CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Vast te stellen bestemmingsplan

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan doarpen Noard/West 232.150 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld

CONCEPT*

Bestemmingsplan SWF dorpen Noord West 2 vastgesteld

TOELICHTING Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Stukken bij het plan 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidig planologisch situatie 1.5 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving 2.1 Functionele structuur 2.2 Verkeersstructuur 2.3 Stedenbouwkundige opzet HOOFDSTUK 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije mer-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Cultuurhistorie inclusief archeologie 4.5 Duurzame verstedelijking 4.6 Ecologie 4.7 Externe veiligheid 4.8 Geluid 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Lichthinder 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Verkeer 4.13 Water HOOFDSTUK 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Planregels 5.3 Procedure 5.4 Toelichting op de bestemmingen HOOFDSTUK 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

2 2 2 2 4 5 6 6 7 10 14 14 17 21 31 31 31 32 33 37 37 42 45 46 46 48 48 48 52 52 52 55 56 63 63 63

1

HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Bestemmingsplannen worden periodiek herzien. Mogelijke aanleidingen hiervoor zijn: verouderde regels van het huidige plan, veranderd gebruik van het terrein, gewijzigde wetgeving en nieuwe inzichten. Een herziening van een bestemmingsplan is dus een actualisatie van een bestemmingsplan binnen een wijk/dorp. Het algemene uitgangspunt hierbij is dat de opzet en het beleid voor het plangebied grotendeels gehandhaafd blijft. Daarnaast wordt de wenselijkheid van bepaalde ontwikkelingen (op onderdelen) opnieuw afgewogen. Ten slotte zijn waar mogelijk, verleende afwijkingen van de oude bestemmingsplannen omgezet naar bij recht toegestane mogelijkheden. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft besloten bij actualisatie zo veel mogelijk dorpen in de omgeving mee te nemen in één plan. Dit ter voorbereiding op de Omgevingswet, waarbij gestreefd wordt naar één omgevingsplan voor de hele gemeente. De gemeente is hiervoor opgedeeld in een aantal gebieden. Dit bestemmingsplan is een actualisatie van de bestemmingsplannen voor de volgende 9 dorpen: Cornwerd, Exmorra, Parrega, Piaam, Pingjum, Schettens, Schraard, Witmarsum en Wons.

1.2

Stukken bij het plan

Het bestemmingsplan Dorpen Noord West 2 bestaat uit de volgende stukken: <0000> toelichting; <0000> regels; <0000> verbeelding; <0000> bijlagen bij de toelichting; <0000> bijlage 1: Beschermde dorpsgezichten Cornwerd, Piaam, Pingjum en Schraard <0000> bijlage 2: Advies FUMO <0000> bijlage 3: Wateradvies <0000> bijlage 4: Reactienota overleg <0000> bijlagen bij de regels; <0000> bijlage 1: Lijst met beroepen en bedrijven aan huis <0000> bijlage 2: Staat van bedrijfsactiviteiten <0000> bijlage 3: Lijst karakteristieke panden en rijksmonumenten Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan opgenomen gronden aangegeven. De regels bepalen een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting hoort bij het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit de bebouwde kom van de volgende 9 dorpen: Cornwerd, Exmorra, Parrega, Piaam, Pingjum, Schettens, Schraard, Witmarsum en Wons (zie volgende afbeelding).

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

2

Figuur 1: Ligging plangebied

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

3

1.4

Huidig planologisch situatie

Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende plannen: Naam plan

Vastgesteld

Cornwerd

30-06-2009

Exmorra

30-06-2009 Exmorra- Dorpsstraat 94

Parrega

07-07-2011 22-09-2008

Parrega- Fietstunnels en paden N359

22-09-2008

Piaam

30-06-2009

Pingjum

30-06-2009

Schettens 2007

22-09-2008

Terp Schettens

07-07-2011

Schraard

30-06-2009

Witmarsum

30-06-2009

Witmarsum Mounewetter

14-12-2009

Witmarsum Oostend 17a

23-06-2011

Wons

30-06-2009

De geldende bestemmingsregelingen in de diverse bestemmingsplannen waren afgestemd op de toen aanwezige functies en bebouwing. Globaal ging het daarbij om de volgende functies: <0000> Wonen <0000> Maatschappelijke functies (scholen, kerken, dorpshuizen) <0000> Agrarische bedrijven <0000> Niet-agrarische bedrijven <0000> Sportvoorzieningen (buitensport) <0000> Groenvoorzieningen De bestemmingsplannen voor Cornwerd, Exmorra, Parrega, Schraard, Witmarsum en Wons kenden wijzigingsbevoegdheden voor de bouw van een beperkt aantal woningen. De ontwikkeling van deze locaties was overgelaten aan particulier initiatief. Geconstateerd kan worden dat hiervan geen gebruik is gemaakt. De in of aan de randen van de dorpen aanwezige agrarische bedrijven hebben in de geldende bestemmingsplannen mogelijkheden voor uitbreiding van de oppervlakte bebouwing. Geconstateerd kan worden dat daarvan niet of nauwelijks gebruik van is gemaakt.

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

4

1.5

Leeswijzer

De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen juridisch onderdeel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1

Inleiding

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

5

HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving Het plangebied bestaat uit 9 kernen. De kernen hebben ieder hun eigen functionele structuur, verkeerstructuur en ruimtelijke opzet. In dit bestemmingsplan vormen deze de belangrijkste planuitgangspunten. Dit hoofdstuk licht het zo veel mogelijk toe. Enkele opvallende aspecten worden daarbij nadrukkelijk besproken.

2.1

Functionele structuur

De binnen het plangebied gelegen gronden en gebouwen hebben overwegend een woonfunctie, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. Daarnaast zijn echter ook andere functies aanwezig. Deze zijn hierna toegelicht. 2.1.1 Bedrijvigheid Aan de noordoostkant van Witmarsum (aan de Arumerweg) bevindt zich een bedrijventerrein met een grote diversiteit aan bedrijven. Verder zijn in dit dorp nog een aantal verspreid liggende bedrijven gevestigd. Ook aan de noordkant van Parrega (aan de Trekweg) is een bedrijventerrein aanwezig. In het dorp Schraard is voornamelijk aan de westkant sprake van een concentratie van bedrijven. Ook is er in het midden van dit dorp (Dorpsstraat) nog een bedrijfskavel aanwezig. In de overige dorpen is sprake van een enkele verspreid liggende bedrijfskavel. In het algemeen kan worden gesteld dat de bedrijvigheid in de dorpskernen de afgelopen 10 jaar is teruggelopen. Bedrijven in de dorpen die wilden uitbreiden waren veelal niet in staat om deze uitbreiding te realiseren op de locatie binnen de dorpskern: of de ruimte was fysiek niet aanwezig, of de ruimte was vanwege de milieueisen niet aanwezig. Een aantal bedrijven zijn verplaatst naar bedrijventerreinen in grotere kernen.

