CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 18 november 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bou fan in hynstestâl Van Camminghawei 38 yn Arum9.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing toevoegen paardenstal Van Camminghaweg 38 te Arum

Inhoud: Toelichting: Bijlagen: Status: Projectnummer: 23 juli 2021

Pagina: 4 – 19 20 - 39 Definitief 2021-SWF 07

1

Overzichtskaart

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

2

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 – INLEIDING .......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.2 Situering plangebied .................................................................................................................................... 4 1.3 Geldende planologische regeling ................................................................................................................ 5 1.3.1 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’ ............................................................................................. 5 1.3.2 Bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen SWF’ ........................................................................................ 5 1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 5 HOOFDSTUK 2 – PLANBESCHRIJVING ........................................................................................................ 6 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................................

6 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................................................... 7 HOOFDSTUK 3 – BELEIDSKADER ................................................................................................................ 9 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................................... 9 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ........................................................................................................................ 9 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ................................................................................................... 10 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening............................................................................................................................... 10 3.2 Provinciaal beleid ...................................................................................................................................... 11 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 .............................................................................................................................

11 3.2.2 Verordening Romte ........................................................................................................................................... 11 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................... 12 3.3.1 Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân ................................................................................................................. 12 3.3.2 Mei soarch foar lânskip , Visie Ruimtelijke Kwaliteit ......................................................................................... 12 3.3.3 Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018 ............................................................................................. 13 HOOFDSTUK 4 – MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................ 14 4.1 Bodem ....................................................................................................................................................... 14 4.2 Geluid ........................................................................................................................................................

14 4.3 Ecologie ..................................................................................................................................................... 14 4.3.1 Gebiedsbescherming ......................................................................................................................................... 15 4.3.2 Soortenbescherming .......................................................................................................................................... 15 4.4 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................................. 15 4.5 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................................................... 15 4.5.1 Archeologie ........................................................................................................................................................ 16 4.5.2 Cultuurhistorie ................................................................................................................................................... 16

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

3

4.6 Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................................................... 16 4.7 Externe veiligheid ...................................................................................................................................... 17 4.8 Water ......................................................................................................................................................... 18 HOOFDSTUK 5 – UITVOERBAARHEID ....................................................................................................... 19 5.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 19 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 19 BIJLAGEN

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

4

Hoofdstuk 1 – Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Op het perceel Van Camminghaweg 38 te Arum bevindt zich een bedrijfswoning horende bij het naastgelegen garagebedrijf annex verkooppunt motorbrandstoffen. Initiatiefnemer is voornemens om naast de huidige bedrijfsvoering een paardenstal op het perceel op te richten. Omdat het gaat om een stal ten behoeve van circa 8-10 paarden wordt deze activiteit als een tweede bedrijfsactiviteit aangemerkt. Het oprichten van de stal heeft dus als gevolg dat er op het perceel naast een garagebedrijf annex verkooppunt motorbrandstoffen ook een paardenhouderij gevestigd zal zijn. Deze stal dient voor de huisvesting van de eigen paarden als ook van enkele paarden van derden. De gemeente Súdwest-Fryslân wil op basis van afspraken uit het verleden meewerken aan het voornemen, onder voorwaarde dat de stal wordt gesitueerd binnen de bedrijfsbestemming op het perceel. In de regels van het geldende bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarbij de bestaande oppervlakte bebouwing met maximaal 50% mag worden vergroot. De totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 50% van het bestemmingsvlak.

De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en af te wijken van het bestemmingsplan door middel van de uitgebreide vergunningprocedure. Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Zo dient te worden aangegeven wat de gevolgen zijn voor de ruimtelijke ordening en dient bij de aanvraag de aard en omvang van het project te worden aangegeven. Ter motivering van het besluit om van het bestemmingsplan af te wijken kan onderhavige ruimtelijke onderbouwing worden gebruikt. Hierin wordt aangetoond dat de oprichting van de paardenstal ter plaatse ruimtelijk inpasbaar is.

