouwen
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2021
Budget
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Gebouwen
188 stuks
Gemiddeld basis
14%
56%
30%
€ 2.100.000
Stand van zaken De gebouwen voldoen aan het vastgestelde onderhoudsniveau. We zetten in op overdragen, verkopen en herbestemmen van gebouwen in combinatie met risicogestuurd onderhoud. Financieel Het beschikbare budget van circa € 2.100.000 is toereikend voor het onderhoud. Om uitbreiding areaal te compenseren wordt het onderhoudsbudget met € 25.000 verhoogd. Ook wordt indexatie toegekend. In 2016 is een bestemmingsreserve Gebouwen ingesteld. Jaarlijks wordt het positieve resultaat uit de beheersbegroting toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Hierdoor kan op termijn groot onderhoud worden uitgevoerd. Eind 2021 bevat de bestemmingsreserve verwachting € 343.518.
Pagina 87 van 133
O21.001884
In 2021 is € 215.000 vrij gemaakt voor groot onderhoud aan 2 toiletgebouwen in Workum en het monumentale pand De Waag en Waagmeesterswoning in Makkum. De omvang van de bestemmingsreserve is voldoende voor het uitvoeren van gepland groot onderhoud. Jaarlijks wordt de raad gevraagd om middelen vrij te maken uit deze reserve. Programma 2022 Naast het reguliere onderhoud wordt er komend jaar ingezet op de voorbereiding van de huisvesting buitendienst in Bolsward en het opstellen van een routekaart over de wijze en het tempo waarop wij ons eigen vastgoed gaan verduurzamen conform de afspraken van de landelijke klimaattafel. Verder ligt de focus op het regulier onderhoud en het inregelen van een nieuw beheerssysteem.
Pagina 88 van 133
O21.001884
2.3.4
Paragraaf 4
Financiering
Inleiding We geven hier een toelichting op het beleid en de uitvoering van de financiering (treasury). We willen de risico’s die verbonden zijn aan de financieringsfunctie beperken. We willen de kosten die de financieringsfunctie met zich meebrengt zo laag mogelijk houden. Súdwest-Fryslân is een ontwikkelgemeente. Hierdoor is er sprake van een financieringsbehoefte: we lenen geld om investeringen te kunnen doen. Geld lenen is geen probleem zolang de rente over het geleende geld gedekt is in de begroting. Op langere termijn kan een oplopende schuld tot problemen leiden. Elke euro die we aan rente betalen kunnen we namelijk niet aan andere zaken besteden. De uitdaging is om hier een juiste balans te vinden. Algemene ontwikkelingen Wereldwijd is een duidelijk herstel van de economie op gang gekomen. Maar de financiële markt is op dit moment nog steeds niet stabiel en dit heeft nog steeds gevolgen voor de rentestanden. De te betalen rente op langlopende leningen is gemiddeld gezien nog steeds laag. Kortlopende leningen leveren ons nog steeds zelfs geld op. Analyse met actuele gegevens Er is een aantal analysemogelijkheden om inzicht te geven in de financieringsfunctie. We gaan in op de liquiditeit en de risico’s die hiermee samenhangen. Voor het bereiken van een optimaal financieringsresultaat is inzicht in de toekomstige geldstromen van groot belang.
Op basis hiervan nemen we beslissingen over financieringsvraagstukken. Voor de bepaling van de financieringsbehoefte stellen we jaarlijks een liquiditeitsprognose op voor de komende vier jaar. De nadruk ligt daarbij op het begrotingsjaar 2022. De liquiditeitsprognose helpt ons ook bij de beoordeling van de volgende onderwerpen:
A. Financieringsbehoefte
B .Risico’s financieringsfunctie
Welk bedrag moet wanneer gefinancierd worden?
Wat zijn onze financieringsrisico’s?
C. Leningenportefeuille Hoe ziet onze leningenportefeuille er uit?
D. Rentelasten en rentetoerekening Hoe verwerken we onze rentelasten?
E. EMU saldo en investeringen Hoeveel kunnen we op enig moment investeren?
A. Financieringsbehoefte Jaarlijkse stellen we een liquiditeitsprognose op voor de komende vier jaar. Zo bepalen we de financieringsbehoefte en weten we wanneer we geldleningen moeten afsluiten. We bepalen de jaarlijkse financieringsbehoefte op basis van een aantal elementen: reserves en voorzieningen: begrote bestedingen waarvoor de raad een besluit heeft genomen bestaande kredieten en investeringen: verwachte bestedingen grondexploitatie: verwachte inkomsten en uitgaven leningenportefeuille: mutaties
Pagina 89 van 133
O21.001884
In de grafiek geven we de verwachte liquiditeitsbehoefte aan.