De bedrijfspanden in de dorpskernen hebben vaak geen nieuwe bedrijfsmatige invulling gekregen en zijn nu bijvoorbeeld in gebruik als opslag of stalling/berging voor de aangrenzende woning. 2.1.2 Recreatiebedrijven In een aantal kernen van dit bestemmingsplan zijn recreatieve voorzieningen gevestigd. Daarbij gaat het vooral om recreatiebedrijven en verblijfsrecreatieve voorzieningen. Dit laatste betreft voornamelijk recreatiewoningen, campings en/of kampeerboerderijen. Hierbij horen onder meer de camping en de recreatiewoningen in Witmarsum. 2.1.3 Maatschappelijke voorzieningen Het onderwijs in de dorpen staat onder druk; in 2016 is de school in Wons gesloten en in 2018 is de school in Schettens gesloten. Binnen het plangebied waren (peildatum 1 oktober 2019) scholen aanwezig in de dorpen Exmorra (De Oerdracht, 27 leerlingen), Parrega (De Paadwizer, 72 leerlingen), Pingjum (It Leech, 26 leerlingen) en Witmarsum (De Utskoat, 75 leerlingen en De Bonkelder, 106 leerlingen). Voor de gehele gemeente geldt dat het aantal leerlingen de komende jaren (verder) daalt. Er zullen meer scholen onder de opheffingsnorm komen. In alle negen dorpen zijn één of meerdere kerken aanwezig. In vrijwel alle gevallen is bij de kerken ook een begraafplaats aanwezig. De kerken worden in steeds mindere mate

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

6

voor het oorspronkelijk doel gebruikt. Verschillende kerken worden in meer of mindere mate voor culturele evenementen gebruikt; de exploitatie en de instandhouding van de verschillende kerken, die in veel gevallen ook rijksmonument zijn, wordt financieel gezien een steeds groter probleem. 2.1.4 Horeca In de kernen zijn enkele horecavoorzieningen aanwezig. Deze liggen in de dorpscentra of langs de wegen met veel gemengde functies. Het gaat daarbij om horecavoorzieningen als restaurants, cafés en snackbars. In een enkel geval is echter sprake van een horecavoorziening buiten deze gebieden. Een voorbeeld daarvan is het restaurant De Nynkepleats in Piaam. 2.1.5 Gemengde functies In een aantal kernen is in het centrum of in het bebouwingslint vaak een menging van functies aanwezig. Daarbij is sprake van afwisselend woonfuncties, detailhandel, horeca, bedrijfjes of maatschappelijke voorzieningen. Deze functies bestaan van oudsher naast elkaar. In Witmarsum is bijvoorbeeld sprake van een centrum met gemengde functies. 2.1.6 Overige functies Er is nog steeds sprake van een forse schaalvergroting in de landbouw. Locaties in en direct grenzend aan de dorpen lenen zich gezien de milieu-hygiënische eisen niet voor intensieve bedrijven. Daar is dan ook meestal sprake van grondgebonden agrarische bedrijven met bijbehorende weilanden en/of akkers.

In het merendeel van de dorpen is geen detailhandel meer aanwezig. Momenteel kent alleen Witmarsum nog detailhandel in de vorm van een supermarkt. Wel is in meerdere dorpen sprake van een koppeling van detailhandel bij een bedrijf. In vrijwel alle dorpen sportvoorzieningen aanwezig. Meestal gaat het om een sportveld. De velden zijn voor meerdere sporten beschikbaar. In een enkel geval is sprake een (club)gebouwtje bij de sportvelden.

2.2

Verkeersstructuur

2.2.1 Wegen De inrichting van wegen vormt de basis voor een verkeersveilige, bereikbare en leefbare gemeente. Landelijk is afgesproken dat hiervoor het Duurzaam Veilig principe wordt toegepast. Hierin wordt onderscheid gemaakt in verkeersruimten en verblijfsgebieden. In de verkeersruimten krijgen vlotte autoverplaatsingen en bereikbaarheid prioriteit. In verblijfsgebieden zijn andere aspecten belangrijker. De doorstroming van het verkeer heeft een ondergeschikte rol ten opzichte van een aangenaam en veilig woon- en leefklimaat. Op basis van Duurzaam Veilig zijn er drie categorieën wegen: 1. Stroomwegen (verkeersruimte) vormen het landelijke- en regionale hoofdwegennet. Hier geldt een maximum snelheid van 120/130 of 100 km/u buiten de bebouwde kom en 70 km/u binnen de bebouwde kom.

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

7

2. Gebiedsontsluitingswegen (verkeersruimte) hebben een ontsluitende functie voor een groter gebied en regionale centra, en vormen een verbinding met de stroomwegen. Hier geldt een maximum snelheid van 80 km/u buiten de bebouwde kom en 50 km/u binnen de bebouwde kom. 3. Erftoegangswegen (verblijfsgebied) lopen direct van en naar de percelen, hoofdzakelijk bestemmingsverkeer, agrarisch verkeer, fietsers. Hier geldt een maximum snelheid van 60 km/u buiten de bebouwde kom en 30 km/u binnen de bebouwde kom.

Figuur 2: wegen GVVP definitief maart 2013 2.2.2 Vaarwegen De Vaarwegenverordening van de Provincie Fryslân is van toepassing op de vaarwegen en waterstaatswerken die in beheer en onderhoud zijn bij de provincie. In het kader van deze verordening is het verboden een werk te maken, op te richten of te hebben of de afmetingen van een bestaand werk te veranderen of in het algemeen enige handeling te verrichten waardoor in de plaatselijke toestand een wijziging wordt aangebracht. Door de dorpen Schettens, Parrega en Witmarsum lopen provinciale vaarwegen. 2.2.3 Openbaar vervoer De trein naar Leeuwarden vormt voor de gemeente Súdwest-Fryslân een belangrijke verbinding richting Groningen en het oosten van het land. De dorpen in het plangebied liggen niet direct aan deze spoorlijn. Vanuit Sneek en IJlst hebben de bewoners van de

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

8

dorpen wel toegang tot de trein. Voor de dorpen in het plangebied is daarnaast de spoorlijn Harlingen-Leeuwarden (stations in Harlingen) goed bereikbaar. Binnen de gemeente is de provincie Fryslân opdrachtgever voor het openbaar vervoer. Het huidige netwerk van openbaar vervoer is opgebouwd uit: <0000> Trein; <0000> Lijnbus hoge frequentie; <0000> Lijnbus lage frequentie; <0000> Belbus; <0000> Buurtbus In de volgende afbeelding zijn de bestaande openbaar vervoerslijnen binnen de gemeente zichtbaar gemaakt.

