CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Ontwerpbestemmingsplan Koudum - Wetterbies

Raadsvergadering 31 maart 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan Koudum-Wetterbies19.719 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

20191178

blz. 4

20191178

blz. 5

Barchjeblom 1 Koudum Model: Groep:

Naam 1 2 3 4

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model 4,5 m (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Spoarleane 60 km Spoarleane 30 km klinkers Spoarleane 30 km Wetterbies 30 km klinkers

Geomilieu V5.10

X-1 158137,91 158329,85 158369,01 158359,26

Y-1 547332,59 547450,27 547471,21 547466,10

H-1 0,00 0,00 0,00 0,00

H-n 0,00 0,00 0,00 0,00

M-1 0,00 0,00 0,00 0,00

M-n 0,00 0,00 0,00 0,00

Hbron 0,75 0,75 0,75 0,75

19-11-2019 10:55:38

Barchjeblom 1 Koudum Model: Groep:

Naam 1 2 3 4

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model 4,5 m (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Wegdek Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband

Geomilieu V5.10

V(MR(D)) 60 30 30 30

V(LV(D)) 60 30 30 30

V(MV(D)) 60 30 30 30

V(ZV(D)) 60 30 30 30

Totaal aantal 855,00 942,00 942,00 150,00

%Int(D) 7,00 7,00 7,00 7,00

%Int(A) 2,60 2,60 2,60 2,60

19-11-2019 10:55:38

Barchjeblom 1 Koudum Model: Groep:

Naam 1 2 3 4

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model 4,5 m (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %Int(N) 0,70 0,70 0,70 0,70

%Int(P4) -----

Geomilieu V5.10

%MR(D) -----

%MR(A) -----

%MR(N) -----

%MR(P4) -----

%LV(D) 93,00 93,00 93,00 93,00

%LV(A) 93,00 93,00 93,00 93,00

%LV(N) 93,00 93,00 93,00 93,00

%LV(P4) -----

%MV(D) 5,00 5,00 5,00 5,00

%MV(A) 5,00 5,00 5,00 5,00

%MV(N) 5,00 5,00 5,00 5,00

19-11-2019 10:55:38

Barchjeblom 1 Koudum Model: Groep:

Naam 1 2 3 4

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model 4,5 m (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %MV(P4) -----

%ZV(D) 2,00 2,00 2,00 2,00

Geomilieu V5.10

%ZV(A) 2,00 2,00 2,00 2,00

%ZV(N) 2,00 2,00 2,00 2,00

%ZV(P4) -----

MR(D) -----

MR(A) -----

MR(N) -----

MR(P4) -----

LV(D) 55,66 61,32 61,32 9,76

LV(A) 20,67 22,78 22,78 3,63

LV(N) 5,57 6,13 6,13 0,98

LV(P4) -----

19-11-2019 10:55:38

Barchjeblom 1 Koudum

Bijlage 1: ingevoerde wegen

Model: Groep:

eerste model 4,5 m (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam 1 2 3 4

MV(D) 2,99 3,30 3,30 0,52

Geomilieu V5.10

MV(A) 1,11 1,22 1,22 0,20

MV(N) 0,30 0,33 0,33 0,05

MV(P4) -----

ZV(D) 1,20 1,32 1,32 0,21

ZV(A) 0,44 0,49 0,49 0,08

ZV(N) 0,12 0,13 0,13 0,02

ZV(P4) -----

Wegdek W0 W9a W0 W9a

19-11-2019 10:55:38

blz 46

Rho Adviseurs B.V.

20191178

bestemmingsplan Koudum - De Wetterbies Status: ontwerp / 10-09-2020

20191178

Bijlage 2

blz 47

Watertoets De Wetterbies

bestemmingsplan Koudum - De Wetterbies Status: ontwerp / 10-09-2020

Rho Adviseurs B.V.

datum 2-12-2019 dossiercode 20191202-2-21947 Wateradvies normale procedure Project: Wetterbies Koudum Gemeente: Súdwest-Fryslân Aanvrager: Lisette Woltjer Organisatie: Rho adviseurs voor leefruimte Geachte heer/mevrouw Lisette Woltjer, Voor het plan Wetterbies Koudum heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.

Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Regionale en lokale kering Het plangebied ligt binnen de zonering van de waterkering.

De begrenzing van deze zones kunt u raadplegen op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/leggerkaart. Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor de boezem. Dit wil zeggen dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Wij adviseren u om hiermee rekening te houden bij het bepalen van de aanleghoogte. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in

stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m2)

Landelijk (>1.500 m2)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen. Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.

Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Convenant Erfafspoeling, agrarische bedrijven Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden. De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met cluster Handhaving van Wetterskip Fryslân.

Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert

Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl

20191178

Bijlage 3

blz 51

Archeologisch Onderzoek De Wetterbies

bestemmingsplan Koudum - De Wetterbies Status: ontwerp / 10-09-2020

Rho Adviseurs B.V.

