CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Ontwikkelkader Logiesaccommodaties gemeente Súdwest-Fryslân

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Untwikkelkader sliepplakakkommodaasjes14.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwikkelkader logiesaccommodaties gemeente Súdwest-Fryslân ‘s Hertogenbosch | december 2021

2

Samenvatting Hoge ontwikkeldynamiek De ontwikkeldynamiek van logiesaccommodaties in de gemeente Súdwest-Fryslân (SWF) ligt hoog. Zo zijn er 40 harde en zachte logiesplannen die om bestemmingsplanverandering vragen. Voor de gemeente is het lastig om te beslissen over de wenselijkheid van deze

Vervolgens zijn ontwikkelprincipes opgesteld. Tot slot zijn de ontwikkelprincipes vertaald in een set componenten en criteria. Deze zijn nuttig voor de gemeente en ze zijn een handig hulpmiddel voor ondernemers bij hun planvorming.

initiatieven omdat een ontwikkelkader ontbreekt. Tegelijk benadrukken diverse onderzoeken over de logiesaccommodaties het belang van een toekomstbestendige logiessector voor de gehele toeristische sector.

Logiesdoelen van SWF Het doel dat de gemeente SWF met logiesaccommodaties nastreeft is om handvatten te bieden voor de sector en samenleving zodat logiesaccommodaties toekomstbestendig worden én bijdragen aan de brede welvaart van SWF. Dit doet de gemeente door ruimte te bieden om het oude door en her te ontwikkelen en de kansen van de nieuwe

Daarom dit ontwikkelkader Daarom is besloten om een ontwikkelkader logiesaccommodaties van de gemeente SWF op te stellen. Dit ontwikkelkader zet in op drie doelen: 1. Het uitdagen van de markt om met ambitieuze en innovatieve plannen te komen; 2. Goede plannen van initiatiefnemers nóg beter maken;

tijd te verzilveren. Zo komen het vijf-sterrenlandschap, de schitterende logiesaccommodaties en recreatieve voorzieningen voor bewoners en bezoekers met elkaar in balans.

3. Het op eenduidige wijze toetsen van de plannen aan de hand van overeengekomen kwaliteitscriteria en processtappen.

2028 zijn er 55% meer vitale bedrijven en 45% minder niet-vitale bedrijven. Dit wordt bereikt door bij te dragen aan het

Binnen het gemeentelijke beleidshuis past het ontwikkelkader in het Omgevingsprogramma Omgevingskwaliteit. Het ontwikkelkader is stapsgewijs opgesteld. Eerst zijn de logiesdoelen voor SWF bepaald.

toekomstbestendig maken van 54 reguliere logiesbedrijven, het ontwikkelen van 2 nieuwe vitale logiesbedrijven, het transformeren van 5 niet-vitale logiesbedrijven en een gemiddelde jaarlijkse groei van

Dit doel is concreet en meetbaar gemaakt voor de gemeente SWF: in

3

2% van het karaktervolle kleinschalige logiesaanbod. Om dit te bereiken zijn vier ontwikkelprincipes opgesteld.

haalbaarheid van het plan te toetsen. Als een plan voldoet aan alle criteria in het ontwikkelkader kan er medewerking worden verleend.

Vier logies-ontwikkelprincipes De vier logies-ontwikkelprincipes geven richting aan

Breed kijken met kennis van zaken Het ontwikkelkader is een middel dat de potentie heeft om écht bij te

ondernemersplannen en ze gelden voor zowel regulier als kleinschalig logiesaanbod. De ontwikkelprincipes zijn als volgt geformuleerd: 1. Ruimte voor (her)ontwikkeling die de diversiteit van de logiesbedrijven vergroot: wees excellent in je segment; 2. Logiesaanbod past in de omgeving, voegt zich naar de aard van het landschap en voegt landschappelijke kwaliteit toe;

dragen aan de brede welvaart in de gemeente SWF. Belangrijk is dan wel dat de focus in de gemeente niet alleen ligt op de logiesaccommodaties, maar dat er aandacht wordt besteed aan het gehele samengesteld toeristisch-recreatieve product. Want dan kan de toeristische sector zich werkelijk toekomstbestendig doorontwikkelen.

3. Logiesbedrijven renderen langjarig financieel-economisch op basis van een centrale bedrijfsmatige exploitatie door passievolle ondernemers; 4. Logiesbedrijven dragen bij aan de maatschappelijke opgaven van de samenleving.

Ook moet het ontwikkelkader dynamisch blijven en de toepassing flexibel zodat veranderingen in de samenleving en leereffecten kunnen worden ingepast. Ambtenaren die met het kader werken moeten hierin worden getraind omdat het veel kennis (o.a. van recreatieve projectontwikkeling), ervaring, de nodige creativiteit en de juiste

Deze ontwikkelprincipes dagen de markt uit om met ijzersterke plannen te komen. (Mede) aan de hand van deze ontwikkelprincipes wordt de wenselijkheid van het plan bepaald.

mindset vereist (“hoe dan wel-mindset”).

Concreet ontwikkelkader Tenslotte zijn de ontwikkelprincipes vertaald naar componenten en toetsbare criteria in het ontwikkelkader. Dit ontwikkelkader wordt als sluitstuk gebruikt bij de omgevingstafels om de wenselijkheid en

Geheel in lijn met de Omgevingswet betekent het werken met dit ontwikkelkader voor veel ambtenaren, bestuurders en raadsleden dat ze moeten leren loslaten en vertrouwen op de wijze waarop de markt de ontwikkelprincipes invult binnen het gestelde kader. Zo worden de kansen van de komende tijd verzilverd.

4

Inhoud Hoofdstuk 7. Bijlagen 7.1 Bijlage A: Actieplan vitale logiesaccommodaties Fryslân 7.2 Bijlage B: Literatuuropgave 7.3 Bijlage C: Provinciaal beleid

37 38

Samenvatting

2

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling van ontwikkelkader 1.3 Proces opstellen ontwikkelkader op hoofdlijnen

6 7 13 14

Hoofdstuk 2. Opstellen logiesdoelen 2.1 Logiesdoelstellingen SWF 2028

15 16

Hoofdstuk 3. Ontwikkel-principes 3.1 Ontwikkelprincipes SWF

17 18

Hoofdstuk 4. Ontwikkelkader 4.1 Van ontwikkelprincipes naar ontwikkelkader

28 29

Hoofdstuk 5. Proceshandleiding 5.1 Hoofdstappen werkwijze

30 31

7.10 Bijlage J: Indicatieve verschuiving logiesbedrijven 59 over de vitaliteitssegmenten 62 7.11 Bijlage K: Huidige wetgeving omtrent B&B’s

Hoofdstuk 6. Nawoord

34 35

7.12 Bijlage L: Ontwerpprincipes voegen naar het landschap

6.1 Vervolgstappen naar een sterk toeristischrecreatief ecosysteem

41 42 46 7.4 Bijlage D: Gemeentelijk beleid 7.5 Bijlage E: Inhoudelijke uitgangspunten vanuit het 49 beleid 51 7.6 Bijlage F: Intern projectproces in gesprekspartners 53 7.7 Bijlage G: Input stakeholders logiesdoelstellingen SWF 7.8 Bijlage H: Leidende principes voor een gebalanceerd toeristisch ecosysteem 7.9 Bijlage I: Vertaling kwantitatieve logiesdoelen Fryslân naar kwantitatieve logiesdoelen SWF

7.13 Bijlage M: Participatieladder 7.14 Bijlage N: Begrippenkader

56 57

63 64 66

5

Set dyn tosken yn in nije tiid Ik wol witte wat dyn dream is Wa'st allegear noch mear bist Ast al it âlde stean litst Om te fleanen

Seis oere thús (2018) Nynke Laverman

6

01 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

Waarom een ontwikkelkader voor logiesaccommodaties? De gemeente Súdwest-Fryslân (SWF) is een gemeente met grote aantrekkingskracht op bewoners én bezoekers. Mede daardoor is de ontwikkeldynamiek in de logiessector in SWF heel hoog. Er zijn meer dan 40 harde en zachte plannen van marktpartijen waarbij de

Vanuit de maatschappelijke rol van de gemeente SWF sluit het werken met een ontwikkelkader en het sturen op de nieuwe ontwikkelingen tevens naadloos aan bij een aantal global goals (SDG’s). Zo draagt het kader idealiter bij aan de doelen: waardig werk, economische groei, klimaatactie en goede gezondheid en welzijn. Het ontwikkelkader is

gemeente gevraagd wordt af te wijken van bestaande bestemmingsplannen (bij inwerkingtreding van de Omgevingswet ‘wijziging omgevingsplan’ genoemd). Het gaat om grote en kleine initiatieven die nieuwe logiesbedrijven toevoegen en initiatieven gericht op uitbreiding en vernieuwing van bestaande logiesbedrijven.

een beleidsuitwerking van de gemeentelijke Omgevingsvisie.