1.2 Situering plangebied Het projectgebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Súdwest-Fryslân ten zuiden van de kern Arum. De locatie ligt aan de Van Camminghaweg dat Arum verbindt met Witmarsum. Op de volgende afbeelding is de ligging van het projectgebied globaal weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

5

1.3 Geldende planologische regeling 1.3.1 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’ Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân dat op 18 december 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het plangebied heeft daarin de enkelbestemming "Bedrijf" en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Landschap verkaveling’. Daarnaast ligt het projectgebied binnen de gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone – lpg’.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’

1.3.2 Bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen SWF’ Op 8 november 2018 heeft de gemeenteraad het Parapluplan parkeernormen SWF vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan heeft tot doel te voorzien in een goede parkeerregeling. Nieuwe ontwikkelingen dienen in overeenstemming te zijn met de gestelde normen in dit parapluplan.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing bevat de planbeschrijving waarbij zowel de bestaande als de toekomstige situatie wordt omschreven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid van het Rijk, de Provincie Friesland en van de gemeente Súdwest-Fryslân samengevat. Hoofdstuk 4 bevat een samenvatting van de diverse (milieu)onderzoeken. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid is ten slotte aangetoond in hoofdstuk 5.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

6

Hoofdstuk 2 – Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich op het perceel Van Camminghaweg te Arum een bedrijfswoning en een naastgelegen garagebedrijf annex verkooppunt voor motorbrandstoffen. Het garagebedrijf mag planologisch ook LPG verkopen, maar dit wordt in de feitelijke huidige situatie niet (meer) gedaan. Ten noordoosten van het projectgebied liggen enkele bedrijven horende bij het bedrijventerrein van Arum en ook zijn er verderop aan de Van Camminghaweg woningen gesitueerd. De verdere omgeving wordt met name gekenmerkt door agrarisch (gras)land. Het projectgebied ligt achter de bestaande bedrijfswoning gezien vanaf de Van Camminghaweg. Dit terrein ligt momenteel braak en wordt gekenmerkt door gronden waar enkel sprake is van verharding en zand

Afbeelding 2.1: Wegaanzicht plangebied vanaf de noordzijde

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

7

Afbeelding 2.2: Wegaanzicht plangebied vanaf de zuidzijde

Afbeelding 2.3: Impressie projectgebied

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal er achter (gezien vanaf de Van Camminghaweg) de bestaande bedrijfswoning een paardenstal ten behoeve van het houden circa 8-10 paarden worden opgericht. Omdat dit niet kan worden gezien als het hobbymatig houden van paarden, is in de toekomstige situatie sprake van twee bedrijfsmatige activiteiten op het perceel Van Camminghaweg 38, namelijk een garagebedrijf annex verkooppunt voor motorbrandstoffen en een paardenhouderij. De paardenstal heeft een oppervlak van circa 230 m2, een goothoogte van circa 2,6 m en een nokhoogte van 5 m. Het bouwplan is opgenomen in bijlage 1 en een impressie van de stal en de situering zijn op de volgende afbeeldingen weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

8

Afbeelding 2.4: Impressie/referentie bouwplan

Afbeelding 2.5: Situering stal

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

9

Hoofdstuk 3 – Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

10

•

•

kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

De voorgenomen ontwikkeling is van een dusdanig kleine schaal dat deze geen belangen raakt uit de Nationale Omgevingsvisie. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 met uitzondering van enkele onderdelen in werking getreden. Het Barro omvat regels waar bestemmingsplannen (en dus ook wijzigingsplannen) aan moeten voldoen voor alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. In het Barro zijn geen rijksbelangen genoemd die betrekking hebben op het onderhavige plangebied.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. In artikel 1.1.1. Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Met de bovengenoemde wijzigingen is voor ‘bestaand stedelijk gebied’ de volgende definitie opgenomen: ‘bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de toelichting op de wijziging van artikel 3.1.6. Bro is de wijziging gemotiveerd: ‘Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Daarom voegt artikel II van dit besluit een tweetal nieuwe leden toe aan artikel 3.1.6 van het Bro, op grond waarvan overheden - indien zij een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk willen maken - standaard een aantal stappen dienen te zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Deze stappen zijn geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen.

Dat zou voorbij gaan aan de specifieke lokale omstandigheden, die van invloed zijn op de inpassing van ruimtevragende functies en het regionale maatwerk dat de overheden moeten kunnen leveren. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt’. De voorgenomen ontwikkeling is niet aan te merken als een nieuwe stedelijke. De bouw van een geheel nieuw bedrijfspand wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als de oppervlakte hiervan 500 m2 of meer is. In dit geval gaat het om de bouw van een stal van 230 m2 en wordt deze ontwikkeling dus niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het voornemen hoeft daarom verder niet getoetst te worden aan de ladder.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