Koudum, Wetterbies (Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2019-11/09

Koudum, Wetterbies (Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2019-11/09

Koudum, Wetterbies (Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.) Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Een onderzoek in opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte bv Steekproefrapport 2019-11/09 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteur: drs. R. Exaltus, senior KNA-prospector (registratienr. actorregister 92909010) Autorisatie: dr. J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/ prospector, registratienr. actorregister 35453178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Súdwest-Fryslân mevr. Y.M. Boonstra d.d.: 3 maart 2020 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en BRL 4000, en bij dit onderzoek protocol 4002 en 4003 Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, december 2019 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk

050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214

Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4: LS01).............................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4: LS01, LS02).....................................................................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4: LS06)........................................................................................3 • 2.1 Bronnen................................................................................................................. 3 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4: LS04)..............................................................................3 • 2.3 Archeologie (KNA 4: LS04).......................................................................................4 • 2.4 Historische geografie (KNA 4: LS03)..........................................................................5 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4: LS05).......................................................7 3.

Veldonderzoek (KNA 4: VS05)...........................................................................................9 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4: VS01)....................................................................9 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4: VS02, VS03)................................................................10 4. Conclusies en advies (KNA 4: VS07).................................................................................12

Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Appendix: I. Archeologische periodes II. Boorbeschrijvingen

Samenvatting In opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte bv is door De Steekproef bv een plangebied onderzocht aan de Wetterbies te Koudum. De aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van enkele woningen aan de noordoostzijde van de Wetterbies. Hiervoor benodigde graafactiviteiten kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Het onderzoek was gericht op de vaststelling of dergelijke waarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn en bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Uit het plangebied zijn geen archeologische vondsten of terreinen bekend (Archis3). Uit de historische kaarten blijkt dat het plangebied tot in de twintigste eeuw onbebouwd was en in gebruik is geweest als weiland. In de negentiger jaren van de twintigste eeuw is het plangebied opgehoogd met grond uit de naastgelegen watergang die deel uitmaakt van een hier in dezelfde periode aangelegde woonwijk. In het plangebied zijn twaalf boringen over het terrein verdeeld. Hierdoor is een boordichtheid bereikt van vijftig boringen per hectare. Uit de resultaten van het met een guts uitgevoerde booronderzoek blijkt dat de bodem tot grote diepte uit vergraven/opgebrachte grond bestaat. Hierdoor ligt het maaiveld aanmerkelijk hoger dan op de in de omgeving aanwezige weilanden. De dikte van deze moderne toplaag varieert van 1,3 tot 1,9 meter.

Op zeven van de twaalf boorpunten gaat dit pakket direct over in het ongeoxideerde zand van de C-horizont. Op de overige boorpunten zijn nog resten van podzolvorming aangetroffen die op vier van deze vijf boorpunten nog slechts uit een (deel van een) BChorizont bestaan. Hoewel op deze vijf boorpunten opgeboorde dekzand nauwkeurig is onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren, zijn deze hier niet aangetroffen. Zelfs houtskoolspikkels, die gewoonlijk in een ruime spreiding rond steentijd vindplaatsen worden aangetroffen, ontbreken volledig. Het klei- op veendek dat hier oorspronkelijk aanwezig zal zijn geweest, ontbreekt volledig in het plangebied. Daarmee is de kans dat nog behoudenswaardige archeologische sporen van na de steentijd aanwezig zijn, bijzonder klein. De verwachting voor bewoningsresten uit de steentijd en de periode bronstijd tot nieuwe tijd kan derhalve worden bijgesteld tot een lage verwachting. Selectie-advies door drs. R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/prospector) Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat het plangebied tot op een diepte van 1,3 tot 1,9 meter uit opgebracht/vergraven grond bestaat. Hieronder zijn nauwelijks nog resten van de oorspronkelijke podzolbodem bewaard gebleven.

Tezamen met het ontbreken van archeologische indicatoren en het ontbreken van het oorspronkelijk aanwezige klei op veendek, betekent dit dat de resultaten van het onderzoek geen aanleiding geven tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet, artikel 5.10 & 5.11. Met betrekking tot de bevindingen van voorliggend onderzoek dient contact te worden opgenomen met de gemeente Súdwest-Fryslân (Mevr. Y.M. Boonstra). De gemeente heeft dit advies overgenomen (e-mail d.d. 3 maart 2020).

Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Koudum, Wetterbies. Administratieve gegevens Provincie

Fryslân

Gemeente

Súdwest-Fryslân

Plaats

Koudum

Toponiem

Wetterbies

Centrumcoördinaat onderzoeksgebied

158,402 / 547,433

Oppervlakte van het onderzoeksgebied

0,24 hectare

NAP-hoogte maaiveld

0,7 meter NAP

Huidig grondgebruik

Grasland

Soort onderzoek

Bureauonderzoek & veldonderzoek

Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor Leefruimte bv

Uitvoerder

De Steekproef bv

Bevoegde overheid

Súdwest-Fryslân

Steekproef projectcode

2019-11/09

Onderzoeksmeldingsnummer

4754930100

Datum veldwerk

28 november 2019

Maximale diepte onderzoek

200 centimeter

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINO-loket (boorgegevens)

Figuur 1:

Koudum, Wetterbies. Het plangebied ligt binnen de rode cirkel. Eén vierkant op de kaart komt overeen met één vierkante kilometer. De kaart is noordgericht. Bron: Topografische Dienst Kadaster, Emmen (2017).

