CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Toelichting

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan De Hemmen III14.485 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Súdwest Fryslân De Hemmen III bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1900.2018oostBPHemmen3-ontw

26-04-2018 16-11-2018 27-01-2021

concept voorontwerp ontwerp

projectnummer:

129303 projectleider:

gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001: 2008

aangesloten bij

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

De Hemmen III

Súdwest Fryslân

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1900.2018oostBPHemmen3-ontw

26-04-2018 16-11-2018 27-01-2021

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

129303 opdrachtleider:

2

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Voorgenomen situatie

12

2.3

Verkeer en parkeren

14

2.4

Duurzaamheid

15

2.5

Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing

17

Hoofdstuk 3

Beleidskader

19

3.1

Rijksbeleid

19

3.2

Provinciaal beleid

21

3.3

Regionaal beleid

24

3.4

Gemeentelijk beleid

24

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

27

4.1

Mer-beoordeling

27

4.2

Geluid

28

4.3

Milieuzonering

29

4.4

Bodem

29

4.5

Luchtkwaliteit

30

4.6

Ecologie

31

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

35

4.8

Water

37

4.9

Externe veiligheid

38

4.10

Kabels en leidingen

41

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

43

5.1

Het juridische systeem

43

5.2

Toelichting op de bestemmingen en aanduidingen

43

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

47

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

6.2

Economische uitvoerbaarheid

47

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

3

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

4

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

5

Toelichting

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

6

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Súdwest-Fryslân is voornemens het bedrijvenpark De Hemmen III te realiseren langs de N7 ten westen van het huidige bedrijvenpark. De Hemmen III is een voortzetting van De Hemmen I en II en de beoogde uitbreiding komt voort uit de toenemende belangstelling vanuit de markt en afspraken die met provincie Fryslân en regiogemeente De Fryske Marren zijn gemaakt. In totaal is er ruimte voor 25 hectare aan netto uitgeefbaar bedrijventerrein. Voor de ontwikkeling is een startnotitie opgesteld, op basis waarvan de gemeenteraad is gevraagd om deze kaders te laten vaststellen voor het plangebied van De Hemmen III. Op 14 november 2017 is de startnotitie door de gemeenteraad vastgesteld. Dit bestemmingsplan is opgesteld om een juridisch-planologisch kader te bieden waarbinnen de uitbreiding van De Hemmen III mogelijk is, overeenkomstig de kaders uit de startnotitie. Tegelijkertijd met dit bestemmingsplan wordt ook een beeldkwaliteitplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitplan is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan.

1.2

Plangebied

Het bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied dat globaal gelegen is aan de westkant van Sneek. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de snelweg N7. Aan de zuid- en westzijde grenst het gebied aan agrarisch gebied, waarbij de zuidelijke punt aansluit op de Alde Himdyk en de westzijde grenst aan het voormalige agrarische perceel Carpe-Diem. De aansluiting met de N7 maakt deel uit van het plangebied. De situering en begrenzing van het plangebied is hierna in figuur 1.1 weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

8

Figuur 1.1

1.3

Ligging plangebied

Planologische regeling

Het plangebied is momenteel geregeld in de volgende bestemmingsplannen en inpassingsplannen: bestemmingsplan Bedrijvenpark De Hemmen A7 (vastgesteld op 17 oktober 2008); bestemmingsplan Buitengebied van de voormalige gemeente Wymbritseradiel (vastgesteld op 31 augustus 2010); inpassingsplan Windpark Fryslân (vastgesteld op 19 september 2016); correctieve herziening van het inpassingsplan Windpark Fryslân (vastgesteld op 8 augustus 2017); inpassingsplan netversterking Marnezijl - Oudehaske (vastgesteld op 30 mei 2018); paraplubestemmingsplan parkeernormen SWF (vastgesteld op 8 november 2018).

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

9

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven van de huidige en voorgenomen situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het voornemen getoetst aan het relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het plan getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 wordt tot slot een weergave gegeven van de uitvoerbaarheid.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

10

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

11

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Op de volgende luchtfoto is de huidige situatie van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto plangebied

Het overgrote deel van het plangebied is voor agrarische doeleinden in gebruik met een bijbehorend verkavelings- en slotenpatroon. In het midden van het plangebied loopt, min of meer parallel aan de

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

12

N7, een opvaart. Direct ten westen van In het plangebied bevindt zich de voormalige boerderij Carpe-Diem die niet meer voor agrarische doeleinden in gebruik is. In het plangebied bevindt zich (niet zichtbaar op de luchtfoto) ook een hoofdwatertransportleiding. Voor Carpe-Diem wordt in het bestemmingsplan voor het buitengebied een nieuwe regeling opgenomen. De omgeving om het plangebied wordt aan de west-, de noordwest en de zuidzijde gevormd door agrarische gronden waar zich enkele agrarische bedrijven in bevinden. De zuidelijkste punt en het noordwestelijke deel van het plangebied sluiten aan op de bestaande wegen de Alde Himdyk en de Folsgearsterleane. Op ongeveer 500 meter van het plangebied bevindt zich het dorp Folsgare. Een deel van het dorp is helemaal links op de luchtfoto zichtbaar. Ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van de N7, zijn de eerdere fasen van De Hemmen aanwezig. Dit is een bedrijventerrein waar naast reguliere bedrijvigheid ook perifere detailhandel aanwezig is en op enkele plekken ook wordt gewoond. De N7 is een belangrijk stroomweg in Fryslân met een afslag naar de eerdere fasen van De Hemmen (de State-As). Voor De Hemmen I en II is een geluidzone voor industrielawaai van toepassing die deels zijn beloop vindt in dit plangebied. Tenslotte bevinden zich in het plangebied enkele archeologisch waardevolle terreinen.

2.2

Voorgenomen situatie

De voorgenomen situatie bestaat uit de realisatie van maximaal 25 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein die landschappelijk wordt ingepast. 12,5 hectare wordt direct (bij recht) mogelijk gemaakt, de andere 12,5 hectare is met een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan geregeld waarbij de agrarische bestemming (deels) omgezet kan worden naar bedrijventerrein.

