CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: It ferfangen fan it besteande gebou oan de Selfhelpweg 7 yn Snits foar in bedriuwswenning26.936 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen op perceel Selfhelpweg 7 te Sneek

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

2

Naam opdrachtgever: Familie Eveleens - Stokman

Status plan: definitief

Naam adviseur: C. Zeldenrust

14 juni 2021 versie III

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

3

INHOUD I. 1.1 1.2 1.3 II.

Algemeen Inleiding………………………………………………………………. Ligging plangebied……………………….…………………………. Leeswijzer……………………….…………………………………… Planbeschrijving

2.1 2.2

Huidige situatie………………………………………………………. Planopzet nieuwe situatie………………..………………………….

III.

Beleidskader

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid……………………………………………………………. Provinciaal beleid……………………………………………………. Gemeentelijk beleid…………………………………………………

IV.

Omgevingsaspecten

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Bedrijven en milieuzonering……………..…………………………. Bodemkwaliteit - asbest……………………………………………. Ecologie……………………………………………………………… Erfgoed………………………………………………………………. Externe veiligheid…………………………………………………… Water………………..……………………………………………….. Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit……………………………….. Besluit milieueffectrapportage……………………………………… Kabels en leidingen………………………………………………….

V.

Blz. 4 Blz. 4 Blz. 5

Blz. 6 Blz. 6

Blz. 8 Blz. 9 Blz. 10

Blz. 12 Blz. 15 Blz. 16 Blz. 17 Blz. 22 Blz. 23 Blz. 24 Blz. 27 Blz. 28

Uitvoerbaarheid van het plan

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid…………………………………

Blz. 29

5.2

Economische uitvoerbaarheid……………………………………..

Blz. 29

BIJLAGEN:

Blz. 30

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

4

I.

ALGEMEEN

1.1

Inleiding Initiatiefnemers wensen een kwalitatieve impuls te geven aan het bedrijfsperceel Selfhelpweg 7 te Sneek. Een kwalitatieve impuls door middel van vervangende nieuwbouw van bestaande oude bedrijfsgebouwen door een nieuw bedrijfspand met meerdere voorzieningen ten behoeve van de functies wonen, kantoor, schoonheidssalon en recreatieverblijf. Bovendien worden oude garageboxen gesloopt ten behoeve van een aantal camperplaatsen voor nachtverblijf en wordt een nieuwe sanitaire voorziening aan het complex toegevoegd. Het initiatief voldoet op meerdere punten niet aan de regels van het geldende bestemmingsplan “Woudvaart”. Zo passen de nieuwe functies schoonheidssalon en beden breakfast niet binnen de bestemming ‘bedrijventerrein 2” en is een bedrijfswoning binnen het huidige bestemmingsplan niet planologisch geregeld. Het gemeentebestuur van SW-Fryslân heeft initiatiefnemer meegedeeld1 om in afwijking van de regels medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Medewerking door middel van het volgen van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure. Voorwaarde is dat via een ruimtelijke onderbouwing aangetoond wordt dat het initiatief uitvoerbaar en haalbaar is en dat in de nieuwe situatie sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Gemotiveerd moet worden waarom het initiatief geen strijd oplevert met de omgevingsfactoren.

Als blijkt dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening en de procedure goed doorlopen is, kan de gemeente de omgevingsvergunning voor de nieuwbouw en het gewijzigde gebruik gaan verlenen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied maakt deel uit van de bebouwde kom van Sneek. De ligging van het plangebied is weergegeven via figuur 1.

Figuur 1. Situering plangebied. 1

Besluit SWF d.d. 4 februari 2021 kenmerk 20200400/VB 20200400

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

5

1.3

Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven van de bestaande en nieuwe situatie om vervolgens in hoofdstuk 3 de beleidskaders toe te lichten. In hoofdstuk 4 wordt aandacht geschonken aan verschillende omgevingsaspecten, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het plangebied. Hoofdstuk 5 tot slot richt zich op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

6

II.

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie De huidige bedrijfsgebouwen zijn oud en voldoen niet meer aan de eisen zoals die daar tegenwoordig vanuit een verantwoorde bedrijfsvoering, die gericht is op de recreatiesector, aan gesteld worden. Vandaar het initiatief om de verouderde bedrijfsgebouwen te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Nieuwbouw waarbij ook de mogelijkheid wordt benut om het recreatieconcept te verbreden waarmee wordt ingespeeld op de trends en ontwikkelingen in de recreatiesector. Onderstaande illustratie geeft een beeld van de huidige situatie.

Figuur 2. Illustratie bestaande situatie inclusief de vier te verwijderen garageboxen.

2.2

Planopzet nieuwe situatie

Figuur 3. Illustratie nieuwe situatie. De garageboxen zijn vervangen door middel van de inrichting met camperplaatsen. De oude boerderij is vervangen door een nieuw modern bedrijfspand waar wonen, werken en recreatie mogelijk is. Bron: Bouwkundig Bureau Terpstra. Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

7

Voor wat betreft de situering van het bedrijfspand is gekozen voor de bestaande plek. Een plek direct nabij de doorgaande vaarroute aan de Wâldfeart (Woudvaart) en aan de overzijde daarvan een woonbuurt met karakteristieke bebouwing uit de periode eind 19e- en eerste helft van de 20e eeuw. Zowel qua verschijningsvorm als kleurstelling is waar mogelijk in het ontwerp aansluiting gezocht bij de omgeving.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

8

III.

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 13 maart 2012 is de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR) van kracht geworden. De SVIR heeft diverse nota’s vervangen, zoals de Nota Ruimte en Nota Mobiliteit. In het SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In het SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid, waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de regio’s. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen. Het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties dan het rijk. En beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen.