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4: LS01) In opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte bv, vertegenwoordigd door mevrouw L. Woltjer is door De Steekproef bv een plangebied onderzocht aan de Wetterbies te Koudum (Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van enkele woningen aan de noordoostzijde van de Wetterbies (zie Figuur 1). De hiervoor benodigde graafactiviteiten kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Het onderzoek was gericht op de vaststelling of dergelijke waarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het doel van het karterend veldonderzoek is het vaststellen van de mate van gaafheid van het bodemprofiel en de aanwezigheid hierin van archeologische waarden. Hierbij wordt gekeken naar de bodemopbouw en de mate waarin deze intact is en naar het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals bewerkt en verbrand vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal, bot en houtskool.

1

1.2 Locatie (KNA 4: LS01, LS02) Het plangebied ligt aan de zuidwestrand van Koudum ten noordoosten van de Wetterbies en ten zuiden van de Spoarleane en beslaat ongeveer 0,24 hectare. Het terrein bestaat nu nog uit grasland. De hoogte van het maaiveld ligt tussen 0,1 en 0,75 meter NAP. Volgens informatie van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) lopen door het plangebied leidingen (KLIC-melding: 19G629444). Deze lopen langs de noord- en westrand van het terrein (zie Figuur 5).

Figuur 2:

Koudum, Wetterbies. Het plangebied gezien vanaf boorpunt 1 in zuidelijke richting.

2

2. Bureauonderzoek (KNA 4: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is Archis3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4: LS04) De diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit keileem dat ongeveer 150.000 jaar geleden is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saale-glaciaal. Tijdens dit glaciaal zijn pleistocene fluviatiele afzettingen door Scandinavisch landijs grotendeels vermalen en herafgezet als keileem. Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichselien) heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Op de drogere delen van het dekzandlandschap zijn vaak podzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (lichtgrijze Ehorizont) en een inspoelingslaag (bruine B-horizont).

De B-horizont gaat vaak via een geelbruine overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede gele zand (de C-horizont). Het keileem- en dekzandlandschap helt sterk af in noordelijke en westelijke richting. Door de lage ligging hiervan is dit landschap in de kustzones van Fryslân overdekt geraakt met veen en klei. Deze afzettingen zijn ongeveer vanaf 10.000 jaar geleden gevormd nadat de laatste ijstijd overging in een relatief warme periode, het Holoceen. De temperatuurstijging had tot gevolg dat de aanwezige ijskappen begonnen te smelten waardoor de zeespiegel steeg. Als gevolg van de snel stijgende zeespiegel en de slechte ontwatering van het landschap steeg de grondwaterspiegel en ontstonden grote moerassen en zoetwatermeren. Hier trad op grote schaal veenvorming op. Door de snelle zeespiegelstijging verdronken veel van de langs de kust gelegen veengebieden en trad vaak grootschalige erosie van het veen op. Het plangebied ligt op vlakte van getij-afzettingen (classificatie geomorfologische kaart: M72) die op de rand ligt van een vlakte van verspoelde dekzanden. Deze vormt de westelijke uitloper van de met dekzand bedekte keileemhoogte waarop de oude kern van Koudum ligt. Vlakten van getij-afzettingen liepen tweemaal per etmaal onder. Door het getijdenwater werd via geulen zand en klei aangevoerd.

In en direct naast de geulen werd voornamelijk zand afgezet. Naarmate de afstand tot de geulen toeneemt, zijn de afzettingen kleiiger. Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied knippoldervaaggronden ontstaan in zavel en lichte klei. Dit zijn jonge gronden met een onvolledige rijping van de klei (classificatie bodemkaart: kMn63C). Iets zuidoostelijker zijn volgens de bodemkaart veldpodzolgronden gevormd (classificatie bodemkaart: Hn21).

3

2.3 Archeologie (KNA 4: LS04) In of nabij het plangebied zijn in Archis3 geen meldingen bekend van archeologische vondsten of archeologische terreinen. De dichtstbij gelegen archeologische vindplaatsen liggen binnen de dorpskern van Koudum en dateren uit de middeleeuwen tot de nieuwe tijd. Gezien hun ligging op de keileemhoogte en niet op de getijdenvlakte zoals het plangebied, doen deze vindplaatsen voor de archeologische verwachting slechts beperkt ter zake. Van belang is slechts dat deze vindplaatsen vanaf de middeleeuwen dateren en dat vanaf deze periode derhalve in elk geval al menselijke activiteiten plaatsvonden in de nabijheid van het plangebied. Ruim tweehonderd meter ten zuidwesten van het plangebied ligt zaaknummer 2436418100. Hier is door Antea in 2013 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het graven van een watergang vanaf een bestaande vaart naar nieuwbouwperceel Spoarleane 23. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied net als het voorliggende plangebied geomorfologisch gedeeltelijk uit een vlakte van getijdenafzettingen en gedeeltelijk uit een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden bestaat. Net als plangebied Wetterbies bestaat de bodem uit knippoldervaaggronden en veldpodzolgronden.

