Bijlage Ia - Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan
SWF - 8 dorpen noord en bedrijventerrein Wommels
Augustus 2020
Status: Ontwerp 1
16 januari 2019
TOELICHTING
2
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding ........................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................... 5 1.2 Stukken bij het plan ..................................................................................................................... 5 1.3 Ligging en begrenzing plangebied .............................................................................................. 6 1.4 Huidig planologisch situatie ......................................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer.................................................................................................................................... 7 HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving ........................................................................................................... 9 2.1 Functionele structuur ................................................................................................................... 9 2.2 Verkeersstructuur ......................................................................................................................
10 2.3 Stedenbouwkundige opzet ........................................................................................................ 13 HOOFDSTUK 3 Beleidskader ............................................................................................................... 17 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................. 17 3.2 Provinciaal en regionaal beleid ................................................................................................. 20 HOOFDSTUK 4 Omgevingsaspecten ................................................................................................... 27 4.1 Vormvrije mer-beoordeling ........................................................................................................ 27 4.2 Milieuzonering ........................................................................................................................... 27 4.3 Bodem ....................................................................................................................................... 28 4.4 Cultuurhistorie inclusief archeologie..........................................................................................
28 4.5 Duurzame verstedelijking .......................................................................................................... 34 4.8 Geluid ........................................................................................................................................ 41 4.9 Geur ........................................................................................................................................... 42 4.10 Kabels en leidingen ................................................................................................................. 43 4.11 Lichthinder ............................................................................................................................... 43 4.12 Luchtkwaliteit ........................................................................................................................... 44 4.13 Verkeer en parkeren ................................................................................................................ 44 4.14 Water ....................................................................................................................................... 44 HOOFDSTUK 5 Juridische toelichting ..................................................................................................
47 5.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 47 5.2 Planregels.................................................................................................................................. 47 5.3 Procedure .................................................................................................................................. 50 5.4 Toelichting op de bestemmingen .............................................................................................. 51 HOOFDSTUK 6 Uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 57 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 57
3
6.2 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................... 57 6.3 Grondexploitatie ........................................................................................................................ 57 Bijlage bij de toelichting......................................................................................................................... 59 Bijlage 1
Advies FUMO ............................................................................................................... 59
Bijlage 2
Groepsrisico LPG-tankstation ...................................................................................... 59
Bijlage 3
Advies brandweer......................................................................................................... 59
Bijlage 4
Watertoets ..................................................................................................................... 59
Bijlage 5
Reactienota vooroverleg .............................................................................................. 59
4
HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Bestemmingsplannen worden periodiek herzien. Mogelijke aanleidingen hiervoor zijn: verouderde regels van het huidige plan, veranderd gebruik van het terrein, gewijzigde wetgeving en nieuwe inzichten. Een herziening van een bestemmingsplan is een actualisatie van een bestemmingsplan binnen een stad, wijk en/of dorp. Bij een dergelijke herziening is het uitgangspunt dat de opzet en het beleid voor het plangebied grotendeels gehandhaafd blijft. Daarnaast wordt op onderdelen de wenselijkheid van bepaalde ontwikkelingen (op onderdelen) opnieuw afgewogen en worden waar mogelijk tussentijdse afwijkingen en wijzigingen omgezet naar bij recht toegestane mogelijkheden. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft besloten bij actualisatie zo veel mogelijk gebieden mee te nemen in één plan. Dit ter voorbereiding op de Omgevingswet, waarbij gestreefd wordt naar één omgevingsplan voor de hele gemeente. De gemeente is hiervoor opgedeeld in een aantal gebieden. Dit bestemmingsplan voorziet in de herziening van de geldende bestemmingsplannen voor de kernen: • Britswert; • Hidaard; • Itens; • Kûbaard; • Reahûs; • Rien; • Waaksens; • Wiuwert; en het bedrijventerrein Wommels. Het bestemmingsplan heeft een overwegend conserverend karakter.
In dit plan zullen dan ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die nog niet vervat zijn in een onherroepelijk bestemmingsplan of waarvoor anderszins een planologische procedure is afgerond of vergunning is verleend. Overigens betekent het ‘conserveren’ niet dat dit bestemmingsplan geen enkele ontwikkeling mogelijk maakt. Kleinschalige ontwikkelingen blijven op basis van diverse flexibiliteitsbepalingen mogelijk. Daarnaast is het mogelijk om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de bouw- en gebruiksregels.
1.2
Stukken bij het plan
Het ‘bestemmingsplan SWF - 8 dorpen noord en bedrijventerrein Wommels’ bestaat uit de volgende stukken: • toelichting; • regels; • verbeelding; • bijlagen bij de toelichting; • bijlage 1: Advies FUMO • bijlage 2: Groepsrisico LPG-tankstation • bijlage 3: Advies brandweer • bijlage 4: Watertoets • bijlage 5: Reactienota vooroverleg
5
•
bijlagen bij de regels; − bijlage 1: Lijst met beroepen en bedrijven; − bijlage 2: Staat van bedrijfsactiviteiten;
bijlage 3: Beschermd gezicht Rien; bijlage 4: Lijst karakteristieke bouwwerken en monumenten. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan opgenomen gronden aangegeven. De regels bepalen een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting hoort bij het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. − −
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden die worden gerekend tot de in de paragraaf 1.1 genoemde kernen en het bedrijventerrein Wommels. In figuur 1.1 is de begrenzing en ligging van de plandelen globaal weergegeven. Voor de exacte begrenzing van de kernen en het bedrijventerrein wordt verwezen naar de verbeelding.
Figuur 1:
1.4
Ligging en begrenzing plangebied
Huidig planologisch situatie
Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende plannen:
6
Plan
Vaststellingsdatum
Beheersverordening 13 dorpen
20-06-2016
Beheersverordening bedrijventerrein Winsum, bedrijventerrein Wommels en woonlocatie Baard
30-06-2014
Bestemmingsplan Reahûs
02-03-2009
Bestemmingsplan Itens – herziening Tsjerkebuorren 7
15-10-2012
Bestemmingsplan Rien – herziening Molmawei 8
17-09-2012
Bestemmingsplan Wiuwert herinrichting Skatebaan
14-09-2015
Bestemmingsplan Wiuwert, Froonackerdyk 8
20-02-2012
Parapluplan parkeernormen SWF
08-11-2018
Dorpen Archeologie
14-12-2015
In de loop van de tijd zijn delen van de genoemde bestemmingsplannen ingevuld of herontwikkeld. Hiervoor zijn ofwel nieuwe bestemmingsplannen gemaakt, of zijn uitgebreide afwijkingsprocedures of wijzigingsprocedures gevoerd. De gebieden waarvoor dergelijke procedures zijn doorlopen worden in dit bestemmingsplan voorzien van een actuele regeling. In het plangebied zijn dit onder meer: Plan/Vergunning
Vaststellings-/ verleningsdatum
Wijzigingsplan Wiuwerter Opfeart
12-04-2011
Omgevingsvergunning Reahûs, Sânleansterdyk 6
29-05-2017
Omgevingsvergunning Buorren 3 te Hidaard
23-01-2019
Omgevingsvergunning De Opslach 3 te Rien
17-10-2018
Omgevingsvergunning Greate Buorren 45 te Kûbaard
03-10-2017
Omgevingsvergunning Sânleansterdyk 34 te Reahûs
11-03-2020
De geldende bestemmingsregelingen in de diverse bestemmingsplannen is toentertijd afgestemd op de toenmalig aanwezige functies en bebouwing. Globaal ging het daarbij om de volgende functies: • Wonen; • Maatschappelijk functies (scholen, kerken, dorpshuizen); • Agrarische gronden en bedrijven; • Niet-agrarische bedrijven en bedrijventerreinen; • Sportvoorzieningen; • Verkeersvoorzieningen; • Structurele groen- en watervoorzieningen.
