CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - VRF dekkingsplan 2

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Herziening Dekkingsplan Brandweerzorg’14.269 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DEKKINGS PLAN 2.0

SAMEN PARAAT HERZIENE VERSIE

D E K KI N GSPLAN 2 .0 S A M E N WERKEN AAN TO E K O M S TB E S T E N D I GE BRANDWE E R Z O R G

Fryslân

SAMEN PARAAT DEKKINGSPLAN 2.0 SAMEN WERKEN AAN TOEKOMSTBESTENDIGE BRANDWEERZORG S A M E N PA RA AT

3

INHOUDSOPGAVE Voorwoord ......................................................................................... 6 Wijzigingen Dekkingsplan 2.0 ................................ 8 1

Opdracht en context ......................................... 10

1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.3 1.4

Inleiding ...................................................................................................................... 11 Wettelijke en beleidsmatige kaders .......................................... 11 Wet en Besluit Veiligheidsregio ’s ................................................ 11 RemBrand ................................................................................................................. 12 Beleidsplan Brandweer Fryslân 2015-2018 ......................... 12 Incidentrisicoprofiel Fryslân ................................................................. 12 Financieel kader ................................................................................................ 12 Leeswijzer ................................................................................................................. 12

2

Bouwstenen en bouwmethodiek ..... 14

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4 2.5

Inleiding ...................................................................................................................... 15 Postprofielen ......................................................................................................... 15 Uitganspuntendocument ....................................................................... 15 Prestaties en paraatheid .......................................................................... 18 Opkomsttijden .................................................................................................... 20 Kengetallen ............................................................................................................ 22 Bouwmethodiek ............................................................................................... 23

3

Taken Dekkingsplan 2.0 ................................ 24

3.1 Inleiding ...................................................................................................................... 25 3.2 Scope Brandweertaken Dekkingsplan 2.0............................ 25 3.3 Brand................................................................................................................................ 26 3.3.1 Basiseenheid Brand ....................................................................................... 26 3.3.2 Specialistische Eenheid Redden op Hoogte ...................... 30 3.3.3 Specialistische Eenheid Grootschalig Watertransport ................................................................................................... 32 3.3.4 Specialistische Eenheid Brandweervaartuigen .............. 34 3.4 Technische Hulpverlening......................................................................... 36 3.4.1 Basiseenheid Technische Hulpverlening ................................ 36 3.4.2 Specialistische Eenheid Technische Hulpverlening ... 38 3.5 Ongeval Gevaarlijke Stoffen................................................................. 39

3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3

Basiseenheid Ongeval Gevaarlijke Stoffen ........................ 39 Specialistische Eenheid Verkenning ........................................... 40 Specialistische Eenheid Gevaarlijke Stoffen ..................... 42 Specialistische Eenheid Schuimblussing ................................. 44 Waterongevallen ............................................................................................. 46 Basiseenheid Waterongevallen ....................................................... 46 Specialistische Eenheid Oppervlakteredding .................. 46 Specialistische Eenheid Duiken ........................................................ 48

4

Kazernes Dekkingsplan 2.0 ..................... 50

4.1 Inleiding ...................................................................................................................... 51 Toegevoegde waarde van een kazerne ................................. 51 4.2 4.3 Verkennend onderzoek naar bouw en inspelen op ruimtelijke ontwikkelingen ........................................................ 52 Ziekenhuizen Drachten en Heerenveen ................................ 52 4.4

5

Organisatie Dekkingsplan 2.0 ............. 54

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Inleiding ...................................................................................................................... 55 Vrije en instroom en overige dienstmodellen ................ 55 24-Uursbezetting en dagdienst ....................................................... 55 Consignatie ............................................................................................................. 56 Beschikbaarheidssystemen en slimmer alarmeren .... 56 Landelijk kader ‘Uitruk op Maat’ .................................................. 57 Reservevoertuigen en logistieke ondersteuning ........ 57 Waddeneilanden .............................................................................................. 57 Interregionale samenwerking .......................................................... 57

6 Resultaat en implementatie Dekkingsplan 2.0 ................................................... 58 6.1 Inleiding ...................................................................................................................... 59 6.2 Resultaat .................................................................................................................... 59 6.3 Implementatie ..................................................................................................... 60 6.4 Motivering afwijking normtijden Bvr ...................................... 61 6.5 Herijking Dekkingsplan 2.0 .................................................................. 61 6.6 Kazerne-, taken- en materieeloverzicht Dekkingsplan 2.0............................................................................................... 62

COLOFON 19 oktober 2017 is het Dekkingsplan 2.0: Samen Paraat in de Bestuurscommissie Veiligheid vastgesteld. Het is een uitgave van Veiligheidsregio Fryslân. Teksten: Veiligheidsregio Fryslân. Rekenondersteuning: Falck Consulting & Technology. Ontwerp & vormgeving: BigID Brand Creatives. Verspreiding digitaal.

4

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

5

Met de vaststelling van ‘Dekkingsplan 2.0 Samen Paraat’ in 2017 benadrukte Brandweer Fryslân het belang van een netwerkorganisatie. Met inmiddels 66 posten en meer dan 1200 zeer betrokken medewerkers staat de organisatie dag en nacht klaar voor de veiligheid van de inwoners van Fryslân. In het voorwoord van Dekkingsplan 2.0 wordt geschetst dat met het plan blijvend wordt gewerkt aan een veilig Fryslân. Mede daarom is in 2021 het bestaande dekkingsplan geëvalueerd. Hoofdvraag daarbij was of we met de ingezette koers op de juiste weg zijn.

6

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

Op basis van deze evaluatie kan worden geconcludeerd dat de organisatie staat als een huis. Het dekkingsplan is voor het grotendeels geïmplementeerd, de operationele prestaties tonen aan dat het netwerk goed functioneert en dat kazernes en materieel op de juiste plaats staan. Daarom wordt dan ook geadviseerd om Dekkingsplan 2.0 opnieuw met een aantal kleine wijzigingen vast te stellen voor de komende 4 jaar. Met het voor u liggende document ‘Dekkingsplan 2.0, Samen Paraat, herziene versie’ wordt gehoor gegeven aan deze conclusie. Voor het overgrote deel is de tekst en daarmee de inhoud van het plan ongewijzigd. Op een klein aantal onderdelen zijn wijzigingen doorgevoerd. Zo wordt in de herziene versie de nieuwe kazerne van Oudega al ingetekend en is de WTS-taak (groot watertransport) van Franeker verplaatst naar

Harlingen. Bovendien is op een aantal plaatsen tekstuele wijzigingen doorgevoerd of zijn zaken verwijderd die niet (of niet meer) correct bleken geformuleerd. Voor de volledigheid verwijs ik u hierbij naar pagina 8, waarin u de wijzigingen overzichtelijk kunt terugvinden. Met de vaststelling van Dekkingsplan 2.0, Samen Paraat, herziene versie, is de organisatie klaar voor de toekomst en kan met recht worden gesteld dat we blijven werken aan de veiligheid van de inwoners van Fryslân.

Wim Kleinhuis Algemeen directeur Veiligheidsregio Fryslân Regionaal commandant Brandweer Fryslân

S A M E N PA RA AT

7

WIJZIGINGEN DEKKINGSPLAN 2.0 Dit rapport is een herziene versie van het dekkingsplan 2.0 uit 2017. Een deel van de informatie in dit rapport is gedateerd en daarom aangepast. Om de leesbaarheid te behouden zijn alleen de strikt noodzakelijke wijzigingen in de tekst doorgevoerd. Bekijk hieronder om welke aanpassingen het gaat.

Paragraaf 3.6.2 Specialistische eenheid oppervlakteredding

Nieuwe tekst

‘Een oppervlakteredding richt zich op het redden van mens (of dier) op het water of ijs waarbij het slachtoffer maximaal 200 meter uit de walkant is. Dit werkgebied kan worden verlegd wanneer gebruik wordt gemaakt van een vaartuig en/of een drijvend (werk)platform’

‘Een oppervlakteredding richt zich op het redden van mens (of dier)op het water of ijs waarbij het slachtoffer maximaal 200 meter uit de kant is.’