Daarom vraagt de markt van de overheid om duidelijkheid en snelheid bij de afweging om al dan niet mee te werken aan het verlenen van een omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging. Voor de gemeente is het nu lastig om de afweging te maken en te besluiten over deze aanvragen omdat een kader waaraan ontwikkelingen

toekomstbestendige logiessector. De logiessector is namelijk onderdeel van het samengesteld toeristisch-recreatieve product van de bestemming Súdwest-Fryslân. Dit samengestelde product bestaat uit drie elementen: omgeving, accommodaties en organisatie (zie Afbeelding 1.1. op de volgende pagina).

moeten voldoen ontbreekt. Dit leidt vaak tot onzekerheid voor initiatiefnemers en voor de toetsende gemeente. Een ontwikkelkader schept meer duidelijkheid aan initiatiefnemers, stuurt op versterking van het landschap en laat bestaande logiesbedrijven doorontwikkelen en vitaliseren.

Het belang van een ontwikkelkader voor de gehele toeristische sector Naast het belang van een ontwikkelkader voor individuele logiesbedrijven en gemeente, blijkt uit de uitkomsten van onderzoeken in de toeristische sector ook dat er urgentie is om te werken aan een

8

• Omgeving: het landschap, de dorpen en steden, cultureel erfgoed, de natuur en de gebiedsidentiteit; • Accommodaties: de logiesaccommodaties en trekkende voorzieningen (dagrecreatie). In SWF gaat dit in ieder geval om ruim 140 reguliere logiesaccommodaties en circa 240 kleinschalige logiesaccommodaties; • Organisatie: het samenspel van dagtoeristische aanbieders en andere dienstverlening en services die de gastvrijheid bevorderen. Denk aan routes, (recreatieve) infrastructuur, VVV Waterland van Friesland, cultuur en evenementen. Deze drie elementen grijpen op elkaar in en werken samen. Dit is vergelijkbaar met een ecosysteem. De kwaliteit en toegevoegde waarde van het samengestelde product t.o.v. de prijzen in de bestemming bepalen in hoeverre gasten naar een gebied komen. Hoe een gast zijn of haar verblijf ervaart hangt immers af van meerdere elementen zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van de logiesaccommodatie, de toeristische infrastructuur, het landschap en de gastvrije bejegening van dienstverleners. De accommodatie-ring in het samengestelde product is een essentiële. Zonder een vitale logiessector ontbreekt een belangrijke schakel omdat het daarmee lastig voor de andere twee elementen wordt om op toeristisch gebied te floreren. Alle drie de elementen zijn dan ook afhankelijk van elkaar.

Afbeelding 1.1. Het toerisme als samengesteld toeristisch product.

9

De onderzoeken waaruit de urgentie blijkt om de logiessector in SWF toekomstbestendiger te maken door onder andere planvorming te verbeteren zijn het vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties Fryslân en het actieplan vitale logiesaccommodaties Fryslân. Binnen het actieplan zijn diverse instrumenten beschikbaar die gemeenten en logiesondernemers helpen van goede naar geweldige plannen te komen. Een van deze instrumenten is het ontwikkelkader. Resultaten vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties Fryslân In 2019 is het vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties Fryslân uitgevoerd. In dit onderzoek is in opdracht van de provincie Fryslân op

Afbeelding 1.2. Overzicht vitaliteit Friese logiesbedrijven.

Stuck in the middle

initiatief van de Toerisme Alliantie Friesland (TAF) onderzocht hoe vitaal de Friese logiesaccommodaties zijn en wat er nodig is om de ambities uit de beleidsnota Gastvrij Fryslân 2028 te realiseren De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de Friese logiessector best vitaal is. Ongeveer 56% van de bedrijven is vitaal en valt binnen het groene segment in het vitaliteitsmodel (zie Afbeelding 1.2). Uitgedrukt in capaciteit is dit percentage hoger, namelijk 73%. Tegelijk blijkt dat het aantal bedrijven dat er in positieve zin bovenuit steekt, de reputatie van Fryslân vergroot en een inspirerend voorbeeld is voor andere bedrijven, beperkt is.

Een groot deel (ongeveer 1/3) van de Friese logiesbedrijven is ‘stuck in the middle’: deze kwetsbare bedrijven hebben geen onderscheidend marktconcept, kunnen nauwelijks herinvesteren en het gevaar van afglijden ligt op de loer. Nu zijn ze dus nog vitaal, maar de kans is groot

dat zij dit over een aantal jaar niet meer zijn. Al met al betekent dit dat een aanzienlijk deel van de logiessector onvoldoende toekomstbestendig is om op marktverandering en veranderende wensen van de toerist in te spelen. Een vitaliseringsslag is dus gewenst.

10

Over het algemeen zijn de logiesbedrijven in de gemeente SWF nog

Afbeelding 1.3. Overzicht vitaliteit reguliere logiesbedrijven SWF.

vitaler dan de bedrijven in de rest van Fryslân. Tegelijk is het percentage van kwetsbare ‘stuck in the middle’ bedrijven hoger dan in de rest van Fryslân: bijna 40% van de bedrijven bevindt zich in dit segment (zie Afbeelding 1.3). In de gemeente SWF is de noodzaak om logiesbedrijven te vitaliseren dus bijzonder groot.

5

8%

3 2

1

In het vitaliteitsonderzoek is gebruik gemaakt van een regio-indeling. De gemeente SWF valt, samen met De Fryske Marren in de regio Zuidwest (ZW). Opvallend is dat de bedrijven in de regio ZW (en dus ook in de gemeente SWF) vaak rationeel en efficiënt ingericht zijn (zie Afbeeldingen 1.4 en 1.5). De beleving ontbreekt. Bedrijven zouden ‘overal’ kunnen liggen. Dit terwijl ze gelegen zijn in een uniek vijfsterren Nationaal Landschap. Hier wordt onvoldoende gebruik van gemaakt. Afbeelding 1.4. Rationeel en efficiënt ingerichte camping.

58%

4

0 -5

-4

-3

-2

-1

-1

Stuck in the middle (39%) 0

1

2

3

4

-2 -3

15%

-4 -5

19%

Afbeelding 1.5. Rationeel en efficiënt ingericht bungalowpark.

5

11

Tabel 1.1. Aanbodstructuur en bestedingen in de regio ZW Naast het onderzoek naar de vitaliteit van de logiesbedrijven is per regio een analyse gemaakt van de aanbodstructuur en de bestedingen per type aanbod. Deze staat in de tabel hiernaast (Tabel 1.1.).

(excl. kleinschalig aanbod) BEDDEN

%

BESTEDINGEN

%

HOTELBEDDEN

1.805

2%

41 MILJOEN

18%

KAMPEER VAST

21.096

18%

24 MILJOEN

11%

KAMPEER TOERISTISCH

19.432

17%

21 MILJOEN

9%

VERHUURACCOMMODATIES

400

0%

0,5 MILJOEN

0%

HUISJES (TOER. VERHUUR)

8.152

7%

84 MILJOEN

37%

GROEPSACCO BEDDEN

3.336

3%

7 MILJOEN

3%

JACHTHAVEN VAST

48.135

41%

38 MILJOEN

17%

JACHTHAVEN PASSANTEN

3.969

3%

7 MILJOEN

3%

CAMPERPLAATSEN (VANUIT ENQUETE)

896

1%

1 MILJOEN

0%

door o.a. het reputatie-effect van de watersport voor Fryslân.

CAMPERPLAATSEN (GEMEENTELIJK)

48

0%

NIHIL

0%

Ook wordt duidelijk uit de tabel dat de verdeling in bedden over het type aanbod nog diverser zou kunnen zodat meerdere doelgroepen ook meer jaarrond kunnen genieten van al het moois in de gemeente.

