Bijlage - Ontwerpbestemmingsplan Exmorra - Keatsmorra
Tekst van het document
4.2 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
4.3 Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %.
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 14 van 21
De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in navolgend overzicht: Tabel 4.2: Weergave concentratieniveaus en toetsuitslag
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
2001-2002-2018
Weergave bijlage 5 * *** (v)
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 15 van 21
4.4 Milieuhygiënische kwaliteit grond Tabel 4.3: Weergave concentratieniveaus en toetsuitslag
Mp. 2, 3 en 5 t/m 8 Mp. 1, 4 en 10 t/m 14
Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5
Bovengrond Bovengrond
Gehalten in mg/kg d.s. en toetsing -
Mp. 15 en 16
0,0 – 0,3
Bovengrond, matig puin
Kobalt; 8,2, PAK; 1,6
Mp. 1
1,0 – 2,0
Ondergrond
-
Mp. 2 en 3
0,5 – 1,5
Ondergrond
-
Grondmonster
Motivatie
Uit tabel 4.3 blijkt het volgende. In de zintuiglijk matig puin houdende bovengrond van de meetpunten 15 en 16 overschrijden de gehalten aan kobalt en PAK de achtergrondwaarden. Deze gehalten houden waarschijnlijk verband met (gehalten in) de waargenomen puinbijmenging. In de overige mengmonsters van de zintuiglijk niet verontreinigde boven- en ondergrond zijn geen geen gehalten aan de onderzochte parameters zijn gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
4.5 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater Tabel 4.4: Weergave concentratieniveaus en toetsuitslag
Grondwater-monster Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 1,3 – 2,3
Motivatie
Gehalten in µg/l en toetsing
Grondwater
Barium; 180, kobalt; 40, nikkel; 67, zink; 120
Uit tabel 4.4 blijkt het volgende. In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijden de gehalten aan barium, kobalt, nikkel en zink de streefwaarden. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. De bij voorgaand onderzoek in het grondwater aangetoonde licht verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten zijn bin het onderhavige onderzoek niet opnieuw aangetoond. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten zijn beïnvloed door de beluchting en/of de troebelheid van de grondwatermonsters.
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 16 van 21
5. Veldwerkzaamheden asbestonderzoek 5.1 Visuele inspectie maaiveld 5.1.1
Algemeen
Het maaiveld is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal.
5.1.2
Resultaten veldwerkzaamheden
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 11 juli 2018. De waarnemingen die zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5.1 Visuele inspectie maaiveld
Omschrijving Inspecteur Weersomstandigheden Conditie maaiveld Inspectie efficiëntie Asbestverdacht materiaal waargenomen
Motivering M. Polling Droog, zicht > 50 meter, Volledig begroeid met gras 0% Nee
Uit tabel 5.1 blijkt het volgende. Gezien de aanwezige begroeiing is het uitvoeren van de maaiveldinspectie conform de norm niet mogelijk. Wel is bij de visuele inspectie ter plaatse zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de begroeiing met gras aangetroffen. De inspectie-efficiëntie is hier lager dan 50 %; derhalve is de waarde van de maaiveldinspectie onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de toplaag. De onderzoekshypothese (zie paragraaf 2.8) is daarom niet aangepast.` Bij de maaiveldinspectie merken wij het volgende op. Tijdens de uitvoeing van het asbestonderzoek was de begrenzing van de in de bodem aanwezige puinlaag, als gevolg van de droogte aan het maaiveld zichtbaar.
5.2 Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag 5.2.1
Algemeen
Met behulp van een kraan zijn er verspreid over het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie Circa 1.000 m2) zes sleuven (nrs. SL1 t/m SL6) gegraven tot de ongeroerde ondergrond. Voor de diepere ondergrond vanaf 0,5 meter m-mv is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. Hierbij merken wij op, dat ten opzichte van de oorspronkelijke opzet één sleuf extra is gegraven, (SL6) teneinde de (aan het maaiveld zichtbare) begrenzing van de puinlaag te verifiëren. In verband met de droogte zijn, teneinde veilig te kunnen werken de sleuven bevochtigd met water uit een naastgelegen sloot. De bemonstering van de grond is uitgevoerd volgens hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie” uit de NEN 5707:2015. De gehele inhoud van de sleuven, is per uitgegraven laag van 10 cm gezeefd over een 20 mm zeef. Het grove materiaal op de zeef is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal.
