CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘SWF – 8 dorpen Oost’27.369 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontwerpbestemmingsplan SWF 8 dorpen Oost

TOELICHTING

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding ..................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 3

1.2

Stukken bij het plan .............................................................................................................. 3

1.3

Ligging van het plangebied .................................................................................................. 4

1.4

Huidig planologisch situatie ................................................................................................. 4

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................................ 5

HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving ....................................................................................................... 7 2.1

Functionele structuur ............................................................................................................ 7

2.2

Verkeersstructuur .................................................................................................................. 8

2.3

Stedenbouwkundige opzet ................................................................................................. 11

HOOFDSTUK 3 Beleidskader ........................................................................................................... 15 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 15

3.2

Provinciaal beleid ................................................................................................................. 19

3.3

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 23

HOOFDSTUK 4 Omgevingsaspecten .............................................................................................. 33 4.1

Vormvrije mer-beoordeling ................................................................................................ 33

4.2

Milieuzonering ....................................................................................................................... 33

4.3

Bodem .................................................................................................................................... 34

4.4

Cultuurhistorie inclusief archeologie ................................................................................ 36

4.5

Duurzame verstedelijking .................................................................................................. 52

4.6

Ecologie .................................................................................................................................. 52

4.7

Externe veiligheid................................................................................................................. 56

4.8

Geluid...................................................................................................................................... 59

4.9

Kabels en leidingen .............................................................................................................. 61

4.10

Lichthinder........................................................................................................................... 61

4.11

Luchtkwaliteit...................................................................................................................... 62

4.12

Verkeer................................................................................................................................. 62

4.13

Water .................................................................................................................................... 63

HOOFDSTUK 5 Juridische toelichting ............................................................................................ 66 5.1

Inleiding ................................................................................................................................. 66

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

1

5.2

Planregels .............................................................................................................................. 66

5.3

Procedure ............................................................................................................................... 69

5.4

Toelichting op de bestemmingen ...................................................................................... 70

HOOFDSTUK 6

Uitvoerbaarheid.................................................................................................. 76

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 76

6.2

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................ 76

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

2

HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Bestemmingsplannen worden periodiek herzien. Mogelijke aanleidingen hiervoor zijn: verouderde regels van het huidige plan, veranderd gebruik van het terrein, gewijzigde wetgeving en nieuwe inzichten. Een herziening van een bestemmingsplan is dus een actualisatie van een bestemmingsplan binnen een wijk/dorp. Het algemene uitgangspunt hierbij is dat de opzet en het beleid voor het plangebied grotendeels gehandhaafd blijft. Daarnaast wordt de wenselijkheid van bepaalde ontwikkelingen (op onderdelen) opnieuw afgewogen. Ten slotte zijn waar mogelijk, verleende afwijkingen van de oude bestemmingsplannen omgezet naar bij recht toegestane mogelijkheden. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft besloten bij actualisatie zo veel mogelijk dorpen in de omgeving mee te nemen in één plan. Dit ter voorbereiding op de Omgevingswet, waarbij gestreefd wordt naar één omgevingsplan voor de hele gemeente. De gemeente is hiervoor opgedeeld in een aantal gebieden. Dit bestemmingsplan is een actualisatie van het gebied waar het voorbereidingsbesluit ‘Sneek – Ivige Leane’ geldt en voor de bestemmingsplannen voor de volgende 8 dorpen: Poppenwier, Dearsum, Raerd, Tirns, Gauw, Goënga, Scharnegoutum en Offingawier. Het bestemmingsplan heeft een overwegend conserverend karakter.

In dit plan zullen dan ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die nog niet vervat zijn in een onherroepelijk bestemmingsplan of waarvoor anderszins een planologische procedure is afgerond of vergunning is verleend. Overigens betekent het ‘conserveren’ niet dat dit bestemmingsplan geen enkele ontwikkeling mogelijk maakt. Kleinschalige ontwikkelingen blijven op basis van diverse flexibiliteitsbepalingen mogelijk. Daarnaast is het mogelijk om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de bouw- en gebruiksregels.

1.2

Stukken bij het plan

Het bestemmingsplan SWF - 8 Dorpen Oost bestaat uit de volgende stukken: •

toelichting;

•

regels;

•

verbeelding;

•

bijlagen bij de toelichting;

•

−

bijlage 1: Beschermde dorpsgezicht Poppenwier

−

bijlage 2: Beschermde dorpsgezicht Scharnegoutum

−

bijlage 3: Beschermde dorpsgezicht Goënga

−

bijlage 4: advies externe veiligheid

−

bijlage 5: Wateradvies

−

bijlage 6: reactienota vooroverleg

bijlagen bij de regels; −

bijlage 1: Lijst met beroepen en bedrijven aan huis

−

bijlage 2: Staat van bedrijfsactiviteiten

−

bijlage 3: Lijst karakteristieke panden en rijksmonumenten

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

3

−

bijlage 4: Historische verkaveling in de gemeente Súdwest-Fryslân’

−

bijlage 5: Historische paden en wegen in de gemeente Súdwest-Fryslân.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan opgenomen gronden aangegeven. De regels bepalen een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting hoort bij het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit het gebied van het voorbereidingsbesluit ‘Sneek – Ivige Leane’ en de bebouwde kom van de volgende 8 dorpen: Poppenwier, Dearsum, Raerd, Tirns, Gauw, Goënga, Scharnegoutum en Offingawier en (zie volgende afbeelding).

Figuur 1: Ligging plangebied

1.4

Huidig planologisch situatie

Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende plannen: Naam plan

onherroepelijk

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

4

Wymbritseradiel – Noord (Scharnegoutum, Goënga, Gauw en Tirns)

28-11-2009

Bestemmingsplan MFA de Terp Scharnegoutum

21-12-2012

Zwettewei 68a Scharnegoutum

03-03-2011

Harinxmaland

8-11-2006

Randzone Gauw

24-05-2012

Bedrijfslocatie Terpstrjitte en woonlocatie Thaborwei te Tirns

19-02-2015

Lytse Doarpen (Raerd, Dearsum en Poppenwier)

03-04-2012

Raerd - Aldfeartswei

21-06-2016

Offingawier

19-01-2010

Parapluplan parkeernormen SWF

08-11-2018

Súdwest-Fryslân – kleine windturbines (vastgesteld)

03-03-2022

In de loop van de tijd zijn delen van de genoemde bestemmingsplannen ingevuld of herontwikkeld. Hiervoor zijn ofwel nieuwe bestemmingsplannen gemaakt, of zijn uitgebreide afwijkingsprocedures of wijzigingsprocedures gevoerd. De gebieden waarvoor dergelijke procedures zijn doorlopen worden in dit bestemmingsplan voorzien van een actuele regeling. In het plangebied zijn dit onder meer: Plan/Vergunning