0 -20,000,000 -40,000,000
Financieringsbehoefte
-60,000,000 -80,000,000 -100,000,000 -120,000,000 Er is sprake van een geleidelijk neerwaartse lijn. We gaan hierna bij de punten B en C in op de risico’s hiervan en de te kiezen aanpak. De opwaartse lijn rondom juli wordt veroorzaakt doordat we op deze datum elk jaar ongeveer tussen de € 12 miljoen en € 13 miljoen uit het BTW compensatiefonds ontvangen. B. Risico’s financieringsfunctie Onder de risico’s van de financieringsfunctie vallen onder andere rente-, krediet-, liquiditeits-, koersen valutarisico’s. Deze onderwerpen zijn opgenomen in het treasurystatuut. Het meest omvattende risico is het renterisico. Ter beperking van het renterisico zijn in de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) twee verplichte normen opgenomen: (a) de kasgeldlimiet en (b) de renterisiconorm. Aan deze wettelijke normen moeten we voldoen. a. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Met als doel grote schommelingen in de rentelasten te vermijden. De kasgeldlimiet mag maximaal 8,5% zijn van het begrotingstotaal. Begrotingstotaal 2022: € 287 miljoen. Kasgeldlimiet: € 24,4 miljoen. Wanneer we de kasgeldlimiet structureel (langer dan 2 kwartalen achter elkaar) overschrijden, moeten we aantonen dat we binnen een afzienbare tijd weer binnen de kasgeldlimiet blijven.
De meest gangbare manier om hieraan te voldoen is het aantrekken van een langlopende geldlening. In de grafiek geven we de verwachte liquiditeitsbehoefte aan ten opzichte van de kasgeldlimiet:
0 -20,000,000 -40,000,000 -60,000,000 -80,000,000 -100,000,000 -120,000,000
Financieringsbehoefte Kasgeldlimiet
De grafiek laat zien dat de huidige liquiditeitsprognose (blauwe lijn) de kasgeldlimiet (rode lijn) structureel overschrijdt. Om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen en om de kasgeldlimiet van € 24,4 miljoen niet structureel te overschrijden verwachten we vanaf 2022 tot 2025 jaarlijks gemiddeld € 13,75 miljoen aan langlopende leningen te moeten afsluiten om aan de kasgeldlimiet te blijven voldoen. De inzet is erop gericht om nog zo lang mogelijk kortlopende leningen aan te gaan, omdat de rente van “kort geld” op dit moment lager is dan voor “lang geld”.
Pagina 90 van 133
O21.001884
okt-25
jul-25
apr-25
jan-25
okt-24
jul-24
apr-24
jan-24
okt-23
jul-23
apr-23
jan-23
okt-22
jul-22
apr-22
jan-22
okt-21
jul-21
apr-21
jan-21
Na het afsluiten van de genoemde leningen ontstaat de volgende grafiek:
0 -20,000,000
Financieringsbehoefte
-40,000,000
Kasgeldlimiet
-60,000,000
Fin. Behoefte na aantrekken leningen
-80,000,000 -100,000,000 -120,000,000 In de begroting 2022 houden we bij nieuwe langlopende leningen rekening met een rentelast van 0,35 % in 2022 oplopend tot 1,5 % in 2025. Als de raad besluit tot extra investeringen heeft dit gevolgen voor de liquiditeitsbehoefte. Het valt te verwachten dat we dan extra geld moeten aantrekken. Hierdoor stijgen de rentelasten. b. Renterisiconorm De renterisiconorm legt een relatie tussen de opbouw van de leningenportefeuille en de mate waarin we tegenvallers kunnen beperken als gevolg van stijgende rente. We lopen renterisico bij renteaanpassingen en herfinanciering. Het renterisico mag (jaarlijks) maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Begrotingstotaal 2022: € 287 miljoen. Renterisiconorm: € 57,4 miljoen. De aflossingen liggen in de jaren 2022-2025 gemiddeld rond de € 15 miljoen. De grafiek geeft de renterisiconorm weer voor de jaren 2022-2025. Conclusie: we blijven ruim binnen de risiconorm. 2022
2023
2024
2025
0 -15,000,000 aflossingen
-30,000,000
renterisiconorm
-45,000,000 -60,000,000 -75,000,000
Omdat we zo goed als alle leningen hebben afgesloten met een jaarlijks gelijke aflossing zitten er geen (grote) sprongen in het verloop van onze aflossingen. Daarmee kunnen we concluderen dat we ruim binnen de renterisiconorm blijven. Het betekent niet dat er geen risico’s zijn. In de begroting nemen we jaarlijks voor een nieuw af te sluiten langlopende lening een rentelast op van 0,35 % en oplopend tot 1,5 %. Wordt dit percentage hoger dan stijgen de lasten. Blijkt het percentage lager uit te vallen, dan dalen de rentelasten.
