Bijlage - Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
1.000 153
1.000 153
1.530 133
1.000 0
Overzichten Reserve kapitaallasten Archieven op orde, toegankelijkheid Mutatie saldo Algemene Reserve Totaal mutaties reserves
-18 205 -2.102 -733
-18 205 -532 366
-18 205 -1.277 127
-18 205 -1.078 -283
Voor het begrotingsjaar kan het begrote saldo per programma worden uitgesplitst in de volgende lasten en baten: Begroot 2022 per taakveld (bedragen x € 1.000) Programma 1 - Sociaal Reserve kapitaallasten Dorpshuizen Littenseradiel
Lasten
Baten
Saldo
18 0 18
471 471 0
-453 -471 18
Programma 2 – Ruimte Reserve kapitaallasten Uitvoering Klimaatagenda Parkeergarage Boschplein Overdracht Stedelijk Water
860 0 525 35 300
377 377 0 0 0
483 -377 525 35 300
Programma 3 - Bestuur Ontwikkelagenda Diverse stortingen ivm Littenseradiel
1.153 1.000 153
0 0 0
1.153 1.000 153
Overzichten Reserve kapitaallasten Archieven op orde, toegankelijkheid Mutatie saldo Algemene Reserve Totaal mutaties reserves
205 0 205 0 2.236
2.120 18 0 2.102 2.968
-1.915 -18 205 -2.102 -733
Pagina 64 van 133
O21.001884
2.3
Paragrafen
De begroting kent een aantal paragrafen (verplicht op te nemen). Hierin geven we de beleidslijnen aan met betrekking tot de volgende beheersmatige aspecten: Paragraaf 1 - Lokale heffingen Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen/risicobeheersing Paragraaf 3 - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 4 - Financiering Paragraaf 5 - Bedrijfsvoering Paragraaf 6 - Verbonden partijen Paragraaf 7 - Grondbeleid
Pagina 65 van 133
O21.001884
2.3.1
Paragraaf 1
Lokale Heffingen
Inleiding Deze paragraaf geeft informatie over de bevoegdheden en het gemeentelijke beleid met betrekking tot lokale heffingen. Daarnaast geeft deze paragraaf een: Overzicht van de lokale heffingen Kostenonderbouwing van de rechten Lokale lastendruk ten opzichte van andere gemeenten Uitvoering Wet WOZ Kwijtscheldingsbeleid Bevoegdheden en beleid De bevoegdheid tot het invoeren/wijzigen/afschaffen van een gemeentelijke lokale heffing ligt bij de raad. Het belastinggebied is begrensd. De Gemeentewet geeft limitatief aan welke gemeentelijke belastingen we kunnen heffen. Daarnaast kan bij wet aan de gemeente de bevoegdheid worden toegekend om een bepaalde belasting te heffen, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing met een wettelijke grondslag in de Wet Milieubeheer. We maken het volgende onderscheid: Belastingen: er is sprake van een heffing zonder een aanwijsbare tegenprestatie. De hoogte van de tarieven is daardoor vrij. Rechten: er is sprake van een aanwijsbare tegenprestatie. De tarieven mogen niet meer dan kostendekkend zijn. De gemeente kan uit het beschikbare menu haar eigen keus maken. Súdwest-Fryslân maakt niet gebruik van alle mogelijkheden. Zo heffen we geen hondenbelasting, baatbelasting en reclamebelasting. Ook heffen we niet alle mogelijke rechten. In lijn met de uitgangspunten verhogen we de tarieven van de meeste belastingen jaarlijks trendmatig.
Voor belastingjaar 2022 gaat het om 1,6% (inflatiecorrectie). In een aantal gevallen wijken we hier gemotiveerd vanaf. Bij de rechten gaan we uit van kostendekkendheid. In de raadsvergaderingen van november en december worden de nieuwe tarieven voorgesteld. Overzicht lokale heffingen: belastingen en rechten De lokale heffingen zijn onder te verdelen in de volgende belastingen en rechten. A. Belastingen Belastingen
Begroting 2021 € a. Onroerende zaakbelastingen (OZB) 20.638.077 b. Forensenbelasting 754.431 c. Parkeerbelasting 1.997.365 d. Precariobelasting 6.696.839 e. Roerende zaakbelasting (RZB) 4.228 f. Toeristenbelasting 2.122.215 Totaal 32.213.155 1 De genoemde opbrengst voor 2022 is inclusief inflatie.
Begroting 20221 € 22.324.417 766.502 1.997.365 103.770 4.296 2.272.215 27.468.565
Kwijtschelding
Mutatie tarieven
Ja (woningen) Nee Nee Nee Ja (woningen) Nee
+ 1,6% + 1,6% + 1,6% + 1,6% -
a. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Overeenkomstig de Wet WOZ waarderen we jaarlijks alle onroerende zaken. Bij de tariefstelling moeten we rekening houden met deze herwaardering om te voorkomen dat waardewijzigingen resulteren in een meer- of minderopbrengst. Bij de tariefstelling gaan we naast de autonome groei van Súdwest-Fryslân uit van de trendmatige verhoging (1,6%). Daarnaast heeft de areaaluitbreiding van woningen de afgelopen jaren gezorgd voor een stijging van kosten. Om deze kosten te dekken verhogen we de begrote opbrengst naast de trendmatige verhoging extra met € 135.000,-. De extra OZB-inkomsten voor het windpark in het IJsselmeer zijn begroot op € 1.221.131,-. Omdat deze bedragen omgeslagen worden over nieuwe onroerende zaken hebben deze extra verhogingen geen grote invloed op de OZB-tarieven.
Pagina 66 van 133
O21.001884
Ondernemersfonds De tarieven van de OZB voor niet-woningen zijn de afgelopen jaren extra verhoogd ten behoeve van het ondernemersfonds. De raad zal voorgesteld worden om ook de komende jaren deze verhoging te handhaven. De extra verhoging dragen we via een subsidie af aan de ondernemers. b. Forensenbelasting Gelijk aan de OZB is bij de tariefstelling gekozen voor aansluiting bij de WOZ-waarde van de woning. Bij de tariefstelling gaan we uit van de trendmatige verhoging (1,6%). c. Parkeerbelasting De belastingtarieven verhogen we niet jaarlijks trendmatig (inflatiecorrectie). d. Precariobelasting De precariobelasting op kabels en leidingen mag wettelijk gezien vanaf 2022 niet meer worden geheven. De opbrengst precariobelasting bestaat daarom alleen nog uit de opbrengst precariobelasting op terrassen. Deze begrote opbrengst wordt trendmatig verhoogd (1,6%). e. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (RZB) Met ingang van 2015 kennen we een belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten. De tarieven zijn net als bij de onroerende-zaakbelastingen afhankelijk van de waarde van de roerende zaken. De tariefstelling van de RZB moet gelijk zijn aan die van de OZB. f. Toeristenbelasting De begrote opbrengst wordt met € 150.000,- verhoogd. Dit is in verband met een trendmatige hogere gerealiseerde opbrengst. Deze verhoging heeft geen gevolgen voor de tarieven toeristenbelasting. B.