Vaststellings-/ verleningsdatum

Offingawier, Fiifgeawei 28 (toevoegen woonruimte in de woonboerderij)

9-4-2013

Scharnegoutum, Achterbuorren 1 (toevoegen woning)

27-6-2014

De geldende bestemmingsregelingen in de diverse bestemmingsplannen waren afgestemd op de toen aanwezige functies en bebouwing. In het bestemmingsplan voor de kern Raerd is een (ongebruikte) wijzigingsbevoegdheid opgenomen nabij Sélânswei 41. Deze grond is in eigendom van de gemeente. Er zijn geen plannen om deze gronden te gaan ontwikkelen voor woningbouw. Deze wijzigingsbevoegdheid zal daarom niet worden opgenomen in deze herziening. Daarnaast is er een concreet verzoek om wijziging van het perceel grond tussen de Sélânswei 11 en 31. Dit verzoek volgt de wijzigingsprocedure en zal (na vaststelling) op ruimtelijkeplannen.nl opgenomen worden.

1.5

Leeswijzer

De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen juridisch onderdeel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1

Inleiding

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Hoofdstuk 3

Beleidskader

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

5

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

6

HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving Het plangebied bestaat uit 8 kernen en het gebied waarvoor het voorbereidingsbesluit ‘Sneek – Ivige Leane’ is genomen. De kernen hebben ieder hun eigen functionele structuur, verkeerstructuur en ruimtelijke opzet. In dit bestemmingsplan vormen deze de belangrijkste planuitgangspunten. Dit hoofdstuk licht het zo veel mogelijk toe. Enkele opvallende aspecten worden daarbij nadrukkelijk besproken.

2.1

Functionele structuur

De binnen het plangebied gelegen gronden en gebouwen hebben overwegend een woonfunctie, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. Daarnaast zijn echter ook andere functies aanwezig. Deze zijn hierna toegelicht. 2.1.1 Wonen De kernen typeren zich als overwegend woongebied. Het gaat zowel om (historische) woonboerderijen als reguliere woningen. Wat betreft woningtypen gaat het met name om vrijstaande woningen. Andere woningtypen, zoals twee-onder-kapwoningen en rijenwoningen, komen slechts in beperkte mate voor en dan vooral in de wat grotere kernen (o.a. Scharnegoutum en Raerd). Gestapelde woningen, woonschepen en woonwagens komen binnen het plangebied niet voor. Bij verscheidene bedrijven binnen het plangebied bedrijfswoningen aanwezig, die ten dienste staat van het ter plekke gevestigde bedrijf. Bij diverse woningen wordt een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitgeoefend, zoals een (financieel) adviesbureau of praktijkruimte. 2.1.2

Bedrijvigheid

In Scharnegoutum is sprake van twee terreinen waar een clustering van bedrijven is, één aan de Oergongswei en één aan de Trekdyk. Op deze bedrijventerreinen is een grote diversiteit aan bedrijven gevestigd. In Gauw is sprake van een clustering van bedrijven aan de zuidkant van het dorp aan de Boeijengastraat en zijn er over het dorp nog een twee bedrijven gevestigd. Goënga heeft juist een clustering aan bedrijven aan de noordzijde van het dorp. In Tirns is van oudsher een bouwbedrijf aan de Thaborwei gevestigd. In de overige dorpen (met uitzondering van Dearnsum) is sprake van een enkele verspreid liggende bedrijfskavel. Het gebied van het voorbereidingsbesluit Ivige Leane is als agrarische grond in gebruik en kan als zodanig worden bestemd. 2.1.3

Maatschappelijke voorzieningen

Alleen de dorpen Raerd (OBS Raerderhiem) en Scharnegoutum (CBS Op ‘e Hichte) beschikken nog over een eigen basisschool. De voormalige basisschool in Gauw (de Legean) is in de zomer van 2020 verhuisd naar de nieuwe locatie in Sibrandabuorren. In alle acht dorpen zijn één of meerdere kerken aanwezig. In vrijwel alle gevallen is bij de kerken ook een begraafplaats aanwezig. De kerken worden in steeds mindere mate voor het oorspronkelijk doel gebruikt. Verschillende kerken worden in meer of mindere mate voor culturele evenementen gebruikt; de exploitatie en de instandhouding van de verschillende kerken, die in veel gevallen ook rijksmonument zijn, wordt financieel gezien een steeds groter probleem. Alle acht dorpen beschikken tevens over een dorpshuis.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

7

2.1.4

Detailhandel

In het merendeel van de dorpen is geen detailhandel meer aanwezig. Momenteel kent alleen Scharnegoutum nog een supermarkt. In Gauw is nog een bloemenzaak gevestigd. Andere vormen van detailhandel zijn meestal gekoppeld aan de andere functie die in een pand zit, bijvoorbeeld detailhandel voor een bedrijfsfunctie. Daarnaast zijn er in Gauw, Raerd en Scharnegoutum standplaatsen. 2.1.5

Overige functies

Er is nog steeds sprake van een forse schaalvergroting in de landbouw. Locaties in en direct grenzend aan de dorpen lenen zich gezien de milieu-hygiënische eisen niet voor grootschalige bedrijven. Daar is dan ook meestal sprake van grondgebonden agrarische bedrijven met bijbehorende weilanden en/of akkers. In enkele kernen zijn (kleinschalige) horecavoorzieningen aanwezig. In Dearsum heeft altijd een restaurant gezeten. Dit pand staat al enkele jaren leeg. Tot slot zijn in vrijwel alle dorpen sportvoorzieningen aanwezig. Meestal gaat het daarbij om een sportveld met daarbij horende voorzieningen. Deze velden zijn voor meerdere sporten beschikbaar. In een enkel geval is sprake een (club)gebouwtje bij de sportvelden.