Doel van de ladder is dat bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling sprake is van een zorgvuldige ruimtelijke afweging. Dit door het optimaal benutten van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging doorgevoerd. Voorheen bestond de ladder namelijk uit drie stappen, dat is niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied plaats vindt, dan moet gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied gerealiseerd kan worden. Opgemerkt wordt dat niet elke ontwikkeling van stedelijke aard door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangemerkt wordt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Toets initiatief aan de Ladder Onderhavig plan betreft de vervangende nieuwbouw van een bedrijfspand, hetgeen niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

9

Conclusie Het initiatief raakt geen nationale belangen en is ook niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1

• • • •

o o o

3.2.2

Omgevingsvisie Fryslân – De romte diele De provinciale Omgevingsvisie is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. De Omgevingsvisie is een instrument in de nieuwe Omgevingswet. Deze visie biedt een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van de Friese leefomgeving op de lange termijn (2030-2040). Een Fryslân dat bij alle veranderingen haar eigenheid weet te bewaren. Met de Omgevingsvisie wenst de provincie richting te geven aan brede welvaart vanuit alle activiteiten van de provincie op het gebied van de fysieke leefomgeving. Deze visie bindt alleen de provincie. De uitvoering gebeurt via programma’s en plannen, naar thema of gebied. Juridische doorwerking is mogelijk door het opnemen van regels in een omgevingsverordening. De Omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en het Verkeer- en vervoerplan. Naast het in stand houden van de huidige basiskwaliteiten wil de provincie extra inzetten op: Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit.

Een vitale en veerkrachtige fysieke leefomgeving betekent voor de provincie onder meer: Vitale en leefbare dorpen met florerende bedrijvigheid, levensvatbare clusters van voorzieningen waaronder zorg, onderwijs en detailhandel; Optimale interne en externe bereikbaarheid, over weg, vaarweg, met OV en digitaal, waarbij nieuwe verkeers- en vervoerstechnieken worden benut; Ruimtelijke kwaliteit van openbare ruimte en bebouwing, met gewilde, eigentijdse woonwijken en werklocaties - ook gericht op mensen en bedrijven die zich in Fryslân willen vestigen – plus aantrekkelijke (culturele) voorzieningen en waardevol erfgoed. Verordening Romte Fryslân 2014 Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Op 21 februari 2018 is de wijzigingsverordening vastgesteld en op 28 maart 2018 in werking getreden. De geconsolideerde versie is op 8 augustus 2018 vastgesteld ter bevordering van de leerbaarheid.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

10

In de verordening geeft de provincie aan welke onderwerpen de provincie van provinciaal belang acht en op welke wijze de provinciale belangen moeten worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als onvoldoende aan die zienswijze tegemoet wordt gekomen. In hoofdstuk 4 van de verordening heeft de provincie vestigingsvoorwaarden en regels opgesteld met betrekking tot de programmering van bedrijven- en kantorenterreinen en werkfuncties en voorzieningen per type kern. De vestigingsvoorwaarden hebben geen betrekking op bestaande vestigingen zoals in onderhavige situatie het geval is. Conclusie Het initiatief past binnen de kaders van de provincie. Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Visie Toerisme en Recreatie 2012 - 2022 In de visie ‘Toerisme en Recreatie 2012 – 2022’ vastgesteld in maart 2013, schets de gemeente een beeld van het jaar 2022 waarin Súdwest-Fryslân bekend staat als een kwalitatief hoogwaardig gebied voor allerlei actieve vormen van toerisme en recreatie met een zeer gevarieerd en levendig aanbod. In de samenvatting van de notitie merkt de gemeente op zelf lef te tonen door de visie inhoud te geven en te onderbouwen met geld. “Wij verwachten dat ook van de sector zelf” aldus de gemeente. Om te vervolgen met “We dagen hen uit met nieuwe verfrissende ideeën en toeristische concepten te komen”.

3.3.2

Bestemmingsplan “Woudvaart” (vastgesteld 29-09-2009) Op het plangebied Selfhelpweg 7 zijn van toepassing de regels van het bestemmingsplan “Woudvaart” met de bestemming “Bedrijventerrein – 2”. De gronden zijn bestemd voor bedrijfsdoeleinden, welke geheel of grotendeels op de watersport gericht zijn. De verbeelding toont aan dat het plangebied is opgedeeld in een gedeelte waar bedrijven zijn toegestaan tot en met categorie 2 en een gedeelte waar bedrijven toegestaan zijn tot en met categorie 3.1. Bedrijfswoningen zijn alleen toegestaan op de plekken met de vermelding van de aanduiding “bedrijfswoning”.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

11

Wat opvalt is dat ofschoon al meerdere decennia sprake is van een bestaande bedrijfswoning op het perceel Selfhelpweg 7, deze bedrijfswoning nimmer als zodanig is bestemd in het bestemmingsplan. Deze omissie dient thans gerepareerd te worden door de bedrijfswoning integraal mee te nemen bij onderhavig initiatief. Zoals reeds vermeld in paragraaf 1.1 voldoet het initiatief niet op alle onderdelen aan het bestemmingsplan. Om de omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen dient gebruik te worden gemaakt van de uitgebreide omgevingsvergunningenprocedure.

Figuur 4. Verbeelding met rood omlijnd het bouwvlak van perceel Selfhelpweg 7. Bron: bestemmingsplan “Woudvaart”.

Conclusie Het gemeentelijk beleid levert geen belemmering op voor onderhavig initiatief. De gemeente heeft schriftelijk2 aangegeven en gemotiveerd in te kunnen stemmen met onderhavig initiatief en af te willen wijken van het geldende bestemmingsplan. 2

Besluit SWF d.d. 4 februari 2021 kenmerk 20200400/VB 20200400

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

12

IV.

OMGEVINGSASPECTEN In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient nagegaan te worden welke bronnen in of nabij het plangebied zo mogelijk een belemmering voor dit initiatief kunnen vormen. Of dat het initiatief een beperking voor een functie in de omgeving op kan leveren. Vandaar dat in onderhavig hoofdstuk onderzoek wordt gedaan naar verschillende relevante omgevingsaspecten.

4.1 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, als uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen hinder veroorzakende functies, zoals bedrijven en voorzieningen, en hindergevoelige functies, zoals woningen, noodzakelijk. Bij de ruimtelijkfunctionele afstemming hiervan kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootst aangegeven afstand is bepalend. Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is op die punten sprake van een goede ruimtelijke ordening. De genoemde maten zijn richtinggevend. Met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken.

Figuur 5. Tabel met onderscheid in omgevingstype. Bron: VNG-publicatie.

De VNG publicatie maakt onderscheid in twee omgevingstypen, namelijk een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Indien sprake is van een gemengd gebied, dan mag de richtafstand op basis van het schema in figuur 5 met één afstandstap worden verkleind. Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

13

Gelet op de diversiteit aan functies rond het plangebied, verwezen wordt naar figuur 6, is het type ‘gemengd gebied’ van toepassing.

