CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Ontwerpbestemmingsplan Exmorra - Keatsmorra

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan Keatsmorra Exmorra21.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Rho Adviseurs B.V.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

20170138

blz 3

verkocht, wordt pas begonnen aan de tweede fase. In de tweede fase worden drie vrijstaande woningen en twee twee-onder-één-kapwoningen gerealiseerd. Op die manier wordt uitsluitend gebouwd wanneer er voldoende vraag is naar de woningen. 1. 2.

Waarom toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking

Het geldende bestemmingsplan Exmorra, vastgesteld op 26 mei 2009, gaat uit van de bestemming Agrarische doeleinden. Het bestemmingsplan houdt nog geen rekening met transformatie naar woningbouw en commerciële functies. Om deze ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een bestemmingsplan, waarin dit is toegestaan, nodig. De gemeente vraagt voorafgaand aan een bestemmingsplan een motivering van de behoefte zoals dit is gevraagd in de ladder voor duurzame verstedelijking.

Figuur 4.

Uitsnede bestemmingsplan Exmorra (2009)

Met het vaststellen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) heeft het Rijk de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van deze ladder is het bevorderen van een zorgvuldig ruimtegebruik. 1. 3.

Toetsing en conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van ‘duurzaam ruimtegebruik’. Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen moet de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 4

20170138

doorlopen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied mogelijk is, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Uitgaande van de relevante regio, in dit geval Exmorra worden ten aanzien van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ de volgende conclusies getrokken. Uit actuele jurisprudentie blijkt dat een woningbouwontwikkeling van 11 woningen in beginsel niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. In Exmorra is in de huidige situatie sprake van 184 woningen. Om te toetsen of een relatief grote ontwikkeling als deze binnen Exmorra past, wordt daarom toch aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst. In dit onderzoek wordt dit ruimtelijk plan voor woningbouw getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Als basis voor de toetsing is gebruik gemaakt van het relevante onderliggende provinciale en gemeentelijke beleid en onderzoek.

Motivering van de behoefte Kwantitatieve behoefte Op basis van de actuele prognose van Provincie Fryslân is er in de gemeente SúdwestFryslân behoefte aan een toevoeging van woningen tot de huishoudenspiek in 2035. De prognose van de gemeente sluit hier bij aan, tot aan 2030 wordt een groei van het aantal inwoners verwacht, dit zijn wel met name senioren. De jongere bevolkingsgroepen zullen naar verwachting in aantallen afnemen. Hoewel de meeste woningen in de grote kernen worden gebouwd, wil de provincie ruimte houden voor de kleine kernen. De 11 woningen die in dit nieuwbouwplan worden beoogd, is een relatief kleine ontwikkeling die past bij een relatief kleine kern. Bovendien is het voornemen om de woningbouw in twee fases te verdelen. In eerste instantie worden zes woningen in fase 1 ontwikkeld. Wanneer vervolgens de woningen uit deze fase zijn verkocht/gerealiseerd, zal pas worden overgegaan tot ontwikkeling van fase 2. In fase 2 worden de laatste vijf woningen ontwikkeld. Op die manier sluit de bouw van de woningen goed aan op de behoefte. Voor deze 11 woningen zijn ook al 11 aanmeldingen binnen gekomen van geïnteresseerde personen/huishoudens. Het grootste gedeelte hiervan is niet afkomstig uit Exmorra, maar vier aanmeldingen komen van geïnteresseerden uit Exmorra.

De helft van de aanmeldingen bestaat uit personen/huishoudens die per direct in een woning kunnen trekken, omdat zij of nog thuis wonen (starters) of een woning huren. Kwalitatieve behoefte Binnen Exmorra is behoefte aan koop- en huurwoningen, dit blijkt uit een enquête die is gehouden onder de dorpsbewoners en dit kwam naar voren uit verschillende brainstormavonden ten behoeve van de dorpsvisie. Om in de behoefte aan koop- en huurwoningen in Exmorra voorzien, wordt in de dorpsvisie verwezen naar het uitbreidingsplan Keatsmorra, in het noordwesten van het dorp. In 2000 is al begonnen met de ontwikkeling van deze uitbreidingslocatie. Uit de visie blijkt verder dat het gewenst is om te voorzien in verschillende type woningen, voor verschillende doelgroepen. Het project geeft invulling

Rho Adviseurs B.V.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

20170138

blz 5

aan de vraag voor verschillende doelgroepen: vrijstaande woningen en twee-onder-éénkap woningen. Daarnaast speelt in Exmorra, en de rest van de gemeente Súdwest-Fryslân, dat er sprake is van een groeiende vraag naar woningen van personen/huishoudens uit de randstad. De combinatie van landelijk wonen met een goede ontsluiting via de Afsluitdijk maakt het interessant om in deze kern te wonen. Het is daarom van belang dat in het dorp ruimte wordt geboden voor woningbouwontwikkeling. Motivering van de locatie Binnen het bestaand stedelijk gebied is geen ruimte voor nieuwbouw van deze omvang. De meeste gronden binnen dit gebied hebben namelijk al een functie of zijn bebouwd. Voor nieuwbouw is het dan toch nodig om te voorzien buiten bestaand stedelijk gebied. De meest geschikte locatie is daarmee de gronden van Keatsmorra. Daarnaast is het gebied eerder bestemd geweest ten behoeve van woningbouw. Destijds is de locatie geschikt bevonden voor een nieuwbouwwijk. Met de bouw is in 2000 al gestart. Door de crisis is het aantal woningen dat gebouwd kan worden in relatief kleine kernen beperkt. Nu de markt weer aantrekt en er een vraag naar woningen bestaat, is dit dan ook de meest logische plek om uit te breiden. Exmorra is een kleine kern binnen de provincie Fryslân. De provincie staat woningbouw hier toe als deze aansluit op de lokale vraag.