2.2

Verkeersstructuur

2.2.1

Wegen

De inrichting van wegen vormt de basis voor een verkeersveilige, bereikbare en leefbare gemeente. Landelijk is afgesproken dat hiervoor het Duurzaam Veilig principe wordt toegepast. Hierin wordt onderscheid gemaakt in verkeersruimten en verblijfsgebieden. In de verkeersruimten krijgen vlotte autoverplaatsingen en bereikbaarheid prioriteit. In verblijfsgebieden is de kwaliteit van de openbare ruimte belangrijker. De doorstroming van het verkeer heeft een ondergeschikte rol ten opzichte van een aangenaam en veilig woonen leefklimaat. Op basis van Duurzaam Veilig zijn er drie categorieën wegen: 1. Stroomwegen (verkeersruimte) vormen het landelijke- en regionale hoofdwegennet. Hier geldt een maximum snelheid van 120/130 of 100 km/u buiten de bebouwde kom en 70 km/u binnen de bebouwde kom. 2. Gebiedsontsluitingswegen (verkeersruimte) hebben een ontsluitende functie voor een groter gebied en regionale centra, en vormen een verbinding met de stroomwegen. Hier geldt een maximum snelheid van 80 km/u buiten de bebouwde kom en 50 km/u binnen de bebouwde kom. 3. Erftoegangswegen (verblijfsgebied) lopen direct van en naar de percelen, hoofdzakelijk bestemmingsverkeer, agrarisch verkeer, fietsers. Hier geldt een maximum snelheid van 60 km/u buiten de bebouwde kom en 30 km/u binnen de bebouwde kom. Binnen het plangebied komen uitsluitend gebiedsontsluitings- en erftoegangswegen voor.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

8

Figuur 2: wegen GVVP definitief maart 2013 2.2.2

Vaarwegen

De Vaarwegenverordening van de Provincie Fryslân is van toepassing op de vaarwegen en waterstaatswerken welke in beheer en onderhoud zijn bij de provincie. In het bestemmingsplangebied bevinden zich twee vaarwegen die onder het beheer van de provincie vallen: De Swette (bij Scharnegoutum) en de Frjenstjerter Feart (bij Tirns). Beide vaarwegen hebben een beheerzone van 5 meter breed aan weerszijden van de vaarweg. In het kader van deze verordening is het verboden een werk te maken, op te richten of te hebben of de afmetingen van een bestaand werk te veranderen of in het algemeen enige handeling te verrichten waardoor in de plaatselijke toestand een wijziging wordt aangebracht. De Swette maakt onderdeel uit van de recreatieve Middelzee vaarroute. Scharnegoutum en Dearsum zijn hier rechtstreeks aan gelegen. De route is toegankelijk voor boten met een maximale vaarhoogte van 2,46 meter. Vanaf de Swette zijn via diverse opvaarten de dorpen Offingawier, Goënga, Raerd Gauw en Poppewier ook via het water bereikbaar. Via de Frjentsjerter Feart (vaarroute tussen Franeker en Sneek) is Tirns via het water bereikbaar. 2.2.3

Openbaar vervoer

De trein naar Leeuwarden vormt voor de gemeente Súdwest-Fryslân een belangrijke verbinding richting Groningen en het oosten van het land. Scharnegoutum ligt direct aan deze spoorlijn. Vanuit Sneek hebben de bewoners van de dorpen wel toegang tot de trein. Voor

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

9

de dorpen in het plangebied is daarnaast de spoorlijn Zwolle-Leeuwarden (station in Grou) goed bereikbaar. Binnen de gemeente is de provincie Fryslân opdrachtgever voor het openbaar vervoer. Het huidige netwerk van openbaar vervoer is opgebouwd uit: •

Trein;

•

Lijnbus hoge frequentie;

•

Lijnbus lage frequentie;

•

Belbus;

•

Buurtbus

In de volgende afbeelding zijn de bestaande openbaar vervoerslijnen binnen de gemeente zichtbaar gemaakt.

Figuur 3: openbaar vervoer GVVP definitief maart 2013

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

10

2.3

Stedenbouwkundige opzet

2.3.1 Dearsum Het terpdorp Dearsum is al sinds vele eeuwen bewoond. Het is ontstaan aan de Middelzeedijk die vroeger langs de Middelzee liep. Het aantal inwoners bedraagt momenteel circa 150. Dearsum is gebouwd langs het (grens)vaarwater de Swette. De terp van Dearsum en de aan beide zijden bebouwde en door veel groen omzoomde buurt die in vrijwel zuidelijke richting loopt, staat scheef op de oude waterkering. De bebouwing bestaat uit betrekkelijk losse bebouwing van vooral woningen met voortuinen – met op de hoek een brede notabele woning – en een paar kleine boerderijen. Tegenover de kerk en de pastorie is dicht op de straat een aaneengesloten buurtje van huizen gevormd. De pastorie ligt in een ruime tuin, een breed bouwwerk met neoclassicistische karaktertrekken van kort na het midden van de 19de eeuw. Het heeft vleugels en een hoge middenpartij met een diepe toegangsportiek en een frontonvormige bekroning. Nadat die voormalige middelzeedijk in gebruik is genomen als rijweg van Sneek naar Leeuwarden, heeft het dorp zich nauwelijks langs die nieuwe verkeersader ontwikkeld. Daar kwam wel de herberg op de hoek. Later werd deze uitspanning café, eetcafé en restaurant. Momenteel staat het pand leeg. Achter dit pand is nog een sportterrein, waar tevens het dorpshuis is gevestigd. De kerk en het bijbehorende kerkhof zijn aangewezen als een rijksmonument.

Ook het deftige landelijke pand bij de ingang van het dorp is een rijksmonument. Het dorp is zowel over de weg (Snitserdyk) als over het water (Dearsemer Opfeart) goed bereikbaar. 2.3.2 Poppenwier Poppenwier is een terpdorp met circa 170 inwoners. Het dorp is in 1991 door het Rijk aangewezen als beschermd dorpsgezicht (zie bijlage 1). Het gebied, waarop de aanwijzing van Poppingawier als beschermd dorpsgezicht betrekking heeft, omvat de bebouwingsstructuur op de terp dat een ruimtelijke eenheid vormt met de lintbebouwing langs de weg naar Rauwerd. Vanwege de voor het dorp kenmerkende vrije ligging binnen het aangrenzende open weidelandschap is ook een stuk open weidegebied ten zuiden van de terp binnen de begrenzing opgenomen. Er zijn ook veel panden in Poppenwier die voorkomen op de monumentenlijst. Poppenwier is een gaaf voorbeeld van een kleine lage terp met een blokverkaveling in een landschap met hetzelfde karakter. Mede omdat uitbreidingen van het dorp vrijwel achterwege zijn gebleven heeft de terp haar vrije ligging grotendeels behouden. Het voor het dorp uiterst kenmerkende contrast tussen de kleine, dicht bebouwde dorpskern en de openheid van het omringende land is hierdoor tot in de huidige tijd blijven bestaan. Opvallend is het contrast tussen de vrijliggende grootschalige boerderijen en de sterk geconcentreerde kleinschalige woonhuizen.