1.5
Leeswijzer
De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar is geen juridisch onderdeel van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader
7
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6
Omgevingsaspecten Juridische toelichting Uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Advies FUMO Bijlage 2 Groepsrisico LPG-tankstation Bijlage 3 Advies brandweer Bijlage 4 Watertoets Bijlage 5 Reactienota vooroverleg
8
HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving Het plangebied bestaat uit de kernen Britswert, Hidaard, Itens, Kûbaard, Reahûs, Rien, Waaksens, Wiuwert en het bedrijventerrein Wommels. Deze hebben ieder hun eigen functionele structuur, verkeerstructuur en ruimtelijke opzet. In dit bestemmingsplan vormen deze de belangrijkste planuitgangspunten. Dit hoofdstuk licht het zo veel mogelijk toe. Enkele opvallende aspecten worden daarbij nadrukkelijk besproken.
2.1
Functionele structuur
2.1.1 Wonen De kernen typeren zich als overwegend woongebied. Het gaat zowel om (historische) woonboerderijen als reguliere woningen. Wat betreft woningtypen gaat het met name om vrijstaande woningen. Andere woningtypen, zoals twee-onder-kapwoningen en rijenwoningen, komen slechts in beperkte mate voor en dan vooral in de wat grotere kernen (o.a. Wiuwert en Itens). Gestapelde woningen, woonschepen en woonwagens komen binnen het plangebied niet voor. Op het bedrijventerrein Wommels komen met uitzondering van de woonboerderij aan de Walperterwei 49 geen reguliere woningen voor. Wel zijn er op de meeste percelen bedrijfswoningen aanwezig, die ten dienste staat van het ter plekke gevestigde bedrijf. Bij diverse woningen wordt een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitgeoefend, zoals een (financieel) adviesbureau of praktijkruimte. 2.1.2 Agrarische functies Binnen het plangebied zijn diverse agrarische cultuurgronden aanwezig. Uitsluitend binnen de kernen Waaksens en Hidaard bevinden zich volwaardige agrarische bedrijven. Het gaat om grondgebonden veehouderijen, waarbij in de meeste gevallen een bedrijfswoning aanwezig is. Daarnaast bevinden zich in de kernen Itens en Rien kleinschalige agrarische bedrijfsbebouwing die voorzien zijn van een bouwvlak. Het gaat in deze gevallen niet om een volwaardig agrarisch bedrijf. Bedrijfswoningen zijn ter plaatse dan ook niet toegestaan.
2.1.3 Bedrijvigheid Binnen het plangebied bevindt zich diverse bedrijvigheid. Het gaat om bedrijventerrein Wommels en de individuele bedrijven in Wiuwert, Itens en Kûbaard. Het merendeel van de bedrijven kent maximale milieucategorie 3.1, met uitzondering van enkele bedrijfspercelen op bedrijventerrein Wommels en in Wiuwert waar zwaardere bedrijvigheid is toegestaan (max. 3.2). Van gezoneerde terreinen is binnen het plangebied geen sprake. De bedrijven vallen dan ook onder het Activiteitenbesluit. Bij enkele bedrijfspercelen, met name op bedrijventerrein Wommels, zijn bedrijfswoningen aanwezig. Tot slot wordt opgemerkt dat er binnen enkele kernen nutsvoorzieningen aanwezig zijn. 2.1.4 Voorzieningen In het plangebied komen maatschappelijke voorzieningen voor in de vorm van kerken, begraafplaatsen, dorpshuizen en basisscholen. Bijna elke kern heeft een eigen kerk met begraafplaats en een dorpshuis. Er komen bij deze voorzieningen geen bedrijfswoningen voor. Uitsluitend in Wiuwert, Reahûs en Itens zijn nog actieve basisscholen aanwezig.
9
In het plangebied bevinden zich geen grootschalige sportaccommodaties, maar uitsluitend kleinschalige sportvoorzieningen. Deze voorzieningen bevinden zich in de kernen: Hidaard, Itens, Kûbaard, Reahûs en Wiuwert. Bij deze voorzieningen zijn enkel verenigingsgebouwen aanwezig. 2.1.5 Horeca Binnen het plangebied zijn drie zelfstandige horecagelegenheden aanwezig, te weten café/dorpshuis De Lytse Fjouwere (Hearedyk 15-A, Itens), Café de Ree (Slypsterwei 1, Reahûs) en een café/restaurant/cafetaria Wiuwert (Terp 13, Wiuwert). Bij café de Ree bevindt zich in het achterste deel van het pand een kleinschalige bierbrouwerij. Ter plaatse mag maximaal 1000 liter per jaar worden gebrouwen. Bij de horecagelegenheden in Itens, Wiuwert en Reahûs zijn bedrijfswoningen aanwezig. 2.1.6 Recreatie In het plangebied bevinden zich camping De Finne (Sanleansterdyk 6, Reahûs) en een tweetal ijsbanen te weten in Wommels en Rien. Op het campingterrein bevindt zich een bedrijfswoning en zijn er 75 standplaatsen voor kampeermiddelen aanwezig, een en ander met bijbehorende voorzieningen. Enkel bij de ijsbaan in Wommels is een verenigingsgebouw aanwezig. Tot slot bevinden zich in diverse kernen openbare speelvoorzieningen.
