CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Ontwerpbestemmingsplan incl. beeldkwaliteitsplan

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan Harinxmaland en byldkwaliteitsplan Harinxmaland 2A25.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Duurzaamheid

• Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheid zijn onderdeel van de architectuur; pvpanelen en eventuele installaties worden geïntegreerd in het ontwerp • Er worden voorzieningen opgenomen in de gebouwen ten behoeve van het versterken van de lokale fauna. Bijvoorbeeld door het integreren van nestkasten voor vleermuizen en huismussen in gevels.

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

10 | 23

houten achtergevel voorgevel in baksteen

REFERENTIES NATUURSPELEN

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

REFERENTIES GEZAMELIJKE MOESTUIN

11 | 23

Welstandscriteria Deelgebied HL2A2 VRIJE SECTOR Plaatsing

• De woningen staan niet in een verplichte rooilijn. • De woningen zijn georiënteerd op de straat. • Woningen die met een zijgevel grenzen aan het water hebben een dubbele oriëntatie, georiënteerd op de openbare ruimte. • De woningen staan vrijstaand of twee onder één kap.

Hoofdvorm

• De woningen hebben een overwegend hoge gootlijn en zijn uitgevoerd in twee bouwlagen met een kap. • De kapvorm is vrij, m.u.v. piramidedaken, wolfseinden en (afge-)ronde kappen. • De gebouwen zijn kantig opgezet. • Aan- en uitbouwen/bijgebouwen liggen achter de hoofdvorm en/of zijn ondergeschikt en hebben een hoogte tot één bouwlaag of één bouwlaag met een kap.

Gevelbeeld

• • • •

Er is sprake van gerichtheid op de publieke/openbare ruimte. De gevel is uitnodigend en draagt bij aan de relatie met de straat. De geleding is sterk individueel. Er is specifiek aandacht voor kop- en zijgevels. Deze zijn voorzien van openingen in de gevels. • Aan- en uitbouwen/bijgebouwen zijn mee-ontworpen en ondergeschikt.

Materiaalgebruik

• Gevels zijn opgetrokken uit metselwerk of hout. • Metselverbanden en het formaat baksteen staat vrij. • Houten gevels hebben een natuurlijke uitstraling en hebben de oorspronkelijke kleur van het hout. • Dakbedekking in pannen, leien of riet. • De detaillering is eenvoudig tot sterk. • Materiaalgebruik van de aan- en uitbouwen is afgestemd op het hoofdmateriaal.

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

12 | 23

Welstandscriteria Deelgebied HL2A2 VRIJE SECTOR

Relatie met de openbare ruimte

• Erfafscheidingen worden in overeenstemming met het hoofdgebouw vormgegeven, waarbij materiaal, kleur en hoogte zorgvuldig zijn afgestemd op het ontwerp van het bouwwerk. • Op aan de openbare ruimte grenzende perceelsgrenzen zijn uitsluitend groene erfafscheidingen, bijvoorbeeld hagen, toegestaan, dit geldt zowel aan de voorzijde als de achterzijde van het perceel. • Erfafscheiding aan de zijde van de op de openbare ruimte georienteerde gevel zijn maximaal 100cm hoog en groen. • Erfafscheidingen, aanbouwen en bijgebouwen worden altijd achter de voorgevelrooilijn gerealiseerd, aan die zijde van het perceel dat niet grenst aan de openbare ruimte. • Oevers blijven vrij van hoge opgaande beplanting en schuttingen, vanaf de kavel is vrij uitzicht op het water. • Steigers zijn meeontworpen en sober vormgegeven. • De kavel is in het gebied gemeten 3 meter vanaf de waterkant, vrij van bebouwing, overkappingen en hoge zijdelingse erfafscheidingen; de zijdelingse erfafscheiding is hier maximaal 80 cm hoog en is groen, dit geldt ook voor zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte.

Duurzaamheid

• Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheid zijn onderdeel van de architectuur; pvpanelen en eventuele installaties worden geïntegreerd in het ontwerp • Er worden voorzieningen opgenomen in de gebouwen ten behoeve van het versterken van de lokale fauna. Bijvoorbeeld door het integreren van nestkasten voor vleermuizen en huismussen in gevels.

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

13 | 23

Welstandscriteria Deelgebied HL2A3 EXPERIMENTEEL WONEN Plaatsing

• • • •

De woningen staan niet in een verplichte rooilijn. Er is geen sprake van een verplichte oriëntatie. De woningen staan vrijstaand. De afstand tot de rand van het gebied en de onderlinge afstand tussen de woningen bedraagt minimaal 5 meter.