MARREKRITE LIGPLAATSEN (AANTAL SCHEPEN)

4.257

4%

<0,1 MILJOEN

0%

MARREKRITE LIGPLAATSEN (KAMPEERPLAATSEN)

135

0%

NIHIL

0%

HUISJES (ZONDER TOER. VERHUUR)

5.260

4%

1 MILJOEN

0%

Ook hieruit wordt duidelijk dat er een noodzaak is om meer sturing te geven aan het logiesaanbod in de regio (en dus ook in de gemeente SWF). Al is het alleen maar om meer toeristische bestedingen te genereren. De bestedingen zijn namelijk niet evenredig verdeeld over het aantal bedden. Hotelbedden en bedden in huisjes voor de toeristische verhuur (9% van de bedden in de regio ZW) zorgen bijvoorbeeld voor ongeveer 55% van de bestedingen. Het vaste aanbod (kamperen vast, jachthaven vast, en huisjes zonder toeristische verhuur) daarentegen hebben gezamenlijk 63% van de bedden en leveren slechts 28% van de bestedingen. Een enorm verschil dus. Al moet hierbij worden vermeld dat de bestedingen in de watersportsector mogelijk onderschat worden; de spin-off is groter

AANBODSTRUCTUUR

TOTAAL

116.921

224,5 MILJOEN EURO

Voor de Marrekrite-plaatsen zijn geen bezettingscijfers bekend. Hierdoor is het niet mogelijk om de bestedingen te ramen. Deze plaatsen zijn qua logiesbestedingen echter gratis. Wel worden er bestedingen in de regio gedaan (bijvoorbeeld in de horeca of detailhandel). De totale bestedingen zullen echter zeer gering zijn omdat er geen overnachtingsprijs wordt betaald.

12

Samenvattend de huidige logiesaccommodaties in de regio ZW Een aantal relevante bevindingen voor de regio Zuidwest: • 45% van de Friese logiesbedden ligt in de regio Zuidwest, terwijl ‘slechts’ 27% van de bestedingen er terecht komen; • De vitaliteit van het aanbod ligt iets hoger dan gemiddeld in Fryslân. Echter, de groep ‘stuck in the middle’ ondernemers is met 40% groter dan gemiddeld in Fryslân; • De regio heeft relatief veel grootschalige bedrijven, met een grote focus op watersport. Hierdoor is het seizoen heel kort; • 60% van de bedden bestaat uit vaste ligplaatsen en jaarplaatsen. Zij genereren 26% van de bestedingen in de regio. Dit is exclusief de forse keten- en reputatie-effecten van de watersportsector; • De gemiddelde omzet per logieseenheid van de bedrijven ligt hier dus ook (te) laag. De bezetting is weliswaar gemiddeld, maar de prijzen zijn relatief laag. Dit geldt voor vrijwel alle logiessectoren in deze regio; • Tegelijk is het marktpotentieel voor de regio positief. De autonome vraagprognoses liggen namelijk hoger dan voor de meeste andere Friese regio’s. Er lijkt organische ruimte voor groei in het aantal recreatiewoningen, hotelkamers en groepsaccommodaties: de markt investeert vooral in winterharde bedden.

Allemaal belangrijke redenen om een ontwikkelkader te ontwikkelen om zo de logiessector en het gehele samengesteld toeristisch product van de gemeente SWF toekomstbestendiger te maken.

13

1.2

Doelstelling van ontwikkelkader

Doel van het ontwikkelkader Kort omschreven is het doel van het ontwikkelkader om ‘van goede logiesplannen, geweldige plannen te maken’. Dit doel is drieledig: 1. Gezamenlijke logiesdoelen en ontwikkelprincipes van de markt en overheid nastreven. Het kader moet de markt uitdagen om met ambitieuze en innovatieve plannen te komen; 2. Van goede naar geweldige plannen. Het kader moet inhoudelijk richting geven aan ambitieuze initiatiefnemers met plannen die om bestemmingsplanwijziging vragen; 3. Eenduidige toetsing en proces. Het kader moet ervoor zorgen dat de gemeente plannen op een eenduidige wijze kan toetsen aan de hand van de overeengekomen kwaliteitscriteria en processtappen. Door heldere procedures wordt de doorlooptijd van aanvragen verkleind en wordt aan de juiste plannen doorgang verleend. Om deze doelen te behalen is het ontwikkelkader stapsgewijs in samenwerking met de markt opgesteld. In de volgende paragraaf (1.3) is weergegeven welke stappen zijn doorlopen.

14

1.3

Proces opstellen ontwikkelkader op hoofdlijnen

Opstellen logiesdoelen Ontwikkelprincipes Ontwikkelkader Vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties Fryslân • Actieplan vitale logiesaccommodaties Fryslân • Beleidscan gemeentelijk en provincial beleid • Gesprekken met ambtenaren en wethouder • Gesprekken met overheden en marktpartijen → Opstellen logiesdoelen •

Gesprekken met overheden en marktpartijen • Gesprekken met gemeente • Benutten ontwikkelprincipes provincie Fryslân • Opiniërende raadsbijeenkomst → Opstellen ontwikkelprincipes •

Ontwikkelprincipes vertalen in componenten. De componenten concreet maken door (toetsings)criteria → Opstellen ontwikkelkader

15

02 Opstellen logiesdoelen

16

2.1

Logiesdoelstellingen SWF 2028

Het volgende doel is opgesteld voor logiesaccommodaties 2028 in SWF: Handvatten bieden voor de sector en samenleving zodat logiesaccommodaties toekomstbestendig worden én bijdragen aan de

meer vitale logiesbedrijven en 45% minder niet-vitale logiesbedrijven. Voor SWF betekent dit tot 2028 het volgende: • Bijdragen aan het toekomstbestendig maken van 54 bestaande reguliere logiesbedrijven; • Ruimte bieden voor de ontwikkeling van ca. 2 nieuwe vitale reguliere

brede welvaart van SWF. Dit doet de gemeente door ruimte te bieden om het oude door en her te ontwikkelen en de kansen van de nieuwe tijd te verzilveren. Zo komen het vijf-sterrenlandschap, de schitterende logiesaccommodaties en recreatieve voorzieningen voor bewoners en bezoekers met elkaar in balans.

logiesbedrijven (naast de huidige planvoorraad); • Een (indicatief) 2% jaarlijkse groei van karaktervol kleinschalig logiesaanbod: ca. 45 kleinschalige logiesbedrijven. • Het saneren/transformeren van 5 niet-vitale reguliere logiesbedrijven. Dit doel valt overigens buiten de scope van het ontwikkelkader.

Bestaande logiesproducten worden door herontwikkeling kwalitatief beter en krijgen meer aansluiting bij de omgeving en de huidige en toekomstige wensen van de gast. Nieuwe ontwikkelingen zijn vernieuwend en sluiten aan bij trends en ontwikkelingen in de sector,

Zie voor een onderbouwing van deze doelen de volgende bijlagen: • Vitaliteitsonderzoek vitale logies (hoofdstuk inleiding); • Actieplan vitale logiesaccommodaties (Bijlage A); • Bestaand beleid (Bijlage B bevat de literatuuropgave, Bijlage C bevat

ze verrijken de omgeving en dragen substantieel bij aan het oplossen van maatschappelijke opgaven.

een samenvatting van provinciale beleidsdocumenten, Bijlage D bevat een samenvatting van het gemeentelijk beleid en Bijlage E

Om dit concreet te maken zijn er kwantitatieve logiesdoelen opgesteld. Deze doelen zijn een vertaling van de doelen uit het Friese actieplan vitale logiesaccommodaties: In 2028 zijn er 55%

bevat een overzicht van de beleidspunten die annex zijn aan het logiesdoel van SWF; • Gesprekken met stakeholders (Bijlage F en Bijlage G); • De vertaling van de Friese logiesdoelen naar SWF (Bijlage I en J).

17

03 Ontwikkelprincipes

18

3.1

Ontwikkelprincipes SWF

Ontwikkelprincipes gelden voor alle vormen van logies Om de logiesdoelen te realiseren zijn ontwikkelprincipes voor de gemeente SWF geformuleerd. Deze ontwikkelprincipes geven richting aan ondernemersplannen en bepalen of plannen wenselijk zijn. De principes gelden voor zowel regulier logiesaanbod als kleinschalig logiesaanbod1. In de praktische vertaling van de ontwikkelprincipes wordt aangegeven wat er precies van de plannen van de verschillende typen logiesondernemers (regulier en kleinschalig) wordt verwacht. Dit overzicht is te vinden in een separaat Exceldocument.

Passend inin dede omgeving Diversiteit Passend omgeving Diversiteit bevorderen

De ontwikkelprincipes voor de gemeente SWF zijn hiernaast kernachtig weergegeven en worden op de volgende pagina’s verder toegelicht.