In het plangebied Spoarleane 23 konden archeologische resten in het dekzand verwacht worden uit de perioden laat paleolithicum – laat neolithicum en late middeleeuwen - nieuwe tijd. Verwacht werd dat de bovengrond slechts licht verstoord zou zijn geraakt door agrarisch landgebruik (ploegen, graven en dempen van sloten). Uit het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende en karterende fase, bleek dat de bodemopbouw in het plangebied onder de bouwvoor intact is en bestaat uit een kleilaag op veraard veen op zand. In de top van het dekzand op circa 1,25 meter beneden NAP is nog een deels intact (veld)podzolprofiel aangetroffen. In het plangebied is geen microreliëf vastgesteld. In de uiterste noordoosthoek stijgt de top van het dekzand tot 1,0 meter beneden NAP en mogelijk is dit het begin van een dekzandkop of -rug die buiten het plangebied ligt. De bodem in het plangebied bevat geen archeologisch relevante lagen en/of indicatoren, waardoor de verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden naar laag is bijgesteld.

4

Figuur 3:

Koudum, Wetterbies. Archeologische kaart van de omgeving van het plangebied. De gele vlakken zijn eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken. De nummers zijn Archis3zaaknummers. Het plangebied is roodomkaderd. Bron: Archis3.

2.4 Historische geografie (KNA 4: LS03) Het plangebied ligt van oudsher ten zuidwesten van het dorp Koudum dat voor het eerst schriftelijk wordt vermeld in de tiende eeuw. De kaart van Schotanus uit 1729 (zie Figuur 4 linksboven) laat zien dat het plangebied toen pal ten westen van de Kleine Gersloot lag. Dit was één van de veenwinningsplassen rond Koudum. Op de kaart van Eekhoff uit de periode 1849-1859 is deze plas inmiddels drooggemalen en zijn pal ten noorden hiervan de weg en de Koudumer vaart aangelegd. De linksonder in Figuur 4 afgebeelde uitsnede van de topografische kaart uit 1909 laat zien dat het plangebied aan de noordrand lag van een graslandperceel. Dit is pas veranderd toen in de negentiger jaren van de vorige eeuw de wijk Morraplan is aangelegd. Sindsdien is het terrein opgehoogd met grond uit de watergang die ten oosten ligt en vormt het een grasveld tussen de woningen, de Wetterbies en het fietspad langs de Spoarleane.

5

Figuur 4:

Koudum, Wetterbies. Uitsneden van de kaarten van Schotanus uit 1727 (linksboven), Eekhoff uit de periode 1849-1859 (rechtsboven), de topografische kaart uit 1909 (linksonder) en de topografische kaart ui1996 (rechtsonder). Bron: www.topotijdreis.nl. Bron: www.topotijdreis.nl.

6

2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4: LS05) Het plangebied ligt aan de zuidwestrand van Koudum en was tot in de negentiger jaren van de twintigste eeuw nog in gebruik als weiland. Uit (de directe omgeving van) het plangebied zijn geen archeologische vondsten of terreinen bekend in ARCHIS 3. Volgens de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) ligt het plangebied in een zone waarin voor resten uit de steentijd het advies Karterend onderzoek 1 geldt. Hier kunnen onder een dun veen- of kleidek archeologische resten uit de steentijd aanwezig die mogelijk nog goed zijn geconserveerd. De provincie beveelt binnen deze zones aan om bij ingrepen van meer dan vijfhonderd vierkante meter een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren, waarbij minimaal twaalf boringen per hectare worden geplaatst, met een minimum van twaalf boringen voor gebieden kleiner dan een hectare. Het booronderzoek dient zich vooral te richten op de aanwezigheid van dekzandkoppen met podzolvorming. Voor archeologische resten uit de periode ijzertijd-middeleeuwen geldt volgens de FAMKE het advies Karterend onderzoek 1. Resten uit deze perioden kunnen voorkomen in de vorm van door latere afzettingen afgedekte vondstlagen of als terpen.

Hier geldt dat bij bodemingrepen van meer dan vijfhonderd vierkante meter een karterend archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd dat moet bestaan uit minimaal zes boringen per hectare, met een minimum van zes boringen per plan. De resultaten hiervan moeten duidelijk maken of er vindplaatsen in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. In het plangebied kunnen in de diepere ondergrond, in de top van afgedekt dekzand, resten uit de steentijd aanwezig zijn. Deze zullen vooral voorkomen op dekzandtoppen die voldoende ontwaterd waren om de vorming van podzolbodems mogelijk te maken. Archeologische resten uit de steentijd zullen in opgeboord dekzand vooral uit houtskoolspikkels bestaan. Dergelijke houtskooldeeltjes komen gewoonlijk in een ruime spreiding rond steentijdvindplaatsen voor. Hoewel de kans hierop een stuk kleiner is, kunnen eveneens aardewerkresten en resten van verbrand en onverbrand bot e.d. worden gevonden. In de top van het veen en in de daarboven gelegen klei kunnen nederzettingsresten uit de ijzertijd, de Romeinse tijd en de middeleeuwen aanwezig zijn. Deze worden doorgaans gekenmerkt door afval- en/of ophogingslagen met daarin vondstmateriaal zoals aardewerkscherven. In verband met de aanwezigheid van kabels en leidingen langs de noord- en de westrand van het plangebied, moet er rekening mee worden gehouden dat de bodem hier in elk geval verstoord is.