Maatvoering

• De voetprint bepaalt de maximale bouw- en goothoogte. • Bij een voetprint van maximaal 200m2, is één bouwlaag met een kap toegestaan. In dat geval is de bouwhoogte maximaal 7m, de goothoogte is maximaal 5m. • Bij een voetprint van maximaal 100m2, zijn twee bouwlagen plat mogelijk. In dat geval is de bouwhoogte maximaal 7m, de goothoogte is vrij. • Bij een voetprint van maximaal 50m2, zijn drie bouwlagen plat mogelijk. In dat geval is de bouwhoogte maximaal 10m, de goothoogte is vrij. • Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben een voetprint van maximaal 40m2. • Elke woning mag een privé buitenruimte (bijvoorbeeld vlonder of terras) aanleggen buiten het bouwvolume van maximaal 8 m2, de diepte hiervan mag ten hoogste 2,5 m bedragen; • Deze privé buitenruimte wordt direct aan het gebouw geplaatst en ligt aan de voor- of zijkant van de woning • Per woning wordt een (moes)tuintje van 20 m2 toegekend, direct aan het huisje. Hierin is geen verharding toegestaan. • Voor elk woning wordt 1 parkeerplaats aangelegd, daarnaast worden nog 3 parkeerplaatsen voor bezoekers in het totaal opgenomen;

Hoofdvorm

• De vorm van de woningen is vrij, in die zin dat wordt voldaan aan het bouwbesluit. • De kapvorm is vrij. • Aan- en uitbouwen/bijgebouwen zijn niet toegestaan; bergingen en opslagruimtes zijn onderdeel van het hoofdvolume.

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

14 | 23

Welstandscriteria Deelgebied HL2A3 EXPERIMENTEEL WONEN Gevelbeeld en materiaalgebruik

• Karaktervolle, duurzame en natuurlijke materialen, zoals hout/planken, leien, metalen platen (mits zorgvuldig toegepast) en glas. Hout, toegepast als gevelbekleding wordt in een zwarte kleur of naturel toegepast. Kunststof is uitgesloten. • Ingetogen kleuraccenten mogen, mits subtiel en ondergeschikt toegepast. • Maximaal kunnen er twee materialen toegepast worden in de gevel. • De kozijnen en puien bestaan uit hout. Een ander materiaal is mogelijk, mits dit de architectuur versterkt, gedacht wordt aan ranke aluminium kozijnen rondom grote glasopeningen. • Luiken kunnen toegepast worden, mits deze kloek toegepast worden en ook functioneel gebruikt kunnen worden (niet historiserend).

Relatie met de openbare ruimte

• Er is sprake van een sterk collectieve uitstraling van het terrein, waarbij de woningen als solitaire elementen in het landschap staan. • Erfafscheiding worden minimaal toegepast, daar waar wenselijk is een erfafscheiding mogelijk in aansluiting op de woning, van maximaal 100cm hoog en groen, bouwkundige erfafscheidingen zijn uitgesloten.

Duurzaamheid

• Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheid zijn onderdeel van de architectuur; pvpanelen en eventuele installaties, worden geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. • Er worden voorzieningen opgenomen in de gebouwen ten behoeve van het versterken van de lokale fauna. Bijvoorbeeld door het integreren van nestkasten voor vleermuizen en huismussen in gevels.

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

15 | 23

Richtlijnen Deelgebied HL2A4 VOORZIENINGENCLUSTER Plaatsing

• De gebouwen aan de zuidzijde zijn nadrukkelijk gericht op de rotonde / entree van de wijk. • Het voorzieningencluster vormt de markering van de entree van de wijk; de bebouwing als totaal draagt hier aan bij, door architectuur, uitstraling, en positionering. Deze markering kan worden versterkt door een bebouwingsaccent in de zuidoosthoek van het gebied. • Gebouwen worden geplaatst binnen het voorzieningencluster met een nadrukkelijke oriëntatie van de gebouwen naar de buitenkant van het gebied en de openbare ruimte in het gebied.

Hoofdvorm

• De bebouwing bestaat uit maximaal drie bouwlagen met een kap. • De kapvorm is vrij, m.u.v. piramidedaken, wolfseinden en (afge-)ronde kappen. • De gebouwen zijn kantig opgezet en hebben een individueel karakter.

Gevelbeeld

• De gevel is uitnodigend en draagt bij aan de relatie met de straat. • De bebouwing heeft een alzijdige uitstraling, de gebouwen hebben geen (zichtbare) achterkant. • Reclame-uitingen zijn ondergeschikt aan het gevelbeeld en meeontworpen met het gebouw.