Plangebied Selfhelpweg 7

Figuur 6. Overzichtkaart diversiteit aan functies in het gebied. Bron: bestemmingsplan Woudvaart.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

14

Uiteenzettng Het initiatief vindt plaats in een gebied met verschillende bestaande functies zoals wonen, industrie, bedrijvigheid, (water) recreatie en opslag. Het bedrijf dat de meeste invloed op het gebied heeft, is het bedrijf Lankhorst. Op een afstand van circa 65 meter van het nieuw op te richten bedrijfspand inclusief bedrijfswoning zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan tot en met milieucategorie 4.2. Indien sprake zou zijn van een nieuwe situatie, dan zou op basis van bedrijven en milieuzonering conform de tabel in figuur 5 een richtafstand van toepassing zijn van 200 meter. Omdat sprake is van een bestaande situatie op een gezoneerd bedrijventerrein, is de betreffende richtafstand op onderhavige situatie niet van toepassing. Akoestisch onderzoek: industrie- en wegverkeerslawaai: Omdat de bestaande bedrijfswoning nimmer planologisch inbestemd is, is er vanwege de vervangende nieuwbouw met onder meer een inpandige bedrijfswoning formeel sprake van de ontwikkeling van een geluidgevoelig object. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Aangetoond moet worden dat voldaan kan worden aan de regels van de Wet geluidhinder en dat er ingevolge de Wet ruimtelijke ordening sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Met betrekking tot dit onderzoek zijn de volgende aspecten als basis genomen voor het onderzoek: ➢ Het wegverkeerslawaai veroorzaakt door de Selfhelpweg en Woudvaartkade; ➢ Het lawaai veroorzaakt door de aanwezigheid van het bedrijventerrein; ➢ Een gevelwering van minimaal 30 dB(A). De resultaten van het onderzoek3 zijn als volgt. Het bevoegd gezag heeft aangegeven dat vanwege het gezoneerde industrieterrein ‘Sneek – Woudvaart’ uitgegaan moet worden van een gevelbelasting van 65 dB(A). Dit betekent dat een hogere waarde vastgesteld moet worden en dat een gevelwering van minimaal 30 dB(A) toegepast moet worden. Het wegverkeerslawaai voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De cumulatieve effecten leveren een geluidniveau op van 66 dB, hetgeen als ‘slecht’ aangemerkt moet worden. Omdat het een bedrijfswoning betreft op een gezoneerd bedrijventerrein, is een lager beschermingsniveau dan bij reguliere woningen te rechtvaardigen. Daarbij dient in overweging genomen te worden dat al meerdere decennia sprake was van een bedrijfswoning.

3

Akoestisch onderzoek dB(A) d.d. 5 maart 2021 nr. 20210305-21 FR006-Selfhelpweg 7 Rap. 00.doc

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

15

Bovendien heeft de gemeente recent planologisch ingestemd met de nieuwbouw van een bedrijfswoning4 op het perceel Selfhelpweg 6 op een afstand van circa 10 meter van de zone waar bedrijven in de milieucategorie 4.2 toegestaan zijn. Conclusie Om medewerking te kunnen verlenen dient het bevoegd gezag in het kader van de Wet geluidhinder een hogere waarde vast te stellen. Door een gevelwering van minimaal 30 dB(A) toe te passen kan zorg worden gedragen voor een acceptabel woon- en leefklimaat. De milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisering van onderhavig initiatief. Het akoestisch rapport is als bijlage 1 toegevoegd. 4.2 Bodemkwaliteit - asbest Een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van een functie waar langdurig of frequent mensen verblijven, dient gemotiveerd te worden waarom de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. De volksgezondheid mag niet in het geding zijn. Er is onderzoek5 (bijl. 2) uitgevoerd naar de bodemkwaliteit.

Figuur 7. Betreft overzicht monsternamepunten.

4

Uit de eerste verkenning bleek sprake te zijn van matig verhoogde gehalten in de grond die aanleiding waren voor het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. De resultaten van de onderzoeken geven aan dat ter plaatse van de boringen 1 en 2 de grond sterk verontreinigd is met koper en lood. Ter plaatse van boring drie is de omvang van de verontreiniging minder groot. De verontreiniging kan beschouwd worden als een historische verontreiniging die valt binnen het kader van de Wet bodembescherming. De omvang van de verontreiniging wordt geschat op 180 m³. De terzake deskundige heeft vastgesteld dat geen sprake is van actuele risico’s, zodat de sanering niet met spoed uitgevoerd behoeft te worden. Er zal een zgn. BUS melding worden opgesteld op basis waarvan de sanering uitgevoerd mag worden.

Besluit 28 april 2020 kenmerk 20190325 / VB 20190325 WMR 8 april 2021 rapportnummer 210151/versie 2 def JvdM Verkennend en aanvullend bodemonderzoek 5

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

16

Asbest Er is een asbestinventarisatie6 (bijlage 3) uitgevoerd met betrekking tot de te slopen bedrijfspanden. De reikwijdte van het onderzoek heeft zich gericht op het havenkantoor/appartementen/opslagloods/sanitaire ruimtes en de vier garageboxen. De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op visuele waarnemingen zonder dat daar destructieve handelingen zijn toegepast. De ter zake deskundige adviseert om de asbesthoudende toepassingen te laten saneren voorafgaand aan de sloop van de betreffende panden. Voor zover die werkzaamheden vallen onder de risicoklasse 2 of 2A, dient de sanering uitgevoerd te worden door een daartoe gecertificeerd bedrijf. Conclusie De aanbevelingen uit beide deskundigen rapporten zullen worden opgevolgd. Dit betekent concreet dat: a) Voor wat betreft de sanering van de verontreinigde grond een zgn. BUS melding plaats zal vinden; b) Voor het overige het terrein (ook) in de nieuwe gewenste situatie verhard blijft; c) Het asbest volgens de geldende protocollen verwijderd zal worden. Op deze wijze vormen bodem en asbest geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig initiatief. 4.3 Ecologie Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden. Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.

Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijn gebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Een quickscan7 Wet Natuurbescherming is uitgevoerd. Dit om te kunnen beoordelen of bij de uitvoering van de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden al dan niet beschermde soorten worden verstoord.