Pagina 91 van 133
O21.001884
C. Leningenportefeuille In de begroting is voor 2022 € 159,2 miljoen aan langlopende geldleningen opgenomen. Van de langlopende leningen is € 27,2 miljoen doorgeleend aan anderen: woningbouwcorporaties (€ 19,8 miljoen), Zwembad Sneek (€ 3,0 miljoen) en overige instellingen (€ 4,4 miljoen). Daarnaast wordt voor circa € 32 miljoen aan leningen direct gegarandeerd aan instellingen die actief zijn op het gebied van woningbouw, gezondheidszorg, welzijn, cultuur en sport. We zijn zeer terughoudend in het verstrekken van nieuwe leningen en garanties aan derden. Het gemiddelde rentepercentage dat we betalen op het saldo van de huidige leningen (aangetrokken minus verstrekte leningen) is 2,6%. De rentedruk op de huidige leningen is stabiel. We hebben de nieuw af te sluiten leningen voor de komende jaren begroot op een rentelast van tussen de 0,35% en 1,5%. Door de komende jaren de leningen aan te trekken onder de voorwaarden zoals we die nu verwachten en hebben begroot, schommelt de rentedruk de komende jaren rond 2,6%: Saldo na aan te trekken leningen (x € miljoen) Opgenomen geldleningen Boekwaarde per 1/1 (a) Rentelasten (b) Verstrekte geldleningen Boekwaarde per 1/1 (c) Renteopbrengsten (d)
2022 €
2023 €
2024 €
2025 €
159,2 4,3
155,9 4,0
147,0 3,8
141,8 3,6
27,2 0,8
25,0 0,7
22,8 0,6
20,6 0,6
(a-c) (b-d)
132,0 3,5
130,9 3,3
124,2 3,2
121,2 3,0
Gemiddeld te betalen rente (rentedruk)
2,7%
2,6%
2,6%
2,5%
Saldo Boekwaarde per 1/1 Rentelasten
D. Rentelasten, renteresultaat en toerekening rente aan investeringen en grondexploitatie Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is er (verplicht) een apart taakveld voor de treasuryfunctie. Op dit taakveld moeten we de activiteiten met betrekking tot o.a. de financieringslasten opnemen. Vanaf het taakveld Treasury rekenen we de reële rente toe aan de nieuwe taakvelden. We nemen (verplicht) twee schema’s op: het renteschema en de rentetoerekening Grondexploitatie: a. Renteschema In het schema brengen we het volgende in beeld: De totale (externe) rentelasten voor de opgenomen geldleningen: € 4,3 miljoen (zie ook de tabel hierboven bij kolom 2022). Het deel van de rente dat we toerekenen aan Grondexploitatie of het betreffende taakveld (bij rente van projectfinanciering). Een deel van taakvelden krijgt een vaste rente doorberekend omdat de investeringen destijds zijn afgesloten tegen een vaste rente en deze worden ook doorberekend aan derden zoals aan woningbouwcorporaties en zwembad Sneek. Het deel van de rente dat we toerekenen aan de taakvelden. De hoogte van de rentetoerekening op basis van een renteomslag. De renteomslag berekenen we op basis van de rentelast en de boekwaarden van de investeringen op 1 januari van het begrotingsjaar. De rente rekenen we op basis van dit percentage door naar de taakvelden.
Het rente-omslagpercentage kunnen wij aan de hand van de gegevens berekenen op: Rente € 3.385.009 / boekwaarden 1 januari € 227.452.175 x 100% is 1,49%
Pagina 92 van 133
O21.001884
b. Rentetoerekening bij Grondexploitatie en Voorzieningen De doorberekening van rente naar de grondexploitatie is met ingang van 2017 vastgelegd in de nieuwe BBV-voorschriften. Dit is alleen nog mogelijk bij Bouwgronden in exploitatie (BIE) en getroffen voorzieningen.