Materiaalgebruik

• Gevels zijn opgetrokken uit metselwerk, hout, glas en/ of staal. • Metselverbanden en het formaat baksteen staat vrij. • Houten gevels hebben een natuurlijke uitstraling en de oorspronkelijke kleur van het hout.

Relatie met de openbare ruimte

• Er is sprake van gerichtheid op de publieke/openbare ruimte, er is geen sprake van erfafscheidingen, alleen wanneer gezien de functie niet anders mogelijk is. In dat geval is de erfafscheiding groen, of meeontworpen als onderdeel van het gebouw. • Locaties voor het laden en lossen zijn meeontworpen en sober vormgegeven.

Duurzaamheid

• Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheid zijn onderdeel van de architectuur; pvpanelen en eventuele installaties worden geïntegreerd in het ontwerp • Er worden voorzieningen opgenomen in de gebouwen ten behoeve van het versterken van de lokale fauna. Bijvoorbeeld door het integreren van nestkasten voor vleermuizen en huismussen in gevels.

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

16 | 23

26 26

Richtlijnen Groen / Ontmoeten

Ivig

eL

ea

ne

30

Openheid naar buitengebied Bomen inheems geen beplanting

Noordelijke groene as Zicht op water, alleen bomen voorkeur inheems

Ivige

Lean

e

Oerdy

k

Ivig

eL

ea

Hee rke Tjep kes stra at

ne

28/1-28/2 28/1-28/2

Wop k

esh

of

Ontmoeten recreëren Spelen bewegen ongedwongen Bomen en struiken exoot toegestaan Beide zijden aansluitend (enige herhaling)

Open zichtlijn Bomen inheems Eiland verblijf

Evert

Stevig groen conform fase 1 B Eventueel clusteren aangepast aan functie

ahof aersm Hille H

Egberts straat

Pier

Hylck esho

f

Binnentuinconcept Spelen en verblijf Bomen exoot toegestaan en buurtakkers (alternatief is natuurlijke beplanting) 51 50

52 52

Evert

55 55

49 49

Egber

tsstra

at

20

Stads

rondw

21

eg-Noo

rd

58 58

46 46

Dekking natuurlijke beplanting met bomen inheems

59 59 60

61

62 62

45 45

Stads

rondw

Evert

4-4c 4-4c

Egber ts

Stevig groen conform fase 1 Bomen met struiklaag afscherming zicht rondweg

2 6

straat

26 26

12-12a 12-12a

eg-Noo

19

29 29 38 38

16 15

37 37

34 34

rd

14

33 33

Evert Eg

13 12

bertsst

raat

9

ro

m

11 10 11 10

5

3

5

ste

11 11

6 9

8-8a 8-8a

3 2

10 10

5 10 10

8

11 11

Oo

ste

7

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022 62 62

6

12

9

4 3

11 11 60

ro

m

17 | 23 ste rom

Oo

66 66

17

39 39

4

Oo

7

9

65 65

18 40

32 32 Westereems

64 64

25 25

43 43

10-10a 10-10a

63 63

24 24

44 44

0

20

40

schaal 1:2000 / A3 Koeri

erste

rs

120

160

200m

8

7

6

5

4

3

Openbare ruimte Richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte • Bij de inrichting van de openbare ruimte is er aandacht voor maatregelen tegen hittestress en het vasthouden van regenwater • De keuze voor planten, struiken en bomen is gericht op het vergroten van biodiversiteit; een variatie in soort, bloeiwijze en leeftijd wordt nagestreefd • De openbare ruimte wordt zo ingericht dat ze aantrekkelijk is voor de voetganger, met aandacht voor groen en bomen. • Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met maatregelen voor klimaatadaptie; een groene inrichting draagt bij aan het verminderen van hittestress en het vasthouden van regenwater. • De keuze voor planten, struiken en bomen is gericht op het vergroten van biodiversiteit; een variatie in soort, bloeiwijze en leeftijd wordt nagestreefd. • Voor het inrichten van de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van het “Kwaliteitshandboek inrichting openbaar groen Sudwest -Fryslan”

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

18 | 23

Duurzaamheid • Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn onderdeel van de architectuur; pv-panelen en eventuele installaties worden geïntegreerd in het ontwerp • Er worden voorzieningen opgenomen in de gebouwen ten behoeve van het versterken van de lokale fauna. Bijvoorbeeld door het integreren van nestkasten voor vleermuizen en huismussen in gevels.

| Beeldkwaliteitplan | Harinxmaland Fase 2 - Sneek | 10-11-2022

19 | 23

BIJLAGE: civieltechnische profielen

O-SNE-085-Dp Concept dwarsprofielen wegen en water.dgn 10-6-2022 13:16:39

O-SNE-085-Dp Concept dwarsprofielen wegen en water.dgn 10-6-2022 13:17:35

Bijlage 2

77/906

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

SNEEK - HARINXMALAND FASE 2A1 Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling 31 janauari 2023

1/20

DATUM 31 januari 2023 KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER Gemeente Sudwest-Fryslân PROJECTNUMMER 20211164

2/20

INHOUD 1.