11

Het is verder nog wel noemenswaardig dat het projectgebied al een bedrijfsbestemming kent. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’ was reeds voorzien dat het toekomstig gebruik van het projectgebied ten behoeve van bedrijvigheid zou zijn. Op dit moment is er sprake van een concrete behoefte om het plangebied te gebruiken ten behoeve van een paardenhouderij. Omdat de gronden binnen het plangebied in bezit zijn van de initiatiefnemer is het zoeken naar een andere passende locatie voor de paardenhouderij niet aannemelijk. Met gebruikmaking van een bestaande bedrijfslocatie vindt er een ontwikkeling plaats dat niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling welke plaatsvindt binnen een terrein met een bedrijfsbestemming, waarmee wordt voldaan aan het criterium voor zuinig ruimtegebruik zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 Vooruitlopend op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2022 in werking treedt, is de provincie Fryslân bezig geweest met het opstellen van de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De provinciale omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: • Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; • Energietransitie met kracht voortzetten; • Fryslân klimaatadaptatief inrichten; • Versterken biodiversiteit. De Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele', spreekt zich niet specifiek uit over het plangebied.

De realisatie van de stal vindt plaats op een perceel dat is bestemd als bedrijf en momenteel bestaat uit verharding en zand. Er worden daarom geen landschappelijke of cultuurhistorische waarden aangetast. Daarnaast past een paardenhouderij goed op deze locatie, omdat het projectgebied zich in het buitengebied bevindt. De ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Fryslân. Op de aspecten met betrekking tot cultuurhistorie en landschap wordt ook verder ingegaan in paragraaf 4.5.

3.2.2 Verordening Romte De geconsolideerde Verordening Romte Fryslân 2014 is op 8 augustus 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten. In de verordening worden de onderwerpen uit het Streekplan geregeld waarvan de juridische doorwerking en borging in ruimtelijke plannen van de gemeenten noodzakelijk is. Het onderliggende beleid staat in het Streekplan en enkele andere provinciale plannen. Dit betekent dat bij de interpretatie en toepassing van bepaalde artikelen in concrete situaties, soms teruggegrepen moet worden op dit provinciale beleid. Uitgangspunt is dat de verordening niet meer regelt dan noodzakelijk is. Het projectgebied bevindt zich volgens de verordening in het buitengebied. In het buitengebied bestaat een minder grote mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het stedelijk gebied. Een paardenhouderij is echter een functie wat passend is binnen het buitengebied en de ontwikkeling vindt daarnaast plaats op een terrein dat al bestemd is voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

12

Tot slot worden er geen landschappelijke- of cultuurhistorische waarden aangetast, gezien het feit dat het projectgebied bestaat uit verharding en/of zand. Het planvoornemen is daarom in overeenstemming met de geconsolideerde versie Verordening Romte Fryslân 2014.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân De Omgevingsvisie Súdwest-Fryslân is op 29 april 2021 door de raad vastgesteld en helpt om keuzes te maken bij ontwikkelingen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. In Súdwest-Fryslân geldt: ‘Denk vanuit de klant en de initiatiefnemer’. Daarom staat het bieden van duidelijkheid voorop. De Omgevingsvisie 1.0 nodigt uit tot ontwikkelingen: het is dé rode draad voor gemeentelijke activiteiten in de fysieke leefomgeving. Deze visie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan vormen een duidelijk handvat. Daarmee kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. Zo helpt een Omgevingsvisie bij het soepel doorlopen van de procedures. De Omgevingsvisie 1.0 gaat over belangrijke onderwerpen als gezondheid, veiligheid, omgevingskwaliteit, bereikbaarheid en economie. Denk ook aan meer sociale thema’s als inclusiviteit, leefbaarheid en arbeidsmarktbeleid. De omgevingsvisie bestaat uit vijf thema’s: 1. gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving; 2. sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap; 3. veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden; 4. vitaal en aantrekkelijk landschap; 5. duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief. De omgevingsvisie gaat niet specifiek op het projectgebied of de voorgenomen ontwikkeling in.

In algemene zin valt te stellen dat de een paardenhouderij een passende functie is voor het buitengebied. Daarnaast wordt het landschap en de cultuurhistorische waarden hiervan niet aangetast, omdat de stal wordt gerealiseerd op een terrein dat al een bedrijfsbestemming kent en momenteel deels is verhard en/of bestaat uit zand. De uitstraling van het landschap verandert daarmee in ieder geval niet in negatieve zin. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de ambities uit de omgevingsvisie.