Rechten Begroting in 2021 Begroting 20221 Kwijtschelding € € a. Afvalstoffenheffing 10.437.659 10.437.659 Ja b. Reinigingsrechten 345.000 345.000 Nee c. Rioolheffingen 8.369.002 8.476.804 Ja d. Leges 3.537.911 3.700.101 Nee e. Grafrechten 625.000 625.000 Nee f. Liggeld 886.265 886.265 Nee g. Marktgeld 67.419 67.419 Nee h. Sluisgelden 85.673 85.673 Nee Totaal 24.353.929 24.623.921 Rechten
1 2
de genoemde opbrengsten zijn inclusief de voor te stellen verhoging betreft de totale begrote legesopbrengst van titels I, II en III; voor splitsing zie onder sub d. leges
a. Afvalstoffenheffing Een aantal kosten binnen het taakveld zijn gestegen. Het betreft de kosten voor grof restafval, de kosten voor transport en verwerken milieustraat en de kosten voor het onderhoud van de huisvuilauto’s. Voor de dekking van deze kosten hebben we de begrotingspost Omrin dividend opgenomen, daardoor worden deze kosten niet doorberekend in de afvalstoffenheffing en blijft de begrote opbrengt gelijk aan vorig jaar. Afvalstoffenheffing
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal
-9.895.368 1.523.698 -8.371.670
Totaal
-948.663 -1.326.362 -10.905.028
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
Pagina 67 van 133
O21.001884
Totale opbrengst €
Dekking %
10.437.659
96%
b. Reinigingsheffing De heffing voor bedrijfsafval is kostendekkend. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Reinigingsheffing
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
351.210
100%
-291.919 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-291.919 -59.291
Totaal
-351.210
c. Rioolheffingen Anders dan bij bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (OZB) mogen de opbrengsten van de rioolheffing maar aan één doel worden uitgegeven, te weten: de gemeentelijke watertaken. Ter dekking van deze taken wordt onder de naam rioolheffing wordt een belasting geheven. De hoofdlijnen van de kosten(ontwikkeling) omtrent de watertaken zijn beschreven in het Gemeentelijk rioleringsplan 2018-2022 (hierna: Grp) zoals dat in oktober 2018 door uw raad is vastgesteld. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. In het Grp is ook opgenomen dat voor een kostendekkende heffing rekening moet worden gehouden met een jaarlijkse stijging van 1%. De kosten voor 2022 zijn geraamd op € 8.542.558,-. Door de opbrengst te verhogen met de jaarlijkse stijging van 1% conform Grp komt het kostendekkingspercentage uit op 99,2%. Voor de tariefstelling zal dit uitkomen op een verhoging van circa 0,5% per belastingplichtige. Rioolheffingen
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
8.476.804
99,2%
-7.337.472 Subtotaal
-7.337.472
Totaal
- 239.018 -966.068 -8.542.558
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
d. Leges Conform het besluit van de gemeenteraad van 3 oktober 2019 is voor het berekenen van de totale opbrengsten in 2021 uitgegaan van een verhoging van de tarieven met 10%, dit met uitzondering van de tarieven die door het Rijk vastgesteld worden. Hierbij is het belangrijk dat de opbrengst de totale kosten niet overstijgt, de leges mogen maximaal kostendekkend zijn. Deze kostendekkendheid wordt in beginsel op het niveau van de gehele verordening beoordeeld, hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht voordeel c.q. overschot bij de ene dienst mag worden gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere dienst. Conform de vereisten van het BBV rondom de kostendekkende tarieven geven wij in deze paragraaf inzicht in de wijze waarop wij bewerkstelligen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Voor de verhaalbare lasten hebben wij uit de productraming de posten geselecteerd die wij toerekenbaar en verhaalbaar achten als lasten ter zake van de te verrichten diensten (loonkosten, materiele kosten en BTW) van de legesverordening 2022. Als baten zijn de opbrengsten van de leges genoemd. Deze opbrengsten vloeien voort uit de gerealiseerde levering van de producten en diensten op grond van de Legesverordening 2021 vermenigvuldigd met de beoogde tarieven voor 2022.
Pagina 68 van 133
O21.001884
Op totaal niveau is de legesverordening 2022 voor 70% kostendekkend, de totale opbrengst aan leges is geraamd op € 3.614.807: Leges titel I, II en Lasten taakveld Overhead Totale lasten Totale baten1 Kostendekking III € € € € Totaal titel I 1.744.372 512.812 2.257.184 1.359.014 60% Totaal titel II 1.910.288 598.597 2.508.885 2.208.161 88% Totaal titel III 278.358 97.408 375.766 47.633 13% TOTAAL 3.933.018 1.208.816 5.141.835 3.614.807 70% 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x voorgesteld tarief 2022
Titel 1 Burgerzaken, bevolking en overige De leges in titel 1 bestaan voor het overgrote deel uit leges voor reisdocumenten, rijbewijzen, burgerlijke stand, afschriften uit de basisregistratie personen (BRP) en naturalisatie. De leges voor een deel van deze producten en diensten worden door het Rijk vastgesteld. Lasten taakveld Overhead Totale lasten Totale baten1 Kostendekking € € € € Burgerlijke stand 257.436 100.772 358.208 130.012 36% Reisdocumenten 620.969 127.503 748.472 558.631 75% Rijbewijzen 393.094 115.339 508.433 430.397 85% Verstrekkingen uit BRP 158.630 62.065 220.695 34.916 16% Vastgoedinformatie 5.373 762 6.135 20.771 339% Overige Burgerzaken 54.726 10.261 64.987 3.315 5% Gemeentearchief 84.820 32.541 117.361 2.491 2% Telecommunicatie 112.680 43.685 156.365 119.749 77% Verkeer en vervoer 37.931 13.786 51.717 49.802 96% Overige 18.712 6.098 24.810 8.930 36% Totaal titel I 1.744.372 512.812 2.257.184 1.359.014 60% 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x beoogde tarieven 2022 Leges
Titel II Omgevingsvergunningen De leges worden geheven om de kosten van het proces van bouwvergunningverlening te dekken. Overdekking mag worden gebruikt voor een verwacht tekort op een andere dienst (kruissubsidiëring) De werkelijke opbrengsten kunnen ondanks een optimale prognosemethode altijd nog afwijken. Een huidige kostendekking van 70% op niveau van de gehele verordening biedt echter voldoende ruimte voor het opvangen van de extra opbrengsten als gevolg van bouwaanvragen voor grootschalige werkzaamheden. Leges
Lasten taakveld €
Overhead €
Totale lasten €
Totale baten1 Kostendekking €
Vergunningvrij bouwen / conceptaanvraag 176.207 59.356 235.563 75.256 Omgevingsvergunning en 1.602.503 519.988 2.122.491 2.098.033 Bestemmingswijziginge n zonder activiteiten 75.947 19.253 95.200 34.902 In deze titel niet benoemde beschikking 27.815 27.815 Niet ontvankelijke aanvraag 27.815 27.815 Totaal titel II 1.910.288 598.597 2.508.885 2.208.161 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x beoogde tarieven 2022
Pagina 69 van 133
O21.001884
32% 99% 37% 0% 0% 88%
Titel III Overige vergunningen De leges voor binnen deze titel zijn gericht op vergunningen voor dienstverrichters of dienstverleners. Bijvoorbeeld aanvragers van evenementenvergunning en aanvragers markt- en standplaatsen. Binnen deze titel is kruissubsidiëring alleen toegestaan binnen clusters van sterk samenhangende diensten, deze samenhangende diensten zijn geclusterd per hoofdstuk (zoals Horeca, Evenementen ect). Dit betekent dat binnen deze titel per hoofdstuk de baten de lasten niet mogen overschrijden. Leges
Lasten taakveld € 72.392 99.706 26.138 13.377 3.467 3.901 3.467 3.635 26.138
Overhead € 27.570 38.496 9.068 3.964 174 9.068
Totale lasten € 99.962 138.201 35.206 17.340 3.467 4.075 3.467 3.635 35.206
Totale baten1 Kostendekking € 24.185 24% 13.912 10% 687 2% 5.021 29% 0% 2.969 73% 0% 143 4% 716 2%
Horeca Evenementen Prostitutiebedrijven Markt-/ standplaatsen Winkeltijdenwet Kansspelen Kinderopvang Leegstandswet Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Niet ontvankelijke 26.138 9.068 35.206 aanvraag Totaal titel III 278.358 97.408 375.766 47.633 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x beoogde tarieven 2022
0% 13%
f. Grafrechten Voor de grafrechten geldt een kostendekking van 90%. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar.