In de Ontwikkelvisie is opgenomen dat de Gemeente Súdwest-Fryslân de nadruk legt op herstructurering en inbreiding en dan met name in de grotere kernen. Echter worden uitbreidingsplannen in kleinere kernen niet uitgesloten, mits is onderbouwd dat er een duidelijke lokale behoefte is en inbreiding geen optie is. Hier is in Exmorra sprake van. Het plangebied sluit direct aan op de bestaande kern van Exmorra. De ontsluiting verloopt dit een aansluiting op de Jelle Huitemastrjitte en is daarmee goed voorzien.

Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er wordt voldaan aan de actuele regionale behoefte. Hoewel de ontwikkeling niet plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, grenst het plangebied hier wel direct aan is sprake van een goede ontsluiting van het plangebied.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 6

2.

20170138

NADERE ONDERBOUWING VAN DE BEHOEFTE EN LOCATIE

2. 1.

Afbakening regionale woningmarkt

De relevante woonregio is de Provincie Fryslân en daarbinnen de regio Zuidwest. Voor afbakening van de relevante regionale woningmarkt wordt uitgegaan van de kern Exmorra. Veel van de inwoners uit Exmorra zijn afkomstig uit de gemeente, dan wel uit de provincie zelf. Binnen Exmorra komt daarnaast een deel van de inwoners uit het westen van Nederland. 2. 2.

Nadere onderbouwing actuele regionale behoefte

Om de realisatie van 11 nieuwe woningen in Exmorra goed te kunnen onderbouwen, moet sprake zijn van een gegronde vraag naar de woningen. Inmiddels hebben 11 geïnteresseerden zich bij de initiatiefnemer gemeld om een woning uit dit nieuwbouwplan te betrekken. Dit is gelijk aan het aantal te realiseren woningen. Van de 11 aanmeldingen zijn vier personen/huishoudens afkomstig uit Exmorra zelf. De zeven andere geïnteresseerden komen van buiten het dorp. Vijf aanmeldingen zijn afkomstig uit Bolsward, één uit Workum en één uit Tjerkwerd. Dit toont aan dat een groot deel van de vraag afkomstig is van buiten Exmorra zelf. De helft van de aanmeldingen bestaat uit personen/huishoudens die per direct in een woning kunnen trekken, omdat zij of nog thuis wonen (starters) of een woning huren. De andere helft heeft op dit moment een woning in bezit die eerst verkocht moet worden. Daarnaast speelt in Exmorra, en de rest van de gemeente Súdwest Fryslân, dat er sprake is van een groeiende vraag naar woningen van personen/huishoudens uit de randstad. Dit betreft vaak ouderen, al dan niet gepensioneerd, die graag ruimer, rustiger en landelijker willen wonen, maar toch binnen bereik van de randstad. Exmorra heeft hiervoor een uitstekende ligging: landelijk gelegen en dicht bij de Afsluitdijk waardoor de ontsluiting richting de randstad zeer goed is.

Het is daarom interessant om in deze kern te wonen. Het is dan ook van belang dat ruimte voor ontwikkeling wordt gehouden. De doelgroep senioren heeft naar verwachting een voorkeur voor de grotere kernen, naarmate de behoefte van een kleinere afstand tot voorzieningen groter wordt. De kern Exmorra is dan weer minder geschikt. Toch willen de senioren die al in Exmorra wonen hier zo lang mogelijk blijven wonen. Voor de onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte zijn de volgende documenten verder relevant: A. Woningbehoefteprognoses provincie Fryslân en PBL/CBS; B. Dorpsvisie Exmorra 2013-2025 C. Onderzoek bestaande woningvoorraad Exmorra - Funda Hierna wordt per document kort beschreven wat de belangrijkste relevante kernpunten zijn, waarna de toetsing van de ontwikkeling aan dit betreffende document volgt. De paragraaf wordt afgesloten met een conclusie ten aanzien van zowel de actuele kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte.

Rho Adviseurs B.V.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

20170138

blz 7

A. Woningbehoefteprognoses provincie Fryslân en PBL/CBS De woningbehoefte in de gemeente Súdwest Fryslân blijkt uit de Prognose 2016-2040 van de provincie Fryslân. Hieruit blijkt dat het aantal huishoudens de komende jaren nog toe zal nemen, terwijl het aantal inwoners afneemt. Oorzaak hiervan is het proces van individualisering en gezinsverdunning. De verwachting is dat voor de regio Zuidwest Fryslân het bevolkingsaantal af gaat nemen van circa 135.313 in 2016 naar circa 128.300 in 2040. Het aantal huishoudens in de regio Zuidwest Fryslân zal toenemen van 58.532 in 2016 naar circa 61.150 in 2030. Na 2030 zet een lichte krimp in op het aantal huishoudens. De verwachting is dat het aantal huishoudens in 2040 circa 59.450 zal bedragen. In figuur 5 zijn de exacte gegevens

Figuur 5.

Prognose bevolking en huishoudens Provincie Fryslân

Voor de regio Zuidwest Fryslân geldt een groei van het aantal huishoudens van 4,4% van 2016 tot 2020, van 3,9% in 2025 ten opzichte van 2016, van 4,4% in 2030 ten opzichte van 2016 en van 3,5% in 2035 ten opzichte van 2016. Het omslagpunt van de groei vindt plaats tussen 2030 en 2035. Een vergelijkbaar beeld geeft de prognose voor Zuidoost Fryslân. In de noordelijke regio’s is sprake van een minder sterke groei en is eerder sprake van een afname van huishoudens in plaats van een vermindering van de groei. De percentages van alle regio’s zijn weergegeven in figuur 6.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 8

Figuur 6.

20170138

Ontwikkeling aantal huishoudens 2010-2030

In september 2016 is voor de zesde keer de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verschenen. Dat de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente SúdwestFryslan nog steeds actueel is, blijkt uit deze prognose (CBS, statline, 2016). Hieronder is in een grafiek weergegeven hoe de huishoudensprognose eruit ziet.