Bijdragen aan maatschappij Ondernemend Maatschappelijke bijdrage

1 Een uitzondering vormen de B&B’s. Het doorlopen van het ontwikkelkader is voor hen niet altijd van toepassing en zij hoeven dus ook niet altijd te voldoen aan de ontwikkelprincipes. Als zij voldoen aan een aantal voorwaarden uit bestaand beleid (zie Bijlage K) dan krijgen zij sowieso een vergunning en hoeft het ontwikkelkader niet doorlopen te worden. Dit beleid maakt het sturen op kwaliteit van de B&B’s lastig. Indien blijkt dat B&B’s in SWF kwalitatief gezien (op basis van de vier ontwikkelprincipes) ondermaats presteren wordt de bestaande regelgeving aangepast en vallen B&B’s toch onder de werkingssfeer van het ontwikkelkader (als onderdeel van kleinschalig aanbod)

19

1. Ruimte voor (her)ontwikkeling die de diversiteit van de logiesbedrijven vergroot: wees excellent in je segment. Door in te zetten op meer diversiteit van doelgroepen en aanbod in de gemeente wordt de markt vergroot, het risico op sociaaleconomische afhankelijkheid van enkele sectoren en het risico van toekomstige crises verkleind. Ruim 60% van het logiesaanbod in de regio ZW bestaat uit vaste lig- en jaarplaatsen en recreatiewoningen. Naar verwachting is eenzelfde verhouding te vinden in de gemeente SWF. 30-40% vast aanbod in een toeristisch gebied is normaal gesproken optimaal qua diversiteit in een gebalanceerd toeristisch-recreatief ecosysteem. Herontwikkeling van vast naar toeristisch is dus gewenst om het ecosysteem veerkrachtiger te maken.

Diversiteit bevorderen

Diversiteit kan ook gerealiseerd worden door de verhouding in type bedrijven te veranderen, zodat de sector niet in te grote mate leunt op één bedrijfsvorm. In de logiessector bestaan geen standaarden voor een ‘optimale mix van typen logiesaanbod’ omdat dit van teveel zaken afhankelijk is. Kijkend naar de kenmerken van het (toeristisch) gebied en de productiviteit van bedrijven in SWF lijkt vooral de herontwikkeling kansrijk van traditionele jachthavens en kampeerterreinen in de richting van innovatieve toeristische concepten zoals: hybride vormen van waterrecreatie-lodging-glamping, vakantiebungalows en (combinaties met) hotels.

20

Tot slot kan de diversiteit van het aanbod vergroot worden door in te zetten op winterhard aanbod en hiermee seizoensverlenging. Seizoensverlenging vergroot de productiviteit van logieseenheden en is ook belangrijk voor de continuïteit. Denk aan het aantrekken van werknemers waarvoor een jaarrond arbeidscontract aantrekkelijker is dan een seizoenscontract. Het inzetten op seizoensverlenging geeft direct een publiek-private kans om te investeren in seizoensverbreding van het totale toeristisch-recreatief samengestelde product in de gemeente/bestemming. Denk aan het langer openhouden van pontjes en bruggen en het organiseren van passende activiteiten in het vooren najaar zoals culturele evenementen voor de cultuurbezoeker. Zo wordt het voor bewoners en bezoekers aantrekkelijk om ook buiten het hoogseizoen te recreëren. Naar schatting is op dit moment ongeveer 30% van het aantal logieseenheden in de gemeente winterhard. In een gebalanceerd toeristisch-recreatief ecosysteem ligt dit percentage rond de 50%, zodat de bevolking ook direct baat heeft vanwege de impuls op het voorzieningenniveau. Concreet betekent dit principe dat we inzetten op: ✓ Creatieve concepten van hoge kwaliteit in ieder segment gericht op een optimale gastbeleving. Het bieden van experimenteerruimte draagt hieraan bij.

Experimenteerruimte biedt de markt ruimte om te innoveren; ✓ Groter aandeel mixbedrijven, hotelkamers, vakantiewoningen voor de vakantieverhuur en karaktervol kleinschalig aanbod; ✓ Spreiding in tijd: inzetten op seizoensverlenging door o.a. meer jaarrond eenheden.

21

2. Logiesaanbod past in de omgeving, voegt zich naar de aard van het landschap en voegt landschappelijke kwaliteit toe. Het vijf-sterrenlandschap is een unieke trekker voor de logiesbedrijven in SWF. Veel gasten bezoeken SWF vanwege de afwisseling van water, weiden, steden, dorpen, kuststrook en wolkenluchten. Logiesbedrijven die door- en herontwikkelen koesteren en benutten het landschap. Dit doen ze o.a. door hun bedrijf landschappelijk fraai in te passen en te verbinden aan regionale en lokale, landschappelijke kernwaarden. Om ondernemers te inspireren zijn hiervoor algemene check-vragen en specifieke ruimtelijke ontwerpprincipes opgesteld. Deze helpen initiatiefnemers om de landschappelijke kernkwaliteiten te verbinden aan logiesvormen. Deze ruimtelijke ontwerpprincipes schrijven niet

Passend in de omgeving

voor hoe ondernemers hun logiesaanbod exact moeten voegen naar de aard van het landschap, maar bieden inspiratie. In Bijlage L zijn deze ontwerpprincipes opgenomen. Nieuwe logiesondernemers voegen daadwerkelijk landschappelijke kwaliteit toe op hun terrein en door de architectonische kwaliteit van de gebouwen. Ze consumeren dus niet alleen landschap, maar produceren dit ook. Dit gaat dus een stap verder dan een goede landschappelijke inpassing. Vooral op kwetsbare plekken in het open landschap, maar ook op beeldbepalende plekken in kernen is dit van belang. Over het algemeen betreft dit een verdunning van het aantal eenheden per hectare of m2. Zo blijft de open ruimte zo min mogelijk bebouwd en wordt ingezet op zuinig ruimtegebruik en een lagere ecologische voetafdruk .

22

Zeker op landschappelijk minder aantrekkelijke plekken kan het produceren van landschap door verandering van de (geo)morfologie zorgen voor een grote verbetering van de kwaliteit van landschap en de natuur. In Nederland gebeurt dit vaker, zoals bij Waterdunen en het open polderlandschap in Ouddorp dat is omgevormd tot duinlandschap (zie ook Afbeelding 3.1). In dit duinlandschap zijn vervolgens logiesaccommodaties ingepast. Belangrijk hierbij is dat het type landschap dat geproduceerd wordt past bij de landschappelijke kernkwaliteiten van de locatie en dat ook het gehele natuurlijke ecosysteem/biodiversiteit een impuls krijgt. Overigens is wetgeving altijd leidend. Denk aan juridische aspecten als natuurwetgeving, omgevingsverordening Romte, weidevogelkansgebieden en eigendom- en vaarwegenverordening. In plannen van initiatiefnemers moet daar altijd rekening mee worden gehouden. Concreet betekent dit principe dat we inzetten op: ✓ Een initiatief landt op de beste plek in het landschap; ✓ Logiesaccommodaties die her- en doorontwikkelen voegen zich naar de aard van het landschap. Nieuwe logiesbedrijven voegen daadwerkelijk landschappelijke kwaliteit toe. Zo ontstaat in alle gevallen een mooiere omgeving door esthetisch fraaie logies;

Afbeelding 3.1 Voorbeeld van landschapsontwikkeling in Ouddorp.

Bron: Google Streetview

Bron: Landal Strand Resort Ouddorp-Duin

✓ Een gebalanceerd beeld tussen omgeving (landschap, natuur, stedelijk weefsel) en logiesaccommodaties. Daarom werken we met ruimtelijke ontwerpprincipes voor logiesaccommodaties om ondernemers uit te dagen (zie Bijlage L); ✓ Een versterking van de identiteit en cultuur van de plek door het te ontwikkelen logiesconcept; ✓ Een lagere ecologische voetafdruk van de sector door zuinig ruimtegebruik.

23

3. Logiesbedrijven renderen langjarig financieel-economisch op basis van een centrale bedrijfsmatige exploitatie door passievolle ondernemers. Ontwikkelingen in SWF kunnen alleen doorgang vinden als er aantoonbare marktruimte is en er een goede en realistische financiële exploitatieverwachting onderligt. Geld wordt niet alleen verdiend door de ontwikkeling en eenmalige verkoop van vastgoed. De gemeente daagt initiatiefnemers uit op hun vermogen van het toeristisch-recreatieve ondernemerschap. Denk in dit verband ook aan innovatieve vormen van financiering (naast of in plaats van gebruikelijke uitponding). Nieuwe logiesontwikkelingen beschikken over een langjarige centrale bedrijfsmatige exploitatie. Als ontwikkeling, eigendom en exploitatie door

Ondernemend

afzonderlijke rechtspersonen plaatsvindt, is het van belang dat de exploitant (of managementorganisatie) ondernemersrisico loopt waardoor er blijvend aandacht voor de kwaliteit en recreatief gebruik van de locatie ontstaat. Om dit ondernemerschap in de exploitatiefase te borgen kiest SWF voor nieuwe logiesparken die bestaan uit maximaal 1/3 tweede woningen. Hiervoor is een heldere grens tussen de definitie van een tweede woning en de recreatiewoning als bedrijfsmiddel (vakantieproduct) nodig. De gemeente stelt deze grens in dit ontwikkelprincipe op acht weken eigen gebruik. Een voordeel van deze verdeling (maximaal 1/3 tweede woningen) is dat er meer toeristische bestedingen in de regio plaats zullen vinden.