Grondexploitatie: We nemen een schema rentetoerekening op. De doorberekening van het rentetarief vindt als volgt plaats: de gewogen gemiddelde rente van de bestaande geldleningen wegen we met de verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Voorzieningen: Voor de renteberekening geldt een tarief dat het Rijk voorschrijft. Het Rijk heeft een zgn. disconteringsvoet vastgesteld met een rentepercentage van 2%.
Renteschema
a.
Begroting 2022 €
Externe rentelasten: 1. Korte en lange financiering 2. Nieuwe leningen in begrotingsjaar
4.302.179 35.000
b.
Externe rentebaten
c.
Rentetoerekening aan: 1. Grondexploitatie 2. Betreffende taakveld (bij rente van projectfinanciering) Aan taakvelden toe te rekenen externe rente (subtotaal)
d.
0
Rente over: 1. Eigen vermogen 2. Voorzieningen
b.
c.
-180.896 -771.274
0 0
-952.170 3.385.009
Aan taakvelden toe te rekenen rente Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op taakveld Treasury
0 3.385.009 -3.385.009 0
Afwijking (percentage)
0,00% €
Schema rentetoerekening Grondexploitatie a.
4.337.179
Bestaande geldleningen: 1. Rente vaste schulden 2. Rente kasgeldleningen A. Gewogen gemiddelde bestaande geldleningen Vreemd Vermogen: 1. Voorzieningen 2. Langlopende schulden 3. Kasgeldleningen 4. Overige kortlopende schulden 5. Overlopende passiva
1-1-2022 1-1-2022
2,725% 0,000% 2,725%
18.963.928 159.180.798 0 13.400.000 23.839.000
215.383.726
Eigen Vermogen: 1. Eigen Vermogen inclusief Jaarresultaat 2020 Balanstotaal Vreemd Vermogen en Eigen Vermogen
29.303.404 244.687.130
31-12-20 31-12-20
%
B. Verhouding Vreemd Vermogen/Totaal vermogen
0,8802%
Rentetarief Grondexploitatie: A x B
2,40%
Pagina 93 van 133
O21.001884
E. EMU-saldo en investeringen Wij gaan hier in op onze financiële investeringsmogelijkheden en de wettelijke beperkingen die daar op van toepassing zijn. a. EMU-saldo Vanwege de schuldenproblematiek zijn binnen de Europese Unie regels opgesteld waaraan de EUlanden moeten voldoen. Het gaat dan onder andere om het EMU-saldo (EMU: Europese Economische Monetaire Unie). Het Rijk heeft de Europese regels voor de Nederlandse overheden ‘vertaald’ in de Wet Hof. Doel van de wet is om de schuldenlast van het Rijk niet te veel te laten stijgen. Voor 2021 is het aandeel in het EMU-saldo van de gemeenten gesteld op 0,27%. b. Investeringen We geven hierna inzicht in de ontwikkeling van onze eigen investeringen. De afgelopen jaren (2018-2020) hebben we de volgende bedragen geïnvesteerd: Investeringssaldo (x € miljoen) a. Netto investeringen gewone dienst b. Afschrijvingen Totaal
Rekening 2018 12,8 -14,1 -1,3
Rekening 2019 15,2 -22,4 -7,2
Rekening 2020 19,0 -14.9 4,1
De berekening van het EMU-saldo is opgenomen in Bijlage B. In de onderstaande tabel geven we het eindresultaat van die berekening. EMU-saldo (x € miljoen) a. Berekend EMU-saldo b. Referentiewaarde (EMU) Ruimte
2021
2022
2023
-27,7 10,0 -17,7
-26,9 10,0 -16,9
3,0 10,0 13,0
Súdwest-Fryslân heeft voor 2021 een vastgestelde referentiewaarde van € 10 miljoen. Deze referentiewaarde is gebaseerd op 0,27% van het BBP. We houden dit bedrag van € 10 miljoen aan voor de volgende jaren. We blijven binnen de referentiewaarde, wanneer de som van de investeringen niet groter is dan de som van de referentiewaarde en de jaarlijkse afschrijvingen. In 2021 en 2022 verwachten we over de referentiewaarde heen te gaan. Dit wordt veroorzaakt doordat onze verwachte investeringen hoger zijn dan de afschrijvingen. Op zich is dit geen probleem. In de praktijk blijken de werkelijke investeringen vaak lager te zijn dan begroot. Als het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke decentrale overheden op rekeningbasis wordt overschreden kan de minister maatregelen nemen om het tekort terug te dringen. Op dit moment is er geen aanleiding om aan te nemen dat er maatregelen genomen zullen worden. Slotconclusie We voldoen op dit moment aan de wettelijke en gangbare eisen met betrekking tot onze financiering.