Huishoudensprognose 39500 39000 38500 38000

37500 37000 36500 36000 35500 2017

2020

2025

2030

2035

2040

Het grootste deel van de bevolkings- en huishoudenstoename zal naar verwachting worden opgevangen in de grote kernen. Dit is ook waar de provincie op inzet. Daarnaast zal dit ook deels in de kleinere kernen worden opgevangen. De nieuwbouw in Exmorra kan

Rho Adviseurs B.V.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

20170138

blz 9

deels in deze vraag voorzien. Conclusie Op basis van de actuele prognose van Provincie Fryslân is er in de gemeente Súdwest Fryslân behoefte aan een toevoeging van woningen tot de huishoudenspiek in 2030. Hoewel de meeste woningen in de grote kernen worden gebouwd, wil de provincie ruimte houden voor de kleine kernen. De 11 woningen die in dit nieuwbouwplan worden beoogd, is een relatief kleine ontwikkeling die past bij een relatief kleine kern. B. Bijlage bij De Ontwikkelvisie, Gemeente Súdwest-Fryslân 2011-2021 Bij de ontwikkelingsvisie is een bevolkingsprognose voor de gemeente opgenomen. In Súdwest-Fryslân neemt de bevolking tot 2030 toe. Tussen 2020-2030 is de toename minder groot dan tussen 2010-2020. De verwachting is dat de toename met name bestaat uit senioren (65 jaar en ouder). Deze toename compenseert en overstijgt de afname van de doelgroepen 0-20 jaar en 20-65 jaar.

Figuur 7.

Prognose bevolkingsontwikkeling ingedeeld per leeftijdscategorie en totaal

Conclusie Op basis van de bevolkingsprognose van de gemeente Súdwest-Fryslân ontstaat een vergelijkbaar beeld als bij de provinciale prognose onder A. Tot 2030 neemt de bevolking toe. De verwachting is dat de groei uiteindelijk steeds minder groot wordt. De groei bestaat met name uit senioren. De jongere bevolkingsgroepen zullen naar verwachting in aantallen afnemen. Op de inhoud van de Ontwikkelvisie die verder nog relevant is in het kader van het beleid, is verder ingegaan in paragraaf 2.3.2. C. Dorpsvisie Exmorra 2013-2025 In de dorpsvisie omschrijft Exmorra de plannen die het heeft om de leefbaarheid op korte, maar vooral ook op middellange en lange termijn te verbeteren. Hierin is onder meer beschreven hoe de gewenste situatie van de woningvoorraad vorm moet krijgen. Binnen Exmorra is behoefte aan koop- en huurwoningen, dit blijkt uit een enquête die is gehouden onder de dorpsbewoners en dit kwam naar voren uit verschillende brainstormavonden. Om in de behoefte aan koop- en huurwoningen in Exmorra voorzien, wordt in de dorpsvisie verwezen naar het uitbreidingsplan Keatsmorra, in het noordwesten van het dorp. In 2000 is al gestart met de bouw van dit uitbreidingsplan. Ingezet wordt op verschillende

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 10

20170138

woningtypen. Zowel vrijstaande woningen als twee-onder-één-kap woningen kunnen volgens de dorpsvisie in dit plan worden meegenomen. Naast nieuwbouw wordt inbreiding, vervangen van woningen en herontwikkeling als mogelijkheid gezien. Hiervoor worden drie locaties genoemd: - Nieuwbouwwoning aan de Ds. Wilh. à Brakelstrijtte 1A; - Dorpsstraat 72 voorheen kantoor CBO/Fries Landbouw Museum nu woonfunctie; - Dorpsstraat 94 voorheen timmerwerkplaats, nu wonen en werken met woonfunctie door middel van bestemmingswijziging. Aan de Ds. Wilh. à Brakelstrijtte 1A is inmiddels een nieuwbouwwoning gerealiseerd. Op de twee andere locatie is sprake van leegstaande (bedrijfs)bebouwing. Verder is de visie dat waar gewerkt wordt, ook wordt gewoond. In de dorpsvisie wordt daarom gesteld dat in het uitbreidingsplan (fase 2) een kantoor aan huis tot de mogelijkheden moet behoren. Dit is alleen mogelijk als in de vrije sector woningbouw wordt gerealiseerd. Toets Dorpsvisie Exmorra 2013-2025 De beoogde ontwikkeling past binnen de dorpsvisie. Hierin wordt nadrukkelijk het Keatsmorra gebied aangewezen als hét gebied als bestemd voor nieuwe woningbouw. Uit de visie blijkt verder dat het gewenst is om te voorzien in verschillende type woningen, voor verschillende doelgroepen. Hierop wordt ingezet bij de bouw van de 11 woningen die in deze onderbouwing centraal staan.

Daarnaast is inbreiding/herontwikkeling mogelijk. Aan de Ds. Wilh. à Brakelstrijtte 1A is inmiddels een nieuwbouwwoning gerealiseerd. Op de twee andere locatie is sprake van leegstaande (bedrijfs)bebouwing. De vraag kan op deze twee locaties niet direct worden ingevuld, de bestaande bebouwing moet eerst worden gesloopt. D. Onderzoek bestaande woningvoorraad Exmorra – Funda Op dit moment (d.d. 14-01-2020) staan er in Exmorra drie woningen te koop aangeboden op funda.nl, waarvan er twee onder voorbehoud zijn verkocht. Deze woningen vallen binnen het relatief goedkope segment, de prijsklasse tot €200.000,-. In figuur 8 is het volledige woningaanbod in Exmorra, als aangeboden op Funda, weergegeven.

Rho Adviseurs B.V.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

20170138

Figuur 8.

blz 11

Woningaanbod Exmorra (bron: Funda (geraadpleegd op 14-01-2020))

Op dit moment is geen sprake van nieuwbouwmogelijkheden in Exmorra. Wel in andere kernen in de gemeente Súdwest-Fryslân. Het gaat bij deze locaties doorgaans om grotere projecten. Conclusie Op dit moment staan drie woningen te koop aangeboden in Exmorra. Deze vallen allen in het relatief lage segment met een prijs tot € 200.000,-.