Figuur 3: openbaar vervoer GVVP definitief maart 2013

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

9

2.3

Stedenbouwkundige opzet

2.3.1 Cornwerd Cornwerd, voor een groot deel beschermd dorpsgezicht, is een terpdorp en ontstaan rond het begin van de jaartelling op een kwelderwal. De terp werd begin 20e-eeuw deels afgegraven. De structuur van het dorp wordt bepaald door de terp met de kerk, de daaromheen liggende boerderijbebouwing en enkele woningen. In de loop van de 19e eeuw is enige lintbebouwing langs de Dorpsweg ontstaan die zich heeft uitgebreid in de richting van het huidige IJsselmeer. Centraal ligt de kerk geflankeerd door drie forse boerderijen en enkele kleinere panden. Langs de Dorpsweg is aan de zuidzijde de oude lintbebouwing aangevuld met een paar nieuwere woningen die op ruime afstand van de straat zijn gebouwd en daarmee duidelijk afwijken van de historisch gegroeide rooilijn. Een opvallend gebouwencomplex ligt aan de zuidzijde van het dorp. Hier staat een pand voorzien van een forse toren. Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e eeuw. Incidenteel komen andere bouwstijlen of kenmerken van bouwstijlen voor. 2.3.2 Exmorra Exmorra is een terpdorp ontstaan in de middeleeuwen en ligt aan de oostelijke zijde van het voormalige Makkumermeer, nu Makkumermeerpolder. Tijdens diverse stormrampen in de middeleeuwen zijn de grote meren ontstaan. De eerste vaste bewoning vond plaats op de hoger gelegen delen in het gebied, op terpen.

Exmorra is gelegen in de aandijking van de hempolder “Exmorrahem", waarin de bestaande terpen werden opgenomen. Aanvankelijk lag de nederzetting lager, maar bij het toenemen van de invloed van de zee werd de woonplaats verhoogd. De inwoners van Exmorra waren gericht op de visserij en scheepvaart. Deze beroepstakken kwamen in gevaar met het ontstaan van de Makkumermeerpolder. Daarna werd de landbouw meer van belang. De terp ligt centraal in het dorp en de kerk is een bepalend element. Rondom de kerk is een bebouwingsstructuur ontstaan van vooral woonhuizen en daaraan gerelateerde bedrijvigheid. Verder liggen er binnen het gebied enkele boerderijen. Het bebouwingsbeeld van de dorpskern wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e eeuw. Incidenteel komen andere bouwstijlen of kenmerken van bouwstijlen voor zoals de woningbouw aan de zuidwestkant van de kern. Daar heeft vooral een uitbreiding van het dorp plaatsgevonden in de vorm van een woonbuurt. Er zijn onder meer typische woningblokken uit de wederopbouwperiode gebouwd, maar ook vrijstaande woningen. De rand van het dorp wordt vooral gekenmerkt door vrijstaande woningen zonder veel eenheid in verschijningsvorm; typerend voor de periode vanaf de jaren ’90 waarin veel woningen op basis van particulier opdrachtgeverschap zijn gebouwd.

2.3.3 Parrega Parrega is een terpdorp ontstaan in de middeleeuwen. Parrega was tot de zeventiende eeuw aan de westoever van een natuurlijk water gelegen; de Ie. In 1609 is de trekvaart tussen Bolsward en Workum gegraven, waarbij de Ie gekanaliseerd werd. Aan de westkant grensde Parrega aan het Parregaastermeer dat tot de 19e eeuw tussen het Workumermeer en het Makkumermeer in lag. Visserij was een belangrijke bron van

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

10

inkomsten. Met als achtergrond de opkomst van de veeteelt werden rond 1880 deze meren drooggelegd. De oudste bebouwing van Parrega is op en rond de terp gerealiseerd. Anders dan bij veel andere terpdorpen is vervolgens geen concentrisch dorp ontstaan. Het is het water geweest van de Ie en later de Workumer Trekvaart die de dorpsstructuur is gaan bepalen. Bebouwing is ontstaan aan het jaagpad dat langs de westoever van de Trekvaart liep. Rond de kerk is wel een kern aanwezig maar typerend voor Parrega is het langgerekte lint langs de trekvaart. De aanleg van de Horstweg is later aanleiding geweest om vanaf de brug in oostelijke richting woningen te bouwen. Ten zuiden van deze lintbebouwing is een meer recente woonbebouwing gerealiseerd met daar tussenin de open ruimte van de ijsbaan. 2.3.4 Piaam Piaam is een terpdorp ten zuiden van Makkum en is ontstaan in de middeleeuwen. Piaam is in zijn geheel een beschermd dorpsgezicht. Het dorp ligt direct aan de IJsselmeerkust. Gelegen op een zavelige kwelderwal langs de kust is Piaam een karakteristiek voorbeeld van een klein terpdorp. De ruimtelijke structuur met de radiale verkaveling is niet verstoord en komt nog overeen met de situatie van begin 19e eeuw. De radiale ruimtelijke structuur wordt ondersteund door bomen. Het dorp heeft een groene uitstraling door de boomwallen, de heggen en het grasland er omheen.

De huizen en boerderijen liggen rondom de kerk. Aan de zuidzijde van het dorp is de terp deels afgegraven. Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e eeuw. Incidenteel komen jongere invullingen voor zoals aan de noordkant van het dorp. 2.3.5 Pingjum Pingjum is een terpdorp met blokvormige verkaveling, ontstaan in de vroege middeleeuwen op de zuidelijke kwelderwal van de Marneslenk. De dorpskom van Pingjum is een beschermd dorpsgezicht. In de 17e eeuw kreeg het dorp ten zuiden en westen van de Hervormde kerk een dicht bebouwde langgerekte structuur (Grote- en Kleine Buren); aan de oostzijde, langs de Pingjumer Vaart (Burenlaan), ontstond een op de haven georiënteerde bebouwing. Via deze vaart is het dorp verbonden met de Bolswardervaart. In 1855 werd een nieuwe grindweg aangelegd naar Witmarsum (huidige Mulierlaan). Uitbreiding van de bebouwing vond in deze tijd plaats in de vorm van de bouw van het diaconiehuis met een zestal woninkjes langs de noordelijke begrenzing van het kerkhof in 1861. In de tweede helft van de 19e eeuw vond de uitbreiding in zuidelijke richting plaats. Er verrezen ten zuidwesten van de Kleine Buren kleine deels aaneen gebouwde arbeiderswoningen. De panden aan de Grote Buren direct ten zuiden en westen van de kerk zijn wat groter van schaal en voornamer van karakter.

Bepalend voor de ruimtelijke structuur van Pingjum zijn vooral het stratenpatroon, gevormd door de Grote Buren en de Kleine Buren, en de situering van de kerk, gelegen op het snijpunt van dit stratenpatroon op het hoogste punt van de dorpsterp. De dorpsstructuur kent een scherpe begrenzing van de oost- en westzijde door twee wegen die haaks op de hoofdas van de Grote Buren staan. Aan de zuid- en de oostkant wordt de dorpskom begrensd door de Pingjumervaart. Het bebouwingsbeeld van het dorp wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e en begin 20e eeuw. Incidenteel komen jongere invullingen voor zoals aan de noordkant van het dorp.

