CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III - RES Fryslân - achtergronddocumenten

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: RES 1.032.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Fryslân

ACHTERGRONDDOCUMENTEN RES 1.0 FRYSLÂN

Datum: 01-04-2021

INHOUDSOPGAVE

ACHTERGRONDDOCUMENTEN RES 1.0 FRYSLÂN

Inleiding

4

Bijlage 1: Waddeneilanden

5

Bijlage 2: IJsselmeerkustgebied

8

Bijlage 3: Achtergrondinformatie Elektriciteit

9

Bijlage 4: Fryske Energie Waaier

11

Bijlage 5: Ambitiedocument Friese Overheden

50

Bijlage 6: Ambitiedocument Friese Energie Alliantie

74

Bijlage 7: Netimpact-analyse Liander

88

Fryslân

Inleiding

Bijlage 1: Waddeneilanden

De RES 1.0 met de bijbehorende bijlage Regionale Structuur Warmte is het

Inleiding

hoofddocument dat zal worden vastgesteld door alle gemeenteraden, Provinciale

De Waddeneilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog

Staten en het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân.

hebben in 2007 een gezamenlijke ambitie geformuleerd om in 2020 volledig zelfvoorzienend te zijn op het gebied van duurzame energie en watervoorziening. Deze

In dit achtergronddocument zijn de gedurende het RES-proces tot stand gekomen

ambitie is vastgelegd in het ambitiemanifest Waddeneilanden ‘De energieke toekomst’

relevante stukken gebundeld. Dit document schept nadere context over de RES 1.0

en is in september 2007 door alle eilander gemeenteraden ondertekend.

en dient als achtergrondinformatie voor de besluitvorming. De Waddeneilanden werken hard aan het bereiken van deze ambitie en houden daarbij Dit achtergronddocument bestaat uit de volgende bijlagen:

rekening met de unieke ligging in het Werelderfgoed Waddenzee, met draagvlak onder

Bijlage 1: Waddeneilanden

bewoners en bezoekers, en de uitdagingen die de energie-infrastructuur stelt. De

Bijlage 2: IJsselmeerkustgebied

Waddeneilanden willen zoveel mogelijk zelf hun energie opwekken die ze verbruiken.

Bijlage 3: Achtergrondinformatie Elektriciteit

Dit past in de beleidslijnen van alle overheden.

Bijlage 4: Fryske Energie Waaier Bijlage 5: Ambitiedocument Friese Overheden

Deze ambitie van de Waddeneilanden is opgenomen in de Agenda voor het

Bijlage 6: Ambitiedocument Friese Energie Alliantie

Waddengebied 2050.

Bijlage 7: Netwerkimpact-analyse Liander Bij de uitvoering van de RES nemen de Waddeneilanden een eigen, bijzondere, De bijlagen 1 tot en met 3 zijn stukken met inhoudelijke achtergrondinformatie.

positie in. Er worden aparte gesprekken tussen de provincie en de eilandgemeenten

Bijlage 1 Waddeneilanden en bijlage 2 IJsselmeerkustgebied geven nadere duiding

georganiseerd om gezamenlijk te kijken welke mogelijkheden er liggen en op welke

aan de impact van de energietransitie op deze gebieden.

manier oplossingen kunnen worden gevonden voor de knelpunten. In de RES 2.0 nemen we de uitkomsten van dit traject mee.

In bijlage 3 Achtergrondinformatie Elektriciteit wordt aangegeven welke uitgangspunten gehanteerd zijn om de elektriciteitopwek te kwantificeren.

Hieronder is (een bewerking) van de tekst uit de Agenda voor het Waddengebied opgenomen, die betrekking heeft op de energietransitie.

De Fryske Energie Waaier (bijlage 4) is een, in het kader van de RES Fryslân, ontwikkeld hulpmiddel voor ruimtelijke inpassing. Dit hulpmiddel kan worden

Uit de Agenda voor het Waddengebied

gebruikt om nieuwe ambities voor duurzame elektriciteit verder te kunnen uitwerken.

In trilateraal verband hebben Nederland, Duitsland en Denemarken afgesproken te zullen streven naar een CO₂-neutrale Waddenzeeregio in 2030. En ook op regionale

In bijlage 5 Ambitiedocument Friese Overheden worden alle individuele ambities van

schaal zijn doelstellingen geformuleerd die per sector en per regio verschillen. De

de Friese gemeenten, de Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân voor het opwekken

grote uitdaging voor het Waddengebied is om deze energietransitie vorm te geven in

van elektriciteit middels wind en zon weergegeven.

een kwetsbaar gebied. Hoe verhoudt de ambitie om zelfvoorzienend te zijn zich tot de natuurwaarden en de doelen voor een open landschap?

De Friese Energie Alliantie heeft ook haar eigen ambitiedocument opgesteld, deze is bijgevoegd in bijlage 6.

In de Waddenzee liggen verschillende kabels, buizen en leidingen waarmee gassen of andere stoffen, elektriciteit en data worden getransporteerd. Er liggen verschillende

De Netwerkimpact-analyse (bijlage 6) is opgesteld door netbeheerder Liander. Zij heeft

kabels en leidingen tussen de eilanden en de vaste wal. Maar ook van de vaste wal, via

een analyse gemaakt van de in de RES 1.0 omschreven bijdrage van de regio Fryslân

de Waddenzee, naar winningslocaties in de Noordzee en naar andere landen. Daarbij

aan de landelijke doelstelling uit het Klimaatakkoord van 3,0 TWh.

is geen rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals windparken ten noorden van de Waddeneilanden en ten westen van Den Helder en Texel.

4

RES 1.0 FRYSLÂN

5

Fryslân

Vanwege de ambities op het gebied van de energietransitie, de toename van het

Aanleg (en onderhoud) van kabels en leidingen vindt plaats met zo min mogelijk

dataverkeer en de noodzaak van transport en opslag van gassen als waterstof en CO₂,

effect op de vijftig natuurwaarden en in de bodem aanwezige archeologische waarden.

wordt onderzocht waar in de Waddenzee en in het Waddengebied nog ruimte is voor

Uitgangspunt blijft het clusteren van kabels, buizen en leidingen en zuinig gebruik van

doorvoer en aanlanding van met name elektriciteit.

de beperkte ruimte in de Waddenzee. De aanleg van kabels en buisleidingen door de Waddenzee van de Noordzee naar het vaste land en naar de Waddeneilanden dient in

Om als Waddeneilanden voorop te lopen in de energietransitie is er behoefte aan

beginsel aan te sluiten op bestaande corridors (westzijde nabij Den Helder en oostzijde

ruimte voor experimenten, passend bij de kernwaarden van het gebied. Betrokkenheid

nabij de Eemshaven).

en initiatief vanuit de lokale energiecoöperaties, bewoners en bedrijven is belangrijk om het draagvlak voor de energietransitie te vergroten. Diverse dorpen en buurten

Voor de Waddenzee/Noordzeekustzone wordt, onder voorwaarden,

in het Waddengebied hebben zich verenigd in coöperaties en werken aan lokale

experimenteerruimte voor energetische innovaties (onderwatervlieger/golfenergie

energieprojecten. Ieder Waddeneiland heeft inmiddels een eigen energiecoöperatie.

via watermolen, en dergelijke) geboden. Voor experimenten en meer reguliere

Specifiek de eilanden zijn vanwege hun afgelegen ligging en zelfvoorzienende

toepassing in de Waddenzee en Noordzeekustzone moet het gaan om duurzame

instelling de perfecte locaties om te laten zien hoe de energietransitie in de praktijk

energieopwekking, die nadrukkelijk gekoppeld is aan de specifieke karakteristieken

kan werken. Tegelijkertijd speelt deze transitie zich af in en rond een kwetsbaar

van de Waddenzee en Noordzeekustzone (stroming, golfslag). Ook mag er

werelderfgoed Waddenzee, waarbij natuur en het open landschap belangrijke

geen sprake zijn van negatieve effecten op de kernwaarden en doelen van de

kernwaarden zijn.

Waddenzee/ Noordzeekustzone. Naast een adequate monitoring van de effecten op de natuurwaarden vindt afstemming plaats met andere vormen van menselijk

Belangrijke dilemma’s daarbij zijn:

medegebruik.

• Hoe leveren we een bijdrage aan de energietransitie met behoud van de natuurwaarden en ruimtelijke kwaliteit van het Waddengebied?