Figuur 2.2

Indeling plangebied

Ook een nieuwe aansluiting van het plangebied op de N7 maakt deel uit van de plannen. De indeling van het plangebied is hierna beschreven en vanuit de juridische regeling in hoofdstuk 5 nader toegelicht. De inrichtingstekening is ook in bijlage 1 opgenomen. Fase 1 bedrijventerrein De eerste fase van het bedrijventerrein bestaat uit 12,5 hectare netto bedrijventerrein, waarvan 6,3 hectare ten zuiden van de centrale ontsluitingsweg en 6,2 hectare ten noorden van de centrale ontsluitingsweg wordt aangelegd. De invulling van het plangebied gaat uit van de volgende basisprincipes: bedrijven uit maximaal categorie 3.2 bij recht, categorie 4.1 onder voorwaarden bij afwijking (niet zijnde geluidzoneringsplichtige of risicovolle inrichtingen); maximale bouwhoogte 10 meter bij recht, 15 meter onder voorwaarden bij afwijking; maximaal bebouwingspercentage 70%. Rho adviseurs voor leefruimte

129303

13

Zelfstandige kantoren en (bedrijfs)woningen zijn niet mogelijk. Qua detailhandel is alleen ondergeschikte detailhandel mogelijk. Op dit deel van het bedrijventerrein bestaat ook de mogelijkheid om de secundaire wegen, groen en water te realiseren. Dit is afhankelijk van de concrete invulling van het gebied. In de eerste fase wordt aan de (noord)westzijde van het plangebied ook de landschappelijke inpassing gerealiseerd, die mede van belang is voor een goede overgang van en naar het dorp Folsgare. Paragraaf 2.4 gaat hier nader op in. Fase 2 bedrijventerrein Het bedrijventerrein is in een tweede fase uit te breiden in westelijke en zuidelijke richting met nog eens 12,5 hectare. Hiervoor dient eerst een wijzigingsplan te worden opgesteld, waarbij de wijzigingscriteria in de wijzigingsbevoegdheid de leidraad vormen. Een belangrijke criterium daarbij is een goede inpasbaarheid, onder andere richting het dorp Folsgare. Voor de basisprincipes wordt van dezelfde uitgegaan als hiervoor bij fase 1 zijn beschreven met dien verstande dat richting het dorp Folsgare de afwijkingsmogelijkheid om onder voorwaarden naar 15 meter bouwhoogte te kunnen bouwen niet geldt. 10 meter bouwhoogte is hier dus het maximum. Openbare ruimte De invulling van de openbare ruimte in het plangebied wordt gevormd door de infrastructuur, het groen en het water.

De infrastructuur gaat uit van een hoofdaansluiting met de N7, waarbij aan weerszijden van de op- en afritten nieuwe rotondes worden gerealiseerd. Dit is in het volgende figuur weergegeven.

Figuur 2.3

Ontwerp aansluiting N7 met State-As

De aanpassing van de aansluiting met de N7 komt niet alleen de ontsluitingsstructuur van en naar De Hemmen III en de eerdere fasen van De Hemmen ten goede, maar zorgt ook voor een betere

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

14

doorstroming naar elders in Sneek. De primaire ontsluitingstructuur wordt verder gevormd door de wegen die fase 1 omringen en fase 2 bereiken. In fase 2 bestaat de mogelijkheid de primaire ontsluitingsstructuur verder uit te breiden. Op de gronden van fase 1 en fase 2 bestaat ook de mogelijkheid om afhankelijk van de verkaveling een secundaire ontsluitingsstructuur aan te leggen waarmee de bedrijfskavels bereikt kunnen worden. In het ontwerp is calamiteitenroute meegenomen in zuidelijke richting. Deze sluit aan bij de bestaande weg de Alde Himdyk die in het omliggende bestemmingsplan is geregeld. Verder behoort de realisatie van fiets- en/of wandelpaden in het plangebied tot de planologische mogelijkheden. De realisatie van een fietsverbinding van en naar Folsgare maakt deel uit van de plannen. De verkeersafwikkeling is in paragraaf 2.3 nader beschreven. De aankleding van het plangebied zelf en de inpassing van het plangebied in de omgeving wordt voor een belangrijk deel gevormd door de groen- en de waterstructuur. Aan de westzijde van het plangebied worden grote groen- en waterpartijen aangelegd, die van belang zijn voor de inpassing en aankleding van het plangebied en de waterhuishouding. Tussen fase 1 en fase 2 is ook een watergang en een groenstructuur beoogd, waarmee de bestaande opvaart blijft behouden en een kenmerkend element vormt tussen beide fasen.

Ook bij de entree en aan de randen van het plangebied bij de N7 is een water- en groenstructuur beoogd. Paragraaf 2.5 gaat nader in op de beoogde beeldkwaliteit en de landschappelijke inpassing.

2.3

Verkeer en parkeren

Bij het opstellen van een bestemmingsplan waarin een nieuwe ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt, moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening aandacht worden besteed aan de verkeersafwikkeling en de parkeerbehoefte. Verkeersafwikkeling De beoogde wegenstructuur en de hoofdontsluiting zijn in paragraaf 2.2 beschreven. Op basis van de aantal hectares bedrijventerrein die ontwikkeld kan worden, bedraagt de totale verkeersgeneratie van het bedrijventerrein (fase 1 + fase 2) 850 motorvoertuigen/etmaal aan zwaar (vracht)verkeer en 4.350 motorvoertuigen/etmaal licht (personenauto)verkeer. Uit verkeerskundig onderzoek is gebleken dat dit qua verkeersafwikkeling geen belemmeringen oplevert. Parkeren Voor het parkeren wordt uitgegaan dat dit op de bedrijfspercelen zelf plaatsvindt en dat hier voldoende ruimte voor wordt gereserveerd. In de juridische regeling van het bestemmingsplan is hiervoor een regeling opgenomen die dit waarborgt (zie hiervoor artikel 15 van de regels). De gemeente Súdwest-Fryslân heeft op 12 november 2018 de Parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018 vastgesteld , waarin de inhoud van het begrip 'voldoende parkeergelegenheid' wordt uitgewerkt.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

15

2.4

Duurzaamheid

2.4.1 Visie op duurzaamheid De Hemmen III wordt ontwikkelt als een bedrijventerrein waar duurzaamheid hoog in het vaandel staat. Dit blijkt ook uit het beeldkwaliteitplan dat voor De Hemmen III is opgesteld (zie hiervoor paragraaf 2.5 en bijlage 2). In dit beeldkwaliteitplan is beschreven hoe het bedrijventerrein zichtbaar duurzaam ontwikkeld wordt. De gemeente wil daarnaast ook een transitie naar een circulaire economie bevorderen. Dit is een economie waarin producten en grondstoffen zo goed mogelijk en vaker worden gebruikt. Reststoffen worden volledig hergebruikt zodat de waarde van grondstofstromen wordt gemaximaliseerd en energie uit hernieuwbare bronnen wordt gebruikt. De gemeente stelt als kader om richting te geven aan circulaire economie een brede uitvoeringsaanpak circulaire economie op. Hierin geeft de gemeente een nadere richting aan de gemeentelijke inspanningen voor een meer circulaire economie. De bedrijventerreinen in de gemeente zijn namelijk als ruimtelijke hotspots voor bedrijven en innovatie cruciaal in een succesvolle transitie richting een circulaire economie. Bedrijven produceren, consumeren en/of transporteren namelijk veel reststromen en grondstoffen. De gemeente wil met De Hemmen III (maar ook voor andere bedrijventerreinen) als het gaat om circulairiteit een stip op de horizon zetten.