Nieuwe tekst

Haalbaarheidsonderzoek heeft geleid tot de oprichting van een blusgroep in Oudega (Sm.) Na een intensief wervings- en scholingstraject zal de post vanaf 1-1-2023 zelfstandig kunnen opereren. Vanaf 1-1-2022 zal wordt de post in de alarmeringsvoorstellen worden opgenomen en bij wijze van proef samen met buurposten naar incidenten uitrukken. Door oprichting van de blusgroep Oudega zal de dekking van het gebed rondom de Alde Feanen verbeterd worden en zal het aantal objecten dat niet binnen 18 minuten kan worden bereikt sterk worden verminderd.

Gehele oude tekst van de paragraaf verwijderd.

Nieuwe tekst

‘Het Besluit Veiligheidsregio’s stelt dat een basiseenheid bestaat uit een bezetting van 6 personen. Brandweer Fryslan hanteert dit uitgangspunt ook in het dekkingsplan. Toch blijkt in de praktijk dat het niet altijd mogelijk is om voldoende brandweervrijwilligers paraat te krijgen. In het project Uitruk op Maat zijn nadere regels en richtlijnen geformuleerd die het in geval van paraatheidsproblemen mogelijk maken om uit te rukken met minder dan 6 personen. Brandweer Fryslan stelt daarbij dat de minimale bezetting van een tankautospuit bestaat uit 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 2 manschappen.

Gehele oude tekst van de paragraaf verwijderd.

Aanpassing in de tekst

Ieder eiland is voorzien van een blusvoertuig, dat geschikt is voor duinen en strand

Ieder eiland is voorzien van een praktisch klein blusvoertuig, dat geschikt is voor duinen en strand

Pagina 2

Visuele aanpassing

Toevoeging kazerne in Oudega

Pagina 27

Visuele aanpassing

Toevoeging kazerne in Oudega

Pagina 27

Kader met opmerking

Post Oudega is toegevoegd aan het overzicht. Omdat de post nog in oprichting is, draagt deze nog niet bij aan de dekkingsgraad.

Pagina 33

Visuele aanpassing

Kazerne van Franeker verplaatst naar Harlingen

Pagina 37

Visuele aanpassing

Toevoeging kazerne in Oudega

Pagina 37

Kader met opmerking

Post Oudega is toegevoegd aan het overzicht. Omdat de post nog in oprichting is, draagt deze nog niet bij aan de dekkingsgraad.

Pagina 63

Visuele aanpassing

1) Toevoeging kazerne Oudega op overzichtstekening 2) Toevoegen W bij Harlingen 3) Verwijderen W bij Franeker 4) Toevoegen TS bij Oudega

Pagina 46

WAAR?

WAT?

NIEUWE TEKST / WIJZIGING

Voorwoord

Tekst algeheel wijzigen

Op een aantal plekken gewijzigd, o.b.v. evaluatie, verwijzing naar bijlage met alle wijzigingen → optioneel leeswijzer i.p.v. 1.6 toevoegen

Verwijderen

Nummering paragrafen aanpassen

Pagina 6, 7 Paragraaf 1.2 Paragraaf 1.3.5 Paragraaf 1.5

OUDE TEKST / OPMERKINGEN

Paragraaf 4.3 Pagina 52

Pagina11 t/m 13 Paragraaf 1.6

Nieuwe tekst

Pagina 13

Paragraaf 3.3.3 Specialistische Eenheid Groot Watertransport

Nieuwe tekst

Pagina 32, 33 Paragraaf 3.5.3 Specialistische eenheid gevaarlijke stoffen

Nieuwe tekst

Pagina 42

Dit rapport is een herziene versie van het Dekkingsplan 2.0 uit 2017. Een deel van de informatie op deze pagina is gedateerd en daarom aangepast. Om de leesbaarheid te behouden, zijn alleen de strikt noodzakelijke wijzigingen doorgevoerd. Bekijk op pagina 8: Wijzigingen Dekkingsplan 2.0 om welke aanpassingen dit gaat.

Optioneel al verwerken in nieuw voorwoord

‘in het Dekkingsplan 2.0 beschikken de volgende 5 kazernes over een WTS-1000: Bakhuizen, Burgum, Harlingen, Gorredijk en Joure;’

‘in het Dekkingsplan 2.0 beschikken de volgende 5 kazernes over een WTS-1000: Bakhuizen (nieuw), Burgum, Franeker (nieuw), Gorredijk (nieuw) en Joure;’

Nieuwe situatie dekkingsplan 2.0: 78,8%

Nieuwe situatie dekkingsplan 2.0: 80,6%

‘De GSE in Brandweer Fryslan is op enkele punten anders georganiseerd. De GSE bestaat uit een gaspakkeneenheid, een HA-DECO (haakarmchassis met ontsmettingscontainer) een decontanimatieeenheid en een Officier van Dienst.

‘De GSE binnen Brandweer Fryslan is op enkele punten anders georganiseerd. Binnen Brandweer fryslan wordt gewerkt met een eenheid van 6 personen (1 Lima(inzetleider gaspakken), 1 chauffeur en 4 gaspakdragers). Ondersteuning vindt plaats in de vorm van de opbouw van een DECO-eenheid (ontsmetting) en helpers> Met de helpers wordt de GSE qua bemensing voldoende uitgebreid zodat wordt voldaan aan de richtlijnen. De bemensing van de DECO-eenheid en assistentie bestaat uit: 1 chauffeur, tevens voertuigbediener, 1 manschap + TS 6 (1 Oscar (ontsmettingsleider, 1 chauffeur, 4 manschappen).’

De gevaarlijke stoffeneenheid bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 4 gaspakdragers De HA-DECO bestaat uit: 1 chauffeur, 1 bijrijder. Beide zijn tevens inzetbaar als gaspakdrager Ontsmettingsteam bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4 manschappen.

Paragraaf 5.4 Pagina 57

In totaal beschikt de GSE in Fryslan daarmee over 2 bevelvoerders, 6 gaspakdragers, 2 chauffeurs, 4 manschappen en 1 OvD.’ Paragraaf 3.5.3 Specialistische eenheid gevaarlijke stoffen

Nieuwe tekst

Pagina 42

8

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

‘In afwachting van het besluit van de Minister van JenV op de visie IncidentBestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS-visie) wordt ervoor gekozen om vooralsnog geen wijzigingen in de huidige inrichting door te voeren;’

‘In afwachting van de visie Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGSvisie), die mogelijke ontwikkelingen en interregionale samenwerking met zich meebrengt, is gekozen om in het Dekkingsplan 2.0 geen wijzigingen door te voeren;’

Paragraaf 5.6 Pagina 57

S A M E N PA RA AT

9

1. OPDRACHT EN CONTEXT

1.1 INLEIDING Op grond van artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) is het bestuur van de veiligheidsregio verplicht de voor de brandweer geldende opkomsttijden bij spoedeisend optreden vast te stellen en een dekkingsplan op te stellen. In een dekkingsplan wordt vastgelegd welke opkomsttijden in de regio van de brandweer verwacht kunnen worden. Daarnaast biedt een dekkingsplan inzicht in de positionering van kazernes, de meest efficiënte spreiding van materieel en de gewenste beschikbaarheid van vrijwilligers in relatie tot de risico’s. Vanaf het najaar van 2015 staat het onderwerp op de bestuurlijke agenda en kreeg het project Dekkingsplan 2.0 de volgende richting mee: • betrek de uitkomsten van het rapport RemBrand; • optimaliseer de dekkingsgraad in risicogebied 1; • beoordeel een brandweerpost op de toegevoegde waarde in de totale brandweerzorg; • erken dat een organisatie gebouwd op vrijwilligers alleen paraat kan zijn door redundantie toe te passen. In het plan van aanpak voor het project Dekkingsplan 2.0 is deze richting uitgewerkt. Op 3 december 2015 is dit plan en het scenario vastgesteld op basis waarvan het Dekkingsplan 2.0 is uitgewerkt.