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

11

Aan de noordzijde kent het dorp een aantal woningen die typerend zijn voor de wederopbouwperiode. De meer recente (individuele) woningbouw bevindt zich vooral aan de zuidrand van het dorp. 2.3.6 Schettens Schettens is een terpdorp gelegen op een kwelderwal van de Marneslenk in een rij van terpen. De terp is grotendeels afgegraven. Alleen in de omgeving van de Nederlands-Hervormde kerk is de terp nog zichtbaar. De bebouwing in het dorp ligt nagenoeg geheel als een lint langs de Van Osingaweg, die het dorp van noord naar zuid doorsnijdt. Aan de zuidzijde van het dorp heeft zich enige bedrijvigheid ontwikkeld met wat grotere bouwvolumes. Aan de oostzijde van de zuidelijke lint is een nieuw woonbuurtje gerealiseerd met vooral individuele woningen. Het oude hart van het dorp omvat het restant van de terp, waarop de kerk, de boerderij Scertinghestate, het dorpshuis “De Terp” en enkele woningen zijn gesitueerd. Op de terp ligt ook een parkeerterrein. Ter hoogte van de brug is een kleine aanlegplaats voor kano's. Het bebouwingsbeeld van de kom wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e eeuw. Incidenteel komen andere bouwstijlen of kenmerken van bouwstijlen voor. 2.3.7 Schraard Schraard is een terpdorp met een radiale structuur. Het dorp is, net als Schettens, ontstaan in de vroege middeleeuwen op een kwelderwal van de Marneslenk.

Schraard is een beschermd dorpsgezicht. Het dorp ligt op een driesprong van waterlopen die de terp begrenzen. Opvallend is het landelijke karakter van de westzijde van de terp waar grotere boerderijen omringd worden door erven en agrarische percelen. Dit in contrast met het terpdeel ten oosten van de kerk. De bebouwing is daar kleinschaliger, compacter en op radiale wijze gericht op de omringende vaart. Buiten de terp ligt nog een klein cluster bebouwing aan de oostzijde van de vaart. Voor het overige betreft het boerderijen en molens op enige afstand van de terp. Binnen de bebouwingsstructuur is de oorspronkelijke tweedeling met een open agrarische structuur aan de westkant en een compacte besloten structuur aan de oostkant helder afleesbaar, zij het dat een gedeelte van de aanvankelijk open ruimte ten noorden van de kerk is bebouwd. De oostzijde van het dorp kent nog steeds een besloten en kleinschalig karakter. Typerend is de aan het water gesitueerde bebouwing met vooral aan de noord- en oostkant verspringende rooilijnen. De oriëntatie van de meeste bebouwing is in afwijking van de vroegere situatie gericht op de wegen en paden. 2.3.8 Witmarsum Witmarsum is ook één van de terpdorpen gelegen op een kwelderwal van de Marneslenk in een rij van terpen. Ter plaatse van Witmarsum werd de kwelderwal doorsneden door een aantal kreken.

Eén kreek bestaat nog in de vorm van de Witmarsumervaart. De vaart kruist de Arumerweg/Kerkplein/Van Aylvaweg vlakbij de terp. De terp heeft met de aanleg van de dijken zijn functie als geconcentreerde bouwplaats verloren, waardoor het dorp zich langs de vaar- en uitvalswegen verder kon ontwikkelen. De Molenweg en de Witmarsumervaart hebben nog hun oorspronkelijke schaal en beloop. De oude bebouwing ten noorden van de kerk op de terp is grotendeels verdwenen. De omgeving van de kerk en Kaatsplein vormen het historische hart van Witmarsum met nog vele kenmerken van de vroegere bouwwijzen, straatinrichtingen en

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

12

groenbeplantingen. Er is hier sprake van een menging van de woon- en winkelfunctie. Woningen en winkels staan vaak pal naast elkaar, soms gescheiden door een smalle steeg. De bebouwing bestaat voornamelijk uit panden met één bouwlaag en duidelijke kap. Een enkele maal komt bebouwing in twee bouwlagen met kap voor. De plaatsing in de voorgevelrooilijn is bepalend voor de schaal van de buitenruimte. De kerk en de daarom heen liggende groene ruimte van de begraafplaats vormen een bijzonder element in het centrum. Aan de Molenweg staat molen De Onderneming, een achtkante stellingmolen die in gebruik is als koren- en pelmolen. Het bijgebouw bij de molen wordt gebruikt voor de instructie van leerlingmolenaars en doet dienst als ontvangstruime voor belangstellenden en toeristen. Het woonzorgcomplex Van Aylvastate heeft een andere schaal dan de bebouwing in de kern. Het complex telt meerdere bouwlagen en is georiënteerd op de nieuwbouwwijk de Dôle ten zuiden van Witmarsum. Een ander opvallend gegeven in het centrum van Witmarsum betreft het gebouwencomplex van de firma Hogenhuis. Voor Witmarsum is ook het kerkhof met de omringende haag- en boombeplanting, het hekwerk en de nabijheid van het water belangrijk. De groei van het dorp aan de noordwestzijde is beperkt door de aanwezigheid van de doorgaande weg naar Makkum.

Aan de noordoostzijde is die weg wel ‘overgestoken’ met de ontwikkeling van een bedrijventerrein dat wat solitair in het open landschap ligt. De woonbuurten hebben zich voornamelijk aan de zuidzijde van de oude kern ontwikkeld. De periode van die ontwikkeling is duidelijk waarneembaar in de architectuur van de woningen. Zo zijn er nog enkele waardevolle buurtjes uit de periode eind 19e/begin 20e eeuw aanwezig en zijn er ook nog een aantal straten met typische wederopbouw-woningblokken. De recente woonbuurten met deels projectmatige bouw en deels individuele bouw liggen aan de zuidkant van het dorp. Een recreatiecomplex ligt aan de zuidoostzijde van het dorp (camping, zwembad, recreatiewoningen en sportvoorzieningen). 2.3.9 Wons Wons is een terpdorp ontstaan in de vroege middeleeuwen. De terp is deels afgegraven. De achtkantige kerk op de terp is een gezichtsbepalend element in het dorp. Rondom de terp staan diverse (karakteristieke) panden waaronder een voormalige school, (voormalige) winkels, woonhuizen en boerderijen. Kenmerkend in de structuur van Wons is het groene karakter en de vele open plekken. Opmerkelijk in de oude kern zijn de veel voorkomende hagen, die fungeren als perceelsafscheiding en als begeleiding van de wegenstructuur. Een vrij recente uitbreiding heeft plaatsgevonden aan de noordwestzijde van het dorp.

Afgescheiden van het dorp door een sport-/speelveld zijn nieuwe woningen gebouwd. Dit buurtje ligt vrij solitair in het open landschap en heeft weinig relatie met de oorspronkelijke dorpsstructuur.

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

13

HOOFDSTUK 3 Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting voor keuzes, inspireert, stelt kaders en zorgt voor een integrale aanpak van strategische opgaven in de fysieke leefomgeving. Vier prioriteiten staan centraal: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI stelt een integrale aanpak voor, waarbij samengewerkt wordt met andere overheden en maatschappelijke organisaties. De opgaven rond wonen, klimaat, energie, circulaire economie, verkeer en vervoer en landbouw zijn zo groot en ingewikkeld dat meer sturing vanuit het Rijk nodig is. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Het rijk heeft de volgende inhoudelijke keuzes vastgelegd in de NOVI: 1. een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; 2.

de transitie van de energievoorziening, bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor de omgevingskwaliteit; 3. de transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland; hiermee stuurt het rijk op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; 5. concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en behoud van de openheid van het landschap; 6. herindeling van het landelijk gebied in evenwicht met natuur en landschap. Werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw. Met het voorliggende bestemmingsplan worden geen rijksbelangen geraakt. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de "ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

14

duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Aangezien het voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is de ladder voor duurzame verstedelijking niet relevant voor dit bestemmingsplan. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het "Besluit algemene regels ruimtelijke ordening" (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en inpassingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: 1. rijksvaarwegen; 2. mainportontwikkeling Rotterdam; 3. kustfundament; 4. grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie 7. hoofdwegen en landelijke spoorwegen 8. elektriciteitsvoorziening; 9. buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. ecologische hoofdstructuur; 11. primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. ruimtereservering parallel Kaagbaan. Het plangebied maakt deel uit van het zogenaamde waddengebied.

