CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Vergelijking gemaakte keuzes

Raadsvergadering 22 december 2022, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Súdwest-Fryslân 2023’12.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Toelichting Uitgangspunt voor de Concept Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2023 is de VNG modelverordening van december 2020. In onderstaande tabel is de VNG modelverordening vergeleken met de huidige verordening leerlingenvervoer en worden keuzes voor de concept verordening toegelicht en verder van enkele opmerkingen voorzien.

Modelverordening 2020 – artikel 1 aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;

begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 1 aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus of bustaxi;

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Touringcar is aan de mogelijkheden toegevoegd

afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg volgens een routeplanner;

“Volgens een routeplanner” is specifiek voor SWF en zal worden opgenomen in de beleidsregels met de naam van de routeplanner.

andere locatie: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra; commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra;

Deze definitie is vervangen door opstapplaats.

deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijk deskundige;

Ongewijzigd

Is in het begrip ontwikkelingsperspectief opgenomen. Is in het begrip ontwikkelingsperspectief opgenomen. Nieuw in de begripsbepalingen.

1

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 1

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 1

eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel;

eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening  Volgens de definities is een school een schoollocatie, een gebouw dus, die kan niet adviseren.  Het OOGO spreekt over een deskundige (bestuurlijk overleg gaat niet over personen). Beide onderdelen zijn niet overgenomen in de concept verordening. Toegevoegd is gedragsdeskundige. Ongewijzigd Nieuwe bepaling, inhoudelijk gelijk aan bepalingen in de bestaande verordening

inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel; ondersteuningsplan: 1°. voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2°. voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a, 2

Ongewijzigd

In nieuwe bepaling is ingeschreven toegevoegd Ondersteuningsplan is vervallen in de nieuwe verordening en de facto overgenomen door het OOGO

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 1

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 1 zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; ongewenst gedrag: gedrag van een leerling dat onacceptabel is omdat het: a. gevaar voor de leerling zelf of voor anderen veroorzaakt; b. bedreigend is voor anderen; c. onhygiënisch is;

ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek; OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs;

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

De bepaling uit de huidige verordening is overgenomen in de concept verordening

Nieuw begrip waardoor twee andere begrippen konden vervallen. Gekozen is de omschrijving te beperken tot de wettelijke bepaling en de procedure niet te beschrijven omdat er geen invloed vanuit de gemeente kan worden uitgevoerd.

Nieuw begrip

opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs; 3

Het begrip wordt niet gebruikt in de nieuwe verordening

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 1 openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider; ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling;

reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband:

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 1 openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto of regiotaxi;

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Nieuwe definitie sluit aan bij artikel 1 wet personenvervoer Nieuwe definitie neemt ook een kwaliteitseis op. Deze eis is niet wettelijk verplicht en is niet overgenomen in de concept verordening

ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling; regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids ende aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: 1. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4

Kleine tekstuele aanpassing Begrip wordt in de nieuwe verordening niet gebruikt. Ongewijzigd

Nieuwe definitie is aangevuld met de verwijzing naar de Wet op de expertisecentra

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 1 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2°. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs; school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1°. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3°. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4°. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 1 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

school: 1. basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2. school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;

Nieuwe definitie is uitgebreider door het afzonderlijk noemen van het SO en VSO

stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding;

Definitie is vervallen en stage is opgenomen in de verordening. Door het niet meer noemen van beroepsopleiding is de doelgroep vergroot.

5

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 1

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 1

toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.

toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; vervoersvoorziening: 1. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.

6

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening De huidige bepaling is overgenomen in de concept verordening ongewijzigd

Ook leerplichtige leerlingen hebben recht op leerlingenvervoer als ze op een school zitten zoals genoemd in deze verordening, daarom is leerplichtige verwijderd uit de bepaling.

Tekstuele aanpassing: burgemeester en wethouders in plaats van het college

Ongewijzigd.

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 2

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Nieuw in de verordening

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 5 Artikel 5: Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend (digitaal) formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Aanvullingen in modelverordening:  In de gemeente waar de leerling zijn woning heeft  Meerderjarige en handelingsbekwame leerling

2. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college een afspraak maken voor een gesprek, waarin de noodzaak en andere mogelijkheden van vervoer

Huidige bepaling is uitgebreider en overgenomen in de concept verordening.

