CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Ontwerpbestemmingsplan - Toelichting

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan Bolsward Onderstation 110/20kV11.365 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bolsward onderstation 110/20kV

Bestemmingsplan

Opdrachtgever

Liander N.V.

Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer

Súdwest-Fryslân NL.IMRO.1900.2020noordBPbols110k-ontw Ontwerp 1 12 maart 2021 R. Nijdam 1016

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Ligging........................................................................................................................... 1 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 2 Leeswijzer ..................................................................................................................... 4 Begrippenlijst................................................................................................................. 4

2 2.1 2.2

Het plan ......................................................................................................................... 5 Bestaande situatie ........................................................................................................ 5 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader ................................................................................................................. 9 Inleiding ......................................................................................................................... 9 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 9 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 10 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 11

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 14 Inleiding ....................................................................................................................... 14 Archeologie ................................................................................................................. 14 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 15 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 17 Water........................................................................................................................... 19 Natuur ......................................................................................................................... 23 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 25 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 25 Geluid ..........................................................................................................................

27 EM velden ................................................................................................................... 27 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 28 Externe veiligheid ........................................................................................................ 28 Niet gesprongen explosieven...................................................................................... 30 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 30

5 5.1 5.2

Toelichting op de regels .............................................................................................. 32 Algemeen .................................................................................................................... 32 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 32

6 6.1

Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 35 Planschade ................................................................................................................. 35

7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 36 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 36 Zienswijzen ................................................................................................................. 36

Bijlagen Bijlage 1: Archeologisch onderzoek Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Resultaat Watertoets Bijlage 4: Stikstofdepositieberekening Bijlage 5: Natuurtoets hoogspanningsstation en onderstation Bijlage 6: Natuuronderzoek compensatiewater Bijlage 7: Akoestisch onderzoek Bijlage 8: Onderzoek Conventionele explosieven

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Liander is verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en beheren van gas- en elektriciteitsnetten in (delen van) de provincies Gelderland, Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. Binnen dit verzorgingsgebied transporteert Liander elektriciteit naar ruim 3 miljoen huishoudens, bedrijven en instellingen (peil 31 dec. 2016). Liander werkt iedere dag aan een energievoorziening die iedereen onder gelijke condities toegang geeft tot betrouwbare, betaalbare en duurzame energie. Om dat voor elkaar te krijgen, is het belangrijk om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van de netten hoog op orde te houden. De netinfrastructuur moet nu en in de toekomst aan de capaciteitsbehoefte van de klanten voldoen. Vanwege toenemende vraag naar elektriciteit in de omgeving is Liander van plan om in de nabijheid van het bestaande transformatorstation Marnezijl een nieuw 110/20kV-station te bouwen, nabij de bebouwde kom van Bolsward. Op het terrein van het bestaande station Marnezijl is onvoldoende ruimte om uit te breiden om de capaciteitsvraag op te lossen. Zodoende is een nieuwe locatie gekozen, gelegen tussen de Klaverweg en de Witmarsumerweg ten westen van de bebouwde kom. Naast de beoogde locatie voor het onderstation komt een nieuw hoogspanningsstation van TenneT. De locatie kent een agrarische bestemming.

Het nieuwe onderstation past niet in de huidige agrarische bestemming zowel qua gebruik als de bouwregels. Met het voorliggende nieuwe bestemmingsplan wordt het nieuwe onderstation mogelijk gemaakt. Ook is de locatie van de benodigde watercompensatie in het plangebied opgenomen.

1.2

Ligging

Het plangebied is gelegen in de gemeente Súdwest-Fryslân, aan de westzijde van Bolsward. De locatie ligt pal naast het bedrijventerrein De Marne II, op kadastraal perceel BWD01-C-274 en een klein deel op kadastraal perceel BWD01-C-273. In hoofdstuk 2 is de huidige en toekomstige inrichting van het terrein nader beschreven.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

1/36

Inleiding

afbeelding 1: ligging plangebied (aangeduid met rode stippellijn)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Bolsward Buitengebied’ van de gemeente SúdwestFryslân (vastgesteld op 2 november 2010 (zie afbeelding 2). Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch - Cultuurgrond’. Alleen aan de hoofdbestemming ondergeschikte openbare nutsvoorzieningen zijn toegestaan. Ter plaatse van het plangebied is geen bouwvlak opgenomen en zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. De maximale bouwhoogte bedraagt maximaal 1 m voor erfafscheidingen en maximaal 5m voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde. De realisatie van een nieuw onderstation op het perceel kan niet worden gezien als ondergeschikt gebruik aan de agrarische functie. Ook is de nieuwe bebouwing niet passend binnen de bouwregels. Het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ (oranje haakjes in afbeelding 2). Hier zijn vanwege de geluidbelasting van het industrieterrein De Marne geen geluidgevoelige objecten toegestaan (zoals woningen). Een onderstation is geen geluidgevoelig object, wat betekent dat dit geen gevolgen heeft voor de planontwikkeling. Inpassingsplan Netversterking westelijk Friesland Voor de realisatie van het hoogspanningsstation van TenneT is een Rijksinpassingsplan opgesteld (ontwerp 13 augustus 2020). De verbeelding van het ontwerp inpassingsplan is getoond in afbeelding 3. Het nieuwe onderstation van Liander komt hier direct naast.

De grens van het nieuwe bestemmingsplan voor het onderstation is afgestemd op het inpassingsplan voor het nieuwe hoogspanningsstation.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

2/36

Inleiding

afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied Bolsward (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Met rode stippellijn is de grens van het plangebied voor het onderstation aangeduid

afbeelding 3: uitsnede verbeelding ontwerp Inpassingsplan Netversterking westelijk Friesland (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Met rode stippellijn is de grens van het bestemmingsplangebied voor het onderstation aangeduid

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

3/36

Inleiding

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.