24

De bestedingen vanuit toeristisch-recreatief kortverhuur liggen namelijk significant hoger dan de bestedingen vanuit tweede woningen. Daarnaast zorgt deze maatregel ervoor dat de toeristische A-locaties (waarop veel recreatieparken gebouwd worden) niet privatiseren en beschikbaar blijven voor zo veel mogelijk mensen. Reuring en recreatiekansen voor velen in plaats van recreatief vastgoed voor enkelen dat in veel gevallen ook onderbenut wordt. Het toevoegen van enkele tweede woningen (maximaal 1/3 deel) maakt het anderzijds mogelijk een deel van het toeristische vakantieproduct mee te financieren. Hierdoor blijft het vakantieproduct ook beschikbaar voor gasten met een kleinere portemonnee. Daarnaast krijgt de inpassing en ontsluiting door een bredere financiering een impuls. Tot slot zorgen tweede woningen ervoor dat de ontwikkeling van een vakantiepark ook op een B-locatie mogelijk is, wat weer zorgt voor spreiding van recreatie in ruimtelijk opzicht. Concreet betekent dit voor SWF: ✓ Logiesaccommodaties worden gezien als bedrijfsmiddelen en niet als tweede woningproduct.

Dit betekent een keuze voor vakantieverhuur en toeristischrecreatief ondernemerschap in plaats van nieuwe tweede woningparken en vastgoedproducten; ✓ Zo veel mogelijk mensen kunnen genieten van de A-locaties en daardoor wordt het recreatieve vastgoed optimaal benut; ✓ Blijvende aandacht voor de kwaliteit en het recreatieve gebruik van nieuwe logiesaccommodaties; ✓ Afspraken over toeristisch vs. eigen gebruik bij nieuwe projectontwikkelingen worden opgenomen in anterieure overeenkomsten die worden voorzien van een kettingbeding.

25

4. Logiesbedrijven dragen bij aan de maatschappelijke opgaven van de samenleving. Bij de ontwikkeling en exploitatie van logiesbedrijven wordt optimaal aangesloten bij de Sustainable Development Goals (SDG). Zo is er tijdens de ontwikkel- en exploitatiefase aandacht voor circulariteit en duurzaamheid. Hiermee wordt niet alleen bedoeld dat de belasting op de natuur minimaal is, maar wordt ook ingezet op lange termijn denken en continuïteit in plaats van korte termijn winstmaximalisatie. Dit gebeurt in alle facetten van de bedrijfsvoering. Nieuwe logiesaccommodaties vergroten verder de biodiversiteit en dragen bijvoorbeeld bij aan: de energietransitie, transformatie van de agrarische sector, welzijn van bewoners, gezondheid, economische groei, toekomstbestendige banen en leefbaarheid. Zo voegen ontwikkelingen in de sector écht iets toe aan de wereld en omgeving.

Bijdragen aan de maatschappij

De wijze waarop dit gebeurt is maatwerk en moet realistisch blijven. Zo blijven ontwikkelingen voor ondernemers financieel en technisch haalbaar. Hierin ligt ook een rol voor de gemeente. Ondernemers moeten voldoende fysieke- en regelruimte krijgen om innovatieve investeringen te plegen die bijdragen aan de maatschappelijke opgaven.

26

Omdat de ruimte waarin geopereerd wordt schaars is, moeten nieuwe logiesaccommodaties aansluiten bij de maatschappelijke opgaven van de samenleving. Initiatiefnemers maken dit praktisch door hun conceptontwikkeling in participatie met de samenleving vorm te geven. Ondernemers worden geholpen om dit participatietraject effectief te bewandelen zoals beschreven in bijlage M. Zo kan iedere logiesontwikkeling achterhalen aan welke mate van participatie zij moeten voldoen. Concreet betekent dit voor SWF: ✓ Nieuwe logies voegen wat toe aan de wereld en omgeving; ✓ Initiatiefnemers verantwoorden zich hoe ze de wisselwerking met de samenleving aangaan in hun planvorming. Hoe dit slim aan te pakken staat beschreven in bijlage M. ✓ Aangetoond wordt hoe en op welke Duurzame Ontwikkeldoelen (zie gemeentelijke Handreiking SDG’s) wordt ingespeeld in het bedrijfsconcept; ✓ Het plan bevat een MVO-hoofdstuk waarin ook de betrokken partners worden benoemd. De volgende pagina toont een aantal kansen voor logies om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven van de samenleving.

Bron: Strandhotel Vigilante

Bron: Koudum.nl

Bron: Douma Staal

Keten-versterking (toeleveranciers)

Draagvlak voor verbeterde Infrastructuur

Bron: Pollepleats

27

Toekomstbestendige banen

Bron: Watersportcamping Heeg

Waterberging en bosontwikkeling

Benutting van (agrarisch) erfgoed

Bron: H2O events

Participatie door en vermaak voor bewoners

Bron: Makkum Beach

Landschap- en gebiedsontwikkeling

Schone economie Bron: Google Streetview

Voorzieningen voor bewoners

28

04 Ontwikkelkader

29

4.1

Van ontwikkelprincipes naar ontwikkelkader

Opstellen van het ontwikkelkader Zoals beschreven in paragraaf 1.3 is de laatste processtap het vertalen van de ontwikkelprincipes (geldend voor regulier en kleinschalig aanbod) naar componenten en deze componenten vervolgens praktisch maken door (toetsings)criteria. In Tabel 4.1 zijn de componenten waaraan nieuwe logiesaccommodaties moeten voldoen, per ontwikkelprincipe weergegeven. Vervolgens zijn onder deze componenten (toetsings)criteria gehangen. Aan deze criteria worden de plannen uiteindelijk getoetst door de gemeente. Deze toetsingscriteria verschillen op basis van: • Het type ontwikkeling: betreft het een herontwikkeling of nieuwe ontwikkeling? Uitbreidingen vallen onder herontwikkelingen. Met oog op de schaarse ruimte zijn de kaders voor nieuwe ontwikkelingen strikter. • De omvang van de plannen. Relatief kleine plannen met weinig impact op de omgeving worden minder streng beoordeeld dan grote plannen met veel impact. • Het type logiesbedrijf volgens de bestemmingsfunctie na implementatie van het plan. Er wordt gewerkt met de volgende typen logiesfuncties: bungalowparken, kampeerterreinen, camperterreinen, kleinschalig aanbod, groepsaccommodaties, jachthavens en hotels. Zo zijn er in totaal 26 deel-ontwikkelkaders.

Tabel 4.1. Vertaling van ontwikkelprincipes in componenten. ONTWIKKELPRINCIPE

COMPONENT

1

RUIMTE VOOR (HER)ONTWIKKELINGEN DIE DE DIVERSITEIT VAN HET LOGIESAANBOD VERGROTEN: EXCELLENT IN JE SEGMENT

A. BEVORDERT DIVERSITEIT IN HET TOERISTISCHE CLUSTER B. TOEKOMSTBESTENDIG LOGIESAANBOD

2

LOGIESAANBOD VOEGT KWALITEIT TOE EN VOEGT ZICH NAAR DE AARD VAN HET LANDSCHAP

C. VERSTERKT LANDSCHAPPELIJKE KWALITEITEN D. BENUT CULTURELE GEBIEDSKWALITEITEN E. SLUIT AAN BIJ DE OMGEVINGSASPECTEN UIT DE PROVINCIALE VERORDENING

3

LOGIESBEDRIJVEN RENDEREN LANGJARIG FINANCIEEL-ECONOMISCH OP BASIS VAN EEN CENTRALE BEDRIJFSMATIGE EXPLOITATIE DOOR PASSIEVOLLE ONDERNEMERS

4

LOGIESBEDRIJVEN DRAGEN BIJ AAN DE MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN VAN DE SAMENLEVING

F.

AANTOONBARE FINANCIËLE HAALBAARHEID G. VOORKOMEN ONEIGENLIJK GEBRUIK EN VERLOEDERING. H. AANTOONBARE ORGANISATORISCHE HAALBAARHEID I.