Het oudste bezit van het dorp is een uniek "Hugenoten uurwerk" uit 1578 en een preekstoel uit 1700 dat zich in de in 1986 gerestaureerde Hervormde kerk bevindt. In Poppenwier staan twee kerken. Ten eerste is er de mooie karakteristieke voormalige Hervormde Kerk, gebouwd in 1860 (op de plaats van de vroegere Rooms Katholieke "Heilige Nicolaaskerk"). De kerk is sinds de restauratie in 1986 in gebruik als aula. De tweede kerk is de, meer dan 150 jaar oude, onopvallende Doopsgezinde Schuilkerk welke geen toren heeft. De meest recente woninguitbreiding betreft zes woningen aan de Harstawei. Het dorp beschikt over een dorpshuis/ horecagelegenheid dat in 1998 door de inwoners zelf is gebouwd. 2.3.3 Raerd Het dorpje Raerd is een typisch terpdorp waar de kerk op het hoogste punt van de terp is

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

11

gebouwd. De Buorren en het Kleaster, met een goeddeels gesloten bebouwing van gevarieerde woningen liggen, rond de voet van de hoge kerkterp. Het dorp ligt dicht bij de oever van de voormalige Middelzee. De Moezel mondde daarin uit. Dat riviertje loopt nu vanaf Grou schilderachtig meanderend door het land om net bij de kern van Raerd dood te lopen. De belangrijkste toegangsweg, de Slotsdyk, werd na 1900 een gewilde plaats voor renteniers om hun villa’s te bouwen. Enkele zijn gebouwd in de charmante, ‘stadse’ vernieuwingsstijl. Ten noorden van Raerd bevindt zich in het "Raerder Bosk" de "Stinspoort" van de voormalige Jongemastate. Deze state werd bewoond door adellijke families. In 1912 is het afgebroken. De overgebleven poort geeft toegang tot het bos. Het dorp telt ruim 650 inwoners. Het woningaanbod is laatstelijk aan de zuidwestkant uitgebreid met 20 woningen. Centraal in het dorp zijn de hoger gelegen kerk, het oude gemeentehuis van de voormalige gemeente Rauwerderhem en het deels in oude stijl gerenoveerde dorpshuis gelegen. Op de hoek van de Poppenwiersterdyk en de Selanswei is de openbare basisschool "It Raerderhiem" gevestigd. Het dorp is om de 4 jaar start- of finishplaats van de Slachtemarathon. Verder kent het dorp onder andere een eigen kaatsvereniging, een tennisclub, badmintonvereniging en ijsclub. In het dorp zijn verder geen (winkel)voorzieningen aanwezig.

2.3.4 Goënga Goënga is een terpdorp in een laag gebied ten oosten van de voormalige Middelzee. Het dorp is via het water verbonden met de Snitser Aldfeart, destijds de belangrijkste verbinding tussen Sneek en Leeuwarden. Goënga bevindt zich in de overgangszone tussen twee landschapstypen. Aan de westzijde liggen jonge zeekleigronden die zijn ontstaan in de boezem van de voormalige Middelzee. Aan de oostzijde is het klei-op-veengebied van het lage midden van Fryslân gelegen. Het verschil in de bodemopbouw komt ook tot uitdrukking in de verkavelingspatronen: het kleigebied heeft een regelmatige blokverkaveling, terwijl het klei-op-veengebied een langgerekte opstrekkende verkaveling kent. Nog steeds is Goënga een min of meer concentrisch dorp, gelegen in het open weidegebied met centraal de kerk op de terp. De grillige overgang tussen de twee verkavelingstypen is nog steeds bepalend voor de omgeving van het dorp. De waterlopen die vroeger een belangrijke ontsluitingsfunctie hadden, zijn grotendeels nog aanwezig en omringen en doorsnijden het dorp. Een gedeelte van het dorp is langs het water gebouwd, een ander deel is georiënteerd op de doorgaande weg die in de loop der tijd de functie van het water overnam. Het dorp is kleinschalig en rijkelijk voorzien van bomen.

Een deel van Goënga is door de voormalige gemeente Wymbritseradiel aangewezen als beschermd dorpsgezicht (zie bijlage 2). Het beschermde dorpsgezicht wordt gevormd door de bebouwing aan de Hegewier, 't Pollehout en enkele bebouwing aan de Aldfeartsdyk. De ruimtelijke kwaliteit van het dorpsgezicht wordt behalve door de historische waarde van de bebouwing ook sterk bepaald door het tegenover de lintbebouwing gelegen open gebied en het waardevolle uitzicht op onder andere de kerk. De oude dorpskern van Goënga bezit vele fraaie gerestaureerde huizen rondom de Nederlands Hervormde Kerk met bijbehorende begraafplaats. De Hervormde kerk uit 1758 vormt het gezicht van het dorp. De kerk met rondboogvensters is gebouwd op de plaats waar eerst de middeleeuwse kerk stond. Het kleine houten torentje met spits is er later bijgebouwd. Tegenover de kerk staat de voormalige pastorie. De dorpsstraat is aan het eind van de jaren ’80 teruggebracht in oude stijl. Het loonbedrijf dat lange tijd middenin het dorp zat, is verplaats uit de dorpskern. De meest recente nieuwe bebouwing bevindt zich de zuidkant van Goënga. Er zijn een aantal vrijstaande woningen gebouwd aan de straat 'De Boppeslach' en enkele vrijstaande woningen aan de westzijde van Hege Wier. De Boppeslach is tevens de toegangsweg naar het kaatsveld. Vergaderingen en andere activiteiten worden gehouden in het dorpshuis

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

12

'De Kosterij'. Goënga kent geen eigen winkel- of voorzieningenstructuur en telt ongeveer 250 inwoners. 2.3.5 Scharnegoutum Scharnegoutum is een terp op de rand van de voormalige Middelzee. Vermoedelijk dateert de terp ongeveer uit het begin van onze jaartelling. Het dorp heeft zich ontwikkeld nadat de Middelzee werd ingepolderd. Een belangrijk moment in de geschiedenis van Scharnegoutum is de aanleg van de trekvaart van Sneek naar Leeuwarden (De Swette) in de periode 1511-1540. In de periode van de 16e tot de 19e eeuw heeft Scharnegoutum als een terpdorp van beperkte omvang aan de trekvaart gelegen. Rond 1850 werd de Strjitwei aangelegd. Hierdoor veranderde de structuur van het dorp. Het concentrische dorp kreeg er een lintbebouwing langs deze weg bij. In 1883 werd de spoorlijn tussen Sneek en Leeuwarden aangelegd. Het dorp kreeg een eigen station dat tot in de jaren '30 van de vorige eeuw gefunctioneerd heeft. Nog steeds is Scharnegoutum een min of meer concentrisch dorp met lint bebouwing langs De Swette. Het historisch beloop van de wegen is geheel gehandhaafd. Ook het water heeft grotendeel het historisch beloop behouden. Een uitzondering hierop vormt het meest oostelijke deel van de trekvaart dat is verlegd. De opvaart die langs de Sint Martensdyk en de Legedyk liep, is gedempt.