Pagina 94 van 133
O21.001884
2.3.5
Paragraaf 5
Bedrijfsvoering
1. Inleiding In deze paragraaf Bedrijfsvoering besteden we achtereenvolgens aandacht aan de organisatieontwikkeling en de Omgevingswet. Tot slot geven we een overzicht van de loonsom en de omvang van de ambtelijke organisatie.
2. Organisatieontwikkeling 10 jaar Súdwest-Fryslân De gemeente Súdwest-Fryslân bestaat 10 jaar en in de organisatie ontwikkeling zijn vele stappen gezet. Tegenwoordig vragen onze inwoners, ondernemers, partners en initiatiefnemers steeds vaker om maatwerk, optimale (digitale) dienstverlening, vernieuwing, ontwikkelkracht, een zorgvuldige belangenafweging en/of een ‘ja, mits’ houding. De tijd van simpelweg toetsen of iets wel of niet kan is echt voorbij. Hierin willen we ruimte bieden voor professionaliteit, innovatie en creativiteit. We willen in gezamenlijkheid (raad, college en organisatie) blijven inzetten op kwalitatieve groei. Samen laten zien dat we klaar zijn voor de toekomst. Professionele organisatie We werken volop verder aan alle opgaven en de kwaliteit van onze dienstverlening aan de Mienskip. Het verder professionaliseren van onze organisatie gebeurt volgens drie hoofdlijnen: Mens (krachtige professionals), Methode (slimme werkwijzen) en Middelen (financieel gezond). Met de organisatiefilosofie Continu Verbeteren wordt gestuurd op kwaliteit van zowel proces als inhoud, het verkorten van doorlooptijden en verlaging van kosten. Dit moet leiden tot een continue drive op zoek naar en het behalen van de meest effectieve en efficiënte uitvoering van het werk. Niet vrijblijvend, maar resultaatgericht en ‘ingebakken’ in onze organisatiecultuur.
Door continu alert te zijn op de beste manier van organiseren is automatisch aandacht voor het afwegingskader rondom zelf doen, samenwerken of uitbesteden. Naast meer projectmatige aanpak van procesoptimalisaties zetten we ook in op een cultuur waarin medewerkers zelf het voortouw nemen tot verbeteringen in de dienstverlening en de organisatie van hun eigen werk. Monitoring en managementinstrumenten ondersteunen hierbij, capaciteitsplanningen (strategische personeelsplanning) en managementrapportages zijn hiervoor ingezet. Anders werken Door andere manieren van werken verwachten we kosten te kunnen besparen. Dit is de huidige, lopende ombuigingslijn op bedrijfsvoering vanuit de vorige programmabegrotingen. Hiervoor is wel eerst geïnvesteerd in extra aandacht, kennis en uitvoering alvorens er verzilverd kan worden. Voor deze doorontwikkeling van de organisatie zijn in de periode 2020-2021 (ten behoeve van 2020-2023) reeds incidentele transformatiemiddelen toegekend voor: de uitvoering van product- en procesoptimalisatie. de daaruit voortvloeiende gewenste mobiliteit waarbij duurzame inzetbaarheid het credo is. Hiervoor is in 2020 o.a. de Werkplaats geïntroduceerd dat zich heeft ontwikkeld tot een integrale HRdienstverlening op het gebied van mobiliteit. Deze incidentele middelen (€ 1,9 miljoen) dragen bij aan een structurele ombuiging van datzelfde bedrag in 2023.
Beoogde structurele financiële impact: Impact (x 1.000)
2021
2022
2023
Besparing op personeel door ombuigingsvoorstellen Continue product- en procesoptimalisatie (efficiënter werken)
280 1.100
320 1.350
360 1.550
Ombuigingslijn op bedrijfsvoering
1.380
1.670
1.910
We merken wel dat de beoogde structurele financiële kostenbesparing in de bedrijfsvoering steeds meer op gespannen voet komt te staan met de toenemende druk op de arbeidsmarkt. Realisatie van de besparing zal geleidelijk gaan en is mede afhankelijk van beleidsambities en daadwerkelijke keuzes daarin. In het komende jaar zal – mede ingegeven door de resultaten van de benchmark - duidelijk worden of de lopende ombuigingslijn op bedrijfsvoering wellicht temporisering behoeft.
