CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III - RES Fryslân - achtergronddocumenten

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: RES 1.032.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

gezamenlijk bepaalde balans tussen het belang van energie, natuur, landschap, landbouw

de bestaande kenmerken en kwaliteiten van natuur en landschap te onderzoeken. Er zijn

en leefomgeving. Daarvoor is van belang dat niet iedere overheid -gemeenten, Wetterskip

verschillende deelgebieden te onderscheiden: gebieden die een ruimtelijke samenhang

Fryslân en de provincie - in Fryslân eigenstandige keuzes maakt over die balans. De RES is

vertonen en/of gemeenschappelijke kenmerken, kwaliteiten of knelpunten bezitten. Door

het instrument waarin alle overheden in Fryslân tot een gezamenlijk ruimtelijk afwegingskader

een volledige en transparante analyse kan bepaald worden wat een acceptabele impact

moeten komen over de vraag waar in de toekomst wind- en zonprojecten worden toegestaan

in een deelgebied is en welke plaatsingsstrategie daarbij het beste past. Per deelgebied

en waar niet.

volgen dan eigen randvoorwaarden voor projecten. In sommige deelgebieden zal verantwoorde ontwikkeling niet of nauwelijks mogelijk blijken, zoals in het Waddengebied,

Ruimte is schaars en natuur en landschap staan onder toenemende druk. Energiebesparing

het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en het IJsselmeer. In andere gebieden kunnen

staat daarom op de eerste plaats. Daarnaast is het zaak om daken en andere bebouwde

hoge ecologische of landschappelijke waarde worden gerespecteerd door passende

oppervlakken (parkeerterreinen, braakliggende bedrijfslocaties, etc.) optimaal te gebruiken

voorwaarden te verbinden aan energieprojecten.

voor energieopwekking. Extra stimulering, in de vorm van financiële prikkels en ontzorging, is hard nodig. Zo kunnen we onnodige belasting van ruimte voorkomen. Om te bepalen waar en hoe we met oog voor natuur en landschap energieprojecten in de regio kunnen realiseren om te komen tot een verantwoorde en volledige RES 1.0, vindt de FEA de volgende inhoudelijke

• Stimuleer meervoudig ruimtegebruik en creëer meerwaarde voor natuur en landschap Projectlocaties voor energieopwekking kunnen op andere manieren van waarde zijn voor mens en natuur. Dat geldt voor windparken en voor zonnevelden. Door slim

aspecten van belang:

te ontwerpen, zijn er diverse combinaties denkbaar met recreatie, sport, educatie, • Regionale toekomstvisie en koppeling verschillende gebiedsopgaven Een goede RES begint bij een grondige verkenning. Welke ruimtevragers zijn er en welke

voedselproductie, klimaatadaptatie, cultuurhistorie en biodiversiteit. Hiermee kan de maatschappelijke meerwaarde van projecten worden vergroot en de druk op het landschap

transitieopgaven en ontwikkelingen worden voorzien? Welke toekomstvisie hebben we

worden verlicht. De natuurwaarden kunnen versterkt worden door op de projectlocaties

voor 2030 en 2050? Door hierbij ook buiten het domein van de energietransitie te kijken,

passende inrichtingsmaatregelen te treffen: aanleg van bosschages of natuurvriendelijke

wordt een integrale benadering mogelijk en komen regionale koppelkansen in beeld. Vanuit

waterpartijen, inzaaien van kruidenrijk gras of een extensief beheer waardoor de bodem kan

een gebiedsvisie kan zo een integraal ontwikkelplan ontstaan. Uitdagingen die mogelijk

herstellen. Ook zijn vernieuwende ontwerpen mogelijk waarbij zonne-energie en landbouw

tegelijk kunnen worden aangepakt zijn onder meer: transitie naar kringlooplandbouw,

worden gecombineerd, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan overkapping boven

klimaatadaptatie, recreatieve netwerken, versterking van groenstructuren, bestrijding van

fruit, verrijdbare zonnepanelen boven vollegrondgroente, of inpassing van zonnepanelen bij

veenoxidatie, vernatting en habitatverbetering voor doelsoorten.

uitloopkippen. De compensatie kan ook buiten het plangebied plaatsvinden, door (een deel van) de opbrengsten van het energieproject daarvoor in te zetten. De landschapswaarden kunnen versterkt worden door delen van het landschap (weer) toegankelijk en/of recreatief aantrekkelijk te maken, bestaande elementen te behouden en te integreren in het ontwerp en door structuren en landschapselementen te herstellen.

80

80

A m bi ti edocu m ent RES 1.0 FRYSLÂN

Frie s e E nergie Alliantie

81 81

1.6 Communicatie en Participatie

1.6.2 Beleids-, proces- en projectparticipatie

Uiteindelijk is de mienskip als geheel de eigenaar van de energietransitie in Fryslân. Om deze

Participatie en zeggenschap zijn volgens de FEA essentieel voor het slagen van de

goed te betrekken, zijn een goede communicatie- en participatiestrategie essentieel in de ogen

energietransitie in Fryslân. De FEA is van mening dat heldere afspraken over zowel

van de FEA.

beleidsparticipatie, als procesparticipatie, als projectparticipatie de kern van de RES Fryslân zouden moeten zijn. De FEA stelt voor daarbij de volgende acties op te nemen: • Het opzetten van een periodiek terugkerende burgertop, waarin een willekeurig

1.6.1 Communicatie

samengestelde groep Friese burgers de mogelijkheid krijgt mee te denken over

De energietransitie is uiteindelijk een maatschappelijke, sociale transitie. Om deze transitie

energiebeleid in Fryslân. Hierbij moet wel helder worden gemaakt welke plek de

goed te laten verlopen is een doordachte en gezamenlijke communicatiestrategie van groot belang. De FEA is van mening dat over zo’n gezamenlijke communicatiestrategie in de RES 1.0 afspraken moeten worden gemaakt. Het is namelijk belangrijk dat de inwoners van Fryslân niet vanuit verschillende hoeken, partijen en overheden met verschillende boodschappen worden geconfronteerd. Een regionale aanpak met gezamenlijke uitgangspunten heeft dan duidelijk meerwaarde.

burgertop heeft in de besluitvorming. De FEA vindt het wenselijk dat een burgertop wordt georganiseerd rondom het vaststellen van de RES 2.0 en 3.0 en daarover ook meebeslist. • Het opzetten van een Energieraad waarin relevante doelgroepen de mogelijkheid krijgen mee te beslissen over uitvoering van energiebeleid en -programma’s in de RES regio Fryslân. De Energieraad zou een centrale rol kunnen spelen in regie op de uitvoering van energiebeleid (zie hoofdstuk 2). • Het borgen van afdoende zeggenschap van de gemeenschap in procedures die leiden tot

Voor wat betreft die communicatiestrategie hecht de FEA aan de volgende uitgangspunten: • Het werken met een doelgroepenbenadering, waarbij iedere relevante doelgroep op de manier wordt betrokken die het beste bij deze doelgroep past. Deze doelgroepenbenadering werkt ook door in de communicatiestrategie die gehanteerd wordt. • Campagnes gericht op bewustwording van nut en noodzaak van de energietransitie en de RES. • Informatie verstrekken over het handelingsperspectief van inwoners, bijvoorbeeld over laagdrempelige manieren om energie te besparen, passend bij ieders budget. Met name de betaalbaarheid van maatregelen voor warmtetransitie in de gebouwde omgeving hoort een

een duurzaam energieproject (procesparticipatie). Dit door het opnemen van een aantal vereisten voor vergunningverlening in de RES. Zo zou bijvoorbeeld het label ‘Mienskipsenergie’ gepositioneerd kunnen worden als voorwaarde voor vergunningverlening, of een overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de omgeving als voorwaarde voor het kunnen doen van een vergunningsaanvraag. • Het borgen van projectparticipatie (lokaal eigendom) door het opnemen van een regionaal beleidskader hiervoor in de RES Fryslân (zie 1.3). In de kern gaat het erom dat er beleidsregels worden opgenomen, die ertoe leiden dat ontwikkelaars van een duurzaam energieproject voorafgaand aan vergunningverlening tot houdbare afspraken komen met de mienskip.

prominente plaats te krijgen in de communicatie. We verwachten dat de RES een bijdrage levert aan transparante en objectieve informatie over kosten en opbrengsten, zowel voor huurders als particuliere woningeigenaren. • En zoals geformuleerd aan het begin: neem alle bijdragen die inwoners kunnen leveren aan een duurzame wereld hierbij mee. Voedsel, gezondheid, landbouw, mobiliteit en biodiversiteit, zodat inwoners hun bijdragen op verschillende onderwerpen vanuit hun eigen betrokkenheid kunnen vergroten.