Artikel 2. Doelstelling Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

Modelverordening 2020 – artikel 3 Artikel 3. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij burgemeester en wethouders van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

7

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 3

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 5 met de ouder worden besproken en kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

3. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

Nieuwe bepaling: verduidelijken gegevensbewerking alleen binnen het leerlingenvervoer (conform AVG)

4. Burgemeester en wethouders besluiten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.

3. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens

5. Burgemeester en wethouders kunnen het in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis 6. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.

4. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

De zin “Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis” is overbodig omdat dit al rechtstreeks uit de Awb voortvloeit.

5. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag. b. wanneer het aangepast vervoer betreft met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.

In lid b is aanbieding toegevoegd in de modelverordening.

8

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – Artikel 4

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Nieuwe en facultatieve bepaling Ook als deze bepaling niet in de verordening is opgenomen kan hierover een gesprek met de aanvragers worden gevoerd. Dit artikel is niet overgenomen in de concept verordening, de mogelijkheid van een gesprek is opgenomen in artikel 3, lid 2 van de concept verordening.

1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 4. Burgemeester en wethouders betrekken in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8. 5. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling

Het ontwikkelingsperspectief is niet van toepassing op alle leerlingen in het leerlingenvervoer. Leerlingen die op basis van 9

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – Artikel 4

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 6. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening een levens- of geloofsovertuiging naar een basisschool gaan hebben over het algemeen geen ontwikkelingsperspectief.

Ook zonder een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan er ondersteuning worden gegeven.

10

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 5

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband 1. Burgemeester en wethouders nemen het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband.

2. Burgemeester en wethouders spannen zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken over: a. de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; b. de deskundige die burgemeester en wethouders adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt[. De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in artikel 4]; c. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door burgemeester en wethouders worden verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school; d. de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders;

11

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Nieuw artikel, geen wettelijke verplichting om in de verordening op te nemen. In de concept verordening is alleen het uitgangspunt van overleg overgenomen, de specifieke uitwerking behoort niet in deze verordening omdat deze verordening gaat over de relatie tussen de aanvragende ouder en de gemeente.

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 5

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

e. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; f. de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid; g. […]. 3. Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a. de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband; b. de wijze waarop situaties als genoemd in artikel 8, vierde lid, kunnen worden voorkomen, dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden; [c. het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid;] d. […].

12

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 6 Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 Artikel 2: De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening

1. Ten behoeve van het schoolbezoek kennen burgemeester en wethouders aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Als burgemeester en wethouders toepassing geven aan het eerste lid, verlangen burgemeester en wethouders van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.

1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling. 5. Burgemeester en wethouders bepalen bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de

3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling. Artikel 4: Toekenning vervoersvoorziening Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van

2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.

13

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 5

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 6 uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 6. Burgemeester en wethouders kunnen aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden.

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. Artikel 24 Voorwaarden 1. Het college kan aan het verstrekken van vervoerskosten voorwaarden verbinden, die verbandhouden met de aard en het doel van deze verordening. 2. Het college kan een besluit dat is genomen op grond van deze verordening intrekken indien niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.

7. Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 8. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

De bepaling in de huidige verordening is uitgebreider, maar voegt niets toe t.o.v. de Awb, de bepaling van de modelverordening is overgenomen in de concept verordening.

Nieuw

Nieuw, basis voor nadere regels

14

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 7 Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan burgemeester en wethouders. 2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en burgemeester en wethouders een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Burgemeester en wethouders delen het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. 4.

Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat:

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 6 Artikel 6: Wijzigen, opschorten en intrekken vervoersvoorziening 1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 6

2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.

Art. 6, lid 5: In geval van ongewenst gedrag van de leerling gedurende het door de gemeente Súdwest-Fryslân bekostigde vervoer, kan het college besluiten de toegekende 15

De bepaling van de modelverordening is overgenomen in de concept verordening omdat deze duidelijker de situaties beschrijft.

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 7 a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. 5. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. 6. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 6 vervoersvoorziening te wijzigen, op te schorten of in te trekken.

Art. 6, lid 6 De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer berust bij de aanvrager. Art. 6, lid 4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

16

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 8 Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. [2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld.]

3. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 3 & 9 Artikel 3: Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de oudersmet het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, terwijl een of meer scholen van dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn gelegen, ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen. Artikel 9, lid 2. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs

17

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 7

De bepaling in de geldende verordening is door de ABRvS onverbindend verklaard en dient in de verordening te vervallen. In de modelverordening is een nieuwe facultatieve bepaling opgenomen, deze bepaling vraagt extra verklaring van ouders maar kan niet worden gebruikt om een aanvraag af te wijzen. Deze bepaling is niet overgenomen in de concept verordening.

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 8 in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 4. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; b. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en c.

in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 3 & 9 in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a. bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a. Artikel 9, lid 3. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele(vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belangzijn.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

In de modelverordening is een reeks van voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden. Er bestaat twijfel of de derde eis wel aan ouders kan worden tegengeworpen gezien de uitspraak Etten-Leur over hoogbegaafden onderwijs. Er moet dus voldaan zijn aan de drie voorwaarden wil de leerling vervoer kunnen vanwege een specifieke onderwijskundige behoeften. Deze bepaling is in leden a en b een vertaling van de uitspraak Etten-Leur over HB-onderwijs, maar wat onder c staat is niet gebaseerd op de wetgeving en het kan ouders niet worden tegengeworpen als gemeente en SWV hierover geen afspraken hebben gemaakt. In de concept verordening is hetgeen onder c staat niet overgenomen.

18

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 8

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 3 & 9

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 5, derde lid, aanhef en onder b Art. 3, lid 3. Een vervoersvoorziening naar De huidige bepaling is niet overgenomen, door locaties waar medische behandeling wordt de omschrijving in artikel 5 is het duidelijk dat het gegeven of naar buitenschoolse activiteiten, zoals moet gaan om schoolbezoek. buitenschoolse opvang, oppas of sport, valt niet onder deze regeling.

19

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 9 Artikel 9. Afstandsgrens 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of c. speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.

2. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 10 & 14 & 18 & 20 Artikel 10: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een basisschool of een speciale school voor basisschool zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt c.q. meer dan vier kilometer bedraagt Artikel 18 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer, openbaar vervoer met begeleiding of vervoer per fiets onder begeleiding 1.Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 17 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling, indien de afstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan vier kilometer bedraagt. Artikel 12, lid 1 & 18, lid 2. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9/19 bezoekt indien (…) d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in

20

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 8 Met de modelverordening is de afstandsgrens en de mogelijke keuzes daarbij helderder. De huidige kilometergrenzen zijn overgenomen in de concept verordening. (Basisonderwijs 6 km, speciaal (basis) onderwijs 4 km.)

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 9 zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.

Modelverordening 2020 – artikel 10

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017– artikel 10 & 14 & 18 & 20 staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaarvervoer gebruik te maken.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Nieuwe bepaling in de verordening In de concept verordening is dit artikel 9

Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats 1. Burgemeester en wethouders kunnen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 4. Burgemeester en wethouders wijzen [tijdelijk] geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling.

Dit artikellid is niet overgenomen in de concept verordening, op basis van het eerste lid kan dit al worden besloten.

21

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 11 Artikel 11. Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 18 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft bepalend. Modelverordening 2020 – artikel 12 Artikel 12. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017- artikel 7 Artikel 7: Peildatum leeftijd leerling Voor het toekennen van een vervoersvoorziening op basis van artikel 13 is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 10 Bepaling is inhoudelijk gelijk gebleven

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017- artikel 8 Artikel 8: Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 11 Bepaling is gelijk gebleven

22

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 13

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Nieuwe bepaling In de concept verordening is dit artikel 12

Artikel 1: vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;

Bepaling volgt uit de wet.

Artikel 13. Schooltijden en wachttijden 1. Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.

23

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 14

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.

24

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening Nieuwe bepaling In de concept verordening is dit artikel 13 De regeling vanuit de VNG-modelverordening was al jaren door de meeste gemeenten in gebruik voor crisis situaties en wordt hiermee geformaliseerd.

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 15 Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend Als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen maximale straal van de woning of de school. 4.

Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 – artikel 3 Artikel 3, lid 4: Op verzoek van ouders kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor het bezoeken van de stage. Dit wordt als een afzonderlijke aanvraag beoordeeld, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 14 De modelverordening wordt hier overgenomen, maar niet de eis dat er een afzonderlijke aanvraag moet worden ingediend.

Aan de modelverordening is toegevoegd dat de aanvraag in opdracht van ouders door de school kan worden gedaan. Ouders blijven verantwoordelijk voor hun kind. De maximale straal kan in beleidsregels maar ook rechtstreeks in de verordening worden opgenomen.