3.3.2 Mei soarch foar lânskip , Visie Ruimtelijke Kwaliteit De in het kader van het Nationaal Landschap Zuidwest-Fryslân opgestelde 'Landschapsontwikkelingsvisie' (2009) heeft als basis gediend voor de “Visie Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Súdwest-Fryslân” die op 23 juni 2013 is vastgesteld. De visie hanteert als uitgangspunt dat het landschap het product is van de ontwikkelingen in de landbouw, de natuur, de economie en de samenleving door de eeuwen heen; en dat dit ook in de toekomst zo zal zijn. Die veranderingen kunnen in beginsel bijdragen aan de landschappelijke kwaliteit, mits ze goed op elkaar worden afgestemd. Met het gekozen abstractieniveau vormt de visie een basis voor andere sectorale beleidsvisies en andere ruimtelijke plannen, zoals gebiedsvisies, bestemmingsplannen, maar ook bijvoorbeeld de welstandsnota of beheer- en onderhoudsplannen. De visie dient als één van de toetsingskaders bij concrete initiatieven. Het plangebied betreft een huidig bedrijfsperceel nabij de dorpskern van Arum. Het plangebied maakt deel uit van het kleigebied van de Súdwest-Fryslân. Het plangebied is omringd door verschillende functies, waaronder (agrarische) bedrijven en woningen. De locatie grenst aan het open landschap van het buitengebied. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de open structuur van het landschap zoals is aangetoond in paragraaf 4.5.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

13

Daarnaast is een paardenhouderij een functie die past in het buitengebied en de ontwikkeling vindt plaats op een terrein dat al een bedrijfsbestemming kent. Het voornemen is daarom niet in conflict met de Visie Ruimtelijke Kwaliteit.

3.3.3 Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018 De welstandsnota is een harmonisatie van de welstandsnota's van de voormalige gemeente Bolsward, Nijefurd, Sneek Wûnseradiel, Wymbritseradiel en de betreffende delen van de voormalige en opgesplitste gemeenten Boarnsterhim en Littenseradiel. De welstandsnota is in beginsel een afgeleide van de oude welstandsnota's. Maar met als basis een volledig nieuwe inventarisatie van nieuw benoemde welstandsgebieden van de gehele gemeente. De welstandsnota zal worden gebruikt als toetsingskader voor nieuwe aanvragen om vergunning. Het plangebied ligt op de grens van het gebied 'Bedrijventerrein' en ‘Buitengebied’, maar kent formeel de bestemming ‘Bedrijf’ en daarom lijkt het meest logisch om hier het welstandsregime binnen de aangewezen gebieden voor ‘Bedrijventerreinen’ aan te houden. Het algemene beleid en de ambitie in dit gebied is de ruimtelijke kwaliteit van de gebieden handhaven, versterken en zo nodig omvormen. Vooral verouderde bedrijventerreinen verdienen een kwaliteitsslag. De diversiteit van de gebouwen en gebouwenensembles respecteren, verrijken en het versterken van de relatie met de openbare ruimte, infrastructuur en stedelijke structuur. Langs hoofdroutes aandacht voor de representativiteit van de gebouwen. Waar mogelijk wordt gestreefd naar een verbetering van de landschappelijke inpassing.

Het bouwplan zal moeten voldoen aan de specifieke criteria uit de welstandsnota. Bij de uitwerking van het plan zal rekening worden gehouden met de criteria uit de welstandsnota. In het kader van de vergunningsaanvraag zal de welstandscommissie toetsen of het voornemen past binnen deze voorwaarden.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

14

Hoofdstuk 4 – Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Voor gebouwen waarin (nagenoeg) niet voortdurend mensen verblijven, niet langer dan 2 uur per dag, wordt vrijstelling van bodemonderzoek verleend. Het voornemen is de bouw van een nieuwe stal voor het verblijf van circa 8-10 paarden. In deze stal zullen niet meer dan 2 uur per dag mensen verblijven en daarom is hiervoor geen bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2 Geluid Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij ruimtelijke besluiten rekening te worden gehouden met mogelijke geluidhinder van wegverkeer, spoorwegverkeer, vliegverkeer en bedrijven. Bij het voorliggende plan is industrie, vliegtuig en spoorwegverkeer niet van belang in het kader van de Wgh omdat er geen gezoneerd bedrijventerrein is, er geen vliegroutes over de locatie liggen en er geen zone van een spoorweg is. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs een aantal wegen geluidzones, waarbinnen in het geval van nieuwe geluidgevoelige functies onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting. Volgens de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar geluidgevoelige objecten die in een geluidszone vallen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: • woonerven; • 30 km/uur-gebieden. Bedrijfsgebouwen zijn geen geluidsgevoelige functie, derhalve is op grond van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat geluid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3 Ecologie Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' een vrijstellingbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