2.

3.

4. 5.

3/20

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 4

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en kenmerken van het plan

5

2.1 2.2

Plaats van het plangebied Kenmerken van het project

5 9

Kenmerken van de milieueffecten

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie

11 11 12 12 12 13 14 15

Mitigerende maatregelen en conclusie Bijlagen

16 17

5.1 5.2 5.3 5.4

17 18 19 20

Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bodemonderzoek Memo stikstof Ecologische quickscan

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Aan de noordzijde van Sneek wordt de woonwijk Harinxmaland ontwikkeld. De basis voor deze wijk is de 'Structuurvisie 2020 Sneek en Wymbritseradiel Noord'. Het nieuwe woongebied Harinxmaland wordt gefaseerd ontwikkeld waarbij binnen het voorliggende document wordt het deel ‘fase 2A1’ ontwikkeld. Deze worden in opdracht van de gemeente SúdwestFryslân ontwikkeld. Voor het realiseren van de plannen is het opstellen van een nieuw juridisch-planologisch kader noodzakelijk. Hiervoor wordt een bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in categorie D (sectie D 11.2) opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 of meer woningen of een oppervlakte van 100 hectare of meer. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder deze drempelwaarden (80 woningen). Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● ● ●

4/20

beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PLAN 2.1

Plaats van het plangebied

Het plangebied ligt ten oosten van de spoorlijn Leeuwarden - Sneek. Tussen de Stadsrondweg Noord en de Ivige Leane. De ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Ligging plangebied

Centraal door het plan is een brede watergang aangelegd, die een deel van de woningen via het water ontsluit. De watergang sluit aan op De Swette. Dit is een belangrijke historische vaarwatergang, die deel uitmaakt van de Elfstedenroute. De wijk wordt in verschillende fasen ontwikkeld, waarbij de ontwikkelingsrichting van oost (met De Swette als begrenzing) naar west is. Het deel ten oosten van de spoorlijn Sneek – Leeuwarden, hoort allemaal bij de eerste ontwikkelingsfase van Harinxmaland. Dit gebied is gefaseerd tot ontwikkeling gebracht. Nu wordt verder naar het oosten, aan de andere kant van de spoorlijn de volgende fases gerealiseerd. Zie figuur 2.2 voor een luchtfoto van het plangebied.

Figuur 2.2 luchtfoto plangebied

5/20

Vigerend bestemmingsplan ‘’Harinxmaland’’ Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Harinxmaland, dat door de raad is vastgesteld op 28 februari 2006 en door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd op 20 juni 2006. In dit bestemmingsplan zijn globaal de planologische en juridische kaders voor de woonuitbreiding aangegeven. Het heeft hierin de bestemming 'Woondoeleinden - Uit te werken woondoeleinden'. De gronden met deze bestemming zijn onder andere bestemd voor woondoeleinden, bepaalde soorten bedrijvigheid en voorzieningen. Hiervoor is een uitwerkingsplicht opgenomen. Zie figuur 2.3 voor de ligging van het plangebied met het vigerend bestemmingsplan Harinxmaland.

Figuur 2.3 Ligging plangebied met geldend bestemmingsplan Harinxmaland

Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Sneekermeergebied betreft 3,6 km en de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN -gebied bedraagt 2,9 km, zie figuren 2.4 en 2.5.