6 7

As Bêste Heerenveen d.d. 12 april 2021 projectnummer 20-0678 versie 2.0 Vonk Groenservice Quickscan Wet Natuurbescherming d.d. 26 november 2020 nr. 20-285

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

17

Vastgesteld is dat de daken van de te slopen gebouwen in potentie geschikt zijn voor huismussen en andere vogelsoorten om te nestelen en te broeden, omdat de ruimten onder de dakpannen goed bereikbaar zijn. Voor de gierzwaluw ligt het anders. Doordat de dakpannen goed sluiten en de windveren ook geen ruimte bieden om in te vliegen, zijn er voor de gierzwaluw geen verblijfsmogelijkheden. De deskundige stelt ook vast dat alle facetten voor een functioneel leefgebied rond de panden en in de omgeving ontbreken. Amfibieën, vissen en reptielen komen niet voor en de panden zijn ongeschikt voor vleermuizen. De conclusie is dat de beoogde werkzaamheden met het oog op de ecologie voor wat betreft de soortenbescherming uitgevoerd kunnen worden. De quick-scan is als bijlage 4 toegevoegd. Gebiedsbescherming Er is onderzoek8 uitgevoerd naar de mogelijke toename van stikstofdepositie in nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie die zowel door sloop-, bouwwerkzaamheden of het toekomstig gebruik veroorzaakt kan worden. De berekeningen van de stikstofdepositie zijn uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator en conform de toelichtingen opgenomen in de calculator. De berekeningen zijn uitgevoerd in de rekenconfiguratie “Berekend voor natuurgebieden”. Dit betekent dat alleen de rekenpunten worden gebruikt die relevant zijn voor de toetsing aan de Wet natuurbescherming.

De resultaten van het onderzoek tonen aan dat noch in de sloopfase, noch in de bouwfase als de gebruikersfase sprake zal zijn van een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Vastgesteld is dat de berekening geen depositieresultaten heeft opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Het initiatief heeft geen significante effecten op kwalificerende natuurwaarden in nabij gelegen Natura 2000-gebieden tot gevolg. Het is niet noodzakelijk een passende beoordeling op te stellen. De berekening is als bijlage 5 toegevoegd. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. 4.4 Erfgoed 4.4.1 Archeologie Op Europese schaal heeft Nederland zich verbonden aan het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’. Dit is gericht op het behouden van archeologische waarden in de bodem. Uitgangspunt hierbij is het uitvoeren van een onderzoek naar archeologische waarden in het plangebied voor het vaststellen van een bestemmingsplan. 8

Bouwkundig Bureau Terpstra Stikstofberekening d.d. 11 maart 2021 kenmerk RvB8F4GcCYDq

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

18

Ook het zogenoemde veroorzakerprincipe is een uitgangspunt van het Verdrag van Malta. Dit betekent dat diegene die mogelijke archeologische waarden in de bodem verstoord, financieel verantwoordelijk is voor voldoende onderzoek naar en het behoud van die archeologische waarden. Op Nederlandse schaal is de belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex-situ). Op provinciale schaal heeft de provincie Fryslân het initiatief genomen om het bodemarchief in kaart te brengen op de zogenaamde Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). Toetsing Toetsing aan FAMKE levert voor de ijzertijd-middeleeuwen het advies op om een karterend onderzoek uit te voeren bij ingrepen van meer dan 500 m². Voor wat betreft de steentijd-bronstijd is geen onderzoek noodzakelijk. Aangezien het initiatief voor wat betreft het roeren van de grond betrekking heeft op een gebied kleiner dan 500 m², behoeft in dit verband geen onderzoek uitgevoerd te worden.

4.4.2 Cultuurhistorie Algemeen Sinds januari 2012 hebben gemeenten op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de opdracht om bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat voor waarden er aanwezig zijn. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist ook naar bijvoorbeeld de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. Sneek Hoewel Sneek niet behoort tot de oudste Friese steden, zoals Dokkum en Stavoren, die al in de vroege Middeleeuwen worden genoemd, gaat de geschiedenis in elk geval terug tot in de elfde eeuw toen op de Sneker terp een stenen kerk werd gebouwd. Al in de 13de eeuw was er in Sneek belangrijke ambachtelijke bedrijvigheid. In de 14/15de eeuw ontwikkelde Sneek zich tot een stad. Het stadsboek uit 1456 bezegelt de stadwording van Sneek. De ontwikkeling van Sneek is nauw verbonden met het water dat in en om de stad stroomt. Omstreeks het jaar 1000 lag Sneek zelfs aan zee.

De naam Sneek Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

19

verwijst waarschijnlijk naar de ligging van de stad op een landtong. Door inpolderingen kwam de zee steeds verder van de stad te liggen. Maar de ligging aan vaarwegen bleef in tijden dat vrijwel alle vervoer over het water ging een belangrijk gegeven. De Zwette, de Woudvaart en de Geeuw doorkruisen de stad en brachten de boeren met hun pramen en skûtsjes op de Sneker markt. Aan het einde van de Middeleeuwen was Sneek na Leeuwarden, Bolsward en Harlingen de vierde stad van Friesland geworden. De stad werd omgracht en van een verdedigingsmuur voorzien. De stad kreeg de vorm zoals die nu nog altijd goed herkenbaar is met het gebied gelegen binnen de grachten. Friesland behoorde dankzij de veeteelt tot de welvarendste gebieden van West Europa. Daar profiteerde Sneek dankzij zijn vee- en zuivelmarkt van mee. Deze welvaart zette ondanks tijdelijke inzinkingen door tot ver in de negentiende eeuw. Niet voor niets waren de rijkste Snekers in deze tijd zuivelfabrikant. De negentiende eeuwse welvaart had grote gevolgen: de stad groeide uit zijn middeleeuwse jasje en werd na Leeuwarden de tweede stad van Friesland. Nadat al in het begin van de achttiende eeuw de muren waren gesloopt volgden rond 1840 de oude stadspoorten. De Waterpoort bleef als vroeg rijksmonument gespaard. De stad werd van veel nieuwe gebouwen voorzien. Hieronder waren veel scholen want onderwijs was plicht geworden.