Eventuele opschaling van experimenten en reguliere toepassing kan alleen als het

• Hoe behouden we zo goed mogelijk het karakteristieke open landschap?

gaat om duurzame energieopwekking, die nadrukkelijk gekoppeld is aan de specifieke

• Hoe benutten we de specifieke eigenschappen van het Waddenzee, zoals golf-

karakteristieken van de Waddenzee en Noordzeekustzone, die een substantiële

en stromingsenergie, zonder effecten op de natuur en het landschap? Staan we

bijdrage levert aan de doelstelling van de Waddeneilanden om zelfvoorzienend te zijn

experimenten toe, en bij succes schalen we dan ook op?

en die voldoet aan de voorwaarden van de ADC-toets.

• Hoe spelen we in op de aanleg van windparken boven en ten westen van de Waddeneilanden, zonder dat dit ten koste gaat van de beleving van de eilanden, of

Er wordt bij de plaatsing van windmolens gebruik gemaakt van de nieuwste

van de natuur door aanleg van kabels door de Waddenzee?

technieken, die de hinder voor natuur, landschap en bewoners zo veel mogelijk beperken, bijvoorbeeld radardetectie gekoppeld stilstandsvoorziening voor

Om de kernwaarden van het Waddengebied te beschermen wordt, als onderdeel van

windmolens.

het Uitvoeringsprogramma, een Energieverkenning opgesteld voor het Waddengebied als geheel. De uitkomsten van deze verkenning worden gebruikt bij de implementatie van RES’en. Om in te kunnen spelen op nieuwe, innovatieve energietechnieken, die ook passen in het Waddengebied, worden nieuwe vergunningen voor energieopwekking in het Waddengebied, die impact hebben op natuur en/of landschap en/of overlast veroorzaken voor bewoners, voor een beperkte duur afgegeven, passend bij een rendabele exploitatie, zodat hierover in de toekomst nieuwe besluiten genomen kunnen worden.

6

RES 1.0 FRYSLÂN

7

Fryslân

Bijlage 2: IJsselmeerkustgebied

Bijlage 3: Achtergrondinformatie Elektriciteit

Het IJsselmeer is in veel opzichten een waardevol gebied waarin veel

Uitgangspunten berekening Friese bijdrage

maatschappelijke belangen samenkomen. Ook is het een gebied waarin veel

De Friese bijdrage aan de landelijke doelstelling is opgebouwd uit drie delen namelijk:

bestuurlijke grenzen liggen van provincies, gemeenten en divers bevoegd gezag.

bestaande projecten, pijplijnprojecten en een deel ambitie. In deze bijlage beschrijven

Diverse RES-regio’s overlappen het IJsselmeergebied. Het bestuurlijk platform

we welke uitgangspunten we hebben gehanteerd bij de berekening van de Friese

IJsselmeergebied (BPIJ) vormt een bestuurlijk overlegorgaan voor het hele gebied en

bijdrage.

is daarmee een adviesorgaan voor het Rijk, de provincies en gemeenten. Het BPIJ heeft in een brief aan de RES-regio’s een aantal aanbevelingen gedaan.

Bestaande opwek en pijplijn RES Fryslân

Deze aanbevelingen hebben de RES-regio's ter harte genomen. Zo is er structureel

Geactualiseerd overzicht

2,495 TWH

overleg en afstemming tussen de RES-regio's ontstaan en is het thema energietransitie door deze samenwerking prominenter op de bestuurlijke agenda van

bestaande opwek en pijplijn

Zon op veld TWH Huidige opwek 0,173 Pijplijn na vergunningsverlening en met SDE 0,140 Subtotaal 0,313

het IJsselmeergebied gekomen. In het IJsselmeergebied is de opgave om de energietransitie, klimaatverandering, ruimtelijke opgaven, economische ontwikkelingen en veranderende maatschappelijke wensen te verbinden. Het toekomstperspectief zoals geschetst in de Agenda

Zon op dak Huidige opwek Pijplijn met SDE Subtotaal

IJsselmeergebied 2050 en de Energieverkenning IJsselmeergebied (2019), zijn interessant net zoals andere inzichten op het IJsselmeer.

Figuur 1:

TWH 0,148 0,131 0,279

Wind TWH Bestaande opwek 0,416 Bouw Hiddum Houw 0,147 Bouw Windpark Fryslân 1,340 Overige pijplijn 0,022 Gepland sanering - 0,022 Subtotaal 1,903 Totaal 2,495

RES Fryslân.

Peildatum voor zonne-energie: 1-9-2020. Peildatum voor windenergie: 1-1-2020.

De RES’en gaan primair over het opwekken van duurzame energie, maar erkennen het belang van de integrale afweging en het benutten van koppelkansen die in ecologisch, ruimtelijk en/of economisch opzicht meerwaarde kunnen opleveren.

Algemene uitgangspunten In de RES mogen alleen grootschalige wind- en zonne-energieprojecten worden

Voor de RES 1.0 Is het IJsselmeergebied alleen in beeld voor het Windpark Fryslân, dat

meegerekend. Onder grootschalig verstaan we projecten met een vermogen groter

inmiddels in aanbouw is.

dan 15 kWp. Dit betekent voor zon-pv installaties op dak of op veld dat de opstelling minimaal uit 50 panelen van 300 Wp moet bestaan1.

De gemeente Súdwest-Fryslân heeft een motie aangenomen, waarin zij uitspreekt geen verdere energie-opwek te willen in dat deel van het IJsselmeer dat deel uitmaakt

Als RES-regio Fryslân hanteren we de volgende vollasturen2:

van haar grondgebied.

• Bestaande opwek windenergie

2110 vollasturen per jaar

•  Windpark Fryslân, Windpark Hiddum Houw

3500 vollasturen per jaar

en overige pijplijn windenergie • Zonne-energie

950 vollasturen per jaar3

1

Uitgaande van een zonnepaneel met een vermogen van 300 Wp.

2

Het aantal vollasturen kan worden gezien als de tijdsduur waarin de energiebron effectief op vol vermogen

energie heeft geproduceerd. 3

Voor projecten grootschalig zon op dak is het aantal vollasturen gehanteerd zoals opgenomen in de

toegekende SDE-aanvraag.

8

RES 1.0 FRYSLÂN

9

Fryslân

Bestaande projecten Onder de bestaande projecten worden alle grootschalige zon- en windenergieprojecten

Bijlage 4: Fryske Energie Waaier

geteld die tot 1-1-2021 gerealiseerd zijn.

Tabel 1: Bestaande projecten

Bestaande projecten

Opbrengst in TWh

Zon op veld

0,173

Zon op dak

0,148

Wind

0,416

Totaal

0,737

Pijplijnprojecten Onder pijplijnprojecten vallen alle grootschalige projecten van zon- en windenergie met een vergunning en/of toegekende SDE-aanvraag. We gaan er bij de pijplijnprojecten voor zon-pv van uit dat niet alle projecten gerealiseerd gaan worden. We hanteren een realisatiekans voor zon op dak van 50%. Voor zon op veld hanteren we een realisatiekans van 75%. Deze uitgangspunten worden ook gebruikt bij de doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Tabel 2: Pijplijnprojecten

10

Pijplijnprojecten

Opbrengst in TWh

Zon op veld

0,140

Zon op dak

0,131

Wind

1,509

Totaal

1,780

RES 1.0 FRYSLÂN

11

12 RES 1.0 FRYSLÂN

4 september 2020 versie. 1.0

Opgesteld vanuit de RES-subwerkgroep Verkennend Onderzoek in samenwerking met adviesbureaus Over Morgen, H+N+S Landschapsarchitecten en BügelHajema, in opdracht van RES Regio Fryslân.

Er is energie en enthousiasme om aan de slag te gaan, er liggen kansen. Er zijn ook aandachtspunten, die maatschappelijke belangen vertolken. De kansen in de vorm van energiebouwstenen en 11 aandachtspunten zijn in deze Waaier vertaald. Gebruik de Waaier om samen aan de slag te gaan en neem de ruimte om de bouwstenen in de Waaier lokaal en met elkaar naar eigen inzicht te benutten en vormgeven.

De Fryske Energie Waaier is niet in beton gegoten, maar is juist bedoeld om in gesprek te gaan met elkaar, om te verkennen en te bespreken wat er mogelijk is voor de opwek van duurzame elektriciteit en de randen van het speelveld inzichtelijk te maken.

Voor u ligt de Fryske Energie Waaier: een Waaier aan mogelijkheden voor de opwek van duurzame elektriciteit in Fryslân. Deze Waaier is het resultaat van vele gesprekken en werksessies met experts en deskundigen die betrokken zijn bij de energietransitie. De Waaier biedt inspiratie voor het - in samenwerking - realiseren van een energietransitie voor een duurzaam en aantrekkelijk Fryslân.