15

4.3.1 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in het buitengebied van Súdwest-Fryslân, op circa 5 km van Natura 2000gebied de Waddenzee. Daarnaast ligt het dichtstbijzijnde NNN gebied op 350 m van het projectgebied. Om uit te sluiten of de voorgenomen ontwikkeling een negatief effect heeft op deze natuurgebieden is een stikstofberekening uitgevoerd, welke is opgenomen in bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit deze berekening blijkt dat de toename van de stikstofdepositie nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar waarmee geen negatieve effecten op omliggende natuurgebieden te verwachten zijn.

4.3.2 Soortenbescherming Er vindt geen sloop plaats van bebouwing waar beschermde diersoorten aanwezig zijn of kunnen zijn. Daarnaast is het terrein deels verhard en/of bestaat uit zand. Dit betreft een omgeving wat geen specifieke waarden kent voor het gebruik door beschermde soorten. De eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied is zeer onwaarschijnlijk. Opgemerkt wordt dat ten allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat ecologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningen en kantoren komt die 3%-grens overeen met de bouw van 1.500 woningen of 100.000 m² b.v.o. kantoren. Onderhavig plan betreft slechts de bouw van een stal voor de huisvesting van maximaal 10 paarden. Vergeleken met een woningbouwlocatie of 100.000 m2 b.v.o. kantoren als bedoelt in de regeling NIBM is deze ontwikkeling vele malen kleinschaliger en valt te stellen dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer (Wm) kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5 Archeologie en cultuurhistorie Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht geworden. De Monumentenwet 1988 is met ingang van 1 juli 2016 dan ook vervallen. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 zijn deels overgegaan naar de Erfgoedwet en – zodra die wet in werking treedt – deels naar de Omgevingswet. De bepalingen en vergunningen uit de Monumentenwet 1988 die overgaan naar de Omgevingswet blijven van toepassing tot de datum dat de Omgevingswet in werking treedt.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

16

Deze artikelen gelden tot dat moment als overgangsrecht op grond van de Erfgoedwet en tenzij expliciet vermeld, veranderen deze niet van inhoud. Tot die tijd blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het wettelijke kader voor de omgang met gebouwde en aangelegde rijksmonumenten en de Monumentenwet 1988 voor de omgang met de archeologische rijksmonumenten. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en –nota wordt uitgegaan van de Cultuurhistorisch kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.

4.5.1 Archeologie Op basis van deze kaarten zijn de archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’ toegekend. Het projectgebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Dit betekent dat er enkel archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingreep dieper dan 40 cm en groter dan 500 m2 is. Dat is in dit geval niet aan de orde en daarom kan archeologisch onderzoek achterwege blijven.

4.5.2 Cultuurhistorie Daarnaast is gebruik gemaakt van de thematische structuurvisie ‘Grutsk op ‘e Romte’ waarin de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap in Friesland beschreven staan. Op basis van deze kaarten zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’ landschappelijke waarden aan gebieden toegekend. Zo kent het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap verkaveling’. Deze dubbelbestemming is bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het bijzondere structuurbepalende kavelpatroon. Het projectgebied bevindt zich op een terrein dat is bestemd als bedrijf en waar bebouwing en verharding op gesitueerd is. Door de stal op dit perceel te realiseren blijft het verkavelingspatroon van de omliggende agrarische gronden behouden. Verdere cultuurhistorische waarden kent het projectgebied niet. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6 Bedrijven en milieuzonering Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een verscheidenheid aan functies. Er is sprake van (agrarische) bedrijvigheid en ten noorden ven het projectgebied bevinden zich enkele woningen. Daarom is deze omgeving aan te duiden als gemengd gebied. Als gevolg daarvan mag één stap terug worden gedaan in het bepalen van richtafstanden conform de VNG-brochure.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