Voorts is ook het hoogteverschil van de terp nog duidelijk herkenbaar en ook de omringende beplanting is gehandhaafd. Scharnegoutum is door de voormalige gemeente Wymbritseradiel aangewezen als beschermd dorpsgezicht (zie bijlage 3). Het beschermde dorpsgezicht wordt gevormd door de bebouwing aan de Ald Dyk, de Achterbuorren, de Legedyk, een stukje van de Sint Martensdyk en de Zwettewei. Daar bevinden zich ook de karakteristieke gebouwen zoals de hervormde kerk met begraafplaats (gelegen op de terp) , gereformeerde kerk (nu in gebruik als woning), de oude pastorie, de school, de voormalige zuivelfabriek en diverse beeldbepalende woningen. De ruimtelijke kwaliteit van het dorpsgezicht wordt behalve door de historische waarde van de bebouwing ook sterk bepaald door karakteristieke lineaire bebouwing langs de oude trekvaart. Het dorp is door de jaren heen gegroeid en kent diverse uitbreidingswijken met eigen karakteristieken. Het dorp telt ongeveer 1750 inwoners. In Scharnegoutum zijn diverse bedrijven gevestigd en heeft een eigen bedrijventerrein en kent ook een eigen (winkel)centrum met diverse voorzieningen waaronder een eigen supermarkt. Ook heeft het dorp diverse sportvoorzieningen en sportvelden. 2.3.6 Gauw Gauw is van oorsprong een terpdorp, maar heeft later het karakter van een terpdorp in combinatie met een streekdorp gekregen.

Het dorp is ontstaan aan de oude verbinding Sneek-Leeuwarden. De eerste bewoners zijn waarschijnlijk in de 12e of de 13e eeuw ter plaatse neergestreken. De eerste kerk van Gauw dateert namelijk uit die periode. In de eerste helft van de 19e eeuw is de toren afgebroken en opnieuw opgetrokken. In Gauw is de kerk aan de Boeijengastrjitte 43 als rijksmonument aangemerkt. De meeste woningen staan aan de doorgaande dorpsstraat, de Boeijengastrjitte. Er staat gevarieerde bebouwing van pastorie tot bejaardenwoningen. In het zuiden is tegenover het buurtje de Eker naar de Gauwstervaart de gereformeerde kerk gebouwd. Ten zuiden van de vaart is een buurt ontstaan die in de jaren tachtig met de Kamp en de Skalter nader gestalte heeft gekregen. Recent is noordelijker het uitbreidingsbuurtje ‘It Tsjemlân’ tot stand gekomen. Het dorp kent ongeveer 350 inwoners. De dorpsschool ‘De Legeaën’ is sinds kort verhuisd naar de nieuwe locatie in Sibrandabuorren. In het dorp is, naast wat ondergeschikte lichte (vaak bij de woning) bedrijvigheid, de aan de westzijde van het dorp fourage- en kunstmesthandel en het landbouwmechanisatiebedrijf gevestigd.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

13

2.3.7 Tirns Tirns is een terpdorp dat zich precies op de rand van de voormalige Middelzee bevindt. Het dorpje ligt aan de Frjentsjerter Feart, via opvaarten staan diverse huizen met dit water in verbinding. Centraal gelegen is de kerk met haag en boombeplanting. De bebouwing is voornamelijk op de Thaborwei georiënteerd of op het water. De historisch ruimtelijke structuur wordt hier gekenmerkt door de vaart, de opvaarten en de doorgaande oude Middelzeedijk. Ook kenmerkend zijn de kerk en de verhoogde begraafplaats met de omringende beplanting. Hieromheen lag van oorsprong de bebouwing die werd afgewisseld met open stukken weiland. De beplanting rond het kerkgebouw en langs de opvaart speelt een rol in de dorpsstructuur door de samenhang met water en terp. Ook de omringende, opgaande beplanting rond het sportterreintje en rond het grote perceel aan de noordoostkant van het dorp is van belang. Deze beplanting geeft beschutting en een zekere beslotenheid (oever Frjentsjerter Feart) in een overigens door openheid omgeven kern. Binnen het cluster aan de zuidzijde van het dorp zijn in de jaren '80 van de vorige eeuw geschakeld een achttal nieuwe woningen gebouwd. Na de jaren '80 van de vorige eeuw is de woningvoorraad door uitbreiding op een aantal plaatsen in het dorp toegenomen.

Het gaat om de 9 vrijstaande woningen aan de weerszijden van de Pollewei, een vrijstaande woning op de hoek van de Thaborwei en de Pollewei en een vijftal vrijstaande woningen aan weerszijden van de Ringdyk. In Tirns wonen ongeveer 180 mensen. Het dorp telt enkele bedrijven, een dorpshuis en een café. Bouwbedrijf Bootsma is daarbij een grootschalig bedrijf. Het verenigingsleven speelt zich in de zomermaanden voornamelijk af op het sportveld, waar fanatiek gekaatst wordt. Op ditzelfde veld liggen ook de jeu de boulesbanen. In de winter verplaatst het verenigingsleven zich naar het café en het dorpshuis. 2.3.8 Offingawier Het gebied is gelegen aan de zuidzijde van het oude Middelzeegebied. Door de bouw van de kerk in het meest zuidwestelijk gelegen deel van de agrarische streeknederzetting ontstond op en bij de oorspronkelijke terp enige concentratie van niet-agrarische bebouwing, die de naam Tsjerkebuorren kreeg. Bij de iets verder noordoostelijk gelegen terp rond een brug over de Zijlroede vond eveneens, zij het op kleinere schaal, komvorming plaats waaruit de naam Brêgebuorren ontstond. Oorspronkelijk was het dorpsgebied van Offingawier uitsluitend over het water ontsloten. Wegen waren er praktisch niet. De verbinding tussen de beide buurtschappen onderling en de verderop gelegen boerderijen werd gevormd door een vaart dwars op de opstrekkende kavelrichting.