Afbeelding: windturbines Bolsward

Samen naar duurzame energie in Fryslân

Fryske Energie Waaier

Handreiking

1

Fryslân

13

14 RES 1.0 FRYSLÂN 15

Palet 6: Selectief en zorgvuldig

33

We houden de RES en de Waaier actueel

V. Netimpact Bouwstenen Liander

IV. Resultaten Enquête aandachtspunten

III. Schema aandachtspunten (5 thema’s)

II. Voorbeelduitwerkingen landschapskaarten

I. Achtergrond berekening energie potentie

Bijlagen

A2. De Waaier per landschap

Samenvatting

34

32

De Waaier helpt beleid te bepalen en uitvoeren

Colofon

31

Hoe nu verder?

25

Hoeveel energie kunnen we opwekken?

H4.

21

15

Palet 5: Innovatie

18

14

Palet 4: Gebiedsgericht keuzes maken

De 11 aandachtspunten

13

Palet 3: Energieke stad en wijken

De 5 thema’s

12

Palet 2: Versterken wat nu al kan

16

12

Palet 1: Besparen

Wat zijn de aandachtspunten?

10

8

Hoe is de Waaier tot stand gekomen? Wat zijn de mogelijkheden?

7

Waaruit bestaat de Waaier?

H3.

H2.

H1.

7

6

Introductie Waarom de Fryske Energie Waaier?

Achtergrond document

3

Samenvatting

A1. Palet aan bouwstenen

[IN SEPARAAT DOCUMENT]

[IN DIT HOOFDDOCUMENT]

Inhoudsopgave

3

2

Fryslân

15

16 Thema meerwaarde: 4. Creëer ruimtelijke en financiële meerwaarde 5. Organiseer fondsvorming als steun in de rug voor andere transities

Thema ruimte: 1. Wat je bespaart hoef je niet op te wekken 2. Plaats schaal bij schaal 3. Streef naar ruimtelijke samenhang en voorkom ‘verrommeling’ van het landschap

De 11 aandachtspunten zijn:

De 5 thema’s vatten 11 aandachtspunten samen Uit de werksessie vormen 11 aandachtspunten de rode draad in gesprekken over de regionale energietransitie in Fryslân. Geven we deze aandachtspunten genoeg aandacht bij de ontwikkeling van duurzame energie, dan zijn het succesfactoren. Krijgen ze te weinig aandacht, dan worden die maatschappelijke belangen niet voldoende geborgd en dat kan een rem zetten op de ontwikkeling van duurzame energie.

De 5 thema’s zijn: 1. ruimte 2. meerwaarde 3. proces en zeggenschap 4. eigenaarschap 5. netwerk en opbrengst

5 thema’s zijn altijd aan de orde en moeten we in balans ontwikkelen Bij de uitwerking van de bouwstenen staan vijf waarden centraal. Uit de werksessie is naar voren gekomen dat het belangrijk is om gemeenschappelijke en maatschappelijke waarden te borgen. Zoals betaalbaarheid, zeggenschap en de kwaliteiten van de omgeving. Deze waarden zijn vertaald in 5 thema’s in de Waaier. Deze thema’s zijn volgens de stakeholders, initiatiefnemers en experts altijd aan de orde. Zorg dat deze thema’s in balans met elkaar worden ontwikkeld, dan is de kans op een succesvolle ontwikkeling het grootst.

Welke inzichten vielen op tijdens het maken van de Waaier ? • Elk landschap (klei, veen, zand, steden) heeft zeker potentie. Hier liggen koppelkansen met gebiedsopgaven. De stad en stadsranden hebben volgens de deelnemers meer potentie dan werd ingeschat in de voorbereiding van het proces. • Tijdens de werksessies zagen we enthousiasme, maar ook een spanningsveld tussen wensen en beleid en regelgeving. Hier kunnen we winst behalen. • De deelnemers constateren dat er maatschappelijke meerwaarde valt te behalen door de Mienskip te laten delen in de winsten uit energieprojecten (een inclusieve businesscase). Dit vraagt om transparantere businesscases van (winst, risico: meedelen kan alleen in beide tegelijk) en om financieringsconstructies. Regel dit en stel maatschappelijke voorwaarden, zodat energieprojecten slimmer, duurzamer, breder en inclusiever worden. • Initiatiefnemers en experts vinden dat de huidige subsidieregelingen (vooral SDE) het zonneladderprincipe ‘eerst op dak en dan op grond’ tegenwerken. Hierover kan de RES Fryslân een signaal afgeven aan het Rijk. Zodat de zonneladderprincipes matchen met het subsidiesysteem! • Aandacht voor de bodem onder een zonneveld is belangrijk. • De deelnemers vragen aandacht voor ruimte voor innovatie buiten zon en wind. Denk aan andere technieken, zoals aquathermie, waterstof en geothermie.

• Soms zijn keuzes nodig voor een groter gebied dan eigen dorp of streek. De deelnemers benadrukken dat het belangrijk is om over de grens te kijken van eigen dorp, streek of gemeente.

Thema: netwerk en opbrengst 11. Benut het elektriciteitsnetwerk zo efficiënt mogelijk

Thema eigenaarschap: 9. Streef naar een hogere participatiegraad dan 50% 10. Houd de energietransitie betaalbaar

Thema proces en zeggenschap: 6. Verdeel de lusten en de lasten 7. Betrek de omgeving en belanghebbenden vanaf het begin 8. Innoveer de komende 10 jaar en investeer in scholing

Let op: omdat ‘versterken wat nu al kan’ alleen om relatief kleinschalige projecten met alleen zonne-energie gaat kan dit ongunstig doorwerken op het netwerk. Verdere ontwikkeling van de andere mogelijkheden in de Waaier (besparen, stedelijk gebied, gebiedsaanpak, innovatie) kan nog meer opleveren voor 2030.

Stimuleren we deze bouwstenen actief? Dan is het mogelijk om 3,87 TWh aan duurzame elektriciteit in 2030 op te wekken, bestaande uit: 1,78 TWh uit het palet ‘versterken wat nu al kan’ 0,27 TWh aan zon op veldopstellingen (huidig en pijplijn) en 1,82 TWh aan windenergie (huidige opwek en pijplijn).

De Fryske Energie Waaier bevat een eerste set aan energiebouwstenen en uitgangspunten De energiebouwstenen zijn flexibel; het is geen must maar het zijn mógelijkheden. Het zijn principe-oplossingen. Deze zijn in elk landschap anders en kunnen per plek anders ontwikkeld worden. Zo gebruikt u deze Waaier • Als handreiking voor het goede gesprek tussen inwoners, energie-initiatieven, overheden en andere stakeholders. • Als hulp voor overheden bij het bespreken en vormgeven van lokale ambities en randvoorwaarden voor energieprojecten. • Om de aangedragen maatschappelijke waarden te borgen door de aandachtspunten in de praktijk toe te passen. • Als inspirerend kader, dat enthousiasme voor duurzame energieontwikkelingen helpt om te zetten naar concrete initiatieven! Gebruik is niet beperkt tot overheden; álle partijen kunnen met de

De 6 paletten zijn: 1. besparen 2. versterken wat nu al kan 3. energieke stad en wijken 4. gebiedsgericht keuzes maken 5. innovatie 6. selectief en zorgvuldig

De Waaier bestaat uit 6 paletten aan energie-bouwstenen De principes, type bouwstenen en ontwikkeltijd verschillen per palet. Hiermee kan iedereen het (lokale) gesprek aan gaan: wat past in ons dorp, op ons erf of in onze gemeente of regio? De Waaier is geschikt voor verschillende toepassingen, door verschillende gebruikers en op verschillende schaalniveaus (dorp, gemeente, landschap, streek).

Waaier aan de slag!

Hoe kwam de Waaier tot stand? De Waaier kwam tot stand op basis van gesprekken en werksessies met een brede vertegenwoordiging van Friese maatschappelijke organisaties, bedrijven, energie coöperaties, agrariërs en overheden. Dit onder begeleiding van de werkgroep ‘verkennend onderzoek’ en drie professionele adviesbureaus. In totaal hebben ongeveer 160 personen deelgenomen aan de werksessies. Voor een lijst van deelnemende organisaties zie Colofon op pag. 35.

Voor u ligt de Fryske Energie Waaier, een handreiking voor de ontwikkeling van energieprojecten om duurzame stroom op te wekken in Fryslân. De Waaier is ontwikkeld in het kader van de RES Fryslân. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om de CO2 uitstoot in 2030 met 49% te reduceren ten opzichte van 1990. Om dit te realiseren is Nederland opgedeeld in 30 RES regio’s waarbij elke regio aangeeft hoe bij te dragen aan de opwek van duurzame energie.