82

82

A m bi ti edocu m ent RES 1.0 FRYSLÂN

Frie s e E nergie Alliantie

83 83

1.6.3 Participatie van jongeren en het onderwijs Voor een toekomstbestendig Fryslân is het belangrijk om jongeren een stevige stem te geven in afspraken over energietransitie en het onderwijs hierbij te betrekken. In de eerste plaats omdat de bestuurders van nu afspraken maken over 2030 en 2050 en daarmee de leefwereld en het arbeidsmarktperspectief bepalen van de jongeren van nu. In de tweede plaats omdat jongeren in het onderwijs worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt, die door de energietransitie op een aantal aspecten zal veranderen. Dat vraagt om nieuwe vaardigheden en kennis. Door jongeren tijdens hun stages, schoolopdrachten of bijbaan mee te nemen in het Friese bedrijfsleven en in de nieuwe ontwikkelingen, krijgen ze direct mee wat er gebeurt en groeit de verbinding met lokale uitdagingen. Jongeren en het onderwijs moeten in de besluitvorming en uitvoering dus goed worden aangehaakt.

2. Een gezamenlijke aanpak en regie De organisaties die lid zijn van de FEA willen gezamenlijk met overheden, instellingen en bedrijven aan de slag met de uitvoering van de energietransitie in Fryslân. De FEA staat daarbij een programmatische aanpak voor, zodat er een langjarige samenwerking op basis van gedeelde inhoudelijke uitgangspunten kan ontstaan. Wij stellen ons daarbij voor dat die programmatische aanpak wordt gecoördineerd door een uitvoeringsgerichte Energieraad. Deze Energieraad kan regie en samenhang vormgeven bij het opstellen van programma’s, maar ook bij het vormgeven van uitvoeringsprojecten en bij het monitoren van de doelstellingen. Dit geldt zowel voor warmtetransitie, als voor projecten voor opwek van duurzame elektriciteit, als voor netcapaciteit, als voor participatie en communicatie, die als

De FEA heeft daarom de volgende ambities geformuleerd op dit vlak: • Er is een stagebank opgericht (zwermn.nl) om de banden tussen onderwijs, wetenschap, het bedrijfsleven en de overheid optimaal vorm te geven. Hierbij ligt de focus op het bieden van impactvolle en uitdagende stages en schoolopdrachten waardoor jongeren affiniteit krijgen met het thema en de regio. De ambitie van alle bij de RES Fryslân betrokken partijen zou moeten zijn om stagiairs via deze stagebank in te zetten bij alle beleidstrajecten, programma’s en projecten op het terrein van energietransitie. De FEA vindt dat hierover in de RES een afspraak moet worden gemaakt om het inzetten van stagiairs minder vrijblijvend te maken.

samenwerkingsthema’s zijn benoemd. Een dergelijke Energieraad als coördinatie-instrument voor energietransitie in Fryslân, geeft bovendien mogelijkheden om burgers (via een burgertop) en specifieke doelgroepen (zoals jongeren, het bedrijfsleven, agrariërs) afdoende invloed te geven op de besluitvorming. Het samenwerkingsmodel tussen overheden en de FEA wordt op dit moment vormgegeven in een uitvoeringsstrategie, die met de RES samenhangt, maar er geen onderdeel van is. Het lijkt ons waardevol om de visie van de FEA op de belangrijkste uitgangspunten van dat samenwerkingsmodel mee te nemen in die strategie en de aanpak.

• Op de arbeidsmarkt en in aanbestedingen moet proactief worden ingezet om talent lokaal te benutten, bijvoorbeeld door het betrekken van young professionals op te nemen als gunningscriterium bij aanbestedingen. • Om jong talent in de regio te behouden, moet er naast stages, schoolopdrachten en bijbanen meer gefocust worden op traineeships binnen de energietransitie. Hiermee worden deze jonge talenten opgeleid tot volwaardige professionals, die we nodig hebben om de Friese energietransitie te laten slagen. •

Jongeren krijgen een stevige stem in de besluitvormingsprocessen rondom duurzame energie. Op zowel beleidsniveau als uitvoerend niveau worden jongeren actief betrokken in het besluitvormingsproces, bijvoorbeeld via de eerder genoemde burgertop en Energieraad. Daarnaast zouden jongeren een structurele rol moeten krijgen in een uitvoeringsstrategie.

2.1 Samenwerkings- en organisatiemodel De Friese Energie Alliantie ziet zichzelf het liefst de komende periode omvormen tot een alliantie waarin overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en instellingen samenwerken aan de uitvoering van energiebeleid. Het is daarvoor nodig dat wordt samengewerkt op basis van gezamenlijke doelen en uitgangspunten, zodat deelnemers zich, door aan te sluiten bij de alliantie, kunnen verbinden aan die gezamenlijke doelen en uitgangspunten. In de optiek van de FEA zouden die gezamenlijke doelen en uitgangspunten in eerste instantie moeten worden opgesteld door de leden van de FEA en de bij de RES betrokken overheden gezamenlijk. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een programma dat naast de RES staat (en dus ook niet dezelfde scope en ambitie als de RES hoeft te hebben). Het heeft de voorkeur van de FEA dat de inwoners van Fryslân via een burgertop (zie 1.6.2) de bevoegdheid krijgen dit programma mede vast te stellen of te wijzigen.

84

84

A m bi ti edocu m ent RES 1.0 FRYSLÂN

Frie s e E nergie Alliantie

85 85

Verder ziet de FEA een programmatische aanpak voor zich in de uitvoering van energiebeleid. Vanuit een programma waarbij de partners regie houden op de uitvoering. Dat kan in de optiek van de FEA het beste worden vormgegeven door een Energieraad (zie 1,6.1) op te richten, waarbij deelnemende overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en instellingen gezamenlijk bestuurlijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van een energieprogramma dat zich richt op 2030. De deelnemende partners leveren daarbij naar vermogen financiële middelen, personele capaciteit en expertisenetwerk aan de samenwerkingsorganisatie.

2.1.1 Betrekken van Friese bedrijven De FEA vindt het belangrijk om Friese bedrijven te betrekken bij een uitvoeringsprogramma of uitvoeringsstrategie. Vele Friese bedrijven behoren tot de koplopers in duurzame ontwikkeling en geven innovaties in het energiesysteem vorm. Er is veel dynamiek en kennis die niet goed tot uitdrukking komt aan bestuurstafels, maar wel bij de uitvoering van pilots en koploperprojecten. Het is belangrijk dat deze bedrijven een podium krijgen en het is bovendien waardevol de kennis en ervaring van deze bedrijven op een goede manier te benutten in een samenwerkingsorganisatie voor uitvoering van energiebeleid. Daar komt bij dat er flinke verduurzamingsstappen mogelijk zijn op bedrijventerreinen. Door beter gebruik te maken van de mogelijkheden op bedrijventerreinen, snijdt het mes aan meerdere kanten: er kunnen collectieven worden gevormd met voldoende slagkracht om grootschalige oplossingen te realiseren. Die kunnen als ‘springplank’ fungeren om die oplossingen ook beschikbaar te maken voor particuliere woningbezitters of woningcorporaties. Kennis en financiële middelen blijven beschikbaar in de Friese samenleving en kunnen bijdragen aan volgende verduurzamingsslagen.