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 17 van 21
De asbestverdachte materialen in de grove fractie zijn, indien aanwezig, per inspectieputje bemonsterd middels handpicking en gewogen met behulp van een digitale weegschaal. De waarnemingen van de boormeester asbest zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5.2 Visuele inspectie diepere bodemlaag
Omschrijving Conditie materiaal Bijmengingen Inspectie efficiëntie Asbestverdacht materiaal waargenomen
Motivering klei Plaatselijk een laag menggranulaat en zwakke bijmenging met metselpuin 100 % Ja, sleuf 3; 1 stuk buis
De afmetingen van de sleuven en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in de navolgende tabel beschreven: Tabel 5.3 Sleuven
Inspectiesleuf
Afmeting (l x b x d) in m
Diepte
SL1
2,40 x 0,35 x 0,60
0,0-0,10 0,10-0,60
Inpectieefficientie 100% 100%
Hoeveelheid stukjes en gewicht n.w. n.w.
NVT NVT
100% 100% 100%
n.w. n.w. n.w.
NVT NVT NVT
SL2
2,35 x 0,35 x 0,60
0,60-1,10 0,0-0,10 0,10-0,60
SL3
2,35 x 0,35 x 0,60
0,60-1,10 0,0-0,10 0,10-0,60
100% 100% 100%
SL4
2,40 x 0,35 x 0,50
SL5
2,30 x 0,35 x 0,50
SL6
2,30 x 0,35 x 0,50
0,60-1,10 0,0-0,50 0,50-1,00 0,0-0,50 0,50-1,00 0,0-0,50 0,50-1,00
100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
Soort
n.w. NVT n.w. NVT 1 st.; 83 gram buis n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w.
NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT
Overige bijmengingen (massa %) graszode Volledig menggranulaat Geen graszode Volledig menggranulaat Geen graszode Volledig menggranulaat Geen Geen Geen 1-5 % metselpuin Geen 1-5 % metselpuin Geen
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.3 blijkt dat er in het uitkomende materiaal uit sleuf nr. SL3 één stukje asbestverdacht materiaal is waargenomen. In het uitkomende materiaal uit de overige sleuven zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Voor het overige is ter plaatse van de sleuven nrs. SL1, SL2 en SL3 alleen de, volledig uit menggranulaat bestaande, afgedekte halfverhardingslaag in de bodem laag waargenomen. Ter plaatse van de sleuven nrs. SL5 en SL6 zijn lichte bijmengingen met metselpuin in het uitgegraven materiaal waargenomen.
5.3 Afwijkingen onderzoeksopzet Tijdens de werkzaamheden hebben er geen afwijkingen plaats gevonden met betrekking tot de gehanteerde onderzoeksopzet en protocol.
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 18 van 21
6. Asbest analyses 6.1
Analysemonsters
De hieronder vermelde grond, puin- en materiaalverzamelmonstersmonsters zijn ter analyse vezelonderzoek ACMAA Laboratoria BV te Deurningen. Tabel 6.1 Analysemonsters en analyses
Monster
Diepte (m-mv)
Fractie
Hoeveelheid*
Analyse
SL3
0,1-0,6
< 20 mm
27,4 kg
NEN5898
Materiaal SL3
0,1-0,6
> 20 mm
86 gram
NEN5896
AM14171980 AM14157219 AM14058252
SL 5 + SL6
0,0-0,5
< 20 mm
12,9 kg
NEN5898
AM14157217
monstercode
* Drooggewicht
Bij de monsters in tabel 6.1 merken wij het volgende op. Monster SL3 betreft een worst-case monster van het puin uit sleuf SL3. Monster SL5 + SL6 betreft een mengmonster van de licht metselpuin houdende grond uit de sleuven SL5 en SL6.
6.2 Analysemethoden en monsterbehandeling 6.2.1
Analyse asbest in de bodem (volgens NEN 5898)
De in het veld samengestelde grondmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm, 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.
Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald.
6.3 Toetsingskader asbest De resultaten zijn getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen, die is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013.