De enige doorgaande wegverbinding in het gebied was over de Groene Dijk gelegen, die ook nu nog als verkeersweg dienst doet. De beide buurtschappen manifesteren zich duidelijk als twee afzonderlijke bebouwingsconcentraties, waarbij in de Tsjerkebuorren, door bebouwing aan twee zijden en het licht gebogen wegbeloop, in zekere mate een besloten straatruimte is gevormd. Vanuit deze straatruimte zijn een aantal doorkijken naar het achterliggende open landschap mogelijk. De bebouwingsconcentratie van de Brêgebuorren is min of meer gegroepeerd rondom een gedeeltelijk beplante ruimte welke door de Fiifgeawei wordt doorsneden. Het gebied tussen de beide buurtschappen is in de loop der jaren enigszins bebouwd geraakt, maar wordt nog wel gekenmerkt door zijn openheid en een aantal vergezichten, met name in zuidoostelijke richting naar het Sneekermeer. Het dorp telt ongeveer 250 inwoners. Naast een dorpshuis heeft het dorp geen overige voorzieningen.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

14

HOOFDSTUK 3 Beleidskader 3.1 3.1.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting voor keuzes, inspireert, stelt kaders en zorgt voor een integrale aanpak van strategische opgaven in de fysieke leefomgeving. Vier prioriteiten staan centraal: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI stelt een integrale aanpak voor, waarbij samengewerkt wordt met andere overheden en maatschappelijke organisaties. De opgaven rond wonen, klimaat, energie, circulaire economie, verkeer en vervoer en landbouw zijn zo groot en ingewikkeld dat meer sturing vanuit het Rijk nodig is. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3.

afwentelen wordt voorkomen. Het rijk heeft de volgende inhoudelijke keuzes vastgelegd in de NOVI: 1. een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; 2. de transitie van de energievoorziening, bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor de omgevingskwaliteit; 3. de transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland; hiermee stuurt het rijk op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; 5. concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en behoud van de openheid van het landschap; 6. herindeling van het landelijk gebied in evenwicht met natuur en landschap. Werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw. Met het voorliggende bestemmingsplan worden geen rijksbelangen geraakt. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de "ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

15

stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De nieuwe regeling is vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Bro. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is de ladder voor duurzame verstedelijking niet relevant voor dit bestemmingsplan. 3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissing (pkb) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. In de SVIR wordt een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau gegeven. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. De nationale belangen zoals geformuleerd in het Barrro zijn geen onderdeel van dit bestemmingsplan en dus niet in het geding.

3.1.4

Water

Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheerplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Súdwest-Fryslân in het stroomgebied van de Rijn Noord valt. In het stroomgebiedbeheerplan van de Rijndelta staan de doelen en bijbehorende maatregelen om een goede toestand van oppervlakte- en grondwater te bereiken. Waterwet De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

16

met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder. Nationaal Waterplan 2016-2021 Onderdeel van de bovengenoemde Waterwet is het zesjaarlijkse Nationaal Waterplan. Dit plan is de opvolger van de 4e Nota Waterhuishouding (1998) en heeft de status van structuurvisie binnen de Wet ruimtelijke ordening.

In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Ook maken de (vier) stroomgebiedsbeheersplannen onderdeel uit van het Nationaal Waterplan. Zo ontstaat er een heldere koppeling tussen Europees beleid (o.a. de Kader Richtlijn Water) en Rijksbeleid. Duurzaam waterbeheer is het devies van het Nationaal Waterplan. Gemeenten hebben hierin specifieke taken op het gebied van omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkomen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhoudenscheiden-schoonmaken.

Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

17

uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: −

het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken;

−

verbetering van de waterkwaliteit.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

18

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Fryslân 2020: 'De Romte Diele'. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn nu nog vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. Hierin zijn voor de provinciale belangen regels opgenomen, waar in bestemmingsplannen rekening mee gehouden moet worden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Verordening Romte vervangen door de Omgevingsverordening. Het ontwerp van de Omgevingsverordening heeft al ter inzage gelegen. De vaststelling door Provinciale Staten zal in het tweede kwartaal van 2022 plaatsvinden. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de Verordening Romte Fryslân het toetsingskader. 3.2.1

Omgevingsvisie 'De Romte Diele'

De Omgevingsvisie is een van de nieuwe instrumenten uit de Omgevingswet. De visie omvat het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving op een hoog abstractieniveau, voor de lange termijn en is op 23 september 2020 vastgesteld. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20/30 jaar uit ziet. In de visie is aangegeven waar de provincie heen wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Hoe dit gestalte moet krijgen is niet precies aangegeven. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De visie vervangt het strategisch beleid uit het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterbeheerplan en het Verkeers- en Vervoersplan. Bovendien is de provinciale Natuurvisie, die bestaat sinds de Natuurbeschermingswet (2017) is vereist, hierin opgenomen. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: •

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden;

•

Energietransitie met kracht voortzetten;

•

Fryslân klimaatadaptief inrichten;

•

Versterken biodiversiteit.

Schematisch ziet de opbouw van de omgevingsvisie er als volgt uit.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

19

3.2.2

Grutsk op 'e Romte

Het streekplan bevat een beschrijving van de kernkwaliteiten van cultuurhistorisch erfgoed en landschap. Daarin wordt ook een nadere uitwerking en waardering van deze kernkwaliteiten aangekondigd. Deze zijn verder uitgewerkt in de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte (2014). In deze visie worden verschillende deelgebieden onderscheiden, met ieder een eigen cultuurhistorische en landschappelijk karakter. Alle kernen liggen daarbij in het Kleigebied Westergo. Per gebied wordt in deze visie de kernkwaliteiten genoemd die een provinciaal belang hebben. Vanuit de visie zijn voor het plangebied de volgende kernkwaliteiten van belang binnen de gebieden: Kleigebied Westergo Een kenmerk van dit gebied is dat hier sprake is van een overgangszone van het klei- naar het veengebied. In Westergo kenmerkt deze zone zich door de aanwezigheid van (onzichtbare) (veen)terpen en ontginningssporen, hemdijken, droogmakerijen en het begin van de opstrekkende verkaveling van het veen. Daarnaast is ook de aanwezigheid van de waterlopen een belangrijk kenmerk. Tot slot gaat het om de relatie tussen de vorm van de

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

20

nederzettingen, het type landschap, het grondgebruik en de infrastructuur. Bij de nederzettingen is sprake van een fijnmazige en onregelmatige dorpsstructuur. De provincie zet in op het behoud van deze kenmerken. In dit bestemmingsplan is de geldende juridische regeling overgenomen. Nieuwe ontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt, tenzij hiervoor in een eerder stadium al een afweging heeft plaatsgevonden. Deze passen binnen de kernkwaliteiten zoals opgenomen in de visie Grutsk op ‘e Romte. Waar mogelijk en nodig worden de kernkwaliteiten in dit bestemmingsplan beschermd. 3.2.3

Verordening Romte

Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening is in werking getreden op 1 augustus 2014. De verordening uit 2011 is hiermee integraal herzien. Op 18 februari 2015 is de 1e partiële herziening van de verordening (Romte foar Sinne) en op 21 februari 2018 is de wijzigingsverordening ‘Verordening Romte Fryslân 2014’ vastgesteld. Deze wijzigingsverordening is op 28 maart 2018 inwerking getreden. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als onvoldoende aan die zienswijze tegemoet wordt gekomen. Het streekplanbeleid is in het kader van de verordening voorzien van concrete beleidsregels. In de verordening is onder meer de grens tussen het buitengebied en het stedelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het buitengebied. Vanuit de verordening zijn de volgende onderwerpen voor het plangebied van belang: Bestaand bebouwd gebied en kernenstructuur De bebouwde kom van de dorpen maakt over het algemeen volledig deel uit van bestaand bebouwd gebied. Hierin zijn onder meer inbreidingsontwikkelingen mogelijk.