RES 1.0 FRYSLÂN

De waardering voor het landschap is groot. Er zijn zorgen dat de optelsom van energiemaatregelen ten koste kan gaan van de ruimtelijke kwaliteit en verrommeling van het landschap kan veroorzaken. Stemt men de ruimtelijke kwaliteit al in het planproces af? Dan kan dit meerwaarde hebben, denken de deelnemers. Dit voorkomt risico’s van verrommeling op de lange termijn. En daarmee het risico van minder maatschappelijk draagvlak.

Tip! • Stel de dialoog centraal (open gesprek) • Stel het gebiedsproces centraal: sluit aan bij wat er leeft in een dorp of streek • Start naast kleine projecten met snel resultaat óók met het gesprek over of de voorbereiding van complexere gebiedsontwikkelingen. En met innovaties die een langere ontwikkeltijd kennen, maar in de sessies erg aanspraken.

Voor een goed vervolg kunnen deze vragen helpen: • Welke sturing is er nodig op de ontwikkeling van de bouwstenen? Wie heeft regie? • Wie kan het initiatief nemen voor de ontwikkeling van een bouwsteen? Wie betrek je daarbij (en hoe)? • Hoe kunnen we de Waaier verder ontwikkelen? • Hoe zetten we de Waaier in voor de RES1.0?

Leren en samen verder ontwikkelen Dit is een eerste set aan bouwstenen. Deze bouwstenen en uitgangspunten kunnen bijdragen aan het vervolggesprek. Er blijft ruimte voor aanscherping en aanpassing.

•

5

4

Fryslân

17

18

3 .

1 .

H o e

2 .

De Waaier brengt mogelijkheden, effecten en keuzes in beeld Deze Waaier laat de eerste oogst zien van kansen en mogelijkheden op regioniveau: opwekking van zonne- en windenergie, gecombineerd met andere lokale ontwikkelingen, zoals stadsrandontwikkelingen, leefbaarheid in een dorp, verdroging in de veenweide of verduurzaming van de landbouw.

Bij de RES gaan we in Fryslân uit van onze eigen kracht Wij doen dit op syn Frysk. Mei inoar, mei de mienskip. We werken samen vanuit draagvlak en van onderaf. Want draagvlak is essentieel om de energietransitie te laten slagen.

De Regionale Energiestrategie helpt daarbij In Regionale Energie Strategieën (RES) worden afspraken uit het Klimaatakkoord in de praktijk gebracht. Dit gebeurt in 30 regio’s. Fryslân is 1 van deze 30 regio’s. De gemeenten, provincie, waterschap, netbeheerders en maatschappelijke partners werken samen aan de volgende opgaven: • Hoeveel (groot- en kleinschalige) duurzame elektriciteit kan in Fryslân in 2030 worden opgewekt? • Wat zijn de regionale oplossingen voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving?

s t a n d

g e k o m e n ?

De Waaier laat zien wat de kansen zijn om duurzame elektriciteit op te wekken en hoe lang dit duurt.

Voor iedere bouwsteen geven we aan: • Wat is de potentiële energieopbrengst? • Wat is de ontwikkeltijd? • Welke koppelkansen zijn er met andere opgaven in het gebied? • Wat is de impact op het netwerk? • Wat zijn de randvoorwaarden?

Wat zijn de mogelijkheden? De Waaier biedt 6 paletten aan bouwstenen: dit zijn mogelijke oplossingen om duurzame elektriciteit op te wekken. Bijvoorbeeld zonnepanelen op grote daken, of drijvende zonnepanelen op (nieuw) water of een energiek erf. De Waaier brengt alle bouwstenen in beeld. Elk landschapstype in Fryslân (zand, veen, klei, stad) heeft een eigen passende Waaier van bouwstenen.

2. Waaruit bestaat de Waaier?

Foto tijdens een van de werksessies in Drachten, Datum: 5 maart 2020

In hoofdstuk 1 leest u een verdere toelichting op deze Fryske Energie Waaier. In hoofdstuk A1 van het achtergronddocument leest u een verdere toelichting op alle individuele bouwstenen.

t o t

De Waaier bestaat uit 2 onderdelen: de mogelijkheden en de aandachtspunten.

W a a i e r

W a a i e r ?

W a a i e r ?

Wat zijn de aandachtspunten? We zien dat er veel enthousiasme is. Maar er zijn ook zorgen. Over het landschap, het netwerk en de (maatschappelijke) betrokkenheid bij de energietransitie. De 160 betrokkenen hebben tijdens het totstandkomingsproces zorgen en oplossingen aangedragen, die deze Waaier samenvat in 11 aandachtspunten, verdeeld in 5 thema’s. Hoe meer aandacht we hier vanaf het begin aan besteden, hoe succesvoller een energieproject zich kan ontwikkelen.

d e

d e

E n e r g i e

b e s t a a t

F r y s k e

De Waaier brengt mogelijkheden, effecten en keuzes in beeld voor de opwek van duurzame energie, zowel grootschalig als kleinschalig. De Waaier helpt ons ook om ambities te formuleren en in te schatten wat de energieopbrengst kan zijn. Voor Fryslân, elke gemeente dorp of initiatiefnemer kan deze gebruiken om dit op lokaal niveau te vertalen.

i s

W a a r u i t

d e

Introductie W a a r o m

We willen de doelen van het Klimaatakkoord bereiken Het Klimaatakkoord is getekend. Het doel is een fossielvrije samenleving in 2050. Dat is ver weg. Daarom zijn er tussendoelen opgesteld om dit te bereiken: in 2030 moeten we 49% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. Daarom moeten de industrie, de landbouw, de mobiliteit en de gebouwde omgeving duurzaam worden. In 2050 moeten we alle elektriciteit en warmte daarvoor in Nederland zelf duurzaam opwekken.

1. Waarom de Fryske Energie Waaier?

RES 1.0 FRYSLÂN

7

6

Fryslân

19

20 Ronde 2: aanscherpen van de Waaier door de deelnemers Vanwege Covid-19 was deze ronde digitaal. Met een plenaire webinar hebben we de deelnemers voorbereid op de digitale werksessies. Ze kregen een toelichtende film per landschapstype. Daarna bespraken zij de verschillende onderdelen van deze Waaier in kleine groepen in digitale werksessies. Zo is de Waaier verder aangescherpt. Voor de landschapstypen Waddeneilanden en het IJsselmeer is een apart gesprek gevoerd.

Ronde 1: bespreken van de bouwstenen en energieconcepten per landschapstype in interactieve werksessies De werksessies zijn ingedeeld naar de verschillende Friese landschappen: klei, veen, zand en stad & infrastructuur. Uit de gesprekken kwamen 5 thema’s naar voren. Deze zijn uitgewerkt in de 2e ronde.

Gesprekken in 2 rondes We hebben met alle betrokkenen de mogelijkheden, kansen en aandachtspunten verkend om duurzame elektriciteit in Fryslân op te wekken. Dat deden we in 2 rondes.

De Fryske Energie Waaier is samen met ruim 160 mensen gemaakt Van woningbouwcorporaties tot energiecoöperaties, landschapsen natuurorganisaties, agrariërs en andere ondernemers. Ook medewerkers vanuit de 18 gemeenten, het Wetterskip, provincie Fryslân, de netbeheerders Liander en Stedin en de Friese Energie Alliantie (FEA) deden mee.

3. Hoe is de Waaier tot stand gekomen?

RES 1.0 FRYSLÂN Wat waren de belangrijkste adviezen en suggesties van de deelnemers in de werksessies? • Zorg dat de thema’s energie, ruimte, zeggenschap, netwerk en meerwaarde in balans met elkaar worden ontwikkeld. • Stel de dialoog centraal (openheid in gesprek; en balans tussen technische mogelijkheden en menselijke beleving) • Stel het gebiedsproces centraal (sluit aan bij wat er leeft in een gebied). • Ga aan de slag met bouwstenen waar mensen energie van krijgen. • Elk landschap (klei, veen, zand, steden) heeft potentie, op basis van gebiedsidentiteit en koppelkansen met gebiedsopgaven. Soms zijn keuzes nodig voor een groter gebied dan je eigen dorp of streek. Kijk daarom over de grens van je eigen dorp, streek of gemeente. • De deelnemers zagen meer kansen en potentie voor de stad en stadsranden dan vooraf ingeschat tijdens de voorbereiding. • Start naast kleine projecten met snel resultaat óók met het gesprek over of de voorbereiding van complexe gebiedsontwikkelingen en innovaties die een langere ontwikkeltijd kennen, maar in de sessies erg aanspraken. • De betrokkenen gaven zowel enthousiasme aan om te werken met energieprojecten, veelal op gebiedsniveau, maar ze gaven ook terug dat beleid en regelgeving een belemmerende werking hebben • Stel maatschappelijke voorwaarden aan de businesscase van een energieproject.