6/20

Figuur 2.4 Plangebied en ligging van Natura 2000 gebieden (aerius.nl)

Figuur 2.5 Plangebied en ligging Natuurnetwerk Nederland (atlasleefomgeving.nl)

7/20

Archeologie Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van het gemeentelijk beleid bepaald. De gemeente volgt hiertoe de provinciale Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). In het plangebied is volgens de FAMKE sprake van een archeologische verwachting voor zowel de steentijd-bronstijd als de ijzertijd-middeleeuwen. Voor eerstgenoemde periode is bij bodemverstoring vanaf 40 cm vanaf 5000 m2 in principe archeologisch onderzoek noodzakelijk en voor de tweede periode gaat de onderzoeksplicht gelden bij ingrepen vanaf 500 m2. Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen in de veenrandzone die ook wel bekend staat als het klei-op-veenlandschap. De zone strekt zich voornamelijk uit aan de zuidkant van de Marne- en Middelzeeslenk en raakte al bewoond in de Late IJzertijd en de Romeinse tijd. Om wateroverlast tegen te gaan begon men aan het einde van de 12e eeuw met de aanleg van een reeks binnenpolders ten zuiden van de Marne- en de Middelzeepolders. Het plangebied is gelegen in de zogenaamde Scherhempolder. De (deels) verdwenen dijken liggen buiten het plangebied. Er is hier sprake van een onregelmatige historische blokverkaveling. Uit de CHK en Landschapsbiografie blijkt verder dat er sprake is van een inmiddels verdwenen boerderijplaats.

De indeling van de boerderijplaats wordt duidelijk op de kadastrale kaart uit 1832, waarop zichtbaar is dat de voormalige boerderij zich bevindt vlak buiten het plangebied (zie figuur 2.6). Dit betreft vindplaatsnummer 18, die nog nader gewaardeerd moet worden bij daadwerkelijke bodemingrepen. Zoals hierboven beschreven ligt een deel van deze vindplaats in het plangebied (circa 215 m2) en wordt deze beschermd middels een dubbelbestemming Waarde-archeologie 1.

Figuur 2.6 Uitsnede van de kadastrale kaart van 1832 geprojecteerd op de huidige topografie

8/20

2.2

Kenmerken van het project

Voor de realisatie van de woonwijk Harinxmaland Fase 2A is een stedenbouwkundig plan opgesteld voor het totaalplan. De verschillende deelfasen (2A1 tot en met 2A4) vormen hiervan een uitwerking. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van de voorliggende fase 2A1. Dit is nader beschreven in het beeldkwaliteitsplan, dat is opgenomen in Bijlage 1. Zie figuur 2.7 voor het ontwerp van Harinxmaland.

Figuur 2.7 Ontwerp plangebied (beeldkwaliteitsplan)

Fase 2A1 Fase 2A1 bestaat uit een woningbouwprogramma van 80 woningen waarvan 42 sociale huurwoningen en 38 woningen in het lagere segment voor starters. Deze rijwoningen zijn georiënteerd op de straten rondom en staan in een vaste rooilijn. De zuidelijke rijwoningen vormen de representatieve rand van de wijk aan de Rondweg Noord. Aan de achterzijde van de woningen is er aandacht voor de overgang naar de semi-openbare groenruimte binnen het bouwblok. Het doel is om een groen- en waterrijk nieuw woongebied te realiseren. In de voorliggende fase 2A1 is dan ook veel groene openbare ruimtes voorzien. De randen langs wegen worden groen ingekleed en in het midden van de semi-openbare ge-

9/20

bied tussen de woningen wordt groen ingericht. Ook wordt in het centrale middengedeelte een speelplek ingericht. Hiervan vindt in een latere stadium een nadere uitwerking plaats. In figuur 2.7 is fase 2A1 te zien ten zuiden van het gebied, binnen dit figuur benoemd als ‘Deelgebied 2A1’. Overige fases buiten beschouwing van de vormvrije m.e.r.-beoordeling De overige fases maken geen direct deel uit van deze vomvrije m.e.r.-beoordeling en worden daardoor kort beschreven. Deelgebied 2A2 bestaat uit verschillende woonvelden, gescheiden door groen en water. 2A2 biedt ruimte aan in totaal 40 woningen. In deelgebied 2A3 wordt het experiment opgezocht door 40 experimentele woningen mogelijk te maken, bijvoorbeeld in collectief particulier opdrachtgeverschap, kangeroewoningen of tiny houses. Deelgebied 2A4 bestaat uit het voorzieningencluster. Binnen dit cluster wordt detailhandel mogelijk gemaakt, in de vorm van een (buurt)supermarkt of buurthuis. De gebouwen in deze zone zijn alzijdig georiënteerd en van hoogwaardige architectonische kwaliteit. Dit bebouwing in dit deelgebied markeert de hoofdentree van de wijk. Verkeer en parkeren Verkeergeneratie Voor het project wordt uitgegaan van gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen.

Op basis van 80 woningen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 549 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 2.1. De verkeersgeneratie op basis van de CROWkentallen is deels gebaseerd op de omgevingseigenschappen van de locatie en de directe omgeving. De gemeente SudwestFryslân betreft een ‘weinig stedelijke gemeente’ en de locatie ligt in ‘de rest van de bebouwde kom. Tabel 2.1 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling.

