CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Ontwikkelkader Logiesaccommodaties gemeente Súdwest-Fryslân

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Untwikkelkader sliepplakakkommodaasjes14.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• De huidige vitaliteit van de Friese logies is in kaart gebracht en de opdracht is tweeledig: inspelen op clustervorming en betere conceptontwikkeling;

45

• • • •

Vitaliteit moet vergroot worden; Ondersteunen van conceptontwikkeling; Toename aantal volledig circulaire logiesbedrijven; Een toename van de mate van sociale inclusie en laagdrempeligheid voor kwetsbare groepen;

• Het aanbod van erfgoedlocaties en herbestemde karakteristieke gebouwen en monumenten is substantieel toegenomen.

Het Fries Camperkader reikt een ‘ideale volgorde van handelen’ aan voor nieuwe camperplaatsen: 1. Ondernemers zijn als eerste aan zet om camperlocaties te realiseren; 2. Als zij dit niet doen, dan kan de gemeente dit doen, in principe zo

Het Fries Camperkader - 2017 Reeds jarenlang vinden er discussies plaats tussen gemeenten en ondernemers (vooral campinghouders) over het realiseren van

veel mogelijk tegen kostendekkend tarief; 3. Indien er sprake is van een bijzondere situatie (groot algemeen belang, bijzondere RO-situatie) kan een gemeente een besluit nemen in het kader van algemeen belang. Ook dan houdt de gemeente oog voor ongewenste prijseffecten; 4. Zoveel mogelijk partijen sluiten zich aan bij het Fries Campernet.

gemeentelijke camperplaatsen. Aan de ene kant is er een tekort aan camperplaatsen wat gemeenten willen oplossen. Aan de andere kant vinden veel campinghouders dat campers op de camping horen en dat gemeenten te lage tarieven rekenen en daardoor marktverstorend werken. Gemeenten zijn vrij om te beslissen hoe ze in het camperen

Het uiteindelijke advies van de Marrekrite is: stimuleren door te reguleren. “Als gemeenten met hun voorzieningen ergens een individuele ondernemer bevoordelen of benadelen, trekken ze zich terug. Een uitzondering hierop kan zijn dat er sprake is van een

staan. De centrale vraag van deze discussie is: moet het aanbieden van camperplaatsen zo veel mogelijk door marktpartijen worden opgepakt? Gemeenten kunnen kiezen uit twee kaders bij het realiseren van camperplaatsen en de prijszetting hiervan: de Wet Markt & Overheid

duidelijk algemeen belang”. Dit is dezelfde spelregel als die nu al in de waterrecreatie wordt gehanteerd. Als de geest van dit principe zou worden toegepast op gemeentelijke camperlocaties dan zal er naar verwachting geen protest zijn, en kan er net als in de waterrecreatie een doelbestemming worden gecreëerd: een combinatie van

(geldend tarief moet kostendekkend zijn) en Algemeen Belang (gemeente is vrij om het tarief te bepalen).

camperen op campings / jachthavens en plekken door de gemeente gerealiseerd waar de markt dit niet oppakt.

46

7.4

Bijlage D: Gemeentelijk beleid

Positionering van het ontwikkelkader in het beleidshuis SWF Binnen het beleidshuis van de gemeente landt het ontwikkelkader (waarschijnlijk) in het Omgevingsprogramma Omgevingskwaliteit (zie Afbeelding 7.2 en Afbeelding 7.3). Omgevingskwaliteit wordt in de Memorie van toelichting van de nieuwe Omgevingswet omschreven als “aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap”. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. Omdat het ontwikkelkader valt binnen het beleidshuis van de gemeente past het binnen de principes en uitgangspunten van de Omgevingsvisie en binnen de kaders van al bestaand provinciaal en gemeentelijk beleid. Bestaande beleidsstukken zijn dan ook inhoudelijk onderdeel van het ontwikkelkader logiesaccommodaties. De geraadpleegde gemeentelijke beleidsstukken zijn samengevat in deze Bijlage. In Bijlage E staan de uitgangspunten die uit het beleid meegenomen zijn in het opstellen van de logiesdoelen.

Afbeelding 7.2 Het ontwikkelkader binnen het beleidshuis.

47

Afbeelding 7.3. Het programma Omgevingskwaliteit binnen de Omgevingsvisie. De essentie van de Omgevingsvisie 1.0 van Súdwest-Fryslân (16 maart 2021), de visie ruimtelijke kwaliteit en de landschapsbiografie is samengevat in de tabel op de volgende pagina. In deze tabel wordt o.a. verwezen naar de bouwstenen vanuit het Friese Merenproject welke kunnen dienen als inspiratie voor de ontwerpprincipes voor nieuwe logiesbedrijven (zie bijlage L).

Omgevingsvisie 1.0 Ruimtelijke kwaliteit Aanknopingspunten toerisme

Leidende principes

Thema’s 1. 2. 3. 4. 5.

Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden Vitaal en aantrekkelijk landschap Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief

1. 2. 3. 4. 5.

Subthema’s

SWF: de gezondste gemeente van Nederland Geluk én brede welvaart op 1 Echt genieten in Súdwest-Fryslân: van alles te zien en te beleven, genieten van rust en ruimte Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur en het open, veelal agrarisch, landschap Súdwest-Fryslân4GlobalGoals: 17 duurzame ontwikkeldoelen. Thema’s koppelen hieraan.

48

1. Inrichting leefomgeving & goede milieukwaliteit. 2. Waardevolle leefomgeving, gezonde ecosystemen en biodiversiteit & schoon water. 3. Inclusieve en toegankelijke woonomgeving, duurzame werkgelegenheid & duurzame en veilige vervoerssystemen. 4. Circulaire economie en duurzame infra & Duurzame landsbouw en voedsel. 5. Weerbaarheid & schone energie.