Het doel hierbij is om de reststromen op het bedrijventerrein uiterlijk 2040 tot nul te reduceren. De gemeente wil met de te vestigen bedrijven in gesprek komen om deze doelstelling te bereiken. Meer specifiek kan De Hemmen III een schakel worden in het circulaire bedrijvenlandschap van Sneek, te samen met de bedrijventerreinen De Hemmen I en II en Houkesloot. Voor een zo hoog mogelijke mate van circulariteit is massa nodig voor synergie van bedrijven met voldoende georganiseerde ondernemers en het kunnen sluiten van kringlopen. Dat geldt ook voor de mate van organisatie. Voor de transitie is de gemeente ook afhankelijk van verschillende manieren van bereikbaarheid (weg, water, spoor) en de mogelijkheden qua milieucategorieën. De Hemmen III biedt als nieuw terrein veel kansen maar is ook relatief beperkt van omvang, niet multimodaal ontsloten en zware milieu categorieën zijn door nabijheid van Folsgare niet in het bestemmingsplan voorzien. Om deze redenen ziet de gemeente meerwaarde in het gecombineerd oppakken van De Hemmen III als onderdeel van een totaal circulair bedrijvenlandschap Sneek waar ook de voorgenoemde bedrijventerreinen toe behoren. De gemeente wil hiervoor een actieplan "Circulair bedrijvenlandschap Sneek" ontwikkelen samen met ketenpartners.

Bij de acquisitie en de uitgifte van kavels worden met (toekomstige) ondernemers afspraken gemaakt over de circulairiteitsdoelstellingen. De Hemmen III wordt ook ontwikkeld als bedrijventerrein met een zo duurzaam mogelijke energievoorziening met de ambitie om energiepositief te zijn. Een belangrijke focus ligt hierbij op groene, duurzame energie die zoveel mogelijk lokaal wordt geproduceerd. Dit betekent dat bedrijven zo veel als mogelijk niet-fossiele energie gebruiken die ook zoveel als mogelijk op of in de directe nabijheid van het terrein wordt geproduceerd. Voor energiebesparing bestaan een aantal opties: 1. Een duurzame, lokale energievoorziening voor het gehele terrein Voor een lokale, duurzame en centrale energievoorziening voor de bedrijven op De Hemmen III bestaan meerdere opties zoals een centrale energievoorziening die minimaal volledig kan voorzien in de energiebehoefte van De Hemmen III. In het plangebied bestaan mogelijkheden voor dergelijke voorzieningen. 2. Warmte(net) / geothermie Een mogelijke interessante optie qua duurzame energie is om afzonderlijke bedrijven gebruik te laten maken van warmtepompen of geothermie. Dat kan een centrale oplossing of een decentrale oplossing zijn. Indien hiervoor wordt gekozen, dan behoort dit binnen het plangebied ook tot de mogelijkheden.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

16

3. Zonnepanelen De gemeente ziet ook een belangrijke kans in zonne-energie op bedrijfs-/perceelsniveau door middel van zonnepanelen als integraal onderdeel van de duurzame energieoplossing voor De Hemmen III. Op het bedrijventerrein bestaan mogelijkheden voor de aanleg van zonnepanelen. 4. Gebouwen en inrichting van het terrein Bij de aanleg van de infrastructuur en de gebouwen op het bedrijventerrein kan tenslotte ook veel winst worden geboekt voor energiebesparing. De gemeente streeft er naar om bij de fysieke inrichting zoveel mogelijk duurzaam en circulair te werken. Dat betekent zoal dat er aan het einde van de levensduur geen afval, maar nieuwe grondstoffen ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld door modulaire panden te bouwen die bestaan uit milieuvriendelijke en herbruikbare materialen.

Ook qua mobiliteit, infrastructuur en groen zijn er veel mogelijkheden qua verduurzaming met breed scala aan mogelijkheden zoals: mogelijkheden bieden voor duurzame mobiliteit zoals bijvoorbeeld laadpalen voor elektrische auto; CO2 opslag (inpassen van bomen); gezond groen dat uitnodigt om buiten te pauzeren; inpassing in het landschap als onderdeel van de stadsrand en richting Folsgare:g goede digitale infrastructuur (glasvezel) dat bijdraagt bij aan de toekomstbestendigheid van het terrein Met deze mogelijkheden is onder andere rekening gehouden in het beeldkwaliteitplan en de juridische regeling van het bestemmingsplan. De gemeente wil zoveel mogelijk van deze principes kunnen toepassen in de acquisitie, de uitvoering van de werken en de uitgifte aan bedrijven. 2.4.2 Duurzaamheid en circulariteit op De Hemmen III Bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan is al veel aandacht besteed aan de aspecten duurzaamheid en circulariteit. In lijn van de doelstellingen in het klimaatakkoord gaat de gemeente voor verduurzaming (zoals duurzaam bouwen, duurzame energie) en de transitie naar circulair (produceren afvalstromen en dergelijke). Het bedrijfsleven speelt hierin een zeer belangrijke rol en op bedrijventerrein De Hemmen III wordt alle ruimte geboden om op een duurzamere en meer circulaire manier te ondernemen.

De gemeente wil actief met het bedrijfsleven toewerken naar de doelstellingen. Dit bestemmingsplan geeft hieraan invulling op een aantal manieren: in paragraaf 2.4.1 is uitgebreid ingegaan op de visie op duurzaamheid voor het terrein maar ook op een bovenliggende bredere aanpak. De Hemmen III als onderdeel van een bedrijvenlandschap waarin samen met bestaande terreinen een duurzaamheidsslag zal moeten plaatsvinden. in het beeldkwaliteitsplan wordt richting gegeven aan: “Zichtbaar duurzaam ontwikkelen”. Het gaat dan met name om de aspecten duurzaam bouwen, groene inrichting en een duurzaam beheer van het bedrijventerrein. Het BKP is voor bouwers/ ontwerpers mede richtlijn voor hun ontwerpen. de planregels zijn zo globaal mogelijk opgesteld en laten zoveel mogelijk ruimte voor initiatieven. Het hoofduitgangspunt van het bestemmingsplan is dat er geen belemmeringen moeten worden opgeworpen voor duurzame en circulaire initiatieven. De hoogte van de maximale milieucategorie is dat in beginsel wel, maar voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is de gemeente hier nu aan gebonden. Andere instrumenten Een bestemmingsplan schrijft voor wat mag maar niet wat moet. Voor actieve stimulering van een duurzaam profiel is een bestemmingsplan daarom niet het meest geschikte instrument.