Grafrechten
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (Begroot) €
Dekking %
625.000
90%
-545.663 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-545.663
-150.639 Totaal
-696.302
g. Liggeld Bij de bepaling van de tarieven liggeld kiezen we niet voor kostendekkende tarieven. We leggen de nadruk op de positie van Súdwest-Fryslân ten opzichte van de omliggende gemeenten en monitoren of de tarieven marktconform zijn. We zien hierin geen afwijkingen. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Liggeld
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
886.265
78%
-940.801 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-940.801 -190.400
Totaal
-1.131.201
h. Marktgeld Het marktgeld wordt geheven voor het beschikbaar stellen van een standplaats en daarmee verband houdende diensten en middelen. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Voor het marktgeld geldt dat de tariefstelling 73% kostendekkend is. Gelet op het lage animo van nieuwe handelaren zou het verhogen van de marktgelden naar verwachting nadelig uitpakken. Door de hoge tarieven haken meer handelaren af waardoor de gerealiseerde opbrengst juist zal dalen.
Pagina 70 van 133
O21.001884
Marktgeld
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (begroot) €
Dekking %
67.419
73%
-65.945 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-65.945 -24.345
Totaal
-92.309
i. Sluisgelden De tarieven voor de sluisgelden zijn voor 50% kostendekkend. Bij de bepaling van de hoogte van sluisgelden hebben we niet gekozen voor kostendekkende tarieven. De sluisgelden verhogen we niet jaarlijks omdat het leidt tot onhandzame tarieven. Voor de tarieven leggen we de nadruk op de positie van Súdwest-Fryslân ten opzichte van de omliggende gemeenten. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Sluisgelden
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (begroot) €
Dekking %
85.673
50%
-122.360 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-122.360 -48.944
Totaal
-171.304
Lokale lastendruk Het COELO (Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden) presenteert jaarlijks de “Atlas van de lokale lasten”. Daarin beschrijft men de ontwikkelingen van de decentrale belastingen waarbij de nadruk ligt op de woonlasten voor huishoudens. Men cumuleert de drie algemene belastingen: onroerende-zaakbelastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing. Ook maakt men in de Atlas een vergelijking tussen de gemeenten onderling. In onderstaande grafiek (belastingjaar 2021) is de vergelijking aangegeven tussen de gemiddelde woonlasten van Súdwest-Fryslân en de gemiddelden van gemeenten in Fryslân en het landelijk gemiddelde.
€900 €800 €700 €600 €500 €400 €300 €200 €100 €-
€668
€746
€753
€788
€791
€813
€820
€857
In Súdwest-Fryslân zijn de woonlasten lager dan de gemiddelde woonlasten in Fryslân. Huishoudens betalen € 45,- minder dan het gemiddelde in Fryslân.
Pagina 71 van 133
O21.001884
Overige aspecten In de onderstaande tabel ziet u een overzicht van de woonlasten t.o.v. het landelijke gemiddelde van het jaar ervoor. Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde van het jaar ervoor A B C D E F
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Afvalstoffenheffing voor een gezin Eventuele heffingskorting Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) woonlasten voor landelijk gemiddelde van het jaar ervoor (E/F) x 100%
2020 € 281 182 241 -
2021 € 287 187 272 -
704
746
705 99%
813 92%
Uitvoering Wet WOZ De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) legt een groot aantal taken en verantwoordelijkheden neer bij gemeenten. Gemeenten moeten: een WOZ-administratie bijhouden; alle veranderingen van woningen en andere gebouwen volgen; de markt in de gemeente volgen en analyseren; alle objecten (woningen en andere gebouwen en objecten) taxeren; WOZ-beschikkingen versturen; bezwaar en beroep afhandelen; informatie leveren aan waterschappen en Belastingdienst. De Waarderingskamer ziet als onafhankelijk orgaan toe op de uitvoering van de Wet WOZ. De Waarderingskamer kwalificeert Súdwest-Fryslân als ‘goed’. Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen is wettelijk beperkt. De gemeente is vrij in de keuze voor welke belastingsoort ze kwijtschelding geven. Ook staat het de gemeente vrij te bepalen welk percentage van de bijstandsuitkering ze voor de beoordeling gebruiken. Súdwest-Fryslân gebruikt de meest gunstige norm voor aanvragers. Inwoners kunnen kwijtschelding aanvragen voor de onroerendezaakbelastingen (woningen), de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. Met ingang van 2019 is bij wet bepaald dat, in geval van kostendelers, de kostendelersnorm wordt gehanteerd. We benaderen zoveel mogelijk inwoners die mogelijk recht hebben op kwijtschelding.
Iedereen die kwijtschelding heeft gekregen laten we door het Inlichtingenbureau toetsen, zodat in het volgende jaar eventueel automatische kwijtschelding kan worden verleend. Daarbij controleren we op inkomen, saldi van bankrekeningen en bezit van auto’s. Bij het beoordelen van de aanvraag houden we rekening met de netto kosten van kinderopvang. Bij de aanvraag van pensioengerechtigden gebruiken we de netto AOW-norm. Met ingang van 1 januari 2013 verlenen we kwijtschelding aan ondernemers voor het privégedeelte van de aanslag gemeentelijke belastingen. Voor belastingen die geheel of gedeeltelijk verband houden met de uitoefening van bedrijf of beroep verlenen we geen kwijtschelding. Het toekennen van kwijtschelding ramen we vooralsnog op € 640.000.
Pagina 72 van 133
O21.001884
2.3.2
Paragraaf 2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen We gaan hier in op de beheersing van risico’s. Als onderdeel hiervan berekenen we het weerstandsvermogen. Ook nemen we enkele kengetallen op. Voor het afdekken van risico’s kijken we vooral naar de mogelijkheden die de reserves en voorzieningen bieden: Reserves In beginsel dienen de algemene reserve en bestemmingsreserves ter dekking van niet of lastig in te schatten risico’s. Bestemmingsreserves zijn door de raad gecreëerd ter dekking van specifiek benoemde doeleinden. Soms zijn hier al verplichtingen aangegaan. In sommige gevallen kan een bestemmingsreserve, na een raadsbesluit, toch een ander karakter krijgen, zodat het afdekken van risico’s mogelijk wordt. De algemene reserve is vrij besteedbaar. Voorzieningen Voor risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten treffen we voorzieningen. Deze voorzieningen vormen een onderdeel van het vreemd vermogen en zijn daarom niet vrij inzetbaar. Het is onmogelijk om elk risico waaraan de gemeente wordt blootgesteld af te dekken, maar ook niet ieder risico zal zich tegelijkertijd voordoen. Hier gaan we bij de berekening van het weerstandsvermogen verder op in. De gemeente heeft zich tegen aansprakelijkheidsrisico’s verzekerd en daarnaast nog diverse andere verzekeringen afgesloten ter dekking van kwantificeerbare risico’s en/of schades.
Weerstandsvermogen Uitgangspunten Voor het analyseren van risico’s is de berekening van het weerstandsvermogen van belang. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zijn beleidsuitgangspunten opgenomen (gemeenteraad, 20 september 2012). Berekening weerstandsvermogen Op basis van een risico-inventarisatie brengen we de risico’s in beeld. Via een risico-simulatie berekenen we de benodigde weerstandscapaciteit en vergelijken dit met de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een te berekenen ratio weerstandsvermogen beoordelen we of een aanpassing van het huidige niveau weerstandsvermogen nodig is. Het niveau weerstandsvermogen bepaalt de hoogte van de algemene reserve die vrij beschikbaar moet zijn voor het opvangen van risico’s. Risico-inventarisatie Om de risico's van Súdwest-Fryslân in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement Informatie Systeem). Hiermee brengen we risico's systematisch in kaart en komen tot een beoordeling. De inventarisatie bevat 39 risico's. In tabel 1 presenteren we (volgens afspraak) de 10 risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de weerstandscapaciteit.
Pagina 73 van 133
O21.001884
Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's Nr. Risico
Gevolgen
1. Ombuigingen Worden niet (volledig) gerealiseerd.
Tekorten nemen onvoldoende af.
2. Grondexploitaties Daling van grondprijzen door marktontwikkelingen. 3. Culturele instellingen Dorpshuizen krijgen te maken met een calamiteit. 4. Openbare ruimte Falen brug of kade.