Zodat deze slimmer, duurzamer, breder en inclusiever wordt. Maak waar dat kan de businesscase ook transparanter (winst, risico). • Het zonneladderprincipe ‘Eerst op het dak, dan op de grond’ wordt volgens initiatiefnemers en experts tegengewerkt door de huidige subsidieregelingen (vooral SDE). Deelnemers gaven aan dat dit beter op elkaar afgestemd moet worden • Heb aandacht voor een gezond bodemleven onder een zonneveld. • Heb aandacht voor ruimte voor innovatie buiten zon en wind. Denk aan andere technieken (aquathermie, waterstof, geothermie et cetera). • Er is een hoge waardering voor het landschap. Ook zijn er zorgen over ‘verrommeling’ door de optelsom van energiemaatregelen. De deelnemers denken dat het meerwaarde kan hebben om vroeg in het planproces afstemming over ruimtelijke kwaliteit mee te nemen.

Foto van gespreksposter. Resultaat van de werksessies in Heerenveen. Datum: 28 februari 2020

Foto tijdens een van de werksessies in Drachten, Datum: 5 maart 2020

9

8

Fryslân

21

22

Hoofdstuk 1:

Wat kan nu al? Wat zijn kansrijke stappen? Wat is misschien beter om uit te stellen?

De ontwikkeltijd van de bouwstenen verschilt per palet De paletten ‘links in de Waaier’ kunnen op korte termijn gerealiseerd worden. Met de paletten 'rechts in de Waaier' kan nu ook al gestart worden, maar omdat dit bouwstenen zijn die verhoudingsgewijs meer afstemming vragen met de omgeving (kijkend naar de 11 aandachtspunten) is de verwachting dat deze meer tijd nodig hebben om te realiseren.

We hebben de energiebouwstenen geordend in 6 paletten 1. besparen 2. versterken wat nu al kan 3. energieke stad en wijken 4. gebiedsgericht keuzes maken 5. innovatie 6. selectief en zorgvuldig

Lees meer informatie over iedere bouwsteen in hoofdstuk A1 van het achtergronddocument.

6 :

5 :

e n

k a n

m a k e n

w i j k e n

a l

z o r g v u l d i g

I n n o v a t i e

S e l e c t i e f

P a l e t

e n

n u

k e u z e s

s t a d

G e b i e d s g e r i c h t

E n e r g i e k e

w a t

B e s p a r e n

V e r s t e r k e n

1 :

Op de volgende pagina’s leest u een toelichting per palet.

De Waaier schrijft niets voor of legt niets op De Waaier laat puur zien wat de mogelijkheden en mogelijke keuzes zijn. Zodat men vervolgens het (lokale) gesprek aan kan gaan: wat past in ons dorp, op ons erf of in onze gemeente of regio? De indeling in 6 paletten geeft aan hoe de betrokkenen nu (medio 2020) denken over de kansrijkheid en wenselijkheid. Dit kan in de loop van de tijd veranderen, o.a. door beleidswijziging, technische ontwikkelingen, kortere terugverdientijd of andere regelgeving (voor innovaties bijvoorbeeld).

P a l e t

4 :

3 :

P a l e t P a l e t

2 :

P a l e t

P a l e t

Wat zijn de mogelijkheden?

De basis van de Waaier bestaat uit energiebouwstenen Deze bouwstenen laten zien wat de mogelijkheden zijn om duurzame elektriciteit op te wekken. De bouwstenen zijn ontwikkeld met het landschap als vertrekpunt en verschillen in maat, schaal en ruimtelijke impact. Sommige bouwstenen passen naast en bij elkaar, andere bouwstenen vragen om keuzes. De bouwstenen zijn ook niet altijd geschikt of bruikbaar in ieder gebied, dorp, stad of landschap. Bovendien vragen sommige bouwstenen meer tijd om te ontwikkelen. Waar andere bouwstenen juist nu al goed te realiseren zijn.

RES 1.0 FRYSLÂN

11

10

Fryslân

23

24 RES 1.0 FRYSLÂN

Ontwikkeltijd: middellang

Koppel de energietransitie aan andere opgaven in de stad Het is waardevol om de energietransitie te koppelen aan andere opgaven in de stad en aan de warmtetransitie. Voorbeelden zijn: • stadsverwarming • warmtebuffering en -opslag • duurzaam transport • hittestress aanpakken • waterberging • de circulaire economie bevorderen • de stadsrand verbeteren

Leer van elkaar en ondersteun elkaar met kennis en goede voorbeelden

Wat in of rond de steden past, ontlast het buitengebied De steden in Fryslân hebben veel ambitie, dynamiek, ruimtelijke kansen en ontwikkelkracht. Samen zien de steden een belangrijke rol om Fryslân te verduurzamen. Zowel grote als kleinere steden. Dit palet zorgt er ook voor dat vraag en aanbod van energie dicht bij elkaar zijn. Dat zorgt dat er weinig energie getransporteerd moet worden.

Palet 3: Energieke stad en wijken

Deze bouwstenen kunnen bijdragen aan een grotere opgave De bouwstenen in dit palet zijn meestal kleine, zelfstandige bouwstenen. Maar ze kunnen wel degelijk een bijdrage leveren aan een grotere collectieve opgave. Zoals de warmtetransitie. Denk aan de koppeling met aardgasvrije woningen en buurten of met warmtebuffering. Een samenwerking tussen gemeenten, initiatiefnemers, energiecoöperaties en de Mienskip biedt kansen.

Controleer wel of het netwerk de veranderingen aankan Het netwerk is niet altijd voldoende berekend op deze bouwstenen. Check daarom van tevoren goed bij de netbeheerder of het netwerk ook geschikt is voor deze bouwstenen. Het kan anders langer duren om deze bouwstenen te realiseren.

Sommige bouwstenen kunnen we nu al inzetten Omdat de ontwikkeling vergunningsvrij is bijvoorbeeld. Of omdat het gemeentelijke en provinciale beleid er al ruimte voor biedt. Denk aan zonnepanelen op gebouwen, nutsvoorzieningen, erven, langs infrastructuur en op bestaande zandwinplassen.

Palet 2: Versterken wat nu al kan

Ontwikkeltijd: kort

Verduurzamen begint met besparen Hoe minder energie we verbruiken, hoe minder energie we duurzaam hoeven op te wekken en hoe minder energie we hoeven te transporteren. Stimuleren we inwoners en ondernemers om meer energie te besparen? Dan kunnen we flinke stappen zetten. Denk aan een ‘duurzame huizen’ route of ‘wijkambassadeurs’. Isoleren is bijvoorbeeld belangrijk bij de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening.Het belang van de uitvoering van het palet Besparen is vaak genoemd als aandachtspunt tijdens de werksessies. Het onderwerp specifiek maakt(e) geen deel uit van het Verkennend Onderzoek. Om die reden gaan we hier niet verder in op de maatregelen. Door het wel op te nemen in de Waaier, kan hier in de vervolgfase wel meer aandacht aan besteed worden.

Palet 1: Besparen

Ontwikkeltijd: kort

Besparen

Wind op grote bedrijventerreinen

Impulsgebied met zon en wind

Zon boven parkeerterrein

Zonnevelden in stadsrandontwikkeling

Zon op en rondom bedrijventerreinen

Tijdelijk zonnepark op uitbreidingslocaties

Zon in knooppunt infrastructuur

Zon op dak erf

Zon op zelfstandig dak

Zon op dak bedrijven

Zon op nutsvoorzieningen

Zon op collectief dak

Zon op bestaande zandwinplassen

Met deze bouwstenen kunnen we een eerste versnelling boeken Door elkaar te stimuleren, door barrières weg te nemen, of door goede voorbeelden en ervaringen te delen kunnen we de kansen voor de korte termijn verzilveren. Dit kan nieuwe initiatiefnemers ook weer stimuleren om vergelijkbare maatregelen te nemen. De overheden kunnen ervaringen helpen delen en zo stimuleren van ‘wat nu al kan’.

13

12

Fryslân

25

26 RES 1.0 FRYSLÂN

Ontwikkeltijd: middellang tot lang

Dat wil niet zeggen dat deze bouwstenen niet mogelijk zijn, maar vooralsnog zijn ze minder logisch. Er zal een zorgvuldig proces nodig zijn om ze door te ontwikkelen tot acceptabele bouwstenen, die rekening houden met alle aandachtspunten. Op termijn zouden deze bouwstenen selectief ingezet kunnen worden, waarbij gebiedsgericht keuzes maken (zie palet 4) ook hier aan de orde is.