2. 3.

Nadere onderbouwing van de locatiekeuze

Voor de onderbouwing van de locatie is relevant of in de behoefte kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. 2.3.1.

Locatieafweging

De locatie van de nieuwbouw ligt buiten bestaand stedelijk gebied volgens de provinciale verordening Fryslân. Het gebied, Keatsmorra is aangewezen als gebied waar nieuwbouw en uitbreiding moet plaatsvinden.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 12

Figuur 9.

20170138

Begrenzing bestaand stedelijk gebied Exmorra

Binnen het bestaand stedelijk gebied is geen ruimte voor nieuwbouw van deze omvang. De meeste gronden binnen dit gebied hebben namelijk al een functie of zijn bebouwd. In het noorden is een deel van de gronden bijvoorbeeld ingericht voor een ijsbaan en moestuinen. Meer naar het zuiden is sprake van sportvelden. Voor nieuwbouw is het dan toch nodig om te voorzien buiten bestaand stedelijk gebied. De meest geschikte locatie is daarmee de gronden van Keatsmorra. In het noordwesten en zuidoosten namelijk sprake van bedrijvigheid. Woningbouw bij deze locaties zou een beperking van de uitbreidingsmogelijkheden van deze bedrijven kunnen opleveren. Langs andere locaties bouwen zou een beperking van het uitzicht betekenen van woningen die nu op het buitengebied uitkijken. Dit is niet het geval wanneer wordt voorzien in de beoogde 11 woningen in Keatsmorra. Daarnaast is het gebied eerder bestemd geweest ten behoeve van woningbouw. Dit is ingeperkt in het huidige bestemmingsplan. Destijds is de locatie geschikt bevonden voor een nieuwbouwwijk. Met de bouw is in 2000 al gestart. Door de crisis is het aantal woningen dat gebouwd kan worden in relatief kleine kernen beperkt. Nu de markt weer aantrekt en er een vraag naar woningen bestaat, is dit dan ook de meest logische plek om uit te breiden. Conclusie Binnen het bestaand stedelijk gebied is geen ruimte voor nieuwbouw van deze omvang.

Voor nieuwbouw is het dan toch nodig om te voorzien buiten bestaand stedelijk gebied. De meest geschikte locatie is daarmee de gronden van Keatsmorra. Daarnaast is het gebied eerder bestemd geweest ten behoeve van woningbouw. Destijds is de locatie geschikt bevonden voor een nieuwbouwwijk. Met de bouw is in 2000 al gestart. Door de crisis is het aantal woningen dat gebouwd kan worden in relatief kleine kernen beperkt. Nu de markt weer aantrekt en er een vraag naar woningen bestaat, is dit dan ook de meest logische plek om uit te breiden.

Rho Adviseurs B.V.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

20170138

2.3.2.

blz 13

Beleidskader

In deze paragraaf is het relevante provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. Vervolgens wordt de afwijking ten opzicht van het beleidskader in beeld gebracht en gemotiveerd waarom in dit geval een uitzondering gemaakt moet worden. Beleid provincie Verordening Romte Op 18 juni 2014 is de nieuwe Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. In de verordening zijn, net als in de eerdere verordening, regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De Verordening geeft vanuit het bundelingsprincipe aan dat een ruimtelijk plan in principe alleen in stedelijk gebied ruimte kan bieden voor stedelijke functies (zoals wonen en zorg). De Verordening geeft aan dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Conclusie Exmorra is een kleine kern binnen de provincie Fryslân. De provincie staat woningbouw hier toe als deze aansluit op de lokale vraag. Hier is in Exmorra sprake van. De behoefte/vraag naar de woningen is nader onderbouwd in onder andere paragraaf 2.2 en 2.3. In paragraaf staat tevens beschreven hoe dit nieuwbouwplan binnen de dorpsvisie past.

Wel is vereist dat de woningbouw in overeenstemming is met een recent woonplan. Beleid gemeente De Ontwikkelvisie Gemeente Súdwest-Fryslân 2011-2021 In de Ontwikkelvisie geeft de Gemeente Súdwest-Fryslân haar visie op de uitdagingen die zij voorzien en de kansen die ze willen grijpen op sociaal, economisch en ruimtelijk gebied. Het document is de leidraad en geeft de koers aan voor beleidsontwikkeling op vele terreinen en geeft tegelijkertijd richting aan de samenwerking van de gemeente met maatschappelijke partners en overheden. De Ontwikkelvisie is gebaseerd op zes pijlers: 1. verscheidenheid in kernen; 2. weidsheid van het landschap; 3. economische verscheidenheid; 4. grote sociale verbondenheid; 5. grote rijkdom aan cultuur en erfgoed; 6. sterke aantrekkingskracht voor toeristen. Op het gebied van wonen zet de gemeente Súdwest-Fryslân in op een kwalitatieve verandering van de bestaande woningvoorraad door sloop en herstructurering te stimuleren en nieuwbouwplannen te matigen en aan te passen. Het accent van de woningbouwopgave ligt binnen ieder cluster bij de grotere kernen. Daarnaast is het uitgangspunt om nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk te realiseren binnen de bestaande bebouwing via herstructurering of inbreiding. Dat heeft in principe de voorkeur boven uitbreiding.