Maatregelen
Kans
De gemeente staat voor een grote 15% uitdaging. Alle opties worden tegen het licht gehouden. De gemaakte keuzes in ombuigingen zullen worden uitgevoerd. Lagere verkoopopbrengsten 1. Monitoren van de markt. 50% en (aanvullend) verlies in 2. Streven naar een stabiel gemeentelijke grondprijsbeleid. grondexploitaties. Dorpshuizen doen een Er zijn voorwaarden gesteld over wanneer 10% beroep op calamiteitenfonds een beroep op dit fonds kan worden van de gemeente. gedaan. Vervangingsopgave icm beschikbaar budget.
Uitvoeren inspecties om de constructieve 50% veiligheid onder de waterlijn in beeld te krijgen. Uitwerken programmatische aanpak. Eventueel beperkende maatregelen. 5. Algemene uitkering Gemeenten doen een groter Aan de hand van de meest recente 50% Plafond BTWberoep op het BCF. Hierdoor gegevens maken we een inschatting voor compensatiefonds (BCF) valt de voorschot regeling de nieuwe begroting. Indien nodig passen BCF lager uit. we de oude inschatting aan. 6. Algemene uitkering Rijksmiddelen worden niet Klimaatmiddelen worden beschikbaar 100% Reservering beschikbaar gesteld. gesteld nadat Rijksmiddelen beschikbaar klimaatmiddelen worden gesteld. 7. Openbare ruimte Extra kosten en hogere kans Herstelmaatregelen worden snel 50% Extra schade door op schade aan het wegdek, uitgevoerd zodat de schade zoveel weersomstandigheden. opruimen rioolslib e.d. mogelijk wordt beperkt. Probleemlocaties voor wateroverlast zijn Heeg, Bolsward, Sneek, in Woudsend op 2 locaties. 8. Sociaal domein De herstructurering kan tot Er is een proces plan om richtinggevende 50% Herstructurering Sociale gevolg hebben dat de besluitvorming te doen plaatsvinden voor werkvoorziening. huidige taken die belegd zijn de herstructurering. Pas na de richting zal bij de GR/NV meer gaan inzichtelijk worden welke kosten kosten. daadwerkelijk gemoeid zijn met de herstructurering.
Er vindt een onderzoek plaats naar financiële stromen binnen Empatec/Fryslan West. Daarna besluiten over koers. 9. Privacy De Autoriteit Wifitracking is stopgezet. 25% Wifitracking binnenstad. Persoonsgegevens legt een bestuurlijke boete op. 10. Sociaal domein Hogere zorgvraag betekent Door in te zetten op de eigen kracht van 25% Hogere zorgvraag door hogere kosten. Nieuwe burgers wordt geprobeerd de tendens te externe factoren. regelgeving kan leiden tot keren. Gebiedsteams werken nauw samen hogere lasten. met huisartsen, jeugdartsen en zorginstellingen. Monitoring en analyse vindt plaats op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld.
Maximaal Invloed Financieel gevolg € 7.400.000 17,71%
€ 2.360.000 12,46%
€ 6.100.000 9,95%
€ 1.000.000 8,48%
€ 1.000.000 7,92%
€ 200.000 6,32% € 500.000 6,07%
€ 500.000 4,74%
€ 750.000 4,16% € 750.000 2,97%
Totaal (10 grootste risico's) € 20.560.000
Totaal 10 grootste risico's Totaal overige 29 risico’s Totaal
€ €
20.560.000 9.411.000
€
€ 29.971.000
Overzicht totaalbedrag risico’s 2015-2019 Overzicht bedragen Jaarverslag Totaalbedrag risico’s
Pagina 74 van 133
2016 € 27.243.000
2017 € 30.806.000
O21.001884
2018 € 25.844.400
2019 € 40.045.800
2020 € 36.232.000
Risico-simulatie en benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. De risicosimulatie passen we toe omdat het reserveren van het maximale bedrag van bijna € 30 miljoen ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de grafiek (tabel 2) volgt dat 90% zeker is dat we alle risico's kunnen afdekken met een bedrag van € 6,5 miljoen. Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%
Bedrag x miljoen € 1,0 1,3 1,5 1,6 1,8 1,9 2,1 2,2 2,4 2,5
Bedrag x miljoen € 2,7 2,9 3,1 3,3 3,7 4,2 5,1 6,5 8,0
Percentage 55% 60% 65% 70% 75% 80% 85% 90% 95%
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat vrij beschikbaar is om de financiële risico’s af te dekken. Het gaat hier per 1 januari 2022 om € 12,7 miljoen. Zie hiervoor bijlage D: Overzicht reserves en voorzieningen, Dienstjaar 2022, Saldo aan het begin van het dienstjaar, nummer 8 Algemene reserve. Ratio weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 12,7 miljoen € 6,5 miljoen
= 1,95
De ratio van onze gemeente valt in klasse B. Dat is de op een na hoogste klasse. Tabel 3: Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio Betekenis A >2.0 uitstekend B 1.4-2.0 ruim voldoende C 1.0-1.4 voldoende D 0.8-1.0 matig E 0.6-0.8 onvoldoende F <0.6 ruim onvoldoende De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.
Vastgesteld en minimaal gewenst weerstandsvermogen Het niveau weerstandsvermogen is het meest recent vastgesteld op € 8,3 miljoen in de raadsvergadering van 12 november 2020. Het vastgestelde niveau ligt daarmee hoger dan de benodigde weerstandscapaciteit (€ 6,5 miljoen). We voldoen aan de beleidsregel dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 1,0 moet zijn.
Pagina 75 van 133
O21.001884
Kengetallen risicobeheersing Het is verplicht om enkele kengetallen/overzichten op te nemen in deze paragraaf. Het is een wettelijke verplichting op basis van de huidige BBV. Voor de uitwerking van de kengetallen geldt een verplicht format. Hierdoor berekent iedere gemeente de kengetallen op dezelfde wijze en zijn de uitkomsten te vergelijken. De aanpak rond de kengetallen zal de komende jaren zich nog verder ontwikkelen. We lichten de kengetallen puntsgewijs toe: Verplichte kengetallen
Rekening
Begroting Begroting Begroting Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
a1
Netto Schuldquote
60,90%
77,66%
80,49%
80,17%
75,89%
74,59%
a2
Netto Schuldquote gecorrigeerd
51,00%
67,47%
71,23%
71,48%
67,90%
65,90%
voor alle verstrekte leningen b
Solvabiliteitsratio
16,61%
12,21%
13,24%
13,43%
13,85%
13,78%
c
Structurele exploitatieruimte
1,50%
0,68%
0,03%
0,27%
0,23%
0,11%
d
Grondexploitatie
0,52%
0,85%
2,99%
2,56%
1,13%
0,57%
e
Belastingcapaciteit
99,86%
99,86%
91,76%
91,76%
91,76%
91,76%
a. Netto schuldquote (a1) en; Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (a2) Het kengetal netto schuldquote (a1), ook wel bekend als de netto schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. De correctie (a2) geeft een nog zuiverder beeld van de schuldquote als je die wilt vergelijken met andere gemeenten. In een grafiek ziet de netto schuldquote er, aangevuld met onze meerjarenprognose, als volgt uit: 150% 130% netto schuldquote
110% netto schuldpositie na aftrek verstrekte leningen
90%
ongezonde balanspositie
aandacht geboden
70% 50% 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Als de netto schuldquote de 90% passeert, springt het licht op oranje. Hoe lager het percentage, hoe lager het risico. Boven de 130% is er sprake van een ongezonde schuldpositie. Deze percentages bereiken we niet. b. Solvabiliteitsratio De ratio zegt iets over de mate waarin we aan de financiële verplichtingen kunnen voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene reserve + bestemmingsreserve) als percentage van het balanstotaal. We verwachten dat het aandeel van het eigen vermogen op het balanstotaal gaat dalen. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Wel geldt hier: hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.