1.5

Begrippenlijst

In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Onderstation (50kV en hoger) Op een onderstation, ook wel transformator of elektriciteitsstation, komt elektriciteit met een hogere spanning binnen en wordt omgezet in een lagere spanning. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, veelal bestaande uit 3 dichte wanden. De bovenzijde is open. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder.

Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). kV De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Middenspanningsinstallatie De installatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (onder)station.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

4/36

Het plan

2

Het plan

2.1

Bestaande situatie

Het nieuwe onderstation is geprojecteerd in het weiland (zie afbeelding 4). Ten zuidwesten ligt de Witmarsumerweg en naar het noorden toe ligt de Klaverweg. Ten zuidoosten ligt het industrieterrein De Marne II, met een sloot er tussen. Aan de Witmarsumerweg staan enkele woningen. De dichtstbijzijnde is de woning Witmarsumerweg 5 op ca. 45 m afstand tussen het plangebied en het perceel van de woning.

afbeelding 4: luchtfoto van het terrein met plangebied met rode stippellijn aangeduid (bron: QGIS)

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

5/36

Het plan

afbeelding 5: aanzicht plangebied vanaf de Witmarsumerweg (bron: Google streetview)

2.2

Toekomstige situatie

Het plan is om een nieuw 110/20kV onderstation te plaatsen direct naast het nieuwe hoogspanningsstation van TenneT. Het nieuwe onderstation bestaat uit drie transformatorruimtes, waar de transformatoren in komen te staan en twee aaneengesloten schakelgebouwen. De transformatorruimtes krijgen een hoogte van maximaal 8m. Hier boven op komen voorzieningen voor bliksemafleiding (zogenoemde bliksemspitsen), welke vanaf het maaiveld gemeten maximaal 12m hoog worden. De schakelgebouwen komen om de transformatorruimtes heen en worden ca. 5 à 6 m hoog. Als maximale bouwhoogte is in het bestemmingsplan de hoogte van de transformatorruimten aangehouden. Onder de bebouwing komt een kelderruimte. Er komen drie transformatoren van elk 80 MVA. In totaal is sprake van een opgesteld vermogen van 240 MVA. In afbeelding 6 hieronder is een tekening van de plattegrond van het nieuwe onderstation getoond. En in afbeelding 7 is een 3D impressie gegeven.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

6/36

Het plan

afbeelding 6: plattegrond van het nieuwe 110/20 kV onderstation (oranje zijn de drie transformatorruimtes, blauw zijn de twee schakelgebouwen) (bron: Qirion)

afbeelding 7: concept 3D impressie nieuwe onderstation, definitieve vormgeving wordt nog nader bepaald (bron: Qirion)

Het nieuwe onderstation zal gebruik maken van dezelfde ontsluitingsweg als het nieuwe hoogspanningsstation van TenneT. Deze weg zal aansluiten op de Witmarsumerweg. Het terrein van het onderstation is omringd met een hekwerk. Het transformatorstation is onbemand. Af en toe vindt onderhoud en controle plaats. Op het station komt voldoende ruimte voor het parkeren van de benodigde voertuigen hiervoor.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

7/36

Het plan

Voor de inrichting van de gronden rond het hoogspanningsstation en onderstation is in opdracht van TenneT in samenspraak met Liander een landschapsplan gemaakt (Landschapsplan 110 kV station Friesland West). In dit landschapsplan is de inpassing van het nieuwe onderstation van Liander meegenomen om te zorgen voor een integrale inpassing plan voor de landschappelijke inpassing te hebben. Rond het onderstation van Liander komen stroken met opgaande beplanting van hoofdzakelijk inheemse struiken. De gronden hier buiten krijgen een inrichting als bloemrijk grasland, met graslandvegetaties zoals kamgrasvegetaties of witbolgraslanden. Met deze inrichtingsmaatregelen wordt beoogd aan te sluiten op de ruimtelijke situatie ter plaatse en om het zicht op de installaties en bijbehorende gebouwen te beperken. De nieuwe beplanting en het bloemrijke grasland zal tevens een bijdrage leveren aan het vergroten van de ecologische kwaliteit van het landschap. In afbeelding 8 is de plattegrond van het landschapsplan getoond. De aanleg van de landschappelijke inpassing is onderdeel van de realisatie van het hoogspanningsstation.

afbeelding 8: landschappelijke inpassing (bron: landschapsarchitect Jhon van Veelen

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

8/36

Beleidskader

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het plan Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. Het nieuwe onderstation is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

9/36

Beleidskader

Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en over-programmering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventuin of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte In de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte, vastgesteld op 26 maart 2014, zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten die karakteristiek zijn voor Fryslân en haar ontwikkelingsgeschiedenis vastgelegd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in het Kleigebied Westergo / kleiterpenlandschap. In het landschapsplan voor de landschappelijke inrichting van het terrein rondom het hoogspanningsstation en onderstation zijn de kenmerken van het gebied geanalyseerd. Op basis daarvan is het advies voor de landschappelijke inpassing vormgegeven. Op deze manier is rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving van het plangebied. 3.3.2 Verordening Romte Fryslân De verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerde versie 2020) is opgesteld om er voor te zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke bestemmingsplannen. In de verordening staan regels over bundeling, ruimtelijke kwaliteit, wonen, werken, recreatie en toerisme, landbouw, natuur, kustverdediging en duurzame energie. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt net buiten het bestaand stedelijk gebied van Bolsward.