Visie ruimtelijke kwaliteit

Landschapsbiografie

• Per landschap zijn de kernkwaliteiten beschreven in het Streekplan Fryslân 2007. Deze kernkwaliteiten moeten herkenbaar blijven. • Elementen en structuren IJsselmeerkust: zeedijk, buitendijkse polders en platen, kliffen, stedelijke waterfronten • Elementen en structuren kleigebied: verkaveling, droogmakerijen, dijken, vaarten en opvaarten, eendenkooien, terpen, dorpen en steden • Elementen en structuren veengebied en de meren: veenstroompjes, wegen, kerkhoven met klokkenstoelen, meren, vaarten en opvaarten, dorpsstructuren, verkaveling • Elementen en structuren stuwwallenlandschap: kliffen en dijken, gaasten, essen en esdorpen, vaarten, overgang hoge stuwwal naar lager veengebied en meren

De landschapsbiografie beschrijft het ontstaan van de Friese cultuur en – landschap: 1. 0-800 v. Chr: stuwwallenlandschap, veenlandschap en kleilandschap ontstaan 2. 800 v Chr – 850: zeearmen, terpen en cultuurlandschap gevormd 3. 850-1150: kerstening en kerkstichting, kwelderlandschap, veenrandzone, hoogveenlandschap, stuwwallenlandschap 4. 1150-1550: agrarische veenontginning, dijken en polders, meren en vaarwegen 5. 1550-1800: vaarwegen, dijken, landaanwinning, states, bossen en eendenkooien 6. 1800-1900: landbouw en economie, waterbeheersing, infrastructuur, landaanwinning, landgoederen en bosbouw 7. 1900-heden: waterstaat, nieuwe wegen, ruilverkaveling, steden en samenleving, natuur en recreatie

Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân 16 maart 2021

Visie ruimtelijke kwaliteit

• Toerisme zal toenemen gezien de internationale groeiverwachting. Te veel toerisme en recreatie mag niet het woon- en leefklimaat en de landschappelijke kernwaarden aantasten • Toerisme toekomstbestendig maken met een verdubbeling van de bestedingen in 2030 • Inzetten op slimme groei met kwaliteit: passend bij culturele identiteit, MKB en ecologische foodprint: Een prettige en gezonde leefomgeving omdat voorzieningen op peil blijven en inwoners er gebruik van kunnen maken in hun vrije tijd. behoud van natuur- en cultuurerfgoed, toekomstbestendige banen, circulaire economie • Meer (afwisseling in) belevenissen creëren door: verdieping bestaand aanbod, meer samenwerking in vaargebieden, betere vermarkting van het toeristisch aanbod. • Versterking cultuurtoerisme door behoud erfgoed

• Parels als fietspaden, wandelpaden, cultureel erfgoed en bossen moeten meer aandacht krijgen • Vernieuwing verblijfsrecreatief aanbod is noodzakelijk • Een goede landschappelijke inpassing is nodig voor nieuwe ontwikkelingen • Friese merenproject: verbetering mogelijkheden voor waterrecreatie • Kansen bij het investeren in beleving en aantrekkingskracht van het landschap waarbij de identiteit van de gemeente wordt vergroot • Recreatieve en leisure-achtige ontwikkelingen dienen zich niet midden in de open ruimte van het landschap te vestigen

49 53

7.5

Bijlage E: Inhoudelijke uitgangspunten vanuit het beleid

Inzichten vanuit beleid voor logiesdoelen De beleidsstukken (zowel provinciaal als gemeentelijk) bieden inzichten die meegenomen zijn als input voor de logiesdoelen. Omdat het ontwikkelkader een beleidsuitwerking is van de Omgevingsvisie moet deze naadloos aansluiten bij de leidende principes van de

Diverse voor het ontwikkelkader relevante beleidspunten van de provincie en de gemeente zijn overeenkomstig: • Nieuwe logiesaccommodaties dragen bij aan slimme economische groei door hun stuwende bijdragen aan lokaal voorzieningenniveau en de publiek toegankelijke voorzieningen die zij bieden;

Omgevingsvisie SWF: • SWF: de gezondste gemeente van Nederland; • Geluk en brede welvaart voor huidige én volgende generaties op 1. Geluk komt voort uit de directe leefomgeving en het dagelijks leven; • Echt genieten in SWF: van alles te zien en te beleven. Genieten van rust en ruimte;

• Voor ontwikkelingen is het belangrijk dat de identiteit en de kernmerken van het landschap en de Friese cultuur ten minste behouden en het liefst versterkt worden. Ontwikkelingen moeten integreren met de omgeving (zowel landschappelijk, architectonisch als maatschappelijk). De omgevingskwaliteit is dan ook de ontwerpbasis voor (nieuwe) ontwikkelingen.

• Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur en het open, veelal agrarisch, landschap. • SWF4GlobalGoals: 17 duurzame ontwikkeldoelen. Andere punten uit de Omgevingsvisie die meegenomen zijn als input voor de logiesdoelen zijn:

• Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk om uit te gaan van het principe van zuinig ruimtegebruik door o.a. koppelkansen te benutten; • Zet in op meer spreiding in tijd (seizoensverlenging) en ruimte; • Cultuur- en natuurtoeristen met interesse in de identiteit en

• De leefomgeving is van ons allemaal; • Goede balans tussen wonen, werken en vrije tijd;

kwaliteit van Fryslân zijn een interessante (nieuwe) doelgroep; • Logiesaccommodaties kunnen bijdragen aan een groenere en meer

• Genieten in een uniek en divers landschap met steden en dorpen; • Denk vanuit de initiatiefnemer. Het ontwikkelkader moet in ieder geval duidelijkheid bieden voor initiatiefnemers.

circulaire gastvrijheidseconomie; • Het is belangrijk om de kwaliteit van de logiesaccommodaties te vergroten;

50

• Logiesaccommodaties kunnen bijdragen aan toekomstbestendige banen voor zoveel mogelijk groepen in de samenleving. Logiesbedrijven die zoveel mogelijk jaarrond functioneren dragen hier vooral aan bij vanwege hun arbeidscontinuïteit. • De ontwikkeling van camperplaatsen wordt in eerste instantie overgelaten aan logiesondernemers. Pas indien zij geen nieuwe plekken willen/kunnen realiseren en/of exploiteren kan de gemeente inspringen. Hierbij wordt rekening gehouden met de ruimtelijke randvoorwaarden, inrichting (bepaalde voorzieningen) en de locatie; • De 23 bouwstenen uit het Friese merenproject dienen als inspiratie; • Het is belangrijk om bij nieuwe ontwikkelingen terug te grijpen op de gebeurtenissen, verhalen en landschapsontwikkeling in SWF uit het verleden. Zo blijven de kenmerkende landschapsstructuren en cultuur behouden en levend; • Recreatieve ontwikkelingen dienen zich niet midden in de open ruimte van het landschap te vestigen.

51

7.6

Bijlage F: Intern projectproces en gesprekspartners

Het proces dat doorlopen is om tot het ontwikkelkader te komen bestaat uit vier stappen: 1. Opstellen startdocument; 2. Startdocument toetsen: keuzes creëren; 3. Bijstellen en uitwerken;

• Individuele gesprekken met diverse marktpartijen: projectontwikkelaars en ondernemers over doelen, principes en de werkwijze. • Opstellen van de eerste versie van de ontwikkelprincipes. • Opstellen van de contouren van het ontwikkelkader.

4. Aanscherpen: keuzes maken. Gedurende elke stap hebben we diverse gesprekspartners betrokken. Hieronder wordt per stap weergegeven welke werkzaamheden uitgevoerd zijn. De namen van de betrokkenen zijn bekend bij de gemeente (EZ & Toerisme).

• Opstellen van de hoofdstappen van de werkwijze. • Gesprek met ambtelijke begeleidingsgroep waarin het startdocument werd besproken en verrijkt. • Aanpassen startdocument aan de hand van feedback door begeleidingsgroep.

1. Opstellen startdocument • Gesprek met de Wethouder over de ambities, doelen en opzet van het kader. • Gesprek met de ambtelijke begeleidingsgroep over de ambities, doelstellingen en opzet van het kader.

2. Startdocument toetsen: keuzes creëren • Gesprek met ambtenaren RO, erfgoed, natuur, R&T en bedrijfscontactfunctionarissen waarin het startdocument (doelen, principes, kader en werkwijze) getoetst en verrijkt werd en beleidsmatige lacunes werden besproken.

• Analyse relevante beleidsdocumenten, onderzoeken en andere documenten.

• Gesprek met provinciale ambtenaren RO en R&T waarin de logiesdoelen, ontwikkelprincipes, input van de Provincie en

• Opstellen logiesdoelen in lijn met het Friese actieplan vitale logiesaccommodaties 2028.

uitgangspunten van de proceshandleiding werden besproken. • Gesprek met afgevaardigden van de TAF. Opnieuw werden de logiesdoelen, de ontwikkelprincipes en de proceshandleiding besproken.

52

• Bijsturen logiesdoelen, ontwikkelprincipes en werkwijze n.a.v. voorgaande gesprekken in fase 2. • Groepsgesprek met logiesondernemers, exploitanten, projectontwikkelaars, ambtenaren, VVV en vertegenwoordiging vanuit de branches en ondernemersplatforms. Tijdens dit

• Groepsgesprek ondernemers met grote logiesbedrijven waarin input is gevraagd over de werkwijze en de ontwikkelprincipes. • Aanpassing document aan de hand van de input van de begeleidingsgroep en de logiesondernemers.

groepsgesprek is het tussenresultaat gepresenteerd en om input gevraagd. • Aanpassing van het document aan de hand van de input vanuit het groepsgesprek. • Gesprek met de bestuurders RO en R&T over de richting die zich aftekent. Ook werd het tussenresultaat bij hen getoetst.

Aanscherpen: keuzes maken • Opiniërende Raadsbijeenkomst (13 oktober 2021) waarin de onderzoeken en ontwikkelprincipes zijn besproken en voorgelegd. Met behulp van Mentimeter is aan de Raadsleden een aantal stellingen voorgelegd aangaande de ontwikkelprincipes. Vooraf kregen raadsleden een informerende video toegestuurd.

• Aanpassing document aan de hand van input. Vaststellen logiesdoelstellingen. • Gesprek over het opstellen van marktgerichte deelregio’s in de gemeente. • Eerste uitwerking van de marktgerichte deelregio’s aan de hand van

• Vastellen ontwikkelprincipes en opstellen conceptversie ontwikkelkader en werkwijze. • Bespreking proceshandleiding met ambtenaren van de gemeente SWF. Doornemen van de proceshandleiding en deze inpassen in het proces van de gemeente SWF.

landschappelijke kwaliteiten. Conclusie is dat verdere uitwerking buiten de scope van het huidige ontwikkelkader valt. 3. Bijstellen en uitwerken • Gesprek ambtelijke begeleidingsgroep waarin we keuzes maakten

• Check proceshandleiding met verantwoordelijke ambtenaar vanuit de gemeente SWF. • Bespreking eindresultaat met de ambtelijke begeleidingsgroep. • Verwerken feedback van de ambtelijke begeleidingsgroep. • Ter inzage leggen van het conceptdocument ontwikkelkader

over de ontwikkelprincipes, de aard van het kader, de inhoudelijke kwaliteitscomponenten en de proceshandleiding.

logiesaccommodaties SWF. • Vaststellen ontwikkelkader in Raadsbijeenkomst (3 maart 2021).