7

Tabel 2:

Koudum, Wetterbies. Specificatie archeologische verwachting.

datering:

steentijd

ijzertijd – middeleeuwen

complextype:

nederzetting / kamp

nederzetting

locatie:

zandkoppen

hele terrein

diepteligging:

in top dekzand

vanaf maaiveld eventueel op veenrestant

omvang:

onbekend

onbekend

gaafheid en conservering:

kans op organische conservering

kans op organische conservering

uiterlijke kenmerken:

bewerkt vuursteen, houtskool

afvallaag met scherven aardewerk, gebakken klei, bot

mogelijke verstoringen:

graafwerkzaamheden

graafwerkzaamheden

8

3. Veldonderzoek (KNA 4: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4: VS01) Voor het inventariserende booronderzoek is gebruik gemaakt van een guts met een diameter van drie centimeter. De opgeboorde grond is in de boor en de guts laagsgewijs afgesneden en onderzocht op archeologische indicatoren. Daarnaast zijn de diepte, lithologie en kleur bepaald alsmede alle overige bijzonderheden en archeologische indicatoren zoals houtskool, bewerkt of verbrand vuursteen, aardewerk, etc. De diepte van de boringen varieert van twee tot vier meter beneden het maaiveld. De boorpunten zijn ingemeten en de RD-coördinaten zijn bepaald met behulp van GPS (zie Appendix II). De hoogten van alle boringen zijn met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bepaald. Voor de NAP-hoogten van de afzonderlijke boorpunten wordt verwezen naar Figuur 8. Het veldwerk is uitgevoerd op 28 november 2019. Verdeeld over het plangebied zijn twaalf boringen geplaatst (zie Figuur 5). Hierdoor is op het ongeveer 0,24 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van bijna vijftig boringen per hectare. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld.

Figuur 5:

Koudum, Wetterbies. De ligging van de boorpunten (de genummerde zwarte punten) en de kabels en leidingen (doorgetrokken zwarte lijnen). Bron: KLIC. 9

3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4: VS02, VS03) Bovenin alle boorlocaties is een dik pakket opgebracht en vergraven materiaal aangetroffen dat overwegend uit zand bestaat maar waarin ook brokken klei, keizand, leem en veen voorkomen. Dit materiaal is vrijwel zeker hier opgebracht bij het uitgraven van de naastgelegen watergang. De dikte van dit pakket varieert van 1,3 meter in boring 1 tot ongeveer 1,9 meter in de boringen 8 en 10. Onder het opgebrachte zand is in de boringen 2, 3, 5, 7, 8, 10 en 11 direct het schone geelgrijze zand van de C-horizont waargenomen. In de boringen 1, 4, 6 en 12 is tussen de toplaag van vergraven/opgebracht zand nog een pakket geoxideerd zand aanwezig dat waarschijnlijk de BC-horizont van een podzolbodem is (zie Figuur 6).

Figuur 6:

Koudum, Wetterbies. De BC-horizont (rechts) zoals deze op de boorpunten 1, 4, 6 en 12 direct onder de toplaag van vergraven/opgebracht zand is aangetroffen.

Dat het geoxideerde zand in de boringen 1, 4, 6 en 12 inderdaad de BC-horizont van een podzolbodem vormt, wordt bevestigd door de aanwezigheid van een nog nagenoeg intacte podzolbodem op boorpunt 9. Op dit boorpunt ligt onder een 1,6 meter dik pakket vergraven/opgebracht zand een vernatte en doorwortelde A-horizont. Een dergelijke horizont ontstaat gewoonlijk in de beginfase van veenvorming en vormt daarom een aanwijzing dat in het plangebied oorspronkelijk ook veen heeft bestaan. Hieronder is een B-horizont aanwezig die uit door geoxideerd ijzer aaneen gekit zand bestaat (zie Figuur 7). Deze gaat via een BC-horizont van geoxideerd zand over in het schone geelgrijze zand van de Chorizont. In geen van de boringen zijn nog restanten van het klei op veendek waargenomen dat oorspronkelijk in het plangebied aanwezig zal zijn geweest. Dit betekent dat van eventuele sporen uit de periode ijzertijd tot nieuwe tijd ook nauwelijks archeologische resten bewaard kunnen zijn gebleven. Ook van resten uit de steentijd kan nauwelijks iets bewaard gebleven zijn. Op zeven van de twaalf boorpunten is de bodem immers verstoord tot in de C-horizont en in vier van de overige boringen tot in de BC-horizont. In deze vier boringen, alsmede in de boring met de nog grotendeels intacte podzolbodem, is het opgeboorde dekzand zorgvuldig doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.

Deze zijn hierin echter niet gevonden. Zelfs houtskoolspikkels die gewoonlijk in een ruime spreiding rond steentijdnederzettingen voorkomen, ontbreken volledig.

10

Figuur 7:

Koudum, Wetterbies. De nog nagenoeg intacte podzolbodem zoals deze op boorpunt 9 is aangetroffen met links opgebracht zand, rechts van het midden de vernatte top van het dekzand, rechts de B-horizont en geheel rechts, de top van de BC-horizont.

Figuur 8:

Koudum, Wetterbies. Weergave van de resultaten van het booronderzoek in de vorm van boorstaten.