17

Binnen het plangebied wordt een stal dat als paardenhouderij kan worden aangemerkt opgericht. Conform de VNG-brochure betreft dit een categorie 3.1 bedrijf met een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied, ten opzichte van geurgevoelige objecten, op basis van het aspect geur. Ten noorden van het plangebied is sprake van woningen. Om te onderzoeken of overlast ontstaat en maatregelen genomen moeten worden als gevolg van de realisering van de stal moet worden bekeken of kan worden voldaan aan de richtafstand. De dichtstbijzijnde woning ligt op circa 150 meter en er kan dus ruimschoots worden voldaan aan de richtafstand. Verder is een stal voor een paardenhouderij geen milieugevoelige functie en geven eventuele omliggende bedrijven geen milieuhinder bij de ontwikkeling en anderzijds worden bedrijven niet in hun milieuruimte beperkt. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat milieuzonering geen belemmering vorm voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het GR onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau. Buisleidingen Vlak langs de Van Camminghaweg ter hoogte van het projectgebied is sprake van een buisleiding.

Deze buisleiding betreft een aardgasleiding N-502-40 en heeft een uitwendige diameter van 4 inch en een maximale werkdruk van 40 bar. Voor een dergelijke buisleiding geldt een invloedsgebied van 45 meter. Het plangebied ligt op circa 40 meter afstand. Een paardenhouderij betreft echter geen (beperkt) kwetsbaar object. Daarmee is het geen probleem dat de stal binnen het invloedsgebied wordt opgericht en een verantwoording aan het groepsrisico is niet noodzakelijk. Iets verder ten oosten van het plangebied is ook sprake van een buisleiding. Dit betreft de aardgasleiding N-510-03. Deze leiding heeft een uitwendige diameter van 8 inch en een maximale werkdruk van 40 bar. Voor deze buisleiding geldt daarom een invloedsgebied van 95 meter. Het plangebied is gelegen op circa 130 meter van de buisleiding. Met betrekking tot deze buisleiding is daarom een verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk. Inrichtingen Nabij het projectgebied bestaat de mogelijkheid om een LPG tankstation vestigen wat een risicovolle inrichting betreft. Het projectgebied ligt in de invloedssfeer. Een paardenhouderij betreft echter geen (beperkt) kwetsbaar object. Daarmee is het geen probleem dat de stal binnen het invloedsgebied wordt opgericht en een verantwoording aan het groepsrisico is niet noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

18

Transportroutes In en direct rond het plangebied zijn geen risicovolle transportroutes aanwezig. In het plangebied is dan ook geen sprake van risicocontouren van dergelijke routes. Het aspect externe veiligheid van transportroutes is daarmee niet aan de orde. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8 Water Ruimte maken voor water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de ondertekening van de Startovereenkomst Waterbeheer op 14 februari 2001 door Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, werd de watertoets van toepassing verklaard op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). De watertoets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het ruimtelijke planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Het benutten van kansen en het combineren van functies wordt hierbij nagestreefd. Op 23 mei 2021 is de digitale watertoets1 doorlopen. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. De watertoets is opgenomen in bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Waterparagraaf Er is sprake van de korte procedure en uit de watertoets volgt dat enkel het onderdeel ‘toename verharding’ specifieke behandeling vraagt in de waterparagraaf. Toename verharding Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij de voorgeschreven percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen, dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een toename van verharding van 230 m2 in het landelijk gebied. Dit oppervlak blijft ruimt onder de drempelwaarde van 1500 m2 en een watervergunning neerslag is daarom niet aan de orde.

Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat water geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

19

Hoofdstuk 5 – Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door een particulier. De uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan heeft naast de onderzoeksaspecten echter ook betrekking op economische aspecten zoals planschade en grondexploitatiekosten. Het bouwplan valt niet onder de reikwijdte van de Grondexploitatiewet zoals bedoelt in artikel 6.12 lid 1 Wro jo artikel 6.2.1 onder a en b Bro. Er zal een planschade-overeenkomst worden opgesteld en ondertekend. Het plan is daarmee dan ook economisch uitvoerbaar.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure van toepassing. Op basis van de realisatieparagraaf nationaal ruimtelijk beleid dient alleen vooroverleg met diensten van de rijksoverheid plaats te vinden, indien nationale belangen in geding zijn. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ten behoeve van de omgevingsvergunning zal de uitgebreide procedure uit de Wabo worden doorlopen. Dit houdt in dat het ontwerp van de omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd, waarbij een ieder gelegenheid wordt geboden zienswijzen kenbaar te maken. De gemeente zal vervolgens een besluit nemen waartegen beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank.