86

86

A m bi ti edocu m ent RES 1.0 FRYSLÂN

Frie s e E nergie Alliantie

87 87

Impact van RES concept 1.0 op RES scenario's op de elektriciteitshet Friese energienet en gasinfrastructuur RES regio ………

1

Fryslân

Bijlage 7: Netimpact-analyse Liander

88 RES 1.0 FRYSLÂN

89

RES 1.0 FRYSLÂN

13–19 20-30 30-35 3 6 - 41 4 2 - 49 50-53

• H2: Het huidige net in beeld • H3: Integraal kijken naar de RES • H4: Gegevens en impact van de RES 1.0 • H5: Uitgebreide aanbevelingen • H6: Achtergrond • H7: Bronnen en verwijzingen

3

Liander, Team Fryslân, april 2021

Deze Netimpact Rapportage is het beeld van Liander. Hierna vindt u onze conclusies en aanbevelingen van de RES 1.0 en geven wij hier context bij. Dit document is tot stand gekomen met input vanuit verschillende expertises: strategische dataanalyse, netarchitectuur, stakeholdermanagement. Wij hopen dat u met dit document een goed beeld krijgt van de Friese netinfrastructuur in de toekomst om daarmee gefundeerde vervolgstappen te kunnen maken.

• De regio heeft de keuze gemaakt een kwantitatief bod te doen, zonder zoekgebieden.

• De totale ambitie is gewijzigd: van 2,3 TWh van de concept RES naar 3,0 TWh als officieel bod RES 1.0. regio Friesland

In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES doorberekend door Liander. Hiermee werd de impact van de regionale plannen op het energienet inzichtelijk gemaakt. Ook kreeg de RES-regio adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Met deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt naar een RES 1.0. Liander heeft de RES 1.0 bestudeerd en ziet een aantal verschillen en overeenkomsten met de concept-RES vanuit het perspectief van systeemefficiëntie:

Van concept RES naar RES 1.0

Elke regio maakt in de RES afwegingen tussen verschillende belangen. Energie-systeemefficiëntie is één van de vier belangen in het afwegingskader RES. Om de RES-regio Fryslân te helpen met die systeemefficiëntie, werken we als netbeheerder de netimpact van de RES Fryslân uit. Naast een analyse van de netimpact van de regionale plannen, geven de netbeheerders ook adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie. Hiermee kan een RES-regio sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en de laagste maatschappelijke kosten.

Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES is de basis voor een langjarige en planmatige aanpak in de regio.

H 1: Introductie

2 - 12

• H1: Netimpactrapportage: conclusies en aanbevelingen

Inhoudsopgave

90 2

Fryslân

91

RES 1.0 FRYSLÂN

0,423 TWh

1,907 TWh 2, 67 T Wh

Opwek zon op dak

Opwek wind Totaal bod RES 1.0

Extra ambitie regio

Totaal bod RES 1.0

Opwek wind

Opwek zon op dak

Opwek zon op land

Liander rekent in deze Netimpact rapportage scenario A door, dit scenario gaat uit van concrete projecten met bekende locaties. Door deze concreetheid is het mogelijk deze doorrekening te maken.

RES )

Extra bod (0,37 TWh extra t.o.v. concept-

0,349 TWh

0,33 T Wh

3,0 T Wh

1,907 TWh

0,423 TWh

0,670 TWh

Dit scenario bestaat uit het bod dat de RES Fryslân in de RES 1.0 heeft opgenomen. Dit bestaat uit duurzame opwek en vergunde grootschalige zon- en windprojecten waarvan wordt uitgegaan dat deze 100 % doorgaan plus 0,3 TWh ambitie die niet gekwalificeerd is op locatie.

Dit scenario bestaat uit een bod met alle bestaande duurzame opwek en vergunde grootschalige zon- en windprojecten( waarvan wordt uitgegaan dat deze 100 % doorgang) vinden. Opwek zon op land

Scenario B: 3,0 TWh (Ambitie bod van de regio)

Scenario A: 2,67 TWh

Ambitie van de regio

Op de volgende pagina's volgt de verdere onderbouwing van bovenstaande conclusies.

Hoge maatschappelijke kosten door beleidskeuzes De provincie heeft in haar verordening 'Romte' opgenomen geen ruimte te geven aan grootschalige vormen van windenergie. In het ontwerp van de Zonneladder staat grootschalig zon op land onderaan. Daarmee blijft in feite alleen het inzetten op kleinschalige zonprojecten over (tot 2 MVA) waarbij uitzonderingen worden gemaakt voor zonprojecten tot 20/25 MVA. De komende jaren wordt al ruim geïnvesteerd in het middenspanningsnet(op wijkniveau) om de verwachte groei in met name kleinschalig zon te faciliteren. We wijzen erop dat deze route gevolgen heeft voor de betaalbaarheid en de doorlooptijd van de benodigde investeringen en de realiseerbaarheid van de ambities. We bevelen de regio aan om ook grootschalige projecten mogelijk te maken, waarbij het toevoegen van windenergie in de mix de kosten nog verder kan laten dalen. Tevens is het ruimtebeslag dan kleiner, de maatschappelijke overlast minder en worden de doorlooptijden aanmerkelijk korter.

Verder merken we op dat ook in het ambitiedocument waarin de ambities van de Friese overheden zijn verzameld het bod van de RES 1.0 overstijgt. In aanloop naar RES 2.0 willen we samen met de regio tot een kloppend en gedeeld beeld komen en de verschillende ambities concretiseren. Pas dan is het echt mogelijk aan te geven wat de impact van alle initiatieven zijn. Nu zien al wel met het huidige bod een overbelasting van het Friese energiesysteem. De doorrekening laat zien dat de huidige invulling van het RES1.0 -bod ertoe leidt dat veel stations vóór 2030 hun maximale capaciteit overschrijden.

Opvallend in deze Netimpact Rapportage is het substantiële verschil tussen de projecten zoals deze bij Liander bekend zijn en in de regio naar voren komen. Om proactief te kunnen investeren, wil Liander met de RESpartijen komen tot een gedeeld beeld van regionale ontwikkelingen. Een beeld dat zo volledig, concreet en zeker mogelijk is. Ten opzichte van de RES 1.0 voorziet Liander een veel grotere toename in duurzame opwek, voor zowel zon op dak (grootschalig én kleinschalig) en zon op land. Verdere uitwerking treft u aan op slide 7.

Prognose Liander en RES bod ongelijk

Samenvattende conclusies

92 4

Fryslân

93

1/2

10

11

HS(OS)

MS

TOTAAL

24,8 – 49,5

19,1 – 38,2

5,7 – 11,3

Kosten (in mln €),

28.200 – 56.400

13.200 – 16.400

15.000 – 40.000

Benodigde ruimte v o o r i n f ra (in m 2)

RE S 2. 0?

RE S 2. 0?

RE S 2. 0?

Inschatting haalbaarheid v o o r 2 0 30

0

5

10

2015

1

2016

1 2017

4

2018

3

2019

2

Jaarlijks tot 2030

1

12

• Voor TenneT is de basis van zijn investeringen het RES bod. Het is van wezenlijk belang om op korte termijn de verschillende inzichten gelijk te leggen om zo geen risico te lopen dat er te weinig geïnvesteerd wordt in de hoogspanningsinfrastructuur van Tennet in Friesland. Anders loopt de regio het risico op structureel te weinig capaciteit met als gevolg 7 grote(re) transportschaarste.

• Door het huidige beleid (Romte), geen grootschalige zon-of windprojecten, is de kans uitermate klein dat een aanzienlijk deel van de plannen die bij Liander bekend zijn kunnen worden gerealiseerd. Hoewel het huidige beleid het uitgangspunt is, bestaat er altijd een kans dat er aanpassingen komen in de toekomst door voortschrijdende inzichten of verandering in het politieke landschap. Het is daarom belangrijk dat we gezamenlijk een beeld gaan vormen, waar de RES het instrument voor is, te beginnen met de geplande gezamenlijke systeemstudie. Zo kan Liander als netbeheerder weloverwogen keuzes maken wat betreft net-investeringen.