11

4. Conclusies en advies (KNA 4: VS07) Conclusies Uit het plangebied zijn geen archeologische vondsten of terreinen bekend (Archis3). Uit de historische kaarten blijkt dat het plangebied tot in de twintigste eeuw onbebouwd was en in gebruik is geweest als weiland. In de negentiger jaren van de twintigste eeuw is het plangebied opgehoogd met grond uit de naastgelegen watergang die deel uitmaakt van een hier in dezelfde periode aangelegde woonwijk. In het plangebied zijn twaalf boringen over het terrein verdeeld. Hierdoor is een boordichtheid bereikt van vijftig boringen per hectare. Uit de resultaten van het met een guts uitgevoerde booronderzoek blijkt dat de bodem tot grote diepte uit vergraven/opgebrachte grond bestaat. Hierdoor ligt het maaiveld aanmerkelijk hoger dan op de in de omgeving aanwezige weilanden. De dikte van deze moderne toplaag varieert van 1,3 tot 1,9 meter. Op zeven van de twaalf boorpunten gaat dit pakket direct over in het ongeoxideerde zand van de C-horizont. Op de overige boorpunten zijn nog resten van podzolvorming aangetroffen die op vier van deze vijf boorpunten nog slechts uit een (deel van een) BChorizont bestaan. Hoewel op deze vijf boorpunten opgeboorde dekzand nauwkeurig is onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren, zijn deze hier niet aangetroffen.

Zelfs houtskoolspikkels, die gewoonlijk in een ruime spreiding rond steentijd vindplaatsen worden aangetroffen, ontbreken volledig. Het klei- op veendek dat hier oorspronkelijk aanwezig zal zijn geweest, ontbreekt volledig in het plangebied. Daarmee is de kans dat nog behoudenswaardige archeologische sporen van na de steentijd aanwezig zijn, bijzonder klein. De verwachting voor bewoningsresten uit de steentijd en de periode bronstijd tot nieuwe tijd kan derhalve worden bijgesteld tot een lage verwachting. Selectie-advies door drs. R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/prospector) Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat het plangebied tot op een diepte van 1,3 tot 1,9 meter uit opgebracht/vergraven grond bestaat. Hieronder zijn nauwelijks nog resten van de oorspronkelijke podzolbodem bewaard gebleven. Tezamen met het ontbreken van archeologische indicatoren en het ontbreken van het oorspronkelijk aanwezige klei op veendek, betekent dit dat de resultaten van het onderzoek geen aanleiding geven tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet, artikel 5.10 & 5.11.

Met betrekking tot de bevindingen van voorliggend onderzoek dient contact te worden opgenomen met de gemeente Súdwest-Fryslân (Mevr. Y.M. Boonstra).

12

Gebruikte bronnen Aalbersberg, G., 2012. Archeologische inventarisatie van verhoogde boerderijplaatsen in de gemeente Súdwest-Fryslân. RAAP-notitie 4032. Weesp. AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. Archis 3. https://zoeken.cultureelerfgoed.nl Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) www.fryslan.nl Kadata via www.kadaster.nl, 2017. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Koudum. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2016. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Schotanus, C. 1664. Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt. Facsimile-uitgave 1978. De Tille bv Leeuwarden/Theatrum Orbis Terrarum bv Amsterdam. Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), 1978. Bodemkaart van Nederland 1:50000. Blad 10. StiBoKa, Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), 1982. Geomorfologische van Nederland 1:50000. Blad 10. StiBoKa, Wageningen. Topotijdreis via www.topotijdreis.nl, 2017. 12 Provinciën 2006/2007. Atlas van Topografische Kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Versfelt, H.J. & M. Schroor, 2005. De Atlas van Huguenin: Militair-topografische Kaarten van NoordNederland 1819-1829. Heveskes Uitgevers, Groningen/Veendam.

Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990.Grote Historische Atlas van Nederland deel 2: Noord-Nederland 1851-1855, schaal 1:50000. Wolters-Noordhoff, Groningen. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1992. Grote Historische Provincie Atlas 1:25000. Friesland 1853-1856. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen.

Lijst van figuren en tabellen Figuren 1

Topografische kaart

2

Foto plangebied

3

Archeologische kaart (Archis 3)

4

Historisch Topografische kaarten uit 1727, 1849-1859, 1909 en 1996

5

Boorpuntenkaart

6

Foto van de BC-horizont direct onder de toplaag van vergraven/opgebracht zand

7

Foto van de nog nagenoeg intacte podzolbodem (boorpunt 9)

8

Boorstaten

Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Specificatie archeologische verwachting

Appendix I: Archeologische periodes

paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:

ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC

mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:

8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC

neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:

5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC

bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC

pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:

2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden

vC nC BP

= = =

voor Christus na Christus before present; present = 1950

ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC

romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:

12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC

middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:

450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC

nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:

1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden

Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.

Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.

Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.