Uit de wijde omgeving kwamen leerlingen voor het gymnasium en burgerschool, technisch-, agrarischen huishoudonderwijs naar Sneek. Verbindingen over land werden van steeds groter belang. In 1840 werd Sneek door straatwegen verbonden met Leeuwarden en Heerenveen en kort daarop ook met Lemmer en Bolsward. Bijna een halve eeuw later kwamen daar spoorverbindingen bij: in 1883 de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren en in 1886 de tramweg Bolsward-Joure-Heerenveen. In de twintigste eeuw bleek door de onverwachte groei van het autoverkeer een goed wegennet veel belangrijker dan bereikbaarheid via spoor en water. De oude rijksweg 43 werd opgewaardeerd tot A7 en werd daarmee dè verbindingsader van Sneek met de rest van het land. Geschiedenis op en rond de Woudvaart Het gebied waar de locatie Selfhelpweg 7 deel vanuit maakt, wordt voor een groot deel ingevuld en gedomineerd door het bedrijf Lankhorst. Een bedrijf dat al bestaat sinds 1803. In 1803 werd Nicolaas Jurjan Lankhorst de eigenaar van een bedrijfje dat touwen en netten produceerde. Hij noemde het Lankhorst Touwfabrieken. In de 19e en 20e eeuw heeft Lankhorst zich ontwikkeld tot een toonaangevende speler op de internationale markt van garens en tapes.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

20

Het beginnen van een lijnbaan was geen sinecure. Naast ervaring en vakmanschap diende men ook nog eens omwonenden en de autoriteiten aan zijn zijde te krijgen om op de juiste locatie een 'baan' te beginnen. Al in 1756 kreeg Sijbren Zeilstra toestemming van het Sneker stadsbestuur om een lijnbaan te realiseren. In 1803 werd deze aangekocht door Nicolaas Jurjan Lankhorst. Figuur 8. Lijnbaan van Lankhorst. touwfabrieken

De lijnbaan van Lankhorst wordt vanaf 1910 ook specifiek vermeld op de topografische kaarten. Op de kaart van 1910 zijn tussen de lijnbaan en de Woudvaart enkele panden gerealiseerd ten behoeve van de scheepsbouw. Het betreft het gebied waar thans de locatie Selfhelpweg 7 deel vanuit maakt. Figuur 9. Topografische situatie plangebied en omgeving. Bron: Topotijdreis.

Cultuurhistorische waardenkaart Fryslân De cultuurhistorische waarden staan aangegeven welke zich in de omgeving van het plangebied Selfhelpweg 7 bevinden. Verwezen wordt naar figuur 9 op pagina 21. Cultuurhistorische waarden zoals de oude vestingswerken, de tramrails en vaarwegen en de wederopbouwwijken. Feit is dat het plangebied zelf niet beschikt over cultuurhistorische waarden die bescherming behoeven. Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

21

Plangebied

Figuur 10. Illustratie van cultuurhistorische waarden in de omgeving van het plangebied. Bron: provinsje Fryslân.

Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor dit initiatief. Wel blijft de archeologische meldingsplicht van toevalsvondsten van kracht (art. 5.10, lid 1 Erfgoedwet). Dit betekent dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

22

4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen zoals brandstof, LPG, vuurwerk en munitie. Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: a. het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); b. het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); c. het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), het Besluit externe veiligheid transport-routes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde. In het geldende bestemmingsplan ‘Woudvaart’ is in paragraaf 4.1.3 die handelt over externe veiligheid, vastgesteld dat op de Risicokaart binnen het plangebied van het bestemmingsplan geen risicobronnen aangegeven zijn.

Voor wat betreft het vervoer over de weg is vastgesteld dat rijksweg A-7 als transportroute van gevaarlijke stoffen staat aangegeven. De risico’s van de rijkswegen zijn beschreven in de “Risicoatlas wegtransport”. Hieruit blijkt dat de PR (het plaatsgevonden risico) contour kleiner dan 10.10-6 is. Ook blijkt uit deze atlas dat er geen wegvakken zijn waar de oriëntatiewaarde van het GR (groepsrisico) wordt overschreden. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over dit weggedeelte van de A-7 betreft vooral doorgaand vrachtverkeer. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Woudvaart’ is geconcludeerd dat het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A-7 niet tot een onaanvaardbaar gevarenrisico zal leiden. Conclusie Feit is dat daar waar het bestemmingsplan ‘Woudvaart’ nabij de A-7 is gelegen, het plangebied Selfhelpweg 7 op circa 680 meter afstand van de A-7 gelegen is. Dat plus het feit dat voor de bedrijfswoning Selfhelpweg 6 een vergunning is verleend op basis van een reguliere procedure, rechtvaardigt de conclusie dat externe veiligheid geen belemmering voor onderhavig initiatief vormt.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

23

4.6 Water De watertoets procedure is een vast onderdeel van een planologische procedure. De watertoets is het instrument dat zorgt dat de waterbelangen in de planvorming voldoende aandacht krijgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. De watertoets is d.d. 21 maart 2021 uitgevoerd. Het resultaat is opgenomen in bijlage 6. Navolgend volgt een samenvatting van de meest relevante punten. ▪

Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning. Opgemerkt wordt dat in dit geval sprake is van vervangende nieuwbouw die op dezelfde plek van de nog te slopen gebouwen gerealiseerd gaat worden. Dit betekent dat binnen de beschermingszone van 5 meter geen werkzaamheden uitgevoerd gaan worden die (negatief) van invloed zijn op de beschermingszone.

▪

Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor de boezem (-0,52 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Dit betekent dat rekening gehouden moet worden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlast. Het bijbehorende maatgevend boezempeil is hier -0,19 m NAP. Dit peil, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. In dit geval is de droogleggingsnorm (zie pag. 51 van de leidraad watertoets) de strengste norm. Geadviseerd wordt een minimale aanleghoogte van +0,18 m NAP (-0,52 +0,70 m) in geval van verharding en bebouwing zonder kruipruimte. In geval van bebouwing met kruipruimte adviseren wij een minimale aanleghoogte van +0,58 m NAP (-0,52 + 1,10 m). Naar schatting ligt het maaiveld tussen de 0 en +0,2 m NAP (https://www.ahn.nl/index.html Het advies om met dit aspect rekening te houden bij het bepalen van de aanleghoogte zal rekening worden gehouden bij de uitvoering van het project.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

24

▪

Toename verharding In dit geval is geen sprake van een toename van verharding.

▪

Demping van oppervlaktewater Van het dempen van oppervlaktewater is geen sprake.