2.2
Verkeersstructuur
2.2.1 Wegen De inrichting van wegen vormt de basis voor een verkeersveilige, bereikbare en leefbare gemeente. Landelijk is afgesproken dat hiervoor het Duurzaam Veilig principe wordt toegepast. Hierin wordt onderscheid gemaakt in verkeersruimten en verblijfsgebieden. In de verkeersruimten krijgen vlotte autoverplaatsingen en bereikbaarheid prioriteit. In verblijfsgebieden is de kwaliteit van de openbare ruimte belangrijker. De doorstroming van het verkeer heeft een ondergeschikte rol ten opzichte van een aangenaam en veilig woon- en leefklimaat. Op basis van Duurzaam Veilig zijn er drie categorieën wegen: 1. Stroomwegen (verkeersruimte) vormen het landelijke- en regionale hoofdwegennet. Hier geldt een maximum snelheid van 120/130 of 100 km/u buiten de bebouwde kom en 70 km/u binnen de bebouwde kom. 2. Gebiedsontsluitingswegen (verkeersruimte) hebben een ontsluitende functie voor een groter gebied en regionale centra, en vormen een verbinding met de stroomwegen. Hier geldt een maximum snelheid van 80 km/u buiten de bebouwde kom en 50 km/u binnen de bebouwde kom. 3. Erftoegangswegen (verblijfsgebied) lopen direct van en naar de percelen, hoofdzakelijk bestemmingsverkeer, agrarisch verkeer, fietsers. Hier geldt een maximum snelheid van 60 km/u buiten de bebouwde kom en 30 km/u binnen de bebouwde kom.
10
Figuur 2: Wegencategorisering (uit "Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan” (GVVP))
Binnen het plangebied komen uitsluitend gebiedsontsluitings- en erftoegangswegen voor. Wat betreft gebiedsontsluitingen gaat het om de volgende wegen: • • • • • • • •
Britswert; Kleasterdyk Itens; Hearedyk Kûbaard; Greate Buorren Reahûs; Sânleansterdyk Rien; Draversdijk Waaksens; Wiuwert; Labadistendyk en Froonackerdyk Wommels; Walperterwei
2.2.2 Vaarwegen De vaarwegenverordening van de Provincie Fryslân is van toepassing op de vaarwegen en waterstaatswerken die in beheer en onderhoud zijn bij de provincie. In het kader van deze verordening is het verboden een werk te maken, op te richten of te hebben of de afmetingen van een bestaand werk te veranderen of in het algemeen enige handeling te verrichten waardoor in de plaatselijke toestand een wijziging wordt aangebracht. Vaarwegen worden onderscheiden in beroepsvaarwegen en recreatieve vaarwegen. Voor het plangebied is eigenlijk alleen het recreatieve deel van belang. In/nabij het plangebied bevinden zich de Boalserterfeart (Wommels) en de Frjentsjerterfeart (Rien en Reahûs). Deze vaarten zijn toegankelijk voor (plezier)boten met een maximale doorvaarthoogte van 2,5 meter. In figuur 3 is een overzicht van de vaarwegen opgenomen. Binnen dit plangebied zijn geen vaarwegen in eigendom bij de Provincie Fryslân.
11
Figuur 3: Vaarwegen (uit "Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan” (GVVP))
2.2.3 Openbaar vervoer De trein van Stavoren naar Leeuwarden vormt een belangrijke verbinding richting Groningen en het oosten van het land. Binnen de gemeente is de provincie Fryslân opdrachtgever van het openbaar vervoer. Het huidige netwerk van openbaar vervoer is opgebouwd uit: • Trein; • Lijnbus hoge frequentie; Lijnbus lage frequentie; Belbus; • Buurtbus. In de volgende afbeelding zijn de bestaande openbare vervoerslijnen binnen de gemeente zichtbaar gemaakt. • •
12
Figuur 4: Uitsnede GVVP: overzicht netwerk openbaar vervoer.
Binnen het plangebied is geen spoorlijn of treinstation aanwezig. De diverse kernen en het bedrijventerrein zijn ten dele bereikbaar via busvervoer.
2.3
Stedenbouwkundige opzet
2.3.1 Historie De kust van het zuidoostelijk deel van de Noordzee vormt het verspreidingsgebied van de terpen, de door de mens opgeworpen woonheuvels uit de periode dat het land nog niet door dijken wordt beschermd. Door het zeewater worden zand en klei afgezet waarbij perioden van min of meer permanente overstroming worden afgewisseld door perioden waarin het gebied grotendeels droog ligt. Met het droogvallen van de kwelders Rond de 6e eeuw voor Christus wordt het gebied in principe bewoonbaar voor de mens. Er worden dan terpen opgeworpen, al dan niet voorafgegaan door vlaknederzettingen. Rond de 4e à 5e eeuw na Christus lijkt er een volksverhuizing plaats te vinden en raakt het gebied in ieder geval deels tijdelijk ontvolkt. Vanaf 1200 na Christus, dus tijdens de late middeleeuwen, werden de kwelders op grote schaal bedijkt. De boerderijen konden toen ook in het omliggende land worden gebouwd, doordat de dreiging vanuit zee veel kleiner werd. Veel terpen zijn nu nog bewoond. Vaak liggen er hele dorpen op, of soms alleen een kerk of een kerkhof. In de 19e ontdekte men dat terpaarde bijzonder vruchtbaar is. Tot in de 20e eeuw werden veel terpen grotendeels of gedeeltelijk afgegraven. De grond vervoerde men als meststof naar de zand- en veengebieden De kernen Waaksens, Hidaard, Wiuwert, Itens, Britswert, Kûbaard en Wommels zijn typische terpdorpen.
De omgeving heeft lange tijd sterk onder invloed gestaan van de zee. Dit is zichtbaar door de kenmerkende geulen in het gebied, die de zee bij overstromingen heeft gemaakt tijdens transgressieperioden. De eerste plaatsvermeldingen dateren uit de Late Middeleeuwen. De bewoners waren lang gericht op de visserij maar vanaf de 18e eeuw werd het steeds meer agrarisch. De meeste bewoning ligt naast de terp, waarop de kerk staat. Een aantal van deze terpdorpen
13
waren moeilijk bereikbaar waardoor deze door de eeuwen heen qua omvang nagenoeg gelijk zijn gebleven. Het dorp Rien is ontstaan na de bedijking van het eiland van Oosterend, één van de oudste bedijkingen in Fryslân. Waar een afwatering de dijk kruist, ontstaat langs de vaart een lintvormige bebouwing. Door de gunstige ligging op de kruising van een doorgaande weg over de dijk en de waterweg kent de nederzetting enige groei en wordt langs de Franekervaart een kade aangelegd. Het belang van de scheepvaart voor de nederzetting blijkt uit de oriëntatie van de bebouwing op de vaart. In de 19de eeuw komt langs de doorgaande weg een lintbebouwing tot stand in aansluiting op het centrum van de nederzetting, een brug over de vaart en de hiernaast gelegen herberg. De typerende ruimtelijke opbouw langs een van de oevers van de Franekervaart, gevormd door een licht gebogen bebouwingsfront aan de kade, het centrale dorpsgedeelte met ophaalbrug en waterherberg op de kruising van land- en waterweg, en de hierop aansluitende lintbebouwing langs de dijk, vormen tezamen een kenmerkende dorpsstructuur. Die ruimtelijke structuur van het verkeersdorpje is van zodanige cultuurhistorische waarde, dat een aanwijzing van Rien als beschermd dorpsgezicht gerechtvaardigd is. In paragraaf 4.4.3 van deze toelichting wordt nader op de beschermde status ingegaan.