DRAAGT BIJ AAN MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN

30

05 Proceshandleiding

31

5.1

Hoofdstappen werkwijze

De werkwijze van het ontwikkelkader logiesaccommodaties SWF gaat over de processtappen die doorlopen worden wanneer een initiatiefnemer (exploitant en/of ontwikkelaar) een vestigings- of investeringsvraag heeft. Het kan gaan om herstructurering, uitbreiding, nieuwbouw en/of vervanging waarbij altijd sprake is van

1. Planvorming op hoofdlijnen: centrale registratie t/m pre-scan In deze fase ligt het initiatief grotendeels bij de initiatiefnemer. Via een centrale registratie wordt het initiatief binnen de gemeente geregistreerd. Initiatiefnemers moeten hiervoor een intakeformulier van de gemeente invullen. Vervolgens komt het initiatief in de pre-scan

bestemmingsplanwijziging (vanaf inwerkingtreding Omgevingswet ‘wijziging omgevingsplan’ genoemd).

fase. Tijdens de pre-scan wordt bepaald of het initiatief passend is binnen het bestaand beleid (binnenplans), of dat het op dit moment niet passend is (buitenplans) maar wel passend gemaakt kan worden. Hiervoor moet de initiatiefnemer in ieder geval de volgende informatie aanleveren: • Het idee beschreven op hoofdlijnen;

Op hoofdlijnen ziet de werkwijze er als volgt uit: 1. Planvorming op hoofdlijnen 2. Plandetaillering en participatie door initiatiefnemer en afweging door gemeente 3. Formele aanvraag en besluit

• De locatie waar het initiatief zou moeten landen; • Algemene beschikbare planinformatie. Ook wordt tijdens de pre-scan een zaakbehandelaar vanuit de gemeente toegewezen. De zaakbehandelaar zal de initiatiefnemer helpen om het complete gemeentelijke proces en het participatietraject te doorlopen. Een binnenplans initiatief gaat naar de reguliere procedure (duur: 8 weken) of de snelservice procedure (duur: direct of binnen 5 dagen). Een buitenplans initiatief gaat naar de intaketafel.

32

Los van de gemeentelijke procedure kan de initiatiefnemer de volgende stappen nemen in deze fase: • Informatie inwinnen bij de brancheorganisatie en YnBusiness over hulp bij planvorming en bijvoorbeeld subsidies; • Gesprekken met en het ontvangen van adviezen van deskundigen

disciplines. Vervolgens komt de beoordeling op de agenda van de wekelijkse collegevergadering. De beoordeling op wenselijkheid wordt gedaan op basis van de ontwikkelprincipes. De beslissing van de intaketafel wordt vervolgens teruggekoppeld aan de initiatiefnemer.

om plannen beter te maken. Denk aan adviezen van: financiers, exploitanten, ontwikkelaars, bouwbedrijven, grondeigenaar, marktdeskundigen, conceptontwikkelaars en schetsen van (landschaps)architecten; • Eventueel expertteam (instrument Fries Actieplan). Expertteam wordt ingeschakeld bij specifieke vragen over bijvoorbeeld: markt,

Indien het initiatief als wenselijk beoordeeld wordt, gaat het in de meeste gevallen naar de omgevingstafel. Er kunnen meerdere omgevingstafels per initiatief worden georganiseerd. Tijdens de omgevingstafel wordt de haalbaarheid getoetst. Gedurende deze stap moeten ook de diverse onderzoeken (milieuonderzoek, laddertoets, etc.) worden uitgevoerd om aan de wettelijke normen te voldoen zoals

concept, circulariteit, ruimtelijk ontwerp; • Opstellen bedrijfsplan: ondernemingsplan met financiële doorrekening (ook nodig voor financiering). De producten die dit oplevert kunnen in de volgende stap van de werkwijze ingebracht worden.

de natuurwetgeving, omgevingsverordening Romte, weidevogelkansgebied en eigendom- en vaarwegenverordening. De doorlooptijd van deze stap is hierdoor relatief lang. Aan het einde van de omgevingstafel en als alle onderzoeken hebben

2. Plandetaillering en participatie door initiatiefnemer en afweging door gemeente: intaketafel t/m omgevingstafels Wanneer het ontwikkelkader gebruikt wordt, is er sprake van buitenplanse initiatieven. Tijdens de pre-scan zal er dus aangegeven

plaatsgevonden wordt het ontwikkelkader doorlopen en dan volgt een formele uitkomst op haalbaarheid van het initiatief. Mogelijk wordt dit gedaan i.s.m. het gemeentelijk kwaliteitsteam dat beschikbaar wordt gesteld vanuit het actieplan vitale logiesaccommodaties. In het ontwikkelkader (en sowieso gedurende de omgevingstafels) wordt ook

worden dat de initiatieven (nog) niet passend zijn. Het initiatief landt daardoor bij de intaketafel. Tijdens de intaketafel wordt het initiatief beoordeeld op wenselijkheid vanuit verschillende gemeentelijke

bekeken of de initiatiefnemer voldoet aan de eisen van participatie (zie Bijlage M). Bij een negatieve uitkomst van het ontwikkelkader is het initiatief niet wenselijk of moeten er in ieder geval nog zaken in de

33

planvorming worden aangepast zodat het plan alsnog binnen het ontwikkelkader past. Een beperkt aantal initiatieven zal niet naar de omgevingstafel maar naar de opdrachttafel gaan. Dit gebeurt als de initiatiefnemer een breder (maatschappelijk) belang heeft dan alleen een bedrijfsbelang. Dit kan te maken hebben met opdrachten en ontwikkelingen waarin ook de gemeente deelneemt of wanneer er vanuit de gemeente een gezamenlijke investering wordt gevraagd. Dit kan ook gebeuren als er naar verwachting nog veel veranderingen nodig zijn (in cocreatie met veel stakeholders) om het plan haalbaar en mogelijk te maken en als er nog brede vragen zijn over de sociaal-maatschappelijke en ruimtelijke impact. Met Nije Logies sessies kan bijvoorbeeld gezorgd worden dat stakeholders gezamenlijk het plan naar een hoger niveau tillen met voldoende draagvlak van de stakeholders. Tijdens de gehele fase vanaf de intaketafel tot en met de omgevingstafels of opdrachttafel kan er van de initiatiefnemer extra informatie worden gevraagd. Het verschilt per aanvraag welke informatie benodigd is. Naast de wettelijk verplichte onderzoeken worden in ieder geval een beeldkwaliteitsplan en een ondernemingsplan gevraagd.

3. Formele aanvraag: aanvraag t/m vergunning Na de omgevingstafels kan de initiatiefnemer de uiteindelijke aanvraag doen. Voor het overgrote deel van de aanvragen kan de vergunning binnen 8 weken worden afgegeven. Indien aanvragen complex zijn dan duurt dit 26 weken. De gemeente SWF is nog bezig met de ontwikkeling van de schematische weergave van het proces.

34

06 Nawoord

35

6.1

Vervolgstappen naar een sterk toeristisch-recreatief ecosysteem

Bijdragen aan brede welvaart Een toekomstbestendige logiessector draagt bij aan een gezonde toeristisch-recreatieve sector die op haar beurt weer bijdraagt aan brede welvaart voor alle bewoners en bezoekers van de gemeente SWF. Dit is het uitgangspunt van de gemeentelijke Omgevingsvisie

Houd het ontwikkelkader dynamisch Naast aandacht voor en investeringen in andere onderdelen van het samengesteld toeristisch-recreatieve product is het natuurlijk ook belangrijk dat het ontwikkelkader zelf op de goede manier gebruikt wordt. Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat de

waarin geluk en brede welvaart voor de huidige én volgende generaties op 1 staat.

ontwikkelprincipes waarop het kader gebaseerd is en het kader zelf flexibel van aard zijn. Het ecosysteem is blijvend, maar hoe de verschillende onderdelen in het ecosysteem samenwerken is aan veranderingen onderhevig.

Blijf focussen op het hele samengestelde product Het is van groot belang dat de gemeente en marktpartijen blijven focussen op het versterken van het gehele samengestelde toeristischrecreatieve product in deelgebieden, kernen en clusters. Er moet veel aandacht blijven voor de omgeving om deze toeristisch-recreatief aantrekkelijk te houden, ook voor de generaties na ons. Dit is ook een opgave voor andere dan toeristische sectoren. Onderdeel van het samengestelde product is de logiessector die met dit ontwikkelkader als middel optimaal kan bijdragen aan de brede welvaart in de gemeente. Tenslotte moet de gastvrije organisatiekant van toerisme en recreatie op topniveau presteren om de ervaringen van bezoekers en bewoners in SWF te versterken.