De voordelen wegen niet op tegen de nadelen Er is een kleine groep bouwstenen, die zeer beperkt tegemoet komt aan de in de werksessies gezamenlijk geformuleerde waarden en aandachtspunten. Denk aan monofunctionele zonneparken zonder meerwaarde voor natuur en landschap. Of aan energieprojecten die te veel ruimte innemen ten opzichte van landbouw, biodiversiteit of andere functies. Deze bouwstenen pakken weliswaar gunstig uit voor het netwerk, maar verhouden zich in het algemeen moeizamer tot de andere aandachtspunten.

Palet 6: Selectief en zorgvuldig

Ontwikkeltijd: lang

Meer onderzoek nu, meer resultaat straks Sommige bouwstenen hebben veel potentie voor de langere termijn. Het zijn bouwstenen waarvoor verder onderzoek nodig is. Deze bouwstenen vragen ontwikkeltijd, ontwikkelruimte en innovatiekracht. Zetten we daar nu al op in? En bieden we hiervoor ruimte waar dat kan en gewenst is? Dan kunnen we op de langere termijn resultaten boeken.

Palet 5: Innovatie

Ontwikkeltijd: middellang

We moeten onszelf daarom goed afvragen: Welke oplossingen passen het beste? Zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid, maatschappelijke kosten en ruimtelijke kwaliteit in dat gebied. Een goede samenwerking tussen alle belanghebbende partijen legt de basis voor het succes!

Zo kan de situering van één of meerdere dorpsmolens in de buurt van een rij windturbines ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Of kunnen veel kleine zonneparken op agrarische erven een grote impact hebben op het elektriciteitsnetwerk en daarmee op de hoogte van de netkosten.

Het is belangrijk om keuzes te maken Niet alle oplossingen passen (bij elkaar) of zijn gewenst in een gebied. Ook niet alle bouwstenen zijn optimaal vanuit het oogpunt van het netwerk of kennen voldoende draagvlak.

Zetten we in op koppelkansen? Dan bereiken we het meest

We bereiken het meest met koppelkansen De bouwstenen in dit palet zijn vaak een combinatie van een verduurzamingsopgave met andere gebiedsopgaven. Zetten we in op koppelkansen? Dan bereiken we het meest. Dat kan op kleine schaal. Bijvoorbeeld een zonnepark bij een dorp of een dorpsbos. Maar ook op grotere schaal. Bijvoorbeeld door waterberging en het vasthouden van water te koppelen aan een zonnepark of windturbines. Ook voor energietransitie zien we koppelkansen. Denk aan de combinatie van het opwekken van energie en het opslaan in warmte voor de warmtetransitie.

Palet 4: Gebiedsgericht keuzes maken

Monofunctioneel zonnepark

Zon op (nieuw) stadswater

Warmte uit oppervlakte water (TEO)

Grootschalige windlijn

Het energieke erf

Combinatie zon en windcluster

Zon en uitbreiding boezemwater

Zon op oude gaswinlocaties met opslag

Grootschalig windcluster

De dorpsmolen

Zon op stellages tussen landbouw

Opschonen van oude turbines

Zon als onderdeel aanpak zoute kwel

Zon als onderdeel aanpak veenklink

Zon met aanpak beekdalen

Zon op nieuwe zandwinplassen

Zonnevelden in dorpsrandontwikkeling

Zon als onderdeel van natuurbuffer

15

14

Fryslân

27

28 RES 1.0 FRYSLÂN

Een goede balans tussen deze 5 thema’s is essentieel om een initiatief tot een succes te maken. Dit lichten we hierna verder toe.

Deze waarden vertalen wij in deze Waaier in 5 thema’s: • ruimte • meerwaarde • proces en zeggenschap • eigenaarschap • netwerk en opbrengst

… maar daarnaast is zekerheid nodig over gemeenschappelijke waarden De betrokkenen gaven aan dat het naast flexibiliteit ook belangrijk is om gemeenschappelijke, maatschappelijke waarden te borgen. Zoals betaalbaarheid, zeggenschap en de kwaliteiten van de omgeving.

De Waaier is flexibel om de vertaling te maken naar lokale situaties … Overheden, lokale initiatiefnemers, ondernemers, de Mienskip of ontwikkelaars kunnen de bouwstenen naar eigen inzicht inzetten, zowel regionaal als lokaal. Daarmee nodigt de Waaier uit om aan de slag te gaan.

2 . 2

D e

1 1

2 . 1

5

t h e m a ’ s

a a n d a c h t s p u n t e n

D e

Wat zijn de aandachtspunten?

Hoofdstuk 2.

17

16

Fryslân

29

30 RES 1.0 FRYSLÂN

Meerwaarde gaat 2 kanten op Hoe kunnen we met de energietransitie andere gebiedsopgaven realiseren? Het is belangrijk om hier vanaf het begin van projecten aandacht aan te besteden. Maar dit geldt ook andersom: waar zien we koppelkansen voor verduurzaming bij gebiedsopgaven? Energietransitie biedt kansen voor meerwaarde De energietransitie is een van de grootste opgaven voor de komende decennia. Het biedt kansen voor meerwaarde. Door werk met werk te maken, door circulair te denken, door meervoudig ruimtegebruik na te streven en door te koppelen aan andere opgaven. Zoals leefbaarheid, recreatie, verkeer, wateroverlast en verdroging.

De ruimtelijke kwaliteit van Fryslân is hoog Fryslân is grutsk op ’e romte. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden leggen de basis voor deze kwaliteit. Hierdoor is de provincie in trek bij toeristen en voelen inwoners zich verbonden met hun provincie. Nieuwe vormen van duurzame energie veranderen het landschap Het is van belang dat de veranderingen een nieuwe dimensie gaan toevoegen aan het bestaande landschap. Het huidige landschap is tenslotte ook een opeenstapeling van de ontwikkelingen in de afgelopen eeuwen. Belangrijk is dat hierbij zorgvuldig wordt voortgeborduurd op de bestaande kwaliteiten en dat de nieuwe ontwikkelingen passend zijn in het landschap.

Neem zelf initiatief of neem financieel deel aan een initiatief Eigenaarschap van een project kan betekenen: eigenaarschap als initiatiefnemer of eigenaarschap door financiële deelname. Financiële participatie kan inhouden dat mensen meedoen in de financiering of in de exploitatie.

Lokale zeggenschap is belangrijk Is er ruimte voor zeggenschap? En werken we samen om duurzame energie te ontwikkelen? Dan is er meer draagvlak. Initiatiefnemers moeten daarom altijd overleggen met (andere) omwonenden en belanghebbenden. Denk bijvoorbeeld aan de volgende onderwerpen: • de manier waarop en het gebied waarin inwoners invloed hebben op de inhoud • het proces of de besluitvorming • de ambitie • lokale deelname • eigenaarschap

We maken onderscheid in een ‘participatiegebied’ en ‘acceptatiegebied’ • Een participatiegebied is het gebied waarbinnen men zeggenschap kan hebben over het project. Al dan niet gekoppeld aan financiële deelname. Bijvoorbeeld op basis van postcode of straal. • Het acceptatiegebied is het gebied waarbinnen de gemeenschap het project wel of niet kan accepteren. De initiatiefnemer of de vergunningverlener stelt het acceptatiegebied vast op basis van de relatie van de opwekinstallatie met haar omgeving.

Lokaal initiatief, eigendom, gebruik en gebondenheid kan dus op meerdere manieren geregeld worden. Het vraagt ook om vooraf vast te leggen hoe geïnteresseerden financieel kunnen deelnemen en meeprofiteren van een initiatief. Zoals dorpen, omwonenden en ondernemers. Afhankelijk van de manier waarop zij deelnemen, kan zo echt eigendom ontstaan. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden van financiële compensatie: op individueel niveau of juist collectief. Bijvoorbeeld in een gebiedsfonds.

Thema 4: eigenaarschap

Thema 3: proces en zeggenschap

We streven er samen naar om het Friese landschap aantrekkelijker te maken na de RES-opgave dan ervoor!

Samen maken we Fryslân nog mooier In de werksessies kwamen daarbij de volgende aandachtpunten naar voren: • Neem het landschapstype als basis voor een energieproject. • Zorg dat de maat en schaal van het initiatief aansluit bij de omgeving en bij eventuele andere initiatieven op het gebied van duurzaamheid. • Maak bewuste keuzes. Niet alles kan en past in elk gebied.

Thema 2: meerwaarde

Thema 1: ruimte

2.1 De 5 thema’s

19

Maak een onderscheid in omwonenden, het acceptatiegebied en het participatiegebied. Bron: https://mienskipsenergie.frl/uitlegdefinities/, geraadpleegd 26 juni 2020

18

Fryslân

31

32 RES 1.0 FRYSLÂN

Hierna leest u een korte toelichting bij ieder uitgangspunt.