Aan deze meer actieve stimulering kan scherper vorm worden gegeven in acquisitie voor De Hemmen III: gericht op circulaire koplopers. Dit zal ook naar voren komen in de promotie en profilering van het terrein en vereist een brede aanpak met stakeholders om te komen tot een duurzamer er circulair bedrijvenlandschap. Daar liggen veel kansen voor verbinding tussen bedrijven en terreinen. Rho adviseurs voor leefruimte

129303

17

Een belangrijk instrument is het uitgiftebeleid. Via de uitgifte van de grond kan actief worden ingezet op een duurzamer en circulair profiel. In de basis kan worden gestimuleerd door zaken op nemen over bijvoorbeeld duurzaam bouwen, zonnepanelen en dergelijke. Ook kan worden gedacht aan het onderschrijven van een lange termijn stip op de horizon waar alle stakeholders gezamenlijk naar toe willen werken. Hiervoor wordt een concreet voorstel uitgewerkt. Als het gaat om het bedrijfsmatig profiel wordt een afwegingsmatrix opgesteld. Uitgaand van voldoende belangstelling en goede acquisitie kan dan aan de hand van criteria worden bepaald welke bedrijven als eerste in aanmerking komen voor vestiging. Het gaat dan om duurzaamheid en circulair maar kan ook betrekking hebben op werkgelegenheid of exclusiviteit. Uiteraard moet dit inhoudelijk maar ook juridisch wel heel goed in elkaar steken. Hiervoor worden nu voorstellen gemaakt die later in 2021 aan college en raad worden voorgelegd.

2.5

Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing

Tegelijkertijd met dit bestemmingsplan is ook een beeldkwaliteitplan opgesteld, zie hiervoor bijlage 2. Het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitplan moeten worden gezien als een samenhangend geheel. In het bestemmingsplan zijn het grondgebruik en de bebouwingsmogelijkheden binnen het plangebied geregeld. De in het beeldkwaliteitplan vastgestelde richtlijnen vormen zowel het kader voor de ontwikkeling van het gebied, als het kader voor de welstandsbeoordeling van de bouwplannen. Het beeldkwaliteitplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan in procedure gebracht en als onderdeel van het bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Het op deze wijze vastgestelde beleid is vervolgens onderdeel van de Welstandsnota. De landschappelijke inpassing is aan de hand van een voorwaardelijke verplichting in de regels juridisch geborgd. Paragraaf 5.2.2 gaat hier nader op in.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

18

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft het van belang zijnde rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid. Daarbij worden, waar nodig, uitgangspunten voor dit bestemmingsplan geformuleerd.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. De SVIR geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau tot 2040 en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; verbeteren van de bereikbaarheid; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 14 nationale belangen aan de orde die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid. Geen van de in het SVIR opgenomen nationale belangen is relevant voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Hemmen III. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De SVIR is via regels verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 7 december 2011), ook bekend onder de naam 'AMvB Ruimte'.

In het Barro zijn de 14 nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Voor dit plangebied geeft het Barro geen direct bindende regels. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De Ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro (artikel 3.1.6) is opgenomen dat een ruimtelijk plan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd, deze wijziging is op 1 juli 2017 in werking getreden. De Laddertoets houdt (per 1 juli 2017) in dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

20

kan worden voorzien. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen' In dit ruimtelijk plan is sprake van een stedelijke ontwikkeling, omdat er een nieuw bedrijventerrein wordt aangelegd, ter uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Hemmen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 3 Bro kan de beschrijving van de behoefte en de motivering van de locatiekeuze ten aanzien van ontwikkelingen die zijn opgenomen in een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht worden uitgesteld tot het opstellen van het desbetreffende wijzigings- of uitwerkingsplan. Voor onderhavig plan geldt dat er 12,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein in de toekomst kan worden ontwikkeld doordat daarvoor een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen. De beschrijving van de behoefte en de motivering van de locatie ten aanzien van dat toekomstige deel van het bedrijventerrein dient meegenomen te worden in het te zijner tijd op te stellen wijzigingsplan. Dit is een logische keuze, omdat op het moment van vaststellen van dit bestemmingsplan nog niet duidelijk is of en wanneer er behoefte is aan het geheel of gedeeltelijk ontwikkelen van dat deel van het bedrijventerrein.

Voor de ontwikkeling van de 12,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein die rechtstreeks mogelijk wordt gemaakt met dit bestemmingsplan, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking hieronder stapsgewijs doorlopen. 1. Omschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling Het te ontwikkelen bedrijventerrein biedt ruimte aan bedrijven die een kavel van minimaal 1 hectare nodig hebben. Er is sprake van concrete gegadigden voor het bedrijventerrein, bedrijven met een grootschalige ruimtevraag. Met de ontwikkeling van 12,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein, De Hemmen III, wordt het aandeel functioneel terrein in de regio richting het gewenste niveau gebracht. Binnen de regio Zuidwest Fryslân zijn hierover afspraken gemaakt (zie paragraaf 3.3), waar provincie Fryslân mee in heeft gestemd. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de prognose van de ruimtevraag in relatie tot de regionale afspraken. Ook hebben zich veel bedrijven bij de gemeente gemeld die zich graag in het plangebied willen vestigen. Zowel vanuit de inschattingen als vanuit de markt is er behoefte aan deze ontwikkeling. De vraag vanuit de markt is ook groter dan 12,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein. Mede om deze reden is er ook een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan opgenomen om het hoeveelheid netto uitgeefbaar bedrijventerrein te verhogen naar 25 hectare.

2.Is de locatie gelegen binnen bestaand stedelijk gebied? De beoogde locatie voor het bedrijventerrein is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied, namelijk aan de 'buitenzijde' van de N7. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 3.2.2. 3. Motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in deze behoefte kan worden voorzien. Het bedrijventerrein De Hemmen III is specifiek bedoeld voor bedrijven met een ruimtebehoefte van 1 hectare of meer. Binnen het bestaand stedelijk gebied is geen ruimte voor het vestigen van bedrijven met een ruimtevraag van dat formaat. De aanleg van het bedrijventerrein is opgesplitst in twee fasen, zodat er niet méér gronden worden ontwikkeld dan waar daadwerkelijk vraag naar is. De beoogde locatie is goed ontsloten via de N7 en ligt op ruime afstand van woningen of andere gevoelige functies. In het plan wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Conclusie Ladder duurzame verstedelijking Uit het voorgaande blijkt dat voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

21

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Streekplan 2007 Het Streekplan Fryslân 2007 is op 13 december 2006 door Provinciale Staten vastgesteld. In het Streekplan wordt het provinciaal omgevingsbeleid verwoord. Bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan door efficiënt ruimtegebruik, bijvoorbeeld door de mogelijkheden van herstructurering te onderzoeken. Ook zijn een goede beeldkwaliteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing van groot belang. De provincie kiest voor een concentratie van wonen, werken en voorzieningen in stedelijke bundelingsgebieden. De regio Sneek en omgeving is aangemerkt als bundelingsgebied (figuur 3.1).