53

7.7

Bijlage G: Input stakeholders logiesdoelstellingen SWF

Over het algemeen geven stakeholders aan dat het belangrijk is om het toerisme en recreatie te zien als een samengesteld product (een toeristisch ecosysteem) waarin logiesaccommodaties een belangrijk onderdeel zijn. Een toeristisch-recreatief ecosysteem in balans bestaat uit vier principes: diversiteit, verbondenheid, draagkracht & circulariteit en menselijk handelen. Dit is verder uitgewerkt in Bijlage H. Per stakeholder behandelen we hieronder de belangrijkste input die meegenomen is in het opstellen van de logiesdoelstellingen voor de gemeente SWF. Wethouder De Wethouder kijkt vanuit drie perspectieven naar de logiessector: 1. Vanuit de ondernemers. Ondernemers moeten een goede boterham kunnen verdienen met hun logiesaccommodatie(s). Zo kunnen zij genoeg vet op de botten krijgen om ieder jaar noodzakelijke investeringen te doen om de kwaliteit hoog te houden. De gemeente kan ondernemers faciliteren maar onderneemt zelf niet. We hebben dus ondernemers nodig die écht enthousiast zijn over en passie hebben voor hun bedrijf en hun omgeving. Er moet altijd

1. ruimte blijven voor nieuwe ontwikkelingen, maar deze moeten wel écht iets toevoegen voor SWF. Het ontwikkelkader moet de richting aangeven aan ondernemers waar we als samenleving naartoe willen én marktwerking moet worden gestimuleerd. Het is van belang om de Sustainable Development Goals (SDG’s) te integreren in de doelstellingen voor de gemeente. 2. Vanuit het lokale absorptievermogen. Er moet goed gekeken worden naar het lokale absorptievermogen. Wat kan een regio/ gemeenschap qua hoeveelheid toerisme aan? Voldoende draagvlak vanuit de regio is belangrijk voor succesvolle logiesondernemingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom ook niet alleen goed voor de ondernemer zijn, maar voor de gehele samenleving. Het ecosysteem van een bestemming moet in balans zijn (zie Bijlage H). 3. Vanuit de sectorale wendbaarheid. De sector moet altijd klaar zijn voor een crisis en snel kunnen veranderen. Hiervoor is pluriformiteit nodig: veel typen bedrijven, gericht op een divers aantal doelgroepen (met o.a. intergenerationeel bezoek en mogelijkheden voor gasten met een smalle en brede beurs) spreidt het risico.

54

Ambtenaren De belangrijkste punten vanuit de ambtenaren aangaande de doelstellingen voor SWF waren:

Marktpartijen Marktpartijen die gesproken zijn, hebben de volgende punten aangegeven aangaande de doelstellingen voor SWF:

• Het is belangrijk om niet alleen initiatiefnemers te betrekken in hun

• We moeten inzetten op herontwikkeling en minder op het

plannen, maar ook de gemeenschap moet hier bij betrokken worden in de vorm van participatie. In de omgevingswet staat dat bij alle plannen de bevolking door de initiatiefnemer betrokken moet worden. Ook creëert dit draagvlak voor de ontwikkeling;

aantrekken van nieuwe initiatieven. Zo kan SWF de grootste slag slaan om het bestaande logiesproduct toekomstbestendig te maken. Soms is herontwikkelen duurder dan nieuwbouw. Als er kansen liggen (met name aan het water) voor nieuwe initiatieven dan is het logisch dat initiatiefnemers op deze kansen in willen spelen.

• Het inzetten op seizoensverlenging (spreiding in tijd) en spreiding in ruimte is nodig om het toeristisch product van de gemeente verder te verbeteren. Daarnaast sluiten we hiermee goed aan om de provinciale doelstellingen;

• Stimuleer het benutten van erfgoed voor de recreatie. Denk aan leegstaande loodsen en boerenerven;

• Het open landschap is dé trekker van onze gemeente. Nieuwe

• Probeer in te zetten op meer samenwerking tussen ondernemers in

ontwikkelingen mogen het landschap niet schaden. Belangrijk is dan wel dat dit niet automatisch zorgt voor verluxing omdat de dichtheid van de bebouwing dan minder groot mag/kan zijn. • Het is van groot belang dat de kwaliteit die in eerste instantie neergezet wordt ook geborgd wordt in de jaren daarna.

de logiessector, maar ook ondernemers binnen het gehele toeristisch product van de gemeente; • De maatschappelijke bijdrage van een initiatief is belangrijk. Dit zorgt voor draagvlak in de omgeving voor de complete toeristische sector;

55

• Zorg dat initiatiefnemers vanaf het eerste moment in het proces van de planvorming nadenken over de ruimtelijke vormgeving en het bedrijfsconcept van het initiatief; • Seizoensverbreding is noodzakelijk en tegelijk heel lastig te

• Natuurlijk is het belangrijk dat er voldoende mogelijkheden blijven voor mensen met een wat kleinere portemonnee, maar we moeten niet vergeten dat de wensen van de toerist ook veranderen. Luxe en comfort wordt steeds meer een vereiste voor de gewone man/vrouw. Diversiteit geeft charme aan een gebied;

realiseren. Op dit moment zijn er vaak gewoon niet voldoende toeristen in de gemeente om een rendabele bezetting te draaien. Dat wordt zeker niet alleen opgelost door meer winterharde bedden. Het gehele toeristisch product moet aantrekkelijk gemaakt worden voor winterbezoek. Met name voor het personeelsbeleid is seizoensverlenging een must zodat continuïteit geboden wordt;

• De voorkeur van ondernemers gaat over het algemeen uit naar vakantieproducten in plaats van meer tweede woningen. Echter, het is vaak voor projectontwikkelaars niet mogelijk om het gehele project op basis van vakantieverhuur-eenheden op deze manier te bekostigen. Een gedeelte tweede woningen kan hiervoor wel zorgen.