Pagina 95 van 133
O21.001884
Versterking inzet Een belangrijk uitgangspunt voor het realiseren van onze opgaven is dat er middelen en mensen beschikbaar zijn. Door de toenemende complexiteit van onze opgaven en de krapte op de arbeidsmarkt zien we ook een toenemende druk op de kwalitatieve inzet van mensen. We redden het niet meer met de huidige inzet c.q. formatie. Niet alleen bij de grote complexe opgaven maar zeker ook ten aanzien van onze dienstverlening in algemene zin. Wanneer we hier over opgaven spreken doelen we onder meer op de Woningbouwopgave, de opgave Klimaatagenda (energietransitie), de opgave Omgevingswet en de Ontwikkelkracht. Daarnaast spelen kleinere uitbreidingen en continuering van lopende trajecten een rol, o.a. buurtbemiddeling, hoarding en participatie Data Fryslân vragen inzet. Er is een groeiende behoefte aan kwaliteit in complexer wordende vraagstukken, niet alleen op strategisch niveau maar ook op uitvoeringsniveau. En dat in een markt waar kwaliteit steeds schaarser wordt. Niet in de laatste plaats vragen de ontwikkelingen en opgaven een andere manier van werken van ons allen. Onze aanpak is all inclusive (gebiedsgericht en integraal), innovatief en creatief. Om onze dienstverlening op orde te kunnen houden en ambities waar te kunnen maken moeten we nu extra kunnen investeren in de organisatie ontwikkeling. 2022
2023
2024
Dienstverlening Grote opgaven / Ontwikkelkracht Kleinere uitbreidingen / Continuering
551 450 235
551 375 280
551 225 280
Totaal extra inzet bedrijfsvoering
1.236
1.206
1.056
Extra inzet (x 1.000)
3. Implementatie Omgevingswet De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2022 in werking. De eerstvolgende stappen zijn: het up-to-date houden van de Omgevingsvisie 1.0, (door)ontwikkelen van de omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en/of over het functioneel beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Het gaat daarbij ook over transformatietaken als integraal samenwerken, van buiten naar binnen kijken, flexibel gedrag en ambtelijke en bestuurlijke vernieuwing. Deze ontdekkingsreis met initiatiefnemers, de samenleving, ketenpartners, ambtenaren en bestuurders vraagt de komende jaren, in ieder geval tot 2029, zeker aandacht. In 2022 wordt concreet verder gewerkt aan: Anders werken (klantreizen) Met de implementatie van serviceformules wordt inwoners en ondernemers zekerheden geboden bij het gebruik van gemeentelijke producten en diensten. Deze dragen bij aan het klantgericht, efficiënt en herkenbaar maken van de gemeentelijke dienstverlening.
Onder de Omgevingswet zijn dit: Snel serviceformule Bij eenvoudige verbouwingen in en om het huis binnen een kwartier weten of er gebouwd mag worden met of zonder vergunning. Als er een vergunning nodig is, gaat de aanvraag simpel en snel. Ontwerpformule Eén loket voor alle services. De gemeente denkt mee in een integraal voortraject met participatie via een intake- en omgevingstafel. Daarna ontvangt de initiatiefnemer binnen acht weken een omgevingsvergunning. Ontwikkelformule Van toepassing bij gebiedsontwikkeling of het maken van een visie. Alle betrokkenen hebben invloed op het proces en het resultaat. Toezichtformule Richt zich op de belanghebbenden. Er verandert iets in de leefomgeving, de belanghebbende wordt geattendeerd op een wijziging, kan meedenken en bezwaar maken.
Pagina 96 van 133
O21.001884
Digitaal Stelsel Omgevingswet - doorontwikkelen wettelijke kerninstrumenten Omgevingsvisie 1.0 Omgevingsprogramma’s -> Gezond Wonen -> Omgevingskwaliteit -> Klimaatadaptatie -> Klimaatmitigatie -> Vitaal landschap Gebiedsagenda’s ter uitwerking Ideekaarten -> Sneek/Bolsward -> IJsselmeergebied -> Merengebied -> Lege Geaën -> Greidhoeke Omgevingsplan (incl. bruidsschat/verordeningen) Regels en procedures Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen, voorkeursrecht, onteigenen en kostenverhaal Participatieverordening Financiële effecten basistaken en afspraken samenwerking met ketenpartners waaronder de FUMO Legesverordening
4. Opbouw personeel Onderstaand overzicht vermeldt de autonome ontwikkeling van de loonsom en formatie per 1 juni 2021 (begrotingscijfers 2022) in vergelijking met die van 1 juni 2020 (begrotingscijfers 2021).