▪

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. In onderhavige situatie wordt het regenwater direct afgevoerd in de haven. Een kwaliteitsverbetering vindt onder meer plaats door het dempen van de oude beerput en het feit dat de bestaande woning van de havenmeester ook op het riool aangesloten zal worden.

Conclusie Met de aanbevelingen uit de toets wordt rekening gehouden bij de uitvoering van het initiatief. Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. 4.7 Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit 4.7.1.Verkeer Het perceel is via de bestaande in- en uitrit prima bereikbaar. Deze situatie blijft ongewijzigd. De verkeersveiligheid is niet in het geding. 4.7.2. Parkeren Voor de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen zijn de normen toegepast uit de gemeentelijke parkeernormennota 2018. Gelet op de verschillende functies met wonen, kantoor, schoonheidssalon, B&B recreatieverblijven, camperterrein en jachthaven, is de totale parkeerbehoefte inclusief 9 camperplaatsen op 43 parkeerplaatsen berekend Het aantal benodigde parkeerplaatsen annex met de jachthaven is als volgt tot stand gekomen: 44 ligplaatsen op basis van een parkeernorm van 0,6 = 27 pp (afgerond).

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

25

Figuur 11. Visualisering parkeren op eigen terrein. Bron: Bouwkundig Bureau Terpstra.

Figuur 11 geeft weer op welke wijze aan het parkeren op eigen terrein invulling wordt gegeven. P1 betreft de 9 camperplaatsen, P2 en P3 betreft 22 parkeerplaatsen ten behoeve van de jachthaven, P4 betreft 5 parkeerplaatsen voor B&B, salon en kantoor en P5 betreft het overdekt parkeren met 2 parkeerplaatsen voor de woonfunctie. Dit betekent dat op eigen terrein in 38 van de benodigde 43 parkeerplaatsen voorzien kan worden. De overige 5 parkeerplaatsen maken deel uit van het parkeerterrein van Aquanaut dat direct nabij de jachthaven gelegen is. Voor het gebruik van 5 parkeerplaatsen heeft initiatiefnemer een contract gesloten met de eigenaar. 4.7.3.Luchtkwaliteit Algemeen In 2010 is de wijziging van de Wet Milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen in werking getreden. Doel is het verbeteren van de luchtkwaliteit via de weg van de ruimtelijke ordening. De kern van de regelgeving bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Op grond van artikel 5.16 Wm moeten bestuursorganen nagaan of besluiten op grond van de Wro gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

26

Besluit NIBM In de Algemene maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate’ en de ministeriële regeling (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In deze regeling zijn projecten benoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Projecten zoals: ✓ Woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; ✓ Kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Gevoelige bestemmingen zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven verzorgings- en verpleeghuizen. Toetsing Bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan ‘Woudvaart’ is geconcludeerd dat aangenomen mag worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het uitvoeren van de bevoegdheid tot het vaststellen van het betreffende bestemmingsplan. In dit geval is sprake van vervangende nieuwbouw waarbij ten behoeve van het beter faciliteren van bezoekers met een camper er een 4-tal parkeerplaatsen toegevoegd zijn. Een wijziging die niet of nauwelijks effect zal gaan hebben op het aantal verkeersbewegingen van en naar het bedrijfsperceel.

Conclusie Gelet op de aard en omvang van onderhavig initiatief, is de conclusie te rechtvaardigen dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor dit initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

27

4.8 Besluit milieueffectrapportage Kader De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor is vastgelegd in het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage). De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Van een verplichting is sprake indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: ▪ Een oppervlakte van 100 hectare of meer; ▪ Een aaneengesloten gebied dat 2000 of meer woningen omvat, of ▪ Een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer. Afweging Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit initiatief geen sprake is van een mer beoordelingsplicht. Toch moet ook in dit geval het bevoegd gezag zich er van vergewissen of de bedrijfsactiviteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard en omvang van onderhavig initiatief is het de vraag of er sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage.

Uit jurisprudentie9 volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het initiatief. Hierbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van het initiatief. De vraag die beantwoord moet worden is of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Conclusie Gelet op de kenmerken van onderhavig initiatief zoals het feit dat sprake is van vervangende nieuwbouw inclusief enkele recreatieve verblijfsruimten en de plaats van het initiatief aan de buitenkant van een bedrijventerrein, mag geconcludeerd worden dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Een verdere beoordeling in het kader van een m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk. Het besluit milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

9

ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:694

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

28

4.9 Kabels en leidingen

Figuur 12. Situering kabels en leidingen binnen het plangebied.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van ondergrondse relevante (hoofdtransport) leidingen. Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. In het plangebied bevinden zich geen hoofdtransportleidingen. Wel is in beeld gebracht waar zich de verschillende nutsvoorzieningen in de bestaande situatie bevinden. Daarmee zal bij de uitvoering van de plannen rekening worden gehouden.

Conclusie Kabels en leidingen vormt geen belemmering voor dit initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

29

V.

UITVOERBAARHEID VAN HET INITIATIEF Wettelijk bestaat er de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een plan. In dat verband wordt er een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan zal de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure doorlopen. Het plan zal ter inzage worden gelegd, zodat belanghebbenden de mogelijkheid geboden wordt een zienswijze in te dienen. Voor zover thans in redelijkheid beoordeeld kan worden, levert het initiatief geen nadelen op voor derden, zodat het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht wordt. 5.2 Economische uitvoerbaarheid Het betreft een particulier initiatief. De financiering is rond en de economische haalbaarheid is gegarandeerd. Voor wat betreft mogelijke planschade zal de gemeente initiatiefnemer een overeenkomst doen toekomen, op grond waarvan de gemeente eventuele planschade op initiatiefnemer kan verhalen.

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

30

Bijlagen

1.

Rapport akoestisch onderzoek

2.

Rapport bodemonderzoek

3.

Rapport asbestinventarisatie

4.

Quickscan Wet Natuurbeheer

5.

Stikstofberekening

6.

Watertoets

Ruimtelijke onderbouwing vervangende nieuwbouw bedrijfspand inclusief wonen Selfhelpweg 7 te Sneek

1. Rapport akoestisch onderzoek

De Hageboek 1 9251 NN BURGUM Telefoon: (06) 46 320 530 E-mail: info@adviesbureau-dba.nl Website: www.adviesbureau-dba.nl

Akoestisch onderzoek Ruimtelijke onderbouwing Realisatie nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek.