Pagina 76 van 133
O21.001884
c. Structurele exploitatieruimte Een begroting met hogere structurele baten dan structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. We bepalen de structurele exploitatieruimte door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Dit geeft een percentage. Het kengetal structurele exploitatieruimte is positief. Een structureel negatief kengetal is niet gewenst. Het betekent dat we de structurele lasten jaarlijks moeten dichten met incidentele meevallers of onttrekkingen uit reserves. d. Grondexploitatie We nemen ook een kengetal op dat het risico van grondexploitatie inschat. Het kengetal is de totale boekwaarde van alle grondcomplexen gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de gemeente. Dit geeft een percentage. Hoe lager het percentage, hoe lager het risico van de grondexploitatie. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Dit kengetal dient vooralsnog vooral als vergelijkingscijfer met andere gemeenten. e. Belastingcapaciteit Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin we financiële tegenvallers in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen. We berekenen de belastingcapaciteit door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar ervoor.
Dit geeft een percentage. Een percentage onder de 100% geeft aan dat je onder het landelijk gemiddelde zit. Dit is bij ons het geval. Conclusie De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden. Volgens de huidige, algemeen aanvaarde normen, is er sprake van een gezonde positie.
Pagina 77 van 133
O21.001884
2.3.3
Paragraaf 3
Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding De openbare ruimte is de ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar inwoners van SúdwestFryslân en talloze bezoekers/toeristen en bedrijven dagelijks gebruik van maken. Voor veel activiteiten, die te maken hebben met wonen, werken en recreëren, is de openbare ruimte de onmisbare schakel. Daarvoor zijn kapitaalgoederen vereist zoals wegen, bruggen, oevers en kaden, riolering, openbaar groen, verlichting, gebouwen enz. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentelijke eigendommen (kapitaalgoederen) in de openbare ruimte. Súdwest-Fryslân doet dit op basis van Asset management en de systematiek die het CROW hanteert. Onze opgave is het realiseren en in stand houden van de fysieke basisstructuur waarop de Mienskip dagelijks functioneert. Ons motto is dat we samen werken aan een leefomgeving waarin iedereen zich thuis voelt! Deze paragraaf gaat over het beheer en onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen in de openbare ruimte. We gaan in op het beleidskader, de stand van zaken en de plannen voor de komende periode voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dit doen we aan de hand van de hoofdtaakvelden uit de begroting. Beleidskader Bij vaststelling van de Nota openbare ruimte 2020-2025 is gekozen voor scenario 2: verbeteren kwaliteit leefomgeving.
Dit scenario gaat uit van het inhalen van achterstallig onderhoud in 10-15 jaar en het toekomstbestendig inregelen van de kapitaalgoederen. De Nota openbare ruimte 2020-2025 zet in op de volgende drie beleidslijnen: A. De Basis op Orde: Voor inwoners en bezoekers streven we naar een openbare ruimte die veilig is en bijdraagt aan het bevorderen van gezondheid. We werken toe naar het onderhoudsniveau ‘Gemiddeld Basis’. Met dit onderhoudsniveau is het rendement van de investering het grootst voor onze organisatiewaarden Veiligheid, Beschikbaarheid, Kwaliteit leefomgeving en Reputatie. B. Duurzame en toekomstbestendige openbare ruimte: Door beheer en onderhoud dragen we bij aan de (gemeentelijke) doelstellingen op het gebied van energie, klimaatverandering, circulaire economie en biodiversiteit. C. Financieel gedegen: Met het aangegeven onderhoudsniveau gaan we verantwoord om met gemeenschapsgeld en ontstaat een goede balans tussen kosten, prestaties en risico’s. Binnen 10-15 jaar willen we achterstallig onderhoud gefaseerd inhalen. Hiertoe stellen we voor de financiële systematiek aan te passen. Het beleid van de gemeente Súdwest-Fryslân voor het onderhoud van de afzonderlijke kapitaalgoederen is opgenomen in de volgende plannen: Naam Nota openbare ruimte 2020-2025
Beleids- en beheersplan Wegen 2014-2016
Beleids- en beheerplan Openbare Verlichting 20142018 Beleidsplan Openbaar Groen
Bomenbeleidsplan
Beleids- en beheerplan Waterbouwkundige kunstwerken Beleidsplan beheer en onderhoud Gebouwen
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022
Pagina 78 van 133
Vaststelling Raad, 28 januari 2021 Gemeenteraad, 23 oktober 2014 Gemeenteraad, 10 oktober 2013 Gemeenteraad, 10 oktober 2013 Gemeenteraad, 13 december 2012 Gemeenteraad, 12 november 2015 Gemeenteraad, 2 juli 2015 Gemeenteraad, 4 oktober 2018
O21.001884
Herziening 2025 2021
2021
2021
2022
Financieel beleidskader en ontwikkelingen Uit de Nota komt naar voren dat het beheer en onderhoud van de meeste groepen kapitaalgoederen goed is ingeregeld met uitzondering van wegen, bruggen, oevers en kaden en de waterbodems (baggeren). Bij deze groepen kapitaalgoederen hebben we te maken met achterstallig onderhoud. In 2021 is een mooie eerste stap gezet om het gekozen scenario 2 (binnen 10-15 jaar achterstanden inhalen) te realiseren door aanvullend € 300.000 beschikbaar te stellen. Dit wenden we aan als dekking voor kapitaalslasten voor investering in vervanging en renovatie. In 2022 zetten we de volgende stap door structureel middelen beschikbaar te stellen voor dekking van kapitaalslasten en het instellen van een onderhoudsvoorziening voor Wegen en Water. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit want de voorziening is jaarschijf overstijgend. Als basis hiervoor worden in 2021 verschillende beheerplannen aan de raad ter vaststelling voorgelegd. In 2023/2024 vindt evaluatie plaats en aan de hand daarvan bekijken we of bijstelling nodig is. Punt van aandacht is het inregelen van middelen voor areaaluitbreiding en indexatie. Door nieuwbouw neemt feitelijk het areaal toe. Hiervoor wordt in 2022 aanvullend € 135.000 beschikbaar gesteld. Dit is verdeeld over wegen, bruggen, groen en gebouwen.
Voor de jaren daarna is het wenselijk dit aan de hand van de daadwerkelijke uitbreiding in te regelen. In de praktijk merken we duidelijk al enige jaren het effect van prijsfluctuatie (indexatie). Met een hoogtepunt in 2021 waarbij prijzen van sommige materialen zelfs verdubbeld zijn. Voor een toekomstbestendige systematiek is het noodzakelijk om jaarlijks budgetten te indexeren en middelen toe te kennen voor onderhoud van uitbreiding van het areaal. In 2022 wordt een algemeen bedrag van € 1,5 miljoen voor indexatie beschikbaar gesteld. De indexatie van kapitaalgoederen maakt onderdeel uit van dit totaalbedrag. Hoe komen financiële ramingen tot stand? Met behulp van het gegevensbeheersysteem maken we een lange termijn planning (LTAP), integrale meerjarenplanning en een jaarplan. Deze planningen geven inzicht welke financiële middelen nodig zijn. Met behulp van de organisatiewaarden, vindt afweging plaats over prioritering en fasering. Dit staat per afzonderlijk kapitaalgoed toegelicht. Welke ontwikkelingen hebben invloed op benodigde financiële middelen? Met het beschikbaar stellen van (extra) middelen, sluiten we aan op het vastgestelde beleid in de Nota openbare ruimte. We verwachten hiermee in 2022 een deel van de achterstanden in te lopen.