Figuur 3.1

Bundelingsgebied Sneek (Streekplan kaart 24)

Onderhavig plan betreft de uitbreiding van het bedrijventerrein De Hemmen. Deze uitbreiding is reeds indicatief weergegeven in het streekplan als 'nieuw plan' (zie figuur 3.1). In het bestemmingsplan is een goede landschappelijke inpassing als voorwaarde gesteld voor de ontwikkeling van de gronden tot bedrijventerrein. Het plan biedt veel ruimte voor groen en door de gefaseerde aanpak (nu 12,5 hectare aan netto uitgeefbaar bedrijventerrein rechtstreeks, in de toekomst nogmaals 12,5 hectare aan netto uitgeefbaar bedrijventerrein via een wijzigingsbevoegdheid) wordt gegarandeerd dat de gronden niet braak komen te liggen; eerst agrarische grond, later bedrijventerrein. Bij de eerste fase van het

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

22

bedrijventerrein is sprake van de aanleg en behoud van een goede landschappelijke inpassing. Het plan voldoet daarmee aan het Streekplan. 3.2.2 Verordening Romte De Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld op 25 juni 2014 en gewijzigd vastgesteld op 21 februari 2018) stelt regels aan ruimtelijke plannen en projecten. Middels deze verordening stelt Provincie Fryslân concrete regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (onder meer uit het streekplan) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Bundeling In de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Is dit niet mogelijk, dan kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. In de verordening is onder andere de begrenzing van het bestaand bebouwd gebied aangegeven, zie figuur 3.2. De rode arcering geeft het bestaand bebouwd gebied weer. Het plangebied ligt ten westen van de N7 en valt dus buiten het bestaand bebouwd gebied, maar sluit hier wel bij aan.

Figuur 3.2

Begrenzing bestaand bebouwd gebied (PVR2014)

Een uitbreidingslocatie op deze locatie is dus in overeenstemming met het artikel. Wel moet dan rekening worden gehouden met de verordening, dat ingaat op het aspect 'ruimtelijke kwaliteit'. Ruimtelijke kwaliteit Wat betreft de ruimtelijke kwaliteit is bepaald dat een ruimtelijk plan voor een uitbreidingslocatie of voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf omvat, waarin voor zover noodzakelijk, wordt aangegeven op welke wijze: het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van Rho adviseurs voor leefruimte

129303

23

nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op ’e Romte. Op de genoemde aspecten is in hoofdstuk 2 en in bijlage 2 ingegaan. Programmering bedrijventerreinen Op grond van de verordening kan een ruimtelijk plan een nieuw bedrijventerrein of uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein mogelijk maken, indien dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In paragraaf 3.3 is aangegeven dat hieraan wordt voldaan. Werkfuncties per type kern In de verordening is Sneek aangeduid als een 'stedelijk centrum'. Voor een stedelijk centrum gelden geen beperkingen wat betreft de categorie bedrijven en de kavelomvang. De mogelijkheden in het plangebied zijn hiermee in overeenstemming.

Archeologie In de plantoelichting van een ruimtelijk plan wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarden zoals aangegeven op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra ('Famke'). Paragraaf 4.7 gaat hier nader op in. Weidevogelkansgebieden Het plangebied ligt circa 1 kilometer van een weidevogelkansgebied, zoals aangegeven op de kaart Weidevogelgebieden. In de verordening is voor een bedrijventerrein een verstoringszone van 300 meter opgenomen. Het plangebied ligt hier ruim buiten. Conclusie Hiermee wordt voldaan aan de regels uit de Verordening Romte Fryslân. 3.2.3 Grutsk op 'e Romte In het Streekplan worden de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap beschreven. Onder kernkwaliteiten wordt verstaan: 'die ruimtelijke eigenschappen die zo typisch zijn voor het Friese landschap, dat zij tezamen de ruimtelijke identiteit van Fryslân vormen'. Het Streekplan bevat een beschrijving van welke kernkwaliteiten er zijn en kondigt een nadere uitwerking en waardering aan van deze kernkwaliteiten. De thematische structuurvisie Grutsk op 'e Romte, zoals vastgesteld op 26 maart 2014, vormt deze uitwerking en geeft de provinciale belangen en ontwikkelingsrichting ten aanzien van de kernkwaliteiten.

Volgens de kaart bij de structuurvisie ligt het plangebied in het kleigebied Westergo. Voor het gebied is een aantal kernkwaliteiten c.q. provinciale belangen bepaald. Het stelsel van kwelderwallen met daarop terpen en terpdorpen en daartussen de kweldervlaktes is de belangrijkste kwaliteit. De invloed van de oude en nieuwe dynamiek van de zee is goed zichtbaar in de aanwezigheid van terpen, kwelderoever- en omslagwallen, ligging van de dorpen, de waterlopen en de verkavelingsrichting. Bij indeling en toekomstige inrichting van het plangebied worden deze kernkwaliteiten gerespecteerd, zoals in hoofdstuk 2 en in bijlage 2 is omschreven en gevisualiseerd. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan de beleiduitgangspunten van Grutsk op 'e Romte.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

24

3.3

Regionaal beleid

De Verordening Romte gaat uit van de aanwezigheid van (regionale) bedrijventerreinenplannen. Dit bedrijventerreinenplan geeft invulling aan de eis dat een ruimtelijk plan een nieuw bedrijventerrein of uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein kan bevatten, indien dit qua oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Voor de regio Zuidwest Fryslân geldt dat de toenmalige vier gemeenten in 2011 afspraken hebben gemaakt tussen over bedrijventerreinen voor de periode 2010 t/m 2020, opgenomen in het 'Bedrijventerreinenplan regio Zuidwest Fryslân'. Dat bedrijventerreinenplan is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. In dat plan was voor De Hemmen III een ruimtereservering opgenomen van 40 hectare. Eind 2017 zijn nieuwe afspraken gemaakt voor de periode 2017-2025/2030 in het document 'Regionale afspraak bedrijventerreinen Zuidwest Fryslân'. Vanwege de gemeentelijke herindeling is deze afspraak gemaakt tussen de twee gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân. In het nieuwe plan is de voorraad teruggebracht van 40 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein (waarvan 16 hectare harde en 24 hectare zachte plancapaciteit) naar 25 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein (waarvan 12,5 hectare harde en 12,5 hectare zachte plancapaciteit).