De logiesdoelen, ontwikkelprincipes en het ontwikkelkader sluiten op dit moment aan bij de wensen, doelen en benodigdheden van ondernemers, de samenleving en de gemeente. Omdat de wereld om ons heen continu in verandering is, zullen deze steeds incrementeel (in kleine stapjes) mee moeten veranderen. Hierin moeten niet alleen de veranderingen in de logiessector meegenomen worden, maar ook de dynamiek in andere, vaak gerelateerde, sectoren moet goed in de gaten gehouden worden. Denk aan sectoren als wonen, natuur, agrarisch, erfgoed en energie. Tussentijdse bijstellingen zijn nodig om het ontwikkelkader bij de tijd te houden en om naar de markt toe op lange termijn betrouwbaar te blijven. .

36

Houd de werkwijze flexibel Ook de proceshandleiding (werkwijze) is flexibel en deze kan door de tijd heen veranderen door leereffecten. Voor nu is het belangrijk dat de gehele werkwijze voorafgaand en tijdens het werken met het ontwikkelkader in praktijk wordt gebracht en vlot functioneert. Als dat niet lukt heeft het ontwikkelkader minder waarde. Het kader moet naadloos aansluiten op en ingepast worden in de lopende gemeentelijke werkprocessen. Dit betekent dat als de gemeentelijke werkprocessen veranderen, de proceshandleiding van het ontwikkelkader ook wordt aangepast. Ambtelijke professionals Ambtenaren die met het kader werken moeten hierin worden getraind omdat het veel kennis (van recreatieve projectontwikkeling), ervaring, de nodige creativiteit en de juiste mindset vereist. Een mindset van: hoe dan wel. Het ontwikkelkader krijgt echt haar waarde als ambtenaren volop kennis hebben van recreatieve project- en gebiedsontwikkeling zodat de gemeente een evenwichtige gesprekspartner is voor initiatiefnemers. In het team van accountmanagers wordt zeker één accountmanager specialist logies. Het gemeentelijk kwaliteitsteam dat beschikbaar wordt gesteld vanuit het Friese Actieplan vitale logiesaccommodaties is behulpzaam bij planafweging en kennisontwikkeling.

Loslaten om geweldige plannen te krijgen Dit ontwikkelkader daagt de markt uit om met geweldige plannen te komen. Voor veel ambtenaren, bestuurders en raadsleden betekent het werken met dit ontwikkelkader dat ze moeten leren loslaten en vertrouwen op de wijze waarop de markt de ontwikkelprincipes invult. Dit is nieuw maar geheel in lijn met de landelijke omgevingswet en de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies. Set dyn tosken yn in nije tiid Met dit ontwikkelkader logiesaccommodaties biedt de gemeente SWF ruimte om het oude door en her te ontwikkelen en de kansen van de nieuwe tijd te verzilveren. Zo komen het vijf-sterrenlandschap, de schitterende logiesaccommodaties en recreatieve voorzieningen voor bewoners en bezoekers met elkaar in balans.

Ik wol witte wat dyn dream is Wa'st allegear noch mear bist Ast al it âlde stean litst Om te fleanen Seis oere thús (2018) Nynke Laverman

37

07 Bijlagen

38

7.1

Bijlage A: Actieplan vitale logiesaccommodaties Fryslân

Actieplan vitale logiesaccommodaties In 2021 is het Friese actieplan vitale logiesaccommodaties opgesteld om de logiesaccommodaties te stimuleren vitaler te worden. Binnen dit actieplan worden diverse instrumenten beschikbaar gesteld die gemeenten en logiesondernemers moeten helpen van goede naar geweldige plannen te komen. De vitaliteitsposities die in het vitaliteitsonderzoek naar voren komen, zijn in het actieplan omgezet van vier kwadranten (zoals in Afbeelding 1.2. en 1.3) naar acht segmenten, waaronder het eerder genoemde segment ‘stuck in the middle’ (zie Afbeelding 7.1). Verdeling reguliere logiesbedrijven gemeente SWF over segmenten Voor gemeente SWF geldt dat de reguliere logiesbedrijven als volgt over de segmenten (als weergegeven in Afbeelding 7.1) verdeeld zijn: • Meervoudige problematiek: 15% → 21 bedrijven; • Transformatiekandidaten: 0% → 0 bedrijven; • Toppers van toen: 4% → 6 bedrijven; • Stuck in the middle: 39% → 56 bedrijven; • • • •

Stabiele bedrijven: 16% → 23 bedrijven; Servicegerichte toppers: 11% → 16 bedrijven; High potentials: 8% → 11 bedrijven; Excellente bedrijven: 6% → 9 bedrijven.

Afbeelding 7.1. Indeling segmenten actieplan vitale logiesaccommodaties.

39

Doelen actieplan vitale logiesaccommodaties Binnen het Friese actieplan zijn drie doelen gesteld, die door uitvoering van de instrumenten moeten worden gerealiseerd: 1. Logiesaccommodaties dragen bij aan brede welvaart: tenminste 91% van de Friese inwoners is tevreden met het leven.

2. Ruimte voor slimme ontwikkelingen. Onderscheidende nieuwe logiesinitiatieven realiseren door een uitnodigende overheid die heldere principes, kaders en procedures hanteert. Herontwikkeling heeft de voorkeur boven nieuwvestiging. 3. Bestemmingsontwikkeling met logies als stuwende motor. In een

Logiesaccommodaties dragen hier indirect aan bij door banen, bestedingen, hun bijdrage aan het in stand houden van voorzieningen en het zelf bieden van publiek toegankelijke voorzieningen; 2. Vitaliseren reguliere logiesaccommodaties: 55% meer vitale bedrijven (stabiele bedrijven, servicegerichte toppers, high potential

toeristische bestemming hebben logiesaccommodaties een stuwende rol omdat ze voor steeds wisselende gasten zorgen. ‘Bestemmingsontwikkeling’ is het proces waarbij door ondernemers in toerisme- en recreatie en aanpalende sectoren in een voor de gast herkenbaar gebied met een uniek karakter, wordt toegewerkt naar meerdaags aanbod. Logiesaccommodaties vormen een

en excellent), en 45% minder niet-vitale bedrijven (meervoudige problematiek, transformatie kandidaten, toppers van toen en stuck in the middle); 3. Gepaste groei van kleinschalige logies: voor de regio’s NO, ZO, NW en Leeuwarden is dit met 3%, voor ZW met 2% en voor de

belangrijk start- en vertrekpunt voor de gast tijdens zijn of haar verblijf in een bestemming.

Waddeneilanden met 1%. Strategieën actieplan vitale logiesaccommodaties Om deze doelen te halen zijn er drie strategieën opgesteld: 1. Het vitaliseren van bestaand aanbod. Het beter laten renderen van bestaande logiesaccommodaties door her- en doorontwikkeling te stimuleren, seizoenverbreding, een hogere gastvrijheid en integratie met omgeving en cultuur.

De strategische kans voor logiesaccommodaties in de regio ZW Niet elke strategie is even belangrijk voor elke regio. Voor de ene regio is het belangrijk dat de logiesbedrijven vitaliseren door onder andere veel nieuwe vitale bedrijven toe te voegen: spreiding in ruimte. Zij moeten zorgen voor een gunstig vestigingsklimaat. Voor andere regio’s moet de focus juist liggen op het vitaliseren van het bestaande aanbod door bijvoorbeeld spreiding in tijd en vernieuwing. Dit laatste geldt voor de regio Zuidwest. In het actieplan zijn de kansen voor de regio ZW als volgt omschreven: de grote kans voor de regio ZW is om te

40

groeien door bestaand aanbod te revitaliseren (herontwikkelen) en door uitbreiding en betere prestaties van bestaande logiesaccommodaties. Ondanks dat de regio een groot deel van het aanbod voor haar rekening neemt en de ontwikkeldruk voor met name nieuwe recreatiewoningen relatief hoog is, valt momenteel bijna 60% van het aanbod in de minder-vitale segmenten (waarvan een hoog percentage in het segment ‘stuck in the middle’ (net als in de gemeente SWF). Juist voor de kwetsbare ‘stuck in the middle’ bedrijven is het cruciaal om door te ontwikkelen, te vernieuwen en zo te revitaliseren. Een flinke kans voor deze bedrijven is om in te zetten op seizoensverlenging door jaarrond producten en markten. Door te revitaliseren, zonder veel toevoegingen van compleet nieuwe logiesaanbieders, zal de bestaande capaciteit in de regio ZW beter renderen wat zorgt voor meer bestedingen en werkgelegenheid. Dit maakt de ‘economische kurkregio’ toekomstbestendiger.