Er zijn echter ook ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft maar die wel gevolgen hebben voor kapitaalgoederen en daarmee van invloed zijn op het budget: De druk op de openbare ruimte neemt steeds meer toe omdat de openbare ruimte steeds intensiever wordt gebruikt als gevolg van toename verkeer over weg en water. Dit heeft effect op de staat van onderhoud. Daarnaast moeten we rekening houden met de werkzaamheden voor aanleg glasvezel, de warmtetransitie en verdere elektrificatie waardoor het enerzijds drukker in de ondergrond wordt en er anderzijds sprake is van effect op de openbare ruimte. Wetgeving en beleidsdoelen zoals de Global Goals. Concreet voorbeeld is het VN verdrag voor de mens waarbij de (openbare ruimte) ook voor iedereen met een beperking toegankelijk is. Dit vraagt een aanpassing van de openbare ruimte. Voor het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed maken we een plan. De kosten voor het verduurzamen zijn nog niet inzichtelijk. Weersomstandigheden zoals droogte, hitte, veel regen zorgen voor overlast voor onze inwoners en hebben effect op de kwaliteit van o.a. de wegen, het water, bruggen en groen. Bij de bruggen, oevers en kaden speelt veroudering van de objecten en de komende jaren staan in het teken van vervanging en renovatie.
Herstel ’t Anker te Sneek.
Pagina 79 van 133
O21.001884
In onderstaande tabel is het beschikbare en het benodigde onderhoudsbudget samengevat. De middelen voor investering in renovatie en vervanging worden flexibel ingezet over Wegen, Bruggen, oevers en kaden. Onderdeel
Beschikbaar onderhoudsbudget
Benodigd onderhoudsbudget
Verschil
Wegen Verlichting
€ 8.394.600 € 703.143
€ 8.957.600 idem
€ 560.000 -
Bruggen, tunnels en aquaducten Oevers en kaden Waterbodems
€ 2.247.587
€ 2.380.000
€ 132.000
2022: € 450.000 2023: € 450.000 2022: € 332.000
€ 1.712.777
€ 1.790.000
€ 78.000
€ 100.000
€ 10 000.000
€ 415.200 + € 300.000 € 5.996.5453
€ 910.000
€ 195.000
n.v.t.
€ 5.300.000
idem
-
nee
Nee
€ 8.542.558 € 2.100.000
€ 8.542.558 € 2.350.000
€ 250.000
voorziening
n.v.t. n.v.t.
€ 30.412.212
€ 31.629.846
€ 1.215.000
Openbaar groen Riolering Vastgoed en gebouwen TOTAAL
Beschikbaar Investeringsprogramma € 3.000.0002 flexibel te verdelen
Achterstallig onderhoud1
€ 19.000.000 n.v.t. € 8.000.000
€ 42.300.000
Uit dit overzicht blijkt dat er nog steeds een verschil tussen het benodigde en het beschikbare onderhoudsbudget. Ten opzichte van vorig jaar is dit verschil al wel veel kleiner geworden. Door meer te werken via het investeringsprogramma, kunnen we door gerichte investeringen de staat van onze kapitaalgoederen verbeteren. In de komende jaren beoordelen we in hoeverre dit effect heeft op de verhouding van het beschikbare versus het benodigde onderhoudsbudget. Dit past in ons 10-15 jaren plan. Voor de komende begrotingsjaren dienen middelen voor areaaluitbreiding en indexatie aan de hand van de daadwerkelijke cijfers ingeregeld te worden.
Per onderdeel We geven hier per onderdeel een schets van de aard van het kapitaalgoed, de kerncijfers, de (financiële) stand van zaken en het programma voor 2022. Voor de indeling is aangesloten bij de opbouw van de begroting. Onder het kopje financieel worden de beïnvloedbare kosten exclusief kapitaalslasten en salariskosten benoemd. In 2021 was sprake van extreem hoge kostprijs stijgingen op bouwmaterialen en grondstoffen (zoals 80% op staalprijzen, 30% openbare verlichting, etc). De inflatie is een onzekere factor die van grote invloed is op de beschikbare budgetten voor de kapitaalgoederen. In deze begroting is een algemeen bedrag van € 1,5 miljoen opgenomen voor indexatie. Dit bedrag wordt over de gehele begroting verdeeld, waaronder ook de kapitaalgoederen.
1 Achterstallig onderhoud ten opzichte van het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau. Een deel hiervan betreft ernstige achterstand en deze worden in de planning als eerste hersteld, (peildatum voorjaar 2021). 2 Jaarlijks kan voor circa € 3 miljoen geïnvesteerd worden in vervanging en renovatie. In de praktijk wordt dit flexibel ingezet daar waar nodig is veelal in over wegen, bruggen en oevers en kaden. 3 Inclusief uren eigen groendienst.
Pagina 80 van 133
O21.001884
Hoofdtaakveld 23 Bereikbaarheid – taakveld 2.1 verkeer en vervoer Wegen De gemeente heeft als wegbeheerder de zorgplicht voor veilige en bruikbare wegverhardingen (op basis van de Wegenwet). Onder deze noemer vallen onder andere asfalt-, klinker- en betonwegen. Ook vallen halfverharde paden onder dit vakgebied, en zaken als straatmeubilair, verkeersregelinstallaties, verkeersborden, palen, hekwerken, zitbankjes en dergelijke.
Kerncijfers Wegen
Omvang
klinkers verblijfsgebied asfalt (dicht asfaltbeton) beton (cementbeton) Verkeersborden Verkeersregelinstallaties Bermen Onkruidbestrijding op verharding
420 ha Basis tot Laag 360 ha Hoog tot basis 70 ha Basis tot Laag 46.100 stuks Basis tot Laag 5 stuks Basis tot Laag 800 ha Laag tot Basis 216 ha Laag tot Basis
Vastgesteld Kwaliteit in 2021 Onderhoudsonderhoudsniveau Laag Basis Hoog budget
X
€7.361.463 voor wegen, straten en pleinen
X
€ 87.602 € 52.161 € 250.363 € 551.012
X X X X X
Stand van zaken Dagelijks controleren de wegbeheerders de wegen om grip te houden op de kwaliteit van de wegen. In 2021 is de tweejaarlijkse onafhankelijke (visuele) weginspectie uitgevoerd. De afgelopen 10 jaar is met name ingezet om de achterstanden op asfalt in te halen. Dit heeft geresulteerd in het afgesproken kwaliteitsniveau voor asfalt. Uitdaging is nu om dit niveau te continueren. Bij asfalt zit met name een groot risico op kapitaalsvernietiging als onderhoud wordt uitgesteld. Het gevolg van de strategie van de afgelopen 10 jaar is dat de achterstanden nu met name zitten op het gebied van elementen. Hier is duidelijk zichtbaar dat er achterstanden zijn en er groter risico is op aansprakelijkheid. De uitdaging voor de komende 10 jaar is om budgetten zodanig in te regelen dat er geen nieuwe achterstanden in asfaltwegen ontstaan en achterstanden in elementen gestaag worden aangepakt. Op basis van Asset management is een traject (RAMSSHEEP) uitgewerkt om te helpen bij het maken van keuzes voor de prioritering in onderhoud. Financieel Onderhoud o Het structurele onderhoudsbudget is nagenoeg voldoende om onderhoudswerkzaamheden aan wegen uit te voeren. We stellen voor hiertoe een onderhoudsfonds in te stellen. o Voor kleine verkeerskundige aanpassingen zoals de aanleg van verkeersdrempels of parkeervoorzieningen was een bedrag beschikbaar.
Dit bedrag is over enkele jaren verdeeld en in 2021 verbruikt. Want zoals bekend, staat in alle opgestelde dorps- wijk- of stadvisies wel een verzoek tot herinrichting en/of aanvullende infrastructuur zoals drempels, fietspaden en parkeerplaatsen. In 2022 is een bedrag van € 125.000 beschikbaar gesteld voor kleine verkeerskundige aanpassingen in combinatie met onderhoud. o Om de biodiversiteit te bevorderen, waren incidentele middelen beschikbaar om ons bermbeheer om te vormen waarbij bermen langs een netwerk van insectvriendelijke gebieden op ecologische wijze beheerd worden. Een deel van de beschikbaar gestelde middelen voor het Programma Vitaal Landschap is bestemd voor het insectennetwerk. Voor het structureel inregelen van de beheerskosten, onderzoeken we de mogelijkheden voor een samenhangende aanpak in het kader van Programma Vitaal Landschap. o Om uitbreiding areaal te compenseren wordt het onderhoudsbudget met € 50.000 verhoogd. Ook wordt indexatie toegekend. Investeringen o Voor investeringen is in de meerjarenbegroting een gemiddeld jaarlijks bedrag van € 3.000.000 opgenomen. Een (flexibel) deel daarvan wordt ingezet voor investeringen in onder meer aanpassingen aan wensen út de mienskip, het in overeenstemming brengen van de inrichting aan de verkeerssituatie en nieuwe materialen.