De uitgangspunten die beschreven zijn in RemBrand zijn leidend geweest voor het beschrijven van een drietal scenario’s binnen Fryslân: 1. volledig voldoen aan normering RemBrand met de daarbij behorende extra investering; 2. bepalen van een optimaal efficiënte, effectieve en veilige repressieve brandweerorganisatie afgestemd op de Friese schaalgrootte en risico’s met de kaders van de huidige begroting als vertrekpunt; 3. brandweerzorg die past binnen de te verwachten financiële beperkingen als gevolg van de ongedekte kapitaallasten en risico’s.

1.2 WETTELIJKE EN BELEIDSMATIGE KADERS Het wettelijk kader voor het Dekkingsplan 2.0 wordt gevormd door de Wvr en het Besluit veiligheidsregio’s (Bvr); het beleidsmatige kader door de uitkomst van het onderzoek RemBrand en een aantal beleidsstukken, dat de afgelopen beleidsperiode is vastgesteld. Deze dienen als basis voor het Dekkingsplan 2.0. 1.2.1 WET EN BESLUIT VEILIGHEIDSREGIO ’S De Wvr is sinds 2010 van kracht. Artikel 14 van de Wvr stelt dat het bestuur van de veiligheidsregio minimaal eens per 4 jaar een beleidsplan vaststelt. In dit artikel is tevens de minimale inhoud van dit beleidsplan vastgesteld. Hierin is onder andere genoemd dat de beoogde operationele prestaties van de diensten van de Veiligheidsregio beschreven dienen te worden. Het dekkingsplan is een weergave van de beoogde prestaties van Brandweer Fryslân. Artikel 18 van de Wvr stelt dat er krachtens een algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld aan (onder andere) de opkomsttijd van de brandweer. Het Bvr geeft onder andere invulling aan de eisen aan de brandweerzorg, zoals bedoeld in de Wvr. De wijze waarop Fryslân hiermee omgaat, is toegelicht in het document Uitgangspunten Dekkingsplan 2.0, dat op 26 januari 2017 is vastgesteld door de Bestuurscommissie Veiligheid.

De Bestuurscommissie Veiligheid heeft gekozen voor het tweede scenario, omdat dit het best aansluit bij hoe de brandweerzorg van oudsher is georganiseerd in Fryslân. Ook past dit bij de kwaliteitsslag die de brandweer maakt en bij de bestuurlijke ambities, verwachtingen en verantwoordelijkheden: ‘minder branden, minder slachtoffers en minder schade’.

10

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

11

1.2.2 REMBRAND Het Veiligheidsberaad heeft opdracht gegeven tot het onderzoek RemBrand. RemBrand brengt meer balans in de benadering van brand en brandveiligheid: het gaat bij brandweerzorg niet alleen om opkomsttijden en voertuigbezetting, maar ook om risicobewustzijn en preventie. Voor de opkomsttijden is een gebiedsgerichte benadering gekozen. Dit resulteert in drie risicogebieden met bandbreedtes in de opkomsttijden. De opkomsttijden per object worden verlaten als de minister de bandbreedtes opneemt in de wet. Vooruitlopend op de wetswijziging heeft de Bestuurscommissie Veiligheid aangegeven deze gebiedsgerichte benadering te willen hanteren. Op basis van artikel 3.2.1. van het Bvr heeft het bestuur van de veiligheidsregio de bevoegdheid gemotiveerd af te wijken van de gestelde normtijden uit het Bvr. 1.2.3 BELEIDSPLAN BRANDWEER FRYSLÂN 2015-2018 Op 19 maart 2015 heeft het Algemeen Bestuur het Beleidsplan Brandweer Fryslân 2015-2018 ‘de koers naar toekomstbestendige brandweerzorg in Fryslân’ vastgesteld. Hiermee is het beleidsmatige en financiële kader voor onze brandweerorganisatie voor de periode 2015-2018 bepaald.

Het beleidsplan beschrijft de wijze waarop we de komende jaren de brandweerzorg in Fryslân veilig, efficiënt en effectief uitvoeren, op welke wijze we de medewerkers stimuleren in hun eigen ontwikkeling en hoe we de koers naar een toekomstbestendige brandweerzorg in Fryslân uitzetten. Het beleidsplan bestaat uit twee sporen, te weten: verder bouwen aan de bestaande organisatie en doorontwikkeling naar toekomstbestendige brandweerzorg. Het project Dekkingsplan 2.0 maakt onderdeel uit van het spoor doorontwikkeling naar toekomstbestendige brandweerzorg.

1.3 FINANCIEEL KADER In de Bestuurscommissie Veiligheid van 3 december 2015 is vastgesteld dat de huidige begroting van Brandweer Fryslân leidend is voor de ontwikkeling van het Dekkingsplan 2.0. Het streven is om binnen dat kader de dekking te optimaliseren, de veiligheid te vergroten en waar mogelijk de brandweerzorg effectiever en efficiënter te maken. Tegelijkertijd heeft Brandweer Fryslân nog met een aantal financiële risico’s te maken. Het gaat daarbij om tekorten op het opleidingsbudget vakbekwaam worden, de vrijwilligersvergoedingen en op de kapitaallasten, dat voortvloeit uit het meerjareninvesteringsplan (materieel en huisvesting). Het totaal van deze ontwikkelingen is bepalend voor het toekomstig budget voor de Friese brandweerzorg. Ook voor de begroting geldt dat Brandweer Fryslân van een historisch gegroeide naar een beredeneerde begroting gaat. 1.4 LEESWIJZER Na dit inleidende hoofdstuk gaat hoofdstuk 2 in op de bouwstenen en de bouwmethodiek, zoals deze zijn afgesproken met de klankbordgroep en de stuurgroep. Hoofdstuk 3 bevat per taak de huidige situatie en de uitkomst van het Dekkingsplan 2.0 inclusief de motivatie voor deze keuze. Hoofdstuk 4 gaat in op de kazernes en de toegevoegde waarde van een post en in hoofdstuk 5 staat de organisatie centraal. Het afsluitende hoofdstuk 6 bevat de resultaten en schetst de implementatie op hoofdlijnen.

Dit rapport is een herziene versie van het Dekkingsplan 2.0 uit 2017. Een deel van de informatie op deze pagina is gedateerd en daarom aangepast. Om de leesbaarheid te behouden, zijn alleen de strikt noodzakelijke wijzigingen doorgevoerd. Bekijk op pagina 8: Wijzigingen Dekkingsplan 2.0 om welke aanpassingen dit gaat.

1.2.4 INCIDENTRISICOPROFIEL FRYSLÂN Op 13 juli 2016 heeft de Bestuurscommissie Veiligheid het Incidentrisicoprofiel Fryslân vastgesteld. In dit profiel zijn voor de vier taakvelden van de brandweer (brand, technische hulpverlening, ongevallen gevaarlijke stoffen en waterongevallen), de risico’s in beeld gebracht. Op grond van het Incidentrisicoprofiel Fryslân kan per geografisch gebied en afgezet tegen de kosten en baten, beter bepaald worden welke inzet van de brandweer nodig wordt geacht als het gaat om risicobeheersing en incidentbestrijding. Het Incidentrisicoprofiel Fryslân is daarmee een belangrijk basisdocument voor het Dekkingsplan 2.0.