Ontsluiting De ontsluiting van de wijk vindt plaats op de Stadsrondweg Noord. Bij het ontwerpen van de infrastructuur van de wijk is rekening gehouden met de invulling van het plangebied. Parkeren De parkeergelegenheid is vastgelegd in het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan (GVVP). Er wordt in het GVVP niet ingegaan op normen en aantallen. Hiervoor heeft de gemeente de 'Parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018' vastgesteld. Voor woningen in het goedkope/sociale segment (< € 150.000 of woonoppervlak < 100 m2) geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woning. De parkeernorm is inclusief bezoek, alleen bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken kan er 0,3 parkeerplaats per woning worden geëist als de parkeernorm door middel van alleen opritten op eigen terrein opgevangen wordt.

10/20

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN 3.1

Verkeer en parkeren

Verkeer In hoofdstuk 2.2. is beschreven wat veranderingen voor de verkeersgeneratie, de ontsluiting en parkeerwens van de beoogde ontwikkeling is. De toename aan verkeersgeneratie bedraagt maximaal 549 mvt/etmaal. De bestaande ontsluiting in de omgeving zal het extra verkeer zonder problemen kunnen afwikkelen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Parkeren De parkeernorm, zoals beschreven in paragraaf 2.2 is als uitgangspunt gehanteerd voor de invulling van het plangebied en is gewaarborgd in de regels van het bestemmingsplan. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.2

Geluid

Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren en de provinciale weg N354 (Stadsrondweg Noord). Om die reden is door Rho adviseurs een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege (spoor)wegverkeerslawaai uitgevoerd, dit is onderzoek is opgenomen in de bijlage (31 maart 2022, 20211164). Wegverkeerslawaai Uit de wegverkeerslawaaiberekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Stadsrondweg Noord hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB (zie figuur 3.1). De hoogste berekende waarde bedraagt Lden = 57 dB op de aan de Stadsrondweg Noord gelegen bouwblokken. De maximale ontheffingswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden, zodat het plan zonder meer worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wgh. Wel is het vaststellen van hogere waarden nodig.

Figuur 3.1 Overzicht van de berekende geluidbelasting van de Stadsrondweg Noord .

11/20

Spoorweglawaai De geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai bedraagt ten hoogste Lden = 54 dB op de oostzijde van het plan, waarmee de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai van Lden = 55 dB (woningen) niet wordt overschreden. Het onderzoek concludeert dat de woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluid hinder. Een hogere waarde procedure dient te worden doorlopen vanwege de geluidsbelasting van de Stadsrondweg Noord.

3.3

Luchtkwaliteit

De beoogde ontwikkeling maakt de realisatie van 80 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Stadsrondweg Oost, direct ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 10,3 µg/m³ voor NO2, 13,6 µg/m³ voor PM10 en 6,5 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.4

Externe veiligheid

De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen gelegen. Verder worden binnen of in de nabije omgeving van het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg, het water, het spoor of door buisleidingen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten.

3.5

Bodem

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd door WSP NEDERLAND B.V met als doel na te gaan of er sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater(verkennend (water)bodemonderzoek, 8 juni, SOL018897). Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2. Op grond van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een bodemverontreiniging van betekenis en de onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen. Wel gelden er wettelijke beperkingen bij het verplaatsen en elders toepassen van grond. Derhalve wordt aanbevolen bij grondverzet zoveel mogelijk grond op de locatie te hergebruiken. Indien bij eventuele graafwerkzaamheden op deze locatie grond vrijkomt, die elders zal worden hergebruikt, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

12/20

3.6

Water

Bij de beoogde ontwikkeling neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m² onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m² in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteert het Wetterskip de volgende compensatienorm: ● boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● polder 10%. Bij dit project zullen de nieuwe woningen en bijbehorende voorzieningen zorgen voor extra verharding. Ook zullen enkele bestaande watergangen worden gedempt. Voor de realisatie van het plangebied fase 2A (toekomstperspectief) en de eerste deelfase 2A1, heeft afstemming plaatsgevonden met het Wetterskip. Compensatie voor de eerste fase wordt gerealiseerd door het aanleggen van extra waterpartij welke wordt aangesloten met een duiker. Ook wordt een verbindingssloot aangelegd. Zie hiervoor figuur 3.2, waarop de afspraken met het Wetterskip zijn weergegeven.