De provincie hecht aan zorgvuldig ruimtegebruik en nieuwe stedelijke functies dienen zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied plaats te vinden. Een ruimtelijk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Het nieuwe onderstation is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Er is onvoldoende ruimte om bij het bestaande onderstation Marnezijl uit te breiden. Voor de locatiekeuze van het nieuwe hoogspanningsstation van TenneT is een vrijwillige MER doorlopen. In dit kader zijn vijftien potentiële locaties afgewogen op basis van de milieuverschillen. In juli 2019 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat de zoeklocatie aan de Klaverweg te Bolsward aangewezen als voorkeurslocatie.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

10/36

Beleidskader

Om functies te bundelen en het ruimtebeslag zo beperkt mogelijk te houden, is er voor gekozen om het nieuwe onderstation van Liander direct naast het nieuwe hoogspanningsstation van TenneT te realiseren. 3.3.3 Omgevingsvisie De Romte Diele De provincie Fryslân heeft op 21 oktober 2020 haar nieuwe omgevingsvisie, de Omgevingsvisie De Romte Diele vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld van de Friese leefomgeving. Alle onderwerpen uit de fysieke leefomgeving, zoals als water, natuur, landschap en infrastructuur worden met elkaar verbonden. De visie sluit aan bij de doelen van de Omgevingswet: minder regels, ruimte voor maatwerk en initiatieven, meer samenhang in beleid. De provinciale ambities en doelen van de provincie voor de komende jaren zijn als volgt: • vitaal en veerkrachtig; • karakteristiek en gezond; • meebewegen en samenwerken. Naast deze ambities voor de lange termijn, heeft de provincie ook een viertal meer urgente opgaven benoemd, die nu om acties en keuzes vragen: • Fryslân houdt de leefomgeving leefbaar, vitaal en bereikbaar; • Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; • Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; • Fryslân versterkt de biodiversiteit. Betekenis voor het plan De provinciale ambities op duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk.

In de visie is aangegeven dat er een infrastructuur nodig is om de opgewekte, duurzame energie te transporteren. Het onderstation vormt onderdeel van de hiervoor noodzakelijke infrastructuur en sluit aan bij de provinciale ambities op het gebied van duurzame energie. De inrichting van de gronden rond het onderstation met bloemrijk grasland zoals in het landschapsplan is beoogd, leidt tot een vergroting van de biodiversiteit.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Ontwikkelvisie 2011–2021 gemeente Súdwest-Fryslân De “Ontwikkelvisie 2011–2021 gemeente Súdwest-Fryslân” is op 22 maart 2012 vastgesteld. In deze visie staan de gemeentelijke ambities betreffende sociale, ruimtelijke en economische ontwikkelingen beschreven. De visie vormt een belangrijke basis voor nieuw beleid en ruimtelijke plannen. De visie maakt duidelijk hoe de gemeente zich naar de toekomst toe wil positioneren, wat de belangrijkste speerpunten zijn en op welke aandachtsgebieden wordt ingezet. De ontwikkelvisie beslaat een periode van tien jaar. De ontwikkelvisie rust op zes pijlers waar een visie op is geformuleerd en waar een koers per landelijk of stedelijke cluster voor is uitgezet. De pijlers met bijbehorende visie betreffen: 1. Verscheidenheid in kernen: Gebiedsgerichte aanpak via clusters, met oog voor samenhang. Aandacht voor unieke ruimtelijke structuur, sociaaleconomische kenmerken en toekomstvisies van de kernen. Extra aandacht voor plattelandskernen en stadswijken waar de leefbaarheid onder druk staat. 2. Weidsheid van het landschap: Zorgvuldig met weidsheid omgaan, maar ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen naar aard/schaal. Er worden hoge eisen aan ruimtelijke kwaliteit gesteld. 3. Economische verscheidenheid: Gebiedsgerichte aanpak om te zorgen dat de gemeente zich in totaliteit sterk ontwikkelt.

Ruimtelijke keuzes maken ten aanzien van economische ontwikkeling. Extra aandacht voor sterke sectoren vanwege hun groeipotentie en innovatief vermogen. Bijeenbrengen onderwijs en arbeidsmarkt, zodat vraag en aanbod beter aansluiten.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

11/36

Beleidskader

4. Grote sociale verbondenheid: Iedereen kan (naar vermogen) meedoen. De huidige sociale infrastructuur wordt optimaal benut. Betere samenwerking en afstemming tussen partijen. Betere afstemming aanbod. Uitgangspunten zijn eigen verantwoordelijkheid, eigen kracht en zelfredzaamheid. Kwetsbare groepen actief opsporen. 5. Grote rijkdom aan cultuur en erfgoed: Cultuur en cultureel erfgoed hebben verbindende werking op de samenleving en grote aantrekkingskracht op toeristen. Daarom wordt gezorgd voor een divers cultureel aanbod en voor bescherming, behoud en ontsluiting van cultureel erfgoed. 6. Sterke aantrekkingskracht voor toeristen: Toerisme en recreatie als verbinding tussen stad/platteland, cultuur, natuur, sport, zorg, land- en tuinbouw. Verdiepen van bestaand aanbod, kwaliteitsverbetering en slim combineren van aanbod. Watertoerisme versterken door samenwerking andere vaargebieden. In de Ontwikkelvisie wordt geen aandacht besteed aan de thema’s ondergrondse infrastructuur, kabels en leidingen. Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is pijler 2 van belang, het zorgvuldig omgaan met de weidsheid van het landschap. De ontwikkeling vindt plaats in het landelijke gebied.

Zoals ook in de paragrafen 3.3.1 en 3.3.2 is aangegeven, is voor de locatie van het nieuwe onderstation bewust gekozen om dit te bundelen met het nieuwe hoogspanningsstation, om zo het ruimtebeslag te beperken. Voor de ontwikkeling van het hoogspanningsstation en het onderstation heeft een zorgvuldige analyse plaatsgevonden van de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van het gebied, wat aan de basis heeft gestaan van verschillende inpassingsmaatregelen. Cultuurhistorische en landschappelijke waarden zijn in de afwegingen in de vrijwillige MER van TenneT meegenomen. Daarmee is de ontwikkeling passend in de gemeentelijke ontwikkelvisie. Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. Het nieuwe onderstation is daar noodzakelijk voor. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid. De landschappelijke inpassing van het station met een groenzone van inheemse beplanting draagt bij aan een versterking van de lokale groenstructuur. 3.4.2 Klimaatagenda 2020, think global, act local In 2015 hebben alle landen van de wereld ingestemd met een Duurzame Wereldagenda tot 2013.