De 11 aandachtspunten zijn gekozen uit een uitgebreide lijst aan aandachtspunten die zijn ontwikkeld, gedeeld en besproken tijdens de werksessies met de deelnemers. De aandachtspunten zijn ook in een enquête voorgelegd aan alle deelnemers van de werksessies. U vindt in de bijlage het schema met alle aandachtspunten en de resultaten van deze enquête.

De aandachtspunten borgen de maatschappelijke zorgen

In de werksessies kwamen 11 aandachtspunten naar voren Deze 11 aandachtspunten zijn een detaillering van de 5 thema’s. Ze vormen de rode draad in gesprekken over de regionale energietransitie in Fryslân. Houden we goed rekening met deze aandachtspunten bij de ontwikkeling van duurzame energie? Dan zijn het succesfactoren. Krijgen ze te weinig aandacht? Dan remmen ze de ontwikkeling van duurzame energie.

2.2 De 11 aandachtspunten

Liander breidt het netwerk uit Dat doet netbeheerder Liander met nieuwe stations en veel nieuwe middenspanningsringen. Dat kost tijd, want de snelheid waarmee een zonnepark kan worden ontwikkeld en de snelheid waarmee het net kan worden uitgebreid zijn niet gelijk.

Lees meer informatie over het netwerk in het advies van Liander. Dit advies is te vinden in bijlage V.

Het is belangrijk dat Liander inzicht heeft in de initiatieven Liander moet kabels leggen en stations en transformatorruimtes bijbouwen. Voor Liander is het daarom belangrijk inzicht te hebben in initiatieven (wat, waar en wanneer). Om zo te kunnen anticiperen op de groei van duurzame opwek in het Friese net. Weet Liander goed wat de omvang en opbrengst van initiatieven is? Dan kan zij bepalen hoe wordt aangesloten, welke netwerkinvesteringen nodig zijn en hoe veel realisatietijd dat vraagt.

We streven naar een stabiel net Het is belangrijk dat er geen grote leveringspieken en -dalen zijn om spanningsproblemen te voorkomen. Ook een goede combinatie van wind- en zonne-energie helpt mee aan een stabiel net. En om het netwerk veel efficiënter te gebruiken.

Initiatieven clusteren is altijd verstandig Dat scheelt veel in de aanleg van kabels en aansluitingen. Voor de Waddeneilanden is het belangrijk dat de energie die wordt opgewekt op de Waddeneilanden ook daar (zoveel mogelijk) wordt verbruikt of lokaal wordt opgeslagen. Dit kan kostbare ingrepen in de Waddenzee met (extra dure) zeekabels voorkomen. Overigens is de inzet van opslag van duurzame energie op lokaal niveau een onderwerp wat in de vervolgfase van de RES nog verder kan worden uitgezocht.

Fragment van de resultaten van de gesprekken in de werksessies over de 5 thema’s. Deze resultaten vindt u in bijlage III: Schema aandachtspunten (5 thema’s).

11 AANDACHTSPUNTEN

Hoe langer de kabels, hoe groter de investering Een goede afstemming tussen de omvang van een initiatief en de afstand tot een aansluitpunt op het netwerk is belangrijk. Hoe korter de kabel, des te lager de (maatschappelijke) kosten. Voor kleine initiatieven is een korte afstand tot een aansluiting op het net financieel gezien het meest gewenst. Lange kabels lonen vaak alleen voor grote initiatieven (die meestal vanuit het project zelf betaald worden).

• Kleine initiatieven tot 50 kW (tot ongeveer 150 zonnepanelen) worden aangesloten op het laagspanningsnet. Zoals zonnepanelen op het dak van particulieren. • Middelgrote initiatieven vanaf 50 kW tot 2 MW (tussen de 150 en 6.000 zonnepanelen) komen op het middenspanningsnet. In het Friese net zit daar momenteel de uitdaging. Liander gaat zo’n 60 ringen verzwaren van 10 naar 20 kV. • Grote initiatieven vanaf 2 MW komen op een (onder)station van Liander. Vanaf ongeveer 80 tot 100 MW worden initiatieven rechtstreeks op het TenneT elektriciteitsnetwerk aangesloten.

Bij nieuwe initiatieven speelt betaalbaarheid een belangrijke rol Of een initiatief betaalbaar is of niet, hangt voor een groot deel af van: • Hoe groot is het initiatief? • Wat is de potentiële opbrengst? • Wat zijn de kosten van aansluiting op het netwerk? Het netwerk is nu niet berekend op zoveel energie Hoe groter een initiatief, des te flinker de kabels en de aansluiting moeten zijn. Het huidige netwerk is daar nu niet altijd op berekend. Het Friese elektriciteitsnetwerk heeft lange dunne kabels. Deze zijn tientallen jaren geleden aangelegd om energie te leveren aan de verbruikers. Maar inmiddels wordt er ook steeds meer elektriciteit terug geleverd aan het netwerk, onder andere door de stormachtige ontwikkeling in zonne-energie. Daar is het netwerk niet voor ontworpen.

Een voorbeeld:

Thema 5: netwerk en opbrengst

21

20

Fryslân

33

34 RES 1.0 FRYSLÂN

7. Betrek de omgeving en belanghebbenden vanaf het begin Geef omwonenden, organisaties en inwoners de kans om hun inbreng te leveren. Doe dat zo vroeg mogelijk in het proces. Wees duidelijk hoe en waar zij dat kunnen doen. Dat biedt ruimte voor draagvlak, acceptatie, zeggenschap en eigenaarschap. Duidelijkheid hierover vanaf het begin is onmisbaar voor een geslaagde energietransitie.

Maak onderscheid in de betrokkenheid voor: • de initiatiefnemer (trekker, verantwoordelijk voor een goed gebiedsproces, financieel voordeel) • de grondeigenaar (meebeslissen, financieel vergoeden); • de direct omwonenden en belanghebbenden (meebeslissen, participeren, financieel compenseren); • overige betrokkenen (informeren, raadplegen, financieel participeren).

6. Verdeel de lusten en de lasten Zorg ervoor dat zowel de lusten en baten als de lasten van de energietransitie eerlijk verdeeld worden. Maak onderscheid tussen omwonenden en direct belanghebbenden.

Thema 3: proces en zeggenschap

3. Streef naar ruimtelijke samenhang Kies bewust voor 1 of slechts enkele bouwstenen in een gebied. Bundel deze in de buurt van andere functies zodat een ruimtelijke logica ontstaat. Vooral voor wind is het van belang om voor eenduidige opstellingsvormen per gebied te kiezen. Opstellingen die onderling voldoende afstand hebben, om te voorkomen dat het landschap gedomineerd gaat worden door windturbines.

8. Innoveer de komende 10 jaar en investeer in scholing Gebruik de komende 10 jaar om nieuwe kansen verder te verdiepen en zo Fryslân voor te bereiden op de transitie tussen 2030 en 2050. (Om)scholing is daarbij essentieel. Investeer daarom in een nieuwe kenniseconomie gericht op de energietransitie.

5. Organiseer fondsvorming als steun in de rug voor andere transities Voed deze met opbrengsten uit de energietransitie als ‘steun in de rug’ voor vervolgstappen of voor andere transities. Denk aan de transitie van de landbouw, sociaal-maatschappelijke doelen of de verduurzaming van woningen.

4. Creëer ruimtelijke en financiële meerwaarde Draag eraan bij dat het Friese landschap aantrekkelijker wordt na realisatie van de RES. Koppel de energietransitie aan andere gebiedsopgaven en zorg voor regionale en lokale financiële meerwaarde. Maak het verplicht om meervoudig ruimtegebruik te verkennen. Start gebiedsprocessen op en maak visies waar de energietransitie onderdeel van vormt. Zoals langs dorps- en stadsranden. Zoek daarbij ook de samenhang met de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Maak een inpassing onderscheidend per landschap.

1. Wat je bespaart hoef je niet op te wekken Hoe meer energie we besparen, hoe minder energie we hoeven op te wekken. En hoe minder transport nodig is. Dit bespaart ruimte. Besparen kan door het gebruik van zuinige apparaten en isolatie.

2. Plaats schaal bij schaal Plaats kleine vormen van energieopwekking bij kleinschalige locaties. Zoals een erfmolen bij een erf. Plaats grotere vormen van energieopwekking in grootschaligere landschappen. Zoals een grote turbine langs een grootschalige lijn (weg, kanaal).