Het dorp Reahûs is ontstaan aan de Slachtedijk, de oude zeewering van het Middelzeegebied (12e eeuw langzaam dichtgeslibd). Tot 1956 was Reahûs een buurtschap behorende bij het dorp Oosterend (Easterein). Omdat Reahûs steeds verder groeide werd op 27 augustus 1954 door de gemeenteraad besloten dat Reahûs officieel als dorp aangemerkt moest worden. Hiermee is het één van de jongste dorpen van Fryslân. 2.3.2 Bebouwingskenmerken De kernen hebben overwegend een kleine dorpskern met een open bebouwingsstructuur. De bebouwing is hoofdzakelijk langs de ontsluitingswegen en rondom de terpen gesitueerd, met een zekere verscheidenheid aan rooilijn en oriëntatie. De kernen Waaksens, Hidaard, Wiuwert, Itens, Britswert en Kûbaard kennen een typerende historische kern behorend bij een terpdorp. De ruimtelijke structuur bestaat voornamelijk uit een centraal gelegen kerk met het kerkhof met daaromheen gesitueerde kleinschalige ambachtelijke traditionele bebouwing. Na de bedijking van deze streken hoefde de bewoning zich niet tot de kunstmatige woonheuvels te beperken. De bewoning ging zich buiten de terp uitbreiden naar een nabijgelegen waterloop, dijk en/of doorgaande weg. Een terpdorp heeft hiermee een individuele verschijningsvorm die zich door onregelmatige bebouwingsreeksen met vaak verspringende rooilijn kenmerkt.
Bebouwing in terpdorpen is georiënteerd op de terp, het veld, de weg en/of de vaart. De terp vormt vaak een centrale plek in de nederzetting, waar de bebouwing meestal een verdichting kent in de vorm van een terpbuurt. Het ruimtelijk totaalbeeld van de historische kernen wordt gevormd door het samenspel van buigende bebouwingswanden, bomenrijen, straten, kaden en stoepen, gedomineerd door bijzondere functies zoals de kerkgebouwen, en vormen een sterke eenheid met hoge belevingswaarde. Over het algemeen hebben alle kernen een duidelijk en historisch gegroeid patroon van onder andere straten en stegen, maar soms ook sloten of vaarten. De bebouwingswanden zijn veelal verdicht tot gesloten en halfgesloten met een ligging tamelijk dicht op de weg. Kenmerkend voor de historische bebouwing is de variatie in hoogten van één of twee bouwlagen met kapafdekking en de afwisseling van kaptypen (zadel-, schilddaken).
14
In de ruimtelijke opbouw van het huidige Rien is de historische ontwikkeling van de structuur duidelijk herkenbaar gebleven. Nog altijd manifesteert Rien zich als een in beginsel kruisvormige nederzetting, welke met het overgrote deel van de bebouwing ten zuiden van de Draversdijk, dat wil zeggen binnendijks van de vroegere polder, is gebleven. Hoewel zich na het eerste kwart van de 19de eeuw bebouwing is gaan ontwikkelen langs de noordzijde van de voormalige dijk heeft de bovengenoemde uit het verleden voortgekomen karakteristieke concentratie van de kernbebouwing binnen de voormalige dijk zich duidelijk gehandhaafd en is in het huidig ruimtelijk karakter slechts ten dele sprake van een zogenaamde 'kruisdorp' aan de kruising van een land- en een waterweg. De kern van de nederzetting, de vanaf de brug zuidwaarts opstrekkende bebouwing aan de loskade van de vaart, kenmerkt zich door een hoge mate van verdichting en verstening in duidelijk contrast met het omliggende agrarische gebied. Hoewel deze bebouwing bestaat uit afzonderlijke huizen met plaatselijk smalle doorgangen naar de achterliggende terreinen kan gesproken worden van een vrijwel gesloten gevelwand. De bebouwing aan de Buorren is een over het algemeen kleinschalige woonbebouwing met een bouwlaag onder een met pannen gedekt zadel-of schilddak.
Slechts ter plekke van het breedste gedeelte van de Buorren is sprake van een wat grotere schaal met twee bouwlagen en is nog een (voormalig) pakhuis herkenbaar. Kenmerkend voor de behuizingen aan de Buorren - en ook elders binnen de bebouwing - is, naast de verticale geleding van de gevels, de afwisseling in de nokrichting, dakhelling en goothoogten waardoor een levendig beeld ontstaat. Het steenachtige karakter van de Buorren, vooral ontstaan na 1900, wordt nog versterkt door het ontbreken van boombeplanting. Aansluitend aan de kernbebouwing, brug en voormalige herberg ligt de bebouwing langs de Molmawei en de Draversdijk, samengesteld uit al in vroeger tijden aanwezige losse grootschaliger elementen van boerderijen en de direct aan de dijk gelegen kleinschalige, gesloten lintbebouwing. Deze lintbebouwing heeft zich herkenbaar ontwikkeld in het smalle restgebied vanaf de herberg tussen de dijk en een opvaart naar een van de boerderijen in de omgeving. Door de beperkte ruimte zijn bijgebouwen als schuren en dergelijke, waarvan sommige opgetrokken van hout, eveneens direct aan de dijkweg gelegen tussen de woonhuizen. Reahûs bestaat niet uit een historische kern, maar enkel uit lintbebouwing en een recent toegevoegde woonbuurt. De lintbebouwing is met name georiënteerd op de Sânleansterdyk en in beperkte mate op de Slypsterwei.
Het bebouwingsbeeld van de lintbebouwing is afwisselend en wordt in hoofdlijnen bepaald door woonhuizen van een tot twee bouwlagen met kap. Achter de lintbebouwing bevindt zich aan de Slypsterwei en de Pastoar ten Bokumstrjitte een recent toegevoegde woonbuurt. De woningen bestaan overwegend uit een bouwlaag met kap en betreft een seriematig opgezette buurt. Ter plaatse is dan ook sprake van een meer samenhangend beeld, waarbij de woningen qua uitstraling vergelijkenis met elkaar vertonen. Het bedrijventerrein Wommels kent een rationele inrichting en is monofunctioneel van aard. Hoewel er incidenteel andere functies voorkomen zijn de functies vooral gericht op de huisvesting van bedrijven. De bedrijven zijn sterk gericht op het wegverkeer en de bedrijfspercelen hebben overwegend een middelgrootte omvang (1.000 m² tot 3.000 m²). Op de bedrijfspercelen is overwegend één bedrijfsgebouw aanwezig, waarbij in meeste gevallen een bedrijfswoning is aangebouwd. De bebouwing wisselt sterk in grootte en hoogte, waarbij veelal wel sprake is van een kap. De bedrijfspanden zijn veelal bekleed met plaatmateriaal.