Trendlijn

Indicatie benodigde stations in Liander werkgebied Verwachte benodigde stations in regio per jaar

Gerealiseerde stations in Liander werkgebied

Ver wachting van de groei in duurzame opwek in 2030 t.o.v. 2020

Het bod uit de RES 1.0 van Fryslân is gebaseerd op bestaande duurzame opwek en vergunde grootschalige zon- en windprojecten (100% slagingskans). Daar bovenop is een ambitie van 0,3 TWh gelegd, waardoor er een bod is van 3,0 TWh.

De RES 1.0 van Fryslân is gebaseerd op bestaande duurzame opwek en vergunde grootschalige zon- en windprojecten. Liander prognosticeert ten opzichte van het RES 1.0 bod aanzienlijk meer duurzame opwek. Daarmee wijkt het beeld van Liander fors af in van de regio.

Liander voorziet een grotere toename in duurzame opwek

Verdere uitwerking van deze slide is te vinden H4 en H5

De kosten van het programma NULelie worden geschat op 165 Mio tot aan 2024. In dit programma wordt het Friese net geherstructureerd.

De totale kosten voor uitbreiding of nieuwbouw van alle stations wordt geschat op 24,8 en 49,5 mio. Voor het aanpassen van het reguliere middenspanningsnet (MSnet, op wijkniveau) en het laagspanningsnet (LS-net; 'het net in de straat') worden de kosten geschat op € 25 mio en € 50 mio.

15

Opgave Liander tot 2030: (landelijk)

Capaciteit voor opwek tot 2030

• Waar de RES ambitie 3,0 TWh is, voorziet Liander een veel grotere groei. Marktpartijen zien in Friesland een regio met grote potentie. Dit is gebaseerd op het huidige opgestelde vermogen, bij ons bekende plannen van ontwikkelaars, getekende offertes van klanten en eigen prognoses. Het minimale scenario met factor 1.5 is gebaseerd op het huidige opgestelde vermogen en de getekende offertes. Het maximale scenario met factor 4 is als we alle plannen en prognoses meenemen die nu bij ons bekend zijn.

RES 1.0 FRYSLÂN

Netaanpassingen, kosten en ruimte De kaart laat zien dat de huidige invulling van het RES1.0 -bod ertoe leidt dat veel stations vóór 2030 hun maximale capaciteit overschrijden. Overigens is het ook zo dat een aantal ervan naar verwachting al in 2025 hun maximale capaciteit kunnen bereiken.

Aantal ni e uw t e b o u w en stations

Spanningsniveau

Impact op het elektriciteitsnet – volgens RES scenario A

94 Fryslân

95

96

Is de ambitie van RES 1.0 Fryslân realiseerbaar in 2030?

Gebrek aan zoekgebieden zorgt voor onduidelijkheid toekomstige keuzes Om maatschappelijke kosten en ruimte te besparen is het van belang concrete zoekgebieden binnen Friesland aan te wijzen om de haalbaarheid van de RES ambitie te kunnen borgen. Daarnaast hoopt Liander op een grotere regiefunctie van gemeenten om deze zoekgebieden te ontwikkelen. Klant-en marktvragen zijn nu leidend in onze prognoses.

• Innovaties Om piekbelasting in het net te voorkomen moet actief worden ingezet op opslag om lokale balancering te onderzoeken. De waterstof pilot in Oosterwolde is hier een voorbeeld van. Liander neemt ook graag deel in het programmatisch ontwikkelen van zon op dak. Een gezamenlijke uitvoeringsstrategie zorgt ervoor dat de benodigde uitbreidingen op het net integraal en gebiedsgericht worden opgepakt. Ook denkt Liander door slimme innovaties toe te passen( bv. cablepooling), maatschappelijke kosten te kunnen voorkomen(zie ook: slide 44 en 45).

• Programma NULelie: In de grotere Friese steden ligt een robuust elektriciteitsnet. Buiten de grote steden bestaat het net uit lange dunne kabels. Dit elektriciteitsnet is grotendeels in de jaren '80 van de vorige eeuw aangelegd en heeft tot voor kort ruimschoots in de vraag naar elektriciteit en transportcapaciteit voorzien. Met de komst van steeds meer duurzame opwek zijn de netten in deze gebieden niet meer toereikend. Liander is begonnen met een ingrijpende uitbreiding van dit elektriciteitsnet om het geschikt te maken voor het transport van grote hoeveelheden duurzaam opgewekte energie. Het programma NULelie gaat voor versnelling zorgen maar voor deze aanpassingen is ruimte en tijd nodig. Gemeenten kunnen bij deze versnelling ondersteunen door hier ruim baan aan te geven in de benodigde vergunningprocedures voor de infrastructuur.

Uitvoering van de RES 1.0 een kloppend en gedeeld beeld geeft van alle ontwikkelingen In gezamenlijkheid is gekomen tot de systeemstudie Friesland In gezamenlijkheid scenario's voor de toekomst zijn gedefinieerd Een serieuze aanzet is gemaakt tot een gezamenlijk uitvoeringsprogramma met een aanzet tot de ontwikkeling van zoekgebieden Een systeem-efficiëntere RES is ontwikkeld; een gebalanceerd beeld van kleinschalig en grootschalig zonneprojecten. Er aandacht is voor een betere netbalans zon/wind

9

E n: • Er voldoende human capital bij Liander is om alle projecten uit te voeren

•

•

• • • •

Liander kan een concreet antwoord geven op deze vraag als:

RES 1.0 FRYSLÂN

• Integrale aanpak: Het is noodzaak om de verschillende energie-ambities (RES, NAL, economische ontwikkelingen) bij elkaar te brengen. Voor elk van die opgaven wordt immers dezelfde energieinfrastructuur gebruikt. Om zo een eenduidig beeld te ontwikkelen en daarmee maatschappelijke kosten te besparen en tijdig alle investeringen te kunnen plannen.

Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en waarin besluiten worden genomen. Een eerste aanzet hiervoor is gemaakt in de RES werkgroep uitvoeringsstrategie. De bestaande Taskforce Netinfrastructuur kan in eerste instantie gebruikt worden om de bestaande plannen en initiatieven op elkaar af te stemmen en de stap te nemen in gezamenlijkheid toe te werken naar de keuze voor zoekgebieden(energiehubs).

Gezamenlijk uitvoeringsprogramma:

Aanbevelingen

Fryslân

97

TASKFORCE NETINFRASTRUCTUUR

Bepalen tijdlijn

Bepalen zoekgebieden

Werken aan het net kost tijd en ruimte 70% van realisatietijd is plannen en vergunnen; Hoe eerder we weten wat nodig is, hoe beter we die kunnen realiseren; Ondergrondse infrastructuur kost ook ruimte in combinatie met overige infra (telecom, water, riool, warmte); Kosten van infra worden veelal doorberekend per aansluiting of transporttarief;

• • • • •

Aandachtspunten:

Waarom is tijdigheid zo belangrijk?

* Uitvoering investeringsplan Liander; inzicht in wat wanneer gaat gebeuren en tegelijk mogelijke knelpunten identificeren, zoals bijvoorbeeld vergunningsverlening, en verhelpen. *Uitvoering RES; omzetten/ in kaart brengen gevolgen keuzes RES voor de energie infrastructuur en opstellen planning (wat wanneer en waar?) *Systeemstudie; nu focus op opstarten/ begeleiden systeemstudie en opstellen uitvoeringsprogramma

Samenwerking kunnen we verder vorm geven binnen de huidige Taskforce energie infrastructuur in Fryslân. Op hoofdlijnen kan dat er als volgt uitzien: •Gezamenlijk platform dat met elkaar vooruitkijkt naar de ontwikkeling van de energievoorziening in de regio en hier proactief op inspeelt •In eerste instantie Provincie, gemeenten, netbeheerders en uiteindelijk ook andere relevante stakeholders (denk aan marktpartijen zoals wind en zon ontwikkelaars, industrie etc.)