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

20

Bijlage 1 – Bouwplan Bijlage 2 – Stikstofonderzoek Bijlage 3 – Watertoets

Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum

Bijlage 1 – Bouwplan

1

5000

2

B

A

01 bk. nok

2620 01 ok. goot

0 00 begane grond

VOORGEVEL

LINKER ZIJGEVEL

2

5000

1

A

B

01 bk. nok

2620 01 ok. goot

r ove tt dek

0 00 begane grond

st ank n atio

ACHTERGEVEL

RECHTER ZIJGEVEL

N Van Camminghaweg 38 8822 WD ARUM

1

SITUATIE

2 3000

3000

paardenbox

paardenbox

paardenbox

11.07 m²

11.41 m²

11.41 m²

3500

3500

3500

2500

paardenbox

paardenbox

paardenbox

spoelplaats

13.32 m²

13.32 m²

13.32 m²

9.28 m²

1 : 1000

1000

3000

nieuwbouw paardenstal

KLEUR- EN MATERIALENSTAAT

72.97 m²

4000

BOUWADVIESBURO MARK DE WITTE BLEEKSTRAAT 5 8754 CK MAKKUM

paardenbox

paardenbox

paardenbox

opslag

opslag

: +31 515 233406

11.07 m²

11.39 m²

11.39 m²

15.57 m²

15.25 m²

: info@markdewitte.nl : www.markdewitte.nl WIJZIGINGS NR.:

A 1000

C

MATERIAA zweeds rabat staal hout sandwichpaneel kunststof

KLEU zwart grijs zwart (als gevels) rood grijs

Maatvoering in het werk te controleren. Constructies volgens opgave constructeur, bij strijdigheid van gegevens zijn constructeurgegevens leidend.Op al onze werkzaamheden is de RVOI 2011 van toepassing, deze kan op verzoek van de opdrachtgever in enkeLvoud worden verstrekt. Behoudens uitzonderingen door de Wet gesteld, mag niets van deze tekening verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Bouwadviesburo Mark de Witte.

WIJZIGING

GETEKEND DOOR:

GEWIJZIGD:

A B C

A. KRAMER A. KRAMER M. de WITTE

WIJZIGINGEN MATERIALEN NAV. OPMERKING OPDRACHTGEVER TOEVOEGEN RAAMKOZIJN AANPASSINGEN SITUATIE

WIJZIGINGSDATUM:

08-12-2020 19-01-2021 24-06-2021

contour overstek

3000 300

3000

3000

4000 22000

5000

4000 300

OPDRACHTGEVER:

GETEKEND

A. KRAMER

FAMILIE H. BOEK

SCHAAL

1:100 A2 26-11-2020

FORMAAT PROJECT

NIEUWBOUW PAARDENSTAL BEGANE GROND

DATUM WERKNUMMER

20.190

TEKENING

VERZAMELBLAD OMGEVINGSVERGUNNING

TEKENINGNUMMER

DEFINITIEF

ONDERDEE gevels kozijnen draaidelen kozijn dakbedekking goten

stal

2500

10500

4000

B

S.00.01

N:\Autocad files\20.190 Paardenstal van Camminghaweg Arum\3_Tekeningen\01 Revit\210119_20.190_schetsontwerp.rvt

Bijlage 2 – Stikstofonderzoek

Bouwadvies Mark de witte Bleekstraat 5 8754 CK Makkum T 0515 233 406 E info@markdewitte.nl IBAN NL68 RABO 0340 6172 41 BIC RABONL2U KvK 01 08 45 25 BTW 1090.76.345.B01

BOUWADVIES EN ONTWERP

Project

Nieuwbouw Paardenstal aan de Van Camminghaweg 38 te Arum.

Referentie

: 20.190/RP

Datum

: 4 mei 2021

Opdrachtgever

: Dhr. H. Boek

Onderdeel

: berekening stikstofdepositie

Inleiding In opdracht van de heer Boek is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de de nieuw te paardenstal aan de Van Camminghaweg 38 te Arum. Hierbij is rekening gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel tijdens de bouwfase.

Uitgangspunten Met behulp van de Aerius Calculator (versie 2020) is de stikstofdepositie op de meest nabij gelegen Natura 2000 gebieden berekend. Vanuit de Aerius Calculator is een PDF bestand gegenereerd, zie hiervoor de bijlage.