12

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

13

BOUWSTENEN EN BOUWMETHODIEK

2.1 INLEIDING Samen met de klankbordgroep medewerkers, de stuurgroep en het bestuur zijn de bouwstenen voor het Dekkingsplan 2.0 ontwikkeld. De bouwstenen zijn: de postprofielen, de uitgangspunten voor prestaties en paraatheid en de financiële kengetallen. Deze bouwstenen worden in dit hoofdstuk uiteengezet. 2.2 POSTPROFIELEN Van alle posten zijn ‘foto’s van het nu’ gemaakt, de postprofielen. Op dit profiel is in één oogopslag te zien welke taken een post heeft, hoe de bezetting en de paraatheid eruitziet en hoe de vakbekwaamheid is georganiseerd. Ook geeft het beeld van de huisvesting, het materieel en het verzorgingsgebied en de risico’s daarin. De effecten van het Dekkingsplan 2.0 op de posten zijn aan de hand van de postprofielen in kaart gebracht. 2.3 UITGANSPUNTENDOCUMENT Voor het bouwen van een dekkingsplan zijn repressieve uitgangspunten voor de prestaties en de paraatheid nodig. Deze zijn door de Bestuurscommissie Veiligheid op 26 januari 2017 vastgesteld in het document ‘Uitgangspunten Dekkingsplan 2.0’. Hiermee benadrukt het bestuur onderstaande richting voor het Dekkingsplan 2.0: 1. Betrek de uitkomsten van het rapport RemBrand: Het gaat bij brandweerzorg niet alleen om opkomsttijden en voertuigbezetting, maar ook om risicobewustzijn en preventie. Voor de opkomsttijden is in RemBrand een gebiedsgerichte benadering gekozen.

Dit resulteert in drie risicogebieden met bandbreedtes in de opkomsttijden. 2. Beoordeel een brandweerpost op de toegevoegde waarde in de totale brandweerzorg: De meerwaarde van een brandweerpost reikt verder dan enkel het eigen verzorgingsgebied van die post. Bij het beoordelen van de toegevoegde waarde moet een brandweerpost worden gezien als onderdeel van een netwerk van posten. Door als netwerk te opereren kan samen met een buurpost de brandweerzorg in stand worden gehouden. De tweede post vormt in dat geval samen met de eerste post één basisbrandweereenheid. Paraatheid is hiermee een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Andere meerwaarden van een post zijn bijstand bij opschaling en het uitvoeren van een specialistische taak.

14

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

3. Erken dat een organisatie gebouwd op vrijwilligers alleen paraat kan zijn door redundantie toe te passen: Het kan voorkomen dat een post een keer minder vrijwilligers beschikbaar heeft om uit te rukken dan noodzakelijk is. Een organisatie gebouwd op vrijwilligers moet dan ook redundantie bevatten om betrouwbare paraatheid te kunnen leveren en de repressieve dekking te realiseren. Hiermee wordt, wanneer een post niet inzetbaar is, de aanvulling of overname vanuit een buurpost georganiseerd. Op deze wijze is Brandweer Fryslân, altijd paraat. 4. Optimaliseer de dekkingsgraad in risicogebied 1: Uit het beeld van de dekkingsgraad in de drie risicogebieden, op basis van de daadwerkelijke uitruktijden van elke post, en de grove vertaling van RemBrand (op CBS-wijken) naar risicogebieden in Fryslân bleek medio 2015 dat de dekkingsgraad het laagst was in het gebied met de hoogste risico’s (risicogebied 1). De afspraak is dat de optimalisatie ten minste moet leiden tot een verhoging van de dekkingsgraad in risicogebied 1. In het bouwproces van het Dekkingsplan 2.0 is RemBrand strikt toegepast door het indelen van de risicogebieden op objecttype. Hierdoor ontstaan reëlere gebieden en is het aantal objecten in de risicogebieden aanzienlijk kleiner geworden. Dit is in met name 2 van de 13 risicogebieden 1 het geval waarin de normtijd niet wordt gehaald.

Daarmee is een rekenkundige verbetering in de dekkingsgraad ontstaan. Onveranderd blijft dat 2 van de 13 risicogebieden niet op tijd worden bediend. Dit zijn de ziekenhuizen in Drachten en Heerenveen.

S A M E N PA RA AT

15

RemBrand heeft de volgende risicogebieden omschreven en daarbij bandbreedtes voor de opkomsttijd geadviseerd: RISICOGEBIED

OVERHEERSEND KARAKTER VAN HET GEBIED

BANDBREEDTES OPKOMSTTIJD 4 -10 minuten

1 rood

- oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen); - gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen); - portiekwoningen en woongebouwen hoger dan 20 meter.

2 geel

- woningen; - gebouwen voor zelfredzame personen (incl. industrie).

7-13 minuten

3 groen

- verspreid liggende woningen; - verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (incl. industrie).

12-18 minuten

In onderstaande kaarten zijn de risicogebieden voor Brand en Technische Hulpverlening weergegeven. Deze zijn gebaseerd op RemBrand en het Incidentrisicoprofiel Fryslân. Voor Ongeval Gevaarlijke Stoffen en Waterongevallen is er geen onderscheid gemaakt in risicogebieden in Fryslân. Uit het incidentrisicoprofiel blijkt namelijk dat ongevallen met gevaarlijke stoffen en waterongevallen door de hele regio voorkomen. REMBRANDGEBIEDEN

HV GEBIEDEN

Risocogebied 1

Gebied A

Risicogebied 2

Overige gebied is gebied B

Overig is risicogebied 3

RISICOGEBIEDEN 1 • Bolsward centrumgebied • Dokkum centrumgebied, ziekenhuis • Drachten ziekenhuis • Franeker centrumgebied • Harlingen centrumgebied

16

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

• Heerenveen ziekenhuis • Leeuwarden centrumgebied, ziekenhuis, wijk Bilgaard en Penitentiaire Inrichting Leeuwarden • Sneek centrumgebied en ziekenhuis

RISICOGEBIEDEN A • Drachten • Harlingen • Heerenveen • Leeuwarden • Sneek

S A M E N PA RA AT

17

2.3.1 PRESTATIES EN PARAATHEID In onderstaande overzichten zijn de uitgangspunten voor de repressieve prestaties en paraatheid uiteengezet. Deze zijn door de Bestuurscommissie Veiligheid op 26 januari 2017 vastgesteld en toegelicht in het document Uitgangspunten Dekkingsplan 2.0.

18

PRESTATIES

PARAATHEID

UITGANGSPUNTEN: • de repressieve organisatie wordt ingericht conform de opkomsttijden voor de taken Brand, Technische Hulpverlening, Ongeval Gevaarlijke Stoffen en Waterongevallen; • de repressieve organisatie op de Waddeneilanden wordt afgestemd op de risico’s en houdt rekening met het in beginsel noodzakelijk zelfvoorzienend optreden omdat opschaling, gezien de overtocht, vertraagd vorm krijgt; • de tankautospuiten zijn uitgerust conform standaard bepakking; • de bezetting per eenheid is minimaal conform de vastgestelde bezetting; • de alarmeringsprocedure bij binnenstad middelpotentieel alarmeren blijft van kracht; • de alarmeringsprocedure voor brandweervaartuigen bij prioriteit 1-meldingen op de meren, plassen en hoofdvaarwegen blijft van kracht; • voor gebieden waar we voorzienbaar buiten de opkomsttijd aankomen wordt een motivering opgesteld conform de methodiek ‘afhechten Dekkingsplan 1.0’; • de rekenmethode voor de bepaling van de dekkingsgraad gaat uit van: - 90 seconden verwerkingstijd meldkamer; - 20 seconden verwerkingstijd P2000; - 5 minuten uitruktijd (voor de 24-uursbezetting, dagbezetting en kazernering 90 seconden); - rijtijd

UITGANGSPUNTEN: • Brandweer Fryslân is 24/7 paraat; • onze organisatie is in basis gebaseerd op vrijwilligheid door middel van vrije instroom; • andere dienstmodellen (24-uursbezetting, dagbezetting, ploegensysteem, kazernering en consignatie) worden ingezet als de paraatheid en/of de geoefendheid daarom vragen, waarbij gelijkwaardigheid in de organisatie een vereiste is; • de brandweerpost die de 1e basiseenheid voor risicogebied 1 levert, is altijd paraat; • de basisformatie van de post wordt ingericht op een basiseenheid (6 personen); • de bezetting van een hulpverleningsvoertuig (HV) of redvoertuig (RV) komt bovenop de basisformatie van de post; • de gewenste basisformatie is 200% voor de manschappen en 400% voor bevelvoerder en chauffeur van de eenheid met de mogelijkheid tot gemotiveerd afwijken; • de gewenste basisformatie in een ploegensysteem per ploeg is 150% voor manschappen, chauffeurs en bevelvoerders met de mogelijkheid tot gemotiveerd afwijken; • de bezetting van de overige specialistische eenheden worden geleverd door de basisformatie van de post; • de specialistische eenheden worden gespreid over de posten; • om de paraatheid te optimaliseren is flexibele voertuigbezetting toegestaan; • om de paraatheid te optimaliseren, wordt onderzocht hoe het gebruik van beschikbaarheidssystemen en slim alarmeren ons kan ondersteunen; • om de paraatheid en

vakbekwaamheid te borgen is reservecapaciteit voor het materieel en materiaal noodzakelijk.