41

7.2

Bijlage B: Literatuuropgave

De volgende beleidsstukken zijn meegenomen als relevante uitgangspunten voor het ontwikkelkader van SWF: • Provinciale Omgevingsvisie de Romte Diele – 2020 – Vastgesteld • Provinciale beleidsnotitie Gastvrij Fryslân 2028 – 2020 – Vastgesteld en mede gebaseerd op (inter)nationaal toerismebeleid • Het Fries camperkader van de Marrekrite – 2017 – Leidraad voor gemeenten Een samenvatting van de relevante passages uit deze beleidsstukken is te vinden in Bijlage C

Daarnaast moet het ontwikkelkader aansluiten bij bestaand gemeentelijk beleid. Dit is gedaan aan de hand van een documentenscan van de volgende relevante documenten: • Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân – maart 2021 – Vastgesteld • Visie ruimtelijke kwaliteit – 2014 - Vastgesteld • Landschapsbiografie – 2019 – Omarmd door Raad • Bouwstenen Friese Merenproject – 2013 – Onderdeel visie ruimtelijke kwaliteit, daarbij vastgesteld In Bijlage D wordt de uitwerking van deze gemeentelijke documenten weergegeven. Ook wordt aangegeven wat de positie van het ontwikkelkader binnen het beleidshuis SWF is.

42

7.3

Bijlage C: Provinciaal beleid

Omgevingsvisie de Romte Diele - 2020 De hoofdambitie van de omgevingsvisie luidt: “brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân”: • Vitaal: streven naar brede welvaart door slimme economische groei; • Veerkrachtig: ingrijpende ontwikkelingen kunnen worden

In de omgevingsvisie worden vier inhoudelijke principes voor de manier van werken benoemd: 1. Zuinig ruimtegebruik: de Friese ruimte moet doelmatig benut worden door bijvoorbeeld verschillende vormen van ruimtegebruik te combineren: maatschappelijke behoefte aan nieuwe functies,

opgevangen: • Steden als aanjagers van innovatie en kennisontwikkeling, dynamiek en voorzieningen; • Vitale en leefbare dorpen met bedrijvigheid en levensvatbare clusters van voorzieningen; • Duurzame energievoorziening;

(intensiever) benutten van wat er al is, hergebruik van karakteristieke gebouwen en locaties, mogelijkheid om functies te combineren, mogelijkheid van tijdelijk ruimtegebruik; 2. Omgevingskwaliteit als de ontwerpbasis; 3. Koppelen van ambities: koppelkansen moeten benut worden; 4. Gezondheid en veilig: bijdragen aan een gezonde en prettige

• Optimale interne en externe bereikbaarheid; • Uitstekend toegankelijke cultuur- en natuurerfgoederen inclusief de oevers en waterfronten en wervende recreatieve voorzieningen en routenetwerken. • Karakteristiek: de eigen identiteit (van o.a. het landschap) moet

leefomgeving die moet uitnodigen tot bewegen, ontmoeten en sociale contacten. Naast vier inhoudelijke principes voor de manier van werken, beschrijft de visie ook de vier opgaven die Fryslân actief gaat aanpakken:

behouden blijven; • Gezond: goede kwaliteit van de bodem, het water en de lucht. Het

1. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar. Vooral aantrekkelijke huisvesting (ook voor nieuwe doelgroepen) wordt

beschermen van de rust, stilte en donkere delen van Fryslân.

hierbij als belangrijk punt genoemd. Ook de bereikbaarheid en de ondersteuning van initiatieven die de economie circulair maken behoren hiertoe;

43

2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort: fossielvrij in 2050 en 49% CO2 reductie in 2030; 3. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht: water-robuust-en klimaatbestendig. Er moet dus ook worden gezocht naar combinaties van ruimtegebruik;

Slimme groei Een van de doelstellingen die benoemd wordt in de omgevingsvisie is belangrijk voor het logies-ontwikkelkader van SWF, namelijk de doelstelling “slimme groei van de gastvrijheidseconomie”. Als we op deze doelstelling inzoomen wordt het volgende duidelijk.

4. Fryslân versterkt de biodiversiteit: natuur-inclusief ontwerpen wordt bevorderd, de transitie naar de circulaire economie wordt ondersteund en gestimuleerd en in de landbouwsector worden koppelingen gemaakt met o.a. de recreatiesector. Slim ruimtegebruik is essentieel.

Ten eerste wordt ingezet op (cultuur)toeristen die geïnteresseerd zijn in de kwaliteit en identiteit van Fryslân, meer jaarrond bezoek in plaats van hoge pieken en dalen (spreiding in tijd) en meer bezoek in heel Fryslân (spreiding in ruimte). Het vergroenen en circulair maken van de gastvrijheidseconomie is hierbij van belang. De accenten verschillen per regio, voor de regio(‘s) waartoe SWF behoord worden de volgende

Voor het bepalen van beleidskaders (zoals een ontwikkelkader) worden de volgende adviezen meegegeven: • Geef speelruimte en experimenteerruimte aan initiatieven, projecten en oplossingen vanuit de samenleving; • Stel als overheden vooraf duidelijke kaders indien nodig;

adviezen gegeven: • Kwaliteitsverbetering van recreatieve voorzieningen en accommodaties; • Verbreden van het watersportproduct met nieuwe innovatieve combinatie tussen land- en waterrecreatie en nieuwe vormen van

• Geef als Provincie richting door aan te geven met welke grote opgaven er gewerkt wordt en in welke richting er gedacht wordt. Houd hierbij contact met oplossingen van onderop; • Let op de schaal en haalbaarheid van gebieden; • Neem verantwoordelijkheid als de urgentie daarom vraagt; • Neem gezondheid en veiligheid vroegtijdig en integraal mee; • Bied ruimte voor maatwerk per gebied.

waterrecreatie. Tevens is er in de gastvrijheidssector behoefte aan zowel vernieuwend ondernemerschap als nieuw ondernemerschap. Maar ook aan de ontwikkeling van toeristische bestemmingen in ruimtelijke en functionele clusters in plaats van versnippering. Fryslân moet niet meer van hetzelfde krijgen, maar verbindingen moeten worden gelegd. Denk hierbij aan het hergebruiken van karakteristieke bebouwing.

44

Nieuwe ontwikkelingen worden bij voorkeur ingezet voor behoud van de vitaliteit van dorpen en steden, passend bij de Friese identiteit en de doelgroep natuur- en cultuurtoerisme. Draagvlak vanuit de bevolking is daarbij belangrijk. Permanente bewoning van recreatiewoningen is ongewenst, maar uitzonderingen hierop zijn te

het behoud van natuur- en cultuurerfgoed en toekomstbestendige banen in een veranderende economie (triple-p). Dit vertaalt zich in 3 ambities: 1. Toerisme zorgt voor een prettige en gezonde woon- en leefomgeving: de leefbaarheid blijft behouden of stijgt;

motiveren.

2. Toerisme versterkt het behoud en ontwikkeling van cultuur- en natuurerfgoed; 3. Toerisme zorgt voor toekomstbestendige banen. Werkgelegenheid wordt gecreëerd voor de jonge generaties en voor senioren.

Beleidsnotitie Gastvrij Fryslân 2028 - 2020 Slimme groei is het begrip waar het in de beleidsnota Gastvrij Fryslân 2028 om draait. Meer groeien, maar op een slimme manier zodat heel Fryslân profiteert van het toerisme. Dus niet alleen maar groeien in het aantal bezoekers en overnachtingen, maar ook rekening houden met spreiding in tijd en ruimte. Op deze manier draagt het toerisme bij aan de brede welvaart en wordt aangesloten op het bestuursakkoord Geluk op 1. Er is gekozen voor slimme groei met een plus op marketing en het benutten van koppelkansen. Verder is het belangrijk dat de

Uit deze missie zijn zeven opgaven naar voren gekomen, waaronder vitale logiesaccommodaties, welke relevant is voor het ontwikkelkader van logiesaccommodaties in SWF. Als we inzoomen op de opgave vitale logiesaccommodaties zien we o.a. de volgende doelstellingen:

werkgelegenheid in de sector zal groeien (inzetten van een bredere doelgroep zoals senioren) en dat innovatie in de sector wordt gestimuleerd. De missie is: “In 2028 hebben Friese inwoners profijt van een slimme groei van het toerisme. Slimme groei van toerisme zorgt voor een

• Logiesaanbod moet inspelen op de spreiding in tijd (seizoenverbreding) en spreiding naar (krimp)regio’s; • Het logiesaanbod moet aansluiten bij veranderende eisen en verwachtingen van toeristen, bij het Fryske landschap en de bewoners. Dit geldt voor alle accommodatievormen;

prettige en gezonde woon- en leefomgeving, levert een bijdrage aan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116385/1