15
2.3.3 Monumenten en karakteristieke bebouwing In het plangebied zijn diverse rijksmonumenten aanwezig. Het gaat onder meer om de kerken in Britswert, Itens, Waaksens en Wiuwert. Daarnaast is diverse bebouwing onderdeel uitmakend van het Beschermd dorpsgezicht van ‘Rien’ aangemerkt als rijksmonument. In alle kernen zijn karakteristieke bouwwerken aanwezig, waaronder de kerken in Hidaard, Itens en Reahûs, enkele woonhuizen en grafmonumenten. In bijlage 3 van de regels is een overzicht van alle rijksmonumenten en karakteristieke bouwwerken binnen het plangebied opgenomen.
16
HOOFDSTUK 3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: • vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; • verbeteren van de bereikbaarheid; • zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 14 nationale belangen aan de orde die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio’s. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen. Het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.
De rijksbelangen die van toepassing zijn, zijn beschreven in paragraaf 3.1.3. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zoals meermaals aangegeven is dit bestemmingsplan voor het overgrote deel conserverend en beheersgericht van aard. Uit diverse uitspraken van de Raad van State volgt dat het voor de uitleg van het begrip 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' met name relevant is of een bepaalde functie voor het eerst planologisch mogelijk wordt gemaakt dan wel sprake is van een continuering van de bestaande planologische situatie.
Uit een uitspraak van de Raad van State volgt samengevat- dat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder van duurzame verstedelijking niet wordt verstaan een bestemmingsplan dat voorziet in een conservering van geheel onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden die realiseerbaar waren op grond van een bestemmingsplan dat is vastgesteld voor inwerkingtreding van de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie AbRvS, 6 augustus 2014, nr. 201206568/1/R1). Voor wat betreft het conserverende plandeel is enkel sprake van het opnieuw vastleggen van de huidige (planologische) situatie. Hierbij worden ook de onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden, zoals vastgelegd in de geldende bestemmingsplan, opnieuw vastgelegd. De ontwikkelmogelijkheden (afwijkingsbevoegdheden) waarin dit
17
bestemmingsplan wel voorziet wordt gelet op de beperkte omvang niet aangemerkt als zijnde een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op voorliggend bestemmingsplan. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en inpassingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: 1. rijksvaarwegen; 2. mainportontwikkeling Rotterdam; 3. kustfundament; 4. grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie 7. hoofdwegen en landelijke spoorwegen 8. elektriciteitsvoorziening; 9. buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. ecologische hoofdstructuur (tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland); 11. primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallel Kaagbaan. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan moet rekening gehouden worden met het rijksbelang ‘Defensie’, gezien de ligging in radarverstoringsgebieden. Deze wordt hierna nader toegelicht.
Defensie De veiligheid van het stijgen en landen van vliegverkeer vanwege de Vliegbasis Leeuwarden brengt hoogtebeperkingen met zich mee. Voor het plangebied moet daarbij vooral rekening worden gehouden met de radarverstoringsgebieden van de radarstations Wier en Leeuwarden. De bouwbeperkingen (in hoogte) worden bepaald op basis van de afstand tot de radarstations. In de volgende afbeelding is dit schematisch aangegeven. De afstand van de genoemde radarstations tot het plangebied is dusdanig groot, dat de bouwbeperkingen hiervan hoger zijn dan de in dit bestemmingsplan toegestane maximale bouwhoogten. Dit bestemmingsplan staat geen nieuwe en hogere bebouwing toe dan de bestaande. Dit geeft dan ook geen beperkingen voor het plan. Het vliegverkeer wordt met dit bestemmingsplan niet belemmerd.
18
Figuur 5:
Schematische verbeelding bouwbeperkingen radarverstoringsgebied
3.1.4 Water Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Súdwest-Fryslân in het stroomgebied van de Rijn Noord valt. In het stroomgebiedbeheerplan van de Rijndelta staan de doelen en bijbehorende maatregelen om een goede toestand van oppervlakte- en grondwater te bereiken. Waterwet De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan.
Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de
19
besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder (zie paragraaf 4.14). Nationaal Waterplan 2016-2021 Onderdeel van de bovengenoemde Waterwet is het zesjaarlijkse Nationaal Waterplan. Dit plan is de opvolger van de 4e Nota Waterhuishouding (2009) en heeft de status van structuurvisie binnen de Wet ruimtelijke ordening. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Ook maken de (vier) stroomgebiedsbeheersplannen (SGBP's) onderdeel uit van het Nationaal Waterplan. Zo ontstaat er een heldere koppeling tussen Europees beleid (o.a. de Kader Richtlijn Water) en Rijksbeleid. Duurzaam waterbeheer is het devies van het Nationaal Waterplan. Gemeenten hebben hierin specifieke taken op het gebied van omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen.
De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de Kader Richtlijn Water. De belangrijkste doelen en taken zijn: − het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; − verbetering van de waterkwaliteit.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Streekplan Fryslân 2007 Op 13 december 2006 hebben Gedeputeerde Staten het “Streekplan Fryslân 2007”, genaamd ‘Om de kwaliteit fan de romte’, vastgesteld. Het streekplan geeft de visie van Gedeputeerde Staten op het ruimtelijk beleid van de provincie weer. Het streekplan gaat vergezeld met een ‘strategische milieubeoordeling’, een milieurapport dat op grond van een nieuwe Europese richtlijn is opgesteld. Als centraal uitgangspunt voor het ruimtelijke beleid kiest de provincie voor een ondeelbaar Fryslân met ruimtelijke kwaliteit. Een ondeelbaar Fryslân benadrukt dat stad en platteland elkaar nodig hebben en elkaar ondersteunen. Een Fryslân met ruimtelijke kwaliteit benadrukt het bovenlokale belang bij het instandhouden en verder ontwikkelen
20
van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte. Deze drie waarden waarborgen op de langere termijn een doelmatig gebruik en herkenbaarheid van de ruimte. Het betekent ook een ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. Bij een duurzame ontwikkeling wordt voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarbij de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. De provincie wil deze doelstellingen koppelen aan een krachtige sociaaleconomische ontwikkeling in een leefbare omgeving, waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op de instandhouding en het verder ontwikkelen van aanwezige bodem-, water-, landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten. De nieuwe provinciale Omgevingsvisie ‘De romte diele’ is in voorbereiding. 3.2.2 Grutsk op 'e Romte Het streekplan bevat een beschrijving van de kernkwaliteiten van cultuurhistorisch erfgoed en landschap. Daarin wordt ook een nadere uitwerking en waardering van deze kernkwaliteiten aangekondigd. Deze zijn verder uitgewerkt in de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte (2014). In deze visie worden verschillende deelgebieden onderscheiden, met ieder een eigen cultuurhistorische en landschappelijk karakter. In dit bestemmingsplan is de geldende juridische regeling overgenomen en wordt de bestaande situatie vastgelegd.