•Liander is verantwoordelijk voor de aanleg van de infrastructuur. •Provincie en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de benodigde ruimtelijke inpassing en vergunningen.

Logische samenwerking Samenwerken op basis van elkaars rollen/ verantwoordelijkheden

11

RES 1.0 FRYSLÂN

2030 is geen verre horizon meer, de uitvoering van de Energietransitie vraagt nu om gezamenlijke actie. We moeten zorgen voor samenhang en coördinatie zodat tempo gemaakt kan worden. Dit vraagt om een koppeling tussen planvorming en uitvoering; keuzes die impact hebben op het energiesysteem, moeten al aan het begin van het planvormingsproces op tafel liggen.

Inbrengen alle plannen gemeenten, energiecoöperaties

Hoe komen we tot ver volgstappen?

98 Fryslân

99

100

Maatschappelijke kosten te besparen en daarmee ook de energierekening niet onnodig te laten stijgen Ruimte voor uitbreiding van de energie-infrastructuur te besparen De haalbaarheid (in tijd) van de RES-ambitie te vergroten.

•

•

5. Overige technische oplossingen bijv. aansluiten van wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie (curtailment) en gebruik storingsreserve (redundantie)

4. Clusteren van duurzame opwek projecten

3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

2. Energievraag en –aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

1. Beter benutten van de restcapaciteit op de bestaande netten

De ontwerpprincipes

2. Het huidige energienet in beeld

Uitwerking voor RES Fr yslân Liander heeft deze principes toegepast op de ambitie zoals in de concept-RES beschreven en biedt u daarmee concrete handvatten om systeemefficiëntie te vergroten (zie toelichting). Daarmee is de afweging tussen ruimte, draagvlak, systeem en kwantiteit beter te maken. 12

RES 1.0 FRYSLÂN

•

Toepassen ontwerpprincipes biedt kansen Het betrekken van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om:

Voor 'een systeemefficiënte RES' zijn vijf algemene ontwerpprincipes het uitgangspunt. Door deze principes toe te passen besparen we maatschappelijke kosten, ruimte en tijd in de uitvoering.

Ontwerpprincipes voor een systeemefficiëntere RES

13

Fryslân

101

RES 1.0 FRYSLÂN

De elektriciteitsnetten zijn grotendeels in de vorige eeuw aangelegd als een soort éénrichtingsweg. De energietransitie verandert dit volledig en heeft hiermee grote impact op de netten. De netten kunnen veel aan, maar de forse groei van zonneenergie laat ook zien dat delen van het laagspannings- en middenspanningsnet tegen haar grenzen aanlopen waardoor niet optimaal kan worden teruggeleverd. Juist in Friesland speelt dit heel erg doordat in het plattelandsgebied dunne kabels lopen. En juist daar zijn en worden veel zonneweides gesitueerd. Daarnaast hebben we ook te maken met langlopende procedures (denk hierbij aan gemeentelijke vergunningstrajecten, bezwaarprocedures, grondaankoop, etc). Dit betekent dat waar knelpunten ontstaan deze niet altijd vandaag of morgen opgelost kunnen zijn.

Veel kan, maar impact op het elektriciteitsnet (distributienet) neemt toe

Liander beheert in haar verzorgingsgebied ca. 90.0000 km aan kabels. Alleen al in 2020 legden wij in ons verzorgingsgebied ruim 1.200 km extra kabels aan om het energienet te versterken. Verzwaren van kabeltracés is dan ook één van de oplossingsrichtingen om de energietransitie vorm te kunnen geven.

Middenspannings- en laagspanningskabels

Achtergrond: De populariteit van zonne-energie in Nederland is de laatste jaren groot. Liander heeft alleen al in 2020 zo´n 2.000 installaties voor zonnepanelen per week aangesloten. In ons hele gebied sloten we in 2020 zo´n 30% meer zonnestroominstallaties aan op de elektriciteitsnetten. Het totaal vermogen van zonne-installaties die we alléén vorig jaar al (2020) op ons net aansloten is vergelijkbaar met het vermogen van alle zonnepanelen die we van 2011 tot 2017 hebben aansloten. De groei van zonne-energie is daarmee buitengewoon groot.

Bron: Warmteatlas en PBL

Er zijn 5 warmtenetten in deze regio: Leeuwarden, Drachten, Vlieland, Metslawier en Sexbierum. Bij de laatste twee gaat om warmtenetten voor glastuinbouw.

Warmte (netten)

Ca 50.0000 MSR´s heeft Liander in haar verzorgingsgebied. De komende jaren verwacht Liander dit fors uit te moeten breiden door o.a. de energietransitie. Het niet efficiënt inpassen van zonne-energie zal echter leiden tot een nog significantere stijging van het aantal MSR's. In bestaande bouw is inpassen niet eenvoudig omdat ruimte schaars is.

Verdeelstation / Middenspanningsruimte (MSR)

Liander werkt op dit moment aan instrumentarium waarin we handvatten geven om te kunnen sturen met zon op dak vanuit het netperspectief. Dit instrumentarium zal in een latere fase met de regio worden gedeeld.

Instrumentarium en sturing

Daarnaast, om transport van energie zoveel mogelijk te beperken, en daarmee de kosten in de infrastructuur, biedt het combineren van zonne-energie opwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is daarbij wel essentieel dat de energievraag tegelijkertijd met de zonne-energie opwek van daken plaatsvindt en dat de pieken voor opwek in lijn liggen met de vraagpiek. Industrieterreinen zijn een goed voorbeeld waar het energiegebruik en de energieopwek vaak gelijktijdig is.

Verder is het zinvol om zoveel mogelijk een gebiedsgerichte (geclusterde) aanpak te volgen met geclusterde aanvragen om maximaal zon op dak aan te kunnen sluiten. Ook het zogeheten ´aftoppen´ van de stroompieken zorgt voor een lagere belasting op de netten waardoor deze efficiënter worden gebruikt. Aftoppen zorgt voor een relatief klein verlies van opgewekte energie (omstreeks 3%).

Enerzijds is netverzwaring een oplossing. De impact hiervan is groot en zal een fors beslag leggen op het werkpakket van Liander. Anderzijds zal innovatie en datagedreven netbeheer er toe moeten gaan leiden dat we ontwikkelingen slim kunnen voorspellen en/of sturen.

Oplossingsrichtingen

Duurzame zonopwek en de gevolgen

Deze 70 stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven.

38 stations binnen de regio van Liander. 5 groen gas invoeders.

15 HS/MS stations in de regio, 1 buiten de regio (Emmeloord) 53 MS stations (regel- en schakelstations) in de regio, 1 buiten de regio (Noordoostpolder). Deze stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven, net als de groen gas invoeders.

G as

Elektriciteit*

Er zijn verschillende energiedragers. In Nederland kennen we vooral elektriciteit, (aard)gas en warmte. Voor deze verschillende energiedragers kennen we verschillende energie-infrastructuren om de energie te transporteren.

Regio in beeld

102 Fryslân

103

RES 1.0 FRYSLÂN

17

Beschikbare capaciteit afnemen

Netuitbreiding Friesland

Liander onderzoekt ook altijd andere (tijdelijke) flexibele oplossingen om meer ruimte op het elektriciteitsnet te creëren. Daarnaast worden de komende jaren fors geïnvesteerd in een totale upgrading van het Friese middenspanningsnet(< 2 MW).

In de regio Fryslân is daarom op dit moment beperkt transportcapaciteit beschikbaar voor zowel levering als teruglevering van elektriciteit. Op de website van Liander wordt tweewekelijks een update gegeven van de status van het elektriciteitsnet.

Vooral zonne-energie levert grote problemen op in ons net. Dit heeft te maken met de relatief dunne netinfrastructuur (dunne lange kabels) die niet geschikt zijn voor de grote vermogens die er op terug willen leveren. Tevens hebben we op bepaalde stations onvoldoende capaciteit om de grote zonneparken aan te sluiten. De snelheid waarmee de opwek van zonne-energie groeit, sluit niet aan bij de snelheid waarmee we ons net uit kunnen breiden. Dit levert zowel problemen op het gebied van congestie (op stationsniveau) als op het gebied van de spanningshuishouding (middenspanningskabels).