Bij uitbreidingsplannen wordt daarom kritisch getoetst of het wel nodig is het plan te realiseren via uitbreiding en of het extra ruimtebeslag noodzakelijk is. Wanneer uitbreiding plaatsvindt door bijvoorbeeld ontwikkeling van een nieuwe woningbouwlocatie, moet dit volgens de gemeente Súdwest-Fryslân passen bij de aard en schaal

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 14

20170138

van de kern. Voor het opvangen van een duidelijke lokale behoefte wordt gekeken naar de mogelijkheden bij kleinere kernen in landelijke clusters. Conclusie Ontwikkelvisie Gemeente Súdwest-Fryslân 2013-2025 In de Ontwikkelvisie is opgenomen dat de Gemeente Súdwest-Fryslân de nadruk legt op herstructurering en inbreiding en dan met name in de grotere kernen. Echter worden uitbreidingsplannen in kleinere kernen niet uitgesloten, mits is onderbouwd dat er een duidelijke lokale behoefte is en inbreiding geen optie is. De behoefte is onderbouwd in paragraaf 2.1. Daarnaast is de locatie-onderbouwing weergegeven in paragraaf 1.1.

Rho Adviseurs B.V.

Ladderonderbouwing Exmorra - Keatsmorra terrein Status: Definitief / 14-01-2020

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

33/76

34/76

MEMO Van

:

Ing. P. Dijkgraaf

Project

:

Exmorra‐Keatsmorra terrein

Nummer

:

20180231

Datum

:

2 juli 2018

Betreft

:

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

1. Aanleiding Het plangebied ligt in het noordwesten van de kern Exmorra, gemeente Súdwest‐Fryslân. Momenteel bestaat dit terrein uit grasland. Voor de toekomst zijn er 11 nieuwe woningen voorzien in de vorm van vrijstaande, twee‐onder‐één‐kap en aaneengebouwde woningen. Deze nieuwe woningen zullen via de woonstraat Jelle Huitemastrjitte worden ontsloten richting de Dorpsstraat.

Figuur 1 Ligging plangebied

blz. 1

Woningen zijn binnen de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als geluidgevoelige functies, waarvoor akoestisch onderzoek dient te worden verricht indien deze liggen binnen de geluidzone van wettelijk gezoneerde (spoor)wegen. De geprojecteerde woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Bruindeer (60 km/h). In voorliggend memo worden de uitgangspunten en resultaten van het akoestisch onderzoek toegelicht.

2. Toetsingskader Normstelling Langs alle wegen  met uitzondering van 30 km/h‐wegen en woonerven  bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen‐ of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h‐wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd. Het Keatsmorraterrein ligt binnen de wettelijke geluidzone van de Bruindeer (60 km/h). De zonebreedte van deze 60 km/h weg bedraagt 250 meter. Ter hoogte van de grens van de bebouwde kom gaat de Bruindeer over in de Dorpsstraat. Hier geldt een wettelijke snelheid van 30 km/h, evenals op de Jelle Huitemastrjitte. Wegen met een maximum snelheid van 30 km/h hebben geen geluidzone. Het plangebied ligt op een afstand van 175 meter van de route Bruindeer‐ Dorpsstraat. Dosismaat De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. Voor de beoogde binnenstedelijke ontwikkeling geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Voor de geluidsbelasting ten gevolge van de 30 km/h wegen gelden deze grenswaarden als richtwaarde. Aftrek ex artikel 110g Wgh Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een maximum snelheid lager dan 70 km/h geldt een aftrek van 5 dB.

3. Invoergegevens en onderzoek Invoergegevens Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens Standaard Rekenmethode I (SRM I) conform het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Deze berekeningsmethode houdt geen rekening met de afschermende werking van de bestaande woningen tussen de route Bruindeer‐Dorpsstraat en het Keatsmorra terrein. De berekening is dan ook een worse‐case benadering. In het jaar 2015 zijn op de Bruindeer verkeerstellingen uitgevoerd. Deze zijn aangeleverd door de gemeente Súdwest‐Fryslân. De Bruindeer ligt in het verlengde van de Dorpsstraat en er zijn geen belangrijke zijwegen die een verandering van de intensiteit tot gevolg hebben. Derhalve zijn de telgegevens ook bruikbaar voor de

blz. 2

Dorpsstraat. In tabel 1 is het telcijfer en de geprognosticeerde verkeersintensiteit voor het jaar 2030 weergegeven. Afgerond is gerekend met een gemiddelde weekdagintensiteit van 600 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) in 2030. Tabel 1 Gemiddelde weekdagintensiteit Weg Verkeerstelling in 2015 Bruindeer‐Dorpsstraat 510 mvt/etmaal

Autonome groei per jaar 1%

Verkeersintensiteit in 2030 592 mvt/etmaal

De op de telling gebaseerde voertuig‐ en etmaalverdeling is opgenomen in tabel 2. Tabel 2 Voertuig‐ en etmaalverdeling dag 85,6% 10,3% 4,1% 6,7%

lichte motorvoertuigen middelzware motorvoertuigen zware motorvoertuigen Etmaalverdeling

avond 90,6% 4,7% 4,7% 2,7%

nacht 86,4% 9,1% 4,5% 1,1%

De Bruindeer gaat ter hoogte van de komgrens over in de Dorpsstraat. Bij deze grens van de bebouwde kom vindt bovendien een snelheidsverlagingplaats van 60 km/h op de Bruindeer naar 30 km/h op de Dorpsstraat. Voor het akoestisch onderzoek is een snelheid van 60 km/h maatgevend voor de hoogte van de geluidbelasting. Daarom wordt in dit onderzoek uitgegaan van een snelheid van 60 km/h op de route Bruindeer‐Dorpsstraat. Voor de wegdekverharding is uitgegaan van dicht asfaltbeton, in het geluidsmodel aangeduid als referentiewegdek. Verder is in de berekening geen rekening gehouden met de afschermende werking van de tussenliggende bebouwing. Toetshoogte Alle woningen worden uitgevoerd in één bouwlaag met een kap. Daarom zijn de geluidscontouren berekend op een toetshoogte van 1,50 meter en 4,50 meter boven maaiveld.