25

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 15

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 – artikel 3

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 15

Artikel 9, lid 3 & 17, lid 1, onder b. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele(vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belangzijn. Artikelen 12, lid 2 & 19 lid 2. Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten, welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.

Het lijkt alsof in de huidige verordening er vergeten is dit in een apart artikellid op te nemen. De tekst van de modelverordening is overgenomen.

dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 5. Burgemeester en wethouders kunnen het stagecontract opvragen. Modelverordening 2020 – artikel 16 Artikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.

26

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 17 Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekken burgemeester en wethouders aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer.

2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrek ken burgemeester en wethouders de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.

3. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan [de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand OF [… (vast te stellen door de gemeente)]].

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 Artikel 10: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een basisschool of een speciale school voor basisschool zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt c.q. meer dan vier kilometer bedraagt. 2. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets(op basis van de Reisregeling Binnenland). Deze bekostiging is ten hoogste gelijk aan de kosten voor het openbaar vervoer. Artikel 13, lid 5: Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

27

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 16 Inhoudelijk gelijk, kilometers is lokale keuze

Reisregeling binnenland is op 1 januari 2020 vervallen en zal dus niet meer worden aangepast aan prijsontwikkelingen. Gekozen is het laatste bedrag van de reisregeling in de verordening op te nemen. De zinsnede “Deze bekostiging is ten hoogste gelijk aan de kosten voor het openbaar vervoer.” Uit de huidige verordening is overgenomen in de concept verordening. Reisregeling binnenland is op 1 januari 2020 vervallen en zal dus niet meer worden aangepast aan prijsontwikkelingen. Gekozen is het laatste bedrag van de reisregeling in de verordening op te nemen.

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 18

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 Artikel 18. Bekostiging van de kosten van Artikel 11: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider behoeve van een begeleider 1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan 1. Het college verstrekt aan de ouders van de de ouders van de leerling, die een school bezoekt leerling die een school zoals bedoeld onder bekostiging op basis van de kosten van het artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de openbaar vervoer of vervoer per fiets van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per leerling en een begeleider van de leerling als: fiets van de leerling en een begeleider indien: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals artikel 9, eerste lid, de leerling jonger dan negen bedoeld in artikel 10 en de leerling jonger dan tie jaar is en door de ouders ten behoeve van het jaar is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of b. de gehandicapte leerling b.

de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk Artikel 13, lid 5: Indien aanspraak bestaat op een aan [de laatst bekende fietskilometervergoeding vervoersvoorziening en het college desgewenst genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling langs de kortste afstand OF [… (vast te stellen gebruik kan maken van het vervoer per fiets, door de gemeente)]]. bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland. 3. Als een begeleider meer dan één leerling Art. 11, lid 2. Indien een begeleider meer dan één tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de het vervoer ten behoeve van één begeleider voor kosten van het vervoer ten behoeve van één bekostiging in aanmerking. begeleider voor bekostiging in aanmerking.

28

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening In de concept verordening is dit artikel 17

Inhoudelijk gelijk gebleven, de leeftijd van tien jaar is uit de huidige verordening overgenomen.

Reisregeling binnenland is op 1 januari 2020 vervallen en zal dus niet meer worden aangepast aan prijsontwikkelingen. Gekozen is het laatste bedrag van de reisregeling in de verordening op te nemen.

Inhoudelijk gelijk gebleven

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022

Modelverordening 2020 – artikel 19

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017)

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

Artikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer

Artikel 12: Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer

In de concept verordening is dit artikel 18

Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als:

1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt indien

Inhoudelijk gelijk gebleven

a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;

a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikelen 10 of 11 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;

b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;

b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, of

c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders ten behoeve van burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen

c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot 29

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022 Modelverordening 2020 – artikel 19

Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017)

onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of

ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is, of

d. de leerling, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.

d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaarvervoer gebruik te maken.

30

Opmerkingen en gemaakte keuzes voor de concept verordening

VNG model verordening vergeleken met Verordening leerlingenvervoer gemeente Súdwest-Fryslân 2017 en gemaakte keuzes Versie 18 augustus 2022

Modelverordening 2020 – artikel 20 Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan [de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand OF [… (vast te stellen door de gemeente)]]; b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12095329/1