In de raming van de behoefte en bij de planning van nieuwe bedrijventerreinen is in het bedrijventerreinenplan rekening gehouden met revitalisering, invulling van nog beschikbare ruimte op bestaande terreinen en met zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee is invulling gegeven aan toepassing van de SER-ladder op regionaal niveau: de mogelijkheden om ruimtewinst te boeken op alle bestaande terreinen in de regio zijn verdisconteerd in het totale regionale programma. Daarmee is voor elk plan voor een nieuw bedrijventerrein, of uitbreiding van bestaand terrein, voldaan aan de bepaling uit de Verordening Romte met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. De uitbreiding van bedrijventerrein De Hemmen bij Sneek is opgenomen in het bedrijventerreinenplan. Uitgangspunt is het ontwikkelen van 12,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein als eerste fase, met de mogelijkheid deze in de toekomst uit te breiden met nog eens 12,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein als tweede fase. In de eerste fase wordt ruimte geboden aan de minimale te verwachten basisbehoefte van de komende jaren. De tweede fase is een voorlopige reservering, ofwel een 'zacht' aanbod dat adaptief wordt gepland. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de regionale afspraken ten aanzien van de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Dit is recentelijk ook in een brief van provincie Fryslân bevestigd.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Duurzaamheidsvisie 'Op-stap nei duorsumens' De duurzaamheidsvisie (vastgesteld op 20 september 2012) geeft richting aan de missie van de gemeente om een duurzame, toekomstbestendige gemeente te worden. De gemeente wil duurzaamheid voor iedereen in Súdwest-Fryslân praktisch en toepasbaar maken. In een duurzame samenleving zijn kringlopen gesloten en zo klein mogelijk. Afval is een woord uit het verleden, omdat alle producten als grondstof worden gebruikt. Ruimtelijk beleid en ontwikkelingen hebben als eerste prioriteit behoud en herstel van natuurlijke systemen en biodiversiteit. Hiermee blijven lange termijnfuncties, zoals schone lucht, schoon water en klimaatregulering, gewaarborgd. Duurzaamheid is onlosmakelijk verbonden met de economie en daarom combineert de gemeente Súdwest-Fryslân dit in een ambitie voor een biobased economy.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

25

In de visie stelt de gemeente zichzelf een aantal doelen, namelijk: 1. Meer in de menselijke basisbehoeften te voorzien. 2. De bodem minder uit te putten dan we nu doen. 3. Minder schadelijke chemische stoffen gebruiken dan wij nu doen. 4. De natuur minder aantasten dan wij nu doen. Bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Hemmen III worden de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen in acht genomen. In bijlage 2 en in paragraaf 2.4 is aangegeven hoe hiermee wordt omgegaan. In de verdere uitwerking van het bedrijventerrein wordt hier vorm aan gegeven. 3.4.2 Erfgoedvisie en Erfgoednota Met het vaststellen van de 'Erfgoedvisie Silhouet' (juni 2012) heeft de gemeente haar visie en missie op behoud en ontwikkeling van het erfgoed vastgesteld. De gemeente stelt zich hierbij ten doel om het culturele erfgoed op een evenwichtige, en duurzame manier in stand te houden en draagvlak hiervoor te ontwikkelen. Op basis van deze visie is de 'Erfgoednota gemeente SWF 2013-2016: De basis op orde' opgesteld (januari 2013). Een belangrijk speerpunt van de nota is dat de basis op orde wordt gebracht. Dit betekent dat de gemeentelijke organisatie haar kerntaken op het gebied van erfgoed zorgvuldig gaat uitvoeren. Het is namelijk een wettelijke taak voor gemeenten om te komen tot een zorgvuldige planbehandeling en besluitvorming wat betreft cultuurhistorie.

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit was al verplicht voor archeologie. Met de Erfgoednota is het gemeentelijk erfgoedbeleid hierop aangepast. Zo gaat de gemeente bij de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden in ruimtelijke plannen nu formeel uit van de gemeentelijke FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra), een uitsnede van de provinciale FAMKE. Voor de bekende en de te verwachten cultuurhistorische waarden gaat de gemeente uit van de provinciale cultuurhistorische kaart (CHK). De kaart is daarmee onderlegger voor het in de erfgoednota geformuleerde beleid. Echter, niet alle waarden aangegeven op deze kaart kunnen bij voorbaat behouden blijven, hier is door de gemeente een afweging in gemaakt. In de erfgoednota is verder uiteengezet hoe in het kader van ruimtelijke plannen omgegaan dient te worden met het erfgoed. Het onderdeel archeologie en cultuurhistorie is nader getoetst in paragraaf 4.7. 3.4.3 Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan De gemeente Súdwest-Fryslân vindt het belangrijk dat inwoners in een verkeersveilige en prettige woonomgeving wonen en dat iedereen zich veilig en vlot kan verplaatsen.

In het op 16 mei 2013 door de gemeenteraad vastgestelde “Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan” (GVVP) staat hoe de gemeente dit wil bereiken. Het GVVP beschrijft de gemeentelijke visie op het gebied van verkeer en vervoer met als belangrijkste uitgangspunt om de verkeersveiligheid in de gemeente te waarborgen en te verbeteren. Daarnaast wordt een goede bereikbaarheid en het vergroten van de leefbaarheid als doelen gesteld. Om de visie vorm te geven is een groot aantal maatregelen opgesteld. De maatregelen zijn divers; infrastructurele aanpassingen, nader onderzoek naar specifieke onderwerpen, veiliger maken van fietsroutes, verbetering van schoolomgevingen, maar ook verkeerseducatieprojecten op scholen en voorlichtingscampagnes. Voor onderhavig plan geldt dat er een nieuw bedrijventerrein wordt ontwikkeld. Er wordt zowel vanuit De Hemmen III als vanuit de eerdere fasen voorzien in een aantakking op de N7 zoals in hoofdstuk 2 is beschreven. In het plan is de aanleg van wegen mogelijk in zowel de bestemming 'Verkeer' (hoofdontsluiting) als de bestemming 'Bedrijventerrein'. Daarmee wordt ruimte geboden aan de benodigde verkeersoplossingen om te voorzien in een goede bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Rho adviseurs voor leefruimte