Nieuwe ontwikkelingen zijn niet mogelijk, tenzij hiervoor in een eerder stadium al een afweging heeft plaatsgevonden. Deze passen dan binnen de kernkwaliteiten zoals opgenomen in de visie Grutsk op ‘e Romte. Waar mogelijk en nodig worden de kernkwaliteiten in dit bestemmingsplan beschermd. 3.2.3 Verordening Romte 2014 Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening is in werking getreden op 1 augustus 2014. De verordening uit 2011 is hiermee integraal herzien. Op 18 februari 2015 is de 1e partiële herziening van de verordening (Romte foar Sinne) en op 21 februari 2018 is de wijzigingsverordening ‘Verordening Romte Fryslân 2014’ vastgesteld. Deze wijzigingsverordening is op 28 maart 2018 inwerking getreden. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als onvoldoende aan die zienswijze tegemoet wordt gekomen. Het streekplanbeleid is in het kader van de verordening voorzien van concrete beleidsregels. In de verordening is onder meer de grens tussen het buitengebied en het stedelijk gebied vastgelegd.
In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het buitengebied. Het plangebied ligt nagenoeg volledig in het stedelijk gebied. In dit bestemmingsplan is de geldende juridische regeling overgenomen en wordt de bestaande situatie vastgelegd. Met voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met de Verordening Romte 2014. Met het oog op de komende Omgevingswet is een nieuwe provinciale verordening in voorbereiding.
21
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Bomenbeleidsplan (2012) De gemeenteraad heeft het bomenbeleidsplan vastgesteld. In het beleidsplan is het kapbeleid van de gemeente vereenvoudigd, zonder dat dit te koste gaat van waardevolle boomstructuren, groenclusters en aangewezen bomen. De aanleiding voor een bomenbeleidsplan waren de verschillende kapregelgevingen van de voormalige fusiegemeenten en de wens om de kapregelgeving te dereguleren. Voor het kappen van bomen, particuliere en gemeentelijke bomen, moest voorheen een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Door de kapregelgeving te dereguleren, hoeft men voortaan alleen een vergunning aan te vragen voor het kappen van waardevolle bomen, boomstructuren en groenclusters. Om het waardevol groen goed te kunnen weergeven, zijn er kaarten gemaakt voor enkele dorpen en steden waar de bomen een belangrijke bijdrage aan de leefomgeving vertegenwoordigen. Voor de binnen het plangebied van dit bestemmingsplan gelegen dorpen zijn deze kaarten niet gemaakt. Om individuele waardevolle bomen te kunnen beschermen is er door de gemeente een bomenregister opgesteld. Het bomen register is een dynamische lijst waaraan bomen kunnen worden toegevoegd of verwijderd. Om een boom aan te melden voor het register zal deze moeten voldoen aan één of meer van de opgestelde beoordelingscriteria. De aanmelding kan worden gedaan door zowel particulieren als de gemeente.
De bomen op het bomenregister mogen niet worden gekapt tenzij er een algemeen maatschappelijk belang (overlast, onveiligheid, etc.) tegenop weegt. In het plangebied zijn bomen aanwezig die zijn opgenomen in het bomenregister (peildatum 9/12/2015). Het meest actuele bomenregister is raadpleegbaar via de gemeentelijk website (https://pdc.sudwestfryslan.nl/htdocs/wpcontent/uploads/2019/ 11/2019-Register-Beschermingswaardige-Bomen.pdf). Voor de bomen hoeft in dit bestemmingsplan geen specifieke regeling opgenomen te worden, omdat het beleid hiervoor voldoende bescherming biedt. 3.3.2 Detailhandelsstructuurvisie, herijking 2019 De ‘Detailhandelsstructuurvisie, herijking 2019’ is op 4 juli 2019 door de gemeenteraad vastgesteld en is een actualisatie van de in 2013 vastgestelde detailhandelsstructuurvisie. In de visie is een beeld geschetst van de detailhandel in Súdwest-Fryslân en de ontwikkelingen en trends die in de detailhandel gaande zijn. De huidige detailhandelsstructuur vormt het uitgangspunt voor de detailhandelsvisie. De detailhandelsstructuur van Súdwest-Fryslân bestaat uit een aantal gebieden waarvoor verschillende ambities gelden: • Stedelijke zone Bolsward-Sneek: Súdwest-Fryslân en de regio zijn gebaat bij sterke centrumsteden die de inwoners en bezoekers een ruim en aantrekkelijk voorzieningenaanbod kunnen bieden.
Voor de stedelijke zone met de steden Bolsward en Sneek is de ambitie de huidige sterke positie te behouden en waar mogelijk (kwalitatief) te versterken. • Regionale kernen (hoofdkernen clusters): Het is voor de leefbaarheid in de plattelandsclusters van groot belang dat er voor alle inwoners op aanvaardbare afstand (maximaal reisafstand 5 km) minimaal een goed pakket aan dagelijkse voorzieningen aanwezig is. De regionale kernen (Workum, Koudum, Makkum, Witmarsum, Wommels, Heeg) zullen deze belangrijke functie moeten (blijven) vervullen voor de kernen en omliggende verzorgingsgebieden (clusters).
22
•
Watersportkernen: Súdwest-Fryslân kent een aantal typische, kleinere watersportkernen (IJlst, Hindeloopen, Stavoren, Woudsend) waar de watersportrecreatie van bovengemiddeld belang is voor het in stand houden van het voorzieningenniveau. De gemeente richt zich in deze kernen vooral op het bieden van totale recreatieve en integrale ruimtelijke kwaliteit. • Kleine kernen: Súdwest-Fryslân heeft vele kleine kernen met een minimaal detailhandelsaanbod zoals een solitaire buurtsuper, bakkerij of slagerij. De ambitie is vooral om voorzieningen voor bewoners van kleine kernen zo goed mogelijk bereikbaar te maken. Buiten kernwinkelgebieden worden nieuwe grootschalige detailhandelsontwikkelingen zoveel mogelijk uitgesloten. Uitgangspunt is dat perifeer alleen branches zijn toegestaan die vanwege aard en omvang van de artikelen (volumineuze goederen) en groot oppervlak een uitstekende autobereikbaarheid nodig hebben. Wommels heeft voor een kern die niet specifiek toeristisch is en gelegen tussen Bolsward en Leeuwarden (dus veel afvloeiing) al met al een heel behoorlijk voorzieningenniveau dat zeker boven het lokale verzorgingsniveau uitstijgt. De Terp in het centrum vormt duidelijk het ruimtelijke hart van Wommels. Functioneel is het van grote waarde dat hier de supermarkt en ander dagelijks aanbod aanwezig is in elkaar nabijheid.