Ingevoerde gegevens: Bouwfase Naar schatting zal de bouwfase ongeveer 10 weken (0,2 jaar) in beslag nemen. Tijdens de bouwfase zijn de volgende uitstoot bronnen te verwachten: -

Wegverkeer licht verkeer: tijdens bouwfase 6 verkeersbewegingen per (werk)dag, over een heel jaar gemeten zijn dat 300 verkeersbewegingen. Wegverkeer zwaar verkeer: tijdens bouwfase 5 verkeersbeweging per week, over een heel jaar gemeten zijn dat 50 verkeersbewegingen. Inzet mobiele kraan: stage IV 75-130 kW, verbruik 10 ltr/u, duur 8 dagen = 640 ltr Telescoopkraan: stage IV 300-560 kW, verbruik 14 ltr/u, duur 8 dagen = 896 ltr Betonpomp: stage IV 130-300 kW, verbruik 14 ltr/u, duur 1 dagen = 112 ltr. Hoogwerkers diesel: stage V 18-37 kW, verbruik 4,5 ltr/u, duur 20 dagen = 540 ltr Overig diesel aangedreven materieel: stage IV 75-130 kW, 400 ltr

MARKDEWITTE.NL

Exploitatiefase De nieuw te bouwen paardenstal zal niet worden verwarmd, er is geen uitstoot van het gebouw. De paardenstal zal ruimte bieden aan maximaal 12 paarden (K1.100, volwassen paarden, overige huisvestingssystemen) Het aantal verkeersbewegingen met licht verkeer, hebben ingeschat op 2 per etmaal. Doordat de heer en mevrouw Boek woonachtig zijn bij het bedrijf, zijn er weinig verkeersbewegingen ten behoeve van de paardenstal te verwachten. Het aantal verkeersbewegingen met zwaar verkeer, hebben ingeschat op 2 per maand.

Conclusie In de bijgevoegde berekeningen zijn alle bronnen weergegeven. Uit de berekening blijkt dat de toename van de stikstofdepositie nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar.

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RrPuTM9JveuX (06 mei 2021) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Dhr. H. Boek

Van Camminghaweg 38, 8822WD Arum

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Nieuwbouw paardenstal

RrPuTM9JveuX

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

06 mei 2021, 15:52

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

22,06 kg/j

NH3

60,19 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Het bouwen en in gebruik hebben van een paardenstal

Situatie 1

RrPuTM9JveuX (06 mei 2021) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

60,00 kg/j

-

Verkeersbewegingen exploitatiefase Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

1,44 kg/j

Verkeersbewegingen bouwfase Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

1,37 kg/j

Materieelinzet bouwfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

19,25 kg/j

Paardenstal Landbouw | Stalemissies

Resultaten

Situatie 1

RrPuTM9JveuX (06 mei 2021) pagina 3/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Paardenstal 161395, 570901 5,0 m 0,000 MW 60,00 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3

Dier

RAV code

Omschrijving

K 1.100

overige huisvestingssystemen (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) (Overig)

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Situatie 1

Aantal Stof dieren

Emissiefactor (kg/dier/j)

Emissie

12 NH3

5,000

60,00 kg/j

Verkeersbewegingen exploitatiefase 160603, 568863 1,44 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

2,0 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RrPuTM9JveuX (06 mei 2021) pagina 4/7

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Situatie 1

Verkeersbewegingen bouwfase 160602, 568862 1,37 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

300,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

50,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RrPuTM9JveuX (06 mei 2021) pagina 5/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

Materieelinzet bouwfase 161393, 570899 19,25 kg/j < 1 kg/j

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

Mobiele kraan

640

0

0,0 NOx NH3

1,98 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 300 <= Telescoopkraan kW < 560, bouwjaar 2014 (Diesel)

896

0

0,0 NOx NH3

2,87 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 130 <= Betonpomp kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

112

0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

STAGE V, 18 <= kW < 37, bouwjaar 2019 (Diesel)

Hoogwerker

540

0

0,0 NOx NH3

12,81 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

Overig diesel aangedreven materieel

400

0

0,0 NOx NH3

1,23 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RrPuTM9JveuX (06 mei 2021) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RrPuTM9JveuX (06 mei 2021) pagina 7/7

Bijlage 3 – Watertoets

datum 23-5-2021 dossiercode 20210523-2-26550 Wateradvies korte procedure Project: Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum Gemeente: Súdwest-Fyslân Aanvrager: Ruben Beens Organisatie: RB Consilium (in opdracht van Zeldenrustv VROM-advies.)

Geachte heer/mevrouw Ruben Beens, Voor het plan Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Ruimtelijke onderbouwing Van Camminghaweg 38 te Arum heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.

Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve

maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10661261/1