05 maart 2021

Opdrachtgever

Bouwkundig Bureau Terpstra / BBT Agribouw De Joodyk 9 8614 JK OUDEGA

Dossiernummer

2021-FR-006

Revisienummer

00

Uitgevoerd door

Adviesbureau dB(A) ‘de Burgumer Akoesticus’

Behandeld door

Pieter Norbruis

Datum

05 maart 2021

20210305-21FR006-Selfhelpweg-7-Rap-00.doc

Rapport

Akoestisch onderzoek; Ruimtelijke onderbouwing realisatie nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek

Inhoudsopgave:

Blz.

1

Inleiding

1

2

Bestemmingsplan

3

3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.3 3.2 3.3

Wettelijke kaders Wet geluidhinder (Wgh) Systematiek grenswaarden en verzoek hogere grenswaarde Begrip gevel Zones rond industrieterreinen Zones langs wegen Wet ruimtelijke ordening (Wro) Bouwbesluit 2012

5 5 5 5 5 6 7 8

4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3

Berekening geluidbelasting Industrielawaai Wegverkeerslawaai Uitgangspunten berekening Berekening geluidbelasting (Lden) wegverkeerslawaai Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai Cumulatie geluidbelasting

9 9 9 9 10 11 12

5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2

Berekening geluidwering gevels (GA;k) Uitgangspunten Geluidbelasting Materiaalkeuze Ventilatie Berekeningsresultaten

13 13 13 13 14 15

Conclusies Industrielawaai Wegverkeerslawaai Cumulatie geluidbelasting Geluidwering gevels

16 16 16 16 16

6 6.1 6.2 6.3 6.4

Bijlagen: 1 2 3 4

Invoergegevens berekening Lden wegverkeerslawaai. Resultaten berekening Lden wegverkeerslawaai. Methodiek bepaling gecumuleerde geluidbelasting (LCUM). Resultaten berekening karakteristieke geluidwering (GA;k).

Figuren: 1 2

05 maart 2021

Kopie plantekening; ‘Plattegronden, gevels, doorsnedes en situatie’ (laatst gewijzigd d.d. 01-03-2021) Situering planlocatie aan de Selfhelpweg 7 te Sneek en situering en nummering van de toetspunten.

20210305-21FR006-Selfhelpweg-7-Rap-00.doc

Rapport

Akoestisch onderzoek; Ruimtelijke onderbouwing realisatie nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek

1

Inleiding In opdracht van Bouwkundig Bureau Terpstra / BBT-Agribouw te Oudega is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de beoogde realisatie van een nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek, in de gemeente Súdwest-Fryslân. De geografische liggen van de planlocatie is weergegeven op afbeelding A.

Afbeelding A: Geografische ligging planlocatie

Bron: Google maps

Het plan is om het bestaande gebouw aan de Selfhelpweg 7 te slopen om zo plaats te maken voor een gebouw dat gebruikt wordt als bedrijfswoning, een havenkantoor, een bedand breakfast en een schoonheidssalon. Verder voorziet het plan in: • De sloop van de garageboxen om meer ruimte te kunnen bieden voor camperplaatsen. • De realisatie van een sanitaire ruimte voor toiletten en douches en met een ruimte voor een wasmachine en droger. • Het verhuren van houseboats. Deze hebben geen vast ligplaats en zijn bestemd voor de verhuur.

Op 22 oktober 2020 is hiervoor een aanvraag ingediend (geregistreerd onder nummer VB20200400) bij de gemeente Súdwest-Fryslân. De gemeente heeft in vervolg daarop schriftelijk gereageerd (brief van 4 februari 2021). Op basis van de in die brief gestelde criteria, is de conclusie dat het plan; “…niet voldoet aan de regels van het bestemmingsplan. De gehele aanvraag kan door het college van B&W bij de formele vergunningsaanvraag haalbaar gemaakt worden middels een uitgebreide vergunningsprocedure. Mits u aan kunt tonen dat de geluidwering van de gevel minimaal 30 dB(A) bedraagt, de bedrijfswoning een maximale inhoud van 500 m³ heeft, u alle bouwwerken binnen het bouwvlak realiseert en het plan aanpast naar het advies van de welstandsnota zoals benoemd onder “nieuwe bedrijfswoning”.

05 maart 2021

20210305-21FR006-Selfhelpweg-7-Rap-00.doc

-1-

Rapport

Akoestisch onderzoek; Ruimtelijke onderbouwing realisatie nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek

Wij hebben uw plan op dit moment nog niet voorgelegd aan de welstandscommissie omdat naar alle waarschijnlijkheid de planopzet nog gewijzigd zal worden door het bovengenoemde”. Ten behoeve van de uitgebreide vergunningsprocedure wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Een ruimtelijke onderbouwing bevat een beschrijving van de uitvoerbaarheid van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. De beoordeling heeft een stedenbouwkundig, planologisch, (milieu)technisch en economisch component. Met betrekking tot het milieuaspect ‘geluid’, zijn de volgende aspecten relevant: • Voor het realiseren van de bedrijfswoning, is een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting van het wegverkeerslawaai vereist; • De bedrijfswoning is gelegen op een industrieterrein. Dit betekent dat een hogere waarde ten gevolge van industrielawaai moet worden vastgesteld. • Gelet op de ligging van de bedrijfswoning op een industrieterrein wordt, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een karakteristieke gevelwering verlangd van minimaal 30 dB(A). Hiervoor zal een gevelwering onderzoek moeten worden ingediend.

De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Sneek en binnen de invloedssfeer van: • Het qua geluid gezoneerde industrieterrein ‘Sneek-Woudvaart’; • Het wegverkeer op de in de directe omgeving gelegen Selfhelpweg en Woudvaartkade. Bij een nieuwe geluidgevoelige ontwikkeling dient, wanneer sprake is van (een) geluidgevoelige bestemming(en) ter plaatse van of nabij de ontwikkeling, te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien van toepassing dient aanvullend te worden aangetoond dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. Gelet op het voorgaande is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is gericht op het bepalen van de geluidbelasting ter hoogte van de binnen de planlocatie beoogde en als geluidgevoelig aan te merken (bedrijfs)woning. De geluidbelasting is bepaald ter hoogte van toetspunten welke zijn gesitueerd ter hoogte van de als geluidgevoelig aan te merken verblijfsruimten, welke zich bevinden op de eerste verdieping van de beoogde (bedrijfs)woning. De binnen het pand beoogde realisatie van twee voorzieningen ten behoeve van Bed- and Breakfast (B&B). Een gastenverblijf/B&B is geen geluidgevoelig gebouw/object in de zin van de Wet geluidhinder.