De kernen in het plangebied zijn allemaal aangewezen als ‘overige kern’. Dit heeft gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van onder meer bedrijvigheid. Bij overige kernen is een bedrijf in de milieucategorieën 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1, 5.2, 5.3 of 6 niet toegestaan. Bestaande bedrijven(terreinen) met een dergelijke categorie kunnen blijven bestaan, ten opzichte van nieuwe bedrijven is de provincie terughoudend. Ditzelfde geldt voor uitbreiding van het aantal woningen buiten bestaand bebouwd gebied. Natuur Direct in en rond de kernen in het plangebied van dit bestemmingsplan zijn verschillende gebieden aangewezen als ‘natuur buiten de EHS’. Voor deze gebieden gelden minder strenge voorwaarden dan voor de gebieden die vallen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). De gebieden moeten wel een passende bestemming krijgen, waarbij vooral gericht wordt op behoud, herstel of ontwikkeling van de natuurwaarden. Daarmee is in dit bestemmingsplan rekening gehouden, voor zover een als zodanig aangewezen gebied in het plangebied ligt. Het IJsselmeergebied hoort bij het NNN, maar ligt buiten het plangebied en heeft dan ook geen gevolgen voor dit bestemmingsplan.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

21

Weidevogelgebieden In en rond de kernen van het plangebied zijn meerdere gebieden aangewezen als weidevogelkansgebieden. Dit zijn gebieden, die bestaan uit ruime en open gebieden (zichtafstand > 400 m) met voldoende rust en waarin gevarieerde graslanden liggen. Ze zijn aangewezen op basis van de Weidevogelnota 2014-2020. Verstorende ontwikkelingen zijn in deze gebieden niet toegestaan. Agrarische ontwikkelingen zijn wel mogelijk, omdat de agrarische functie mede bepalend is voor de geschiktheid van een gebied voor weidevogels. Nieuwe agrarische bouwpercelen zijn niet zonder meer toegestaan, daarbij moet de invloed op het weidevogelgebied altijd afgewogen worden. Voor dit bestemmingsplan heeft dit geen gevolgen, omdat de bestaande situatie voorzien wordt van een actuele regeling.

3.2.4

Regionale bedrijventerreinenplan

De Verordening Romte gaat uit van de aanwezigheid van (regionale) bedrijventerreinenplannen. Dit bedrijventerreinenplan geeft invulling aan de eis dat een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein kan bevatten, wanneer dit qua oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft (art. 4.1.1.). Voor de regio Zuidwest Fryslân is een bedrijventerreinenplan opgesteld. In het plan zijn alle nieuwe dan wel uit te breiden bedrijventerreinen met een oppervlakte van 1 hectare of meer opgenomen. Het betreft vooral terreinen bij stedelijke en regionale centra en bedrijfsconcentratiekernen, waar op grond van het Streekplan bedrijventerrein op voorraad mogelijk is. Voor terreinen kleiner dan 1 hectare, meestal gelegen bij de ‘overige kernen’ is aanvullend ruimte, maar dan via een afzonderlijke afweging en procedure. In de raming van de behoefte en bij de planning van nieuwe terreinen is in het bedrijventerreinenplan rekening gehouden met revitalisering, invulling van nog beschikbare ruimte op bestaande terreinen en met zorgvuldig ruimtegebruik.

Hiermee is invulling gegeven aan toepassing van de SER-ladder op regionaal niveau: de mogelijkheden om ruimtewinst te boeken op alle bestaande terreinen in de regio zijn verdisconteerd in het totale regionale programma. Daarmee is voor elk plan voor een nieuw of uitbreiding van bestaand terrein voldaan aan die bepaling uit de Verordening Romte met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. In dit bestemmingsplan wordt geen mogelijkheid geboden voor uitbreiding van bedrijventerreinen.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

22

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 1.0 `Oars tinke yn Súdwest (2021)

De gemeenteraad heeft op 29 april 2021 de Omgevingsvisie 1.0 ‘Oars tinke yn Súdwest’: samenwerken aan een gezonde leefomgeving’ vastgesteld. De Omgevingsvisie 1.0 voldoet aan de artikelen 4.9 en 4.10 van de Invoeringswet Omgevingswet. In de overgangswetgeving Omgevingswet, krijgt een structuurvisie op basis van de Wro automatisch de status van een Omgevingsvisie op basis van de Omgevingswet wanneer deze van kracht wordt. Deze visie is tot stand gekomen met de inwoners en ketenpartners van Súdwest Fryslân. De Omgevingsvisie 1.0 schetst de hoofdlijnen van de ontwikkelingsrichting voor de woonwerk- en leefomgeving op de langere termijn. De Omgevingsvisie helpt om keuzes te maken bij ontwikkelingen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden en nodigt uit tot ontwikkelingen. Met deze Omgevingsvisie kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. De Omgevingsvisie 1.0 bestaat uit vijf thema’s: 1. Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving; 2. Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap; 3. Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden; 4. Vitaal en aantrekkelijk landschap; 5. Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief. In de Omgevingsvisie 1.0 is een koppeling gelegd met de 17 duurzame ontwikkeldoelen (Sustainable Development Goals) zoals die wereldwijd worden gehanteerd.

De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie 1.0 de kaders op hoofdlijnen voor toekomstige ontwikkelingen vastgesteld. De maatregelen om de vastgestelde thema uit te kunnen werken worden beschreven in, samen met de ketenpartners, op te stellen omgevingsprogramma’s. Dit om de ambities uit de Omgevingsvisie 1.0 dichterbij te brengen. Het College van B&W stelt de omgevingsprogramma’s vast. Zoals in de thema-onderdelen van de Omgevingsvisie benoemd, worden de volgende omgevings-programma’s opgesteld: •

Gezond Wonen

•

Omgevingskwaliteit

•

Vitaal landschap

•

Klimaatmitigatie

•

Klimaatadaptatie

In het plangebied worden geen ontwikkelingen voorzien, die niet al eerder afgewogen zijn. Het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter en tast de bestaande omgevingswaarden niet aan. 3.3.2

Agenda duurzame ontwikkeling

In juli 2018 is de ‘Agenda Duurzame Ontwikkeling’ vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Súdwest-Fryslân staat net als andere overheden voor een grote opgave op het gebied van duurzame ontwikkeling. We werken toe naar een energie- en klimaatneutrale samenleving met een circulaire economie.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

23

De Agenda omvat een groot aantal uiteenlopende ambities die als kader dienen voor de komende jaren, variërend van alle woningen energieneutraal in 2030 tot 100% afvalvrije festivals. De agenda richt zich op 5 specifieke onderdelen: 1.