129303

26

3.4.4 Ontwikkelvisie gemeente Súdwest-Fryslân Op 22 maart 2012 heeft de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân de Ontwikkelvisie 2011 - 2021 vastgesteld. In de visie staan de ambities van de gemeente op het gebied van sociale, ruimtelijke en economische ontwikkelingen. De visie vormt een belangrijke basis voor nieuw beleid en plannen. In de ontwikkelvisie wordt uitgegaan van zes pijlers. Voor dit project is de pijler 'Economische verscheidenheid' van belang. In het kader van deze pijler geeft de gemeente aan dat grootschalige bedrijfslocaties thuishoren in de stedelijke kernen Sneek en Bolsward, als onderdeel van het stedelijk netwerk langs de A7. Als voorbeeld daarvan wordt de ontwikkeling van 'De Hemmen III' specifiek genoemd in de Ontwikkelvisie (paragraaf 3.3.1). De ontwikkeling is in overeenstemming met de Ontwikkelvisie. 3.4.5 Visie ruimtelijke kwaliteit 'Mei soarch foar ús lânskip' In de gemeentelijke visie ruimtelijke kwaliteit 'Mei soarch foar ús lânskip' ligt het accent sterk op het behouden en versterken van de landschappelijke kwaliteiten in het landelijke gebied. In deze visie wordt aandacht besteedt aan de toevoeging van nieuwe bedrijventerreinen. In algemene zin wordt gesteld dat de stedenbouwkundige kwaliteit en de landschappelijke inpassing veel aandacht verdienen.

Zoals in paragraaf 2.5 is aangegeven, wordt voor dit bestemmingsplan een beeldkwaliteitsplan opgesteld en wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd en wordt voldaan aan de visie ruimtelijke kwaliteit. 3.4.6 Ontwikkelingvisie De Hemmen Sneek - Wymbritseradiel Vanwege een groeiende behoefte aan nieuwe locaties voor de ontwikkeling van bedrijven en het verleggen van de A7 ten westen van Sneek is in 2003 de 'Ontwikkelingvisie De Hemmen Sneek Wymbritseradiel' vastgesteld. De ontwikkelingsvisie is gebaseerd op vier pijlers, te weten landschappelijke inpassing, een goede aansluiting op de stad, het creëren van een eigen identiteit zowel intern als extern en intensief ruimtegebruik. Naast deze vier pijlers zijn er diverse ruimtelijke uitgangspunten in genoemd die de relatie tussen De Hemmen en de stad Sneek, De Hemmen en de A7 en de relatie tussen het Friese landschap van de gemeente bepalen. Deze uitgangspunten zijn mede de aanleiding geweest van de totstandkoming van De Hemmen III.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

27

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Mer-beoordeling

Bij de uitbreiding van een bedrijventerrein dient rekening te worden gehouden met verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage. Mer-(beoordelings)plicht Een bestemmingsplan dat mogelijkheden biedt voor de uitbreiding van een bedrijventerrein is mer-beoordelingsplichtig in gevallen waarin het gaat om een oppervlakte van 75 hectare of meer (categorie D11.3). De beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein De Hemmen III is aanzienlijk kleiner. Bij een uitbreiding onder de drempelwaarde dient in een zogenaamde vormvrije mer-beoordeling te worden nagegaan of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Als dergelijke gevolgen niet kunnen worden uitgesloten is een (project)mer-procedure noodzakelijk. Planmer-plicht Een planmer-plicht is voor een bestemmingsplan aan de orde als het plan: mogelijkheden biedt voor activiteiten die een significant negatief effect kunnen veroorzaken op Natura 2000-gebieden (waardoor op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling noodzakelijk is); kaderstellend is voor een toekomstig besluit over mer-(beoordelings)plichtige activiteiten: bedrijfsactiviteiten die in het kader van de omgevingsvergunning milieu mer-(beoordelings)plichtig zijn. Gezien de afstand tot omliggende Natura 2000-gebieden kunnen voor de meeste criteria significante negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten.

Uitzondering vormen de mogelijke gevolgen door een toename van stikstofdepositie. Uit de Aerius-berekening (zie hiervoor paragraaf 4.6 en bijlage 9) blijkt dat geen sprake is van een relevante toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000. Een passende beoordeling is om deze reden niet noodzakelijk. Op grond van onderdeel C en D uit de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is voor bepaalde bedrijfsactiviteiten sprake van een mer-(beoordelings)plicht (in het kader van de omgevingsvergunning). Het gaat daarbij over het algemeen om relatief zware bedrijven uit categorie 4 en 5. Het bestemmingsplan maakt bedrijfsactiviteiten uit ten hoogste categorie 3.2 mogelijk (en via binnenplanse afwijking onder voorwaarden categorie 4.1). Grote lawaaiwakers en risicovolle inrichtingen worden uitgesloten. Gezien de milieuzonering en de aard en omvang van de beoogde bedrijfsactiviteiten is het niet aannemelijk dat zich binnen het plangebied mer-(beoordelings)plichtige bedrijfsactiviteiten zullen vestigen. Een planmer-plicht is om deze reden niet aan de orde. Conclusie Uit de resultaten van de mer-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure in het kader

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

28

van het bestemmingsplan voor De Hemmen III.

4.2

Geluid

4.2.1 Wegverkeerslawaai Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke (spoor)weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. De Wgh maakt onderscheid tussen geluidsgevoelige gebouwen/functies en niet-geluidsgevoelige gebouwen. (Bedrijfs)woningen zijn geluidsgevoelige gebouwen. Als geluidsgevoelige gebouwen binnen een zone behorend bij een zoneplichtige (spoor)weg worden geprojecteerd bij een bestemmingsplanprocedure, moet met een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (voor wegen) of 55 dB (voor spoorwegen). Wegen waar deze zone in principe niet geldt, zijn: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; Wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Voor de ontsluiting van het bedrijventerrein worden nieuwe wegen aangelegd en vinden er ter hoogte van de aansluitingen op de N7 aanpassingen plaats aan de bestaande infrastructuur. Binnen de daarmee samenhangende geluidzones zijn geen geluidgevoelige bestemmingen aanwezig. Akoestisch onderzoek is om deze reden niet noodzakelijk. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering. 4.2.2

Industrielawaai

Toetsingskader Een geluidzone wordt vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die 'in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken' zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Dergelijke bedrijven worden in de volksmond ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd. Op grond van de wet behoort tot de geluidzone het gebied tussen het industrieterrein zelf en de buitengrens van de zone. Het industrieterrein zelf maakt dus geen deel uit van de zone. Buiten een geluidzone mag de geluidsbelasting als gevolg van het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Voor het gezoneerde industrieterrein zelf en daarop aanwezige of geprojecteerde woningen gelden geen geluidnormen. Onderzoek en conclusie Ter plaatse van het beoogde bedrijventerrein zijn grote lawaaimakers uitgesloten. Dit is in de regels van onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Er is voor het bedrijventerrein De Hemmen III dan ook geen sprake van een wettelijke geluidszone. Voor het bestaande bedrijventerrein De Hemmen is wel een geluidzone vastgesteld. Voor zover deze zone over het plangebied voor het bedrijventerrein De Hemmen III ligt, is deze opgenomen op de verbeelding. Aangezien het bestemmingsplan geen ruimte biedt voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk.