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 19 van 21
6.4 Analysemonsters en concentraties De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Er moet worden opgemerkt dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten Monster Monstersoort Analyse
Puin<20 mm NEN 5898 Materiaal NEN 5896 Grond <20 mm NEN 5898 SL 5 + SL6 Materiaal NEN 5896 n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen SL3
Resultaat grond/puin gewogen in mg/kg d.s. n.a. n.a. -
Resultaat mvm gewogen in mg 61,548 n.w.
Totaal grond en materiaal in mg/kg d.s 61,548 n.a.
Uit tabel 6.2 blijkt het volgende. In het mengmonster van het puin uit sleuf SL3 is een gehalte aan asbest van circa 61 mg/kg d.s. aangetoond, dat beneden de restconcentratienorm (100 mg/kg d.s.) ligt. Dit betreft een stuk asbesthoudende buis met 12,5% chrysotiel en 3,5% hechtgebonden crocidoliet asbest. In het mengmonster van de matig metselpuin houdende grond uit de sleuven SL5 en SL6 is geen asbest aangetoond.
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 20 van 21
7. Samenvatting en conclusies 7.1 Samenvatting
In opdracht van Planontwikkeling Tjerkwerd BV is door Eco Reest BV een milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Jelle Huitemastrjitte te Exmorra. Aanleiding tot het onderzoek is de geplande bouw van Jelle Huitemastrjitte ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Het doel van het asbestonderzoek is, het vaststellen van de aard, de omvang en de ruimtelijke verdeling van de bodemverontreiniging met asbest op de locatie. Vooronderzoek De onderzoekslocatie ligt aan de westzijde van de dorpskern van Exmorra, ten noorden van de Jelle Huitemastrjitte en heeft een totaal oppervlak van 6.923 m2. Het onderzoeksterrein is tot dusver in gebruik geweest als weiland. De locatie is in eerste instantie beschouwd als onverdacht voor chemische verontreinigingen en asbest. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 2,3 m-mv opgebouwd is uit zwak zandige klei. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 0,91 m-mv.
Tijdens het veldwerk zijn plaatselijk bijmengingen met gemengd puin in de bodem waargenomen, daarnaast zijn twee boringen gestaakt op een puinlaag op circa 0,3 m-mv. De puinbijmenging en de in de bodem aanwezige puinlaag is beschouwd als asbestverdacht. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de zintuiglijk matig puin houdende bovengrond van de meetpunten 15 en 16 overschrijden de gehalten aan kobalt en PAK de achtergrondwaarden. In de overige mengmonsters van de zintuiglijk niet verontreinigde boven- en ondergrond zijn geen geen gehalten aan de onderzochte parameters zijn gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Grondwater: In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijden de gehalten aan barium, kobalt, nikkel en zink de streefwaarden. Uit de asbestanalyses is het volgende naar voren gekomen: In het puin uit sleuf SL3 is een gehalte aan asbest aangetoond, dat beneden de restconcentratienorm ligt. In het mengmonster van de grond uit de sleuven SL5 en SL6 is geen asbest aangetoond.
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
Pagina 21 van 21
7.2 Conclusies en aanbevelingen
Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie is hiermee verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de huidige en toekomstige woonbestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de huidige en toekomstige woonbestemming van het terrein. Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen dat in de puinlaag ter plaatse van sleuf SL3 een gehalte aan asbest is aangetoond beneden de interventiewaarde en/of restconcentratienorm. In de grond uit sleuf SL5 en SL6 geen asbest is aangetoond. De hypothese “verdachte locatie voor de aanwezigheid van asbest in de bodem” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek verworpen.