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied en dat gebruik of bebouwing mogelijk maakt, die afzonderlijk of in combinatie met ander gebruik of andere bebouwing significante gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, wordt een beoordeling gemaakt van de gevolgen voor die kwaliteiten van het gebied. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied maakt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan geen nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel wijziging van bestaand gebruik of bestaande bebouwing mogelijk die significante negatieve gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. Als gebruik of bebouwing met significante negatieve gevolgen wordt in ieder geval aangemerkt gebruik dat of bebouwing die de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten aantast of bedreigt. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied en dat het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk maakt in het stedelijk gebied, dient regels te bevatten

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

15

die ertoe strekken dat de maximaal toelaatbare bouwhoogten aansluiten bij de hoogte van de bestaande bebouwing. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe (stedelijke) ontwikkelingen mogelijk maakt, is er geen sprake van negatieve gevolgen voor de Waddenzee. De overige van de hierboven opgesomde nationale belangen zijn geen onderdeel van dit bestemmingsplan. 3.1.4 Water Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Súdwest-Fryslân in het stroomgebied van de Rijn Noord valt. In het stroomgebiedbeheerplan van de Rijndelta staan de doelen en bijbehorende maatregelen om een goede toestand van oppervlakte- en grondwater te bereiken. Waterwet De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen.

Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). Wanneer sprake is van ruimtelijke plannen, worden deze overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf staat welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

16

Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkomen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: <0000> het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; <0000> verbetering van de waterkwaliteit.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Streekplan Fryslân Op 13 december 2006 hebben Gedeputeerde Staten het “Streekplan Fryslân 2007”, genaamd ‘Om de kwaliteit fan de romte’, vastgesteld. Het streekplan geeft de visie van Gedeputeerde Staten op het ruimtelijk beleid van de provincie weer. Het streekplan gaat vergezeld met een ‘strategische milieubeoordeling’, een milieurapport dat op grond van een nieuwe Europese richtlijn is opgesteld. Als centraal uitgangspunt voor het ruimtelijke beleid kiest de provincie voor een ondeelbaar Fryslân met ruimtelijke kwaliteit. Een ondeelbaar Fryslân benadrukt dat stad en platteland elkaar nodig hebben en elkaar ondersteunen. Een Fryslân met ruimtelijke kwaliteit benadrukt het bovenlokale belang bij het instandhouden en verder ontwikkelen van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte. Deze drie waarden waarborgen op de langere termijn een doelmatig gebruik en herkenbaarheid van de ruimte. Het betekent ook een ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. Bij een duurzame ontwikkeling wordt voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarbij de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen.

De provincie wil deze doelstellingen koppelen aan een krachtige sociaaleconomische ontwikkeling in een leefbare omgeving, waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op de instandhouding en het verder ontwikkelen van aanwezige bodem-, water-, landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten. 3.2.2 Grutsk op 'e Romte Het streekplan bevat een beschrijving van de kernkwaliteiten van cultuurhistorisch erfgoed en landschap. Daarin wordt ook een nadere uitwerking en waardering van deze kernkwaliteiten aangekondigd. Deze zijn verder uitgewerkt in de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte (2014).

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

17

In deze visie worden verschillende deelgebieden onderscheiden, met ieder een eigen cultuurhistorische en landschappelijk karakter. Alle kernen liggen daarbij (deels) in het Kleigebied Westergo, een deel van Witmarsum ligt in het (Middelzee- en) Marnegebied. Per gebied wordt in deze visie de kernkwaliteiten genoemd die een provinciaal belang hebben. Vanuit de visie zijn voor het plangebied de volgende kernkwaliteiten van belang binnen de gebieden: Kleigebied Westergo Een kenmerk van dit gebied is dat hier sprake is van een overgangszone van het kleinaar het veengebied. In Westergo kenmerkt deze zone zich door de aanwezigheid van (onzichtbare) (veen)terpen en ontginningssporen, hemdijken, droogmakerijen en het begin van de opstrekkende verkaveling van het veen. Daarnaast is ook de aanwezigheid van de waterlopen een belangrijk kenmerk. Tot slot gaat het om de relatie tussen de vorm van de nederzettingen, het type landschap, het grondgebruik en de infrastructuur. Bij de nederzettingen is sprake van een fijnmazige en onregelmatige dorpsstructuur. De provincie zet in op het behoud van deze kenmerken. Marnegebied Een belangrijk kenmerk in het Marnegebied is de openheid van de voormalige Marneslenk, die begrensd wordt door de verdichtingen op de kwelderwallen (wegenaanleg op dijken, dorpen).

Een ander cultuurhistorisch waardevol kenmerk is de dijkloop van de Pingjumer Gouden Halsband, die onder meer langs/door Pingjum en Witmarsum loopt. Tot slot zijn de waterlopen in de vorm van oude prielen (fijne vertakking), gekoppeld aan de slenk een zichtbaar landschappelijk kenmerk. Een voorbeeld hiervan is de Pingjumerfeart. In dit bestemmingsplan is de geldende juridische regeling overgenomen. Nieuwe ontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt, tenzij hiervoor in een eerder stadium al een afweging heeft plaatsgevonden. Deze passen binnen de kernkwaliteiten zoals opgenomen in de visie Grutsk op ‘e Romte. Waar mogelijk en nodig worden de kernkwaliteiten in dit bestemmingsplan beschermd 3.2.3 Verordening Romte Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening is in werking getreden op 1 augustus 2014. De verordening uit 2011 is hiermee integraal herzien. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als onvoldoende aan die zienswijze tegemoet wordt gekomen. Het streekplanbeleid is in het kader van de verordening voorzien van concrete beleidsregels.

In de verordening is onder meer de grens tussen het buitengebied en het stedelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het buitengebied. Vanuit de verordening zijn de volgende onderwerpen voor het plangebied van belang: Bestaand bebouwd gebied en kernenstructuur

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

18

De bebouwde kom van de dorpen maakt over het algemeen volledig deel uit van bestaand bebouwd gebied. Hierin zijn onder meer inbreidingsontwikkelingen mogelijk. De kernen in het plangebied zijn allemaal aangewezen als ‘overige kern’. Dit heeft gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van onder meer bedrijvigheid. Bij overige kernen is een bedrijf in de milieucategorieën 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1, 5.2, 5.3 of 6 niet toegestaan. Bestaande bedrijven(terreinen) met een dergelijke categorie kunnen blijven bestaan, ten opzichte van nieuwe bedrijven is de provincie terughoudend. Ditzelfde geldt voor uitbreiding van het aantal woningen buiten bestaand bebouwd gebied. Natuur Direct in en rond de kernen in het plangebied van dit bestemmingsplan zijn verschillende gebieden aangewezen als ‘natuur buiten de EHS’. Voor deze gebieden gelden minder strenge voorwaarden dan voor de gebieden die vallen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). De gebieden moeten wel een passende bestemming krijgen, waarbij vooral gericht wordt op behoud, herstel of ontwikkeling van de natuurwaarden. Daarmee is in dit bestemmingsplan rekening gehouden, voor zover een als zodanig aangewezen gebied in het plangebied ligt. Het IJsselmeergebied hoort bij het NNN, maar ligt buiten het plangebied en heeft dan ook geen gevolgen voor dit bestemmingsplan.