• Het inzetten op zuinig ruimtegebrek is goed. De open ruimte is belangrijk voor ons. Tegelijk mag extensivering niet ten koste gaan van de capaciteit in aantal plaatsen/bedden. Er zou daarom soepel omgegaan moeten worden met uitbreidingen aansluitend aan

Ook om andere woningen goedkoper in de markt te kunnen zetten. Met name op B-locaties is dit nodig. De meeste mensen die recreatief vastgoed kopen zullen sowieso ook een voorkeur hebben voor verhuren omdat ze dan de BTW terugkrijgen en toch slechts af en toe zelf gebruik willen maken;

bestaande bedrijven; • Op sommige plekken in de gemeente is het echt belangrijk dat er meer gezonde reuring komt, niet alleen tijdens het (watersport)seizoen maar ook daarbuiten; • Niet alleen het landschap valt binnen de ruimtelijke kwaliteit van een logiesbedrijf. Ook de cultuur is hierin een belangrijk component;

• Let goed op de verschillen in regelgeving tussen vakantiewoningen en chalets. Over het algemeen is het veel makkelijker om chalets neer te zetten gezien het bestemmingsplan, echter soms is dit niet optimaal voor het toeristisch product van de regio; • Duurzaamheid en circulariteit is belangrijk, maar dit moet niet alleen in materiaalgebruik liggen. De afhankelijkheid van de beschikbaarheid van bepaalde materialen wordt anders te groot.

56

7.8

Bijlage H: Leidende principes voor een gebalanceerd toeristisch ecosysteem

In een gebalanceerde toeristisch bestemming zijn de volgende vier principes met elkaar in evenwicht. Dit maakt de bestemming veerkrachtig bij crises en aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers: 1. Diversiteit: toekomstbestendige toeristische bestemmingen beschikken over een mix aan landschappelijke kwaliteiten en aan divers dag- en logiesaanbod, doelgroepen, ondernemers die van oudsher in de regio ondernemen en nieuwe ondernemers. Deze compleetheid vergroot de wendbaarheid en veerkracht in tijden van crisis. 2. Verbondenheid: de verbondenheid tussen actoren op de toeristische markt is idealiter groot. Vanuit wederzijdse afhankelijkheid (fietsverhuur vs. hotel, supermarkt vs. haven) wordt waarde geboden aan de gast. 3. Draagkracht en circulariteit (lokaal absorptievermogen): bezoekers van een bestemming moeten goed verwerkt kunnen worden en de draagkracht van natuur en leefbaarheid wordt niet onder- en overschreden door toerisme.

4. Menselijk handelen (ondernemerschap en beleid gericht op lange termijn): mensen ontwikkelen, managen en begrenzen een toeristisch ecosysteem en zijn in staat op de lange termijn te denken en handelen. Een veerkrachtige bestemming wordt duurzaam ontwikkeld op basis van bestaande kernwaarden, toekomstige trends, missie-gedreven leiderschap, voldoende medewerkers (menselijk kapitaal) en financieringsmogelijkheden. Nadere toelichting staat in de publicatie Toeristische Ecosystemen van het NIOO-KNAW (professor Van der Putten) en ZKA Strategy (2020).

57

7.9

Bijlage I: Vertaling kwantitatieve logiesdoelen Fryslân naar kwantitatieve logiesdoelen SWF

Doelstelling regulier aanbod De doelstelling van het Friese actieplan is 55% meer vitale bedrijven en 45% minder niet-vitale bedrijven. Als deze doelstelling voor de gemeente SWF wordt doorgerekend, betekent dit: • Het ontwikkelen van circa 2 nieuwe vitale reguliere logiesbedrijven. In de markt lijkt vooral ruimte voor een nieuw hotel, een nieuw bungalowpark of een nieuw mix-bedrijf. De gunstige markt voor recreatieondernemers in de gemeente zorgen er voor dat er eerder teveel dan te weinig nieuwe aanvragen zijn. Een idee om de beste plannen doorgang te verlenen is om initiatiefnemers hun plannen met de ruimte te laten pitchen aan de gemeente / de samenleving. • Vitaliseren van 54 bestaande reguliere logiesbedrijven zodat een toekomstbestendige verdeling over de vitaliteitssegmenten ontstaat. In Bijlage J wordt per segment schematisch en indicatief weergegeven hoe de verschuivingen van de bedrijven binnen de segmenten plaats kunnen vinden. • Het saneren/transformeren van ongeveer 5 niet-vitale bedrijven uit het segment meervoudige problematiek. Dit zijn locaties die niet meer kansrijk zijn om toeristisch-recreatief aantrekkelijk te worden. Dit onderdeel valt buiten de scope van het ontwikkelkader.