Geconcludeerd kan worden dat uit akoestisch oogpunt er geen belemmeringen bestaan tegen de realisatie daarvan. De ruimtelijke indeling van de (bedrijfs)woning is ontleend aan de door de opdrachtgever vervaardigde en ter beschikking gestelde plantekening. Een kopie daarvan is als figuur 1 toegevoegd aan het rapport. De situering en nummering van de toetspunten is weergeven op figuur 2. De ruimtelijke onderbouwing geldt mede als onderlegger om te kunnen afwijken van het bestemmingsplan.

05 maart 2021

20210305-21FR006-Selfhelpweg-7-Rap-00.doc

-2-

Rapport

Akoestisch onderzoek; Ruimtelijke onderbouwing realisatie nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek

2

Bestemmingsplan De planlocatie en de daarbinnen beoogde realisatie van een bedrijfswoning, betreft een perceel waarvan de bestemming planologisch-juridisch is geregeld in het geldend bestemmingsplan ‘Sneek-Woudvaart’, zoals dat op 15 september 2009 onherroepelijk is vastgesteld. Afbeelding B toont een uitsnede van de bij het bestemmingsplan behoren plankaart. Daarop is de situering van de planlocatie als een rood vlak weergegeven. Afbeelding B: Fragment plankaart bestemmingsplan “Sneek-Woudvaart”

Bron: ruimtelijkeplannen.nl

Op het betreffende (plan)perceel rust, conform artikel 3 van de regels behoren bij het bestemmingsplan, de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein-2’ met daarbij de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’. De betreffende gronden zijn bestemd voor bedrijfsdoeleinden, welke geheel of grotendeels op de watersport zijn gericht en waarbij de vestiging aan waterwegen/havens vanuit bedrijfsdoelmatige redenen noodzakelijk of gewenst is. Ter plaatse van het hoofdgebouw zijn bedrijven toegestaan tot en met categorie 2 die zijn opgenomen in de “Staat van bedrijfsactiviteiten”. Ter plaatse van het parkeerterrein en de garageboxen zijn bedrijven toegestaan tot en met categorie 3.1. In de staat van bedrijfsactiviteiten is een schoonheidssalon en een bed- and breakfast niet opgenomen. Een bedrijfswoning is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”. Dat is op dit perceel niet van toepassing. Een havenkantoor is op deze locatie toegestaan. Het plan voldoet dus gedeeltelijk niet aan de regels van het bestemmingsplan. Het toepassen van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo (kruimelgeval) is niet mogelijk. Omdat u het bestaande gebouw wilt slopen kan de wijziging van gebruik ingevolge van artikel 4, negende lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht niet toegepast worden. Voor deze aanvraag is daarom de uitgebreide procedure noodzakelijk.

De ruimtelijke onderbouwing heeft als doel de afwijking van het bestemmingsplan te motiveren op basis van een goede belangenafweging. De wetgever heeft eisen gesteld aan de inhoud van de ruimtelijke onderbouwing, waarbij is aangegeven aan welke aspecten in de ruimtelijke onderbouwing aandacht dient te worden besteed. Een van die aspecten betreft de milieuaspecten, waaronder bedrijven en milieuzonering (hinderaspecten) en 05 maart 2021

20210305-21FR006-Selfhelpweg-7-Rap-00.doc

-3-

Rapport

Akoestisch onderzoek; Ruimtelijke onderbouwing realisatie nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek

geluid. In het thans voorliggende rapport wordt voornamelijk (lees: alleen) ingegaan op laatstgenoemd aspect ‘geluid’. Ten aanzien van alle overige aspecten zal een nadere onderbouwing door, dan wel namens de opdrachtgever plaatsvinden.

05 maart 2021

20210305-21FR006-Selfhelpweg-7-Rap-00.doc

-4-

Rapport

Akoestisch onderzoek; Ruimtelijke onderbouwing realisatie nieuw pand voor wonen en werken op het perceel Selfhelpweg 7 te Sneek

3

Wettelijke kaders

3.1

Wet geluidhinder (Wgh)

3.1.1

Systematiek grenswaarden en verzoek tot hogere grenswaarden In de Wet geluidhinder (Wgh) en in het Besluit geluidhinder (Bgh) worden voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai twee typen grenswaarden benoemd: de zogenaamde voorkeurgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. Per geluidbron (bijvoorbeeld per weg, per spoorweg, per industrieterrein) wordt aan de grenswaarden getoetst. Bij een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde kan een zogenaamde hogere grenswaarde worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, mits de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden. Het vaststellen van een hogere waarde door het bevoegd gezag is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan de geluidbron of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen geluidgevoelige functie mogelijk tenzij deze wordt voorzien van dove gevels of van gebouwgebonden geluidschermen.

3.1.2

Begrip gevel De geluidbelasting op een geluidgevoelige bestemming dient te worden bepaald te plaatste van de gevel van de bestemming. In artikel 1 van de Wgh is het begrip gevel als volgt gedefinieerd: Bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van: a) een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede b) een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Bovenstaande betekent dat, indien een gevel voldoet aan de definitie onder a of b, dit geveldeel niet hoeft te worden getoetst aan de Wgh. Een dergelijke gevel wordt een ‘dove gevel’ genoemd.

3.1.3

Zones rond industrieterreinen In hoofdstuk V: ‘Zones rond industrieterreinen’ van de Wgh. wordt ingegaan op de akoestische aspecten vanwege industrielawaai. De basis van de zonering voor industrielawaai is het bestemmingsplan. Er is sprake van een industrieterrein in het kader van de Wet geluidhinder (art. 1, Wgh) als in het bestemmingsplan voor een bepaald terrein: • in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen; • en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van 'grote lawaaimakers'. Om verwarring met spreektaal te vermijden wordt in het algemeen gesproken over 'gezoneerd industrieterrein'. In onderdeel D van Bijlage I Bor is vastgelegd welke inrichtingen als grote lawaaimaker moeten worden beschouwd. Volgens art. 40 Wgh moet tegelijk met het ontstaan van een industrieterrein een zone rond het industrieterrein vastgelegd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10490513/1