Begroting 2021
Loonsom en formatie (Actualiteit 1 juni 2021)
Loonsom x € miljoen a. Raad b. Griffie c. Burgemeester en wethouders d. Ambtelijke organisatie Súdwest-Fryslân
0,7 0,4 0,8 60,4
Totaal
62,3
Pagina 97 van 133
O21.001884
Begroting 2022 Formatie fte
Loonsom x € miljoen
Formatie fte
848,7
0,7 0,5 0,8 65,2
869,3
854,1
67,2
874,9
5,4
5,6
2.3.6
Paragraaf 6
Verbonden partijen
1. Inleiding De meeste taken die de gemeente uitvoert zijn door een scala van wetgeving opgedragen aan de gemeente (bijv. inzameling huishoudelijk afval en uitvoering van de participatiewet). Een aantal andere taken voert de gemeente uit op eigen initiatief (bijv. grondexploitatie en sport). Bij de uitvoering van de taken maakt de gemeente de keus om deze zelf uit te doen of om deze door een ander uit te laten voeren. De keuze wordt gemaakt op basis van de beantwoording van de volgende vragen: - óf er (bedrijfseconomische) schaalvoordelen kunnen worden behaald; - óf bij de uitvoering/dienstverlening een hogere kwaliteit/dienstverlening wordt gerealiseerd. Is er voor gekozen om een taak door een ander te laten doen dan zijn er twee keuzes, te weten: 1. dit te laten doen door een organisatie waarin de gemeente geen zeggenschap heeft; 2. dit te laten doen door een organisatie waarin de gemeente wel zeggenschap heeft. Schematisch kan dit als volgt worden weergegeven:
Taken die aan de gemeente zijn opgedragen Taken waar de gemeente zelf voor heeft gekozen
Taken die gemeente uitvoert
Taken die de gemeente zelf doet
Taken die de gemeente uitbesteed
Uitvoering door organisatie waarin de gemeente geen zeggenschap heeft Uitvoering door organisatie waarin de gemeente wel zeggenschap heeft, de zgn. `Verbonden partij΄
2. Verbonden partij Er is sprake van een verbonden partij als de gemeente in die organisatie een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Dit is geregeld in artikel 1 lid b van het Besluit begroting en verantwoording waarin staat dat een verbonden partij een privaat- of publiekrechtelijke organisatie is waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. 3. Beleidskader/Visie In de in 2016 door de raad vastgestelde Nota verbonden partijen is vastgelegd dat een verbonden partij moet bijdragen aan een efficiëntere en effectievere mogelijkheid tot uitvoering van een bepaalde taak. Steeds weer moet de afweging worden gemaakt welke aanpak de beste is en/of we de taak uitvoeren op de manier die de raad voor ogen heeft. Hierbij houden we rekening met het uitgangspunt da wij een zodanige omvang hebben dat wij prima in staat zijn de meeste taken in eigen beheer uit voeren tegen aanvaardbare kosten. Niet in alle gevallen heeft de gemeente zelf de vrijheid om te kiezen voor het al of niet aangaan van een verbonden partij. Een voorbeeld hiervan is de totstandkoming van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) die vanuit het Rijk aan de gemeente is opgelegd. 4. Soorten verbonden partijen Zoals gesteld kennen we twee soorten verbonden partijen, nl. die zijn opgericht onder publiekrechtelijk en die onder privaatrechtelijk recht.
4.1 Publiekrechtelijke verbonden partij Het gaat hier om een samenwerkingsvorm tussen overheden onderling. Een dergelijke verbonden partij is opgericht op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de gemeenschappelijke regeling regelen de deelnemende overheden de vertegenwoordiging en de financiële aansprakelijkheid van de deelnemers. Mocht de gemeenschappelijke regeling niet meer aan zijn verplichtingen voldoen dan zijn de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk voor een eventueel nadelig saldo. 4.2 Privaatrechtelijke verbonden partij Hiervan is sprake als wordt gekozen voor een samenwerking tussen overheden onderling (bijv. Bank Nederlandse Gemeenten) of tussen overheden en private partijen. De samenwerking is dan geregeld op basis van het gestelde in het Burgerlijk Wetboek (Boek 2).