Thema 2: meerwaarde

Thema 1: ruimte

23

22

Fryslân

35

36 RES 1.0 FRYSLÂN

Weeg de energieopbrengst af tegen andere aspecten Maak steeds expliciet een afweging tussen het uiteindelijke doel om duurzame elektriciteit op te wekken en (binnen zo kort mogelijke afstand) te gebruiken, en de andere aandachtspunten. Bijvoorbeeld kleine erfmolens zijn betaalbaar en goed in te passen in de omgeving, maar leveren een beperkte hoeveelheid stroom op (voor een gemiddeld boerenbedrijf of enkele huishoudens). Een groot zonnepark is waarschijnlijk moeilijker te financieren, in te passen en onderdeel van de Mienskip te maken, maar kan wel een fikse elektriciteitsproductie opleveren nabij een stad of bedrijventerrein met een grote energiebehoefte.

Koppel vraag en aanbod zoveel mogelijk Zorg dat de energie zoveel mogelijk lokaal wordt gebruikt voordat dit het transportnetwerk op moet. Breid dit lokale netwerk eventueel uit. Met opslag, omzetting in warmte of andere energiedragers.

Hoeveel energie kunnen we opwekken?

Hoofdstuk 3.

10. Houd de energietransitie betaalbaar Zorg ervoor dat iedereen financieel kan deelnemen. Ondersteun de verduurzaming van woningen en maak zonnepanelen toegankelijk. Bijvoorbeeld via een leaseplan. Besparing zorgt ook voor een lagere energierekening. Dit komt ook ten gunste van de particulieren met een smalle beurs.

11. Benut het netwerk zo efficiënt mogelijk Zorg voor een goede verhouding tussen zon en wind. Zowel binnen projecten als op de stations. Om zo het elektriciteitsnetwerk efficiënter te benutten.

9. Streef naar een hogere participatiegraad dan 50% Het Klimaatakkoord streeft naar een lokaal eigendom van 50%. Maar met name collectieve projecten moeten tot 100% kunnen bestaan uit lokaal eigenaarschap door particulieren, organisaties en bedrijven. Stimuleer ook een hoge participatiegraad.

Combineer het opwekken van energie zoveel mogelijk Doe dit zo dicht mogelijk bij een onderstation (vanaf 2 MW). Of bouw een nieuw onderstation waar grootschalige duurzame opwekking gewenst is. Houd er rekening mee dat netinfrastructuur ook een ruimtelijke impact heeft.

Thema 5: netwerk en opbrengst

Thema 4: eigenaarschap

25

24

Fryslân

37

38 RES 1.0 FRYSLÂN Huidige: opwek van bouwstenen uit palet 2

Business As Usual: de potentiele opwek van bouwstenen uit palet 2 bij voortzetting van de huidige trend zonder extra stimulatie

Let op: dit kan ongunstig zijn voor het netwerk, als deze relatief kleinschalige zonprojecten terug geleverd moeten worden aan het net. Zie een toelichting in hoofdstuk A1 van het achtergronddocument.

Een totale opbrengst van 1,78 TWh is mogelijk Wanneer deze bouwstenen actief worden gestimuleerd, verwachten we dat een totale opbrengst van 1,78 TWh mogelijk is. Dit is inclusief wat nu al gerealiseerd is van deze bouwstenen (overlapt met de concept RES).

We kunnen geen totale optelsom van energieopwekking maken voor dit palet als geheel Rondom de stad zijn er een aantal bouwstenen denkbaar die relatief veel energie opwekken. Niet alle bouwstenen zijn naast elkaar mogelijk, en daarom moeten we nog keuzes maken. Zolang die keuzes nog niet gemaakt zijn, is er geen totale optelsom van energieopwekking te maken voor dit palet.

Wat is de energiepotentie? Voor dit palet hebben we de 6 bouwstenen samen doorgerekend om te bepalen wat de energiepotentie is van deze stap. Hierbij maakten we onderscheid tussen: • huidige opwek en pijplijn zon op dak / zon op water (meegenomen in de concept RES); • business as usual (BAU): voortzetting van de huidige trend zonder extra stimuleringsmaatregelen; • realistisch maximum potentieel (ongeveer 60% van het technisch maximum).

Het onderdeel besparen is niet doorgerekend voor deze studie. De deelnemers gaven wel aan dat het belangrijk is om hier in het vervolg meer aandacht aan te schenken als RES-regio. ‘Het gaat immers niet vanzelf’.

Realistisch maximum potentiele opwek van bouwstenen uit palet 2. (Ongeveer 60% van het technisch maximum), inclusief huidige opwek en BAU.

We kunnen wel de energieopbrengst van de bouwstenen apart doorrekenen De potentiële opwek is: • Zon en wind in impulsgebieden (0,89 TWh) • Zon op nutsvoorzieningen (0,28 TWh) • Zon op braakliggende grond bij bedrijventerreinen (0,23 TWh) • Wind op bedrijventerreinen (0,12 TWh)

Palet 3: Energieke stad en wijken

Hierna leest u meer over de potentiële energieopbrengst van de verschillende bouwstenen binnen de 6 paletten.

Hoe positiever, hoe meer kans op realisatie Wanneer een bouwsteen positief wordt ervaren in een gebied, zal de slagingskans toenemen. In hoofdstuk A1 van het achtergronddocument leest u bij elke bouwsteen een inhoudelijke toelichting en in bijlage I vindt u de aannames voor de globale doorrekening. Hierbij maken we onderscheid tussen een laag potentieel (wanneer we de bouwstenen niet actief inzetten) en een hoog potentieel (wanneer we de bouwstenen wel actief inzetten). De opbrengst van de bouwstenen samen geeft inzicht in wat mogelijke energieopbrengsten van het Friese landschap kunnen zijn.

Palet 2: Versterken wat nu al kan

Per bouwsteen hebben we de theoretische opbrengst berekend We hebben hiervan een globale doorrekening voor heel Fryslân gemaakt. Deze berekening houdt geen rekening met lokale situaties. Maar we hebben wel gebruik gemaakt van kennis uit de werksessies per landschapstype om uitgangspunten aan te scherpen. Bijvoorbeeld over de mate waarin een bouwsteen gerealiseerd kan worden.

Wat kan iedere bouwsteen opbrengen?

We hebben extra duurzame elektriciteit nodig In de concept RES is beschreven wat de opwek projecten zijn die in 2030 gerealiseerd zullen zijn. In totaal realiseren we in 2030 minimaal 2,3 TWh: 1,82 TWh uit windenergie en 0,49 TWh uit zonne-energie (op dak en in het veld). Voor de verwachte behoefte van minimaal 3,6 TWh in 2030 is er dus extra duurzame elektriciteit nodig.

Let op: In het rekenmodel zijn níet meegenomen: • tegenvallende besparingen; • de resultaten van de regionale warmtestrategie (de inzet van bv warmtenetten kan de elektriciteitsvraag verminderen); • recente inzichten over het gebruik van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte; • nadere inzichten over de wijze van verduurzaming in de landbouw en industrie, bijvoorbeeld de keuze voor inzet van waterstof.

aan elektriciteit nodig zullen hebben. De aanname hierbij is dat de warmtetransitie pas goed op gang komt ná 2030. De verduurzaming van stroom zal daarom vooral vóór 2030 moeten plaatsvinden.

Palet 1: Besparen

Hoe (on)zeker is de uitkomst? Dit is een eerste inschatting. Het gaat uit van minder energiegebruik maar tegelijkertijd méér vraag naar elektriciteit. Wanneer er minder wordt bespaard zal de vraag naar elektriciteit nog verder toenemen. Ook de keuzes die gemaakt gaan worden in de warmtetransitie en transitie van industrie en landbouw (zie hieronder) zullen van grote invloed zijn op de vraag naar elektriciteit. In 2030 verwachten we dat we minimaal 3,6 TWh

Wat is de uitkomst van het rekenmodel? Het model laat zien dat om in 2050 energieneutraal te zijn voor de gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie en landbouw, Fryslân minimaal 4,4 TWh aan duurzaam opgewekte elektriciteit moet realiseren om aan de verwachte elektriciteitsvraag te voldoen.

Wat laat het rekenmodel ons zien? Het model is een rekenkundig hulpmiddel. Het geeft een indicatie van: • de vraag naar elektriciteit en warmte in 2050; • de besparingsopgave die hiervoor nodig is, en; • de beschikbare bronnen om in deze energie te kunnen voorzien.

We voerden een rekenmodel uit voor 2050

In Fryslân richten we ons op een toekomst zonder fossiele energiebronnen Wat betekent dit voor de Friese regio? Om hier meer gevoel bij te krijgen, voerden we een ETM-rekenmodel (Quintel) uit voor 2050. We brachten in beeld hoe we een toekomst zonder fossiele energiebronnen kunnen realiseren. We stelden hiervoor een set aannames samen. Dat deden we op basis van de huidige inzichten en verwachtingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10092359/1