Hieruit volgen 17 Sustainable Development Goals (SDG’s). Voor klimaat is doel 13 beschreven: neem dringend maatregelen om de klimaatveranderingen en de gevolgen ervan te bestrijden. Met de Europese Green Deal (2019) geeft de Europese Commissie aan hoe Europa in 2050 als eerste continent voor 2050 klimaatneutraal wordt. Nederland heeft dit vertaald in een Nationaal Klimaatakkoord (2019). De klimaatagenda van de gemeente Súdwest-Fryslân sluit naadloos aan op de doelen van het landelijk Klimaatakkoord. Dankzij deze koppeling wordt duidelijk wat voor onze gemeente de opgave is ten aanzien van klimaat en duurzame ontwikkeling. De klimaatagenda voor de gemeente Súdwest-Fryslân, vastgesteld door de gemeenteraad op 1 juli 2020, bestaat uit 2 delen. Deze delen komen in de Omgevingsvisie terug als Omgevingsprogramma Klimaatmitigatie en een Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. Deel 1 klimaatmitigatie: dit deel is een agenda met doelen om klimaatverandering tegen te gaan. In de agenda staan alléén inspanningen die nodig zijn om te voldoen aan de verplichtingen uit het landelijke Klimaatakkoord. De inspanningen dragen bij aan het hogere doel: CO2 reductie. Elk jaar volgt een programma en evaluatie. Om deze doelen te bereiken is het nodig om focus aan te brengen.

De gemeente zet in op de twee pijlers Gebouwde Omgeving en Elektriciteit met als rode draad Circulaire Economie zoals omschreven in het Klimaatakkoord. Deel 2 klimaatadaptatie: dit is een programma voor de korte en middellange termijn welke aangeeft hoe de gemeente bijdraagt aan een klimaatbestendige en water robuuste gemeente. In de Omgevingsvisie is als ambitie opgenomen dat de gemeente in 2050 klimaatbestendig, energieneutraal en circulair wil zijn, in aansluiting op de nationale klimaatdoelen en gekoppeld aan de

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

12/36

Beleidskader

SGD doelen (betaalbare en duurzame energie; duurzame steden en gemeenschappen; klimaatactie). Het programma is opgedeeld in 3 stappen; Weten (gaat in op de kwetsbaarheden in de gemeente), Willen (brengt de ambities in kaart) en Werken (hierin wordt de stap naar de gemeentelijke uitvoeringsagenda gemaakt). Het is wenselijk de verschillende opgaven met elkaar te verbinden. Dit leidt tot een gezonde, veilige en goede kwaliteit van de leefomgeving. Betekenis voor het plan Voor de ambities op het gebied van duurzame energie opwekking (energieneutraal zijn) is het van belang dat het elektriciteitsnetwerk goed functioneert en robuust genoeg is voor de toekomst. Het nieuwe onderstation is daar noodzakelijk voor. Het bestemmingsplan past daarmee in het klimaatbeleid van de gemeente.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

13/36

Omgevingsaspecten

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

4.2

Archeologie

4.2.1 Algemeen In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Voor het aspect archeologie in de provincie Fryslân is beleid ontwikkeld waarmee rekening móet worden gehouden: de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra, de FAMKE. Daarin staan ook de beleidsparagraaf en beleidskaarten opgenomen. Bij het opstellen van het archeologisch onderzoek is daarmee rekening gehouden. 4.2.2 Betekenis voor het plan Voor het hoogspanningsstation van TenneT en het onderstation van Liander is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (KSP Archeologie, 31 augustus 2020, zie bijlage 1). Hieronder is ingegaan op de bevindingen die van toepassing zijn voor het onderstation van Liander. In het onderzoek is een gedetailleerde archeologische verwachting gegeven, welke is weergegeven in afbeelding 9. Voor het rode gebied geldt dat voor ingrepen met een oppervlakte meer dan 50 m2 en dieper dan 0,3m onder maaiveld deze onder archeologische begeleiding dienen plaats te vinden.

Voor het groene gebied is alleen bij graafwerkzaamheden dieper dan 2,5m onder maaiveld nader archeologisch onderzoek nodig. Het deel van het plangebied waar het nieuwe onderstation komt, ligt in het groene gebied. Voor de realisatie van het onderstation zijn geen graafwerkzaamheden nodig die een diepte van 2,5m bereiken. Hier is zodoende geen vervolgonderzoek nodig. Een deel van het nieuw aan te leggen water langs de bestaande watergang, ligt wel in het rode gebied waar archeologische begeleiding nodig is, evenals een deel van de inrit. Voor deze gronden is een dubbelbestemming opgenomen, zodat bij aanleg van het water en de inrit de archeologische waarden beschermd zijn. In het kader van de aanleg zal aanvullend archeologisch onderzoek nodig zijn danwel dient de aanleg onder archeologische begeleiding plaats te vinden.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

14/36

Omgevingsaspecten

afbeelding 9: adviezen vervolgonderzoek. Het plangebied is met een blauwe stippellijn aangeduid (bron: archeologisch onderzoek KSP)