Het elektriciteitsnet in Fryslân raakt op meer en meer plekken vol. De enorme groei van teruglevering door grootschalige zonneparken en zon op daken zorgt voor grote capaciteitsproblemen op het net. Daarnaast wordt door de toenemende bedrijvigheid ook meer elektriciteit gevraagd door bedrijven die nieuw willen vestigen of uit willen breiden.

Regio in beeld

104

Friesland heeft aantrekkingskracht voor duurzame opwek ontwikkelaars Om aan deze toenemende vraag te kunnen voldoen is een complete opwaardering van het bestaande net in Friesland nodig. Vanwege de grote opgave gebeurt dat binnen Liander voor het eerst met een speciaal programma: NULelie

•

•

•

Programma NULelie 2021-2024

Beschikbare capaciteit terugleveren

Laatste update: maart 2021

Fryslân

105

106 19

RES 1.0 FRYSLÂN

Donderdag 18 februari 2021

NuLelie | Omvang Friesland

Distributieruimte (DR) Middenspanningsruimte (MSR) Planning: 31-12-2024 gereed

• •

230 stations

•

•

815 km sleuf, 1750 km kabel

•

Compact stations

165 miljoen euro

•

•

32 cases

•

Omvang Friesland circa:

18

Fryslân

107

3. Integraal kijken naar de RES

VRAAG AANBOD

RES 1.0 FRYSLÂN 0

50

Liander scenario's

Wind op land

Grootschalig gebouwgebonden zon

Grootschalige zonnevelden

Kleinschalige zon (bestaande & nieuwbouw)

Warmteoplossingen nieuwbouw woningen

Warmteoplossingen bestaande woningen

Utiliteit (bestaande & nieuwbouw)

Elektrische vervoer

Industrie

Glastuinbouw

150

200

250

Aangeleverd door regio

Groei in vermogen tot 2030 (MW)

100

samenvatting vraag & aanbod

Integrale ontwikkeling groei elektriciteit tot 2030: scenario A

108 300

350

20

Fryslân

109

110 RES 1.0 FRYSLÂN 23

Regionale Structuur Warmte (onderdeel vd RES) concept RES

Regionale Structuur Warmte (onderdeel vd RES) 1.0

Warmtetransitie in Fryslân

• Integrale infrastructuur verkenning 2030-2050 (III3050), onderdeel van de werkgroep iNET: uitgewerking wat de impact van verschillende transitiepaden is op het energienet is.

MIEK): • Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (M een jaarlijks overleg van alle stakeholders rondom industrie om de infrabehoefte van de industrie te bepalen.

CES): elk industriecluster stelt een • Cluster Energie Strategieën (C energiestrategie op. Een CES beschrijft wat energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn.

PEH): een programma om de • Programma Energiehoofdstructuur (P nationale ruimtelijke planning van het energiesysteem uit te werken.

TVW): gemeentes maken warmtevisies. De • Transitievisie Warmte (T impact op het energienet is groot en hangt samen met regionale keuzes.

NAL): in de NAL is • Nationale Agenda Laadinfrastructuur (N overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid vaststelt.

Door beleidssporen en sectorale plannen op regionaal niveau samen te brengen, kan een RES-regio tot integrale keuzes en prioritering komen:

Beleidsplannen en sectorale plannen samenbrengen

Regionale Structuur Warmte (onderdeel vd RES) X.0

Verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen hebben grote impact op het energienet. Voor alle ontwikkelingen met grote impact op het net geldt dat Liander graag zo vroeg mogelijk betrokken is. Op deze manier kunnen we meedenken over slimme oplossingen. En werk aan de RES, rekening houdend met de relevante wettelijke context.

Beeld van de ontwikkelingen vanuit alle sectoren

Een regionaal gedragen beeld van de totale energievraag en het energieaanbod is noodzakelijk om het energienet tijdig aan te kunnen passen. Een integrale RES maakt het mogelijk om een optimale afweging te maken tussen gas-, elektriciteits- en warmte-infrastructuur. Het energienet wordt voor minimaal 40 jaar aangelegd. Daarom is het van belang om te kijken naar ontwikkelingen en plannen richting 2050. Door ook lange termijn ontwikkelingen mee te nemen in investeringsbeslissingen voor 2030, zijn de investeringen gerichter en toekomstbestendiger.

Waarom een integraal beeld nodig voor tijdige aanpassingen?

Stap naar integraal beeld in de RES

Fryslân

111

112 RES 1.0 FRYSLÂN

Warmtekeuzen kunnen grote impact hebben op de infrastructuur, met name elektriciteit; Infrastructuur doet een beroep op schaarse ruimte, zowel boven als onder de grond; De warmtetransitie is daarom verbonden met andere beleidsopgaven (ruimte, economie, wonen, bereikbaarheid, infra)

•

•

•

25

Energie voor woningwarmte is ca 6 keer groter dan elektriciteitsvraag.

dus:

Woning: Gemiddeld 1500 m3/jaar komt overeen met 15.000 kWh/jr elektriciteit (is nu gemiddeld 2.500 kWh)

1 m3 aardgas is ca 10 kWh

Toelichting:

Verschuiving van gasvraag naar elektriciteit

24

De warmtetransitie is een belangrijke en niet te onderschatten bestuurlijke opgave;

•

Warmtetransitie en netimpact

Fryslân

113

27

Indien er regionale inzichten zijn over bovenregionale warmteoplossingen: lever zoveel mogelijk regio specifieke gegevens aan over de gasvraag enerzijds en het groengas aanbod anderzijds. Hiermee kan Liander de impact beter inschatten en het gasnet klaarmaken voor de toekomst.

Er is veel potentie voor groengas in de regio. Door gebruik te maken van groengas potentie kunnen mogelijk ook extra kosten voor verzwaring elektriciteitsnetten voorkomen worden. Bovendien kan het positief bijdragen aan tijdige realisatie van netuitbreidingen zodat regionale ambities gerealiseerd kunnen worden.

Conclusie en aanbevelingen

• Mobiliteit integreren in regionale plannen (RES) • Netbeheerder op tijd betrekken bij visievorming & uitrolplanne • Samenwerking tussen alle mobiliteits-stakeholders cruciaal

Aanbeveling voor de RES 2.0:

Om deze grote opgave te organiseren is de NAL in het leven geroepen. Doel van de NAL is te zorgen dat de laadinfrastructuur geen drempel vormt bij de uitrol van elektrisch vervoer. Betrokken partijen zijn : Rijk, provincies, gemeenten, netbeheerders, ElaadNL, brancheverenigingen/markt zoals NKL, DOET, RAI, eViolin

Netbeheerders zijn naast aanleg en realisatie van aansluitingen verantwoordelijk voor de kwaliteit, betrouwbaarheid en veiligheid van het elektriciteitsnet. Ook wanneer laadpalen voor elektrische voertuigen op het net worden aangesloten, is het van belang dat deze zaken gewaarborgd blijven. Daarom is het erg belangrijk dat de netbeheerder in het voortraject van een dergelijke opdrachtverstrekking wordt meegenomen. Zodoende kan de netbeheerder zich zo optimaal mogelijk voorbereiden op alle aanvragen die er gaan komen en helpen om het proces vanaf het begin efficiënt in te richten. De netbeheerder kan zodoende van te voren meekijken welke locaties, op basis van ligging en capaciteit op het elektriciteitsnet, het meest geschikt zijn voor toekomstige laders.

Het aantal (semi-)openbare laadpalen nam in 2019-2020 toe met zo’n 70 procent. In 2020 steeg het aantal elektrische auto’s met 140 procent ten opzichte van 2019. Nederland is Europees kampioen laadpalen. Een kwart van alle laadpalen in Europa staat in Nederland. In Fryslân staan momenteel 1217 laadpalen voor elektrische autos. Alleen in Groningen (1129) en Drenthe (732) staan minder laadpalen. Dat blijkt uit een overzicht dat in opdracht van vergelijkingswebsite Pricewise is samengesteld.