De hiervoor genoemde ontwikkeling van de bedrijven binnen de segmenten is in Afbeelding 7.4 schematisch weergegeven. Afbeelding 7.4. Verschuiving van de bedrijven over de vitaliteitssegmenten

Doelstelling verschuiving logiesbedrijven over de vitaliteitssegmenten 100% 80% 60% 40% 20% 0% 2019

2028

Meervoudige problematiek

Transformatiekandidaten

Toppers van toen

Stuck in the middle

Stabiele bedrijven

Servicegerichte toppers

High potential

Excellent

58

Doelstelling kleinschalig aanbod gemeente SWF De doelstelling voor kleinschalig logiesaanbod in de regio ZW is gesteld op 2% groei per jaar. Onder kleinschalig aanbod valt volgens het Vitaliteitsonderzoek en het Actieplan: • Kampeerterreinen: tot en met 15 plaatsen; • Camperterreinen: tot en met 15 plaatsen; • Hotels: t/m 10 kamers; • B&B en losse appartementen; • Bungalowpark: clusters tot en met 15 woningen; • Jachthavens: tot en met 15 ligplaatsen; • Groepsaccommodaties: tot en met 10 bedden; • Mix-bedrijven: tot en met 15 eenheden. Voor de gemeente SWF (behorend tot ZW) betekent dit circa 45 nieuwe kleinschalige logiesaccommodaties in de periode tot en met 2028 (zie Afbeelding 7.5.) De ontwerpversie van de provinciale omgevingsverordening hanteert een andere definitie van kleinschalig aanbod (o.a. 25 eenheden kampeerterreinen en jachthaven en 10 trekkershutten bij een boerenerf).

Afbeelding 7.5. Doelstelling groei kleinschalig aanbod (aantal logiesbedrijven).

Doel kleinschalig logiesaanbod gemeente SWF 290 280 270 260 250 240 230 220 210 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

59

Bijlage J: Indicatieve verschuiving logiesbedrijven over de vitaliteitssegmenten 2 Nieuwe

7.10

ontwikkelingen

3

1

2

3 56 3

5

12

23

1

9

3

7

6

21

2

11

7 12

16

14

60

Toelichting indicatieve verschuiving logiesbedrijven over de vitaliteitssegmenten Per vitaliteitssegment volgt een toelichting op de beoogde verschuiving van logiesaccommodaties over de segmenten: Meervoudige problematiek • Op dit moment heeft het segment 21 reguliere logiesbedrijven; • Er worden 5 bedrijven uit dit segment gesaneerd of getransformeerd; • 2 van de 21 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment toppers van toen; • 3 van de 21 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment stuck in the middle; • In 2028 heeft bevat het segment meervoudige problematiek: 21 – 5 – 3 – 2 = 11 reguliere logiesbedrijven. Transformatiekandidaten Op dit moment zijn er geen reguliere logiesbedrijven in de gemeente SWF die onder de categorie transformatiekandidaten vallen. Binnen deze categorie vinden dan ook geen verschuivingen plaats. Toppers van toen • Op dit moment heeft het segment 6 reguliere logiesbedrijven; • Er komen 2 bedrijven bij (vanuit het segment meervoudige problematiek);

• 3 van de 6 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment high potential; • 3 van de 6 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment stabiele bedrijven; • In 2028 bevat het segment toppers van toen: 6 + 2 – 3 – 3 = 2 reguliere logiesbedrijven. Stuck in the middle • Op dit moment heeft het segment 56 reguliere logiesbedrijven; • Er komen 3 bedrijven bij vanuit het segment meervoudige problematiek; • 12 van de 56 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment stabiele bedrijven; • 12 van de 56 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment servicegerichte toppers; • In 2028 bevat het segment stuck in the middle: 56 + 3 – 12 – 12 = 35 reguliere logiesbedrijven. Stabiele bedrijven • Op dit moment heeft het segment 23 reguliere logiesbedrijven; • Er komen 12 bedrijven bij vanuit het segment stuck in the middle; • Er komen 3 bedrijven bij vanuit het segment toppers van toen; • 7 van de 23 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment high potential;

61

• 7 van de 23 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment servicegerichte toppers; • In 2028 bevat het segment stabiele bedrijven: 23 + 12 + 3 – 7 – 7 = 24 reguliere logiesbedrijven.

Excellent • Op dit moment heeft het segment 9 reguliere logiesbedrijven; • Er komt 1 nieuwe logiesbedrijf bij dat nieuw wordt ontwikkeld; • Er komen 3 bedrijven bij uit het segment servicegerichte toppers; • Er komen 2 bedrijven bij uit het segment high potential;

Servicegerichte toppers • Op dit moment heeft het segment 16 reguliere logiesbedrijven; • Er komen 12 bedrijven bij vanuit het segment stuck in the middle; • Er komen 7 bedrijven bij vanuit het segment stabiele bedrijven; • 3 van de 16 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment excellent;

• In 2028 bevat het segment excellent: 9 + 1 + 3 + 2 = 15 reguliere logiesbedrijven.

• In 2028 bevat het segment servicegerichte toppers: 16 + 12 + 7 – 3 = 32 reguliere logiesbedrijven. High potential • Op dit moment heeft het segment 11 reguliere logiesbedrijven; • • • •

Er komt 1 nieuw logiesbedrijf bij dat nieuw wordt ontwikkeld; Er komen 3 bedrijven bij uit het segment toppers van toen; Er komen 7 bedrijven bij uit het segment stabiele bedrijven; 2 van de 11 bestaande bedrijven vitaliseren naar het segment excellent;

• In 2028 bevat het segment high potential: 11 + 1 + 3 + 7 -2 = 20 reguliere logiesbedrijven.

Op deze manier ontstaat een opwaartse beweging naar meer vitale bedrijven in de gemeente SWF.