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

19

2.3.2 OPKOMSTTIJDEN De opkomsttijd is de tijd tussen de melding van een incident bij de Meldkamer Noord-Nederland (MkNN) en het moment dat de gealarmeerde eenheid van de brandweer ter plaatse is. Deze is opgebouwd uit drie elementen: de meldkamerverwerkingstijd, de uitruktijd en de rijtijd. De verwerkingstijd is de tijd tussen de melding aan de meldkamer en het alarmeren van de brandweer. De uitruktijd is de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het tijdstip dat de eenheid de post verlaat op weg naar de incidentlocatie. De rijtijd is de tijd die de eenheid nodig heeft om van de post naar het incident te gaan.

VAKGEBIED

Brand (Br)

TAAK ONDERDEEL Basistaken

Specialistisch Brand

Alarmering door centralist Ontvangst melding op AC-brw

Eenheid uitgerukt

Ontvangen melding door eenheid

Uitvragen melder

Opkomst eenheid naar kazerne

Verwerkinstijd meldkamer

Uitruktijd

VOERTUIG / EENHEID

GEBIED 1

GEBIED 2

GEBIED 3

1e TS

10 minuten

12 minuten

15 minuten

2e TS gelijktijdig alarmeren

15 minuten

--

--

2e TS opschaling

--

15 minuten

18 minuten

redden op hoogte Subtaken redden en blussen

15 minuten

30 minuten

30 minuten

redden op hoogte subtaak afhijsen (assistentie ambulance)

30 minuten

groot water­transport WTS1000

30 minuten

brandweervaartuig

Gebieden conform gebieden zoals opgenomen in het IBP hoofdvaarwegen. 30 minuten

Eenheid ter plaatse

Inzet Rijtijd

OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN CONFORM REMBRAND & INCIDENTRISICOPROFIEL FRYSLÂN

OPKOMSTTIJD RISICOGEBIEDEN HV

TAAK ONDERDEEL

VOERTUIG / EENHEID

Basistaak

1e TS

Specialistisch HV

HV Kraan

VAKGEBIED

TAAK ONDERDEEL

VOERTUIG / EENHEID

RISICOGEBIEDEN REGIOREED

Ongeval Gevaarlijke Stoffen (OGS)

Basistaak

1e TS

15 minuten

Specialistisch OGS

Meetploeg TS of PM

1e en 2e Meetploeg: 30 minuten 3e en 4e Meetploeg: 60 minuten

GSE (gevaarlijke stoffen eenheid)

30 minuten

Deco-eenheid + assistentie (ontsmetting)

45 minuten

Schuimbluseenheid

45 minuten

OPKOMSTTIJD

VAKGEBIED Technische Hulpverlening (THV)

Opkomsttijd brandweer

GEBIED A

GEBIED B 15 minuten

20 minuten (1e TS + 5 minuten) = gelijktijdig alarmeren

30 minuten

Automatische vastlegging in GMS Verwerkingstijd P2000 Handmatige vastlegging in GMS

VAKGEBIED

TAAK ONDERDEEL

VOERTUIG / EENHEID

RISICOGEBIED REGIOBREED

Waterongevallen (WO)

Basistaak

1e TS

15 minuten

OVRT

20 minuten

Duiken

30 minuten

Specialistisch WO

20

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

OPKOMSTTIJD

S A M E N PA RA AT

21

2.4 KENGETALLEN De financiële doorrekening van het Dekkingsplan 2.0 is gemaakt op basis van kengetallen voor huisvesting, personeel en materieel. Deze zijn op basis van ervaring en benchmark tot stand gekomen. In de kengetallen zijn alle jaarlijkse kosten toegerekend die betrekking hebben op de betreffende categorie zoals afschrijving, rente, onderhoud en alle overige kosten die onlosmakelijk verbonden zijn met de kazerne, de brandweermedewerker of het materieel. De kengetallen zijn getoetst en als logisch en robuust beoordeeld door het onafhankelijk organisatieadviesbureau Twijnstra & Gudde.

KENGETALLEN HUISVESTING: KAZERNES Klein

KENGETAL 39.000

Middel

97.000

Groot

346.000

KENGETALLEN PERSONEEL: MEDEWERKERS

KENGETAL

Vrijwilliger

6.900

Geconsigneerde vrijwilliger

9.500

Dagdienst

12.900

Kazerneren

30.400

24-uurs

55.900

KENGETALLEN MATERIEEL: MATERIEEL/MATERIAAL

KENGETAL

Tankautospuit

48.200

HV-kraan

35.100

Redvoertuig

53.700

Waterongevallenwagen

7.300

Brandweervaartuig

10.200

Haakarmvoertuig

14.700

Haakarmvoertuig kraan

18.800

DECO-eenheid

14.300

Dompelpompunit

7.900

Haakarmbak 1 km slang (WTS1000)

3.800

Slangenopneemapparaat (HRU)

1.700

Haakarmbak Schuim (SBH)

19.800

2.5 BOUWMETHODIEK Er is vooraf afgesproken dat op basis van het Incident­ risicoprofiel Fryslân, de repressieve uitgangspunten, de kengetallen en vanuit de professie van Brandweer Fryslân, redelijkheid (wat is haalbaar voor een organisatie die is gebouwd op vrijwilligers) en binnen het huidige budget onderbouwd wordt aangeven: • op welke plek de kazernes het beste kunnen staan; • welke taak, met het bijbehorende materieel, het beste waar kan worden belegd; • welke organisatie van de paraatheid (mensen/ posten) daarbij hoort; • welke dekkingsgraad acceptabel is in de drie risicogebieden.

Tijdens het bouwen zijn alle basis- en de specialistische taken aan de hand van de uitgangspunten en op basis van het Incidentrisicoprofiel Fryslân onder­zocht en is de toegevoegde waarde van posten bepaald. In de volgende 3 hoofdstukken wordt de uitkomst van het Dekkingsplan 2.0 gepresenteerd en gemotiveerd. De gevolgen en aandachtspunten voor de posten zijn aan de hand van de postprofielen in kaart gebracht. De kengetallen maakten de financiële doorrekening mogelijk. In hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan.

Daarbij is opgemerkt dat alle posten samen een netwerk vormen waarin ze elkaar door een slimme samenstelling en spreiding ondersteunen en versterken. De meerwaarde van een brandweerpost reikt daarmee verder dan enkel het eigen verzorgingsgebied. Bij het beoordelen van de toegevoegde waarde moet een brandweerpost worden gezien als onderdeel van een netwerk van posten. Door als netwerk te opereren kan samen met een buurpost de brandweerzorg in stand worden gehouden. De tweede post vormt in dat geval samen met de eerste post één basisbrandweereenheid. Paraatheid is hiermee een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Andere meerwaarden van een post zijn bijstand bij opschaling en het uitvoeren van een specialistische taak.