Nederland staat voor een grote transitieopgave in de mobiliteit. De in het regeerakkoord gemaakte ambitie om uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos te laten zijn, kan vertaald worden naar een wagenpark van 1,9 miljoen elektrische personenvoertuigen. Dit komt overeen met een laadbehoefte van 7.100 gigawattuur (GWh) waar 1,7 miljoen laadpunten voor nodig zijn. Dat heeft een grote impact op ons netwerk.

Ontwikkelingen in het energielandschap: mobiliteit

Groengas is biogas dat opgewaardeerd is tot de kwaliteit van aardgas. Er zijn geen investeringskosten aan de gebruikerskant (de huiseigenaren) omdat gebruik kan worden gemaakt van de traditionele aardgas klantaansluitingen.

In 2030 moet 2 miljard kuub gas in Nederland bestaan uit de groene variant, ongeveer dertien keer zoveel als nu.

Er is in 2020 meer groen gas in Fryslân geproduceerd dan in 2019. Het gaat dan om gas dat opgewekt wordt uit mest en tuinafval. Er werd in 2020 15,7 miljoen kubieke meter groen gas aan het net toegevoegd, dat is 27,4 procent meer dan in 2019. Groen gas beslaat echter nog maar 0,9 procent van het totale gasverbruik in Fryslân dat in 2020 6200 miljoen kubieke meter bedroeg. Het gas werd door zeven producenten opgewekt, waarvan er drie alleen mest gebruiken, één alleen tuinafval en de andere drie een combinatie van beide bronnen. Er zijn nog meer producenten van groen gas, zoals veehouders of tuinbouwers, maar die maken het gas zelf helemaal op. Sinds 2016 wordt er groen gas geleverd aan het lokale net.

Groengas is een waardevolle bijdrage in de transitiefase richting een aardgasloze toekomst. De komende jaren is waterstof als warmteoplossing nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Groengas-potentieel optimaal benutten biedt kansen om investeringen in elektriciteitsnet te voorkomen en het net te ontlasten. Zeker in een plattelandsregio als Fryslân, waar de voedingsbron bij wijze van spreken voor het oprapen ligt.

Grote potentie van groen gas voor Friesland

114 Fryslân

RES 1.0 FRYSLÂN

115

< 6000

2030

2025

werklaadpunten

< 3500

en plannen. Dit om prognoses aan te scherpen, maar ook zeker om slimme samenwerkingen tot stand te laten komen. Uiteraard kunnen waterstof en geothermie ook een rol gaan spelen in de toekomst.

Liander is in gesprek met grote gasverbruikers in het verzorgingsgebied over de te verwachten ontwikkelingen

• Uit mest en andere reststromen kan men biogas maken en naar de fabriek transporteren. Hiervoor zijn biogasrotondes benodigd en veel (nabijgelegen) melkveehouders.

brandstoffen zoals aardgas naar elektriciteit. Deze elektrificatie heeft grote impact op de elektriciteitsnetten van Liander.

• Sommige fabrieken bevinden zich in gebieden waar geothermie interessant kan zijn op basis van technische studies naar de ondergrond.

Geothermie

• Na 2030 zou waterstof tot de mogelijkheden kunnen gaan behoren.

• Een alternatief is om het opwerken van biogas tot groen gas. Vanuit systeemperspectief is het wenselijk om het beperkt beschikbare groen gas in te zetten voor processen die niet te elektrificeren zijn.

Bio / groen gas / waterstof

• E-boilers zijn tot 2500 uur subsidiabel en worden ingezet voor hybride vormen.

• Warmtepompen kunnen bij meer dan 6500 draaiuren pas rendabel worden.

• Elektrificeren is voor veel processen een optie middels e-boilers en/of warmtepompen.

Elektrificatie

2035

< 4000

publieke laadpunten

Een grote bijdrage aan deze verduurzamingsslag zal geleverd worden door de overstap van fossiele

broeikasgassen met 19,4 Mton zijn teruggebracht. Hiervoor moet de energiehuishouding van de Friese industrie flink op de schop.

In het klimaatakkoord staat de verduurzamingsopgave voor de industrie beschreven: In 2050 moet de industrie klimaatneutraal zijn en in 2030 moet de uitstoot van

Ontwikkelingen in het energielandschap: industrie

Bron: ElaadNL Outlook

RES 1.0 FRYSLÂN 28

116

thuislaadpunten

Prognose aantal benodigde laadpunten

2 9

Fryslân

117

4. Gegevens en impact RES 1.0

Wij adviseren om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving te onderzoeken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. We hebben aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt voor de RES-regio.

Aanbevelingen voor meer systeemefficiëntie

We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag tijdig samen met de RES-regio aan het concretiseren van de RES plannen. Het figuur hiernaast geeft een beeld van het aantal stations (HS/TS en HS/MS) die afgelopen jaren in het werkgebied van Liander gerealiseerd zijn. Het laat ook zien hoeveel stations we ruwweg verwachten tot 2030 jaarlijks te moeten realiseren in het totale werkgebied van Liander: 12 ten opzichte van gemiddeld 2 a 3 per jaar daarvoor. In de regio Friesland gaat het naar verwachting om 1 stations per jaar. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, organiseren wij graag samen de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations. Ook werken wij graag voldoende zekerheid zodat wij als netbeheerder proactief kunnen investeren en de RES kunnen betrekken in onze investeringsplannen.

Snel samen plannen concretiseren

Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op HS/MS stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op dit spanningsniveau wordt grootschalige duurzame opwek vaak aangesloten. De analyse levert het volgende beeld op: • De aangeleverde RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet. • We verwachten dat tot 2030 op 11 van de 63 (totale aantal stations in de regio) HS/MS stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Oplossingen zijn het bijbouwen van 11 stations. • Op 52 HS/MS stations van de totaal 63 HS/MS stations in de regio is tot 2030 voldoende capaciteit voorzien. Hier is nog extra om duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. • In de tabel hiernaast is samengevat welke netaanpassingen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren, inclusief een inschatting van kosten, benodigde ruimte en de haalbaarheid.

Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen

RES 1.0 FRYSLÂN 1/2

10

11

HS(OS)

MS

TOTAAL

24,8 – 49,5

19,1 – 38,2

5,7 – 11,3

K o s t e n ( i n m ln € ) , e x cl k a b e l s

28.200 – 56.400

13.200 – 16.400

15.000 – 40.000

Benodigde ruimte (in m2)

RES 2. 0 ?

RE S 2. 0 ?

RES 2. 0 ?

Inschatting haalbaarheid v o or 2 0 3 0

0

5

10

15

2015

1

2016

1 2017

4

2018

3

2019

2

Jaarlijks tot 2030

1

12

Trendlijn

Indicatie benodigde stations in Liander werkgebied Verwachte benodigde stations in regio per jaar

Gerealiseerde stations in Liander werkgebied

Inzicht in aantal gerealiseerde stations en verwachte benodigde stations

Aantal nieuw te bouwen stations

Spanningsniveau

Samenvatting impact RES 1.0 op elektriciteitsinfrastructuur

118 31

30

Fryslân

119

120 RES 1.0 FRYSLÂN

Geen gegevens Geen gegevens

Geen gegevens

Geen gegevens

Geen gegevens Totale vraag

20

40

60

80

MW 100

120

140

160

180

Totale capaciteit station-eventueel incl reservecapaciteit

Benutte capaciteit 2020

Direct aan te sluiten capaciteit tot 2030 door RES 1.0

Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0

Beschikbare capaciteit voor opwek op hoogspanningstations tot 2030

NB 2. Dit is een beeld van capaciteit op Hoogspanningstations en is een versimpelde weergave van de soms complexe situaties op een station.

NB 1. Op een station komt afname (vraag) en opwek (aanbod) van elektriciteit bij elkaar. Netbeheerders kijken altijd naar het totaalbeeld op een station. Vanuit deze doorrekening blijkt dat er alleen knelpunten in de elektriciteits-infrastructuur ontstaan door de duurzame opwek plannen. Daarom is in de grafiek hiernaast alleen de beschikbare capaciteit voor opwek gevisualiseerd.