62

7.11

Bijlage K: Huidige wetgeving omtrent B&B’s

Voor B&B’s geldt dat indien een B&B op het perceel in het bestemmingsplan is toegestaan en voldaan wordt aan de volgende vijf regels, dat zij sowieso een vergunning krijgen en het ontwikkelkader niet van toepassing is: 1. Ten hoogste 2 slaapkamers met ruimte voor maximaal 5 personen per hoofdgebouw; 2. De logiesverstrekking vindt alleen in de woning en/of in de bijbehorende aan-, en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen plaats; 3. De totale oppervlakte van de slaapkamers bedraagt maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de woning (incl. aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen), met een maximum van 50 m2; 4. De omvang van de reclame-uitingen bedraagt maximaal 0,5 m2; 5. Er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig om op eigen terrein te parkeren.

63

Bijlage L: Ontwerpprincipes voegen naar het landschap

7.12

Algemene check-vragen • Hoe draagt het voorstel bij aan duurzame ontwikkeldoelen (handreiking SDG’s)? • Is het ontwerpidee helder en levert het plan een positieve bijdrage aan de omgevingskwaliteit (de erfgoedwaarde, belevingswaarde,

• Maak voorkanten naar het landschap, het silhouet in en de overgangen naar het landschap zijn verzorgd en groen. • Creëer bijzondere plekken langs het water en langs paden en routes. • Borduur voort op de historie van de plek.

gebruikswaarde en toekomstwaarde) vanuit omgevings- en bedrijfsperspectief? • Ondersteunt de wijze waarop bouwwerk(en) en terrein zijn ontworpen het beoogde ontwerp idee? • Is in het ontwerp de uitstraling van bouwwerk(en) en het terrein zelf van voldoende kwaliteit?

• Aandacht voor de architectuur. • Kies voor stedenbouwkundige menging. • Het contrast tussen binnen en buiten is een kwaliteit van de IJsselmeerkust, van dorpen en steden en van groene erven en terreinen in het landschap. • Maak aantrekkelijke entrees en logische routes.

Specifieke ruimtelijke ontwerpprincipes • Draag bij aan de omgevingskwaliteit van de omgeving en de accommodatie. • Draag bij aan de duurzame ontwikkeldoelen (handreiking SDG’s)

• Zorg voor een gastvrij onthaal en aantrekkelijk verblijfsklimaat voor toeristen en gasten. • Zorg voor een netwerk van wandel- en fietspaden. • Maak oevers openbaar en toegankelijk. • Draag door te vergroenen en vernatten bij aan de lokale

• Het landschap is de basis, laat zien hoe het voorstel bijdraagt aan de sterke kernwaarden van het landschap en kernen.

biodiversiteit. • Beperk het gebruik van fossiele energie, stimuleer de productie en

• Ontwikkel niet op de houden plekken in het landschap maar ernaast. • Bewaak zichtrelaties met het landschap.

het gebruik van duurzame energie.

64

Bijlage M: Participatieladder

7.13

De leidende principes bij de invoering van de Omgevingswet SWF zijn belangrijk voor de manier waarop er in de gemeente met participatie omgegaan wordt. Deze leidende principes zijn: 1. Samen plannen maken; 2. De leefomgeving is van ons allemaal; 3. Veranderkracht; 4. Integraal, simpel en maatwerk als het kan; 5. Minder regels, kortere procedures. Met name de eerste twee leidende principes geven aan dat participatie erg belangrijk is. Uit de Omgevingswet volgt verder dat de initiatiefnemer de participatie zelf moet organiseren. De overheid hoeft dit niet meer te doen. De wet geeft het bevoegd gezag en de initiatiefnemer de vrijheid eigen keuzes te maken voor de inrichting van het participatieproces.

• Hoe richt je het participatieproces in? Ga je dit zelf volledig organiseren of schakel je hier hulp bij in? • Wat doe je met de resultaten vanuit het participatieproces? Gedurende de gesprekken tussen gemeente en ondernemers wordt hen steeds gewezen op de participatie. Tijdens het participatieproces zijn de volgende zaken van belang: • Leg het gehele proces goed vast. Zorg ervoor dat de resultaten niet verloren gaan en meegenomen kunnen worden in de ontwikkeling van het plan. • Houd gedurende het totale planvormingsproces de contacten warm. In verschillende fasen van het proces is participatie nodig. Omwille van de participatie heeft Rijksoverheid ook een participatieladder opgesteld. Deze ladder is te vinden in Afbeelding 7.6 op de volgende pagina. Het werken volgens deze ladder is uiterst zinvol.

Voor ondernemers is het belangrijk om al vanaf het eerste moment in de planvorming na te denken over de participatie. Er moet nagedacht

Een hogere mate van participatie is nodig voor initiatiefnemers met veel sociaal-maatschappelijke en ruimtelijke impact. Een lage mate van

worden over: • Wie betrek je en waarom? Het maken van een goede stakeholderanalyse kan hierbij helpen.

participatie is nodig voor initiatieven met lagere impact.

65

Afbeelding 7.6. Participatieladder Rijksoverheid.

De initiatiefnemer bepaalt voor elke stap van participatie de hoeveelheid betrokkenen die hij/zij hierbij wil betrekken en geeft dit aan in het plan dat beoordeeld wordt door de omgevingstafel. Het benodigde niveau van de participatie wordt namelijk groter naarmate de impact van een initiatief op de maatschappij groter wordt.