4.2.3 Conclusie Uit onderzoek is gebleken dat er ter hoogte van het onderstation geen vervolgonderzoek nodig is en dat archeologische resten pas te verwachten zijn dieper dan 2,5m onder het maaiveld. Een deel van de nieuw aan te leggen waterberging en een deel van de nieuwe inrit naar het station liggen wel binnen gebied waar archeologische waarden te verwachten zijn. Hier wordt geadviseerd om archeologische begeleiding uit te voeren bij ingrepen meer dan 50 m2 en dieper dan 0,3m onder maaiveld. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming opgenomen om de archeologische waarden te beschermen. Op deze manier is geborgd dat bij uitvoering rekening wordt gehouden met mogelijke archeologische waarden. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.3

Cultuurhistorie

4.3.1 Provinciale Cultuurhistorische Kaart De Cultuurhistorische Kaart (CHK) is informatief: de kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. Er zijn 26 categorieën van elementen en structuren onderzocht die getuigen zijn van het verleden. Dit zijn zowel aardkundige, als archeologische, historisch-geografische en bouwhistorische zaken. Het geheel weerspiegelt het ontstaan, het gebruik en de inrichting van het landschap en bestaan uit niet-zicht-

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

15/36

Omgevingsaspecten

bare als zichtbare, ooit aangelegde of gebouwde structuren en bouwwerken. Die zijn van belang voor de kennis, de beleving en de waardering van de ruimtelijke inrichting van de provincie. In het kader van het ruimtelijke ordeningsbeleid wordt van de initiatiefnemers en plannenmakers gevraagd met deze elementen en structuren rekening te houden bij plannen en ontwikkelingen. Betekenis voor het plan Ter plaatse van het nieuwe onderstation zijn geen elementen of structuren aanwezig die op de CHK zijn aangewezen. De dichtstbijzijnde elementen zijn de boerderijplaatsen De Groote Klaver (Witmarsumerweg 5) en het perceel C 69, wat ook in het archeologisch onderzoek is aangeduid. De Witmarsumerweg ligt op de voormalige Marnedijk, die het landschap ten noorden van de dijk tegen het zeewater moest beschermen. Het plan voor het onderstation tast de cultuurhistorische waarden van de weg en de boerderijplaatsen niet aan.

afbeelding 10: cultuurhistorische waarden rond het nieuwe onderstation (rode stippellijn) (bron: Cultuurhistorische Kaart provincie Fryslân)

4.3.2 Molenbiotoop In de nabijheid van het nieuwe onderstation staat een oude poldermolen aan de WytmarsumerFeart. Deze poldermolen met houten romp is een rijksmonument en heeft een vrijwaringszone van 400 meter, zie de groene cirkel in afbeelding 11. Het nieuwe onderstation ligt hier buiten, op ruim 450 meter.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

16/36

Omgevingsaspecten

afbeelding 11: molenbiotoop (groene lijn) rond de oude poldermolen ten opzichte van het plangebied (rode stippellijn) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

4.4

Bodemkwaliteit

4.4.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het nieuwe hoogspanningsstation (‘Rapportage verkennend (water)bodemonderzoek’, Witteveen+Bos, 8 oktober 2020, zie bijlage 2). 4.4.2 Resultaten bodemonderzoek Het onderzoek is uitgevoerd voor zowel het onderstation van Liander als het hoogspanningsstation en de kabelverbinding van TenneT. Daarom is het onderzoeksgebied groter dan het plangebied voor het nieuwe onderstation van Liander. In deze paragraaf is alleen ingegaan op de resultaten die binnen het plangebied voor het onderstation vallen. Ter hoogte van het onderstation zijn geen verontreinigingen in de bodem aangetroffen die vragen om nader bodemonderzoek voorafgaand aan graafwerkzaamheden. Wel is bij boring O36, nabij de nieuw aan te leggen waterberging, een verhoogd gehalte aan PAK waargenomen (boring O36 is aangeduid in ). Hier is nader bodemonderzoek nodig voorafgaand aan graafwerkzaamheden. In het grondwater is op meerdere locaties, waaronder ook voor het terrein van het nieuwe onderstation en het aan te leggen compensatiewater, verhoogde concentraties aan PFOS aangetroffen. Ook is bij O36 een verhoogde concentratie 6:2 FTS aangetoond.

Er is aanvullend grondwateronderzoek nodig om de verontreiniging concreter in kaart te brengen. Op een van de boorlocaties is asbesthoudend materiaal aangetroffen (boorpunt M14, zie afbeelding 13). Deze boorlocatie ligt binnen het plangebied van het onderstation. Er is nader asbestonderzoek nodig om vast te stellen hoe groot de verontreiniging is en of sprake is van een ernstige bodemverontreiniging.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

17/36

Omgevingsaspecten

afbeelding 12: uitsnede boorplan boringen in deelgebied O, met boorpunt O36 met een rode cirkel aangeduid. Het plangebied is met blauw aangeduid (bron: Rapportage verkennend (water)bodemonderzoek, Witteveen+Bos)

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

18/36

Omgevingsaspecten

afbeelding 13: uitsnede boorplan in deelgebied M met boorpunt M14 met een rode cirkel aangeduid. Het plangebied is met blauw aangeduid (bron: Rapportage verkennend (water)bodemonderzoek, Witteveen+Bos)

Deze nadere onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de realisatie van het onderstation en zijn nodig voor de vergunningsfase. Voor het bestemmingsplan heeft dit geen gevolgen. 4.4.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan. Voor de realisatie van het onderstation wordt nader onderzoek uitgevoerd naar o.a. PFOS, PAK en naar asbest. Met de uitkomsten van deze onderzoeken wordt rekening gehouden bij de vergunningsfase.