22

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

23

3. TAKEN DEKKINGSPLAN 2.0

3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt de scope van brandweertaken in het Dekkingsplan 2.0 beschreven. Daarna wordt per taak in een illustratie de locatie en dekkingsgraad van de huidige situatie en van het Dekkingsplan 2.0 weergegeven. Beide illustraties zijn, daar van toepassing, voorzien van een tabel met de berekende dekkingspercentages gebaseerd op 100% paraatheid door alle posten. Dit kan in een vrijwillige organisatie alleen worden nagestreefd door te opereren als een netwerk van posten waarin deze elkaar aanvullen en ondersteunen: Brandweer Fryslân is samen paraat! Onder de illustraties is een motivering opgenomen, zodat helder wordt met welke redenen de huidige situatie wordt voortgezet of waarom wijzigingen worden doorgevoerd. 3.2 SCOPE BRANDWEERTAKEN DEKKINGSPLAN 2.0 In artikel 25 lid a van de Wvr is opgenomen, dat de brandweer in ieder geval de volgende taken uitvoert: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen

en dieren bij ongevallen anders dan brand; c. het waarschuwen van de bevolking; d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De brandweervakgebieden die relevant zijn in het kader van het Dekkingsplan 2.0 zijn Brand, Technische Hulpverlening, Ongeval Gevaarlijke Stoffen en Water­ ongevallen. Binnen deze vakgebieden is sprake van basistaken, die worden uitgevoerd door een basiseenheid (BE = tankautospuit). Het Dekkingsplan 2.0 richt zich op de 1e en 2e tankautospuit (TS) en daarmee niet op grootschalig optreden. Daarnaast vinden binnen de vakgebieden meer specialistische taken plaats. Deze specialistische taken worden met aanvullende specialistische eenheden (SE) uitgevoerd. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de vakgebieden, basis- en specialistische taken.

BRAND

TECHNISCHE HULPVERLENING

ONGEVAL GEVAARLIJKE STOFFEN

WATERONGEVALLEN

Basis (BE)

Basis (BE)

Basis (BE)

Basis (BE)

Redden op hoogte (SE)

Specialistische hulpverlening (SE)

Verkenning (SE)

Oppervlakteredding (SE)

(grootschalig) Watertransport (SE)

Bestrijding (o.a. OGS-team en schuim) (SE)

Duiken (SE)

Brandweervaartuigen

Ontsmetting (SE)

Buiten de scope van het Dekkingsplan 2.0 vallen alle overige taken, zoals: - landelijke specialismen (o.a. specialistische technische hulpverlening, chemische, biologische en radiologisch/ nucleaire stoffen, natuurbrandbestrijding); - grootschalig optreden vanaf de 3e TS; - bluswatervoorziening; - logistieke ondersteuning; - regionale piketten/rollen: Officier van Dienst, Hoofdofficier van Dienst, Adviseur Gevaarlijke Stoffen, Compagnie Commandant, Algemeen Commandant Brandweer, Meetplanleider en Regionaal Commandant van Dienst.

24

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

25

3.3 BRAND 3.3.1 BASISEENHEID BRAND De basistaak voor de eerste brandweereenheid bij brand volgt uit het Bvr: brandbestrijding en redding. De inzet is gericht op het naar veiliger gebied brengen van mensen en/of dieren die zich in onvoldoende in veiligheid hebben kunnen brengen, beperking van schade en

uitbreiding naar het volgende compartiment voorkomen. In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener

en 4 manschappen. De taak van de 2e TS is bijstand verlenen in geval van opschaling. In sommige gevallen is de 2e TS aanvullend op de 1e TS en vormen zij samen 1 basiseenheid. Er kan ook sprake zijn van gelijktijdige alarmering van 2 basiseenheden (bijvoorbeeld volgens procedure ‘binnensteden’ wanneer 2 TS-en, een redvoertuig en een officier van dienst worden gealarmeerd).

HUIDIGE SITUATIE

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0

DEKKING 1E TS

DEKKING 1E TS

Overschrijding

Overschrijding

Binnen norm

Binnen norm

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

Huidig

RISICOGEBIED 1

RISICOGEBIED 2

RISICOGEBIED 3

REGIOBREED

18MIN+ OBJECTEN

99,7%

81,9%

86,5%

83,1%

0,6%

Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

RISICOGEBIED 1

RISICOGEBIED 2

RISICOGEBIED 3

REGIOBREED

18MIN+ OBJECTEN

99,6%

82,0%

86,6%

83,2%

0,6%

Post Oudega is toegevoegd aan het overzicht. Omdat de post nog in oprichting is, draagt deze nog niet bij aan de dekkingsgraad.

26

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

27

Motivering: • op basis van de uitgangspunten en de berekeningen staan de huidige kazernes en daarmee de 1e TS op een goede plek; • uit de bepaling van de toegevoegde waarde van een post blijkt dat Brandweer Fryslân een netwerkorganisatie is en er geen kazernes kunnen vervallen (zie hoofdstuk 4 Kazernes); • optimalisatie kan door kazernes binnen de plaats te verschuiven, maar dit weegt niet op tegen de kosten die dat met zich meebrengt. Daar waar ruimtelijke ontwikkelingen zijn, is het aan te raden om te kijken of een kazerne op een betere plek gezet kan worden; • kazerne Harlingen ligt in de huidige situatie aan de westkant van de stad en in het Dekkingsplan 2.0 aan de oostkant richting Franeker: daardoor wordt een betere dekking gerealiseerd voor een groot aantal objecten in de risicogebieden 2 en 3 in Harlingen en Franeker (hiermee wordt aangesloten bij het lopend verkennende onderzoek);

28

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

• in het Dekkingsplan 2.0 beschikt geen van de kazernes over meer dan één TS: - de huidige 2e TS op een kazerne wordt ingezet als reservevoertuig; - reserve TS-en zijn nodig om de organisatie paraat te houden; - reserve TS-en staan niet in de kazernevolgordetabel (KVT); - reserve TS-en worden bij voorkeur geplaatst bij de kazernes waar ook het functionele cluster materieelbeheer gehuisvest is; - reserve TS-en worden ingezet indien een TS buiten dienst is voor o.a. onderhoud, storing of een oefening. • de Waddeneilanden worden voorzien van een extra compact blusvoertuig dat afgestemd is op de praktijk en risico’s op de Waddeneilanden.

S A M E N PA RA AT

29

3.3.2 SPECIALISTISCHE EENHEID REDDEN OP HOOGTE Taak, voertuig en bezetting In het Bvr is opgenomen dat elke Veiligheidsregio zorg draagt voor ondersteuningseenheden voor het redden en blussen op hoogte. De eenheid is belast met het redden van mensen en dieren op hoogte, de onder-

steuning van basisbrandweereenheden bij het blussen op hoogte en het verlenen van hulp op hoogte (o.a. assistentie ambulance). Om deze taak uit te kunnen voeren beschikt de eenheid over een redvoertuig met uitrusting. Het redvoertuig wordt bezet door 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.

HUIDIGE SITUATIE

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0

DEKKING RV

DEKKING RV

Overschrijding

Overschrijding

Binnen norm

Binnen norm

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

Huidig

RISICOGEBIED 1

RISICOGEBIED 2

RISICOGEBIED 3

REGIOBREED

92,3%

92,2%

78,4%

91,0%

Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

RISICOGEBIED 1

RISICOGEBIED 2

RISICOGEBIED 3

REGIOBREED

94,5%

92,3%

78,4%

91,0%

Motivering: • om te zorgen dat risicogebied 1 goed is afgedekt, zijn er geen wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie; • in het Dekkingsplan 2.0 beschikken de volgende 7 kazernes over een redvoertuig: Bolsward, Dokkum, Drachten, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden Aldlânsdyk, Sneek; • de dekkingsgraad stijgt doordat kazerne Harlingen in het Dekkingsplan 2.0 is verplaatst.