Door bij deze investering eerst locaties met achterstanden aan te pakken, verwachten we stappen te kunnen zetten om in een periode van 10-15 jaar te groeien naar niveau Gemiddeld basis.
Pagina 81 van 133
O21.001884
Onderhoud Verkeerskundige bijdrage Instandhouding insectennetwerk
Beschikbaar 8.302.600 0
Areaaluitbreiding Indexatie (PM =%)
€ 100.000 als onderdeel Vitaal Landschap 50.000 Verdeling volgt
TOTAAL
8.452.600
Benodigd 8.402.600 Integreren in investeringen € 100.000 120.000 Gerelateerd aan inflatiecijfer 8.622.600
Programma 2022 Voor de integrale planning zijn riolering en wegen en ontwikkelprojecten leidend. In 2022 staan onder meer de volgende integrale werken op de planning: Strânwei te Makkum en Noorderlaan e.o. Wons. In het onderhoudsprogramma staat voor 2022 groot onderhoud van wegen op meerdere locaties gepland.
Openbare verlichting Openbare verlichting is een taak van de gemeente en draagt bij aan de leefbaarheid; in het bijzonder de sociale veiligheid en de verkeersveiligheid. In de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. werken we samen met de provincie en het merendeel van de Friese gemeenten ten aanzien van het beheer en onderhoud van openbare verlichting en de inkoop van energie.
Kerncijfers Openbare Verlichting
Omvang
Armaturen
18.629 stuks Gemiddeld Basis
Vastgesteld Kwaliteit in 2021 Budget onderhoudsniveau Laag Basis Hoog 15%
55%
30%
€ 703.143
Stand van zaken Er zijn middelen beschikbaar gesteld om in een aantal jaren ruim 4.000 armaturen en zo’n 500 masten te vervangen. We combineren de vervangingsopgave met de opgave om energie te besparen. De inzet is om conform het Klimaatakkoord in 2030 een energiebesparing van 50% ten opzichte van 2030 te realiseren. Financieel Het structurele beïnvloedbare onderhoudsbudget bedraagt € 703.143. In 2022 en 2023 is € 450.000 beschikbaar om te investeren in vervanging van verlichting. Door groot in te kopen en samen te werken met de aannemer wordt getracht voordeel te behalen. Punt van aandacht is de stijging van prijzen. Het exploitatiebudget is in 2021 toereikend voor het minimaal noodzakelijke beheer en onderhoud en energiekosten. Programma 2022 In 2022 gaan we door met regulier onderhoud en planmatig vervanging van lichtmasten en armaturen die aan het einde van hun levenscyclus zijn. Hiermee dragen we bij aan verkeersveiligheid en duurzaamheid.
Pagina 82 van 133
O21.001884
Bruggen, tunnels en aquaducten De bruggen, tunnels en aquaducten vormen, naast de wegen, de basis van de infrastructuur van het wegen- en vaarwegennet. Het huidige onderhoudsniveau varieert van hoog tot laag.
Kerncijfers Bruggen, tunnels en
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2021
Aquaducten
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog
Bruggen, tunnels, sluizen, steigers 768 stuks en aquaducten
Gemiddeld Basis
8%
43%
49%
Budget
€ 2.195.587
Stand van zaken Bij bruggen hebben we te maken met een achterstand. Prioritering is nodig omdat het budget niet toereikend is. Op basis van de organisatiewaarden, is er aan de voorkant getoetst op veiligheid, bereikbaarheid/beschikbaarheid en beeldkwaliteit. In de Nota openbare ruimte is vastgelegd dat we inzetten op beweegbare bruggen en betonnen bruggen in ontsluitingswegen en doorgaande wegen. In 2020 zijn dit type bruggen nader geïnspecteerd en hier is een meerjarig programma voor opgesteld. Een aantal bruggen wordt vervangen of gerenoveerd en past binnen het investeringsprogramma. In verband met de eisen van de Blauwe Vlag krijgen steigers in havengebieden ook prioriteit. Daarnaast houden we stranden schoon zodat bezoekers hier veilig en hygiënisch van kunnen genieten. Voor de komende jaren voorzien we een piek in onderhouds- en vervangingswerkzaamheden. Financieel Onderhoud o Het structurele budget bedraagt € 2.195.587. o De leeftijd van ons areaal neemt toe en het budget moet opnieuw ingeregeld worden om de piek in onderhoud- en vervanging op te vangen. Het huidige budget is hiervoor onvoldoende. Het betreft o.a. betonconstructies en verouderde bedieningssystemen. Daarnaast is reiniging, om de levensduur te verlengen, een grote kostenpost.
We zullen hier in de planning zoveel mogelijk rekening mee houden en ook kijken of we het integraal op kunnen pakken met weg- en/of rioolwerkzaamheden. o Om uitbreiding areaal te compenseren wordt het onderhoudsbudget met € 10.000 verhoogd. Ook wordt indexatie toegekend. Investeringen o In het investeringsprogramma zijn verschillende bedragen opgenomen namelijk € 150.000 voor vervanging bruggen, € 182.000 voor vervanging van steigers en voor investering in vervanging en renovatie in kapitaalgoederen een bedrag van € 3.000.000 structureel dat deels ingezet zal worden voor vervanging en renovatie van bruggen en steigers. o Door bij deze investering eerst locaties met achterstanden aan te pakken, verwachten we stappen te kunnen zetten om in een periode van 10-15 jaar te groeien naar niveau Gemiddeld basis.
Onderhoud Areaaluitbreiding Indexatie (PM =%)
Beschikbaar 2.195.587 10.000 Verdeling volgt
TOTAAL
2.205.587
Benodigd 2022 2.285.000 10.000 Gerelateerd aan inflatiecijfer 2.295.000 + indexatie
Programma 2022 In 2022 investeren we in vervanging en renovatie van onder andere de Vernieuwing brug Stationsweg Stavoren Voorbereiding vernieuwing brug Hichtum Verder staan onder meer schilderwerken, klein onderhoud, en betononderhoud op het programma.
Pagina 83 van 133
O21.001884
Hoofdtaakveld 23 Bereikbaarheid – taakveld 2.4 economische havens en waterwegen Oevers en kaden De gemeente heeft langs diverse watergangen en waterpartijen beschoeiingen en kademuren in beheer. De beschoeiingen en kaden langs watergangen en waterpartijen zijn nodig om ter bescherming tegen afkalving en om de doorstroming van het water te borgen. Soms vormen ze onderdeel van de wegconstructie.
Kerncijfers Oevers en kaden
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2021
Budget
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Oevers en kaden (verdedigd)
147 km
Gemiddeld Basis
23%
42%
35%
€ 1.682.777
Stand van zaken Op basis van de organisatiewaarden, is er aan de voorkant getoetst op veiligheid en ligging binnen 2 meter van een weg (om extra schade te voorkomen. Prioritering is nodig omdat het budget niet toereikend is. In 2021 is een inspectie uitgevoerd, bovenstaande gegevens zijn op deze inspectie gebaseerd. Voor de periode 2025-2035 voorzien we een piek in onderhouds- en vervangingswerkzaamheden. We zetten in op kademuren, oeverconstructies met ligfunctie. In SWF ligt circa 12.000 meter aan gemetselde/betonnen kademuren. De technische levensduur van een kade is gemiddeld 60 jaar maar een aantal kades ligt er al veel langer. Door technologische en maatschappelijke veranderingen worden vooral de oudere kades veel intensiever gebruikt en zwaarder belast dan waarvoor ze oorspronkelijk ontworpen zijn. Het herstellen of vervangen van dergelijke kademuren is arbeidsintensief en kost dan ook veel geld. Op basis van de Waterwet zijn de Provincie, Wetterskip Fryslan en de gemeenten bezig met de overdracht oevers en kaden langs vaarwegen. Voor een groot deel van de oevers en kaden is niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. Waarschijnlijk zal de gemeente verantwoordelijk worden voor meer oevers en kaden dan nu het geval is.