66

Bijlage N: Begrippenkader

7.14

Absorptievermogen: de mate waarin een gebied de toestroom van toeristen goed kan verwerken. Brede welvaart: welvaart waarbij de focus niet alleen ligt op de beschikbare financiële middelen maar ook op het welzijn van mensen: gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing etc. Centrale bedrijfsmatige exploitatie: het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de logiesbedrijven daadwerkelijk wisselend

Experimenteerruimte: in het bestemmingsplan (omgevingsplan) wordt ruimte geboden aan het op kleinschalige schaal ‘experimenteren’ met nieuwe recreatievormen/producten met als doel om op innovatieve wijze in te spelen op (latente) marktbehoeften. Een bepaald percentage wordt buiten de afbakening van het bestemmingsplan gehouden en de ondernemer mag op deze grond, binnen wettelijke kaders en passend bij de aard en schaal van de locatie zelf een invulling bepalen. Exploiteren: het uitbaten van bezittingen. Het zorgen dat er met de bezittingen (in dit geval het logiesproduct) omzet gedraaid wordt.

(nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden. Circulariteit: producten van nu zijn de grondstoffen van later. Na gebruik kunnen producten worden gedemonteerd en opnieuw worden gebruikt. Ecologische voetafdruk: een concept dat weergeeft hoeveel vruchtbare land- en wateroppervlakte iemand (of een hele gemeenschap/regio) nodig heeft om de goederen die nodig zijn om te voorzien in het huidige gebruik te produceren en het afval dat er bij hoort te verwerken.

Herontwikkelen: het aanpassen van het product van een logiesbedrijf zodat het beter inspeelt op de wensen van de toerist. Vaak blijkt door herontwikkeling dat een bestemmingsplanverandering nodig is. Koppelkansen: een mogelijkheid om een samenwerking op te zetten tussen meerdere (maatschappelijke) opgaven. Logiesaccommodaties: accommodaties die zich bevinden op logiesbedrijven en recreatief nachtverblijf aan personen bieden.

67

Logiesbedrijf: bedrijven die recreatief nachtverblijf aan personen bieden. Die personen hebben elders hun hoofdverblijf. Mix-bedrijf: een logiesbedrijf dat meerdere (ten minste twee) typen

Slimme groei: groeien op een manier die zorgt voor een prettige en gezonde woon- en leefomgeving, een bijdrage levert aan het behoud van natuur- en cultuurerfgoed en toekomstbestendige banen in een veranderende economie. Groeien volgens het triple-p (people, planet,

logiesaccommodaties exploiteert.

profit) principe.

Pluriformiteit: diversiteit.

Sociale inclusie: zorgen dat iedereen kan meedraaien in de maatschappij, ook mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt. Logiesaccommodaties zijn hier bij uitstek toe in staat.

Saneren: het opheffen van logiesbedrijven op een warme (proactief bedrijven uitkopen met publieksmiddelen) of koude wijze (herstructurering sector via heftige klappen als faillissementen, verpaupering en sociale problemen op logiesbedrijven). Er is ook lauwe sanering.

Spreiding in ruimte: het verspreiden van de stroom van bezoekers over een gebied. Niet meer toeristen op de meest toeristische locaties, maar ook op de minder toeristische locaties.

Schaalvoordelen: voordelen (financieel en niet-financieel) die behaald

Spreiding in tijd: het verspreiden van de stroom van bezoekers over

kunnen worden doordat er met grotere volumes en dus efficiënter geopereerd wordt.

het gehele jaar. Niet meer toeristen gedurende het hoogseizoen (pieken) maar ook in het schouder- en laagseizoen.

Seizoensverlenging: het proberen om ook buiten het (hoog)seizoen voldoende gasten te trekken die gebruik maken van de toeristisch-

Toeristisch vakantieproduct: een vakantiewoning die gebruikt wordt voor de (korte) verhuur aan steeds wisselende toeristen. De

recreatieve voorzieningen van een bestemming of bedrijf.

vakantiewoning is daardoor een bedrijfsmiddel.

68

Transformeren: het uit de toeristische markt halen van logiesbedrijven en de bestemmingsfunctie wijzigen.

Winterhard aanbod: logiesaccommodaties die gedurende het hele jaar geëxploiteerd kunnen worden.

Tweede woning: een woning die voor de eigenaar niet het hoofdverblijf is, maar gebruikt wordt als vakantiewoning (> 4 weken per jaar).

Zuinig ruimtegebruik: slim omspringen met de beschikbare (open) ruimte door het benutten van bestaande bebouwing en erfgoed.

Vitaliseren: het verhogen van de kwaliteit of de perspectief van een logiesbedrijf zodat het beter kan inspelen op de wensen van de toerist. Het resultaat is dat het bedrijf [1] beter kan inspelen op de marktdynamiek, [2] betere exploitatieprestaties levert en dus vergoedingen op arbeid uitkeert aan medewerkers en directie, [3] vertrouwen geniet van financiers [4] en vertrouwen heeft in de samenleving. Dit laatste uit zich in gunstig ruimtelijk en fiscaal overheidsbeleid. Vitaliteit: de mate waarin een logiesbedrijf kwaliteit en perspectief heeft en zo inspeelt op de wensen van de gast. Onderliggende krachten zijn: [1] mate van inspelen op veranderende markt, [2] mate van exploitatiekracht, [3] mate van vertrouwen van financiers en [4] mate waarin de samenleving (overheid) vertrouwen heeft in een logiesbedrijf.

Dit rapport is met uiterste zorgvuldigheid tot stand gekomen op basis van deskundig onderzoek. Onderhavig rapport bevat een weergave en interpretatie van (delen van de) onderzoeksresultaten. Het is anderen toegestaan om (delen van) het rapport en gehanteerde methodieken en modellen te kopiëren, distribueren, vertonen, op te voeren zolang ZKA Leisure Strategy als maker van het werk wordt vermeld en het werk niet commercieel wordt gebruikt.

ZKA LEISURE STRATEGY Brugstraat 1A 5211 VS 's Hertogenbosch

088 - 210 02 50 info@zka-strategy.nl www.zka-strategy.nl

Merlijn Pietersma Sasja Vermeulen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116385/1