30

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

31

3.3.3 SPECIALISTISCHE EENHEID GROOTSCHALIG WATERTRANSPORT Taak, voertuig en bezetting Het grootschalig watertransport is het systeem waarmee grote hoeveelheden bluswater over grote afstanden

worden getransporteerd. Het systeem wordt ingezet bij branden waar veel bluswater nodig is. Hierbij gaat het dan vaak om relatief grote branden. Er wordt gebruikt gemaakt van het WTS-1000 (watertransport over 1000 meter). Het systeem wordt ter plaatste gebracht met

HUIDIGE SITUATIE DEKKING WTS-1000

een haakarmvoertuig. Hiervoor geldt een voertuigbezetting van 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener. Om het systeem op te bouwen wordt een opbouwploeg gealarmeerd, die na de opbouw van het WTS-1000 weer terug naar de post gaat.

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0 DEKKING WTS-1000

Afgedekte Wegen (norm = 30 min.)

Afgedekte Wegen (norm = 30 min.)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

REGIOBREED Huidig

75,4%

REGIOBREED Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

78,8%

Motivering: • in het Dekkingsplan 2.0 beschikken de volgende 5 kazernes over een WTS-1000: Bakhuizen, Burgum, Harlingen, Gorredijk en Joure; • in de huidige situatie is het dekkingspercentage met 6 posten lager dan in Dekkingsplan 2.0 met 5 posten. Dit komt doordat er in de huidige situatie een relatief grote overlap is van de operationele gebieden. Door een grotere spreiding van het materieel over de regio wordt een grotere dekking gerealiseerd.

32

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

33

3.3.4 SPECIALISTISCHE EENHEID BRANDWEERVAARTUIGEN Taak, vaartuig en bezetting De taak is gericht op redden, blussen en hulpverlening. Hierbij wordt een afbakening gemaakt in gebied waar brandweervaartuigen bij incidenten primair worden

ingezet, namelijk op de grote hoofdvaarwegen en de grote binnenmeren. Hierbij is aangesloten bij het Incidentbestrijdingsplan Hoofdvaarwegen (hoofdvaarwegen, grote meren, sluizen, aquaducten en havens). De bemensing van een brandweervaartuig bestaat uit 1 schipper, 1 bevelvoerder en 2 manschappen.

HUIDIGE SITUATIE

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0

LOCATIES BRANDWEERVAARTUIGEN

LOCATIES BRANDWEERVAARTUIGEN

Kazernes met een brandweervaartuig

Kazernes met een brandweervaartuig

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de verdeling van brandweervaartuigen in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt (een dekkingsgraad over het water is niet te berekenen):

Motivering: • in het Dekkingsplan 2.0 beschikken de volgende 7 kazernes over een brandweervaartuig: Balk, Burgum, Echten (nieuw), Grou, Heeg, Koudum en Langweer; • in het Dekkingsplan 2.0 gaat het brandweervaartuig van kazerne Lemmer naar kazerne Echten om een betere dekking op het Tjeukemeer te krijgen; • kazerne Lemmer krijgt de beschikking over een nieuw aan te schaffen vaartuig vanwege de OVRT-taak, dat geen onderdeel uitmaakt van de Water-KVT. • kazerne Sneek houdt de beschikking over een vaartuig vanwege de duiktaak, dat geen onderdeel uitmaakt van de Water-KVT.

34

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

35

3.4 TECHNISCHE HULPVERLENING 3.4.1 BASISEENHEID TECHNISCHE HULPVERLENING Technische Hulpverlening De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van hulpverlening is Technische Hulpverlening (THV). In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taak uit te kunnen voeren, de beschik-

king heeft over een TS met standaarduitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. De dekkingsgraad is bij hulpverlening gebaseerd op het aantal wegdelen (bij brand is dit op objecten).

HUIDIGE SITUATIE

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0

DEKKING TS BASISTAKEN HV, OGS, EN WO

DEKKING TS BASISTAKEN HV, OGS, EN WO

Afgedekte Wegen (norm = 15 min.)

Afgedekte Wegen (norm = 15 min.)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

REGIOBREED Huidig

88,6%

Motivering: • de norm voor Brand is scherper dan voor THV, daarom is er op basis van de prestatienorm geen reden tot verplaatsen, sluiten of bijbouwen van kazernes.

36

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

REGIOBREED Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

88,7%

Post Oudega is toegevoegd aan het overzicht. Omdat de post nog in oprichting is, draagt deze nog niet bij aan de dekkingsgraad.

S A M E N PA RA AT

37

3.4.2 SPECIALISTISCHE EENHEID TECHNISCHE HULPVERLENING Taak, voertuig en bezetting Het Bvr geeft aan dat de regio ondersteunende eenheden voor hulpverlening beschikbaar moet hebben. De taak van de eenheid bestaat uit ondersteuning bij het bevrijden van beknelde en ingesloten mensen en dieren, bij ongevallen met zwaardere voertuigen,

zoals vrachtwagens, bussen en treinen, bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen en bij waterongevallen. De eenheden hebben hiervoor de beschikking over een hulpverleningsvoertuig met uitrusting. Een HV-kraan (HVK) heeft, gezien de taak waarvoor deze wordt ingezet, de voorkeur. De voertuigen kennen een basisbezetting van 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.

HUIDIGE SITUATIE DEKKING HV-KRAAN

3.5 ONGEVAL GEVAARLIJKE STOFFEN 3.5.1 BASISEENHEID ONGEVAL GEVAARLIJKE STOFFEN De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van OGS is het uitvoeren van basishandelingen voor bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De taak van de eerste basiseenheid is gericht op het voorkomen van uitbreiding van het incident (stabiliseren).

In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur tevens voertuigbediener en 4 manschappen. De dekkingsgraad en de motivering is gelijk aan basis voor technische hulpverlening (zie par 3.4.1).

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0 DEKKING HV-KRAAN

Afgedekte Wegen (binnen norm)

Afgedekte Wegen (binnen norm)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

Huidig

RISICOGEBIED A

RISICOGEBIED B

REGIOBREED

68,1%

56,0%

58,7%

Motivering: • Brandweer Fryslân kent alleen HV-kranen in het Dekkingsplan 2.0; • in de huidige situatie beschikken de volgende 3 kazernes over een HV-kraan: Drachten, Franeker en Leeuwarden Aldlânsdyk. Hiermee wordt een zeer beperkte dekking gerealiseerd;

38

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

RISICOGEBIED A

RISICOGEBIED B

REGIOBREED

87,2%

76,0%

77,5%

• in het Dekkingsplan 2.0 is de aanvulling op de dekking van de HV-kraan in met name de risicogebieden A en aan de zuidkant van de regio door in Joure en Oosterwolde een HV-kraan te plaatsen; • op de Waddeneilanden zijn geen HV-kranen aanwezig. Elk Waddeneiland heeft extra hulpverleningsmaterieel beschikbaar.

S A M E N PA RA AT

39

3.5.2 SPECIALISTISCHE EENHEID VERKENNING Taak, voertuig en bezetting Wanneer gekeken wordt naar de specialistische taken binnen het vlak van de gevaarlijke stoffen, gaat het allereerst om de meetplanorganisatie. Deze bestaat uit een meetplanleider (valt buiten de scope van

Dekkigsplan 2.0) en ten minste 4 meetploegen. Elke meetploeg bestaat uit twee verkenners gevaarlijke stoffen. De taak van de meetploeg is het verkennen en meten van gevaarlijke stoffen, zodat (mogelijke) effecten van het incident in kaart kunnen worden gebracht. Ook adviseert zij over te treffen maatregelen.

HUIDIGE SITUATIE DEKKING WVD, 1E VTG. BINNEN 30 MIN TER PLAATSE

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0 DEKKING WVD, 1E VTG. BINNEN 30 MIN TER PLAATSE

Afgedekte Wegen (binnen norm)

Afgedekte Wegen (binnen norm)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

Huidig

1 MEETPLOEG

4 MEETPLOEGEN

96,7%

94,1%

Motivering: • het Bvr schrijft voor dat er 4 meetploegen binnen 60 minuten operationeel zijn, waarvan de eerste 2 binnen 30 minuten ter plaatse moeten zijn. Dat wordt geborgd door 6 meetploegen op de vaste wal te hebben en op elk Waddeneiland 1 meetploeg; • in de huidige situatie hebben 14 posten een meetploeg; • het Dekkingsplan 2.0 beschikken de volgende 10 kazernes over een meetploeg: Akkrum (nieuw),

40

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

1 MEETPLOEG

4 MEETPLOEGEN

94,9%

85,9%

Appelscha (nieuw), Buitenpost, Lemmer (nieuw), Midsland, Nes, Schiermonnikoog, St. Annaparochie (nieuw), Vlieland, Witmarsum (nieuw); • kazernes die de 1e of 2e tankautospuit verzorgen in risicogebied 1 hebben geen meetploeg; • de wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie komen voort uit de constatering dat de meetploegen veel overlap hebben wat betreft operationeel gebied. • de weergegeven dekkingsgraad bij 4 meetploegen is gebaseerd op 4 meetploegen op 1 locatie.