Wel is voor de geluidzone een regeling opgenomen in het bestemmingsplan, omdat dit wettelijk verplicht is vanuit de Wgh. Paragraaf 5.2.9 gaat hier nader op in. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

29

4.3

Milieuzonering

Toetsingskader Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen op een verantwoorde afstand van elkaar worden gesitueerd. Op deze wijze wordt gevaar en hinder voor de milieugevoelige functies voorkomen danwel zoveel mogelijk beperkt en omgekeerd wordt voldoende zekerheid aan milieubelastende activiteiten geboden dat deze activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden uitgeoefend kunnen worden. Bij dit bestemmingsplan hoort een Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1) die is toegespitst op de beoogde milieuzonering. De Staat van Bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de categorale indeling van bedrijfstypen uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Bij deze indeling is de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek gevolgd. Elk bedrijfstype heeft een eigen code. Naast een omschrijving van de bedrijfstypen is per type aangegeven welke richtafstanden gelden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Dit is een indicatie van de minimale afstand die in beginsel, vanuit een bedrijf tot een rustige woonwijk, aangehouden moet worden. De grootste afstand is bepalend voor de indeling van een bedrijfstype in een milieucategorie.

Onderzoek Ter plaatse van het beoogde bedrijventerrein worden bij recht bedrijfsactiviteiten toegestaan tot en met milieucategorie 3.2. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter ten opzichte van woningen (of andere gevoelige functies) in een rustig buitengebied/rustige woonwijk. Binnen de richtafstand van 100 meter vanaf de bedrijfspercelen zijn geen milieugevoelige functies aanwezig. De locatie Carpe-Diem ligt ook buiten deze afstand. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor de realisatie van bedrijfswoningen. Bij de afwijkingsmogelijkheden (zoals naar milieucategorie 4.1) en de wijzigingsbevoegdheden geldt de voorwaarde dat de gebruiksmogelijkheden van de omringende gronden niet onevenredig mag worden beperkt. Bij het deel waar een wijzigingsbevoegdheid voor geldt, dient daarnaast voorzien te worden in een gepaste milieuzonering. Conclusie Met de opgenomen milieuzonering en de daaraan gekoppelde voorwaarden wordt gezorgd voor een goede afstemming tussen milieugevoelige en (potentieel) milieuhinderlijke functies.

4.4

Bodem

Toetsingskader Het uitgangspunt is dat de kwaliteit van de bodem in het plangebied zodanig moet zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie voor het verblijf van mensen. Op 13 december 2012 heeft de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart Zuidwest Fryslân vastgesteld. De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de kwaliteit van de bodem is aangegeven per deelgebied. De Nota bodembeheer beschrijft het beleid voor hergebruik of toepassen van grond als bodem. Het Besluit Bodemkwaliteit is hierin leidend. Onderzoek In het plangebied is in 2018 een verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (bijlage 3). Daaruit blijkt dat in de bodem licht tot matig verhoogde waarden zijn aangetroffen. Deze waarden zijn

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

30

dermate gering of van natuurlijke oorsprong dat een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De aanwezige sloten worden gedempt met gebiedseigen grond en derhalve niet verdacht. Ter plaatse van de aanwezige dammen zijn licht tot matig verhoogde gehalten aangetroffen. Hogere waarden worden niet verwacht waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is. Ten aanzien van asbest zijn geen gehalten boven de detectielimiet aangetoond. Conclusie Uit het verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor de vestiging van bedrijven.

4.5

Luchtkwaliteit

Toetsingskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken door te hoge niveaus van luchtverontreiniging. De wet heeft ook tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide jaargemiddelde 40 µg/m³ (NO2 ) concentratie fijn stof (PM10 ) jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24-uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ concentratie fijn stof (PM2,5 ) jaargemiddelde 25 µg/m³ concentratie De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.

Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: Er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; Een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Onderzoek Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland voor 2020, 2025 en 2030 geldt in Sneek een gemiddelde PM10-concentratie van minder dan 18 µg/m3 in zowel 2015 als 2025. De gemiddelde NO2 -concentratie bedraagt tussen de 10-15 µg/m3 in 2020 en minder dan 10 µg/m3 in 2025 en 2030. De waarden liggen ver onder de grenswaarden. In de huidige situatie is dus sprake van een goede luchtkwaliteit. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 bedraagt de totale verkeersgeneratie van het bedrijventerrein (voor fase 1 en fase 2 gezamenlijk) 850 mvt/etmaal zwaar verkeer en 4.350 mvt/etmaal licht verkeer. Uit de NIBM-tool blijkt dat de maximale bijdrage NO2 8,21 µg/m³ bedraagt en de maximale bijdrage voor PM10 1,41 µg/m³ (figuur 4.1). Hierdoor draagt de beoogde ontwikkeling mogelijk in betekenende mate

Rho adviseurs voor leefruimte

129303

31

bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen (figuur 4.1).

Figuur 4.1

Uitsnede NIBM-tool

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het bedrijventerrein.

4.6

Ecologie

Toetsingskader Bij elk ruimtelijk plan moet er rekening worden gehouden met beschermingswaardige natuurwaarden. Hiertoe is er regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is vastgelegd in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. De wet bundelt de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Er zijn een tweetal type natuurgebieden die door de Wet natuurbescherming worden beschermd. Dit zijn de Wetlands en de Natura 2000-gebieden. Verder vormt de Wet natuurbescherming de basis voor het nationale Natuurbeleidsplan waarin het Natuurnetwerk Nederland in is verwerkt. Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Voorheen stond het Natuurnetwerk Nederland bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Natuurnetwerk Nederland is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en is uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007. Soortenbescherming De bescherming van soorten is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De wet is gericht op de bescherming, instandhouding en het behoud van plant- en diersoorten in het wild en hun directe leefomgeving.

Het uitgangspunt is dat schadelijke activiteiten in beginsel niet zijn toegestaan, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Dat is het zogenaamde “Nee, tenzij-principe” en is in de wet opgenomen als een algemeen verbod op schadelijke effecten voor plant- en diersoorten, de zorgplicht. De zorgplicht geldt voor iedere beschermde soort die is opgenomen in de Vogel- en Habitatrichtlijn of opgenomen in de lijst van Nationale Soorten (onderdeel A en B, bijlage Wet natuurbescherming). Om een ontheffing te krijgen van de zorgplicht, moet er worden aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de goede staat van instandhouding van de soort. De voorwaarden voor het verkrijgen van een ontheffing zijn daarnaast afhankelijk van het beschermingsregime van de soort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10253243/1