Figuur 3.2 Overzicht afspraken watercompensatie

De precieze capaciteit/diameter van die duiker wordt nog bepaald door het Wetterskip en bij de gemeente aangegeven. Bij de aanvraag van de watervergunning zal dit definitief worden vastgelegd. In de latere fases wordt meer water aangelegd voor het wonen aan het water, zie hiervoor figuur 3.3 waarin het voorlopige ontwerp te zien is van plangebied fase 2A.

13/20

Figuur 3.3 Ontwerp volledige plangebied.

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Ten behoeve van de ontsluiting en wegen van de nieuwe woonwijk zal een aansluiting gemaakt worden op de rotonde waarbij de hoofdwatergang wordt gepasseerd. Daarnaast worden sloten gedempt. Voor beschreven werkzaamheden zal een watervergunning worden aangevraagd.

3.7

Ecologie

Gebiedsbescherming Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is het plangebied geen onderdeel van natura 2000 of het Natuurnetwerknederland. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied wat stikstofgevoelig is betreft Alde Faenen (15,9 km). Voor de voorgenomen ontwikkeling is een stikstofberekening uitgevoerd, zie bijlage 3. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat voor de gebruiksfase en aanlegfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Significant negatieve effecten op

14/20

beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. De Wet Natuurbescherming en het beleid van de provincie Friesland staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg. Soortenbescherming Voor het planvoornemen is ter plaatse een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hieronder worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Het gehele rapport is opgenomen in bijlage 4. Algemene soorten De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van de ree, vos, haas, konijn, marterachtigen en diverse algemene (spits)muis-, amfibieën- en vissensoorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Vleermuizen Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uit te sluiten. Het plangebied vormt in geringe mate geschikt foerageergebied. Essentieel foerageergebied is echter uit te sluiten. Te meer gezien de ligging in een groene omgeving. Om eventueel aanwezig foerageergebied functioneel te houden en verstoring te voorkomen dienen twee maatregelen in acht te worden genomen: ● Werkzaamheden uitsluitend overdag uitvoeren (m.n.

in actieve periode van vleermuizen- april t/m november); ● Aanwezige straatverlichting en eventuele extra verlichting rond bebouwing voorzien van niet uitstralende armaturen Grote modderkruiper Nader onderzoek is noodzakelijk om de aanwezigheid van de soort aan te tonen dan wel uit te sluiten. Hieruit zal blijken of het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming nodig is. Er geldt geen vrijstelling voor ontheffingsverplichting vanuit de gedragscode soortenbescherming voor gemeenten. Wel zijn hier voorwaarden en werkwijzen in opgenomen die moeten worden opgevolgd wanneer de soort wordt aangetroffen in het vervolgonderzoek. Vogels met jaarrond beschermde nesten In het plangebied zelf zijn geen (potentiële) nesten aangetroffen met een jaarrond beschermde functie. In de directe omgeving kunnen echter nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten worden bezet waar in de uitvoering rekening mee dient te worden gehouden. Hierbij dient de verstoringsafstand in acht te worden genomen om verlating van het nest of verstoring van jongen te voorkomen.

3.8

Cultuurhistorie en archeologie

De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelige effecten op de archeologische en cultuurhistorische elementen binnen het plangebied. Aanwezige en verwachte cultuurhistorische en archeologische waarden worden wanneer nodig beschermd door middel van een dubbelbestemming. Nadere onderzoeken zijn niet nodig. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de cultuurhistorische waarde van de omgeving. In alle gevallen blijft de archeologische meldingsplicht van toevalvondsten van kracht (artikel 5.10, lid 1 Erfgoedwet). Concreet houdt dit in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente.

15/20

4. MITIGERENDE MAATREGELEN EN CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leid het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits de onderstaande mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk. Mitigerende maatregelen :

● ● ●

●

16/20

Geluid; een hogere waarde procedure dient te worden doorlopen vanwege de geluidsbelasting van de Stadsrondweg Noord. Ecologie; nader onderzoek naar aanwezigheid grote modderkruiper. Ecologie; om eventueel aanwezig foerageergebied functioneel te houden en verstoring te voorkomen dienen twee maatregelen in acht te worden genomen: Werkzaamheden uitsluitend overdag uitvoeren (m.n. in actieve periode van vleermuizen- april t/m november); Aanwezige straatverlichting en eventuele extra verlichting rond bebouwing voorzien van niet uitstralende armaturen Water: water compensatie dient nader uitgewerkt te worden Er worden sloten gedempt. Voor beschreven werkzaamheden zal een watervergunning worden aangevraagd.