S A M E N PA RA AT

41

3.5.3 SPECIALISTISCHE EENHEID GEVAARLIJKE STOFFEN Taak, voertuig en bezetting Voor (bron)bestrijding en ontsmetting kan een beroep worden gedaan op de Gevaarlijke Stoffen Eenheid (GSE). Deze eenheid is belast met het redden van mensen en dieren uit een met gevaarlijke stoffen besmet gebied, het bestrijden van de bron van het ongeval met gevaarlijke stoffen en het ontsmetten van hulpverleners en burgers. In het Bvr is opgenomen dat een eenheid bestrijding ongevallen met gevaarlijke stoffen ten minste bestaat uit: een officier van dienst, 2 bevelvoerders, 8 gaspakdragers, 6 manschappen en 2 chauffeurs. De GSE in Brandweer Fryslân is op enkele punten anders georganiseerd. De GSE bestaat uit een gaspakkeneenheid, een HA-DECO (haakarmchassis met

ontsmettingscontainer) een decontanimatieeenheid en een Officier van Dienst.

HUIDIGE EN NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0

De gevaarlijke stoffeneenheid bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 4 gaspakdragers De HA-DECO bestaat uit: 1 chauffeur, 1 bijrijder. Beide zijn tevens inzetbaar als gaspakdrager

DEKKING OGS Afgedekte Wegen (norm = 30 min.) Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Ontsmettingsteam bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4 manschappen. In totaal beschikt de GSE in Fryslân daarmee over 2 bevelvoerders, 6 gaspakdragers, 2 chauffeurs, 4 manschappen en 1 OvD

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

REGIOBREED Huidig

45,0%

REGIOBREED Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

45,0%

Motivering: • In afwachting van het besluit van de Minister van JenV op de visie IncidentBestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS-visie) wordt ervoor gekozen om vooralsnog geen wijzigingen in de huidige inrichting door te voeren; • in het Dekkingsplan 2.0 beschikt Leeuwarden Aldlânsdyk over de gevaarlijke stoffen eenheid en de DECOeenheid en post Stiens levert het ontsmettingsteam.

42

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

43

3.5.4 SPECIALISTISCHE EENHEID SCHUIMBLUSSING Taak, voertuig en bezetting Ten behoeve van de bestrijding van een ongeval gevaarlijke stoffen kan de Schuimblushaakarmbak (SBH) worden ingezet. Deze SBH wordt op aanvraag

ingezet bij calamiteiten, brand en/of gevaarlijke stoffen waarbij afgedekt of geblust moet worden met schuim en/of water. Deze wordt bemenst door 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.

HUIDIGE SITUATIE

NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0

DEKKING SCHUIMBLUSSING (SBH)

DEKKING SCHUIMBLUSSING (SBH)

Afgedekte Wegen (norm = 45 min.)

Afgedekte Wegen (norm = 45 min.)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

REGIOBREED Huidig

69,7%

REGIOBREED Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

76,3%

Motivering: • Brandweer Fryslân beschikt over 1 SBH. Deze wordt geplaatst in de kazerne Grou: dit zorgt voor een betere dekking van een aantal belangrijke risicobronnen (o.a, het industrieterrein en de haven in Harlingen, een aantal (delen van) snelwegen en (delen van) waterwegen). De overige risicobronnen worden, net als binnen de huidige situatie, binnen de normtijd bereikt; • momenteel wordt, samen met de omliggende regio’s, de benodigde functionaliteit van de inzet van schuim bekeken.

44

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

45

3.6 WATERONGEVALLEN 3.6.1 BASISEENHEID WATERONGEVALLEN De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van waterongevallen is het bieden van ondersteuning bij waterongevallen en grijpredding. In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. De dekkingsgraad en de motivering is gelijk aan die voor technische hulpverlening (zie par 3.4.1).

3.6.2 SPECIALISTISCHE EENHEID OPPERVLAKTEREDDING Taak, voertuig, bezetting Gezien het risicobeeld, geografisch profiel en de maatschappelijke meerwaarde binnen de Friese regio heeft Brandweer Fryslân oppervlaktereddingsteams (OVRT’s) en duikteams. Dit is overeenkomstig de landelijke visie op waterongevallen die stelt: “De brandweer acht zich vanuit wettelijk en maatschappelijk perspectief blijvend verantwoordelijk voor de uitvoering van ‘natte’ reddings- en hulpverleningstaken”. Een oppervlakteredding richt zich op het redden van mens (of dier)op het water of ijs waarbij het slachtoffer maximaal 200 meter uit de walkant is. Dit werkgebied kan worden verlegd wanneer gebruik wordt gemaakt van een vaartuig en/of een drijvend (werk)platform. Voor het zoeken naar slachtoffers aan de oppervlakte is deze inzet voldoende. Blijkt het slachtoffer onder water te zijn geraakt dan is het van belang dat de plaats wordt bepaald waar gedoken moet worden. Hiervoor is een follow-up van duikers noodzakelijk. Een OVRT wordt bemenst door 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 2 oppervlakteredders en 2 assistenten. Een duikteam kan tevens ingezet worden als OVRT.

HUIDIGE EN NIEUWE SITUATIE DEKKINGSPLAN 2.0 DEKKING OVRT EN WO (INCLUSIEF ZOUTKAMP) Afgedekte Wegen (binnen norm) Niet Afgedekte Weg (overchrijding)

Op basis van de opkomsttijden (paragraaf 2.3.2) is de dekking in de huidige situatie en in de nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0 als volgt:

REGIOBREED Huidig

73,1%

REGIOBREED Nieuwe situatie Dekkingsplan 2.0

73,1%

Motivering: • Brandweer Fryslân sluit aan bij de Visie Waterongevalbestrijding, die in 2012 door het bestuur van Veiligheidsregio Fryslân is vastgesteld. Hierop zijn de oppervlaktereddingsteams de afgelopen jaren ingericht, daarom is gekozen om in het Dekkingsplan 2.0 geen wijzigingen door te voeren; • in het Dekkingsplan 2.0 beschikken de volgende 10 kazernes over een OVRT: Balk, Burgum, Grou, Harlingen, Heeg, Jubbega, Koudum, Langweer, Lemmer en Wolvega; • de duikploegen van kazerne Leeuwarden Aldlânsdyk en Sneek kunnen tevens ingezet worden als oppervlaktereddingsteam; • het Lauwersmeergebied wordt afgedekt door de kazerne Zoutkamp (Veiligheidsregio Groningen); • elk OVRT heeft de beschikking over een personeel/materieelvaartuig. Als de betreffende kazerne in de waterKVT actief is, beschikt het OVRT over een brandweervaartuig.

46

D EKK I N G S P L A N 2. 0 – HE RZ I E NE VE RS I E

S A M E N PA RA AT

47

3.6.3 SPECIALISTISCHE EENHEID DUIKEN Taak, voertuig, bezetting Bij de reddingsduik wordt zowel uitvoering gegeven aan de reddingsduik of zoektocht direct na de verdwijning (binnen het gouden uur) of aan de verlengde reddingsduik op verzoek van de GHOR omwille van nabestaanden. Ook kan de brandweer op basis van sociaal maatschappelijk belang overgaan tot een bergingsduik (alleen personen) ter assistentie van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10974254/1