Appendix II Boorbeschrijvingen Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Coördinaten LDO Lithologie Nr GD B BS BZ K 1

2 3 4

5 6

7 8 9

10 11 12

158.410 547.420 158.416 547.443 158.23 547.430 158.430 547.416 158.397 547.355 158.403 547.442 158.409 547.430 158.417 547.417 158.389 547.441

158.396 547.427 158.402 547.415 158.407 547.402

130 145 170 142 170 133 175 132 144 170 148 180 157 168 200 173 200 186 220 162 167 174 185 220 190 220 186 220 177 190 220

Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z

B V

B H 2

1 1 2 1 2 1 2 1 1 2 1 2 1 1 2 1 2 1 1 1 1 1

2 1

2 1 2 1 2 1 1

Kleur HK TK GE OR GR GE GR GE GR GE OR GR GE GR GE OR GR GE GR GE GR GE GR BR OR GR GE GR GE GR GE OR GR

IK

BR

GE

BI

DEZ DEZ OPG

BHC GR

DEZ OPG

BHC GR

DEZ OPG

BHBC BHC GR

DEZ DEZ OPG

BHC GR

DEZ OPG

BHBC BHC GR

DEZ DEZ OPG

BHC GR

DEZ OPG

BHC GR LI

GI

OPG

GR

GE BR GE BR

GE BR GE BR GE BR

AIS BHN

BHBC BHC

GE BR GE BR GE BR

GE BR GE BR GE BR BR RO

Overige kenmerken VLK CO PLH VS S S T GR

DEZ OPG

DW

BHBC BHB BHBC BHC

GR

DEZ DEZ DEZ DEZ OPG

BHC GR

DEZ OPG

BHC GR

DEZ OPG

BHBC BHC

DEZ DEZ

Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BV= bijmengsel veen, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel); DW = doorworteld VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren; ZL = zandlaagjes, KL = kleilaagjes BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont, BHBC= BC-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor, ROG = rommelig, VRG = vergraven GI = Geologische interpretaties; DEZ= dekzand AIS = Archeologische indicatoren; P = puin, Gl = glas, St = (zand)steen

blz 76

Rho Adviseurs B.V.

20191178

bestemmingsplan Koudum - De Wetterbies Status: ontwerp / 10-09-2020

20191178

Bijlage 4

blz 77

Stikstofonderzoek

bestemmingsplan Koudum - De Wetterbies Status: ontwerp / 10-09-2020

Rho Adviseurs B.V.

MEMO Van

:

M.A. Bulthuis

Project

:

Koudum – De Welle & De Wetterbies

Opdrachtgever :

Sieperda Architectuur

Datum

:

30-11-2020

Aan

:

--

CC

:

--

Betreft

:

berekening stikstofdepositie

1.

Inleiding

In opdracht van Sieperda Architectuur is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van 3 vrijstaande woningen en 18 appartementen in Koudum, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. In het kader van de bestemmingsplannen Koudum – De Welle en Koudum – De Wetterbies is er nog geen expliciete aandacht besteed aan het aspect stikstofdepositie. Het voorliggende onderzoek voorziet hierin. Binnen het bestemmingsplan Koudum – De Welle worden 18 appartementen ontwikkeld. Dit betreffen 6 appartementen aan de zijde van de Vermaningsweg en 12 appartementen aan de zijde van de Onderweg. De appartementen worden uitgevoerd met één bouwlaag met kap. Het betreffen hier appartementen voor senioren. Binnen het bestemmingsplan Koudum – De Wetterbies worden drie grondgebonden vrijstaande woningen ontwikkeld. De drie vrijstaande woningen krijgen een maximale bouw- en goothoogte van 9 en 4 meter. 2.

AERIUS-Calculator en uitgangspunten

2.1

AERIUS, release 15 oktober 2020

Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. 2.2

Exploitatiefase

Voor het project wordt uitgegaan van gasloze wooneenheden. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de wooneenheden.

20191178

blz. 1

Op basis van 21 wooneenheden (18 appartementen, 3 woningen) bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 60 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 317), zie tabel 1. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Tjalke van der Walstraat. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Aantal wooneenheden Koop, vrijstaand (De Wetterbies) Zorgappartementen (De Welle) Totaal 2.3

Kencijfer CROW per

Verkeersgeneratie per etmaal

8,2 1,95

24,6 35,1 59,7

3 18

Aanlegfase

Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 420 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit zijn 20 verkeersbewegingen per jaar per wooneenheid. Voor het vervoer van personeel zijn er 8 verkeersbewegingen per etmaal. 2. De aanlegfase is te splitsen in de voorbereiding-/grondwerk en de bouwfase. Gedurende voorbereiding/grondwerk vinden de grondwerkzaamheden plaats voor de aanleg van de wooneenheden. Het gaat hier om de aanleg van de funderingen, rioleringen, bekabeling en bestrating. Gedurende de bouwfase vindt de daadwerkelijke constructie van de wooneenheden plaats. 3. Het aantal uren dat materieel stationair draait bedraagt 30% van de gehele inzetduur van het dieselmaterieel. Gedurende de voorbereiding-/grondwerk is het materieel 52 uur stationair en gedurende de bouwfase is het materieel 195 uur stationair. Tabel 2: uitgangspunten berekening dieselverbruik aanlegfase activiteit

voorbereiding/grondwerk bouwfase voorbereiding/grondwerk bouwfase Totaal

klasse

dieselverbruik uren/dag [liter/uur] woningen (3 stuks) stage IV, 130-300 kW 30 8 stage IV, 75-130 kW 15 8 appartementen (18 stuks) stage IV, 130-300 kW 30 8 stage IV, 75-130 kW 15 8

aantal dagen/ wooneenheid

totaal dieselverbruik [liter]

1 3

720 1.080

1 4

4.320 8.640 14.760

Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied. 3.