4.5

Water

4.5.1 Beleid en regelgeving Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik, bijvoorbeeld door de landbouw, natuur of recreatie, hebben gevolgen voor het waterbeheer. Waterschappen willen vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Wetterskip Fryslân heeft op 19 april 2016 het Waterbeheerplan vastgesteld. In dit plan wordt aangegeven hoe vorm gegeven wordt aan het waterbeheer voor de periode 2016 – 2021. Hierin staan de maatregelen die Wetterskip Fryslân neemt om het watersysteem op orde te houden en verbeteren. Daarnaast beschikt het Wetterskip over een verordening: de Keur 2013 en een Leg-

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

19/36

Omgevingsaspecten

gerkaart. In de Keur staan de regels die het Wetterskip hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. De Legger is een besluit in de vorm van een kaart waarop een overzicht van de verschillende waterstaatswerken is opgenomen. Ook is te vinden wie onderhoudsplichtig is en voor welke gebieden beperkingen gelden (beschermingszones). Hieronder is ingegaan op de situatie voor het plangebied en hoe is omgegaan met het waterbelang. 4.5.2 Situatie plangebied 4.5.2.1 Verhardingstoename Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3.400 m2 en is nu volledig onverhard. De nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van ca. 1.100 m2 (schakelgebouw plus de transformatorruimtes). Rond de bebouwing wordt het terrein grotendeels verhard en er komen parkeerplaatsen (ca. 1.300 m2 verharding). De nieuwe inrit heeft een verhard oppervlakte van ca. 150 m2 (6m breed en 25 m lang). In totaal is sprake van een toename van het bebouwd en verhard oppervlak van ca. 2.550 m2.

afbeelding 14: impressie inrichting terrein van het onderstation (grijze vlak is de bebouwing, het terrein er omheen wordt verhard en aan de buitenzijde komen groenstroken. De inrit is hier niet afgebeeld.

Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies van het Wetterskip (zie bijlage 3). De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. In het kader van de vergunningverlening wordt dit definitief beoordeeld door het Wetterskip.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

20/36

Omgevingsaspecten

Gebied Boezem Polder Vrij afstromend

Stedelijk (>200 m2) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Landelijk (>1.500 m2) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Het plangebied valt binnen een polder en heeft daardoor een compensatienorm van 10%. Verhard oppervlak in de vorm van grindbakken of gras met grasbetontegels worden door het Wetterskip gezien als alternatieve verharding (ook wel halfverharding) en daarvoor geldt een compensatienorm van 7,5 %. Belangrijk is wel dat aangetoond is dat het alternatief voor een vertraagde afvoer zorgt. Dat is bijvoorbeeld afhankelijk van de ondergrond en de plaatsing van de bakken. De ondergrond in het plangebied bestaat uit kleigronden van de Formatie van Naaldwijk. Boringen (B10E0417 en B10E0414) uit het DINOloket laten zien dat de ondergrond de eerste vijf meter voornamelijk bestaat uit klei. Dit is een relatief slecht doorlatende laag en daardoor minder geschikt voor infiltratie. Ook in de omgeving van het plangebied bestaat de ondergrond voornamelijk uit kleigronden. Parallel aan de Klaverweg loopt een rioolpersleiding. Rioolpersleidingen voeren het afvalwater af naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Vanwege bereikbaarheid voor onderhoud en calamiteiten gelden in een strook van 3 meter aan weerzijden van de persleiding beperkingen voor het grondgebruik.

Binnen deze 6m brede strook is toestemming van Wetterskip Fryslân nodig voor de volgende werkzaamheden: • bouwwerken oprichten; • goederen opslaan; • gesloten verhardingen aanbrengen; • ontgrondingen of ophogingen verrichten; • rioleringen, andere leidingen of kabels aanleggen; • bomen of diepwortellende struiken planten; • voorwerpen de grond indrijven Met de noodzakelijke watercompensatie is rekening gehouden met de beheerzone van de persleiding. Het nieuwe water zal buiten de beheerzone komen. Waterbergingscompensatie In de toekomstige situatie neemt de verharding met 2.550 m2 toe. Om te voldoen aan de waterbergingseis die Wetterskip Fryslân hanteert, is voor het nieuwe onderstation 255 m2 (10% compensatie in de vorm van oppervlaktewater nodig, gemeten op waterpeil. Doordat de ondergrond een relatief lage doorlatendheid heeft, is infiltratie (vasthouden) geen optie. Er is gekozen om de huidige watergang langs Witmarsumerweg te verbreden. Hier kan de benodigde waterbergingscompensatie worden gerealiseerd. In het kader van de watervergunning wordt de definitieve omvang met het Wetterskip afgestemd. In het bestemmingsplan is de bestemming ‘Water’ toegekend aan de watergang inclusief verbreding. Daarnaast is de compensatiemaatregel in de watervergunning opgenomen. Daarmee is de watercompensatie juridisch verankerd.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

21/36

Omgevingsaspecten

afbeelding 15: locatie compensatiewater (blauw). De zwarte arcering is de beschermingszone van de dijk (zie paragraaf 4.5.2.3)

Maaiveldhoogte De bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer moet boven de hoogste grondwaterstand gelegen worden. Volgens de leidraad van Wetterskip Fryslân dient een ontwateringsdiepte van 0,70 m NAP te worden gehanteerd met de functie industrie. Doordat het grondwater bijna tot maaiveldniveau kan stijgen, moet de grond worden opgehoogd tot minimaal +0,80 m NAP en dient drainage toegepast te worden. In het zuiden van het plangebied met circa 0,5 m en in het noorden van het plangebied met circa 1,0 m. 4.5.2.2 Waterkwaliteit Het plan mag niet leiden tot verslechtering van oppervlaktewaterkwaliteit. Dit betekent dat geen gebruik gemaakt mag worden van uitlogende materialen op oppervlakken waar hemelwater op valt. Er worden voor de gevels en dakbedekking geen uitlogende materialen gebruikt. Het hemelwater dat valt op het dak en het verhard terrein rond het station is schoon. De transformatorruimten zijn aan de bovenkant open. Hemelwater dat in contact kan komen met transformatoren kan verontreinigd zijn met olie. Er wordt een hemelwatersysteem met oliedetectie toegepast zodat er geen vervuild hemelwater wordt afgevoerd naar de groenzones. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel in de directe nabijheid. Hemelwater zal afvloeien naar het naastgelegen water.