Reserveringszones versterking primaire waterkeringen Een zone rondom de dijk langs het IJsselmeer is aangeduid als reserveringszone voor versterking van de primaire waterkering (buiten aaneengesloten bebouwd gebied). Dit is onder meer bij Piaam van toepassing in het plangebied. Binnen deze zone is nieuwbouw en uitbreiding van bestaande bebouwing alleen toegestaan wanneer hiermee geen onomkeerbare belemmering voor de mogelijke dijkversterking optreedt. Een overleg met en advies van de beheerder van de dijk is hiervoor altijd noodzakelijk. De gevolgen voor dit bestemmingsplan staan beschreven in paragraaf 4.7 Water. Weidevogelgebieden In en rond de kernen van het plangebied zijn meerdere gebieden aangewezen als weidevogelkansgebieden. Dit zijn gebieden, die bestaan uit ruime en open gebieden (zichtafstand > 400 m) met voldoende rust en waarin gevarieerde graslanden liggen. Ze zijn aangewezen op basis van de Weidevogelnota 2014-2020. Ten zuiden van Witmarsum is een gebied aangeduid als weidevogelparel. Hiervoor moet een regeling worden getroffen die voorziet in het behoud van voldoende openheid en rust. Verstorende ontwikkelingen zijn in deze gebieden niet toegestaan. Agrarische ontwikkelingen zijn wel mogelijk, omdat de agrarische functie mede bepalend is voor de geschiktheid van een gebied voor weidevogels.

Nieuwe agrarische bouwpercelen zijn niet zonder meer toegestaan, daarbij moet de invloed op het weidevogelgebied altijd afgewogen worden. Voor dit bestemmingsplan heeft dit geen gevolgen, omdat de bestaande situatie voorzien wordt van een actuele regeling. Ganzenfoerageergebieden Op 1 november 2014 is de Fryske guozzenoanpak van de Provincie Fryslân van kracht geworden. Het doel van de aanpak is om vraatschade van ganzen te beperken tot aangewezen gebieden, de zogenaamde ganzenfoerageergebieden. Hiervan is in het plangebied sprake in de gebieden tussen IJsselmeerdijk, A7 en de kernen Wons en

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

19

Schettens. Provinciale Staten hebben op 27 februari 2019 besloten om de looptijd van de Fryske Guozzeoanpak te verlengen tot en met 2023. In de winterperiode kunnen de ganzen ongestoord rusten en grazen in deze ganzenfoerageergebieden. De deelnemende agrariërs ontvangen een vergoeding voor de geleden schade en een deelnemersvergoeding per hectare deelnemend land. Ganzen die zich buiten de foerageergebieden bevinden mogen worden verjaagd door jagers en de agrariërs. Het beleid is gericht op het behoud van het agrarisch gebied als ganzenfoerageergebied. Dit heeft als gevolg voor dit actualisatieplan dat de agrarische gronden opnieuw als zodanig worden bestemd. Alleen bij nieuwe ontwikkelingen in deze gebieden vindt een specifieke toetsing aan het beleid plaats. 3.2.4 Regionale bedrijventerreinenplan De Verordening Romte gaat uit van de aanwezigheid van (regionale) bedrijventerreinenplannen. Dit bedrijventerreinenplan geeft invulling aan de eis dat een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein kan bevatten, wanneer dit qua oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft (art. 4.1.1.). Voor de regio Zuidwest Fryslân is een bedrijventerreinenplan opgesteld.

In het plan zijn alle nieuwe dan wel uit te breiden bedrijventerreinen met een oppervlakte van 1 hectare of meer opgenomen. Het betreft vooral terreinen bij stedelijke en regionale centra en bedrijfsconcentratiekernen, waar op grond van het Streekplan bedrijventerrein op voorraad mogelijk is. Voor terreinen kleiner dan 1 hectare, meestal gelegen bij de ‘overige kernen’ is aanvullend ruimte, maar dan via een afzonderlijke afweging en procedure. In de raming van de behoefte en bij de planning van nieuwe terreinen is in het bedrijventerreinenplan rekening gehouden met revitalisering, invulling van nog beschikbare ruimte op bestaande terreinen en met zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee is invulling gegeven aan toepassing van de SER-ladder op regionaal niveau: de mogelijkheden om ruimtewinst te boeken op alle bestaande terreinen in de regio zijn verdisconteerd in het totale regionale programma. Daarmee is voor elk plan voor een nieuw of uitbreiding van bestaand terrein voldaan aan die bepaling uit de Verordening Romte met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. Het bedrijventerrein De Potstal in Witmarsum is in dit bestemmingsplan opgenomen. In het bedrijventerreinenplan is te lezen dat nog 0,31 hectare uitgeefbaar is.

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

20

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 1.0 `Oars tinke yn Súdwest' (2021)

De gemeenteraad heeft op 29 april 2021 de Omgevingsvisie 1.0 ‘Oars tinke yn Súdwest’: samenwerken aan een gezonde leefomgeving’ vastgesteld. De Omgevingsvisie 1.0 voldoet aan de artikelen 4.9 en 4.10 van de Invoeringswet Omgevingswet. In de overgangswetgeving Omgevingswet, krijgt een structuurvisie op basis van de Wro automatisch de status van een Omgevingsvisie op basis van de Omgevingswet wanneer deze van kracht wordt. Deze visie is tot stand gekomen met de inwoners en ketenpartners van Súdwest Fryslân. De Omgevingsvisie 1.0 schetst de hoofdlijnen van de ontwikkelingsrichting voor de woon- werk- en leefomgeving op de langere termijn. De Omgevingsvisie helpt om keuzes te maken bij ontwikkelingen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden en nodigt uit tot ontwikkelingen. Met deze Omgevingsvisie kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. De Omgevingsvisie 1.0 bestaat uit vijf thema’s: 1. Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving; 2. Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap; 3. Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden; 4. Vitaal en aantrekkelijk landschap; 5. Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief. In de Omgevingsvisie 1.0 is een koppeling gelegd met de 17 duurzame ontwikkeldoelen (Sustainable Development Goals) zoals die wereldwijd worden gehanteerd.