Anders Wonen

2.

Anders van A naar B

3.

Anders Produceren

4.

Anders Energie opwekken

5.

Zelf Anders

Voor 5 genoemde onderdelen is een concrete agenda vastgesteld en zijn ambities geformuleerd. 3.3.3

Klimaatagenda 2020, think global, act local

In 2015 hebben alle landen van de wereld ingestemd met een Duurzame Wereldagenda tot 2030. Hieruit volgen 17 Sustainable Development Goals (SDG’s). Voor klimaat is doel 13 beschreven: neem dringend maatregelen om de klimaatveranderingen en de gevolgen ervan te bestrijden. Met de Europese Green Deal (2019) geeft de Europese Commissie aan hoe Europa in 2050 als eerste continent voor 2050 klimaatneutraal wordt. Nederland heeft dit vertaald in een Nationaal Klimaatakkoord (2019). De klimaatagenda van de gemeente Súdwest-Fryslân sluit naadloos aan op de doelen van het landelijk Klimaatakkoord. Dankzij deze koppeling wordt duidelijk wat voor onze gemeente de opgave is ten aanzien van klimaat en duurzame ontwikkeling. De klimaatagenda voor de gemeente Súdwest-Fryslân, vastgesteld door de gemeenteraad op 1 juli 2020, bestaat uit 2 delen: klimaatmitigatie en klimaatadaptie. In de omgevingsvisie 1.0 is de klimaatagenda opgenomen binnen het thema “Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief” en verder uitgewerkt in de omgevingsprogramma`s Klimaatmitigatie en Klimaatadaptatie. 3.3.4

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie (2021)

Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân is de nadere uitwerking van de Klimaatagenda SWF 2020 en het thema “Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief” uit de omgevingsvisie 1.0. Dit programma is door het college van b&w vastgesteld. Een programma is een flexibel instrument dat de overheid kan toepassen in verschillende

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

24

fasen van de beleidscyclus. Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie bestaat uit een koepelrapport met acties en maatregelen die zijn verdeeld over vier bouwstenen.

Het omgevingsprogramma benoemt concrete projecten op de korte termijn tot 2025 en geeft een aanzet voor de langere termijn maatregelen richting 2050. Daarbij is de ambitie dat de gemeente in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig, energieneutraal en circulair is. Dat sluit aan bij de nationale klimaatdoelstellingen. Het is wenselijk om de verschillende opgaven met elkaar te verbinden. Dat leidt tot een gezonde, veilige en goede kwaliteit van de leefomgeving. Voor het bereiken van een klimaatbestendige gemeente ligt de nadruk op ruimtelijke adaptatie, zodat de door SWF onderschreven landelijke doelstellingen (Deltabeslissing Ruimtelijk Adaptatie) worden gehaald: 1. vanaf 2020 klimaatadaptief handelen is ‘het nieuwe normaal’ en 2. in 2050 is Súdwest-Fryslân klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Voor de in dit programma opgenomen maatregelen zijn vijf strategieën opgesteld om de ambitie en doelstellingen te behalen. Deze strategieën zijn tevens opgenomen in de omgevingsvisie 1.0. 1. Water- en klimaatbewustwording vergroten, zowel in- als extern. 2. In de praktijk brengen van klimaatadaptatie door te werken aan de opgaven in onze gemeente. Integraal werken, zowel intern tussen teams als extern met verschillende partners. 3. Verankeren van klimaatadaptatie in gemeentelijk beleid en handelen waardoor klimaatadaptatie een integraal onderdeel wordt van afwegingen. 4.

Met samenwerkingspartners werken aan (regionale) opgaven. Rolbewustheid is hier onderdeel van. Elk gebied heeft zijn eigen specifieke kenmerken, die leidend moeten zijn in de keuzes die we maken ten aanzien van klimaatadaptatie en de integrale afwegingen.

SWF- 8 dorpen oost ontwerp

25

5. Het benutten en versterken van de cyclus van kennis en monitoring. Met het dynamische karakter van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie SúdwestFryslân ontstaat de mogelijkheid om acties en maatregelen doorlopend verder aan te scherpen en aan te vullen. 3.3.5 Antennebeleid 2012 De gemeenteraad heeft in haar vergadering van 18 oktober 2012 het “Antennebeleid gemeente Súdwest-Fryslân” vastgesteld. De noodzaak hiertoe ligt er in dat mobiele communicatie in Nederland de laatste jaren een ongekende groei doormaakt. Burgers en bedrijven hechten veel belang aan een ruime beschikbaarheid en goede toegankelijkheid van mobiele communicatie. Naast dit algemene belang is er ook een groot maatschappelijk belang voor goede mobiele communicatie, zoals de bereikbaarheid van de hulpdiensten. Door het toenemend gebruik van mobiele communicatie groeit de vraag naar plaatsingsmogelijkheden voor antenne-installaties. Om te komen tot een verantwoorde maatschappelijke, stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van antenne-installaties is gemeentelijk antennebeleid opgesteld. Samengevat ziet het beleid er als volgt uit. De volgende gebieden komen als eerste in aanmerking voor plaatsing: −

bestaande masten;

−

bedrijventerreinen;

−

sportparken en hoogbouw;

−

langs of nabij infrastructuur en dan bij voorkeur bij kunstwerken.

Ten aanzien van de omgeving gelden de volgende criteria: −

− −

−

−

− −

−

Aansluiting op bestaande masten en gebouwen. Door gebruikmaking van bestaand verticale kunstmatige elementen zoals hoge gebouwen en torens kan de inbreuk op de bestaande ruimtelijke kwaliteit tot een minimum beperkt worden; Aansluiting op de visueel ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; Antenne-installaties mogen de architectuur en de specifieke architectonische kenmerken niet aantasten; Afstemming van de maat, schaal en oriëntatie van de antenne-installatie op (die van de bestaande bebouwing in) de omgeving; Er dient rekening gehouden te worden met de situering ten opzichte van cultuurhistorische waarden en objecten; Inpassing van de antenne-installatie binnen het landschapstype; Rekening houden met/aansluiten op bestaande landschappelijke patronen en op elementen in het landschap; Aangeven van de mogelijkheden om (in de ruime omgeving) door toepassing van beplanting de visuele aantasting te verminderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11779678/1