Het zou versterkend kunnen werken wanneer meer winkels en andere voorzieningen zich zouden vestigen rond De Terp. Binnen de kernen zijn geen zelfstandige detailhandelsvestigingen aanwezig. Op het bedrijventerrein Wommels zijn enkele detailhandelsbedrijven aanwezig, waaronder een fietsenwinkel en een woonzaak. Tot slot vindt in beperkte detailhandel plaats onderdeel uitmakend van een aan-huis-verbonden beroep / bedrijf. 3.3.3 Agenda Duurzame Ontwikkeling In juli 2018 is de ‘Agenda Duurzame Ontwikkeling’ vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Súdwest-Fryslân staat net als andere overheden voor een grote opgave op het gebied van duurzame ontwikkeling. We werken toe naar een energie- en klimaatneutrale samenleving met een circulaire economie. De Agenda omvat een groot aantal uiteenlopende ambities die als kader dienen voor de komende jaren, variërend van alle woningen energieneutraal in 2030 tot 100% afvalvrije festivals. De agenda richt zich op 5 specifieke onderdelen: 1. Anders Wonen 2. Anders van A naar B 3. Anders Produceren 4. Anders Energie opwekken 5. Zelf Anders
23
Figuur 6:
Schematische weergave Aanpak Programma Duurzame Ontwikkeling
Voor 5 genoemde onderdelen is een concrete agenda vastgesteld en zijn ambities geformuleerd. Medio 2020 wordt de Klimaatagenda 2020 aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden. Hierin staat klimaatadaptie en biodiversiteit centraal. Voor dit actualiserende bestemmingsplan geeft het beleid geen specifieke uitgangspunten. Bij het bouwen of aanpassen van gebouwen of de openbare ruimte in het plangebied dient na vaststelling door de raad het duurzaamheidsbeleid in ogenschouw te worden genomen. 3.3.4
Verkeersbeleid
3.3.4.1 Verkeer- en vervoerplan De gemeente Súdwest-Fryslân vindt het belangrijk dat inwoners in een verkeersveilige en prettige woonomgeving wonen en dat iedereen zich veilig en vlot kan verplaatsen. In het op 16 mei 2013 door de gemeenteraad vastgestelde “Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan” (GVVP) staat hoe de gemeente dit wil bereiken. Het GVVP beschrijft de gemeentelijke visie op het gebied van verkeer en vervoer met als belangrijkste uitgangspunt om de verkeersveiligheid in de gemeente te waarborgen en te verbeteren. Daarnaast worden goede bereikbaarheid en het vergroten van de leefbaarheid als doelen gesteld. Op 23 januari 2012 is door de voormalige gemeente Littenseradiel het Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan ‘Meielkoar op wei’ vastgesteld. In 2019 is het GVVP uit 2013 geëvalueerd. Daarbij is ook het beleid van de voormalige gemeente Littenseradiel meegenomen. De conclusie is dat de visie nog actueel is, vooral omdat het GVVP een visie op hoofdlijnen is en algemeen van aard. Voor vier specifieke onderdelen zullen mogelijke aanpassingen uitgewerkt worden; dit betreft o.a. het afwaarderen van de verbinding Wommels – Easterein (van gebiedsontsluitingsweg naar erftoegangsweg) en het opstellen van een Integraal Fietsplan.
24
Voor deze specifieke zaken vindt overleg plaats met bewoners en belanghebbenden. De uitkomsten van dit proces vormen de basis voor de eventuele wijzigingen van het GVVP. 3.3.4.2 Duurzaam veilig De inrichting van wegen vormt de basis voor een verkeersveilige, bereikbare en leefbare gemeente. Landelijk is afgesproken dat hiervoor het Duurzaam Veilig principe wordt toegepast. Hierin wordt onderscheid gemaakt in verkeersruimten en verblijfsgebieden. In de verkeersruimten krijgen vlotte autoverplaatsingen en bereikbaarheid prioriteit. In verblijfsgebieden is de kwaliteit van de openbare ruimte belangrijker. De doorstroming van het verkeer heeft een ondergeschikte rol ten opzichte van een aangenaam en veilig woon- en leefklimaat. Op basis van Duurzaam Veilig zijn er drie categorieën wegen: 1. Stroomwegen (verkeersruimte) vormen het landelijke- en regionale hoofdwegennet. Hier geldt een maximum snelheid van 120/130 of 100 km/u buiten de bebouwde kom en 70 km/u binnen de bebouwde kom. 2. Gebiedsontsluitingswegen (verkeersruimte) hebben een ontsluitende functie voor een groter gebied en regionale centra, en vormen een verbinding met de stroomwegen. Hier geldt een maximum snelheid van 80 km/u buiten de bebouwde kom en 50 km/u binnen de bebouwde kom. 3. Erftoegangswegen (verblijfsgebied) lopen direct van en naar de percelen, hoofdzakelijk bestemmingsverkeer, agrarisch verkeer, fietsers.
Hier geldt een maximum snelheid van 60 km/u buiten de bebouwde kom en 30 km/u binnen de bebouwde kom.
Figuur 7: Wegencategorisering (uit "Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan” (GVVP))
Maatregelen GVVP Om de visie vorm te geven is een groot aantal maatregelen opgesteld. De maatregelen zijn divers; infrastructurele aanpassingen, nader onderzoek naar specifieke onderwerpen, veiliger maken van fietsroutes, verbetering van schoolomgevingen, maar ook verkeerseducatieprojecten op scholen en voorlichtingscampagnes. De uitvoering hiervan wordt zoveel mogelijk gedaan in combinatie onderhoudswerkzaamheden. Wanneer er onderhoud is gepland aan een weg of een gebied zal worden gekeken of de
25
maatregelen uit het GVVP hierin meegenomen kunnen worden. Dit betekent dat in het GVVP niet concreet is aangegeven wanneer welke maatregelen worden uitgevoerd. Ieder jaar wordt derhalve een uitvoeringsprogramma opgesteld die door de gemeenteraad moet worden goedgekeurd. Voordat gestart wordt met de uitvoering van bepaalde maatregelen zullen deze dan ook aan direct belanghebbenden worden voorgelegd. 3.3.4.3 Parkeren Op basis van het parkeerbeleid van de gemeente of de kencijfers van CROW kan berekend worden hoeveel parkeerplaatsen er benodigd zijn. Vervolgens moet aangetoond worden dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of gerealiseerd kan worden. Tot voor kort waren de parkeernormen geregeld in de bouwverordening. Met de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014 (op 29 november 2014) is de Woningwet gewijzigd. De wijziging heeft betrekking heeft op de intrekking van de grondslag voor de stedenbouwkundige voorschriften in een bouwverordening. De stedenbouwkundige voorschriften, zoals het parkeren, moeten nu in het bestemmingsplan zelf geregeld worden.