4.5.2.3 Waterkeringen Het is niet toegestaan om zonder watervergunning te bouwen binnen een beschermingszone of waterkering volgens de Keur artikel 3.2. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een waterkering, persleiding grondwaterbeschermingsgebied of andere beschermingszone. Met de aanleg van het compensatiewater wordt rekening gehouden met de beschermingszone van de waterkering (zie afbeelding 15). In onderstaande afbeelding 16 is het resultaat getoond van de toetsing aan alle beschermingszones die het Wetterskip hanteert.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

22/36

Omgevingsaspecten

afbeelding 16: toetsing aan beperkingenlagen watertoets, het plangebied is met een grijs vlak aangeduid (bron: www.dewatertoets.nl

4.5.3 Resultaat Watertoets De digitale watertoets is uitgevoerd, zie bijlage 3. De uitgangspunten zijn toegezonden en in de bovenstaande waterparagraaf verwerkt. Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan het Wetterskip ter beoordeling en om het proces van de watertoets af te ronden. 4.5.4 Conclusie De watertoets is doorlopen en er spelen waterbelangen. Het plan volgt de normale procedure. Er is sprake van een toename van meer dan 1.500 m2 verhard oppervlak in het landelijk gebied. Hiervoor wordt waterbergingscompensatie aangelegd door de watergang ten zuiden van het plangebied te verbreden. De watergang inclusief verbreding heeft de bestemming ‘Water’ gekregen in het bestemmingsplan. In het kader van de benodigde watervergunning wordt de exacte omvang bepaald en vastgelegd.

4.6

Natuur

4.6.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.6.2 Betekenis voor het plan 4.6.2.1 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN , Natura-2000 gebied of een ander beschermd natuurgebied. Het plan zal geen directe effecten hebben op beschermde gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden geldt dat ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling moeten worden beoordeeld. Het dichtstbij gelegen Natura2000 gebied is het IJsselmeer op 7 kilometer. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Wel kan mogelijk een effect optreden wanneer er vanwege het plan sprake is van stikstofdepositie in een Natura-2000 gebied.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

23/36

Omgevingsaspecten

Stikstofdepositie berekening Om de stikstofdepositie in beeld te brengen is een berekening uitgevoerd met de Aerius calculator (‘Toelichting Aerius berekening (stikstofdepositie , werkzaamheden bouw nieuw transformatorstation Bolsward‘, Qirion, 27 november 2020, zie bijlage 4 . Bij een onderstation dat in gebruik is, is nauwelijks sprake van uitstoot van stikstof. Het gebouw wordt het overgrote deel van het jaar niet verwarmd en de verkeersbewegingen zijn te verwaarlozen. Tijdens de aanlegfase, bij het gebruik van materieel voor de bouw en installatie vindt in beperkte mate stikstofdioxide uitstoot plaats. Uit de berekening volgt dat er geen natuurgebieden zijn met een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Er kan worden geconcludeerd dat de gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. 4.6.2.2 Soortenbescherming Er is een natuurtoets uitgevoerd voor het nieuwe hoogspanningsstation van TenneT, waarbij ook de gronden van het nieuwe onderstation van Liander zijn onderzocht (‘Natuurtoets TenneT EU-204 / Bolsward’, Tauw, 12 juni 2020, zie bijlage 5. In deze paragraaf is alleen ingegaan op de resultaten die relevant zijn voor het plangebied van het onderstation. Aanvullend is een natuurtoets uitgevoerd voor het verbreden van de bestaande sloot vanwege de watercompensatie (‘Natuuronderzoek i.v.m.

Liander nieuwbouw in Bolsward, Tauw, 16 november 2020, zie bijlage 6). Locatie van het onderstation Het plangebied heeft door de openheid en weinig gelaagde vegetatiestructuur een lage ecologische waarde. Er zijn geen bomen of gebouwen in het plangebied die kunnen dienen als nestplaats voor vleermuizen of vogels. Het terrein dient als foerageergebied voor steenmarters, maar in de omgeving is genoeg vervangend foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op (het leefgebied van) steenmarter kunnen worden uitgesloten. Het terrein is marginaal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Wel is het plangebied potentieel geschikt als broedplaats voor verschillende weidevogels, als kuifeend, tureluur, kievit, krakeend en gele kwikstaart. De nesten van broedende vogels zijn beschermd als ze als broedlocatie in gebruik zijn. Vogels kunnen gedurende het hele jaar tot broeden komen en de kans is het grootst in de periode begin maart t/m eind augustus (reguliere broedseizoen . Voorafgaand aan de aanlegfase wordt op broedende vogels gecontroleerd. Deze verplichting volgt uit de zorgplicht van de Wet natuurbescherming. Aanleg watercompensatie Voor de waterbergingscompensatie wordt de watergang langs de Witmarsumerweg verbreed. Deze watergang is niet geschikt geacht als leefgebied voor de grote modderkruiper.