De exacte omvang van de toename en de benodigde extra beheer- en onderhoudskosten zijn op dit moment nog niet duidelijk. Financieel Onderhoud o Voor het onderdeel oevers en kaden bedraagt in 2021 het budget € 1.682.777. Investeringen o De komende jaren zitten er noodzakelijke vervangingen aan te komen, o.a. voor de kademuren. Dit gaat vaak gepaard met grote investeringen. o In het investeringsprogramma zijn verschillende bedragen opgenomen namelijk een bedrag van € 100.000 voor vervanging kunstwerken en € 3.000.000 voor vervanging en renovatie structureel in kapitaalgoederen. Dit zal deels ook ingezet worden voor oevers en kaden. o Door bij investeringen eerst locaties met achterstanden aan te pakken, verwachten we stappen te kunnen zetten om in een periode van 10-15 jaar te groeien naar niveau Gemiddeld basis.
Onderhoud Areaaluitbreiding Indexatie (PM =%) TOTAAL
Beschikbaar 1.682.777 0 Verdeling volgt 1.682.777
Benodigd 2022 1.740.000 0 Gerelateerd aan inflatiecijfer 1.740.000 + indexatie
Programma 2022 De Rakken te Woudsend; Diverse kaden in Bolsward; Waterpoortsgracht te Sneek.
Pagina 84 van 133
O21.001884
Onderhoud waterbodems / Baggeren Onze gemeente is een waterrijke gemeente. Het water verbindt dorpen, steden, meren en het IJsselmeer. Een goede bevaarbaarheid en onderhoud draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, het stimuleren van de werkgelegenheid in de recreatieve sector en het vergroten van economische kansen. De gemeentelijke taken betreffen onder andere het bereikbaar houden van gemeentelijke havens, het op diepte houden van aanleggelegenheden en het onderhoud van water ten behoeve van de kwaliteit van de leefomgeving.
Kerncijfers Waterbodems
Omvang
Vastgesteld Kwaliteit in 2021 onderhoudsniveau Laag Basis Hoog
Waterbodems Overige waterbodems
5,4 km2 500 ha
Laag Laag
X X
Budget € 415.200
Stand van zaken De afgelopen jaren lag de focus op de overdracht vaarwegen en het afsluiten van de overeenkomst overdracht stedelijk water met Wetterskip Fryslân. Uiterlijk eind 2025 dragen we het stedelijk water zonder achterstallig onderhoud over aan Wetterskip Fryslân. Vanwege deze verplichting ligt de prioriteit bij het nakomen van de afspraken Overdracht Stedelijk Water. In de Programmabegroting 2022 wordt projectbudget toegekend voor overdracht stedelijk water. Met het beschikbare exploitatiebudget worden gemeentelijke wateren gebaggerd. We streven naar een cyclus van 20 jaar om te komen tot stabiele inregeling. We zetten in op baggeren van gemeentelijke wateren met als prioriteitsvolgorde: o Schouwwatergangen want hier hebben we een verplichting; o Recreatieve vaarwegen en vijvers Financieel Om te voldoen aan de afspraken in het kader van Overdracht Stedelijk Water, is in deze programmabegroting tot en met 2025 projectfinanciering van € 300.000 per jaar beschikbaar gesteld. Samen met de bijdrage van het Wetterskip verwachten we dat het budget daarmee voldoende is om in 2025 het stedelijk water zonder achterstanden over te dragen. Het budget voor onderhoud gemeentelijke waterbodems bedraagt € 415.000. Daarnaast is in 2022 een éénmalig bedrag van €100.000 beschikbaar voor achterstallig onderhoud.
Deze bedragen kunnen volledig ingezet worden voor het baggeren van gemeentelijke watergangen. Incidenteel komt het voor dat de vaargeul(en) in het IJsselmeer moeten worden uitgediept Hier is geen budget voor. Dit zijn incidentele werkzaamheden waarvan de kosten deels werden gedekt door de opbrengsten van het vrijkomende zand. Mocht dit in 2022 nodig zijn, dan wordt dit via de bestuursrapportage ingeregeld.
OSW Onderhoud gem. waterbodems Achterstallig onderhoud Vaargeulen Indexatie (PM =%) TOTAAL
Beschikbaar 2022 300.000 415.000
Benodigd 2022
100.000
160.000
Verdeling volgt 815.000
Afhankelijk van noodzaak. Gerelateerd aan inflatiepercentage 900.000 + indexatie en mogelijke kosten voor vaargeulen
300.000 440.000
Onderhoud in 2022 Baggeren OSW-wateren o.a. Hemdyk, Het Eiland en Houkesloot Sneek, diverse wateren in Bolsward, Folsgare, Oppenhuizen, Tjerkwerd, Wolsum, Ysbrechtum en Workum; Andere baggerwerken die de gemeente gaat uitvoeren in 2022 zijn onder andere vijvers en watergangen die aansluiten bij het baggeren van de OSW wateren, die hierboven staan genoemd, diverse watergangen Workum en diverse knelpunten (o.a. naar aanleiding van meldingen).
Pagina 85 van 133
O21.001884
Hoofdtaakveld 24 Leefomgeving – taakveld 5.7 openbaar groen en 7.5 begraafplaatsen Openbaar groen Meer dan elk ander onderdeel van de kapitaalgoederen bepaalt de aan- of afwezigheid van openbaar groen de sfeer en beleving van de openbare ruimte. De groenvoorziening is een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte.
Kerncijfers Openbaar Groen
Omvang
Openbaar groen, parken en bossen Buitensportvelden Speelvoorzieningen Begraafplaatsen Sloten en vijvers Bomen
455 ha 105 velden 2.028 stuks 13 stuks 407 ha 52.000 stuks
Vastgesteld Kwaliteit in 2021 Budget onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Gemiddeld Basis X 4.654.1564 Gemiddeld Basis X 503.779 Gemiddeld Basis X 158.557 Hoog X 182.069 Gemiddeld Basis X 497.984 Hoog X
Stand van zaken Bij het groen wordt om de drie jaar meting gedaan door een onafhankelijk bedrijf. Omdat groen ook seizoen afhankelijk is, bestaat de meting uit meerdere rondes verspreid over het groeiseizoen. Aan de hand van alle meetresultaten (einde 2021) zal een plan worden opgesteld. De klimaatveranderingen hebben invloed op de staat van de groenvoorzieningen. Zo neemt de kans op stormschade toe. Dit geldt ook voor mogelijke extra uitval van beplanting door langdurige droogte of regenval. Een andere ontwikkeling die we zien is de toename van ziekten en plagen (waaronder de reuzenberenklauw, de Japanse duizendknoop en eikenprocessierups) door een ander klimaat. Omdat er steeds meer zonnepanelen worden geplaatst nemen ook de verzoeken van bewoners toe om bomen te kappen. In de beleidsnotie “Ruimte voor de zon” uit 2016 is vastgesteld dat bestaande gemeentelijke bomen voor dit doel niet geveld mogen worden. Wel zal bij nieuwe plannen en bij nieuwe aanplant van bomen rekening worden gehouden met de mogelijke plaatsing van zonnepanelen. Tenslotte zorgt de energietransitie ervoor dat er een grotere claim op de ondergrondse ruimte wordt gelegd. Hier zullen we integraal slimme oplossingen voor moeten bedenken om het bestaande groen te behouden en waar mogelijk te versterken.