Aan het Besluit ruimtelijke ordening is mede in verband met het intrekken van toetsing aan de bouwverordening de mogelijkheid opgenomen om voor de invulling van de eis van voldoende parkeren in concrete situaties gebruik te maken van beleidsregels (zie artikel 3.1.2 lid 2 onder a Bro), zoals dit ook onder de werking van de bouwverordening mogelijk was. Zowel gemeentelijk parkeerbeleid als de CROW-normen kunnen van toepassing worden verklaard op basis van het bestemmingsplan. Als van een van toepassing zijnde norm wordt afgeweken moet dat goed worden gemotiveerd. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft een Parkeernormennota opgesteld waarin de inhoud van het begrip ‘voldoende parkeergelegenheid’ is uitgewerkt. Op basis van de Parkeernormennota is te bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 3.3.5 Woonvisie 2017 - 2022 De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente goed kunnen wonen. Daarom heeft de gemeenteraad in juli 2017 een Woonvisie vastgesteld waarin de gemeentelijke ambities voor een rechtvaardige en evenwichtige woonruimteverdeling zijn vastgelegd voor de sociale huurvoorraad en de particuliere woningvoorraad. In de Woonvisie is vastgelegd hoe de gemeente zorgt voor een optimaal functioneren van de woningmarkt.
Hierbij is bijzondere aandacht voor de volgende thema’s: − Beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor alle doelgroepen, − Wonen, zorg en participatie, − Kwaliteit en duurzaamheid. De Woonvisie vormt de basis voor het maken van prestatieafspraken tussen woningbouwcorporaties, huurdersverenigingen en gemeente. De visie geeft geen uitgangspunten voor de regeling van dit bestemmingsplan. Bij ontwikkelingen in het huidige woningbestand of bij een combinatie van wonen en zorg vormt de woonvisie wel een toetsingskader.
26
HOOFDSTUK 4 Omgevingsaspecten 4.1
Vormvrije mer-beoordeling
In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Het plan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die in de bijlagen van het Besluit m.e.r. zijn opgenomen. Daarnaast maakt het plan geen deel uit van Natura 2000-gebieden, waarop kleinschalige ontwikkelingen invloed kunnen hebben. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapport nodig. In de volgende paragrafen wordt per milieu-aspect een beschrijving gegeven van de mogelijke gevolgen van en voor dit bestemmingsplan.
4.2
Milieuzonering
Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen op een verantwoorde afstand van elkaar worden gesitueerd. Op deze wijze wordt gevaar en hinder voor de milieugevoelige functies voorkomen danwel zoveel mogelijk beperkt en omgekeerd wordt voldoende zekerheid aan milieubelastende activiteiten geboden dat deze activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden uitgeoefend kunnen worden. Bij dit bestemmingsplan hoort een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze is gebaseerd op de categorale indeling van bedrijfstypen uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Bij deze indeling is de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek gevolgd. Elk bedrijfstype heeft een eigen code. Naast een omschrijving van de bedrijfstypen is per type aangegeven welke richtafstanden gelden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Dit is een indicatie van de minimale afstand die in beginsel, vanuit een bedrijf tot een rustige woonwijk, aangehouden moet worden. De grootste afstand is bepalend voor de indeling van een bedrijfstype in een milieucategorie. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Aan te houden afstand tot woonwijken (zone) 0 tot 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1000 meter 1500 meter
27
Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn de milieucategorieën 1 t/m 3.2 van toepassing. Voor de meeste functies (o.a. maatschappelijke-, sport-, horeca- en recreatievoorzieningen) geldt maximaal milieucategorie 2. Hogere milieucategorieën zijn slechts aanwezig in de vorm van (agrarische) bedrijvigheid, te weten op bedrijventerrein Wommels, de bedrijven in Wiuwert en Itens, een bouwbedrijf in Kûbaard, de agrarische bedrijven in Waaksens en Hidaard en de kleinschalige agrarische bedrijfsbebouwing in Itens en Rien. Hiervan mag worden aangenomen dat deze bestaande bedrijvigheid geen onevenredige belemmering oplevert voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van milieugevoelige functies. Er zijn geen klachten of andere signalen bekend, die erop wijzen dat de bestaande bedrijfsactiviteiten het woon- en leefklimaat onevenredig verstoren. Dit temeer, omdat in de geldende bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe bedrijvigheid gebruik is gemaakt van milieuzonering om zodoende voldoende afstand aan te houden tot milieugevoelige functies zoals 'wonen'. Andersom mag ervan worden uitgegaan dat de bestaande milieugevoelige functies op voldoende afstand van bestaande bedrijvigheid zijn gesitueerd en daarmee geen belemmering vormen. Nader onderzoek in het kader van milieuzonering wordt ten aanzien van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk geacht.
Door voor bedrijfslocaties binnen het plangebied de huidige gehanteerde milieucategorieën en zonering over te nemen is geen sprake van (extra) milieuhinder als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan. Voor de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan mogelijk maakt, en voor zover in dit kader relevant, zal in de regels een afwegingskader worden opgenomen waarin wordt aangegeven dat geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de milieusituatie ter plaatse.
4.3
Bodem
Het uitgangspunt is dat de kwaliteit van de bodem in het plangebied zodanig moet zijn dat er geen risico’s zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie voor het verblijf van mensen. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De bestaande situatie wordt slechts voorzien van een actuele regeling. Bij nieuwe ontwikkelingen moet – wanneer deze niet in dit bestemmingsplan passen – een overweging van de gevolgen voor de bodem worden opgenomen. Deze kleinschalige ontwikkelingen mogen geen nadelige effecten voor de kwaliteit van de bodem opleveren Dit heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
4.4
Cultuurhistorie inclusief archeologie
4.4.1 Toetsingskader en beleid Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht geworden. De Monumentenwet 1988 is met ingang van 1 juli 2016 dan ook vervallen. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 zijn deels overgegaan naar de Erfgoedwet en – zodra die wet in werking treedt – deels naar de Omgevingswet. De bepalingen en vergunningen uit de Monumentenwet 1988 die overgaan naar de Omgevingswet blijven van toepassing tot de datum dat de Omgevingswet in werking treedt. Deze artikelen gelden tot dat moment als overgangsrecht op grond van de Erfgoedwet en tenzij expliciet vermeld, veranderen deze niet van inhoud. Tot die tijd blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het wettelijke kader voor de omgang met gebouwde en aangelegde rijksmonumenten en archeologische rijksmonumenten.