Natura 2000-gebied Sneekermeergebied

In AERIUS-calculator wordt rekening gehouden met het Natura 2000-gebied Sneekermeergebied in verband met de daarin aanwezige blauwgraslanden. Het Sneekermeergebied is samen met De Witte en Zwarte Brekken en de Oudegaasterbrekken, Fluessen e.o. per besluit aangewezen als Natura 2000-gebied. In een aanwijzingsbesluit wordt aangegeven voor welke habitattypen en/of soorten het gebied is aangewezen, welke

20191178

blz. 2

instandhoudingsdoelen er gelden en wat de begrenzing van het Natura 2000-gebied is. Vervolgens is er (net als voor ieder ander Natura 2000-gebied) een beheerplan opgesteld, waarin beschreven is welke maatregelen genomen worden om de instandhoudingsdoelen voor dat gebied te bereiken. In het beheerplan staat het aanwijzingsbesluit niet meer ter discussie. In het plan is vastgelegd welke bestaande activiteiten op welke wijze mogelijk zijn. Er is voor het Friese Merengebied (waar het Sneekermeergebied deel van uitmaakt) een analyse uitgevoerd, waarbij is bepaald welke soorten uit het aanwijzingsbesluit gevoelig zijn voor (verhoogde) stikstofdepositie. Vervolgens is nagegaan in hoeverre deze soorten in het gebied ook daadwerkelijk gevolgen kunnen ondervinden van de stikstofdepositie waardoor sprake zou kunnen zijn van aantasting van hun leefgebieden. De stikstofgevoelige aangewezen soorten in het Friese Merengebied betreffen de kwartelkoning, de kievit, de kemphaan en de grutto. Deze worden als mogelijk ‘stikstofgevoelig’ genoemd. Dat geldt alleen als er delen van het gebied zijn die door deze soorten gebruikt worden en die negatief beïnvloed worden door stikstofdepositie. De kievit, de kemphaan en de grutto staan op de lijst van instandhoudingsdoelen als niet-broedvogel.

Ze gebruiken de Natura 2000-gebieden vooral als slaap- en rustgebied en in mindere mate ook als foerageergebied. In beginsel zou de functie als foerageergebied beïnvloed kunnen worden door stikstofdepositie. Op de meeste plaatsen ligt evenwel de kritische depositiewaarde voor het potentiële foerageergebied ruim boven de huidige stikstofdepositie. Voor deze soorten zijn daarom geen negatieve effecten van stikstofdepositie te verwachten. Datzelfde geldt voor de kwartelkoning als broedvogel van vooral nat, matig voedselrijk grasland en dotterbloemgrasland: de kritische depositiewaarde voor het potentiële broedgebied ligt ruim boven de huidige stikstofdepositie. Op basis van de voorgaande analyse van het beheerplan en het aanwijzingsbesluit zijn in Sneekermeergebied geen stikstofgevoelige habitatten aangewezen. Dit geldt ook voor De Witte en Zwarte Brekken en de Oudegaasterbrekken, Fluessen e.o. die deel uitmaken van hetzelfde beheerplan.

4.

Resultaat en conclusie

In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar, namelijk 0,02 mol/ha/jaar. Deze 0,02 mol/ha/jaar betreft een stikstofdepositie op de Oudegaasterbrekken, Fluessen e.o. Op basis van de analyse in hoofdstuk 3 en het aanwijzingsbesluit kan worden vastgesteld dat Oudegaasterbrekken, Fluessen e.o. geen stikstofgevoelige habitatten bevatten. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring op Natura 2000-gebieden door de voorgenomen plannen zijn derhalve dus niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn in dezelfde berekening meegenomen. De aanleg- en exploitatiefase zullen elk nog in hetzelfde jaar plaatsvinden. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

20191178

blz. 3

Figuur 1:

20191178

Broninvoer AERIUS-calculator met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

blz. 4

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S1xMirA5fLfK (30 november 2020) pagina 1/9

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Onderweg 16 & De Wetterbies 1 t/m 3, - Koudum

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Koudum - De Welle & De Wetterbies

S1xMirA5fLfK

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

30 november 2020, 15:26

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

200,97 kg/j

NH3

2,75 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

0,02

Woningbouw

Situatie 1

S1xMirA5fLfK (30 november 2020) pagina 2/9

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Aanlegfase Materieel De Wetterbies Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

7,39 kg/j

Bron 2 Aanlegfase Verkeer De Wetterbies Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

2,02 kg/j

130,63 kg/j

Bron 3 Exploitatiefase Verkeer De Wetterbies Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

4,17 kg/j

Bron 4 Aanlegfase Materieel De Welle Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

52,51 kg/j

Bron 5 Aanlegfase Verkeer De Welle Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,99 kg/j

Bron 6 Exploitatiefase Verkeer De Welle Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

4,27 kg/j

S1xMirA5fLfK (30 november 2020) pagina 3/9

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hoogste bijdrage

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

0,02

-

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Situatie 1

S1xMirA5fLfK (30 november 2020) pagina 4/9

Resultaten

Resultaten per habitattype

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving Habitattype

Hoogste bijdrage

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,02

-

Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivierenen zeekleigebied

0,01

-

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9843533/1