5. BIJLAGEN 5.1

17/20

Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai

HARINXMALAND FASE 2A1SNEEK Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai 30 januari 2023

1

DATUM KENMERK

30 januari 2022 _

PROJECT PROJECTLEIDER

Sneek, Harinxmaland fase 2A1 (BP) ing. E.A. Oude Wesselink

OPDRACHTGEVER Gemeente Sudwest-Fryslân PROJECTNUMMER 20211164 AUTEUR STATUS

2

Rients Koster Definitief

INHOUD 1. 2. 3.

4.

5.

6.

INLEIDING PLANBESCHRIJVING TOETSINGSKADERS GELUID

4 4 5

3.1

Wegverkeerslawaai 3.1.1 Algemeen 3.1.2 Nieuwe situaties 3.1.3 30 km-wegen

5 5 6 6

3.2 3.3

Railverkeerslawaai Cumulatie

6 7

BEREKENINGEN

7

4.1 4.2 4.3 4.4

7 7 8 8

Rekenmethoden Uitgangspunten gemeentelijke wegen Spoorlijn Leeuwarden-Stavoren Rekenmodel

BEREKENINGSRESULTATEN

10

5.1 5.2 5.3 5.4

10 11 11 11

Wegverkeer Stadsrondweg Noord Wegverkeer Ivige Leane Spoorlijn Leeuwarden-Stavoren Cumulatieve aspecten

BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE/BEOORDELING

12

6.1 6.2 6.3 6.4

12 13 13 13

Wegverkeerslawaai Spoorweglawaai Cumulatie weg/spoor Samenvattend

BIJLAGEN 1

BEGRIPPEN

2

INVOERGEGEVENS GEMEENTELIJKE WEGEN

3

BEREKENINGSRESULTATEN

3

1. INLEIDING De gemeente Súdwest-Fryslân wil de volgende fase van het woongebied Harinxmaland te Sneek gaan realiseren. Er is sprake van een gefaseerde ontwikkeling in meerder delen, waarbij met de voorliggende ontwikkeling het eerste deel (fase 2A1) wordt ontwikkeld. Deze fase ligt ten westen van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren en ten oosten van het Harinxmapark. Het voornemen is om 80 grondgebonden woningen te realiseren, waarvan 42 sociale huurwoningen en 38 starterskoopwoningen. Middels een nieuw op te stellen bestemmingsplan wordt de ontwikkeling planologisch-juridisch geregeld. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren en de provinciale weg N354 (Stadsrondweg Noord). Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege (spoor)wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.

2. PLANBESCHRIJVING Voor de eerste fase van het woongebied ten westen van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren wordt alleen de eerste fase 2A1 concreet uitgewerkt met bouwvlakken en de toekomstige inrichting. Het concept stedenbouwkundig plan voor het hele gebied is gegeven in figuur 2.1. De verbeelding van het bestemmingsplan fase 2A1 is gegeven in figuur 2.2 voor het binnen de rode lijn van figuur 2.1 gegeven gebied. Figuur 2.1: concept stedenbouwkundig plan Harinxmaland ten westen van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren

4

Figuur 2.2: verbeelding bestemmingsplan Harinxmaland fase 2A1

3. TOETSINGSKADERS GELUID 3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1 Algemeen Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. Tabel 3.1:

schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken

5 of meer 3 of 4 1 of 2

buitenstedelijk gebied 600 400 250

breedte van de geluidzone [m] stedelijk gebied 350 350 200

In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

-

5

stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • • •

4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.

De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld. 3.1.2 Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor fase 2A van het Harinxmaland geldt dat het plangebied binnen de zone van de Stadsrondweg Noord is gelegen en dat er sprake is van een binnenstedelijke situatie.

De maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB. 3.1.3 30 km-wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.

3.2

Railverkeerslawaai

In het Besluit Geluidhinder van 1 juli 2012 is het wettelijk kader van geluidhinder vanwege spoorwegen opgenomen. Op grond van artikel 1.4a is de zonebreedte van de trajecten in Nederland vastgesteld. Deze zonebreedte is afhankelijk van het vastgestelde geluidproductieplafond (hierna GPP). Deze GPP’s zijn op 1 juli 2012 door een wetswijziging van de Wet milieubeheer voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. GPP’s zijn berekende waarden op referentiepunten en stellen een heldere grens over de toelaatbare hoeveelheid geluid en voorkomen een onbelemmerde groei van het geluid door toenemend verkeer. Deze referentiepunten liggen om de 100 meter op 4 meter boven lokaal maaiveld, op een vaste afstand van

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790335/1