De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie 1.0 de kaders op hoofdlijnen voor toekomstige ontwikkelingen vastgesteld. De maatregelen om de vastgestelde thema uit te kunnen werken worden beschreven in, samen met de ketenpartners, op te stellen omgevingsprogramma’s. Dit om de ambities uit de Omgevingsvisie 1.0 dichterbij te brengen. Het College van B&W stelt de omgevingsprogramma’s vast. Zoals in de thema-onderdelen van de Omgevingsvisie benoemd, worden de volgende omge-vingsprogramma’s opgesteld: <0000> Gezond Wonen <0000> Omgevingskwaliteit <0000> Vitaal landschap <0000> Klimaatmitigatie <0000> Klimaatadaptatie In het plangebied worden geen ontwikkelingen voorzien, die niet al eerder afgewogen zijn. Het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter en tast de bestaande omgevingswaarden niet aan. 3.3.2 Antennebeleid 2012 De gemeenteraad heeft in haar vergadering van 18 oktober 2012 het “Antennebeleid gemeente Súdwest-Fryslân” vastgesteld. Dit beleid wordt binnenkort geactualiseerd.

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

21

De volgende gebieden komen als eerste in aanmerking voor plaatsing: <0000> bestaande masten; <0000> bedrijventerreinen; <0000> sportparken en hoogbouw; <0000> langs of nabij infrastructuur en dan bij voorkeur bij kunstwerken. Ten aanzien van de omgeving gelden de volgende criteria: <0000> Aansluiting op bestaande masten en gebouwen. Door gebruikmaking van bestaand verticale kunstmatige elementen zoals hoge gebouwen en torens kan de inbreuk op de bestaande ruimtelijke kwaliteit tot een minimum beperkt worden; <0000> Aansluiting op de visueel ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; <0000> Antenne-installaties mogen de architectuur en de specifieke architectonische kenmerken niet aantasten; <0000> Afstemming van de maat, schaal en oriëntatie van de antenne-installatie op (die van de bestaande bebouwing in) de omgeving; <0000> Er dient rekening gehouden te worden met de situering ten opzichte van cultuurhistorische waarden en objecten; <0000> Inpassing van de antenne-installatie binnen het landschapstype; <0000> Rekening houden met/aansluiten op bestaande landschappelijke patronen en op elementen in het landschap; <0000> Aangeven van de mogelijkheden om (in de ruime omgeving) door toepassing van beplanting de visuele aantasting te verminderen.

Voor antenne-installaties hoger dan 5 meter is een omgevingsvergunning nodig (dit geldt niet voor de installaties voor het communicatiesysteem C2000). Ook voor het bouwen van antenne-installaties kleiner dan 5 meter op gemeentelijke-, provinciale- en rijksmonumenten of in beschermde stads- of dorpsgezichten is voor de activiteit bouwen van een bouwwerk een omgevingsvergunning vereist. 3.3.3 Bomenbeleidsplan (2012) Op 13 december 2012 heeft de gemeenteraad het bomenbeleidsplan vastgesteld, het beleidsplan is van kracht gegaan op 1 januari 2013 voor de gehele gemeente. In het beleidsplan is het kapbeleid van de gemeente vereenvoudigd, zonder dat dit te koste gaat van waardevolle boomstructuren, groenclusters en aangewezen bomen. De aanleiding voor een bomenbeleidsplan waren de verschillende kapregelgevingen van de voormalige fusiegemeenten en de wens om de kapregelgeving te dereguleren. Voor het kappen van bomen, zowel particulier als gemeentelijk bomen, moest voorheen een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Door de kapregelgeving te dereguleren, hoeft men voortaan alleen een vergunning aan te vragen voor het kappen van waardevolle bomen, boomstructuren en groenclusters. Om het waardevol groen goed te kunnen weergeven, zijn er kaarten gemaakt voor enkele dorpen en steden waar de bomen een belangrijke bijdrage aan de leefomgeving vertegenwoordigen.

Voor de binnen het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan gelegen dorpen zijn deze kaarten niet gemaakt. Om individuele waardevolle bomen te kunnen beschermen is er door de gemeente een bomenregister opgesteld. Het bomen register is een dynamische lijst waaraan bomen

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

22

kunnen worden toegevoegd of verwijderd. Om een boom aan te melden voor het register zal deze moeten voldoen aan één of meer van de opgestelde beoordelingscriteria. De aanmelding kan worden gedaan door zowel particulieren als de gemeente. De bomen op het bomenregister mogen niet worden gekapt tenzij er een algemeen maatschappelijk belang (overlast, onveiligheid, etc.) tegenop weegt. De beoordelingscriteria voor het aanmelden van een boom tot het bomenregister zijn als volgt: Bomen in Cornwerd, Exmorra, Parrega, Piaam, Pingjum, Schettens, Schraard, Witmarsum en Wons zijn in het bomenregister opgenomen (peildatum 2019). Het meest actuele bomenregister is raadpleegbaar op de gemeentelijk website. Voor de bomen hoeft in dit bestemmingsplan geen specifieke regeling opgenomen te worden, omdat het beleid hiervoor voldoende bescherming biedt. 3.3.4 Detailhandelsstructuurvisie Een goed gemeente dekkend beleidskader voor detailhandel in de gemeente wordt door de raad en het college als noodzaak ervaren. De lastige economische omstandigheden en de vele snelle ontwikkelingen als internet, schaalvergroting en leegstand vragen om een duidelijke visie en uitvoering van de gemeente en andere partijen. Daarnaast is het gewenst dat nieuwe concrete plannen op integrale manier en in samenhang kunnen worden beoordeeld. Daarom is de “Detailhandelsstructuurvisie Súdwest-Fryslân” vastgesteld.

In de raadsvergadering van 4 juli 2019 is een herijking van de visie vastgesteld. De detailhandelsstructuurvisie heeft een aanjaagfunctie en biedt een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. In het beleid staat de toegankelijkheid van voorzieningen voorop. Hoofddoelstelling is dat inwoners van alle kleine kernen op aanvaardbare afstand (< 5 km) detailhandels-voorzieningen beschikbaar hebben en dat deze ook goed toegankelijk voor hen zijn. In de praktijk ligt hier dus een rechtstreekse koppeling met het streven naar een volwaardig pakket aan voorzieningen in de steden Sneek, Bolsward, en de regionale kernen (zoals Witmarsum, Makkum en Koudum). Bij de toegankelijkheid horen ook zeker concepten als thuisbezorgen van boodschappen door supermarkten. Bij toegankelijkheid wordt ook nadruk gelegd op een goede digitale toegankelijkheid die steeds belangrijker wordt. De gemeente zet hier vol op in en legt de relatie met krimp- en leefbaarheidsdossier en het kernenbeleid. Hierdoor is ook vanuit het rijk en provincie volop aandacht en komen naar verwachting ook middelen beschikbaar. Súdwest-Fryslân kent vele kernen zonder enige detailhandel of met een zeer minimaal detailhandelsaanbod. Van de 9 kernen in dit bestemmingsplan heeft alleen Witmarsum een dorpssupermarkt. In de andere kernen is geen detailhandel (meer) aanwezig.