4. Resultaten Het akoestisch onderzoek richt zich op het in beeld brengen van de ligging van de 48 dB contour (voorkeursgrenswaarde) van de route Bruindeer‐Dorpsstraat. Vervolgens is getoetst of de geprojecteerde woningen in de invloedssfeer van deze geluidscontour ligt. In tabel 3 zijn de resultaten opgenomen en in bijlage 1 de berekeningen. Tabel 3 Ligging 48 dB contour uit de as van de geluidsbron Geluidsbron

Bouwlaag

Geluidscontour 48 dB(voorkeursgrenswaarde)

Bruindeer‐Dorpsstraat

1 (+1,5 m) 2 (+4,5 m)

14 meter 15 meter

Het Keatsmorra terrein ligt op een afstand van 175 meter van de geluidbron Bruindeer‐Dorpsstraat. De maatgevende 48 dB contour ligt op een afstand van 15 meter. Hieruit wordt geconcludeerd dat de nieuwe woningen ver buiten de 48 dB contour zijn geprojecteerd. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh. De intensiteit op de Jelle Huitemastrjitte is lager dan op de route Bruindeer‐Dorpsstraat. De 48 dB contour zal, mede gezien het veel lagere aandeel vrachtverkeer op deze straat, nog dichter op de wegas van de Jelle

blz. 3

Huitemastrjitte liggen. Derhalve kan ook voor deze weg geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh voor de nieuwe woningen in het plangebied.

5. Conclusie Voor de nieuw geprojecteerde woningen op het Keatsmorra terrein wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet Geluidhinder. De woningen kunnen worden mogelijk gemaakt in een aanvaardbaar akoestisch woon‐ en leefklimaat.

blz. 4

Bijlage 1: Contour 48 dB

blz. 5

Keatsmorra terrein

20180231

Ontvanger Omschrijving

: beganegrond : Bruindeer

Rijlijn

: Bruindeer

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: : : : :

0.00 3.50 0.56 0.00 127 : 0 - Referentiewegdek

Waarneemhoogte [m]

Afstand horizontaal [m] Afstand schuin [m] Afstand kruispunt [m] Afstand obstakel [m]

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0.00 0.00 0.00 50 0.00 2 Lichte Motorvoertuigen 85.60 90.60 86.40 60 0.00 3 Middelzware Motorvoert... 10.30 4.70 9.10 60 0.00 4 Zware Motorvoertuigen 4.10 4.70 4.50 60 0.00 5 Bromfietsen 0.00 0.00 0.00 50 0.00 Totaal 100.00 100.00 100.00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0.00 0.00 11.41 0.11 2.06 0.76

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

:

: : : :

1.5

13.82 13.84 0.00 0.00

: : : :

600.00 6.70 2.70 1.10

E_dag E_avond E_nacht 0.00 0.00 0.00 63.86 60.16 56.06 60.32 52.96 51.93 59.19 55.84 51.75 0.00 0.00 0.00 66.37 62.09 58.51 ----

: : : : : :

52.04 47.76 44.17 5 53 48

29/06/2018 14:38:02, blz. 1

Keatsmorra terrein

20180231

Ontvanger Omschrijving

: eerste verdieping : Bruindeer

Rijlijn

: Bruindeer

Wegdekhoogte [m] Verhardingsbreedte [m] Bodemfactor [-] Objectfractie [-] Zichthoek [grad] Wegdektype [-]

: : : : :

0.00 3.50 0.59 0.00 127 : 0 - Referentiewegdek

Waarneemhoogte [m]

Afstand horizontaal [m] Afstand schuin [m] Afstand kruispunt [m] Afstand obstakel [m]

Q_etmaal % Daguur % Avonduur % Nachtuur

Emissiegegevens distributie per voertuigcategorie per periode in dB(A) m Categorie Dag[%] Avond[%] Nacht[%] km/u C_wegdek 1 Motorrijwielen 0.00 0.00 0.00 50 0.00 2 Lichte Motorvoertuigen 85.60 90.60 86.40 60 0.00 3 Middelzware Motorvoert... 10.30 4.70 9.10 60 0.00 4 Zware Motorvoertuigen 4.10 4.70 4.50 60 0.00 5 Bromfietsen 0.00 0.00 0.00 50 0.00 Totaal 100.00 100.00 100.00 C_optrek Resultaten in dB(A) C_reflectie C_zichthoek D_afstand D_lucht D_bodem D_meteo

: : : : : :

Standaard rekenmethode 1 V2.00

0.00 0.00 11.90 0.12 1.90 0.39

LAeq, dag LAeq, avond LAeq, nacht Aftrek Art.110g [dB] Lden, excl. Art.110g [dB] Lden, incl. Art.110g [dB]

:

: : : :

4.5

15.02 15.48 0.00 0.00

: : : :

600.00 6.70 2.70 1.10

E_dag E_avond E_nacht 0.00 0.00 0.00 63.86 60.16 56.06 60.32 52.96 51.93 59.19 55.84 51.75 0.00 0.00 0.00 66.37 62.09 58.51 ----

: : : : : :

52.07 47.79 44.20 5 53 48

29/06/2018 14:38:02, blz. 2

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek

35/76

36/76

Milieukundig bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van:

Jelle Huitemastrjitte te Exmorra

projectnummer

180382

Pagina 2 van 21

VERANTWOORDING Rapport Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Miliuekundig bodem- en asbestonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra 180382 1 Dhr. E.P. van Hunnik, ing. M. van den Broek Dhr. R.J.J. Jonker

Datum

16-07-2018

Opdrachtgever Naam

Contactpersoon

Planontwikkeling Tjerkwerd BV Van Panhuysweg 1 A 8765 LH TJERKWERD Dhr. P.F. van Zuiden

Uitgevoerd door

Info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een milieukundig bodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Jelle Huitemastrjitte te Exmorra, in opdracht van Planontwikkeling Tjerkwerd BV. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: - de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is - de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken - het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 3 van 21

Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

INLEIDING ........................................................................................................................... 5 ALGEMEEN .................................................................................................................................. 5 AANLEIDING EN DOELSTELLING ........................................................................................................ 5 KWALITEITSBORGING ..................................................................................................................... 5 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................ 6 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................... 6 Laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................................. 7 LEESWIJZER .................................................................................................................................. 7

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)................................................................................... 8 ALGEMEEN .................................................................................................................................. 8 SYSTEMATIEK MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ............................................................................. 8 STAP 1; AANLEIDING VOORONDERZOEK ............................................................................................. 8 STAP 2; ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................................................... 8 SAMENVATTING VOORONDERZOEK ................................................................................................... 9 VOLLEDIGHEID EN BETROUWBAARHEID VOORONDERZOEK ................................................................... 10 AFWIJKINGEN VOORONDERZOEK .................................................................................................... 10 ONDERZOEKSHYPOTHESE (NEN5725) EN -STRATEGIEËN (NEN5740 EN NEN5707) ............................. 10

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK ............................................................. 11 WERKZAAMHEDEN ...................................................................................................................... 11 UITVOERING WERKZAAMHEDEN ..................................................................................................... 11 UITVOERING WERKZAAMHEDEN GRONDWATER ................................................................................. 11 BODEMOPBOUW......................................................................................................................... 12 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ...................................................................................................... 12 AFWIJKINGEN PROTOCOLLEN ......................................................................................................... 12 AFWIJKINGEN STRATEGIE(ËN) ........................................................................................................ 12

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH) ......................................................... 13 ANALYSEMONSTERS ..................................................................................................................... 13 AFWIJKINGEN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .............................................................................. 13 TOETSING ANALYSERESULTATEN ..................................................................................................... 13 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GROND ........................................................................................... 15 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GRONDWATER ................................................................................. 15

5. 5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.3

VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK................................................................... 16 VISUELE INSPECTIE MAAIVELD ........................................................................................................ 16 Algemeen ............................................................................................................................... 16 Resultaten veldwerkzaamheden ............................................................................................ 16 VISUELE INSPECTIE EN MONSTERNEMING DIEPERE BODEMLAAG ............................................................ 16 Algemeen ............................................................................................................................... 16 AFWIJKINGEN ONDERZOEKSOPZET .................................................................................................. 17

6. 6.1 6.2 6.2.1 6.3 6.4

ASBEST ANALYSES ............................................................................................................ 18 ANALYSEMONSTERS ..................................................................................................................... 18 ANALYSEMETHODEN EN MONSTERBEHANDELING ............................................................................... 18 Analyse asbest in de bodem (volgens NEN 5898) .................................................................. 18 TOETSINGSKADER ASBEST.............................................................................................................. 18 ANALYSEMONSTERS EN CONCENTRATIES .......................................................................................... 19

7. 7.1

SAMENVATTING EN CONCLUSIES...................................................................................... 20 SAMENVATTING .......................................................................................................................... 20

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 4 van 21

7.2

BIJLAGEN

1.1 1.2 2 3 4 5 6

2001-2002-2018

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................... 21

Regionale ligging Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten en sleuven Resultaten vooronderzoek Boorprofielen Analyseresultaten Getoetste analyseresultaten, toetsingswaarden, concentratieberekening Analysemethoden

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 5 van 21

1. Inleiding 1.1

Algemeen

1.2

Aanleiding en Doelstelling

In opdracht van Planontwikkeling Tjerkwerd BV is door Eco Reest BV een milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Jelle Huitemastrjitte te Exmorra.

Aanleiding tot het verkennend chemisch bodemonderzoek is de geplande bouw van nieuwe woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. De aanleiding tot het asbestonderzoek is de bij de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek in de bodem waargenomen puinlaag en bijmengingen met puin. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Het doel van het asbestonderzoek is het vaststellen van het gemiddelde gehalte aan asbest per RE.

1.3 Kwaliteitsborging Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema, en de onderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen, zoals hierna beschreven.

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 6 van 21

1.3.1

Onderzoeksstrategie

In onderstaande tabel zijn de kwaliteitsnormen opgenomen voor de onderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste normen

Aspect onderzoek

Toegepaste norm

Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van milieukundig(chemisch) onderzoek Strategie asbest onderzoek in bodem Strategie asbest onderzoek in puin

NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016 NEN 5707:2015/C2:2017 NEN 5897:2015/C2:2017

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn weergegeven in respectievelijk § 2.2.3 en § 3.4.

1.3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”, waarbij de werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. In onderstaande tabel zijn de kwaliteitsaspecten opgenomen voor de uitvoering van het veldwerk. Tabel 1.2 Erkende veldwerkers

Aspect onderzoek Uitvoering monsterneming grond Uitvoering monsterneming grondwater Uitvoering monsterneming asbest in bodem Uitvoering monsterneming asbest in puin

Toegepaste protocol SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018 -

Erkend veldmedewerker Dhr. M. Polling Dhr. J. Kemper Dhr. M. Polling Dhr. M. Polling

De werkzaamheden in het kader van het asbestonderzoek in puin (conform NEN5897) vallen buiten de werkingssfeer van het SIKB protocol 2018. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 2.2.3 en § 3.4. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 7 van 21

1.3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. ACMAA Laboratoria BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn weergegeven in § 4.1.1.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 en 5 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4 en 6. In hoofdstuk 7 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 8 van 21

2. Vooronderzoek (NEN 5725:2017) 2.1 Algemeen

Vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd.

2.2 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.3 Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.4 Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen (zie bijlage 2). Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. De verzamelde informatie uit het vooronderzoek is weergegeven in bijlage 2. Daarnaast wordt in bijlage 2 antwoord gegeven op de onderzoeksvragen. In paragraaf 2.5 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen.

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 9 van 21

Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek

Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

A 0  

Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0          

 

    

G

0 

 

 

 

 

0  

 

  0 

  

Terreinverkenning  Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

In paragraaf 2.5 zijn de resultaten van het vooronderzoek samengevat. Daarnaast wordt in paragraaf 2.5 antwoord gegeven op de onderzoeksvragen.