200

Geen gegevens

Geen gegevens

Back-up Landbouw/glastuinbouw

Geen gegevens

Geen gegevens

Back-up Industrie

Vervoer

Geen gegevens

Liander

Geen gegevens

Back-up

Back-up

Geen gegevens

Utiliteit

Industrie

Datacenters

Liander

Basis (update 2020)

Basis (2019) Elektrisch vervoer

Back-up

Liander

Back-up

Bestaande utiliteit

Landbouw/glastuinbouw

Liander

Liander Back-up

Back-up

RE S 1 . 0

Nieuwbouw utiliteit

Nieuwbouw woningen

concept RES

beeld van 29 maart 2021

* Op de website van het NP RES is meer informatie over de gebruikte gegevens te vinden: https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulformulieren/default.aspx ** II3050 data is gebruikt ter aanvulling van de landelijke back-up gegevens. Dit geeft een beter beeld van de impact op de langere termijn. https://www.netbeheernederland.nl/dossiers/toekomstscenarios-64/documenten

Waterstof

Ga s

Elektriciteit

Vraag

Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations

Flexibiliteit

Gebouwde omgeving warmteoplossingen

Overig Back-up

Geen gegevens

Geen gegevens

Groene waterstof

Geen gegevens

Back-up

Waterstof

Geen gegevens

Back-up

Overige duurzame opwek Groengas

Liander

Regio

Regio

Grootschalig nietgebouwgebonden zon (zonnevelden) (>15kWp)

Back-up

Regio

Regio

Grootschalig gebouwgebonden zon (>15 kWp)

Kleinschalige zon (<15 kWp)

Regio

Regio

Wind op land

Ga s

Elektriciteit

R ES 1 . 0

concept RES

Aanbod

De impact van de RES 1.0 is doorgerekend aan de hand van verschillende gegevensbronnen. De regio is gevraagd om informatie aan te leveren voor de onderdelen in onderstaande tabel. De regio heeft gegevens tot het jaar 2030 aangeleverd*. Wanneer de regio geen gegevens heeft aangeleverd, is in overleg besloten of de Liander gegevens of de landelijke back-up gegevens van het NP RES* zijn gebruikt. Voor elektrisch vervoer wordt gerekend met een basis gegevensset opgesteld door stichting Elaad. Voor een aantal onderdelen zijn (nog) geen gegevens beschikbaar. In onderstaande tabel is te zien welke gegevens zijn gebruikt.

Aangeleverde gegevens

Fryslân

121

122 RES 1.0 FRYSLÂN

5. Uitgebreide aanbevelingen

Visualisering slide 33 (analyse netimpact) en 37 & 38 (benodigde netaanpassingen)

Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations

beeld van 29 maart 2021

35

Fryslân

123

RES 1.0 FRYSLÂN Nieuw MS/LS station

Nieuw MS station

Nieuw TS/MS station

Nieuw HS/TS of HS/MS station

0

1

2

3

Drachten 110 kV Herbayum 110 kV

Ameland 10 kV Buitenpost 10 kV Dronrijp 10 kV Hallum 10 kV Hemelum/Harich10 kV Waskemeer 10 kV

HS HS

MS MS MS MS MS MS

Afname en opwek

Opwek

Opwek

Opwek

Afname en opwek

Afname

Opwek

Afname

Overbelasting door

Nieuwbouw (20 MVA)

Nieuwbouw (20 MVA)

Nieuwbouw 20/20kV van 40 MVA in de planning

Station gaat vervallen. Wordt overgenomen door 20kV distributienet.

Nieuwbouw (40 MVA)

Nieuwbouw (20 MVA)

Geen actie, minder dan 10% overbelasting

Verzwaring met 30 MW, studie naar extra regel- of onderstation

Oplossing

ja

ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Nvt

Ja

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

1-3 jaar

1-3 jaar

1-3 jaar

1-3 jaar

1-3 jaar

1-3 jaar

Nvt

3-7 jaar

Doorlooptijd ***

* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.

Overbelast station

Netvlak

5

6

2,5 – 4,9

2,5 – 4,9

2,5 – 4,9

2,5 – 4,9

2,5 – 4,9

2,5 – 4,9

Nvt

5,7 – 11,3

Kosten (in miljoenen €)

4

7

Onzekerheid

Uitvoering

Planprocedures

1.600 – 2.000

1.600 – 2.000

1.600 – 2.000

1.600 – 2.000

1.600 – 2.000

1.600 – 2.000

Nvt

15.000 – 40.000

Benodigde ruimte (in m2)

jaren

Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station

ja✓ ✓

ja✓ ✓

ja✓ ✓

ja✓ ✓

ja✓ ✓

ja✓ ✓

j a✓

ja✓ ✓

Inschatting haalbaarheid v o o r 2 0 30

HS = hoogspanning M = middenspanning TS = tussenspanning

Hoe werkt dat dan, rekening houden met ruimte voor het energienet in het beleid? • In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de ruimte die boven- en ondergronds nodig is voor het energienet sluit de omgevingsvisie goed aan op toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. • Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma staan de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan. Liander adviseert graag over de planologische ruimte die nodig is voor het energienet en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. • Buitenplanse afwijkingen zijn en blijven een mogelijkheid voor verzwaringen en vernieuwingen van het energienet. Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn om te kunnen afwijken van de geldende planologische regels.

Strategie | benodigde netaanpassingen: totaal overzicht 1/2

De toenemende aanvragen voor energie-opwek is een nieuw fenomeen en heeft veel ruimte nodig. Voor de realisatie van zonneparken en in mindere mate voor windmolens is dit een herkenbare ontwikkeling. Minder bekend is dat er ook ruimte nodig is voor de benodigde netverzwaring, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels.

Reser veer ruimte voor energie-infrastructuur in omgevingsbeleid

Om plannen te kunnen realiseren is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of kunnen deze op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, werken we in de tussentijd aan het realiseren van uitbreidingen in andere gebieden die meer tijd kosten.

Star ten waar capaciteit beschikbaar is

Door verder vooruit te kijken, is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inplannen van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken, vergroot de kans dat we de regionale ambities samen op tijd realiseren.

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren

In een uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van het energienet doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de uitbreidingen van het energienet te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energieinfrastructuur.

Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie

Algemene aanbevelingen voor de RES vanuit de netbeheerder

124 Fryslân

125

RES 1.0 FRYSLÂN Makkum 10 kV Noordbergum 10 kV Noordwolde/ Olderberkoop 20 kV Wommels 10 kV

MS-net LS-net

MS MS MS MS

MS LS

Afname en opwek

Afname en opwek

Opwek

Opwek

Afname

Afname

Overbelasting door

Verzwaren van LS-kabels en ruimtes

Verzwaren van MS-kabels NULelie

Nieuwbouw (20 MVA)

Nieuwbouw (20 MVA)

Nieuwbouw (20 MVA)

Nieuwbouw 20 MVA

Oplossing

Nee

Ja

Nee

Nee

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

**

**

1-3 jaar

1-3 jaar

1-3 jaar

1-3 jaar

Doorlooptijd ***

49,6

165 miljoen

1,1 – 2,1

1,1 – 2,1

1,1 – 2,1

1,1 – 2,1

Kosten (in miljoenen €)

De belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net is nog niet meegenomen in deze netimpactanalyse. Op dit deel van het elektriciteitsnet zullen nog vele aanpassingen nodig zijn, door zowel de opwek van zonne-energie op daken als de warmtetransitie. Aanpassingen zijn bijvoorbeeld nieuwe midden-of laagspanningskasten in woonwijken en het verzwaren van kabels. Deze impact is naar verwachting groot. We verwachten dat de impact in ruimte en kosten hierdoor nog 20 - 40% extra zal stijgen. Hiernaast is weergegeven welke spanningsniveaus zijn meegenomen in deze impact analyse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10092359/1