Behoud van voorzieningen in kleine kernen zal vooral moeten worden gezocht in de slimme combinatie van functies. In tegenstelling tot grotere winkelkernen is de detailhandelsstructuur in kleine kernen veel minder relevant. Bij mogelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld de vestiging van een winkel die ruimtelijk inpasbaar is, biedt de gemeente in faciliterende zin mogelijkheden. Hiermee willen we nadrukkelijk ook zoveel mogelijk aanknopingspunten bieden voor het tegengaan van leegstand van winkelpanden. 3.3.5 Agenda duurzame ontwikkeling In juli 2018 is de ‘Agenda Duurzame Ontwikkeling’ vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Súdwest-Fryslân staat net als andere overheden voor een grote opgave op

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

23

het gebied van duurzame ontwikkeling. We werken toe naar een energie- en klimaatneutrale samenleving met een circulaire economie. De Agenda omvat een groot aantal uiteenlopende ambities die als kader dienen voor de komende jaren, variërend van alle woningen energieneutraal in 2030 tot 100% afvalvrije festivals. De agenda richt zich op 5 specifieke onderdelen: 1. Anders Wonen 2. Anders van A naar B 3. Anders Produceren 4. Anders Energie opwekken 5. Zelf Anders

Figuur 4: aanpak programma duurzame ontwikkeling Voor 5 genoemde onderdelen is een concrete agenda vastgesteld en zijn ambities geformuleerd. Medio 2020 wordt de Klimaatagenda 2020 aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden. Hierin staat klimaatadaptie en biodiversiteit centraal. 3.3.6 Erfgoednota Met het vaststellen van de 'Erfgoednota 2021-2026 Cultureel Erfgoed is geen keus' (april 2021) heeft de gemeente haar visie en missie op behoud en ontwikkeling van het erfgoed vastgesteld. De gemeente SWF zorgt samen met de mienskip dat cultureel erfgoed duurzaam behouden en ontsloten wordt en zichtbaar en beleefbaar is. Dit doen wij door erfgoed te waarderen en te beschermen, bewustwording en samenwerking te stimuleren en daardoor erfgoed te versterken en levend te houden. De mienskip heeft tijdens het ‘Rondje Súdwest’ in 2019 in het kader van de Omgevingsvisie 1.0 ‘Oars tinke yn Súdwest’ (2021) cultureel erfgoed benoemt als wezenlijk onderdeel van thema 2 van de 5 thema’s in de Omgevingsvisie 1.0: sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap. Ook het weidse en waterrijke landschap is eigenlijk erfgoed. Immers de meren, kanalen en sloten en weide-

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

24

en akkergronden zijn allemaal onder menselijke invloed ontstaan en verder vormgegeven, oftewel cultuurlandschap. In die zin geldt hetzelfde voor thema 4: vitaal en aantrekkelijk landschap. Ook in thema 3: veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden en thema 5: duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief heeft cultureel erfgoed een rol als wezenlijk onderdeel van de bijzondere woonkwaliteiten. Een zorgvuldige afweging van de cultuurhistorische waarden om de omgevingskwaliteit te kunnen waarborgen en te versterken is dus essentieel. Het is een gemeentelijke wettelijke taak om te komen tot een zorgvuldige planbehandeling en besluitvorming voor wat betreft cultuurhistorie. Als gevolg van het beleid Modernisering Monumentenzorg is per 1 januari 2012 in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.6.1) bepaald dat gemeenten verplicht zijn cultuurhistorie mee te wegen bij het opstellen van het bestemmingsplan. Niet alleen de cultuurhistorische waarden in de grond (archeologie) maar ook boven de grond moeten meegenomen worden. Zo stelt de gemeente bij bestemmingsplannen cultuurhistorische analyses op en gaat de gemeente bij de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden in bestemmingsplannen formeel uit van de gemeentelijke FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra), een uitsnede van de provinciale FAMKE.

Voor de bekende en de te verwachten cultuurhistorische waarden gaat de gemeente uit van de Cultuur Historisch kaart van de provincie Fryslân (CHK) en de Landschapsbiografie Súdwesthoeke. Deze kaarten zijn daarmee onderlegger voor het in de Erfgoednota geformuleerde beleid. Niet alle op deze kaarten aangegeven waarden kunnen echter behouden blijven, hier komt een gemeentelijke afweging aan te pas. In de toelichting van het bestemmingsplan moet beschreven worden hoe het bestemmingsplan met deze waarden omgaat. Op de plankaart kunnen cultuurhistorische waarden aangeduid worden met dubbelbestemmingen en/of aanduidingen. In de regels bij het bestemmingsplan moet worden omschreven welke voorschriften er aan die bestemming zijn gekoppeld. Met de komst van de Omgevingswet worden deze op een gegeven moment doorvertaald naar het omgevingsplan.

Dorpen Noord / West 2 vastgesteld

25

3.3.7 Geurverordening Op 12 november 2015 heeft de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân de ‘Geurverordening gemeente Súdwest-Fryslân’ vastgesteld. Dit op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Op basis van een geurverordening mogen verschillende agrarische bedrijven afwijken van de vaste afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij. Ten opzichte van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 25 meter. De geurverordening gaat vergezeld van een inventarisatielijst met adressen, waarop de genoemde afstanden van toepassing zijn. Voor de dorpen Cornwerd, Exmorra, Parrega, Pingjum, Schettens, Schraard, Witmarsum en Wons zijn bedrijven in deze lijst opgenomen. 3.3.8 Ontwikkelvisie 2011-2021 De “Ontwikkelvisie 2011–2021 gemeente Súdwest-Fryslân” is op 22 maart 2012 vastgesteld. In deze visie staan de gemeentelijke ambities betreffende sociale, ruimtelijke en economische ontwikkelingen beschreven. De visie vormt een belangrijke basis voor nieuw beleid en ruimtelijke plannen. De visie maakt duidelijk hoe de gemeente zich naar de toekomst toe wil positioneren, wat de belangrijkste speerpunten zijn en op welke aandachtsgebieden wordt ingezet. De ontwikkelvisie beslaat een periode van tien jaar.

In de gemeente worden vijf landelijke clusters en één stedelijk cluster rondom Bolsward en Sneek onderscheiden. De ontwikkelvisie rust op zes pijlers waar een visie op is geformuleerd en waar een koers per landelijk of stedelijke cluster voor is uitgezet. De pijlers met bijbehorende visie zijn: a. Verscheidenheid in kernen: Gebiedsgerichte aanpak via clusters, met oog voor samenhang. Aandacht voor unieke ruimtelijke structuur, sociaaleconomische kenmerken en toekomstvisies van de kernen. Extra aandacht voor plattelandskernen en stadswijken waar de leefbaarheid onder druk staat. b. Weidsheid van het landschap: Zorgvuldig met weidsheid omgaan, maar ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen naar aard/schaal. Er worden hoge eisen aan ruimtelijke kwaliteit gesteld. c. Economische verscheidenheid: Gebiedsgerichte aanpak om te zorgen dat de gemeente zich in totaliteit sterk ontwikkelt. Ruimtelijke keuzes maken ten aanzien van economische ontwikkeling. Extra aandacht voor sterke sectoren vanwege hun groeipotentie en innovatief vermogen. Bijeenbrengen onderwijs en arbeidsmarkt, zodat vraag en aanbod beter aansluiten. d. Grote sociale verbondenheid: Iedereen kan (naar vermogen) meedoen. De huidige sociale infrastructuur wordt optimaal benut. Betere samenwerking en afstemming tussen partijen. Betere afstemming aanbod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10842308/1