Het realiseren van de watercompensatie heeft geen invloed op grote modderkruiper. Ook is deze watergang ongeschikt als leefgebied voor de waterspitsmuis, vanwege de steile oevers en het ontbreken van ruige begroeiing. Negatieve effecten voor waterspitsmuis als gevolg van de graafwerkzaamheden zijn uitgesloten omdat de sloot ongeschikt is als leefgebied. Wel kunnen algemene amfibieën en algemene vissoorten voorkomen in de te verbreden watergang. Deze algemene soorten zijn beschermd onder de zorgplicht, wat betekent dat voor werkzaamheden aan de watergang maatregelen genomen moeten worden om het doden of verwonden zo veel mogelijk tegen te gaan. En bij het verbreden van de watergang voor watercompensatie moet zo veel mogelijk gewerkt worden in de minst kwetsbare periode voor amfibieën en vissen (de maanden september en oktober). 4.6.3 Conclusie Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van een beschermd natuurgebied zoals Natura2000 of NNN gebied. Ook blijkt uit de stikstofdepositieberekening dat er geen depositie optreedt op een Natura-2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Uit het soortenonderzoek blijkt dat de realisatie van het onderstation geen significante negatieve effecten heeft op beschermde soorten. Ook is geen nader onderzoek nodig voor de planontwikkeling. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

24/36

Omgevingsaspecten

De zorgplicht uit de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Gelet op het resultaat van het onderzoek dient met de bouw- en aanlegwerkzaamheden rekening te worden gehouden met mogelijke broedende vogels en met de mogelijke aanwezigheid van algemene amfibieën en algemene vissoorten in de watergangen. Ook dient tijdens de werkzaamheden voorkomen te worden dat er tussen zonsondergang en zonsopgang verstoring ontstaat voor vleermuizen door lichthinder. Hier is rekening mee te houden door verlichting zo af te stellen dat zij alleen op de bouwplaats zijn gericht.. Borging hiervan vindt plaats via de zorgplicht van de Wet natuurbescherming. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaat ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.7

Verkeer en parkeren

Het nieuwe onderstation heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie. Een onderstation is niet bemand en er vindt alleen af en toe controle en onderhoud plaats. In het kader van de realisatie van het hoogspanningsstation wordt een nieuwe inrit aangelegd die aansluit op de Witmarsumerweg. Op het terrein komt voldoende ruimte voor het parkeren bij onderhoudswerkzaamheden. Het plan leidt niet tot een waarneembare wijziging in de verkeersaantrekkende werking of in een verhoogde parkeerdruk in de openbare ruimte. Er is geen onderzoek nodig. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.8

Bedrijven en Milieuzonering

4.8.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Súdwest-Fryslân de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk en gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Milieucategorie 1 2

Richtafstand (rustige woonwijk 10 m 30 m

Richtafstand (gemengd gebied 0m 10 m

3.1 3.2

50 m 100 m

30 m 50 m

4.1 4.2

200 m 300 m

100 m 200 m

5.1 5.2

500 m 700 m

300 m 500 m

Bestemmingsplan Bolsward onderstation 110/20kV, Ontwerp

25/36

Omgevingsaspecten

5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009

4.8.2 Betekenis voor het plan De omgeving van het plangebied bestaat uit agrarisch gebied, bedrijventerrein, enkele woningen en de rijksweg A7. Het plangebied ligt in het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Het plan maakt de plaatsing van het nieuwe onderstation mogelijk met drie 80 MVA transformatoren. Een station met een transformatorvermogen van 240 MVA valt in milieucategorie 4.2 (elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 200 t/m 1.000 MVA, zie Tabel 2 . In de richtafstanden is geluid het meest bepalend, met een richtafstand van 200 m in gemengd gebied. Voor gevaar geldt een richtafstand van 50 m tot gevoelige functies. Hieronder is elk aspect beoordeeld.

Tabel 2: Milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009

Geluidhinder Binnen de richtafstand van 200 m voor geluid zijn meerdere woningen gelegen. Om de geluidbelasting van het onderstation op deze woningen te bepalen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (‘Onderzoek naar de geluidniveaus in de omgeving ten gevolge van het geprojecteerde 110/20 kV-station van Liander te Bolsward’, Peutz, 22 februari 2021). Het rapport is opgenomen als bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de dichtstbij gelegen woningen langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus kunnen optreden van ten hoogste 30 dB(A) in zowel de dag-, de avond- als de nachtperiode uitgaande van bedrijf met ten hoogste twee transformatoren. Hierbij is rekening gehouden met de toepassing van een toeslag van 5 dB voor het eventuele tonale karakter van het geluid. Niet uit te sluiten is dat, gelet op de omgeving, het geluid niet als tonaal kan worden waargenomen. Dit geldt dan met name voor de woningen binnen de geluidzone van industrieterrein "De Marne" (waar het 110 kV station overigens geen onderdeel van uitmaakt) en op korte afstand van de snelweg A7. Indien het geluid niet als tonaal wordt waargenomen gelden 5 dB lagere langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. In alle gevallen wordt voldaan aan de standaardgeluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit.

Beoordeling aspect gevaar In Tabel 2 is aangegeven dat er ook een hinderafstand vanwege gevaar is bij een elektriciteitsdistributiebedrijf. Deze afstand bedraagt 50 m. De afstand vanaf de grens van het plangebied tot de dichtstbijzijnde woonbestemming bedraagt 45 m. De dichtstbijzijnde woning is echter op 78 m gelegen. Het gevaar dat kan optreden is bij een mogelijke storing. Storingen ontstaan wanneer er in een transformator kortsluiting ontstaat. Van de vijfhonderd transformatoren in het net van Liander is er per jaar ongeveer één waar een storing optreedt. Door de keten van opeenvolgende veiligheidsmechanismen schakelt de transformator meteen uit. Eens per tien jaar komt het voor dat een transformator een dusdanige storing heeft dat hij zichtbaar kapot is. Zo’n destructieve storing is in de directe omgeving van de transformator te horen. De klap is het gevolg van de stalen behuizing die wordt ontzet. De behuizing is zo ontworpen dat hij gecontroleerd scheurt en niet uit elkaar barst. Het is niet mogelijk dat bij een destructieve storing stukken metaal of olie buiten de transformatorbox terecht komen. De olie die in dat geval uit de gescheurde behuizing loopt, wordt veilig opgevangen in de lekbak onder de transformator. Deze storing is wel hoorbaar, maar er is geen gevaar voor de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10253269/1