Ten aanzien van de in de bodem aanwezig puinlaag wordt de hypothese “verdacht voor de aanwezigheid van asbest” op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek bevestigd. Op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek is ter plaatse geen sprake van een asbestverontreiniging. Geadviseerd wordt, om voorafgaand aan de start van de bouwwerkzaamheden de puinlaag van de locatie af te voeren. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV Ing. M. van den Broek
2001-2002-2018
Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: 11 woningen Exmorra 180382
Ligging onderzoekslocatie met luchtfoto
Bijlage 1.1
13
Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Nieuw te bouwen woningen Contour depot Gras/onverhard/braak Klinkers Sleuf Contour puin
16 11
14 OPDRACHTGEVER
Planontwikkeling Tjerkwerd BV ONDERZOEKSLOCATIE
11 woningen Exmorra TEKENAAR
SCHAAL
pkd + EPvH
1: 500
AUTHORISATOR
FORMAAT
WERKNUMMER
BIJLAGE
MvdB
180382
A3
1.2
Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde T 0528 - 33 11 00 DATUM
17-07-2018
Kantoor Appingedam
Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam T 0596 - 57 12 30 WIJZ.NR
C0
BIJLAGE 2
Behoort bij rapport: 11 woningen Exmorra 180382
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beinvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
A 0
Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 0 0 0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
G
Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Adres (x/y-coördinaten):
Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Gemeente Bodemloket Bodemrapportage Nazca friesland Terreininspectie Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Is de bodem asbestverdacht?
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Ten noorden van de Jelle Huitemastrjitte te Exmorra Gemeente Tjerkwerd, sectie C, nr. 2790 Gehele perceel Bijlage 1.2 Ja
Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Projectontwikkeling Tjerkwerd B.V. Wetterskip Fryslân (opstalrecht nutsvoorzieningen op gedeelte van perceel) Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. Voorgenomen bouw/ n.v.t. Op de historische kaarten is te zien dat de locatie van 1900 tot aan het heden nimmer bebouwd is geweest. Dossieronderzoek, zie einde bijlage. Ter plaatse van het onderzoeksterrein is in 1998 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Tukkers B.V.(nr. 31392). Een weiland Nee Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter Er is geen informatie bekend die asbest in de bodem doet vermoeden. De bodem is derhalve beschouwd als asbest onverdacht. De bodemfunctieklasse van de locatie is wonen. De bodemkwaliteitsklasse is de achtergrondwaarden. De bodemkwaliteitsklasse van de ontgravingskaart bovengrond is tevens P80 wonen.
11 woningen te Exmorra, projectnr. 180382
Pagina 3 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
Bodemopbouw (bron: TNO) Het maaiveldniveau bevindt zich op de onderzoekslocatie op circa 1,0 m- NAP. Direct onder het maaiveld is de Slecht Doorlatende Deklaag aanwezig. Deze heeft een dikte van circa 50 meter en bestaat uit een afwisseling van fijne, plaatselijke leemhoudende zanden, veen en klei. De deklaag bestaat uit de volgende stratigrafische eenheden: de Westland Formatie, de Formatie van Twente, de Eem Formatie, de Formatie van Drenthe, de Formatie van Eindhoven en het bovenste deel van de Formatie van Urk. Hieronder is een watervoerend pakket aanwezig. Aangezien de Eerste Scheidende Laag ter plaatse van de onderzoekslocatie ontbreekt, vormen het Eerste en het Tweede Watervoerend Pakket één geheel. Dit gecombineerde watervoerend pakket bestaat hoofdzakelijk uit de zandige afzettingen uit het basale deel van de Formatie van Urk, de Formatie van Enschede en de Formatie van Harderwijk. Plaatselijk vormt een afwisseling van zand- en kleilagen, behorend tot de Formatie van Peelo een matig doorlatend traject in het Eerste en Tweede Watervoerend Pakket. Enkele honderden meters ten noorden van de locatie beslaan de kleilagen van de Formatie van Peelo het dieptetraject van circa 60 tot 70 m- NAP en kunnen deze gezien worden als een Eerste Scheidende Laag tussen het Eerste en het Tweede Watervoerend Pakket.
Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand (bron: TNO)
Uit de isohypsen, die op de TNO-kaarten vermeld staan is af te leiden, dat de stromingsrichting in het gecombineerde Eerste en Tweede Watervoerend Pakket zuidelijk gericht is. De stromingsrichting van het freatische grondwater kan hiervan afwijken door de plaatselijke aanwezigheid van oppervlaktewater, grondwater- bronneringen en variaties in maaiveldniveau. Volgens de TNO- kaarten bedraagt de stijghoogte van het grondwater in het Eerste en Tweede Watervoerend Pakket circa 0,5 m- NAP. Aangezien dit ondieper is dan de stijghoogte van het freatische grondwater (circa 2,2 m-mv= ongeveer 3,2 mNAP), zoals tijdens het huidige onderzoek is gebleken, is er op de locatie sprake van kwel.
Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen:
Er is geen informatie bekend over fysisch afwijkende en/of bodemvreemde lagen.
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?
Bron Nee
Locatie -
Verdachte parameter -
Nee
Er is geen recent bodemonderzoek conform NEN5740 van de locatie bekend. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is het noodzakelijk een dergelijk onderzoek uit te voeren. Zie paragraaf 2.8
11 woningen te Exmorra, projectnr. 180382
Pagina 4 van 5
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK
SPECIFICATIE VAN DE BRON
BRON GERAADPLEEGD
DATUM RAADPLEGEN BRON
INFORMATIE BESCHIKBAAR
Opdrachtgever Eigenaar Huurder
Planontwikkeling Tjerkwerd BV Gelijk aan opdrachtgever Niet van toepassing
JA JA -
2-3-2018 2-3-2018 -
JA JA -
Gemeente Terreininspectie
Súdwest Fryslân Martijn Polling
JA JA
17-5-2018 5-6-2018
JA JA
Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart (website) Bodeminformatie Bodeminformatie provincie (website) Bodemopbouw; dinoloket TNO, database Historie van de locatie KLIC
http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ http://www.geosolutions.nl/sites/bkk-fryslan/ http://www.bodemloket.nl Nazca bodemrapportage fryslan.maps.arcgis.com Database TNO http://topotijdreis.nl http://www.klic.nl
JA JA JA JA JA JA JA JA JA
14-5-2018 14-5-2018 14-5-2018 14-5-2018 14-5-2018 14-5-2018 14-5-2018 14-5-2018 17-5-2018
JA JA JA JA JA JA JA JA JA
11 woningen te Exmorra, projectnr. 180382
Pagina 5 van 5
In de navolgende tabel is de bij het dossier-onderzoek verkregen informatie vermeld. Bron Gemeente Súdwest Fryslan (dossieronderzoek) Dossiermap Datum Type document Informatie Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Heidemij BV op een Gemeente Súdwest Fryslan 19-10-1993 Verkennend Exmorra bodemonderzoek tweetal bouwlocaties (projectnr. 631/NA93/D943/2.5676-60. De locaties bevinden zich op een afstand van meer dan 50 meter van de onderhavige Verkennende bodemonderzoeken onderzoekslocatie. De aanleiding hiervoor is het uitbreidingsplan ter plaatse. In de bovengrond is puin aangetroffen. Uit het onderzoek kwam dat er in de bovengrond licht verhoogde gehalten zijn aangetoond aan minerale olie, EOX en PAK. in de bovengrond met puin zijn matig verhoogde gehalten aan benzo(a)pyreen en mogelijk PAK-totaal. Er is geen ander onderzoek noodzakelijk. Er wordt geadviseerd de met puin verontreinigde bovenlaag te verwijderen. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Tukkers Milieu03-12-1998 Verkennend bodemonderzoek onderzoek op de locatie bestemmingsplan Exmorra (nr. 31392). Aanleiding is de aanvraag van een bouwvergunning en het graven van een sloot. Het betreft de onderhavige locatie en het terrein ten zuiden, waar inmiddels woningen zijn gebouwd. Uit het onderzoek kwamen geen voor de bodem van belang zijnde zintuiglijke waarnemingen.
In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten gemeten aan chroom, tolueen, xylenen en plaatselijk zink. Ter plaatse van de uitgegraven sloot is in een mengmonster een licht verhoogd gehalte aan EOX gemeten. De onderzoekshypothese, zijnde onverdacht is bevestigd. Er is geen aanleiding tot nader onderzoek. Bodemrapportage Nazca Friesland 17-05-2018 Bodemrapportage In de bodemrapportage komt de volgende informatie: Ter plaatse van het onderzoeksterrein is in 1998 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Tukkers B.V.(nr. 31392). De beoordeling van de Wbb is niet ernstig, licht tot matig verontreinigd. Er is geen informatie aanwezig over bovengrondse en/of ondergrondse tanks In een straal van 50 meter rondom de locatie: Niet gespecificeerde demping Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Arcadis op 31-10-1993, nr. 631/25676-60.
11 woningen te Exmorra, projectnr. 180382