Pagina 98 van 133
O21.001884
Privaatrechtelijke verbonden partijen zijn: - verenigingen; - commanditaire vennootschappen en onderlinge waarborgmaatschappijen; - naamloze vennootschappen; - besloten vennootschappen of - stichtingen. 5. Voorschriften In artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat welke informatie bij de begroting en jaarrekening moet worden gepubliceerd. Het gaat dan om: a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b. de lijst van verbonden partijen die wordt onderverdeeld in: 1. gemeenschappelijke regelingen; 2. vennootschappen en coöperaties; 3. stichtingen en verenigingen; 4. overige verbonden partijen. In de lijst per verbonden partij wordt per verbonden partij de volgende informatie opgenomen: 1. de wijze waarop de gemeente een belang heeft; 2. het verwachte belang van de gemeente aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; 3. de verwachte omvang van het eigen en vreemd vermogen aan het begin en het einde van het begrotingsjaar; 4. de verwachte omvang van het financieel resultaat; 5. eventuele risico’s. 6. Verbonden partijen De visie en de beleidsvoornemens over verbonden partijen zijn opgenomen in de op 14 juli 2015 door de raad vastgestelde Nota verbonden partijen. 6.1 Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Wijze van belang:
Financieel belang:
Eigen vermogen: Vreemd vermogen (lang): Omvang resultaat begrotingsjaar: Risico’s:
Pagina 99 van 133
Binnen de Veiligheidsregio Fryslân werken de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De vastgestelde bijdrage in het nadelig saldo voor de programma’s gezondheid en crisisbeheersing wordt verdeeld op basis van het inwonertal. De bijdrage voor het programma Brandweer wordt verdeeld op basis van de verdeling van het cluster openbare orde en veiligheid (OOV) binnen de algemene uitkering uit het Gemeentefonds die de gemeenten jaarlijks ontvangen. Voor 2022 is de bijdrage van onze gemeente € 9.706.884 1 januari 2022: € 3.874.000; 31 december 2022: € 3.913.000. 1 januari 2022: € 61.492.000; 31 december 2022: € 76.922.000. Nihil. Zolang alle gemeenten de afgesproken bijdrage betalen is er sprake van een te verwaarlozen risico.
O21.001884
Fryslân-West Wijze van belang:
Financieel belang:
Eigen vermogen: Vreemd vermogen (lang): Omvang resultaat begrotingsjaar: Risico’s:
De Marrekrite Wijze van belang:
Financieel belang:
Eigen vermogen:
Vreemd vermogen: Omvang resultaat begrotingsjaar: Risico’s:
Pagina 100 van 133
Samen met nv Empatec vormt deze gemeenschappelijke regeling het sociale werkbedrijf dat onder de naam van Empatec en Pastiel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een werkplek biedt (Empatec) of deze begeleidt/re-integreert naar een zinvolle werkplek (Pastiel). De gemeentelijke bijdrage is geraamd op € 3.000 per werknemer. De bijdrage is ten opzichte van 2020 verhoogd. Voorgaande jaren was de bijdrage steeds € 2.000 per werknemer. Doorberekening aan de gemeente vindt plaats op basis van het daadwerkelijk aantal werknemers met een Wsw-status dat werkzaam is bij Fryslân-West, andere schappen of in Begeleid Werken. 1 januari 2022: € 5.157.000; 31 december 2022: € 5.545.000. 1 januari 2022: € 1.800.000; 31 december 2022: € 1.211.000. Nihil In het jaar 2020 zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk geweest om de financiële positie weer op orde te krijgen. Dit heeft ertoe geleid dat het eigen en vreemd vermogen een stuk positiever uitvallen voor 2022. Het blijft echter nog wel een aandachtspunt de komende tijd.
De Marrekrite onderhoudt en beheert meer dan 3.500 vrije ligplaatsen midden in de natuur, zorgt voor afvoer van recreatieafval en onderhoudt boeien en bakens in recreatievaarten. Daarnaast beheert en onderhoudt De Marrekrite het fietsknooppuntennetwerk en andere routestructuren op het land. De vastgestelde bijdrage in het nadelig saldo voor het onderdeel waterrecreatie wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners (40%), het aantal watersportovernachtingen (40%) en het aantal meters aanlegvoorziening (20%). De vastgestelde bijdrage in het nadelig saldo voor het onderdeel landrecreatie wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners (50%) en het aantal landovernachtingen (50%). Voor 2022 is de bijdrage vastgesteld op € 215.268. 1 januari 2022: € 4.739.875; 31 december 2022: € 4.489.875. De afname van het eigen vermogen is een gevolg van het feit dat een aantal werken worden uitgevoerd ten laste van de reserves. 1 januari 202: € 1.500.000; 31 december 2022: € 2.950.000. Nihil Zolang binnen de begroting wordt gewerkt en iedere deelnemer zijn bijdrage betaald is er sprake van een zeer gering risico.
O21.001884