2.5 Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de westzijde van de dorpskern van Exmorra, ten noorden van de Jelle Huitemastrjitte en heeft een totaal oppervlak van 6.923 m2. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Tjerkwerd, sectie C, nr. 2790. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken (delen van de) locatie zijn weergegeven in bijlage 1.2. Het onderzoeksterrein is tot dusver in gebruik geweest als weiland. In 1998 is ter plaatse een bodemonderzoek uitgevoerd door Tukkers Milieu-onderzoek (Bestemmingsplan Exmorra; rapportnr. 31392, d.d. 03-12-1998). Bij dit onderzoek zijn in de grond geen verhoogde gehalten aangetoond en zijn in het grondwater alleen licht verhoogde gehalten aan zware metalen en vluchtige aromaten aangetoond. Bij dit onderzoek is zintuiglijk geen puin in de bodem waargenomen. Ter plaatse is voor zover bekend geen sprake geweest van potentiële bronnen van verontreiniging met chemische parameters. Bij de uitvoering van het verkennend (chemisch) bodemonderzoek is ter plaatse een laag gemengd puin in de bodem aangetroffen, waarvan de herkomst niet kon worden vastgesteld. Op basis hiervan is de locatie als asbestverdacht aangemerkt.

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 10 van 21

2.6 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

Gelet op het feit dat de herkomst van het ter plaatse in de bodem aangetroffen puin niet is vastgesteld kan het vooronderzoek niet als volledig worden beschouwd. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek echter wel betrouwbaar.

2.7 Afwijkingen vooronderzoek

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

2.8 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie. Bij de uitvoering van de werkzaamheden van het verkennend (chemisch) bodemonderzoek is geconstateerd, dat aan de zuidzijde van de locatie plaatselijk sprake is van een puinlaag in de ondergrond. De herkomst van dit puin kan niet eenduidig worden vastgesteld, zodat het betreffende terreindeel als asbestverdacht is aangemerkt. Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in hoofdstuk 7 van de NEN5707:2015 (nader onderzoek asbest). Daarnaast is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in paragraaf 5.2.3.3. van de NEN5897:2015/C2 2016 (kleinschalige afgedekte funderingslaag).

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 11 van 21

3. Veldwerkzaamheden chemisch onderzoek 3.1 Werkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn hierna beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.2 Uitvoering werkzaamheden

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 5 juni 2018 en het grondwater is bemonsterd op 13 juni 2018. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 12 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 5 t/m 16) en 4 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 1 t/m 4). De boringen nrs. 15 en 16 zijn gestaakt op 0,3 m-mv, wegens een in de bodem aanwezige puinlaag. Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 2,3 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 1,3-2,3 m-mv, grondwaterstand 0,8 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

3.3 Uitvoering werkzaamheden grondwater

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd:  Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting;  Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is;  De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Grondwaterbemonstering NEN5744

Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 590 (µS/cm) -

Laatste meting Zuurgraad 5,4 (pH) Geleidingsvermogen 610 (µS/cm) Troebelheid 20,4 (ntu)

Beoordeling NVT Voldoet Troebel

Het geleidingsvermogen bleek voldoende constant om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat. Bij de grondwatermonstername zijn

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 12 van 21

beluchte monsters verkregen. Als gevolg hiervan kunnen (hogere) gehalten aan vluchtige parameters in het grondwater aanwezig zijn, dan in de resultaten tot uiting komt.

3.4 Bodemopbouw

De bodem van de locatie is als volgt samen te vatten: Tabel 3.2 Bodemopbouw

Diepte (m-mv)

Omschrijving

0,0 0,5 1,0

Zwak zandig klei Zwak zandige, zwak humeuze klei Zwak zandige klei en/of matig fijn, zwak siltig zand Diepst verkende bodemlaag

- 0,5 - 1,0 - 2,3 2,3

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 0,91 m-mv.

3.5 Zintuiglijke waarnemingen

Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen

Meetpunt 9

Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5 15 0,0 – 0,3 0,3 16 0,0 – 0,3 0,3 Zwak (bijmenging 1) 1-5 % Matig (bijmenging 2) 5-15 %

Einddiepte boring (m-mv) 0,5 0,3 (boring gestaakt) 0,3 (boring gestaakt)

Zintuiglijke waarneming Zwak baksteen, zwak beton Matig baksteen, matig beton Puinlaag Matig baksteen, matig beton Puinlaag

Bij de waarnemingen in tabel 3.3 merken wij het volgende op. Ter plaatse is gemengd puin in de bodem waargenomen. De boringen nrs. 15 en 16 zijn gestaakt op een laag puin. De herkomst van dit puin kon niet worden vastgesteld, derhalve is dit puin aangemerkt als verdacht voor het voorkomen van asbest (e.e.a. conform bijlage A4 van de NEN5725:2017). Op grond hiervan is ter plaatse een asbestonderzoek conform de NEN5707:2015 uitgevoerd.

3.6 Afwijkingen protocollen

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.

3.7 Afwijkingen strategie(ën)

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.

2001-2002-2018

Milieukundig bodemonderzoek Jelle Huitemastrjitte te Exmorra (kenmerk: 180382)

Pagina 13 van 21

4. Analyseresultaten en bespreking (chemisch) 4.1 Analysemonsters

De volgende monsters zijn geanalyseerd: Tabel 4.1 Analysemonsters

Grondmonster Mp. 2, 3 en 5 t/m 8

Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5

Motivatie Bovengrond

Analyse Standaardpakket bodem

Mp. 1, 4 en 10 t/m 14

0,0 – 0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem

Mp. 15 en 16

0,0 – 0,3

Bovengrond, Matig puin

Standaardpakket bodem

Mp. 1

1,0 – 2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Mp. 2 en 3

0,5 – 1,5

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Motivatie

Analyse

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) 1,3 – 2,3

Analysemonsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek). Het analysepakket “standaardpakket bodem” bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10490267/1